Het
nichtendiner
Een
nichtendiner is niet leuk! Ja, misschien wel een diner tussen homo ‘s -en/of
lesbiennes, maar niet tussen vrouwelijke bloedverwanten. Althans Dorien vindt
van niet. Omdat ze uit een katholiek geslacht komt, heeft ze een hele rij
nichten – veertien om precies te zijn -, waar misschien verder helemaal niets
mis mee is, behalve dan dat Dorien bedroevend weinig met ze gemeen heeft. Op
die bloedverwantschap na dan. Sommige van die nichten kan ze wel verdragen en
anderen kan ze niet luchten of zien. Vorig jaar had ze het nichtendiner
overgeslagen. En het jaar daarvoor. Misschien moest ze dit jaar maar weer eens
gaan?!
Elf jaar lang
was Dorien wel braaf present op het jaarlijkse nichtendiner. Soms bij een van
de nichten thuis in een of ander of pittoresk , overgeromantiseerd geboortedorp
in de buurt van Eindhoven. Soms in een veel te duur restaurant – op eigen
risico – in de grote stad; Eindhoven zelf . Elf opeenvolgende jaren lang was
Dorien present met een fris geverfd rood koppie, zoals dat een rechtgeaarde,
veertigplusser betaamt. Daarbij schafte ze zich elf keer - voor elk
nichtendiner - spiksplinternieuwe divagewaden aan. Sierkleding die ver boven
haar stand geprijsd was en daarom met haar creditkaart bekostigt moest worden.
Terwijl de peperdure creaties zich – door draagongemak en stijl - voor niets
anders leenden dan een openbare zitgelegenheid. Na de eerste keer zou ze zich
nooit meer in dezelfde pronkstukken vertonen. Ook niet naar het nichtendiner
van het jaar daarop, want Dorien wilde niet fantasieloos en/of armlastig
lijken.
Wie of wat
Dorien dan wel wilde lijken tijdens de nichtendiners was niet helemaal
duidelijk, want het bleef het een onwennige gewaarwording om te moeten tafelen
met vrouwen van respectabele leeftijd die een parodie van hun eigen beeld zijn.
Het merendeel van de nichten gedroeg zich tijdens de diners alsof hun
levensloop identiek is aan de verhaallijnen van ‘Desperate Housewives’ of ‘Seks
and the City’. Televisieseries die Dorien nooit vrijwillig volgt en die ze
vanwege de wulpse actrices ook maar moeilijk kan verdragen. Niet omdat ze zo
preuts is, maar wel vanwege haar realiteitszin, waardoor ze de spelregels van
de zogenaamde ‘hot glamourgirls’ , die eigenlijk gewoon haar nichten waren
tijdens het jaarlijkse diner, nauwelijks kon bevatten . En een spelbreekster
wilde ze ook niet zijn.
Dorien deed
haar best . Zo was er zelfs een jaargang geweest waarbij de eer van het
organiseren van het nichtendiner aan Dorien toekwam. En dan liever niet in een
restaurant. Een restaurant was een metafoor voor ‘Dutch treat’ . En met ‘Dutch
treat’ verried de gastvrouw haar krenterigheid. Bovendien was het gekozen
restaurant al snel veel te duur of juist niet sjiek genoeg. En of dat allemaal
nog niet etiquetterig genoeg was, waren de dames in de loop van de jaren bij de
verschillende nichten thuis onthaald als ware glamourgirls. De nichten hadden
elkaar lekker op zitten voeren met allerlei exotische traktaties bestaande uit
viergangenmenu’s in de trant van; ‘geitenkaassalade met druiven’,
‘oesterzwammen met soja-sesamdip’ of ‘tori teriyaki ‘ afgemaakt met ‘verse
vijgen met stilton’ of ‘een laagjesdessert met lange vingers’ en een vleugje
behaagzucht. Of een vleugje ‘pocherigheid’. In ieder geval met een vleugje
karakter. Een karakter dat , tijdens het nuttigen van al die lekkernijen, zowel
kon ontroeren als prikkelen. Zo werd Dorien uitgedaagd om ook karakteristiek te
zijn bij de bereiding van haar nichtendiner. Ze beperkte zich tot
champignonsoep uit een zak, preischotel met gesmolten kaas uit de oven en kant
en klare citroenkwarktaart uit de diepvries. De nichten herademden. Alleen de
soep was wat zout geweest.
‘Dan moet je
niet bij mij, maar bij Unox wezen’, gniffelde Dorien.
Dat was het
stille protest van Dorien tegen de vergezochte waterzooi met parelhoen als
symbool voor de uitdaging van de nichtendiners. Daarbij was het consumeren van
die waterzooi nog niet het ergste. Maar wel de opsomming van het hele
productieproces die je – als genodigde aan het nichtendiner – respectvol en
ernstig, zwijgend diende uit te zitten. Van de aanschaf van het parelhoen, tot
de theelepels koenjit en het winnen van de kokosmelk aan toe. Alsof er een mis
in plaats van wat eten werd opgediend; Alsof niemand anders in staat was om de
aanwijzingen uit een recept te volgen;Alsof niemand anders elke dag een
maaltijd in elkaar flanst; Alsof de hele wereld gaat voor kokosmelk of koenjit
en ook iedereen deze producten kent; Alsof koken nooit op compromissen sluiten
uitdraait; Of je haalt een kant en klaarmenu bij de supermarkt. Geen wonder dat
sommige van die supernichtengerechten Dorien zo bekend voorkwamen.
