Bundel 4 Zwelgcocon


Zwelgcocon

Inhoudsopgave

 

1.   Abortus

2.   Afscheid

3.   Anita

4.   Band

5.   Biepmiepending

6.   Die ene

7.   Gaslighting

8.   Hoofddoek

9.   Mam

10. Miskend genie

11. Moeder

12. Moslima

13. Oud

14. Trouwfoto

15. Wraaklustig

16. Zwelgcocon

 

 

1. Abortus

 

Welkom was een eufemisme,

toen ik op de wereld kwam,

Geofferd aan het stoïcisme,

goed gevoed, verzorgd en stram.

 

Abortus was haar eerste keus,

maar daar was toen de tijd niet naar.

Mijn moeder twijfelde serieus,

een vierde viel haar echt te zwaar.

 

Maar als zo’n kleintje er één maal is,

dan volgt de liefde vrij spontaan.

Een legitiem gevoelsvonnis,

waarvoor ik overstag moest gaan.

 

Het lag gelukkig niet aan mij,

ik was gewoon inwisselbaar.

Missers verdwenen velerlei,

in de doofpot zonneklaar.

 

Mijn moeder is allang bejaard,

en ik ben wijs en ook best oud.

Het boetekleed is dood verklaard,

er heerst geen wrok; geen goed of fout.

 

Geen zegefeest of triomferen,

geen leugens en geen zelfbeklag.

Het blijft aftasten en proberen,

tenslotte winnen we elke dag.

 

 

2. Afscheid

 

De datum was verlopen,

in haar schulp gekropen.

Schaduw uit een verleden,

dicteerde desondanks het heden.

Vandaag de schim de geest gegeven,

en kan nu in de nasleep leven.

 

 

3. Anita

 

Vandaag kwam ik haar buurvrouw tegen.

Weet je nog en hoe is het met jou?

En wat was de basisschool een zegen,

ten opzichte van de pubertijd van nou.

 

Toen was zij alom aanwezig;

de moeder van de moeders.

Geheid met schoolse zaken bezig,

met kinderen en opvoeders.

 

Zij was voor mij zo evident.

In september is zij heengegaan.

Ik heb haar niet zo goed gekend,

ben evengoed volstrekt ontdaan.

 

 

4. Band

Haar dagboeken rijpen,

zolang de rouw behoedt,

blindelings terug te grijpen,

op gekend gedachtegoed.

 

Geen geheim is bewaard,

toen ik vroeger aan haar lippen hing

Niets bleef dat kind bespaard,

van wat de moeder onderging.

 

Pas sinds ik afstand nam,

nooit meer op haar wacht,

wordt mettertijd de band met mam,

op mijn manier herdacht.

 

 

5. Biepmiepending

 

Ik wou nog naar je zwaaien.

Koeltjes zou je knikken.

Daarna je hoofd wegdraaien.

Het verleden wegslikken.

 

Maar in een goudomrande terugblik,

hebben we gelachen onderling.

We hadden zo’n typische klik,

Een biepmiepending.

 

Sindsdien trad de vervreemding aan,

door onze slechtste kant.

Dat jij toen zomaar dood zou gaan,

geeft spijt bij mij de overhand.

 

 

6. Die ene

 

Nooit goed begrepen,

lesbisch, homo; kortom gay.

Ben misschien gewoon benepen,

ging steeds met die ene mee.

 

Noch mannen, noch vrouwen,

trekken mij zomaar aan.

Kan alleen op mijn gevoel vertrouwen.

door met een zielsverwant in zee te gaan.

 

Pas als liefde onderdoet voor lust,

zou dan misschien wel hetero zijn.

Maar instinct lijkt niet zo zelfbewust,

begeerte meestal schone schijn.

 

 

7. Gaslighting

 

Ik snap het niet.

Nooit begrijp ik het.

Als ik denk;

dat moet ik niet vergeten,

dat moet worden opgeslagen.

Maar alles wat overblijft,

is ballast.

De waarheid.

De fictie.

De feiten die niet kloppen.

Achteraf.

Bij nader inzien.

En ook niet wat je zei,

toen je me een kopje kleiner,

dacht te maken.

Ik voel heus wel.

Wat je zegt,

en verzwijgt.

Expres of per ongeluk.

Weet ik veel van jou.

Anders zou ik nou nog,

met je meegaan.

 

 

8. Hoofddoek

 

Respect wordt thuis geleerd.

Wit, zwart, bevooroordeeld.

Geen mens die nooit discrimineert.

We doen het allemaal verkeerd.

 

Weet ze nog de basisschool?

De kinderen speelden samen.

Stond zo’n vriendschap niet symbool,

voor wat een ieder zou betamen?

 

Op haar hippe moeder na.

Pas gescheiden en failliet.

Een kruistocht als moslima,

die haar dochter bij ons achterliet.

