Het Nichtendiner

Het nichtendiner 

Een nichtendiner is niet leuk! Ja, misschien wel een diner tussen homo ‘s -en/of lesbiennes, maar niet tussen vrouwelijke bloedverwanten. Althans Dorien vindt van niet. Omdat ze uit een katholiek geslacht komt, heeft ze een hele rij nichten – veertien om precies te zijn -, waar misschien verder helemaal niets mis mee is, behalve dan dat Dorien bedroevend weinig met ze gemeen heeft. Op die bloedverwantschap na dan. Sommige van die nichten kan ze wel verdragen en anderen kan ze niet luchten of zien. Vorig jaar had ze het nichtendiner overgeslagen. En het jaar daarvoor. Misschien moest ze dit jaar maar weer eens gaan?!

Elf jaar lang was Dorien wel braaf present op het jaarlijkse nichtendiner. Soms bij een van de nichten thuis in een of ander of pittoresk , overgeromantiseerd geboortedorp in de buurt van Eindhoven. Soms in een veel te duur restaurant – op eigen risico – in de grote stad; Eindhoven zelf . Elf opeenvolgende jaren lang was Dorien present met een fris geverfd rood koppie, zoals dat een rechtgeaarde, veertigplusser betaamt. Daarbij schafte ze zich elf keer - voor elk nichtendiner - spiksplinternieuwe divagewaden aan. Sierkleding die ver boven haar stand geprijsd was en daarom met haar creditkaart bekostigt moest worden. Terwijl de peperdure creaties zich – door draagongemak en stijl - voor niets anders leenden dan een openbare zitgelegenheid. Na de eerste keer zou ze zich nooit meer in dezelfde pronkstukken vertonen. Ook niet naar het nichtendiner van het jaar daarop, want Dorien wilde niet fantasieloos en/of armlastig lijken.

Wie of wat Dorien dan wel wilde lijken tijdens de nichtendiners was niet helemaal duidelijk, want het bleef het een onwennige gewaarwording om te moeten tafelen met vrouwen van respectabele leeftijd die een parodie van hun eigen beeld zijn. Het merendeel van de nichten gedroeg zich tijdens de diners alsof hun levensloop identiek is aan de verhaallijnen van ‘Desperate Housewives’ of ‘Seks and the City’. Televisieseries die Dorien nooit vrijwillig volgt en die ze vanwege de wulpse actrices ook maar moeilijk kan verdragen. Niet omdat ze zo preuts is, maar wel vanwege haar realiteitszin, waardoor ze de spelregels van de zogenaamde ‘hot glamourgirls’ , die eigenlijk gewoon haar nichten waren tijdens het jaarlijkse diner, nauwelijks kon bevatten . En een spelbreekster wilde ze ook niet zijn.

Dorien deed haar best . Zo was er zelfs een jaargang geweest waarbij de eer van het organiseren van het nichtendiner aan Dorien toekwam. En dan liever niet in een restaurant. Een restaurant was een metafoor voor ‘Dutch treat’ . En met ‘Dutch treat’ verried de gastvrouw haar krenterigheid. Bovendien was het gekozen restaurant al snel veel te duur of juist niet sjiek genoeg. En of dat allemaal nog niet etiquetterig genoeg was, waren de dames in de loop van de jaren bij de verschillende nichten thuis onthaald als ware glamourgirls. De nichten hadden elkaar lekker op zitten voeren met allerlei exotische traktaties bestaande uit viergangenmenu’s in de trant van; ‘geitenkaassalade met druiven’, ‘oesterzwammen met soja-sesamdip’ of ‘tori teriyaki ‘ afgemaakt met ‘verse vijgen met stilton’ of ‘een laagjesdessert met lange vingers’ en een vleugje behaagzucht. Of een vleugje ‘pocherigheid’. In ieder geval met een vleugje karakter. Een karakter dat , tijdens het nuttigen van al die lekkernijen, zowel kon ontroeren als prikkelen. Zo werd Dorien uitgedaagd om ook karakteristiek te zijn bij de bereiding van haar nichtendiner. Ze beperkte zich tot champignonsoep uit een zak, preischotel met gesmolten kaas uit de oven en kant en klare citroenkwarktaart uit de diepvries. De nichten herademden. Alleen de soep was wat zout geweest.

‘Dan moet je niet bij mij, maar bij Unox wezen’, gniffelde Dorien.

Dat was het stille protest van Dorien tegen de vergezochte waterzooi met parelhoen als symbool voor de uitdaging van de nichtendiners. Daarbij was het consumeren van die waterzooi nog niet het ergste. Maar wel de opsomming van het hele productieproces die je – als genodigde aan het nichtendiner – respectvol en ernstig, zwijgend diende uit te zitten. Van de aanschaf van het parelhoen, tot de theelepels koenjit en het winnen van de kokosmelk aan toe. Alsof er een mis in plaats van wat eten werd opgediend; Alsof niemand anders in staat was om de aanwijzingen uit een recept te volgen;Alsof niemand anders elke dag een maaltijd in elkaar flanst; Alsof de hele wereld gaat voor kokosmelk of koenjit en ook iedereen deze producten kent; Alsof koken nooit op compromissen sluiten uitdraait; Of je haalt een kant en klaarmenu bij de supermarkt. Geen wonder dat sommige van die supernichtengerechten Dorien zo bekend voorkwamen.