Terwijl de
hele poespas veertien jaar geleden zo eenvoudig was begonnen met een
uitnodiging van haar jongste nicht Poppy. Tijdens het allereerste etentje in de
gigantische woonkeuken van haar vrijstaande villa verdedigde Poppy haar
motieven. Trouwens niet nadat ze een gezinspan dampende Chili con carne op een
rieten onderzetter middenop de grote keukentafel had geplaatst. Voor het gemak
was de rijst er vast doorheen geroerd. Poppy keek erbij alsof zij de enige van
het nichtengezelschap was die mocht bepalen dat haute cuisine ook rustig een
eenpansgerecht Chili con carne kon zijn. Nou is Poppy niet het heerszuchtige
type, maar wel het soort vrouw dat zichzelf in de stand van oppernicht verheft.
Niet zozeer omdat Poppy volhardt in een traditioneel , katholiek leven als de
huisvrouw- de laatste der Mohikanen - van een praktiserende, Brabantse
huisarts, maar voornamelijk omdat Poppy het nichtendiner heeft bedacht!. Dat
Poppy zelf ook een gediplomeerd arts is, doet niet ter zake, want Poppy
praktiseert niet. Poppy zorgt voor vier kinderen en de rest van haar tijd
besteedt ze aan paardrijden. Hoewel ze tijdens het diner wel constant met een
tennisleraar smste. De dubbelzinnige berichtjes die hij terugstuurde las ze
tijdens het eten geamuseerd voor . Ondertussen kampte Dorien met
plaatsvervangende schaamte. Ook tijdens het weerzien met de overige dertien in
een dozijn nichten die argwanend naar de verklaring van Poppy voor het
organiseren van het allereerste nichtendiner luisterden:
Ik stond op
het schoolplein van mijn kinderen, toen een groepje ouders mij aansprak. Men
wilde weten waarom ik nooit actief deelnam aan de dorpsactiviteiten. Ik schijn
in dit dorp als asociale doktersvrouw bekend te staan. Zo is het idee van het
nichtendiner gegroeid.’
De sfeer in de
landelijke keuken lichtte op. De uitleg van Poppy leek voor het overgrote deel
van de nichten een vrijbriefje om zich gestreeld te voelen. Het was kennelijk
niet niks om op uitnodiging te mogen komen tafelen bij een gewichtige nicht.
Alleen Dorien leek niet onder de indruk. Ze vroeg:
‘Waarom zou je
in vredesnaam een nichtendiner organiseren om voor dorpsgenoten te bewijzen dat
je geen asociale doktersvrouw bent?’
Poppy zweeg
betrapt, maar een andere nicht schoot haar te hulp:
‘Jij snapt ook
niks Dorien.’
Een stuk of
vijf nichten snoven bevestigend, terwijl de rest heimelijk gniffelde om Dorien
die bekend stond als een olifant in een porseleinkast.
‘Wat snap ik
niet?’, wilde Dorien geergerd weten. Het idee, dat ze - onder het genot van
Chili con carne – zat te tafelen met veertien nichten die net zo goed vreemden
hadden kunnen zijn, alleen maar om de dorpsgenoten van een omhooggevallen nicht
te ontstemmen, irriteerde haar.
‘Je snapt niet
dat iedereen in het dorp natuurlijk weet dat Poppy een nichtendiner geeft.
Niemand uit het dorp is uitgenodigd, maar toch is Poppy kennelijk niet zo
asociaal als men hier in het dorp denkt’, lichtte een nicht, een onderwijzeres,
gewillig toe.
‘Want iedereen
in het dorp weet nu dat Poppy een nichtendiner geeft’, resumeerde Dorien quasi
begrijpend.
‘Net zoals
iedereen in het dorp nu ook weet dat Poppy een nicht heeft die rondrijdt in een
aftandse Ford Sierra van tweeëntwintig jaar oud’, grapte weer een andere nicht,
die, voor zover Dorien wist, haar werkdagen als secretaresse bij een stoffig
advocatenkantoor slijt.
‘Wat heeft
mijn Ford Sierra er nou weer mee te maken?’Opstandig om zich heen kijkend zocht
Dorien naar steunbetuigingen. In plaats daarvan steeg een lachsalvo van de
nichtendinertafel op. Demonstratief schoof Dorien de pan met Chili con carne
naar zich toe en nam de scheplepel in haar rechterhand :
‘Kan ik
beginnen?’
‘Ja, meiden,
tast toe’, zei Poppy; ‘Wie wil er water en wie wil er wijn?’
‘En wie doet
er een beetje water bij de wijn?’ De nicht, die ook onderwijzeres is, knikte
Dorien vriendelijk toe.
