Kinderspel deel 2: Luizenissen.
HOOFDSTUK 24
Over drie weken
was het zomervakantie, maar Thea had na 14 dagen wachten nog steeds geen idee
of haar dochter nou wel of niet officieel van de combinatieklas naar de
homogene groep 6 was overgeplaatst. Sabine wist toen nog zeker van wel en in de
eerste dagen van een onoverzichtelijk afwachten fladderde ze flierefluitend
door het beladen stilzwijgen heen. Zonder tegen haar klasgenootjes uit de
school te klappen over haar geplande vertrek uit de combiklas. Niemand had haar
deze tactiek in hoeven te fluisteren, hetgeen Thea vervulde met een mengelmoes
van trots en bekommering. Want hoe zou Sabine reageren als de hele wisseltruc
zou worden afgeblazen door de directie van De Wielewaal?
‘Als dat gebeurt
dan zijn we weg. Dan gaan we naar een andere basisschool!’, proclameerde Bart
voorbarig.
‘Ja, daar zit ik
op te wachten; leuk op zoek naar een andere basisschool zo vlak voor de
zomervakantie’, panikeerde Thea.
In de tussentijd
was wel bekend gemaakt dat Jeewee in ieder geval in het nieuwe schooljaar niet
meer voor de combiklas zou staan. Hij werd meester in groep 8. Triomferend liet
Jeewee zich in de wandelgangen en op het speelplein van De Wielewaal door ingewijden
met kinderchampagne overladen. Een buitenstaander, iemand als Thea, zou nooit
kunnen snappen dat het aanzien van een onderwijzer stijgt naarmate de
gemiddelde leeftijd in zijn groep toeneemt. Dat heeft alles van doen met macht,
aanzien, de eindcitotoets in groep 8 en inspraak in de adviezen voor de
vervolgopleiding van de basisschoolverlatertjes. En allicht waren de
opperouders van De Wielewaal extatisch over de uitkomst van hun manipulaties en
dus de keuze van directrice Willy voor de kneedbare Jeewee in groep 8 van het
aanstaande schooljaar. Hij zou als was in hun handen zijn. Vanaf nu hoefden de
opperouders maar ‘gymnasium’ of desnoods ‘VWO’ als wensadvies voor hun
uitverkoren prepuber te piepen en Jeewee zou draaien. Kat in het bakkie.
Juffrouw Siepie zou de taak van Jeewee in de combinatieklas 6 en 7 gedeeltelijk
overnemen.
Siepie was een
potig mens van begin 30 dat Thea na een eerste ontmoeting blijvend aan het
stereotype reclamebeeld van een kaasboerin deed denken. Ze was geelblond, had
een melkachtige zuivel uitstraling en een houterige houding alsof ze contant op
klompen liep en ook niet anders zou willen. In de Nieuwsbrief van De Wielewaal
stelde Siepie zich voor in een kort verhaaltje geïllustreerd met een flatteuze
portretfoto die na een confrontatie in levende lijve niet bleek stroken met de werkelijkheid. Siepie
was al voor het behalen van haar diploma
van de pedagogische academie aan de slag gegaan als invalkracht op
verschillende basisscholen. Na ruim zes jaar sappelen en de eindjes aan elkaar
knopen had ze dan halverwege dit schooljaar eindelijk een jaarcontract op De
Wielewaal zien te tekenen. Ze mocht om te beginnen een zwangerschapsverlof
wegwerken in groep 7. Hierna moest Siepie natuurlijk ook ergens blijven in
verband met dat jaarcontract dat nog maar half nageleefd was en voorts altijd
weer verlengd kon worden. Dus werd Siepie door directrice Willy na de
zomervakantie parttime ingepland voor de combigroep. Let wel: parttime. Er
stond dus nog een mysterieuze tweede leerkracht op de planning ter vervanging
van Jeewee in de combinatieklas! De wegen van directrice Willy bleven verder
vooralsnog ondoorgrondelijk, want voor de rest van haar uren op De Wielewaal
zou Siepie voortaan de interne coördinatrice Jade ontlasten door overname van
de plusgroep. En mocht de plusgroep met Jade aan het roer in het verleden al
niet bijster overtuigend op Bart en Thea zijn overgekomen; met Siepie als
kapitein stevende de club voor hoogbegaafde kinderen op een regelrecht fiasco
af. Tenminste wat Bart en Thea aanging, maar dat was niet nieuw en dus niet het
probleem. De moeilijkheid van Bart en Thea zat meer in de aanhoudende
onzekerheid van een plekje in de complete 6de groep voor Sabine. Daarom was
Thea toch best wel benieuwd naar wie in het volgend schooljaar de parttime
vacature in de combiklas 6 en 7 naast boerin Siepie zou gaan invullen. Want
stel dat Sabine onverhoopt toch in de combiklas vastzat? Je kunt immers maar
beter op het ergste voorbereid zijn.
Thea was niet de
enige die nieuwsgierig was. De meeste papa’s en mama’s van de kinderen uit de
combinatieklas hielden het bijna niet meer van opgekropte frustratie over de
vaagheid van directrice Willy Bakbruin. Er moest en zou op korte termijn
duidelijkheid komen over wie na de zomervakantie een waardig tegenwicht voor de
dominante juf Siepie in de combiklas zou gaan vormen, zodat er eventueel tijdig
tegenacties in gang zouden kunnen worden gezet door de opperouders. Nog meer
dan normaal werd de directrice Willy in die onzekere tijd bestookt door de
opdringerige en vooral achterdochtige oudermaffia. Vandaar wellicht haar
vinnige opmerking over de bezetting van de combigroep in de Nieuwsbrief.
‘De tweede
leerkracht voor combinatieklas 6 en 7 is nog geheim. We zullen nog even af
moeten wachten wie wij door het bestuur van de schoolstichting toegewezen
zullen krijgen.’
Van zo’n
mededeling zou een simpele ziel toch bijna gaan twijfelen aan een soepele gang
van personeelszaken op De Wielewaal? Maar dat niet alleen. Organisatorisch
rammelde de basisschool eveneens overduidelijk aan alle kanten. Getergd stuurde
Thea dan ook een mailtje aan directrice Willy met de vraag of men er, na 14
dagen bedenktijd, tenminste al uit was of Sabine nou wel of niet in de andere,
complete, groep 6 zou worden geplaatst in het nieuwe schooljaar. Na 2 dagen
wachten vond ze een korte reactie van de directrice in haar mailbox.
‘Beste ouders en
verzorgers van Sabine,
Jullie zullen nog
even geduld moeten hebben. Het is druk aan het eind van het schooljaar. Het
team van De Wielewaal werkt met man en macht om alles op rolletjes te laten
verlopen. Meester Jan-Willem is momenteel 3 dagen afwezig vanwege het
schoolkamp van groep 8. Juffrouw Siepie zal de komende dagen het aanspreekpunt
voor de combinatieklas 5 en 6 (volgend schooljaar 6 en 7) zijn. Hopende u
hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, teken ik,
Willy Bakbruin;
directrice van basisschool De Wielewaal.’
Op navraag bij
Sabine bleek directrice Willy in haar mail toch enigszins op de feiten vooruit
gelopen te zijn, want Jeewee stond op die dag nog gewoon voor de combiklas van
Sabine. Hij zou pas de dag erop vertrekken met groep 8 naar het schoolkamp.
‘Kun je hem nog
vlug even aanspreken, voordat hij vertrekt. Vraag hem maar of het echt waar is
dat je na de vakantie naar de complete groep 6 mag’, bekokstoofde Thea in de
gauwigheid.
Maar Sabine zag
op die laatste dag voor het schoolkamp van groep 8 niet zomaar kans om Jeewee
onder 4 ogen aan te spreken. Als hij niet voor het digibord stond om les te
geven, dan was hij overal en nergens in de gangen of op het speelplein van De
Wielewaal te vinden. Iedere keer weer gepreoccupeerd met deze of gene.
Alleen Sabine keek hij met de nek aan en
Thea zou niet veel meer nodig gehad hebben om ter plekke te gaan staan
egoflippen. Sabine niet. Zij heeft het vermogen om boven zichzelf uit te
stijgen om haar doel te kunnen bereiken. Daarom klampte Sabine haar meester aan
het eind van de schooldag ten einde raad maar aan in de goal van het betonnen
voetbalveldje op het speelplein.
‘Is het waar dat
ik naar de andere groep 6 mag?’, vroeg ze vrolijk met grote onschuldige,
vragende ogen.
Precies zoals
haar moeder van haar gevraagd had. En
wat ondernam Jeewee? Niet veel. Hij schrok van de vraag van Sabine en
overrompeld dreef hij met behulp van een aanvallend drafje het meisje in haar
achteruit buiten spel. Hij keepte nog een minuut of 2 verder, wees een
plaatsvervanger in het doel aan en nam vervolgens ruim de tijd om zich te
herstellen door rek- en strekoefeningen te doen, terwijl Sabine op 2 meter
afstand toekeek. Aldus schiep hij bij het kind de indruk dat het een
ellenlange, gort droge uitleg voor de
boeg had. Maar alles wat hij tenslotte met ingehouden ergernis uitbracht was
een afgemeten dooddoener:
‘Dat moet nog
besproken worden.’
Met dit
nietszeggende antwoord bereikte Jeewee niets minder dan dat nu ook het
vertrouwen van een 8jarig meisje aan het wankelen was gebracht. Thea las de
teleurstelling in het wit weggetrokken snuitje van haar dochter; in de fletse
groenbruine ogen die anders zo alert het licht volgden en in de samengeknepen
lippen bij wijze van verweer tegen nog meer zuur als gevolg van de zoete hoop.
‘Jeewee is raar’,
zei Sabine niet voor het eerst en week uit naar haar trampoline in de beschutte
luwte van de achtertuin.
Met het hart in
haar keel en een knoop van drie dagen verwarring in haar maag, baande Thea zich
een weg door een samenscholing van oververmoeide oudste jaargangers van De
Wielewaal. Pal voor de ingang van het speelplein hingen de prepubers, in een
oranje waas van verkeersveilige hesjes, her en der geradbraakt over de sturen
van hun geparkeerde fietsen te wachten op het sein ‘uitgerukt’ van één van de
schoolkampleiders. Op een afstand kon een ongewoon grote hoeveelheid papa’s,
mama’s, oma’s, opa’s, ooms, tantes, broers, zusjes, neefjes, nichtjes en
overige aanverwanten en buurtbewoners niet wachten totdat de weergekeerde
jongens en meisjes uit groep 8 weer officieel om de hals gevallen konden
worden. Onderwijl werd de tijd gedood met elkaar en met de niet te missen alom
verspreide klestica dat het schoolkamp van groep 8 ook dit jaar weer – hoe kon
het ook anders - een algeheel succes geweest was. Het bestelbusje van een
hulpouder, die een bagageberg in het looppad maar bleef ophogen met
slaapzakken, rolmatrassen en weekendtassen, blokkeerde de ingang naar het
speelplein. Na het nodige duw- trek- klim- en trapwerk lukte het Thea om aan de
goede kant van de ravage terecht te komen teneinde haar kinderen bij het
verlaten van het schoolgebouw op een fatsoenlijke manier te kunnen opvangen. In
een reflex controleerde ze de mail op haar mobiel. Minstens voor de 60ste keer
in de afgelopen 3 dagen in de ijdele hoop dat directrice Willy toch nog tot een
besluit met betrekking tot de groepswissel van Sabine was gekomen. Toen ze
opkeek viel haar oog onvermijdelijk op Jeewee die zichtbaar nagenietend van het
schoolkamp uitgelaten liep te voetballen met een handjevol diehards in oranje
veiligheidshesjes uit groep 8. Ineens stond Jeewee stil en acteerde alsof hij
door een denkbeeldige bliksemschicht getroffen werd. Hij begon dartel naar Thea
te zwaaien. Thea moest een paar keer met haar ogen knipperen voor ze geloofde
wat ze zag. Eerst keek ze nog even achter zich of ze misschien per ongeluk in
het zicht van een opperouder terecht was gekomen, maar ze zag alleen maar
ruggen en achterhoofden. Daarna verscheen er vuurwerk voor haar ogen en bleef
ze bewegingsloos staan wachten tot de ergste vlagen van misselijkmakende
razernij haar verkrampte lijf verlaten hadden. Waarom was Jeewee niet in
conclaaf met directrice Willy over een oplossing van het probleem van haar
kleine meisje? Waarom wist Sabine nog steeds niet waar ze aan toe was en stond
Jeewee hier op het speelplein de betrokken onderwijzer uit te hangen bij een
paar opgeschoten voetbalfreakjes uit groep 8, terwijl hij een leerlinge uit
zijn eigen onvoltooide combigroep liet duimen draaien. De naïeve
muurschilderingen op de omheining van het schoolplein maakten een dansje om
Thea heen. Ze zou er niet raar van hebben staan te kijken als de grond onder
haar voeten in tweeën was gesleten. Wat zou ze graag in de ontstane kloof zijn
verdwenen. Oplossen in het niets zonder conflicten, confrontaties,
misverstanden en ziekteverwekkers zoals Jeewee. Zijn gewuif stopte even abrupt
als het begonnen was. Met onnozele koeienogen keek hij haar verslagen na, omdat
ze niet had teruggezwaaid, maar hem met lege handen achterliet, terwijl zij
haar furie hoopte te kunnen beheersen.
Ondertussen dartelden haar kinderen om haar heen en eisten terecht de
onverdeelde aandacht op.
De sterretjes en
de lichtflitsen in haar ogen illustreerden de snerpende hoofdpijn die Thea aan
haar weerzien met Jeewee had overgehouden. Thuis verdween Sabine wederom naar
haar vertrouwde trampoline. De zevenjarige Walter verdiepte zich, ondanks zijn
vermeende leerachterstand, in zijn programmeerbare legorobot voor 16 jaar en
ouder. Thea plofte op de bank en stak, tegen haar voornemen om te minderen in,
een nieuwe sigaret met het smeulende restant van de oude aan. Kettingroken
noemt men dat. In het adressenbestand van haar mobiel vond ze het
telefoonnummer van Jojanneke. Thea had immers nog een goedmakertje bij de
vertrouwensarts open staan.
‘Wat wil je dat
ik doe?’
Deze keer wond
Jojanneke nergens doekjes om. Ze had op voorhand toch al verloren. Vandaar dat
Thea op haar beurt tegen haar principes in -
voor de beleefde vorm en uit leedvermaak - besloot om haar boodschap
juist wel een beetje cryptisch op Jojanneke over te brengen:
‘Ik kan moeilijk
eisen dat Sabine in de complete groep 6 geplaatst wordt. Ik kan niet op de
strepen van een kind van 8 jaar gaan staan. Sabine wil op De Wielewaal blijven,
maar wel in de complete groep 6. Als Bart en ik alleen van onszelf waren
uitgegaan dan zouden we allang op zoek zijn naar een andere basisschool. Voor
Walter incluis. Maar niet zonder de nodige ruchtbaarheid aan de misstanden op
De Wielewaal te geven. Vrijheid van meningsuiting is toch vooral het recht om
mensen dat aan het verstand te brengen wat ze eigenlijk liever niet willen
horen. Welke wijsgeer zei dat ook al weer?’
Omdat een reactie
uitbleef gaf Thea zelf maar het antwoord:
‘George Orwell;
je weet wel van die andere beroemde uitspraak: ‘Some are more equal than
others.’
‘Regel ik voor
Sabine’, verzekerde Jojanneke gehoorselectief, maar toch voornamelijk deemoedig
zoals het een schuldenaar ten overstaan van een crediteur betaamt.
‘Dat is je
geraden ook’, concludeerde Thea nog net
niet hardop.
Ze had haar
klacht naar de onderwijsinspectie - over het misbruik van vertrouwen van Jade
de interne coördinatrice en Jojanneke de vertrouwensarts – al zwart op wit
klaarstaan in haar mailbox. Eén druk op de verzendknop en Jojanneke zou heel
wat meer aan haar achterban uit te leggen hebben dan de wens van een 8 jarige
meisje om van de ene groep 6 naar de andere 6de
klas overgeplaatst te worden. In haar val zou de vertrouwensarts
onvermijdelijk niet alleen de interne coördinatrice – Jade – , maar ook directrice
Willy meetrekken. Hiervan waren alle betrokkenen heel goed doordrongen.
Gelukkig. Thea gaf het drietal nog 24 uur. Daarna zou de kans op herstel
bekeken zijn.
Vlak na de start
van de eerstvolgende middagpauze kwam Sabine met een stralende lach op Thea
afgerend.
‘Ik heb
vanochtend een gesprekje met Willy gehad’, kirde ze tijdens haar huppeldrafje.
De andere ouders
op het speelplein keken nieuwsgierig op van hun smartphones.
‘Vertel’, lachte
Thea en ze dacht:
‘Het kan dus
wel.’
Met een groots
gebaar wierp Sabine zich tegen haar moeder aan, vleide haar wang tegen de
borsten en klemde de armpjes om de nek. De spekzolen van Sabine op de wreven
van moeders schoenen lokten bij Thea automatisch een ganzenpasje over het
speelplein uit. Walter zag het dansje berustend aan.
‘Is er iets?’,
vroeg hij zonder het antwoord af te wachten.
Hij was al op weg
naar de auto. Thea wilde niet al te gretig overkomen, maar toen ze een maal
achter het stuur zat en het eerstvolgende verkeerslicht op rood sprong, kon ze
zich niet langer bedwingen en richtte zich achterwaarts tot Sabine.
‘Was het een leuk
gesprek met Willy?’
‘Best wel’.
Zelfvoldaan ging
Sabine op de achterbank op haar handen zitten wiebelen. Haar ogen twinkelden.
‘Ik ga na de
vakantie naar de andere groep 6. Ik kom bij juffrouw Dorien en meester Joep.’
‘Heeft Willy dat
beloofd?’
Thea stond toch
nog versteld van het positieve effect van haar eigen doortastende optreden.
‘Wie is meester
Joep?’, wilde Walter weten.
‘Die aardige
meester. Hij is ook nieuw op school; net als juffrouw Siepie.’
‘Wie is juffrouw
Siepie?’
‘Houd jij je nou
maar bij juffrouw Toos’, zuchtte Thea.
‘Krijg ik volgend
schooljaar weer juffrouw Toos?’, vroeg Walter blij verrast.
‘Nee, juffrouw
Marjolein.’
Thea keek weer
voor zich. Het verkeerslicht sprong op groen. Iemand achter haar claxonneerde.
‘Het is groen’,
merkte Walter op.
‘Ik zou willen
dat je in de klas net zo goed oplette als in het verkeer’, zuchtte Thea,
terwijl ze gas gaf.
‘Ik let goed op
in de klas’, protesteerde Walter.
‘Waarom weet je
dan niet wie juffrouw Marjolein is? Ik weet het zelfs. Het is die oude mevrouw
van de andere groep 5. Ronnie zit nou nog bij haar in de klas’, gaf Sabine
doodgemoederd te kennen.
De verwijzing
naar ‘de oude mevrouw’ oftewel juffrouw Marjolein deed Thea even slikken. Zo op
het eerste gezicht was juffrouw Marjolein van hetzelfde bouwjaar als zij.
‘Fijn dat je
volgend jaar bij Ronnie in de klas komt.’
‘Ja en bij
Twannie, Babs, Jorinde en Miranda.’
‘Miranda? Is dat
jouw vriendin?’
In haar
achteruitkijkspiegel trok Walter een vies gezicht.
‘Dat is dat
meisje van de communie?’, verifieerde Thea ook niet zonder verbazing.
‘Ja, die bruid met die trouwjurk’, hielp
Walter zijn moeder herinneren.
‘Toen was ze niet
leuk, maar nou kan ik met haar lachen. Dat heb ik ook aan Willy uitgelegd’,
verduidelijkte Sabine gedecideerd.
‘Wilde Willy dan
van jou weten of je Miranda aardig vond?’, vroeg Thea ongelovig.
‘Ja’.
‘Wat vroeg ze nog
meer?’
‘Of ik mijn oude
klas niet ging missen.’
‘Nee, zei jij
natuurlijk’, raadde Walter.
Sabine negeerde
Walter.
‘Wat zei jij
toen?’, vroeg Thea dus maar.
‘Ik zei dat ik
mijn oude klas ook best wel ging missen, maar dat we nog elk speelkwartier en
na schooltijd met elkaar kunnen spelen als we zouden willen.’
‘Zoveel
diplomatie van zo’n klein meisje’, dacht Thea vervuld van trots.
Tegelijkertijd
werd ze niet goed van het getalm van Willy Bakbruin. Wat kocht een ouder nou
voor al die halfbakken informatie.
‘En toen zei
Willy dat je naar de andere groep bij juffrouw Dorien en meneer Joep mocht?’,
dramde Thea dus maar door.
‘Nee, maar ik
denk het wel; Willy is heel aardig.
‘Ja’.
Walter gniffelde
instemmend.
‘Wat ja?’, bitste
Thea ongedurig.
‘Willy deed in de
klas mee met pieppafpoef. Ze werd geraakt door Jonas. Zogenaamd dan en toen
viel ze zo van haar stoeltje op de grond. Net echt.’
Toegegeven dat
was aardig. Toch stond een geinige acteerprestatie in geen vergelijk met de
botte uitlating van Willy tijdens het memorabele eerste gesprek dat Thea in
groep 3 met haar had naar aanleiding van de zaak meester Gijsbert versus
Walter. De kwetsuur schrijnde na anderhalf jaar nog zo snerpend in haar
geheugen dat de begeleidende woorden bij elke confrontatie met de directrice
van De Wielewaal vanzelf begonnen te dagen. Bij de minste of geringste
aanleiding lagen ze aan de oppervlakte van haar bewustzijn voor herhaling
vatbaar. En telkens liet de heugenis, aan dezelfde lezing van Willy verse,
scherpe sporen na in de opslagruimte van Thea’s hoofd.
‘Nou ik heb 30
jaar voor de klas gestaan voordat ik directrice op De Wielewaal werd en wij
merken hier niets van die zogenaamde motivatie van Walter’, oordeelde Willy
over de toen nog 6 jarige Walter.
Terwijl het
ventje amper aan zijn avontuur in groep 3 begonnen was! Een dik schooljaar
later liet ze een 8jarig meisje ijskoud bijna 3 weken op een beslissing wachten
die in een oogwenk genomen had kunnen worden door mensen die geknipt zijn voor
hun vak. Was Willy maar juf gebleven en voor de klas blijven staan, want een
directrice die niet aansprakelijk is, zelfs met een klacht naar de
onderwijsinspectie als een zwaard van Damocles boven het hoofd, verdient geen
verantwoordelijkheid over meer dan 200 schoolkinderen. Zeker niet als zo’n
hoofd van een basisschool uiteindelijk op haar nummer moet worden gezet door
een vertrouwensarts die zelf boter op het hoofd heeft en pas in het geweer komt
na een aanmaning van één van haar schuldeisers. Alvorens het recht überhaupt
kon zegevieren had Thea dus eerst de vertrouwensarts op het juiste pad moeten
zetten door haar indirect te herinneren aan haar misstap met Jade de interne
coördinatrice van De Wielewaal. Hoe krom wil je het hebben? Hoeveel mooie beloftes de vertrouwensarts nog
zou breken en hoeveel vlotte babbeltjes met de kinderen de directrice er
achteraf ook aan vast plakte; wat Thea betreft konden Willy en Jojanneke nog
duizend keer doodvallen tijdens piefpafpoef. Zogenaamd dan. Net echt.
‘Heb de hoeramail
gelezen?’, vroeg Bart aan het avondeten.
‘Hoeramail?’
‘Ja, ze zijn
eruit. Sabine mag volgend jaar naar de andere groep 6.’
‘Wie zijn ‘ze’?’,
vroeg Thea niet begrijpend.
‘Willy, Jeewee,
Dorien en ene Marjolein. Jade plaatst nog een kanttekening.’
De toonzetting
van Bart was plagerig.
‘Tuurlijk’,
smaalde Thea, terwijl ze over een pan met dampende spaghetti een Nintendo uit
de handen van Walter probeerde te vangen.
‘Nee, serieus.’
‘Wat dan?’, vroeg
Thea afgeleid.
‘Dat de complete
groep 6 en de halve combiklas 6 in het laatste jaar van de basisschool weer bij
elkaar gevoegd zullen worden.’
‘Ja en?’, vroeg
Thea buiten adem.
Haar gebarentaal
had Walter inmiddels zo ver gekregen dat hij afstand van zijn Nintendo nam door
hem dichtgeklapt en in startpositie in de buurt van zijn bestek te houden.
Rusteloos nam Thea plaats aan tafel en hield het ding vanuit haar ooghoeken in
de gaten. Zo’n Nintendo zou spontaan kunnen gaan trillen of piepen. Gestoord
werd je er van.
‘Ja, dat heb ik
ook terug gemaild; ‘Wie dan leeft, wie dan zorgt.’
Vaardig wikkelde
Bart een paar slierten spaghetti om de tanden van zijn vork. Walter staarde
gebiologeerd naast zich, maar het lukte hem pas na een besmeurde borstkas en
etensresten naast zijn bord om het trucje van zijn vader min of meer na te
apen.
‘Sinds wanneer
stuur jij mailtjes naar Jade de interne coördinatrice? Praten zij en wij weer
met elkaar dan?’
Thea sneed haar
spaghetti in kleine stukjes en schoof een lading met het mes op haar vork.
‘Ik denk dat ze
ons niet gelooft. Ik denk dat ze denkt dat wij Sabine geïndoctrineerd hebben.’
‘Zou je denken?’
‘Maar ik heb mijn
antwoord niet naar Jade de interne coördinatrice, maar naar Willy de directrice
gestuurd’, verzekerde Bart.
Niet mis te
verstaan. Evenals de reacties op school de volgende ochtend op Sabines
overstap. Het hek was van de dam en het oorverdovende schapengeblaat van de
ouders overal om haar heen op De Wielewaal ontnam Thea de vrije toestroom van
zuurstof. Ze moest steeds het hoofd van de kudde afwenden om naar adem te
happen op weg naar het lokaal van de combigroep 5/6 alwaar Greet, de moeder van
Mathilde, Thea toch nog waagde te strikken. Zonder gepaste terughoudendheid,
vanwege hun roerige verleden, en ondanks het strijdlustige afweermechanisme dat
Thea tentoonspreidde. Onverbiddelijk schroeide haar wolvinnenklauw de schouder
van Thea.
‘Wat hoor ik nou,
gaat Sabine de combiklas verlaten?’
Haar
sensatiebeluste toontje was minder overtuigend dan normaal en doorspekt met
schuldgevoel. Terecht natuurlijk, want Greet was de moeder van het huilmeisje
‘Mathilde’. Alle meisjes van de combiklas 5 en 6 waren aan het begin van het
schooljaar welkom geweest op het verjaardagsfeestje van Mathilde. Alle meisjes,
behalve Sabine. Thea ziet haar kind van net 8 jaar weer vastgenageld staan op
de betontegels van het speelplein. De voorpret van de feestgangers galmden nog
na in de afhangende oortjes van Sabine. In de steek gelaten, alleen, klein en
onschuldig. Het onbegrip in de glinsterende ogen. De geheime tranen achter het
ijsje voor de troost. Het gesmoorde snikken tussen de flaporen van de huishond
die zich geduldig liet gebruiken als steun en toeverlaat. Die trouwe
labradorlobbes die het lauwe nat, dat over de bolle wangetjes van Sabine
stroomde, met de tong op lebberde. Toch zou schuld aan de groepswissel van
Sabine teveel eer voor de slinksheid van de moeder van Mathilde zijn. Thea
staarde Greet recht in de half geloken troebele ogen en zweeg. Op haar teentjes
getrapt deed Greet een stap terug. Waar was Thea mee bezig? De moeder van
Mathilde had het alleenrecht om anderen te negeren. Het alleenrecht dat Thea
haar nu ontnam. Een brutaliteit. De onverdeelde aandacht van Greet alsmede haar
vurige claim op Thea’s schouder doofden. Nog nauwelijks doordrongen van de het
gore lef van Thea liet Greet zich bij hoge uitzondering naar de achtergrond
duwen door de moeder van Luna. Marit. Ooit had Sabine zich het vriendinnetje
van Luna durven noemen in het bijzijn van Marit en die lichtzinnigheid had ze
moeten bekopen met een paar smalende terechtwijzingen voor het oor en oog van
alle opperouders van De Wielewaal. Niemand anders dan Marit bepaalde wie het
vriendinnetje van Luna mocht zijn en die eer zou zeker nooit aan Sabine
toekomen. Luna zelf had geen mening en die onpersoonlijkheid op zich was al
reden genoeg voor Thea om opgelucht te zijn dat moeder Marit haar dochter te
goed vond voor Sabine. Nog even los gezien van de vader van Luna. Een
onuitstaanbare leraar Nederlands met de impact van een professor in de
weetnikskunde en het ego van een jonge God die hij bepaald niet was. Soms
groette hij Thea in het voorbijgaan, maar meestal niet. Ze las in zijn
kleinerende oogopslag het spiegelbeeld van ontluikende middelbare schoolmeisjes
die nog maar één stapje verwijderd waren van de overtuiging dat de wereld niet
om een te hippe leraar Nederlands draaide. In tegenstelling tot de volwassen
vrouwen die al over de streep waren, maar die desondanks beter niet te dicht
bij het mannetje van Marit in de buurt kwamen. De gespuide bezitsdrang van
Marit riep bij Thea de kinderlijke neiging op om haar voet uit te steken zodra
de vader van Luna haar tersluiks lonkend zogenaamd negeerde tijdens het
passeren. Pootje haken. Dat hij op zijn opgeblazen snoefmuil ging voor het oog
van iedereen voor wie hij de held moest spelen op voorspraak van Marit. De
vrouw bij wie hij overduidelijk vol overgave thuis onder de plak zat. Maar niet
tijdens zijn werk als leraar Nederlands op een middelbare school of als breng-
en haalpapa in de gangen van De Wielewaal. Vanwege zijn functie als leraar had
hij op de basisschool van zijn dochter permanent de rang van een soort aspirant
opperouder weten te verwerven. Iedereen hield hij angstvallig in de waan van
zijn expertise op onderwijsgebied. De concrete invulling van zijn aparte
positie op De Wielewaal liet hij evenwel, veiligheidshalve, aan de grootspraak
van zijn vrouwtje Marit over; wiens arrogantie de vleesgeworden zelfbeperking
was die ze zelf niet kon verkroppen. Wat zag Marit eruit als een benepen
mevrouw op de rand van de menopauze die eigenlijk niets liever wilde dan zich
na jaren van geheelonthouding van haar zelfbedachte keurslijf ontdoen. Als ze
maar zeker wist dat er een rem op haar onderdrukte uitspattingen zou zitten. En
juist dat zeker willen weten deed elke kans op spontaniteit in haar leven de
das om. Marit was de bekrompenheid zelve. Ze wrong zich voor Thea langs door de
deuropening van het klaslokaal richting Jeewee die gedesoriënteerd door al het
opgewonden gekrioel om hem heen, een beetje daas voor de klas door zijn kuif
stond te strijken. Vlak onder zijn neus was Sabine al aangeschoven aan een
zestal gegroepeerde lessenaars voorin de
klas. Met haar stabilo krabbelde ze hartjes in een vriendenboekje van een
klasgenoot.
‘Gaat Sabine na
de zomervakantie over naar de andere groep 6?’, wilde Marit over het hoofd van
Sabine, met een gesmoorde jank van ongenoegen in haar stem, van Jeewee weten.
Nederig knikte
Jeewee en ontweek de woedende blikken van Thea die op een afstand zodanig op
exploderen stond dat de voortekenen de atmosfeer bedrukten. Hoe durfde dat duo
haar zo te blameren? Te negeren. Jan-Willem hoefde nog maar één letter over het
hoofd van haar dochter tegen dat misbaksel van een Marit te uiten en Thea zou met
gebalde vuisten op hem intimmeren. Alsof Jeewee onraad rook, dorst hij Marit
geen antwoord meer te geven en bleef vervolgens maar zo stoïcijns mogelijk voor
zich uit staren. Zijn gezicht en nek kleurden donkerrood toen Marit
continueerde met de dwingende vraag:
‘Heeft dat met
Ronnie te maken?’
Het raadsel
plantte zich al snel voort onder de aanwezige ouders in het klaslokaal en
vervormde, zoals te verwachten, van een assumptie in een voldongen feit.
‘Dat heeft met
Ronnie te maken.’
Het gerucht
verplaatste zich naar de gang en naar Maud die zich voor het lokaal van de
complete groep 5 tegenover de combiklas 5/6 losmaakte uit een innige omhelzing
van Ronnie.
‘Wat heeft met
Ronnie te maken?’
Geprikkeld zocht
Maud benieuwd in haar directe omgeving naar antwoorden. Thea hield net buiten
de geopende deur van het lokaal van de combiklas 5/6 overzicht over het hele
gebeuren. Maud klampte echter bijna iedereen in de gang aan op zoek naar
uitsluitsel, behalve Thea. Het was weer zover. Maud mocht opnieuw tijdelijk
meedoen met de groten der Wielewaalaarde en dus moest de vriendschap tussen
Ronnie en Sabine het wederom bezuren en zelfs het minste contact met moeder
Thea gemeden worden.
Tegelijk met de
consternatie op de gang herhaalde Marit in het klaslokaal van de combigroep 5/6
de brandende vraag tegen het gebogen donkerblonde bolletje van Sabine die
onverstoord nog steeds hartjes zat te tekenen.
‘Heeft dat met
Ronnie te maken?’
Haar wanhoop nam
toe, omdat Jeewee niet meer reageerde en haar stond te trotseren met een hoofd
zo bloeddoorlopen als een rauwe biefstuk. Van een afstand keek Thea gespannen
naar het tafereeltje. Ze zou serieus niet weten waarom uitgerekend Marit zo
overstuur zou raken van het vertrek van Sabine naar een andere klas. Het
antwoord liet niet lang op zich wachten.
‘Vind je de
combiklas te moeilijk misschien?’, fleemde Marit nu.
Hoopvol aaide ze
het achterhoofd van Sabine die langzaam naar Marit opkeek.
‘De andere groep
is beter’, antwoordde Sabine quasi onnozel en voor niemand te missen.
Nu was Thea het
liefste het lokaal ingestormd. Niet meer om Sabine te wreken; maar om haar te
lauweren. Waarom bestaan er geen erkende graadmeters voor sociale
intelligentie? Sabine zou als geniaal uit de bus komen.
‘Beter voor jou
bedoel je? Voor jou?’, toetste Marit paniekerig.
Sabine haalde
haar schouders op en stortte zich weer op haar pentekening.
‘Wat is er met
Ronnie?’
Maud was nu ook
van de partij. Ze knikte verlegen naar Jeewee. Jeewee aarzelde. Hij wist
natuurlijk niet zeker of een begroeting van een moeder van een kind uit een
andere klas wel geoorloofd was door de opperouders. Bij wijze van compromis
wapperde hij kortstondig slap in de richting van Maud om zijn rechterhand
vervolgens zo snel mogelijk weer door zijn kuif te halen.
‘Sabine komt
volgend jaar bij Ronnie in de klas’, hikte Marit verontwaardigd tegen Maud bij
gebrek aan beter.
‘Ik weet van
niks’, antwoordde Maud vereerd door de aandacht van Marit en simultaan afkerig
over het nieuws alsof ze een oneerbaar voorstel afwimpelde.
Naast Thea
verscheen alweer een nieuwsgierige ouder in de deuropening van het klaslokaal
van de combigroep 5/6.
‘Of heeft het met
Jeewee te maken?’, vroeg ze aan Thea.
‘Heb je het tegen
mij?’
Quasi verbaasd
wees Thea naar zichzelf en dacht stiekem:
‘Are you tokking to me?’
‘Misschien dat
Sabine weggaat vanwege Jeewee?’
‘O, je bedoelt
dat Jeewee weleens geen goede onderwijzer zou kunnen zijn?’, provoceerde Thea
geamuseerd.
‘Nee, ik bedoel
omdat Jeewee in het nieuwe schooljaar niet meer in de combiklas 6/7 staat, maar
voor groep 8. Samson heeft het daar ook erg moeilijk mee’, herstelde de
bakfietsmoeder zich haastig uit angst om verkeerd begrepen te worden en aldus
uit de toon te vallen.
‘Ja, dan heeft
het ook zoveel nut om in een andere groep te gaan zitten waar Jeewee ook niet
voor de klas staat’, hoonde Thea en ze vervolgde:
‘Maar nee, het is
ons niet om Jeewee te doen. Hij kan zijn expertise dragen.’
‘Nee, omdat ik
Harry weleens heb horen beweren dat jij de combigroep 5 en 6 een ‘clubje voor
hoogbegaafden kinderen’ vond’.
De bakfietsmoeder
mimede aanhalings- en sluittekens met twee wijsvingers in de lucht die ze olijk
liet krullen tijdens de vermelding van het ‘clubje voor hoogbegaafden
kinderen’.
‘Heb ik dat tegen
Harry gezegd?’
Thea deed alsof
ze hogelijk verbaasd was. De bakfietsmoeder begon zichtbaar te twijfelen.
‘Wie is Harry?’,
wilde Thea vervolgens liefjes weten.
‘De vader van
Luna en Soleil’.
‘Moet ik hem
kennen?’
‘Doe niet zo
raar; je kent de vader van Luna en Soleil toch wel? Hij is de man van Marit.
Marit is klassenouder.’
De mist in het
geheugen van Thea begon op te lossen in een recollectie van een korte
ontmoeting met de roemruchte leraar Nederlands. De vader van Luna en Soleil en
de leuke vent van Marit dus. Beter bekend als Harry was Thea zojuist gebleken.
Het onderhoud vond plaats aan het einde van het vorige schooljaar. Daarvoor was
iedereen geruime tijd in rep en roer geweest over de geplande hesplitsing van
de 4 bestaande groepen 4 en 5. Naast een kersvers samengestelde groep 5 en 6
moest er nog een nieuwbakken combiklas 5/6 komen. Verdeel en heers dus. Zeker
voor wat betreft de opperouders die geen enkele beslissing van de
schooldirectie zo maar ongemoeid over hun kant lieten gaan. Sommige speciale
kinderen konden nu een maal niet gescheiden worden. Ze hadden vriendschappen
voor het leven gesloten in hun oude, vertrouwde groepen 5 en 6 en een
verandering zou weleens als uiterst traumatisch kunnen worden ervaren. Tot
tranen toe bewogen schoolden de potentieel gedupeerde ouders samen op het
schoolplein. Ze steunden elkaar; boden over en weer een schouder om op uit te
huilen en lieten hun gezamenlijke ontstemde geluid horen. Je zag directrice
Willy tijdens haar wekelijkse defilé over het speelplein in een paniekstuip
schieten bij de aanblik van de recalcitrante ouders. Ze verzon een list om de
ouders toch – zogenaamd – tegemoet te komen. De kinderen mochten een lijstje
invullen met een rangorde van 3 kinderen bij wie ze het liefste in de klas
zouden willen zitten. Sabine plaatste Ronnie op 1, Zarah op 2 en Luna op 3. Niet
Thea’s keuze. Helemaal niet toen Maud op navraag aan Thea liet doorschemeren
dat Sabine weleens niet genoemd zou kunnen zijn op het lijstje van Ronnie. Ook
niet op het lijstje van Luna trouwens. Haar moeder wond er geen doekjes om toen
Thea in al haar naïviteit aan Marit liet weten dat Sabine kennelijk dol genoeg
was op Luna om haar dochter op nummer 3 van haar voorkeurslijstje te zetten:
‘Luna speelt
graag met andere meisjes’, serveerde Marit de dochter van Thea doodleuk af.
Tot besluit
haalde ze haar neus nog op. Desalniettemin kwam Sabine kwam toch bij Luna in de
combiklas. En bij Zarah.
‘Heeft Zarah in
ieder geval dan wel Sabine op haar voorkeurslijstje staan?’, wilde een
geëmotioneerde Thea ten slotte toch nog graag weten van Dorien; de toenmalige
juffrouw van groep 5.
‘Ik zou het niet
weten. We hebben maar wat gedaan bij de indeling. Volstrekte willekeur’,
meesmuilde Dorien.
Ze stond
overduidelijk te overdrijven. Voorbewerkt en murw gewauweld door het
onophoudelijke gedram van de opperouders. Thea was ongetwijfeld niet de enige
en eerste die over het vriendenlijstje begon tegen Dorien en ze zou zeker niet
de laatste zijn. Toch had Dorien deze onverkwikkelijke feedback kunnen
verwachten van zo’n ondoordacht zoethoudertje als het stimuleren van een
pikorde onder kinderen in de leeftijd van 8 tot 9 jaar. Door ze samen met de
ouders te laten kiezen met welke drie kinderen ze het liefste in een klas
zouden willen doorbrengen waren de scheve verhoudingen nog duidelijker
geworden. De grilligheid van de leerkrachten van De Wielewaal bij de daarop
volgende indeling van de groepen 5 en 6 en de combinatieklas 5/6 was daarom
geen excuus om voorts minder belangrijke – tweederangs - verontruste ouders nog
verder van de basisschool te vervreemden door ze met gespeelde
onverschilligheid op stang te jagen. Met een betrokken hipsterpapa binnen haar
gehoorbereik; of met een toegewijde parttime, kwaliteitsmama in de buurt was
Dorien altijd een stuk minder blasé en zou ze nooit zo quasi stoer gereageerd
hebben. Toch trok Thea zich de onverschilligheid van Dorien niet persoonlijk
aan. Ze wist tenslotte wie ze voor zich had. En nadat uiteindelijk algemeen
bekend werd dat Sabine in de combinatieklas terecht zou komen bij dat Lunakind
met die overgewaardeerde opperouders, kon Thea het niet nalaten om mama Marit
en papa Harry op stang te jagen toen ze de kans kreeg aan het einde van
respectievelijk het 3de en 4de
schooljaar van haar 2 kinderen. Net als zowat iedere rechtschapen ouder
en/of verzorger van De Wielewaal, waren Harry en Marit op de brede stoep voor
de dichte deuren van de gymzaal in afwachting van de jaarafsluiting van de
basisschool. Thea besloop het gewichtige echtpaar van achteren en drong zich
onaangekondigd aan het tweetal op door zich met haar volle gewicht abrupt
tussen hen in te werpen.
‘Hebben jullie
het al gehoord!’, riep ze hysterisch blij.
Alle aanwezigen
schrokken wakker en zowel Harry als Marit deinsden onaangenaam verrast terug
voor Thea.
‘Luna komt bij
Sabine in de combinatieklas!’, bazuinde Thea onbekommerd in het rond.
Haar stemgeluid
overstemde het geroezemoes op het plein rond de gymzaal in de windstille
vooravond van een zwoele zomernacht in juni. Hier en daar werd beschaamd
gekucht. De opgevoerde elektrische fiets die aan het gezelschap voorbij bromde
werd door de directe omstanders nagekeken tot hij uit het zicht verdwenen was,
in de hoop zo het pijnlijke moment te kunnen overbruggen. Thea liet zich niet
van de wijs brengen
‘Sabine komt bij
Luna in de klas, bedoel je zeker’, lispelde Marit vals.
Thea stak
tevergeefs, zogenaamd liefdevol, haar armen naar een onwillige Marit uit en
overschreeuwde het ouderbestand:
‘Hartstikke leuk
voor Luna hoor! Welkom bij de club voor hoogbegaafden kinderen!’
Die opmerking was
blijkbaar bij de één verkeerd gevallen en bij de ander ook nog eens blijven
hangen. Bij Harry bijvoorbeeld.
‘O, die Harry’,
lachte Thea ontwijkend naar de bakfietsmoeder.
Professor Pronken
besloot om zich eveneens en plein public over de kwestie ‘groepswissel van
Sabine’ te uiten en dacht een aanknopingspunt voor zijn bemoeienis gevonden te
hebben door indirect voor zijn dochter Allagonda in de bres te springen.
‘Wat wilt u
eigenlijk zeggen met ‘een club voor hoogbegaafden kinderen’, moeder van
Walter?’
‘We hebben het
hier over mijn dochter Sabine beste vader van Marcus’, diende Thea de zogenaamd
verstrooide professor onverbloemd van repliek.
‘Nee, omdat uw
zoon Walter weleens met mijn zoon Marcus afspreekt.’
‘Ja, en mijn
dochter Sabine niet met jouw dochter Allagonda’.
‘Is dat de reden
dat u de combinatieklas een club voor hoogbegaafden kinderen noemt? Want dan
zou u het zowaar weleens per ongeluk bij het rechte eind kunnen hebben.’
Meewarig schudde
Thea met haar hoofd en ze antwoordde raadselachtig:
‘De wissel van
Sabine heeft hoe dan ook weinig tot niets met leercapaciteiten van doen.’
‘Is deze wissel
besloten voor of na dat bekend werd dat Jan-Willem niet opnieuw de leerkracht
van de combigroep 6 en 7 in het komende schooljaar gaat worden? Heeft u soms
bezwaren tegen Siepie?’
‘Wat gaat jou dat
aan?’, blafte Thea.
‘Weet u iets dat
wij niet weten?’, herformuleerde de professor hoogmoedig en hem kennende nog
steeds niet straatwijs geworden.
‘Ik weet zoveel
meer dan jij niet weet; dat lossen we samen niet zo één, twee, drie op met een
gesprekje voor de deur van het klaslokaal van onze kids.’
Gedesillusioneerd
boog de professor zijn grijze kop en droop af. Maar Maud ging nog volledig op
in het spel.
‘Heeft dat met
Ronnie te maken?’
Ze richtte haar
pijlen ongegeneerd op Sabine alsof het 8
jarige meisje, dat nog steeds onaangedaan zat te tekenen, een misdadigster van
het ergste soort was.
‘Hey Sabine ik
vraag je wat?’
‘Nee, Maud, de
groepswissel van Sabine heeft niets met Ronnie te maken’, riep Thea beschermend
vanaf de deur hoorbaar door het hele lokaal van de combigroep 5/6.
Sabine krabbelde kalmpjes
verder aan haar tekening en Maud wisselde een blik van verstandhouding met
Marit. Ze waren dikke vriendinnen vandaag en zo kwam Maud de twijfelachtige eer
toe om die middag na school wel 5 uur op Luna te mogen passen. Luna kwam grif
met Ronnie spelen. En ze zou blijven tot na het avondeten zodat moeder Marit
eindelijk eens de handen vrij had om lekker een middagje ongestoord en
kinderloos te kunnen chillen. Zalig met een oversized sweater onder een
fleecedekentje met een ‘feel good’ roman en een dampende mok thee tussen de
‘sleeved’ knuistjes op de bank. Thea vroeg zich toch nog wel een seconde lang
af waar ‘alle meisjes behalve Sabine’ zich na school schuilhielden. Dus al die
andere meisjes die Luna volgens haar moeder Marit prefereerde boven Sabine en
waarmee ze altijd speelde. Vervelend dat ze in geen velden of wegen te bekennen
waren uitgerekend nu de moeder van Luna ze best kon gebruiken voor een time-out
en de naschoolse opvang van haar dochter.
Het
afscheidscadeautje dat Luna een dag later voor Sabine mee naar school bracht
zal dan ook zeker niet op initiatief van mama Marit bedacht zijn. Luna had haar
geschenk zelf ingepakt in een prop sinterklaaspapier. In juni. Na veel gepluk,
gescheur en helpende handjes verscheen een Disney parfumflesje uit de
verpakkingsmassa. Toch nog voor een kwart gevuld met een roze
prinsessengeurtje. Het was niet het enige dat Sabine toegestopt kreeg van haar
klasgenootjes. Engelse drop, smurrie in een potje, gebruikte geurgummetjes, een
houten kralenketting, een scheetkussen en een lachzak.
‘We gaan je
missen’, beweerde Zarah, terwijl ze een tablet chocolade in 2 ongelijke stukken
brak.
Ze bood Sabine
het grootste stuk aan.
‘Waarom ga je
naar de andere groep 6?’
‘Dat heb ik toch
verteld vanmorgen’, schokschouderde Sabine onder het genot van een mond vol
melkchocolade met krentjes.
Jeewee had Sabine
die ochtend voor de klas geroepen. Of ze zelf aan iedereen durfde te vertellen
van haar overstap naar de andere groep 6!? De meesterheld op sokken. Sabine
dorst het hoge woord er wel uit te gooien:
‘Ik ga na de
grote vakantie naar de andere groep 6, want dat wil ik.’
‘Dat zou ik ook
wel willen’, bedacht Zarah zich hardop in de klas.
‘Maar jij mag
niet van je moeder en ik wel’, had Sabine bijdehand geantwoord.
En zo had die
onbeduidende Sabine het hele geteisem voorlopig de mond gesnoerd.
‘Sabine gaat een
veelbelovend jaar in groep 6 bij juffrouw Dorien en meester Joep tegemoet’,
schreef Jeewee als slotopmerking in het laatste rapport van groep 5.
‘Waarom is die
man zo halfslachtig?’, gruwelde Thea.
‘Vaag bedoel je?’
Bart was net
terug van zijn 10 minutengesprek over Walter met juffrouw Toos van groep 4.
Wonderwilma had er ook bij gezeten. Op het hardop voorlezen na, scoorde Walter
met alle vakken boven het landelijke gemiddelde van een kind van 7 jaar aan het
einde van groep 4. Die gouwe ouwe juffrouw Toos! Thea kocht een doosje merci
chocolaatjes in diverse smaken voor haar voor 2,50 bij de Aldi. Als
afscheidscadeautje. Walter moest het haar geven. Vooral de vermelding van de merknaam ‘merci’ groots voorop op de verpakking was
essentieel. Thea had Wonderwilma ook best welgemeend oog om oog willen bedanken
met een kartonnetje mercichocolade. Voor de prijs hoefde ze het niet te laten.
Nog steeds was Wonderwilma echter niet in staat om zoals ieder normaal mens
over haar afkeer van een ander te huichelen. Ze bleef non stop wegkijken of
vluchten voor elke toevallige ontmoeting met de moeder van haar geliefde en
dankbare pupil Walter. Dus een merci van Thea onder vier ogen zou bij
Wonderwilma ook wel verkeerd vallen. Toch vatte juffrouw Toos de hint. Walter
beweerde althans dat hij tranen bij zijn juffrouw Toos in de ooghoeken en op de
wangen zag schitteren toen ze de ‘merci’ verpakking na het verwijderen van het
gebloemde cadeaupapier in handen hield. Aan het gegeven paard dat sowieso niet
in de bek gekeken mag worden zal de ontroering niet gelegen hebben. Wel aan de
symboliek.
‘Is Walter nou
een sterretje af?’, informeerde Thea bij Bart.
‘Weet ik veel.
Hier is hij in elk geval het zonnetje in huis’, pufte Bart, terwijl hij na het
opschonen van zijn door speelgoed bezaaide zitting in zijn relaxstoel verdween.
‘Nou moet ik nog
naar het laatste 10-minutengesprek met die slapjanus van een Jeewee.’
Bart wees naar de
afstandsbediening die Thea hem met een wrevelig gebaar aanreikte.
‘Je moet niks. De
laatste gesprekken van het schooljaar zijn facultatief’.
‘Ik kan nu niet
meer terug’, vond Thea theatraal.
‘Eigenlijk ben ik
er wel klaar mee voor dit schooljaar. Zowel Sabine als Walter hebben
topprestaties geleverd. Trouwens, Sabine komt toch na de vakantie in groep 6
bij die Dorien. We hebben leuke kinderen en nou wil ik voetbal kijken.’
‘Misschien ga ik
wel met Jan-Willem praten’, peinsde Thea.
‘Waarom zou je?’
Bart hield zijn
ogen op de televisie gericht.
‘M’n eerste
stapjes in de richting van mijn comeback naar de toekomstige
10-minutengesprekken?’
‘Het zou wel goed
zijn om die Jan-Willem eens flink op zijn nummer te zetten. Nu komt hij wel
heel makkelijk met de hele scheefgegroeide situatie weg’, sprak Bart zichzelf
tegen.
Geestdriftig
vulde Thea hem aan:
‘Ja en als ik
alles aan hem uitleg dan kan hij niet meer zeggen dat hij van niets geweten
heeft.’
Geamuseerd
richtte Bart zich even volledig op Thea met een gezicht dat een ingehouden
smakelijke lach uitdrukte.
‘Ja, nee, dat
gaat helpen. Nadat mejuffrouw Thea alles aan Jan-Willem heeft uitgelegd, zal
hij nooit meer beweren dat hij van niets geweten heeft.’
Met een zuur
lachje schoot Thea in de verdediging:
‘Maar dan weet ik
tenminste zeker dat hij een spelletje speelt en bewust zijn ogen sluit voor de
realiteit op zijn werkplek.’
‘Twijfel je aan
zijn onoprechtheid dan?’
Bart richtte zich
weer op het voetbal.
‘Ik weet niet;
misschien heeft die man echt wel niets in de gaten van de concurrentiestrijd
tussen ouders en de impact op hun kinderen, van de manipulaties van iemand als
professor Pronken en de manier waarop iedereen een schoolmeester voor het eigen
karretje probeert te spannen. Hij is tenslotte maar onderwijzer.’
‘Hoor je nou wat
je zelf zegt? Hij is maar onderwijzer. En daarom is hij incapabel? Kan hij
daarom niet om zich heen kijken en geen grenzen en paal en perk stellen? Juist
een onderwijzer behoort alles te snappen van de werking van groepsdruk.
Kinderen zijn precies kleine volwassenen. Maar Jan-Willem wil niks in de gaten
hebben Thea. Hij zal altijd blijven beweren dat hij van niets geweten heeft; of
in de toekomst af zal weten van dat wat nog te gebeuren staat. Maar daarom
hoeft meester Moraalelastiek nog niet gespaard te worden. Misschien moest je
maar meteen nu direct een afspraak met hem maken; dan kan ik eindelijk naar
mijn welverdiende voetbal kijken.’
‘Misschien valt
hij wel in katzwijm als hij me ziet’, speculeerde Thea bombastisch, omdat ze
zeker wist dat Bart haar toch niet meer toehoorde.
‘Ik zit heel
geconcentreerd voetbal te kijken Thea!’
‘Ik denk dat ik
dan maar meteen een seksuele relatie met Jeewee begin’, verkondigde Thea koeltjes, terwijl ze
aanstalten maakte om zich terug te trekken uit het overbelaste aandachtsveld
van Bart.
Hij rondde het
gesprek slordig af:
‘Laat je niet gek
maken meisje en ik hou van je, vergeet dat niet!’
‘Gaat vast niet
goed komen’, kermde Thea.
Ze was inmiddels
opgestaan en fouilleerde de kussens van de bank tot ze haar mobiel weer terug
gevonden had. In het schermpje scrolde ze naar het nummer van De Wielewaal voor
een afspraak. Ze probeerde Bart te negeren, omdat hij weer zo nodig het laatste
woord moest hebben:
‘Precies, maar
laat je daardoor in ieder geval niet weerhouden om bij Jan-Willem je eigen
mening te verkondigen. Dat doe je bij mij ook.’
HOOFDSTUK 25
Het vacante
klaslokaal aan het einde van de gang zou in de zomervakantie gebruiksklaar
gemaakt worden. Tot dan diende de ruimte ter opslag van decorstukken van de
musical van groep 8; rekwisieten; geluidsapparatuur; een regisseurs – en een
bureaustoel.
‘We kunnen ook
beneden gaan zitten in de koffieruimte’.
Nerveus zocht
Jeewee om zich heen naar bakens voor de aanstaande woelige storm die in zijn
angstige verwachting lag en waarvan hij de heftigheid vreesde.
‘Nee, dit is
prima toch?’
Thea koos de
regisseursstoel in het midden van het lokaal. Dus nam Jeewee noodgedwongen op
de bureaustoel plaats.
‘Weet je zeker
dat je niet liever hier wil zitten?’, vroeg hij vriendelijk.
‘Heel zeker’.
Ze voelde geen
enkele behoefte om van zitplaats ruilen. De bureaustoel stond in een hoekje
naast een rekwisiet van de musical van groep 8. Een salontafeltje waarop Jeewee
zijn paperassen al had uitgestald. Bovendien bood een zitplaats op de
regisseursstoel in het centrum van de ruimte in het geval van Jeewee nergens
beschutting tegen een eventuele mannelijke opwinding die Thea al vaker bij hem
had zien optreden. Of hij zou zijn handen in zijn schoot en in geval van
opbolling pal voor zijn kruis moeten
leggen. Indien mogelijk wilde Thea zichzelf een dergelijk pijnlijk schouwspel
besparen. Inclusief plaatsvervangende schaamte van haar kant. Ze troostte zich
met de goede raad van Bart die inhoudt dat erecties in het wild nooit
persoonlijk genomen moeten worden.
‘Volgens mij zit
je veel beter op de bureaustoel’, drong Jeewee aan.
Zijn stem klonk
hol in de vrije ruimte. In ieder geval werd Jeewee niet gehinderd door
zelfkennis, kwade bedoelingen of een vooruitziende blik.
‘Ja, volgens mij
ook; maar ik blijf zitten waar ik zit.’
‘Zullen we dan
maar beginnen?’
Nooit eerder was
Jeewee in het bijzijn van Thea zo voorkomend, welbespraakt en toegankelijk
geweest. Wilde hij zijn in zijn rol als onderwijzer nog enigszins serieus
genomen worden, dan kon hij nu ook onmogelijk de lolbroek aantrekken en de
clown uit gaan hangen. Ondanks zijn nervositeit die hem zichtbaar deed
sidderen. Iemand van één of andere onderwijswerkshop met de titel ‘omgaan met
angsten’, of in die trant, zou Jeewee wel wijs gemaakt hebben dat hij zich niet
hoefde te schamen voor de zichtbare benauwenis die hem gegarandeerd parten
speelden tijdens iedere beroepsmatige interactie met ouders. Het bloed dat hij
naar zijn wangen voelde stijgen, de natte handpalmen, het kloppen van zijn hart
in de keel; het verdoofde gevoel in zijn maagstreek alsof iemand hem een por in
zijn buik gaf en hij achterover kukelde, terwijl hij nooit in kon schatten waar
en wanneer hij eindigen zou. Dit hele pakket aan zenuwtrekken legde hij
manmoedig naast zich neer als een voldongen feit. Het is maar goed dat Thea er
het mens niet naar is om andermans zwakheden in haar voordeel te gebruiken.
Alhoewel Jeewee eigenlijk niet anders van haar verwacht had. Hij zat er klaar
voor. Voor de zoveelste zedenpreek in zijn loopbaan. Daarna zou de procedurele boetedoening van een welwillende
schoolmeester onder giga werkdruk volgen. Dan hadden we dat ook weer gehad.
‘Hij weet niet
beter’, lichtte Bart later toe.
‘Dus ik had hem
moeten laten kruipen?’
‘Dat is hij wel
gewend van die andere mama’s, ja’.
Achteraf moest
Thea Bart gelijk geven.
‘Je zou ze toch.
Die heksen’, mijmerde ze hoofdschuddend.
‘Je zou bijna
medelijden met Jan-Willem krijgen’, vond Bart.
Maar nee,
medelijden ging Thea veel te ver. Tegen de veerkracht van Jeewee was geen
afzetten mogelijk. Thea kon niet reageren op die man. Hij was als een kwal in
een bassin gevuld met slijm. De goesting om het beest te pakken te krijgen was
al verdwenen voordat de sprong van de duikplank in de diepte gedaan was.
‘Om te beginnen
wil ik wel even kwijt dat ik Sabine een poepie vind’, begon Jeewee.
‘Nou, dankjewel’,
aarzelde Thea; ervan uitgaande dat Jeewee vanuit de beste bedoelingen sprak.
Hoewel een
‘poepie’ nooit haar woordkeuze zou zijn. Wel herinnerde Thea zich een anekdote
die over Sabine de ronde deed. Aan het begin van het schooljaar scheen ze in de
kring bij een eerste kennismaking aan meester Jan-Willem gevraagd te hebben:
‘Lust je ook een
broodje poep?’
‘Lekkerrr’, had
meester Jan Willem geantwoord, omdat hij ook best weleens echt leuk kon zijn
natuurlijk.
Waar Sabine die
rare vraag vandaan had? De opperouders wilden dat hun kind publiekelijk zo
grappig geweest was. Maar Sabine vroeg gewoon naar het broodje poep uit de film
van ome Willem. Retro kindertelevisie. Je wilt je nazaten zoveel mogelijk
cultuur laten proeven. En alsof de situatie nog niet pijnlijk genoeg was,
benadrukte Jeewee zijn bevinding door zijn ogen genoeglijk tot streepjes te
knijpen en in herhaling te vallen:
‘Echt, een poepie
ja.’
Voor Thea
aanleiding om het samenzijn zo snel mogelijk over een andere boeg te gooien.
‘Maar nu even
over haar overstap naar de complete groep 6 in het nieuwe schooljaar.’
‘Ja, mijn
collega’s vroegen mij al of ik haar wens niet persoonlijk opvatte. Maar niet
natuurlijk. Ik neem dat niet persoonlijk op. Ik niet.’
Het gejuich van
het onzichtbare publiek dat Jeewee in zijn fantasie had toegesproken bleef uit.
Verstoord ontwaakte hij uit zijn dagdroom en keek confuus naar Thea die
tegenover hem in de regisseursstoel troonde. Ze zei niets en verstarde in haar
zithouding; waardoor haar plotselinge minachting niet te omzeilen viel. Een
reactie op de zelfverheerlijking van Jan-Willem. Zijn hand met de gespreide
vingers, die zojuist nog op zijn borst als illustratie van zijn grootheidswaan
dienst had gedaan, verdween in zijn kuif om te eindigen in de nek. Een potentiële
paniekaanval kondigde zich aan in zijn blik. Net voordat hij uit de bocht
dreigde te vliegen, herpakte Jeewee zich.
‘Sabine gaat een
geweldig schooljaar tegemoet in groep 6’.
Zijn stem trilde
na van de egoschok.
‘Ze krijgt
juffrouw Dorien weer. Net als in groep 3 en 4, dus dat komt wel goed’,
bevestigde Thea bekoeld.
Jeewee beet op
zijn onderlip. Hij keek moeilijk alsof hij jaloers was.
‘Ja, en meester
Joep. Ik heb ook tegen Joep gezegd dat Sabine een poepie is.’
‘Nou wat kan er
dan nog mis gaan?!’, vroeg Thea zich niet serieus af.
Haar cynisme
maakte Jeewee onzeker. Gedesoriënteerd beet hij zich vast in zijn eigenliefde.
‘Sabine zei
zojuist nog tegen me; Het ligt niet aan jou hoor. Dat zei ze tegen me.’
Thea wreef haar
voorhoofd alsof ze haar ergernis weg kon poetsen. Het verloop van het gesprek
liet een onvermijdelijke afwijking naar het kinderachtige gedrag van Jeewee
zien. Ze hoorde het Bart al zeggen:
‘Had je wat
anders verwacht dan?’
‘Het is de
groepsdynamiek die Sabine naar de complete groep 6 geleid heeft. Het totaal’,
doceerde ze zonder de illusie dat haar uitleg nog enig verschil zou maken in de
belevingswereld van Jeewee. Maar ze was er nou toch.
‘Ja. Maar toen ik
met groep 8 op schoolkamp was en Siepie mij verving in de combiklas 5/6 ben ik
met gejuich en applaus ontvangen toen ik na 3 dagen weer terugkeerde’,
zegepraalde Jeewee.
‘Ja, vind je het
gek; in vergelijking met Siepie is ieder ander een verademing’, dacht Thea,
maar ze zei:
‘De reden dat
Sabine naar de andere groep 6 wil is onder meer vanwege de competitieve sfeer
in de combiklas.’
‘Die is er dus
niet. Dat heb ik je al te kennen gegeven. Maar ik ga je niet meer tegenspreken.
Als jij zegt dat er een competitieve sfeer in de combigroep 5/6 heerste dan is
dat jouw mening. Ik deel die mening niet.’
Van het ene op
het andere moment bleek Jeewee heus ook weleens vastberaden te kunnen zijn als
hij zijn best deed. Alhoewel zijn reactie wel een beetje gekunsteld overkwam.
Alsof hij zijn verweer, waarin hij natuurlijk refereerde naar de ruzie via de
mail over het poezen werkstuk van Sabine, vantevoren had ingestudeerd. Bart en
Thea hadden hem ervan beticht een meeloper te zijn. Hij zou zich niet gewonnen
geven. No nuts, no glorie. Hij leek op een kleutertje dat zojuist een
vooropgezet plannetje ten uitvoer had gebracht vanuit het principe dat als hij
zijn handen voor zijn ogen deed, dat niemand de gevolgen van zijn daden dan ook
waarnam. Zo moet het ook gegaan zijn tijdens lessen waarin kinderen werden
uitgescholden door klasgenootjes als ze te vaak de hand opstaken met het goede
antwoord. Sabine was het slachtoffer geweest. Maar ook Allagonda. De dochter
van professor Pronken uit groep 6 van de combiklas. Thea besloot om Jeewee met
zijn neus op de feiten te drukken:
‘Als er geen
competitieve sfeer in de combiklas hing, waarom werd Sabine dan voor
‘Sabinekutlawine’ uitgescholden door onder meer die guitige Mees nadat ze ten
overstaan van de hele groep het goede antwoord op een vraag van jou had
gegeven?’
‘Niet’, ontkende
Jeewee flabbergasted.
Thea kon niet
goed inschatten of Jeewee nou deed alsof hij overdonderd werd door haar
ontboezeming of dat hij een toneelstukje opvoerde. Ze zou willen dat ze de
gedragingen van Jeewee beter in kon schatten. Dat ze zeker kon zeggen dat hij
de waarheid sprak of loog. Hoewel; als hij eerlijk was; en werkelijk als een
kip zonder kop voor de klas stond, dan kon een realiteitscheck aan de hand van
een paar anekdotes van Thea nooit kwaad. En Thea ging ervan uit dat Mees buiten
schot moest blijven. Mees uit groep 6 was namelijk het broertje van Elfie; het
frêle vriendinnetje van Walter dat in haar broek plaste tijdens dat beruchte
herfstvakantie-uitje van een dikke anderhalf jaar terug naar Monkeytown. De
broer van Elfie met de naam Mees was dus ook de zoon van een invloedrijke
psychiater en een gesjeesde psychologe. Gevolglijk niet zo moeilijk te raden
dat een labbekak als Jeewee aan het einde van de schooldag duizend keer liever
door een schijnbaar ongevaarlijk softiestel als Thea en Bart op het matje
geroepen werd dan door de vooraanstaande ouders van Mees. Beter Sabine
opofferen aan zijn lafhartigheid dan Mees aanspreken op zijn pestgedrag. Wie
waren Bart en Thea nou helemaal? Hij een ICTer en zij had een webshop en deed
iets met huiswerkbegeleiding. Zoals zoveel veredelde huismoeders. Maar zo’n
bitch van een psychologe als de moeder van Mees en Elfie hoefde maar een paar
vieze, leugenachtige geruchten over hem als schoolmeester in de combigroep te
gooien en Jeewee kon een toekomstig treetje hoger op de onderwijsladder verder
wel schudden. Dus besloot Thea om het
geheugen van Jeewee via een andere invalshoek op te frissen. Sabine was
kennelijk niet belangrijk genoeg.
‘Hij deed
hetzelfde bij Allagonda. Je weet wel: De dochter van professor Pronken. Mees
noemde haar herhaaldelijk ‘hypergonder’ in de klas. Ook steeds nadat ze een
goed antwoord had gegeven.’
‘Hoe weet jij
dat?’, wilde Jeewee ontwijkend weten.
‘Omdat Sabine aan
mij vroeg wat een ’hypergonder‘ betekende en toen wilde ik weer weten waarom
zij dat vroeg.’
‘Wel knap van
Mees dan dat hij wel uit zichzelf weet wat een hypergonder is,’, vond Jeewee.
‘Wat je zegt, ben
je zelf’, schamperde Thea.
Jeewee kon zijn
lach met moeite inhouden:
‘Nou ik denk dat
Allagonda hier zelf ook wel erg om moest lachen’, proestte hij.
‘Ik denk bijna
net zo hard als Sabine om dat ‘Sabinekutlawine’ dat haar iedere keer door
Meesje naar het hoofd geslingerd werd in de klas, in het bijzijn van een
meester die dus geen overwicht op de groepsdynamiek had.’
Het lachen was
Jeewee alweer vergaan:
‘Ik heb het niet
gehoord. Ik weet niet wat er gebeurd is.’
‘Ik vertel je nou
toch wat er gebeurd is?!’
‘Ik vind de
termen die Mees volgens jou gebruikt heeft geen scheldnamen. Hoogstens plagerijtjes.
Ieder verhaal heeft 2 kanten en om een goed beeld te kunnen krijgen zou ik
eerst met Mees en Allagonda moeten praten.’
Eerlijk gezegd
vond Thea die hele scheldaffaire ook een nonprobleem, maar het doel heiligt de
middelen. Een opperouder zou hel en verdoemenis geschreeuwd hebben in een
vergelijkbare situatie.
‘Ow, en
Sabinekutlawine doet weer spek en bonen mee?’
‘Ach joh, na de
vakantie gaat Sabine naar de andere groep 6 en dan zijn jullie overal vanaf’.
In plaats van
‘jullie’ bedoelde Jeewee eigenlijk ‘IK’ te zeggen natuurlijk. Hij klonk sowieso
alsof hij de rode draad van het gesprek kwijt was. Tegen beter weten in
probeerde Thea hem toch nog een duwtje in de goede richting te geven.
‘Je doet net
alsof Sabine in een vloek en een zucht van de combiklas naar de complete groep
6 is overgestapt. Zo makkelijk was dat niet. Temeer omdat de contacten die wij
als ouders met de directie van De Wielewaal hebben danig verziekt zijn in de
loop van dit schooljaar.’
‘Ach, wat spijtig
om te horen’, fleemde Jeewee afgeleid.
Zogenaamd
betrokken bij het gesprek dwaalden zijn staalblauwe ogen onbeschaamd over haar
hele lichaam. Dat lijf van halverwege in de veertig dat Thea door haar positie in de
regisseursstoel in het centrum van het lokaal niet mooier kon maken dan het
was. Ze had de situatie over zichzelf af geroepen. Aan de ene kant om Jeewee
een afgang te besparen. Aan de andere kant met de bedoeling om hem de realiteit
onder zijn neus te wrijven. Jeewee zou vanzelf afknappen op haar weinig
uitnodigende uitstraling. Bart had al gewaarschuwd voor een ongewenst effect.
‘Jij kunt niet
bepalen wat een ander aantrekkelijk
vindt.’
Nu focuste Jeewee
onbelemmerd op haar jukbeenderen, ogen en lippen die leken te bevriezen onder
de ijzige inspectie. Alsof Thea een koe op de veemarkt was en Jeewee een boer
die het rund wel kon waarderen, maar nog niet zeker was van zijn zaak. Aan de
oppervlakte van de interactie voerde Thea dan ook steeds de boventoon, maar
tussen de regels door eigende een flegmatische Jeewee zich likkebaardend het
recht toe om met toenemende kracht het zwakke vlees te keuren en alvast een
voorproefje te nemen in zijn fantasie. Thea voelde zich bloot en plomp. Elk
vetrolletje, pukkeltje, putje, vlekje of andersoortig oneffenheidje in of op
haar aanwezigheid nam onder zijn keurende blik gigantische proporties aan. Zijn
gezichtsuitdrukking liet zien dat hij niet van zomerschoentjes met open
teentjes hield. Ze kromde de grote teen van haar rechtervoet. Ze had haar 20
nagels niet gelakt en slordig afgewerkt tijdens het knippen en vijlen. De
laatste keer dat ze haar onderbenen had onthaard was ook al gauw een maand of
twee geleden. Geen van de ontelbare
zwarte stoppeltjes op de ontblote schenen onder haar capri lieten zich raden
door het kleurloze, helle middaglicht via de hoge ramen van het klaslokaal.
‘En dan nu nog
het lef hebben om in mijn neus te peuteren. Dat zal hem leren’, dacht Thea
vernederd.
‘Of een sigaret
opsteken. Daar knappen ook veel van die geile emoos op af’, adviseerde een
vriendin van de kunstacademie ooit, omdat Thea niet, in navolging van het
betreffende studiemaatje overal boerde en scheten kon laten op commando.
‘Burgertrutje’,
schold de vriendin die het heus nooit zo kwaad bedoelde.
De werkelijkheid
bleek nog erger dan de grap. Thea deed alsof het seksisme van Jeewee niet
bestond. Pas bij handtastelijkheden zou ze met effect aanstoot aan hem kunnen
nemen. Tot nu toe had Jeewee zich echter bewezen als een mens dat keek met de ogen. Niet uit zichzelf met zijn
handen. Daar was aanmoediging voor nodig. Trouwens, als puntje bij paaltje kwam
dan kon Jeewee wel wat beters krijgen. Thea hoorde het hem denken; alvast uit
zelfverdediging. Zag Thea de veel jongere en strakkere moeders om haar heen dan
niet dagelijks smoren bij de aanblik van de aangespannen bilspieren in zijn
slim fit stretchspijkerbroek? Jeewee hoefde niet te smeken om seks; hij gooide
enkel visjes uit en die werden gevangen door dames die zijn goedkeuring konden
wegdragen. Meester Jan-Willem werd versierd. Zo simpel was dat in zijn
verbeelding. Hij ging er eens goed voor zitten. Achterover geleund in zijn
bureaustoel. Armen op zijn matig gespierde borst ineen gevouwen en zijn linker
kuit steunend op de rechterknie. Hij was er klaar voor. Thea vervolgde:
‘Dat is ook de
reden waarom ik niet op jouw verzoek op Jade de interne coördinatrice ben
afgestapt nadat Sabine had laten weten dat ze graag naar de andere groep 6
overgeplaatst zou worden. Wij hebben een probleem met Jade omdat ze ons – de
ouders van Sabine en Walter – totaal niet serieus neemt. Achter onze rug om
probeert ze allerlei buitenschoolse medische steun voor onze kinderen in gang
te zetten die wij – de ouders dus – dan alleen nog maar hoeven te bekostigen
met onze ziekenkostenverzekering. Een dyslectie verklaring voor onze zoon
Walter bijvoorbeeld. De miscommunicatie is zelfs zo hoog opgelopen dat ik de
vertrouwensarts Van De Wielewaal heb moeten inschakelen voor bemiddeling. Ook
in het geval van de overplaatsing van Sabine.’
‘Vertrouwensarts
Jojanneke?’, ging Jeewee verontrust voor de zekerheid na.
‘Vertrouwensarts
Jojanneke ja. De vertrouwensarts heeft uiteindelijk een beslissing over de
overplaatsing van Sabine naar de complete groep 6 moeten forceren bij Jade en
Willy. En niet vrijwillig, maar onder druk van mij.’
Jeewee zweeg maar
hij was weer volledig bij de les en plopte ongelovig met zijn lippen. Aldus
wilde hij aan Thea te kennen geven dat een vertrouwensarts van De Wielewaal
zich heus niet door een onbenullige ouder zou laten chanteren. Maar Thea had te
veel moeten doorstaan om zich nu tegen te laten houden door wat tegengas van
een onderwijzer die de realiteit niet onder ogen durfde te zien. Ze pareerde
zijn scepsis.
‘Voordat ik met
de handelingswijze van Jojanneke geconfronteerd werd, geloofde ik ook nog best
wel in een rechtvaardige onderwijswereld.’
‘Wat heeft
Jojanneke dan verkeerd gedaan?’
‘Ze heeft
vertrouwelijke informatie van mij naar Jade doorgespeeld.’
‘Dat is haar
taak.’
‘Nee’.
Jeewee stak een
verbeten kin in de lucht en snoof belerend.
‘Jade is de
interne coördinatrice van De Wielewaal. Ze moet hoe dan ook op de hoogte gehouden worden van de zorgen
van ouders.’
Tevergeefs zocht
Thea oogcontact terwijl ze fel reageerde.
‘Ook als zijzelf
de oorzaak van de zorgen van de ouders is? Laat Jade – de interne coördinatrice
alhier - nu mijn grootste obstakel op De Wielewaal zijn!’
‘Okay, okay, dus
je ging naar de vertrouwensarts’, gaf Jeewee toe, omdat hij toch ook wel
nieuwsgierig was naar de uitkomst.
En daarom was hij
al half overstag. De vraag was alleen voor hoelang. Thea had nooit getwijfeld
aan haar eigen overtuigingskracht en Jeewee was sowieso een dankbaar
slachtoffer. Met een paladijn als Jeewee aan de zijde; heeft een ouder geen
vijanden meer nodig.
‘Ja, en
vervolgens briefde de vertrouwensarts Jojanneke al mijn vertrouwelijke
informatie weer door aan Jade.’’
‘Niet.’
Voor de tweede
keer vandaag pretendeerde Jeewee dat hij uit het veld geslagen werd.
‘Yep’.
‘En waarom zou
Jojanneke dat doen?’
Jeewee gedroeg
zich alsof hij persoonlijk werd aangevallen en Jojanneke zijn beste vriendin
was met wie hij regelmatig aan het einde van de werkweek een pintje pakte in
het buurtcafé.
‘Ik vermoed om
Jade gerust te stellen. Jade rook natuurlijk onraad toen ze hoorde dat een
ouder van De Wielewaal naar Jojanneke was gestapt. Zeker toen ze erachter kwam
dat ik die betreffende ouder was. Jade heeft mij namelijk bewust gemanipuleerd
en nou baalt ze van het feit dat ik haar spelletjes doorzie.’
‘Daar geloof ik
helemaal niks van’, ontkende Jeewee, terwijl zijn sensatiebeluste
gelaatstrekken het tegendeel uitdrukten.
Thea zag hem met
genoegen spartelen.
‘Wat geloof jij
dan? Dat zowel de interne coördinatrice als de vertrouwensarts
ontoerekeningsvatbaar zijn? Dat zowel Jade als Jojanneke niet weten wat ze
doen?’
Nu keek Jeewee
zijn tegenstandster recht aan. Zijn blik vol van afgrijzen:
‘Als ik jou op je
woord moet geloven dan kan ik toch niet meer hier op De Wielewaal
functioneren?’, jeremieerde hij vol van zelfmedelijden.
Thea bleef
uitdagend terug staren en haalde haar schouders op.
‘Dan geloof je me
niet. Ik had niet anders van je verwacht.’
Jeewee kromp
ineen. Hij gaf zich over door haar verwijten met gespreide vlakke handen symbolisch
in de lucht van zich af te slaan. Tevergeefs. Thea nam geen gas terug:
‘Dat is dus de
reden waarom ik niet op je af gestapt ben over advies met betrekking tot de
overstap van Sabine. Haar vader en ik vonden dat haar wens gerespecteerd moest
worden. Op een fatsoenlijke manier en langs de officiële weg zoals dat bij
andere leerlingen wel gebeurt. Wat bijvoorbeeld met het zonnetje Marga kan; dat
kan met maantje Sabine ook.’
‘Wat heeft Marga
nou weer met Sabine te maken’, vond Jeewee opnieuw vanuit de hoogte.
‘Marga is ook
overgeplaatst naar een andere klas’, wist Thea onvermurwbaar.
‘Ja, van de
complete groep 5 naar de combiklas 7’.
‘Da’s toch ook
een overplaatsing?’
‘Ja, maar wel een
overplaatsing in overleg met Willy, Jade, Marjolein van de complete groep 5,
Siepie van de aankomende combiklas 6/7, de ouders van Marga en mij’, klapte
Jeewee kregel en onwillig uit de school.
‘Nou, nou, dat is
een indrukwekkende delegatie voor de overplaatsing van maar 1 schoolkind. En
dan te bedenken dat Sabine bijna 3 weken op een reactie op haar verzoekje tot
overplaatsing van de kant van wie dan ook van De Wielewaal heeft moeten
wachten.’
Kribbig schoot
Jeewee in de verdediging:
‘De moeder van
Marga is kapster nota bene.’
Alert schoot Thea
rechtop in haar regisseursstoel;
‘Dus?’
‘Dus haar
overplaatsing heeft niets met status te maken.’
‘Wat zeg jij
nou?’
‘Jij suggereert
dat wij kinderen van hoger opgeleide ouders voortrekken.’
‘Dat heb ik niet
gezegd. Anders zouden de wensen van mijn geleerde man en mijn bescheiden
studiebol juist op nummer 1 moeten staan. Wanneer heb ik dat gezegd?’, ging
Thea quasi beledigd na, terwijl ze precies weet en wist wat, wanneer, waarom en
hoe ze wat gezegd had, zei en nog van plan was om te gaan zeggen.
Ze had wel iets
geleerd van haar tropen jaren als benaderbaar geachte ouder op De Wielewaal.
‘Marga wordt
gewoon niet voorgetrokken; dat is alles wat ik zeg’, hield Jeewee stug vol met
zijn blik op oneindig en zijn verstand op nul.
‘Jawel en juist
omdat haar moeder kapster is en een goed lopende kapsalon heeft in deze
Wielewaalwijk. Ze weet alles van iedereen. Een wandelende praatpaal die je
natuurlijk niet moet uitlokken door haar tegen te werken. Geef de moeder van
Marga haar zin en de kwaadsprekerij is de Wielewaalwereld uit.’
‘Marga presteert
in alles op C-niveau’, probeerde Jeewee koppig te weerleggen.
‘Ja hoor we weten
allemaal dat een Marga het zonnetje is. Het zonnetje dat succesvol op haar
ouders afstraalt. Houd me ten goede; het arme kind kan er zelf ook niets aan
doen; maar haar hoge citoscores en het tromgeroffel rond de beslissing van De
Wielewaal om haar een klas te laten overslaan, heeft het maantje Sabine wel op
een idee gebracht. Het maantje zag een plaatsje vrijkomen in haar zo geliefde
complete groep 5. Het maantje had het zonnetje probleemloos kunnen vervangen
zoals dat normaal ook gebeurt. In een etmaal welteverstaan en dus 21 en niet
maar 1 keer in de drie weken.’
Eventjes was Thea
niet in staat haar woede te onderdrukken. Ze dreigde vals te worden.
‘Zo kun je het
ook zien’, gaf Jeewee met tegenzin toe.
‘Dus leg mij nu
nog eens goed uit waarom Marga meer recht op aandacht van het team van De
Wielewaal heeft dan mijn dochter Sabine?’
‘Marga heeft na
de vakantie in groep 7 een klas overgeslagen en Sabine niet. Sabine gaat gewoon
over naar de andere groep 6.’
Jeewee
illustreerde zijn woorden met een wegwerp gebaar.
‘Zo gewoon is dat
niet’, vond Thea, die zich alweer had hersteld en terug in de ongenaakbare
modus zat.
‘Hoezo niet,
Willy is toch met Sabine gaan praten? Ze mag nu toch naar de andere, complete
groep 6?’
Jeewee wond zich
op en struikelde over zijn eigen woorden. Thea liet hem rustig vallen. Daarna
diende ze hem kalmpjes van repliek:
‘Als ik Jojanneke
- de vertrouwensarts van De Wielewaal - niet aan haar mouw getrokken had, dan
was Willy never nooit met Sabine gaan praten en dan had nog steeds niemand
geweten hoe of wat.’
‘Maar het is wel
heel goed van Willy dat ze een gesprekje met Sabine gevoerd heeft’, besloot
Jeewee schoolmeesterachtig.
In de ijdele hoop
Thea toch nog te slim af te zijn, kwam hij stokkerig uit de bureaustoel en klom
vertraagd in de benen richting de uitgang. De deur van het lokaal zwaaide hij
alvast open met de bedoeling om Thea zo snel mogelijk uitgeleide te doen.
‘Ik vind het
voornamelijk heel knap van Sabine dat ze een directrice van een basisschool in
een gesprek onder 4 ogen heeft weten te overtuigen tot het inwilligen van haar
persoonlijke wens. Sabine is 8 jaar en Willy de directrice is hoe oud? Ik schat
begin 60 jaar?’, verbeterde Thea de schoolmeester van haar dochter vanuit de
regisseursstoel.
‘Sabine is bijna
9. In augustus, aan het begin van het nieuwe schooljaar is haar verjaardag
toch?’, corrigeerde Jeewee op zijn beurt.
Hij staarde over
het hoofd van Thea door 1 van de hoge ramen in het lokaal. Zijn onzichtbare
oogkleppen ten spijt was alle kleur uit zijn gelaat verdwenen en zijn
verrimpelde lippen leken uitgedroogd.
‘Heb je dat nog
snel even opgezocht, ín de persoonlijke gegevens van Sabine, of ken je alle
verjaardagsdata van de leerlingen uit de combinatieklas uit je hoofd?’, wilde
Thea onbewogen weten.
‘Het 10
minutengesprek was 50 minuten geleden al afgelopen’, murmelde Jeewee
binnensmonds.
Hij stokte
halverwege deuropening en liet de klink los. De toonzetting zwenkte weer in de
richting van zijn aanvankelijke beleefde vriendelijkheid, maar nu vervalst door een flinke scheut onderdrukte
frustratie:
‘Je mag hier
blijven zitten als je wilt, maar ik heb nu een andere afspraak.’
‘Waarom zou ik
hier blijven zitten in m’n eentje?’, vroeg Thea geamuseerd.
‘Vind je het erg
als ik alvast ga?’
Onzeker van zijn
zaak balanceerde Jeewee halfslachtig op de drempel.
‘Ik heb nog
vragen.’
Thea wilde dat ze
het lef had om dartel met haar wimpers te knipperen.
‘Na de vakantie
ben ik weer elke dag aanspreekbaar’, beloofde Jeewee over zijn schouder in zijn
onverwijlde noodgang naar buiten het lokaal.
‘Ja, maar ik niet
meer’, riep Thea hem nog vruchteloos na.
Uit zelfrespect.
Maar ook omdat de achterdeur niet onbeperkt open kan blijven staan voor types
als Jeewee die altijd een uitvlucht zoeken. Of voor iemand als Melvin die
bereid is om zijn oude kinderjuf voor de leeuwen te gooien. Waarom eigenlijk?
‘Om zijn eigen
zin door te drijven’, vindt Bart aan wie Thea haar eigen aandeel in de
ontwikkelingen in het appartement van Jasmijn opgebiecht heeft.