Terwijl de hele poespas veertien jaar geleden zo eenvoudig was begonnen met een uitnodiging van haar jongste nicht Poppy. Tijdens het allereerste etentje in de gigantische woonkeuken van haar vrijstaande villa verdedigde Poppy haar motieven. Trouwens niet nadat ze een gezinspan dampende Chili con carne op een rieten onderzetter middenop de grote keukentafel had geplaatst. Voor het gemak was de rijst er vast doorheen geroerd. Poppy keek erbij alsof zij de enige van het nichtengezelschap was die mocht bepalen dat haute cuisine ook rustig een eenpansgerecht Chili con carne kon zijn. Nou is Poppy niet het heerszuchtige type, maar wel het soort vrouw dat zichzelf in de stand van oppernicht verheft. Niet zozeer omdat Poppy volhardt in een traditioneel , katholiek leven als de huisvrouw- de laatste der Mohikanen - van een praktiserende, Brabantse huisarts, maar voornamelijk omdat Poppy het nichtendiner heeft bedacht!. Dat Poppy zelf ook een gediplomeerd arts is, doet niet ter zake, want Poppy praktiseert niet. Poppy zorgt voor vier kinderen en de rest van haar tijd besteedt ze aan paardrijden. Hoewel ze tijdens het diner wel constant met een tennisleraar smste. De dubbelzinnige berichtjes die hij terugstuurde las ze tijdens het eten geamuseerd voor . Ondertussen kampte Dorien met plaatsvervangende schaamte. Ook tijdens het weerzien met de overige dertien in een dozijn nichten die argwanend naar de verklaring van Poppy voor het organiseren van het allereerste nichtendiner luisterden:

Ik stond op het schoolplein van mijn kinderen, toen een groepje ouders mij aansprak. Men wilde weten waarom ik nooit actief deelnam aan de dorpsactiviteiten. Ik schijn in dit dorp als asociale doktersvrouw bekend te staan. Zo is het idee van het nichtendiner gegroeid.’

De sfeer in de landelijke keuken lichtte op. De uitleg van Poppy leek voor het overgrote deel van de nichten een vrijbriefje om zich gestreeld te voelen. Het was kennelijk niet niks om op uitnodiging te mogen komen tafelen bij een gewichtige nicht. Alleen Dorien leek niet onder de indruk. Ze vroeg:

‘Waarom zou je in vredesnaam een nichtendiner organiseren om voor dorpsgenoten te bewijzen dat je geen asociale doktersvrouw bent?’

Poppy zweeg betrapt, maar een andere nicht schoot haar te hulp:

‘Jij snapt ook niks Dorien.’

Een stuk of vijf nichten snoven bevestigend, terwijl de rest heimelijk gniffelde om Dorien die bekend stond als een olifant in een porseleinkast.

‘Wat snap ik niet?’, wilde Dorien geergerd weten. Het idee, dat ze - onder het genot van Chili con carne – zat te tafelen met veertien nichten die net zo goed vreemden hadden kunnen zijn, alleen maar om de dorpsgenoten van een omhooggevallen nicht te ontstemmen, irriteerde haar.

‘Je snapt niet dat iedereen in het dorp natuurlijk weet dat Poppy een nichtendiner geeft. Niemand uit het dorp is uitgenodigd, maar toch is Poppy kennelijk niet zo asociaal als men hier in het dorp denkt’, lichtte een nicht, een onderwijzeres, gewillig toe.

‘Want iedereen in het dorp weet nu dat Poppy een nichtendiner geeft’, resumeerde Dorien quasi begrijpend.

‘Net zoals iedereen in het dorp nu ook weet dat Poppy een nicht heeft die rondrijdt in een aftandse Ford Sierra van tweeëntwintig jaar oud’, grapte weer een andere nicht, die, voor zover Dorien wist, haar werkdagen als secretaresse bij een stoffig advocatenkantoor slijt.

‘Wat heeft mijn Ford Sierra er nou weer mee te maken?’Opstandig om zich heen kijkend zocht Dorien naar steunbetuigingen. In plaats daarvan steeg een lachsalvo van de nichtendinertafel op. Demonstratief schoof Dorien de pan met Chili con carne naar zich toe en nam de scheplepel in haar rechterhand :

‘Kan ik beginnen?’

‘Ja, meiden, tast toe’, zei Poppy; ‘Wie wil er water en wie wil er wijn?’

‘En wie doet er een beetje water bij de wijn?’ De nicht, die ook onderwijzeres is, knikte Dorien vriendelijk toe.