Dorien
glimlachte zuur, zuchtte en voelde zich wat rustiger worden. Maar daarom nog
niet minder ontheemd. De milde, welwillende natuur van het neutrale type –
zoals de onderwijzeres – is misschien wel onmisbaar voor het vredige verloop
van familiebijeenkomsten, maar haar inbreng is verder van nul en generlei
waarde. Het nichtendiner was en is namelijk helemaal geen kwestie van
gastvrijheid. En al helemaal niet van onpartijdigheid. Het nichtendiner is en
blijft een zaak van betrappen of betrapt worden en pakken of gepakt worden. Zo
werd Dorien veroordeeld voor afwijkend gedrag. Ze had het gewaagd om haar
onooglijke oldtimer in een hypersjiek dorp te parkeren. Dat had ze niet moeten
doen. Ze had desnoods een moderne auto kunnen huren! Of in elk geval de
opzichtige, fluoriserende annex glow in the dark tape, die ze had gebruikt om
haar bumpers stukje bij beetje bij elkaar te houden, kunnen verwijderen . Of ze
had de versplinterde en getapete bumpers ter ere van het nichtendiner kunnen
vervangen door nieuwe. Kortom, mogelijkheden te over om indruk te maken. Maar
nee. Op deze manier deed Dorien toch helemaal niet haar best om een beetje op
een desperate housewive met veel seks in the city te lijken. Het was net alsof
Dorien niet bij de rest van de nichten wilde horen. Zou Dorien zich misschien
te goed voelen? Zo ja, dan was dat natuurlijk vragen om gepakt te worden. Het
was vragen om negatieve aandacht.
Teruggekeerd
in het normale, dagelijkse leven, vroeg Dorien zich herhaaldelijk hardop af
waarom zij altijd het mikpunt van groepsfrustraties moest zijn? Waarom het haar
nooit lukte om niet op te vallen? Waarom zij – een eenvoudig vrouwtje zonder
status - altijd het middelpunt van de belangstelling moest zijn? Op een
doordeweekse dag gaf een jeugdvriendin voor de vuist weg het enige juiste
antwoord:
‘Jij
conformeert je niet aan de massa. Die aanleg heb je niet. Je hebt ook nooit
geleerd om je aan te passen, want je begrijpt er niks van. Je bent een nerd! Zo
was het vroeger toen we een groepje tieners vormden; precies zo werkt het bij
onze kinderen in de klas en zo gedragen wij ons als volwassenen ook nog steeds
in groepsverband. Mensen veranderen echt niet. Ben blij dat je nu leeft, want
in de middeleeuwen zou je voor een heks zijn uitgemaakt. Je zou met een steen
om je nek in de Dommel zijn gegooid om te kijken of je bleef drijven. Zo ja,
dan was je dus echt een heks. Zo nee, jammer dan!’
Terwijl een
vrouw als Poppy zich juist perfect conformeert aan de massa en tegelijkertijd
alles op alles zet om toch vooral de aandacht op haar persoontje te vestigen.
Waarschijnlijk was dat het verschil met Dorien. Het verschil tussen aandacht
vragen en opvallen. Dorien herinnert zich Poppy uit haar jeugdjaren als een
beschermd opgevoed, intelligent, dorps muurbloempje met pretenties. In de
vorige eeuw droeg de puber Poppy de duurste merkkleding uit de jaren tachtig.
Instappers van Sachashoes, plooirokjes van de Bijenkorf, lamswollen spencers en
kanten kraagjes met sierspelden van de Society Shop. Nog maar amper een
groentje aan de universiteit of Poppy werd lid van een studentenvereniging, wat
helemaal tegen de principes van Dorien indruisde. Toch hadden Poppy en Dorien
lange tijd een band, omdat zij de enige twee nichten waren die een
universitaire studie volgden. Hoewel Poppy aan de vooraanstaande universiteit
van Leiden medicijnen studeerde, terwijl Dorien aan de katholieke universiteit
van Tilburg een beetje leek aan te rommelen in de sociologie. Lang na hun
beider afstuderen sprak Poppy haar bewondering uit voor wat zij ‘de rebelse
studierichting van Dorien’ noemde. Voor Dorien het moment om te bekennen dat
een studie in de medicijnen haar altijd Godsonmogelijk had geleken. Verbaasd
trok Poppy haar wenkbrauwen op. Op haar dooie akkertje! Sterker nog met twee
vingers in haar neus had Poppy haar studie afgerond. Dorien geloofde haar op
haar woord, maar die studentenvereniging bleef knagen.
‘Maar waarom
een studentenvereniging. Dat is toch hartstikke pathetisch’, vroeg Dorien eens
tijdens een van de nichtendiners.
‘Nee, Dorien,
een sociologiestudente gaat niet in een vereniging zitten, maar ik moest wel.
Ik moest netwerken Achteraf misschien een beetje kortzichtig, want je vist toch
allemaal in dezelfde vijver.’
Alle nichten
veerden nieuwsgierig op. Met uitzondering van Dorien die eerst nadere uitleg
wilde:
‘Je bedoelt
dat er maar een beperkte hoeveelheid banen te vergeven was in verhouding tot
het aantal studenten in de medicijnen?’