Thea wil niet te
veel woorden vuil maken aan de valse beschuldigingen van Melvin. Wie de schoen
past trekke hem immers aan. Wel een zegen dat Bart zo lekker nuchter en reëel
is. Hij maakt Thea geen verwijten en twijfelt geen seconde aan haar zuivere
geweten in relatie tot toyboy Melvin. Hij is zelfs dermate overtuigd van haar
onschuld dat Thea zich afvraagt of ze, los van wat pornografisch gelonk van
geldbeluste postpubers, op haar leeftijd en met haar gesettelde mamalooks,
überhaupt nog wel mee zou kunnen komen in het volwassen datingcircuit.
‘Hypothetisch
gezien had ik natuurlijk best met een jongere man in zee kunnen gaan’, schetst
Thea daarom plagerig.
‘Nee’, schudt
Bart beslist.
‘Hoezo niet?’,
wil Thea, geërgerd nu, weten.
‘Je bent geen
pedofiel toch?’
‘En een
burgertrutje.’
‘Hoe kom je erbij
dat je een burgertrutje bent?’
‘Dat zei iemand
ooit tegen me.’
‘Zeker die
gesjeesde oude studievriendin van je van de kunstacademie. Met die dreadlocks?’
Thea zwijgt
betrapt, maar Bart is op dreef.
‘Dat leuke kind
dat tegenwoordig op middelbare leeftijd
met subsidie van de overheid, kekke, warme, holle hoesjes haakt en breit voor
lantaarnpalen. Een aanklacht tegen de verkilling van de maatschappij.
Condoomkunst noemt ze dat. Kom hoe heet ze ook alweer?’
Bart knipt met
zijn vingers tegen zijn gehooringang in de veronderstelling zo zijn geheugen
beter te activeren:
‘Mens heet ze.
Nee, Homosapiens, of Holland of zoiets. Nee, nou weet ik het weer: Vrouwmens
was haar naam toch?’
‘Meis, ze heet
Meis’, verzucht Thea moedeloos.
‘Ja’, roept Bart
blij dat Thea de rook in zijn hoofd heeft doen verdwijnen. Met opgefrist
geheugen pookt hij nog even in zijn herinneringen.
‘Die bedoel ik.
Die Meis moet wat zeggen. Ze is zelf burgerlijk. Zo van; ‘wat een gek mens ben
ik toch’. Dat is die Meis. Ze wil zo graag speciaal zijn, maar dat lukt maar
matig en die deceptie reageert ze dan op jou af. Heeft ze kinderen?’
‘Ja het is al
goed Bart. Meis heeft dreadlocks en geen
kinderen en daarom is ze hartstikke burgerlijk. Maar we hadden het over mij.’
‘Jij bent niet
burgerlijk.’
‘Nou bof ik
even’.
‘Maar je hoeft je
niet te laten chanteren door zo’n snotneus van een Melvin met een
oedipuscomplex.’
‘Moet ik dan naar
de politie gaan; of Pim inlichten?’
‘Misschien moet
je Meis om advies vragen’, ginnegapt Bart omdat hij overduidelijk ook geen antwoorden
heeft.
Thea gelooft niet
dat Melvin haar doelbewust wil kwetsen om zijn zin door te drijven. Welke zin?
Wat heeft hij te willen met een verloren liefde die met de moed der wanhoop
vertrokken is om zich in verre landen voor te bereiden op de heilige oorlog. Thea is wel de laatste met wie Melvin zich
bezig houdt. Ze is lastig. Niet eens meer het praktische substituut voor zijn
chronische behoefte aan een portie degelijke aandacht en ouderliefde. In het
ideale scenario zou Thea hier moeten loslaten; afstand nemen. Ware het niet dat
de honderden pogingen op een dag om niet aan de situatie van Melvin en Jasmijn
te denken even zo vaak spontaan verstoord worden door flarden van ontembare
herinneren aan de 2 kinderen die zich onder haar vleugels hebben ontwikkeld tot
dat wat ze nu zijn. Gisteren nog de afstandelijke Jasmijn, met haar bleke
smoeltje en de steile, witte pieken. Slimmer dan goed voor haar is. Het magere,
gewonde kind met de trieste oogopslag en de last van de wereld op haar
breekbare schoudertjes. Vandaag de lange, lijzige, blanco studente in de
medicijnen met een veel te duur appartement en een ex-vriendje dat bij haar
moeder in Engeland hokt. En Melvin. Bestendig vrolijk en blakend van gezondheid
en bewegingslust. Blonde kuif; rode wangen; haar Betuwe Flipje. Aanhankelijk en
socialer dan zijn zusje. Tot voor kort een mooie jongen. Van de ene op de
andere dag van een dierbare mooiboy vroeger getransformeerd in de hedendaagse
geschonden toyboy. Als een gerestaureerd kleinood dat de belofte van een
voorspoedig herstel van een pak rammel traineert met zijn liefdesverdriet, want
dat is nou een maal de narigheid van pijn; dat lijden in welke
verschijningsvorm dan ook alle aandacht opeist. In vergelijking met Jasmijn en
Melvin in de leeftijd van 13 en 14 jaar lijken Walter en Sabine wel van een
andere planeet.
‘Hoezo?’, vraagt
Walter weleens.
‘Planeet Sociale
Media bedoelt ze’, antwoordt Sabine dan namens Thea.
‘What the fuck;
Melvin is een gamefreak net als ik en hij gebruikt ook een mobiel? Wat is het
verschil?’, snuift Walter ferm.
‘De snelle
doekoes zijn voor jou niet weggelegd’, tergt Sabine haar broer.
‘Wat zeg jij?’,
dreigt Walter quasi agressief.
‘Melvin is mooie
jongen. Jij niet’, weet Sabine terloops met een Marokkaans accent. Ze heeft
haar ogen op het scherm van haar mobiel gericht.
‘Ik weet waar je
huis woont!’, geeft Walter het zogenaamd verontwaardigd op, terwijl hij iets
intikt op zijn laptop wat waarschijnlijk helemaal niets met het
gespreksonderwerp te maken heeft.
‘Wollah meh’,
besluit Sabine achteloos en haffelt in een geopende chips buil naast haar op de
bank.
Thea omarmt de
humor waarmee haar kinderen in het leven staan. Maar ook hun praktische
instelling. Om een extra zakcentje bij te verdienen verkopen Sabine en Walter
al een poosje geleidelijk hun oude speelgoed op marktplaats. Lego, Polly
Pockets, Furreal pets, Baby Born, barbies, de Thomastrein, de racebaan, de
garage en de ton vol met Hotwheels. Zelfs het poppenhuis met het rode dak dat
Bart eigenhandig voor Sabine in elkaar timmerde en voorzag van heuse
verlichting. Thea decoreerde de miniatuurwoning met 80 bij 95 centimeter
behang, anderhalve meter plakplastic, restjes linoleum, minigordijntjes met
ruitmotief en echte vitrage. Het poppenhuis wordt niet kaal opgeleverd, maar
uiteraard aangeboden met toebehoren voor de verkoop. Dus inclusief de inboedel
en de gedateerde, buigbare, zacht plastic poppenhuisfamilie die Thea na lang
zoeken 10 jaar geleden kocht in de opheffingsuitverkoop uit het magazijn van
een speelgoedzaak. Voor 49 euro en 95 centen. De olijke vader met een lengte
van een imponerende zes centimeter in zijn houthakkersplunje; de iets kleinere
moeder in haar witte schort; de armen strak langs haar vormeloze lijf; opa
gekluisterd aan een schommelstoel van luciferhoutjes en peuterige oma met haar
eeuwige breiwerkje met muizensteekjes aan haar mini bloemetjes overgooier vast
genaaid. En tot slot de drie, blije, gemiddeld 4 centimeterige kinderen met hun
pluizige touwhaar, rode appelwangetjes en gehuld in kleding uit het tijdperk
van Ot en Sien. Het poppenhuis heeft jaren in de huiskamer gestaan en elke
avond leukte Thea de druk bezochte speelgoedwoning opnieuw op als Sabine lag te
slapen.
‘Zit je weer te
spelen?’, merkte Bart dan standaard op.
Al dat kinderspul
dat Bart en Thea met zoveel zorg en liefde hadden ingekocht, passeert nu dus,
jaren later, opnieuw de revue. Regelmatig wordt Thea van haar routine afgeleid
door tastbare herinneringen die als koopwaar staan uitgestald op de keukentafel.
Nog een laatste keer grabbelt ze door de legoblokjes na het lichten van het
kikkergroene deksel van de grote plastic Kermitopbergboks of verzoent ze Barbie
met Ken in een innige omarming. Meestal wordt ze betrapt door de verkopers.
‘Verder alles
goed?’, pleegt Walter dan bijvoorbeeld op te merken.
‘Nostalgie, daar
ben jij nog te jong voor’, mijmert Thea, terwijl ze stukje bij beetje de
kindertijd van haar pubers symbolisch ziet verdwijnen door de voordeur in de
handen van de nieuwe bezitters.
Weer een
geheugensteuntje verkocht. Meestal niet eens zo heel ver onder de aanschafprijs
vanwege de inflatie.
‘Speelgoed is
vaak waardevast, maar geld niet’, legt Walter uit.
Thea negeert de
deurbel en propt een lichtgevende Teletubbie haastig terug in de originele
doos. Een kinderdeuntje speelt door haar hoofd:
‘Tinkiewinkie,
Dipsy, Lala, Po’.
‘Sabine er staat
een klant van je aan de voordeur!’, roept Thea, waarna ze zich terugtrekt in de
bijkeuken, waar een leerling van Huiswerksterk een samenvatting maakt. Althans
dat was de opdracht, maar hij staart wazig voor zich uit boven zijn
opengeslagen geschiedenisboek en bijbehorend schoolschrift. Hij kauwt op het
plastic uiteinde van zijn pen.
‘Hoe ver ben je?’
Haar stem schudt
de jongen wakker uit zijn dagdromen.
‘Ik snap het
niet’, stamelt hij.
‘Er valt
inderdaad wel het één en ander toe te voegen aan de droge schoolboekenkost over
het naziregime’, moet Thea toegeven.
Welwillend
schuift ze naast haar leerling op het vaste bankje aan de opklapbare
campingtafel.
‘Niets nieuws,
neem ik aan?’, antwoordt de jongen snugger.
‘Nee, maar je
moet de feitjes wel even weten.’
‘Waarom
eigenlijk; De geschiedenis herhaalt zich toch vanzelf?’
Thea hoest een
lachkriebel weg. Ze herkent de ontwijkende kul die ze zelf ook verspreidde om
de dagelijkse hoge huiswerkhorde te ontspringen toen ze zo’n 14 jaar was.
‘Hoe ver ben je
met je samenvatting?’
‘Ik heb dit’.
Thea krijgt een
open geklapt schrift onder ogen. De twee gelinieerde bladzijden zijn van boven
tot onder bedekt met onleesbare zinnen in een puberaal, kriebelig handschrift.
‘Je hoeft het
hele inhoud van het geschiedenisboek niet woord voor woord over te schrijven!’,
verzucht Thea murw.
‘Bij mij is het
altijd alles of niets’, verklaart de leerling.
‘Dus ik moet je
eerst leren hoe je een samenvatting moet maken?!’
Het is een
praktische constatering in de vraagvorm. Geen verwijt. Helemaal volgens de
denkwijze van Elco van de Stichting Huiswerk Begeleiding wiens devies naar zijn
werknemers luidt:
‘Verwacht niets
van je leerlingen en bereid je voor op alles’.
‘Duhuh.’
De leerling en
Thea worden onderbroken door Sabine die haar hoofd om de hoek van de deur van
de bijkeuken steekt. De concentratie van de jongen verplaatst zich zonder
pardon direct van zijn huiswerk naar het meisje.
‘Geschiedenis?’,
vraagt Sabine medelevend.
Ze knikt naar het
opengeslagen geschiedenisboek op het campingtafelblad waarvan de lay-out haar
bekend voorkomt.
‘De Holocaust’,
verklaart de leerling.
‘Oh, my fucking
God’, proclameert Sabine getormenteerd.
‘Zeg what the
fuck?’, onderbreekt Thea haar dochter.
Ze heeft er de
laatste tijd een sport van gemaakt om zoveel mogelijk ‘fuck’ in haar reacties
te gebruiken in het gehoorbereik van Sabine en Walter. Ze hoopt dat dit de
manier is om haar kinderen voorgoed te genezen van het gebruik van de
krachtterm die na elke uiting bij Thea de haren over haar hele lijf ten berge
doet rijzen. Negeren is dan ook onmogelijk en verbieden werkt averechts. Zeker
bij Sabine die momenteel even in niets op haar moeder wil lijken. Juist daarom
denkt Thea dat dit zogenaamde ‘corrigerende spiegelen’ weleens kans van slagen
zou kunnen hebben. Mogelijk. Op de lange duur.
‘Ene Jasmijn wil
je spreken’, laat Sabine aan haar moeder weten.
Onderwijl rolt ze
met haar ogen en geeft, met een illustrerende, gepikeerde gelaatsuitdrukking
richting de leerling, lucht aan haar ergernis jegens het gênante gedrag van
haar moeder.
‘Jasmijn? Waar?
Aan de telefoon? Geef je mobiel dan?’
‘Ze zit hier in
de keuken en ik kan ook niet bij haar blijven, want er komt zo meteen iemand
voor fucking Tinkiewinkie.’
Sabine praat
binnensmonds en ze kopt de aandacht van Thea richting keuken.
‘Dus Jasmijn
belde net aan de voordeur!? Ik dacht dat het jouw, fucking koper was?’
‘Ja, dat dacht ik
eerst ook. Maar ze moet jou spreken.’
De leerling
besluit om ook wat te zeggen.
‘Een Teletubbie;
wat vangt dat nou nog?’
‘Een fucking
Tinkiewinkie bedoel je’, corrigeert Thea.
Sabine neemt
nadrukkelijk geen notitie van haar moeder.
‘Ik vraag 20
eurootjes’.
Onder de indruk
fluit de leerling tussen zijn tanden.
‘Ik heb Dipsy aan
mijn kleine zusje gegeven’, pruilt hij.
‘Mijn
Tinkiewinkie geeft licht’.
Thea kan niet
geloven dat haar dochter zulks zojuist aan een leeftijdgenoot toevertrouwd
heeft.
‘Ik had een
Tinkiewinkie rugzak’, biecht de jongen op.
‘Tinkiewinkie is
gay’, bekent Sabine.
‘No shit,
Sherlock,’ snoeft de jongen manmoedig.
‘Ow, je huiswerk
voor Engels heb je al af, hoor ik wel’, grapt Thea tegen de muur.
Ze wurmt zich
achter Sabine in de deuropening langs de bijkeuken uit en laat het tweetal
alleen met hun ontboezemingen.
Jasmijn reageert
op een aanval in de rug. Alert kijkt ze na een gerucht achterom en springt op
bij de aanblik van Thea. Ze lijkt op een Eskimo in haar sneeuwwitte ski-jack
met de met nep bont afgewerkte muts die in rustpositie haar breekbare nekje
omringt als een stootrand. Buiten is het lauw.
Jasmijn moet toch smelten in die vacuümverpakking? Thea heeft het zelfs
in haar nakie nog gradueel van broeierig tot verstikkend heet de laatste jaren.
Seizoensongebonden. Zo kom je er dus niet makkelijk achter of die aanhoudende
opvliegers nou het effect zijn van de opwarming van de aarde of van de
overgang.
‘Uhm’.
‘Wil je iets
drinken?’
Thea kijkt
vervreemd om zich heen alsof ze de weg kwijt is in haar eigen keuken.
‘Ik blijf maar
even’, talmt Jasmijn.
‘Ik ben ook aan
het werk’, verontschuldigt Thea zich.
‘Ja, dat zei
Sabine al. Leuke meid. Ze lijkt op je.’
‘Laat haar dat
maar niet horen’, schertst Thea.
‘Sorry’, zegt
Jasmijn ineens plompverloren.
Voor een paar
seconden licht ze haar armen die verder voornamelijk puffy zijdelings langs
haar lichaam in het dons van haar jack rusten.
‘Je hebt niets
gedaan’, antwoordt Thea ongemakkelijk, terwijl ze gaat zitten.
Jasmijn volgt
haar voorbeeld.
‘Ja, precies, ik
heb niets gedaan.’
‘Ow, gaan we weer
woordspelletjes doen? Zo bedoel ik het toch niet?’, wanhoopt Thea.
‘Nee, natuurlijk
niet.’
Jasmijn geeft een
ruk een plastic bandje om haar pols. Het elastiek knalt tegen haar
polsslagader. Thea focust in op de armband.
‘Stressbandje?’
‘Afleidingstactiek
voor overweldigende emoties.’
‘Van je
therapeut?’
‘Een therapeut in
opleiding. Een vriendin van me.’
‘Heb je last van
overweldigende emoties dan?’
Thea hoort het
cynisme in haar eigen stem.
‘Ik snap het
wel’, voegt ze gauw toe aan haar sneer.
Milder.
‘Wanneer heb je
tijd?’
‘Tijd waarvoor?’
Thea voelt dat de
ogen van Jasmijn contact zoeken. Schichtig komt ze voor de verandering eens
tegemoet aan de voortdurende gefrustreerde behoefte aan aandacht van haar
voormalige oppaskind.
‘Ik wil Bink
alles vertellen over Melvin en Aadam. De reden van het geweldsdelict.’
Jasmijn is zeker
van haar zaak. Haar ogen dwingen.
‘Waarom zou je
dat doen?’
Thea wendt haar
hoofd af in een poging om de onuitgesproken
dwingelandij van Jasmijn af te zwakken.
‘Bink is de enige
die Melvin over kan halen om aangifte te doen.’
‘En waarom zou
Bink dat doen?’
Jasmijn haalt
diep adem. Daarna fluistert ze alsof ze met haar repliek geen slapende honden
wakker wil maken.
‘Hij is er zelf
ook bij gebaat. Momenteel tast hij volledig in het duister over de reden waarom
de politie een inval bij hem heeft gedaan.’
Nu kijkt Thea
weer recht in de ogen van Jasmijn:
‘Dat was vanwege
een dingetje met de belastingen toch?’
‘Die
belastingfraude was de enige reden die Bink kon verzinnen waarom de politie
interesse zou hebben in de administratie van zijn escortservicebureau.’
‘Maar er was toch
geen belastingfraude? Althans dat maakte jouw stiefmoeder Femke mij wijs op de
dag dat ze samen met haar broer de beruchte laptop terug kwam halen bij mij aan
huis. Loog ze voor haar broer Bink?’
Jasmijn antwoordt
nog steeds met gedempt stemgeluid:
‘Nee, Femke loog
niet. Achteraf heeft die hele inval niets opgeleverd aan de politie. Geen
belastingfraude dus.’
‘Waarom moest
Melvin die laptop dan bij mij veilig stellen?’
‘Vanwege de
gevoelige persoonlijke informatie over klanten van de escortservice.
Adresgegevens, namen, bezoekdata, geldtransacties.’
Jasmijn praat op
een toon alsof ze eigenlijk wil zeggen:
‘Kan je dat zelf
niet verzinnen?!’
‘Hulde voor
Melvin dus’, wil Thea concluderen, maar Jasmijn valt haar resoluut in de rede:
‘Alleen wordt
Bink sindsdien wel gechanteerd door gasten die gevoelige informatie over zijn
escortservice in handen hebben gekregen. Ze eisen steeds grotere bedragen in
ruil voor stilzwijgen naar de klandizie toe en stalken Bink aan de lopende
band.’
‘Hoe kan dat
nou?’, schrikt Thea.
‘Bink verdacht
eerst Walter.’
‘Walter!’, echoot
Thea.
Jasmijn haast
zich om Thea te kalmeren.
‘Maak je geen
zorgen. Melvin heeft die onzin uit zijn hoofd gepraat’.
‘Welke onzin?’
‘Dat Walter de
laptop van Bink gehackt zou hebben.’
Paniekerig slaat
Thea een hand voor de mond en bekent dof:
‘Maar Walter
heeft ook ingebroken op de laptop van Bink.’
‘Ja, maar hij
chanteert Bink toch niet met gevoelige informatie om aan geld te komen?’
‘Nee, hij
verkoopt speelgoed’.
Beteuterd wijst
Thea naar Tinkiewinkie die naïef en dieppaars staat te grijzen in de originele
doos op de keukentafel.
‘Maak je nou niet
sappel Thea, Walter is geen crimineel. De bedreigingen zijn van dien aard…’
Jasmijn last een
pauze in om haar eigen afschuw weg te slikken en vervolgt:
‘Dat verzin je
niet als normaal mens. En al helemaal niet als puber.’
‘Maar weet Bink
dat ook?’
‘Ja, ik heb je al
eens eerder aangegeven dat Bink geen monster is. Trouwens het mobieltje van
Melvin dat tijdens de mishandeling is verdwenen, blijft ook nog steeds
spoorloos. En Melvin had een onoverzichtelijke lading gevoelige
klanteninformatie over de escortservice van Bink in zijn IPhone opgeslagen. Hij
moet wel als toyboy.’
‘G-spotgigolo’,
herinnert Thea zich hardop en ze vraagt:
‘Wat voor
bedreigingen dan?’’
Jasmijn dreunt
een versje op:
‘Vieze homo ik
neuk je moeder; homo’s het land uit; jij moet dood kinderverkrachter.’
‘Klinkt
doorontwikkeld’, gruwelt Thea.
‘Jij en ik weten
alletwee uit welke geloofshoek de wind waait.’
‘Je mag het niet
zeggen van Melvin’, waarschuwt Thea.
‘Maar we doen het
toch’.
‘Kan Bink dat
zelf niet raden?’, hoopt Thea.
‘Bink is
radeloos. Hij heeft een escortservice, maar op deze manier lijkt hij wel een
zedendelinquent. Bink kan zich geen slechte reputatie veroorloven. Daarbij is
ook niet duidelijk of die gekken in de toekomst met de gevoelige informatie
klanten gaan afpersen.’
Overweldigd
probeert Thea andermans problemen van
zich af te schudden.
‘Wat kan mij dat
eigenlijk schelen?’
‘Walter en
Melvin?’, hint Jasmijn.
‘Walter heeft
niets verkeerd gedaan en Melvin is amper 18 jaar. En aan het klantenbestand op
de laptop van Bink te zien is hij niet de enige minderjarige playboy.’
‘Wat denk jij nou
Thea? Dat je als sekswerker oud en belegen moet zijn om succes te hebben? De
klandizie bestaat voornamelijk uit ouden van dagen. Vrouwen én mannen van jouw
leeftijd Thea. Ze willen vers vlees op de toonbank; geen afgelikte
boterhammen.’
De botte kreten
van Jasmijn lokken dit keer geen allergische reacties uit bij Thea. Wel moet ze
het eufemisme ‘sekswerker’ dat Jasmijn gebruikt in plaats van ‘prostitué’ of
‘toyboy’ even op zich in laten werken
alvorens ze kiest voor de begripvolle uitweg.
‘Denk je niet dat
jij jouw boosheid op jouw moeder en jouw ex-vriendje op Melvin projecteert
lieve Jasmijn?
Jasmijn glimlacht
sarcastisch:
‘Dat zou te voor
de hand liggend zijn. En ook lekker makkelijk; die Gooische vrouwenpsychologie.
Natuurlijk ben ik permanent pissig op mijn moeder. Maar wat dacht je van Melvin
zelf? Denk je dat Melvin zo trots is op zijn 50jarige moeder die hokt met een
man van 22? Weet je hoe ziek dat is?’
‘Heel ziek’,
knikt Thea.
Hierop stelt
Jasmijn een gewetensvraag:
‘En dan is Bink
een pedofiel?’
‘Dat heb ik niet
gezegd’, sputtert Thea verward tegen.
Jasmijn gaat
verder:
‘Ook zonder de
escortservice van Bink zou Melvin voor het sekswerk gekozen hebben. Hij deed al
aan betaalde seks lang voordat Bink in zijn leven kwam. En ik ben juist blij
met de bescherming van de escortservice. Bink voorkomt dat zijn jongens in de
problemen komen.’
‘Dat doet hij
goed’, hikt Thea cynisch.
‘Jij en ik weten
nu allebei dat de escortservice van Bink niets met de mishandeling van Melvin
te maken heeft. En nogmaals; Bink is geen pedofiel. Hij is homoseksueel, maar
geen pedofiel.’
De geestdrift is
weer in haar gevaren. In wezen mag Thea die nieuwe versie van Jasmijn wel.
‘Ik weet het
verschil tussen een pedofiel en een homoseksueel wel, Jasmijn. Ook al is Melvin
nog een kind.’
‘Melvin is allang
geen kind meer Thea en dat weet je net zo goed als ik.’
‘Ja, maar ik hoef
dan ook niemand te bewijzen dat ik geen zedendelinquent ben’.
Thea blijft
stoïcijns en Jasmijn geeft een ruk aan haar polsbandje.
‘Het is fout
allemaal. Melvin is in de eerste plaats gestraft omdat hij homoseksueel is.
Nee, herstel; omdat hij van een ander mens houdt. In Nederland. Pas in de
tweede plaats omdat hij zijn lichaam
verkoopt. Maar zelfs een sekswerker heeft rechten.’
‘Ja’, bekent Thea
deemoedig.
‘Alleen jij kunt
op de deleteknop drukken Thea. Door die manchetknopen.’
‘Misschien heb ik
het hele verhaal met die manchetknopen wel verzonnen’, provoceert Thea afkerig.
‘Ik zat erbij
toen Melvin bekende weet je nog?’
‘Hoe is het nu
met hem?’
‘Beter. Hij is
weer op de been. En koppig. Onveranderd.’
‘En met jou?’
Jasmijn schrikt
zodanig van de doodgewone beleefdheidsvraag dat de tranen van ontroering in
haar ogen springen. Voor Thea een aanmoediging om de hand van Jasmijn te drukken. Het ongemak borrelt uit
de aanraking naar boven, net zoals de wederzijdse oprechtheid.
‘En waarom zou ik
jullie nog helpen Jasmijn?’
‘Omdat jij het
bent Thea. En niemand anders.’
HOOFDSTUK 26
Om 5 voor 7 ‘s
morgens houdt Thea haar pogingen om in slaap te vallen voor de nacht van
zaterdag op zondag voor gezien. Ze heeft wel degelijk haar ogen ontelbare keren
dicht gedaan, maar desondanks heeft ze alleen maar liggen sluimeren op het
ritme van het ademen van Bart en het tikken van de elektrische klok boven de
wastafel in de ouderslaapkamer van het vooroorlogse huis. Hopelijk zit er
waarheid in de volkswijsheid dat slapeloze nachten; hoewel uitputtend; toch wel
rustmomenten zijn en valt de prijs voor het dreinende gepieker van Thea tussen
de lakens over Jasmijn en Melvin wel mee. Op de trap naar beneden wordt Thea
verwelkomt door een doezelige stilte. Zelfs Yolo de hond resideert lethargisch
op de rug in de geopende bench in de huiskamer. De flinterdunne flaporen liggen
slap en met de voering bovenop gekeerd aan beide kanten naast de kop gevleid
als zwart fluwelen vleugeltjes op non-actief. De trouwe hondenogen zijn geloken
en de poten, flodderig in de buurt van het lijf, in de lucht gedrapeerd. Alle vier.
De losse huid rond de verticaal geheven snuit ontbloot de indrukwekkende
bovenkaak van de huislabrador. Desondanks gaat er niet de minste dreiging uit
van het imposante, zwarte beest in de meest kwetsbare hondenhouding. De
bovenlip siddert met tussenpozen. Yolo snurkt. Net als de gouden kater Doorn in
de wasmand tussen het bontgoed nadat Thea hem per ongeluk geraakt heeft met een
vuile badhanddoek. Doorntje valt vaker niet dan wel op als een verdwaalde
theemuts in zijn powernaps die hij in de loop van de dag overal en nergens
binnenshuis neemt. Na een vernietigende blik richting belager en een kort,
gedecideerd rinkeltje van het belletje om zijn halsband, herneemt de kater na
de aanval van de badhanddoek zijn tripje naar dromenland alwaar hij zijn motortje
hernieuwd laat ronken. Onderwijl draait Roosje poezelige cirkeltjes om de blote
kuiten van Thea. Haar zachte velletje voelt als een donzen eenden veertje dat
ontsnapt is uit een hoofdkussen. Klagelijk piept Roosje om een poezensnack.
Thea bedient mevrouw Roosje op haar wenken. Ze is allang blij dat ze geen
liefdesbetuiging in de vorm van een muizenhapje vlak bij het kattenluikje in
ontvangst hoef te nemen in ruil voor een lekkernij voor Roosje. De zwarte kat
grist het poezensnoepje uit haar hand en verdwijnt door de aangepaste opening
in de achterdeur. Voor de zekerheid inspecteert Thea de gangtegels naar het
toilet. In slaapdronken toestand is ze weleens met haar blote voeten op een
dooie mus gaan staan toen ze ’s ochtends vroeg dringend naar het toilet op de
begane grond moest. Dit omdat een oud huis, in een afbraakwijk, met veel
authentieke stijlkenmerken meestal van origine alleen maar gelijkvloerse
toiletten telt. Zo ook het droomhuis van Bart en Thea. Zelfs nadat de vorige
bewoners besloten om, in de stijl van het oorspronkelijke woonongemak van 120
jaar geleden, de riante vintage badkamer, inclusief tweede w.c., ook op de parterre in een ruime aanbouw te
plaatsen. Zodoende kunnen Bart, Thea en de kinderen gebruik maken van 2 privé
toiletten die zich geen van beiden op de eerste of tweede verdieping bevinden.
Na een sanitaire stop kan Thea dus met een gerust hart loeivals onder een hete
massage douchestraal bevrijdend gaan staan gillen zonder de rest van het gezin
uit hun welverdiende uitslaapmodus te rukken.
Thea heeft het
douchehokje nog niet eens goed en wel betreden of ze moet er weer uit omdat de
gebruikelijke toiletbenodigdheden in het niets verdwenen zijn. Opgebruikt. Op
vier afgewassen, persoonsgebonden puffs in verschillende, verschoten zoete
kleuren, hutje mutje aan een haakje na dan. Prijzenswaardig is de moeite die de
dader genomen heeft om de lege flacons, flesjes en tubes ook weg te gooien.
Rest wel de vraag waarom Bart, Sabine of Walter vervolgens niet even een duik
heeft genomen in het badkamerkastje om de rekjes in de douche opnieuw te
vullen. Voor haar gevoel koopt Thea aan de lopende band shampoo, conditioner en
douche crème voor haar huisgenoten en zichzelf die meestal al uit haar shopper
verdwenen zijn voordat ze het restant van haar dagelijkse boodschappen ergens
gelaten heeft. Geagiteerd komt ze de douchecabine weer uit en knielt in haar
nakie neer voor het badkamerkastje dat ze al in geen jaren meer uitgemest
heeft. Stroef schuift ze 1 van de 2 deurtjes open en begint getart te graven. Ze
vindt vanalles terug, waaronder, zoals te verwachten, een jaarvoorraad shampoo,
conditioner en douche crème. Helemaal achterin het hoekje van het laatste
plankje duikt na verwijdering van de nodige schoonmaakmiddelen en
toiletartikelen ook nog een rijtje van 6 gesealde Luizafixflessen op. Luizafix
is een verdelgings- en preventiemiddel van hoofdluis. Teruggerekend moeten de
flessen al minstens 4 jaar onaangebroken, verstopt achter de andere vergeten
verzorgingsproducten, de houdbaarheidsdatum staan te overleven. De laatste keer dat Thea Luizafix gebruikt heeft
zat Sabine in groep 7 en Walter in groep 6 en dat is inmiddels ook al weer zo’n
4 jaar geleden.
De bloedjes van
Bart en Thea waren niet meteen vanaf dag 1 mondig genoeg om de luizendames en
heren op school tegen te spreken. Maar de frustraties liepen wel hoog op, omdat
beide kinderen zo’n 5 keer per schooljaar, na iedere controle die volgde op
elke vakantie, geheid met het gevreesde strookje naar huis werden gestuurd. Bij
zowel Sabine als Walter werd steevast hoofdluis geconstateerd. Was dat reden
tot paniek? In eerste instantie niet. Nog dagelijks tart Thea het risico om
hoofdluis op te lopen. Als het niet van haar eigen kinderen is, dan wel van de
gastjes van Huiswerksterk. Thea weet van de hoed en de rand en bespaar haar de
fabeltjes over luizen die dol zijn op schone haren. De haren van Sabine en
Walter zijn niet schoner of viezer dan die van ongeacht elk ander gemiddeld
kind met een werkende kraan en shampoo in huis. En dan rept Thea niet eens over
de conditioner. Het advies van de luizenouders om te kammen met een luizenkam
volgde Thea uiteraard meteen op na het eerste luizenalarm. Ze vond thuis niet 1
enkel luisje. Noch krioelend in de losse krulletjes van Sabine, noch bengelend
aan de kort gewiekte sprieten van Walter. Evengoed niet na hoofdhuidinspectie
met een vergrootglas – met ingebouwde verlichting - en nadat Thea de allerbeste, allerduurste,
super luizenkam, speciaal aanbevolen door de buurtapotheek, had aangeschaft. Hoe behoedzaam ze ook met de prijzige kam te
werk ging; nooit, maar dan echt in het totaal nul keer, zat er een sprankelende
of dode luis tussen de tanden van haar stalen vangnet. Toch bleven de strookjes
binnen stromen en toen de briefjes eindelijk wegbleven, werden ze vervangen
door mailtjes met de aanhef:
‘Bij uw kind is
hoofdluis geconstateerd.’
Het uur van
rigoureuzere maatregelen brak onverbiddelijk aan nadat Thea eerst nog een maand
of 2 lang de kapsels van haar kinderen rijkelijk met azijn had besprenkeld. Op
advies van een hoofddoekmama. Voor het geval dat. Ter preventie dus. De kroost
van deze Turkse moeder had namelijk volgens het luizenconglomeraat van De
Wielewaal ook constant onzichtbare beestjes in de haren, hetgeen eigenlijk nog
sadistischer was, daar luizen uit een Aziatische pels nog veel problematischer
te verdelgen schijnen te zijn dan van Nederlandse kaaskoppen. Toch was de
azijnoplossing wat Thea betreft maar 1 keer toegeven aan kwakzalverij en daarna
nooit meer. Ze weet niet wat erger was; de gedachte aan hoofdluis of de fletse,
zeurende, chronische stankwalm van
natuurazijn om Sabine en Walter heen. Zo kwam Thea uiteindelijk bij grover
geschut in de vorm van Luizafix terecht en sindsdien onderwierp ze haar
engeltjes precies volgens voorschriften aan een dubbele hoofdmassage met de
anti-hoofdluisshampoo zodra haar duo weer de pineut was. De duur van de
behandeling besloeg precies de 45 minuten van de middagpauze van De Wielewaal.
Daar stond dan weer wel tegenover dat tijdens het Luizafix procedé - hoewel een synthetische aangelegenheid –
telkens opnieuw een rustgevende, quasibiologische geur van een wandeling op een
bospad van dennennaalden in de ochtenddauw vrij kwam. Na het aanbrengen moest
het welriekende goedje een kwartier op de hoofdhuid inwerken en daarna
uitgespoeld worden. Vervolgens werd de hele heisa dus bij beide kinderen voor
de zekerheid ook nog eens herhaald. Daarna gleed Thea, helemaal volgens het
vernietigingsprotocol, met haar kwaliteitsluizenkam door de behandelde, natte
haartjes. De voorspelling op de gebruiksaanwijzing van Luizafix was dat na het
laatste vonnis zowel de bewerkte kapsels als de kam en de badkamer bezaaid
zouden zijn met luizenlijkjes. Niets was minder waar. Nooit. Geen luis te
bekennen. Dood of levend. Niet door Thea. Niet door Bart en niet door Sabine
bij Walter of andersom. Desondanks onthield Thea haar trots en vreugde niet van
een nabehandeling met Luizafix preventief. Een reukloze, vette pesticidespray
op oliebasis waarmee Thea uit pure paniek jarenlang dagelijks de kapsels van
haar kinderen verpestte.
Maar geen enkele
voorzorgsmaatregel bleek bestand tegen het venijn van het gerucht dat Walter en
Sabine in de luizenkinderen van De Wielewaal waren getransformeerd. Als je de
ouders moest geloven tenminste, want de kinderen ondergingen een totaal ander luizenleven.
In groep 5 bij juffrouw Marjolein zat bijvoorbeeld Pepijn, een klasgenootje met
wie Walter weleens optrok. Zijn vader was de opzichter van het
luizenoudercluster. Op een dag in groep 5 bij juffrouw Marjolein gaf Pepijn
schaamteloos aan Walter te kennen dat zijn moeder die ochtend wel meer dan 100
luisjes uit de haartjes van zijn 2 kleinere broertjes had gevangen. Met de luizenkam.
‘Ow’, wist
Walter, terwijl hij instinctmatig zijn hoofd krabde.
De 2
onbehandelde, jongere broertjes van Pepijn zaten ook op De Wielewaal en maakten
op dat moment ieder plekje in het schoolgebouw onveilig.
‘Zullen we bij
jou afspreken, na school?’, ging Pepijn in één adem door.
‘Goed’,
antwoordde Walter.
Thea ontmoette
Walter pas weer later op de dag; nadat Pepijn was opgehaald door zijn
luizenvader. Een introverte man, die Thea altijd aan een schoorsteenveger uit
van die ouderwetse prentjes deed denken, terwijl hij feitelijk
belastingadviseur scheen te zijn. Hoe dan ook; toen Pepijn alweer goed en wel
in zijn eigen omgeving samen met zijn besmettelijke broertjes een nieuwe portie
ongedierte kweekte, botste Thea tegen haar zoon op in de keuken waar ze een
theezakje zocht voor haar laatste Huiswerksterk klant van die dag.
‘Was het leuk
daarnet met Pepijn?’, vroeg Thea moederplichtsgetrouw.
Onder tijdsdruk
doopte ze het gevonden theezakje in een mok met stomend heet water. Walter
smeerde een boterham met speculoospasta. Onderwijl deed hij zijn moeder
argeloos verslag over de honderden luisjes in de luizenkam van de broertjes van
Pepijn. Zonder zijn verhaal tot het einde toe af te luisteren, rende Thea naar
de badkamer om terug te keren met haar eigen, allerbeste, superdure,
huisluizenkam. Van staal. Elke huisgenoot moest er aan geloven inclusief de
verontruste puber van Huiswerksterk. Een meisje met Surinaamse wortels en
kroeshaar waarin de tanden van de luizenkam des te vinniger op in haakten. Vals
alarm. Luizafix preventief had zijn werk gedaan en de gedupeerde leerlinge van
Huiswerksterk kreeg bij wijze van schadeloosstelling een gratis verstuiver met
luizenafschrikmiddel mee naar huis. Iedereen kon opgelucht adem halen.
‘Zullen we bij
jou afspreken, na school?’, vroeg Pepijn de dag daarop aan Walter.
‘Heeft je moeder
nog luizen gevangen?’, wilde Walter eerst weten.
‘Ja, vanmorgen
met de luizenkam. Wel meer dan honderd.’
‘Ook bij jou?”
‘Huhuh’, beaamde
Pepijn onnozel.
Van een afstandje
wierp Walter een onderzoekende blik op het flossige, pagekapsel van Pepijn.
‘Je moet je haar
wassen van mijn moeder. En niet alleen maar kammen’.
‘Waarom?’
Pepijn krabde
zich grondig achter zijn oren.
‘Mijn moeder
vindt luizen vies’, deed Walter fijntjes uit de doeken.
‘Ik ook!’,
bekende Pepijn.
Weer en dag later
meldde Pepijn aan Walter dat hij zijn
haren gewassen had en of hij kon afspreken.
‘Zijn ze dood?’
‘Wie?’
‘De luizen?’
‘Weet ik niet
zeker.’
‘Heb je nog jeuk
op je hoofd?’
‘Ja nou’, moest
Pepijn eerlijkheidshalve toegeven, terwijl hij met 10 gekromde vingers door
zijn haren harkte.
‘Dan mag je niet
komen spelen van mijn moeder.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat ik dan ook
luizen krijg. En daarna mijn zusje en dan mijn vader en mijn moeder en
vervolgens alle leerlingen van Huiswerksterk bij mij thuis.’
‘Luizen zijn niet
erg’, aarzelde Pepijn.
‘Waarom is er dan
luizencontrole?’, vroeg Walter doelgericht als hij is.
‘Mijn vader is de
baas’, wist Pepijn niet zonder trots.
‘Dus?’
‘Mijn vader zegt
dat kammen alleen genoeg is. Luizenverdelgingsmiddel is slecht voor het ilieu.’
‘Ja, daarom
zouden wij er dus graag mee stoppen, maar dat kan dus niet zolang die luizen
zich maar blijven voortplanten’, antwoordde Bart achteraf voor zijn zoon die
net als zijn moeder toch weer voor Pepijn door de knieën was gegaan.
‘Vanaf vandaag
komt hij er niet meer in, Walter. Eerst wassen met Luizafix en daarna is Pepijn
weer van harte welkom’, stelde Bart harteloos.
Maar het hart van
Thea was verscheurd. Die arme Pepijn. Wat kon hij eraan doen dat zijn ouders
nog te pinnig waren om een flaconnetje Luizafix in huis te halen? Ze besloot om
bij de eerstvolgende gelegenheid te rade te gaan bij juffrouw Marjolein van groep
5 van Walter. Een doorknede onderwijzeres met lachrimpeltjes en 2 bijna
volwassen dochters die in hun basisschooljaren ook luizenkinderen geweest
waren.
‘De moeder van
Pepijn mag anders wel een flesje Luizafix van me hebben’, stelde Thea de
volgende dag tijdens het wegbrengen aan juffrouw Marjolein voor die daarop
sceptisch een wenkbrauw lichtte.
De vader van
Pepijn rook onraad en hield zijn oren en ogen open, terwijl hij zijn zoon naar
zijn schoolbank in het klaslokaal van groep 5 begeleidde. Juffrouw Marjolein
strekte haar arm uit om Walter op zijn weg naar zijn plek tegen te houden.
‘Laat mij eens
even kijken hoeveel luizen je hebt!’, zei ze luidkeels met een knipoog naar
Thea.
‘Ik heb geen
luizen’, beweerde Walter weerbarstig, maar hij liet zich gelaten vlooien door
zijn juffrouw met wie hij even vaak in de clinch lag als grapjes maakte.
Walter had de
dubieuze neiging om op het moment dat het erop aankwam precies de verkeerde
dingen te zeggen. Dan stond juffrouw Marjolein bijvoorbeeld vol overgave
rekenen uit te leggen met behulp van sommen op het digibord en dan riep Walter
door de klas:
‘De uitkomst
klopt niet!’
‘Walter ik wil
niet dat je door de klas roept, dat weet je’, waarschuwde juffrouw Marjolein
dan voor de duizendste keer.
‘Ja, maar de
uitkomst klopt niet’, herhaalde Walter.
‘Ga maar even op
de gang staan’, stampvoette juffrouw Marjolein.
Ook voor de
duizendste keer. Haar geduld werd dan ook dagelijks zwaar door Walter op de
proef gesteld, omdat hij steevast antwoorden door de klas riep.
‘Het zijn wel de
goede antwoorden, daar niet van. Maar andere kinderen moeten ook een kans
krijgen’, klaagde juffrouw Marjolein bij Thea.
Juffrouw
Marjolein kon op dit punt wel op wat begrip van Thea rekenen. Thuis wilde
Walter ook regelmatig doordraven. Nog net voordat Thea dan bijvoorbeeld
helemaal zelf inzag dat ze de dop van een fles cola scheef gedraaid had, was
Walter er als te kippen bij om haar op haar fout te wijzen:
‘Mam, je hebt de
dop niet goed op de fles gedraaid’.
‘Dat weet ik
Walter.’
‘Waarom draai je
de dop er dan niet goed op dan? Zo gaat al de prik eruit zegt papa.’
‘Dat doe ik
Walter.’
‘Nee, je doet het
verkeerd, dat zie ik toch.’
Meestal zette
Thea het dan op een grommen. Half uit frustratie en half voor de lol. Een
dergelijke reactie was voor een schooljuffrouw voor de klas natuurlijk niet
weggelegd en daarom had Marjolein al een systeem verzonnen waarbij Walter na
elke reprimande een houten blokje uit een doos op de hoek van zijn tafeltje
apart moest leggen. Aan het einde van een schooldag met een blanco tafelblad
mocht Walter iets lekkers uitzoeken uit de snoepvoorraad van juffrouw
Marjolein. Maar hij niet alleen. Alle kinderen uit de klas werden zo nu en dan
uitverkoren om bij wijze van beloning een keuze te maken uit een arsenaal
zoetigheid dat er niet om loog. Schuimblokken, tumtums, suikerhartjes,
wijngums, cocoballen, kabelspek, bananenschuimpjes, kersenzuurtjes, dropfruit,
jojo’s, muizen, kikkers, aardbeienmoppen, colaflesjes, trekdrop, gouden beren,
zure matten, zoethout, zoute rijen, lolly’s of marshmallows En juffrouw
Marjolein was ook altijd bereid om de lekkerbekjes te adviseren bij het maken
van een keuze met het geduld en de precisie van een monnik. Haar aandacht
bracht Thea aan het nadenken over haar eigen gemakzuchtige en vanzelfsprekende
gewoonte tot het uitdelen van snoepgoed ter tegemoetkoming aan het jonge grut
om haar heen. De overheersende emotie die Thea tot dan toe tijdens het
distribueren of nuttigen van snoepgoed gewaar werd was toch hoofdzakelijk een
schuldgevoel. Alsof ze een kinderzonde bleef herhalen in een dwangneurose;
gedreven door de commercie van de suikerwerkfabrieken waarvan de schoorstenen
toch ook moesten blijven roken. De zoete aanpak van juffrouw Marjolein onthief
Thea van haar zelfbedrog. Ze probeerde zelfs wel eens om de fijne kneepjes van
de smaakmakerij van juffrouw Marjolein af te kijken. Die mogelijkheid bood zich
soms aan als Walter zijn klassenbeurt weer eens in slow motion uitvoerde en
Thea uiteindelijk van puur ongeduld van de speelplaats naar achterin het
klaslokaal van groep 5 belandde, in de ijdele hoop om haar zoon door haar
overweldigende fysieke aanwezigheid tot haast te kunnen manen. Er was geen
beginnen aan en gevolglijk leerde Thea de verfijning van de verlokking des te
meer waarderen van juffrouw Marjolein in haar unieke rol als suikerjuffrouw
voor de winnende pupillen van die dag. Juffrouw Marjolein verhief het snoepen
tot een ware kinderkunst. Welke combinaties waren lekker? Hoe kon een
gifgroene, gomkikker het beste verorberd worden? Wie wist er een betere naam
voor een negerzoen?
In haar
authentieke handomdraai wist juffrouw Marjolein zo ieder kind voor zich te
winnen. Ook Walter die zich op verzoek van een overprikkelde juffrouw Marjolein
zo nu en dan gehoorzaam op de gang terugtrok. Hierdoor kon de juf zich weer
concentreren op de rekenles en haar sommen op het digibord die ze bij nader
inzien toch niet helemaal goed uitgerekend had. Daarom stond Walter in zijn 5de
groepsjaar dus wel vaak, maar nooit langer dan een minuut op de gang.
‘Roep Walter maar
weer binnen’, beval juffrouw Marjolein het helpende handje van die dag
beschaamd, waarna Walter weer gekalmeerd achter zijn tafeltje schoof en
schuldbewust een blokje uit de strafdoos op de hoek van zijn schoolbankje
legde.
‘Wij zitten
elkaar regelmatig in de haren toch?’, grapte juffrouw Marjolein tijdens het
grondig uitpluizen van het nekhaar en de warme plekjes achter de oren van
Walter.
‘Ik zie geen
luizen’, concludeerde ze luid in het algemeen en tegen de vader van Pepijn in
het bijzonder.
Hij wilde net wat
zeggen, maar klapte zijn geopende lippen weer op elkaar en liet zijn potentiële
toehoorders verder in het ongewisse. Juffrouw Marjolein wenste de vader van
Pepijn nog welgemeend een goede morgen, waarop de luizencommandant zijn hoofd
in de nek wierp en voornamelijk Thea overduidelijk de rug toekeerde. Juffrouw
Marjolein zag het gebeuren.
‘Als ik jou was
zou ik maar naar Willy gaan’, adviseerde ze Thea vertwijfeld.
Maar directrice
Willy kon maar weinig doen. Tenminste dat beweerde ze. De luizencontrole was
een zaak van de ouders en daar kon de schooldirectie niet tussen gaan zitten.
‘Misschien moet
je zelf maar luizenmoeder worden’, stelde directrice Willy plompverloren aan
Thea voor.
Directrice Willy
droeg een documentmap onder haar arm toen Thea haar in de schoolgangen had
aangeklampt naar aanleiding van het luizenprobleem. Ze was kennelijk op weg
naar een vergadering en balanceerde gespannen op de ballen van haar voetzolen
alsof ze elk moment weg kon schieten.
‘Nou, de Luizafix
heb ik alvast in huis.’
Zoals te
verwachten was directrice Willy totaal ongevoelig voor het cynisme van Thea.
‘Luizafix is gif
en dat mogen wij niet adviseren van de GGD.’
‘Ach, en hoe
willen ‘wij’ de luizen dan uitroeien op De Wielewaal?’
‘Het advies van
de GGD is om te kammen met een luizenkam.’
‘Ach jee, dan
word ik dus geen luizenmoeder.’
‘Waarom niet?’
Directrice Willy
hield op met net niet de hielen lichten en was ineens één en al aandacht voor
Thea.
‘Alleen als je
luizenmoeder wordt dan kun je jouw kinderen zelf controleren. Je moet gewoon
contact opnemen met de vader van Pepijn, Diederik en Wilfried. Uh, hoe heet die
luizenvader ook alweer? Kom, hij is hoofd van de luizenouders?’
Directrice Willy
schudde haar haardos in afwachting van
verheldering. Het kapsel bewoog nauwelijks mee. Als een helm. Zo te zien
vanwege de haarlak. Ook zo’n kwakzalvend middeltje tegen hoofdluis.
‘Jan’, hielp Thea
droog.
‘Ja, Jan, ja’.
‘Jan is juist de
oorzaak van het luizenprobleem op De Wielewaal. Pepijn, Diederik en Wilfried
lopen al weken met luizenbollen rond en alles wat de papa en mama van deze
broertjes doen is kammen.’
‘Volgens
voorschriften van de GGD dus’, wierp de directrice zich braaf in de strijd ter
bescherming van de opperouders van de kinderen van haar basisschool.
‘Kammen helpt dus
niet. Luizen planten zich razendsnel voort. En helaas allang niet meer op de
bolletjes van Pepijn, Diederik en Wilfried alleen. Ongedierte moet vernietigd
worden.’
‘Je moet niet zo
overdreven reageren’, benadrukte Willy onrustig.
Ze harkte stroef door haar gestroomlijnde boblijn die gisteren
nog een onduidelijke ragebol was. Willy had zich zienderogen alvast goed gekamd
en gesprayd. Misschien niet alleen met haarlak, maar stiekem ook wel met
Luizafix preventief, vanuit de wetenschap dat luizen niet alleen op
kinderkopjes gedijen.
‘Moet ik Pepijn
dan gewoon bij mij in huis halen? Ik heb constant kinderen in huis door mijn
thuiswerk bij Huiswerksterk. Walter heeft nou tegen zijn vriendje gezegd dat
hij niet mag komen spelen zolang hij zijn haren niet behandeld heeft met
Luizafix.’
‘Ja, maar zo maak
je van Pepijn toch een luizenkind?’, concludeerde directrice Willy vol afschuw.
‘Ik niet hoor. En
Bart ook niet. Laat dat maar aan de luizenouders van De Wielewaal over. Onze
kinderen; Sabine en Walter worden consequent en successievelijk voor
luizenkinderen uitgemaakt door de luizenouders. Daar ga ik in de rol van
luizenmoeder niets aan veranderen. Dus waar praten we over?’
’Je weet zelf
toch wel beter’, vergoelijkte directrice Willy het doorlopende oordeel van het
luizenconglomeraat
‘Nee dat is ook
zo, want luizen zijn dol op schoon haar.’
‘Ja, precies’,
beaamde directrice Willy uilig, om de taaie moeder, die behoorlijk in de weg
van haar prioriteiten stond, vervolgens bemoedigend op de schouder te kloppen.
Voor de goede
orde probeerde ze de reflecterende onvrede in de ogen van Thea nog enigszins te
parkeren met nogmaals het advies om maar zo snel mogelijk contact op te nemen
met die ene Jan van de luizenouders.
‘Want ik zie in
jou een perfecte luizenmoeder’, loog ze ter afsluiting in haar ontsnapping naar
de dringende rapportvergadering.
Vertwijfeld tot
op het bot belde Thea voor advies naar de Gemeentelijke Gezondheidsdienst. Ook
volgens de frisse consulente van de GGD, die haar met een stemgeluid als van
een heliumballon te woord stond, was kammen het devies.
‘Kammen, kammen,
kammen.’
‘Ja, maar dat zet
toch geen zoden aan de dijk? Je krijgt die beestjes nooit allemaal uit het haar
gekamd.’
‘Je zou het haar
nat kunnen maken en inwrijven met crèmespoeling. Daarna moet je de luizen pas
uitkammen met een luizenkam. Het is een precisiewerkje, maar zo krijg je ze wel
allemaal te pakken. Uiteindelijk. Let wel goed op dat je de neten ook vangt.
Neten zitten meestal dicht tegen de hoofdhuid aan. Het zijn genestelde eitjes
van de luizen. Ze komen in de regel pas na 7 dagen uit. Blijf het haar daarom
elke dag na de behandeling met crèmespoeling nog ruim een week intensief kammen
met een luizenkam, zodat je zeker weet dat je alle luizen te pakken hebt’,
schreef de blijmoedige kabouterstem van de consulente aan de andere kant van de
lijn gedienstig aan Thea voor.
‘Jezus, dan
gebruik ik nog liever de beproefde, ouderwetse petroleummethode. Een katoenen
doek om het hoofd; 2 uur laten inweken en kaalscheren die handel!’, schertste
Thea sarcastisch.
De consulente nam
haar bloed serieus en antwoordde ernstig:
‘Nee, dat doen we
niet meer.’
‘Misschien gewoon
antiluizenmiddel?’
‘Nee, dat is te
duur.’
‘Voor wie? Heb
jij inzage in mijn bankrekening?’
De consulente
negeerde de vraag. Niet expres. Ze had waarschijnlijk gewoon geen verweer.
‘Alle
luizenouders van alle basisscholen in de regio kunnen op aanvraag zoveel
plastic wegwerp luizenkammetjes voor de luizencontrole krijgen als ze maar
nodig hebben. En verder hoef je je ook geen zorgen meer te maken, want kleding,
slopen, lakens, knuffels en andere stoffen in huis hoef je niet meer te
reinigen van de GGD. Vroeger moest dat wel.’
‘En waarom hoeft
dat tegenwoordig dan ineens niet meer? Zijn de hedendaagse luizen modebewuster
geworden?’
‘Dat is het
advies van de GGD’, stamelde het welwillende kind.
‘Weet je wat?
Verbind me maar door met de vertrouwensarts van De Wielewaal. Toestel nummer
13. Jojanneke heet ze’, verzuchtte Thea.
Ze had dringend
behoefte om even in contact te staan met iemand die nog enigermate in staat
geacht mocht worden om zelfstandig na te denken en van wie een eenvoudige
sterveling als Thea toch een ietwat bevredigend antwoord kon verwachten.
Goddank voor het
ontregelde bevattingsvermogen van Thea, wist Jojanneke het één en ander in
perspectief te plaatsen. Ze zei:
‘Dat advies om
het linnengoed, de dekens en kussens alsmede alle kleding te reinigen na een
luizenplaag komt uit de tijd dat er nog geen synthetische stoffen bestonden.
Alles was van natuurlijk materiaal. Tegenwoordig bestaan er bijna geen puur
natuurlijke stoffen meer en zo ja dan zijn ze op één of andere manier bewerkt
tegen ongedierte. Al was het maar voor de hygiënische langdurige export van
China naar Nederland.’
‘En dan nog wat?’
‘Als ik het niet
dacht.’
Jojanneke deed
niet eens moeite om haar kribbigheid voor Thea te verbergen.
‘Waarom schrijven
jullie uit naam van de gezondheidsdienst geen Luizafix voor alle
basisscholieren in de regio met een luizenprobleem voor? Dat middel heeft toch
een keurmerk? Het is getest in een laboratorium. Het goedje wordt telkens
tijdig aangepast zodat luizen niet resistent kunnen raken tegen het gif. En het
werkt. Net als het antimiddel tegen vlooien en teken dat ik bij onze hond Yolo
en bij de katten Doorn en Roosje elke maand in de nekharen druppel. Wel zo
hygiënisch en effectief.
‘Luizen zijn geen
gevaar voor de volksgezondheid, dus krijgen wij als GGD ook geen subsidie voor
een contract met een fabrikant. Wij mogen ons ook niet aan een bepaald merk
binden. Wij zijn een overheidsinstantie. Wij kunnen geen merknamen adviseren’,
antwoordde Jojanneke die ineens van de informatieve in de defensieve modus was
overgeschakeld.
‘Je kunt toch de
optie van een anti-luizenmiddel aankaarten in plaats van maar te blijven
hameren op het gebruik van die plastic luizenkammetjes?’
Jojanneke slaakte
een zucht van vermoeidheid:
‘Luizafix is gif
mevrouw Thea de Betweetster en dat mag je niet zomaar gebruiken op de bolletjes
van minderjarigen laat staan adviseren aan ouders met luizenkinderen en
gewetensbezwaren.’
‘Nou nog een
keer?’
‘Je hebt me wel
gehoord.’
‘Je bedoelt geen
ouders met gewetensbezwaren maar van die pinnige zedenpredikers met een
ecoleefstijl die geen cent uit eigen zak te veel betalen’, sneerde mevrouw de
Betweetster.
‘Wat jij zegt
Thea, maar dan anders’, vond Jojanneke.
Na het verbreken
van de verbinding, ging Thea meteen over tot het maken van een afspraak bij de
huisarts. Sabine en Walter moesten mee.
‘Ik word
tureluurs van al die tegenstrijdige informatie en de denkbeeldige jeuk’,
bekende ze, terwijl de huisarts de haren van haar kinderen inspecteerde.
‘Denkbeeldige
jeuk is ook jeuk’, vond de huisarts afwezig omdat ze gepreoccupeerd was met de
hoofdhuid van Sabine. Walter was al gecontroleerd.
‘Geen luizen of
neten. Vooralsnog. Maar wat niet is kan nog komen’, gold de diagnose.
‘Kan ik veilig
Luizafix gebruiken?’
Sabine zag dat de
huisarts in tweestrijd stond.
‘Ik heb het
eigenlijk al gebruikt‘, biechtte Thea maar snel op met lichte paniek in haar
stem.
De huisarts
herademde opgelucht:
‘O, maar het is
wel veilig hoor. Luizafix wordt alleen niet vergoed door de
ziektekostenverzekeraar.’
‘Vertel mij
wat. 11 euro voor een flacon Luizafix
Shampoo en 7 euro en 95 centen voor een verstuiver Luizafix preventief. Goed
voor 4 behandelingen’, brieste Thea.
‘Maar toch blijf
je ervoor kiezen om een eventueel, toekomstig luizenprobleem in het vervolg op
te lossen met Luizafix?’, verifieerde de huisarts, voor de zekerheid nog wel
even bij Thea.
Wat Thea betreft
geheel overbodig.
‘Als jij zegt dat
het veilig is?’
‘Luizafix is een
veilig anti hoofdluizenmiddel’, verzekerde de huisarts nogmaals op haar
karakteristieke, verkapte, mechanische
manier.
‘Maar ik moet het
zeker niet te vaak gebruiken?’
‘Niet iedere dag,
maar je kunt Luizafix met een gerust hart zo vaak toepassen als nodig is.’
‘Zolang ik de
hoeveelheden maar zelf betaal?’
De huisarts
antwoordde niet en zoemde weer in op het kapsel van Sabine. Voor de vorm woelde
ze er nog maar eens door de lange, krullende, donkerblonde, luizenvrije lokken
van Sabine, die met de huisarts boven haar hoofd, opgelaten in het zicht van
haar moeder de oogbollen liet rollen. Bij wijze van reactie stond de huisarts
zich al wroetend zwijgend, maar onverhuld te verkneukelen.
‘Luizafix is dus
een veilig en effectief anti hoofdluizenmiddel dat niet vergoed wordt door de
ziektekostenverzekeraar’, recapituleerde Thea, omdat ze zichzelf feitelijk wel
voor de kop kon slaan dat ze zolang nodeloos met de handen in het luizenvrije
haar had gezeten.
Waarom had ze
niet van het begin af aan ingezien dat het hele luizenprobleem alleen maar een
melkkoe voor het luizenconglomeraat was? Zodat de luizenouders zich eindelijk
ook eens merkbaar konden profileren ten opzichte van gedoodverfde
buitenstaanders.
‘Over het
algemeen bedoelen de meeste luizenouders het echt wel goed’, relativeerde de
huisarts.
‘De weg naar de
hel is geplaveid met goede bedoelingen’, vertaalde Thea naar het bekende Britse
gezegde over the road to hell die in het Engels, op dezelfde manier als in
Nederlands, paved is with good intentions.
Desondanks begon
Thea de goedertierenheid van het merendeel van het Wielewaalse
luizenconglomeraat zo langzaam maar zeker hevig te betwijfelen. Sommige
herhalingen kunnen geen toeval zijn. En de onzichtbare luizen bleven op school
maar welig tieren in de voorbewerkte haren van Walter en Sabine. Ook na de
grote zomervakantie; de zogenaamde luizenbron voor ieder basisschoolkind.
Walter zat alweer een dikke 9 weken in groep 5 bij juffrouw Marjolein en Sabine
floreerde in complete groep 6 in plaats van in de combinatieklas 6/7.
Op papier werd de
complete groep 6 bestierd door juffrouw
Dorien met de hulp van een nieuwe meester. Meester Joep. In de groepen 3 en 4
was juffrouw Dorien ook de juf van Sabine geweest en het kind kon ’s ochtends niet
wachten om naar school te gaan. Daar vond ze toch voornamelijk de onervaren
meester Joep voor klas 6. De herfstvakantie was net achter de rug en juffrouw
Dorien zou dit schooljaar niet meer terug keren van haar ziekteverzuim.
Welbeschouwd had ze haar nieuwe rol als parttime juffrouw van de volledige
groep 6 alleen in de eerste week na de zomervakantie eerlijk met meester Joep
gedeeld. Niet erg overtuigend voor een docenten duo dat officieel het grootste
deel van het schooljaar nog voor de boeg had. Nadat juffrouw Dorien de eerste
parttime schoolweek met succes volbracht had, was ze 8 weken aan een stuk
afwisselend aan- en dan weer afwezig. Ze was aldoor ziek of onderweg; om
tenslotte na de herfstvakantie toch maar fulltime overspannen te geraken. Vanaf
het allereerste moment van weerzien in groep 6 was Dorien direct al veel
lustelozer op Thea overgekomen dan ze op haar slechtste dagen in het 3de en 4de
leerjaar van Sabine ooit geschenen had. Alsof ze de boot afhield en driemaal
geen scheepsrecht was. Net als in groep 3 en 4 bleef Sabine voor juffrouw
Dorien de vanzelfsprekende leerlinge op de achtergrond.
‘Ze doet het
prima hoor’, knikte juffrouw Dorien terloops en mat naar Thea in de
wandelgangen van De Wielewaal.
Waarbij juffrouw
Dorien gemakshalve maar even voorbij ging aan de beloofde extra begeleiding of
ondersteuning van haar juf of meester aan Sabine. Een toezegging die nog geen
mens was nagekomen op De Wielewaal. Tot nu toe had Sabine zich helemaal in haar
uppie optimaal weten te handhaven in een nieuwe groep 6.
‘Volgens mij is
Dorien op weg naar een jaartje betaalde vrijheid met voorbedachte rade’,
fabuleerde Thea intuïtief in een flits.
En ach, Dorien
zou best overspannen geweest zijn. Toch kon Thea zich niet aan de indruk
onttrekken dat juffrouw Dorien bewust op een burn-out was afgestevend. Je kunt
jezelf ook een aandoening aanpraten. Maar wat de oorzaak van haar kortsluiting
ook geweest was; directrice Willy greep de burn-out van Dorien aan om meester
Joep voor de rest van het jaar voltijds voor groep 6 van De Wielewaal te
plaatsen. Die ouwe Willy had een zwak had voor de jonge vent van midden 20.
Althans dat was het gerucht dat toentertijd de ronde deed. Hoe dan ook; Joep
greep de unieke kans met beide handen aan. Nou was meester Joep ook een aardige
jongen die een positieve sfeer in de groep wist te creëren. Een gevoelsmens met
een hoge sociaalemotionele intelligentie, maar met beperkte didactische
kwaliteiten. Het was voornamelijk gezellig bij meester Joep in groep 6.
‘Als meester Joep
niet meer weet hoe rekenen of taal verder moet dan gaan we iets leuks doen’,
wist Sabine al na 2 weken in de complete groep 6 smakelijk over te brengen op
Bart en Thea.
‘Moeten we daar
niet wat mee?’, vroeg Thea gealarmeerd
aan Bart toen bekend werd dat onervaren Joep na de herfstvakantie helemaal
alleen verantwoordelijk geacht zou worden voor de educatie van groep 6.
‘Laat toch gaan.
De kinderen hebben lol en dat is minstens zo belangrijk voor een natuurlijk
leerproces als presteren’, suste Bart.
En hoewel Thea de
opstelling van Bart iets te makkelijk vond, kwam ze toch niet in het geweer
tegen meester Joep die tijdens zijn lessen soms zodanig tegen het randje zat,
dat een leutige ambiance het gebrek aan basiskennis van de onderwijzer niet
meer kon overbruggen. Joep was geen rekenwonder en hij maakte de standaard
hedendaagse taalfouten die Sabine tijdens het avondeten lacherig repeteerde.
Joep had bijvoorbeeld die schooldag zonder met zijn ogen te knipperen de
grammaticaregels geschonden met zinskonstruksels als:
‘Die meisje en
die jongen hadden zich verstoppeld. Daarom waren hun de enigsten die de dictee
nog niet gemaakt hadden. Dus heb ik hun me pennen geleend.’
‘Daar moet je wat
van zeggen hoor!’, vond Walter verontwaardigd.
‘Nee, dat doe ik
niet meer.’
Sabine wimperde
beschroomd.
‘Dat hoeft ook
helemaal niet; zolang jij zelf alles maar goed kunt verwoorden’, troostte Thea.
‘Van mij mag je
er rustig wat van zeggen. Het is schandalig dat een onderwijzer niet eens
fatsoenlijk Nederlands kan praten.’
Van kwaaiigheid
smeet Bart de opscheplepel veel te hard terug in de juspan.
‘Natuurlijk is
dat schandalig, maar dat hoeft Sabine
niet voor meester Joep op te lossen’, snauwde Thea naar Bart, terwijl ze de
druppels jus van haar mouw wreef.
Zowel Bart als
Thea hamerden thuis op een correcte verteltrant. Geen van beiden lieten ze het
na om hun kinderen te verbeteren bij foutief mondeling taalgebruik. Sabine en
Walter hadden de gewoonte zelfs al van hun ouders overgenomen en corrigeerden
elkaar of op hun beurt de spraakverwarring van Bart of Thea.
‘Ik heb er
weleens wat van gezegd’, bekende Sabine timide.
‘Goed zo’.
Dat was Bart.
‘Wat zegt meester
Joep dan, want ik zou op de gang moeten staan van juffrouw Marjolein als ik
haar verbeterde’.
Walter was nog
niet uitgesproken of zijn vader initieerde een high five met zijn zoon.
‘Ja, maar ik durf
te wedden dat juffrouw Marjolein ook niet zulke taalfouten maakt’, merkte Thea
op.
Korzelig richtte
Sabine zich tot haar moeder; de afvallige; en verkondigde wijs:
‘Hij kan er niets
aan doen. Hij is leesblind.’
‘Hoe verzintiehet!’,
blies Bart.
Sabine diepte de minachting
van haar vader nog wat verder uit.
‘Zijn vader en
zijn moeder en al zijn broers hebben ook dyslectie’, legde ze uit.
Bart legde zijn
bestek te rusten op zijn bord alvorens hij met ingehouden kwaadheid van wal
stak.
‘Vroeger
bestonden er legio mensen die analfabetisch waren. Ze konden geen letter lezen
of schrijven; maar goed praten was geen enkel probleem. Die meester Joep moet
niet zo slap zeveren.’
‘Laat dat kind
nou’, probeerde Thea die ook weleens eens rustig wilde eten zonder geharrewar.
‘Ik laat helemaal
niks!’, tierde Bart: ’Mijn dochter mag ongestraft zeggen wat ze wil!’
‘Mijn dochter
niet; mijn dochter denkt eerst na voordat ze haar mond voorbij praat!’,
schreeuwde Thea naar haar man, omdat ze zich heel goed realiseerde dat Sabine
zich met moeite inhield ten gehore van de kromme taal van meester Joep.
Steeds als het
9jarige meisje haar schoolmeester wilde verbeteren kreeg haar empathie de
overhand en met die karaktereigenschap van haar dochter voelde Thea zich de
koningin te rijk. Sabine kon zich moeiteloos in anderen verplaatsen. Zo leek ze
de onzekerheden van meester Joep te ruiken en uit sympathie begon Sabine hem al
gauw min of meer in bescherming te nemen tegen zijn – voor haar – bijna
tastbare faalangst die geactiveerd werd door de moordende kritiek van de
opperouders. Zij kregen natuurlijk thuis ook het één en ander mee over de
hebbelijkheden van de jonge onderwijzer. Kortom: Alle begin is moeilijk; maar
door de kritische opperouders en de reflectie op hun kinderen in groep 6, had
meester Joep het aanvankelijk uitzonderlijk zwaar. Temeer daar de vacante helft
in het equivalent van groep 6 - de combinatieklas 6/7 met Siepie aan het
parttime roer - ten lange lesten was
opgevuld door ene Rosalie. Rosalie was niet alleen een onderwijzeres van
middelbare leeftijd, maar ook een matrone. Ze was niet gekozen door directrice
Willy, maar werd op het nippertje extern toegewezen aan de combinatieklas 6/7
door het schoolbestuur van de stichting waaronder De Wielewaal viel. Samen met
zo’n 70 andere basisscholen uit de regio. Een veeg teken. Een pottenkijkster en
misschien wel een klokkenluidster die weleens met argusogen naar onderwijzers
van het type ‘meester Joep’ zou kunnen kijken. Door deze imaginaire dreiging
voelde juist de debutant Joep zich vaker aangeschoten wild dan hij aan zichzelf
en zijn collega’s wilde toegeven. Op die frequente, zwakke momenten vond hij
alleen psychische steun bij stabiele gevoelskinderen zoals Sabine. Het verschil
met andere leerkrachten was dat meester Joep zijn voorkeuren niet probeerde te
verdoezelen met compensatiegedrag richting de opperouders met hun schrandere
kids. Iedereen mocht weten dat Sabine wat meester Joep betreft een supermeid
was. Nooit moeilijk of gemeen. Altijd positief en in voor een lolletje. Klaar,
punt uit. Geen discussie mogelijk. Alleen al om deze standvastigheid vond Thea
meester Joep meer dan geschikt voor de complete groep 6 van De Wielewaal. Die
gemiste taal- en rekenvraagstukken losten Bart en Thea dan thuis wel samen met
Sabine op.
Bijgevolg
nestelde Sabine zich sneller in de complete groep 6 dan iemand had kunnen
voorzien. Het contact met haar oude klasgenootjes uit de combiklas 6/7
verwaterde binnen een schoolweek of 2. Sabine had geen tijd om achterom te
kijken, want Miranda, het prettig gestoorde kind van de communiebruidsjurk,
eiste haar aandacht op. Thea wist niet zo goed wat ze met de ontluikende vriendschap tussen de meisjes aan
moest. Dolly, de moeder van Miranda was zelf nog een kind. Misschien net iets
ouder dan Jasmijn en van een heel andere orde. Losser. Niet zo zwaar op de
hand, maar ondertussen hield Dolly haar enige kind wel serieus onder de knoet.
Miranda was een ‘overactief meisje’ met de diagnose: ADHD.
‘Maar ik ken haar
wel hendelen’, verzekerde Dolly met haar doorrookte stemgeluid.
Ze leek een
amicale volksvrouw in wording. Onder voorbehoud. Ze keek de kat uit de boom en
Thea was op haar beurt ook niet zo kapot van haar. Ze zette grote vraagtekens
bij de botte manier waarop Dolly haar dochter Miranda in het gareel probeerde
te houden. Hoewel Sabine waarschijnlijk nooit bemoeienis met militante
opvoedingstechnieken van Dolly zou krijgen. Of wellicht op de momenten waarop
ze in de toekomst bij Miranda thuis afsprak? Nou ja, de tijd zou het leren.
Terwijl Thea stond te mijmeren op een maandag tussen de middag na de
herfstvakantie op het speelplein werd ze tot haar verbazing aangesproken door
Luna; het meisje waarvoor Sabine in het vorige schooljaar te min was bevonden
door moeder Marit.
‘Ik heb luizen.’
‘Wat vervelend
voor je Luna’, vond Thea.
Voor de zekerheid
deed ze een paar stapjes achterwaarts.
‘Sabine ook.’
Thea schoot
meteen in de verdedigingsstand:
‘Wie zegt dat?’
‘Greet’
Thea verbaasde
zich over de uitdagende toon van het anders zo deemoedige kind dat momenteel
vlak voor haar neus geen moeite deed om haar leedvermaak te verbergen.
‘Wie is Greet ook
alweer?’
‘De moeder van
Mathilde en Gertrude.’
‘Ach de moeder
van het huilmeisje Mathilde, als ik het niet dacht’, schoot het door Thea’s
hoofd, terwijl ze zich er wel voor waakte om haar vijandige gedachten, die niet
bestemd waren voor onvolgroeide kinderoortjes, hardop uit te spreken.
‘Mijn moeder
heeft ze ook gezien’, hield Luna vol.
‘Is Marit ook
luizenmoeder?’
Luna ontblootte
haar tanden in een hautaine lach waardoor ze nog meer als 2 druppels water op
haar moeder leek. Luna werd uit onverwachte hoek gesteund door Zarah die zich
bevestigend knikkend bij het tweetal op het speelplein voegde.
‘Hey Zarah’,
groette Thea.
Zarah trok haar
mondhoeken kort omhoog. De combinatieklas 6 en 7 was kennelijk al uit. In tegenstelling
tot de complete groep 6 met Sabine en groep 5 met Walter. Helaas.
‘Heb jij ook
luizen?’, vroeg Thea, omdat Zarah zich dusdanig opstelde dat het er alle schijn
van had dat ze iets te melden wist.
‘Nee, maar weet
je wat echt, mega stom was?’
‘Nee, vertel’.
De kleine
meisjesboosheid werkte ontwapenend op Thea en ze smolt als een ijsklontje in de
magnetron bij de aanblik van de gretige Zarah die zo evident haar grieven met
de moeder van een vriendinnetje – een oud mens uit een compleet andere
belevingswereld - wilde delen.
‘Weet je wat de
moeder van Mathilde tegen me zei?’
‘Nou?’
Het bloed van
Thea begon op voorhand al voor te koken. Zarah nam een volwassen houding aan
met één hand in de zij a la de moeder van Maltilde en zwiepte een denkbeeldige
lok over haar schouder, terwijl ze met een gemaakt stemmetje een perfecte
imitatie van opperouder Marit neerzette:
‘Ze zei; ‘Nee,
Zarah jij hebt tenminste geen luizen. Nee, Zarah jij niet. Maar weet je wie
wel? Die vriendin van je. Die Sabine. Ik zou maar bij haar uit de buurt blijven
als ik jou was!’
Na een
bezinningspauze kwam Thea weer tot zichzelf.
‘Ja, dat is
inderdaad mega stom’, antwoordde ze tam.lmte overkwam haar als een scheut
verfrissende koelvloeistof in haar voorverwarmde bloedsomloop. Misschien dat ze
toch onbewust begrepen had dat al die overspannen reacties van voorheen ook
geen zoden aan de dijk zetten. Het risico op een hersen- of hartinfarct werd er
wel groter van. Of mogelijk had het acteertalent van Zarah haar rustig gemaakt.
Het scherpe beoordelingsvermogen van een 10jarig kind, van Marokkaanse origine
nog wel, schiep vertrouwen in de toekomst.
‘En blijf je bij
Sabine uit de buurt, Zarah?’
‘Ja, duhuh,
Sabine is mijn bff.’
‘Je wat?’, riep
Thea het meisje na.
‘Best friend
forever’, vertaalde Luna die achterbleef en nog steeds in de buurt van Thea
rond draalde op het speelplein.
Het getalm van
Luna leek Thea opeens een uitgelezen
kans om het luizenmeisje gauw, gauw met wat verkapte voorlichting te
indoctrineren.
‘Als je moeder je
straks komt ophalen dan moet je zeggen dat ze rustig een gratis flesje Luizafix
van me mag hebben. Dat is antiluizenshampoo.’
Een valse belofte
van Thea daar ze toch zeker wist dat Marit nooit iets van haar zou aannemen.
‘Mijn moeder komt
niet vandaag, maar ik zal het doorgeven aan de oppas’, schroomde Luna
overdonderd.
Ze stond
zichtbaar in dubio voor ze eindelijk dan toch de hamvraag eruit dorst te
gooien:
‘Kom ik met die
shampoo dan ook echt van de jeuk af?
‘Jij wel’,
knipoogde Thea.
‘Mijn luizenkam
helpt helemaal niet’, ratelde het arme kind verder, terwijl ze paniekerig door
haar krullenbos harkte.
‘Luizafix wel.
Kun je de naam onthouden? Wacht, ik zal het voor je opschrijven.’
Tijdens het
grabbelen naar een pen en een notitieblokje in haar schoudertas werd ze
gegrepen door een acute aanval van paranoia. Er prikten ogen in haar
achterhoofd als symbolische steken onder water. Toen ze met een ruk opkeek van
haar bezigheden zag ze moeder Greet – van het huilmeisje Mathilde - nog net in
de kraag van haar winterjas wegduiken. Thea vertikte het om weg te kijken in de
hoop dat het Greetsecreet ook ogen in haar achterhoofd had. Met succes, want
gevoeglijk deed de moeder van Mathilde zonder op te kijken een symbolisch
stapje naar opzij om de loopgang voor Sabine zogenaamd vrij te maken. Eindelijk
had de complete groep 6 dan ook middagpauze.
‘Wat ben je
laat!’
‘We moesten
nablijven. Trouwens zo laat ben ik niet; want Walter is ook nog niet uit,’
berichtte Sabine luid op weg naar haar moeder.
‘Waarom moest je
nablijven?’, riep Thea over het speelplein.
Sabine antwoordde
pas toen ze pal voor de neus van haar moeder gearriveerd was. Ze fluisterde
geïrriteerd:
‘We hadden
luizencontrole en ik heb weer luizen’.
‘Ik ook’, wist
Luna die het briefje met daarop de naam van de antiluizenshampoo in een
steekzak van haar overjas liet glijden.
‘Heb jij ook zo’n
jeuk?’, wilde Luna nog van Sabine weten op een samenzweerderige manier, waarbij
de luizenplaag een ingang bood ter hereniging van hun oude vriendschap. Hoewel waarschijnlijk nog steeds
ongeoorloofd door Marit en Harry; de opperouders van Luna.
‘Nee’, antwoordde
Sabine vervreemd en naar waarheid.
‘Jeuk of niet; je
zult er zo meteen toch weer aan moeten geloven en Walter ook. Bah, bah; daar
baal ik dus gruwelijk van’, mopperde Thea bij het vooruitzicht van weer een
hectische middagpauze gevuld met haarwasbeurten met Luizafix.
‘De moeder van
Luna zei al dat jij kwaad op mij zou zijn’, bedilde Sabine.
Luna had ineens
haast. Ze verdween in het gepeupel.
‘Ik ben niet
kwaad op je Sabine’.
Ongelovig sloeg
Sabine haar armen voor haar borst ineen en bracht haar verhaal met veel mimiek
en verve:
‘Ik was bij de
luizencontrole en de moeder van Mathilde kamde door mijn haar met een
luizenkam. Luna zat naast mij en de moeder van Luna kamde Luna. Toen zei de
moeder van Mathilde tegen de moeder van Luna:
‘Kijk die Sabine
heeft weer luizen. Zie je nou wel’
En toen zei de
moeder van Luna tegen mij:
‘Nou, Sabine dan
zal je moeder dadelijk wel weer over de rooie gaan.’
En over de rooie
gaan dat betekent toch dat je boos wordt. En wie is er hier boos? Jij of ik?’
‘Wij alletwee,
als je het mij vraagt’, schertste Thea en ze vervolgde:.
‘Maar niet op
elkaar toch?’
Mokkend vond
Sabine houvast aan de uitgestoken hand van Thea.
‘Stomme
luizenmoeders’, bokte ze.
HOOFDSTUK 27
Na de zoveelste
behandeling met Luizafix was het thuisleven opnieuw doordrongen van een
klinische walm van antiluizenshampoo. Een zoetzure verwennerij voor het
reukorgaan in een steriele mengelmoes van dennengeur en eucalyptusdampen
afgemaakt met een zweempje citroen. Een geuraroma dat zo’n dag of 2 bleef
hangen. En alles went; zelfs hangen. Wederom had niemand na het uitkammen van
de verdachte haren terug een luizenlijkje onder ogen gekregen. Na deze
nutteloze actie en voorbij de dagelijkse beslommeringen, dacht Thea zich even
rustig in haar mail te kunnen verdiepen. De leerlingen van Huiswerksterk voor
die dag waren afgewerkt en de online postverwerking beloofde weer een
ontspannen bezigheid te worden zoals meestal, maar niet altijd. Dat bleek wel
uit haar doorgedraaide mailbox op die oktoberavond. Haar laptop liep bijna vast
van de hoeveelheid berichtjes van ouders van kinderen van De Wielewaal. Nadat
Thea een stuk of 6 boodschappen geopend en gelezen had, kon ze de strekking van
de overige 20 mailtjes ook wel raden. Brechtje had 4 luizen; Evy’s moeder telde
vanochtend 7 luizen in de luizenkam; de vader van Martijn ving er vanmiddag
tijdens het kammen thuis ook 7 (of 8); Jonas droeg een stuk of 3 luizen bij
zich; Mees wel 25 en die van Evert vielen niet eens meer te tellen. En alle
ouders sloten hun paniekzaaierij af met de aanmoediging voor iedere betroffen
ouder om maar vooral te blijven kammen. Er werd met geen woord gerept over de
optie van anti-luizenshampoo. Alsof de toepassing van Luizafix, of voor Thea’s
part een ander merk anti luizenshampoo, een taboe was. Waarom? Kennis is
weliswaar macht, maar kennis delen geeft juist kracht. Alleen al daarom besloot
Thea om zich ook in de online luizenstrijd te begeven en een berichtje te
sturen aan alle ouders van de kinderen van de groepen 5 en 6 van De Wielewaal:
‘Hoi allemaal
Bij Sabine en
Walter worden ook steeds luizen geconstateerd tijdens de controles op school.
Hoewel ik zelf nog nooit een luis in hun haren heb zien rondspringen; behandel
ik mijn kinderen na iedere waarschuwing met anti luizenshampoo om het zekere
voor het onzekere te nemen. Ik begrijp dat het advies vanuit de GGD alleen
‘kammen’ met de luizenkam luidt, maar luizen planten zich nou eenmaal
razendsnel voort zonder aanziens des persoons. Voor ouders met kinderen die al
langere tijd door luizen geplaagd worden, heb ik daarom een advies. Probeer
eens een anti luizenshampoo naast de luizenkam. Ik gebruik Luizafix, maar er
zijn natuurlijk veel meer merken in de handel. Ook bewerk ik de haren van
Sabine en Walter elke dag met Luizafix Preventief. Dit is een antiluizenspray.
Niemand zit op luizen te wachten en geen enkel kind draagt schuld aan een
epidemie van die beestjes, maar wij als ouders kunnen toch wel iets meer
ondernemen dan alleen maar kammen om het ongedierte uit te roeien?
Met vriendelijke groeten,
Thea (moeder van
Sabine (groep 6) en Walter (groep 5))’
Voor de goede
orde las Thea haar boodschap nog een keer over voordat ze voldaan het commando
‘verzenden naar het volledige adressenbestand’ aan haar computer gaf.
Aansluitend klapte ze haar laptop dicht om hem voorlopig niet meer te openen.
Had ze dat wel gedaan dan was ze misschien niet zo overdonderd geweest door de
agressieve stemming die haar de volgende ochtend in de gangen van De Wielewaal
naar de keel greep. De bijtende atmosfeer benauwde beduidend heftiger dan Thea van haar
inloopjes op normale schooldagen gewend was. Maar omdat ze zich van geen kwaad
bewust was, legde ze niet meteen de connectie met de inhoud van haar
luizenmailtje. Wat overigens niets afdeed aan de zelftwijfel die Thea bij
zichzelf kweekte met als voedingsbodem die alom en altijd aanwezige bedreigende
lichaamstaal van de opperouders om haar heen op de weg naar en van de
klaslokalen van Walter en Sabine. Wat was er aan de hand? Lag het aan haar
uiterlijk? De haardracht of kledingkeuze? Was er wat verkeerd gezegd of fout
gedaan? Ongetwijfeld. Allemaal. Maar toch niet gekker voor woorden dan
gisteren? Ze vertikte het om de moeder van Ronnie te ontzien door haar
luidkeels zijdelings te begroeten. Schouder aan schouder zoefde Maud straal
langs haar af. Hiermee was de kleine kans van Thea op enige duidelijkheid over
de mysterieuze groei van de alom vertegenwoordigde, vijandige
saamhorigheid meteen bekeken.
‘Wat hebben
jullie toch tegen mij?!’, riep Thea vertwijfeld uit.
Meteen na haar
wanhoopskreet had ze spijt van haar zwaktebod. Door de ijzige mars waarin de
opperouders vervolgens quasi onberoerd de kroost in de gangen en op de trappen
van De Wielewaal ter zijde stonden op weg naar hun bestemming, zou een simpele
ziel zichzelf nog kunnen wijsmaken dat niemand zich stoorde aan de nasleep van
Thea’s luidkeelse aanklacht; maar schijn bedriegt. Zeker op De Wielewaal. En
als blikken konden doden dan zou Thea allang niet meer in leven zijn geweest.