Dorien glimlachte zuur, zuchtte en voelde zich wat rustiger worden. Maar daarom nog niet minder ontheemd. De milde, welwillende natuur van het neutrale type – zoals de onderwijzeres – is misschien wel onmisbaar voor het vredige verloop van familiebijeenkomsten, maar haar inbreng is verder van nul en generlei waarde. Het nichtendiner was en is namelijk helemaal geen kwestie van gastvrijheid. En al helemaal niet van onpartijdigheid. Het nichtendiner is en blijft een zaak van betrappen of betrapt worden en pakken of gepakt worden. Zo werd Dorien veroordeeld voor afwijkend gedrag. Ze had het gewaagd om haar onooglijke oldtimer in een hypersjiek dorp te parkeren. Dat had ze niet moeten doen. Ze had desnoods een moderne auto kunnen huren! Of in elk geval de opzichtige, fluoriserende annex glow in the dark tape, die ze had gebruikt om haar bumpers stukje bij beetje bij elkaar te houden, kunnen verwijderen . Of ze had de versplinterde en getapete bumpers ter ere van het nichtendiner kunnen vervangen door nieuwe. Kortom, mogelijkheden te over om indruk te maken. Maar nee. Op deze manier deed Dorien toch helemaal niet haar best om een beetje op een desperate housewive met veel seks in the city te lijken. Het was net alsof Dorien niet bij de rest van de nichten wilde horen. Zou Dorien zich misschien te goed voelen? Zo ja, dan was dat natuurlijk vragen om gepakt te worden. Het was vragen om negatieve aandacht.

Teruggekeerd in het normale, dagelijkse leven, vroeg Dorien zich herhaaldelijk hardop af waarom zij altijd het mikpunt van groepsfrustraties moest zijn? Waarom het haar nooit lukte om niet op te vallen? Waarom zij – een eenvoudig vrouwtje zonder status - altijd het middelpunt van de belangstelling moest zijn? Op een doordeweekse dag gaf een jeugdvriendin voor de vuist weg het enige juiste antwoord:

‘Jij conformeert je niet aan de massa. Die aanleg heb je niet. Je hebt ook nooit geleerd om je aan te passen, want je begrijpt er niks van. Je bent een nerd! Zo was het vroeger toen we een groepje tieners vormden; precies zo werkt het bij onze kinderen in de klas en zo gedragen wij ons als volwassenen ook nog steeds in groepsverband. Mensen veranderen echt niet. Ben blij dat je nu leeft, want in de middeleeuwen zou je voor een heks zijn uitgemaakt. Je zou met een steen om je nek in de Dommel zijn gegooid om te kijken of je bleef drijven. Zo ja, dan was je dus echt een heks. Zo nee, jammer dan!’

Terwijl een vrouw als Poppy zich juist perfect conformeert aan de massa en tegelijkertijd alles op alles zet om toch vooral de aandacht op haar persoontje te vestigen. Waarschijnlijk was dat het verschil met Dorien. Het verschil tussen aandacht vragen en opvallen. Dorien herinnert zich Poppy uit haar jeugdjaren als een beschermd opgevoed, intelligent, dorps muurbloempje met pretenties. In de vorige eeuw droeg de puber Poppy de duurste merkkleding uit de jaren tachtig. Instappers van Sachashoes, plooirokjes van de Bijenkorf, lamswollen spencers en kanten kraagjes met sierspelden van de Society Shop. Nog maar amper een groentje aan de universiteit of Poppy werd lid van een studentenvereniging, wat helemaal tegen de principes van Dorien indruisde. Toch hadden Poppy en Dorien lange tijd een band, omdat zij de enige twee nichten waren die een universitaire studie volgden. Hoewel Poppy aan de vooraanstaande universiteit van Leiden medicijnen studeerde, terwijl Dorien aan de katholieke universiteit van Tilburg een beetje leek aan te rommelen in de sociologie. Lang na hun beider afstuderen sprak Poppy haar bewondering uit voor wat zij ‘de rebelse studierichting van Dorien’ noemde. Voor Dorien het moment om te bekennen dat een studie in de medicijnen haar altijd Godsonmogelijk had geleken. Verbaasd trok Poppy haar wenkbrauwen op. Op haar dooie akkertje! Sterker nog met twee vingers in haar neus had Poppy haar studie afgerond. Dorien geloofde haar op haar woord, maar die studentenvereniging bleef knagen.

‘Maar waarom een studentenvereniging. Dat is toch hartstikke pathetisch’, vroeg Dorien eens tijdens een van de nichtendiners.

‘Nee, Dorien, een sociologiestudente gaat niet in een vereniging zitten, maar ik moest wel. Ik moest netwerken Achteraf misschien een beetje kortzichtig, want je vist toch allemaal in dezelfde vijver.’

Alle nichten veerden nieuwsgierig op. Met uitzondering van Dorien die eerst nadere uitleg wilde:

‘Je bedoelt dat er maar een beperkte hoeveelheid banen te vergeven was in verhouding tot het aantal studenten in de medicijnen?’