‘Nee’,
schamperde Poppy; ‘Ik praat over het mannenaanbod. Ik kon me niet met mijn
toenmalige vriendje op de campus vertonen. Hij was automonteur. Ik heb hem
moeten laten schieten. Zo werkt dat nu eenmaal als je medicijnen studeert. Dan
behoor je allemaal in dezelfde, kleine medicijnenstudievijver van aanstaande
artsen en echtgenoten te vissen.’
‘Nonsens!’,
riep Dorien verontwaardigd tegen dovemansoren; ‘Dat bepaal je toch helemaal
zelf!’
Poppy deed
alsof Dorien niet meer bestond en gaf zich helemaal over aan haar rol van
desperate housewive met veel seks in the city. Dit nepimago heeft Poppy nooit
meer van zich af kunnen schudden. Want naast de smsjes van de tennisleraar, die
aan de lopende band ‘vluggertjes’ naar Poppy stuurde samen met de groeten aan
de meiden, waarmee hij op de borsten van Poppy – en niet op de genodigden aan
het diner – doelde, raakte Poppy maar niet uitgepraat over alle hunks die ze
voor haar hork van een echtgenoot had moeten inruilen. Dorien kon het niet
nalaten en vroeg:
‘En waarom zou
Eric-Jan jou dan uit de vijver gevist hebben, denk je?’
‘Vanwege mijn
enorme memmen’, antwoordde Poppy meteen.
‘Oh, Poppy dat
meen je niet’, piepte een nicht nadat ze bijna in een familielachstuip gebleven
was.
Poppy rees op
uit haar stoel aan het hoofd van de keukentafel en keek met grote blauwe
poppenogen om zich heen. Met haar handen volgde ze de contouren van haar
borsten. Dorien vermoedde dat Poppy echt wel snapte dat ze uitgelachen werd.
Misschien was Poppy niet anders of beter gewend?
‘Nee, serieus
meiden, ik heb echt enorme vriendinnen. Mijn moeder zei vroeger al; ‘Nou, nou,
Poppy, als het nog erger wordt dan gaan we er wat aan doen’. Op mijn vijftiende
had ik al cup D. Ik ben geëindigd bij cup H.´
´Willen wij
dit eigenlijk allemaal wel weten, dames ?’
Dit vroeg
Dorien tevergeefs, want nadat Poppy was uitgepraat begonnen bijna alle nichten
meteen door elkaar heen te kleppen over het wel en wee van borsten in het
algemeen en die van henzelf in het bijzonder. Over de vorm en grootte en de
veranderingen door de jaren heen en na de komst van het eerste kind. Om dan
maar te zwijgen van het tweede of het derde. Over of de plastisch chirurg je
moest vergroten of juist verkleinen. Of je überhaupt wel ooit moest verkleinen
en wat de ziekenkostenverzekeraar al dan niet zou moeten vergoeden en in
werkelijkheid ook uitbetaalde. Zwijgend plaatste Poppy een rieten fruitmand met
mandarijntjes op de keukentafel bij wijze van nagerecht. Dorien, die naast
Poppy zat, pelde een mandarijntje en fluisterde nadenkend:
‘Tsjonge, cup
H. Dat zijn Dolly Partonborsten. Doet dat niet pijn tijdens het paardrijden?’
Poppy mompelde
schouderophalend:
‘Ik gebruik
speciale sportbh’s. Shockabsorbers.’
Een nicht die
in de buurt van Poppy en Dorien zat, maar die desondanks welhaast in het bezit
moest zijn van bionische oren, riep boven het gekakel van de nichtenboel uit;
‘Poppy
gebruikt shockabsorbers!’
‘Wablief?’,
vroeg de onderwijzeressennicht oprecht verbaasd.
Met bravoure
gaf Poppy antwoord en overstemde tegelijkertijd de herrie:
‘ Dat is een
bh waarmee je tieten afbindt en zo dus schokken opvangt tijdens het
paardrijden!’
‘Tut, tut,
tut’, zuchtte Dorien hoofdschuddend, terwijl Poppy zich – Oost-Indisch doof –
allang weer met huid en haar aan het grotere geheel had overgeleverd.
En zo zette
Poppy de toon voor het verdere verloop van de nichtendiners, waarbij het niet
ging om een familieband of de gezelligheid, maar om de hoogte van het desperate
housewive gehalte van de variabele gastvrouw en de houdbaarheidsillusie van
veel seks and the city zonder enig waarheidsbelang. Het nichtendiner werd een
vlucht voor de dagelijkse realiteit. Een op zichzelf staand sprookje waarin een
ieder een figuur speelde of sloeg. Dorien, bijvoorbeeld, sloeg niet alleen een
figuur als een olifant in een porseleinkast, maar speelde ook de figuur van de
olifant met een lange snuit en die blaast dan steeds het verhaaltje uit. Ze had
niet om de rol van olifant gevraagd en uit weerzin trachtte ze steeds opnieuw
om de nichtendinerconversatie zwijgend uit te zitten. Vastbesloten om zich niet
te laten provoceren door de stupide uitspraken van bloedverwanten, van wie ze
diep in haar hart toch wat meer inhoud had verwacht. Dorien had best willen
babbelen over de training van haar hond, het onderwijsbeleid op de basisschool
van haar kinderen, of zelfs over het samenstellen van een menu voor het
aanstaande nichtendiner. Tevergeefs. Het was alsof de nichten een spelletje
speelden waarbij iedere deelnemer zich zo onnozel mogelijk diende te gedragen
teneinde de olifant uit de tent te lokken. Dorien liet zich telkens weer
ringeloren. Zoals die keer dat Poppy zich opnieuw deed gelden:
‘Nadat ik
ontmaagd was, dacht ik; ‘Is dit nou alles? Maakt iedereen zich daar nou zo
sappel over? Dan ben ik kennelijk een van die vrouwen die frigide zijn.’