Thuisgekomen
reageerde ze zich verhit af op het huishouden. Fanatiek stofzuigen, bedden
verschonen, was opvouwen, schrobben, ramen zemen, onkruid wieden en alvast
piepers schillen voor de warme avondprak. Deze energiegeleiders overbrugden de
spanning tot aan het middaguur en om 12 uur bevond Thea zich buiten adem en
gekalmeerd ergens in het centrum van de gebruikelijke – enigszins gestabiliseerde - negatieve
aandacht op het speelplein van De Wielewaal om haar kinderen op te vangen voor
de middagpauze. Terwijl ze puffend bij stond te komen van de lichamelijke
inspanningen van die morgen, zag ze tot haar schrik in haar ooghoeken de vader
van Gerben op zich afkomen. Gerben was een jongetje uit groep 5 en hij zat al
sinds groep 1 van juffrouw Elsje bij Walter in de klas. Gerben was het
veelbelovende spraakwatergebrek dat de plaats van de nasaal klinkende Walter
had ingenomen voor de privé logopedielessen bij Marloes. Maar niet voor lang;
want zijn ouders waren niet extra verzekerd. Bart en Thea wel. Wat de vergoeding
betreft was de logopediste Marloes financieel beter af geweest als ze nog jaren
met Walter door gehobbyd had op rekening van de ziektekostenverzekeraar, want
Gerben werd al na 10 consulten afgeschreven. Maar aangezien Walter zich zonder
voortzetting van de logopediesessies uit zijn beginjaren allang net zo
duidelijk verstaanbaar kon maken als Lennart; de welbespraakte zoon van
Marloes; blijft de vraag naar de het nut van een oneindige reeks
spraakbegeleiding voor peutertjes en kleutertjes hoe dan ook in het midden.
Enfin, Walter had nergens last meer van. Toevallig botste Thea de dag daarvoor
nog tegen Marloes op. Ze kwam net uit het klaslokaal van de complete groep 6 en
snakte naar adem bij de plotselinge aanblik van Thea. Thea was op haar beurt
ook niet blij om oog in oog te staan met de opportunistische logopediste die in
de afgelopen jaren naar haar mening tot een nog grotere wannabee dan voorheen
was verworden.
In tegenstelling
tot meesloopster Marloes raakte Thea echter niet in ademnood door de
ontmoeting. Zij had Marloes dan ook nooit bewust wat aangedaan. Andersom lag
dat toch iets anders en daarmee gevoeliger. Toentertijd werd de kleuter Walter
door logopediste Marloes gemakshalve op het reservebankje gezet voor nieuwkomer
Gerben met de bedoeling om meer Wielewaalzieltjes voor haar logopediepraktijk
te winnen. Gerben was immers het kind van een opperouder. Walter niet. Wel was
Walter in tegenstelling tot Gerben een blijvertje en door de
ziekenkostenverzekering van zijn ouders ook een onuitputtelijke geldbron.
Walter deed mee voor spek en bonen en om de interne subsidiering van de
logopediepraktijk van Marloes te blijven garanderen. Walter mocht komen
opdraven als het de logopediste uitkwam. Daarbij werd Thea door Marloes de
logopediste op de koop toegenomen. Met groeiende tegenzin die ze steeds
moeilijker voor de moeder van Walter verborgen wist te houden. Marloes de
logopediste stond liever in de schaduw van een opperouder dan zich voor het oog
van de Wielewaalpopulatie in de buurt van Thea te begeven. Tot op het punt dat
zowel Thea als Walter zo overduidelijk in het openbaar door Marloes genegeerd
werden dat de bom wel moest barsten. Een explosie waarin de logopediste haar
ware gezicht had laten zien.
Het gaf wel
voldoening om aan de verkrampte houding van Marloes af te lezen dat zij na 3
verstreken jaren nog steeds vocht met de consequenties van dat heterdaadje en
dan vooral met de macht die ze de moeder van Walter met haar misstap in handen
had gegeven. Marloes was panisch dat Thea haar mond voorbij zou praten in de
wandelgangen van De Wielewaal. Als Marloes de kaarten in handen had gehad dan
zou zij dat in plaats van Thea namelijk allang, herhaaldelijk en tot vervelends
toe, gedaan hebben. In geuren en kleuren. Vandaar dat Thea haar uiterste best
deed om niet aan Marloes te laten merken dat de goede naam van één of andere
taaljuffrouw alsmede die van de eloquente zoon Lennart, haar voor geen
millimeter boeide. Zolang niemand Thea uitlokte, dan zou ze uit zichzelf geen
tijd, woorden, speeksel en zuurstof aan het verleden verspillen. Ook al zat het
woordenrijke mannetje vanaf het nieuwe schooljaar kennelijk bij Sabine in de
complete groep 6. Het grote ongemak dat Marloes daarbij ervoer was niets meer dan
een leuke bijkomstigheid die natuurlijk wel in leven gehouden moest worden door
de logopediste vooral niet gerust te stellen.
De vader van
Gerben trad haar aura binnen. Hij was nu te dichtbij om hem langer met goed
fatsoen te negeren. Hij hield haar een wit, plastic kammetje voor. Er zat een
plakbandje om het centrum heen gewikkeld met daaronder 1 enkele geplette luis
tussen 2 tanden in gevangen. Die morgen was groep 5 aan de beurt geweest voor
de luizencontrole en de vader van Gerben – kennelijk ook een luizenvader – kwam
nu persoonlijk het speelplein opgeslopen om de moeder van Walter ten overstaan
van een geamuseerd publiek een bewijsstuk te overhandigen. De bekrachtiging van
het vermeende luizenbezit van Walter. Dan had juffrouw Marjolein het laatst
toch niet zo goed gezien toen ze Walter ten overstaan van alle ouders van groep
5 controleerde en vrij sprak van luizen.
Nog maar te zwijgen over de reputatie van de vader van Pepijn – het
luizenopperhoofd – die juffrouw Marjolein met haar foute initiatief blameerde.
Zo makkelijk zou Thea zich niet gewonnen geven.
‘Ik vind dat geen
bewijs’.
‘Wat flauw Thea’,
vond de vader van Gerben op een toon alsof hij haar al jaren van dichtbij had
meegemaakt en fideler gedrag van haar verwachtte.
‘Wie bewijst mij
dat die luis niet uit de haren van een ander kind afkomstig is? Je kunt mij nog
meer vertellen. Trouwens wat is nou 1 luis? Pepijn heeft er elke ochtend wel
meer dan 100. ‘
‘Hoe weet je dat
nou?’, wilde de vader van Gerben verwijtend weten.
‘Van Pepijn.’
‘Zijn vader is de
coördinator van de luizenouders’.
De vader van
Gerben klonk alsof de luizen zich persoonlijk bedreigd voelden door de functie
van de vader van Pepijn bij het luizenconglomeraat.
‘Ja, kun je
nagaan.’
‘We kunnen een
afspraak maken dat ik eens bij je thuis langskom om over het luizenprobleem te
praten?’
‘Zolang je niet
binnenkomt’, griezelde Thea.
‘Ja, maar ook
vanwege jouw mailtjes.’
Was de vader van
Gerben nou echt onnozel, of leek dat maar zo?
‘Welke mailtjes?
Ik heb gisteren 1 petieterig mailtje verstuurd aan alle ouders.’
‘Misschien moeten
we het daar over hebben?’
‘Wat? Nee!’
‘Je hebt niet
alleen maar gisteren 1 petieterig mailtje gestuurd Thea. Je stuurt wel vaker
mailtjes.’
Als de vader van
Gerben zijn commentaar hier zou hebben afgesloten met;
‘gekkie’,
dan zou Thea
daar, op basis van de teneur van zijn woorden, niet eens raar van opgekeken
hebben.
‘Ik heb me nog
nooit eerder online met de luizenproblematiek bemoeid.’
‘Waar gingen al
die andere berichtjes die ik in het verleden van jou in mijn mailbox vond dan
over?’, vroeg de vader van Gerben verstrooid alsof Thea het antwoord op de
dwalingen van zijn geest had.
‘Hoe moet ik dat
weten?
Net als de vader
van Gerben kon Thea zich ook voordoen als intellectueel die tot in de tenen
doordrongen is van belangrijkere zaken dan het betreffende gespreksonderwerp.
Ze miste alleen de uiterlijke kenmerken van een gesjeesd hippiehoofd zoals de
vader van Gerben met zijn spekvette half lange haren en teenslippers. Thea
kende hem niet anders dan gehuld in dat eeuwige ribfluwelen colbertje dat stijf
stond van het draagvuil. In beweging stootte het jasje een muffige walm uit
waaraan ingewijden op het speelplein of in de gangen van De Wielewaal de vader
van Gerben naar verloop van tijd al aan roken komen, voordat ze hem überhaupt
in beeld kregen. Ooit moest het colbertje kanariegeel geweest zijn. Althans te
oordelen naar de sporadische plekken die nog niet helemaal verschoten waren op
het grotendeels kleurloze jasje waarin insiders de vader van Gerben konden
uittekenen. De vader van Gerben verdiende zijn geld dan ook vanuit huis als
freelance redacteur en taaladviseur. Hij had geen collega’s die hem op de heersende
modegrillen en het primaire belang van lichamelijke hygiëne zouden kunnen
wijzen. Hoewel de vader van Gerben al jaren met dezelfde vrouw getrouwd was.
Zij was de moeder van Gerben en zij had beter kunnen weten, vanwege haar functie als ambtenaar die
ze natuurlijk wel buitenshuis bekleedde. Maar ook zij leek zich niet te
bekommeren om een proper voorkomen. Ze vertoonde zich tenminste meestal in
dezelfde knalrode, gepilde wollen winterjas. Behalve bij temperaturen boven de
25 graden. Dan verscheen de moeder van Gerben op het speelplein in een vale
spijkerbroek met echte gaten – geen prefab -, uniseks Indiase teenslippers uit
dezelfde vintage lijn als de flipflops van haar man en een oudroze,
nauwsluitend topje. Vooral dat vale lapje stretchstof dat als een tweede huid
haar benige karkas omspande was het toppunt van sjofel.
Stiekem was Thea
heus niet vergeten dat ze naast het luizenberichtje al eerder en vaker mailtjes
onder de ouders van De Wielewaal verspreid had. Maar ze was zeker niet de enige
die zich regelmatig verloor in online discussies. Thea zou echter niet weten waarom
de vader van Gerben zo nodig specifiek op haar schriftelijke inbreng terug
moest komen. De laatste onenigheid was alweer een tijdje geleden. Toen had Thea
zich via de mail online in een gedachtewisseling tussen ouders over kinderen en
computergebruik gemengd. De commotie was ontstaan door een hype onder de
kinderen van – onder anderen - De Wielewaal om massaal een chathotel op het
internet te bezoeken. Het kon in die periode bijna niet hipper dan thuis of bij
vriendjes of vriendinnetjes op de laptop of p.c. van de ouders verschillende
‘chatrooms’ van het zogenaamde online hotel te bezoeken. In elke kamer was er
de mogelijkheid om met iemand of met meerdere personen een praatje te maken of
een activiteit te ondernemen. Via internet wel te verstaan. In noodgevallen
desnoods op de schoolcomputers. Niemand had een gedegen overzicht op de gang
van zaken in het hotel en de identiteit van de gesprekspartners was ook vaag.
Bijna alle Nederlandse kinderen leken met tussenpozen in het chathotel te
toeven onder een schuilnaam; zodat veel ‘medespelers’ evengoed leeftijdgenoten
als kinderlokkers zijn konden. Wel was er een link naar een toezichthouder bij
wie opdringerige tegenspelers, die zich verdacht opstelden, gerapporteerd
konden worden door de overige gebruikers. Omdat Sabine, in navolging van haar
klasgenootjes uit groep 6, ook werd bevangen door het chathotel virus, voelde
Thea zich al snel geroepen om zich, in naam van haar gemoedsrust, in het
computerspel te verdiepen. Onder de schuilnaam ‘Dramama’ bezocht ze een aantal
kamers in het chathotel, waar ze een stuk of wat tegenspelers in de vorm van
naïeve, weinig dynamische poppetjes ontmoette met allemaal precies hetzelfde
uiterlijk. Twee verticale bolletjes op steeltjes. De gesprekken tussen Dramama
en haar klonen verschenen in een wolkje aan de hemel als in een stripverhaal en
gingen niet verder de diepte in dan:
‘Alles goet?’
‘Kikken’.
‘Ik ben bij me
vader’
‘Heb jij ook een
hont?’
‘Het is hier
gezelig’ en
‘Neuken?’
De kamers in het
chathotel waren dus feitelijk niets meer dan verbale ruimtes waarin over
uiteenlopende thema’s gebabbeld kon worden met behulp van een toetsenbord. Met
een gretigheid die sneller dan verwacht in verveling uitmondde, bezocht Dramama
dan ook nog een drietal kamers waarin ze respectievelijk; een denkbeeldige
dierenarts, een imaginaire serveerster bij Mac Donalds en een illusoire
verpleegster in een ziekenhuis mocht zijn en daarna had ze het echt wel gezien.
De waardebonnen die ze gescoord had en waarmee ze ‘items’ kon aanschaffen,
zoals bijvoorbeeld een virtuele hamburger of een online pizza, deed ze cadeau
aan een medespeler. De ‘neukkamer’ sloeg ze over en ze raadde Sabine aan om
hetzelfde te doen, maar ze snapte wel waar de aantrekkingskracht van het
chathotel op kinderen tussen 9 en 11 jaar vandaan kwam. Het door de opperouders
aangekondigde ‘computerverbod’ als gevolg van het drukbezochte chathotel leek
Thea dan ook niet alleen een slecht idee, maar zou volgens haar de behoefte aan
het internetgebruik bij de kleintjes alleen maar versterken. Want; hoe strikter
het verbod; des te groter het genot.
Natuurlijk werd
de mening van Thea niet gehoord. Zoals gewoonlijk kwamen de opperouders op die
manier met volledige steun van hun volgelingen tot een unaniem besluit. Het
chathotel werd gesloten. Geen enkel Wielewaal kind was nog geoorloofd om zonder
toezicht van de ouders of een leerkracht online te gaan. Sowieso was langer dan
10 minuten per dag computeren niet verstandig voor kinderen onder de 10 jaar.
Ter bekrachtiging van deze larie verwezen de opperouders naar het verslag van
een themadag over kinderen en computergebruik die ooit eens op De Wielewaal
gehouden was. Volgens het protocol kon vanaf de leeftijd van 10 jaar de online
tijdsbesteding eventueel jaarlijks met 5 minuten per dag verlengd worden; maar
dat was een richtlijn en geen must. Het chathotel moest en zou voortaan sowieso
een no go area zijn en blijven.
Aldus had Thea 2
opties. Of ze kon haar mond houden en met de stroom meedrijven. Gevolglijk zou
Sabine dus thuis illegaal moeten chatten in haar geliefde online hotel met het
gevaar door klasgenootjes betrapt en verraden te worden. Of Thea kon eerlijk voor
haar mening uitkomen. Hetgeen automatisch de dreiging met zich meebracht dat
geen enkel Wielewaal kind nog bij Sabine mocht komen spelen vanwege het
chathotelgevaar. Desondanks koos Thea voor de waarheid in een onconventioneel
mailtje.
Hallo allemaal,
Naar aanleiding
van het vandaag verkondigde online chathotelverbod, moeten mijn man en ik
helaas mededelen dat wij niet bereid zijn om onze kinderen – te weten Walter in
groep 5 bij juffrouw Marjolein en Sabine in groep 6 bij meester Joep - het chatten te verbieden of internetten
alleen toe te staan onder toezicht.
Groetjes van Thea
( namens Bart).
Dit
berichtje zou weleens het begin van het
einde van haar onbeduidende persoontje op De Wielewaal kunnen zijn. Zo’n
waagstuk stond garant voor een permanente slechte naamsbekendheid in de
wandelgangen van de basisschool.
De boycot van
Sabine in de klas als gevolg van de strakke actie van haar moeder viel gelukkig
100 procent mee. Het gevaar van het chathotel woog niet op tegen de gratis
kinderopvang waar de speelbezoekjes aan Walter en Sabine voor veel ouders van
De Wielewaal toch voornamelijk voor stonden. Thea voelde zich pas persoonlijk
aangevallen toen meester Joep zich met de zaak begon te bemoeien door in de
groep 6 iedereen met klem aan te raden ver bij het chathotel uit de buurt te
blijven. Hij gaf de kinderen het volgende, aanmatigende, advies mee:
‘Zeg tegen je
ouders dat ze hun gezonde verstand moeten gebruiken!’
‘Ja, maar ik kom
niet in de neukkamer!’, riep Sabine door de klas.
Meester Joep deed
alsof hij niets gehoord had, maar Sabine merkte in de minuten na haar uitspraak
toch aan zijn overdreven reacties op andere kinderen dat zij iets vreselijks
gezegd had, waar heel duidelijk en hard overheen gepraat en geagiteerd gelachen
moest worden.
‘Ronnie wil
altijd naar de neukkamer als we hier in het chathotel zijn’, bekende ze in de
veiligheid van Bart en Thea.
‘Ben je niet
nieuwsgierig dan?’, vroeg Thea: ‘Ik denk namelijk dat Ronnie gewoon alleen maar
nieuwsgierig is.’
‘Ja, maar er is
niets aan. Ik weet niks te verzinnen over neuken. Ik ga liever naar het
dierenasiel. We hebben nu een ziek katje met een gebroken staart. Maar Ronnie
vindt alleen de neukkamer spannend. Ik denk omdat hij er niet mag komen van
zijn vader en zijn moeder.’
‘Zie je wel’, zei
Thea tegen Bart.
‘Normale kinderen
van die leeftijd hebben volgens mij helemaal niets met neukkamers. Wat een
drukte weer om niks’, antwoordde Bart, die zich met zijn laptop op schoot
toevallig net voor het eerst in de mails over het chathotel van de ouders
verdiepte.
‘Saai’, vond
Walter; ‘Trouwens dat hele chathotel is saai.’
‘Vindt Tim dat
ook?’, wilde Bart om onduidelijke reden weten.
‘Echt wel, hij
vindt het chathotel nog stommer dan ik!’, betuigde Walter zonder aarzelen.
‘Dus hij wil niet
naar de neukkamer?’, vroeg Bart voor de zekerheid, terwijl hij Thea wenkte en
de laptop in haar blikveld schoof.
‘Nee, maar hij
wil wel altijd ‘Tour of Duty’ spelen als hij hier is’.
Walter klonk
spijtig.
‘Dan zeg je toch
dat het niet mag van mij. Het is een vechtspel van 18 jaar en ouder’, stelde
Thea voor omdat ze Walter zag twijfelen.
‘Tour of Duty is
ook saai’, concludeerde Walter uiteindelijk ter geruststelling van zijn 9jarige
geweten.
Ondertussen las
Thea een mailtje dat zojuist was binnengekomen en dat Bart net geopend had. Het
berichtje kwam van Jenny; de moeder van Tim; het beste vriendje van Walter. Ze
schreef:
‘Hoi allemaal,
Vandaag heb ik
het chathotel bezocht. Het is een onveilige, pornografische hoerenkast waar
alleen maar vunzige taal gebezigd wordt. Na twee ontmoetingen had ik al een
geile viezerik te pakken die gepijpt wilde worden en die mij anaal wilde nemen.
Walgelijk. Ik vind dat we onze kinderen tegen die smerigheid moeten beschermen.
Ik sluit me helemaal aan bij een computerverbod. Misschien moeten we zelfs
overwegen om naar de politie te gaan. Hopelijk hebben we hier niet te maken met
een illegaal kinderpornonetwerk.’
Groetjes Jenny
(moeder van Tim (groep 5) en Mira en Rob (groep 3))
Tijdens het lezen
voelde Thea de rillingen over haar rug lopen. Ze schaamde zich namens Jenny
voor het taalgebruik in de mail en snoof:
‘Wat een
stemmingmakerij. Welk chathotel heeft zij bezocht? Ik heb onder de schuilnaam
van Dramama kostbare uren van mijn leven – die ik nooit meer terug krijg - in
dat chathotel rondgehangen en ik heb wel een paar oneerbare voorstellen gehad,
maar die waren veel te ervaringsdeskundig geformuleerd om van kinderen
afkomstig te zijn. Verder heb ik toch voornamelijk minderjarigen ontmoet.
Herkenbaar aan het typische taalgebruik, de voorkeur voor kenschetsende
gespreksonderwerpen en de symptomatische incorrecte spelling van de Nederlandse
taal.’
‘Wie weet hebben
we hier te maken met een gevalletje van zelfprojectie?’, schokschouderde Bart.
Thea vond het
best:
‘Ja en met de
diepste roerselen van Jenny’s ziel.’
‘Wat bedoel je
mam?’
Natuurlijk moest
Walter weer het naadje van de kous weten. Net als zijn vader zat hij met een
geopende laptop op schoot naast zijn zus die op haar IPhone appte met haar
kwieke duim volop in actie. Thea benaderde het duo op de tweezitsbank van
achteren en wrong haar hoofd in de ruimte tussen de koppies van Sabine en
Walter in. Ze duwde het tweetal in de flank, in een weidse omstrengeling, aan
de bovenarmpjes zo dicht mogelijk tegen haar wangen aan.
‘Stereoknuffel.’
Lijdzaam lieten
zowel Sabine als Walter de bekende gekke 5 minuten van hun moeder over zich
heenkomen. Inclusief de bijbehorende, luidruchtige uitspraken:
‘Ik bedoel karma
lieve kindertjes. Maken jullie je maar niet druk om de boze buitenwereld en
laat karma het vuile werk doen.’
De vader van
Gerben fronste zijn wenkbrauwen alvorens hij van het ene op het andere moment
weer helder voor de geest kreeg waar hij Thea ook alweer van kende:
‘Volgens mij heb
ik weleens mailtjes met jouw uitgebreide mening over het chathotel gelezen. Je
was heel eigenzinnig. En nu wil je ook niet meewerken aan een eerlijke
luizenbestrijding. Maar dat mag. Dat is niet erg’.
‘Nou, gelukkig
maar, want ik dacht al! We leven tenslotte in een democratie niet waar!?’,
schamperde Thea.
‘Misschien moet
je eens overwegen om zelf ook luizenouder te worden. Dan kun je met eigen ogen
zien dat jouw kinderen, ondanks de antiluizenshampoo waar je in je mail over
jubelt, net zo goed luizen hebben.’
‘Nee en nee’.
‘Willy vond het
ook een goed idee.’
‘Ik heb tegen de
directrice Willy ook al gezegd dat ik geen luizenouder wil worden.’
‘Waarom niet?’
‘Omdat ik het
gebruik van antiluizenshampoo niet mag
promoten.’
‘Logisch want zo
saboteer je toch de hele luizencontrole?’
‘Precies.’
Ter
verduidelijking van haar standpunt nam Thea eindelijk het bewijsstuk uit de
uitgestoken hand van de vader van Gerben over. Met het bezoedelde
luizenkammetje tussen duim en wijsvinger liep Thea naar een vuilnisbak toe die
op een paar passen verwijderd aan de muur van het Wielewaal gebouw hing. Boven
de afvalbak liet ze het plastic prul, dat was beplakt met een luizenlijkje,
los. Tijdens haar terugtocht naar haar vaste stekje op de speelplaats klapte ze
haar lege handen voor alle zekerheid nog eens extra schoon. Ziezo. Vader van
Gerben of geen vader van Gerben. Hij was nog geen millimeter van zijn
standplaats geweken en wachtte haar manmoedig op.
‘Waarom ben jij
zo tegendraads Thea?’, vroeg hij gekrenkt.
Thea werd er
balorig van en ze antwoordde plagerig:
‘Wie met de
stroom meedrijft is het eerste bij het afvoerputje!’
’s Avonds
ontdekte Thea aan de teneur van de verse lading berichtjes in haar hoogzwangere
mailbox dat de vader van Gerben eigenlijk wel meeviel. Hij was opdringerig,
betweterig en hij leed aan een gebrekkig gevoel voor humor, maar hij wist zijn
fatsoen te bewaren en dat was meer dan Thea van de meeste Wielewaalse emailers
kon zeggen. Vooral professor Pronken wist zijn minachting voor een vrouw als
Thea hartverlammend wollig, eloquent en beknopt te verwoorden. Thea las:
‘Geachte moeder
van Walter en Sabine,
Dit is nu al de
tweede keer dat ik een berichtje van u ontvang, waarin u mij van uw mening op
de hoogte stelt zonder mijn toestemming.
Wij – dat wil
zeggen de ouders van De Wielewaal – snappen nu waarom uw zoon en dochter zo
recalcitrant zijn. Ze hebben dat redeloze verzet van geen vreemde. Hetzelfde
geldt voor de hoofdluis.’
Hoogachtend,
Professor.
Doctor. A. Pronken (emeritus hoogleraar). Vader van Allagonda (groep 7); Marcus
(groep 5) en Brechje (groep 1).’
Net zo
laatdunkend als professor Pronken, maar minder welbespraakt liet de vader van
Pepijn zich over Thea uit:
‘Thea,
Ik heb meer dan
genoeg van jouw gezeik. Mijn kinderen hebben luizen omdat jij zo nodig shampoo
in plaats van een luizenkam moet gebruiken. Je hebt geen verstand. Normale
mensen denken eerst na voordat ze mailen.
Jan Doedel;
coördinator luizenouders.
Vader van Pepijn
(groep 5), Diederick (groep 4) en Wilfried (groep 3))’
Verder blonk het
mailtje van de moeder van Tim uit in originaliteit:
‘Hoi Thea,
Je moet je niet
op laten butsen. Wat maken die paar luisjes nou uit? Laat me even weten wanneer
ik een flesje Luizafix bij jou kan ophalen? Ik hoorde van Marit (moeder van
Luna) dat jij gratis flesjes uitdeelt. Is 1 flacon genoeg voor de behandeling
van 3 kinderen? Reserveer anders maar 2 of 3 flessen. Ik neem aan dat je de
Luizafix vergoed krijgt via jouw ziektekostenverzekeraar? Jouw kinderen zijn
toch Topfit verzekerd? De apotheek heeft geen antiluizenshampoo op voorraad.’
Alvast bedankt en
een dikke kus van Jenny.’
Het lezen van het
resterende dozijn mailtjes was eigenlijk zonde van de tijd, omdat de strekking
unaniem op 4 wederkerende kritiekpunten neerkwam die Thea te bezopen vond voor
woorden. Ten eerste moest Thea niet denken dat shampoo een tovermiddel was. Ten
tweede moest Thea maar eens stil staan bij de fosfaten die na het gebruik van
shampoo in het milieu vrijkomen en die onze aarde verontreinigen. Had Thea nog
nooit gehoord van het gat in de ozonlaag en de opwarming van de aarde? Eens
kijken of Thea bij 40 graden Celsius in de schaduw tijdens de Kerstdagen nog
steeds zo enthousiast Luizafix stond te promoten. Had Thea soms aandelen bij de
farmaceutische industrie? Ten derde moest Thea leren om rekening te houden met
het geweten van De Wielewaal in de hoedanigheid van de luizenouders die zworen
bij - natuurlijke - groene zeep en niet
bij synthetische anti luizenshampoo. Alsof Thea niet allang haar bekomst had
van het klutje eco-ouders dat de groene gedachte al sinds jaar en dag verwarde
met een schriele levensstijl. En het vierde en tevens laatste dringende verzoek
aan Thea was om toch vooral te blijven kammen. Natuurlijk. Kammen, kammen,
kammen. Arbeidsintensief en ouderwets. Of zoals een vader van een klasgenoot
van Walter het zo treffend formuleerde in zijn mail:
‘Hey, doe effe
groen, man!’
Hij wekte bij
Thea de aandrang op om aan iedereen een berichtje terug te sturen. Een
denkbeeldig, cynisch mailtje met daarin allereerst de vermelding dat zij,
moeder van Walter en Sabine, niet met
het verkeerde geslacht aangeschreven wenste te worden. Thea wilde best groen
doen, maar ze was bij haar weten nog steeds geen man na haar laatste
toiletbezoek. Ten tweede dacht Thea helemaal niet dat shampoo een oplossing
tegen luizen was. Groene zeep was dat ook niet. En azijn niet. Thea geloofde
zelfs niet in een luizenvrije haardos dankzij de helende kracht van op de
hoofdhuid fijn gestampte eucalyptustheebladeren. Ze zwoor echter wel bij
Luizafix. Temeer daar het goedje namelijk speciaal in een laboratorium
gebrouwen was om luizen uit te roeien. En nee, Thea kon niet met een gerust
geweten ontkennen dat er – naast luizen natuurlijk – hoogstwaarschijnlijk nog
andere proefbeestjes aan de ontwikkeling van Luizafix te pas waren gekomen. Maar
Thea wist zich te bedwingen. Ze zat niet te wachten op nog meer gekrakeel en in
plaats van een gevat online antwoord op alle aantijgingen en mededelingen van
de ouders te geven, liet Thea iedereen links liggen. Wel stuurde ze de hele
luizenmailmikmak door naar directrice Willy. Opdat zij ook eens kon lezen wat
Bart en met name Thea met het ouderbestand van De Wielewaal te stellen hadden.
Dat doorsturen deed Thea op advies van Bart, die zich kostelijk vermaakte met
de hausse aan haatberichtjes. Met behulp
van de nodige overredingskracht had Thea ternauwernood kunnen voorkomen dat
Bart op het stuitende mailtje van professor Pronken inging. Discussiëren was
geen beginnen aan met die megalomaan. Liever had Thea ook een reactie van Bart
op een stumper als de vader van Pepijn tegengehouden. Uit consideratie met de
ontluikende vriendschap tussen Pepijn en Walter. In het geval van Jan Doedel
was Bart echter niet bereid om een stapje terug te doen. Bart zinde op wraak en
hij nam de eventuele aftocht van het vriendje van Walter voor lief met de
volgende online repliek:
‘Gelieve mijn
vrouw voortaan niet meer aan te schrijven via de mail. Je kunt mij bellen als
je wat te zeggen hebt en dan is het nog maar de vraag of ik bereid ben om tijd
vrij te maken om mij tot jouw niveau te verlagen.’
Thea moest 3 keer
slikken voordat ze haar gekwetste trots weggespoeld had. Bart hoefde zich niet
voor haar op te werpen als de redder in nood. Niet op deze manier. Maar de hele
kwestie ging niet om haar volgens Bart. Het gevecht ging over simpelmannen, krachttaal,
spierballensymboliek en het recht van de sterkste. En Bart kreeg nog gelijk
ook. Jan Doedel heeft nooit meer een mailtje naar Bart en Thea gestuurd en zijn
zoon Pepijn kon gewoon ongehinderd bij en met Walter blijven spelen. Indien
luizenvrij en na goedkeuring van Bart en Thea uiteraard.
Twee dagen na de
online ruzie tussen de papa’s zag Thea het vriendje van Walter nog voor zich
opduiken in de trappenhal van De Wielewaal. Pepijn keek haar recht in de ogen
aan:
‘Ik heb vandaag
afgesproken met Walter bij jullie en Walter zei dat ik aan jou moest vragen of
het goed was.’
Thea voelde zich
week worden. De smekende blik van het kereltje en dat ontroerende
onuitputtelijke uithoudingsvermogen. Hij moest en zou met Walter spelen.
‘Natuurlijk is
het goed.’
Thea zou willen
dat ze wat strenger in haar eigen leer was. Nou kon ze vanavond weer met
Luizafix in de weer.
‘O ja, en ik heb
geen luizen meer’, beweerde Pepijn.
Zijn ogen
twinkelden ondeugend alsof hij deze mededeling expres tot het laatst had
bewaard.
‘Ow, echt, wat
geweldig’, verzuchtte Thea opgelucht.
Een pak van haar
hart. Vervolgens haastte ze zich om Pepijn bij haar vreugdekreet te betrekken:
‘Voor jou;
geweldig voor jou, natuurlijk!’
‘Ja, ik ben er
ook wel blij mee’, bekende Pepijn op een dusdanig gemaakte manier dat de
achterdocht van Thea gewekt werd.
‘En hoe is dat zo
gekomen?’.
‘Mijn moeder
heeft mijn haren 2 keer gewassen met Luizafix.’
Pepijn sloeg een
toon aan alsof hij een versje voordroeg
waarin zijn moeder een heldin was. En misschien was ze dat ook wel. Wie weet
had ze achter de rug van Jan Doedel om het huishoudboekje moeten saboteren om
zich 3 flesjes Luizafix voor 3 kinderen te kunnen permitteren.
‘Ow, echt wat
goed van je moeder! En heeft ze je broertjes ook behandeld?’, ging Thea voor de
zekerheid ook na.
‘Behandeld?’,
vroeg Pepijn niet begrijpend.
‘Gewassen. Heeft
je moeder de haren van jouw broertjes ook ieder 2 keer gewassen met Luizafix?’
‘Ja.’
Stond hij nou te
liegen? Pepijn zag er wel frisser uit dan normaal. Dat sprak voor hem. Hij had
een rossige uitstraling alsof iemand hem had schoon geschrobd in een teil met
sodawater. En zijn pagekapsel zat onberispelijk in model zonder de
gebruikelijke pluizen en klitten. Dus vooruit maar; iedereen is tenslotte
onschuldig totdat het tegendeel bewezen is.
Aangemoedigd door
dit onverwachte succes besloot Thea om van alle luizenmailtjes bij nader inzien
de inhalige inhoud van het berichtje van de moeder van Tim toch maar niet
onbesproken te laten. Op een amicale
wijze trachtte Thea in een zogenaamd gender specifiek mailtje om Jenny op
eenzelfde cryptische manier terug op de plek te zetten als Bart dat bij Jan
Doedel was gelukt.
‘Hay Jenny,
Luizafix wordt
vergoed door geen enkele ziektekostenverzekeraar. Ongeacht de hoogte van de
maandelijkse premie en het verzekeringsniveau van het kind. Dus ook niet bij
maandelijkse torenhoge Topfit premies zoals bij Sabine en Walter. Een flacon
kost afgerond, gemiddeld 8 euro voor iedereen. Inkomensonafhankelijk. Marit (de
moeder van Luna) heeft wel gelijk dat ik gratis flesjes Luizafix uitdeel, maar
alleen op voorwaarde dat de ouders de luizenshampoo zelf niet kunnen (of
willen) betalen en hun kroost op persoonlijke titel aan mij te kennen geeft
wanhopig te zijn van de jeuk en de luizenplaag. Luizafix is ook op andere
plaatsen dan de apotheek verkrijgbaar; te weten bij: De Etos, Het Kruidvat, de
Trekpleister en de DA drogist. Veel succes.
Dikke kus terug
van Thea.’
De volgende
morgen werd Thea via de huistelefoon gebeld door directrice Willy. Thea weet
nog dat ze dacht:
‘Zo dat is rap;
dat zijn we niet gewend van de staf van De Wielewaal. Zo direct.’
‘Thea’, begon
Willy.
‘Willy’,
antwoorde Thea.
‘Je weet dat
Nelleke zwanger is?’
Juffrouw Nelleke
was de parttime vaste invalster voor juf Marjolein in groep 5 van Walter voor
anderhalve dag per schoolweek. Als ze tenminste aanwezig was, maar dan was er
ook geen ontkomen aan haar kleurrijke uitstraling. Juffrouw Nelleke was een
artistiek type, met tattoos, een rastakapsel, een ring door de neus en een
ondefinieerbare klederdracht. Ze was een levend kunstwerk, maar daarom nog geen
ongeschikte onderwijzeres. Tijdens haar zeldzame aanwezigheid was ze veelal
goed geluimd, origineel en alert. In wezen was haar frequente absentie het
enige dat op haar didactische aanpak aan te merken viel. Alhoewel
beschikbaarheid eigenlijk best wel een cruciaal uitgangspunt voor een
onderwijzeres is. En nu was juffrouw Nelleke dus zwanger. De allereerste echo
van de vrucht hing aan het prikbord in het klaslokaal van groep 5. In het begin
had Walter niet eens problemen met de foto op ooghoogte, terwijl hij op zijn
plekje in de klas vlak bij het prikbord zat. Hij probeerde het plaatje gewoon
niet te zien. In de loop van de daaropvolgende weken werd die bewuste negatie
hem evenwel onmogelijk gemaakt door de dweperige reacties van de opperouders –
en daarmee hun kinderen - op de afbeelding van het ‘ongeboren baby’tje van die
scheppende juf Nelleke’. Hierdoor kon Walter niet anders dan zich
herhaaldelijk, gedurende een onoverzichtelijke periode, meerdere keren per
schooldag, aan de echo ergeren.
‘Wat is er zo
speciaal aan een onscherpe zwartwit foto van het binnenste van de baarmoeder
van juffrouw Nelleke? Ik zie geen baby’tje!’, deelde hij gepijnigd aan zijn
vader mee in de hoop op begrip.
‘Stomme wijven’,
gromde Bart instemmend en tot voldoening van Walter.
Voor het geval
directrice Willy nog in onwetendheid over de recentelijke excentrieke uitingen
van juffrouw Nelleke leefde, besloot Thea haar maar meteen van de echo aan het
prikbord in groep 5 op de hoogte te stellen:
‘Ja, ik weet dat
Nelleke zwanger is. Ze heeft haar eerste echo al op een prikbord in het
klaslokaal van groep 5 opgehangen en daarmee mijn 9 jarige zoon Walter de
stuipen op het lijf gejaagd.’
‘Mooi he!?’,
zwijmelde Willy zonder enige consideratie met Walter.
‘Maar daar bel je
niet voor?’, hoopte Thea.
‘Nee, ik bel voor
de 5de ziekte.’
‘O, ik dacht voor
de luizenmailtjes?’, zinspeelde Thea.
‘Luizenmailtjes?’
‘Ja,
luizenmailtjes. Ik heb ze je allemaal doorgestuurd.’
‘Ow, maar ik ben
nog niet aan mijn mail toegekomen vandaag.’
Uit beleefdheid
wilde Thea niet nog een keer vragen wat dan wel de reden van het telefoontje
van Willy mocht zijn en dus wachtte ze zwijgend af wat de relatie tussen haar
kinderen, de zwangerschap van juffrouw Nelleke en de 5de ziekte dan wel wezen
kon.
‘Ken je de 5de
ziekte?’
‘Nooit van
gehoord’, moest Thea toegeven.
‘Nou ik dacht dat
jouw kinderen misschien met het virus besmet waren.’
‘Wat!’, schrok
Thea.
‘Het is een
onschuldig virus hoor. Althans voor kinderen. Maar niet voor zwangere vrouwen
zoals Nelleke. Voor Nelleke kan besmetting met het virus in de eerste helft van
de zwangerschap betekenen dat de organen van de foetus zich niet goed
ontwikkelen. In de tweede fase kan Nelleke zelfs een miskraam krijgen als ze
met het 5de ziektevirus in aanraking komt. Door jouw kinderen bijvoorbeeld. Ik
ben ook van plan om aankondigingen op alle deuren en muren van De Wielewaal te
hangen, zodat iedereen op de hoogte is gebracht.’
‘Waarvan?’
Meer kon Thea
niet uitbrengen. Bij herhaling werd ze door een donderslag op De Wielewaal
geraakt aan haar persoonlijke heldere hemel. Wat verafschuwde ze inmiddels de
doffe weerpijn in haar bloedsomloop als reactie op het schoppen tegen haar
fragiele gemoedsrust. Het knijpen van haar hart; de spastische bewegingen van
haar luchtpijp en het draaien van haar maag. Hoezo waren haar kinderen besmet
met dat 5de ziekte virus? Wat stond Thea nu te doen? Haar kinderen thuis houden
van school? Moesten Sabine en Walter in quarantaine? Wie bewees trouwens dat ze
dat mysterieuze 5de ziekte virus überhaupt bij zich droegen? Nelleke kon het heen en weer krijgen met haar
ongeboren kind. Waarom bleef Nelleke zelf niet gewoon officieel thuis van
school gedurende haar zwangerschap? Aanstaande moeder Nelleke was sowieso bijna
nooit op haar werk op De Wielewaal te vinden en de komst van een baby zou dat
gegeven in de toekomst eerder verergeren dan verbeteren.
‘Ik ben verplicht
om mijn personeel te beschermen tegen besmettelijke ziektes zoals de 5de ziekte’, antwoordde Willy geduldig.
‘Hoe weet jij dat
mijn kinderen de 5de ziekte hebben?’
‘Je moet de 5de
ziekte maar eens opzoeken op google. Kinderen ondervinden geen ernstige
gevolgen van het virus. Hoogstens een beetje verhoging en ze hebben uitslag.
Vlekjes over het hele lichaam, maar die trekken binnen 14 dagen vanzelf weg
zonder littekens na te laten. Jouw kinderen hebben alle twee vlekjes in het
gezicht. Dat zag ik vanmorgen bij de ingang van de school.’
‘Ja, maar als
mijn kinderen vlekjes in het gezicht hebben dan is de incubatietijd toch al
verstreken? Dan zijn ze dus niet meer besmettelijk en is het kwaad al
geschied’, concludeerde Thea automatisch.
‘Da’s waar’,
aarzelde Willy.
Het leek wel of
Thea iets te snel redeneerde voor het bevattingsvermogen van directrice Willy.
Ze reageerde dusdanig traag dat Thea hardop bij zichzelf naging of de
directrice geen spoken zag.
‘Welke vlekjes
bedoel je eigenlijk? Ik heb niets bijzonders gezien aan Walter en Sabine
vanmorgen bij het ontbijt.’
Het was stil aan
de aan de andere kant van de lijn. Een veelzeggende pauze. Te oordelen naar de
stemming vroeg directrice Willy zich waarschijnlijk af of ze moeder Thea met
haar selectieve waarneming en haar 2 gevlekte kinderen nog wel serieus kon
nemen. Na een paar tellen gaf Willy blijk van haar minachting:
‘Neem nou Walter.
Zijn hele mond zit onder de uitslag. Dat moet je toch gezien hebben als
moeder?!’
‘Ja, natuurlijk
weet ik dat Walter last heeft van eczeem rond zijn lippen. Hij heeft zalf ter
verzachting van de huisarts gekregen en de verzekering dat eczeem niet
besmettelijk is. In samenspraak met Marjolein van groep 5 heb ik besloten om
hem niet thuis te houden gedurende het genezingsproces, omdat hij dan onnodig
veel te veel lessen zou moeten missen.’
Opnieuw nam Willy
de tijd om te reageren, maar haar respijt had een andere lading dan haar eerste
pauze. Ten langen leste kwam ze met de een vraag op de proppen die de inbreuk
op de privacy van Bart, Thea en de kinderen alleen nog maar grover maakte.
‘Dus die eczeem
is geen uitslag van de 5de ziekte?’
‘Dat denk ik
wel’, wist Thea sarcastisch.
‘Huh!?’, bracht
Willy verward uit.
‘Ik denk wel dat
die eczeem geen uitslag van de 5de ziekte is’, verduidelijkte Thea.
‘En net loop je
nog te roepen dat je nog nooit van de 5de ziekte gehoord had’, schamperde
Willy.
‘Wedden dat ik
gelijk krijg van de huisarts?’
‘En Sabine dan?’
‘Wat is er nou
weer met Sabine?’, blafte Thea murw gemeierd en ze dacht:
‘Dit ga je niet
menen!’
‘Sabine heeft ook
vlekken in haar gezicht. Dat zag ik vanmorgen.’
Dat kon kloppen,
want Sabine had inderdaad vlekken in haar gezicht. Maar niet sinds kort. Al
vanaf haar geboorte. Ze was op de wereld gekomen door middel van een
vacuümextractie, nadat ze langer dan normaal is voor een gangbare bevalling,
klem zat in het geboortekanaal. Onder de bezielende leiding van de dienstdoende
gynaecologe en een vroedvrouw had Thea zo heftig geperst dat het scheefgedrukte
bolletje van haar dochter de uitgang miste en vervolgens de weg naar de
buitenwereld blokkeerde. Ineens kampte Sabine met een zuurstoftekort. De
bloeddruk van Thea alsmede de hartslag van Sabine namen af. Vanaf dat punt
lieten de weeën van Thea het ook spontaan afweten en lukte het haar niet meer
om te persen. Verontrust verplaatste de gynaecologe haar focus van de ruimte
tussen de opgetrokken knieën voor haar neus, naar het vertrokken, gezwollen,
bezwete, paarse gezicht van de getroffen vrouw in barensnood.
‘Voel je
eigenlijk nog wel wat? Want je hoeft nog maar 1 keer te persen en dan is de
baby buiten? Ik zie het hoofdje al!’
‘Ik voel helemaal
geen aandrang meer’, pufte Thea.
Het plotselinge
besef van de ernst van de situatie wervelde als een paniekvlaag door haar uitgeputte lijf. Thea wist niet
waar ze het zoeken moest. Het oncontroleerbare trillen van haar bovenbenen, als
twee op hol geslagen elektrische drilboren, maakte haar wanhoop er niet beter
op. De ongeboren Sabine zat muurvast in het geboortekanaal van Thea. Bart, de
gynaecologe en de assisterende vroedvrouw hielden hun adem in. In de hoop het
losgeslagen kwabberen van haar bovenbenen onder controle te krijgen, rechtte
Thea haar rug. Verder lag alles stil. Vroeger zou er een tang aan de oplossing
van deze noodsituatie te pas zijn gekomen. Het moderne alternatief is de
vacuümextractie. Hierbij plaatst een gynaecolo(o)g(e) een zuignap in de schede
op het hoofd van het ongeboren, vast gelopen kind. Om dit bij Sabine te kunnen
doen moest de vagina van Thea worden ingeknipt.
‘Ja. Zo is het
wel genoeg’, vond Bart irrationeel, terwijl hij zich afwendde.
Onthutst als hij
was over het bloederige schouwspel rond het bekken van Thea. De protesten van
Bart ten spijt, werd de zuignap op het kwetsbare hoofdje van Sabine aansluitend
vacuüm gezogen via een luchtpijp aan een pomp. Een ruwe inwendige ingreep in het
geboortekanaal dat aan de uitgang flink was vergroot met het chirurgische mes
van de gynaecologe. Hierna kon Sabine in principe probleemloos uit de vagina
van haar moeder worden geholpen; ware het niet dat de onoplettende gynaecologe
het lichaamsgewicht van de ongeboren baby bijna anderhalve kilo te hoog
inschatte. Door de hectiek van het moment suprême ging de gynaecoloog
blindelings uit van de komst van een standaardbaby. In plaats daarvan was het
voor alle betrokkenen toch beter geweest als de gynaecologe ter plekke de patiëntengegevens van Thea nog
even geverifieerd had. Zo moeilijk kan dat niet geweest zijn. Thea was
tenslotte tijdens haar zwangerschap keurig netjes met een groeiende Sabine in
haar buik op alle controle consulten bij dezelfde gynaecologe op komen draven.
Echo’s en berekeningen van deze nalatige vrouwenarts hadden Bart en Thea allang
op de komst van een lichtgewichtje voorbereid. De foute inschatting van de
gynaecologe op het moment suprême had dus voorkomen kunnen worden. Nou weegt de
gemiddelde pas geboren baby 3 ½ kilo. In
het geval van Sabine was dat echter een kwart baby extra op de krachtmeter van
de vacuüm pomp, want ze woog bij haar geboorte maar 2 kilo en 300 gram. Daar
kwam ook nog bij dat het hoofdje van Sabine schuin vast zat tegen de
geboorte-uitgang. Gevolglijk kreeg Sabine voor haar geboorte een zuignap scheef
op haar hoofd en daarmee half op haar linkerslaap geïnstalleerd in plaats van
bovenop haar kruin, zoals eigenlijk de bedoeling is bij een vacuümextractie. De
zuignap vlak naast een oog is dus niet goed. Desondanks was dat precies de plek
waar de vacuümextractie zich met de opslorpende kracht van een turbozuiger aan
het flinterdunne babyhuidje van Sabine vastklampte.
‘Nou nog 1 keer
persen en dan is de baby er!’, beloofde de gynaecologe.
‘Ja, ja, dat
zeggen ze al de hele morgen’, steunde Sabine voordat ze diep inademde in
afwachting van een perswee die wonderlijk genoeg, en een geluk bij een ongeluk,
niet al te lang op zich liet wachten. Thea trok haar knieën naar zich toe,
gooide haar kin op haar borstbeen en liet de laatste krachtinspanning met een
oerkreet uit haar tenen komen. Gelijktijdig begon de gynaecologe vanaf nummer 3
af te tellen. Haar panische stemgeluid trilde in de zwangere atmosfeer toen ze
bij het nulpunt aangekomen, met de robuuste ondersteuning van de
vacuümextractie, Sabine met een weergaloze ruk uit haar benauwenis bevrijdde.
Sabientje werd niet op de wereld gezet. Baby Sabientje werd gelanceerd door de buitenproportionele kracht
van de vacuüm pomp.
‘Ow wat een mooi
meisje’, riep de gynaecologe geforceerd uit.
Thea zag geen
mooi meisje. Ze voelde alleen kort de kille verwijdering van een deel van
zichzelf die acuut overbrugd werd met een overweldigende symbiose van het
begeerde leven tussen haar borsten. Als vanzelfsprekend was haar dochter de
perfecte, onbevooroordeelde harmonie met de naam die in liefde was bedacht.
Sabine. Na verwijdering van de zuignap had baby Sabine een punthoofd in
zijwaartse richting en een zwarte plek ter grootte van een spiegelei verspreid
over haar linker slaap en ooglid.
‘Ze heeft een
afwijking naar links’, grapte de gynaecologe bloednerveus.
Ze was klaar met
de hechtingen. Thea was behalve ingeknipt ook ingescheurd en voelde zich een
leeggelopen uitgelubberde luchtballon, maar Sabine zette een ongelofelijke keel
op en dat was het enige dat moeder wilde weten. Desondanks ontkwam Thea niet
aan het zenuwachtige gedrag van de gynaecologe waaruit zelfs een autist op zou
kunnen maken dat de geboorte van Sabine niet helemaal volgens de regeltjes was
verlopen.
‘Die afwijking
naar links da’s indoctrinatie’, dolde Thea nog, omdat ze dronken en verdoofd
van geluk de immense pijn van daarnet al was vergeten en ze het slagveld tussen
haar benen sowieso maar half had meegekregen.
Nadat Sabine 7
dagen in het ziekenhuis op de couveuse-afdeling had gelegen ter observatie,
kwam de toenmalige huisarts voor het eerst op huisbezoek. Thea gaf Sabine juist
haar rechterborst. De huisarts keek gebiologeerd toe. Hij was een man op
leeftijd. Vroeger deed hij eigenhandig alle thuisbevallingen in zijn praktijk.
Maar de tijden veranderen en tegenwoordig werd hij van hogerhand vanwege de
werkdruk gedwongen om alle geboortes in zijn huisartsenpraktijk aan de
vroedvrouw voor de thuisbevallingen of aan de gynaecologen voor het baren in
het ziekenhuis over te laten. Resteerde
hem de voedingstafereeltjes tussen moeder en pasgeboren kind tijdens de
sporadische kraambezoekjes die hij nog wel geacht werd af te leggen.
Overduidelijk de krenten in zijn patiëntenpap. Thea was de schaamte voorbij na
de borstvoedingslessen op de couveuse-afdeling waar iedereen met een witte jas
de afgelopen dagen 1 of 2 van haar borsten beurtelings of tegelijk, weleens of
meermaals had vastgehad. De ene keer om Sabine goed ‘aan te leggen’, de andere
keer om de melkproductie te stimuleren en dan weer om een reden waar Thea,
compleet murw betast, uit gewenning niet eens meer naar vroeg.
Zoetjesaan werd
het tijd voor een boertje. Pas toen Thea de baby Sabine van haar borst naar
haar schouder bracht en zachtjes op het ruggetje klopte, viel het oog van de
huisarts op de zwarte inktvlek op de linkerslaap van Sabine. Hij zakte
achterover in zijn stoel en kon zijn minachting voor het werk dat de
betreffende gynaecologe had afgeleverd niet op stel en sprong verbergen.
‘Mijn hemel wat
een prutser; je mag van geluk spreken dat hij er geen oog uitgetrokken heeft!’
Direct na zijn
uitroep sloeg hij zijn hand voor de mond.
‘De prutser was
een zij’, verbeterde Thea afgeleid.
Het zwarte
spiegelei aan de linkerkant van het gezicht van baby Sabine werd in de loop van
haar eerste levensjaar langzaam maar zeker donkerrood en resulteerde
uiteindelijk in een verzameling fel rode vlekken. Volgens de kinderarts uit het
ziekenhuis waar Thea bevallen was zouden de vlekjes vanzelf verdwijnen. Haar
punthoofd was na een paar weken immers ook automatisch rechtgetrokken!? Baby’s,
katten en zatlappen komen altijd op hun pootjes terecht. En zo niet dan konden
Bart en Thea nog altijd verder kijken. Met andere woorden:
‘Je ziet maar!’
‘Zijn die vlekjes
nou het gevolg van de vacuümextractie?’, vroeg Thea daarop knarsetandend.
Ze had een
bloedhekel aan dooddoeners als:
‘We zullen wel
zien’, in de trant van:
‘Anders smeert
Sabine later als ze groot is en mooi wil zijn ze toch een beetje foundation op
de vlekjes!?
‘Dat durf ik niet
te zeggen’, antwoordde de kinderarts terughoudend.
Nadat hij de
reactie van Thea gepeild had, trok hij fatsoen op zijn reserves.
‘We moeten maar
zo denken; de geboorte had altijd nog erger kunnen aflopen’.
Uit frustratie
gaf Bart zijn geheel eigen bijdrage aan de discussie:
‘Ja, maar voor
hetzelfde geld had de bevalling ook goed kunnen gaan’.
‘Het is alleen de
vraag of de fout in zo’n hypothetisch geval alleen bij het ziekenhuis ligt’,
grauwde de kinderarts met een scheef oog naar Thea.
‘Nee hoor, ik
weet wel zeker dat de fout niet bij mijn vrouw ligt, maar bij degenen die
verantwoordelijk zijn voor hun eigen daden’, antwoordde Bart op ijzige toon.
De kinderarts
wilde de afdeling neontologie van zijn ziekenhuis – en dientengevolge zichzelf
- natuurlijk een juridische vervolging besparen. Maar Nederland is Amerika
niet. Thea vroeg alleen om duidelijkheid. Misschien dat de huisarts, in
tegenstelling tot de kinderarts, wat explicieter durfde te zijn? Hij had de
gynaecologe vlak na de geboorte van Sabine een prutser genoemd. Toen durfde hij
stelling te nemen. Twee jaar later was de huisarts de origine van de vlekjes
van Sabine glad vergeten. Nog voordat Thea na binnenkomst in zijn spreekkamer
met de kleine 2jarige Sabine aan haar hand, een klank had kunnen produceren
ging de huisarts voor de kleine meid door de knieën en zoemde in op de
linkerkant van haar gezicht. Aan Thea vroeg hij vol medeleven:
‘Wat is er met
haar gebeurd? Is ze gevallen?’
Het
zelfmedelijden van Sabine werd aangewakkerd door de imponerende aandacht van de
geknielde huisarts pal voor haar neus. Zijn geplooide gelaat op een paar
centimeter afstand van de rode vlekjes in haar aangezicht. De tranen sprongen
in haar ogen. Later raakte Sabine vertrouwd met de vragen over en de interesse
van vreemden voor de vlekjes aan de linkerkant van haar gezicht. Vanaf haar
vierde jaar ongeveer wist ze de opmerkzaamheid van anderen zelfs regelmatig in
haar eigen voordeel te gebruiken. Zo herhaalde een kassière in de supermarkt
precies dezelfde vragen als de huisarts 2 jaar eerder over de vlekjes had
gesteld. Het verschil was dat de zorgzame kassière zich niet indirect tot Thea
richtte zoals de huisarts destijds wel had gedaan, maar de kleuter Sabine rechtstreeks aansprak.
‘Och arme, wat is
er met je gebeurd? Ben je gevallen. Arme meid?!’
Automatisch
imiteerde Sabine de empathische gezichtsuitdrukking van de kassière, waardoor
het kindersmoeltje een mega beklagenswaardige uitstraling kreeg, terwijl ze
gewetenloos bevestigend knikte op de vraag of ze gevallen was. Ze loog niet
eens. Ze was heus weleens gevallen in de loop van haar 4 levensjaren. De
kassière liep over van compassie en stopte Sabine, zonder toestemming van Thea,
een kingsize melkchocoladereep toe.
De kleuter Sabine
was geen modepopje en de vlekjes boeiden haar niet. Maar ze bestonden wel en
waren iedere dag zichtbaar aanwezig. Als Sabine bij verkoudheid of griep wit
wegtrok dan vlamde de verzameling vlekken op als vers opgelopen schaafwonden in
haar bleke gezichtje. Zodra ze zich opwond of huilde en rood aanliep dan vielen
de vlekjes nog meer op door het schrille contrast van de verschillende roodroze
en lilapaarse kleurschakeringen in haar
gezicht.
‘Ach, zolang ze
er zelf geen last van heeft’, decreteerde de kinderarts van het
consultatiebureau.
Ze zag er niet
uit als iemand die zich bezig hield met uiterlijkheden. Niet uit principe, maar
eerder omdat ze ontmoedigd was geraakt door haar eigen spiegelbeeld. Thea wist
wel beter:
‘Sabine gaat er
last van krijgen, straks als ze in de pubertijd is.’
Dus was ze
vastbesloten om zich niet om te laten praten. De moderne techniek stond toch
voor niets? Sabine moest van haar rode vlekjes af geholpen kunnen worden
voordat de wankele tienerjaren vol zelftwijfels zich aandienden.
Maar de
kinderarts van het consultatiebureau ging niet over pubers en over in haar ogen
kennelijk banale uiterlijkheden.
‘Die vlekjes doen
geen pijn en zijn verder niet schadelijk voor de ontwikkeling van Sabine. Zo
ver ik in kan schatten gaan ze niet uit zichzelf verdwijnen en ik zou trouwens
ook niet kunnen zeggen of ze überhaupt wel met behulp van plastische chirurgie
verwijderd kunnen worden in Nederland. En zo ja, dan gaat een lieve duit
kosten, want zoiets valt vast onder cosmetische operaties en die worden niet
standaard vergoed door de ziektekostenverzekeraar’.
‘Het gaat niet
over geld’, stelde Thea teleurgesteld.
Alhoewel ze het
onbegrip voor cosmetische waardes van de gestudeerde mevrouw in kwestie uit
ervaring had kunnen verwachten.
‘Nou, nou, poeh,
poeh, zo erg zijn die paar vlekjes nou ook weer niet. Nogmaals; ze zijn niet
pijnlijk. Je kunt je trouwens afvragen of de buitenkant wel zo belangrijk is’,
beweerde de kinderarts wrevelig.
‘Dat kan, maar
dat doe ik dus niet’, concludeerde Thea ontmoedigd.
De vlekjes in het
gezicht van Sabine vielen nochtans wel degelijk op. En welke onaantrekkelijke
inwoonster van deze planeet, naast de gefrustreerde kinderarts van het
consultatiebureau, durfde verder nog, zonder een spier van haar getormenteerde
smoelwerk te vertrekken, hard te maken dat uiterlijk niet belangrijk is in het
leven zonder aan geloofwaardigheid te moeten inboeten?! Toch werd Sabine niet gepest. Normale
kinderen werken nog geen vlekjes weg en de opperouders van De Wielewaal gunden
iedere jongen of – juist - meisje, met uitzondering van de eigen kroost, van
harte een zichtbare aandoening in het gelaat. Wie zijn neus schendt, schendt
immers zijn aangezicht. Zo werd de spoeling van eventueel concurreerde
perfectie als vanzelf dunner. Alhoewel de kleuterjuf van Sabine op een dag
nogal nerveus Thea aanklampte op het speelplein. Tijdens een val in de gymzaal
had Sabientje waarschijnlijk haar gezicht geschaafd aan de bakstenen muur. De
kleuterjuf had het ongeluk niet zien gebeuren, maar Sabine moest hard huilen en
haar gezicht zat aan de linkerkant helemaal onder de rode vlekken. Als Thea de
juf moest geloven tenminste. Rusteloos haalde ze zich dan ook allerlei
rampscenario’s in het hoofd, totdat Thea
haar dochter na de val onder ogen kreeg en opgelucht steunde:
‘Er ia niets aan
de hand. Die rode vlekken in haar gezicht zijn geen schaafwonden, maar
onderhuidse bloedsuitstortingen die ze heeft overgehouden aan de vacuüm
extractie bij haar geboorte!’
‘Oeps’, lachte de
kleuterjuf: ‘Dat had ik even niet meegekregen.’
En dan te
bedenken dat Sabine het schooljaar in groep 2 bij deze onoplettende kleuterjuf
al praktisch afgerond had. En als de vlekjes in het gezicht van Sabine nou nog
van dien aard waren geweest dat een ander ze in een eerste ontmoeting met het
meisje makkelijk over het hoofd zou kunnen zien! Maar uit ervaring wisten Thea
en Sabine wel beter. Bovendien had de kleuterjuf de vlekjes van Sabine
inmiddels al wel op 150 schooldagen kunnen bezichtigen. Ze had haar kans gehad.
‘Nou dat schept
weer een hoop vertrouwen’, dacht Thea weer een illusie armer.
Want de huisarts
kon zich 3 jaar eerder ook al niet meer herinneren dat hij zich ooit over de
vlekjes in het gezicht Sabine had uitgelaten. Had hij gezegd dat de gynaecologe
een prutser was? Nou dat zou best kunnen. Hij zei zoveel. Hoewel hij een
vrouwelijk gynaecoloog uiteraard een ‘prutster’ en geen prutser had moeten
noemen.
‘Ha,ha,ha,ha’.
Wat een humor. Om
nog meer complicaties te voorkomen dwong Thea zichzelf om te glimlachen en liet
ze zich doorverwijzen naar een huidarts die de vlekjes in het gezicht van
Sabine in ieder geval bij de naam kon noemen. Wijnvlekjes. En een kenmerk van
wijnvlekjes is dat ze niet uit zichzelf verdwijnen. Een wijnvlek is een
vaatafwijking oftewel een onderhuidse bloeduitstorting waarbij de bloedvaatjes
onherstelbaar beschadigd zijn. Het woord ‘bloeduitstorting’ leek wat Thea
betreft bijna onlosmakelijk met een te krachtig ingestelde vacuümpomp verbonden
te zijn.
‘Hoe komt ze
eraan?’, probeerde Thea maar weer eens voorzichtig.
Ze bleef bewust
vaag over haar vermoedens. Richting vacuümextractie dorst ze inmiddels allang
niet meer te hinten, omdat elke arts die tot nu toe met betrekking tot moeder
en dochter geconsulteerd was, gegarandeerd dichtklapte bij iedere opmerking van
Bart of Thea die maar enigszins in de buurt van een medische misser en de
idee-fixe van de daaruit mogelijkerwijs voortvloeiende, giga schadeclaim kwam.
‘Wijnvlekjes
kunnen erfelijk zijn, maar dat hoeft niet. De vraag is alleen niet hoe jullie
dochter eraan komt; maar hoe ze van de wijnvlekjes af komt!?’, antwoordde de
huidarts dus ontwijkend.
‘Dan rest mij nog
maar één vraag’, stelde Thea met een stalen gezicht.
De huidarts
spitste de oren. De spanning in de spreekkamer steeg.
‘Hoe komt Sabine
van die wijnvlekjes af?’
Niet dat Thea nog
erg veel vertrouwen had in eenduidige medische oplossingen voor haar problemen.
Daarvoor waren de eerste 2 levensjaren van Sabine op ziekenzorggebied veel te
rommelig verlopen. Door de dikdoenerij van beginnende artsen, assistenten in de
specialistenopleiding en verpleegkundige stagiaires op het consultatiebureau
was Sabine al onterecht gediagnosticeerd met een ruisend hartje en daarna bleek
ze bij nader inzien toch geen heupdyslectie te hebben. De afspraak voor het
afmeten van een spreidbroek kon op aanraden van een gediplomeerde specialist
nog net op tijd worden afgezegd. Lamlendig geluld door alle lekenkennis en
gevloerd van alle second, third en fourth opinions, onnodige röntgenfoto’s en
andere medische onderzoeken van de kleine Sabine, hadden Bart en Thea geen
geduld meer te verliezen met gelul in de ruimte. Er moest een consult met de
grote huidarts himself komen of er ging vandaag nog waarachtig een schadeclaim
de deur uit. Onzin natuurlijk, maar dat soort dreigementen voorkwam wel dat
Bart en Thea wederom met een beginneling opgescheept werden. Zo’n vriendelijke
student die de huidspecialist hielp met het wegwerken van de wachtlijsten, maar
die daarom de rode vlekken in het gezicht van Sabine nog niet met zekerheid zou
kunnen duiden. Dat smaakte op voorhand naar giswerk en Thea voelde de moed in
haar schoenen zakken. Maar Bart was er klaar mee en refereerde naar zijn
burgerrechten:
‘Wat is dat toch
iedere keer? We spekken nondedieu maandelijks de ziekenkas met torenhoge
premies. En dan heb ik het niet eens over het eigen risico. Maar een
fatsoenlijke specialist is voor ons soort mensen kennelijk niet te krijgen’,
bulderde hij.
Geïmponeerd
sprong de assistent in de opleiding in de houding.
‘Ik kan wel even
kijken of de specialist een momentje voor u heeft’, stemde hij nederig toe.
‘Het zou g.v.d.
tijd worden’, gromde Bart dreigend.
De tweejarige
Sabine verstopte zich achter het forse postuur van haar vader. Thea ging alvast
in de vechthouding staan. Maar de verschijning van de huidarts nam alle wind
uit de zeilen. Hij was de reïncarnatie van een gemoedelijke, leeftijdsloze
dorpspastoor en straalde de bijbehorende soort rust uit. Vandaar die
wachtlijsten natuurlijk. Hij nam uitgebreid de tijd om Bart en Thea over de
rode vlekjes aan de linkerkant van het gezicht van hun dochtertje te
informeren.
‘Het goede nieuws
is dat wijnvlekjes onzichtbaar gemaakt kunnen worden. Met lasertherapie. Op de
langere termijn, maar nu nog niet.’
De huidarts
omvatte het bolle toetje van Sabine die engelachtig naar hem opkeek. Met een
kromme, rimpelige duim streelde de dermatoloog over de wijnvlekjes op de
linkerslaap, -wang en het ooglid van Sabine :
‘Als u wilt kunt
u de vlekjes verbergen met mak-up of door middel van de haardracht.
Bijvoorbeeld een lok.’
Hij richtte het
woord tot Thea en verloste Sabine uit zijn greep. Zorgeloos kroop het meisje
bij haar vader op schoot. Ongeduldig haalde Thea haar schouders op. Zulke korte
termijn oplossingen kon ze zelf ook nog wel bedenken. Maar de dermatoloog was
nog niet uitgepraat:
‘Pas als uw
dochter in staat is om stil te liggen kan ze behandeld worden met de vaatlaser.
De behandeling zal in stapjes verspreid over een tijdsbestek van circa 3 jaar
worden uitgevoerd. Uw dochter wordt niet onder narcose gebracht. Door de
frequentie van de afzonderlijke laserbehandelingen is het niet veilig om uw
kind steeds een roesje te geven. Vandaar dat uw dochter oud genoeg moet zijn om
onbeweeglijk de lasertherapie te kunnen ondergaan. Misschien kunnen we
afspreken over een jaar of 8 als uw kleine meid ongeveer 10 lentes jong is?’
HOOFDSTUK 28
Er zit veel
waarheid in het gezegde dat wie mooi wil zijn, pijn moet lijden. Nog voordat
Sabine de leeftijd van 10 jaar had bereikt waren Bart en Thea al druk bezig met
de onderhandelingen over de laserbehandeling van de wijnvlekjes in het gezicht
van hun dochter. Het enerverende
voortraject van huisarts en verkeerde, veredelde schoonheidsspecialisten hadden
ze zich achteraf kunnen besparen, want eindelijk kwamen ze toch weer via, via
bij de bron terecht. Dat wil zeggen bij de afdeling dermatologie van het
ziekenhuis waar Sabine ter wereld kwam en waar de vergrijsde huidarts ruim 7
jaar eerder eindelijk een naam durfde te geven aan de rode vlekken in het
gezicht van Sabine. Het waren ‘wijnvlekken’. De geciteerde huidarts was
inmiddels met pensioen, maar op de afdeling dermatologie van het ziekenhuis
zaten de belegen gegevens van Sabine nog in het patiëntenbestand van de
computer. Aldus kon Sabine doorverwezen
worden naar ene Dr. Ostertag en stond een oriënterend gesprek genoteerd. Sabine
was eindelijk op haar bestemming beland. En dat na één, enkel simpel
telefoongesprek met de aangewezen persoon! Dr. Ostertag was indertijd een
autoriteit op het gebied van de vaatlaser. Meestal zijn Thea, en vooral Bart,
niet zo onder de indruk van dat soort kwalificaties door derden. Je kunt roepen
en vinden wat je wilt op het internet, maar in het geval van Dr. Ostertag moest
haar vakbekwaamheid wel uniek genoemd worden, omdat niemand anders in Nederland
zich op dat moment bezig scheen te houden met het laseren van oneffenheden van
de huid. En na hun dwalingen in dermatologenland konden de ouders van een meisje met wijnvlekjes in het
aangezicht over de schaarste van behandelende laserspecialisten meepraten. Het
enige excuus voor de bewandelde omwegen was de verhuizing van Bart en Thea naar
een andere stad toen Sabine en Walter nog peuters waren. In de loop van de
jaren ontstond automatisch een afstand met hun geboorteplaats, waardoor het
stel niet meteen aan de gedateerde huidarts dacht in relatie tot zoiets
futuristisch als een laserbehandeling. Daarbij hoorde in hun visie jonge,
vooruitstrevende specialisten met asymmetrische kapsels en merkbrillen.
Niet dus. Althans
Bart en Thea zijn ze niet tegengekomen tijdens hun zoektocht door het hele land
naar een relevante dermatoloog of plastisch chirurg. Thea nam de telefonische
consulten voor haar rekening en Bart en Sabine brachten uiteenlopende oriëntatiebezoekjes
aan meer praktijken in Verweggistan dan het gezin lief was. Wat de meeste
deskundigen betrof stond toch voornamelijk de vraag naar de vergoeding van het
gebruik van de vaatlaser centraal. Je kunt maar prioriteiten hebben! Dr.
Ostertag schaarde zich echter vanaf het eerste consult aan de kant van Sabine
en haar ouders. Trouwens de vergoeding van de behandelingen was allang via haar
praktijk geregeld met de ziektekostenverzekeraar. Wat niet automatisch inhield
dat Dr. Ostertag in het wilde weg aan de slag kon gaan met de vaatlaser.
De wijnvlekjes
van Sabine bepleisterden een kwart van haar gezicht aan de linkerzijde. Om het
principe van de vaatlaser voor Sabine begrijpelijk te maken vertaalde Thea de
wijnvlekjes als permanente bloeduitstortingen. Bloeduitstortingen op het
lichaam zijn roder dan de huid er omheen
omdat de aders onder de bezoedelde plek veel wijder zijn dan de andere,
normale, bloedvaten. Hierdoor stroomde er al vanaf de geboorte van Sabine
uitgerekend op de plek van de wijnvlekjes constant veel te veel bloed door de aders;
waardoor de rode kleur (hemoglobine) extra zichtbaar werd. De hemoglobine in de
wijnvlekjes moest dus aangepakt worden. In etappes. Vanwege de impact van de
laserstraling in de vorm van lichtflitsen die afzonderlijk met de intensiteit
van een afgevuurde kogel op het gezicht van Sabine werden los gelaten. Dit met
de bedoeling om de bloedvaten onder de wijnvlekjes te vernauwen waardoor de hoeveelheid stromend bloed en
daarmee het felle rood in de aders onder de huid van de wijnvlek door de
laserenergie werd gestremd en gestold. Vervolgens voerde het lichaam uit
zichzelf het gestolde bloed op een natuurlijke manier af. Op deze wijze werd de
wijnvlek langzaam maar zeker, stapje voor stapje en lichtflits na lichtflits,
onzichtbaar gemaakt en door de vaatlaser ten langen lesten helemaal opgeruimd.
De
laserbehandelingen zouden uiteindelijk over een periode van 3 jaar uitgevoerd
worden door Dr. Ostertag die erop stond om door Sabine bij haar voornaam –
Judith - aangesproken te worden. Bart was bij elke behandeling op de
achtergrond aanwezig en deed naderhand verslag aan Thea. Ook van de groeiende
sympathie tussen het kleine, stoere meisje dat zich roerloos op de
behandeltafel groot hield en een doortastende, kundige blondine van middelbare
leeftijd met een Limburgs accent. Moeder van 4 opgroeiende kinderen; waarvan de
oudste zoon in de leeftijd van Sabine.
‘Moeders komen
ook in alle soorten en maten’, pufte Thea nog vol van bewondering, toen Bart
haar op de hoogte bracht van die 4 détails in het privéleven van Dr. Judith
Ostertag.
Per bezoek werden
gemiddeld 15 laserflitsen op het gezicht van Sabine afgevuurd, hetgeen
bloedstollingen in de vorm van diep zwarte verkleuringen van de bewerkte plekjes opleverden. Een week lang zag Sabine
er niet uit, maar na de laserbehandeling ging ze de dag daarop toch gewoon naar
school. Sabine was kerngezond en in een tijdsbestek van circa 7 dagen had het
lichaam het gestolde bloed dan ook wel
verwerkt, waardoor het resultaat van de meest recente behandeling zichtbaar
werd. De wijnvlekken slonken zienderogen in de loop van de lasertherapie;
terwijl de verzameling Happy Mael verrassingen in een grote rieten mand op de
slaapkamer van Sabine in de loop van de tijd juist in omvang toenam. Drie jaar
lang was Sabine in het herfst en winterseizoen namelijk niet alleen kind aan
huis geweest bij het lasercentrum, maar ook bij de McDonalds aan de overkant.
De counterboys en girls griezelden op een aandoenlijke manier over de zwarte
plekken als direct gevolg van de laserbehandeling van Sabine en hielden de stapsgewijze
verdwijntruc van Dr. Ostertag tijdens de jarenlange visites nauwkeurig in de
gaten. De vele complimentjes nam Sabine opgelaten in ontvangst en ze liet zich
telkens opnieuw in verlegenheid brengen als haar moed ter sprake kwam. Een paar
counterdiehards bleven bij hun standpunt: Zij zouden het niet durven. Zo’n
laserbehandeling vlak bij je oog. Zo zonder verdoving. Sabine gloeide van trots
en ze hief haar kin fier de lucht in. Zij had niets om zich voor te schamen.
Feitelijk was het
plannen van de afspraken iedere keer nog meer gedoe dan de laserbehandelingen
op zich. Om te beginnen omdat Dr. Ostertag het apparaat niet het hele jaar door
tot haar beschikking had staan. De laserapparatuur schijnt peperduur in de aanschaf
en onderhoud te zijn. Vandaar dat lasertherapie in Nederland aanvankelijk nog
zo’n speld in de dermatologische hooiberg was natuurlijk. De kostbare aanschaf
van zo’n medisch apparaat moest optimaal ingezet en met collega’s gedeeld
worden in de maatschap waarvan Dr. Ostertag mede-eigenaresse was. Bijvoorbeeld
voor het wegwerken van huidkanker of het verwijderen van tattoos bij
spijtoptanten. Huidlasertherapie is kennelijk veel meer dan alleen maar het
vernauwen van bloedvaten voor de behandeling van wijnvlekjes. Inmiddels kan
niemand meer om het belang van lasertherapie heen en zijn de behandelingen veel
toegankelijker geworden in Nederland. Maar zelfs in de beginperiode was Sabine
dus ook niet de enige kandidaat voor het laserapparaat. Daar kwam nog bij dat
zij alleen in de herfst- en winterseizoenen behandeld kon worden vanwege de
situering van de wijnvlekjes. In haar gezicht dat onoverkomelijk in de lente-
en zomerzon aan verhoogde UV straling geëxposeerd wordt. Dit zou onherstelbare
schade aan een zojuist behandelde plek hebben kunnen aanrichten. Voorzienigheid
en competentie waren dus aan de orde van de lasertherapie, maar het resultaat
is er dan ook na. Na de laatste laserfinesses heeft de 13jarige Sabine sinds
kort een vlekkeloos gezicht. Dr. Ostertag is een heldin. Zij verdient eeuwige
roem.
Een dergelijk
eclatant succes had Thea natuurlijk onmogelijk kunnen voorzien aan de vooravond
van het lasertraject en aan de telefoon met directrice Willy Bakbruin van De
Wielewaal die zeurde over één of andere 5de ziekte in relatie tot de toen nog
volledig zichtbare wijnvlekjes in het gezichtje van de 10jarige Sabine. Woedend
was Thea op Willy. Een directrice van een basisschool hoeft natuurlijk niet op
de hoogte te zijn van alle medische wetenswaardigheden over elke leerling. Dat
zou geen reële eis zijn. Toch had Willy wel even de kleine moeite kunnen nemen
om zich nader in het eczeem van Walter
en de wijnvlekjes van Sabine te verdiepen alvorens de moeder in kwestie
telefonisch te intimideren met indianenverhalen over besmetting met één of
ander 5de ziekte virus. Thea voelde zich bij voorbaat al onbegrepen door het
denkbare verweer van de opperouders. Haar fantasie ging met haar op de loop. De
vijand deed Thea al verstommen in haar toorn; voordat ze überhaupt begonnen was
met van zich af te bijten. Ze hoorde de opperouders in gedachten al ageren.
‘Waarom ben je
nou zo boos Thea? Willy mag je toch wel vragen waar de vlekjes in de gezichten
van jouw kinderen vandaan komen? Die vreemde rode vlekken aan de linkerkant van
het gezicht van Sabine en de schurftige plekken rondom de grote mond van
Walter? Wij staan faliekant achter haar. Willy Bakbruin is helaas, pindakaas en
sinterklaas wel directrice van een basisschool. Elk verhaal heeft 2 kanten.
Jouw versie en onze waarheid! Dat moet je niet vergeten Thea! Willy heeft de
plicht om pijnlijke vragen te stellen ter bescherming van de andere kinderen en
natuurlijk van Juf Nelleke met een baby’tje in haar buik. Denk je soms dat
alleen jouw kinderen belangrijk zijn Thea? En Thea; jij weet ook niet of er nog
andere mama’s rondlopen die op De Wielewaal besmet zijn door kinderen die het
virus bij zich dragen. Waarschijnlijk jouw kinderen! Want waarom ook niet? Wil
jij dan al die misvormde baby’s en miskramen op je geweten hebben? Nee toch?’
Bezweet schrok
Thea wakker uit een nachtmerrie. Ze schoot rechtop in bed en woelde door haar
verwarde kapsel. Ze was zojuist ontsnapt uit een slechte griezelfilm. Ineens
moest ze aan de onsterfelijke uitspraak van John Cleese in de film Clockwise
denken:
‘It is not the despair, I can take the despair. It is the hope.‘
‘Ik ben gewoon
flabbergasted oftewel confuus!’, legde Thea aan haar slaapdronken spiegelbeeld
in de badkamer uit.
Hoewel confuus
eigenlijk een eufemisme was voor haar gemoedstoestand in relatie tot de
permanente confrontaties met de chronische stupiditeit van de opperouders en
het overgrote deel van het onderwijsteam op De Wielewaal. Uit pure verdwazing
kon Thea de directrice van de basisschool van haar kinderen ter afsluiting van
het telefoongesprek alleen nog maar stoïcijns van repliek dienen.
‘Ik weet zeker
dat de wijnvlekjes in het gezicht van onze dochter van tien jaar en het eczeem
rond de lippen van onze negenjarige zoon geen gevaar vormen voor de ongeboren
vrucht in de baarmoeder van juffrouw Nelleke; goedemorgen mevrouw Bakbruin’,
stelde Thea met klem, om vervolgens de telefonische verbinding te verbreken
zonder de reactie van directrice Willy Bakbruin af te wachten.
Daarna kon ze het
niet laten om de directrice van De Wielewaal alsnog te verwensen. Dwars tegen
de stilte na het abrupt beëindigde telefonische contact in, riep Thea tegen
dovemansoren naar haar mobiel:
‘Neem er nog
eentje op het leven, lamloeder!’
Gelukkig bleef
juffrouw Nelleke gewoon zwanger en een week of 3 thuis van school. Dat laatste
lag in de lijn van het komen en gaan van parttime juf Nelleke uit groep 5. Tot
vreugde van Walter vulde Juffrouw Marjolein de gaten in de werkweek van haar
zwangere collega op. In die periode besloot Walter onverwacht om de directrice
van De Wielewaal aan te spreken op haar onjuiste diagnose van de uitslag rond
zijn lippen. Op een morgen stond Willy al voor de 2de keer die maand voor de
ingang van de school. Haar verschijning op de speelplaats was op zich al een
zeldzaamheid, waar de directrice, wat Thea betreft, geen gewoonte van moest
maken; maar een 2de keer in amper 4 weken was opzienbarend. Met een vies
gezicht loerde ze slinks naar het eczeem van Walter. De hele omtrek van zijn
kaaklijn was nog steeds vergeven van de hardroze schilferige plekken met
bultjes en blaasjes. Voor alle duidelijkheid.
‘Eczeem is niet
besmettelijk!’
Walter wond er
geen doekjes om. Meester Joep van groep 6 van Sabine stond in de buurt van
Willy op het schoolplein te ijsberen. Hem nam Walter ook even mee in zijn
stellingname. Hij hoorde Walter met een half oor aan, terwijl hij een
smileybeker met stomende thee omvatte. Geduldig
legde Walter aan directrice Willy Bakbruin en meester Joep uit dat
eczeem dus niet besmettelijk is en dat wijnvlekjes, in die tijd nog ongelaserd
aanwezig in het gezicht van zijn zusje, net zo goed niet overdraagbaar zijn.
Beteuterd hoorde Willy hem aan, terwijl ze haar walging voor de opzichtige
eczeemplekken om de bewegelijke mond van Water tevergeefs probeerde weg te
slikken. Haar ademsappel sputterde tegen.
Thea stond zich op een afstand te verbijten.
‘Dat weet ik wel
hoor vent’, bekende Willy enigszins schuldbewust toen Walter zijn verhaal
gedaan had.
Er viel vanalles
op haar invulling van de leidersrol van De Wielewaal aan te merken, maar met
kinderen kon ze steevast hartverwarmend en wonderwel overweg. Leerlingen die
voor straf naar haar kantoor werden gestuurd kregen naar verluid een goedaardig
standje gevolgd door een knipoog met een glaasje Ranja. Ze had gewoon de
onderwijzeres moeten blijven die ze in de jaren voor haar promotie tot
basisschooldirectrice geweest was. Meester Joep daarentegen was minder
gecharmeerd van de betweterigheid van Walter. Opzichtig keerde hij zich van de
wijsneus af door zogenaamd een speelse schijnboksbeweging van een klasgenootje
van Sabine uit zijn groep 6 te ontwijken. Zijn revanche was een kungfutrap
terug in lucht. Op een haar na mistte hij de schouder van Walter die
reflexmatig dekking zocht met zijn hoofd tussen zijn ellenbogen. Beduusd maakte
Willy pas op plaats. De kokend hete thee van Joep gutste over de rand van de
beker en over zijn linkerhand. Met een van pijn vertrokken gezicht nam hij de
beker rechts over en wapperde driftig dampende druppels en een
rooksliertenspoor van zich af in het mistige ochtendkrieken.
‘Rustig aan
Joepie!’, kirde de moeder van Kasper.
Kasper was de
naam van het kwieke mannetje dat meester Joep ten koste van Walter had begroet.
In het voorbijgaan wiebelde de moeder van Kasper wulps met haar welgevormde
achterwerk. De moeder van Kasper was een schoonheid. Daar viel weinig op af te
dingen, want ze leek op een fotomodel van een postorderbedrijf. Zulke dames en
heren kunnen beroepsmatig niet anders
dan allround aantrekkelijk zijn voor een groot consumentenpubliek. Gezien haar
leeftijd paste de moeder van Kasper eigenlijk nog het beste in de categorie van
een Tenalady. Zo’n opgekalefaterde, fotogenieke 50 plusser die op de webshop of
in de catalogus van, bijvoorbeeld, de Wehkamp liet zien hoe onzichtbaar een
merkluierbroekje voor dames op leeftijd wel niet was. Verborgen onder een
combinatie uit de meest recente kledinglijn van het huis in kwestie uiteraard.
‘Vochtverlies
hoeft geen probleem te zijn voor uw bewegingsvrijheid!’
Haar nieuwe
uitrusting bleef ze verder het hele seizoen onveranderd afdragen met de
bedoeling om met haar opgepimpte femme fatale look meester Joep of, bij gebrek
aan beter, Jeewee om haar bochtige vingertjes te winden. Bochtig omdat alles
aan het uiterlijk van de moeder van Kasper loog over haar leeftijd. Alles
behalve haar rimpelige handen wiens jaarringen de tijd van Thea zelfs
overstegen. Los daarvan stond sowieso onomstotelijk vast dat de moeder van
Kasper ouder was dan Thea. De betrouwbare bon was het vriendenboekje dat Kasper
ooit aan zijn klasgenoot mee gaf en dat Sabine vervolgens kwijt raakte. Thea
vond het terug onder het bed van haar dochter tussen 6 verschillende, gedragen
sokken, een lading stof en een handvol legpuzzlestukjes. Na zo’n sokkenvangst
wordt de plotselinge mismatch van menig paar voor, na of tijdens een beurt in
de wasmachine toch een stuk minder raadselachtig. Maar dat terzijde. Voor de
zekerheid bladerde Thea het hervonden vriendenboekje van Kasper door om te
controleren of Sabine in al die tijd dat
het album in haar bezit was, tenminste vast een beginnetje gemaakt had voor een
eigen bijdrage. Wie weet was er door Sabine al een persoonlijke vraag beantwoord; een
illustratie geknutseld; en of een selfie gekopieerd en in het vriendenboekje
geplakt. Niet dus. Al speurend belandde Thea zo bij 2 pagina’s met
vriendenvragen die in een krullerig meisjeshandschrift – met hartjes waar
eigenlijk puntjes horen te staan - beantwoord waren door de mama van Kasper.