‘Nee’, schamperde Poppy; ‘Ik praat over het mannenaanbod. Ik kon me niet met mijn toenmalige vriendje op de campus vertonen. Hij was automonteur. Ik heb hem moeten laten schieten. Zo werkt dat nu eenmaal als je medicijnen studeert. Dan behoor je allemaal in dezelfde, kleine medicijnenstudievijver van aanstaande artsen en echtgenoten te vissen.’

‘Nonsens!’, riep Dorien verontwaardigd tegen dovemansoren; ‘Dat bepaal je toch helemaal zelf!’

Poppy deed alsof Dorien niet meer bestond en gaf zich helemaal over aan haar rol van desperate housewive met veel seks in the city. Dit nepimago heeft Poppy nooit meer van zich af kunnen schudden. Want naast de smsjes van de tennisleraar, die aan de lopende band ‘vluggertjes’ naar Poppy stuurde samen met de groeten aan de meiden, waarmee hij op de borsten van Poppy – en niet op de genodigden aan het diner – doelde, raakte Poppy maar niet uitgepraat over alle hunks die ze voor haar hork van een echtgenoot had moeten inruilen. Dorien kon het niet nalaten en vroeg:

‘En waarom zou Eric-Jan jou dan uit de vijver gevist hebben, denk je?’

‘Vanwege mijn enorme memmen’, antwoordde Poppy meteen.

‘Oh, Poppy dat meen je niet’, piepte een nicht nadat ze bijna in een familielachstuip gebleven was.

Poppy rees op uit haar stoel aan het hoofd van de keukentafel en keek met grote blauwe poppenogen om zich heen. Met haar handen volgde ze de contouren van haar borsten. Dorien vermoedde dat Poppy echt wel snapte dat ze uitgelachen werd. Misschien was Poppy niet anders of beter gewend?

‘Nee, serieus meiden, ik heb echt enorme vriendinnen. Mijn moeder zei vroeger al; ‘Nou, nou, Poppy, als het nog erger wordt dan gaan we er wat aan doen’. Op mijn vijftiende had ik al cup D. Ik ben geëindigd bij cup H.´

´Willen wij dit eigenlijk allemaal wel weten, dames ?’

Dit vroeg Dorien tevergeefs, want nadat Poppy was uitgepraat begonnen bijna alle nichten meteen door elkaar heen te kleppen over het wel en wee van borsten in het algemeen en die van henzelf in het bijzonder. Over de vorm en grootte en de veranderingen door de jaren heen en na de komst van het eerste kind. Om dan maar te zwijgen van het tweede of het derde. Over of de plastisch chirurg je moest vergroten of juist verkleinen. Of je überhaupt wel ooit moest verkleinen en wat de ziekenkostenverzekeraar al dan niet zou moeten vergoeden en in werkelijkheid ook uitbetaalde. Zwijgend plaatste Poppy een rieten fruitmand met mandarijntjes op de keukentafel bij wijze van nagerecht. Dorien, die naast Poppy zat, pelde een mandarijntje en fluisterde nadenkend:

‘Tsjonge, cup H. Dat zijn Dolly Partonborsten. Doet dat niet pijn tijdens het paardrijden?’

Poppy mompelde schouderophalend:

‘Ik gebruik speciale sportbh’s. Shockabsorbers.’

Een nicht die in de buurt van Poppy en Dorien zat, maar die desondanks welhaast in het bezit moest zijn van bionische oren, riep boven het gekakel van de nichtenboel uit;

‘Poppy gebruikt shockabsorbers!’

‘Wablief?’, vroeg de onderwijzeressennicht oprecht verbaasd.

Met bravoure gaf Poppy antwoord en overstemde tegelijkertijd de herrie:

‘ Dat is een bh waarmee je tieten afbindt en zo dus schokken opvangt tijdens het paardrijden!’

‘Tut, tut, tut’, zuchtte Dorien hoofdschuddend, terwijl Poppy zich – Oost-Indisch doof – allang weer met huid en haar aan het grotere geheel had overgeleverd.

En zo zette Poppy de toon voor het verdere verloop van de nichtendiners, waarbij het niet ging om een familieband of de gezelligheid, maar om de hoogte van het desperate housewive gehalte van de variabele gastvrouw en de houdbaarheidsillusie van veel seks and the city zonder enig waarheidsbelang. Het nichtendiner werd een vlucht voor de dagelijkse realiteit. Een op zichzelf staand sprookje waarin een ieder een figuur speelde of sloeg. Dorien, bijvoorbeeld, sloeg niet alleen een figuur als een olifant in een porseleinkast, maar speelde ook de figuur van de olifant met een lange snuit en die blaast dan steeds het verhaaltje uit. Ze had niet om de rol van olifant gevraagd en uit weerzin trachtte ze steeds opnieuw om de nichtendinerconversatie zwijgend uit te zitten. Vastbesloten om zich niet te laten provoceren door de stupide uitspraken van bloedverwanten, van wie ze diep in haar hart toch wat meer inhoud had verwacht. Dorien had best willen babbelen over de training van haar hond, het onderwijsbeleid op de basisschool van haar kinderen, of zelfs over het samenstellen van een menu voor het aanstaande nichtendiner. Tevergeefs. Het was alsof de nichten een spelletje speelden waarbij iedere deelnemer zich zo onnozel mogelijk diende te gedragen teneinde de olifant uit de tent te lokken. Dorien liet zich telkens weer ringeloren. Zoals die keer dat Poppy zich opnieuw deed gelden:

‘Nadat ik ontmaagd was, dacht ik; ‘Is dit nou alles? Maakt iedereen zich daar nou zo sappel over? Dan ben ik kennelijk een van die vrouwen die frigide zijn.’

‘Ach’, verzuchtte de secretaressenicht: ‘Ik was er eerst niet vies van. Niet dat ik er pap van lustte of zo, maar ik vond het niet echt erg. Maar tegenwoordig vind ik het verschrikkelijk. Trouwens, nou de kinderen in de pubertijd zijn en nog steeds zonder aankondiging de slaapkamer binnenlopen, hoeft het van mij ook niet meer zo. Je hebt gewoon geen privacy en het is allemaal best wel een sleur.’

‘Is het met de buurman ook een sleur?’, knipoogde een andere nicht – die al minstens vier keer getrouwd was geweest – veelbetekenend.

De secretaressenicht sputterde tegen met zuinige tuitlipjes

‘Doe normaal joh, mijn buurman is vierennegentig!’

‘Ach meiden!’, bralde nicht Dolores, kunstcritica en journaliste van beroep, terwijl ze haar glas rode wijn hief: ‘Je moet het gewoon doen. Zin of geen zin. Gewoon gaan met die banaan. Dat hoorde ik laatst Freek de Jonge ook nog beweren.’

‘Ja , dat heb ik ook gehoord. Was dat niet op het boekenbal?’ Met deze retorische vraag maakte de onderwijzeressennicht niet alleen indruk op Dolores , maar maakte ze ook de tongen aan de eettafel los:

‘Ben jij naar het boekenbal geweest, Dolores?’

‘Boekenbal? Wat is dat? Zeker iets kunstzinnigs met dansende boeken of zo?’

‘Nee, een boekenbal is een jaarlijkse bijeenkomst voor schrijvers?’

‘Dat heeft Dolores volgens mij gewoon van de televisie, want daar is het ook.’

‘Wie heeft wat van de televisie.’

‘Van Freek de Jonge, ken je die niet? Dat is een cabaretier.’

‘Oh, die zeurende opa? Die is toch ook vierennegentig?’

‘Wat moet Freek de Jonge nou weer?’

‘Hij zegt dat je bij elke gelegenheid gewoon moet hampetampen, ook al staat je kop er niet naar!’

‘Ja, maar je kop hoeft ook helemaal niet naar hampetampen te staan!’

‘Juist, alleen het vlees hoeft maar gewillig te zijn!’

‘Zo is dat. Zodra ik naar het strakke achterwerk van mijn accountant kijk, dan hoef ik mezelf helemaal nergens toe te dwingen’, meesmuilde de oudste nicht; Toos genaamd. En terwijl ze haar vingers aflikte, met een liederlijke blik in haar vijfenvijftigjarige ogen, besloot ze:

‘Daar heb ik mijn kop echt niet voor nodig.’

‘Is je accountant ook vierennegentig?’, vroeg een bijdehante nicht, tot grote hilariteit van alle andere nichten. Ook van Dorien.

Later zou deze bijdehante nicht, die voor haar levensonderhoud vis verkoopt op de markt, haar gezicht al vrij snel niet meer laten zien aan het nichtendiner. Tot grote spijt van Dorien, omdat ze het type vrouw is dat de sfeer en de mensen om haar heen zo heerlijk in het normale kan trekken door haar houding; een sporadische, droge opmerking of een humoristische anekdote. Zo verhaalde ze een keer van een klant die wel erg veel gratis, gesneden uitjes bij zijn ene zuinig betaalde harinkje wenste. Hij bleef maar terug komen voor steeds meer gesneden uitjes, totdat de bijdehante nicht hem vinnig vroeg:

‘Ben je wortelstamp aan het maken of zo?’

‘Mijn accountant is achtentwintig’, deelde de oudste nicht triomfantelijk over het gelach heen mee.

‘Gatverdamme’, kokhalsde Dorien precies in het straatje van de oudste nicht. Toos bitste dan ook:

‘Kun jij nou nooit eens een beetje lol in het leven hebben, Dorien!’

‘Niet alles in het leven draait om seks, Toos’, antwoordde Dorien met ingehouden kwaadheid.

Er viel een pijnlijke stilte van een paar seconden. Daarna pruilde de secretaressenicht:

‘Maar iedere vrouw wil toch weleens gek doen. We zijn toch geen nonnen. En dan nog!’