‘Ach’,
verzuchtte de secretaressenicht: ‘Ik was er eerst niet vies van. Niet dat ik er
pap van lustte of zo, maar ik vond het niet echt erg. Maar tegenwoordig vind ik
het verschrikkelijk. Trouwens, nou de kinderen in de pubertijd zijn en nog
steeds zonder aankondiging de slaapkamer binnenlopen, hoeft het van mij ook
niet meer zo. Je hebt gewoon geen privacy en het is allemaal best wel een
sleur.’
‘Is het met de
buurman ook een sleur?’, knipoogde een andere nicht – die al minstens vier keer
getrouwd was geweest – veelbetekenend.
De
secretaressenicht sputterde tegen met zuinige tuitlipjes
‘Doe normaal
joh, mijn buurman is vierennegentig!’
‘Ach meiden!’,
bralde nicht Dolores, kunstcritica en journaliste van beroep, terwijl ze haar
glas rode wijn hief: ‘Je moet het gewoon doen. Zin of geen zin. Gewoon gaan met
die banaan. Dat hoorde ik laatst Freek de Jonge ook nog beweren.’
‘Ja , dat heb
ik ook gehoord. Was dat niet op het boekenbal?’ Met deze retorische vraag
maakte de onderwijzeressennicht niet alleen indruk op Dolores , maar maakte ze
ook de tongen aan de eettafel los:
‘Ben jij naar
het boekenbal geweest, Dolores?’
‘Boekenbal?
Wat is dat? Zeker iets kunstzinnigs met dansende boeken of zo?’
‘Nee, een
boekenbal is een jaarlijkse bijeenkomst voor schrijvers?’
‘Dat heeft
Dolores volgens mij gewoon van de televisie, want daar is het ook.’
‘Wie heeft wat
van de televisie.’
‘Van Freek de
Jonge, ken je die niet? Dat is een cabaretier.’
‘Oh, die
zeurende opa? Die is toch ook vierennegentig?’
‘Wat moet
Freek de Jonge nou weer?’
‘Hij zegt dat
je bij elke gelegenheid gewoon moet hampetampen, ook al staat je kop er niet
naar!’
‘Ja, maar je
kop hoeft ook helemaal niet naar hampetampen te staan!’
‘Juist, alleen
het vlees hoeft maar gewillig te zijn!’
‘Zo is dat.
Zodra ik naar het strakke achterwerk van mijn accountant kijk, dan hoef ik
mezelf helemaal nergens toe te dwingen’, meesmuilde de oudste nicht; Toos
genaamd. En terwijl ze haar vingers aflikte, met een liederlijke blik in haar
vijfenvijftigjarige ogen, besloot ze:
‘Daar heb ik
mijn kop echt niet voor nodig.’
‘Is je
accountant ook vierennegentig?’, vroeg een bijdehante nicht, tot grote
hilariteit van alle andere nichten. Ook van Dorien.
Later zou deze
bijdehante nicht, die voor haar levensonderhoud vis verkoopt op de markt, haar
gezicht al vrij snel niet meer laten zien aan het nichtendiner. Tot grote spijt
van Dorien, omdat ze het type vrouw is dat de sfeer en de mensen om haar heen
zo heerlijk in het normale kan trekken door haar houding; een sporadische,
droge opmerking of een humoristische anekdote. Zo verhaalde ze een keer van een
klant die wel erg veel gratis, gesneden uitjes bij zijn ene zuinig betaalde
harinkje wenste. Hij bleef maar terug komen voor steeds meer gesneden uitjes,
totdat de bijdehante nicht hem vinnig vroeg:
‘Ben je
wortelstamp aan het maken of zo?’
‘Mijn
accountant is achtentwintig’, deelde de oudste nicht triomfantelijk over het
gelach heen mee.
‘Gatverdamme’,
kokhalsde Dorien precies in het straatje van de oudste nicht. Toos bitste dan
ook:
‘Kun jij nou
nooit eens een beetje lol in het leven hebben, Dorien!’
‘Niet alles in
het leven draait om seks, Toos’, antwoordde Dorien met ingehouden kwaadheid.
Er viel een
pijnlijke stilte van een paar seconden. Daarna pruilde de secretaressenicht:
‘Maar iedere
vrouw wil toch weleens gek doen. We zijn toch geen nonnen. En dan nog!’