Haar naam was Moira en ze was 4 jaar eerder dan Thea op de wereld gekomen. Dat
stond genoteerd. Ze was een halfbloedje. De opa van Kasper was een Spanjaard.
Nou die warmbloedige genen hadden hun bestemming in het mysterieuze uiterlijk
van Moira niet gemist. Moira schreef in het vriendenboekje van haar zoon dat ze
van huis uit erg hartstochtelijk was aangelegd. Maar in feite sprak haar
bekende hang naar avontuur en opwindende dingen voor zichzelf. Haar
lievelingsdieren waren stieren. Moira was idolaat van Spaans eten en haar
leukste vakantieland liet zich raden. Spanje natuurlijk! Uit liefhebberij
danste Moira weleens de Flamingo. Ze had ook Spaans gestudeerd. Toen Moira nog
getrouwd was met de papa van Kasper en zijn grote broer Bob, verbleef mama
gezellig dag en nacht thuis. Sinds de papa en mama van Kasper en Bob als
vrienden uit elkaar waren gegaan, werkte Moira echter 2 dagen in de week bij de
Speelotheek in de wijk van De Wielewaal. Spannend hoor.
Bob, de 12jarige
oudste broer van Kasper uit groep 6, zat in de 8ste klas bij Jeewee.
Dientengevolge had Moira het schooljaar van haar leven. Zodra ze de kans kreeg
dan hing ze gerechtvaardigd om 1 van de 2 meesters van haar 2 zonen heen. Qua
leeftijd was het duo Jeewee en Moira nog wel te doen, maar de 25 jaar jonge
meester Joep had haar eerstgeborene kunnen zijn. Dat mocht voor Moira evenwel
de pret niet drukken. Ze kwam helemaal los tijdens de dagelijkse breng en
haalmomenten op de basisschool van haar 2 zonen en flirtte met Jeewee en Joep
dat het een lieve lust was. Op Valentijnsdag lieten haar jongens, in opdracht
van hun moeder, ieder ongemerkt een verrassing op de lessenaars van hun
meesters achter. Aan het sierlijke vrouwenhandschrift op een aangehecht
kartonnetje aan een netje met suikerhartjes op zijn bureau herkende meester
Joep de afzender. Met name aan de handgeschreven hartjes in plaats van puntjes.
Blij verrast sprintte hij de klas uit en haalde Moira in de gangen van De
Wielewaal net op tijd in om haar uitvoerig met bedankjes te overladen. Drie
kusjes op de wang en een knuf.
‘Ik dacht al wel
dat jij erachter zat’.
Schamper lachend
bekeek Jeewee de tortelduifjes. Hij stond in de deuropening van het klaslokaal
van groep 8 en woog een soortgelijk netje met suikerhartje in de palm van zijn
hand. Dit keer had Joep gewonnen, maar zijn tijd kwam nog wel. De 2 mannen speelden
Peppie en Kokkie; de Dikke en de Dunne; Bassie en Adriaan en de kinderen van De
Wielewaal genoten van het spel. Van het vallen en opstaan en de goedhartige
concurrentiestrijd. Jammer alleen dat de trofee de spelregels steeds met voeten
bleef treden.
Sabine had voor
de combinatieklas, in de groepen 3 en 4, ook al bij Kasper in de klas gezeten.
In groep 4 was Sabine in de ban van het knappe, ondernemende ventje geweest. Ze
wilde niets liever dan na school met Kaspertje afspreken, maar Moira hield de boot
heel nadrukkelijk af. Ze nam Sabine net buiten het klaslokaal van groep 4 apart
bij haar schouders en tuurde diep in haar ogen onder begeleiding van een
langdradig verslag van het druk bezette rooster van haar Kaspertje. Er waren
nog zoveel meer gegadigden voor een robbertje spelen dan Sabine. Bij de gratie
van Moira mocht Sabine eventueel onderaan een imaginaire wachtlijst. Tot grote
blijdschap van Thea trok Sabine op dat punt een grens. Een wachtlijst – al dan
niet denkbeeldig - kwam haar eer te na. En de moeder van Kasper werkte op haar
zenuwen.
‘Toch een dochter
van haar moeder, gelukkig’, constateerde Thea tevreden.
Dan maar niet.
Geen hand vol, maar een land vol. En net toen Sabine zich had neergelegd bij
haar onbeantwoorde affectie, stond Kasper op het nippertje, van het ene op het
andere moment, een hele woensdagmiddag
tot haar beschikking. Moira moest onverwacht invallen in de speelotheek
en Kasper weigerde om zijn moeder nog langer naar haar werk te chaperonneren.
Hij wilde niet wéér met hetzelfde speelgoed spelen. Op zich een begrijpelijk
bezwaar van een 8jarig kind natuurlijk, maar er was wel meer dat Kasper niet
wilde. Namelijk; niks. Niks en alles. Kasper wilde niks en alles en dan
voornamelijk met het oog op het speelgoed van Walter. De x-Box, de Playstation
1, 2 en 3, de Wii, de Nintendo; Kasper wilde het allemaal. Maar geen
‘meidengames’ zoals dieren verzorgen of zelf kleding ontwerpen. Ofschoon Sabine
met haar vriendje Ronnie normaliter uren
verspeelde met haar eigen meidengames. Nu, met Kasper, moest Sabine
steeds toestemming aan haar jongere broertje vragen. Of ze een racegame mocht
lenen of een vechtspel? Walter stemde gereserveerd toe. Hij had met Tim
afgesproken en de beide jongens konden niet uit de voeten met Kasper. Tot groot
ongenoegen van Kasper. Sabine had de racegame nog niet op de Wii geïnstalleerd,
of Kasper wilde ineens buiten spelen.
‘Want ik heb
buitenlucht nodig; en jij ook’, bepaalde hij voor Sabine met een scheef oog
naar Thea die hoofdschuddend aan de keukentafel een klant van Huiswerksterk
verder hielp.
Twee minuten
later stond het tweetal weer voor de neus van Thea. Kasper moest eten. Een
kadetje met vissticks. Chop, chop. Het was maar goed dat Tim, Walter, Sabine en
de student van Huiswerksterk ook wel oren hadden naar een hartig tussendoortje.
Anders had Thea niet voor zichzelf ingestaan. Enfin, vooruit maar weer, waarom
ook niet? Alsof Thea niet al genoeg te doen had. Het resultaat van haar
kookkunsten vond allicht gretig aftrek. Bij iedereen, behalve bij Kasper. Zijn
kadetje met vissticks bleef onaangeroerd op het aanrecht staan. Aan zijn
bestelling had een blaadje sla en een tomaatje ontbroken.
Niet lang na zijn
memorabele speelbezoekje aan Sabine werd Kasper ernstig ziek. Hij had zware
longontsteking, of de toentertijd heersende Mexicaanse griep of iets anders. De
artsen tastten in het duister en Thea voelde zich ellendig en begaan met Moira
die zich in het begin van de ziekenhuisopname van Kasper toch nog iedere dag op
het speelplein vertoonde om Bob van school af te halen. Ze was gehuld in een
ondoordringbare cocon van ongeloof en verdriet. Thea moest zich geweld aandoen
om de moeder van Kasper aan te spreken met de beste wensen en goede
bedoelingen. Juist omdat ze Moira zo gevoelloos en vooringenomen had weggezet
als een kakmadame en daar ze Kasper eigenlijk – nog steeds - een pestventje
vond. Niemand verdient immers de gruwelijke confrontatie met een vage ziekte
met mogelijk een dodelijke afloop.
Het duurde 2
maanden voordat er verbetering optrad in de toestand van Kasper. Al weken lang
verscheen Moira niet meer op het speelplein. Ze logeerde in het plaatselijk
ziekenhuis bij haar jongste zoon. Haar oudste jongen werd intussen opgevangen
door haar ex-man die duidelijk nog in een aftershock leefde.
‘Weten de artsen
al wat hij nou mankeert?’ vroeg Thea uit welgemeende interesse.
‘Nee, maar het
was niet de besmettelijke Mexicaanse griep als je dat soms nog mocht denken’,
beet de vader van Kasper haar agressief toe.
Onaangenaam
verrast trok Thea zich terug uit het groepje ouders dat zich om de vader van
Kasper geschaard had. Met de staart tussen haar benen droop ze af en vond
beschutting tegen een omheining met een bladerenafdak van een laaghangende
treurwilg aan de andere kant van het speelplein. Jenny, de moeder van Tim,
maakte zich ook los van het klutje opperouders en vond Thea met de rug tegen de
muur.
‘Hij is
verzekeringsarts, wist je dat niet?’, verduidelijkte Jenny die vaker met Moira
optrok.
‘Nou en? Mag hij
mij daarom op die manier wegzetten?!’
‘Nee, natuurlijk
niet, maar je begrijpt toch wel dat hij
er doorheen zit. Hij heeft nogal niet wat meegemaakt de afgelopen maanden met
Kasper.’
‘Dat snap ik,
maar ik ben niet de vijand hier. Ik heb nooit iets gezegd over de Mexicaanse
griep’, protesteerde Thea meer in zichzelf dan tegen Jenny.
‘O, nee? Dat is
anders niet wat ik gehoord heb’, grapte Jenny plagerig.
Thea was niet in
de stemming voor die flauwekul.
‘Wat heb jij dan
gehoord?’
‘Dat jij bang was
dat Kasper besmet was met de Mexicaanse griep en dat hij, vlak voordat hij werd
opgenomen, tijdens zijn laatste speelbezoekje bij jouw thuis Walter, Sabine en
mijn Tim zou hebben aangestoken.’
‘Zegt Moira
dat?’, vroeg Thea defensief.
‘Wat doet het er
nou toe Thea, wees blij dat jouw angsten niet zijn uitgekomen!’, badineerde
Jenny.
‘Ik heb iets
dergelijks niet over de Mexicaanse griep beweerd, Jenny’, benadrukte Thea
stellig.
Zuchtend keerde
Jenny zich van Thea af. Over haar schouder luidde ze haar aftocht in.
‘Het zal wel
weer, wat kun jij je toch sappel maken om niks Thea, echt.’
Weken later
verscheen Kasper weer regelmatig op basisschool De Wielewaal. In het begin nog
bijgestaan door een bedillerige moeder Moira en in een rolstoel, maar hij was
hoe dan ook terug in het land der levenden. Hoe langer hoe meer als zijn oude,
irritante zelf. Anders gezegd; hij knapte zienderogen op, ondanks de reserves
van zijn moeder die steeds minder aandacht op het speelplein voor haar post
traumatisch stress syndroom wist te generen. Ze viel in herhaling over het
ziekteverloop van Kasper en haar gelamenteer begon te vervelen. Kasper was er
nog. Het drama had een goede afloop. Wat was dan nu nog het probleem van Moira?
’s Ochtends bij de kapstokken naast groep 4
nam ze theatraal afscheid van Kasper met niet te missen instructies aan
juffrouw Dorien van groep 4. Juffrouw Dorien hield elke ochtend ouderontvangst
voor de deur van haar lokaal alwaar ze de noten op de zang van moeder Moira met
afnemende interesse las. Daarmee verschoof het dweperige gedrag van juf Dorien
richting mama Moira – toch een opperouder - zienderogen van intens medeleven
naar pure onverschilligheid. Moeder Moira moest eerst maar weer eens terug in
het gareel. Over groepsdynamiek gesproken. Thea kreeg bijna medelijden met de
moeder van Kasper.
Ook wat Kasper
betreft won de houding van juffrouw Dorien op de lange termijn nou niet bepaald
de schoonheidsprijs. Kasper was voor zijn ziekte ook al een aandachttrekkertje,
maar tijdens zijn herstelperiode kon met hij met recht een op hol geslagen, overgewaardeerde
entertainer genoemd worden. Het achtjarige kereltje zette alles op alles om op
te vallen na zijn terugkeer in groep 4. Hij was vermoeiend met zijn slechte
imitaties van BN’ers; zijn flauwe moppen die bij iedereen allang bekend waren;
en zijn grote mond met bijdehandte uitspraken die niet lollig, maar pijnlijk en
op het randje waren.
‘Doe normaal
Kasper’, viel juffrouw Dorien ten einde raad tegen Kasper uit, omdat hij zijn
schoenen aan zijn handen geschoven had en zogenaamd braaf, met de armen over
elkaar, achter zijn bankje zat te wachten op de aanvang van de lessen en het
vertrek van de ouders.
‘Niet op
reageren!’, luidde de onuitgesproken algemene regel.
Tot dat
onverwachte moment waarop Moira ineens hardop in een hysterisch snikken
uitbarstte met gierende uithalen. Diagnose aftershock! Zomaar plomp verloren in
de gangen van De Wielewaal, maar wel toevallig pal voor de geopende deur van de
toenmalige groep 6 van haar oudste zoon Bob met, jawel, meester Jan-Willem voor
de klas. Thea kan zich nog moeiteloos het beeld van een terugdeinzende Jeewee
voor de geest halen. Met een klap kreeg Moira de deur van groep 6 van meester
Jan-Willem in haar betraande gezicht. Het was hoog tijd. Jeewee ontmaskert!
Een pijnlijk
tafereel vond Thea toen. Ze kende Jeewee nog niet, maar nam zich voor om
dergelijk onbehouwen gedrag niet te pikken mocht 1 van haar kinderen in de
toekomst ooit bij deze botterik in de klas komen. Ze was meester Gijsbert van
Walter in groep 3 uit die periode bijna tijdelijk aardig gaan vinden in
vergelijking met de pummel in kwestie. Maar bijna was nog niet helemaal en maar
van korte duur. Pas later leerde Thea
het voorval te zien voor wat het was. Jeewee werd gestalkt door gestoorde
vrouwen als Moira. Zodra ze de kans kregen dan eisten dit soort wellustige
grootjes overal en altijd de volledige aandacht van slachtoffers als Jeewee op.
‘Eigen schuld,
dikke bult in het kruis van je spijkerbroekje’, vond Thea.
Moest Jeewee zich
maar eens over zijn angst voor volwassen vrouwen heen leren zetten. Of een
ander beroep kiezen met alleen maar mannen onder elkaar. Thea stond op het punt
om Moira in haar armen te sluiten. Het was onmenselijk om haar verstoten van
enig teken van medeleven, te midden van de ontwijkende opperouders in de gangen
van De Wielewaal, te laten uitbulken. Goddank dacht de moeder van Kees
kennelijk hetzelfde over pestgedrag als Thea en was zij net iets sneller binnen
het bereik van het schokkende lijf van Moira beland. Het was ook beter zo, want
de moeder van Kees behoorde net als Moira tot de orde van de opperouders. Toch
was het luisterend oor van Thea - samen met nog wat uithuilschouders van een
handje vol andere goedmoedige buitenstaanders – ten langen leste het enige schrale alternatief voor de
Oost-Indisch doof geworden opperouders.
‘Ben je er nou
achter wat Kasper eigenlijk gemankeerd heeft?’, probeerde Thea nog maar een
keer.
‘Wat doet dat er
nou toe?’, vond een andere moeder.
‘Waarom wil
niemand dat toch weten!?’, riep Thea vertwijfeld uit.
Moira wierp haar
hoofd in de nek en snoof:
‘Hij mankeerde te
veel om op te noemen.’
‘Niet iets
specifieks bedoelt ze’, legde weer een andere moeder aan Thea uit.
‘Verschrikkelijk
lijkt me dat’, fleemde de eerste moeder die zo nadrukkelijk had beweerd dat een
diagnose er niet toe deed.
‘Ja, het was
verschrikkelijk’, moest Moira toegeven en aangemoedigd door de onderdanige
oogopslag van de haar omringende moeders – op Thea na – vervolgde ze theatraal:
‘Toen Kaspertje
in het ziekenhuis lag en ik samen met mijn hartendief van 8 jaar de dood in de
ogen keek; toen voelde ik me zo machteloos en alleen als een verstoten Indiase
uit een stam in Afrika. Ik voelde dat hij bijna stierf; vast gekoppeld aan
allerlei buisjes, met ontelbare draden verbonden aan mysterieuze apparaten. Er
borrelde een intense behoefte in mij op. Een oerinstinct en de artsen moesten
mij keer op keer ervan weerhouden om mijn spookje uit zijn ziekenhuisbedje van
alle medische machines los te rukken. Met alle kracht in mijn uitgehongerde en
getergde lichaam moest ik elke dag, maanden lang de behoefte onderdrukken om
mijn Kaspertje tegen mijn hart aan te houden. Het allerliefst wilde ik met hem
vluchten. Weg, ver weg op mijn blote voeten in een donker bos.’
‘Waarom vluchten
op je blote voeten in een donker bos? Trek gewoon eerst even een paar schoenen
aan joh’, flapte Thea eruit voor ze had nagedacht.
‘Dat hoort zo in
Goede Tijden Slechte Tijden, vandaar’, verhelderde Bart naderhand.
De foute vraag
van Thea aan Moira overschreed de finish van het pijnlijke spanningsveld tussen
de twee tegenpolen. Thea had afgedaan voor Moira. Thea was een gevoelloze
bitch. En alles bijeengenomen schreef Thea, op haar beurt, de moeder van Kasper
af als zo’n ‘ondoorgrondelijke’ vrouw. Van het type dat vatbare ex-mannen –
meestal verwikkeld in een vechtscheiding – unaniem verwensen in hun stamcafé.
Maar waarvoor ze uiteindelijk zonder uitzondering in een andere uitvoering toch
weer genadeloos recidiveren. Wat Thea betreft moest Moira de aandacht die ze
ontbeerde maar bij die weekdieren gaan opeisen. Moira en haar zoon hadden geen
boodschap aan het medeleven van een buitenstaanster als Thea en andersom was
zij het tweetal ook liever kwijt dan rijk. Als dat tenminste een reële optie
geweest zou zijn, want voordat Thea het goed en wel in de gaten had werd ze op
de speelplaats tijdens het wachten wederom als vanouds bijna door Kasper op
zijn skatebord van haar sokken gereden. Thea liet zich echter niet meer piepelen.
Kasper kwam toch nooit meer spelen. Aangemoedigd door Sabine zou ze hem niet
meer binnen laten. De vriendschap van haar dochter had hij verspeeld met zijn
pipopose. Kasper was en bleef een geval apart. Een gezond geval apart. Dat dan
intussen – Godzijdank - weer wel.
Moira hield
andere moeders met argusogen in de gaten, want volgens haar innerlijke
spiegeltje, spiegeltje aan de wand, was ze natuurlijk al jaren niet meer
waarlijk de mooiste van het land. Maar in vergelijking met de mollige, haveloze
Thea die haar schoonheid kon dragen, won Moira op alle punten – van uitstraling
tot uiterlijk - vond ze zelf. De immer aanwezige fascinatie van Jeewee voor de
moeder van Walter en Sabine was dan ook een doorn in haar oog. Moira voelde en
zag Jeewee verstommen mocht Thea toevallig, nonchalant passeren in de gangen of
op het speelplein van De Wielewaal. Moira begreep echter de vluchtdrang niet
die de oude meester Jeewee sinds de combiklas van Sabine bij Thea opriep. Thea
snapte zelf niet eens precies waarom zij steevast haar pas versnelde met de
ogen van Jeewee in haar rug. Haar intuïtie vertelde haar waarschijnlijk van
meet af aan dat ze beloerd en opgejaagd werd door Jeewee. Ook al was hij na
zijn glorierijke jaar in de combiklas
met Sabine gepromoveerd naar groep 8. Thea was en bleef zijn muze. Een idee-fixe van Jeewee. Los van de
ware Thea die zich onmachtig voelde. Het was te laat om nog een bivakmuts over haar smoelwerk te trekken of
om zich in een vormeloze overal te hullen of niet. Jeewee had Thea uitverkoren
en daarmee basta. Ergo; sedert de
overplaatsing van Sabine naar de complete groep 6, staarde ook Moira, al dan
niet samen met Jeewee, Thea geheid na zodra de mogelijkheid zich voordeed.
Jeewee gluurde in vervoering. Moira tuurde de moeder van Sabine en Walter na in
de hoop ooit nog eens te ontdekken wat er in de ogen van een man van haar
kaliber kennelijk zo uniek en begeerlijk aan Thea was.
‘Persoonlijkheid
genereert leeftijdsloze begeerlijkheid’, reciteert Bink, terwijl hij proost.
‘Dat is jouw
lijfspreuk neem ik aan?’, schampert Thea.
‘Zo’n devies zou
jou ook niet misstaan’, scoort Bink zonder met zijn ogen te knipperen.
Hij is een dandy.
Of; om in moderne termen te spreken; Bink heeft swag. Hij is een homoseksuele
metroman. Bij hun eerste ontmoeting is die kenschetsende eigenschap van Bink
haar nagenoeg ontgaan. Zijn BMW is misschien een initiële indicatie. Voor Thea
echter ook alleen maar omdat Sabine haar moeder op de dure auto van de
overbuurman opmerkzaam maakte. Thea heeft geen verstand van automerken, maar ze
ziet wel het verschil tussen originele kast in Jugendstil en een Ikeameubel. Of
tussen Armani jeans met McGregor schoenen en Aldisneakers onder een Zeeman
plunje. Thea wordt opgeslorpt door een lijvige, kalfslederen, cognackleurige
chaise longue van Deens design. Ze heft haar glas om knoeien door haar
wegzakkende beweging tegen te gaan. In de afgelopen jaren is ze steeds minder
wijn gaan drinken en nooit meer midden op de dag. Een leerling van
huiswerksterk met een scherpe neus hoeft maar één belletje naar Elco van de
Stichting Huiswerkbegeleiding te doen en het is gedaan met de lucratieve
bijverdiensten van Thea. Hoe ouder ze wordt; hoe minder verweer ze heeft tegen
de kleingeestigheid van de waan van de dag. Niet alleen Bink moet op zijn
tellen passen. Jasmijn leegt haar glas in één teug. Ze heeft haar lange stelten
in bruinsuède kaplaarzen over elkaar heen geslagen en lijkt zich volkomen op
haar gemak te voelen in een knalgele fauteuil van Designonstock. Bink leunt
tegen een schouw in retro jaren 30 stijl. Gerenoveerd. Hij rolt de
verbindingshals van het glazen pootje naar zijn geleegde wijnglas tussen duim en
wijsvinger. Zijn pinkring met zwarte diamant leidt alle aandacht af van zijn
zorgvuldig gecultiveerde kaalheid. Bink is veel te bruin voor de tijd van het
jaar.
‘Je verwacht dit
niet!’
Thea probeert
luchtige conversatie te maken, maar ze voelt zich veel te opgelaten om een
natuurlijke toon te zetten.
‘Je bedoelt een
escortservice aan de overkant van de straat?’, grijnst Bink sardonisch.
‘Ik doelde
eigenlijk op jouw inrichting, maar nou je er toch zelf over begint moet ik je
wel gelijk geven. Ik verwacht inderdaad geen escortservice van mijn
overbuurman. Van niemand eigenlijk; maar ik wist ook niet dat een rijtjeshuis
in mijn prijsklasse zoveel potentie tot ‘ínterieur grandeur’ heeft.’
‘Interieur
grandeur?’, meesmuilt Bink.
‘Zelf verzonnen’,
licht Thea toe.
Bink moet er
hardop van schaterlachen. Al vanaf haar binnenkomst vindt Thea hem een stuk
aardiger dan voorheen. De ommekeer blijkt van 2 kanten te komen.
‘Ik begin
eindelijk een beetje te begrijpen wat Melvin in jou ziet.’
‘Ja, een oude
kinderjuf die toevallig in de buurt woont’, hoont Thea.
‘Toeval bestaat
niet’, vindt Bink.
‘Je bent niet
oud’, voegt Jasmijn toe.
De schat. Ze
vervolgt:
‘Het noodlot
heeft ons bij elkaar gebracht.’
Ach gut, dat
lieve kind. Thea kan aan de gezichtsuitdrukking van Bink zien dat hij hetzelfde
denkt als zij. Laat Jasmijn maar even.
‘Ik heb Thea
gevraagd om mijn verhaal te bevestigen Bink.’
Met een holle
plof plaatst Bink zijn lege wijnglas op de schouw en haalt een zakje met wiet
uit de borstzak van zijn spijkerblouse van Dsquared2. Hij knielt neer voor de
Leolux salontafel en begint een joint te fabriceren. De shagbuil met de
vloeitjes slingert ergens op de tafel tussen de curiositeiten; zoals een
marmeren vleeskleurige asbak in de vorm van een vulva en een houten aansteker
als een fallussymbool. Met een spitse tong likt Bink zorgvuldig aan de plakrand
van een vloeitje en hecht het aan een tweede rijstpapiertje vast om het geheel
vervolgens op tafel uit te spreiden. Daarna knutselt hij een filter van een
klein stukje karton in elkaar. Jasmijn en Thea zijn zwijgende getuigen van het
proces. Ook van zijn vingervlugheid en de gemanicuurde nagels. Geroutineerd
verkruimelt Bink verder een deel uit het zakje met wiet in de shag. Tenslotte
draait hij een mega sigaret als een gevulde puntzak met een draaisluiting aan
het einde. De joint is gebruiksklaar.
‘Volgens mij is
een pijp roken minder omslachtig’, schat Thea praktisch in.
‘Maar lang niet
zo lekker’, puft Bink terwijl hij korte trekjes van zijn joint neemt.
Hij praat door
zijn neus en knijpt zijn ogen tot spleetjes tegen de rook. Thea voelt haar
neusgaten trillen door een plotselinge weeïge lucht die haar aan urine doet
denken. Specifiek aan de fletse geur van babyluiers doordrenkt van de kleine
boodschap. Jasmijn zit onbewogen te kijken. Heel werelds. Bink reikt haar de
joint aan:
‘Hier, toe maar,
je kunt het gebruiken.’
‘Hoezo?’
Jasmijn recht
haar rug en plaatst haar kaplaarzen naast elkaar. Ze negeert de joint die haar
voor de neus gehouden wordt.
‘Jij vindt toch
ook dat Melvin naar de politie moet gaan?’
‘Jazeker, maar
dat bedoel ik niet.’
‘Wat bedoel je
dan?’
Geïrriteerd neemt
Jasmijn de joint aan alsof ze niet weet wat ze ermee aan moet en wappert met
haar vrije hand de rooksignalen van zich af.
‘We wachten nog
op iemand’.
Bink staat op en
eigent zich de joint, tussen de duim en wijsvinger van Jasmijn, weer toe. Hij
inhaleert onder een afdakje van zijn linkerhand en doet daarna een geste met
het stickie naar Thea die een afwerend gebaar maakt.
‘Ik ben nog nooit
stoned geweest en dat wou ik graag zo houden’.
Symbolisch klinkt
Thea de aangeboden joint met haar glas wijn in de lucht aan. Simultaan met een
dingdong in de gang.
‘Ah, daar zul je
hem hebben!’
Bink klinkt
opgelucht alsof hij versterking krijgt en verdwijnt met zijn joint naar de
voordeur. Niet begrijpend zoekt Jasmijn met een panische blik in haar ogen
steun bij Thea die ook geen sjoege heeft.
‘Heeft hij Melvin
nou uitgenodigd?! Waarom heeft hij Melvin nou uitgenodigd?! Hij heeft Melvin
toch niet uitgenodigd?!’
Jasmijn wipt op
de hardhouten zitting van haar stoel op en neer als een onder hoogspanning
losgeschoten springveer. Bevreemd maant Thea haar tot rust.
‘Wind je niet zo
op! Trouwens, wat maakt het uit dat Bink ook Melvin heeft uitgenodigd? Lijkt me
juist wel goed.’
‘Juist niet, nog
niet’, sist Thea over haar toeren.
‘Wat is er aan de
hand Jasmijn?’, vraagt Thea ontnuchterd.
‘Je snapt het
niet!’, wanhoopt Jasmijn.
‘Nee, dat kun je
wel zeggen’, antwoordt Thea met groeiende verbazing in haar stem, omdat Pim halverwege
haar uitroep ineens in de kamer opduikt.
Eigenlijk niet zo
vreemd aangezien de ex van Thea niet alleen haar beginnersfoutje van jaren
terug is, maar ook de vader van Melvin en Jasmijn. ‘Zo nog steeds het hoogste
woord, hoor ik wel’, groet Pim.
‘Lekkere
binnenkomer Pim’, weerkaatst Thea in de hoop haar ontsteltenis te verdoezelen.
Gewetenloos laat
Pim zich misleiden door haar schimmenspel. Jasmijn slaagt er echter veel minder
in om haar afgrijzen te onderdrukken. Ze is dusdanig overdonderd door de komst
van haar vader dat ze weerloos in haar designers fauteuil blijft zitten sidderen
voor dat wat haar te wachten staat. Thea doorziet niet precies waarom. Kijk,
dat zij even schrikt van de plotselinge aanwezigheid van haar ex, dat mag
logisch zijn gezien de geschiedenis van hun nietszeggende samenzijn. Maar met
Pim op zich is weinig mis. Hij is gewoon de vader van Jasmijn en Melvin en hij
heeft bij weten van Thea nog nooit een vlieg expres kwaad gedaan.
‘Wat wil je
drinken?’, vraagt Bink aan zijn zwager met een fles wijn in de starthouding.
Handenwrijvend
knikt Pim naar het glas met rode wijn van Thea.
‘Doe mij maar een
wijntje van het huis graag’.
‘Bevrijd mij maar
van mijn zonde, ik heb er nog niet van gedronken’.
Haastig reikt
Thea hem haar glas. Ze zal blij zijn als ze van de verplichte consumptie
gevrijwaard is.
‘Ik ben niet vies
van je hoor’, lacht Pim gemoedelijk, terwijl hij het glas wijn van Thea
overneemt en zonder te knoeien aan de andere kant van de chaise longue
plaatsneemt.
Pas als hij goed
en wel onderuit gezakt zit in de mollige kussens van de bank, groet hij
Jasmijn.
‘Dag dametje.’
‘Hay pap’.
Jasmijn wuift
kinderlijk naar haar vader. Ze is niet meer op haar gemak. Misschien voelt ze
zich buitengesloten door de jolige stemming tussen de ouderen onderling? Thea
is verwonderd over de voelbare generatiekloof tussen vader en dochter en
besluit om voor Jasmijn in de bres te springen:
‘Wel goed dat
Jasmijn alles op alles zet om Melvin tot aangifte bij de politie aan te
zetten?’
‘Is dat waarom je
hier bent Thea?’, vraagt Pim, terwijl hij Bink een significante blik zendt.
‘Ja, ik dacht van
wel. Toch?’, aarzelt Thea.
Gedesoriënteerd
kijkt ze om zich heen.
‘Ik zou toch
getuigen dat Melvin de daders heeft herkend? Dat heeft hij namelijk toegegeven
in het bijzijn van Jasmijn en mij. Melvin herinnert zich wel degelijk wie hem
hebben toegetakeld in het park. En ik zou ook uitleggen dat ik per toeval de
reden ontdekt heb dat Melvin in elkaar geslagen is.’
‘Okay, dat is
duidelijk Thea, dankjewel’.
Bink heeft haar
op zakelijke toon onderbroken. Alsof hij een vergadering leidt. Behoedzaam
dooft hij zijn joint in de marmeren vulva.
‘Dus je bent hier
uit jezelf gekomen Thea?’
Thea heeft geen
oren naar het badinerende toontje dat Bink ineens aanslaat:
‘Nee, meneer Bink
ik ben gevraagd – nee, gesmeekt – door Jasmijn.’
‘Ach, kijk eens
aan!’, smaalt Pim, terwijl hij dreigend naar zijn dochter kijkt.
Jasmijn krimpt
ineen. Thea voelt een driftbui bij zichzelf naderen. Ze heeft weleens gehoord
dat boosheid equivalent is met machteloosheid. Nou dat kan wel kloppen.
‘Wat heeft
Jasmijn nou weer verkeerd gedaan? Ze probeert verdomme haar broer te redden van
een ernstige depressie, nadat de liefde van zijn leven hem in de steek gelaten
heeft voor die Godvergeten Heilige Oorlog ergens op een afgelegen Moslimterrein
dat niets met deze wereld van doen heeft. Ik geloof niet dat die Aadam
vrijwillig is gegaan. Ik geloof dat hij gestuurd is door zijn extremistische
oudere broers en hun aanhang. Zo van;
‘Als je toch al
verloren bent door de onheilige verbintenis met een ongelovige hond; offer
jezelf dan maar op in een stompzinnige oorlog in naam van en uit liefde voor
jouw voormalige geloofsbroeders. Sterf maar beest met een bommengordel en neem
zoveel mogelijk varkens in je terroristische aanslag mee!’
Hier wordt Thea
grijnzend in de rede gevallen door Bink:
‘En als
afstraffing voor zijn homoseksualiteit volgt dan voor Aadam de hel in de vorm
van een dozijn meidenmaagden na de zelfmoordactie!’
‘Jij zegt het’,
mokt Pim en tegen Thea snauwt hij.
‘Jij voelt je wel
verheven boven Beau en mij zeker?’
‘Er is allang
geen Beau en jij meer pap’, antwoordt Jasmijn voor Thea.
Pim schiet van de
Chaise Longue af en blaast zijn borstkas op voor het directe oog van zijn
dochter in de knalgele fauteuil van Designonstock.
‘Is dat de
oorzaak van dit hele kinderspel!? Wil je dat beweren!? Zijn de ouders weer de
schuld!? Hebben pappie en mammie niet genoeg aandacht gehad voor Jasmijntje
poppedeintje en Melvin de pelvis!?’
Pim schreeuwt en
Jasmijn verstopt haar hoofd in haar armen. Het schouwspel draagt wat Thea
betreft bij aan het waarheidsgehalte van haar zojuist gerecapituleerde
psychologische wijsheid dat boosheid hetzelfde is als machteloosheid.
Ondertussen komt Bink in actie. Hij blaast weer leven in de joint uit de
marmeren vulva met behulp van de tafelaansteker in penisvorm en begeeft zich
voor de woedende Pim die zich, door de broer van zijn 2de echtgenoot Femke, met
een tikje tegen zijn borst terug achterover in de chaise longue laat duwen. Het
stickie drukt Bink in de onwillige rechterhand van Pim.
‘Neem een heis en
relax zwager’, beveelt hij nichterig.
‘Homo’, scheldt
Jasmijn nadat ze weer enigszins tot rust gekomen is.
‘Klopt’,
antwoordt Bink en hij knipoogt naar Thea.
‘Je zou niet
denken dat dit schatje ook bij mij in loondienst is, toch Thea?’
Thea schrikt.
Jasmijn kijkt betrapt weg.
‘Bedoel je dat
Jasmijn net als Melvin voor Gspot Gigolo werkt?’
‘Als
administratieve hulp’, zegt Jasmijn rap met de bedoeling om haar stiefoom voor
te zijn.
‘Nou, hulp, hulp.
Je doet de complete administratie zelfstandig’, bromt Pim nog na sudderend van
zijn meest recente uitval, maar desondanks niet zonder trots.
‘Ik help Bink
toch’, snibt Jasmijn.
Ze zoekt met
niemand oogcontact. Thea vindt dat Jasmijn zich vreemd gedraagt. Zelfs voor
haar abnormale doen.
‘Ja, dat klopt;
je helpt me van de wal in de sloot.’
Bink hangt weer
tegen de schouw aan. Uit zijn toon en houding maakt Thea op dat hij dit keer
niet grappig probeert te zijn.
‘Misschien moest
ik maar eens opstappen. Mijn taak hier zit erop’, kondigt Thea voorzichtig aan.
Ze draait haar
bovenlichaam een halve slag en zoekt steun aan de leverkleurige, kalfslederen
leuning met de bedoeling om zich zo elegant mogelijk uit de kussens van de
chaise longue te bevrijden. Plotseling werpt Jasmijn zich op als gastvrouw
‘Ik zal je even
uitgeleide doen!’, roept ze gretig naar Thea.
‘Jij blijft toch
nog even?’, vraagt Bink dwingend aan Jasmijn. Hij glimlacht fijntjes bij zijn
bevel.
‘Moet ik ook
blijven?’, wil Thea van Jasmijn weten als ze eindelijk weer met beide
instappers op het wafelparket staat.
‘Nee, joh ben je
gek’.
Dan realiseert
Thea zich dat Jasmijn haar liever kwijt dan rijk is en haar van het ene op het
andere moment zo snel mogelijk de deur uit wil werken. Ook goed. Dan moet ze
het zelf maar weten. Thea steekt haar hand uit naar Bink.
‘Dus ik kan erop
vertrouwen dat jullie gezamenlijk Melvin over weten te halen om aangifte te
doen?’
‘Zeker, ook bij
de vreemdelingen politie’, belooft Bink met een ironische ondertoon, terwijl
hij haar hand drukt.
Dan laat hij los
en salueert met begeleiding van de woorden:
‘Voor volk en
vaderland!’
‘En natuurlijk
voor jezelf’.
‘Jawohl’.
‘Ja, omdat je nu
ook weet wie de afpersers zijn.’
De opmerking is
bedoeld als een hekkensluiter van Thea, maar Bink houdt haar tegen aan haar
bovenarm. Hij kijkt haar indringend aan.
‘Afpersers?’,
herhaalt hij gealarmeerd.
De sfeer in de
huiskamer bevriest. Jasmijn zit vast in een houding waarin ze bijna lijkt flauw
te vallen. Geërgerd rukt Thea zich los uit de schouderklem van Bink en helpt
hem vinnig herinneren:
‘Je wordt toch
afgeperst door de daders van de ranselpartij? Ze hebben de mobiel van Melvin
met privé gegevens van deze escortservice in hun bezit?’
‘Hoe weet jij
dat?’, wil Pim vanaf de chaise longue van Thea weten.
Hij klinkt al een
stuk vreedzamer. Hij lurkt dan ook onophoudelijk aan de joint. Bij wijze van
antwoord gebaart Thea in de richting van Jasmijn die weer op haar plekje in de
knalgele fauteuil van Designonstock zit en doet of haar neus bloedt.
‘Interessant
Thea’, merkt Bink op.
‘Ja, zeker’, moet
Thea bekennen.
Ze dwingt
zichzelf om diep in te ademen zodat ze effectief met cynisme verder kan
reageren:
‘Temeer als je
bedenkt dat met die afpersing bewezen wordt dat jij mijn 12jarige zoon dus
onterecht beschuldigd hebt. Walter is geen
crimineel.’
Thea refereerde
naar de opmerking van Jasmijn tijdens dat laatste onverwachte bezoek bij haar
thuis in de woonkeuken. De bekentenis van Jasmijn dat Walter hoe dan ook onder
vuur stond, had haar niet los gelaten. Bink zou in eerste instantie haar
bloedeigen Walter hebben verdacht van chantage praktijken voordat de
homofobische moslims in beeld kwamen. Want Bink werd gechanteerd. Hij werd
uitgemaakt voor kinderverkrachter en hoerenloper. Thea was niet op de hoogte
van het fijne van de chantagepraktijken, maar Bink had nogal wat te verliezen
als de privégegevens van zijn escortservice op straat kwamen te liggen. Walter
zou de administratie van Gspot Gigolo theoretisch in zijn bezit kunnen hebben,
omdat de laptop met belangrijke gegevens over de klandizie van de escortservice
door toedoen van Melvin na een inval van de politie tijdelijk bij Thea in huis
in veiligheid werd gebracht. Walter heeft toen, mede onder druk van zijn
nieuwsgierige moeder, de laptop gehackt. Kleine moeite om het bestand dan even
op een usb-stick te zetten natuurlijk. Maar waarom zou Walter? Om zijn
overbuurman geld af te troggelen met dreigementen? Dat moest haast wel. Hoewel
de mobiel van Melvin ook nog niet terecht was. Melvin was zijn telefoon
kwijtgeraakt toen hij tijdens de bewuste horrornacht door een groepje mannen
met een achtergrond van niet Nederlandse origine in elkaar geslagen werd. Uit
de informatie op de mobiel van Melvin viel natuurlijk net zo goed te putten uit
een lading vertrouwelijke informatie over de klanten van Gspot Gigolo waar
iemand met kwaad in de zin U tegen zegt. Dus bij nader inzien was Walter toch
niet de chanteur. Of wel? Jasmijn stak haar hand voor Walter in het vuur. Maar
ze was ook niet te beroerd geweest om de naam van Walter in de groep te gooien
alsof hij toch op één of andere manier bij de zaak betrokken was. Ze had
twijfel gezaaid. Beschamende twijfel van een moeder over haar zoon.
Na haar
blitzbezoek in de woonkeuken van Thea toentertijd, had Jasmijn haar hielen
amper gelicht of Walter kwam de keuken binnen wandelen en vroeg terloops:
‘En?’
‘Dus?’
‘O, nee niks.’
‘Hoezo niks?’
‘Nee, ik zie het
al.’
‘Wat zie je al?’
‘Dat het niks
geworden is.’
‘En waaraan kan
de grote meneer Walter dan wel niet zien of iets al dan niet iets geworden is
als ik vragen mag?’
‘Soms ben je echt
raar mam!’
‘Hoezo soms?’,
vroeg Sabine die net op dat moment de bijkeuken verliet en zichzelf de leukste
thuis vond.
‘Heeft ze het
niet gekocht?’
‘Wie?’
‘Die Eskimo in
dat witte jack.’
‘Ze heet
Jasmijn’, legde Thea uit.
‘Koekkoek’,
antwoordde Walter, terwijl hij niet begrijpend naar de lichtgevende
Tinkiewinkie in de originele verpakking op de keukentafel wees.
‘Fuck, de koper
is niet op komen dagen. Ik stuur haar even een mailtje’.
Sabine praatte in
zichzelf
‘Jasmijn is de
zus van Melvin’, hield Thea in het belang van heldere onderlinge verhoudingen
vol.
‘Ik wist niet
eens dat Melvin een zus had’, beweerde Walter.
En weg was hij
weer. Thea keek hem na vanaf haar zithouding. Veel tijd om zich met de praktijken
van haar 12 jarige zoon bezig te houden had Thea echter niet, want de klant van
Huiswerksterk zat in de bijkeuken in zijn eentje te niksen.
Pas de volgende
morgen, in de nasleep van de ochtendstress, dacht Thea weer aan wat Jasmijn
beweerd had. Tijdens het puinruimen in de slaapkamer van Walter vond ze in zijn
sokken lade een bundeltje bankbiljetten bijeengehouden met een elastiekje. Ze
woog het pakketje in haar handpalm. Legde het terug en nam het weer op, terwijl
ze associaties kreeg met het pak geld dat ze Melvin ooit in zijn bezit zag
hebben toen hij zijn poeplap trok en de beruchte manchetknopen bij haar
afrekenden. Thea kon niet zeggen of de geldbundel gisteren ook al tussen de
sokkenbolletjes verstopt was en zo ja waarom het pak briefjes haar eerst niet
en nu dus wel was opgevallen. Misschien omdat ze een dag geleden nog niet wist
dat ze haar zoon in de gaten moest houden. Dat ze zijn gangen na moest gaan.
Vierentwintig uur geleden wist Thea nog niet waar ze op moest letten. De
opmerking van Jasmijn over de verdenking van Bink had Thea hyper alert gemaakt.
Het verschil was dat het geldplakje van Melvin op het eerste oog uit een samen
geperste hoeveelheid van alleen maar briefjes van 50 euro leek te bestaan en
dat van Walter uit een dertigtal 5 en 10 eurobiljetten. Met trillende vingers
telde Thea het geld. De uiteen gevouwde biljetten vleide ze één voor één op het
donsdekovertrek van Toy Story. Buzz Lightyear en Woody staarden haar nog steeds
bijna levensgroot even vriendelijk aan als 6 jaar geleden. Hun beeltenis was
valer geworden door de ontelbare was- en droogtrommelbeurten van het overtrek.
Walter was inmiddels allang over zijn Toy Storyfascinatie heen gegroeid. Thea
was er gewoon nog niet toe gekomen om de overtrekken te vernieuwen. Met een
brok in haar keel kwam ze tot het slotsom dat het elastiekje een bedrag van 200
euro bij elkaar had gehouden. Hoe kwam Walter aan dat geld? Bevreemd keek Thea
om zich heen naar de spullen in de slaapkamer van haar zoon. Ze zag een
gamecomputer met drie schermen op zijn bureau en een sterrenkijker bij het
raam. Ze herkende een elektrische gitaar naast het bed en een collectie games
in de schappen van een toonkast en verder keek ze naar nog veel meer dingen die
ze echter met de beste wil van de wereld niet kon thuisbrengen. Wanneer was ze
opgehouden om haar zoon te zien? Elke dag, de hele week door, liep ze deze
slaapkamer in en uit. Ze trok het donsdeken recht, verzamelde de
rondslingerende was, de vuile vaat en de vergeten etensresten. Ze voelde en
besnuffelde zijn af- of aanwezigheid om zich heen, controleerde zijn huiswerk
en hield zijn cijfers bij op Magister. Zijn spullen evenwel gingen haar bevattingsvermogen
te boven. Ze waren te technisch en hoorden in het kamp van Bart en zijn
ondoorgrondelijke, magische computerwereld. Geen beginnen aan. Thea deed niet
eens moeite, want ze kende Walter toch wel door en door. Tot voor kort, want
ineens was Thea de weg kwijt en was de inrichting van de slaapkamer van haar
zoon veranderd in het interieur van een afperser. Met knikkende knieën en een
knoop in haar maag stond Thea op van het bed en deed een paar passen naar het
raam dat aan de straatkant uitkeek op het huis van de overbuurman oftewel op
het hoofdkantoor van Gspot Gigolo onder leiding van Bink: de stiefoom van
Melvin en Jasmijn. Hoe groot was de kans dat Walter het bestand van de
bedrijfslaptop van Bink, die Melvin tijdelijk in bewaring van Thea had gegeven,
niet gehackt en op usbstick gezet had? Wie garandeert dat slimme kinderen hun
hersens altijd voor de juiste keuzes pijnigen?! Hoe veilig is de uitdaging van
het gevaar in de handen van losbollige
jeugdigheid? Of was Walter natuurlijk niet de onbezonnen jonge hond die hij
gezien zijn leeftijd eigenlijk zou moeten zijn? Thea kende hem toch. Haar
computerheld en techneut in de dop. Net als zijn vader altijd bezig met het
repareren, herstellen, verbeteren of slopen van apparaten in huis. Of het nou
om een oude radio, televisie of een bandrecorder ging; Walter zat er met zijn
neus bovenop en zoog de kennisoverdracht van Bart op als een spons. Thea hoorde
het Jasmijn nog zeggen:
‘Maak je nou niet
sappel Thea, Walter is geen crimineel. De bedreigingen zijn van dien aard…Dat
verzin je niet als normaal mens. En al helemaal niet als puber.’
En dat was nou
net het probleem; dat Walter niet voor een gemiddelde puber door kon gaan. Net
als Melvin overigens. En Sabine. Zelfs zoals Jasmijn niet gangbaar puberde. In
haar tijd.
HOOFDSTUK 29
Na 2 maanden was
Thea de kwakzalverij van haar non conformistische huisarts zat. De slaolie,
vaseline, uierzalf en roomboter probeersmeersels op het eczeem rond de lippen
van Walter deden niets meer dan irriteren. Thea zou zich niet meer laten
afschepen en stond vanaf nu op haar patiënten recht. Bij haar eerstvolgende
consult met Walter zou Thea een medicinale zalf eisen. Geen huis- tuin en
keukenmiddeltjes meer. Ze bleef niet voor niks uit principe ver bij de
plaatselijke reformwinkels vandaan. Tot haar verbazing stuitte ze op geen
enkele weerstand van een mannelijke medicus die de familiehuisarts vanwege
zwangerschapsverlof verving. Hij kwam, zag, overwon en schreef een recept voor
waardoor het eczeem in een stroomversnelling – als sneeuw voor de zon - volledig
verdween. Na het drie maal daags opbrengen van een wonderzalf had Walter na een
week al weer een stralende teint en een huid zo zacht en glad als zijn
babybilletjes van 9 jaar geleden. Je zou je bijna afvragen waarom de crème niet
simpelweg in de supermarkt te koop was. Gewoon uit het schap van de
schoonheidsartikelen naast de Luizafix. Vraag en aanbod om de farmaceutische industrie wat minder vrij spel
te gunnen.
‘Een kwestie van
tijd’, voorspelde de apotheker, waarna hij in één adem vroeg of Thea de 39 euro
en 50 centen voor de wonderzalf wilde pinnen.
‘Het is weer voor
niks’, verzuchtte Thea terwijl ze een vijftig eurobiljet uit haar portemonnee
besloot aan te breken.
‘En ik ga ook
niet meer naar de luizencontrole’, waarschuwde Walter alvast als een volstrekt
onlogische directe reactie op zijn eczeemervaring.
Desondanks gaf
Thea hem groot gelijk.
‘Mijn zegen heb
je.’
Ook omdat bij
Sabine op dat moment weer luizen
geconstateerd waren tijdens de luizencontrole die dit keer in groep 6 onder
supervisie van meester Joep gehouden was. Hij nam telefonisch contact op met
Thea om haar de slechte mare persoonlijk over te brengen.
‘De nieuwe kleren
van de keizer’, vond Thea droog.
‘Ik heb de luizen
toch zeker zelf gezien, Thea’, volhardde meester Joep manmoedig.
Hij bleef wel
joviaal. Dat moest Thea meester Joep nageven. Een aimabele man in de dop.
‘Bij Sabine in
het haar?’, vroeg Thea achterdochtig.
‘Ja, ja, maar zij
is niet de enigste hoor.’
‘Nou daar ben ik
blij om, dat Sabine niet de e n i g
e is’, antwoordde Thea met de klemtoon
op enige.
‘Ik zag een stuk
of vier luizen achter haar oren en ook een paar neten’.
‘Ja, dat zeg ik,
de nieuwe kleren van de keizer’, herhaalde Thea niet meer gek te krijgen.
‘Dat wordt kammen
Thea’, vermaande meester Joep.
‘Nou, praat me er
niet van.’
Hierna volgde een
beladen stilte die eindeloos leek te duren. Uiteindelijk besloot Thea om de
verstandigste te zijn en het pijnlijke gat te verzachten door te reageren uit
piëteit met die onnozelaar van een meester Joep:
‘Of ik gebruik
Luizafix.’
‘Ja, maar dat
schijnt heel moeilijk te krijgen te zijn volgens de apotheek van de moeder van
Fransje.’
Daar de moeder
van Fransje een vooraanstaand
Wielewaalster en opperouder heette te zijn, zou zij waarschijnlijk een apotheker uit de wijk in
vertrouwen hebben genomen over het luizenprobleem bij haar dochter. Zo zij haar
vuile was überhaupt al had buiten gehangen. Wat
huis- tuin en keukenproblemen betrof was de Wielewaalwijk precies een
opperouderreservaat, waarin vrouwen zoals de moeder van Fransje zich vrijwillig
distantieerden van de boze, infectieuze buitenwereld. En de wijk bij
basisschool De Wielewaal telde geen Kruidvat, Etos of Trekpleister. Alleen een
COOP, wat buurtcafeetjes en een apotheek dus.
‘Je moet niet
alles geloven wat de moeder van Fransje zegt Joep’, schamperde Thea.
‘Dat doe ik ook
niet!’, sputterde meester Joep zwakjes tegen.
‘En al helemaal
niet wat de apotheker van de moeder van Fransje zegt.’
Meester Joep
produceerde een zenuwachtig giebellachje dat Thea gemakshalve maar interpreteerde
als een aanmoediging om verder te praten.
‘Luizafix is
toevallig niet bij de COOP te koop nee, maar wel bij verschillende andere
supermarkten, drogisterijen en andere apothekers dan de medicijnman van De
Wielewaal. Maar als de moeder van Fransje omhoog zit, kan ze altijd bij mij een
flaconnetje komen afhalen. Tegen dubbele betaling uiteraard.’
De moeder van
Fransje heette Evelien en ze was een soort Marit (de bekrompen moeder van
Luna), maar dan nog snobistischer. Als je Evelien moest geloven dan had haar
man een dik betaalde overheidsbaan in Den Haag. Volgens Evelien verdiende hij
zoveel dat zij de kinderbijslag voor Fransje eigenlijk maar een overbodige luxe
vond. Tenminste dat probeerde ze Thea wijs te maken toen ze Fransje op kwam
halen op die ene, enkele keer dat haar
dochter zich verwaardigd had om bij Sabine thuis in de achterstandswijk te
komen spelen.
‘Ik vind dat je
best aardig woont hier. Het is wel een afbraakwijk zo te zien. Maar je hoeft je
helemaal niet te schamen. Trouwens, ik kom zelf dan ook uit een
arbeidersmilieu, dus ik ben wel wat gewend. Als je toch bedenkt dat onze ouders
gelukkig waren met niks, terwijl wij in De Wielewaal zoveel luxe kennen. En dan
ook nog kinderbijslag? Van mij hoeft die overheidssteun niet. Een beetje teveel
van het goede.’
‘Weet je wat? Dan
stort je de kinderbijslag iedere kwartaal toch op mijn rekening! Of nog mooier;
op de bankrekening van een goed doel naar eigen keuze’, smaalde Thea
minachtend.
Het dedain van
vrouwen zoals Marit en Evelien zette wat Thea betreft meteen de vijandige toon
voor de toekomstige verstandhouding. Thea vond Evelien een salon socialiste en
andersom was Evelien net iets te vol van zichzelf om zich serieus met Thea
bezig te kunnen houden. De enige vrouw waar Evelien echt tijd en aandacht in
investeerde was zij zelf. Gevoed door haar man. De forens. Een charlatan die
zich voor liet staan op zijn verdiensten. Zijn vrouw hoefde niet buitenshuis te
werken. Geld verdienen mocht nooit de ambitie van zijn trofee in het centrum
van zijn prijzige herenpand in een vooraanstaande wijk worden. Desalniettemin
aquarelleerde Evelientje niet onverdienstelijk, maar vooraleerst was het
vrouwtje een eerste klas echtgenote en volbloed moeder met de perfecte man en
verder nog allerlei hoogstaande vrije tijdsbestedingen waaronder Fransje; hun
enige kind, liefdesbaby en evenbeeld. Ze was een buitenbeentje; die mooie meid
van hen. Want zo slim, zo apart, zo pienter, zo geprogrammeerd voor het gymnasium;
daar kon geen doorsnee Sabine uit een afbraakbuurt tegenop. Sabine was echter
niet onder de indruk van de genialiteit van Fransje. Die zogeheten
superioriteit boeide haar niet. Na die eerste en tevens laatste speeltry-out
aan huis liet ze het prinsesje dan ook links liggen. Hoe durfde Sabine? Fransje
was eerst! Dus als de luizen aantoonbaar in de lange, blonde slierten van de opgedofte
Fransje huisden; dan moest de gedegradeerde Sabine met haar ongestijlde
krullenbos wel de oorzaak en dus hetzelfde lot beschoren zijn. En zo niet dan
toch door een naïeveling als meester Joep in het complot te betrekken.
Niet Fransje,
maar Miranda zou dan ook bij Sabine komen spelen in de namiddag van de dag van
het luizenalarm. Zoals wel vaker. Volgens afspraak nam Thea het meisje na
school in de auto samen met Sabine en Walter mee naar haar huis. Ze kreeg pas
de kans om de moeder van Miranda – Dolly – in te lichten over de vermeende
luizen, nadat het kwaad eventueel al geschied was. Dolly kwam Miranda – stipt
op het afgesproken tijdstip - weer ophalen.
‘Er zijn een hoop
kinderen die ik verdenk van luizen, maar niet Sabine’.
Dolly klonk
overtuigd.
‘Maar meester
Joep heeft ze met eigen ogen door haar haren zien struinen!’
De cynische
ondertoon van Thea sprak Dolly wel aan:
‘Hij is wel echt
een jong gastje die Joep. Volgens mij laat hij zich helemaal overheersen door
van die ouders op De Wielewaal die het hoog in hun bol hebben’.
Dolly mocht dan
hoegenaamd geen studiehoofd zijn, maar naarmate Thea haar vaker sprak, leerde
ze dat de moeder van Miranda evengoed een uitgesproken mening over De Wielewaalpopulatie
had. Ze was wat radicaler, maar de raakvlakken met de aversies van Thea logen
er niet om. De boute uitspraken van Dolly in een mengelmoes van gesocialiseerde
streektaal, alom gebezigde clichés, besmettelijke cafépraat en geniale taalvondsten
werkten verfrissend op de vermoeiende nuances die Thea voortdurend op haar
eigen malende hersenspinsels afvuurde. Toch was Dolly alles behalve een
toegankelijke jonge vrouw. Met een flinke dosis argwaan hield ze iedere
nieuwkomer op afstand van haar
behoudende bubbel. Daar Thea, in tegenstelling tot de opperouders, echter geen
enkele behoefte voelde om zich met de
wereld van de moeder van Miranda te bemoeien, voelde Dolly zich niet bedreigd
door de moeder van Sabine. Verder was Dolly niet bezig met de opleiding of de
toekomst van Miranda. Ze leefde in het hier en nu en wist zich in gezelschap
van de ouders van De Wielewaal geen houding te geven. Om indruk te maken
schermde ze constant met holle frases over rigide, conservatieve
opvoedingsstrategieën. Van horen zeggen. Voornamelijk van haar ouders die zelf
ook nooit extreem genoeg waren geweest in de strenge opvoedingsleer, maar die
nu wel deden alsof. In de hoop om hun losgeslagen dochter Dolly enigszins in
het gareel te kunnen houden. Uit angst voor de kinderbescherming en uit eigen
belang, want in werkelijkheid konden de vader en moeder van Dolly zich de ware
opvoeders en verzorgers van hun kleinkind Miranda noemen.
De ouders van
Dolly huurden al meer dan 30 jaar een rijtjeshuis net aan de rand van De
Wielewaal. Dolly was in de wijk opgegroeid in een periode waarin basisschool De
Wielewaal nog niet in een opgewaardeerde buurt stond. Voor een korte maar
heftige relatie met de vader van Miranda vertrok ze tijdelijk naar een andere
arbeiderswijk. Totdat de macho met zijn losse handjes de tienermoeder Dolly
linea recta terug naar haar ouderlijk huis sloeg. Al drie maanden na de
geboorte van Miranda. Zo kwam Miranda – net als haar tienermoeder Dolly vroeger
- ook op basisschool De Wielewaal terecht. Opa en Oma woonden immers nog altijd
in de wijk en Dolly wist niet beter. Pas sinds kort had Dolly weer een eigen
huurhuis in een nieuwbouwwijk net buiten de stad. Net op tijd als je het Thea
zou vragen, want Dolly was duidelijk ver over de helft van haar 2de
zwangerschap van een Marokkaanse jongen deze keer. Na haar recente verhuizing
was het niet in Dolly opgekomen om Miranda van De Wielewaal af te halen. Opa en
oma woonden immers in de buurt en Dolly hield zich verder niet bezig met het
aanzien van De Wielewaal dat in de loop van de jaren dus aanzienlijk gestegen
was. Haar eerste echtgenoot en de vader van Miranda was een Antilliaan.
Katholiek van huis uit. Vandaar die communiebruidsjurk van Miranda destijds,
want ondanks de scheiding van tafel en bed waren Dolly en haar eerste liefde
altijd vrienden gebleven.
‘Maar nou ben ik
katholiek en moslim tegelijk’, openbaarde Miranda aan een groepje
ongeïnteresseerde kinderen op de speelplaats van De Wielewaal.
Alleen de
Marokkaanse Zarah uit de combinatieklas 6/7 had zich aangesproken gevoeld.
Vanaf het vertrek van Sabine naar de andere, complete groep 6 op De Wielewaal
had Zarah al moeite met de steeds hechter wordende band tussen haar voormalige
hartsvriendin en Miranda. Maar de nieuwbakken islamitische stiefvader van
Miranda wierp een ander licht op de zaak. Zarah zag zich wel legitiem verbonden
in een innige vriendschap met een halve moslima en dan kon ze Sabine ook gewoon
blijven zien zonder dat mama Dalila al te veel religieuze obstakels opwierp. De
moslima’s en de katholieken waren immers evenredig verdeeld in deze vers
beklonken drie-eenheid. Het gaf een mooi plaatje, maar dat was uiterlijke
schijn. Miranda en Zarah vlogen elkaar constant in de exotische, zwarte haren
en dan werd Sabine geacht om als intermediair
op te treden. Ze had sneller genoeg van haar rol als vredesduif dan ze
aan zichzelf wilde toegeven. Zo ging Sabine in de loop van de vriendschap
tussen het drietal ook steeds minder enthousiast bij 1 van de 2 spelen.
Zarah en haar
zussen hadden inmiddels een halfbroertje verwelkomd en alles draaide thuis om
moeder Dalila en haar vierde kind. Makin de inhalige. Makin was weliswaar een
nakomertje, maar wel de eerste zoon des huizes. Moeder Dalila had eindelijk een
man gebaard. Pottenkijkers waren niet
welkom. Desondanks hadden de oma van Zarah - tevens kraamverzorgster van Dalila
- samen met de vader van Makin – alias de tandarts van Nederlandse origine -
nog net genoeg gevoel voor decorum om af en toe ook eens gastvrij te zijn.
Zeker richting de vriendinnetjes van Zarah met het oog op de goede sier voor de
opperouders van De Wielewaal.
Voor Sabine had
het niet gehoeven. Ze hobbyde liever een hele middag samen met Walter thuis,
onderwijl met een half oog naar herhalingen van herhalingen op Nickelodeon
kijkend, dan dat ze een half uur lang doodstil met de hele familie van Zarah
naar ‘Goede Tijden, Slechte Tijden’ moest turen. De soap was ook niet aan
Miranda besteed die de voorkeur gaf aan spelletjes op haar IPhone, maar
daarvoor geen toestemming kreeg van Dalila. De moeder van Zarah dus. Vanaf haar
sofa in de huiskamer traineerde de kraamvrouw in haar hagelwitte peignoir de
binnenboel. Haar oudste dochter vijlde de teennagels van Dalila aan het
voeteneind. Dalila waande zich Lalla Salma; de Marokkaanse prinses. Bij elk
teken van leven door de babyfoon naast de centrale breedbeeld t.v. schoot de
tandarts uit zijn zithouding en snelde naar de babykamer. Sabine kreeg de baby
echter amper te zien. De hoop om hem ooit een flesje te mogen geven liet ze
varen. Makin was een ‘Hadiat Allah’ – een geschenk van Allah - dat beschermd
moest worden tegen het boze oog. Op advies van een hoofddoekmama van De
Wielewaal had Thea dan ook een amulet voor de pasgeboren Makin aan Dalila
geschonken. Thea dacht een kraamcadeau naar traditioneel Arabisch gebruik
cadeau te doen vanuit een goed hart. Maar daar was Sabine niet mee geholpen.
Het lukte het 10jarige kind gewoonweg niet om zich zonder voorkennis foutloos
aan de huisregeltjes van Dalila aan te passen. Ze voelde zich constant door alle huisgenoten op de vingers gekeken
en spreekwoordelijk getikt. Behalve door Zarah zelf die eigenlijk ook liever
het ouderlijk huis van Sabine bezocht.
Op den duur kwam
ook Miranda veel meer de kant van Sabine uit, omdat ze thuis om de haverklap op
een lel tegen haar achterhoofd kon rekenen van moeder Dolly. Overigens zonder
enig effect. Zelfs Sabine liet zich na een poosje niet meer uit haar evenwicht halen
door de onberekenbaarheid van de moeder van Miranda. Vreemd genoeg kwam Zarah
ook nooit bij Miranda thuis over de vloer. Ondanks dat de stief moslimpapa van
Miranda hartstikke halal was. Wie weet bleef Zarah weg omdat haar nieuwe
geloofsgenoot net zo goed voor een bruuske bodybuilder door kon gaan die kleine
kinderen hoofdzakelijk met zijn dikke, gespierde nek aankeek, als voor een
begripvolle vriend van de islam. Maar naar alle waarschijnlijkheid had de
schitterende afwezigheid van Zarah toch nog het meeste van doen met de
pitbullachtige hond in de bench in de huiskamer van Dolly, Miranda en hun mega
moslim. De niet gesocialiseerde Stattfordshire bulterriër gedroeg zich
inderdaad als een gevaar voor de buitenwereld. Op last van de politie en uit
voorzorg droeg het beest daarom een muilkorf als Miranda en Sabine de hond
aangelijnd uitlieten op het enige hondenuitlaatveldje dat de nieuwbouwwijk
telde. Soms liet Miranda het wilde dier los. Tegen uitdrukkelijk verbod van
moeder Dolly. Daarna kon ze het doorgedraaide projectiel niet meer te pakken
krijgen en sloofde Sabine zich maar weer uit, omdat ze toch niks beters te doen
had. Ze hield vol totdat ze het monster terug onder controle had. Ondertussen
hing Miranda in de touwen van de buurtspeeltuin. Thuisgekomen van een bezoek
aan Miranda of Zarah kroop Sabine weleens bij Thea op schoot en liet haar
tranen de vrije loop. Dat deed ze anders nooit.
Thea nam expres
een beetje afstand van Dolly en haar vooropgezette mening over luizenkinderen
‘Ach, ik weet niet of je aan de buitenkant
kunt zien of een kind al dan geen luizen heeft’, waarschuwde Thea half gemeend.
In de nabijheid
van de jeugdige moeder van Miranda voelde Thea zich meestal verstijven. Ze werd
een beetje truttig. De tattoos irriteerden haar. Ze zag een doorboord bloedend
hart op de bleke, pezige linker bovenarm van Dolly; een donkerpaarse roos op haar
rechteronderarm en een permanent aangebrachte zwarte schakelketting om haar
kippenhalsje. Dolly kauwde onophoudelijk en luidruchtig op bubblegum waarmee ze
volhardend grote bellen probeerde te blazen tot ze in haar gezicht kapot
klapten en een roze vliesje over haar sensuele mond en het puntje van de neus
achterlieten. Met haar lange, versierde glitter nagels peuterde ze het velletje
los en propte het terug tussen haar gestifte, volle lippen. Ze had een rij
tanden die veel te recht en wit was om waar te zijn; een achterdochtige lach en
haviksogen. Thea zou niet graag ruzie met Dolly krijgen.
En terecht.
Illustrerend voor het explosieve karakter van Dolly was een voorval dat een
jaar eerder had plaats gevonden op De Wielewaal. De opperouders spraken maanden
naderhand nog schande over het incident. Zelfs de kinderen van De Wielewaal
konden zich het gebeuren bij navraag nog helder voor de geest halen. In het
voorlaatste schooljaar had een groepje jongens uit de toenmalige groep 8
namelijk een filmpje van Miranda online gezet. Aan de achtergrond van de
opnames was duidelijk te zien dat Miranda op het speelplein van De Wielewaal
stond. Nou ja, stond. Miranda maakte vreemde bewegingen met haar bekken als in
een soort regendans van een indianenstam. Ze was aan het twerken. Ze was toen 9
jaar oud.
‘Het was haar
eigen schuld. Ze stond zo gek te wiebelen in de pauze’, oordeelde Walter.
‘Miranda staat
altijd te twerken op het speelplein. Dat moet ze toch zelf weten sukkel!’.’
In die periode
was Sabine nog niet bevriend met Miranda en Thea was trots op de loyaliteit met
geslachtsgenoten van haar dochter.
‘Doet er niet
toe!’
Ondanks de
fierheid greep Thea wel in, omdat ze geen zin had in bekvechterij. Sabine en
Walter lieten elkaar niet uitpraten en struikelden over de eigen zinnen nadat
ze het hoge woord met een hoop herrie hadden weten te bevechten. Het was een
kwestie van een paar seconden voordat de ander de één, of de één de ander, weer
in de rede viel. Thea drukte haar handen tegen haar oren. Ze wilde maar 1 ding
en dat was nou onderhand weleens weten waarom de gangen en de speelplaats van
De Wielewaal gonsden van de geruchten over Dolly, de moeder van Miranda. Zonder
de uitweidingen en oninteressante details waarmee haar kinderen normaliter
nogal scheutig waren in hun dagelijkse verslaggeving van de actuele
ontwikkelingen op de basisschool.
‘Dat doet er wel
toe. Miranda stond zich de hele tijd aan te stellen. Ze ging niet weg ook. Ik
zag de jongens spuwen en duwen. Niks hielp. Ze bleef maar terugkomen. Ze liep
die jongens overal achterna. Zodra ze ergens op het speelplein stopten dan
begon zij weer stom te dansen’, legde Walter aan Thea uit.
‘Dus toen hebben
die jongens een twerkende Miranda gefilmd met een IPhone en online gezet en
toen?’
Thea probeerde
een uitvoerig verhaal kort te maken,
want het hele filmpje van 30 seconden was nog geen uur online geweest. Echter
lang genoeg om onder de ogen van Dolly te komen. Des duivels schijnt ze geweest
te zijn. Met een doelgerichte missie stormde Dolly, op dezelfde dag als van de
lancering van het filmpje, briesend het gebouw van De Wielewaal binnen en
stevende linea recta op het lokaal van groep 8 af. De lessen waren in volle
gang. De toenmalige juffrouw Marijke van groep 8 stond net met de rug naar de
klas toe en deed iets met het digibord. Ze had te laat in de gaten dat Dolly
zich een weg naar de wouldbe cineasten baanden om nog tijdig voor haar
leerlingen in de bres te springen. Dolly wist precies waar ze wezen moest en
wie de boosdoeners waren. Types met een hoge sociale intelligentie, zoals Dolly, voelen dat soort wetenswaardigheden
feilloos aan. Op zich al bewonderenswaardig genoeg. Vond Thea. Dolly greep de
centrale vlerk bij zijn sweater en trok hem half uit zijn bank. Haar
vuurspuwende ogen bracht ze tot vlak bij het lijkbleke gezicht van de jongen.
Hij sidderde van ontzag hoewel hij minstens een kop groter was dan de
petieterige moeder van Miranda. Zijn opgeschoten vriendjes zaten in hun bank
vast genageld en vreesden het ergste. Miranda ging wat zeggen. Heel hard. Er
kwam ook een speekseldouche mee, terwijl ze in het gezicht van het jongetje
schreeuwde.
‘Dat filmpje is
met ingang van nu meteen van het internet verdwenen! Gesnopen!?!’
Iedereen had het
begrepen. En Dolly was dan misschien niet de meest subtiele persoonlijkheid die
Thea tot haar kennissenkring mocht rekenen; ze had in ieder geval karakter. De
rest is bijzaak.
‘Heeft Sabine
luizen dan?’, vroeg Dolly op een provocatieve toon om haar punt over hygiëne duidelijk te maken.
‘Nee.’
‘Nou dan. Heb je
sommige kinderen hier op De Wielewaal weleens bekeken? Hoe die stumperds erbij
lopen? Afgedragen kleren. Niet meer normaal. Ik zou me kapot schamen als mijn
kind in zulke lompen rondliep. En met scheuren ook. Echte scheuren, geen
prefab. En smerig. Niet gewassen, niet lekker fris. Maar jij lijkt me best wel
zo’n schone moeder. Tenminste als ik zo naar Sabine kijk. Haar kleren zijn heel
en ik zie geen vieze vlekken. Ja, ik heb zelf net zo goed smetvrees hoor. Ik
moet niet hebben dat Miran luizen krijgt met dat afrohaar van d’r. Daar krijg
jij geen luizenkam doorheen. Ik was het haar ook iedere dag. Dat begrijpen ze
hier niet op De Wielewaal, dat Miran daarom weleens te laat is. Ik vind schoon
gewoon heel belangrijk. En ik woon ook niet meer naast de deur. Mijn pa en ma
wel. Vroeger was het hier nog gezellig. Blij dat ik weg ben. Ik heb als kind
ook op De Wielewaal gezeten. Nou dat is mooi ook niet meer hetzelfde. Ik ben
hier opgegroeid. Toen was het hier veel leuker. Gemoedelijker. Mensen onder
elkaar. Nou vangen mijn pa en ma Miran
op tussen de middag en zo. Want dan ben ik poetsen. Want ik zit in de
schoonmaak en denk maar niet dat ik me daarvoor schaam. Ja, nou effe niet meer
totdat de kleine er is. Want ik houd me wel rustig zodat alles goed gaat met de
bevalling natuurlijk.’
‘Ja, natuurlijk’,
suste Thea geruststellend, omdat ze het gevoel had dat Dolly continu verhuld om
bevestiging vroeg.
Als dat alles was
wat Dolly van haar wilde, dan zag Thea geen enkel bezwaar om haar tegemoet te
komen. Maar er was meer. Laat op de avond na de schooldag waarop meester Joep
met eigen ogen luizen in het haar van Sabine had zien rondspoken en Miranda die
middag na school was komen spelen, ging de vaste telefoon. Het was Dolly. Ze
klonk verwilderd en daardoor heel dichtbij. Alsof Thea haar beste vriendin was.
‘Sorry dat ik zo
laat bel, maar mag ik jou wat vragen?’
‘Miranda heeft
toch zeker geen luizen?’, schrok Thea.
‘Wat? Nee, maar
ik breng net ons Miran naar bed en ze was weer goed vervelend, je kent dat wel.
En ja, toen zag ik dat ik vanmorgen was vergeten om haar Ritalin te geven. Ons
Miran heeft gewoon geen baat bij Ritalin. Maar ja, zonder komt er weer een hoop
gezeik op school. Kan ik de klok op gelijk zetten. Goed, ik hoef jou niet te
vertellen dat ons Miran ook niet op
medicijnen zit te wachten. Ik ben er zelf trouwens net zo goed geen voorstander
van. Ze verandert toch een tijd lang in een
zombie door die troep. Maar goed, blah, blah, blah; ons Miran begint dus
te grienen. Helemaal overstuur. Schijnt meester Joep vandaag in de klas tegen
ons Miran gezegd te hebben dat als ze niet inbindt dat ze dan van school wordt
gestuurd. En ik weet ook wel dat Miranda geen lieverdje is, maar ze is toch ook
geen satan?! Dus zij begint hardop in de klas te huilen en toen heeft meester
Joep heel pesterig gezegd dat ons Miran moest kappen met piepen en dat ze
anders maar weer fijn achter zijn rug om naar d’r moeder moest roepen.’
‘Och, ik hoor het
hem zeggen’, dacht Thea geprikkeld, terwijl ze gelijktijdig zo diplomatiek
mogelijk op Dolly reageerde.
Uit eigen belang.
Ze had al genoeg aan haar eigen beslommeringen met de opperouders en daardoor
met de leerkrachten van De Wielewaal.
‘Wat erg, maar ik
kan me gewoon niet voorstellen dat Joep zulke uitspraken doet tegen een kind.’
Thea loog dus
bewust in de hoop om niet bij de wantoestand betrokken te raken. Ze twijfelde
niet aan de misstap van Meester Joep. Natuurlijk was hij zijn boekje veel te
ver te buiten gegaan, maar Thea wist uit ervaring hoe extreem irritant Miranda
negenennegentig procent van de tijd kon zijn. Ze was een luidruchtig kind dat
overal in huis nadrukkelijk aanwezig was als ze met Sabine kwam spelen. Een
game hield ze nooit langer dan 2 minuten vol en tijdens het buiten spelen was
Miranda binnen de kortste keren afgeleid door vanalles en nog wat. Op straat
sprak ze iedereen aan; rende op elke hond af; denderde door het verkeer en stak
de druk bereden wegen over, zonder op of om te kijken. Ze had het uiterlijk van
een getint meisje in een bananenrokje uit zo’n verkeerde vintagereclameposter
van weleer. Ze was beeldschoon en bewegelijk als een slingeraapje. Een
woelwater met een rijke emotionele belevingswereld die ze obsessief deelde met
iedereen die maar bereid was om te luisteren, maar ook met hen die niet wilden horen.
Zij moesten maar voelen dat Miranda aandacht nodig had. Immer, onvergankelijk
en duurzaam. Op een willekeurige woensdagmiddag dook Miranda met Sabine in de
make-uplade van Thea. Miranda had weliswaar netjes om toestemming gevraagd aan
de moeder van Sabine, maar dat betekende niet dat het resultaat Thea niet deed
betreuren dat ze die oude meuk niet allang in de kliko gemieterd had. De
10jarige Sabine leek wel 16 en de even oude Miranda kon zo doorgaan voor een
meerderjarige Playboybunny.
‘Ik word later
namelijk visagiste’, maakte Miranda een overdonderde student van Huiswerksterk
ongevraagd deelgenoot van haar gekkigheid.
De hele middag
probeerde de arme dertienjarige puber namelijk al tevergeefs om zijn continu op
rood springende gezicht te redden en het opgewonden standje dat constant kwam
storen te negeren. Thea stond op om Miranda voor de 10de keer in 2 uur tijd de
bijkeuken uit te werken:
‘Nou ga je spelen
met Sabine of ik breng je zo terug naar je opa en oma’, dreigde ze met tegenzin, want Thea
verloor niet graag haar geduld en daarmee de controle over de dagelijkse gang
van zaken.
‘Sorry, mag ik
een banaan?’, vroeg Miranda bij het zien van de gevulde fruitmand op de
keukentafel bij haar doorgang naar de huiskamer onder begeleiding van Thea.
‘Neem maar gauw’,
gaf Thea toe.
Ach Miranda had
toch liever een mandarijn. Nee een peer. Of een appel? Een sinaasappel. Of een
kiwi? Nee, een appel toch liever. Of toch een banaan? Sabine kwam net van het
toilet af en liep niets vermoedend de keuken in.
‘Vanaf nu wil ik
niet meer gestoord worden Sabine’, beet Thea haar dochter toe.
Ze had meteen
spijt. Sabine kon met haar 10 jaar aan levenservaring nooit verantwoordelijk
geacht worden voor het tomeloze gedrag
van haar vriendinnetje. Ondanks het onterechte standje van Thea, zocht Sabine,
met een vingerwijzing naar Miranda en een wanhoopsblik in haar zwaar bewerkte
make-up ogen met nepwimpers, toch nog steun bij haar moeder. Uiteraard wist het
overbelaste kind ook niet wat ze met Miranda aan moest. Was Ronnie maar bij
haar. Dan zou de schmink tenminste clownesk en leeftijdsgetrouw geweest zijn.
Niet levensecht en bevreemdend zoals nu. Alsof Sabine een oppermoeder van De
Wielewaal moest voorstellen die met een versteend vingertje de schuld op een
ander schoof.
‘Je mag niet
wijzen, zegt mijn moeder altijd’, pruilde Miranda.
Haar voelsprieten
stonden op scherp. De banaan schikte ze terug op de fruitstapel.
‘Ik zal niet meer
storen’, beloofde Miranda ineens flink van haar stuk gebracht.
‘Ik kan er niets
aan doen dat ik druk ben. Ik heb ADHD.’
‘Neem je Ritalin
dan ook in’, mopperde Sabine aan het einde van haar Latijn.
Thea schoot haar
dochter te hulp:
‘Je moet gewoon
luisteren Miranda. Dat kun je. Dat hebben jouw opa en oma mij zelf verteld. En
ik wil niet dat je iedere keer zomaar de bijkeuken komt binnenstormen. Ik ben
aan het werk. Misschien kun je wat make-up artikelen uitzoeken voor jezelf
Miranda. Die mag je mee naar huis nemen. Gratis.’
‘Nee, dat hoeft
niet mama van Sabine.’
Miranda hield
haar handen op de rug en staarde Thea heel zedig aan. Het engeltje.
‘Doe nou maar
wel. Zoek maar uit wat je kunt gebruiken en nou de keuken uit. Hup, hup, ik
wil jullie voorlopig niet meer zien en
horen.’
‘Die make-up is
best wel uitgedroogd en ouverwetst’, legde Miranda onverstoord uit.
‘Nou dan neem je
geen make-upartikelen mee naar huis, maar ga wat doen!’, riep Thea vertwijfeld
uit.
‘Zullen we
trampoline gaan springen’, stelde Sabine voor.
De trampoline was
al jaren haar toevluchtsoord bij onoplosbare problemen. Miranda negeerde het
voorstel van haar vriendin, maar vroeg liefjes aan Thea:.
‘Mag ik mama
tegen jou zeggen?’
Thea kreeg
wurgneigingen. In een gemiddelde maand brachten tientallen kinderen en jongeren
in de leeftijd van 8 tot 18 een bezoek aan haar huis. Via Huiswerksterk, of
door afspraakjes met Sabine of Walter. Ze kwamen, hingen rond, struinden in
haar achtertuin, childen in de huiskamer, bezochten en besmeurden haar toilet,
aten mee met de lunch of het warme avondeten, werkten zoveel snacks weg dat
Thea de bevoorrading niet meer kon bijbenen en vertrokken daarna ook – gelukkig
- weer naar huis. Al dan niet voldaan en
in allerlei soorten en maten. Sommige waren minder leuk gezelschap; anderen
vormden een verrijking van de dag. De meesten dreven met de stroom mee. Maar
dit mooie kind; dit open meisje met de taalvaardigheid van een disjockey of een
rapper, dreef Thea tot innerlijke uitersten. Het overgrote deel van de tijd
voelde Thea gedurende de luidruchtige aanwezigheid van Miranda de behoefte om
het kind lichamelijk in bedwang te houden. Nog nooit had Thea een klap
verkocht, of de wens gehad om iemand in elkaar te rammen. Hoe langer evenwel de
overweldigende presentie van Miranda, hoe sterker bij Thea het verlangen om het
10jarige meisje te slaan. Met haar vlakke hand in het onnozele kindergezichtje,
of met een mattenklopper op haar zitvlees. Thea schrok van zichzelf. Miranda
werkte op haar zenuwen. Het meisje drukte precies de verkeerde knoppen bij Thea
in. En met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet alleen bij Thea. Dat
besef. De realisatie van de wrevel die Miranda bij volwassenen opwekte, deed Thea
letterlijk ineen krimpen van wroeging over haar ressentiment jegens dit kind in
de leeftijd van haar eigen dochter. Bovendien placht Sabine zich met hart en
ziel in de strijd te werpen voor haar schoolvriendin en vooral tegen de
kritische kijk van haar moeder en de buitenwacht op Miranda. Nodeloos te
vermelden dat Miranda geen gewenste klasgenote was voor de kinderen van de
opperouders. Ze zou het prestatieniveau van de groep naar beneden halen door
haar voortdurende geschreeuw om aandacht. Maar Sabine vond vooral de
ongedwongen sfeer die Miranda met haar afwijkende gedrag wist op te roepen
interessant. Miranda won Sabine voor zich door bijvoorbeeld tijdens een dictee ineens achter haar stoel
te gaan staan, omdat ze niet meer wilde zitten. Ze had kramp in haar
bilspieren. Met de beste wil van de wereld kreeg meester Joep haar niet meer
terug op haar zitplaats, waardoor hij uiteindelijk zijn geduld verloor. Dan
deed meester Joep domme dingen die een onderwijzer onwaardig waren. Zoals het
breken van potloden, het gooien met krijtjes of het opzetten van een keel.
Gevolglijk kroop Miranda angstig – en soms gillend - onder de tafels weg.
Panisch probeerde meester Joep haar het lokaal uit te werken zonder lichamelijk
te worden en dus strafbaar te zijn, maar Miranda weigerde om de klas te
verlaten. Later in het schooljaar betrad een beheerste Jeewee – waarschijnlijk
op telefonische hulproep van een geagiteerde Joep - tijdens zo’n noodgeval
regelmatig de ruimte om Miranda onder zijn hoede mee naar zijn groep 8 te nemen.
Het sprak voor de professionaliteit van meester Jan-Willem dat hij een type als
Miranda in een handomdraai getemd had. Probleemloos liet hij Miranda in zijn
lokaal, vol met verder alleen maar 8ste
groepers, een volledig dagdeel rekenen of taalopdrachten maken. Gewetensvol en
mak als een lammetje keerde Miranda terug naar haar groep 6 van meester Joep
waar ze net zo makkelijk wederom luidruchtig werd als het haar uitkwam. Haar
schrille lach schaterde ongeremd en luidkeels, bij voorkeur op de verkeerde momenten,
door de didactische experimenten van meester Joep heen. Miranda knakte
bedrijvig haar vingers tijdens het voorleesuurtje; gaf ongevraagd commentaar op
instructies bij de gymles en greep iedere gelegenheid op school aan om op alle
slakken zout te leggen. De opperouders pikten het zo niet langer meer. Hun
kinderen vertelden thuis over die vermakelijke Miranda waarmee hun ouders
anders niet konden lachen. Selectief hoorden zij alleen de stoorzender die
Miranda welhaast in de les moest zijn. De druk op meester Joep nam toe. Het
mocht toch niet zo zijn dat de ADHD van Miranda het prestige van De Wielewaal
onderuit zou halen.
Thea maakte zich
ook zorgen. Maar niet om de reputatie van De Wielewaal, want als die af zou
hangen van de geestestoestand van maar één enkele leerlinge dan was het
evenwicht op de basisschool sowieso gedoemd om op de korte termijn volledig
door te slaan in de eigen ondergang. Niettemin vond Thea de aanpak van meester
Joep toch ook niet om over naar huis te schrijven en met Miranda erbij dreigde
het 6de schooljaar van haar dochter uit de hand te lopen in een giga chaos. Als
het dat al niet was. In deze moest Thea de opperouders, zij het met tegenzin,
dus wel gelijk geven.
‘Ondervind je
geen hinder van Miranda?’, vroeg Thea daarom bezorgd aan Sabine.
‘Miranda is leuk.
Door Miranda is het minder saai in groep 6’, haastte Sabine zich om haar moeder
te overtuigen.
‘Nog minder saai!
En als meester Joep niet meer weet hoe hij rekenen of taal uit moet leggen dan
gingen jullie al wat leuks doen’,
schertste Thea quasi lichtvaardig.
‘Meester Joep
weet veel van geschiedenis en aardrijkskunde’, gaapte Sabine.
‘Wie zegt dat;
meester Joep zelf zeker?’
‘Weet ik niet’,
bekende Sabine betrapt.
Wilde Thea de
loyaliteit van haar dochter dus niet compleet verspelen, dan zat er voor haar
niets anders op dan op alle fronten haar fatsoen te bewaren. Met betrekking tot
Miranda lukte dat alleen door uit een reserve dosis geduld te putten. Maar die
noodvoorraad was op die bewuste woensdagmiddag ook op.