‘Misschien ben je wel frigide, net als ik Dorien’, opperde Poppy.

‘Poppy, als er iemand niet frigide is, dan bij jij het wel’, zuchtte Dorien.

‘Sante’. Dat was de bijdehante nicht.

‘Viswijf!’, knipoogde Toos, maar aan haar houding kon je zien dat ze geen grapje maakte.

‘Gefrustreerd oud wijf’, antwoordde Dorien in plaats van de bijdehante nicht. Ze lachte er liefjes bij.

‘Ik ben niet gefrustreerd’, mokte Toos.

‘Wel oud’, grimaste Dolores.

‘Hoor wie het zegt’.

De bijdehante nicht knikte Toos welwillend toe:

‘Goed visweer vandaag!’

Met het verstrijken der jaren werd het nichtendiner er zeker niet gezelliger op. Alleen al omdat de hoeveelheid dames die het nichtendiner frequenteerden geleidelijk halveerde. Sommige nichten haakten af op het moment dat ze hun levensstijl niet langer konden verbergen achter een bemiddelde zus met wie ze het nichtendiner in de toekomst zouden gaan organiseren of met wie ze als samengewerkt hadden. Andere nichten raakten geintimideerd door de bloeiende carrières, bemiddelde eega’s, en/of de riante nederzettingen van een handjevol, brallerige nichten. Maar Dorien liet zich niet zo makkelijk uit het veld slaan toen het haar beurt was om het nichtendiner te organiseren. Ze wilde zich niet verstoppen. Ook niet achter de succesvolle zus die ze niet bezat. En zelfs niet achter de quasi extravagante Dolores die haar kunstzinnige neus in de lucht stak, terwijl ze haar entree maakte in het huis van Dorien. Ze snuffelde aan de atmosfeer en die was duidelijk niet wat ze verwacht had;

‘Er zit hier wel een schattig, klein benzinestationnetje om de hoek’, snoof ze vergevingsgezind .

‘Het is hier wel echt helemaal jij’, wist de onderwijzeressennicht, terwijl ze onwennig om zich heen keek in de huiskamer.

‘Supervintage’, zei Poppy.

‘Retro`, bedoel je toch zeker´, grinnikte Dorien onaangedaan.

´Gewoon heel Dorienerig´, besloot de bijdehante nicht, die – na een pauze van vijf jaren - voor de verandering en misschien wel voor Dorien, weer eens op was komen dagen. In tegenstelling tot nicht Geraldine die ieder jaar consequent overkomt uit Mexico. Voor haar een akkefietje, want Geraldine is reisleidster en erg praktisch ingesteld:

´Ik mag hopen dat je een werkster hebt met al die snuisterijen´, merkte ze dan ook op.

In Zuid-Amerikaanse landen wordt Geraldine op handen gedragen, omdat ze lang, slank, en hoogblond is. In de ogen van de inheemse bevolking is ze ook nog eens steenrijk. In Nederland kan Geraldine haar schoonheid en rijkdom makkelijk dragen! Misschien dat ze daarom - jaren geleden alweer - in Mexico is blijven hangen aan een oudere, gescheiden, inheemse vader en zijn dochter. Die dochter is inmiddels volwassen en zorgt tegenwoordig in Mexico voor; haar hertrouwde vader en zijn twee peuters, oftewel haar nieuwe halfbroertjes- en bloedjes en het huishouden van haar Nederlandse stiefmoeder. Uiteraard tegen kost en inwoning. Op die manier kan Geraldine tenminste blijven reizen en reisleiden.

‘Niet iedereen heeft een gratis hulp in de huishouding tot haar beschikking, Geraldine’, antwoordde Dorien.

Dolores vulde haar aan:

‘Of een gratis oppas voor de kinderen. Ik zou willen dat ik dat had!’

Geraldine wuifde zichzelf koelte toe met een linnen tafelservet;

‘Ik leid een bescheiden leven hoor. Al die westerse overbodige luxe van jullie heb ik al lang geleden achter me gelaten. Mijn stiefdochter slaapt bijvoorbeeld gewoon op een matras op de grond. Daar doen die Mexicaantjes niet zo moeilijk over hoor.’

‘Slapen je twee zoontjes ook op de grond?’, vroeg de bijdehante nicht fijntjes.

Geraldine probeerde haar te ontwijken:

‘Natuurlijk niet, maar dat wat ik vandaag aan kleding draag, dat heb ik wel tweedehands gekocht.’

‘Ach, kijk eens aan, vintage’, spotte Dorien.

‘Ze moet wel’, legde de onderwijzeressennicht welwillend uit: ‘Het temperatuurverschil tussen Mexico en Nederland is natuurlijk gigantisch groot. Dat scheelt een trui en een jas!’

‘Ja, maar ze kan toch ook gewoon naar een reguliere kledingzaak gaan?’, opperde Toos, de oudste – oversekste – nicht oprecht van haar stuk gebracht.

‘Vintage is extravaganter; merkte Poppy op.