‘Misschien ben
je wel frigide, net als ik Dorien’, opperde Poppy.
‘Poppy, als er
iemand niet frigide is, dan bij jij het wel’, zuchtte Dorien.
‘Sante’. Dat
was de bijdehante nicht.
‘Viswijf!’,
knipoogde Toos, maar aan haar houding kon je zien dat ze geen grapje maakte.
‘Gefrustreerd
oud wijf’, antwoordde Dorien in plaats van de bijdehante nicht. Ze lachte er
liefjes bij.
‘Ik ben niet
gefrustreerd’, mokte Toos.
‘Wel oud’,
grimaste Dolores.
‘Hoor wie het
zegt’.
De bijdehante
nicht knikte Toos welwillend toe:
‘Goed visweer
vandaag!’
Met het
verstrijken der jaren werd het nichtendiner er zeker niet gezelliger op. Alleen
al omdat de hoeveelheid dames die het nichtendiner frequenteerden geleidelijk
halveerde. Sommige nichten haakten af op het moment dat ze hun levensstijl niet
langer konden verbergen achter een bemiddelde zus met wie ze het nichtendiner
in de toekomst zouden gaan organiseren of met wie ze als samengewerkt hadden.
Andere nichten raakten geintimideerd door de bloeiende carrières, bemiddelde
eega’s, en/of de riante nederzettingen van een handjevol, brallerige nichten.
Maar Dorien liet zich niet zo makkelijk uit het veld slaan toen het haar beurt
was om het nichtendiner te organiseren. Ze wilde zich niet verstoppen. Ook niet
achter de succesvolle zus die ze niet bezat. En zelfs niet achter de quasi
extravagante Dolores die haar kunstzinnige neus in de lucht stak, terwijl ze
haar entree maakte in het huis van Dorien. Ze snuffelde aan de atmosfeer en die
was duidelijk niet wat ze verwacht had;
‘Er zit hier
wel een schattig, klein benzinestationnetje om de hoek’, snoof ze
vergevingsgezind .
‘Het is hier
wel echt helemaal jij’, wist de onderwijzeressennicht, terwijl ze onwennig om
zich heen keek in de huiskamer.
‘Supervintage’,
zei Poppy.
‘Retro`,
bedoel je toch zeker´, grinnikte Dorien onaangedaan.
´Gewoon heel
Dorienerig´, besloot de bijdehante nicht, die – na een pauze van vijf jaren -
voor de verandering en misschien wel voor Dorien, weer eens op was komen dagen.
In tegenstelling tot nicht Geraldine die ieder jaar consequent overkomt uit
Mexico. Voor haar een akkefietje, want Geraldine is reisleidster en erg
praktisch ingesteld:
´Ik mag hopen
dat je een werkster hebt met al die snuisterijen´, merkte ze dan ook op.
In
Zuid-Amerikaanse landen wordt Geraldine op handen gedragen, omdat ze lang,
slank, en hoogblond is. In de ogen van de inheemse bevolking is ze ook nog eens
steenrijk. In Nederland kan Geraldine haar schoonheid en rijkdom makkelijk
dragen! Misschien dat ze daarom - jaren geleden alweer - in Mexico is blijven
hangen aan een oudere, gescheiden, inheemse vader en zijn dochter. Die dochter
is inmiddels volwassen en zorgt tegenwoordig in Mexico voor; haar hertrouwde
vader en zijn twee peuters, oftewel haar nieuwe halfbroertjes- en bloedjes en
het huishouden van haar Nederlandse stiefmoeder. Uiteraard tegen kost en
inwoning. Op die manier kan Geraldine tenminste blijven reizen en reisleiden.
‘Niet iedereen
heeft een gratis hulp in de huishouding tot haar beschikking, Geraldine’,
antwoordde Dorien.
Dolores vulde
haar aan:
‘Of een gratis
oppas voor de kinderen. Ik zou willen dat ik dat had!’
Geraldine
wuifde zichzelf koelte toe met een linnen tafelservet;
‘Ik leid een
bescheiden leven hoor. Al die westerse overbodige luxe van jullie heb ik al
lang geleden achter me gelaten. Mijn stiefdochter slaapt bijvoorbeeld gewoon op
een matras op de grond. Daar doen die Mexicaantjes niet zo moeilijk over hoor.’
‘Slapen je
twee zoontjes ook op de grond?’, vroeg de bijdehante nicht fijntjes.
Geraldine
probeerde haar te ontwijken:
‘Natuurlijk
niet, maar dat wat ik vandaag aan kleding draag, dat heb ik wel tweedehands
gekocht.’
‘Ach, kijk
eens aan, vintage’, spotte Dorien.
‘Ze moet wel’,
legde de onderwijzeressennicht welwillend uit: ‘Het temperatuurverschil tussen
Mexico en Nederland is natuurlijk gigantisch groot. Dat scheelt een trui en een
jas!’
‘Ja, maar ze
kan toch ook gewoon naar een reguliere kledingzaak gaan?’, opperde Toos, de
oudste – oversekste – nicht oprecht van haar stuk gebracht.
‘Vintage is
extravaganter; merkte Poppy op.
