Bundel 1 Constructie.
Constructie
Inhoudsopgave:
1. Auteur
2. Boekenbal
3. Constructie
4. Creatie
5. De beste
6. Diffuus
7. Geen literator is
mijn naam
8 In de schrijverij
9. Kunst
10. Kwikslag
11. Poëem
12. Provinciale poëzie
13. Satire
14. Vrouwenthema
15. Zoals zo’n gedicht van de nieuwe mens
1. Auteur
Ambitie vervlogen.
Waarheid dwars.
Bedrieger bedrogen.
Circus een farce.
Vermoedelijk een burn-out.
Desnoods depressief.
Eigen werk is brandhout.
Elk stempel suggestief.
Iedereen heeft al een boek,
of typt er zelf één.
Slagveld in de schrijvershoek,
daar kan geen auteur omheen.
Dat moet je ook niet willen.
Geen beginnen aan.
Beter energie verspillen,
aan sterk in de schoenen staan.
2. Boekenbal
Boekenbal.
Uitgeversmal.
Geef het volk brood en spelen.
Letteren onder curatele.
De geestesvrucht een traag gebeuren.
Inspireert tot uitentreuren.
Alle gekheid op een stokje.
De vrije gedachte in een hokje.
3. Constructie
Ik kan heus ook wel construeren,
van die gekunstelde zinnen creëren,
en wat een beeld mij ingeeft,
en wat permanent wordt herbeleefd.
Het stopt niet – nee – het dendert voort.
Het blijft maar malen, malen, malen.
Totdat ik het gevoel vermoord,
door het letterlijk te vertalen.
4. Creatie
Iedereen is beter dan.
Wat je ver haalt is lekker.
Niemand waar ik aan tippen kan.
Mij krijg je niet meer gekker.
Met de paplepel ingegoten,
minderwaardigheidscomplex
Toch het doel voorbij geschoten,
bescheidenheid een vals reflex.
Een vermogen op de tocht.
Kijk mij eens stiekem imponeren.
Kunst en vliegwerk in de bocht,
leren mij mezelf eerst te waarderen.
5. De beste
Het is niet uit te staan,
dat prestigieuze prijzen,
voor poëzie en proza,
eeuwig naar een ander gaan.
Domweg vergeleken,
tussen appels en peren,
kunst en kitsch,
en taboes doorbreken.
Over smaak valt niet te twisten.
De norm is ranzig zonder rijm.
Laat me niet meer langer kisten.
Er kan er maar één de beste zijn.
6. Diffuus
Poëzie is niet wat ik denk,
verpakt in synoniemen,
die door een wezenloos gezwenk,
geen logica verdienen.
Poëzie is dat ik denk,
in verwrongen patronen,
die in een oogwenk,
mijn gevoelens betonen.
Emoties zijn diffuus.
Er is weinig voor te zeggen.
Poëzie biedt een excuus,
om niet meer uit te hoeven leggen.
7. Geen literator is mijn naam.
Het keurslijf van de boekenweek.
De regels van het schrijven.
Het buitensluiten van de leek.
De waarheid moet beklijven.
Debutanten met een nieuw verhaal,
flaneren met de groten.
Huiverend voor de wijze taal,
houdt puur het hart gesloten.
8. In de schrijverij
Ik ben geen echte schrijver,
want pas niet in het beeld.
Dobberend in de boekenvijver,
geen nominaties toebedeeld.
Ik schrijf om onbekende reden.
Zet wat woorden op papier.
Zo schijnt het al van ooit tot heden,
dat ik een boeiend brein bestier.
Maar vraag niet naar de rituelen.
De oorzaak is mij onbekend.
Vermomming zal maar weinig schelen,
voor veeleisend, onbetaald talent.
9. Kunst
Mooi is vloeibaar.
Goed is emotie.
Kunst is waar.
Dynamiek is commotie.
Van frustraties ontdaan.
Geen mens of een ding.
Jaloezietjes vergaan.
Een pure beleving.
Daarna het effect.
Gekloond leeft het door.
Zodoende reactie opwekt.
Daar staat kunst voor.
10. Kwinkslag
Gevangen woorden,
uit het dichtersnet,
gerangschikt als akkoorden,
spontaan online gezet.
Reacties vragen perspectief,
een smiley of een hart misschien,
Een emoticon is impulsief,
en wordt ook zo gezien.
Maar bij poezieplaatjes crasht het brein,
als zat ik in een kleuterklas,
een beetje serieus te zijn.
Alsof mijn muur een kwinkslag was.
11. Poëem
Dichten geeft niets meer,
dan een fractie,
van gevoelens weer,
door zelfredactie,
in een talig frame,
van onvermogen.
Een privé-poëem.
De bedrieger bedrogen.
12. Provinciale poëzie
Stadsdichter,
dicht bij de stad.
Zinnenstichter,
verhoog de lat.
Ware woorden verspreiden,
In een populaire taal.
Controverse vermijden.
Spuien kunnen we allemaal.
De aard van het beestje in de kraag,
de bronnen zijn legio,
en spiegelen het ego graag,
in poëzie uit de regio.
13. Satire
In de spiegel van satire,
oliet een hekeldicht,
roestige lachspieren,
in een ontluikende medeplicht.
De grap is een tuimelaar,
geen oordeel is de clou.
Niets is minder waar,
en knijpt een oogje toe.
Pas als de mop een vonnis wordt,
een hokje met een slot,
waarin al het gal is uitgestort,
dan gaat de lach kapot.
14. Vrouwenthema
De moeder de vrouw,
staat ver van mijn bed,
laat traditiegetrouw,
vergelijk onverlet.
Hij die haar eert,
mannelijk onbesuisd,
zichzelf blameert
wordt publiekelijk verguisd.
Wie wil dat nou niet?
De spotlamp staat aan.
Publieksfavoriet.
Kijk die seksist lekker gaan!
15. Zoals zo’n gedicht van de nieuwe mens
Het slaan in het wilde weg,
om me heen is afgenomen,
in de loop der dagen en dingen.
De tijd holde mijn standpunten uit.
Slordig met rafelranden.
Achteraf praten is makkelijk.
Als de intenties maar goed zijn.
Zoals zo’n gedicht van de nieuwe mens;
vredig als een gebed,
van de kansel van elk geloofshuis,
harmonieus als een kerkkoor,
geslachtsloos als een engel,
herrezen uit het hedendaagse gedachtegoed,
met verzoening als uitgangspunt.
Zo moet het zijn,
en vergeef me mijn weerstand,
de achterdocht jegens het deemoedige taalgebruik.
Inmiddels heb ik te lang geleefd,
om me nog aangesproken te kunnen voelen.
Reacties
Een reactie posten