’Je hebt een
keuze Miranda; óf je gaat nu trampoline springen met Sabine óf ik bel je moeder
uit haar middagdutje en dan ga je maar in de voortuin op haar staan wachten,
want dan eis ik dat ze je meteen komt halen!’ sliste Thea tussen haar
samengeknepen kaken.
Je zult maar te
maken hebben met een kind dat echt ADHD heeft. Thea was geen deskundige, maar
volgens haar kwam de opstelling van
Miranda toch akelig dicht in de buurt van abnormaal. Alhoewel de
dreiging van de voortijdige komst van haar moeder alleen al genoeg was om
Miranda in het gareel te krijgen. Alsof er een lichtschakelaar in haar hoofd
werd aangeklikt. Zo snel veranderde Miranda van een orkaan in een briesje.
Bekoeld richtte ze zich dan ook tot Sabine:
‘Zullen we de
make-up van ons gezicht halen?’
‘Ook goed’,
schokschouderde Sabine lusteloos en ze trok Miranda mee aan haar bovenarm op
weg naar de badkamer.
De moeder van
Miranda aan de andere kant van de telefonische verbinding reageerde fel op het
uitgesproken ongeloof van Thea:
‘Ja hoor eens, ik
kan me ook niet voorstellen dat meester Joep tegen een leerlinge zegt dat ze
naar haar moeder moet rennen om uit te huilen, maar Miranda zweert van wel. Op
haar opa en oma – mijn pa en ma - zweert
ze. Nou, dat wil wat zeggen! Dat doet ze echt niet zo maar. Dan weet ik zeker
dat ze niet liegt. Kan jij aan Sabine vragen of zij iets gehoord heeft vandaag
op school? Sabine zit bij Miran in een groepje vooraan in de klas. Sabine is
trouwens ook haar enige vriendin. Ik ben wel blij dat ze nou eindelijk iemand
heeft op De Wielewaal. Helaas zit ze tijdens de overblijf, tussen de middag,
nog wel elke dag op school drie kwartier in haar eentje achter in een hoekje
van het trappenhuis of op de toiletten.
‘Zarah is toch
evengoed een nieuwe vriendin van Miranda? Zij gaat ook op iedere schooldag naar
de overblijf. Miranda hoeft zich dus helemaal niet van de andere
overblijfkinderen af te zonderen tussen de middag. Ze kan gewoon het gezelschap
van Zarah opzoeken.’
Thea wist niet
hoe snel ze de boot af moest houden. Ze moest er niet aan denken om Miranda
elke schooldag van De Wielewaal tussen de middag bij haar thuis op te moeten vangen. Alleen
maar omdat het kind gepest werd en de bijbeunende dames van de overblijf hun
werk niet serieus genoeg namen om een verwaarloosd 10 jarig meisje niet dag in
dag uit over het hoofd te zien. Dalila had Thea in het vorige schooljaar al
getrotseerd met haar eis om 2 van haar meiden voor een prikkie tussen de middag
mee naar huis te nemen. Nou Dolly nog.
‘Ja maar met
Zarah ligt Miran nogal eens overhoop heb ik al gehoord. Die twee bekvechten wat
af. Water en vuur en waar 2 vechten zijn 2 schuld. Dus niet alleen Miranda
maakt ruzie, maar ze krijgt wel altijd de schuld op De Wielewaal. En als dan
zo’n Joep zegt dat Miranda van school gestuurd gaat worden nou dan heeft ie aan
mij een kwaaie.’
‘Allicht, maar
dat ‘van school sturen’ dat slaat echt nergens op Dolly. Ze kunnen Miranda heus
niet zomaar afdanken bij De Wielewaal, want dan heb jij altijd nog de macht om
naar de media te stappen. Naar ‘Hart van Nederland’ of zoiets. Dan moet jij
eens opletten wie er wint.’
‘Is dat echt
zo?’, vroeg Dolly met een trillend stemmetje.
‘Jazeker, maar
dat moet je niet willen; al dat gedoe. Je kunt ook uit jezelf naar een andere
basisschool op zoek gaan. Bijvoorbeeld in de wijk van je nieuwe huis.’
‘Dat durf ik
niet. Denk ik.’
‘Tuurlijk wel;
gewoon doen. Dat recht heb je. Elke basisschool is tegenwoordig verplicht om
kinderen uit de nabije buurt voorrang te geven op leerlingen van veraf bij het
aannamebeleid.’
‘Hoort De
Wielewaal dat dan niet te regelen?’
‘Ze doen wel meer
niet wat eigenlijk wel zou moeten bij De Wielewaal, sprak Thea.
‘Da’s waar’,
grinnikte Dolly.
Na een kort
herstelmomentje hernam Dolly het woord weer en vroeg nogmaals:
‘Maar zou jij
voor nou even aan Sabine willen vragen of ze vandaag meegekregen heeft dat Joep
tegen Miranda gezegd heeft; dat als ze
niet inbindt dat ze dan van school wordt gestuurd en; dat ze moest kappen met
piepen en; dat ze anders maar weer fijn achter zijn rug om naar d’r moeder
moest rennen en bij mij dus uit moest gaan janken?’
De bimbam in de
huiskamer sloeg 10 keer en overstemde de reactie van Thea. Na de laatste bam
herhaalde ze haar antwoord:
‘Als het goed is
dan ligt Sabine allang op één oor.’
‘Kijk effe!’,
drong Dolly aan.
Thea twijfelde
voor de schone schijn. Sabine sliep nog niet. Dat wist Thea ook wel. Het
regelen van een kindvriendelijk slaapritme was een enorm struikelblok voor
Thea. Bart noch zij speelden het voor henzelf nauwelijks tot nooit klaar om
voor 1 uur ’s nachts onder het dons te kruipen. Laat staan dat ze de kinderen
met de regelmaat van de klok naar bed brachten. Uitschieters waren eerder regel
dan uitzondering. Bart was meestal nog met allerlei klusjes in huis bezig en
Thea deed na het avondeten het immer achterstallige huishouden. Zo vergeet men
de tijd. Zo erg zelfs dat Sabine en Walter zich steeds vaker vrijwillig in hun
slaapkamer terugtrokken op een schappelijk avonduur. Desondanks was het
sporadische slaapgebrek van de Sabine en Walter dus de schuld van Bart en Thea
die zich er wel voor waakten om hun onverantwoordelijke gedrag met wie dan ook
te delen. En mocht het onderwerp ‘bedtijd’ ooit ter sprake komen tijdens het
kringgesprek op school, dan was het maar te hopen dat de onuitgeslapen kinderen
van Bart en Thea hun mond niet voorbij zouden praten.
Sabine zat
rechtop in bed over haar IPad gebogen.
‘Ga jij eens
slapen, kleine meid’, begon Thea, terwijl ze de IPad onder de neus van Sabine
vandaan schoof.
‘Heb je je tanden
gepoetst.’
Er kwam geen
antwoord, zoals altijd wanneer Sabine niet durfde te liegen, maar ook de
waarheid weigerde te benoemen. Thea boog zich voorover; drukte een kus op de wang van haar dochter.
Sabine hield haar adem in, want haar moeder snoof gevaarlijk dicht in de buurt
van haar gesloten lippen.
‘Ik ruik geen
tandpasta, wel mandarijntjes’, drong Thea aan.
‘Ik ga al!’
Met een zucht
liet Sabine haar adem gaan en sloeg het donsdeken van zich af.
‘Wacht, ik wil
wat weten. Heb jij vandaag meegekregen dat meester Joep tegen Miranda uitviel?’
Sabine zat op de
rand van haar bed:
‘Meester Joep
valt iedere dag tegen Miranda uit’, zei ze laconiek.
Thea nuanceerde
de vraag.
‘Heb jij hem
vandaag horen zeggen dat Miranda maar naar haar moeder moest rennen en bij haar
moest gaan uitjanken?’
‘Nee, maar hij
zou het hebben kunnen zeggen’, bekrachtigde Sabine de gedachten van haar
moeder, terwijl ze naar haar wastafel liep om haar tanden te poetsen.
‘Ja, dat dacht ik
ook al. Maar dat ga ik natuurlijk niet aan de neus van de moeder van Miranda hangen.’
Door de spiegel
boven de wastafel keek Sabine haar moeder met opgetrokken wenkbrauwen en grote
ogen aan. De rumoerige elektrische tandenbostel in haar mond weerhield haar verder van mondeling
commentaar.
‘Als ik jou was
dan zou ik gewoon een gesprek met de directrice – Willy Bakbruin – aanvragen
Dolly, want Sabine heeft niks gehoord’, pufte
Thea, nog nahijgend van het trappen lopen, beneden door de hoorn van de
vaste huistelefoon tegen Dolly.
‘Ja, dan weet ik
toch nog niks’, zuchtte Dolly ongedurig.
‘Sorry’, zei Thea
kortaf.
‘Ja, nee, maakt
niet uit. Jij kunt er ook niks aan doen. Moet ik er nou vanuit gaan dat Miranda
liegt? Ik heb namelijk zo’n gevoel dat ze helemaal niet liegt.’
‘Daarom zeg ik,
vraag een gesprek aan met Willy’, hield Thea vol.
‘Niet met Jade?
Zij is toch interne coördinatrice?’
Dolly was al
bijna overtuigd.
‘Ja, dat klopt,
maar ik heb niks met Jade’, gaf Thea met tegenzin toe.
Dolly hoefde niet
alles van haar te weten.
‘O, ik heb juist
niks met Willy. Maar Jade ken ik al van de tijd dat ik zelf nog op De Wielewaal
zat. Ze is toen zelfs mijn juf geweest in groep 4. Dus ik ga liever naar Jade.’
‘Nou dan doe je
dat’, moedigde Thea de moeder van Miranda opgelucht aan. Het zou nog beter zijn
als Dolly een klacht indiende. Linea recta bij de algemeen directeur van de
stichting waarbij De Wielewaal was aangesloten. Maar een simpele aanvraag tot
een gesprek met Jade – de interne coördinatrice van De Wielewaal - door een
moeder van een lagere orde zou ook al heel mooi zijn. Al was het alleen maar om
de essentie van een basisschool weer even te benadrukken. En de basis van een
lagere school is niet het docententeam; ook niet het opperouderbestand, maar
het recht op onderwijs van elk Nederlands kind. Zodat een overbelaste,
willekeurige, weldoenster, met hier toevallig de naam Thea, niet nog langer
gekunsteld, gedwongen en onbetaald verantwoordelijk werd gehouden voor het
welbevinden van een wervelwind als Miranda die niet eens haar eigen vlees en
bloed is.
Een tijd lang
bleef Thea in het ongewisse over daadkracht van Dolly. De schoolweken vloeiden
in een rap tempo in elkaar over en Thea had alleen contact met de opa en oma
wanneer Miranda en Sabine met elkaar afspraken. Pas 2 weken na de grote
zomervakantie kreeg Thea zekerheid over dat waar ze al zo’n vermoeden van had.
Namelijk dat Dolly en zij, ondanks de evidente verschillen in karakter,
intellect, interesses en leeftijd, toch 1 essentiële eigenschap gemeen hadden.
Noem het bezieling, doorzettingsvermogen of wilskracht. Of eenvoudigweg de
motivatie om van elke situatie – hoe hopeloos ook - het beste te willen maken.
Van het begin tot het eind. Zonder aan opgeven te denken of een hysterisch
aanval te krijgen.
Miranda was na de
zomervakantie niet op school verschenen. Ze was niet blijven zitten in groep 6,
want Walter belandde in het nieuwe schooljaar bij juffrouw Marijke in deze klas
en hij wist van niets. In groep 7 van De Wielewaal was Miranda ook niet terecht
gekomen. In het verse schooljaar was de combiklas 6/7 opgeheven en was er voor
elke lichting nog maar 1 klas. Er was dus maar 1 groep 7 en maar 1 groep 8.
Beide groepen afzonderlijk telden 35 kinderen. In de nieuwsbrief van De
Wielewaal gaf Willy Bakbruin te kennen dat deze klassen door hun grootte
weliswaar ín de gevarenzone kwamen, maar dat zij met deze ‘risicoverhoogde status van zowel groep 7 als
8’ aan de slag zou gaan. Met name voor ‘haar’ docenten. Ouders moesten daarbij
in hun verwachtingspatroon naar de directie toe echter niet vergeten dat Willy
Bakbruin en haar onderdanen ook maar de dupe van de bezuinigingen van de
overheid waren. Willy Bakbruin roeide met de riemen die ze had. Zodoende kwam
Sabine weer bij Sarah, Luna en Mathilde het huilmeisje niet te vergeten in de
klas. Ook nog steeds bij Ronnie, maar Miranda was nergens te bekennen.
Nieuwsgierig stuurde Sabine een appje aan haar vriendin om te vragen waar ze
bleef.
‘Ik hoef nooit
meer naar school’, appte Miranda terug.
In werkelijkheid
had Dolly het advies van Thea om met de directie van De Wielewaal te gaan
praten niet naast zich neer gelegd. Tegen de algehele verwachting van haar
asociale voorkomen in. Het gesprek was er gekomen. Aanvankelijk zelfs niet
alleen met Jade de interne coördinatrice, maar ook met Willy Bakbruin; de
directrice van De Wielewaal.
‘Kom even binnen
en vertel’, drong Thea aan.
Dolly kwam
eigenlijk alleen maar Miranda ophalen van een rondje spetteren en spatteren in
het opklapbare familiezwembad in de achtertuin bij Sabine. Het zou achteraf
bezien de laatste keer zijn dat Miranda op bezoek kwam. Thea was er nooit
rouwig om geweest.
‘Is goed, maar
dan haal ik wel even de baby uit de auto.’
Het pasgeboren
jongetje zat vervoersveilig vastgesnoerd in een buggy. Het was een blakend
mannetje dat zich vloeiend en geruisloos van de bijrijdersstoel naar de
keukentafel liet verplaatsen. Hij bleef onverstoorbaar tevreden doezelen met zijn armpjes losjes over de
veiligheidsgordels op het buikje en het geplooide kinnetje op zijn mini
borstkastje. Over pak weg 85 jaar zou hij op precies dezelfde manier in zijn
schommelstoel ergens op de wereld op een veranda in de zomerzon van een
middagdutje genieten. Haastig regelde Thea 2 mokken koffie. Het was een lome
nazomerdag in september. Scholieren moesten nog bekomen van de grote vakantie
en dat betekende stressloze Huiswerksterk klanten. Op die bedoelde woensdag had
Thea zelfs de tijd aan zichzelf. De kinderen hielden zich zoet in de
zonovergoten achtertuin. En Dolly moest sowieso wachten, want Miranda was – hoe
kon het ook anders – nog niet aangekleed. Konden ze net zo goed effe een bakkie
doen.
‘Bikini uit,
afdrogen en aankleden Miran’, commandeerde Dolly.
Bij het zien van
haar moeder schoot Miranda het opklapbare zwembad uit en rende naar de
badkamer.
‘Je hebt haar
goed gedrild’, complimenteerde Thea.
‘Iemand moet het
doen’, grapte Dolly, terwijl ze achter de keukentafel aanschoof en een slok
koffie nam zonder te blazen.
Thea was verrast
door het gevoel voor humor van de moeder van Miranda. Toch verging het lachen
Thea al heel snel gedurende het beluisteren van de uitkomst van het gesprek van
Dolly met de directie van De Wielewaal. In de loop van het verslag van Dolly raakte
Thea zelfs in alle staten en liet zich, uit een universeel
rechtvaardigheidsgevoel, bijna blindelings de barricades opjagen van
verontwaardiging.
Omdat Dolly een
tweede kindje verwachtte en naar een nieuwbouwwoning verhuisd was buiten de
wijk, zou er in het nieuwe schooljaar geen plaats meer op De Wielewaal zijn
voor Miranda.
‘O nee? Nou,
vertel mij dan maar eens waar Miranda dan moet blijven!’, had Dolly, tot groot
genoegen van Thea, van directrice Willy Bakbruin geëist.
Enerzijds uit
onvermogen en machteloosheid. Anderzijds uit
provocatie. In haar achterhoofd wist Dolly wel degelijk waar de schoen
wrong. Zonder twijfel mede onder invloed van Thea die de vage vermoedens van de
moeder van Miranda een kader had gegeven door het verwoorden van haar alom
beruchte allergische reacties op de Wielewaalcultuur. Door haar snedige
uitspraken, kritische mailtjes en onverschrokken optreden had Thea kennelijk
Dolly gesterkt in de overtuiging van haar gelijk. Van het feit dat haar kind,
haar Miranda, het bestaansrecht had om niet te min, niet te lastig, niet te
veeleisend, niet te druk en nog veel meer wel te zijn op De Wielewaal. Jade de
interne coördinatrice nam Dolly een momentje apart. Weg van directrice Willy en
haar onvermogen om met de directe manier van reageren van deze voormalige
tienermoeder om te gaan. En Jade kende Dolly uit het verleden toen ze nog een
kneedbaar, volgzaam en manipuleerbaar meisje uit een arbeidersmilieu was in
groep 4 van De Wielewaal. Een basisschool die toentertijd in een opmarswijk
heette te zijn.
‘Lieve Dolly, je
kiest zelf hoe je over deze situatie denkt, begon Jade, nog altijd in de rol
van basisschooljuf.
‘Huh? Jullie
regelen toch zeker wel een nieuwe
basisschool voor Miranda als ze hier niet kan blijven!? Van mij mag ze hier
blijven. Dan gaat ze tussen de middag gewoon naar mijn pa en ma. Zij wonen hier
nog steeds aan de grens van de wijk. Dus ik zie het probleem niet. Ik kwam
praten over meester Joep van groep 6. Joep is het probleem en niet Miranda.’
De interne
coördinatrice wees naar de toen nog zwangere buik van Dolly.
‘Schopt hij al?
Mag ik voelen?’, vroeg ze vertederd.
‘Doe maar effe
niet’, weerde Dolly haar oude schooljuf geërgerd af.
‘Je houdt wel een
beetje vast aan negativiteit, vind je niet Dolly?’, snibde Jade beledigd maar
liefjes.
‘Bij welke
basisschool kan ik me melden?’
Jade herstelde
zich, trok haar gezicht in plooi en deelde onomwonden haar boodschap aan Dolly
mee:
‘Bij De Klaproos
is Miranda van harte welkom’.
‘De Klaproos? Dat
ligt toch aan de rand van de stad? Dat is nog verder bij De Wielewaal vandaan
dan mijn nieuwe woning? Dan kan Miranda net zo goed hier op de school blijven?
Qua afstand en zo, bedoel ik?’
Een klasgenootje
van Walter zou met ingang van het nieuwe schooljaar ook naar De Klaproos gaan.
Het was een school voor moeilijk lerende kinderen die met extra aandacht en
persoonlijke begeleiding gesteund
werden. Thea vond De Klaproos helemaal geen slechte optie voor een kind
als Miranda, maar zij was Dolly niet. Je kunt als directie van De Wielewaal op
ouders inpraten. Je kunt ze adviseren, maar je kunt geen keuzes aan wie dan ook
opdringen. Dat was echter wel wat
directrice Willy Bakbruin en Jade de interne coördinatrice van De Wielewaal bij
Dolly van het begin van het gesprek af aan van plan waren geweest. Door de
moeder van Miranda De Klaproos in de maag te spitsen was een probleemleerlinge
op De Wielewaal geruimd en dat stond netjes.
Dolly bood wel
iets meer weerstand dan Jade in de gauwigheid had ingeschat. De interne
coördinatrice van De Wielewaal besloot het gesprek met Dolly over een andere
boeg te gooien.
‘Luister eens
Dolly; Joep is niet het probleem hier. Miranda is onhandelbaar en meester Joep
kan niet zeggen of hij Miranda in groep 7 nog wel aankan. Hoe hoger de kinderen
komen op de basisschool, hoe groter de leerdruk. Miranda is een bijzonder
meisje en heeft daarom speciale aandacht nodig. Trouwens, het hoeft toch
helemaal geen probleem te zijn dat De Klaproos ver van De Wielewaal verwijderd
is? En jouw vader en moeder hebben een auto dus ze kunnen haar nog steeds
makkelijk opvangen tussen de middag en na school op doordeweekse dagen als jij
moet poetsen. Heerlijk toch. Zie het als een cadeautje.’
Met
plaatsvervangende schaamte herinnerde Thea zich het relaas van Sabine op de dag
na het paniekerige telefoontje van Dolly waarin ze meester Joep zei te
verdenken van een agressieve aanpak van haar dochter in de klas. Tijdens de
eerstvolgende les had meester Joep zich verraden. De rusteloze dader was linea
recta terug naar de misdaadplek gekeerd. Meester Joep liep naar het groepje van
Sabine en Miranda. Met de hele klas als getuige wendde hij zich tot Miranda en
begon als een kip zonder kop op haar in te praten:
‘Ik heb niet
gezegd dat jij naar je moeder moest rennen om uit te huilen toch Miranda? Dat
heb ik niet gezegd toch? Heb ik gezegd dat jij naar je moeder moest rennen om
uit te huilen Miranda? Nee toch! Dat heb ik niet gezegd toch?, herhaalde
meester Joep wel honderd keer volgens het geheugen van Sabine.
Suf
geïndoctrineerd schudde Miranda ten langen leste van nee. Ze ging
waarschijnlijk overstag omdat ze haar Ritalin die dag niet was vergeten.
Ondertussen deed
Dolly aan de keukentafel van Thea verslag van hoe zij eerder tegen Jade - de
interne coördinatrice van De Wielewaal - was uitgevallen.
‘Een cadeautje?
Een school voor moeilijk lerende kinderen? Sinds wanneer is Miranda moeilijk
lerend? Ze heeft ADHD. Ik vind haar trouwens totaal niet onhandelbaar en
moeilijk lerend is ze ook niet volgens de moeder van Sabine. En zij kan het
weten, want zij heeft een huiswerkbureau!’
Met groeiende
trots genoot Thea van Dolly’s levendige manier van vertellen. Nooit had ze een
oordeel gegeven over de leerprestaties van Miranda, maar ze vond het prima om
als dekmantel te dienen voor de verdediging van Dolly. Voor zover Thea kon
inschatten zou Miranda het VMBO zeker aankunnen. Ze moest alleen niet al te
veel beren op haar weg naar de top tegenkomen. Storende factoren. Bijvoorbeeld
in de hoedanigheid van directrice Willy Bakbruin , Jade de interne
coördinatrices, of meester Joep. Maar dat gold eigenlijk voor alle leerlingen
wereldwijd.
‘Dat is oordelen,
wat je nu doet, Dolly’, had Jade uit het veld geslagen gepruild.
Dat Jade niet
alleen Thea tot uitersten dreef met haar platitudes. bleek wel uit het laatste
woord hierover van Dolly.
‘Miranda gaat
niet naar De Klaproos en daarmee uit. En hoezo denkt Joep dat hij Miranda in
groep 7 niet meer aankan? Dat hoeft toch ook niet? Hij staat in groep 6! Niet
in groep 7. Trouwens Jan-Willem zegt altijd tegen mij dat hij helemaal geen
problemen heeft met Miranda. En Jan-Willem staat in groep 8. Hoger kan niet op
de basisschool. Dus als Miranda naar een andere basisschool moet omdat jullie
haar niet aankunnen, of omdat ze nu niet meer officieel in deze wijk woont, dan
regel je maar een normale, andere basisschool. Niks moeilijk lerend. Geen
Klaproos! Ik hoor het wel!’
‘En toen?’
Thea moedigde
Dolly aan, omdat ze dreigde stil te vallen.
‘Niks’,
antwoordde Dolly.
‘Hoezo niks?’
‘Ze hebben niks
meer van zich laten horen van De Wielewaal.’
Van pure
verbijstering zat Thea tijdelijk om woorden verlegen.
‘Ja, en ik moest
bevallen dus ik was effe uit de roulatie’, vervolgde Dolly.
Die bevalling was
nog geen 5 weken geleden. Theoretisch gezien zat Dolly nog in de kraamtijd,
maar dat was haar niet aan te zien. Ze leek herboren. Fris en klaar voor de
start.
‘Zo’n kind poep
je er zo uit’, pochte ze.
‘Jij misschien’,
hikte Thea spottend in het licht van de vacuüm extractie bij Sabine 10 jaar
eerder en de keizersnee waardoor Walter 11 maanden later op de wereld was
gekomen.
Het halfbroertje
van Miranda werd Damian genoemd.
‘Logisch’, vond
Thea toen ze het geboortekaartje las.
Kevin had ook nog
gekund. Of Roy. Thea kocht een rompertje met opdruk voor Damian en gaf het
cadeautje ingepakt na een speelbezoekje aan de ophaal-oma van Miranda voor
moeder en kind mee.
‘Wat is het?’,
wilde Miranda weten, terwijl ze het pakketje, in zachtblauw pakpapier met witte
wolkjesopdruk, in haar handen woog.
‘Een blauw
rompertje met opdruk’, wist Sabine.
‘Wat voor een
opdruk?’
Dat was Miranda
weer.
‘Een leuke
spreuk.’
‘Wat is een leuke
spreuk?’
‘You can’t scare
me. I have a big sister’, antwoordde Thea na een korte denkpauze, waarin ze
zich het opschrift voor de geest moest halen.
‘Wat betekent
dat?’
Miranda klonk
verveeld.
‘Je kunt me niet
bang maken, ik heb een grote zus’, vertaalde de 10jarige Sabine als vanzelf.
‘Ow’, antwoordde
Miranda nukkig.
‘Leuk toch?’,
vond Sabine.
‘Nou een baby
broertje is anders helemaal niet leuk hoor. Hij krijg alle aandacht’, had
Miranda gefrustreerd uitgeroepen.
‘En hoe reageert
Miranda nou op de kleine Damian?’
Thea schonk nog
wat koffie bij. Ze wist zo gauw niet hoe anders nog bemoedigend te zijn.
‘Gaat steeds
beter. Zeker nou we een normale school bij ons in de wijk voor haar gevonden hebben.’
‘Ow, wat goed!
Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?’
‘Een week voor de
grote vakantie ben ik nog hoogzwanger samen met mijn pa en ma en met Miranda
naar De Klaproos geweest. Je kunt pas echt oordelen als je weet wat je
afkraakt. Nou zal De Klaproos best een prima lagere school zijn voor zwakbegaafde kinderen, maar het is gewoon
geen plek voor Miranda. Er liepen gewoon downies en andere echte debieletjes
tussen de redelijk normale kinderen Thea. Ik meen het. En neem alleen het
megagebouw van de school. Net een fabriekshal. Daar zit dus ook een VMBO in.
Nou, leer mij ons Miran kennen. Zij is toch al van de uitdagingen. En dan met
die pubers in de buurt. Die trien hangt zo met een stel jongens rond. Te blowen
en te breezen. Ik zelf was 15 toen ik beviel van mijn eerste. Dat moet Miran
zichzelf niet aandoen. En mij ook niet trouwens.’
‘Dolly heeft
gewoon groot gelijk’, dacht Thea, maar ze zweeg en luisterde verder.
‘Maar toen bleek
dat Miranda al stond ingeschreven bij De Klaproos via De Wielewaal en dus
nergens anders terecht kon. Toen heb ik nog met Willy Bakbruin van De Wielewaal
gebeld. Alleen kon zij niks meer doen omdat de zomervakantie voor de deur
stond. Toen ben ik effe gesjeesd van kwaaiigheid. Dat werkt niet, want ons
Miranda had nog steeds geen school meer. Goed, ondertussen werd Damian geboren.
Ik moest er effe van bijkomen. Enfin, nog geen school voor Miranda. De vakantie
ging voorbij. Nog geen school voor Miranda. Ze werd er gewoon vervelenderig van
en anders ik wel. Dus op een goeie dag heb ik haar rapport gepakt en ben ik de
buurtschool bij ons in de nieuwbouwwijk binnen gestapt.
‘Ik kom Miranda
inschrijven’, zei ik.
‘Was geen
probleem. Miranda was van harte welkom op de nieuwe basisschool. Ik kon wel
janken van blijdschap. Nou ja, eerlijk gezegd begon ik ook echt een potje te
brullen van geluk.’’
‘Ja, daar kan ik
me iets bij voorstellen’, lachte Thea en ze vroeg:
‘En hoe bevalt
het Miranda op haar nieuwe school?’
‘Ze begint
komende maandag pas. Ik zal blij zijn als ze weer onder de pannen is en anders
Miranda zelf wel. Eerst was ze helemaal happy omdat ze niet naar school hoefde
na de zomervakantie, maar na een week
smeekte ze op haar knietjes om weer naar school te mogen. Nou, dan is
het echt raak hoor! Als ons Miran uit zichzelf naar school wil onderhand. Dat
mag wel op twitter’, antwoordde Dolly terwijl ze de fopspeen die het mondje van
de baby dreigde te verlaten terug op z’n plaats drukte en daarmee meteen Damians
zuigkracht weer op gang bracht.’
Thea was niet
alleen vol bewondering voor de daadkracht van Dolly, maar deelde ook haar
euforische stemming. Dit grijze muisje kon nog weleens een kwispelstaartje
krijgen. De voorpret op haar leedvermaak hierover kon Thea niet voor zich houden:
‘Ik geloof niet
dat Willy, Jade en Joep hiermee weg komen. Ze hebben Miranda en jou
onprofessioneel en lomp behandeld. Dat kan niet onopgemerkt blijven.’
De reactie van
Dolly sloot naadloos aan op het laatste woord van Thea:
‘Ja, de
directrice van de nieuwe school van Miranda vond het ook al zo raar dat Miranda
naar De Klaproos was doorverwezen door de leiding van De Wielewaal. En helemaal
dat ze zomaar was ingeschreven zonder mijn toestemming. Dat is illegaal. Dat
mag niet. Een kind zomaar ergens inschrijven zonder toestemming van de ouders.
Dat wist ik ook niet, maar dat zei de directrice van de nieuwe school van
Miranda. Een tof wijf. Ze zei dat Miranda gewoon een goed rapport had en
normaal over kon naar groep 7. Iemand met leerproblemen heeft niet zo’n mooi
rapport volgens haar. En weet je wat ze ook zei?’
Dolly zat zich
duidelijk te verkneukelen van de voorpret over dat wat ze nu aan Thea zou gaan
meedelen.
‘Nou?’
‘Dat ze melding
gaat maken van wanprestaties van de leiding van De Wielewaal bij de
onderwijsinspectie.’
HOOFDSTUK 30
Op het nippertje
kreeg meester Joep toch geen vaste aanstelling op De Wielewaal. Tot aan het
eind van zijn tijdelijke dienstverband was hij daar wel op blijven rekenen. Het
was hem aan te zien dat hij zwolg in zelfmedelijden. Thea had het vermoeden dat
hij in die laatste periode stiekem heel wat traantjes op de toiletten op de eerste verdieping naast
het klaslokaal van groep 6 gelaten had. Of misschien had hij wel gewoon
openlijk gehuild in de docentenkamer. In die dagen hoorde Thea hem zelfs
binnensmonds vloeken toen ze na schooltijd een vergeten gymtas van Sabine van
de kapstok kwam grissen. Gealarmeerd tuurde ze door de kier van de half
geopende deur van het lokaal van groep 6. Meester Joep waande zich alleen en
begeleidde zijn gefoeter door herhaaldelijk tegen een prullenbak aan te
trappen. Thea maakte dat ze wegkwam. Het geklik van de hakken van Thea kon hij
niet gemist hebben. Toch nam hij geen gas terug. Integendeel. Hij produceerde
nog een lading extra oerkreten. Alsof hij haar woordeloos smeekte om hem te
troosten. Gisteren was hij nog de
favoriet geweest van Willy Bakbruin. Dat met die vaste aanstelling zou wel goed
komen. Iedereen had er vertrouwen in. Willy Bakbruin voorop. Niettemin
geschiedde het onvoorstelbare en het tijdelijke contract van meester Joep mocht
niet verlengd worden van de algemeen directeur van het overkoepelende orgaan
alsmede de geldschieter van De
Wielewaal. Er is altijd een baas boven baas.
Thea had geen
mening over het aankomende vertrek van meester Joep en voelde zich niet
aangesproken door zijn verslagenheid. Ze was maar een ouder. Sabine was
redelijk ongeschonden door het zesde basisschooljaar heen gelaveerd. Tenminste
voor zover Bart en Thea dat op dat moment konden beoordelen. De 10
minutengesprekken bezocht Bart nog steeds in zijn eentje. Zo leerde hij meester
Joep beter kennen dan Thea.
‘Hij is geen
hoogvlieger’, oordeelde Bart over meester Joep.
Toch bleef Bart
aldoor bereid om meester Joep het voordeel van de twijfel te gunnen. Hoezeer de
stapel blunders van meester Joep zich ook bleef ophogen. Het gedoogbeleid van
Bart vloeide in ieder geval niet voort uit loyaliteit met geslachtsgenoten. Dus
omdat meester Joep een man was tussen voornamelijk vrouwen in het onderwijs.
Jeewee was als man immers ook in de
minderheid tussen het leerkrachtenbestand op De Wielewaal en met hem ging Bart
in het verleden een zinloze woordenwisseling ook niet uit de weg. Misschien
raakte Bart langzaam maar zeker afgeleid van de hoofdzaak. Mogelijke waren alle
onbenulligheden waarover hij zich namens zijn kinderen druk moest maken op De
Wielewaal wel naar zijn hoofd gestegen. Net als bij Thea eigenlijk. Na een
langere confrontatie met een overvloed aan stupiditeit, krijgt ieder normaal
denkend mens vroeger of later slappe knieën en dan is het gedaan met de hakken
in het zand.
‘Laten we elkaar
dan maar scherp houden’, stelde Bart voor.
‘Dat moet te doen
zijn’, beaamde Thea.
Het was bittere
noodzaak, want de strijd op De Wielewaal was nog lang niet gestreden. In de
aanloop tot aan het volgende opgeblazen akkefietje mistte Sabine een peiltoets. Dat zijn citotestjes waarvan de
uitslag het leerontwikkelingsniveau van basisschoolkinderen weergeeft. De griep
had Sabine echter voor een week geveld. Een klasgenootje – Nia - was in
dezelfde tijd ook niet op school geweest. Aanvankelijk mocht alleen Nia de
toets inhalen op de gang buiten het lokaal van groep 6. Sabine niet. Alsof haar
leerontwikkelingsniveau niet belangrijk was en dat van Nia wel. Het excuus van
meester Joep was dat Nia dyslectisch was en Sabine niet. En aan dyslectie kon
meester Joep relateren. Hij was namelijk zelf ook dyslectisch. Net als zijn
vader en moeder. En zijn maar liefst 3 broers. Zij waren eveneens dyslectisch.
De familie Dyslectie als het ware. Maar Sabine was niet dyslectisch. Wel nog
niet helemaal uitgeziekt en desondanks – uit ijver - naar school gekomen. Willy Bakbruin moest er
aan te pas komen om de gemoederen tussen Bart en meester Joep tot bedaren te
brengen. Dat kon echter alleen op een tijdstip waarvoor Bart een middag vrij
moest nemen.
‘Maar Thea kan
toch ook komen?’, bedacht meester Joep zich in een mailtje aan de ouders van
Sabine.
‘Thea komt niet.
Ik kom’, mailde Bart terug.
Lekker kort door
de bocht en typisch Bart. Voor de goede orde stuurde Thea nog een berichtje aan
meester Joep terug waarin ze uitlegde dat zij om persoonlijke redenen geen
discussie meer met de directie van De Wielewaal aanging. Meester Joep hoefde
zich wat Thea betreft dan ook geen zorgen te maken; want bij haar weten had hij
niets op zijn kerfstok. In ieder geval niets dat tot een halszaak zou kunnen
leiden. Natuurlijk trokken Bart en zij 1 lijn. De reden waarom Bart per sé in
plaats van zijn vrouw bij het gesprek met meester Joep en Willy Bakbruin op De
Wielewaal aanwezig wilde zijn had alles te maken met de reële kans die Thea
liep om Jade, de interne coördinatrice, tegen het lijf te lopen. Daarom meed
Thea de 10 minutengesprekken bijvoorbeeld ook. In het verleden was ze al eens
onaangenaam verrast door een interventie van Jade de interne coördinatrice
tijdens een vertrouwelijk gesprek over Walter met juffrouw Toos van groep
4. Zo’n shocktherapie was wat Thea betreft
niet effectief en dus niet voor herhaling vatbaar. Een hernieuwde confrontatie met Jade de interne
coördinatrice zou namelijk weleens funest kunnen zijn voor de schone lei van
Thea op De Wielewaal.
De strekking van
de quasi verhelderende mail aan meester Joep van Thea was goed bedoeld. Ze
wilde alleen maar voorkomen dat die arme onervaren meester Joep onzeker zou
worden van haar terughoudendheid die – nog -
niets met zijn wankele persoon van doen had.
‘Dat had je beter
niet kunnen doen’, vond Bart nadat het kwaad geschied was en Thea al op de
verzendknop gedrukt had.
‘Jij kunt zo bot
zijn’, verweerde Thea zich.
‘Jij schept
alleen maar verwarring met je goede bedoelingen en jouw ellenlange,
ingewikkelde verklaringen waar een simpele ziel als zo’n Joep toch geen jota
van snapt. Hij is alleen maar met zichzelf bezig.’
Alsof Thea dat
niet wist. Maar ze weigerde om met pek besmet te raken, alleen maar omdat de
omstandigheden haar dwongen om ermee om te gaan. Dat nam niet weg dat Bart
groot gelijk had. Meester Joep was veel te onervaren, maar vooral te
egocentrisch, om zich in de problematiek tussen de interne coördinatrice Jade
en een gevoelige ouder zoals Thea te kunnen en willen verdiepen. Hij had al
moeite genoeg met de eerlijke verdeling van zijn aandacht over de leerlingen
van groep 6. Hij kon niet differentiëren. In een teamoverleg was meester Joep
waarschijnlijk door zijn ervaren collega’s aan zijn verstand gebracht dat Nia
in de gaten gehouden moest worden. Nia liet zich voorstaan op haar huidskleur
en omdat ze geadopteerd was. Zo kwam Nia bij voorbaat in de gevarenzone van
gepeste slachtoffers terecht. Vandaar die preventieve voorkeursbehandeling. Dat
moest een boze, witte man in de hoedanigheid van Bart maar gewoon leren
accepteren.
‘Ik snap alles,
maar dat wil nog niet zeggen dat ik alles zomaar pik. Wat kan mij die hele Nia schelen? Ik neem een
vrije middag om hier met jullie over mijn dochter te praten. Ik ga m’n kostbare
vakantiedagen toch niet opofferen aan het kind van iemand anders’, donderjoeg
Bart.
Geïntimideerd
gingen directrice Willy Bakbruin en meester Joep aan het einde van het gesprek
toch maar overstag. Had Bart tenminste niet voor niets vrij genomen van zijn
werk en had zijn komst naar De Wielewaal toch in het teken van Sabine gestaan.
Aan het einde van de woede-uitbarsting van Bart mocht Sabine de peiltoets
alsnog inhalen.
Na de gedeelde
inhaalslag was Nia verkocht. Ze liet iedereen merken dat ze Sabine wel zag
zitten als vriendinnetje. Op verzoek van haar adoptieouders mocht Nia in de
klas ook meteen bij het groepje van het nieuwe vriendinnetje van haar keuze
aanschuiven. Wat meester Joep betrof kon Nia zonder pardon de plaats van Miranda innemen. Meester Joep
was sowieso van het begin af aan al tegen de klik tussen zijn lieveling Sabine
en het ADHDpatiëntje geweest. Dus op commando van meester Joep verhuisde
Miranda in haar eentje naar een apart plekje vooraan in de klas. Onder het mom
van voorzienigheid; zodat meester Joep haar vanaf zijn lessenaar zogenaamd goed
onder controle kon houden. Maar in werkelijkheid met het doel om Sabine en
Miranda voor eens en altijd uit elkaar te halen.
Het mocht niet
baten. Met Nia in de buurt voelde Sabine zich juist nog meer tot de speelse en
prettig gestoorde Miranda aangetrokken. Nia had niet veel te melden en zo ja
dan was het een hoop gezanik. Op alles had ze wat aan te merken. Van het
zogenaamd ongezonde elfuurtje in de vorm van een witte boterham met kaas van
Sabine tot aan de vermeende verkeerde Stabilo. Sabine gebruikte de ergonomische
pen om het schrijven met de hand te vergemakkelijken. Met haar kritiek
overschreed Nia de grens die andere bij haar constant geacht werden te
respecteren. Dit gedrag was symptomatisch. Sabine was niet de enige die niet
ontkwam aan het venijn van Nia. Iedereen kon op elk moment een veeg uit de pan
van haar verwachten. Voor elk wat wils. Alsof ze geen rust had totdat ze
iedereen in haar gareel had. Niet zo vreemd dat niemand Nia aardig vond om heel
andere redenen dan haar politiek correcte ouders dachten. Dus niet omdat Nia
een getinte huidskleur had en ook niet omdat ze geadopteerd was. Hoewel dit wel
de enige twee redenen waren waarom Nia immuniteit genoot tegen de opgekropte
groepsirritatie. Ze was het gewenste adoptiekind van opperouders. De vervelende
sfeer die Nia in de klas wist op te roepen, reageerden de brave kinderen van
mede opperouders dan maar af op vrij wild. De licht ontvlambare Miranda leende
zich uitstekend voor de tamelijk onschuldige plagerijtjes. Zo kon je tenminste
nog lachen. Het was veilig om de losbollige Miranda openlijk te treiteren – de
opperouders knepen hier allicht een oogje toe – en tegelijkertijd de zedige,
zuurpruim Nia te negeren. Ze werd stiekem overal buiten gelaten. Het was de
enige, heimelijke, remedie van groep 6 tegen de kommer en kwel van Nia.
Sabine was echter
de laatste die op de hoogte was van de ongeschreven wet met betrekking tot Nia.
Ze kwam van de combiklas en was een nieuwelinge in de complete groep 6. Sabine
liep in deze groep achter de feite aan met als gevolg dat ze onvoorbereid de volle
laag van dit hypocrietje te verduren kreeg, De onbevangenheid van Sabine was
tevens haar valkuil. Iedereen was van harte welkom op haar thuisbasis. Tekenend was wel dat Nia zichzelf had
uitgenodigd.
Het was eind
november en Sinterklaas reed ’s nachts met zijn witte schimmel Amerigo en
knechten over de daken. Zwarte Piet had die ochtend 2 chocoladeletters via de
schoorsteen in de linker schoenen van Sabine en Walter gestopt in ruil voor een
bos wortels – die Thea in het avondeten verwerkte - en 2 tekeningen. Sabine
hield Nia de helft van haar chocoladeletter voor.
‘Van Zwarte
Piet’, voegde ze aan haar aanbod toe.
‘Zwarte Piet is
discriminatie’, wist Nia, terwijl ze het stuk chocolade gulzig naar binnen
schrokte.
‘Ow’, antwoordde
Sabine, omdat ze niet wist wat discriminatie was.
‘Ja, dat is heel
zielig voor mij, want ik ben geboren in Afrika’, wijdde Nia vol zelfmedelijden
en met volle mond uit.
‘Zwarte Piet
bestaat niet eens’, wist Sabine scherp.
‘Hoezo niet?’
Walter besloot
zich met het tweetal te bemoeien.
‘Het is een
sprookjesfiguur. Weet je niet wat een sprookjesfiguur is? Je bent toch weleens
in de Efteling geweest?’
Nia begon te
huilen en stopte pas nadat Walter bereid was om ook de helft van zijn
chocoladeletter aan het drammerige kind af te staan. Het was de druppel die de
emmer van Sabine’s tolerantie deed overlopen, maar ze was goedmoedig genoeg om
Nia aanvankelijk op het schoolplein nog gewoon te betrekken bij haar spel met
Miranda en Zarah die alletwee in principe ook best bereid waren om een vierde
meisje tot hun vriendinnenclubje te laten toetreden. Binnen de kortste keren
ontpopte Nia zich echter als een tirannetje. Zij wilde bepalen wat er gebeurde.
Lukte dat niet dan kreeg ze een hysterische aanval in het centrum van het
speelplein; compleet met hyperventilatie en toegesnelde leerkrachten met
papieren boterhamzakken ter regulatie van haar op hol geslagen ademhaling. Op
die toer was er altijd wel een volwassene die zich door Nia voor het karretje
liet spannen. Zo niet de minderjarige Miranda, Zarah en Sabine. Dit driespan
was wel goed, maar niet langer gek. Sabine begon zelfs zo iebel van Nia te
worden dat Thea het tijd vond om in te grijpen.
‘Ik ben er
toevallig zojuist pas achter gekomen dat Sabine van de combinatieklas afkomt en
nieuw is in deze groep 6, joh’, begon meester Joep toen hij Thea op zich af zag
komen lopen.
Thea zweeg. Ze
had wederom geen woorden voor zoveel desinteresse en de zekerheid dat meester
Joep wel weer één of ander wankel excuus zou hebben voor zijn onwetendheid. Hij
was immers nieuw; slechts de nederige vervanger van juffrouw Dorien en diende
onder een tijdelijk contract. De onvrede in de gezichtsuitdrukking van Thea
ontging meester Joep niet en hij haastte zich om haar gunstig te stemmen.
‘Maar niets dan
lof voor mijn vredesduifje. Sabientje doet het uitstekend in deze groep 6. Ze
hoort er helemaal bij. Sterker; als ik haar niet had gehad in de klas dan zou
ik het een stuk moeilijker hebben als beginneling’, lachte meester Joep
aimabel.
Kijk dat was dan
weer heel handig van meester Joep. Hij wist wat hij moest zeggen om zijn
aanvaller te ontwapenen. Dat moest Thea hem nageven. In tegenstelling tot
Jeewee bijvoorbeeld die zich in allerlei bochten moest wringen om het ouders
naar de zin te maken, terwijl het lesgeven hem op zich toch wel een stuk
makkelijker af leek te gaan dan meester Joep. Een vlotte babbel zegt ook niet
alles.
‘Misschien wordt
het tijd om Sabine te belonen voor haar inzet?’
Thea had te laat
door dat ze waarschijnlijk weer te ingewikkeld bezig was met het oog op het
overbelaste bevattingsvermogen in gevaarlijke combinatie met de eigengereidheid
van meester Joep.
‘Hoe bedoel je?’
Het was 10
minuten voor aanvang van de lessen en in het lokaal van groep 6 had zich achter
Thea een rij met opperouders gevormd die het recht om op stel en sprong gehoord
te worden op hoge poten kwam opeisen. Opgejaagd nam meester Joep zijn
smileybeker met hete thee van de lessenaar.
‘Sabine zit
liever niet in een groepje bij Nia’, bekende Thea hardop en zonder schroom.
Op dat moment zou
Thea gezworen hebben dat meester Joep haar een bevestigend ogenkneepje gaf,
terwijl hij zijn mond aan de rand van zijn smileybeker zette. Achteraf bezien
had het éénmalige gewimper van meester Joep misschien toch meer met een
zenuwtrek of reflex op de stomend hete thee te maken, want het resultaat op het
verzoek van Thea, om Sabine en Nia uit elkaar te halen, werd niet gehonoreerd.
En ook weer wel, omdat meester Joep aan het einde van de schoolweek op
vrijdagmiddag alle groepjes in de klas uit elkaar trok. Voortaan zouden de
leerlingen in het lokaal van groep 6 paarsgewijs 3 lange rijen bezetten. Sabine
werd achterin aan de buitenkant van de eerste rij naast ene Imke geplant die
aan haar linkerhand bij het raam zat. Imke was een schuchter maar vriendelijk
blond meisje dat letterlijk met kop en schouders boven de rest van groep 6
uitstak en dat naast haar lengte voornamelijk opviel door haar glad achterover gekamde lange haren, strak
bijeengehouden in een volle paardenstaart bovenop haar kruin. Imke had langer
gekleuterd dan de meeste kinderen van haar jaargang en ze doubleerde dit
schooljaar in de complete groep 6. Ze was 12 jaar en in principe vond Sabine
het wel stoer om in de klas naast een meisje te mogen plaatsnemen dat 2 jaar
ouder was dan zij. Totdat Sabine haar hoofd naar rechts draaide om te
controleren wie er op bevel van meester Joep in de middelste rij, achterin, aan
de andere kant, naast haar was komen zitten. Zij het met een kleine
tussenruimte van het gangpad. Het was Nia die Sabine gelukzalig toelachte.
‘Doet hij dat nou
expres?’ kermde Thea tot en met getergd.
‘Ach welnee, het
menneke weet niet beter!’, suste Bart die alweer aan een protestmail was
begonnen.
‘Hoezo, ik zeg
vanmorgen letterlijk tegen Joep dat Sabine liever niet in een groepje bij Nia
zit. Hoezo weet hij dan niet beter?’
De stem van Thea
sloeg over.
‘Wat zeur je
nou?! Joep heeft precies gedaan wat jij gevraagd hebt. Sabine zit vanaf
vanmiddag toch ook niet meer in een groepje bij Nia?!’, schamperde Bart.
‘Nee, maar ze zit
nog steeds naast Nia. Weliswaar niet in een groep, maar in een rij met een
gangpad ertussen. Dat is niet wat ik bedoelde’, wanhoopte Thea.
‘Ik ben al aan
het ageren Thea. Ik ben het met je eens. Maar laat het een les zijn voor de
volgende keer.’
‘En wat mag die
les dan wel zijn als ik vragen mag?’
‘Je had gewoon
tegen Joep moeten zeggen: Ik wil dat Nia uit de buurt van Sabine gehouden
wordt; heb je dat goed begrepen? Nitwit.’
‘Lekker subtiel’,
vond Thea.
Bart haalde zijn
schouders op.
‘Nou ja, dat
‘nitwit’ kun je eventueel weglaten, maar de rest moet wel gezegd worden!’
‘Aan jou de eer,
maar volgens mij halen de opperouders met precies dezelfde botte bijl hun
gelijk. Ik zou daar liever boven staan’, snoof Thea nuffig.
‘Geloof jij nou
echt dat jij de enige bent die meester Joep aanspreekt over de indeling van de
zitplaatsen in de klas? En dan ben jij bent nog beleefd en kalm’
‘Moet ik dan gaan
schelden?’
‘Nee, je moet
doen wat ik zeg. Je moet duidelijk zijn!’, concludeerde Bart dictatoriaal.
‘Commandeer de
hond en blaf zelf’, hapte Thea onaangenaam getroffen.
‘Denk je nou echt
dat Joep bijvoorbeeld zo’n Nia of Miranda, of desnoods dat Imkegeval zomaar
naast een gedoodverfde gymnasiast als een Fransje kan zetten zonder dat die
ouders een fit krijgen?’
‘Wat kan mij dat
nou bommen. Zolang onze dochter maar niet naast Nia hoeft te zitten. Sabine
heeft er last van’, sudderde Thea zwakjes na.
Maar Bart was nog
niet uitgeraasd.
‘Die opperouders
zijn achterbakse mes in de rug stekers. Als ze niet meteen hun zin krijgen dan
staan ze bij de eerstvolgende
gelegenheid bij de onderwijsinspectie op de stoep. Dan laat Joep liever die
makkelijke Thea vallen. Eén keer sorry zeggen en die aardige moeder van Sabine
is niet langer boos.’
Bart sprak uit
ervaring.
‘Dus Joep heeft
mijn wensen gewoon niet in ogenschouw genomen?’
Thea klonk alsof
ze Bart niet kon geloven. Net of er normaliter op De Wielewaal wel rekening met
haar gehouden werd.
‘Jawel, maar onze
wensen zijn dus duidelijk minder belangrijk dan de eisen van de opperouders’,
zuchtte Bart enigszins gekalmeerd nu.
Alsof het
botvieren van zijn frustraties op Thea verlichting bracht.
‘Ben ik toch nog
ergens goed voor!’ dacht Thea wrevelig,
terwijl ze haar gesteggel met Bart voortzette:
‘Hoe krijgen die
opperouders die voorkeursbehandeling toch voor elkaar?’,
‘Van het ons kent
ons principe’.
Omdat een
bevredigende reactie van Thea uitbleef, vervolgde Bart geërgerd:
‘Maar dat zul jij
wel nooit snappen. In ieder geval heeft Joep een probleem nu en dat hoeft
Sabine niet op te lossen. Er leiden meer wegen naar Rome. Hier lees mijn
mailtje aan Joep maar eens!’
Thea las.
‘Beste Joep,
Vanmorgen heeft
Thea aangegeven dat Sabine liever niet naast Nia zit. Overigens nadat ze Nia
meerdere kansen heeft gegeven. Vanmiddag heb jij de zitplaatsen in de klas
veranderd en wel zodanig dat Sabine en Nia opnieuw naast elkaar zitten in het
lokaal. Ik heb 2 vragen. Vraag 1: Wat is de reden van deze strakke actie op
vrijdagmiddag ? Thea kreeg jou vanmiddag niet meer te pakken en nou gaat er
opnieuw een weekend over de problematiek
heen. En vraag 2: Wat ga jij ondernemen om deze fout te herstellen?’
Pas op zondag om
10.00 uur ’s avonds laat ontving Bart een online reactie van Joep.
‘Zeer geleerde
heer Bart,
Ik heb geen fout
gemaakt. Ik zit niet te wachten op uw boze berichtjes. De kinderen zitten nu in
rijen, omdat de vaste plaatsen eens in het kwartaal veranderd moeten worden.
Dat is het beleid van de school. Sabine moet ook leren om te gaan met kinderen
die ze niet aardig vindt.
Hoogachtend Joep
Zeikjes
Meester groep 6
van De Wielewaal.’
Zonder er verder
nog woorden aan vuil te maken stuurde Bart de mailwisseling meteen door naar de
bazin van meester Joep oftewel naar Willy Bakbruin; directrice van De
Wielewaal. Op maandagmorgen om 10 over 8 ’s morgens stond er al een reactie van
de directrice van De Wielewaal in de mailbox.
‘Zeer geleerde
heer Bart (beste Bart)’,
Graag zou ik een
op korte termijn een afspraak maken voor een tweede gesprek tussen jou, meester
Joep en mij. Ik mail nog een voorstel voor een datum door zodra meester Joep is
hersteld. Hij heeft zich ziek gemeld.
Met vriendelijke
groeten Willy Bakbruin.’
Pas halverwege de
week dook meester Joep weer in het klaslokaal van groep 6 op. Hij verscheen in
de deuropening toen Thea op woensdagmorgen Sabine gewoontegetrouw naar haar
plaats in de klas wilde begeleiden. Zijn begroeting klonk nasaal. Kennelijk
moest Thea doordrongen raken van zijn plichtsbesef dat schitterde door zijn aanwezigheid. Ondanks dat hij nog niet
goed uitgeziekt was van zijn verkoudheid, was hij toch komen opdagen. Wat een
bikkel was die Joep! Hij viel door de mand in de buurt van Moira, de moeder van
Kasper. Ten opzichte van haar gedroeg meester Joep zich ineens kiplekker en
macho. Tegelijkertijd stuurde directrice
Willy Bakbruin vanuit haar kantoortje in De Wielewaal online een voorstel aan
Bart door, om op diezelfde woensdag, in de loop van de middag, het tweede
gesprek te laten plaatsvinden. Op zijn beurt gaf Bart te kennen dat de eerste
opening in zijn agenda op de maandag aanstaande viel. Niet per sé de waarheid,
maar wat Bart betreft was hij nu aan zet. Het was hoog tijd om dit keer op
initiatief van de ouders van Sabine een weekendje over de kwestie heen te laten
gaan. Missie geslaagd, want meester Joep was op van de zenuwen. In de dagen
voor het weekend lonkte hij tijdens het brengen en halen van Sabine nerveus
naar Thea in de hoop op oogcontact. Met een droefgeestige houding; trieste
kijkers en een sip lipje; dacht hij Thea te kunnen vermurwen. Maar Thea was
niet langer een basaal prooi. Inmiddels telde ze voor 2, want ze was al gewaarschuwd door de
voorspelling van Bart:
‘Dan laat Joep
liever die makkelijke Thea vallen. Eén keer sorry zeggen en die aardige moeder
van Sabine is niet langer boos.’
Met ingang van
dit inzicht nam Thea zich voor om nooit meer met zich te laten sollen. Precies
2 dagen hield ze voet bij stuk, daarna wist ze zich geen houding te geven toen
meester Joep op vrijdagmiddag na school op het speelplein met Sabine aan de
hand op haar af kwam schuifelen. Het huilen stond hem nader dan het lachen en
Sabine klampte haar moeder figuurlijk radeloos aan met grote, vertwijfelde
ogen. Het beschermengeltje van Joep had
ook geen idee of het gezicht van haar
meester in naam van het zelfrespect nog te redden viel. Hoe diep kun je zinken?
‘Mag ik even met
je praten, lieve Thea, want zo heb ik het allemaal niet bedoeld. We waren zo
goed met elkaar. Jij en ik. Dat kan toch nog? Er hoeft toch niet gepraat te
worden met Willy en Bart erbij? Wij saampjes kunnen dit toch oplossen? Dat kan
toch echt Thea? Ik heb helemaal niet
geslapen en zo kan ik het weekend niet in. Alsjeblieft Thea, luister naar me’,
jammerde Joep.
Hij was een kind.
Een jongetje dat stout was geweest tegen papa. Nou moest mama hem redden. Thea
was echter niet van plan om hem te vrijwaren. Maar afwijzen was ook geen optie.
Nog meer pathetisch zelfmedelijden kon Thea niet verdragen. Vandaar dat ze niet
zei wat ze eigenlijk zou willen schreeuwen tegen meester Joep; namelijk:
‘Verman je
alsjeblieft, je bent een volwassen vent!’
In plaats daarvan
vroeg ze ijzig:
‘Waar laten we
Sabine en Walter in de tussentijd?’
Sabine probeerde
de situatie te redden en zich tegelijkertijd los te maken van de volwassen
materie die meester Joep als een spreekwoordelijke molensteen aan haar
kindernekje gehangen had.
‘Ik wacht Walter
wel op en dan gaan we in De
Wielewaalspeeltuin spelen’, anticipeerde
Sabine daarom snel.
Meester Joep
haalde zijn neus op en veegde de tranen uit zijn ogen met de mouw van zijn
trendy shirt.
‘Ik ben nog
steeds snipverkouden’, verontschuldigde hij zich ter tegemoetkoming aan de
minachting die Thea voor het miezertje uitstraalde.
‘Was dan nog
langer ziek thuisgebleven. Niemand is onmisbaar’, verweet Thea de rug van
meester Joep, terwijl hij haar vooraf
ging op weg naar het klaslokaal van groep 6.
De helpende
handjes na schooltijd ontsloeg meester Joep van hun klassenbeurt.
‘Het is goed,
jongens’, sprak hij schoolmeesterachtig.
‘Ik ben een
meisje, hoor’, diende 1 van de 2 helpende handjes hem van repliek.
‘Niet zo wijs
Anne-Jan’, mokte de meester.
‘Ze heeft wel
gelijk’, lachte Thea.
‘Ja, ja’, bekende
meester Joep uit balans gebracht.
Het was de eerste
keer van de talloze oogwenken waarin meester Joep op die vrijdagmiddag over de
schouder van Thea naar de klok boven de deur van het klaslokaal loerde. Thea
zat met haar achterhoofd naar de tijd toe. Tijdens het dringende gesprek,
waartoe Thea zich nota bene door meester Joep had laten overhalen, hield hij
eigenlijk onafgebroken de stand van de
wijzers in plaats van de gezichtsuitdrukkingen van zijn gesprekspartner in de
gaten. Dit botte geklok maakte Thea
voornemens om er eens een lekker lang en langzaam onderonsje van te gaan
maken.
Meester Joep zat
klaar om kaal geschoren te worden. Op dat moment stak de zwangere, freelance
juf Nelleke van groep 5 van Walter haar
neus om de hoek van de half openstaande deur.
‘Zitten jullie
hier. Ga effe mee een pilsje pakken bij het wapen van De Wielewaal. Dat praat
zoveel makkelijker.’
Thea kon aan haar
gemaakte stem horen dat juffrouw Nelleke op de hoogte was van het zielenleed
van meester Joep. Hartverwarmend van Nelleke om te proberen een collega uit de
brand te helpen, maar Thea was iets te wakker om voor de hand liggende
afleidingsmanoeuvres niet te zien voor wat ze zijn. Als meester Joep nou niet
zo wezenloos gereageerd had, dan was
Thea misschien zelfs nog wel op het voorstel van juffrouw Nelleke ingegaan. Hoe
luchtiger, hoe liever. Wat kon haar dat hoogdravende mailtje van jonkheer Joep
aan Bart nou schelen. Bart zelf was niet eens onder de indruk van het
schlemielige verzet van meester Joep tegen zijn bescheiden persoon. Zonder de
ouders van Nia, Fransje, Luna, Gerben, Tim, Ronny, Allagonda, Marcus, Lennart, Elfie, Kasper, Marga, Pepijn,
Mathilde en al die andere gepolijste meisjes en getapte jongetjes van De
Wielewaal, zouden noch Bart, noch Thea zich toch ooit tot bemoeienis met de
zitplaatsen in het klaslokaal van één van hun kinderen hebben laten verleiden!?
Zonder de constante slechte invloed van
de opperouders op het onderwijsbeleid van De Wielewaal zou de relatie van Bart
en Thea met de docenten van hun kinderen überhaupt
simpel, beleefd en op veilige afstand zijn gebleven. Naar ieders tevredenheid
en in de ideale wereld.
Niet Bart en Thea
hadden er een zooitje van gemaakt, maar meneer Joep zelf. Vervolgens klopte hij
doodleuk, achter de rug van Bart om,
bij Thea aan voor een hernieuwde kans in
de vorm van een officieus gesprek. Ondanks dat er een officieel gesprek tussen
hem, Bart en de directrice op de planning stond. En in weerwil van de
verklaring die Thea meester Joep eerder uit compassie had doen toekomen. In een
mailtje had ze hem immers zo zakelijk mogelijk trachten uit te leggen waarom
zij persoonlijk geen gesprekken meer wenste
aan te gaan met het docententeam van De Wielewaal. Haar terughoudendheid
had niets met meester Joep te maken, maar alles met onverwerkt oud zeer. Dat
zo’n kwetsbare opstelling van een ouder niets toevoegde aan de twijfelachtige
integriteit van meester Joep, bleek dan ook des te meer uit zijn onbeschaamde
smeekbedes aan het adres van Thea. Ze kon wederom niet anders dan Bart gelijk
geven. Haar handreiking aan meester Joep in de vorm van een verklaring voor
haar terughoudendheid was verspilde moeite geweest. Meester Joep was slechts
een empathische onderwijzer zolang als het hem uitkwam. Aldus verwachtte hij
kennelijk dat Thea hier in het klaslokaal van groep 6, haar betoonde reserves
ten spijt, het initiatief nam tot het
voeren van een goedmaakgesprek. Een uitpraatmomentje dat meester Joep
geïnitieerd had, omdat hij uit zijn slof was geschoten tegen Bart. De vader van
een kind uit zijn klas 6 en de echtgenoot van Thea. Meester Joep was echter
niet uitgevallen tegen Thea zelf. Zij was in wezen een toeschouwster, die hij
desondanks bij het conflict wilde betrekken. Nadat dat gelukt was deed hij
niets anders meer dan jankerig afwachten totdat hij gevild zou worden. Hopende
dat de beproeving voor het weekend nog
geleden was en dat hij de trein naar huis niet zou missen. Een illusie
die hij dacht te bezweren door continu te proberen om de stand van de wijzers
van de klok te hypnotiseren. Waarom nam hij het heft niet in eigen handen?
Waarom greep hij de uitnodiging van juffrouw Nelleke om gedrieën een pilsje te
drinken – zijn uitweg en kans op vrijspraak - niet met beide handen aan? Waarom
zei hij niks? Gelaten keek Thea achterom
in het neutrale gezicht van juffrouw Nelleke die haar aftocht blies met zo’n
houding van:
‘Het zal wel aan
mij liggen’.
‘Fijn weekend’,
riep ze nog.
‘Dan heb ik meer
bewondering voor haar’, provoceerde Thea toen het aflopende geluid van de
tred van juf Nelleke op de gang
uitgestorven was.
‘Ja, daar heb ik
iets van meegekregen. Dat je ook heel boos was op haar’, huichelde meester
Joep.
Thea was niet
gewoon ‘heel boos’ geweest. Ze was abnormaal razend geworden. Haar bloed kookte
over. Figuurlijk. Haar steeds terugkerende woestheid nam gaandeweg oncontroleerbare vormen aan,
omdat Thea op De Wielewaal nergens naartoe kon met haar kwaadheid. Niet naar
mede en/of opperouders vol van egocentrisme en/of leedvermaak, niet naar Jade;
de manipulatieve interne coördinatrice, niet naar Willy Bakbruin; de incapabele
directrice, niet naar Jojanneke, de onbetrouwbare vertrouwensarts van De
Wielewaal en zelfs niet meer naar Bart. De laatste tijd was de voortkabbelende
balans tussen het echtpaar ver te zoeken. Ze hielpen elkaar niet meer te
relativeren tijdens de wederzijdse zwakke momenten die voorheen ook nooit bij
alle twee tegelijkertijd opspeelden. Hun relatie was een nieuwe fase ingegaan
waarin Bart niet langer moeite deed om zijn vrouw behulpzaam te zijn bij het
beteugelen van haar oerdriften en andersom liet Thea haar man ook in zijn vet
gaar smoren. Zo gaven zij elkaar over en weer alleen nog maar meer ongezonde
voeding tot gestaag wassende verontwaardiging over het beleid op de basisschool
van hun kinderen.
Ook zonder Bart
te raadplegen wist Thea dan ook zeker dat hij haar irritatie zou delen over het
verhaal waarmee Walter nu weer op een doordeweekse dag thuis kwam van school.
Hij bezocht nog steeds groep 5 van juffrouw Marjolein die sporadisch vervangen werd door de zwangere juffrouw
Nelleke. Nog net niet op de bonnefooi. Naast het summiere les geven, dat juffrouw Nelleke weleens deed, zou zij in
de komende maanden een wetenschappelijk onderzoek in groep 5 gaan uitvoeren. Ter introductie van dit onderwijsexperiment hadden alle ouders van de groep in kwestie zich
dankzij een uitgebreide mail - en een
bericht met dezelfde inhoud, maar dan niet online maar uitgeprint op een a viertje
– kunnen verdiepen in de aanvullende studie pedagogiek waaraan juffrouw Nelleke
met subsidie van het ministerie van Onderwijs was begonnen. Het betrof hier
niet zomaar een cursus onder werktijd, maar een opleiding op universitair niveau onder begeleiding van een
Engelse docent waarvan juffrouw Nelleke nogal onder de indruk was. Deze
onbekende grootheid deed onderzoek naar
de meest efficiënte manier waarop basisschoolkinderen uit een willekeurige groep bij de les gehouden konden worden. De
hypothese was dat timide leerlingen zich eerder door de leerstof gemotiveerd
voelden als zij klassikaal gedwongen werden om vragen van de leerkracht te
beantwoorden met behulp van 2 bordjes in
plaats van door het ouderwetse vinger op steken. Na een ja/nee vraag en een
keuzemoment werd ieder kind geacht om óf een groen jateken, óf een rood neesignaal
op een plankje aan een stokje omhoog te houden. Op deze wijze werd in theorie
iedereen evenredig bij de lessen betrokken. Om de hypothese te kunnen toetsen aan de realiteit en dus te
controleren of het gebruik van de bordjes in het echte leven daadwerkelijk
leidde tot algehele participatie in een klas,
moest er voor het onderzoek beeldmateriaal verzameld worden in zoveel
mogelijk testgroepen. Hoe meer klassen de cursisten voor de onderzoeksgoeroe
wisten te fixen, hoe betrouwbaarder de uitkomst en hoe groter de kans op
wetenschappelijk aanzien van de leermeester die uiteraard grootmoedig genoeg
was om ook een grammetje van zijn toekomstige roem aan zijn volgelingen te
beloven. Cursiste Nelleke was dan ook volop in de race en stelde alvast een filmcamera
op achterin het lokaal van groep 5. Liet nou uitgerekend Walter niet gefilmd
willen worden. Ergo, hij had ook helemaal geen zin om mee te doen aan allerlei
toetsen met groene en rode bordjes.
‘Weet je nog de
taaljuf mam?’, wilde Walter schijnbaar
zomaar ineens van zijn moeder weten.
‘Dat je dat nog
weet, vent!’
Vertederd nam
Thea naast haar zoon plaats op de bank. Ze had de uitgeprinte uitleg van het
onderzoek van juffrouw Nelleke in haar hand. Onderaan de brief zat een
antwoordstrookje waarmee alle ouders van de kinderen uit groep 5 hun toestemming tot deelname aan het
project konden geven. Al meteen stoorde
Thea zich aan de manipulatieve vraagstelling. Er stond:
‘Hierbij geven de
ouders/verzorgers van … (vul hier de naam van het kind in) toestemming tot
deelname aan het onderzoeksproject dat
in de komende 3 maanden, gedurende 2 dagdelen in de schoolweek, onder leiding
van juffrouw Nelleke, uitgevoerd zal worden. Tijdens het onderzoek zal er gefilmd worden in groep 5.
Handtekening
ouders/verzorgers……………’
Nee zeggen tegen
deelname aan het onderzoeksproject leek op deze manier onmogelijk. Of Thea
moest het antwoordstrookje niet inleveren. Maar zo’n stille actie zou weleens
niet genoeg op kunnen vallen in de grote stroom van zeer vereerde jaknikkers.
De meeste ouders voelden hun aanzien op De Wielewaal stijgen door het
aankomende wetenschappelijke onderzoek in de klas van hun kind. Thea niet.
‘Bij de taaljuf
werd ik toch ook steeds getest?, vroeg Walter door.
‘Nou en of’.
‘En dat
taalcentrum; weet je dat nog?’
‘Och gut ja, met
die rare KNO arts.’
‘En die aardige
verpleegster die zei dat ik slim was.’
‘Je hebt het
geheugen van een olifant Walter.’
‘Dat niet alleen;
Walter is een olifant’, gaf Sabine bevallig te verstaan.
‘Ja, in een
porseleinkast’, vulde Thea gekscherend aan.
Walter ging
ongehinderd door met het ophalen van zijn memoires.
‘En dan meester
Gijsbert in groep 3 en ik weet ook nog van een juffrouw op de peuterspeelzaal.
Ze schreeuwde meestal in mijn oor. Ik vond haar stom, maar ik moest altijd doen
wat ze zei. Ze was een soort heks.’
‘Merel’, benoemde
Thea het spookbeeld.
Aangespoord door
Walter maakte ze, glazig voor zich uitstarend, een tijdreis in gedachte.
‘Ik wil niet meer
meedoen aan onderzoeken’, concludeerde Walter abrupt.
Thea schrok
ervan. Ze kon niet met zekerheid zeggen of ze na het combinatieklasgedoe
opnieuw de energie op kon brengen om wederom haar hoofd boven het maaiveld uit
te steken door de eigen wil van haar zoon te laten prevaleren boven het
algeheel belang van een stompzinnig onderzoekje.
‘Nee, dat snap
ik, maar dit onderzoek zal wel meevallen. Iedereen in de klas krijgt vragen.
Dat vind jij toch meestal wel leuk? Vragen beantwoorden?’
‘Vragen
beantwoorden vind ik leuk ja, maar geen vragen waar je alleen maar ja of nee op
moet antwoorden met stomme bordjes. En ik wil niet bekeken worden door rare
mensen zoals Merel of Marloes, die KNO
arts, of meester Gijsbert’, volhardde Walter.
‘Hoe kom je erbij
dat je bekeken gaat worden door die mensen? Juffrouw Nelleke doet het onderzoek
en niet Merel, Marloes, de KNO arts of meester Gijsbert’.
Soms zou Thea zo
ontzettend graag doorsnee kinderen hebben die gewoon met de stroom meedrijven.
Walter liet zich niet ompraten.
‘Er wordt toch
gefilmd? Wedden dat ik bekeken word? Heus niet alleen door juffrouw Nelleke. En
dan word ik er weer uitgepikt. Wedden? Dan moet ik op de gang staan. Of ik moet
mijn mond houden en anderen ook een kans geven. Wedden? En dan word ik gefilmd en
dan gaan ze met z’n allen bekijken wat ik allemaal verkeerd doe. Ik wil niet
meer dat er extra op me gelet wordt door grote mensen. Ik wil gewoon in de klas
bij juffrouw Marjolein. Verder niks. ’
Thea stond
versteld van de kalme overtuigingskracht waarmee de 9jarige Walter zijn
standpunt duidelijk maakte.
‘Dan zit er niets
anders op dan het antwoordstrookje niet in te leveren bij juffrouw Nelleke.
Misschien kun je haar nog wel even uitleggen waarom je niet mee wilt doen aan
haar onderzoek. Voor de duidelijkheid.’
‘Ja, dat is
goed’, stemde Walter, toen nog vol van vertrouwen, met het naïeve voorstel van Thea in.
Des te groter was
zijn verslagenheid toen hij die bewuste namiddag uit school kwam en zwijgend op
de achterbank van de auto kroop. In zichzelf gekeerd klikte hij de
veiligheidsgordel vast. Zijn gewoonte om
Sabine aan te porren om hetzelfde te doen sloeg hij over.
‘Wat is er met
jou aan de hand?’ vroeg zijn zus verstoord.
Thea was ook
benieuwd en stelde het starten van de auto nog even uit. Ze was geen seconde uit zichzelf op het idee gekomen
dat het ongenoegen van Walter weleens met het onderzoek van juffrouw Nelleke te
maken zou kunnen hebben. Walter hielp haar uit de droom.
‘Ik heb aan
juffrouw Nelleke proberen uit te leggen waarom ik niet meedoe aan het
onderzoek.’
‘Goed zo jongen
en toen?’.
Thea knipoogde
door de achteruitkijkspiegel naar Walter op de achterbank. Het zou wel
loslopen.
‘Ze was heel
bozig.’
‘Wie, toch zeker
niet juffrouw Nelleke?’
‘Jawel, ze zei
heel kwaad dat jij toch jouw handtekening moest zetten op het antwoordstrookje
en dat ik dat dan in moet leveren en dat ze niet geïnteresseerd is in mijn
antwoord; alleen in ja of nee.’
Het viel dus niet
mee. Thea onderdrukte de acute aandrang om uit de auto te springen en
Nelleke eens flink aan haar getatoeëerde
schoudertjes door elkaar te schudden ter stimulatie van de zuurstoftoevoer naar
haar grijze hersenscellen. Eerst dat
gezeur met die 5de ziekte en nu dit weer. Hoezo wilde juffrouw Nelleke niet
weten wat Walter te melden had? Hoezo
éénrichtingverkeer?
Thuisgekomen
kroop Thea meteen achter haar laptop naast een student van Huiswerksterk die ze
met een tiental oefenopdrachten over de Duitse eerste, derde en vierde
naamval voldoende bezig hield.
Gelijktijdig tikte Thea haar bezwaarschift over juffrouw Nelleke met zoveel
geestdrift in op haar toetsenbord, dat de Huiswerksterkstudent zo nu en dan
afgeleid een hand op de onderarm van zijn begeleidster legde met de bedoeling
om de geluidsoverlast tegen te gaan. Thea had pas weer professionele aandacht
voor de prestaties van haar buurman aan de bijkeukentafel toen haar mailtje
verstuurd was aan zowel juffrouw Nelleke als aan directrice Willy Bakbruin.
‘Beste Nelleke
(doorgestuurd aan Willy Bakbruin ter kennisgeving):
Van Walter heb ik
begrepen dat jij niet geïnteresseerd bent in de reden van zijn bedankje om deel
te nemen aan het wetenschappelijk onderzoek dat de komende maanden in groep 5
door jou gehouden zal worden. Mag ik je erop wijzen dat Walter RECHT heeft op een
eigen mening en op onderwijs. Mijn kind gaat naar de basisschool om zich te
ontplooien, te leren en te spelen en
heeft dientengevolge niet de plicht om zich welwillend op te stellen op het moment dat een
willekeurige onderwijzeres beslist dat
de tijd rijp is om een aardig wetenschappelijk onderzoekje in de
klas te gaan uitvoeren. Misschien moet je de universele regels van de rechten
van de mens er nog eens op nalezen.
Walter wil niet
gefilmd worden. Hij heeft daar zijn redenen voor. Ook heeft hij geen behoefte
aan de ja/nee vragen die jij van plan bent te gaan stellen gedurende het
onderzoek. Als je de tijd had genomen om even naar mijn zoon te luisteren, dan
zou je nu precies weten wat de motivatie achter de weigering van zijn deelname
is. Ik ga ervan uit dat je bereid bent om Walter alsnog aan te horen over zijn
bedenkingen ten aanzien van zijn participatie aan het klassikale project. Mocht
dat onverhoopt toch niet het geval zijn dan schuw ik deze keer een gang naar de
stichtingsdirectie van De Wielewaal en/of desnoods de onderwijsinspecteur niet.
Met vriendelijke
groeten,
Thea; moeder van
Walter en Sabine.’
Met onafzienbare
snelheid van een computervirus moet de inhoud van dit mailtje de reputatie van
Thea bij het docententeam van De Wielewaal ernstig hebben geschaad, want op de
eerste de beste schoolochtend die volgde op de online aanklacht van Thea zag
zelfs Jeewee zijn voormalige muze niet meer staan. Ook meeloper Joep ontweek de
aarzelende groet van Thea in het lokaal van groep 6 en zowaar die
kameraadschappelijke juffrouw Marjolein van Walter ontving haar ’s morgens in de klas met een ingetogen houding
alsof ze eigenlijk haar diepe teleurstelling in
Thea wilde betonen. Die arme Nelleke. Zwanger en alleen maar van goede
wil. Gunde Thea een ander haar pleziertjes niet? Besefte Thea wel hoe zwaar een
onderwijzer of onderwijzeres het wel niet had? Onderbetaald en overbelast. En
dan dreigen met de onderwijsinspecteur of de stichtingsdirectie? En waarom?
Alleen maar omdat juffrouw Nelleke een klassikaal wetenschappelijk onderzoek
initieerde? Omdat juffrouw Nelleke meer ambieerde dan slechts voor de klas
staan? Thea zou de schooljuf en haar nevenactiviteiten moeten toejuichen net
als de opperouders, die veelal zelf in hetzelfde schuitje als Nelleke zaten en
ook de ene na de andere cursus op kosten van de baas binnen haalden. Thea zou
eens niet zo hoog van de toren moeten blazen. Een beetje meer respect zou haar
niet misstaan.
Na deze
stilzwijgende oppositie haalde Thea tot haar eigen verbazing voor het eerst
sinds lange tijd weer opgelucht adem. De verhoudingen waren duidelijk. Niemand
van het onderwijsteam zou nog blijk geven van onuitgesproken goedkeuring voor
haar protesten. Iedereen op De Wielewaal was tegen Thea. Bart betrapte haar er
zelfs op dat ze vals stond te zingen op de bovenste trede van de huishoudtrap
tijdens het ramen reinigen.
‘Als je voor mij
zingt dan mag je nu best stoppen hoor?!’, stelde hij schalks voor.
Thea deed hem
uitgelaten een sproeibui uit de flacon
Glasseks van bovenaf toekomen. Ongeacht
de stand van zaken vond het tweetal elkaar hoe dan ook onveranderlijk terug als
slaafse tegenpolen in een magnetisch ritueel.
‘Ik ben blij dat
je uit jezelf die dreigbrief naar Nelleke en Willy verstuurd hebt’, verzuchtte
Bart.
‘Ik ben blij dat
ik nu weet waar ik sta op De Wielewaal’, antwoordde Thea, terwijl ze op en
neergaande strepen trok met de trekker in de Glassekswasem op het
huiskamerraam.
‘Ik ben blij dat
jij blij bent, maar ik heb liever niet dat je blij bent met gebakken lucht.’
‘Alles is zo
helder ineens. De hele wereld is tegen mij’, lachte Thea vrolijk.
‘Voor je het weet
is de buitenwereld weer terug in de oude, oppervlakkige staat. Ondertussen heb
jij voor het eerst in lange tijd jouw kwaadheid
afgereageerd met een boze brief zonder mij vooraf te raadplegen. Ik zie
jou binnenkort wel herintreden als woordvoerster voor onze kinderen op De
Wielewaal. Kun je mij inmiddels wegdragen. Ik moet geloof ik ook dringend
opladen.’
In een
tijdsbestek van nog geen 4 dagen was
alles weer bij het oude op De Wielewaal.
Dat wil zeggen; de eensgezinde antipathie van het docententeam tegen Thea vervaagde in een tempo dat in geen
vergelijk stond met de hevigheid waarmee de aversie tegen haar was opgetreden.
Alsof er niets gebeurd was. Of zoals Bart het zo treffend had weten te
voorspellen:
‘Voor je het
weet is
de buitenwereld weer terug in de oude, oppervlakkige staat.’
Na die ene keer
wegkijken liet Jeewee zich wederom net zo makkelijk verleiden door zijn
droombeeld van Thea. Hij hing met zijn armen over elkaar in de deuropening van
het lokaal van groep 8 en wendde desinteresse voor. Maar niet zoals de dag
daarvoor waarop hij Thea met een
misprijzend hoofdknikje had laten lopen. Vierentwintig uur later richtte hij
zich alweer als vanouds op een andere moeder simultaan met een scheef oog op de
heuppartij van Thea die toevallig net passeerde met Sabine aan haar hand. Het derde
oog in de rug van Thea was getuige van zijn wellustige nazien waarmee hij haar
stiekem uitkleedde in gedachten. Ze verdween net op tijd in het lokaal van
groep 6 om niet in haar denkbeeldige nakie te staan. In de klas van Sabine viel
meester Joep ondanks zijn initiële weerzin van gisteren, vandaag moeiteloos
terug in de rol van de verloren zoon van Thea. Bij het ochtendritueel van
Walter in groep 5 was juffrouw Marjolein ook weer haar toegankelijke zelf. En op de avond van
de derde dag na het incident stuurde juffrouw Nelleke zelfs een excuusbrief.
Dat Thea dat nog mocht meemaken. Bart las meteen mee voor eventuele morele
steun. Ze waren er allebei stil van.
Beste Thea,
Natuurlijk heb je
gelijk en had ik gewoon even de moeite moeten nemen om met Walter te praten
over zijn bedenkingen. Mijn oprechte excuses voor mijn reactie.
Walter hoeft niet
mee te doen met het onderzoek. Hij mag tijdens de klassikale ja/nee
vraagsessies vast vooruit werken in zijn takenboek. Hij kan dan achterin de
klas zitten buiten het bereik van de filmcamera. Ik zal hem ook nog persoonlijk
op de hoogte brengen van de gang van zaken.
Geef Walter maar
alvast een high five van mij.
Met vriendelijke
groeten,
Nelleke Fideel
Onderwijzeres
groep 5 van De Wielewaal.
Meester Joep had
niet ‘iets’ meegekregen van het voorval tussen juffrouw Nelleke en Thea, zoals
hij zo schijnheilig beweerde. Hij had alles meegekregen; van A tot Z. Zijn kleinzielige oogopslag verried hem. Hij was er
het type wel na om de zwangere juffrouw Nelleke in de koffiekamer van De
Wielewaal te troosten met een sterke mannenarm om haar frêle schouder. Want in
werkelijkheid had juffrouw Nelleke het dreigmailtje en daarmee Thea en haar
zoon aanvankelijk ongetwijfeld verfoeid.
Het complete docententeam moet met haar meegeleefd hebben. Thea werd in eerste
instantie niet voor niks met de nek aangekeken. En in dit geval niet alleen
door de opperouders, want dat was Thea wel gewend. Nee, Thea werd unaniem verstoten door het personeel van De
Wielewaal. Ze hielden hun boycot
weliswaar niet bijster lang vol, maar de meesters en juffen hadden haar
in het begin onmiskenbaar eensgezind veroordeeld voor haar boze brief aan
juffrouw Nelleke. Thea zag meester Joep wel voorop gaan in de stoet
moraalpredikers. Mogelijk had hij juffrouw Nelleke zelfs wel bijgestaan bij het
schrijven van die hartverwarmende excuusbrief aan Thea. In verband met zijn dyslectie had hij
vermoedelijke geen taaladviezen gegeven,
maar wel morele ondersteuning. Als
wederdienst voor zijn loyaliteit beloofde juffrouw Nelleke op haar beurt
aan meester Joep om samen met hem en
recidiviste Thea een pilsje te gaan drinken. In dit geval om de kou voor
het slachtoffer Joep uit de lucht te halen. Juffrouw Nelleke zelf was allang
over de angst voor een eventuele
officiële klacht van Thea aan haar superieuren heen. Bovendien leek ze
enigszins haar bekomst te hebben van haar blinde adoratie voor haar Engelse
leermeester, waardoor de magie rond het hele onderzoek ook een beetje leek
te verwateren. In totaliteit heeft
Walter misschien 3 keer achterin de klas
zitten toekijken hoe juffrouw Nelleke met het restant van groep 5 in de weer was
met het experiment met de bordjes onder het
selectieve oog van de filmcamera. Niet lang na de laatste onderzoeksessie
kreeg juffrouw Nelleke last van bekkeninstabiliteit en belandde tot ver na de
bevalling in de ziektewet. Naderhand had ze nog recht op zwangerschapsverlof en
daaropvolgend stond de zomervakantie alweer voor de deur. Juffrouw Marjolein
zou in de tussentijd niet alleen de lesuren van juffrouw Nelleke overnemen,
maar ook haar uitgestelde
wetenschappelijke onderzoek. Sindsdien weet eigenlijk niemand meer wat
er van het wetenschappelijke experiment met de klassikale ja/nee vragen en de
antwoordbordjes in rood en groen terecht gekomen is.
HOOFDSTUK 31
Pas nadat meester
Joep aan Thea beloofd had om zich in de toekomst niet meer door de opperouders
te laten ringeloren ging het tweetal onverrichter zake uit elkaar. Omdat
meester Joep zichzelf eigenlijk stiekem totaal niet beïnvloedbaar vond, gaf hij
niet de indruk serieus te zijn. Voor de lieve vrede liet hij Thea maar in de
waan met zijn valse belofte zich niet langer te mengen in roddel en achterklap.
Had de moeder van Sabine ook eens het idee erbij te horen. En natuurlijk
moesten alle kinderen leren om verdraagzaam te zijn. Heus niet alleen Sabine.
Met dat oordeel was meester Joep misschien iets te kortzichtig geweest in zijn
boze mailtje aan de zeer geleerde heer Bart alias de vader van zijn
klassenfavoriet.
