Bundel 6 Hoger plan


Hoger plan

Inhoudsopgave

 

1.   Adembenemend jij

2.   Alsof

3.   Dood

4.   Gezelligheid

5.   Hoger plan

6.   Jouw koekjes

7.   Koor

8    Levenslust

9.   Niemandsland.

10. Teruggang

11. Uit elkaar

12. Verbeeldingskracht

13. Voortaan

14.  Zelfbedrog

15. Zondvloed

 

 

1. Adembenemend jij

 

In het fotoarchief van de kinderen,

dook een onbekend kiekje op van jou.

Overbelicht met vage contrasten,

maar adembenemend jij.

 

Allang zonder jou.

Het is nooit gedaan met de slechte dagen.

Zo gaat dat met verdriet.

Dat merk je vanzelf.

na verloop van tijd.

 

 

2. Alsof

 

Alsof rouw iets anders is,

dan een loze kreet,

Synoniem voor gemis.

Alsof ik jou ooit vergeet.

 

Alsof rouw los kan staan.

Wit verdriet met zwarte rand

De pierrot met een lach en een traan,

In het theater aanbeland.

 

Alsof rouw niet reëel bij mij hoort,

sinds jij hier niet meer bent.

Gegrond in een verlaten oord,

waar jouw bestaansrecht is gekend.

 

 

3. Dood

 

Dood anders dan gedacht.

Geen ruis, maar jij.

Zo onverwacht.

Onbereikbaar dichtbij.

 

Keer op keer,

Niet te beklijven.

Jij bestaat niet meer.

In levende lijve.

 

Voelsprieten in het duister.

Onaantastbaar zonder taal.

Maar als ik naar mijn intuïtie luister,

dan ontmoet ik je astraal.

 

 

4. Gezelligheid

 

Al die jaren van ons samen,

waarin jij en ik spontaan,

wederkerig huiswaarts kwamen,

zijn vanzelf voorbij gegaan.

 

Resteert de overlevingstocht,

die minutenwijs vergaat,

die ik niet met jou beleven mocht,

die vandaag aan stukken slaat.

 

Gezelligheid kent geen tijd.

Of misschien juist omgekeerd.

Het eeuwige geluk ten spijt.

De levensloop blijft gedateerd.

 

 

5. Hoger plan

 

Gênant, gênant want,

weet je nog dat ik zei:

Ik vind nooit meer iemand,

die zoveel van mij houdt als jij.

 

Andersom hoop ik van wel.

Onvoorwaardelijk en nog veel meer.

Als een universeel geloofsverschijnsel,

in de oneindige bewustzijnssfeer.

 

Het begeren herschept zichzelf.

Het aardse paradijs ontstegen.

De uitkomst wijzigt zich vanzelf.

Naar een hoger plan geheven.

 

 

6. Jouw koekjes

 

Laat vandaag in het hier en nu,

bij de kassa van de Albert Heijn,

met zo’n meisje in een blauw tenue,

de Digestives in de reclame zijn.

 

Twee rollen van jouw koekjes halen,

maar één pak betalen

Tot ik me realiseer,

jij bent er helemaal niet meer.

 

Ineens stroomt er een overvloed,

van tranen uit mijn ogen.

Ik weet niet waar ik kijken moet,

gegijzeld door mijn onvermogen.

 

 

7. Koor

 

Jouw citroën siert niet meer de straat.

Zij wil weten of je ziek bent.

Niet dat het haar wat aangaat.

Ik vraag me af hoe zij jou kent.

 

Jouw roestbak is richting sloper gegaan.

Ik kon er toch al nooit mee uit de voeten.

Maar de hond sloeg met de motor aan,

in de hoop jou weer te gaan begroeten.

 

Stokstijf blijft de hoofddoek staan.

Voorheen heeft ze me steeds gemeden.

Nu staart ze me doordringend aan,

als ze hoort dat jij bent overleden.

 

Ineens reikt ze haar hand,

om mij te condoleren,

en de verlaten parkeerplaats

aan de overkant,

woordeloos te affirmeren.

 

Haar man zal ook niet lang meer leven.

De pijn komt mij zo eigen voor.

Ik moet haar wel een hand terug geven.

‘Sterkte’, wensen we in koor.

 

 

8. Levenslust

 

Bestendig gemis,

groeit naar binnen,

kweekt een hindernis,

voor buiten zinnen,

door verloop van tijd.

en alledaagse dingen,

die verlies ten spijt,

tot levenslust dwingen.

 

 

9. Niemandsland

 

Verdriet is een zee van blinde paniek,

in een vloefgolf zonder jou.

Overweldigend en tiranniek,

meedogenloos en rauw.

Alleen de eb brengt redelijk rust,

in een bewusteloze staat.

Laadt zo wel terug wat levenslust,

waardoor het soms best gaat.

Dan drijf ik af naar Niemandsland,

in een nevelige waan,

Een verbeelding van de overkant,

waar jij en ik weer samengaan.

 

 

10. Teruggang

 

Het wankele gemoed,

in een eindeloos doolhof,

gedijt bedrieglijk goed,

in doen alsof.

 

Het verlies zoekt een plek.

De ziel boetseert eelt.

In een magisch tijdbestek,

lijkt de wond geheeld.

 

Stap voor stap,

twee in de teruggang,

vanuit de nuchtere wetenschap:

Verlies duurt levenslang.

 

 

11. Uit elkaar

 

Liefde is een energie,

en de pijn,

een blasfemie,

van niet meer zijn.

 

Het aardse verlies,

met bezieling verweven,

in het etherische vlies,

tussen dood en leven.

 

Altijd eendrachtig,

gevolglijk notoir,

moedig en machtig,

maar toch uit elkaar.

 

 

12. Verbeeldingskracht

 

De eerste fase is voorbij.

Zou inmiddels moeten weten,

dat jij niet meer bestaat voor mij.

Twee-eenheid is gespleten.

 

Toch vervult verlangen,

naar iets dat niet meer is,

verwezen en bevangen,

Een hopeloos gemis.

 

Zo blijf ik jou ervaren,

in alles om mij heen.

Hoe kan iemand dat verklaren,

met verbeeldingskracht alleen.

 

 

13. Voortaan

 

Hoe jij mij omgeeft,

zwijgend als het graf.

Zeg waar je herleeft,

dan kom ik op je af.

 

Ik volg niet voor mijn tijd,

maar beleef je wel voortaan,

tot na de dood ons scheidt,

zo kan ik je laten gaan.

 

 

14. Zelfbedrog

 

Heden is buitenshuis,

in de ban van het moment,

net alsof jij thuis,

weer aangekomen bent.

 

Wederkerig déja vu,

achterover in jouw stoel.

Verankerd in het hier en nu.

Een intens vertrouwd gevoel.

 

Misschien een overdosis claimen.

Jouw ringtone echoot in mijn hoofd.

Mij zal niets het zelfbedrog ontnemen,

dat vandaag de dag verdooft.

 

 

15. Zondvloed

 

De fotocollectie is uitgespit.

Er zijn nog wat filmpjes.

Bewegende beelden van jou.

De klankkleur van je stem.

Over koetjes en kalfjes.

 

Alles wat wij deelden is voor altijd,

bezield door jou:

De kinderen.

De beesten.

De spullen.

De omgeving.

 

Onze dochter en zoon,

hebben ook jouw genen.

Voor de helft,

beslaap ik nog het bed,

van ons samen.

 

Ik ben zo moe,

van het gemis,

en het ongeduld.

over het rouwproces,

van de buitenwacht.

 

Dat schiet niet op.

Na jou.

De zondvloed.

 

Reacties