‘Nee, Geraldine hecht geen waarde meer aan westerse luxe, dat zegt ze net!’, zei Dorien.

Geraldine hief haar schoudertas in de lucht:

‘Ook tweedehands, een Christiaan Dior en echt leer.’

‘Ik ruik het!‘

De bijdehante tante kneep haar neusgaten dicht, terwijl Geraldine in haar tas rommelde en nonchalant een stapeltje foto’s op de eettafel neerlegde. Vervolgens gaf ze een paar nichten die bij haar in de buurt zaten een paar kiekjes in handen alsof ze een spel kaarten uitdeelde. Het waren foto’s van haar pasgebouwde gigaoptrekje op een immens uitgestrekt Mexicaans landgoed.

‘Ja, op die manier zou ik ook geen waarde hechten aan westerse luxe’, schamperde de bijdehante nicht. Ook de onderwijzeressennicht probeerde leuk te zijn:

‘We komen allemaal tegelijk bij je logeren hoor, plaats genoeg.

Haar quasi komische suggestie ontketende een stroom van enthousiaste reacties. Vanaf vandaag zou door het overgrote deel van de nichten elke extra cent opzij gelegd worden, om over pak weg een jaar gezamenlijk voor twee weken naar Mexico te vertrekken.

‘Ik vind het best. Kom maar langs’, schokschouderde Geraldine, die zichtbaar niet overliep van enthousiasme.

Dorien begon snel de vuile vaat van de eettafel te verzamelen in de hoop de aandacht af te leiden.

‘Kan ik een sigaretje bij je in de keuken komen stomen?’, vroeg de bijdehante nicht.

‘Moet je geen plannen maken voor de reis naar Mexico?’, knipoogde Dorien, terwijl ze een stapel borden in de handen duwde van de bijdehante nicht, die haar hoofdschuddend naar de keuken volgde:.

‘Dat moet jij zeggen, globetrotter ‘.

‘Spaar je geen airmiles?’

‘Ja, voor korting op de Efteling .’

De bijdehante nicht opende het keukenraam en blies rookslierten in een inktblauwe novembernacht.

‘Je mag hier ook gewoon roken’, zei Dorien, terwijl ze de vaatwasser inruimde.

‘Blijf met je nicotinekop uit het raam hangen, anders kom ik niet binnen’, riep Poppy. Ze sloot de keukendeur achter zich.

‘Mens, Poppy, doe niet zo bekrompen. Dit is toevallig wel mijn keuken. Er kan hier gewoon gerookt worden.’

‘Dorien, ik ben getrouwd met een arts en ik had er zelf een kunnen zijn. Ik weet wat roken kan aanrichten.’

‘Meiden, geen ruzie maken. Ik blaas wel in de open lucht en als ik mezelf wil vernietigen dan mag ik dat nog altijd wel zelf weten, toch Poppy!?’

‘Je doet je best maar, zolang je maar braaf ziekenkostenpremies afstaat’, antwoordde Poppy, terwijl ze een glas wijn voor zichzelf inschonk.

De bijdehante nicht kneep haar ogen tot spleetjes, terwijl ze flink inhaleerde. Ze stak haar hoofd uit het openstaande raam in het zwarte gat om haar rook netjes uit te blazen in de open lucht. Nadat haar nicotinekop weer binnenboord was , vroeg ze aan Poppy;

‘Kun jij de reis naar Mexico ook niet betalen?’

‘Ik heb een paard, vier kinderen en een man, wat denk je zelf?’

‘Is het waar dat je in je wittebroodsweken veertien dagen lang alleen maar tegen Eric-Jan gehinnikt hebt, omdat hij je nog steeds geen eigen paard gegeven had?’

‘Wie zegt dat’, vroeg Dorien.

´Iedereen´.

De bijdehante tante blies per ongeluk een wolk nicotine de keuken in. Poppy hing tegen het aanrecht aan met een glas rode wijn in haar rechterhand. Met haar linkerhand wimpelde ze de rook weg:

‘Nog voor de bruiloft had hij me een paard beloofd en belofte maakt schuld!’

‘Je moest eens weten wat mij allemaal beloofd is door allerlei mannen in de loop van mijn leven’, spotte de bijdehante nicht.

‘Had je maar medicijnen moeten gaan studeren. Had je tenminste in de goede vijver kunnen vissen’, knipoogde Dorien. Ze sloot de overvolle vaatwasser.

‘Eric-Jan is mijn type niet.’

‘Mijn type ook niet’, wist Poppy droog.

‘Kom op Poppy, je bent hier onder ons. Je mag best toegeven dat je hem aardig vindt.’

De bijdehante nicht sloot zich bij Dorien aan:

‘ Ja zeker, Poppy, je grote jeugdliefde – de automonteur – is een gepasseerd station. Eric-Jan is tenslotte je man en hij verdient toch best leuk als huisarts, of is dat ook weer een fabeltje!?’