‘Ik vroeg je toch
om Nia uit de buurt van Sabine te houden en prompt zet je haar opnieuw naast
mijn dochter in de klas. Waarom negeer je mij?’, wilde Thea verwijtend van de
verwarde twen tegenover haar weten.
‘Ik negeer je
juist niet. We praten nu toch samen? Ik vind het een fijn gesprek. Ik leer
hiervan’, huichelde meester Joep domweg.
Zijn gezicht
drukte precies het tegenovergestelde uit van zijn uitlatingen. Thea laste een
adempauze in met het doel om meester Joep tot zelfinzicht aan te zetten.
Tevergeefs. Onnadenkend dook hij meteen in de vrijgekomen spreekruimte en
vervolgde kranig.
‘Wat mij betreft
hoeft het vervolgbabbeltje tussen Bart, Willy en mij aanstaande maandag dan ook
niet plaats te vinden.’
‘Jij spreekt mijn
echtgenoot en de vader van Sabine toch met ‘heer Bart’ aan als ik me niet
vergis? Zeer geleerde heer Bart, om precies te zijn’, antwoordde Thea
stoïcijns.
Betrapt
produceerde meester Joep een zuur lachje.
‘Ik was een
beetje dom.’
‘Ja, en je bent
de kroonprins niet.’
Meester Joep
dacht dat Thea een grapje maakte. Hij werd er vertrouwelijk van.
‘Mocht ik nou
geen vast contract op De Wielewaal aangeboden krijgen, wat ik trouwens wel
verwacht, dan ga ik een tussenjaar naar Nieuw-Zeeland. Lekker backpacken.’
‘Dan help ik je
hopen dat je niet vast aangenomen wordt’, antwoordde Thea.
Een mens moet
uitkijken met hopen, want meester Joep mocht achteraf dus toch niet blijven op
De Wielewaal. Het gerucht ging dat het ontslag van meester Joep de schuld was
van Bart en Thea. Want natuurlijk was het vervolggesprek tussen Bart, Willy
Bakbruin en Joep Zeikjes wel doorgegaan.
‘Kun je echt,
echt niet tegen Bart zeggen dat wij al een goed gesprek hebben gevoerd? Dan
regel ik de afgelasting wel met Willy’, drong Bart vooraf nogmaals aan.
‘Ik kan echt,
echt niet voor de heer Bart praten’, loochende Thea met veel drama.
Ze zag geen
enkele reden om meester Joep met een gerust hart het weekend in te laten gaan.
Aldus was meester Joep nog steeds niet verlost van het dreigende onheilsgesprek
op die geplande maandag aanstaande met zijn werkgeefster Willy Bakbruin en de
zeer geleerde heer Bart. Had hij zich die moeite van dat hele goedmaakgesprek
met Thea ook wel kunnen besparen. Dan was hij nu al lang en breed thuis
geweest. Zelfs met ingecalculeerde treinvertraging.
Na een heel lang
weekend voor Joep Zeikjes was de gevreesde bijeenkomst, zonder vredestichtster
Thea, dan toch aangebroken. Bart bleek echter niet ontvankelijk voor de
standaardprocedure voor een officiële ontmoeting op basisschool De Wielewaal.
Een tegenvaller. Had directrice Willy Bakbruin zich dus mooi voor niks van top
tot teen ingesteld op de gebruikelijke gang van zaken. Meester Joep had zo ook
geen poot om op te staan.
‘Laat ik beginnen
met te zeggen dat we het beste met alle kinderen van De Wielewaal voorhebben’,
begon Willy.
Bart viel haar
meteen in de rede:
‘Wel jammer dat
Thea en ik daar zo weinig van merken.’
Willy hief haar
hand bij wijze van stopteken:
‘Die opmerking
laat ik bij jou’, waarschuwde ze.
‘Dat is jouw
fout’, grinnikte Bart.
‘Laat onverlet
dat geen enkel kind uit groep 6 nog naast dat sneuneusje wil zitten. Sabine dus
ook niet.’
‘Dat is jouw
waarheid, Nia moet ook een kans krijgen’, strubbelde Willy Bakbruin tegen met
bijval van Joep die heftig zat te knikken.
‘Ja? Dus?
Nogmaals, ik zit hier voor Sabine en niet voor Nia. Hoe vaak moet ik dat nou
nog zeggen? Ik heb toch niet alweer vrij genomen om een kind te bespreken dat
niet van mij is, want dat was de vorige keer ook al zo!?’
Meester Joep
durfde zich eindelijk in het gesprek te mengen. Hij had een vraag.
‘Hoe komt het
Bart dat jij zo geraakt bent door dit gebeuren?’
‘Nee, nee’, verbeterde Bart.
‘U zegt het
verkeerd meneer Joep; U moet vragen: Hoe komt het zeer geleerde heer Bart dat U
zo geraakt bent door dit gebeuren?
‘Ja, sorry nog,
daarvoor’, stamelde meester Joep.
Lamlendig zakte
Bart onderuit in zijn stoel.
‘Excuses
aanvaard, maar één ding zou ik nog graag willen weten van je Joep?’
‘Kom maar op’,
grapte meester Joep overmoedig door de onverwachte vergevingsgezindheid van
art.
‘Hoe komt het dat
jij zo lichtgeraakt was over de melding van mijn vrouw Thea dat onze dochter
Sabine niet langer naast Nia wil zitten in de klas?’, polste Bart dubbelzinnig.
‘Ik?’
Meester Joep
drukte een wijsvinger op zijn sleutelbeen en trok het gezicht van de heilige
onschuld. Bart liet zich niet van de kern van de zaak afleiden.
‘Zijn de wensen
van andere ouders misschien belangrijker? Waarom zet je Nia niet naast de zoon
van de wethoudster of in de buurt van de dochter van de voorzitter van de
medezeggenschapsraad? Ja, ik vraag ook maar wat.’
De ringtone van
de mobiel van Willy Bakbruin ging af. I want to break free van Queen. Nadat de directrice zich van de afzender vergewist had, drukte ze de
boodschap weg.
‘Ik heb de
allernieuwste telefoon’, deelde ze terzijde aan Bart mee.
‘Ja, ik zie het.
Ik dacht dat onderwijzend personeel standaard werd onderbetaald’.
‘Met deze
telefoon kun je zelfs online bankieren’.
Zelf kon Willy
het hoorbaar ook maar nauwelijks geloven.
‘Ik moet nog wel
even uitdokteren hoe dat moet’, voegde ze nog aan haar prietpraatjes toe.
‘Misschien kan
Sabine haar plekje naast Nia wel zien als een leermoment?’, stelde meester Joep
ondertussen onverschrokken voor.
Bart trok zijn
rug recht en verhief zijn stem:
‘Dat kan, maar
dat hoeft niet. Van mij hoeft Sabine dat niet. Dus je zorgt maar dat ze een
andere plek krijgt in groep 6. Waarom heb je haar niet naast die vriendin van
haar, die Miranda laten zitten? Ik heb zo’n donker bruin vermoeden dat jij aan
de ouders van Nia een nieuw vriendinnetje met de naam Sabine voor hun dochter
beloofd hebt?! Belofte maakt schuld. En nou zit jij dus in de penarie Joep,
want ik ga ervoor zorgen dat jij deze belofte niet gaat waarmaken.’
‘Ik vind dat je
heel sterk vasthoudt aan negativiteit. Je kunt er ook voor kiezen om in je
kracht te gaan zitten’, vond Willy Bakbruin op een getemperde toon.
‘In jouw kracht
zul je bedoelen. Ik heb de keuze om in jouw kracht te gaan zitten’, schamperde
Bart.
‘Ik vind Joep wel
heel goed, inderdaad’, koketteerde Willy.
‘Ja, maar ik zit
hier niet voor Joep. Ik zit hier voor Sabine. Je gaat me toch niet vertellen
dat ik dat nog een derde keer moet uitleggen, want daar pas ik dus voor’,
sudderde Bart.
‘Je moet je ego
gewoon loslaten’.
Dat was Willy
weer, terwijl ze onafgebroken op het schermpje van haar mobiel staarde. Bart
besloot de humor er maar van in te zien.
‘Als jij dan je
nieuwe mobiel even loslaat dan zal ik kijken wat ik op mijn beurt voor jou wil
loslaten.
Willy onderdrukte
een lachstuip. Voor meester Joep een teken dat hij de finish zonder
kleerscheuren bereikt had. Opgelucht schudde hij de aangespannen spieren in
zijn bovenlichaam los en waagde hij zich opnieuw in de conversatie:
‘Is het eigenlijk
veilig om met een mobiel online te bankieren? Jij werkt toch in de
automatisering Bart? Jij hebt toch verstand van dat soort zaken?’
‘Geld via een mobiel
overmaken is niet echt veilig, maar desondanks zullen we er in de toekomst
steeds moeilijker onderuit kunnen komen’, benadrukte Bart met klem.
Daar hadden zowel
Willy Bakbruin als meester Joep wel een mening over en zo kreeg het
oudergesprek onverwacht toch nog een ongedwongen wending. Terloops werd nog
beklonken dat Sabine opnieuw een ander plekje zou krijgen in groep 6.
‘Hussel iedereen
maar zo’n beetje door elkaar dan valt het niet op’, verordende Willy.
Meester Joep keek
moeilijk maar welwillend:
‘Ik zal kijken
wat ik kan doen. Misschien lukt het me om Sabine naast Ronnie te krijgen. Dat
is toch een vriendje van haar?’
Willy Bakbruin
reageerde alert door meester Joep meteen tot de orde te roepen:
‘Beloof nou geen
zaken die je niet waar kunt maken!’
Voor Bart een
schot voor open doel.
‘Zie je wel dat
ik gelijk heb. Waarom zou Sabine niet probleemloos op voorspraak van meester
Joep naast Ronnie kunnen zitten in de klas?’
‘Dat is
ingewikkelder dan je denkt Bart. Misschien babbelen Sabine en Ronnie wel te
veel samen’, verzon Willy Bakbruin ter plekke in de hoop haar manipulatieve
motieven te verdoezelen.
‘Of de moeder van
Ronnie heeft hier weer het laatste woord’, insinueerde Bart terecht.
Want al is de
leugen nog zo snel; Bart achterhaalt haar wel. Na afloop kreeg hij dan ook
wederom gelijk. Vanwege de doorslaggevende stem van Maud; de moeder van Ronnie,
belandde Sabine na enkele verwarrende stoelendansjes niet naast Ronnie, maar
weer terug op haar oude plekje naast Miranda tijdens haar resterende tijd in de
complete groep 6. Vanaf dat ogenblik stond 1 ding voor de opperouders van Nia
vast; namelijk dat Bart en Thea dus racistisch
waren. Voor hun gemoedsrust gingen zij gemakshalve voorbij aan de
getinte huidskleur van Miranda en van die andere vriendin – Marokkaanse Zarah -
van Sabine. Miranda, Zarah en Sabine deden er simpelweg niet toe voor ouders
van Nia die zich tot de incrowd van De Wielewaal mochten rekenen. Klasgenootjes
van hun adoptiedochter waren één pot nat in hun ogen. Ze stonden ten dienste
van Nia. Wat hun betreft konden de ouders Sabine dan ook niet anders dan
racisten zijn, want anders dan had hun donkere adoptiedochter Nia – en niet
Miranda - nu nog gewoon naast Sabine in de klas
gezeten. Aan meester Joep kon de wisseling van de wacht niet gelegen
hebben. Hij had het verzoek van de opperouders - om Nia aan Sabine te koppelen
door ze in de groep naast elkaar te plaatsen aanvankelijk meteen enthousiast
ingewilligd. Hoe kon hij dan achteraf de onwil van Bart en Thea – om Nia als de
vriendin van hun dochter in het hart te sluiten - verklaren aan De
Wielewaalkliek? Of kregen de papa en mama van Sabine misschien een
voorkersbehandeling van meester Joep. En zo ja, waarom?
In werkelijkheid
werden Bart en Thea niet bepaald op hun wenken bediend door meester Joep. Het
verzoek om Sabine niet verplicht in de
klas naast Nia plaats te laten nemen werd met reden door meester Joep
ingewilligd. Hij had wat goed te maken. Meester Joep was immers volledig
voorbijgegaan aan de recentelijke overstap van Sabine van de combiklas naar de
complete groep 6. Op een onbewaakt moment had hij zijn onoplettendheid nog
eerlijk aan Thea opgebiecht ook. De reden van zijn slordige optreden? Het was
hem ontschoten in de drukte van zijn première in groep 6. Het kon ook zijn dat
niemand hem op de hoogte had gebracht van de wetenwaardigheid dat Sabine net als haar meester Joep een
eersteling was in deze klas. Eén van de
twee smoezen of alle twee de uitvluchten moesten dan ook het armzalige alibi
zijn voor het schandalige feit dat meester Joep tot dan toe absoluut geen
rekening gehouden had met Sabine en haar herkomst uit de combigroep. Nia
daarentegen had van het begin van haar tijd op De Wielwaal af aan op alle
mogelijke steun kunnen rekenen. Ook van meester Joep. Maar wat deed Sabine het trouwens desondanks
voortreffelijk voor zo’n nieuwelinge. Ze hoorde er helemaal bij. Meester Joep
durfde zelfs zover te gaan om de aanwezigheid van Sabine in de klas in
positieve zin ‘sfeerbepalend’ te noemen.
Na het onnodige
getouwtrek tussen Joep Zeikjes, Willy Bakbruin en Bart tijdens het
oudergesprek, werd de ontmoeting tussen het drietal uiteindelijk toch nog
gezellig. Tussen het geleuter over het mobiele netwerk door, had Bart er dus
wel voor gezorgd dat het welzijn van zijn dochter Sabine toch nog even ter
sprake was gekomen. Daar in de directiekamer van De Wielewaal met die hoge
ramen. Hierdoor was Bart inmiddels alweer voor de 2de keer in gezelschap van de
directrice en de invalmeester van groep 6 gespot door hele hordes opperouders.
Achter het glas had de buitenwacht de vader van Walter en Sabine in volle
glorie kunnen zien razen en gebaren in verhitte discussies met Bakbruin en Zeikjes. En wat te denken van de
gonzende geruchten over klachten naar de onderwijsinspectie en de
stichtingsdirectie door die theatrale echtgenote van hem. Die Thea? Niemand kon
de opperouders nog wijsmaken dat Bart en Thea niet allang de klok hadden staan
luiden over de vermeende louche praktijken van meester Joep, juffrouw Nelleke
en eventuele andere verdoemde leerkrachten van De Wielewaal. Meester Joep en
juffrouw Nelleke ondernamen in ieder geval geen enkele poging om hun slecht
geïnformeerde achterban van het tegendeel te overtuigen.
Alsof Bart en
Thea de enige potentiële verklikkers waren. Zo’n kwalificatie was bijna te veel
eer voor het echtpaar. Er bevonden zich heus wel meer kritische verzorgers op
de achtergrond van de opperouders van de Wielewaal. Gealarmeerde, sceptische vaders en moeders
die zich in de zijlijnen heimelijk achter de oren krabbelden; over het gevoerde
onderwijsbeleid op De Wielewaal; over de uit de hand gelopen ouderinspraak;
over de bevoorrechtte plusgroep kinderen; over de brutalen die op de
basisschool van hun achtergestelde bloedeigen kroost de halve wereld hadden. En
wat te denken bijvoorbeeld van zo’n juffrouw Rosalie?
Juffrouw Rosalie
was de betere helft van het docentenduo in de combinatieklas 6/7 en
geïntroduceerd via de stichting van De Wielewaal buiten de zeggenschap van de directrice Willy Bakbruin om. Net als
meester Joep had juffrouw Rosalie een tijdelijke aanstelling op de basisschool
van de kinderen van Bart en Thea. Ook juffrouw Rosalie werd door de
stichtingsdirectie niet teruggevraagd voor het komende schooljaar op De
Wielewaal. Toch had Thea niet het idee dat juffrouw Rosalie net zo rouwig over
haar aanstaande vertrek was, als meester Joep over zijn gedwongen afmars van de
gerenommeerde, overwegend witte basisschool. Misschien nam juffrouw Rosalie het
heft wel in eigen handen en verliet ze voor haar gevoel een zinkend schip. De
zwijgzame leeftijdgenote van Thea gaf de indruk een recht toe recht aan persoon
te zijn. Iemand die haar eigen plan trok en waarin heel wat meer leek om te
gaan dan ze aan de opperouders liet zien. Ze viel op, ondanks haar bescheiden
optreden in de wandelgangen van De Wielewaal. Haar vriendelijke beleefdheid
stak af tegen de banale manier van doen
van haar directe collega juf Siepie. Samen met Siepie gaf Rosalie les aan
de combinatieklas 6 en 7. Siepie was niet alleen in jaren veel jonger, maar liep
op intellectueel gebied ook duidelijk achter op Rosalie. Het contrast tussen
die twee was zo groot dat Thea in de loop van het jaar was gaan vermoeden dat
juffrouw Rosalie niet alleen van hogerhand was aangesteld om tersluiks een
oogje in het zeil te houden in de combinatieklas, die bij nader inzien toch
niet helemaal naar behoren uit de verf leek te komen, maar ook om voor de bezorgde stichtingsdirectie te
spioneren in de verziekte Wielewaalsfeer. Soms merkte Thea dat ze heimelijk gade werd gelagen op het speelplein of bij de
kapstokken in en rondom het gebouw van De Wielewaal. Door Rosalie, terwijl Thea
haar bijna hoorde denken:
‘O ja, dat is de
moeder van Sabine. Die moeder die
doorgezet heeft dat haar dochter uit de combinatieklas van De Wielewaal is
gehaald en in een andere groep is geplaatst. Deze ontwikkeling had niemand van
de docenten voorzien. Hoe is zoiets mogelijk op een basisschool waar ieder
individueel kind door een professioneel team consequent gezien en gehoord dient
te worden?’
De vorsende
blikken van Rosalie voelden niet ongemakkelijk aan. Integendeel. Thea werd
eerder bewondering en empathie gewaar. Op één van die officieuze inspectierondes door Rosalie hief Thea
meewarig haar kin. Als een tegenbeweging op het gevoel dat ze aanhoudend
gemonsterd werd. Ze ontmoette de priemende ogen van de zonderlinge combiklasjuf
die direct ingetogen knikte. Respectvol bijna. Thea moest zich inhouden om niet
om zich heen kijkend op zoek te gaan naar een rechtmatige ontvanger in plaats
van een wedergroet te gebaren. Er doolde vast en zeker een beter persoon in de
buurt rond. Iemand die naar de maatstaven van de opperouders meer recht had op
een blijk van erkenning.
Na al die jaren
van strijd ging Thea er automatisch vanuit dat ze door niemand op de
basisschool van haar kinderen voor vol werd aangezien. Ze was al zo ver heen
dat ze niet eens meer wist wat ze aan zou moeten met eventuele openlijke
bijval. Wat overigens niet impliceerde dat zo’n geheim teken van waardering van
juffrouw Rosalie niet smaakte naar meer. Thea dagdroomde zichzelf al naar een
betere wereld als in een warm bubbelbad op pootjes middenin een door zomerzon
overgoten sappig groen weiland tussen de grazende herkauwende koeien die haar
vriendelijk en vooral nietszeggend tegemoet loeiden. Streng riep Thea de
verleiding een halt toe. Ze was niet bereid om de prijs te betalen die staat
voor algehele populariteit. Uit levenservaring wist Thea dat ze uit principe maar beter altijd eerlijk
tegen zichzelf kon zijn. Dan kon een authentieke opstelling maar een paar
reacties oproepen op De Wielewaal. Te weten; de sympathie van een enkeling
zoals juffrouw Rosalie; of toch het wantrouwen van de opperouders. Of beiden.
Het was niet anders. Of Thea moest bereid zijn om te voldoen aan de sociale
gedragsregels van de opperouders. Alleen zou een zomerdagje in bad tussen de
kudde in het koeienweiland zo’n offer niet kunnen compenseren. Aan het einde
van het plezier zou Thea samen met de zon ondergaan. Ze zou genomen worden.
Opgeslorpt door de massastroming dat na het algemene nut in een afvoerputje
werd geloosd.
‘De opperouders
denken dat we wij klokkenluiders zijn’, wist Thea.’
‘Ach welnee, jij
hecht veel te veel waarde aan het woord van de opperouders. Ze lullen maar
wat’, troostte Bart.
Dat nam niet weg
dat Thea best weleens niet het chronische mikpunt van onbedwingbare argwaan zou
willen zijn en ze kon zich heel goed voorstellen dat Walter ook niet op valse
beschuldigingen zat te wachten. Nog het minst van zijn moeder. Hoezeer de schijn
ook tegen hem werkte. Zelfs jaren later, nu Walter de Wielewaaljaren achter
zich heeft gelaten en volop aan het puberen is. Dit keer geeft Jasmijn de
aanzet. Ze doet wel alsof ze Walter niet in een kwaad daglicht wil stellen,
maar de verdachtmakingen die ze aan zijn adres had thuisbezorgd aan de
keukentafel bleven in het hoofd van Thea hangen als een gebroken naald op een
langspeelplaat. Hoe hard en vals ze het indringende refrein van een irritante
oorwurm in de dagen na de onverwachte visite van Jasmijn ook van zich af
probeerde te zetten. Thea bleef maar kringetjes draaien in haar gepieker over
dat wat Jasmijn beweerd had:
‘Bink dacht al
dat hij door Walter gechanteerd werd.’
Met ferme
hoofdknik had Jasmijn haar bevindingen kracht bijgezet.
‘Walter heeft
immers de laptop van Bink gehackt?’
‘Wrijf het er
maar in’, dacht Thea.
Maar Jasmijn had
geen aanmoediging nodig.
‘En dat terwijl
Melvin de laptop van Bink zolang in vertrouwen aan jou in bewaring had gegeven na
die onaangekondigde inval van de politie.’
‘We wisten van
niks’, gaf Thea toe.
‘Logisch dus dat
Bink dacht dat Walter toen vertrouwelijke gegevens van GspotGigolo op een
usbstick heeft gezet met de bedoeling om hem te chanteren.’
‘Ja heel
logisch’, schamperde Thea.
‘Gelukkig heb ik
die onzin over Walter uit het hoofd van Bink kunnen praten.’
‘Gelukkig maar!’
Jasmijn was
Oost-Indisch doof voor de sarcastische ondertoon van Thea.
‘De IPhone van
Melvin is immers ook nog steeds kwijt sinds hij in elkaar geslagen is.’
‘En waarom is dat
nou weer de schuld van Walter?’, verzuchtte Thea gelaten.
‘Juist niet.
Melvin is zijn IPhone kwijt geraakt op die onheilspellende avond in het park
waar hij is mishandeld door de broers van zijn verboden liefde Aadam.’
‘En door Aadam
zelf.’
Thea kon het niet
nalaten.
‘Ja maar dat was
om gezichtsverlies te voorkomen. Om zijn eer te redden. Extremistische moslims
slaan eer heel hoog aan.’
‘Nee, dan is het
goed’, smaalde Thea.
‘Waar kende jij
Aadam ook weer van?’
Het was te horen
dat Jasmijn naar de bekende weg vroeg en dat het antwoord haar niet boeide.
Thea wilde weten waar ze op aan stuurde:
‘Zijn zus was een
oud-leerlinge van mij. Maar wat is dan het verband tussen de verdwenen IPhone
van Melvin en Walter als ik vragen mag?’
‘In die verloren
IPhone van Melvin staat ook allerlei privé informatie opgeslagen over de
klanten van zijn werk als Toyboy voor de escortservice van Bink, oftewel
GspotGigolo.’
‘Ja, ja!’, zei
Thea niet-begrijpend.
Jasmijn werd
ongeduldig:
‘Denk eens na,
wie zegt ons dat die moslims de IPhone van Melvin niet gewoon mee naar huis
hebben genomen, nadat ze hun eerwraak dingetje gedaan hadden in het park? Die
Islamieten zijn homohaters en volgens mij willen zij juist geld zien van Bink
in ruil voor hun discretie.’
‘Dat lijkt me
wel, want Walter is onschuldig’.
Thea was
onverzettelijk.
‘Denk jij nou
echt Thea, dat ik de onschuld van Walter niet aan het verstand van Bink heb
proberen te brengen? Dat niet Walter maar Aadam en zijn broers welhaast de
afpersers moeten zijn, gezien de aard van de dreigementen? Ik heb heel
duidelijk aan Bink aangegeven dat ik – Jasmijn – Walter juist niet verdenk.
Walter is een puber.’
‘Een puber met
200 euro in zijn sokkenlade’, broedde Thea in gedachten.
Uiteraard sprak
ze haar angstige vermoedens niet uit tegen Jasmijn. De bankbiljetten uit de
sokkenlade van Walter verzamelde ze en vleide het stapeltje als een waaier
tegen de mandarijnen en appels in de fruitmand op de keukentafel. Pas nadat
Walter al geruime tijd uit school was en een hele mik belegde boterhammen had
verorberd, merkte hij de verzameling bankbiljetten, die tegen het resterende
fruit uitgestald was, op. Hij zette zijn tanden in een appel en murmelde met
volle mond richting Thea die met een kop cappuccino zat te pauzeren tussen het
komen en gaan van 2 Huiswerksterkklanten.
‘Waarom ligt er
briefgeld in de fruitmand?’
Thea probeerde
haar zoon te peilen, terwijl hij haar kauwend en met hoog opgetrokken
wenkbrauwen vragend en indringend aanstaarde. Onwillekeurig verwachtte ze de
vertrouwde troost van zijn openhartige tronie met alle overbekende
familietrekjes. In plaats daarvan ontmoette ze een gereserveerde, haast
minachtende blik die ze niet kende van Walter. De knoop die Thea al in haar
darmen met zich meedroeg sinds de vondst van het geldbedrag in de sokkenlade
van Walter, verdubbelde zich en haar neiging om heel hard te gaan janken, viel
praktisch niet meer te onderdrukken. Het radeloze gevoel was zo overheersend
verdrietig dat Thea de oorzaak vrijwel vergeten of verdrongen had. Gelijktijdig
met haar achterdocht en de innerlijke strijd ontstond een onvermijdelijke wisselwerking
met Walter, haar jongen, die zich door het afstandelijke gedrag van zijn moeder
in de steek gelaten voelde. Zijn verbolgen, bijna verbijsterde, oogopslag
verwierp de heersende argwaan. Terwijl er voorheen nog niet eens een beginnetje
tussen hen tweeën was gemaakt voor de kloof die nu opeens een onoverbrugbaar,
gapend gat was. Ach er zijn weleens ruzies en ergernissen over en weer geweest,
maar nooit eerder bereikte een conflict het huidige dieptepunt. Thea ging bijna
geloven dat Walter echt niet wist wat hij verkeerd gedaan had. Al was het
alleen maar om weer dichter bij haar zoon te kunnen komen. Verlaten keurde Thea
het vreemde puberale, vertrokken smoelwerk met de cynische mond en de in
zichzelf gekeerde ogen. Het liefst was ze opgesprongen van haar keukenstoel en
had ze Walter omarmd. Alles vergeven en vergeten en een kusje op zijn wang. In
plaats daarvan zinspeelde Thea op zijn vermeende louche praktijken:
‘Dat geld dat
vond ik in jouw sokkenlade.’
Bij Walter viel
het kwartje. De appelhap slikte hij door alvorens hij haperend antwoordde met
een opspelende baard in de keel juist op dit ongelegen moment :
‘O ja, papa vond
ook dat we binnenkort een bankrekening moeten openen voor Sabine en mij. Dan
krijgen we meteen een bankpasje en zo. Dan kunnen we het geld pinnen. Geld op
de bank is veiliger dan cash contant in huis te houden.’
Van alle
scenario’s die Thea van tevoren in gedachten had, was dit de minst voorspelbare
reactie van Walter. Hij deed stoer, was minder breedsprakig en levendig dan
normaal, maar door zijn onverwachte antwoord realiseerde Thea zich dat zijn
terughoudendheid eerder een reflectie was van haar vijandige houding, dan dat
hij nou zo overduidelijk de waarheid stond te omzeilen. Walter was helemaal
niet betrapt, maar Thea wist zo snel niet hoe het tij nog te keren.
‘Dus je vader
weet van dit bedrag af?’
De realiteitszin
van Thea was te ver heen om nog met ‘papa’ naar Bart te verwijzen zoals Walter
voorheen gedaan heeft. Haar zoon was nog steeds schuldig, totdat het tegendeel
onomstotelijk was bewezen. Nog was Walter misschien wel een afperser en zulke uitzuigers
zijn hun papa’s ontgroeit. Oplichters hebben geen papa meer, maar hoogstens een
vader die ze terecht wijzen. Als ze geluk hebben.
‘Jij toch ook?!’,
riep Walter uit in totale verwarring over de opstelling van zijn moeder.
‘Is dat zo?’,
provoceerde Thea.
Walter zweeg en
staarde naar Thea alsof ze gek geworden was.
‘Waar komt dat
bedrag dan vandaan als ik vragen mag?!’
Driftig wees en
knikte Thea naar de waaier briefgeld tegen de appels en mandarijnen in de
fruitmand. Een paar keer keek Walter heen en weer van zijn moeder naar de
fruitmand, terwijl zijn gezicht terug plooide in de oorspronkelijke staat die
Thea zo vertrouwd en heilig was. Zijn toon was voorzichtig kalmerend. Alsof hij
haar gerust wilde stellen, maar zelf niet precies begreep waarom.
‘Van de verkoop
van mijn oude speelgoed op marktplaats mam. Sabine heeft zelfs nog meer dan ik.
Maar ik heb ook al 100 euro van mijn verdiende geld uitgegeven aan games en zij
nog niks. Dat heb ik trouwens wel eerst aan papa gevraagd. Of ik mijn verdiensten
mocht uitgeven aan games en hij zei dat het goed was!’
In de minuten
lange stilte die volgde maakte een traan een doodlopend spoor op de rug van de
hand die Thea voor haar mond had geslagen.
‘Sorry, jongen’,
prevelde ze eindelijk gedempt.
‘Wat dacht jij
dan?!’, grimaste Walter.
Hij mocht nooit
weer veranderen. Thea zou het niet meer laten gebeuren. Vastberaden wreef ze
door haar ogen en stond op voor een stuk keukenrol van de houder die bij het
aanrecht hing. Ze snoot haar neus.
‘Ik weet niet wat
ik dacht, jongen. Je hoort zoveel rare dingen. Over weet plantages en handel in
drugs en pillen, en zo’, loog Thea.
Vergevingsgezind
vanwege zijn overbezorgde moedertje en slungelig door zijn adolescentie liep
Walter op Thea af en sloeg houterig zijn lange armen om haar heen. Hij was al
een kop groter dan zij. Een seconde lang legde ze haar wang tegen zijn borst en
hij verdoezelde zijn puberale, onbeholpenheid door met veel acteertalent een
mega smakkerd bovenop haar kruin te drukken. Zonder het zelf in de gaten te
hebben, stapte Walter zo achteloos over de argwaan van zijn moeder heen. Het
schuldgevoel van Thea begon onverdraaglijke proporties aan te nemen. Het was
maar goed dat Walter ter afsluiting van zijn omarming per ongeluk expres net
iets te hard op de ruggenwervel ter hoogte van de longen van Thea klopte,
waardoor ze een verlossende hoestbui kreeg. Walter maakte aanstalten om nog een
paar keer flink op haar rug in te beuken.
‘Als je dat maar
laat’, hoestte Thea.
‘Stank voor
dank’, vond Walter, waarmee de lucht
geklaard was.
Bink doet aan de
overkant van de straat in zijn huiskamer moeite om de directe verbale aanval
van Thea te kunnen volgen. Hij schudt zijn hoofd een paar keer alsof zijn
hersenpan een verenkussen is dat opgeklopt moet worden voor hergebruik.
‘Hoe kom je erbij
dat ik jouw 12jarige zoon voor een crimineel zou houden? Ik wist niet eens dat
je een 12jarige zoon hebt.’
‘Dat weet je
wel’, briest Thea.
‘Je hebt zelfs
nog eens gedreigd dat je mij als een cougar te kijk zou zetten als Walter ‘die
jongens’ van jouw escortservice op usbstick zou hebben gezet. Weet je nog? Toen
je jouw laptop bij mij kwam ophalen samen met je zus en de stiefmoeder van
Melvin en Jasmijn? Samen met Femke? Die laptop die Melvin voor jou uit handen
van de politie had gered en bij mij in huis verstopte?’
Bink weet het
weer. Hij is zichtbaar opgelucht.
‘Ow, jaah. Melvin
noemt hem de Whizzkid. Dat is jouw zoon ja. Dat is waar ook. Maar dat ventje
hebben wij nooit verdacht van chantagepraktijken, hoor. Daar is dat broekje
veel te studiepikkerig voor.’
‘Doe effe niet zo
asociaal, Bink!’, roskamt Pim zijn zwager vanaf de uit de kluiten gewassen
cognackleurige chaise longue van Deens design.
Betrapt hersteld
Pim zich haastig en geëxalteerd:
‘…en te goed
opgevoed natuurlijk. Jouw zoon zou zoiets nooit doen.’
Thea staat niet
langer meer op het punt om te vertrekken. Melvin en Jasmijn hebben haar wederom
aan haar haren bij deze ellende gesleurd. Langzaam maar zeker tekent zich een
patroon af. Steeds als Thea afstand probeert te nemen van Jasmijn of Melvin dan
komt 1 van haar voormalige oppaskinderen
met hangende pootjes naar haar toe met smeekbedes en verhulde
liefdesverklaringen. Bijna hun leven lang al maken zowel Melvin als Jasmijn
aanspraak op Thea alsof ze een recyclebaar gebruiksvoorwerp is. Ze heeft zelfs
de vertrouwensband met haar dierbare Walter nagenoeg opgeofferd aan de
voorgewende noodsituatie van deze 2 kinderen van hun decadente ouders en de
hedendaagse, liefdeloze gang van zaken. Maar vanaf vandaag, vanaf het hier en
nu; hier, in de poep sjieke woonkamer van Bink en nu; op het moment dat Thea
eindelijk doorheeft dat Jasmijn niet te helpen val, omdat ze zelf niet wil,
laat Thea zich niet meer verplichten tot het oplossen van de problemen van een
ander. Ze probeert de motieven van Jasmijn te doorgronden. Ze zit meedogenloos
te liegen zonder woorden. De jokkebrok heeft haar gelaarsde onderbenen
opgetrokken in de zitting van de knalgele fauteuil van Designonstock en steunt
met haar kin op haar knieën in een maillot
met veelkleurige fantasieprint.
‘Waarom heb jij
mij dan wijs gemaakt dat Bink mijn Walter zou verdenken van al die
dreigmailtjes?’
Thea praat tegen
de aloude muur die Jasmijn weer tussen de buitenwereld en zichzelf heeft
opgetrokken.
’Heb ik dat
gezegd?’, vraagt Jasmijn ontwijkend, terwijl ze alle kanten opkijkt, behalve in
de richting van Thea.
‘Ja, dat heb jij
gezegd. Sterker nog je beweerde zelfs dat Melvin en jij de nodige moeite hebben
moeten doen om Bink van de onschuld van Walter te overtuigen.’
‘Echt niet’,
protesteert Jasmijn.
‘Laten we er
anders nog even bij gaan zitten Thea’, stelt Bink belangstellend voor met een
uitnodigend gebaar naar de cognackleurige chaise longue.
Hij maakt nou
niet bepaald een overdonderde indruk. Integendeel; hij gedraagt zich alsof de
ontmoeting tussen Jasmijn, Pim, Thea en hem nu pas interessant begint te
worden. Vanaf zijn zitplaats reikt Pim zijn zwager de in werking gestelde,
rokerige joint aan. Zo te zien zit hij ook in het complot. Bink gaat door zijn
knieën achter de salontafel en inviteert Thea nogmaals om terug plaats te nemen
in de luxe kalfslederen lange bank waarop Pim ook ergens aan een andere uithoek
van de woonkamer zit te trippen.
‘Ik houd mijn
hoofd liever koel’, zinspeelt Thea.
‘Voel je nergens
toe verplicht lieve schat’, laat Bink onbezorgd weten.
Zou hij een zesde
zintuig hebben? Bink lurkt gulzig aan zijn joint en zwaait met een volle fles
wijn in de lucht.
‘Wie kan ik
bijschenken?’
‘Ik ga ook
beter’, deelt Jasmijn plotseling mede.
Ze springt op uit
haar fauteuil.
‘Jij blijft beter
zitten!’, verordent Bink zonder te knipperen.
‘Wat Bink zegt’,
vindt Pim, om valse hoop bij Jasmijn, op steun van haar vader, voor te zijn.
Pruilend kiest
Jasmijn eieren voor haar geld en verplaatst zich naar het midden van de chaise
longue. Ze zit erbij als een Lolita. Afgezakte, knokige schoudertjes. Het
blonde, steile engelenhaar als vitrage om de contouren van haar rossige
gezichtje met de grote ogen en een sip lipje. Handen tussen haar knieën en de
stelten in de suède kaplaarzen in de o vorm naast elkaar geplant in het
hoogpolige vloerkleed. Mary Quant.
‘Waarom ben je
laatst bij me op bezoek gekomen Jasmijn? Toch omdat Bink bedreigd werd?’
Thea gebruikt de
spreektoon van een kleuterjuf tegen een kind van 4 dat zo goed als zeker heel
stout geweest is.
‘Ow, God bewaar
me. En dat ging jij toen voor me oplossen Thea?’, ginnegapt Bink.
‘Je wordt toch
bedreigd?!’, snauwt Jasmijn tegen haar stiefoom om daarna de draad van het
gesprek weer op te pakken. Hiertoe wendt ze zich alleen tot haar vader Pim.
Haar voormalige kinderjuf probeert ze buiten de
interactie te sluiten:
‘Ik ben onlangs
bij Thea thuis geweest, omdat zij bewijzen heeft tegen die kut Syriërs die
Melvin in elkaar geramd hebben omdat hij homoseksueel is. Ik vind dat Melvin
aangifte moet doen. Niet alleen van mishandeling, maar ook bij de
vreemdelingenpolitie, omdat één van die gasten nog geradicaliseerd blijkt te
zijn ook en momenteel in Syrië vecht. Maar waarom zouden jullie mij – Jojo
Jasmijn – op haar woord geloven? Jullie luisteren nooit naar mij. Vandaar dat
ik de hulp van Thea heb ingeroepen. Ze heeft keiharde bewijzen. Iets met
manchetknopen of zoiets. In ieder geval was er sprake van een heterdaadje en
moest Melvin in het bijzijn van Thea en mij gewoon toegeven dat Aadam en zijn
broers hem toegetakeld hebben op die avond in het stadspark. Vraag maar aan
Thea hoe de vork precies in de steel zit. Dan is ze tenminste niet voor niks
als getuige in de strafzaak komen opdraven.’
Bink antwoordt
voor zijn zwager:
‘Dat had niet
gehoeven Jojo Jasmijn. Ik heb Melvin zelfs al voorgesteld om mijn knokploeg op
die ‘kut Syriërs’ af te sturen. Maar dat wilde Melvin niet uit bescherming voor
zijn liefde Aadam. Maar sinds ik zeker weet dat onze Islamitische adonis naar
het front van de heilige oorlog is verbannen en dus uit het zicht is verdwenen,
twijfel ik.’
‘Waaraan twijfel
je nog Bink?’, wil Pim weten met een uitdrukking op zijn gezicht alsof geen
enkel nieuws hem nog verder van zijn stuk zou kunnen brengen dan hij inmiddels
al is.
‘Ík twijfel of ik
die vechtersbaasjes toch niet even moet laten voorbewerken door mijn knokploeg
alvorens Melvin naar de politie gaat.’
‘Stoer hoor’,
hoont Jasmijn.
‘Je denkt toch
niet dat wij ons laten intimideren door een zielig clubje van die
moslimmannetjes?’, brengt Pim zijn dochter niet echt fijntjes aan haar
verstand.
Niet mis te
verstaan door het volume van zijn stem. De sneer van Jasmijn heeft Pim
waarschijnlijk wakker geschud uit zijn roesje van daarnet. Ondanks het stevige
geheis aan de algemene joint is hij dus toch nog niet grondig genoeg bedwelmd,
want iemand die stoned is reageert niet zo alert..
‘Misschien vind
je de IPhone van Melvin met al de vertrouwelijke gegevens over jouw
escortservice wel als je met een knokploeg bij ze op bezoek gaat’, hoopt Thea.
Ze heeft bij
voorbaat voldoening van het idee dat een paar losgeslagen homohaters de kans
loopt om overmeesterd te worden door een
kliek gespierde Toyboys. Mannelijke hoeren die in loondienst zijn bij
GspotGigolo van ‘gayguy’ Bink.
‘Dat denk ik
niet, Thea’, zucht Pim.
‘Ik weet wel
zeker van niet’, doet gayguy Bink er nog eens extra schepje bovenop.
‘Hoezo niet?!’,
wil Jasmijn geërgerd weten.
‘Ja, hoezo niet,
waar komen die bedreigingen en die chantagepraktijken dan vandaan? Niet van
Walter. Walter is veel te studiepikkerig om zijn medemensen af te persen. Dat
hebben we net nog unaniem geconstateerd’, wanhoopt Thea.
Ze neemt haar
zoon alvast in bescherming, want ze ziet de onvermijdelijke valse vingerwijzing
alweer haar kant opkomen. Pim geeft antwoord:
‘Na de aanschaf
van zijn IPhone heeft Melvin het registratienummer geactiveerd, zodat de
locatie van zijn mobiel na verlies of diefstal te traceren is. Op die manier
hebben Bink en ik kunnen vaststellen dat de telefoon zich momenteel in Azië
bevindt. In Aleppo om precies te zijn. Dat is een stad in Syrië, vlak bij de
Turkse grens. Aadam heeft de IPhone van Melvin na de slachtpartij in het park
dus in zijn broekzak gestoken en meegenomen op zijn enkele reis naar het
beloofde land. Dat is ook de reden waarom Melvin weigert om aangifte te doen
van mishandeling bij de politie. Laat staan bij de vreemdelingenpolitie. Dan
kan Melvin het grote geheim van Aadam net zo goed online zetten. Liefde maakt
blind.’
‘Wat is het grote
geheim van Aadam?’, vraagt Thea bête.
‘Dat hij een
homoseksuele moslim is die daarom tegen zijn wil in Syrië vecht in de heilige
oorlog misschien?’, oppert Bink op cynische toon.
‘Wie zegt dat hij
tegen zijn wil in Syrië zit?’
Jasmijn laat ook
maar weer eens van zich horen. Wat Bink betreft had ze dat beter niet kunnen
doen.
‘Nee, hij beult
zich voor zijn plezier af.’
‘Misschien wel’,
schokschoudert Jasmijn:
‘Misschien is de
heilige oorlogvoering wel de Islamitische manier van zelfkastijding.
Boetedoening. Niet iedereen is in zijn sas met een homoseksuele geaardheid,
Bink.’
Tot besluit van
haar betoog duwt Jasmijn een leeg wijnglas onder de neus van Bink. Hij neemt
het glas van haar over en schenkt. Ondertussen neemt Thea het woord. Ze slaat
de steken onder water over. Ze heeft haar buik vol van onverwerkte
familieperikelen. Zeker wanneer het haar eigen familie niet betreft.
‘Maar het zou
toch sowieso veel slimmer zijn geweest als die Aadam de IPhone van Melvin
gewoon had weggegooid? Hij heeft de liefde van zijn leven toch al verraden door
hem samen met zijn broers in elkaar te rammen?! Wat moet hij nog met een IPhone
van een homo? Daarmee maakt die Aadam zich alleen maar weer opnieuw verdacht
toch? Of zie ik dat verkeerd?’
Bink gooit zijn
hoofd in de nek en ledigt het glas wijn, dat eigenlijk voor Jasmijn bedoeld
was, in één haal achterover alvorens hij Thea een antwoord toe bijt.
‘Dus jij denkt
dat die Aadam vrijwillig heeft meegedaan aan die slachtpartij? Het was erop of
eronder Thea. Nou mag Aadam zich dood vechten in Syrië. Die telefoon is alles
wat hij nog heeft van Melvin. Zie het als een aandenken. Een amulet. Misschien
met hier en daar een opgeslagen, sexy selfie van onze roomblanke mooiboy
Melvin. Zoals Pim net al zei; Liefde
maakt blind. Dat is universeel Thea. Dat geldt ook voor homo’s. Zelfs voor
moslim homo’s.’
‘Ja, ken je dat
tintelde gevoel als je iemand ontmoet die je leuk vindt? Dat is het gezonde
verstand dat je lichaam verlaat’, knarsetandt Pim.
‘Ik weet het
niet’, verzucht Jasmijn.’
‘Heb je het
moeilijk meid?’, smaalt Bink.
Zijn sarcasme
legt ze alweer naast zich neer. Net of ze expres nooit snapt wat Bink eigenlijk
uitdrukt met het tegenovergestelde van dat wat hij zegt. In haar hart weet
Jasmijn natuurlijk wel beter. Alles weet Jasmijn immers beter. Slimme Jasmijn.
Anders dan Thea die nog steeds op verlichting hoopt.
Ineens neemt
Jasmijn het woord. Ze gaat zo snel dat ze haar mond bijna voorbij lijkt te gaan
praten:
‘Ik denk eerder
dat die Aadam de IPhone heeft meegenomen om Bink te kunnen chanteren. Een
makkelijke manier om aan geld te komen voor de heilige oorlog en ook als een
soort wraakactie tegen Melvin. Dat hij op één of andere manier ontdekt heeft
dat Melvin in de prostitutie zit. Dat denk ik.’
Pim en Bink
vinden Jasmijn zichtbaar ongeloofwaardig. Uiteindelijk antwoordt Bink met
ingehouden ongeduld.
‘Dat zou gekund
hebben, ware het niet dat ik gechanteerd word met het online bekend maken van
de persoonlijke gegevens van dames en
heren die Melvin helemaal niet in zijn bestand en dus ook niet in zijn telefoon
opgeslagen heeft.’
Na deze
blikseminslag schenkt Bink nog eens in voor zichzelf en verplaatst zich van
zijn knieën in de kleermakerszit op de grond achter de salontafel in het
hoogpolige tapijt naast de gelaarsde stelten van Jasmijn die nog steeds in het
midden van de chaise longue zetelt. Tergend langzaam kijkt hij quasi afwachtend
zijdelings naar zijn stiefnichtje op. Aan de andere kant van Jasmijn zit haar
vader ook nog onveranderd op de lange, sjieke bank. Pim is eveneens één en al
oor voor zijn dochter. Thea is minder gebrand op een uitlating van Jasmijn. De
conclusie ligt voor de hand en zo’n kans laat Jasmijn vooralsnog niet aan haar
wipneusje voorbij gaan.
‘Dus toch Walter
en zijn usbstick?’
Jasmijn slaat een
verslagen toon aan. Alsof de waarheid soms moeilijk te verkroppen is. Pim
graait met een ontgoocheld gebaar in zijn kuif en Bink gaat recht zitten en
staart bedrogen voor zich uit. Dan opent Bink zijn lippen en openbaart
zorgvuldig dat wat Pim en hij al van het begin van deze vertoning af aan
geweten moeten hebben:
‘Nee, niet
Walter, Jasmijn. Er is nog iemand die op de hoogte is van mijn
bedrijfsgegevens. Een studente in de medicijnen. Zij houdt maandelijks mijn
administratie bij en zij doet ook het voorwerk voor mijn boekhouder. Tegen
riante vergoeding mag ik wel zeggen. Maar ja, een vrijgezellenappartement in
het centrum van de stad heeft misschien wel status, maar is ook prijzig. Dus
broerlief mag wel blijven pitten, maar alleen tegen een vaste vergoeding die
echter niet op te brengen is als hij even niet kan presteren. Lichamelijk.
Omdat hij in elkaar gemept is door homorammers. Heethoofden die homohaters. Ze
hebben veel te korte lontjes voor de lange termijn afpersingspraktijken waarvan
volgens mij hier wel sprake is. En dan heb ik het nog niet eens over het standaard
Nederturkse taalgebruik van de appjes met bedreigingen en losgeld eisen die
naar mij gestuurd worden met een prepaid telefoon. Ik vind dat Nederturks toch
een heel aparte woordkeuze voor homohaters die uit Syrië en niet uit Turkije
afkomstig zijn. Je weet toch dat Syrië en Turkije 2 verschillende landen zijn
Jasmijn? Nog even los van alle informatie die alleen maar jij en ik kunnen
weten.’
‘Je bluft Bink;
je probeert mij erin te luizen’, snuift Jasmijn arrogant.
Ze kijkt
schichtig om zich heen alvorens ze vervolgt in een monoloog:
‘Je hebt de
complete administratie van GspotGigolo op je laptop staan. Inclusief speciale
wensen van de oudere dames en heren. Wat ze lekker vinden en hoeveel ze willen
betalen. Voor welke Toyboy zij een voorliefde hebben. Wat hun afwijkingen op
seksueel gebied zijn. Waar de grenzen liggen en wat het plafond van de
liquiditeit is. Welke sociale status de betreffende klant heeft en wat voor
werk hij of zij doet. Waar de dame of heer in kwestie woont en wat hun hobby’s
zijn. Met wie mevrouw of meneer getrouwd is, of gehuwd geweest. Je hebt zelfs
nauwkeurig vastgelegd of huwelijken van klanten al dan niet kinderloos zijn. Je
registreert of de betreffende dame of heer misschien vrijgezel is of niet.
Sterker nog je schaalt zowaar de mate van publieke kwetsbaarheid van de klanten
in kwestie op een grafiek in.’
‘Wat wil je daar
mee zeggen Jasmijn?’, vraagt haar vader ongeduldig.
Zo te horen is
Pim niet meer te vermurwen. Hij heeft het vertrouwen in de onschuld van zijn
dochter laten varen. Het getuigt van een zekere moed om de realiteit recht in
de ogen te kijken. Misschien toch een zwak excuus voor deze jeugdzonde van Thea
destijds. In tegenstelling tot Beau, de moeder van zijn kroost, lijkt Pim toch
in staat om boven zichzelf uit te stijgen. Na al die jaren laat hij eindelijk
de lusten niet boven de lasten van het hebben van kinderen prevaleren. Dat
scheelt wat Thea aangaat een jas. Beter laat dan nooit.
‘Beter laat dan
te laat’, zou Bart zeggen.
Ineens wenst Thea
hem tastbaar dichtbij. Hier aan haar zijde. Bart met zijn rechtlijnigheid,
barse commentaar en scherpe humor. De boze witte man die ervoor zorgt dat hij
zijn eigen zaakjes op orde heeft en houdt. Simpelweg door te doen wat hij moet
doen. Elke dag opnieuw. Niet te laat, niet te vroeg. Ongecompliceerd. Alles op
z’n tijd en z’n gangetje.
‘Wat ik daarmee
wil zeggen. Daarmee wil ik zeggen dat Walter dus evengoed verdacht is!’, ageert
Jasmijn blindelings tegen een onzichtbare rechter aan het plafond.
‘Evengoed
verdacht als wie?’, wil Thea weten.
Ze is de
betweters aan het inhalen. Jasmijn kijkt nog steeds naar de hemel als ze
verzucht:
‘Als die
homohaters’.
‘Nee, Walter is
niet net zo verdacht als die homohaters. Niemand is zo verdacht als jij
Jasmijn’, legt Pim uit.
‘Want?’, vraagt
Thea.
Bink geeft
gehoor:
‘Zelfs al heeft
Walter alle privégegevens van mijn laptop gekopieerd op een usb stick, dan nog
kan hij met alle wiskundige logica van de wereld niet weten welke informatie
chantabel is en welke data er niet toe doen. Daarvoor is levenservaring nodig.
Sociale intelligentie. Kennis van het wereldje.’
‘Hoezo heb ik wel
kennis van het wereldje?’
Jasmijn is voor
geen van de aanwezigen geloofwaardig meer.
‘Misschien omdat
je mijn administratie doet en omdat Melvin een jongere broer van je is, die
behoorlijk onder jouw duim zit?’
Bink strekt zijn
benen. Hij neemt naast Jasmijn op de chaise longe plaats en steunt met zijn
kale achterhoofd in zijn ineengestrengelde handen. Zo ontmoet hij de dolende
ogen van Thea, terwijl hij vrolijk door borduurt op het gespreksonderwerp alsof
de ontknoping een theekransje is.
‘Niemand zou een
spier vertrekken als Thea voor een cougar zou worden uitgemaakt. Niemand zou
het geloven of zich ermee bezig willen houden. Met uitzondering van Thea zelf
uiteraard. Maar een directeur met een acceptabel salaris, een leuke
bonusregeling en een kwetsbare reputatie met connecties in de betaalde
herenliefde is een ander verhaal. Dat geldt nog meer voor zijn op seks beluste
echtgenote. Dat snap jij, Jasmijn, dat snap ik, maar een Whizzkid als Walter
zou daar een paar keer heel hard voor op zijn bleke bek moeten gaan. En dan is
het nog maar de vraag of hij het snapt’
Tot besluit klakt
Bink veelbetekenend met zijn tong. Ondanks haar heikele positie slaat Jasmijn
een hand voor haar mond om een spontane proestlach te stelpen. Thea begrijpt
ook wel dat ze in haar hemd staat. Mogelijk heeft ze wel helemaal niets om het
lijf? Wie zal het zeggen? Jasmijn natuurlijk als ze de kans krijgt. Maar dat
voorkomt Thea door furieus naar haar voormalige oppaskind uit te halen:
‘Mijn zoon gaat
nooit op zijn bleke bek, want hij heeft geen bleke bek. Ik ben trots op hem en
op mijn dochter. Al is het alleen maar omdat ze nooit zo doortrapt zullen
worden als jij Jasmijn. Of zoals Melvin. Een toyboy van amper 18 jaar. Poeh,
poeh, die wonderboy gaat een glasrijke carrière tegemoet. Om jaloers op te
zijn. En jij moest je schamen Jasmijn. Een studente in de medicijnen die zich
laat onderhouden door haar hoerbroer. Kun je zelf niet achter de ramen gaan
zitten? Ben je daar te goed voor? Of wil geen mens voor jou betalen Jasmijn?
Denk eens na achterbakse trol; Als er hier iemand op haar bleke bek gaat dan
ben jij het wel!’
‘Ach Thea, toe
nou.’
Pim kan de afgang
van Thea niet goed aanzien. Ze is buiten zichzelf en schreeuwt hysterisch:
‘Niks ach Thea,
toe nou. Wat doe ik hier eigenlijk?!’
Jasmijn maakt een
berustende indruk die in wezen gewoon een schuldbekentenis is. Ze probeert
alweer hernieuwd contact te zoeken met Thea. Vol afschuw wendt zij het hoofd af
van deze Jezebel, heks, wolvin in schaapskleren en ziet Bink. Hij is de boodschapper bij uitstek die Thea
met liefde en plezier nog een laatste keer ter wille is;
‘Wat je hier doet
Thea? Je bent het alibi. De uitvlucht. Het zuivere geweten. Maar lieve schat;
zeg nou zelf; niemand zou het geloven of zich ermee bezig willen houden. Met
uitzondering van jijzelf uiteraard.’
HOOFDSTUK 32
In het nieuwe
schooljaar zou invalster juffrouw Rosalie De Wielewaal dus weer gaan verlaten.
Net als meester Joep. Alleen werd met het verdwijnen van de crisisjuf ook de
combinatieklas na 2 tropenjaren opgeheven. Door de samenvoeging van wat
normaliter ruim anderhalve klas per leerjaar was, bleven er na de zomervakantie
2 mega groepen 7 en 8 over en werd tevens een nieuw begrip geïntroduceerd op De
Wielwaal:
‘De plofklas’.
Door het
overgewicht maakten de pasgeboren plofklassen, in de vorm van de groepen 7 en
8, een logge indruk. Thea kon dan ook pas enigszins opgelucht ademen nadat
bekend werd dat de onervaren Siepie niet in haar lummelige eentje de last van
35 kinderen in groep 7, inclusief Sabine, op haar onbeholpen schouders hoefde
te dragen. Juffrouw Rita heette de reddende engel. Zij werd naast de
opgewaardeerde Siepie de geroutineerde onderwijzeres van het verse duo van de
nieuwe giga groep 7. Meester Jan-Willem
kreeg in zijn gevierde uppie de verantwoordelijkheid over even zoveel
leerlingen in groep 8. Meteen al aan het begin van het nieuwe schooljaar viel
aan de landerige houding van juffrouw Rita af te lezen dat ze voor geen goud
met meester Jan-Willem had willen ruilen. Ze onderwees al jaren parttime in de
bovenbouw van De Wielewaal. Haar hart en energie lagen echter niet bij les
geven maar bij musiceren en dan bij in het bijzonder bij gitaarspel en zang.
Vooral in het weekend scheen juffrouw
Rita ‘s avonds regelmatig op te treden met haar amusementsorkestje op
bruiloften en partijen. Juffrouw Rita gedroeg zich ook als een onbevlogen
leerkracht die liever van haar zangtalenten een beroep had gemaakt. Als je goed
keek naar haar gedrag in de wandelgangen van De Wielewaal, dan kon je juffrouw
Rita als het ware innerlijk zien vechten met de wetenschap dat geen enkel
levenspad een rechte weg is. In een luchtkasteel kun je niet wonen. Zo vlogen
de jaren voorbij en voor juffrouw Rita het goed en wel in de gaten had, klopte
Sarah aan haar deur, waarmee de kansen op een toekomst als een jeugdige
rockchick voorgoed verkeken leken. Een schrale troost voor juffrouw Rita was
haar bevoegdheid tot het geven van muzieklessen in alle groepen van De
Wielewaal. Weliswaar een zwak aftreksel van een glanzende carrière in de muziek
en slechts een nevenfunctie, maar toch ook een soort van droom verwezenlijking
en een bijbaantje dat ze tenminste met een vleugje passie en zonneklaar duizend
keer liever vervulde dan de plicht die helaas gedaan moest worden. Dus toch ook
maar tegen heug en meug blijven doceren als doorgewinterde parttime
onderwijzeres voor groep 7 van De Wielewaal.
Sabine kende
juffrouw Rita al langer van de schoolband die wekelijks oefende in de kleine
gymzaal van De Wielewaal. De schoolband was 2 jaar geleden met een hoop stampei
en buitensporig veel aanmeldingen in het leven geroepen door juffrouw Rita die
misschien een boel kwaliteiten had, maar totaal geen gezag. De repetities van
de band waren een zooitje ongeregeld en al na de eerste keer liep het
ledenaantal met tietallen per dag terug, waardoor er uiteindelijk een week
later op de tweede bijeenkomst een vaste kern van zo’n 6 kinderen, van
uiteenlopende leeftijdscategorieën, overbleef. Sabine was de zangeres.
Natuurlijk vanwege haar leuke stemmetje, maar ook omdat ze geen instrument
bespeelde zoals de overige 5 bandleden. Dus dat kwam mooi uit. De schoolband bracht
op verzoek en bij gelegenheid meezing nummers van Gers Pardoel en Marco
Borsato. Dat zo’n optreden uiteindelijk ook nog ergens op leek moet welhaast de
verdienste van juffrouw Rita geweest zijn. Het bleef echter een wonderlijk
resultaat gezien de warhoofdigheid van deze onderwijzeres alias muzieklerares.
Meester Joep van
groep 6 werd vervangen door juffrouw Marijke. Zij was de nieuwe juf van Walter
die nu in groep 6 zat. Juffrouw Marijke was de meest rechtlijnige persoon die
Thea ooit in haar leven had ontmoet. Later in het nieuwe schooljaar kwam Thea
ter ore dat juffrouw Marijke eigenlijk wiskunde had gestudeerd, maar dat ze
zich had laten omscholen tot schooljuffrouw. Het logische verband tussen
wiskunde en didactiek ontging Thea weliswaar, maar dat maakte het contact
tussen juffrouw Marijke en Walter niet minder werkzaam. Op één of andere manier
waren Walter en zijn nieuwe juf Marijke uit hetzelfde hout gesneden, zonder dat
ze elkaar nou zo speciaal aardig vonden. En wat Walter betreft was sowieso elke
leerkracht beter dan meester Joep. Zo dol als deze jonge invalkracht evident op
Sabine was, zo heftig werkte Walter onmiskenbaar op de zenuwen van meester Joep. En dat terwijl de
jongere broer van lievelingspupil Sabine nog geen seconde van zijn kinderleven
bij meester Joep in groep 6 had door gebracht. Maar tijdens handgemeen van
kwajongens op de speelplaats of gesteggel in de gangen van De Wielewaal, greep
meester Joep standaard Walter bij zijn lurven. Achteraf moest meester Joep dan
weer met tegenzin ten overstaan van juffrouw Marjolein van de toenmalige groep
5 of aan directrice Willy Bakbruin toegeven dat Walter niet de enige
oproerkraaier was. Temeer daar Walter door zijn overontwikkelde
rechtvaardigheidsgevoel geneigd was om tot het uiterste te gaan om zijn
kinderrecht te halen. Meestal gesteund door zijn vrienden; Tim en Markus,
terwijl meester Joep de rest alweer met hun ongein had laten wegkomen. Zoals
die middag net na school in de gangen van De Wielewaal toen Kasper uit groep 6
een duw van Walter had gekregen. Het kereltje in kwestie liep Walter steeds
voor de voeten. Vermoedelijk expres, want Kaspertje was, zoals gewoonlijk, bezig met jennen. Maar
bewijs dat maar eens. Ooit had hij tijdens een speelbezoekje aan Sabine kennis
gemaakt met de geavanceerde gamecomputer en de bijbehorende capaciteiten van
Walter. Sindsdien vocht Kasper ogenschijnlijk tegen onbeantwoorde gevoelens van
jaloezie voor de Whizzkid en zette hij alles op alles om Walter de loef af te
steken:
‘Mijn familie is
beter dan de jouwe’.
‘Niet waar’,
hapte Walter omdat hij ook pas 9 jaar was.
‘Mijn vader is de
beste arts van Nederland’, pochte Kaspertje.
‘Waarom heeft hij
je dan niet meteen beter gemaakt toen je al bijna dood was?’
Tot op de dag van
vandaag kan Thea niet anders dan de hier ingezette verdedigingstactiek van
Walter een geniale vondst vinden.
‘Omdat hij
verzekeringsarts is en geen gewone arts’, antwoordde Kasper met tranen in zijn
stemgeluid.
Daar Walter geen
flauw idee had wat een verzekeringsarts was en ook niet hoe nu verder met
bekvechten, gaf hij Kasper een zetje tegen zijn schouder teneinde de weg naar
buiten voor zijn vrienden Tim en Markus
en zichzelf vrij te maken. Tegelijk met deze handtastelijkheid – die door het
postuur van Walter waarschijnlijk iets minder licht aankwam dan bedoeld - kreeg Kasper ter plekke een woedeaanval die
eigenlijk als een verkapte uiting van een posttraumatisch stresssyndroom gezien
moest worden. Met andere woorden; Kasper had zijn hevige ziekteverloop van 2
jaar geleden nog niet helemaal naar behoren weten te verwerken. Compleet over
zijn toeren sprong de iele Kasper op de stevige rug van Walter die zich
kokhalzend en geschrokken in allerlei bochten wrong om zijn nekpartij van het
wurgende gewicht van het overspannen bloedzuigertje te ontlasten. Markus en Tim
schoten hun vriend Walter te hulp precies op het ogenblik dat meester Joep zijn
hoofd om de hoek van de deur van het lokaal van groep 6 stak om te achterhalen
wat dat helse kabaal in de gang in vredesnaam te betekenen had. Hij vond het
geen stijl; 3 tegen 1. Dat arme Kaspertje. Bij het zien van meester Joep liet
Kasper zich slapjes op de grond voor de voeten van de 3 vermeende boosdoeners
vallen. Zijn hysterische aanval stopte abrupt.
‘Hij gedroeg zich
als een gillende keukenmeid’, klikte Tim minachtend.
Zoals gewoonlijk
schatte meester Joep de situatie veel te laat op de juiste manier in. Hij
probeerde nog een pedagogisch verantwoorde draai aan zijn belabberde
beoordeling te geven;
‘Jij moet ook
niet zo meisjesachtig doen Kaspertje’.
Dat zei hij
serieus. Diep gekrenkt wist Kasper niet waar hij kijken moest, terwijl Walter
het woord nam tot eerherstel van het imago van jongens in de leeftijd van 8 tot
9 jaar in het algemeen en dat van zijn vrienden en Kasper in het bijzonder;
‘Meester Joep, u
kunt ook zelf eerst nadenken voordat u wat stoms zegt.’
Thea zou bijna
kromme tenen gekregen hebben van de brutaliteit van haar zoon toen ze van meester Joep van a tot z te weten kwam wat
Walter allemaal verkeerd had gedaan en gezegd. Hij versloeg de zogenaamde
onbeschoftheid van Walter op een toon alsof Thea vanzelfsprekend,
onvoorwaardelijk aan de kant van de meester stond. Thea hield zich wijselijk op
de vlakte in het bijzijn van onkunde. Het was ook makkelijker voor iedereen als
Walter zijn inzichten gewoon voor zich hield. Zelfs al kwam hij misschien wel akelig
dicht bij de kern van de zaak. Maar weinig zogenaamd volwassenen verteren
correcties op een nuchtere maag en al helemaal niet uit de mond van een
snotneus van amper 9 jaar.
‘Ik dacht dat hij
me ging slaan’, vertelde Walter terugblikkend.
‘Dan had hij zijn
loopbaan in het onderwijs wel compleet op zijn buik kunnen schrijven’, wist
Bart nijdig van onmacht over het schandalige gedrag van meester Joep.
Opnieuw een
klacht indienen had echter niet zoveel zin aangezien meester Joep toch al op
het punt stond om De Wielewaal noodgedwongen te verlaten. Directrice Willy
Bakbruin schreef in de nieuwsbrief van De Wielewaal dat meester Joep van plan
was om een jaar lang een wereldreis te gaan maken. Op de bonnefooi naar
Nieuw-Zeeland met een rugzak en dan maar zien waar het schip zou stranden.
‘Dat is toch geen
wereldreis?’, vroeg Walter tijdens het avondeten aan niemand in het bijzonder.
‘Nieuw Zeeland is
anders wel aan de andere kant van de wereld’, vond Sabine.
‘Volgens mij is
een wereldreis als je alle landen van de wereld bezoekt.’
‘Zoveel tijd en
geld heeft meester Joep niet, zegt hij’.
Het fijne wist
Sabine er duidelijk ook niet van.
Nou vooruit dan’,
gaf Walter maar half overtuigd toe.
Wel of geen
wereldreis was Walter eigenlijk een worst, maar hij ontkwam niet aan de
preoccupatie van zijn zusje met de uitbundige voorbereidingen van de
afscheidsfestiviteiten die groep 6 in de laatste weken van het schooljaar voor
meester Joep op het programma had staan. Sabine was vervuld van de belofte van
een vrolijk klassefeestje alleen al. Er moest nog vanalles geregeld, geknutseld
en bedacht worden met begeleiding van een feestcommissie. Dit team bestond uit het juffenduo van de nieuwe plofgroep 7 van
het komende schooljaar – dus juf Siepie en juf Rita - en de klassenouders van groep 6 van meester
Joep. De moeder van Kasper - Moira - was zo’n klassenouder samen met ene
Hanneke die een dochter met de naam Grietje in groep 6 had zitten. Geen
onaardig meisje, maar ook geen vriendinnenmateriaal voor Sabine die toen op
school nog voornamelijk het gezelschap van Miranda, Zarah en Ronnie opzocht. Met Ronnie probeerde
Sabine het meest af te spreken voor speelbezoekjes thuis. Dat lukte niet
altijd, maar wel als moeder Maud, bijvoorbeeld, weer eens in ongenade was
gevallen bij de opperouders. Dan was Sabine goed genoeg voor haar zoon. En dan
waren er nog de momenten van onoplettendheid waarin de zus van Ronnie – tevens
mama’s gouden kind met de naam Happy -
wederom de onverdeelde aandacht van haar moeder opeiste. Dan liet Maud haar zoon aan zijn lot over. Je
kon er de klok op gelijk zetten. In die talrijke verloren uurtjes maakte Ronnie
dankbaar van de gelegenheden gebruik om Sabine op te zoeken. Geen onbewaakt
moment liet hij onbenut om zich in de veiligheid van Sabine’s thuishaven in de
door hem geconfisqueerde prinsessenjurk uit de verkleedkist te hullen. In die
periode waren beide kinderen ook helemaal idolaat van karaoke. Sabine had zelfs
een karaoke set van haar spaarcenten aangeschaft, bestaande uit een roze cd
speler met scherm voor de liedteksten, ingebouwde speakers, 2 microfoons en een
verzameling muzieknummers zonder zang op bijgevoegde cd’s. De kinderen zongen
zich schor. Vooral de liedjes van K3 waren populair. Dankzij Youtube maakte
Ronnie zich thuis zelfs de bijbehorende dansjes eigen om zich in de speelkamer
van Sabine helemaal uit te leven. Swingend en zingend in zijn lievelingsjurk.
De hit ‘Toveren’ van de meidengroep K3
was favoriet.
Nadat Thea de
vertolking van dit pakkende liedje door Ronnie en Sabine zo’n 100 keer in het
voorbijgaan op de achtergrond onwillekeurig tot zich door had laten dringen,
schoot haar ineens een geschikt afscheidsritme voor meester Joep te binnen. Met
een toepasselijke tekst en gezongen door iedereen uit groep 6 uiteraard. Temeer
daar de feestcommissie onlangs via de mail nog aan de bel had getrokken dat het
afscheid van meester Joep nou toch wel erg kort dag werd en dat alle ideeën,
hoe klein ook, niet alleen welkom, maar zo langzamerhand bittere noodzaak
waren. Daar kwam nog bij dat Ronnie en Sabine wel oren hadden naar het voorstel
van Thea om op de melodie van Toveren van K3 een afscheidsliedje voor meester
Joep te schrijven. Sterker nog; het tweetal greep elkaar uitzinnig van
blijdschap bij de glitterroze pofmouwen van de wederzijdse prinsessenjurken
vast en maakten een vreugdedansje. Thea kon niet meer terug. En omdat er die
middag toch een Huiswerksterklant had afgezegd, voegde ze meteen maar daad bij
het woord en ging met de beste bedoelingen aan de slag met het rangschikken van
de woorden op de muziek die Sabine op haar karaoke cd had staan. Het resultaat
liet ze na iedere aanpassing opnieuw aan Sabine en Ronnie lezen die tamelijk
kritisch waren, maar uiteindelijk toch met de 7de versie akkoord konden gaan.
De uitvoerbaarheid en het effect van de aangepaste tekst bracht het tweetal
direct met overtuiging voor Thea ten gehore.
‘Jij hebt ook een
keigoede stem, Ronnie. Je moet met
Sabine in de schoolband komen zingen.’
Thea riep maar
wat in de ban van de tijdelijke euforie over het geslaagde afscheidsliedje voor
meester Joep.
‘Dat wil ik wel,
maar dat mag ik niet van mama’, bekende Ronnie met een rood hoofd.
‘Ow’, antwoordde
Thea zo neutraal en kort mogelijk.
Uit principe. Ze
wilde voorkomen dat ze haar mond voorbij zou praten in een impulsieve reactie.
‘Het kost bijna
niks’, voegde ze nog wel aan haar feedback toe.
‘Ja, maar ik mag
niet weer bij Sabine’, legde Ronnie uit.
‘Gezellig is
dat’, ageerde Thea zwakjes, teneinde die
weerloze Ronnie niet te intimideren.
‘Zo ‘weerloos’ is
die Ronnie niet’, wierp Bart al meer dan eens tegen.
Thea liet zich
niet stante pede overtuigen.
‘Hoezo niet? Hij
kan er toch niets aan doen dat zijn moeder een feeks is, of wel dan?’
‘Ronnie speelt
een gemeen spelletje van afstoten en aantrekken met Sabine. Zodra hij in de
gratie van de opperouders is dan ziet hij Sabine niet meer staan. Hij is oud
genoeg om in te zien dat de wereld niet vergaat als hij zijn beste
vriendinnetje niet steeds afvalt in het bijzijn van anderen.’
‘Ik weet niet of
hij oud genoeg is om dat in te zien. Kinderen apen het gedrag van hun ouders
na. Een kind van 9 moet wel super intelligent zijn om de afwijkende mentaliteit
van een vader of moeder te kunnen veroordelen. Heb jij toegang tot de hoogte
van zijn sociale IQ?’
‘Kwats. Dan ben
ik zeker super intelligent. Trouwens, je begrijpt best wat ik bedoel’, zuchtte
Bart.
En dat was ook
zo. Alleen had de romanticus in Thea geen zin om de idylle, die iedere keer
opnieuw ontstond als Sabine en Ronnie elkaar terug vonden, te verstoren. Ze
waren zo vanzelfsprekend samen.
‘Sabine is ook al
bij dramalessen gekomen omdat ik erbij was’, verklaarde Ronnie zich nader.
‘Niet’,
protesteerde Sabine verontwaardigd.
Zonder aarzelen
greep Thea in:
‘Dat is onzin,
Ronnie, Sabine gaat naar drama op woensdagmiddag, omdat het haar leuk leek om
toneel te spelen. De lessen zijn voor alle kinderen van De Wielewaal. Niet
alleen voor jou.’
Ronnie kromp
ineen en veerde overeind:
‘Ja, dat weet ik
wel. Maar mijn moeder zegt dat Sabine ook al in de complete groep 6 is gekomen,
om mij achterna te gaan en dat zij niet zo mag klitten met mij.’
Thea voelde de
razernij sakkeren in haar ledematen. Misschien was de aandrang om Ronnie met
een schop tegen zijn derrière de achterdeur uit te werken extra sterk, omdat
Bart haar eigenlijk al gewaarschuwd had voor de air die spontaan kwam opzetten
bij dit banale ventje. Thea wist zich met moeite te beheersen en siste tussen
haar opeengeklemde kaken.
‘Ik vind ook dat
jij niet zo mag klitten met Sabine. Ik ben het deze keer – bij hoge
uitzondering - wel eens met je moeder.
Je moet hier voorlopig maar niet meer komen spelen. Doe de prinsessenjurk eerst
uit Ronnie, dan breng ik je zo meteen linea recta naar huis.’
Ronnie was krijtwit
geworden. Thea kreeg associaties met een magere suikerspin door zijn iele
lijfje in de knalroze prinsessenjurk en met een scheefgezakte blingbling tiara
op één oor. Zijn onderlip zakte naar beneden in de trilstand en hij staarde
overdonderd en ongelovig naar Sabine die, met de handen ineen gehaakt op haar
rug, de jubeltenen in haar sokkenvoeten bestudeerde en weigerde om Ronnie
uitgeleide te doen. Een gezonde ontwikkeling, vond Thea.
Dat gold
overigens niet voor de betovering die Sabine in de loop van dat schooljaar bij
meester Joep beving voor de dramaclub van De Wielewaal. Het toneelgroepje
bestond uit 18 kinderen uit de 2 groepen 6 van De Wielewaal. Dit eliteclubje
werd al minstens 5 maanden elke woensdagmiddag in de kleine gymzaal op heuse
dramalessen gefêteerd door ene Nora, zonder dat Thea ooit eerder van het
bestaan van een dergelijke buitenschoolse activiteit vernomen had. Mettertijd
leerde Thea waarom de dramalessen niet aan de grote Wielewaalklok gehangen
werden. De kinderexpressie onder leiding van Nora bedroeg 25 euro per
kinderhoofd per woensdagmiddag. Kassa. Een buitensporig bedrag dat nauwelijks
op te hoesten viel voor een gezin met een modaal inkomen. De bijdrage was dus
ook een rib uit het lijf van het overgrote deel van de ouders van de kinderen
van De Wielewaal. Wel hoogopgeleid of niet. De status van het dramakliekje rees
daarmee tot ongekende hoogte. Voor Thea klonk het absurde getal van de
contributie even goed alsof Nora een emmer leeggooide. Waarmee tevens de input
van Nora zo’n beetje was samengevat. Ze liet de kinderen maar wat aanrommelen
tijdens de duurbetaalde uurtjes in de kleine gymzaal. Sabine vond de
dramasessies niettemin zo geweldig dat Bart en Thea het geen van beiden over
hun hart konden verkrijgen om niet over de brug te komen. Luna uit de
combinatieklas, die herhaaldelijk en tot vervelends toe smeekte of Sabine een
keer wilde komen kijken naar haar acteerprestaties bij Nora, was de persoon die
het idee van het volgen van acteerlessen had aangedragen. Aanvankelijk had
Sabine er totaal geen behoefte om zich aan de caperiolen van Luna onder
supervisie van ene Nora te vergapen. Totdat ze door haar voorraad smoezen heen
was. Ze kon niets meer kon bedenken om onder een oriënterende zitting met het
toneelgezelschap uit te komen. Met de aanwezigheid van Ronnie had de eerste
visite van Sabine aan het kostbare genootschap dus helemaal niets te maken. Al
na tien minuten in de kleine gymzaal was Sabine verkocht voor de dramalessen
van Nora. Terwijl haar belaagster - Nia
– toch ook onder de uitverkorenen acteerde. Als haar plotselinge fixatie voor
de dramalessen dus daadwerkelijk zo persoonlijk opgenomen moest worden als de
moeder van Ronnie beweerde, dan had Sabine bij de eerste aanblik van Nia al
rechtsomkeert gemaakt. Ze bleef echter stug zitten waar ze zat. Waarmee, wat
Thea betreft, meteen bewezen was dat haar fascinatie kennelijk net zo min tot
niet meer dan anders met de tegenwoordigheid van Ronnie van doen had. Sabine
sloeg vanaf de eerste kennismaking met Nora geen dramales meer over, omdat ze
zich onbeperkt kon verkleden in veel meer verschillende outfits dan Thea ooit
privé voor haar thuisverkleedkist zou kunnen verzamelen. Bovendien kon Sabine
bij Nora vrijuit rollenspelletjes spelen met alle aanwezige leeftijdgenoten uit
haar courante groep 6 en uit de voormalige combinatieklas zonder inmenging van
en ingewikkelde afspraken met de opperouders. Soms trakteerde de voluptueuze
Nora op chips en Capri Sun drinkzakjes. Eerder als een excuus om haar eigen
tomeloze goesting naar tussendoortjes legitiem te kunnen verzadigen, dan uit
vrijgevigheid. Althans dat idee had Thea bevangen, nadat Sabine namens Nora na
een paar weken ook nog leukweg om een kleine bijdrage voor de pauze tijdens de
dramalessen vroeg. Dat hoefde niet eens geld te zijn. Het mocht fruit zijn of
iets anders. Zolang het, behalve cash natuurlijk, maar eetbaar was. Gepikeerd
gaf Thea een tijd lang een plastic zak vol winterpenen aan Sabine mee voor haar
speelgenootjes bij de dramalessen. Je zou toch verwachten dat Nora niet zo
armlastig was dat ze zich niet zelf vaker een traktatie voor de kinderen kon
veroorloven. Ze ving contributie genoeg. Uitgerekend toch zo’n 1900 euro schoon
aan de haak – inclusief Sabine - per maand aan contributie van de
Wielewaalkinderen alleen al. Daarom was die wekelijkse lading winterpenen het
goedkoopste dat Thea bij de ALDI kon vinden, maar dat was de kinderen om het
even. Trouwens het waren de enige beschikbare snacks naast de sporadische
fastfoodbijdrage van Nora. Hoe dan ook; het speelparadijs uit Sabine’s dromen
had vorm gekregen in de kleine gymzaal van De Wielewaal tijdens de zogenoemde
dramalessen van Nora. Een maand lang kwam Sabine gratis proefkijken en meedoen.
Daarna werd de teller onverbiddelijk aangezet. Dik 100 euro per maand voor 2
uur per week in de apenkooi. Pauze inbegrepen. Thea bleef het hele circus dik
aan de prijs vinden. Maar de opperouders klaagden niet. Prestige wordt nou een
maal duur betaald. Zij waren vooral zeer vereerd met lady Nora alias de
bijbeunende, parttime diva met; een aanvullende uitkering; een diploma van de toneelschool; en met
pretenties. Tijdens het ophalen van de acteertalentjes aan het einde van de
dramalessen deed ze zich in het bijzijn van de opperouders met Maud in hun
kielzog en Thea aan de zijlijn, voor als het neusje van de zalm, maar dan nog
exclusiever. Zonder overigens ooit uit zichzelf oogcontact te maken of iemand
direct aan te spreken. Nora werd door anderen benaderd. Nooit andersom. Als
iedereen zich keurig netjes aan dit protocol hield, dan wilde Nora zich heus
wel verwaardigen om een opperouder te woord staan zonder de teller te laten
doorlopen. Wel altijd van bovenaf naar beneden. Met half geloken ogen en
getuite lippen in de ‘tuttuttutstand’. Achteraf was de gemiddelde opperouder
dan veelal gerustgesteld. De woorden van Nora vielen mee of eigenlijk tegen. Ze
imponeerden niet. In tegenstelling tot het gezwollen gedrag van het vermeende
toneeldier dat de meeste opperouders wel de stuipen op het lijf joeg. Behalve
bij Thea. Zij had maar weinig onzin nodig om te snappen dat Nora niets
voorstelde. Haar uitingen waren gebakken lucht; net als Nora zelf. Opgeblazen
adempauzes met een slap lintje erom heen.
‘We krijgen een
eindvoorstelling en jij moet ook komen’, liet Sabine een maand voor het begin
van de zomervakantie aan Thea weten.
‘Wat leuk, wat
gaan jullie doen?’
Zou Nora dan toch
in staat zijn om iets creatiefs uit de chaotische improvisaties van 19
luidruchtige kinderen te abstraheren? Van de succesvolle optredens van de
schoolband, onder de tuchteloze leiding van de chaotische juffrouw Rita – wiens
premie van 2 euro per week per repetitie in schril contrast stond met de 25
euro per dramales van Nora – had Thea inmiddels geleerd dat het ondenkbare
mogelijk kon zijn. Dus wie weet.
‘We doen
dramatische expressie’, wist Sabine raadselachtig.
‘Waarom geen
simpel toneelstukje?’
‘Omdat het drama
is, denk ik.’
Sabine trok een
gezicht dat verried dat ze zelf eigenlijk ook liever in een simpel toneelstukje
had geschitterd.
‘Wat voor een
drama is het dan?’.
Gezien de
jeugdige leeftijd van de artiesten en hun welvarende levensstandaard kon Thea
zich in deze context absoluut niets voorstellen bij een kinderdrama in werk en
uitvoering. Zelfs niet van de theatrale types uit groep 6 van De Wielewaal.
‘We moeten een
geheim over onszelf verklappen. Iets waar we ons eigenlijk voor schamen. Ik doe
het over de wijnvlekjes in mijn gezicht.’
‘O jee, dat lijkt
wel speltherapie’, flapte Thea er onnadenkend uit.
‘Dat is het ook’,
kletste Sabine ook maar wat.
‘Nou ja, als jij
er geen problemen mee hebt’, aarzelde Thea.
Op dat moment zag
Thea nog geen kwaad in het onthullen van Sabine’s geheim over haar wijnvlekjes
op het schoolpodium. Temeer daar het mysterie voor iedereen aan de linkerzijde
van haar gezicht te kijk stond. Mogelijk raakte Sabine door een publieke bekentenis
wel gesterkt in haar identiteit. Zo van:
‘Ik ben Sabine en
ik heb wijnvlekjes in mijn gezicht.’
In plaats van:
‘Ik ben Sabine en
ik ben alcoholiste’.
‘Ow, ja en Nora
zei ook dat ze jou dringend moet spreken’, liet Sabine ook nog even namens Nora
weten .
‘O, over de
wijnvlekjes?’
In het licht van
het geplande optreden van Sabine zou Thea een kortsluiting in die trant niets
meer dan normaal gevonden hebben. Sabine was ten slotte nog maar een klein
meisje van nog geen 10 jaar met een jarenlange, pijnlijke reeks
laserbehandelingen van de wijnvlekjes in haar aangezicht voor de boeg. Het
grandioze eindresultaat had niemand toen al kunnen voorspellen en als Sabine al
niet vreesde voor dat wat op haar af ging komen, dan stond moeder Thea wel voor
twee de nodige angsten uit voor het onbekende. Als het echter serieus de
bedoeling was dat de kinderen van de dramalessen over pijnpunten vertelden in
het bijzijn van publiek bij wijze van grensoverschrijdend gedrag ter afsluiting
van het 6de schooljaar, dan mocht Sabine van Thea uiteraard ook van de partij
zijn. Wijnvlekjes of niet.
Aan het eind van
de eerstvolgende dramales nam Nora in de kleine gymzaal de tijd om haar
gebatikte sjaal om haar vlezige nek te herschikken alvorens ze zich onder de
opperouders begaf, die over elkaar heen de ruimte binnen struikelden teneinde
hun bloedeigen acteertalentjes op de valreep nog even vlug, vlug naar voren te
kunnen schuiven. Dus maakte Thea maar snel gebruik van de korte voorbereidingen
van Nora door op haar mollige schouder te tikken.
‘Mijn dochter zei
dat jij mij wilde spreken’.
De naam van
Sabine sprak Thea expres niet uit. Eens kijken of Nora echt geen sjoege had van
welke ouder bij welk kind hoorde zoals ze wel altijd pretendeerde ondanks haar
afwezige optreden.
‘O ja, de mama
van Sabine!’, fleemde Nora.
Alsof ze Thea al
jaren kende, trok ze de mama van Sabine
aan een schouder naar zich toe en dreef haar vastgeketend in een benauwende
omarming naar een hoekje van de kleine gymzaal.
‘Over 4 weken
hebben we een afsluitend optreden’, smiespelde Nora bekonkelend.
‘Ja, dat zei
Sabine al’, murmelde Thea eveneens binnensmonds, omdat ze die middag knoflook
had genuttigd en ze Nora, met wie ze op nog geen 5 centimeter afstand neus aan
neus stond, niet wilde bedwelmen.
Nora vond dat
Thea uit de hoogte deed.
‘Niets bijzonders
hoor. Gewoon’, snoof ze nuffig.
‘Mooi’, vond
Thea, terwijl ze zich los wurmde uit de beklemmende schoudergreep van Nora en
een paar passen naar achteren deed.
Nora acteerde dat
de afstandelijkheid van Thea haar niet deerde. Thea vond dat ze slecht toneel
speelde. De vijandigheid spatte van het gezicht van Nora.
