Bundel 7 Onherroepelijk


Onherroepelijk

Inhoudsopgave

 

1,   Berusting

2.   Bezieling

3.   Drogreden

4.   Droomwens

5.   Eelt

6.   Fysiek

7    Geweest

8.   Het ervoor en het erna

9     Hiaat

10.  Kleine pijn

11.  Lachen, gieren, brullen

12.  Onherroepelijk

13.   Stappenplan

14.   Up to date

15.   Wederzien

 

 

1. Berusting

 

Stel je zou herleven,

en helemaal in jouw geest,

antwoord op mijn vragen geven.

Alsof je nooit bent weggeweest.

 

Je zou proberen uit te weiden,

om details wat aan te zwellen,

en zo de aandacht af te leiden,

van wat je toch niet wil vertellen.

 

De achterdocht zou jij gedogen.

De bestwil komt mij tegemoet.

Alsook de liefde in jouw ogen,

die een zekere berusting voedt.

 

 

2. Bezieling

 

Bezieling leeggelopen.

Tegenzin erin geslopen.

Slaapdronken,

het liefst in bed.

In dromen verzonken.

De zinnen verzet.

Maar het leven gaat door;

een grijsgedraaid cliché.

Zonder wederhoor.

Met de wijzers mee.

De tijdreis omgeboekt.

Laat episodes stilstaan.

Als iemand me zoekt,

ben ik stellig te ver gegaan.

 

 

3. Drogreden

 

De verjaarkalender vloekt infaam,

vergeeld door het verleden,

op deze datum met jouw naam,

een gedoodverfde drogreden.

Op gemis valt niet te toosten

alsof jouw sterven ooit went.

Maar vandaag kan wel troosten,

omdat jij toen geboren bent.

 

 

4. Droomwens

 

Mijn dromen wens ik harmonieus,

met jou weer aan mijn zijde.

De slaap laat mij helaas geen keus,

doet mijn verlangen uitgeleide.

 

Afstandelijk en ontheemd,

als wou je ons ontkrachten.

Compleet van mij vervreemd,

dwaal je traagzaam door mijn nachten.

 

Dit beeld valt niet te rijmen,

met wie jij werkelijk was.

Wij kenden geen geheimen.

Mijn Amor en mijn mecenas.

 

Is dit fictie of het echte leven?

Wat is er in Godsnaam mis met jou?

En kun je me terstond vergeven,

voor mijn trouweloze rouw.

 

 

5. Eelt

 

De tijd heelt niet alle wonden,

maar kweekt eelt op het verdriet,

dat met gewenning wordt omwonden,

in een grenzeloos gebied.

 

Met rivieren van traanvocht,

in eenzaamheid gestort,

op een barre overlevingstocht,

die de zingeving verdort.

 

Zodra ik op een terugblik stuit,

biedt vandaag het medicijn.

Kijk niet meer voor- of achteruit,

als pleister op de pijn.

 

 

6. Fysiek

 

In een glimp van onze zoon,

nadert jouw evenbeeld.

Vertrouwd en gewoon.

De harmonie schaveelt.

 

Onze dochter spreekt jouw taal.

Alsof ze dagelijks met je praat.

korte metten zonder omhaal,

in een aanhoudend citaat.

 

Hun bestaansrecht buiten kijf,

zijn zij vooral uniek.

Dus smacht elke vezel in mijn lijf,

nog steeds naar jouw fysiek.

 

 

7. Geweest

 

De rust is niet herwonnen,

de verloren zelfgenoegzaamheid,

waardoor de toekomst onbezonnen,

zich ontvouwde in een zee van tijd.

 

Het heden is een doelloos dwalen,

gevangen in een tijdsgeest,

en een eindeloos herhalen,

van wat geweest is, is geweest.

 

Doorgaan was jouw credo,

overtuigd van mijn kracht.

Daaruit put ik dan maar animo,

zoals jij van mij verwacht.

 

 

8. Het ervoor en het erna

 

Verlies bevriest in de tijd,

met het ervoor en het erna,

met een gemis dat gedijt,

met stilte zonder weerga.

 

De reisjes terug naar het ervoor,

schielijk en onvoorbereid,

sijpelen onverbiddelijk door,

tot in de schrale actualiteit.

 

Afzwakken is te ambitieus.

Waarom houvast een plekje geven?

Zo is er dus geen andere keus,

dan met het erna te leren leven.

 

 

9. Hiaat

 

Repetitie van verlangen,

zoals foto’s op de schouw,

halsstarrig bevangen,

weer smachtend naar jou.

 

Hopelijk terug te halen,

met zintuigen paraat,

hunkerend naar signalen,

uit een rigide hiaat.

 

Stilte absorbeert het woord.

De echo eist respect,

waardoor telkens ongehoord,

jouw beeld tot leven wordt gewekt.

 

 

10. Kleine pijn

 

Kwetsbaarheid wordt overstemd,

door clichés en weebeklag,

raakt het innerlijk beklemd,

dat geen eigen stem vermag.

 

Alles één pot nat.

Heel herkenbaar zo gezegd.

Verdwijnend in dat zwarte gat,

De signatuur rest onbeslecht.

 

Juist het vege lijf riskeren,

word de kleine pijn gewaar.

Beter wereldleed ontberen,

dan de muze van de kunstenaar.

 

 

11. Lachen, gieren, brullen

 

Stoom uit de oren.

Een steen in de maag.

Voelsprieten storen.

Het denken gaat traag.

 

Lachen, gieren, brullen.

Kriskras door de tijd.

Er is een leegte op te vullen,

door trots, gemis en spijt.

 

Doorspekt met souvenirs,

uit sprongen door de jaren,

door gekleurde viziers,

en gemeenzaam ervaren.

 

De pijnlijke spagaat,

van emoties in het nauw,

Is de vlammend rode draad,

van levenslang in rouw.

 

 

12. Onherroepelijk

 

Over de doden niets dan goeds.

Zelfs de oude koeien uit de sloot,

schuilen onverhoeds.

Kwetsbaar en monddood.

 

Ik word nog steeds kwaad,

bij vlagen,

over dat wat nooit werd uitgepraat,

op slechte dagen.

 

Niet in staat tot accepteren.

Rouw is een ordeloze pijn.

Liefde is niet te verteren,

door onherroepelijk te zijn.

 

 

13. Stappenplan

 

Geen stappenplan,

voor rouwverwerking,

Of een kalender,

om niet te vergeten,

Maar jouw tegenwoordigheid,

die na iedere golfbeweging,

sterker wordt,

en zich treffend nestelt,

in het hier en nu.

 

 

14. Up to date

 

Ik ben er nog.

Incompleet,

maar toch,

best up to date.

 

De dalen zijn wat minder wrang.

De pieken prikkelen weer.

De jaargetijden gaan hun gang.

De koffie smaakt naar meer.

 

Het hart is sterker dan ik dacht.

Klopt restjes moed aaneen.

Als jij nou rustig op mij wacht,

laveer ik er wel doorheen.

 

 

15. Wederzien

 

Het wederzien,

waarop ik hoop,

tijdens geregelde

momentopnames,

verwatert,

bij tijd en wijlen,

door de tranenval,

over het wankelbare,

leven met jouw dood.

Even ben ik alleen,

maar dan weet ik jou,

weer om mij heen.

Reacties