Poppy rolde het pootje van haar wijnglas tussen duim en wijsvinger;

‘De vraag is allang niet meer of ik Erik-Jan aardig vind.’

‘Jawel, dat is wel de vraag. Ik stel hem net’, zei de bijdehante nicht ongeduldig.

‘Ze moet hem wel aardig vinden’, wist Dorien. ‘Eric-Jan is helemaal geen interessant type en zoveel verdient hij nou ook weer niet volgens mij, dus moet hij wel een lieverd zijn.’

De bijdehante nicht knikte Dorien vriendelijk toe:

‘Net zoiets als jouw man?’

‘Mijn man is een babemagneet, maar hij blijft bij mij, want hij wordt zelf ook een dagje ouder. Vraag maar aan je vriend.’

‘Welke vriend? O, je bedoelt m’n ex-vriend. ‘

Met ingehouden kwaadheid nipte Poppy aan haar wijnglas. Ze kon zich niet vinden in de lollige stemming van haar twee nichten. Haar ogen spoten vuur:

‘Weten jullie wel hoeveel piepjonge babes – nog jonger dan onze oudste dochter - om Eric-Jan heen lopen te kwijlen? Hij is de hoofdfiguur uit een doktersroman. Hij is de grootste babemagneet van het dorp. Macht erotiseert. Nou ze mogen hem hebben!’

Tegelijk met de laatste sneer slikte Poppy haar tranen hoorbaar in. Na een pijnlijke stilte vroeg de bijdehante nicht voorzichtig, maar toch nog een beetje plagerig:

‘Ken je dat liedje van Jenny Arean?’

Met licht schokkende borsten staarde Poppy snuivend en woordenloos in haar wijnglas.

Dorien vulde de bijdehante nicht aan:

‘ Uit de musical ‘Heerlijk duurt het langst’ van Annie M.G Schmidt’

Vervolgens zong Dorien tamelijk vals en paar zinnen uit de tekst van het liedje:

‘Het is over. Ze mag hem hebben!’

Poppy glimlachte door haar tranen heen en vulde Dorien aan:

‘Z’n bril, z’n sokken en zijn seks.’

‘Z’n whiskey-erotiek’, declameerde de bijdehante nicht, terwijl ze haar peuk uitdrukte in een asbak op de vensterbank. En Dorien vervolgde:

‘Het valt niet mee hoor mooie poes,

Je hebt er tact voor nodig meid.

Nou leef je in een roze roes,

Maar dat gaat over met de tijd.’

De bijdehante nicht zocht het toilet:

‘Ik ga even naar m’n eigen gezeik luisteren’, zei ze. Tijdens haar uittocht sloeg ze even een arm om de afhangende schouders van Poppy en drukte licht. Poppy keek op en meesmuilde waterig, terwijl Dorien stug verder kweelde:

‘Nou moet je tonen wat je kan,

Dat wordt een hele zware test,

Het is niet eenvoudig met die man,

Ik hoop maar dat je het verpest,

Wat zeg ik nou. Wil ik hem terug,

Voor geen miljoen.’

In een teug leegde Poppy haar wijnglas waarna ze Dorien recht in de ogen keek. De blik was zo oprecht dat vanaf dat moment het lachwekkende beeld van een wanhopige huisvrouw Poppy met veel seks in the city voor Dorien nooit meer verdraagzaam zou en kon zijn. Maar Poppy plantte haar lege glas op het aanrecht, haalde haar neus op , veegde met een stukje keukenpapier – op goed geluk - de uitgelopen mascara van haar gezicht en besloot zachtjes en timide:

‘Nou geef ik net als in mijn jeugd m’n speelgoed aan een ander kind.’

Na deze uitspraak diepte Poppy haar telefoon uit haar broekzak en keerde terug naar de nichtendinertafel in de woonkamer, terwijl ze zichzelf brallerig aankondigde met de woorden:

‘He, meiden, m’n tennisleraar heeft me weer met een vluggertje opgezadeld!’

Dorien zoekt haar leesbril om op de uitnodiging voor het nichtendiner te kunnen achterhalen op welke locatie het nichtendiner dit jaar plaatsvindt.

‘Ach, kijk de cirkel is rond’, denkt Dorien als ze leest dat Poppy dit jaar de organisatie van het nichtendiner ter hand neemt.

Poppy is nog niet gescheiden. Ze woont nog op hetzelfde adres, in hetzelfde dorp waar haar man nog steeds de plaatstelijk babemagneet is , samen met haar paard, vier kinderen en Erik-Jan de huisarts. Poppy belooft dit jaar een acht gangen menu. Dus geen eenpansgerecht Çhili con carne meer. De uitkomst van de optelsom van een nieuwe outfit en een make-over bij de schoonheidssalon doet Dorien duizelen. Ze heeft weliswaar geen oude Ford Sierra meer, maar haar auto is nog steeds zichtbaar tweede-hands Ze heeft andere prioriteiten. Het nichtendiner moest ze dit jaar maar weer eens overslaan.


Reacties