‘Nee,
Geraldine hecht geen waarde meer aan westerse luxe, dat zegt ze net!’, zei
Dorien.
Geraldine hief
haar schoudertas in de lucht:
‘Ook
tweedehands, een Christiaan Dior en echt leer.’
‘Ik ruik het!‘
De bijdehante
tante kneep haar neusgaten dicht, terwijl Geraldine in haar tas rommelde en
nonchalant een stapeltje foto’s op de eettafel neerlegde. Vervolgens gaf ze een
paar nichten die bij haar in de buurt zaten een paar kiekjes in handen alsof ze
een spel kaarten uitdeelde. Het waren foto’s van haar pasgebouwde gigaoptrekje
op een immens uitgestrekt Mexicaans landgoed.
‘Ja, op die
manier zou ik ook geen waarde hechten aan westerse luxe’, schamperde de
bijdehante nicht. Ook de onderwijzeressennicht probeerde leuk te zijn:
‘We komen
allemaal tegelijk bij je logeren hoor, plaats genoeg.
Haar quasi
komische suggestie ontketende een stroom van enthousiaste reacties. Vanaf
vandaag zou door het overgrote deel van de nichten elke extra cent opzij gelegd
worden, om over pak weg een jaar gezamenlijk voor twee weken naar Mexico te
vertrekken.
‘Ik vind het
best. Kom maar langs’, schokschouderde Geraldine, die zichtbaar niet overliep
van enthousiasme.
Dorien begon
snel de vuile vaat van de eettafel te verzamelen in de hoop de aandacht af te
leiden.
‘Kan ik een
sigaretje bij je in de keuken komen stomen?’, vroeg de bijdehante nicht.
‘Moet je geen
plannen maken voor de reis naar Mexico?’, knipoogde Dorien, terwijl ze een
stapel borden in de handen duwde van de bijdehante nicht, die haar
hoofdschuddend naar de keuken volgde:.
‘Dat moet jij
zeggen, globetrotter ‘.
‘Spaar je geen
airmiles?’
‘Ja, voor
korting op de Efteling .’
De bijdehante
nicht opende het keukenraam en blies rookslierten in een inktblauwe
novembernacht.
‘Je mag hier
ook gewoon roken’, zei Dorien, terwijl ze de vaatwasser inruimde.
‘Blijf met je
nicotinekop uit het raam hangen, anders kom ik niet binnen’, riep Poppy. Ze
sloot de keukendeur achter zich.
‘Mens, Poppy,
doe niet zo bekrompen. Dit is toevallig wel mijn keuken. Er kan hier gewoon
gerookt worden.’
‘Dorien, ik
ben getrouwd met een arts en ik had er zelf een kunnen zijn. Ik weet wat roken
kan aanrichten.’
‘Meiden, geen
ruzie maken. Ik blaas wel in de open lucht en als ik mezelf wil vernietigen dan
mag ik dat nog altijd wel zelf weten, toch Poppy!?’
‘Je doet je
best maar, zolang je maar braaf ziekenkostenpremies afstaat’, antwoordde Poppy,
terwijl ze een glas wijn voor zichzelf inschonk.
De bijdehante
nicht kneep haar ogen tot spleetjes, terwijl ze flink inhaleerde. Ze stak haar
hoofd uit het openstaande raam in het zwarte gat om haar rook netjes uit te
blazen in de open lucht. Nadat haar nicotinekop weer binnenboord was , vroeg ze
aan Poppy;
‘Kun jij de
reis naar Mexico ook niet betalen?’
‘Ik heb een
paard, vier kinderen en een man, wat denk je zelf?’
‘Is het waar
dat je in je wittebroodsweken veertien dagen lang alleen maar tegen Eric-Jan
gehinnikt hebt, omdat hij je nog steeds geen eigen paard gegeven had?’
‘Wie zegt
dat’, vroeg Dorien.
´Iedereen´.
De bijdehante
tante blies per ongeluk een wolk nicotine de keuken in. Poppy hing tegen het
aanrecht aan met een glas rode wijn in haar rechterhand. Met haar linkerhand
wimpelde ze de rook weg:
‘Nog voor de
bruiloft had hij me een paard beloofd en belofte maakt schuld!’
‘Je moest eens
weten wat mij allemaal beloofd is door allerlei mannen in de loop van mijn
leven’, spotte de bijdehante nicht.
‘Had je maar
medicijnen moeten gaan studeren. Had je tenminste in de goede vijver kunnen
vissen’, knipoogde Dorien. Ze sloot de overvolle vaatwasser.
‘Eric-Jan is
mijn type niet.’
‘Mijn type ook
niet’, wist Poppy droog.
‘Kom op Poppy,
je bent hier onder ons. Je mag best toegeven dat je hem aardig vindt.’
De bijdehante
nicht sloot zich bij Dorien aan:
‘ Ja zeker,
Poppy, je grote jeugdliefde – de automonteur – is een gepasseerd station.
Eric-Jan is tenslotte je man en hij verdient toch best leuk als huisarts, of is
dat ook weer een fabeltje!?’