 

Haar hoofddoek was van de baan.

maar het christendom bleef uit den boze.

Toch verwesterde zij voortaan,

en moest haar kind toch ergens lozen.

 

Varkensvlees bleef niet halal,

sowieso geen dierlijke vetten.

Het complete protocol van stal,

volgens haar islamitische wetten.

 

Dat resulteerde in negatie.

Gebrek aan saamhorigheid.

En ongegronde adoratie,

voor haar schitterende afwezigheid.

 

Wat voelde ik me minderwaardig.

Wilde niet meer integreren.

Liever op mijn manier strijdvaardig,

en haar rigoureus de rug toekeren.

 

Hoe onverschillig laat het haar.

Ze komt ook nooit meer op bezoek.

En bijna onvoorstelbaar;

draagt sinds kort weer terug haar hoofddoek.

 

Als dit het volle wasdom is.

Dan discrimineer ik maar.

Ze blijft een bron van ergernis.

Ik kan geen kant op met haar.

 

 

9. Mam

 

Tussen ons,

is alles bij het oude,

zoals de toekomst zich daarna ontvouwde,

met de jaren als respons.

 

Toen de status quo,

van grenzen respecteren,

in een ideaal scenario,

dat het tij liet keren.

 

Het strafbankje op de tocht,

van mijn volwassen leven.

Moederrecht vermocht,

reprimande te vergeven.

 

Ik weiger schuld.

Laat de strijdbijl staan.

Voorkom tumult,

door weg te gaan.

 

 

10. Miskend genie

 

Ik reik hem de hand,

Bied hem een opkikkertje aan.

Hij heeft iedereen aan zijn kant,

als hij mij quasi niet ziet staan.

 

We doen allemaal of het niet bestaat,

De stem van het verzet.

Totdat het ook onszelf aangaat.

Pas dan knapt het corset.

 

Maar omdat ik er nooit ben ingeregen,

afvallige van de onderste plank,

heb ik meteen de bons gekregen,

krijg toch allemaal stank voor dank.

 

 

11. Moeder

 

Nu wacht zij op haar slot,

zoals ooit op ons begin.

Geen tarten van het lot,

weerstand heeft geen zin.

 

Nu is zij zwanger van de dood,

terwijl eerst van zoveel leven,

wassend in haar moederschoot,

zij moet zich wel gewonnen geven,

aan de bevalling van de afloop,

zodra de pijn zich meldt,

openbaart zich in haar omdoop.

Zij is al bijna uitgeteld.

 

 

12. Moslima

 

Moslima, moslima,

ook ik ben feministe,

ga mijn levensloop maar na,

vol met machoconformisten.

 

Moslima, moslima,

zo stond ik moederziel alleen,

Vocht desondanks uit-en-te-na,

zonder back-up om me heen.

 

Moslima, moslima,

op mij zat ook niemand te wachten.

En bij presentie zonder weerga,

valt er weinig te ontkrachten.

 

Moslima, moslima,

moet ik nou uit goed fatsoen,

omdat ik niet in jouw schoenen sta,

al die hordes overdoen?

 

 

13. Oud

 

Ze volgt gedwee,

voor het te laat is,

met de klok mee

naar de familiedis.

 

Iemand betuttelt haar.

Ineens is ze bejaard.

Hekelt een lief gevaar.

Gruwelt onbedaard.

 

Zo vallend van de weersomstuit,

op haar achterhoofd terecht,

terwijl ze kalm haar ogen sluit,

en aan geen heisa waarde hecht.

 

Nog liever in een coma landen,

dan energie in statisch steken,

om niet in niemandsland te landen,

maar een lans voor alle oma’s breken.

 

 

14. Trouwfoto

 

Trouwfoto van mijn ouders,

weggemoffeld in de kledingkast.

Teveel op mijn kinderschouders

van hun banale huwelijkslast.

 

Terugkijkend op dat beeld,

op dat verwachtingsvolle paar

Mijn ziel volgroeid met eelt,

weet ik: ze hoorden bij elkaar.

 

 

15. Wraaklustig

 

De aanslag vervaagt,

hoe vaker hoe sneller.

Tolerantie belaagt,

wraaklustig en feller.

Trap op de rem,

door weerstand te geven.

Bied het geweten een stem,

omarm het leven.

 

 

16. Zwelgcocon

 

Het verhaal oud als het leven,

vanuit zijn perspectief gezien.

Elke mening om het even,

tipt niet aan zijn droomstramien.

 

Zo vaak al in de strijd gewaagd.

Ben ik mijn broeders hoeder?

Zijn zinnen worden afgezaagd,

raken nu alleen nog moeder.

 

Mijn gestolde bloed kruipt niet meer,

maar suddert in zijn zwelgcocon.

Het spat uiteen in geen verweer,

mijn uitvlucht aan de horizon.


Reacties