‘Nou hebben de
kinderen allemaal een colbertje aan tijdens de voorstelling. Alleen de mouwen
van al die jasjes zijn te lang. Wat wil je ook?’, ginnegapte Nora, terwijl ze
Thea quasi vriendschappelijk veel te ruw porde.
Onaangenaam
verrast wreef Thea de pijnlijke plek:
‘Ja, wat wil je
ook?’, herhaalde ze niet begrijpend.
‘Het zijn
herencolbertjes van de kringloopwinkel’, legde Nora gepikeerd uit over Thea’s onwetendheid.
‘En?’
Ongeduldig
lichtte Nora haar tot dunne streepjes geëpileerde wenkbrauwen. Als horizontale
uitroeptekens. Ze gniffelde niet meer en besloot kortaf:
‘Sabine zei dat
jij ze wel korter kon maken. Lief van je. Bedankt alvast hoor.’
Nora liet Thea
het nakijken, terwijl ze zich gezwind in het middelpunt van de belangstelling
van de opperouders begaf. Ze zond nog een paar kushandjes in de richting van
Thea. Ter afronding van de kwestie van 38 te lange colbertmouwen. Bij wijze van
bij voorbaat dank.
‘Ze liggen daar
op een hoop’, gebaarde ze naar een stapel kleding in andere hoek van de kleine
gymzaal.
‘Ja, hallo ik
moet die mouwen wel even afspelden voordat ik ze korter maak. Dat gaat niet
zomaar; dat is passen en meten geblazen’, verzuchtte Thea.
Ze praatte wel
vaker hardop met zichzelf als ze vermoeid raakte. In dit geval was Thea bij
voorbaat uitgeput over het vooruitzicht alleen al. Negentien paar
herencolbertjes naar kindermaatjes verstellen is zelfs voor een ervaren
coupeuse geen kleinigheid en Thea had ook nog haar gezin, huishouden,
Huiswerksterk en Webshop.
‘Ah, joh, dat
komt niet zo nauw’, bagatelliseerde Nora
kortaf over haar schouder.
Met haar
gemanicuurde linkerhand met paars gelakte nagels maakte ze een gezocht
wegwerpgebaar. Maar ze benadrukte wel de urgentie van de zaak. Duidelijk
hoorbaar voor alle aanwezigen op een toon alsof Thea het naaimeisje was en Nora
de grote mevrouw. Met een knipoog weliswaar. Afgemaakt met een wrange nasmaak.
‘Maar wel dalli,
dalli graag’.
Daarna gaf haar
trutterige opstelling niet meer thuis over huishoudelijke zaken. Nora liet haar
aandachtsboog verder volledig spannen door de oudewijvenpraat van de moeders
van onder meer; Kaspertje, Luna en Fransje.
‘Waarom heb je
beloofd dat ik die mouwen korter zou maken?!’, voer Thea op weg naar huis in de
auto tegen Sabine uit.
‘Dat heb ik niet
beloofd. Ik heb alleen gezegd dat jij een naaimachine hebt waarop jij alles
kunt maken’, pruttelde Sabine korzelig tegen.
‘Hoe kom je erbij
dat ik alles kan maken op de naaimachine?’
Thea was
verstomd. Ze zat thuis nou niet bepaald elke dag achter de naaimachine. Zo nu
en dan maakte of verstelde ze weleens zelf kleding. Ze was niet onhandig met
naald en draad, maar om nou te zeggen dat ze zomaar alles kon maken was
overdreven. Toch was Thea ook wel vereerd met de opschepperij van haar dochter.
‘Dat is geen
opschepperij, maar de waarheid’, wist Bart, nadat hij in geuren en kleuren
antwoord van Sabine had gekregen op zijn vraag naar de herkomst van de stapel
colbertjes in de kofferbak van Thea’s auto.
‘Mama wordt onze
styliste’, overdreef Sabine onder invloed van Nora.
‘Die dramaqueen
mag wel blij zijn dat jij die colbertmouwen voor niks korter maakt. Zoiets moet
je eens laten doen bij een professionele coupeuse. Dan ben je met 200 euro
goedkoop uit.’
‘Had ik dan geld
moeten vragen?’, twijfelde Thea.
Het antwoord van
Bart werd gesmoord door een stapel muffe tweedehands colbertjes in zijn gezicht
die hij in zijn armen voor zich uit mee het huis in hielp dragen:
‘Doe jezelf een
plezier en lever die mouwen zo snel mogelijk korter en gratis in de kleine
gymzaal af, zonder een extra gedachte aan die colbertjes te verspillen. Houd de
naam van onze dochter in ere. Onderhandelen is aan dramaqueen Nora niet
besteed.’
‘Hear, hear’,
lachte Thea, die zich maar meteen aan haar immense versteltaak kweet om op tijd
klaar te zijn.
Des te eerder ook
was het leed geleden. Of toch niet. Tijdens de generale repetitie klaagde de
leden dramaclub over de mouwen van de colbertjes. Enkele exemplaren waren een
centimetertje te kort omgezoomd waardoor de knokkels van een stuk of 5
steruitbeelders zichtbaar zouden zijn tijdens de grande finale op het
schoolpodium. Het viel Thea niet tegen. Maar 5 missers op de 19
verstelcolbertjes; bewerkt op het oog; zonder te meten. Want meten is zeker
weten. Dat weet zelfs iedere amateurcoupeuse. En sowieso hadden gedoodverfde
prototypes als Nia, Fransje en Kaspertje altijd wel wat te zeuren.
Toch stak Sabine
het gemuggenzift van de anderen deze keer minder goed weg dan normaal. Ze werd
er sikkeneurig van in die laatste weken in groep 6 bij meester Joep. Ze was
natuurlijk ook zenuwachtig voor het grote optreden dat die avond in het bijzijn
van de ouders zou plaatsvinden.
‘Je hebt de
mouwen te kort gemaakt’, herinnerde ze haar moeder nog eens aan haar
verstelblunder in de auto op weg naar de voorstelling.
‘Ja, daar kan ik
nou niets meer aan veranderen. Trouwens het zijn maar 10 mouwen op de 38 stuks.
Ik vind het nogal’, betoogde Thea toch een klein beetje schuldbewust.
Sabine zweeg
nuffig.
‘Het kwam niet zo
nauw, zei Nora nog’, probeerde Thea haar slordigheid min of meer goed te
praten.
Sabine reageerde
niet
‘Wat zegt Nora
nou dan?’, vroeg Thea door.
‘Niks, Nora zegt
niks’, bokte Sabine.
Bart zat achter
het stuur van de auto op weg naar de kleine gymzaal van De Wielewaal. Tot op
dat moment had hij geen commentaar geleverd op de dramalessen van Nora, terwijl
hij het hele circus, hem kennende, één grote aanfluiting vond. Hij hield zijn
mond. Zelfs toen bleek dat hij als vader van een acterende dochter, samen met
de rest van zijn gezin, ruim 30 minuten voor de voorstelling aanwezig moest
zijn, omdat Sabine zich nog moest verkleden. De entree was overigens 5 euro per
bezoeker. Alleen broertjes en zusjes mochten gratis meekijken. Was dat even
boffen voor Walter die voor de zekerheid zijn Nintendo toch maar had
meegenomen. Ook tijdens het pedante gedrag van zijn dochter hield Bart zich
afzijdig. Zwijgend, maar grimmig richtte hij zijn ogen op de weg. Totdat het
waanwijze amateuristische dramagedoe onder invloed van Nora in de vertaling van
Sabine hem bruusk naar de keel greep.
‘Hey, Sabine, doe
jij eens normaal. Mama heeft een heleboel tijd in die aftandse colbertjes
gestoken en als een paar van die mouwen nou een beetje te kort zijn dan is dat
nog altijd beter dan te lang’, brulde hij in de achteruitkijkspiegel.
‘Laat nou maar’,
suste Thea.
‘Ze moet zo
optreden. Ze is nerveus.’
Op aandringen van
zijn vader had Walter het geluid van zijn Nintendo uitgezet. Het wachten was nu
al een uur op de afsluitende voorstelling van het prijzige basisschool
toneelgezelschap. De banken in de kleine gymzaal waren voelbaar van hout. Bart
tuurde mee op het scherm van Walters spelcomputer. Thea wist niet waar ze
anders kijken moest dan voor zich uit. Naar de gesloten, fluwelen gordijnen die
provisorisch door de conciërge aan een ingenieuze noodrails aan het plafond van
de kleine gymzaal bevestigd waren. De oudroze, verschoten gordijnen bewogen mee
met de onstuimige uitschieters van de armpjes en beentjes van de nerveuze
acteurs en actrices in de nepcoulissen. Het gegiechel van de artiesten loste
grotendeels op in het lawaai van het wachtende publiek. Omdat Thea echter naast
Bart en Walter op de voorste rij zat, ving ze af en toe toch flarden van
kinderlijke voorpret op. Ook omdat ze moeite deed om de onbevangen vrolijkheid
uit het gecultiveerde tumult om zich heen te filteren.
Ondertussen
kakelden de opperouders geanimeerd onder elkaar. Ze lachten bij hoog en laag op
een exclusieve manier die specifiek op het negeren van Bart en Thea en hun
kroost gericht was. De aanleiding kon Bart, Thea en Walter niet boeien, maar de
meeloophouding van meester Joep was storend. Meester Joep durfde Bart en Thea
alleen maar van een afstand te begroeten door kort met zijn ogen te knipperen.
Hij zat stokstijf, heel ongemakkelijk op de bank naast juffrouw Siepie, toen
nog de parttime juf van de combinatieklas 6/7, en het stond van zijn knalrode
kop af te lezen dat hij de ouders van Sabine eigenlijk liever niet wilde
kennen.
‘Trek het je niet
aan’, adviseerde Bart lauw.
‘Alsof ik een
keuze heb’, reclameerde Thea.
Hoe kon ze zich
niets aantrekken van de leerkracht van haar dochter, terwijl hij zich opstelde
als een malloot?
‘Halve zool’,
doelde ze op meester Joep.
‘Wist je dat
‘halve zool’ een verbastering is van ‘aswhole’, merkte Bart melig op, zonder
zijn ogen van de game van Walter af te wenden.
‘Jij zegt het’,
mokte Thea.
Voordat ze zich
verder in de materie kon verdiepen werd ze ineens onderbroken door Nora de
dramajuf. Ze verscheen vanachter een kier in de fluwelen podiumgordijnen als
zichzelf. Gewoon in haar alledaagse gewadenkloffie. Ze droeg alleen geen sokken
en schoenen vandaag. Maar ondanks die blote voeten – met gelakte teennagels
uiteraard - zou het spektakel dan toch
eindelijk gaan beginnen. Nora had nog wel wat opmerkingen vooraf. Van
huishoudelijke aard. Voor niet langer dan een seconde voelde Thea een siddering
door haar lijf gaan. Als een te korte streling. Alsof haar een complimentje te
wachten stond. Of nee toch niet. Er was zojuist een kans aan Nora voorbij
gegaan. Voor hetzelfde geld had ze een dankwoordje voor het werk aan de 19
colbertjes uit de komende voostelling voor Thea kunnen inlassen. Maar die attentie liet Nora achterwege. De
conciërge werd wel kort genoemd. Oh en de moeder van Fransje. Met dank voor
haar betrokken- en gezelligheid. Daarna gaf Nora zich uitvoerig over aan een
pompeus monoloog over een gebrek aan tijd en dat sommige drama-experimenten
mogelijk weleens niet helemaal uit de verf zouden kunnen komen. Het hoe en
waarom werd niet duidelijk. Wel vond Nora het nodig om nog even nadrukkelijk te
vermelden dat haar persoonlijk uiteraard niets te verwijten viel.
‘Fiasco’s bestaan
niet en dramatische expressie is eigenlijk hetzelfde als vrijheid van
meningsuiting. Hier exclusief gegoten in een vorm van de kijk op het leven van
de creatieve kinderen van groep 6 van De Wielewaal. Applaus dames en heren’,
blufte Nora in de ongeloofwaardige rol van listige praatjesmaakster.
‘Krom is recht,
maar dan verbogen’, fluisterde Bart in het oor van Thea.
Thea vond ook dat
Nora maar een beetje slap stond te zeveren. Vermoedelijk in de hoop haar
laksheid te verdoezelen. Ze probeerde overduidelijk de te verwachten kritiek
voor te zijn. Status of niet, elk weldenkend mens verwacht vroeger of later hoe
dan ook boter bij de vis. Daarom had Nora waarschijnlijk op de valreep nog
verzonnen dat de kinderen op een authentieke manier moesten laten zien op welke
wijze zij met geheimen omgaan. Kennelijk net zo slecht als Nora zelf, want zij
kneep hem zienderogen. En terecht zoals al snel bleek.
Nora keerde zich
met haar brede rug naar het publiek toe. Met een reeks omslachtige handelingen
lukte het haar om de weerbarstige toneelgordijnen zo goed als volledig te
openen. Het dramatisch effect werd gecompleteerd door het dimmen van het licht
in de kleine gymzaal. Een gedeelte van de ruimte was gereserveerd voor de
afsluitende dramavoorstelling en moest nu dus een soortement podium
voorstellen. Op die plek begonnen de kinderen heel spookachtig in het duister
door elkaar heen te lopen. Af en toe raakte deze of gene gedesoriënteerd in de
donkerte en veroorzaakte een botsing. Na een onderdrukt gegiechel en een
onderling ssstttgesis, school er ineens een spot aan en stond Ronnie in het
voetlicht. Een teken voor de rest van de groep om in de schemerige achtergrond
los van elkaar stokstijf stil te blijven staan. Ronnie droeg een zwart met wit
gestreept colbert, of wit met zwart, maar dat was om het even. De mouwen waren
precies lang genoeg. Dat viel Thea niet tegen. Ronnie drukte de rug van zijn
rechterhand op zijn voorhoofd en rolde zijn ogen naar het plafond van de kleine
gymzaal. Met verve declameerde hij zijn dramatekst:
‘Ik ben Ronnie en
mijn vader zit in de gevangenis.’
Thea schrok ervan
en ze dacht:
‘Sinds wanneer
zit de vader van Ronnie in de gevangenis? Ik zag hem vanmorgen nog lopen in de
gangen van De Wielewaal?!’
De schijnwerper
doofde en de kinderen kwamen weer in beweging. Na een minuut werd Luna in het
spotlicht gevangen en kwam de rest opnieuw tot stilstand. Luna nam de tijd om
de juiste toon te vinden. Eindelijk kwam het hoge woord eruit:
‘Ik ben Luna en
ik ben doof.’
‘Oost-Indisch
doof dan toch’, mompelde Bart.
Het muisgrijze
colbertje van Luna zat als gegoten. Vooral de mouwen toonden onberispelijk.
Integenstelling tot die van Kasper, maar dat scheelde ook maar een paar
millimeter.
‘Mijn vader is
een drugsdealer’, beweerde Kasper in het zoeklicht.
‘Hij was toch
verzekeringsarts?’, vroeg Walter confuus en net niet zacht genoeg.
Bart kon het niet
nalaten:
‘Da’s allemaal
van één laken een pak.’’
‘Sssstttt’, blies
iemand in de nek van Thea.
‘Uh?’, kopte
Walter naar zijn vader.
‘Dat het één het
ander niet uitsluit’, legde Bart onnodig uitvoerig uit.
Walter
schokschouderde vol oprecht onbegrip, maar Thea maande hem tot stilte, want
Fransje in haar marineblauwe colbertje met perfect verstelde mouwen ging wat
zeggen:
‘Ik ben
hoogbegaafd.’
Ze hield een boek
tussen haar vingers opengeslagen in de lucht. Thea herkende de omslag van ‘Het
dagboek van Anne Frank’. Harry Potter was waarschijnlijk niet literair genoeg.
Wel veel mysterieuzer. En was geheimzinnigheid eigenlijk niet het centrale thema van de voorstelling? Thea was de rode
draad kwijt en de volgende kandidaat bracht geen verbetering aan haar
verwarring. Het was Nia.
‘Wedden dat haar
geheim is dat ze geadopteerd is?’, smiespelde Thea tegen haar ongeboeid
geraakte metgezellen.
‘Ik ben Nia en ik
ben blind’, droeg Nia voor.
Je zou op het
eerste gezicht niet geloven, maar bij nader inzien waren de mouwen van het
zwarte colbertje van Nia inderdaad geen millimeter te kort. Hierna volgden nog
wat krankzinnige belijdenissen, zoals het geheim van Mathilde in een perfect
zittend mosgroen, ribfluwelen herencolbertje en een okerkleurige jihab oftewel
een hoofddoek om. Aldus uitgedost stond Mathilde zonder te blikken of te blozen
te beweren dat ze een moslima was. De gekkigheid hield maar niet op en werd
verkondigd door het ene na het andere kind. Nagenoeg allemaal in colbertjes in
optima forma Thea kon met een gerust
hart achterover gaan zitten. Als dat mogelijk was geweest op een houten bank
zonder rugleuning. Totdat Sabine aan de beurt kwam. Abrupt trad ze op de
voorgrond in haar knalrode jasje. Even werd ze verblind door het schijnsel van
de toneellamp. Ze knipperde onwennig en probeerde zich een houding te geven
tegen het licht in teneinde de wijnvlekjes aan de linkerkant van haar gezicht
en plein public met geheven kin goed uit te laten komen.
‘Ik ben Sabine’,
zei ze.
‘En ik heb
wijnvlekjes’.
‘Ze heeft echt
wijnvlekjes’, merkte een opmerkzame ouder ergens in het publiek op.
‘Nee, dat is
schmink joh!’ dacht iemand anders hardop.
Thea kon zich
niet langer inhouden en stond op. Ze zag niemand, terwijl ze om zich heen keek.
Kermend van ontsteltenis en verontwaardiging wist ze zowaar een paar tellen
alle ogen in de kleine gymzaal op zich te vestigen.
‘Sabine is het de
enige kind dat hier een echt geheim openbaart. De rest loopt allemaal te
fantaseren!’, riep ze.
Iemand siste:
‘Tsss!’
Bart legde zijn
hand op de onderarm van zijn echtgenoot om te voorkomen dat Thea haar dochter
op het podium beschermend in haar armen zou sluiten. Sabine zou zo nog verder
in verlegenheid kunnen worden gebracht. Overwonnen zakte Thea terug op de houten bank en Sabine stond
verloren in het voetlicht. Ze sloeg haar handen voor haar ogen.
‘Hey, troela;
haal die lamp eens uit haar gezicht’, koeioneerde Bart richting dramajuf.
‘Mijn naam is
Nora’, corrigeerde Nora beledigd.
Iedereen begon
verongelijkt door elkaar heen te praten. Toch had Thea geen spijt van haar
impulsiviteit. Nora had Sabine tegen zichzelf in bescherming moeten nemen.
Waarom droeg Sabine niet gewoon daas één of andere gefingeerde onthulling aan?
Dat deed de rest toch ook? En samen uit; samen thuis. Dus oftewel de hele crew
gaat op de dramatische verzinsel toer; of iedereen vertelt de waarheid. Niet
alleen Sabine. Waarom waren de geheimen van de andere kinderen ook niet wat
realistischer geweest? Ronnie had kunnen bekennen dat hij niets liever deed dan
rondrennen in de prinsessenjurk uit de verkleedkist van zijn beste
vriendinnetje Sabine. Want zijn vader zat niet in de gevangenis, maar gewoon in
het publiek. Het algemeen gedeelde geheim van Luna was dat ze van haar papa
Harry en mama Marit niet eens de vrijheid kreeg om haar eigen vriendinnetjes
uit te zoeken. Met doofheid had dat niets te maken. Kasper had kunnen vertellen
over zijn levensbedreigende mysterieuze virusziekte in groep 4 in plaats van
over zijn vader die geen drugsdealer is. Net zoals Nia had kunnen toegeven dat
ze geadopteerd was, of dyslectisch in plaats van blind. Zo was ook evident dat
Mathilde, in haar blonde Hollandse glorie met bakfietsmoeder Greet, geen
moslima was. Althans niet van huis uit. Misschien wilde ze later moslima
worden, maar dat was een ander taboe. En dat Fransje hoogbegaafd zou zijn, was
geen geheim, maar een regelrechte leugen. Zo hing de complete dramatische
expressie van onzinnigheden aan elkaar. Nou zou dat op zich nog geen ramp
geweest zijn. Absurdisme is tenslotte ook een kunststroming. Maar waarom week
dan juist alleen Sabine af van het spookpatroon? Open en bloot. Kwetsbaar en
klein. Was dat willekeur, toeval of kortzichtigheid van Nora? Het effect zou
weleens een traumatisch nasmaakje voor Sabine kunnen hebben. Waarom had de
dramaqueen daar niet bij stilgestaan tijdens haar hoog gegrepen kindercursus?
Daar stond Sabine dan te kijk. Authentiek en in haar uppie. Kleine Sabine met
de wijnvlekjes in haar gezicht in het middelpunt van de belangstelling.
Onuitwisbaar en onbeschermd door haar vader en moeder die van een afstand niets
liever wilden dan hun dochter van het podium naar zich toe trekken. Maar het
was alsof Sabine zich willens en wetens afkeerde van de symbolisch uitgestrekte
ouderlijke hand. Ze herstelde zich zoals een echte pro dat ook zou doen en
voegde zich weer bij het dramaclubje dat inmiddels in een kringetje op het
toneel troonde. Met z’n allen op de hurken en de armen over elkaar heen
geslagen. Met uitzondering van Fransje. Zij steeg boven haar leeftijdgenoten
uit. Letterlijk omdat ze wijdbeens in het midden van de kring herrees als de
Germaanse godin Brunnilde; een soort stoere sneeuwwitje. En figuurlijk omdat ze
heel statig één arm voor zich uit in de lucht gestrekt hield. Als een vlees
geworden uithangbord hield ze nog steeds het dagboek van Anne Frank vast en dit
keer omhoog. Haar gebaar was bedreigend en onheilspellend, alsof ze de
Hitlergroet gaf. Fransje moest natuurlijk ook een Übermensch voorstellen, met
haar hoogbegaafdheid. De andere kinderen negeerden haar met hun nekjes
nadrukkelijk in de opgetrokken schoudertjes verzonken. De zinnebeelding van het
drama had wel iets weg van krassende nagels op een ouderwets schoolbord.
Tenenkrommend en kaken verstijvend vals. Al snel kwam de kliek tot bezinning en
de conclusie dat niemand ooit buiten de groep gehouden mocht worden. Ronnie
sprong uit zijn hurken en bazuinde de moraal van het verhaal in het rond als
een volleerd marktkoopman die zijn waar aanprijst. Iedereen mag meedoen;
ongeacht de inhoud van zijn of haar geheim. Zelfs hoogbegaafde Fransje moest in
de groep worden opgenomen, terwijl ze in wezen uiteraard eigenlijk veel te slim
voor het vulgus was. Maar je bent pas gek als je normaal bent. Getuige het
dagboek van Anne Frank in de uitgestoken hand van Fransje. Einde
dramavoorstelling.
Een slap
applausje stierf onverwijld weg in een geruis van publiek dat elkaar gebelgd
aanklampte. Nora begaf zich vanachter de coulissen als een speer tussen de
roerige menigte. Ze klapte in haar handen en wees iedereen luidkeels op de
mogelijkheid tot een hapje en een drankje in de vergaderruimte. Mogelijk
gemaakt door de gulle gaven van enkele opperouders. Dat moest wel even gezegd.
‘Maar het gratis
verstelwerk van Thea aan de colbertjes blijft onvermeld?!’ bulderde Bart door
de kleine gymzaal.
Nora deed alsof
ze Bart niet hoorde en dook veilig onder in de hernieuwde golf van
verontwaardiging als een reactie van een ontstemd publiek op het lange wachten
en een waardeloze maar duurbetaalde voorstelling. Een ieder die zich op dat
cruciale perceptie keerpunt per ongeluk deed gelden was gedoemd om en plein
public te worden veroordeeld. En Nora was sluw genoeg om zich precies op het
juiste moment op de achtergrond te houden en de onvrede van zich af te wenden
naar bliksemafleiders als Bart en Thea. Lang hield de dramadiva het echter niet
vol om de algehele aandacht van haar narcistische persoonlijkheid af te leiden.
Zij vond ook dat de ouders van Sabine onnodig vijandig en asociaal waren. Dat
mocht best benadrukt worden. Niet
openlijk door het beestje bij de naam te noemen, nee, natuurlijk niet; Nora zou
wel zorgen dat de ijzige, agressieve houding van de ouders van Sabine voor
zichzelf sprak. Ook zonder – al dan geen – terechte kritiek van de opperouders
vormden deze onaangepaste figuren een bedreiging voor de openbare orde.
‘We gaan naar
huis, Sabine!’, beval Bart zijn dochter vanaf een afstand.
Ze stond in haar
rode colbertje nog wat verloren tussen enkele dramagenoten en een
gedesoriënteerde meester Joep op het quasi podium te dralen. Meester Joep nam
Sabine even apart. Hij negeerde Bart en Thea nog heftiger dan tijdens het lange
wachten voor aanvang van het drama.
‘We gaan nog een
hapje en een drankje doen’, liet Sabine vervolgens op voorspraak van meester
Joep aan haar vader weten.
De bewoordingen
waren vreemd voor het doen van een kind van 9 en maakten de kloof tussen Sabine
en haar ouders nog groter.
‘We gaan naar
huis Sabine’, herhaalde Bart.
De slagader in
zijn nek zwol op. Geen goed teken. Als de interactie op dat punt uit de hand
gelopen zou zijn, dan had Thea hem niet meer tot bedaren kunnen brengen. Ze was
zelf misselijk van kwaadheid. Vanwege de wijnvlekjes. Het disrespect voor haar
kind van die dramadraak van een Nora. Nora de nep actrice die niet eens in
staat was om een simpel kindertoneelstukje in elkaar te flansen. Thea schreef
en regisseerde al schooltoneelstukjes toen ze zelf nog een kind was. Met
succes, encores en een stuk onderhoudender dan dit debacle. Sabine twijfelde in
het openbaar of ze nou wel of geen gehoor zou geven aan de oproep om over te
stappen naar het kamp van haar vader. De stemmen van de opperouders verstomden
opnieuw. Alle ogen waren terug op Sabine en Bart gericht.
‘We gaan een
hapje en een drankje doen, papa van Sabine’, legde Greet, de bakfietsmoeder van
het huilmeisje Mathilde en haar jongere zusje Gertrude, voor de duidelijkheid
nog een keer betuttelend aan Bart uit.
Thea was dankbaar
dat Bart de moeder van Mathilde en Gertrude alleen maar doodzweeg. Beter dan
dat hij haar in het openbaar ook nog de grond in boorde met zijn sarcastische
opmerkingen die er normaliter niet bepaald zachtzinniger op werden naarmate
zijn woede steeg.
‘We gaan naar
huis Sabine’, dreigde hij voor de derde keer.
Lijdzaam liet
Sabine het rode colbertje via haar schouders langs de armen afzakken en
overhandigde het jasje aan Ronnie die in haar buurt stond. Met een figuratief
loopje en sprekende gebaartjes droop ze berustend af in richting van de rug van
haar vader, als een steractrice in een toneelacte waarmee ze zonder meer de
show zou hebben gestolen als ze niet De Wielewaal maar een normale basisschool
had bezocht. De samenscholing van bemoeizuchtige ouders vond het nodig om een quasi meelevend
en langgerekt ‘aaahhh’ de kant van Sabine op te slaken. Te midden van een sfeer
die op ontploffen stond in een denkbeeldige mist van broeierige achterklap,
trok het beruchte viertal in een optocht door de kleine gymzaal naar de uitgang
en de frisse lucht.
In de
zomervakantie viel er een envelop zonder afzender in bus. De inhoud was een
factuur voor de dramalessen van Sabine afkomstig van Nora. Of Bart en Thea maar
even per omgaande 300 eurootjes aan Nora wilde overmaken op het weergegeven
bankrekeningnummer dankjewel; alsjeblieft. Toch had Thea wel graag even een
specificatie gehad willen hebben alvorens ze zich kaal liet plukken. In haar
voordeel was Nora voorbij gegaan aan 4 gemiste dramalessen van Sabine. In april
van dat jaar was Sabine 2 weken absent geweest vanwege een flinke griep. De
meivakantie had ook 2 dramavrije woensdagen geteld. Dan praatte je al gauw over
een verschil van 100 euro. Na wat zakelijk heen en weer gemail was Nora bereid
om 50 euro in mindering te brengen, want vakanties of ziektes golden niet. Eén
van de twee. Het begon Thea te duizelen. Ze had nog altijd geen precisering van
de factuur.
‘Ik wil anders
wel even contact opnemen met de Stichting Kunstzinnige Vorming voor een
specificatie van de rekening?’, mailde Thea quasi onnozel aan Nora met de
bijbedoeling om haar tot duidelijkheid aan te manen.
Nora werd door De
Wielewaal ingehuurd via de Stichting Kunstzinnige Vorming die gemeentelijke
subsidie ontving voor het verlenen van diensten aan basisscholen. De
maandelijkse bijdragen die Nora voor haar dramalessen op De Wielewaal vroeg,
verkleurden daarom zo zwart als roet. Nou zijn Bart en Thea heus niet zo
principieel. Ze zijn altijd bereid om onderhands te betalen, maar ze willen wel
graag weten waarvoor. Kennelijk was dat al te veel gevraagd, want Nora was
onvermurwbaar en stuurde een pedant bescheiden terug aan Thea:
‘Het bedrag dat
open staat is 250 euro. Graag voldoen binnen 7 dagen op het onderstaande
bankrekeningnummer.’
‘Gewoon niet
betalen’, adviseerde Bart.
Maar na een week
begon Nora aan een
herinneringenmarathon. Om de 2 dagen prijkte er een aanmaning van de
dramajuf in de mailbox. Als Thea zichzelf niet geweest was dan zou ze
zeker achtervolgingswaanzinnig van de
stalkmailtjes geworden zijn. Na zo’n 6 sommaties was de maat vol en zond Thea
weer een reactie terug:
‘Ik heb je om een
specificatie gevraagd en die krijg ik niet. Ik heb recht op 100 euro korting
vanwege de griep van Sabine en de meivakantie. Bovendien breng ik ook nog 100
euro in mindering ter vergoeding van het verstellen van de mouwen van 19
colbertjes. Brengt het restant op 100 euro. Dit bedrag zal ik voldoen nadat ik
een acceptabele rekeningopgave heb ontvangen.’
‘Ik vind je nog
veel te toegefelijk’, oordeelde Bart.
Nora niet. Nora
werd boos en dat reageerde ze af in haar zoveelste online melding:
‘Ik heb nooit
iets ondertekend voor eventuele verstelkosten. Ik ga niet akkoord met het
bedrag dat u in mindering hebt gebracht.’
Jammer alleen
voor Nora dat die vlieger niet alleen voor haar opging. Thea presteerde het
zelfs nog om een stapje verder te gaan.
Geachte dramajuf
Nora:
‘Ik heb net als u
nooit iets ondertekend. In mijn geval nimmer voor eventuele dramalessen aan
mijn dochter. Ik ga eveneens niet akkoord met het bedrag dat u in rekening
gebracht hebt. Laten we quitte spelen.’
Maar Nora zou
Nora niet zijn als ze zich zonder financiële winst gewonnen zou geven. Dus
bleef ze gewoon een zomer lang om de 2 dagen van die irritante herinneringen in
standaardmailtjes sturen. Thea werd tot opperste aanstoot gedreven tot op het
punt waarop ze überhaupt niet meer bereid was om te betalen. Ergo, als Nora
niet snel haar aftocht blies, dan zou Thea ook eens een geheim openbaren. En
wel over het bezopen slotoptreden van de dramaclub in de laatste week van het
schooljaar van groep 6, waarin de kleine Sabine zichzelf onder supervisie van
Nora voor de leeuwen had gegooid met haar wijnvlekjes.
‘Ze wilde zelf
over haar wijnvlekjes vertellen. Ik heb haar niet gedwongen’, schreef Nora in
een gewetenloze reactie met in de bijlagen de zoveelste aanmaning voor 250
euro.
‘Ja, maar ik
dacht dat iedereen een echt geheim zou vertellen’, prakkiseerde Sabine
achteraf.
‘Heb je dan niet
geluisterd naar de anderen tijdens de generale repetitie? Je had toen toch
kunnen horen dat de rest maar wat onzin uitkraamde?’, wilde Bart verwijtend
weten.
‘Wat is een
generale repetitie?’
‘De laatste
oefening voor het echte optreden’, antwoordde Thea welwillend in de hoop de
veroordeling van Bart wat te verzachten voor Sabine.
‘Daar ben ik niet
bij geweest.’
‘Hoezo daar ben
je niet bij geweest?’
De ergernis van
Bart maakte gelukkig niet veel indruk op Sabine.
‘Er was geen
laatste oefening voor het echte optreden’, verduidelijkte ze stellig.
Toch was Thea
niet overtuigd:
‘Hoe wist je dan
welk geheim je zou gaan verklappen?’
‘We moesten
ergens van tevoren tegen Nora zeggen welk geheim we gekozen hadden en een colbertje
uitzoeken. Dat was alles.’
‘Dat was alles?’,
vroeg Thea nog steeds ongelovig.
‘Dat was alles’,
papegaaide Sabine.
‘Schandalig’,
foeterde Bart.
‘Wat vond jij er
zelf dan van dat jij daar als enige de waarheid stond te verkondigen tussen al
die drama’s?’
Uit voorzorg nam
Thea vast plaats naast Sabine op de sofa.
‘Niet leuk’,
bekende het kleine ding.
‘Nora zegt dat
jij per sé over de wijnvlekjes wilde vertellen!’, overdreef Thea voor het
benodigde effect.
‘Niet per sé.’
‘Niet als je
geweten had dat de anderen maar een spelletje speelden?’
‘Nee, dan niet.’
‘Begrijp je dan
nu waarom papa en ik boos zijn op Nora?’
‘Ik dacht dat
jullie boos waren op mij.’
‘Welnee, rare
griet, waarom zouden wij boos zijn op jou? Papa en ik zijn juist supertrots
omdat jij zomaar in het bijzijn van grote mensen de waarheid over jezelf durft
te vertellen. De rest verstopt zich achter leugentjes. Jij niet.’
Bart stond op en
nam zijn dochter in zijn armen. Even later bungelde een paars aanlopende,
giechelende Sabine ondersteboven met haar voeten in de opgeheven knuisten van
haar vader. Maar niet lang;
‘Je wordt een
grote meid’, pufte Bart uitgeput.
Ze was nog meer
gegroeid onder de extra aandacht van Bart die altijd heel inventief is in
‘sorry’ zeggen, zonder woordelijk toe te geven dat hij fout zit. Nog
nagenietend van de stoeipartij kwam Sabine met twinkelende ogen en rode
wangetjes voor Thea staan, terwijl ze haar in de war geraakte paardenstaart
opnieuw inzette.
‘Zal ik een
mailtje aan Nora schrijven?’, stelde ze spontaan en misschien een beetje
overmoedig voor.
‘Je wordt geen
grote meid, maar je bent al een grote meid!’, constateerde Thea blij verrast.
Deze uitgelezen
kans zou Thea niet aan haar neus voorbij laten gaan. Voor de goede orde stuurde
ze het briefje van Sabine in originele uitvoering – dat wil zeggen inclusief
taalfouten – eveneens door naar directrice Willy Bakbruin van De Wielewaal.
Zomervakantie of niet. Sabine mailde het volgende.
Beste dramajuf
Nora,
Ik vont het niet
leuk om over mijn wijnvlekjes te praaten. De rest was ook niet eerlijk. Ook was
er veel gezeur over de mauwen van de jasjes. Dat was sielig voor mijn moeder.
Zij hat daar veel werk aan besteet. Maar geen bedankje. Je moet ook eerlijker zijn
en minder geld vragen. Mijn ouders betaalen heust wel. Maar genoeg. Niet te
veel.
Groetjes van
Sabine
Sindsdien heeft
Thea nooit meer iets van de dramaqueen Nora vernomen.
HOOFDSTUK 33
Het
afscheidsliedje voor meester Joep dat vrij vertaald was naar ‘Toveren’ van K3
was klaar voor gebruik in groep 6. In haar oneindige bescheidenheid had Thea de
tekst niet linea recta via de mail verzonden naar alle ouders, maar eerst naar
de feestcommissie. Ook omdat ze dit keer de immer dreigende consternatie onder
de opperouders van De Wielewaal te slim af hoopte te kunnen zijn door zich tot
slechts 2 geadresseerden te beperken. Te weten de juffen Siepie en Rita van de
toekomstige groep 7. Thea had geen zin om haar zelfbedachte tekst ook nog eens
door de klassenouders – Moira en Hanneke - van de - toen nog - complete groep 6
te laten besnuffelen. Hoewel deze goedbedoelde hulpwichten eveneens zitting
hadden in ‘het afscheid van meester Joep comité’ voegden zij zo weinig toe aan
de voorbereidingen, dat Thea geen heil zag in een extra, bedillerige controle.
Daar kwam nog bij dat juffrouw Siepie nog geen kwartier na de vertrouwelijke
publicatie van de tekst in een reactie liet weten dat ze het een onaantrekkelijk
idee vond om zomaar haar fiat te geven aan een lukrake openbaring aan alle
ouders. Doorsturen was wat juffrouw Siepie betreft alleen toegestaan na
goedkeuring van de voltallige feestcommissie. Maar Thea hechtte niet zoveel
waarde aan het oordeel van juffrouw Siepie. Ook niet aan de mening van de
hulpouders overigens. Hoe functioneel ze zichzelf ook mochten vinden. Gelukkig
refereerde juffrouw Siepie met de term ‘voltallig’ in wezen alleen naar
zichzelf en min of meer naar die andere juffrouw. Niet naar de hulpouders.
Zoals Thea al verwacht had. Juffrouw Siepie, en niemand anders, verordende a
priori een grondige inspectie van de inhoud en muziekkeuze in overleg met
juffrouw Rita. Juffrouw Rita was immers muzieklerares en een directe collega
van juffrouw Siepie. Sterker nog; Komend schooljaar zouden juffrouw Rita en
ondergetekende zelfs een duo gaan vormen in de geïntegreerde plofgroep 7.
Juffrouw Siepie vond het nodig om deze onverkwikkelijke wetenswaardigheid
nogmaals in haar reactie op het afscheidsfeestideetje van Thea te vermelden
voor het geval er misschien nog 2 of 3 ouders in de wandelgangen van De
Wielewaal ronddoolden die nog niet tot vervelends toe met deze naargeestige
opmerkelijkheid lastig gevallen waren. Nou was Rita door de schoolband, waarbij
Sabine al 2 jaar liedjes van Marco Borsato en Gers Pardoel zong, ook geen
onbekende van Thea. Dankzij dit contact in combinatie met haar mensenkennis had
Thea vooraf kunnen voorspellen wat de reactie van juffrouw Rita op het
afscheidsliedje voor meester Joep zou zijn. Een halve dag later kreeg ze
gelijk, want juffrouw Rita appte dat ze de creatie van Thea een te gekke tekst
op een pakkend deuntje van een eigentijdse meidengroep vond. Ze was meteen
bereid om de laatste 4 muzieklessen in groep 6 volledig te besteden aan het
instuderen van de tekst met alle kinderen samen. De karaoke cd van Sabine met
daarop de tekstloze melodie van ‘Toveren’ van K3 nam ze enthousiast in
ontvangst. Het leek haar een veilig idee om de afscheidstekst die geschreven
was door Thea maar meteen 24 keer ouderwets te kopiëren. Zo zou juffrouw Rita
er persoonlijk voor zorgen dat elk kind in de complete groep 6 vanaf de
eerstvolgende muziekles een eigen afschrift in het laatje van zijn of haar
kastje in de klas had. Thea was blij dat ze de uitvoering van het
afscheidsliedje voor meester Joep met een gerust hart aan juffrouw Rita uit
handen kon geven. Voor alle zekerheid sloeg Thea haar ingeving nog wel even op
als bijlage in een mailintroductie van het feestlied aan alle ouders van de kinderen
van de complete groep 6. Overigens zonder het groene licht van juffrouwtje
Siepie nog langer af te wachten. Langs deze kortere weg kon immers iedereen die
bezwaren had tegen de tekst; of het wijsje van ‘Toveren; of tegen de –
eventueel omstreden - meidengroep K3; of
tegen het totale idee van een afscheidslied bijtijds bezwaar aantekenen of er
voor altijd en eeuwig het zwijgen toe te doen. Met de tekst zwart op wit voor
ogen kon tenminste niemand beweren dat ze niet vooraf gewaarschuwd waren.
‘Op de melodie
van ‘Toveren’ van K3
Refrein:
Kijk eens even
naar die leuke klas van Joep:
Naar die leuke
klas van Joep.
Kijk eens even
naar die leuke klas van Joep:
Naar die leuke
klas van Joep.
Couplet:
Joep is een
meester van stavast,
met een luide
stem geeft hij zijn lessen.
Niemand had
verwacht hoe goed hij past,
bij die dolle
zessen.
Luister nou eens
even extra goed,
dit cadeautje is
om door te geven.
met een brede
glimlach op zijn toet,
wat een magisch
leven.
Refrein (2 maal):
Kijk eens even
naar die leuke klas van Joep.
Kijk eens even
naar die leuke klas van Joep.
Ja, je kunt wel
zien wie hier de broek aan heeft:
En wie altijd
alles geeft.
Couplet:
Joep vult de klas
met zonneschijn,
maar er zijn ook
van die halve dagen.
Dan voel jij je
zo ontzettend klein,
vol met duizend
vragen.
Alles wordt
mooier dan je dacht,
Joep kan kinderen
steun en aandacht geven.
Met zijn eigen
mega toverkracht,
wat een magisch
leven.
Refrein (2 maal):
Kijk eens even
naar die leuke klas van Joep.
Kijk eens even
naar die leuke klas van Joep.
Ja, je kunt wel
zien wie hier de broek aan heeft,
En wie altijd
alles geeft.
Slotcouplet:
En als bij
toverslag,
verschijnt er op
een regendag,
het beeld van
Joep die naar je lacht,
en iedereen heeft
toverkracht.
Refrein (3 maal):
Kijk eens even
naar die leuke klas van Joep.
Kijk eens even
naar die leuke klas van Joep.
Ja, je kunt wel
zien wie hier de broek aan heeft:
En wie altijd
alles geeft.
Kijk eens even
naar die leuke klas van Joep.’
Vanaf de eerste
repetitie onder schooltijd werden de kinderen van de complete groep 6 gegrepen
door het herkenbare deuntje van het liedje van K3. Het onthouden van de tekst
bleek voor de 9 tot 10 jarigen ook veel minder problematisch dan Thea in eerste
instantie gedacht had. Volgens Sabine klonk de samenzang van het begin af aan
eigenlijk meteen super goed en een blij verraste juffrouw Rita had de kinderen ook uit en te
na geprezen met hun inzet. Dat een vleugje kindermotivatie zo’n verbluffende
prestatie kon genereren! Zeker nadat alle ondersteunende kopietjes van de
liedjestekst uit de laatjes van de kinderen verdwenen bleken. Iedereen was dus
onvoorbereid aan het avontuur begonnen. Ook dat nog. Terwijl juffrouw Rita toch
zo goed als zeker wist dat ze vantevoren iedereen uit groep 6 van een afschrift
van de tekst van het afscheidsliedje voor meester Joep had voorzien.
‘Ben ik nou zo
verstrooid?’, vroeg ze verward aan Sabine bij aanvang van de muziekles.
Afgeleid van de
zoektocht naar haar eigen afschrift, antwoordde Sabine verbouwereerd:
‘Nee, ik weet
zeker dat jij voor iedereen apart een afscheidsliedje voor meester Joep
gekopieerd hebt. Je zei er ook nog bij dat we de blaadjes bij ons moesten
houden in de laatjes van onze kastjes. Ik heb de stapel nog voor je uitgedeeld
de vorige keer aan het einde van de muziekles, weet je nog?’
‘Nou ja, weg is
weg. We hebben geen tijd te verliezen met slordigheidjes. De zomervakantie
staat voor de deur en het afscheidslied voor meester Joep moet nog stevig
gerepeteerd worden. Weet je wat? Ik haal de tekst wel uit het mailtje van je
moeder en dat verplaats ik groots naar het digibord. Zo kan iedereen meelezen
en meezingen en het is nog eigentijdser dan die ouderwetse kopietjes ook’,
bezon juffrouw Rita zich.
‘Waarom zou
iemand de liedjestekst uit de laatjes van de kastjes van de kinderen van groep
6 stelen?’, herkauwde Thea het gebeuren, nadat Sabine haar op de hoogte had
gebracht van de verdwijntruc tijdens de muzieklessen.
Door al haar
absurdistische ervaringen met de opperouders op De Wielewaal was Thea veel
minder meegaand dan juffrouw Rita en niet genegen om de ontvreemding van de
kopietjes zonder slag of stoot als een slordigheidje te zien. Hoe ze de
diefstal anders moest inschatten was echter evengoed een raadsel. Net als
juffrouw Rita en Sabine kon Thea gelijkerwijs niet veel meer dan gissen naar
het hoe en waarom van de verduisterde kopietjes. Totdat een ontdekking van Bart
opheldering bracht.
‘Heb jij de
moeder van Kasper toestemming gegeven om jouw bestand met het afscheidsliedje
van meester Joep aan iedereen door te sturen?’, wilde Bart vanachter zijn
laptop weten toen Thea thuis kwam van boodschappen doen.
‘Eh, nee, maar
wat maakt dat nou weer uit?! De moeder van Kasper, Moira is haar naam, is
klassenouder en ze zit ook in de feestcommissie dus.’
‘Ja, maar jij had
de tekst zelf toch al doorgestuurd?’, vroeg Bart confuus.
‘Nou ja, beter te
veel dan te weinig toch? Zodra je reserves hebt, raakt de voorraad niet meer
op. Anders waren de kopietjes van de tekst van het afscheidsliedje voor meester
Joep voor de kinderen uit groep 6 ook niet zoek geraakt. Wedden? Maar juist zonder
reserves raken uitgeprinte teksten opgelost in het niets. Foetsie; 24 stuks.’
‘Zijn de
kopietjes van de tekst van het afscheidsliedje van meester Joep zoek geraakt?’,
papegaaide Bart verward.
Sabine bracht
verheldering:
‘Ze zijn alweer
terecht. Vandaag hadden we allemaal weer een uitdraai met de tekst van ‘Kijk
eens even naar die leuke klas van Joep’ in het laatje liggen. Miranda snapte
niet dat de woorden op papier dezelfde waren als de tekst op het digibord
tijdens de muzieklessen van juffrouw Rita. En een heleboel kinderen begrepen
niet waarom die tekst ineens weer in hun laatje opdook. Ik moest echt aan
iedereen uitleggen dat het liedje een verrassing voor meester Joep moest
blijven. De meeste kinderen hebben de kopietjes ook mee naar huis genomen. Om
thuis te oefenen. We hebben nu in de klas de tekst heel groot op het digibord
staan. Dus op school hebben we geen blaadjes meer nodig.’
Ter illustratie
van haar verhaal zwaaide Sabine met haar exemplaar van het afscheidslied.
‘Laat eens
zien?’, gebood Bart terwijl hij zijn arm uitstrekte en inhalig met zijn vingers
wiebelde.
‘Zie je wel!’,
riep hij triomfantelijk uit toen hij het papier in handen en onder ogen kreeg.
‘Zie je wel wat?’
Thea was bijna
klaar met het dagelijkse boodschappengedoe, waaraan ze een decadente hekel had.
Boodschappen rangschikken op een lijstje of in het hoofd; boodschappen
selecteren uit de schappen; boodschappen in het karretje; boodschappen uit het
karretje; boodschappen op de loopband; boodschappen na het scannen – en
onvermijdelijk afrekenen – terug in het karretje; boodschappen overplaatsen
naar de kofferbak van de auto; boodschappen inpakken in boodschappentassen;
thuis de boodschappen weer uitpakken, opruimen en rangschikken. Ondanks het
voorrecht van Nederlands welvaren en de luxe van de enorme keuzemogelijkheden
toch een routinematige, sleurderige bezigheid die Thea liefst zo snel mogelijk
afgeraffeld wilde hebben. Het afscheidsliedje van meester Joep kon haar
inmiddels gestolen zijn en blijven.
‘Kijk dan!’,
gelaste Bart.
Hij hield Thea
het kopietje van Sabine voor en volgde met zijn wijsvinger op de
bestandsaanduiding in de kantlijnen van het A-viertje. Thea las het volgende in
tienvoud:
‘Kasper / liedje
Joep. ‘
‘Daar staat heel
vaak Kasper/ liedje Joep’, zei ze daas.
‘Ja maar jij hebt
het liedje geschreven toch? Nou denkt iedereen dat de moeder van Kasper het
afscheidsliedje op de melodie van Toveren bedacht heeft.’
Dat was Bart
weer. Thea zag het probleem niet. Ze was blij dat ze eindelijk zat.
Onderuitgezakt met haar benen op de sofa, liet ze het effect van een verse
espresso op zich inwerken en pufte:
‘Nou ja, wat
maakt het uit. Zo veel stelt het verzinnen van zo’n idee niet voor. Dat kan
iedereen. En Moira, de moeder van Kasper, is klassenouder. Zij heeft die tekst
natuurlijk een tweede keer aan alle ouders doorgestuurd. Er was ook zoveel
verwarring met kopietjes en verdwenen teksten.’
Sabine kwam in
opstand. Heetgebakerd plofte het kind op de sofa neer naast Thea die net op
tijd haar benen introk.
‘Dat kan helemaal
niet iedereen mama. Jij kunt dat. Niet de moeder van Kasper. Nou denkt iedereen
dat zij het liedje bedacht heeft en dat Kasper haar geholpen heeft. Ik heb je
toch geholpen mama? Samen met Ronnie. Kasper heeft helemaal niets met dat afscheidsliedje
te maken!’
Voordat Thea kon
reageren kreeg ze ook nog de volle laag van Bart te verduren:
‘Wat kun jij
jezelf toch naar beneden halen. Als het verzinnen van ideeën voor een
afscheidsfeestje inderdaad zo makkelijk is, als jij het doet voorkomen, waarom
is dat liedje dan het enige dat de feestcommissie tot nu toe heeft kunnen
binnen halen? Die moeder van Kasper, die Moira, wil met de eer gaan strijken.
Dat jij over je heen wil laten lopen moet je zelf weten. Maar je hoeft je
dochter toch niet op te offeren aan zo’n etterbakje als die Kasper?’
‘Nee, natuurlijk
niet’ antwoordde Thea beteuterd.
Haar onderbuik
gaf nog geen uitsluitsel, maar borrelde inmiddels al wel. Ze trok een bokkige
Sabine naar zich toe en suste dat het wel los zou lopen:
‘Iedereen weet
heus wel dat jij en ik dat liedje samen bedacht hebben.’
‘Niet waar, de
moeder van Kasper heeft Kasper ook al de eerste stapel kopietjes uit de laatjes
van onze kastjes in de klas laten stelen.’
Overdonderd liet
Thea haar dochter los.
‘Hoe kom je daar
nou bij? Waarom zou Moira zoiets doen? Dat slaat echt nergens op.’
‘O nee?’
Illustratief
wapperde Bart met de nieuwe uitdraai voor de neus van Thea.
‘Ze heeft alle
oude kopietjes in groep 6 laten weghalen door haar bijdehandte Kaspertje. Later
heeft zoonlief nieuwe afschriften van de tekst van het afscheidslied voor
meester Joep in de kastjes van zijn klasgenootjes gelegd. Dezelfde uitdraaien
van ‘Kijk eens even naar die leuke klas van Joep’ maar dan met herhaaldelijk de
naam van Kasper in de kantlijnen. Hoe doortrapt kan een mens zijn.’
De adem van Thea
stokte een paar seconden.
‘Dat weet je niet
zeker, er moet een andere verklaring zijn voor de verdwijning van de eerste
druk van het afscheidslied. En de naam van Kasper is hooguit per ongeluk in de
kantlijnen van de tweede uitdraai gekomen. Moira heeft waarschijnlijk haar
eigen bestandsnaam gebruikt bij het printen ’
‘Maham’, steunde
Sabine gekweld.
Bart schoot zijn
dochter te hulp.
‘Zou je denken
Thea? Luister nou eens: Ik weet dat je niet in staat bent om jezelf naar waarde
in te schatten, maar ik zou het fijn vinden als jij jouw naïviteit niet aan
onze kinderen op zou dringen. Lees het mailtje nou eens dat die heks samen met
jouw liedjestekst heeft doorgestuurd aan alle ouders en oordeel daarna zelf!’
Gematigd nam Thea
de opengeklapte laptop van Bart en de aangereikte leesbril van Sabine aan. Ze
las:
Hallo ouders,
Het is bijna
zover. Meester Joep gaat op wereldreis naar Nieuw-Zeeland. Om dat te vieren
hebben we een mooi afscheidslied dat als bijlage aan dit mailtje is toegevoegd.
Hang de tekst boven je bed, of leg de kopie onder je kussen, maar leer het lied
hoe dan ook uit je hoofd op de melodie van ‘Toveren’ (van K3), want we gaan het
met zijn allen – ouders en kinderen - kwelen op een barbecue. Vandaag heeft
meester Joep toestemming gekregen van directrice Willy Bakbruin om voor alle
papa’s, mama’s en de kids van groep 6 in de laatste schoolweek van de
zomervakantie een barbecue te houden op De Wielewaal. Voor deze barbecue vragen
wij; de hulpouders: Moira (de moeder van Kasper) en Hanneke (de moeder van
Grietje) een kleine bijdrage van 10 eurootjes aan alle ouders. Meer
feestideetjes zijn welkom. We denken bijvoorbeeld aan een pinata of een leuke
herinneringenslinger en fakkels. Laat je fantasie de vrije loop en neem contact
met ons op.
Groetjes,
Moira en Hanneke
Kennelijk sprak
het verloop van Thea’s gezichtsmimiek tijdens het lezen van het bericht voor
zichzelf, want noch Bart, noch Sabine leverden nog commentaar. Vader en dochter
gaven elkaar een opgetogen duim toen Thea fanatiek aan een antwoord op het
bericht van Moira begon. Ze las haar reactie pas voor nadat ze helemaal
uitgeklopt was en de mail aan iedereen uit haar Wielewaalbestand had verzonden.
Behalve aan meester Joep uiteraard.
Beste allemaal,
Het is
uitdrukkelijk niet de bedoeling dat het lied ‘Kijk eens even naar die leuke
klas van Joep’ tijdens de barbecue gezongen gaat worden. De kinderen van groep
6 hebben het afscheidslied op de melodie – die Sabine op een karaoke cd heeft
staan – van het lied Toveren van K3 al geoefend in de klas tijdens de
muzieklessen van juffrouw Rita. In het laatste half uur van de laatste
schooldag van Joep zullen de kinderen van groep 6 het afscheidslied dan ook in
besloten kring voor hun meester ten gehore brengen. Bij deze uitvoering zullen
geen ouders aanwezig zijn. Als u nog suggesties heeft voor een originele manier
waarop we de tekst ook nog voor de eeuwigheid voor meester Joep kunnen
vastleggen, dan hoor ik ze graag.
Met vriendelijke
groeten,
Thea (moeder van
Sabine/ gr 6 en Walter/ gr 5.)
Goedkeurend kroop
Sabine zwijgend dicht tegen haar moeder op de sofa aan. Opgelucht sloeg Thea
een stevige arm om haar dochter heen nadat
ze de laptop op de salontafel had gezet.
‘Ja, dat is een
goede reactie’, vond Bart.
‘Weet je het
zeker?!, schamperde Thea.
‘Stel je voor dat
die ouders mee gaan staan zingen op zo’n barbecue? Dat is toch zonde van die
originele tekst. Zie je het al voor je? Van die vlasbaardmannetjes en
bakfietsvrouwtjes die in jouw woorden de plank volledige mis slaan door hun
geblèr. Daar word je toch onpasselijk van bij de gedachte alleen al. Zing dan
‘En van je héla, hola, houd er de moed maar in. Dat snappen we tenminste
allemaal’.
Bart deed alsof
hij zijn vinger in zijn keel stak en kokhalsde. Hoewel Thea vooreerst dus niet
overtuigd was van de kwade bedoelingen van Moira, was ze toch wel aan het
twijfelen gebracht door de goedkope manier waarop de moeder van Kasper het
afscheidsliedje voor Joep naar zich toegetrokken had. Ook zonder de parodie van
Bart had Thea uit zichzelf wel voorzien dat het toegenegen afscheidslied voor
meester Joep verkracht zou worden op een barbecue. Thea wilde per sé voorkomen
dat een klutje aangeschoten opperouders – want natuurlijk zou er net niet
genoeg gratis alcohol geschonken worden om straal bezopen te raken – met hun
botte gedrag de realisatie van het afscheidslied, door alleen groep 6 voor
meester Joep, zou verstieren. Zeker nu de uitvoering onder leiding van juffrouw
Rita zo ontroerend goed beloofde te worden. En zelfs juffrouw Rita was van plan
om zich tijdens het eigenlijke optreden terug te trekken. Na terdege
instructies van haar muziek juf zou Sabine op de laatste schooldag de regie in
handen krijgen. Ze was er klaar voor. De kleine dondersteen. Thea kon niet meer
terug. Ze moest wel op haar strepen gaan staan. Als het niet voor zichzelf was,
dan maar voor haar dochter. Het
afscheidslied was voorbestemd om een absolute binnenkomer en een verrassing van
groep 6 aan meester Joep te worden en geen meezing dijenkletser ter meerdere
eer en glorie en het welbevinden van de opperouders en hun gevolg.
‘Schrijf anders
zelf een ander liedje voor de barbecue’, stelde Thea fijntjes voor in een
reactie op een berichtje van Moira dat ze een dag later in haar mailbox vond. Moira schreef:
‘Heb ik iets
verkeerd gedaan? Ik heb begrepen dat jij tegen het afscheidslied voor Joep
bent? Ik vind dat het gewoon op de barbecue gezongen moet worden.’
Verder beweerde
Moira dat ze veel te druk was met de kinderen en haar dagelijkse sores om zelf
een afscheidsliedje te schrijven.
‘Ze bedoelt
eigenlijk dat ze niet in staat is om een afscheidsliedje schrijven dat bij jouw
tekst in de buurt komt’, betoonde Bart nog maar eens.
Hoe dan ook; Er
bestond al een afscheidsliedje met de titel ‘Kijk eens even naar die leuke klas
van Joep’ aldus Moira. Als Thea beweerde dat de tekst van haar was, dan zou dat
wel zo zijn. Maar de melodie was van K3 en als zodanig was het liedje prima geschikt
om gezamenlijk – dus zowel ouders als de kinderen van groep 6 - te zingen op de
avond van de barbecue. Maar Thea hield voet bij stuk. Zij kon ook ontvlambare,
online berichtjes versturen.
‘En toch gaat het
niet gebeuren. Sabine en ik hebben het afscheidslied niet voor jou geschreven,
of voor de andere ouders, maar voor de kinderen van groep 6. Als eerbetoon aan
meester Joep. Het lied wordt gezongen op de laatste dag van het schooljaar in het
lokaal van groep 6 zonder pottenkijkers. Niet eerder en niet later en zeker
niet op de barbecue’.
De tegendruk van
Moira liet niet lang op zich wachten in een vinnige respons:
‘Ik weet niet wat
jouw probleem is, maar ik heb hier geen tijd voor. Het hulpouderschap is
liefdewerk oud papier en ik snap niet waarom jij zo nodig jouw stempel op dat
liedje moet zetten. Toveren is een bestaand liedje van K3 dat voor iedereen
toegankelijk is. Als wij dit lied willen zingen tijdens de barbecue dan doen we
dat. Of jij dat nou leuk vindt of niet. Het moet wel gezellig blijven. Het is
een feestje. Jammer dat jij zo nodig roet in het eten moet gooien. Maar we
weten wie er weer het hoogste woord heeft.’
‘Wat een bitch’,
foeterde Bart die zich nog drukker om Moira maakte dan Thea.
‘Wat verwacht je
ook van een alfavrouwtje in de
midlifecrisis? Haar verleidingstrucjes zijn verouderd en ook haar uiterlijk.
Haar man, de verzekeringsarts, heeft een nieuwe, jongere, liefde en nou heeft
ze de kans op de onverdeelde aandacht van een jonge God in de hoedanigheid van
meester Joep en dan kan ze niet eens ongestraft mijn liedjestekst gebruiken om
een onuitwisbare indruk op hem te maken.’
‘Jij bent ook een
alfavrouwtje’, stelde Bart met een hoopvolle ondertoon tot verwarring van Thea.
‘Omdat jij een
alfamannetje bent?’
‘Ook, maar zonder
mij laat jij je heus niet zomaar aan de kant zetten. Leer mij jou kennen.’
‘De wens is de
vader van de gedachte. Ik neem aan dat je nu van mij verwacht dat ik de strijd
met de moeder van Kasper aanga?’, concludeerde Thea spottend.
Ze liet zich door
niemand manipuleren. Zelfs niet door Bart.
‘Ik lees uit de
mailtjes van die Moirabitch dat jij allang gewonnen hebt.’
‘Ow, zeker’,
snoefde Thea:
‘Maar dat
weerhoudt mij er niet van om haar nog een trap na te geven.’
‘Ik bedoel maar’,
verademde Bart veelbetekenend.
Thea besloot het
ijzer meteen maar te smeden nu het nog heet was en mailde het laatste woord aan
de moeder van Kasper:
‘Wat mijn
probleem is Moira? Dat ik samen met mijn dochter Sabine een liedje heb gemaakt
voor groep 6 van meester Joep en niet voor een of andere wanhopige hulpmoeder.
Sabine vindt meester Joep namelijk sympathiek en dus ik ook. Zonder
bijbedoelingen. In tegenstelling tot sommige hulpmoeders. Ik onthield ooit jouw
geboortejaar uit het vriendenboekje van jouw zoon Kasper. Je bent een paar
jaartjes ouder dan ik en dat betekent dat jij de 50 al gepasseerd bent. Ik
vraag me dan toch af of die frisse twintiger Joep niet een beetje te fruitig
voor je is? Maar wie ben ik om over jou te oordelen? You go girl! Maar schrijf
wel even zelf een lied. Of niet.’
Nou had Thea
kunnen weten dat Moira een stumpertje in de zij-vorm was, maar de vijandigheid
die de moeder van Kasper in korte tijd had weten te mobiliseren onder de
opperouders op het speelplein was toch nog overweldigend. Zelfs voor Thea die
toch wel wat gewend was. Wat ze in vredesnaam verkeerd gedaan had, vroeg ze
zich allang niet meer af, maar deze muur van weerzin was ongekend en moeilijk
te verkroppen. Zonneklaar had Moira iedereen die maar wilde luisteren en lezen
naast van een globale schets van de ruzie ook nog eens - op de koop toe - van
haar smeuïge mailwisseling met Thea op de hoogte gesteld. Gênant. Niettemin
heeft ieder verhaal 2 kanten en in het geval van de perikelen van het
afscheidsliedje van meester Joep schaarden de politiek correcte opperouders
zich wel heel eenzijdig geïnformeerd aan de kant van de moeder van Kasper. In
die laatste weken van het schooljaar, in groep 6 van Sabine en groep 5 van
Walter, leefde Thea dan ook van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat in een
zelfverdedigingsmodus. Ze kon zichzelf recht in de spiegel aankijken en toch
had ze het gevoel dat iedereen uit haar directe omgeving haar onderuit wilde
halen. Ze sliep slecht met hazenslaapjes en droomde over gevangenschap in
valkuilen en echoputten waar geen einde aan leek te komen. De eerste zomerdagen
van dat jaar waren warm en veelbelovend en toch begon Thea elke morgen met
spierpijn over haar hele lichaam. Alsof ze zich de hele nacht in haar
onderbewustzijn had liggen verzetten tegen een oppositie en haar lijf ’s ochtends
op slot sprong van de stress om een stom afscheidsliedje voor een onbenullige
onderwijzer. Maar dat was ook niet het punt. Geen woorden maar daden zouden
Sabine en Walter resistent maken tegen het onuitroeibare gevecht tegen de
bierkaai. Thea moest en zou het goede voorbeeld geven.
De barbecue zou
op de laatste donderdagavond van het schooljaar gehouden worden op het
speelplein van De Wielewaal. Aan het einde van de vrijdagmiddag daarop zou
groep 6 het afscheidslied op de melodie van Toveren van K3 in besloten kring
voor meester Joep ten gehore brengen. Tenminste daar gingen Thea en Sabine
vanuit, want na de ruzie met de moeder van Kasper, was de barbecue het enige
onderwerp dat nog ter sprake kwam; in de mailwisseling; de wandelgangen en; op
het speelplein van De Wielewaal. Op de hulpoproep van Thea – tot het bedenken
van een origineel idee om de tekst van het afscheidslied voor meester Joep vast
te leggen - had welgeteld één ouder gereageerd. Haar naam was Dimph. Ze was
redelijk getapt bij De Wielewaalpopulatie omdat ze één van de vele buurtcafés
uitbaatte en dat was geen kinderspel voor een gescheiden moeder van de meisjes
Tanja en Debbie. Tanja zat in groep 6 van meester Joep bij Sabine in de klas en
haar oudste – Debbie dus – had Jeewee als onderwijzer en zat in groep 8 bij Bob;
de oudere broer van Kasper. Kasper zat weer bij meester Joep in groep 6. Samen met Sabine en Tanja. Moira kon dus geen
onbekende van Dimph zijn en vice versa. Ze hadden ieder 2 kinderen in dezelfde
leeftijdscategorie; op dezelfde basisschool in dezelfde groepen met dezelfde
meesters. Ook hadden de dames onderling op het eerste oog veel gemeen. Ze waren
ongeveer even oud; alle twee gescheiden en uitdagend. Ze deden niet voor elkaar
onder in hun openlijke geflirt met om het even welke potentiële bedkandidaat met
een piemel en waren eensgezind in het bijzonder gebrand op een rendez vous met
meester Joep of Jeewee. Moira en Dimph hadden net zo makkelijk vriendinnen
kunnen zijn, maar dat waren ze niet. Eerder aarts vijandinnen. Concurrenten.
Reden temeer voor Dimph om Moira te irriteren door met Thea aan te pappen. Ze
mailde zomaar ineens een opkikkertje aan Thea:
‘Je moet doen wat
jij goed acht en je niets aantrekken van dat wat de hulpouders beweren. Jij
hebt het afscheidslied voor meester Joep bedacht en dus bepaal jij wat er mee
gebeurt. Ik zou je graag helpen, maar dat kan ik niet, want ik ben erg druk met
de regie van de afscheidsmusical van groep 8. Mijn dochter Debbie gaat volgend
jaar namelijk naar de middelbare en dat heeft even mijn priori’,
Doei Dimph
Leuk, maar zo’n
steunbetuiging bracht Thea geen stap verder. Toen bedacht Bart dat het
misschien een idee was om één van de velen groepsfoto’s die meester Joep eerder
dat jaar online had gezet te bedrukken met de tekst van het afscheidsliedje en
op A-vierformaat te printen. Enthousiast selecteerde Thea een digitale
afbeelding van groep 6 op puzzeltocht. De hele klas poseerde in de meest
uitbundige houdingen als een bende losgeslagen puzzelaars in de buitenlucht bij
elkaar. Ze hielden ieder voor zich een blanco puzzel antwoordblad in de hand,
dat voor hetzelfde geld een kopie van het afscheidslied voor meester Joep had
kunnen zijn. Bart bewerkte de foto door het beeld te vervagen. Zo kwam de tekst
beter uit, maar vormden de kinderen van groep 6 toch nog het decor van de
compositie. Het leek net of de hele klas op de achtergrond van de getypte tekst
uitzinnig stond te zwaaien met ieder een uitdraai van het afscheidsliedje voor
meester Joep in de uitgestoken handen: ‘Kijk eens even naar die leuke klas van
Joep’.
Thea kocht een
mooie lijst bij een discounter en klaar was het afscheidscadeau. Enthousiast
stelde ze de ouders en de feestcommissie van de tekstcreatie via de mail op de
hoogte. Sabine zou het kunstwerk eventueel samen met een groepje klasgenoten na
het zingen van het afscheidsliedje op de
laatste dag van het schooljaar aan
meester Joep kunnen overhandigen. Niemand reageerde. Ook Dimph niet.
Toch liep de
mailbox van Thea over. Er was namelijk kritiek op de groothandel waar meester
Joep het vlees voor de barbecue vandaan dacht te moeten halen. Het vlees hoefde
niet halal te zijn of koosjer, maar wel biologisch. Groen vlees als het ware.
Verkregen van dieren die een leuk leven achter de rug hadden. Geen plofkip,
vage frikadellen of kroketten met paardenvlees. Wel vervelend dat de
ouderbijdrage daardoor de pan uit dreigde te reizen. En directrice Willy
Bakbruin van De Wielewaal was best bereid om bij te dragen aan het
afscheidsfeestje van haar geliefde meester Joep, maar toch niet genoeg om een
verdubbeling van de extra kosten van het eerlijke vlees voor de barbecue voor
de ouders te voorkomen. Nog meer ouderbijdrage vragen was ook geen optie. De
geldkraan bleef niet stromen. Meester Joep had duidelijk zelf nog geen kinderen
met bijbehorende vaste lasten en daarom werd zijn jeugdige onbezonnenheid hem
vergeven. Zo werd de buurt Coöp door de opperouders tot het dubieuze
alternatief voor de dieronvriendelijke groothandel van meester Joep verkozen.
Alsof de Coöp niet precies hetzelfde genetisch gemanipuleerde vlees verkoopt
als welke supermarkt dan ook. Wel tegen een hogere, stadse betaling dan een
dorpse groothandel, want je kunt niet alles hebben. Zo kwam het extraatje uit
de Wielewaalkas via Willy Bakbruin toch heel goed te pas, zonder dat de
feestvierders nóg dieper in hun privébuidel hoefden te tasten voor de aanschaf
van het barbecuevlees. Door het verhoogde budget had meester Joep zich zelfs een
viertal kratjes pils en 5 flessen wijn
kunnen veroorloven. Maar ook een beetje meer geld kan maar één keer uitgegeven
worden. Na het binnenhalen van de alcoholbuit, was het bestedingsbedrag op.
Enkele uren voor aanvang van de barbecue klonk dan ook nog een dringende oproep
aan alle ouders die aanmaaklimonade in voorraad hadden. Misschien waren zij
bereid om de siroop te doneren? Of wie weet was er ergens een verborgen
weldoener die het nodig vond om zich alsnog te doen gelden door presto een
liter of 10 Ranja te kopen, want wat kost vruchtensiroop nou helemaal? De
barbecue was immers bedoeld als een kinderfeest. En kinderen in de leeftijd van
9 tot 10 jaar drinken in de regel geen alcohol. Veel Wielewaalse kinderen
dronken zelfs geen coca cola. Sabine en Walter wel. Ook niet elke dag, maar
toch was dat de enige limonade die Thea op dat moment in huis had en aan Sabine
meegaf voor het grote afscheidsfeest. Een sixpack met anderhalve literflessen
coca cola. Met hulp van een paar toegesnelde baldadige klasgenootjes tilde
Sabine het zware flessenpakket uit de achterbak van de auto. Vanachter het
stuur zag Thea in de zijspiegel van haar Renault dat steeds meer kinderen
interesse kregen in de sixpack en bereid waren om behulpzaam te zijn bij het
uit de handen van Sabine nemen van het goddelijke kindervocht. Uiteindelijk
sleepten een stuk of 5 klasgenoten, zonder Sabine, de sixpack gretig door de
geopende poorten van De Wielewaal het speelplein op. Hun luidruchtigheid was
niet van de okergele lucht, die Thea opsnoof uit haar geopende zijraam. Ze rook
brandend aanmaakhout en volgde de wolken die als rooksignalen boven het dak van De Wielewaal uitstegen. De
barbecue was in volle gang! De lome nasleep van een warme julidag kwam haar
mobiliteit niet tegemoet. Maar dat was niet de voornaamste reden waarom Thea
niet uit haar auto stapte om haar dochter te vergezellen naar de barbecue van
meester Joep zoals alle andere papa’s en mama’s. Eerst moest Walter thuis
worden opgevangen, want Bart was stand-by op zijn werk en opgeroepen door een
collega. Pas als Bart weer beschikbaar was, dan kon Thea later in de avond
terugkomen om ook een barbecuehapje mee te eten. Een compromis, want Sabine
wist niet waar ze het anders tussentijds nog zoeken moest van agitatie. Haar
beeld van een barbecue had zo langzamerhand mythische vormen aan genomen. Ze
was ervan overtuigd dat ze op het punt stond om een giga avontuur te gaan
beleven en de enige die haar nog in de weg stond was haar moeder. Thea. En het was door toedoen van deze moeder Thea
dat Sabine nog nooit had gebarbecued. Eerder die week was ze in de klas gewoon
openlijk uitgekomen voor haar tekortkoming in de opvoeding.
‘Ik heb nog nooit
gebarbecued’, bekende Sabine naar waarheid.
Meester Joep
stond paf. Hoe was dit mogelijk? Dit grensde welhaast aan verwaarlozing. In de
ogen van meester Joep was barbecueën een essentieel aspect in de opvoeding van
ieder kind. Dus nadat hij bekomen was van zijn cultuurschok nam meester Joep
zich voor om Sabine los van haar ouders persoonlijk wegwijs te maken in de
sociale buitenwereld van het doorrookte en gegrilde vlees. Al dan niet half
gaar. Afhankelijk van de baktechnieken
van de chef-koks in kwestie. In de hoedanigheid van de opperouders en meester
Joep. De eigen inbreng van de kinderen kwam niet aan bod onder het motto
‘Barbecueën doen
kinderen met de oogjes en eten mogen ze het zogenaamde groene vlees met het
plastic wegwerpbestek.’
Binnen een uur
parkeerde Thea haar Renault opnieuw in de straat van De Wielewaal vlakbij de
ingang van het speelplein. Tussentijds had ze gekookt voor Bart en Walter en
het eten geserveerd nadat haar man van zijn overwerk was thuis gekomen. Haar
maag knorde. Inmiddels zou Thea wel een hamburgertje of een sateetje lusten.
Niet dat ze honger had. Thea wist niet wat honger was. Dat was haar van kleins
af aan bijgebracht. De kindjes in Afrika wisten vroeger wat honger was en dat
weten ze tegenwoordig nog. Thea kende alleen trek. Lekkere trek. Of niet. Haar
buik was een holle ruimte met een echo van haar spijsvertering en zenuwtrekjes
door de vijandige sfeer die haar direct nadat ze het portier van haar auto
sloot weer naar de keel vloog. Ze keek recht in het zuinige smoelwerk van de
vader van Fransje. Jelle; de overheidsforens die zo lekker verdiende in Den
Haag. Zo veel dat zijn vrouw Evelientje de kinderbijslag overbodig vond. Hij
droeg een wit schort en een wegwerp slagersmutsje op zijn vrijwel haarloze hoofd.
Kale Jelle met zijn gedienstige huisvrouw zonder betaalde baan – niet omdat het
moet, maar omdat het kan - en met haar vrijetijds geaquarel en niet te vergeten
zijn hoogbegaafde dochter. Ter hoogte van zijn borst hield Jelle een grote
platte doos van de buurt Coöp voor zich uit. Uit de kieren van het kartonnen
kleppendeksel kwam koude lucht die zich verdampend aftekende in de atmosfeer
van een drukkende zomeravond. Diepgevroren veiligheid boven warme gezelligheid.
Bederfelijk vlees dat te lang wordt blootgesteld aan een wachtrij voor de
barbecue in tropische temperaturen is voer voor voedselvergiftiging. Dat wil
geen basisschooldirectrice op haar geweten hebben natuurlijk. Thea las de
reclame op de doos:
‘Coöp en
hamburgers.’
‘Hallo en
lekker’, prevelde ze ongemakkelijk onder de koele blik van Jelle.
Even dacht Thea
dat Jelle haar zou tackelen, want die indruk wekte hij wel met zijn agressieve
aura, maar hij bedacht zich en schreed langs haar af met een air alsof Thea nog
minder dan het meest verachtelijke wezen op aarde was. Niet welkom in deze buurt,
tussen de opperouders van de kinderen van groep 6 van meester Joep op de
barbecue van De Wielewaal. Verwilderd keek Thea om zich heen. Wat had ze de
vader van Fransje ook weer precies persoonlijk aangedaan? Niets bij haar weten.
Ze zocht Sabine. Haar kind; haar muze, intimiteit, symbiose; haar dochter.
Bedwelmd door de grimmige invloeden van buitenaf betrad Thea het speelplein
door de geopende smeedijzeren poorten alsof ze voor een rechter moest komen
zonder een strafbaar feit te hebben begaan. Bij de achterom van De Wielewaal
was een inham. Dit was de spil van de barbecue. Opperouders zaten her en der in
groepjes verspreid tussen de normale papa’s en mama’s op campingstoeltjes met
belegde kartonnen bordjes op schoot en gevulde plastic bekertjes in de hand of
naast zich op de grond. In de opening van de achterdeur, vlak bij de
brandblusser, verspreidde een barbecue kruidige vleesdampen. Met een giga
spatel rangschikte de vader van Fransje de ingevroren hamburgers uit de
Coöpdoos van daarnet op het rooster. Er heerste een algemene kalme stemming.
Men converseerde op gedempte toon met elkaar en met de rug naar Thea toe.
Letterlijk. Maar ook figuurlijk voor degenen die deden alsof ze Thea niet
verloren voor hun ogen zagen staan in haar zondagse kloffie. Opgemaakt en
opgedoft voor de gelegenheid. Thea was verdwaald. Meester Joep verliet zijn
groepje en even dacht Thea dat hij haar kwam verwelkomen. Hij keek haar kant
op, inhaleerde van zijn sigaret en liep met een geopend flesje bier in zijn
hand naar de vader van Fransje toe. Ze fluisterden en lachten samen. Heel onwerkelijk
alsof Thea in een levensecht poppentheater terecht gekomen was. De visuele
vertaling van mooi weer spelen. Thea vocht met haar tranen. Het
oncontroleerbare, samentrekken van haar neusvleugels ten spijt, hief ze haar
kin en begaf zich met lood in haar pumps naar de speeltoestellen in het
centrale gedeelte van de speelplaats van De Wielewaal. Ergens moesten de
kinderen toch gebleven zijn? Sabine zat samen met Ronnie, Grietje en nog wat
klasgenoten wegedoken in de zandbak onder de glijbaan. Bovenop de stellage van
de glijbaan hingen Debbie en Bob uit groep 8 over de railing. Happy uit groep 7
zat tussen het tweetal op de verhoging in en wiebelde met haar bleke blote
benen tussen de spijlen van de verschansing. Wat deden zij hier? Debbie was
weliswaar het zusje van Tanja, Happy het zusje van Ronnie en Bob de oudere
broer van Kasper, maar als iemand aan Thea had verteld dat, naast de kinderen
van de complete groep 6, Walter als
familie van Sabine ook welkom was geweest op de barbecue dan had ze zich de
moeite van het heen en weer reizen, extra koken en oppassen kunnen besparen.
‘Hebben jullie
soms mee betaald?’, wilde ze voor de zekerheid van het drietal weten.
‘Nee hoor, ik ben
het zusje van Ronnie uit groep 6’, gaf Happy te kennen met haar 13jarige
wijsneus in de afwezige wind.
‘Ja, dat weet ik
en je zit nog in groep 7 en dat op jouw leeftijd’, antwoordde Thea gevat.
‘Da’s waar’, gaf
Happy ruiterlijk toe.
‘Broertjes en
zusjes mogen gratis mee-eten’, wist Debbie.
Van het drietal
op de verhoging van de glijbaanstellage, wendde Thea zich af naar omlaag en
richtte zich tot Sabine in de zandbak:
‘Wist jij dit
ook?’
De reactie van
Sabine zou Thea nooit meer vergeten. Of eerder de afwezigheid van een reactie.
Haar éénmalige trutterige tronie van toen, staat in het geheugen van Thea
gegrift als een horrorbeeld dat ze beter niet had meegekregen. Sabine deinsde
min of meer terug voor haar moeder die ze niet wilde kennen. Met een geniepige
grijns verborg ze haar vertrokken gezichtje kort achter de schouder van Ronnie
waardoor ze ineens volledig onherkenbaar werd voor Thea die het gevoel had dat
iemand met een dolk in haar ruggenwervel stak en vervolgens naarstig in de wond
door bleef zagen met de bedoeling om een onherstelbare tweespalt te creëren.
‘Zullen we samen
gaan eten?’ vroeg Thea met een brok in haar keel en tranen in haar stem.
Uitnodigend stak
Thea een bevende hand uit naar haar eigen vlees en bloed. Dit mocht niet waar
zijn.
‘Ik heb al
gegeten’, antwoordde het onbekende kind met het uiterlijk van Sabine
afstandelijk.
Vervreemd staarde
ze naar de uitgestoken bibberhand van
haar moeder, maar ze nam niks aan.
‘Maar ik niet en
ik heb honger.’
‘Je hebt geen
honger, je hebt trek. De kindjes in Afrika hebben honger’, blaatte Sabine de
uitgekauwde anekdote van haar moeder met een verdraaid stemmetje na.
Ronnie proestte.
De verbijstering van Thea nam plaats voor een woede die ze ter plekke vanuit
haar tenen door haar hele lijf voelde opvlammen. Het juiste moment voor Thea om
dochterlief aan haar haren onder de glijbaan uit te trekken. In plaats daarvan
sloeg Thea een ietwat fermere toon aan:
‘Kom op Sabine:
Leg me even uit waar ik een hamburger kan eten.’
Onderwijl
worstelde Thea met de gewetensvraag die ze niet zolang geleden aan Bart stelde
met betrekking tot het pestgedrag van Ronnie. Haar eigen naïviteit lag nog vers
in haar geheugen.
‘Een kind van 9
moet wel superintelligent zijn om de afwijkende mentaliteit van een vader of
moeder te kunnen veroordelen. Heb jij toegang tot de hoogte van zijn sociale
IQ?’
Natuurlijk had
Bart geen toegang tot het sociale intelligentie quotiënt van Ronnie. Niemand
kent de hoogte van het sociale IQ van wie dan ook. Het is niet meetbaar, maar
wel herkenbaar en Sabine is niet bepaald sociaal achterlijk. Het kon niet
anders dan dat ze intuïtief wist dat ze een tegennatuurlijk kamp koos. Ook al
telde ze pas 10 lentes. Haar leeftijd was slechts een indicatie voor de
afwezigheid van een overzicht in de gevolgen van haar acties. Ze was in staat
om van een afstand naar zichzelf en haar habitus te kijken. Omdat ze echter pas
9 jaar was, mistte ze een doorleefde visie op het dilemma dat ze in haar
directe omgeving aanrichtte met haar onacceptabele houding. Het kind sloot haar
moeder buiten de afscheidsbarbecue onder invloed van meester Joep en de
opperouders. Juist omdat Sabine hoog gevoelig was en is voor sociale impulsen
die ze, door haar gebrek aan levenservaring, nog te vaak verkeerd
interpreteerde. Geen boos opzet, maar Sabine had het hele barbecuegebeuren voor
zichzelf zoveel gladder kunnen afronden met een sympathieker alternatief dan
kuddegedrag. Het was nu aan Thea om Sabine de consequenties van haar eigen
keuzes te laten ondervinden. Zonder drama, zelfmedelijden en met overwicht. In
theorie; want in het echte leven kan de ratio wel het gevoel nabootsen; maar
andersom niet. Daar op het speelplein, omsingeld door de vijand, was Thea veel
te kwetsbaar om juist te kunnen handelen. Bovendien waren haar reserves in de
afgelopen, slopende, laatste schoolweken opgebruikt. Thea stond te wankelen op
haar pumps.
‘Kom Sabine, ik
moet wat eten’, gebood Thea haar dochter.
‘Het vlees is
op’, beweerde Sabine.
Verward wreef
Thea over haar voorhoofd.
‘Het vlees is
niet op Sabine, doe niet zo raar.’
‘Wel waar, wel
waar, wel waar’, dreinde Sabine in samenzang met Ronnie.
Thea drukte haar
handpalmen tegen haar oren in de hoop het spontaan opgetreden suizen van haar
trommelvliezen te doven. Uitgejouwd door haar dochter zocht ze een uitvlucht
naar een veilige plek. Ze wankelde op weg naar haar Renault en voorkwam ter
nauwer nood een zwikpartij op haar fancy pumps. Alvorens ze wegdook achter het
stuur, keek ze nog één keer om naar Sabine die onder de glijbaan uit was
gekropen en haar moeder beteuterd nastaarde. Ronnie trok aan haar arm, maar ze
liet zich niet meer afleiden. Misschien had Thea nu terug moeten rennen om
Sabine in haar armen te sluiten. Net als in een feel goodfilm. Maar Thea was zo
ongelooflijk kwaad op Sabine dat ze totaal niet meer bezig was met het maken
van didactisch verantwoordde keuzes. Het kon haar ook geen bal meer schelen wie
er getuigen waren geweest van dit krankzinnige tafereel.
‘Ga maar bij die
superouders wonen, of leuk bij meester Joep’, gooide ze rauw en vals over
straat uit haar onwillige stembanden die schrijnden van het zuur.
Achteraf had
Sabine deze ondoordachte uitroep Godzijdank niet meegekregen. Thea was
tijdelijk compleet van het padje af en het mocht een wonder heten dat ze
heelhuids bij Bart en Walter in de woonkamer opdook. Ze werd onderzoekend van
top tot teen opgenomen door zowel haar man als zoon. Verwilderd, met een
knalrood, betraand gezicht zakte ze neer op de sofa. Haar opgestoken kapsel was
ingestort.
‘Waar is
Sabine?!’
‘Ik ben gegaan.
Er was geen vlees meer voor mij. Zei Sabine’, stokte Thea.
‘Natuurlijk ben
je gegaan! Je hebt toch ook betaald voor de barbecue? Wat is dat nou toch?!’
Verontwaardigd
kwam Bart overeind uit zijn relaxstoel.
‘Ik was te laat.
Ze zagen me niet. Sabine had al gegeten. Ze zat onder de glijbaan’.