Poppy rolde
het pootje van haar wijnglas tussen duim en wijsvinger;
‘De vraag is
allang niet meer of ik Erik-Jan aardig vind.’
‘Jawel, dat is
wel de vraag. Ik stel hem net’, zei de bijdehante nicht ongeduldig.
‘Ze moet hem
wel aardig vinden’, wist Dorien. ‘Eric-Jan is helemaal geen interessant type en
zoveel verdient hij nou ook weer niet volgens mij, dus moet hij wel een lieverd
zijn.’
De bijdehante
nicht knikte Dorien vriendelijk toe:
‘Net zoiets
als jouw man?’
‘Mijn man is
een babemagneet, maar hij blijft bij mij, want hij wordt zelf ook een dagje
ouder. Vraag maar aan je vriend.’
‘Welke vriend?
O, je bedoelt m’n ex-vriend. ‘
Met ingehouden
kwaadheid nipte Poppy aan haar wijnglas. Ze kon zich niet vinden in de lollige
stemming van haar twee nichten. Haar ogen spoten vuur:
‘Weten jullie
wel hoeveel piepjonge babes – nog jonger dan onze oudste dochter - om Eric-Jan
heen lopen te kwijlen? Hij is de hoofdfiguur uit een doktersroman. Hij is de
grootste babemagneet van het dorp. Macht erotiseert. Nou ze mogen hem hebben!’
Tegelijk met
de laatste sneer slikte Poppy haar tranen hoorbaar in. Na een pijnlijke stilte
vroeg de bijdehante nicht voorzichtig, maar toch nog een beetje plagerig:
‘Ken je dat
liedje van Jenny Arean?’
Met licht
schokkende borsten staarde Poppy snuivend en woordenloos in haar wijnglas.
Dorien vulde
de bijdehante nicht aan:
‘ Uit de
musical ‘Heerlijk duurt het langst’ van Annie M.G Schmidt’
Vervolgens
zong Dorien tamelijk vals en paar zinnen uit de tekst van het liedje:
‘Het is over.
Ze mag hem hebben!’
Poppy
glimlachte door haar tranen heen en vulde Dorien aan:
‘Z’n bril, z’n
sokken en zijn seks.’
‘Z’n
whiskey-erotiek’, declameerde de bijdehante nicht, terwijl ze haar peuk
uitdrukte in een asbak op de vensterbank. En Dorien vervolgde:
‘Het valt niet
mee hoor mooie poes,
Je hebt er
tact voor nodig meid.
Nou leef je in
een roze roes,
Maar dat gaat
over met de tijd.’
De bijdehante
nicht zocht het toilet:
‘Ik ga even
naar m’n eigen gezeik luisteren’, zei ze. Tijdens haar uittocht sloeg ze even
een arm om de afhangende schouders van Poppy en drukte licht. Poppy keek op en
meesmuilde waterig, terwijl Dorien stug verder kweelde:
‘Nou moet je
tonen wat je kan,
Dat wordt een
hele zware test,
Het is niet
eenvoudig met die man,
Ik hoop maar
dat je het verpest,
Wat zeg ik
nou. Wil ik hem terug,
Voor geen
miljoen.’
In een teug
leegde Poppy haar wijnglas waarna ze Dorien recht in de ogen keek. De blik was
zo oprecht dat vanaf dat moment het lachwekkende beeld van een wanhopige
huisvrouw Poppy met veel seks in the city voor Dorien nooit meer verdraagzaam
zou en kon zijn. Maar Poppy plantte haar lege glas op het aanrecht, haalde haar
neus op , veegde met een stukje keukenpapier – op goed geluk - de uitgelopen
mascara van haar gezicht en besloot zachtjes en timide:
‘Nou geef ik
net als in mijn jeugd m’n speelgoed aan een ander kind.’
Na deze
uitspraak diepte Poppy haar telefoon uit haar broekzak en keerde terug naar de
nichtendinertafel in de woonkamer, terwijl ze zichzelf brallerig aankondigde
met de woorden:
‘He, meiden,
m’n tennisleraar heeft me weer met een vluggertje opgezadeld!’
Dorien zoekt
haar leesbril om op de uitnodiging voor het nichtendiner te kunnen achterhalen
op welke locatie het nichtendiner dit jaar plaatsvindt.
‘Ach, kijk de
cirkel is rond’, denkt Dorien als ze leest dat Poppy dit jaar de organisatie
van het nichtendiner ter hand neemt.
Poppy is nog
niet gescheiden. Ze woont nog op hetzelfde adres, in hetzelfde dorp waar haar
man nog steeds de plaatstelijk babemagneet is , samen met haar paard, vier
kinderen en Erik-Jan de huisarts. Poppy belooft dit jaar een acht gangen menu.
Dus geen eenpansgerecht Çhili con carne meer. De uitkomst van de optelsom van
een nieuwe outfit en een make-over bij de schoonheidssalon doet Dorien
duizelen. Ze heeft weliswaar geen oude Ford Sierra meer, maar haar auto is nog
steeds zichtbaar tweede-hands Ze heeft andere prioriteiten. Het nichtendiner
moest ze dit jaar maar weer eens overslaan.
Reacties
Een reactie posten