Thea probeerde
tevergeefs om haar tranen te drogen met papieren zakdoekjes uit haar
schoudertas. De waterlanders bleven maar
komen. Niet te stelpen. Ze snoot haar neus.
‘Hoezo zagen ze
je niet? Wie zagen jou niet? Je bent toch niet onzichtbaar?’
‘Joep zag me niet
en Maud en de moeder van Kasper, Moira, Jelle niet en Evelien. Niemand
eigenlijk.’
‘Ze negeerden jou
dus?’
‘Je hebt ook nog
mijn cola aan ze gegeven’, wist Walter verontwaardigd.
Bart was er even
stil van. Thea hikte en snikte nog wat na, maar ze werd wel rustiger.’
‘Jij had ook
meegekund als je gewild had. Happy was er ook. En Bob en Debbie.’
‘Wie zijn dat?’
vroeg Walter met een afwerend gebaar.
‘De broer en 2
zussen van kinderen uit de complete groep 6 van meester Joep.’
‘Maar jij wist
van niets?’
De opgezwollen,
paarse slagader in de nek van Bart gaf zijn gemoedstoestand weer. Een
betrouwbare indicator. Bij wijze van antwoord haalde Thea haar schouders op. Ze
pulkte aan haar tissuebolletje. Al snel kwam de tranenstroom weer op gang:
‘Ik had Sabine
daar niet achter moeten laten!’, jammerde ze nasaal.
‘Wat had je dan
moeten doen? Haar op haar nummer zetten in het bijzijn van al die betweterige
opperouders? Je blootstellen aan hun stompzinnige kritiek? Nee, Thea, Walter en
ik gaan Sabine wel even van het barbecuefeestje afhalen’, bulderde Bart buiten
zichzelf van woede.
Sabine probeerde
zich op het speelplein onzichtbaar te maken tussen haar klasgenoten, de
opperouders en de gewone papa’s en mama’s in een kring om meester Joep heen.
Meester Joep sloeg telkens mis met een bezem op een pinata die door de
feestcommissie aan waslijndraad in een boom op het speelplein was bevestigd.
Voordat Bart met zijn zoon arriveerde moet er al een pijnlijke stilte op het
speelplein aanwezig geweest zijn, want de dikke lucht kwam het tweetal al van
ver af tegemoet. Toen Bart met zijn zoon de cirkel ontsierde, was de spanning
helemaal te snijden. Bart vouwde zijn onderarmen op zijn borst en keek toe hoe
meester Joep zichzelf verder voor schut zette. Walter trachtte de aandacht van
zijn zusje te trekken. Zachtjes fluisterde hij herhaaldelijk haar naam, maar
Sabine bleef doofstom voor zich uit turen met haar blik op oneindig en vooral
niet op de ogen van haar vader gericht. Pas toen de pinata eindelijk gesneuveld
was en de meeste kinderen zich als bijen op stuifmeel op het losgeslagen
snoepgoed hadden gestort, wist Bart de belangstelling van zijn apathische
dochter op te wekken. Hij wenkte met
zijn wijsvinger:
‘Ik tel tot 3,
Sabine’, dreigde Bart onnodig, want na de eerste tel voegde de verloren dochter
zich gedwee bij haar vader.
Meester Joep
maakte aanstalten om Sabine naar zich toe te trekken. Maar door de komst van
haar vader en Walter voelde het 9jarige kind zich eindelijk gerechtvaardigd om
tegen de bezitterigheid van haar meester in opstand te komen. Schichtig week ze
voor zijn hebberige geste. Door de ijzingwekkende blik in de ogen van Bart werd
tevens het laatste woord, dat meester Joep zichtbaar al in zijn mond genomen
had, in de kiem gesmoord. Nonchalant schopte Walter nog wat zoetigheid uit de
pinata op de betonnen speelpleintegels van zich af. Zegepralend stak hij zijn
handen in zijn broekzakken en volgde voldaan zijn vader en Sabine op weg naar
huis waar Thea zat te wachten.
Met een volkoren
bol met jong belegen Goudse kaas achter haar kiezen en een geurende espresso in
het verschiet was Thea weer rustig geworden. De oncontroleerbare huilstuipen
ebden langzaam maar zeker weg door het hypnotiserende ritme van de tikkende
slingerklok in de huiskamer. De thuiskomst van Bart en de kinderen deed Thea
niet opspringen zoals gewoonlijk. Ze voelde haar ledematen slap worden bij de
aanblik van Sabine. Haar meisje was terecht en gered uit de klauwen van de
vijand. De geruststelling was zo overweldigend dat alle adrenaline op stel en
sprong de bloedbaan van Thea verliet.
Gevolglijk werd ze overvallen door een verlangen naar haar bed en een
diepe, lange nachtrust. Mocht dat slapen onverhoopt niet lukken, wat wel vaker
het geval is bij een dolende geest in een uitgeput lichaam, dan wilde Thea toch
naar boven, naar de slaapkamer om zich te verstoppen onder het donsdeken.
Zodoende zou de schaamte overwaaien en bij niemand anders meer in dezelfde
heftige trant aanslaan als bij Thea die wenste dat ze zich niet had laten gaan;
dat ze zich niet van haar meest kwetsbare kant had laten zien aan haar dochter,
want Sabine had recht op overwicht van haar verzorgers. Maar goed dat Bart de
situatie nog – min of meer – onder controle had. Hij vond dat Sabine heel
duidelijk moest snappen wat ze precies verkeerd gedaan had.
‘Ik verwacht dat
je loyaal bent aan je moeder, Walter en mij!’
Kennelijk pakte
Bart de draad weer op van een preek die hij in de auto van de barbecue onderweg
naar huis al begonnen was. Thea stoorde zich aan zijn autoritaire opstelling.
Sabine was geen collega van zijn werk in het rekencentrum. Ze was een kind van
9 jaar.
‘Hoe kun je
iemand nou dwingen om loyaal te zijn? Loyaliteit dat voel je; zoals liefde en
verdriet. Je bent niet op je werk en niet onder collega’s, Bart!’
‘Mag ik even!?
Geërgerd richtte
Bart zich tot Thea op een manier alsof hij zich op dat moment pas bewust werd
van haar aanwezigheid. Zij kon hem niet uitstaan als hij zich zo dictatoriaal
gedroeg. Maar aan de onderkoelde attitude van Sabine te oordelen leek het Thea
ook niet verstandig om haar man volledig af te vallen. Het 9jarige kind leunde
zijdelings met haar rechterschouder tegen de deurpost van de huiskamer en deed
met haar woordeloze stemmingmakerij niet onder voor een puber in hoogtijdagen.
Ze hield haar handen op de rug. De anders zo sprekende, bruine ogen keken leeg
in het niets. Met tussenpozen haalde Sabine luidruchtig haar neus op . Alsof ze
stond te wachten op sancties onder het motto: ‘Incasseren is beter dan ageren.’
Alsof ze ooit serieus straf gehad had. Maar eens moet de eerste keer zijn en
alle begin is moeilijk.
‘Lever je
telefoon maar in!’
Bart hield zijn
hand op.
‘Wat?!’
Er kwam eindelijk
geluid uit de mond van het kind.
‘Je telefoon en
snel een beetje!’
Bart verhief zijn
stem. Ergo, de slagader in zijn nek zwol opnieuw op. Sabine zag het ook. Als de
wiedeweerga toverde ze haar IPhone tevoorschijn vanachter haar rug terwijl ze
plastic mini koptelefoontjes uit haar oren peuterde. Toen pas zag Thea de witte
draad die de oortjes met de IPhone verbond. Sabine had gedurende de hele heisa
doodleuk muziek geluisterd in afwachting van het vonnis zonder ook maar een
seconde bij de ouderlijke macht over haar IPhone stil te staan. Nu was het te
laat en had het leven sowieso geen nut meer. Sabine was in shock.
‘Jullie zijn
gemeen!’, krijste ze hysterisch.
‘Wie niet horen
wil, moet maar voelen’, vond Bart.
‘Wil je niet zo
schreeuwen Sabine!’, verzocht Walter.
‘Houd je bek
autist!’, gilde Sabine.
‘Sabine!’, riep
Thea onthutst over de woorden die haar
dochter in de mond nam.
‘Ja, neem het
maar weer voor Walter op’, jammerde Sabine.
‘Ik neem het niet
voor Walter op.’
‘Je trekt Walter
voor’, snikte Sabine.
‘Hoe kom je daar
nou bij?’
Thea begon zich
oprecht af te vragen of iedereen om haar heen nou gek was geworden, of dat zij zelf
niet meer spoorde. Met haar ogen zocht ze steun bij Bart, maar hij zat te
schokschouderen met zo’n blik van; ‘Ik zeg niks en aangezien jij mij niet
steunt in de opvoeding van ‘onze’ kinderen, zoek je het voortaan ook verder
maar lekker in je eentje uit. Voor wat, hoort wat!’
‘Mama trekt mij
helemaal niet voor’, corrigeerde Walter zijn zus.
‘Walter bemoei je
er niet mee’, gebood Bart.
‘Waarom mag
Walter zich niet met de ruzie bemoeien? Hij woont hier toch ook?’
‘Zie je nou wel
dat je Walter voortrekt?’
Dat was Bart
weer.
‘Dus als ik het
goed begrijp heeft Sabine zich op de barbecue misdragen omdat ik Walter
voortrek’, schamperde Thea.
‘Dat heb ik niet
gezegd’, begon Bart de onoverwinnelijke.
Thea eindigde de
dreiging van zijn welles nietes spelletjes, waarmee hij haar in het verleden
tot aan de rand van een zenuwinzinking gedreven had, door zich meteen maar
gewonnen te geven.
‘Ik ga naar bed.’
’s Nachts om 1
uur 37 precies, zoals de rode cijfers van de wekkerradio weergaven, ontwaakte
Thea uit haar staat van bewusteloosheid. Direct nadat ze eerder die avond haar
bed in zicht had gekregen, was ze in deze milde coma geraakt. Prompt was ze
vertrokken naar het zalige niets. Nu ontwaakte ze van top tot teen uitgedost in
haar uitgaanskloffie bovenop het donsdeken naast een snurkende Bart. De
rolgordijnen hingen halfstok en het slaapkamerraam stond op een kier. Buiten tsjirpten
krekels. De nachtbrakers. Ze werden begeleid door het zwevende geluid van een
ventilator die Bart voor het optimale effect aan het plafond bevestigd had met
als resultaat een iel briesje en een kalmerende audiocompositie die zo nu en
dan werd onderbroken door een voorbijrazende auto of bromfiets. Thea gloeide
over haar hele lichaam. Haar verfomfaaide kleding plakte aan haar bezwete lijf en ze loste om
te beginnen de pumps door met het teengedeelte de hakken van haar gezwollen
voeten vrij te wurmen. Haar mond was kurkdroog. Ze tastte vergeefs in de
donkerte naar het flesje bronwater dat doorgaans op het nachtkastje klaar
stond. Wel vond ze het knopje van het nachtlampje bij het hoofdeinde. Ze snakte
naar kleur in dit duistere stilleven met de aanschijn van een zwart-witfoto. Na
de omschakeling van beloken naar helder, schrok ze zich het leplazarus van
Sabine die ineens naast haar bed oplichtte.
‘Jezus Sabine, ik
schrik me compleet lam. Hoelang sta je daar al!?’, bekwam Thea van de opdonder.
‘Hoelang is een
Chinees en ik kan niet slapen mama’.
Het vertrouwde
stemtimbre van Sabine beloofde dat ze terug was van weggeweest.
‘Het is ook
bloedheet’, pufte Thea, terwijl ze moeizaam overeind kwam.
Sabine kroop
naast Thea op bed.
‘Sorry, mama.’
‘Wat is er aan de
hand?’, schrok Bart wakker.
‘Sabine zegt
sorry.’
‘Nou ik ook,
welterusten dan maar’.
Bart snurkte
alweer. De geluksvogel. Sabine zocht de klamme hand van haar moeder.
‘Ik moest huilen
toen je weg ging’, fluisterde ze.
‘Ik moest ook
huilen toen ik weg ging’, bekende Thea.
‘Meester Joep
wilde weten waar je gebleven was.’
‘Ah ha, dus hij
heeft me wel gezien.’
‘Wie?’
‘Meester Joep.’
‘Iedereen heeft
je gezien; je was er toch?!’
‘Waarom deed
iedereen dan net of ze me niet zagen?’
‘Weet ik niet,
dat vond ik ook stom. De hele barbecue was stom.’
‘Heb je wel
lekker gegeten?’
‘Jawel, gewoon,
niks bijzonders.’
‘Hebben jullie;
‘Kijk eens naar die leuke klas van Joep’ nog gezongen?’
‘Nee, dat doen we
toch morgen in de klas zonder ouders.’
‘Durf je morgen
nog wel zonder juffrouw Rita?’
‘Ja.’
Sabine was
zekerder van haar zaak dan ooit tevoren.
‘Dat vroeg
juffrouw Rita vanavond ook.’
‘Wat vroeg
juffrouw Rita ook?’
‘Of ik morgen nog
wel ‘Kijk eens even naar die leuke klas van Joep’ wilde zingen.’
‘Was juffrouw
Rita dan ook op de barbecue?’
‘Ja, en juffrouw
Siepie ook. Meester Joep en juffrouw Siepie zijn een stelletje.’
‘Ieuw, vast
niet.’
Meester Joep kon
nog wel door de beugel maar Siepie niet. Niet iedereen is gezegend met de
x-factor, maar vaker wel dan niet heft een aangename persoonlijkheid elke
onesthetische aanschijn op. Siepie was de uitzondering die de regel bevestigde.
‘Wel waar, Ronnie
heeft ze zien zoenen achter de barbecue.’
‘Het was vast
niet meer dan een afscheidszoentje.’
‘Ze tongden.’
‘Gatver.’
‘Krijg ik een
ijsje?’
‘Welja, het is
2.00 uur in de morgen’, lachte Thea.
‘Een waterijsje
uit de diepvries.’
‘Ach, waarom ook
niet’, gaf Thea toe.
Walter lustte ook
wel een ijsje in het holst van de nacht. Pas om 3.30 uur legde Thea haar koele
hoofd weer op het kussen naast Bart die nog steeds lag te gonzen als een
stoptrein; met dan weer korte en dan weer lange tussenhaltes. Thea porde hem
tegen zijn schouder in de hoop dat hij zich in een geruisloze houding zou
draaien. Bart protesteerde iets onverstaanbaars in zijn slaap en wierp zich met
het gewenste effect op zijn zij. Een lauwe douche had de lichaamstemperatuur
van Thea en de kinderen weer naar normale hoogte gereduceerd. Zojuist hadden ze
gedrieën tegelijkertijd de tanden gepoetst en Sabine gedroeg zich gedurende het
hele pyjamafeest voorbeeldig ten opzichte van haar broertje bij wijze van
excuus voor haar onnodig felle uitval in zijn richting.
‘Je bent zelf een
autist’, zei Walter nog met terugwerkende kracht.
‘Het is goed nu
Walter’, suste Thea, terwijl ze het licht uitdeed.
Veel te vroeg
hing Thea de volgende vrijdagmiddag aan de straatkant tegen het gietijzeren
hekwerk rond het speelplein van De Wielewaal. Pas over 15 minuten waren de
kinderen van De Wielewaal dat schooljaar voor het laatst uit. Na de
zomervakantie ging Sabine naar plofklas 7 bij juffrouw Rita en juffrouw Siepie
en was Walter over naar groep 6 bij juffrouw Marijke. De zon had zich de hele
dag nog niet laten zien, maar het was drukkend warm en een verkwikkend
onweersbuitje zou niet verkeerd zijn wat Thea aanging. Volgens de buienradar
was de kans op wat regen de komende uren echter nihil. Althans dat was de
strekking van de conversatie tussen 2 moeders die al op het speelplein stonden
toen Thea arriveerde. Thea kon niet beoordelen of de 2 andere moeders thans ook
vroeger dan normaal het speelplein onveilig maakten. Ze was meestal zelf net op
tijd en vaak gaf ze er de voorkeur aan om in de auto af te wachten totdat
Sabine en Walter naar haar toe kwamen. Beter dan zich als aangeschoten wild
tussen de hongerige opperouders op het speelplein te begeven. Vandaar dat Thea
dus geen flauwe notie had van wie er normaliter op dit tijdsstip op het
speelplein van De Wielewaal rondhing en wie niet. Misschien hoorden die 2
moeders wel elke dag vanaf 15.00 uur op het speelplein thuis. Wie weet stonden
ze er wel het hele schooljaar door op elk uur van iedere werkdag!
Overblijfmoeders! Hoe dan ook; vandaag had Thea niet genoeg zitvlees om in haar
Renault te blijven wachten op de komst van haar kroost, maar ze beliefde zich
dus evenmin in de gevarenzone te begeven. Ze stond op veilige afstand en
koekeloerde van de buitenkant door de afrastering naar het speelplein dat
zoetjesaan bevolkt raakte met steeds meer ouders. De zenuwen over de uitvoering
van het afscheidsliedje van meester Joep speelde Thea parten. Thea controleerde
haar telefoon. Het was 15 uur 10. Nog 5 minuten en de uitslag zou bekend zijn.
Alsof groep 6 deelnam aan het Eurovisie Songfestival. Sabine was de
orkestleidster. Thea werd ineens in gedachten in de tijd teruggeworpen naar de
begrafenis van Joop. Joop was de vader van Tim en de echtgenoot van weduwe
Jenny. Tim was al sinds jaar en dag het klasgenootje en vriendje van Walter. De
begrafenis van Joop werd gehouden onder schooltijd en de klas van Tim was
voltallig in de kerk aanwezig. De toenmalige groep 3 zong ook een
afscheidsliedje voor Joop. De sterren van de hemel! Als de dag van gisteren
herinnerde Thea zich nog het louterende effect van de 25 heldere stemmetjes in
een ontwapenende samenzang die als een verfrissende waterval over de beladen
sfeer van de begrafenis stroomde. Door de herbeleving van de nagedachtenis
alleen al trokken de koude rillingen wederom over haar rug. Ondanks het
broeierige weer. Eenzelfde soort ontroering en iets van soelaas zou groep 6 ook
weleens in het hier en nu bij meester Joep kunnen bieden. De algehele dringende behoefte aan
verlichting hing in de drukkende lucht. De lome impuls versterkte de lethargie
van de opperouders die inmiddels onder het halve oog van Thea als schapen in de
wei, gemengd tussen de normale papa’s en mama’s en verzorgers, langzaam maar
zeker de hekken van het speelplein binnen druppelden en de ruimte zij aan zij
opvulden. Moira, Hanneke, Maud, Greet, Evelien, Marit, Jelle, Jenny, Harry,
Marloes, Dimpf; één voor één sjokten ze aan Thea voorbij het speelplein op
zonder een teken van herkenning. Elkaar vonden de opperouders en hun gevolg
gauw genoeg. In het zicht van Thea en andere noodzakelijke toeschouwers bleef
de gebruikelijke uitvoering van rituele sociale omgangsvormen door de zeurzwerm
niet lang uit. De barbecue was geweest en nu was het jaarlijkse speeltuinfeest
ter afsluiting van het basisschooljaar op De Wielewaal van die avond aan de
orde. De buurtspeeltuin was al helemaal voorbereid op de traditiegetrouwe gebeurtenis
met kraampjes waarop allerlei zelf gemaakte – of zelf gekochte - lekkernijen
werden uitgestald ter gratis consumptie. De geschonken alcohol moest wel uit
eigen zak betaald worden door de ouders, terwijl de kinderen van De Wielewaal
in de speeltuin speelden. Het zou een ramp zijn als deze feestelijkheden in het
water zouden vallen. Vandaar die buienradar. De locatie van een lage drukgebied
werd onophoudelijk gegoogeld, bekeken en besproken. Zolang we het maar droog
hielden dan zou niemand de opperouders horen klagen.
Sabine dook net
zo plotseling voor de neus van Thea op als ze de nacht daarvoor ineens naast
haar bed had gestaan.
‘Mama, mama,
meester Joep heeft mij een zoentje gegeven’, riep Sabine opgewonden, terwijl ze
met een vlakke hand illustratief de bewuste plek op haar wang opwreef.
Nieuwsgierig boog
Thea zich over naar haar dochter. Haar gezichtje was bezweet en rood van
opwinding. De wijnvlekjes op haar linker jukbeen en ooglid sloegen pimpelpaars
uit van consternatie:
‘Ging het goed?’
‘Ja, ja, hij
heeft me gezoend.’
‘Jullie
allemaal?’
‘Nee, alleen mij,
omdat ik het liedje deed. En ik heb hem aan het einde het cadeautje gegeven. De
lijst met de tekstfoto.’
Sabine stond te
trappelen van opwinding. Thea probeerde haar aan haar schouders tot stilstand
te brengen.
‘Hij huilde ook.’
‘Wie.’
‘Meester Joep’
‘Dus hij was echt
verrast?’
Plotseling maakte
Sabine pas op plaats en bezon zich bedachtzaam:
‘Dat weet ik
niet.’
‘Hoe laat ben je
begonnen?’
‘Toen de kleine
wijzer op 3 stond en de grote wijzer op 12.’
‘Wist iedereen
wat hij of zij moest doen?’
‘Ja, en Kasper
deed niet eens vervelend. Iedereen zong gewoon mee. Meester Joep vroeg nog wel
wat ik van plan was toen ik de karaoke cd met de muziek van ‘Toveren’ in de
cd-speler deed, maar ik verklapte lekker niks.’
‘En toen?’
‘Toen zongen wij
en meester Joep moest huilen.’
‘En toen en
toen?’
Thea zou willen
dat ze een kant en klare reportage van het chronologische verloop van de
gebeurtenissen versneld uit Sabine kon husselen door de schoudergreep te
verstevigen. Het kleine meisje reageerde met twinkelende ogen en een ontwijkend
antwoord:
‘En toen pakte
meester Joep het cadeau van de liedjestekst in de lijst uit.’
‘Ja?’
‘Hij snotterde
heel erg en hij haalde zijn neus op. Dat vind jij toch vies mama? Wij moeten
toch snuiten in een papieren zakdoekje of een stukje toiletpapier van jou?’
‘Ja, bah, vies,
maar zei hij verder nog wat?’
Geamuseerd laste
Sabine een korte pauze in. Als een lappen pop met een slap bovenlichaam liet ze
zich door haar moeder aan haar schouders heen en weer deinen.
‘Hij vroeg of ik
het cadeau en het afscheidslied helemaal zelf gemaakt had.’
‘En toen zei jij
ja?!’, nam Thea tevreden als vanzelfsprekend aan.
‘Nee, ik zei dat
de muziekjuf Rita en jij me geholpen hadden.’
‘En groep 6
natuurlijk door zo prachtig mee te zingen’, vulde ineens een tweede, ontroerde bibberstem
de opsomming van Sabine aan.
Uit onverwachte
hoek. Thea keek naar opzij in de richting van het huilgeluid en daarmee in het
geëmotioneerde gezicht van meester Joep. Hij had zijn weldoenster eindelijk
gevonden. Net buiten het hekwerk om het speelplein van De Wielewaal waar de
sensatiebeluste opperouders de koers van meester Joep en Thea van een afstand
konden volgen. Meester Joep bleef Thea verweesd aanstaren met een dwepende hush
puppy uitdrukking in zijn weke ogen. Ongemakkelijk zocht Thea naar woorden.
Haar fantasie liet haar even in de steek:
‘Nou, veel
plezier op jouw wereldreis naar Nieuw-Zeeland dan maar, zou ik zeggen’.
Uitgerekend hem
had ze hier niet aan haar zijde verwacht. Zo dicht in de buurt van de
almachtige opperouders. Meester Joep moest wel bijzonder onder de indruk zijn
geweest van het afscheidsliedje. Missie geslaagd. Meer dan succesvol zelfs,
want zijn persoonlijke bedankje bood Thea een uitgelezen kans op revanche. Dat
wel. Geen enkele reden om meester Joep te ontzien. Hij had Sabine net iets te
vaak laten vallen ten behoeve van zijn eigen imago bij de opperouders. Meester
Joep had zelfs bijna een wig tussen moeder en dochter gedreven. Al dan niet
bewust. Voor de eindbeoordeling van Thea maakte dat geen verschil, want mocht
meester Joep expres geprobeerd hebben om zijn 9 jarige leerlinge Sabine tegen
haar moeder op te zetten dan was hij een waardeloze onderwijzer. Zou hij Sabine
echter per ongeluk op het verkeerde been hebben gezet, dan was hij nog steeds
geen knip voor zijn neus waard. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Of,
voor Thea’s part, in de backpack van meester
Joep op weg naar Nieuw-Zeeland. Alzo ging Thea heel gedurfd oog in oog met
meester Joep staan en stak uitnodigend haar hand naar hem uit die hij gretig
naar zich toe trok. Daarna aarzelde Thea geen moment en drukte een vette,
secondenlange tongsmakkerd door de
drassige lippen van meester Joep. De stoppels op zijn vochtige,
ongeschoren, zilte mondgebied prikkelden aan haar lippen en het puntje van haar
neus. Een finale kreet van verontwaardiging golfde door bedompte Wielewaallucht
en wakkerde het beest in Thea nog verder aan. De handgreep van meester Joep
verslapte. Met een klinkende klets op de strakke bilpartij van meester Joep
werkte Thea haar klapstuk verder af. Vervolgens zorgden Sabine en Thea dat ze
als de wiedeweerga wegkwamen in de Renault waarvan de ingezeten Walter met zijn
vooruitziende blik de portieren alvast
voor hen open had gedaan.
HOOFDSTUK 34.
Vlak voor de
komst van de 3de huiswerksterkklant op die doordeweekse dinsdagmiddag, wipt
Sabine ineens de bijkeuken binnen. Ze heeft haar IPhone in de hand.
Demonstratief houdt ze Thea een foto op het beeldschermpje voor. Thea knijpt
haar ogen tot spleetjes en tast naar haar bril die doorgaans klaar voor gebruik
aan een touwtje om haar nek hangt.
‘Je bril staat op
je hoofd’, helpt Sabine gelaten.
Thea ziet een
profielfoto van een meisje met een hoofddoek. Ze kijkt Sabine argeloos aan.
‘Ik herkende haar
eerst ook niet’, bekent Sabine ongeduldig.
Thea neemt de
IPhone van haar dochter over en inspecteert de foto nauwkeuriger van
dichterbij.
‘Is dat Zarah?’
Zwijgend neemt
Sabine tegenover haar moeder aan de werktafel plaats en knikt.
‘Is het een
grap?’, hoopt Thea.
Verslagen schudt
Sabine haar hoofd.
‘Vorig jaar, in
het eerste jaar van de middelbare school, droeg ze toch ook nog geen
hoofddoek?’
Thea staat
versteld van het effect van zo’n simpel lapje stof. Ze heeft tijd nodig om het
beeld van Zarah met hoofddoek te verwerken. Op het eerste gezicht ziet de
gehoofddoekte Zarah eruit alsof ze haar achterland met alles erop en eraan –
inclusief Sabine en Thea - opgeheven heeft, om toe te treden tot een wereld
waarin een Westerse georiënteerde vrouw in wording niets te zoeken heeft.
Waarom zou Zarah dat doen, terwijl ze keihard op weg was om het paradigma van
een hedendaagse geëmancipeerde moslima te worden?
‘Hijab’,
verbetert Sabine droog.
‘Pardon?’
‘Geen hoofddoek
maar een hijab’.
De spottende
ondertoon van Sabine’s repliek ontgaat Thea niet.
‘Hoe lang al?’
De klankkleur van
de vraag is deprimerend. Toch is het niet zo dat Zarah aan een of andere
ongeneselijke ziekte leidt. Alhoewel de onaangename sensatie die de schielijke
hijab van Zarah oproept, wat Thea betreft, wel vergelijkbaar is met de gangbare
eerste reactie rond de bekendmaking van een onherroepelijke kwaal van een
naaste.
‘De laatste keer
dat ik haar zag, was ze nog normaal. Maar dat is alweer bijna een jaar geleden.
We zijn uit elkaar gegroeid.’
Thea doet een
poging om de pijn van de verwijdering voor Sabine te verzachten:
‘Eigenlijk is dat
ook wel logisch. Zeker als je bijna 14 jaar bent. Jullie ontmoeten zoveel
verschillende leeftijdgenoten en dan bezoeken jullie ook nog uiteenlopende
middelbare scholen.’
‘Dat weet ik wel,
maar hoe langer de pauzes tussen onze afspraken, hoe ongemakkelijker ik me
voel. Zarah begint steeds minder op zichzelf te lijken, zeg maar’, peinst
Sabine alsof ze zich schuldig voelt.
‘Zag je die hijab
dan niet aankomen?’
Thea’s uitspraak
van ‘die hijab’ laat zich aanhoren als een relatiebreuk.
‘Nee, ze heeft
een Nederlandse stiefvader die geen moslim is, alleen maar zussen en een
piepklein broertje.’
‘Die vat ik even
niet’.
‘De meeste meiden
met een hijab bij mij op school dragen dat ding enkel en alleen maar altijd en
overal buitenshuis uit angst voor hun vader en broers.’
‘Zeggen ze dat?’,
wil Thea geïntrigeerd weten.
‘Nee, maar dat
merk je. Zodra er geen mannen in de buurt zijn, bijvoorbeeld in het kleedlokaal
van de gymzaal, dat gaat de hijab losser om het hoofd. En de meisjes klagen
onderling dat de hoofddoek warm is en irriteert.’
‘Ja, dat leek mij
dus ook al. Maar ja, altijd een knellende bh dragen went ook. Dus het zal er
wel bij horen denk ik dan’, verzucht Thea mild met de bedoeling om haar dochter
niet af te schrikken tot het delen van nog meer eventuele wetenswaardigheden – van
horen zeggen - op hoofddoekgebied.
‘Ja’, lacht
Sabine en ze vervolgt:
‘Of een te
strakke stropdas. Daar denk ik vaak aan in vergelijking met een hijab. Ik weet
ook van een paar Marokkaanse meiden bij mij op school dat ze soms best wel even
met hun haren in de wind willen.’
‘Blootshoofds’,
vult Thea aan.
Sabine gooit haar
haardos in de nek en woelt door haar lokken. Ze heeft haar hoofd zojuist
bevrijd van een denkbeeldige, verstikkende doek. De nieuwsgierigheid van Thea
is eerder verder aangewakkerd door de ontboezemingen van Sabine dan bevredigd.
‘Heb je die
meisjes dan ook echt nooit zonder hoofddoek gezien? Ook niet in de kleedkamer
van de gymzaal?’
‘Nee, nee,
nooit.’
‘Zoveel
wantrouwen?’
‘Nee, juist niet.
Niet jegens mij, of andere ongelovigen. Maar ze zijn bang voor elkaar. Dat de
ene de andere moslima thuis verraadt. Dan zijn de rapen gaar heb ik begrepen.’
‘Zeg jij nou
ongelovigen?’
‘Ja, daar worden
niet moslims mee bedoeld.’
‘Ja, maar niet
moslims zijn niet automatisch atheïsten. Jij bent gedoopt Sabine. En je hebt je
communie gedaan. Je bent katholiek van huis uit. Laat jij je zomaar ongelovig
noemen?’
‘Mam, echt doe
niet zo dramatisch; ik probeer gewoon geen aandacht te besteden aan dat hoofddoekgedoe.
Die meiden hebben het al moeilijk genoeg.’
‘Waarmee dan?’
Thea zit op het
puntje van haar klapstoel.
‘Met hun
thuissituatie. Slaan is bijvoorbeeld heel gewoon in de islam. Vooral vaders en
broers hebben losse handjes, maar
Marokkaanse moeders meppen ook. Bij voorkeur met een slipper.’
‘Het zal wel
meevallen’.
‘De moeder van
Zarah sloeg ook met een slipper.’
‘Echt?’
‘Eén keer keihard
tegen het hoofd van het oudste zusje van Zarah.’
‘Adiva?’
‘Ja.’
‘Ze had toch 2
zusjes?’
‘Ja, Adiva en
Erum.’
‘Dragen zij nou
ook een hoofddoek?’
‘Ik geloof het
wel. Er stond zoiets boven een andere foto van Zarah. Niet op Instagram, maar
op Facebook. Wacht ik zoek even.’
Zodra Sabine haar
IPhone weer terug in handen heeft, rept ze vaardig met haar rechterduim over
het touchscreen en de toetsen totdat ze de bewuste foto gevonden heeft. Het is
een groepsfoto van alleen maar hoofddoeken opgevuld met de dik beschilderde
gezichten van 3 prachtige jonge meiden en een ietwat oudere moslima. Thea
herkent Zarah, Adiva, Erum en mis Moslima. Oftewel Dalila. De moeder van het
drietal. Alle 4 de dames lachen hun blinkende, witte tanden bloot. De 4 paar
ogen fonkelen. De familie is thuisgekomen.
‘De
visitekaartjes voor de tandartsenpraktijk van de tweede echtgenoot van Dalila
en de stiefvader van haar 3 meiden’, raadt Thea.
‘Want?’
‘Hij is toch
tandarts?’
‘Ja, maar geen
moslim.’
‘Trouwens haar
ouders gaan scheiden.’
‘Twee geloven op
één kussen, daar slaapt de duivel tussen.’
Sabine snapt niet
dat haar moeder grappig wil zijn.
‘De stiefvader
van Zarah is ook een ongelovige.’
‘Dus nu al een
scheiding? Vanwege die hoofddoeken?’
‘Hoe moet ik dat
nou weten?’, roept Sabine vertwijfeld uit.
‘Misschien draagt
Dalila wel een hoofddoek om haar aanstaande ex-man te tergen? En natuurlijk
sleurt ze haar 3 dochters mee in zo’n vechtscheiding. Ik zie haar er goed voor
aan. Al was het alleen maar om hun gezamenlijke zoontje – baby Makin – de
patriarchale geneugten van de islam te laten proeven.’
‘Mam, je bazelt.
De patriarchale wat? Trouwens Makin is al 4 jaar. Hij is geen baby meer, maar
een kleuter.’
‘Het lijkt me
voor een man wel leuk om een moslim te zijn, bedoel ik. Sinds 4 jaar heeft
Dalila eindelijk een zoon. Volgens mij offert ze zonder pardon haar 3 meiden op
aan de status van haar kleuter en daarmee van zichzelf als zijn moeder. Makin
is het gouden kind.’
‘Ach, net als
Walter’, grapt Sabine.
‘Ben maar blij
dat je geen hoofddoek op moet van je vader’, antwoordt Thea evengoed
gekscherend.
‘Ja, en ik ben
ook heel dankbaar dat jij niet met slippers gooit’, weet Sabine droog.
‘Maar effe
serieus mam, je kunt ook gewoon lezen wat Zarah boven haar foto heeft gezet in
plaats van erop los te fantaseren. Zarah geeft namelijk tekst en uitleg over
haar jihab.’
‘Laat zien!’,
commandeert Thea, terwijl ze de IPhone wederom van Sabine overneemt.
Ze leest:
‘Vrouwen moeten
een jihab dragen omdat dit van Allah moet. Wij zijn allemaal verplicht om Allah
te gehoorzamen in alles wat HIJ van ons vraagt. Dit laatste geldt zowel voor
mannen als voor vrouwen. Het maakt niet uit of hier een reden voor is gegeven
of niet, wij moeten Allah altijd gehoorzamen, zodat Allah tevreden met ons zal
zijn en wij het Paradijs binnen mogen gaan om daar voor eeuwig te genieten. In
het Paradijs zullen wij niet meer worden getest. We hoeven dan bijvoorbeeld
niet meer te bidden, te vasten, de bedevaart te verrichten enz.
Daarnaast kunnen
wij jou vertellen dat de reden waarom vrouwen een jihab moeten dragen,
duidelijk is. Zij moet hiermee datgene wat haar mooi en aantrekkelijk maakt
bedekken voor alle mannen, behalve voor haar vader, haar broer, oom en zoon,
zodat geen van hen in de fout gaat…
Vandaag de dag
kunnen wij de gevolgen van het niet dragen van islamitische kleding en het vrij
omgaan van mannen en vrouwen met elkaar overal om ons heen zien. Zo is het
aantal misdaden tegen vrouwen toegenomen in landen waar alles mag en kan.’
‘Ow My God’, concludeert Thea.
Ze overhandigt de
IPhone weer aan Sabine die zuchtend een besluit neemt:
‘Ik ga huiswerk
maken’.
‘Ik ook, zodra
mijn klantje gearriveerd is. Meneer is laat’, antwoordt Thea.
Sabine aarzelt in
de deuropening.
‘Het past niet
bij Zarah’, zegt ze nog.
‘Nee, helemaal
niet.’
‘Zij was de enige
die me op school opving, toen ik voor het eerst ongesteld was.’
‘Daar moest ik
ook aan denken’.
Sabine en Thea
komen elkaar glimlachend tegemoet in een herinnering aan 3 jaar geleden. Sabine
was 10 jaar en nog wat maanden en zat in plofklas 7. Oorspronkelijk bij het
onderwijzeressen duo Siepie en Rita.
Maar al na een tiental weken had ervaren partij – juffrouw Rita dus
- de bomvolle groep 7 in overspannen
toestand voor onbeperkte tijd verlaten. Plofgroep 7 stond dan ook vanaf het
eerste uur op exploderen. Juffrouw Siepie liet zich echter niet omver blazen.
Dat wil zeggen voor de helft van de werkweek. Voor de andere helft kreeg
juffrouw Siepie, na de aftocht van juffrouw Rita, versterking van een inval juf
die nog jonger was dan de volhardende partij. Ook had de inval juf nog minder
ervaring dan juffrouw Siepie. Op de werkdagen waarop de nieuwe inval juf niet
voor de plofklas stond, zat ze namelijk zelf nog in de schoolbanken. De
schoolbanken van de pedagogische academie. Haar naam was Lola. Vanaf het moment
dat haar naam Thea ter ore, jengelde bij elke ontmoeting met juffrouw Lola in
groep zeven, de gelijknamige oorwurm in de uitvoering van de Engelse popgroep
‘The Kinks’ uit 1970 in haar hoofd:
‘Lola,
Lololololola.’
’s Morgens
tijdens het wegbrengen puilde de wanorde en het tumult van groep 7 als het ware
uit de openstaande deur van het klaslokaal. De algehele ontreddering kwam elke
schooldag weer op Thea af als een chaotische lawine die haar, nadat ze haar
kinderen had afgezet, de gangen van De Wielewaal niet uit loosde, maar joeg.
Sabine daarentegen vond groep 7 een verademing na haar ervaringen met de
pretentieuze combiklas van Jeewee en de verstikkende, bezitterigheid van
meester Joep. Bart en Thea dachten dat hun dochter eindelijk de kans kreeg - en greep -
om op adem te komen. Ze hoopten dat Sabine onderdeel was geworden van
een groot geheel; en dat ze in groep 7 lekker met de stroom meedreef. Alsof de
leerstof als vanzelf en bijna ongemerkt in het hoofd van Sabine neerdaalde en
haar grijze hersencellen langzaam maar zeker opfleurden in alle kleuren van de
regenboog. En waarom niet? Het was de manier waarop zowel Bart als Thea zich het
verloop van de eigen basisschooljaren herinnerden. Giga klassen en een automatisch
leerproces. De geoliede, pragmatische schoolmachine van ruim 35 jaar geleden.
Ouderwets en achterhaald en tegenwoordig helemaal niet aan de orde bij Sabine.
Veel te laat realiseerden Bart en Thea zich waarom Sabine in werkelijkheid
moeiteloos leek op te gaan in het dagelijkse reilen en zeilen van groep 7.
Sabine kon bij juffrouw Siepie doen en laten waar ze zin in had. Ze was ergens
achterin het klaslokaal van de uit de kluiten gewassen groep 7 geplant en kon
stiekem spelletjes doen op haar telefoon, kauwgum kauwen, kauwgomballetjes
onder haar lessenaar plakken, de Tina en de Fasionista van achter naar voren
lezen en weer terug, 20 keer op een schooldag naar het toilet gaan of uit het
raam kijken en dagdromen; haar taken afmaken; opletten; een middagdutje doen.
Of niet. Het maakte allemaal niets uit, omdat Sabine door juffrouw Siepie werd
genegeerd en aan haar lot overgelaten. Juffrouw Siepie hield zich niet bezig
met terughoudende leerlingen. Met haar beperkte vermogens richtte ze zich
volledig op kinderen uit de plusgroep en haar reserves waren voor het restant
van de kinderen dat door hun opperouders naar voren werd geschoven.
Jammer voor
Sabine en nog een handjevol verstotenen uit groep 7. Moesten ze er ook maar wat
harder aan trekken! Eigen schuld, want juffrouw Siepie had in groep 7 van De
Wielewaal schaamteloos verkondigd dat ze zelf hoogbegaafd ‘geworden’ was door hard te blokken. Daarmee was voor
haar vertroetelingetjes meteen duidelijk wat er van hen verwacht werd.
Maar hoogbegaafd
of niet, juffrouw Siepie was kennelijk niet in staat om elk kind uit haar groep
naar waarde in te schatten. De maakbare intelligentie van juffrouw Siepie was
het enige dat telde in het zevende schooljaar van Sabine. Daar kon zelfs een beproefde
onderwijzeres als juffrouw Rita niet tegenop. En dat terwijl ze oorspronkelijk
nog wel alle zeilen had bijgezet om de samenwerking met haar wederhelft in
groep 7 tot een succes te maken en om de meest contrasterende verschillen met
het ondoordachte stramien van juffrouw Siepie glad te trekken. Te beginnen bij
Thea. Het was duidelijk dat juffrouw Rita instructies had gekregen van
hogerhand om de schijn van een mogelijke sympathie tussen haar en een
specifieke ouder te ontkrachten. Anders gezegd: Juffrouw Rita neigde teveel in de richting van Thea. Leerkrachten
moesten neutraal blijven. Alsof de opperouders met hun status aparte niet
standaard voorgetrokken werd door het docententeam van De Wielewaal. Hoe dan ook
directrice Willy Bakbruin en juffrouw Siepie konden duidelijk niet wachten om
juffrouw Rita en daarmee Thea onder de duim te krijgen. De dochter van Thea uit
groep 7 zat immers niet meer langer alleen bij juffrouw Rita in een lullige
schoolband, maar ook in haar plofklas. Sabine kwam te dicht bij en juffrouw
Siepie was er ook nog! Ergo; in de wandelgangen van De Wielewaal werden
geluiden opgevangen over Thea en juffrouw Rita die elkaar de hand boven het
hoofd hielden. Waarin, waarom en meer van dat soort open vragen bleven
onbeantwoord, maar de vermeende samenzwering tussen Thea en juffrouw Rita bij
de affaire met het afscheidsliedje van meester Joep had de geruchtenstroom niet
bepaald gestremd. Thea en juffrouw Rita hadden wat samen. Daar kon iedere
buitenstaander gevoeglijk vanuit gaan. Van horen zeggen weliswaar; maar dat
betekende nog niet dat juffrouw Rita haar voorkeursbeleid op eigen houtje kon
maken ten opzichte van haar collega’s en de opperouders. Zo werd er druk op het
geweten van juffrouw Rita uitgeoefend. Ze moest kiezen. Beter niet voor Thea
welteverstaan.
Alsof Thea op de
vriendschap van juffrouw Rita zat te wachten. Ze vond de oude muziekjuf Rita
weliswaar minder irritant dan de windbuilen op De Wielewaal; maar niemand moest
zich verplicht voelen om Thea daarom ten huwelijk te vragen. Of Thea toch even
een babbeltje wilde komen maken met juffrouw Rita? Afsluitend zou juffrouw Rita
het fijn vinden als er voor de goede verstandhouding wat puntjes op de i gezet
konden worden. Afsluitend van wat? Het zou Thea benieuwen welke conclusie al
meteen in de eerste week van het nieuwe schooljaar getrokken zou gaan worden?
Temeer daar
juffrouw Rita zich vanaf het eerste wederzien met Thea in het klaslokaal van
groep 7 van Sabine een afstandelijke houding aanmat. Thea verbaasde zich
over de arrogante pose die ze niet van
Rita kende en die de gewoonlijk zo verstrooide schooljuffrouw van top tot teen
misvormde. Helemaal op haar gemak leek juffrouw Rita ook niet met haar nieuwe
ik en Thea betrapte haar een paar keer op een zoekende, hulpbehoevende
oogopslag. Juffrouw Rita keek weg zodra ze zich realiseerde wie haar monsterde.
Thea was geen vriendinnenmateriaal meer. Waarom ook weer? In ieder geval was
juffrouw Rita zichtbaar niet bijster blij dat Thea haar publiekelijk aansprak
voor aanvang van de lessen in het klaslokaal van groep 7 tijdens het wegbrengen
van Sabine. Nota bene op de woensdag van het geplande gesprek in de eerste
schoolweek na de zomervakantie. Thea had ook even kunnen wachten totdat ze
onder ons waren. Zonder pottenkijkers. Alleen zou Thea niet weten waarom!? Toen
juffrouw Rita haar ook nog middenin een vraag leukweg de rug toekeerde, wist
Thea helemaal niet meer waar ze het zoeken moest. Attent richtte juffrouw Rita
zich op de opdringerige adoptiemoeder van Nia. Die aandachtsjunk zou eens een
keer niet iets te mekkeren hebben. Thea bleef ostentatief staan afwachten tot
ze verder kon met het inwinnen van informatie over de geoorloofde traktaties
voor de aanstaande 10de verjaardag van Sabine. Ze was geëindigd bij aardbeien
op beschuiten. Op dit punt had de moeder van Nia haar gestoord. Nou was het
alleen nog de vraag of er ook slagroom op mocht. Op de beschuiten met
aardbeien. Maar de oppermoeder van Nia overschaduwde Thea met geen enkele
reserve en Juffrouw Rita liet zich zonder pardon intimideren. Thea en de
eerstvolgende schoolverjaardag in groep 7 van Sabine bestonden niet meer in de
ogen van juffrouw Rita. Maar dat wilde nog niet zeggen dat Thea in
werkelijkheid daardoor ook maar meteen automatisch wegkwijnde. Tot ontsteltenis
van juffrouw Rita liet Thea zich gewoon gelden in het bijzijn van bijna alle
alom gevreesde opperouders van de kinderen uit de 35 koppige, prille plofklas. Geen halve maatregelen.
Juffrouw Rita had het van Thea kunnen verwachten. Zeker als ze zich
daadwerkelijk zo intens tussen de incrowd had begeven als ze de buitenwereld
met haar nieuw, zelf opgelegde, cachet van de perfecte, multifunctionele
onderwijzeres wilde doen geloven. In werkelijkheid had ze haar ogen niet de
juiste kost gegeven en haar oor nog geen seconde te luisteren gelegd voor
roddel en achterklap. Zulks interesseerde juffrouw Rita namelijk in wezen
niets. Ze zou niet weten waar te beginnen met netwerken. Dat was één van de
redenen waarom Thea haar in eerste instantie wel aardig had gevonden. In tweede
instantie stond de huidige imitatiejuffrouw Rita haar des te heftiger tegen.
Thea had geen zin in een schimmenspel.
‘Goed Rita, dan
luister je niet, maar ik spreek je in ieder geval vanmiddag na school’.
‘Hoezo wat is er
dan vanmiddag na school?’, vroeg Greet; de moeder van het huilmeisje Mathilde.
Ze kwam net het
klaslokaal binnen. In een olijke bui. Mathilde duwde ze voor zich uit, terwijl
het kind zich achterwaarts met haar knokige schouderbladen tegen de vlakke,
opgehouden handen met gespreide vingers van haar moeder afzette en landerig het
ene been voor het andere plaatste. Sinds kort huilde Mathilde niet meer vlak na
binnenkomst in het klaslokaal. Het was ook zoetjesaan hoog tijd. Toch was
Mathilde zichtbaar nog steeds niet erg happig op het lesprogramma. Maar moeder
Greet was sterker. Op die manier zou Mathilde nooit een autonoom functionerend
mens worden. Thea prees zich weer eens gelukkig met haar eigenzinnige kroost en
verzuchtte in gedachten:
‘Godzijdank is
Mathilde niet mijn pakkie an’.
‘Heb ik iets
gemist?’
Greet gluurde
achterdochtig tussen de menigte ouders en kinderen alsof het antwoord op haar
vraag letterlijk ergens in het klaslokaal van groep 7 verstopt lag.
‘Ik heb vanmiddag
een afspraak met juffrouw Rita’, verduidelijkte Thea niet mis te verstaan.
Tot ongenoegen
van juffrouw Rita die haar wenkbrauwen fronste en over de schouder van de
pratende aandachtsjunk verontrust de reactie van Greet oftewel de moeder van
het huilmeisje Mathilde afwachtte.
‘Moet ik daar bij
zijn?’, vroeg Greet op een gestreste toon.
‘Dat moet jij
weten’, grijnsde Thea.
‘Nee, natuurlijk
niet, Greet. Deze bijeenkomst is weer alleen tussen Rita en Thea’, zinspeelde
Moira, de moeder van Kaspertje.
‘Het is een
complot’, dikte Thea aan.
‘Denk je soms dat
je grappig bent Thea?’ wilde Moira niet weten.
Ze had hoorbaar
al haar moed bijeen geraapt. Voor het eerst na het allerlaatste, schofterige
mailtje van Thea sprak Moira de moeder van Sabine en Walter indirect aan.
Thea’s toespelingen over zogenaamde diefstal van het afscheidsliedje voor Joep
en Moira’s vermeende ongezonde interesse in de bedoelde piepjonge onderwijzer,
die qua leeftijd makkelijk haar zoon had kunnen zijn, hadden de deur tot haar
welwillendheid jegens dit mens uit de onderlaag van de pikorde voor eens en
altijd dichtgedaan. Thea moest boeten.
Moira wist nog niet hoe; maar deze belegen snol zou hoe dan ook door haar –
oermoeder van Kasper en Bob - publiekelijk
een kopje kleiner gemaakt worden.
Vruchteloos
probeerde Thea de ogen van Moira te vinden, maar ze was ineens heel begaan met
Kasper die zijn moeder daardoor even niet meer herkende. Spottend wist Thea de
onverdeelde aandacht van alle aanwezige volwassenen in de plofklas toch weer te
regisseren door oermoeder Moira opnieuw openlijk af te vallen.
‘Ik denk niet
alleen dat ik grappig ben Moira; dat weet ik wel zeker’.
Voor het oog en
oor van de buitenwacht had Thea – alweer – gewonnen. Laat dat maar aan haar
over. Tegen welke prijs eigenlijk? Ze won niet aan aanzien, want hoe meer Thea
zich openlijk verzette tegen één megamoeder of meerdere opperouders tegelijk,
hoe groter de wederzijdse weerzin. Ook hield ze geen goed gevoel over aan haar
provocaties op De Wielewaal, want Thea stond alleen in de negatieve
belangstelling die onafgebroken door de wandelgangen van De Wielewaal woekerde.
Als vanzelfsprekend kon ze op steun en gehoor van Bart rekenen. Ze kreeg zelfs
allerlei onuitgesproken signalen die erop duidden dat meerdere normale papa’s
en mama’s de roemruchte persoon van Tirannieke Thea stiekem niet vijandig
gezind waren. Tekens zoals schouderklopjes en kipoogjes en altijd volop
vriendjes en vriendinnetjes voor Walter en Sabine bij haar thuis te spelen.
Tevens nam de toeloop van Huiswerksterkklanten eerder toe dan af in de loop van
de basisschooljaren van Walter en Sabine. Echter om allerlei redenen die Thea
niet aangingen staken deze medestanders meestal liever niet de nek uit op
cruciale momenten, zodat het vijandige kamp de schone schijn gegarandeerd mee
had. Misschien ging iedereen ten langen lesten wel alleen voor zichzelf en werd
zo tot een voorbeeld voor de achterblijvers. In dat licht dacht Thea nog
weleens terug aan Dolly; de moeder van Miranda. Net als Dolly toentertijd, was
Thea het inmiddels gewend om als een butsbal behandeld te worden. Daarom
ontpopten beide moeders zich individueel en los van elkaar tot eenzelfde
vleesgeworden ras der boemerangs.
Fanatieke aanhouders die na elke afwijzing net zolang terug komen op de plek
des onheils, totdat het recht, om als doorsnee ouder minstens zo serieus
genomen te worden als welke dikdoener dan ook, gehaald is. Op haar manier was
Thea precies zo vastberaden als haaibaai Dolly om in haar opzet te slagen.
Mocht de bal haar in de toekomst wederom worden toegespeeld door samenlopen van
omstandigheden op De Wielewaal dan zou Thea hem niet meer vast houden, maar
direct terug kaatsen.
‘Zullen we boven
gaan zitten?’, stelde juffrouw Rita voor in de koffiekamer van De Wielewaal.
Thea zat al en
tijdje te wachten. Jade de interne coördinatrice had koffie voor haar
ingeschonken. Wat een warmte ineens.
‘We zwoegen maar
voort’, lachte Jade de interne coördinatrice zelfs.
‘Ik zie het’,
beaamde Thea afgeleid, omdat ze opging in de foto’s aan de stenen muren die op
haar afkwamen tijdens het niksen.
Olijke plaatjes
van modelkinderen van opperouders in fleurige Oilily kleding. Patchwork dat
Thea aan de hoogtijdagen van Hollands glorie alias het koor van ‘Kinderen voor Kinderen’ deed denken. Zelfs
Jasmijn en Melvin waren nog niet geboren. Veel later zongen ze luidkeels mee
met onder meer ‘Op Een Onbewoond Eiland’. Door toedoen van moeder Beau. Jasmijn
en Melvin als volwaardige prototypes van de perfecte kroost als in Kinderen
voor Kinderen.
‘Geen pietsie
pech, want je hoeft er niets; valt er niet van je fiets; ligt op je luie,
haidewiets.’
Knarsetandend
voelde Thea haar bilspieren spannen. En bij de toegevoegde heugenis aan dat
begeleidende Gooische accent sloegen haar smaakpapillen ook nog eens op tilt.
De zenuwpijn trok door tot aan haar oren. Zeker bij het aandenken aan de
volmaakte imitatie van het articulatiegebrek door Jasmijn en Melvin van het
kinderkoor. Ongetwijfeld eveneens door bemiddeling van moeder Beau.
‘Kinderen voor
kinderen; een kind is hier zo rijk; kinderen voor kinderen; het is zo ongelijk;
een kind onder de evenaar is meestal maar een bedelaar.’
Ten opzichte van:
‘Een kind hier op
De Wielewaal is sowieso geniaal.’
Eén foto uit de
galerij trok extra aandacht door het afwijkende formaat. Juffrouw Rita zat
naast directrice Willy Bakbruin. Ze droegen allebei een kapper schort en
lachten breeduit in de camera om hun lollige kapsels in het kader van de meest
recentelijke, jaarlijkse gekke haren dag. Iemand had een viool aan de hersenpan
van juffrouw Rita vastgeketend in een slordige knot en in het opgestoken haar
van directrice Willy prijkte een strijkstok.
‘Hopelijk is er
niet al te veel aan de strijkstok blijven hangen’, grapte Thea.
‘Je bent helemaal
niet de honderdste ouder die dat grapje maakt’, antwoordde juffrouw Rita droog.
Ze droeg een akte
map onder haar arm en ging Thea voor op weg naar boven; naar het klaslokaal van
groep 7. Thea volgde gedwee.
‘Dikke
vriendinnen!’, constateerde ze nog met betrekking tot de foto.
Juffrouw Rita
deed of ze Thea niet gehoord had.
‘Kom je?’, gebood
ze koeltjes.
‘Je mag wel u
zeggen hoor’, grimaste Thea tegen het smalle ruggetje en de swingende bips van
de heupwiegende, muzikale juffrouw Rita, terwijl ze achter elkaar de trap naar
boven betraden.
‘Hoe vind je zelf
dat het gaat?’, begon juffrouw Rita al voordat Thea tegenover haar in het
klaslokaal van groep 7 had plaatsgenomen.
‘Bedoel je met
Sabine? Wel goed, dacht ik. Maar kom op zeg, het schooljaar is amper van start
gegaan.’
‘Nee ik bedoel
eigenlijk; hoe vind jij dat het met jou gaat hier op De Wielewaal?’,
verduidelijkte juffrouw Rita zich haastig.
‘Zeg, wat bezielt
jou? Ik zit hier niet op een functioneringsgesprek. Ik ben een ouder en geen
ondergeschikte.’
Thea had meteen
de juiste toon te pakken en ging rustig zitten op een kinderstoel aan een
bankje tegenover juffrouw Rita. Dat onverschrokken taalgebruik kwam door die
bal die ze sinds kort zo helder voor ogen had en de ingeving dat ze hem alleen
maar steeds opnieuw zo snel mogelijk terug moest spelen.
‘Ja, nee dat weet
ik ook wel’, gaf juffrouw Rita toe.
Ze vermande zich:
‘Maar soms
vermoed ik weleens dat jij je bewust buiten de groep stelt. Dat is schadelijk
voor andere kinderen.’
Juffrouw Rita
trok een gezicht alsof ze heimelijk in zichzelf een soort mantra aan het
repeteren was. Zo van:
‘Ik heb
overwicht; ik heb overwicht; ik heb overwicht; ik heb overwicht .’
‘Dus jij wilt een
gesprek met mij, omdat je vindt dat ik me aan moet passen aan de groep?’
‘Nee, nou ja, je
moet niks natuurlijk.’
‘Moet ik me
aanpassen aan de ouders of aan de kinderen of aan iedereen? Zeg het maar. Ik
pas me wel aan’, chargeerde Thea.
‘Je weet zelf dat
dat niet waar is’, corrigeerde juffrouw Rita verontwaardigd.
‘O, nee? Leg
uit.’
‘Neem nou de
luizencontrole.’
‘Nee, dat
onderwerp nemen we niet.’
‘Waarom niet?’
‘Ik wil het er
niet over hebben. Ik ben klaar met de luizencontrole.’
Thea was zo
stellig dat juffrouw Rita de ernst van de situatie niet langer kon ontkennen:
‘Hoe gaan we dat
dan aanpakken morgen?’
‘Wat is er
morgen?’
‘Luizencontrole.’
‘Dan gaan we het
er dus toch over hebben?’
‘Niet als jij mij
kunt vertellen hoe wij de luizencontrole morgen gaan aanpakken’, redeneerde
juffrouw Rita nogal krom als je het Thea vroeg.
‘Ik zou niet
weten hoe jullie dat aan gaan pakken. Ik hoop voor de kinderen van De Wielewaal
dat de luizencontrole dit schooljaar minder amateuristisch onder handen genomen
gaat worden dan de afgelopen jaren. Maar ik heb er een hard hoofd in. En
luizenloos hoofd. Hahaha.’
Juffrouw Rita
lachte niet met Thea mee. Maakte niet uit. Niet goedschiks; dan maar
kwaadschiks.
‘Hoe dan ook:
Sabine en Walter zullen morgen niet van de luizenpartij zijn.’
‘Ja, dat kan dus
niet. Je werkt de luizenouders tegen, terwijl we ze juist dankbaar moeten zijn.
Je kunt op z’n minst een beetje meewerken. Ze bedoelen het goed.’
De overtuiging en
de hartstocht waarmee juffrouw Rita de luizenouders verdedigde was
hartverwarmend, maar helaas niet steekhoudend genoeg om Thea overstag te doen
gaan.
‘Goede
bedoelingen zijn als ongedekte cheques.’
‘Je moet wel
vertrouwen hebben in de luizenouders.’
‘Dat heb ik dus
niet.’
‘Waarom word je
zelf dan geen luizenmoeder? Dan heb je alles onder controle.’
‘Dat hebben Willy
Bakbruin en de vader van Gerben ook al eens aan mij voorgesteld.’
‘De vader van
Gerben?’
‘Ja, nadat hij op
het speelplein een plastic luizenkammetje aan mij aanbood. Een plastic
luizenkammetje met een dode, geplette luis onder een plakbandje als bewijs voor
de aanwezigheid van een luizenplaag op het hoofd van Walter.’
‘Dat kan iedereen
wel beweren!’
‘Jij snapt mij
Rita.’
‘Daarom moet je
ook luizenouder worden; juist om zulke misverstandjes in het vervolg tegen te
gaan!’
‘Noem het maar
misverstandjes. Ik zie zo’n dode luis onder een stukje plakband van een
luizenkammetje eerder als boos opzet. Moet ik daarom toegeven aan mijn belagers
en mede luizenouder worden? Onder het mom van: ‘Als je niet kun winnen, kun je
maar beter toegeven?’ Echt niet! Denk je trouwens dat ik verder niks te doen
heb Rita? Ik werk thuis en ontvang 6 dagen in de week gemiddeld 3 Huiswerksterk
klanten per dag.’
‘Iedereen heeft
het druk Thea. Dat is geen excuus en luizenouders zijn zeer gewild.’
‘Waarom? Laat
ouders hun kinderen lekker zelf thuis behandelen met Luizafix en kammetjes.’
‘Sommige
luizenkinderen komen uit kansarme gezinnen waar de ouders geen Luizafix kunnen
betalen.’
‘Kijk eens aan!
Zelfs op De Wielewaal is niet alles goud wat er blinkt. Waarom dan die façade?
Openheid heeft ook zo z’n charme. Op deze slinkse manier geef ik de armoede van
sommige ouders terug aan het onderwijzend team, want ik heb geen luizenkinderen.
Trouwens, plastic luizenkammetjes zijn gratis heb ik begrepen van de consulente
van de GGD’
‘Maar je hebt wel
kritiek.’
‘Ja omdat ik tot
nu toe last had van de luizenouders. Hoor me goed: niet van de luizenkinderen,
maar van de luizenouders. Maar vanaf dit nieuwe schooljaar krijg ik geen
luizenalarm meer en zijn mijn luizenproblemen dus opgelost.’’
Met een
‘opgeruimd staat netjes’ uitdrukking op haar gezicht en handjeklap illustreerde
Thea haar verademing.
‘Hoezo krijg jij
geen luizenalarm meer?’
Juffrouw Rita
schudde verward met haar hoofd.
‘Omdat Walter en
Sabine niet meer meedoen met de luizencontrole.’
‘How, how, in
plaats van weg te lopen zou je jezelf ook eens bereid kunnen vinden om met een
expert van de GGD en de luizenouders om de tafel te gaan zitten om samen een
oplossing te zoeken voor jouw probleem.’
‘Je bent toch
niet doof Rita; ik zeg je net dat ik geen luizenprobleem meer heb.’
‘Dus Walter en
Sabine doen morgen gewoon mee met de luizencontrole?’
‘Nee, natuurlijk
niet.’
‘Dat kun je echt
niet maken Thea!’
‘Bel maar naar de
vertrouwensarts van De Wielewaal. Jojanneke heet ze. Of anders naar mijn
huisarts of naar het consultatiebureau. Ik heb ze allemaal gehad. Iedereen weet
dat Walter en Sabine al tientallen malen onterecht door mij met Luizafix
behandeld zijn, omdat ik me iedere keer opnieuw gek liet maken door een groepje
psychopathische luizenouders die mij een luizencomplex aan wilden praten. Mijn
kinderen hebben geen luizen en zodra ze wel luizen hebben dan beginnen ze
waarschijnlijk wel te krabben en te klagen over jeuk op het hoofd. Tijd genoeg
om ze vervolgens alsnog met Luizafix te behandelen. Klaar, punt, uit.’
‘Toen mijn
kinderen in hun basisschooljaren weleens luizen hadden; waste ik gewoon hun
haren. Luizen hebben is geen schande hoor’, bazelde juffrouw Rita
onverschrokken.
Confuus trachtte
Thea om de onnozele blik van de schooljuffrouw tegenover haar te doorgronden.
Zou domheid dan toch onbeperkt zijn bij beperkte mensen? En dan te bedenken dat
juffrouw Rita de betere helft was van een duo met Juffrouw Siepie. Thea had nog
wel al de kaarten van Sabine voor dit schooljaar op juffrouw Rita gezet. Wat
had Thea nog te verliezen voor het geval dat juffrouw Rita echt zo imbeciel was
als ze zich nu voordeed? Niet haar geduld, want dat was ze al kwijt.
‘Dus jij wilt
beweren dat niemand, behalve ik,
problemen heeft met luizen?
‘Precies, Thea.’
‘Waarom is er dan
luizencontrole?’
‘Omdat luizen
zich heel snel vermenigvuldigen om vervolgens zo vlug mogelijk op verse
kinderhoofdjes nieuwe kolonies op te richten.’
‘Ja, nou? En?
Luizen hebben is geen schande zeg je net.’
‘Nee, maar ze
kriebelen wel.’
Juffrouw Rita
harkte met gekromde vingers van beide handen door haar kapsel tegen de
symptoomjeuk.
‘Waarom hebben
Walter en Sabine dan nooit jeuk op hun hoofd?’
‘Dan zullen ze
wel geen luizen hebben’.
Vertwijfeld rolde
Thea met haar ogen en hief haar armen naar de hemel onder begeleiding van een
hopeloze uitroep:
‘Maar ik krijg
wel na elke controle luizenalarm!’
‘Ja, daar zou ik
ook niet goed van worden’, bekende juffrouw Rita plompverloren.
‘Jij zegt het.
Zie hier de reden waarom mijn kinderen geen deel meer nemen aan de
luizencontrole.’
‘Ja, en dat kan
dus niet.’
‘Ze kunnen ook
geen luizen hebben.’
‘Ja, maar ze
moeten wel meedoen aan de luizencontrole.’
‘Van wie?’
‘Dat is
verplicht’.
‘Kijk en daar zit
je fout, Rita.’
‘Vraag jij je
nooit af wat jouw typische gedrag met jouw kinderen doet?’
‘Mijn typische
gedrag? Ik ben wie ik ben en dat is voor altijd de moeder van mijn kinderen. Ik
doe niemand kwaad.’
‘Jawel, je doet
Sabine kwaad’, beweerde juffrouw Rita wreed.
‘Waarmee? Dus jij
wilt mij wijsmaken dat mijn persoonlijkheid schadelijk is voor mijn dochter?’
‘Nee, natuurlijk
niet. Maar Sabine wil gewoon graag meedoen. Dat bleek vorig schooljaar
bijvoorbeeld des te meer tijdens de barbecue ter gelegenheid van het afscheid
van meester Joep.’
‘Wat bleek toen
des te meer?’
‘Dat Sabine
gewoon mee wil doen met de rest.’
‘Dat mag ze toch
van Bart en mij?’
‘Nou.’
‘Wat nou?’
‘Ze was alleen!
Bart en jij waren nergens te bekennen!’
‘Er zijn grenzen,
Rita. Je zit op het randje. Sabine was niet alleen op de barbecue. Ik ben ook
geweest. Niet lang, omdat ik niet welkom was, maar dat heeft de pret voor
Sabine niet mogen drukken. Hoewel, achteraf was het toch wel een deceptie voor
Sabine. Die barbecue.’
‘Ja logisch, dat
komt omdat jij negativiteit uitstraalde. Zo’n kind voelt aan dat jij je
inbeeldt dat je niet welkom bent. Hoe kom je bij die onzin? Alle ouders zijn
voor het team van De Wielewaal gelijkwaardig. We kunnen moeilijk alleen voor
jou de rode loper uitrollen.’
‘Nee, dat snap
ik, maar je mist een grijs gebied tussen een koninklijke ontvangst en een botte
afwijzing. Trouwens hoe weet jij dat ik negativiteit uitstraalde? Net beweer je
nog dat ik in geen velden of wegen te bekennen was? Heb jij mij soms ook expres
lopen negeren op die barbecue?!’
Met een
ontwijkend antwoord wist juffrouw Rita ternauwernood te ontkomen aan haar
ontmaskering.
‘Ja, maar lieve
Thea het gaat hier toch niet om jou, maar om de kinderen?!’
‘Juist. Nou
zouden Bart en ik onze kinderen graag op eigen wijze het verschil willen
bijbrengen tussen hartelijke gastvrijheid en onbeschoft onwelkom worden
geheten. Tussen iemand dulden en een ander accepteren. Tussen afwijzen en
omarmen. Of zijn Bart en ik naar jouw oordeel soms niet bevoegd om onze
kinderen naar eigen maatstaven op te voeden?’
‘Ja, maar wat nou
als die maatstaven afwijken van de waarden en normen van de meerderheid?’
Juffrouw Rita nam
haar leesbril van haar mopneus, kneep haar fletse ogen al filosoferend tot
spleetjes en sabbelde op het uiteinde van een montuurpootje.
‘Zolang Bart en
ik niet strafbaar zijn, staan we volledig in ons recht’, antwoordde Thea
lacherig, omdat ze moeite had om de diepzinnige wending van de conversatie
serieus te nemen.
‘Sta je er
weleens bij stil hoe moeilijk dit voor Sabine moet zijn?’, hield juffrouw Rita
stug vol.
Tot aanstoot van
Thea:
‘Luister eens,
beste Rita; ik heb niet om deze samenkomst gevraagd. Dat was jij. Wat wil je
nou dat ik doe? Zullen Bart en ik Sabine dan maar vrij geven ter adoptie voor
de opperouders?’
‘Van de wie?’
Afgeleid fronste
juffrouw Rita haar borstelige wenkbrauwen.
‘De opperouders’,
herhaalde Thea met tegenzin.
Thea had het idee
dat ze uit schaamte beeldsprakig kromp tot het passende formaat voor de
kinderstoeltjes in het klaslokaal van groep 7. Gevangen wendde ze haar hoofd
af. De handen aan de gekruiste armen voor haar borsten omklemden haar
schouders.
‘Wie zijn dat?’,
wilde juffrouw Rita op strenge toon weten.
Haar leesbril
vouwde ze ineen op het tafelblad van het bankje tussen hen in. Haar handen
plantte ze behoedzaam in haar schoot, om daarna als een speer een onderzoekende
kin in de lucht te steken waardoor juffrouw Rita aan een stokstaartje deed
denken. Voor Thea reden temeer om de rode draad van haar cynisme weer op de
pakken.
‘De opperouders
is een verzamelnaam voor de dwingende meerderheid op De Wielewaal. Het is de
kudde; het is veel geblaat en weinig wol, kouwe kak en middelmaat. Want
middelmaat siert de straat.’
‘Nou, nou, poeh,
poeh. Hoogmoed komt voor de val, Thea. Wat een negatieve kijk op mensen ook. Ik
laat me niet verzuren door jouw cynisme. Als ik jou moet geloven dan zou ik
depressief worden. Zo kan ik toch niet werken? Ik ben een mensenmens.’
‘Dan laten we het
hier toch bij?’, stelde Thea luchtig voor, omdat ze vreesde dat de neerwaartse
spiraal van de conversatie op de bodem van de echoput zou eindigen.
‘Wie geeft er
juffrouw Rita met alle liefde een corrigerende tik?! Ik,ik,ik!’
‘Maar ik vind wel
dat we fijn gepraat hebben en eruit gekomen zijn’, vond juffrouw Rita, terwijl
ze de deur achter zich afsloot.
‘Uit het lokaal
bedoel je?’, gniffelde Thea ontwijkend en ze dook weg in de holle gangen van
het verlaten gebouw van De Wielewaal die ze gewoontegetrouw zo snel mogelijk
probeerde te doorlopen.
‘Heb je haast?!’,
hijgde juffrouw Rita.
Ze liep met haar
op tot aan de poort van het speelplein.
‘Toch, mag ik je
wel’, bekende ze, terwijl Thea de hand reikte en vervolgens te hard drukte.
Alsof ze alsnog
houvast zocht, die Thea uit wraak wegwuifde.
‘Laat dat de
opperouders maar niet horen’.
Met dit afscheid
omzeilde Thea een leugen. Want dat zou een tegemoetkoming aan de sympathiebetuiging van juffrouw Rita wel
geweest zijn. Door de bank genomen wist Thea de mensen om haar heen redelijk
goed in te schatten. Maar in juffrouw Rita had ze zich vergist. Sowieso zijn de
stabiele mensen in het leven van Thea aan de vingers van één hand te tellen.
Aangevuld met legio onderhoudende pioniers en charmante zwalkers die in de loop
van de jaren, af en aan, in de belevingswereld van Thea kwamen bijtanken. De energieboost. Weer uitgerust
voor het zoveelste gevecht tegen de grijze massastroom in. De constante strijd
met de alleen heerschappij van de meute. Met juffrouw Rita aan de zijlijn.
Buiten de groep alwaar het echte leven aan juffrouw Rita voorbijtrok als een
carnavalsoptocht waarvoor zij de gepaste maskerade miste. Juffrouw Rita vond
Thea leuk en aanvankelijk ook andersom. Wederzijdse platonische
aantrekkingskracht. Maar Thea was niet bang voor emoties en durfde blindelings
op haar gevoelens te vertrouwen. Anders dan juffrouw Rita die zich door de
kudde had laten verleiden tot verraad aan zichzelf. Haar bizarre, bijna pedante
opstelling tijdens het luizengesprek met Thea verhulde immers een dieper
liggend dilemma. Zonder woorden liet Juffrouw Rita doorschemeren dat ze niet meer met die hele
affaire van voor de zomervakantie geassocieerd wilde worden. Hoe succesvol de
uitvoering van het afscheidslied voor meester Joep door groep 6, mede door
toedoen van de inspanningen van juffrouw Rita, ten langen leste ook geweest
was. Juffrouw Rita trok openlijk haar handen van alle betrokkenheid bij
Tirannieke Thea af. Dat ze zich daarmee tegelijkertijd ook voorgoed
distantieerde van een eventuele speciale band met Sabine en haar moeder was
jammer, maar helaas. Als het niet kon zoals het moest, dan moest het maar zoals
het kon. Inmiddels was Thea haar zelfmedelijden voorbij. Zo kon ze ook meteen
afstand nemen van het heersende Calimerogedrag alom. Die houding liep
uiteindelijk toch alleen maar uit op een besmettelijke hoop gezeur met als
gevolg een onoverzichtelijke groei van hypochonders; niet te onderscheiden van
ouders en leerkrachten van kinderen die echt een steuntje in de rug kunnen
gebruiken.
Want Walter en
Sabine hadden de dag na het gesprek van Thea met juffrouw Rita geen
aanmoediging nodig tot weigering van deelname aan de grootscheepse eerste
luizencontrole van het nieuwe schooljaar op De Wielewaal. Los van elkaar
stonden de kinderen van Bart en Thea simpelweg geen van tweeën op na een oproep
van de juf Rita in de groep van Sabine en van juffrouw Marijke in klas van
Walter.
‘Zeg schiet jij
eens gauw op’, maande de laatstgenoemde juffrouw haar koppige leerling Walter
aan.
Walter verroerde
geen vin op zijn vaste plekje in het klaslokaal van groep 6. Wel bleef hij
juffrouw Marijke heel toegenegen aankijken.
‘Kom op Walter!’,
sommeerde Jan Doedel.
Jan Doedel was
het opperhoofd van het luizenconglomeraat en de vader van Pepijn. Pepijn Doedel
was het klasgenootje van Walter dat nog niet zo lang geleden, naar eigen
zeggen, meer dan 100 luizen had. Zijn 2 jongere broertjes Diederick en Wilfried
waren ook besmet. Desondanks had Jan Doedel zich geroepen gevoeld om Thea in een haatmailtje
de luizenwacht aan te zeggen. Bart ontplofte bijna en stond te popelen om de
confrontatie met Jan Doedel aan te gaan. Thea had hem ternauwernood kunnen
tegenhouden. Ze sprong niet in de bres voor Jan Doedel, maar hoopte een
veroordeling van Bart wegens mishandeling te voorkomen door de razernij van
haar man in de kiem te smoren.
Bart kalmeerde en
daarom kon Jan Doedel op die donderdag na het gesprek van Thea met juffrouw
Rita als vanouds ongeschonden de coördinatie van het luizengebeuren voortzetten
en redelijk fier van Walter eisen dat hij opstond om zich bij de eerstvolgende
controlegroep te voegen.
‘Ik mag niet van
mijn vader’, wist Walter kalm.
Juffrouw Marijke
liet Jan Doedel met een subtiele knipoog en sussende tuitlipjes woordeloos
weten dat als de bewering waar was, dat het dan okay was om Walter met rust te
laten. Jan Doedel liet zich heel makkelijk overhalen. Na de opmerking van Walter herinnerde hij zich
misschien wie de vader van deze eigenwijsneus ook weer was. Een onberekenbare
grofbek in de ogen van Jan Doedel. Getrouwd met dat hysterische wijf.
Tirannieke Thea aan wie hij via de mail een reprimande had gestuurd. Vanuit
zijn functie als luizencoördinator welteverstaan. Desondanks had de vader van
Walter het nodig gevonden om onnodig fel naar hem uit te halen in een reactie.
Ook weer via de mail, terwijl hij - Jan
Doedel – in zijn functie als luizencoördinator – alleen maar zijn werk had
gedaan.
Tevergeefs dus.
Het eigenwijsneusje won een uitzonderingspositie en hoefde niet deel te nemen
aan de luizencontrole. Jan Doedel en juffrouw Marijke wisselden nog wel een
blik van verstandhouding. Walter was echter niet blind. Het oogcontact tussen
de beide volwassenen gaf de 9jarige jongen het idee dat zijn vader en moeder
onuitgesproken belachelijk werden gemaakt. Zowel Bart als Thea konden Walter
hierin achteraf jammer genoeg geen ongelijk geven.
Sabine viel wat
minder op achter in de plofgroep 7. Juffrouw Rita kneep letterlijk en
figuurlijk een oogje toe toen Sabine zich niet in de rij naar de luizencontrole
voegde.
‘Kom nou?!’,
wenkte Zarah nog.
Zarah zoals ze 3
jaar geleden was. Zonder hoofddoek. Bruisend, bijdehand, goedlachs, loyaal en
met een giga bos wilde zwarte krullen die haar frisse, open, getinte smoeltje
slordig omlijstte als metafoor voor een sprankelende en tegelijkertijd
kwetsbare rebellie tegen haar volwassen voorland van zelfbeperking.
‘Ik ga niet’,
articuleerde Sabine geluidloos.
Zarah las de
lippen van Sabine en berustend schikte ze zich in de rij op weg naar de
luizencontrole in de docentenkamer. Op de terugweg naar haar plaats ergens in
het midden van het plofklaslokaal week ze uit naar Sabine. Als het goed was dan
werkte Sabine juist aan haar weektaak.
‘De moeder van
Mathilde heeft weer over jou geroddeld’,
begon ze, terwijl ze haar elleboog in het centrum van de bank en in het midden
van het werkboek van Sabine plantte ter ondersteuning van haar spitse kin in de
kom van haar hand.
‘Zarah ga eens
naar je plaats!’, gebood juffrouw Rita die aan haar lessenaar aan het hoofd van
de klas van haar nakijkwerk op schrok.
‘Ja maar de
moeder van Mathilde zei dat Sabine een luizenkind is en dat ze van haar ouders
niet mee mag doen met de luizencontrole, omdat ze anders op luizen betrapt gaat
worden.’
De meeste
kinderen uit de plofklas 7 waren nog niet terug van de luizencontrole, maar de
aanwezige toehoorders spitsten de oortjes.
‘Wat zeg jij nou,
Zarah?’, vroeg juffrouw Rita streng.
‘Ik zei dat de
moeder van Mathilde zei dat Sabine een luizenkind is en dat ze van haar ouders
niet mee mag doen met de luizencontrole, omdat ze anders op luizen betrapt gaat
worden’, herhaalde Zarah welwillend.
‘Dat heb je vast
verkeerd gehoord’, beweerde juffrouw Rita met een uitgestreken gezicht.
‘Nee, hoor en het
is ook niet de eerste keer dat de moeder van Mathilde tegen mij over de luizen
van Sabine praat. Een andere keer zei de moeder van Mathilde ook al tegen mij
dat ik beter niet meer met Sabine af moest spreken, omdat Sabine luizen heeft en
ik ze ook van haar zou over krijgen als ik met mijn haar dicht bij het hoofd
van Sabine in de buurt kom.’
‘Ik heb helemaal
geen luizen’, protesteerde Sabine luidkeels.
‘Kom eerst maar
eens uit de buurt van Sabine op je eigen plaats zitten Zarah’, gebood juffrouw
Rita meedogenloos.
Alsof juffrouw
Rita uit zichzelf nog van plan was om de moeder van Mathilde aan te spreken op
haar laster. Als het aan juffrouw Rita lag dan had het hele voorval niet plaats
gevonden. De bal lag weer bij Thea en zij kon dit schot voor open doel niet aan
zich voorbij laten gaan. Waar bleef juffrouw Rita nou met haar positieve
mensbeeld? Tussen de middag gaf Thea even een belletje naar De Wielewaal met de vraag wat de goede bedoelingen van de
moeder van Mathilde in deze luizenkwestie dan wel niet geweest konden zijn naar
het menslievende inzicht van juffrouw Rita? Zo 1,2,3, was juffrouw Rita
nochtans niet in staat om een pasklaar antwoord te geven op de brandende vraag
van Thea. Ze zou het één en ander navragen en dan zo snel mogelijk op de
aangelegenheid terugkomen. Maar nu even niet, want juffrouw Rita had
middagpauze. Juffrouw Rita moest bijkomen; een hapje eten en zich mentaal
voorbereiden op nog een hele middag voor de plofklas. Voor het geval Thea mocht
denken dat Sabine de enige was met obstakels op De Wielewaal.
’s Avonds ging de
vaste telefoon. Bart zat het dichtst bij de geluidsbox waarop een antiek
telefoontoestel in zwart bakeliet stond en nam de zware hoorn van de haak. Het
duurde niet lang voordat Thea in de gaten had wie Bart aan de andere kant van
de lijn had.
‘Ja, nee dat
klopt. Daar weet ik van. Nee, niet van Thea. Dat heeft Sabine mij zelf verteld
en om heel eerlijk te zijn vind ik het Godgeklaagd dat een ouder van een ander
kind door De Wielewaal in staat wordt gesteld om mijn dochter zwart te maken.
Dat zo’n luizenmoeder de kans krijgt om twee vriendinnetjes uit elkaar te
drijven.’
Voor een paar
tellen drukte Bart zijn lippen opeen alsof hij zijn adem inhield en wachtte
ongeduldig af. De mollige hoorn hield hij tegen zijn wang met een opgetrokken
schouder in positie, zodat hij zijn handen vrij hand om met de
afstandsbediening het geluid van televisie zachter te zetten. Rusteloos hervatte
hij zijn felle reactie.
‘Dat is dus wel
de verantwoordelijkheid van De Wielewaal. En u kunt wel vinden dat ik onnodig
boos doe, maar ik vind dat u onnodig schooljuffrouwachtig tegen mij doet
juffrouw Rita.’
Nou zei juffrouw
Rita weer iets dat niet in goede aarde viel bij Bart. Hij ging rechtovereind
zitten in zijn relaxstoel en nam de ouderwetse hoorn van de telefoon weer ter
hand. Het spreekgedeelte hield hij pal voor zijn mond, terwijl hij zijn visie
op de zaak onnodig hard verkondigde:
‘Nee, ik wil van
u weten wat u gaat doen om dit luizencontroleprobleem op te lossen?’
Hierna veranderde
de gezichtsuitdrukking van Bart van geërgerd in verbouwereerd. Hij keek Thea
met grote ogen aan en riep ongelovig uit:
‘Wat heeft u
gedaan?’
Overdonderd
lastte Bart een adempauze in. De slagader in zijn nek stond andermaal op
klappen. De zwaarlijvige hoorn van bakeliet liet hij een paar seconden op zijn
schouder rusten. Niet lang daarna toeterde hij in het spreekgedeelte:
‘Dus u hebt aan
de moeder van Mathilde gevraagd of ze tegen Zarah gezegd heeft dat Sabine een
luizenkind is en dat Sabine van haar ouders niet mee mag doen met de
luizencontrole, omdat ze anders op luizen betrapt gaat worden?’
‘Dat heeft u aan
de moeder van Mathilde gevraagd? Of ze dat stiekem tegen Zarah gezegd heeft?’,
exalteerde Bart.
Hij fratste naar
Thea en zij grimaste terug.
‘En toen zei ze
nee? Raar hè!? Zou ik ook zeggen als ik de moeder van Mathilde was.’
Ineens stond Bart
even op van zijn relaxstoel.
‘Wat gaat u
doen?!’
Hij ging weer
zitten en vroeg nog eens:
‘Wat gaat u
doen?!’
En tot besluit:
‘Nou sorry hoor,
maar dit vind ik schandalig.’
Met een knal
smeet Bart de hoorn op het vintage telefoontoestel. De verbinding was
verbroken.
‘Wat gaat ze
doen?’
Thea kon zich
helemaal niets voorstellen bij de
abnormale agitatie van Bart totdat de ware reden haar ter oren kwam. Voor het
zover was moest Bart eerst stoom afblazen.
‘Ze zijn helemaal
gek daar op De Wielewaal! Compleet gestoord!’, tierde hij.
Hij schreeuwde
tegen de antieke telefoon alsof ze hem op die manier op De Wielewaal konden
horen.
‘Wat gaan ze doen
dan?’, spoorde Thea haar man tot uitsluitsel aan.
Hoe langer hoe
ongeduldiger
‘Juffrouw Rita is
van plan om Zarah aan een kruisverhoor te onderwerpen teneinde de waarheid
boven water te krijgen’, verkondigde Bart op spottende toon.
Thea snakte naar
zuurstof.
‘Hoezo, de
waarheid boven water krijgen?’
‘De moeder van
Mathilde zegt dat Zarah liegt’.
‘Hè?’
‘Daarom zeg ik;
ze zijn helemaal gek daar op De Wielewaal.’
‘Dus dan zou
Zarah uiteindelijk overal de schuld van krijgen?’
‘Tja, lekker
makkelijk toch?’
Voor de tweede
keer die avond zakte Bart onderuit in zijn relaxstoel. Zijn gelaatstrekken
hadden zich terug ontspannen en de slagader in zijn nek sprong er niet meer
bijna uit. Hij zag er ineens uitgeblust uit, maar dat weerhield Thea er niet
van om alsnog op haar beurt vlam te vatten.
‘Dat kan toch
niet zomaar?!’
‘Kennelijk wel
dus’.
Gelaten greep
Bart naar de afstandsbediening en drukte het geluid bij de bewegende beelden op
het televisiescherm vlak voor zijn neus weer aan.
‘Dat laten we
toch niet over onze kant gaan, kom op Bart.’
Vol ironie vond
Bart de blik van zijn vrouw en imiteerde met hoge stem de voor de hand liggende
mening van de opperouders:
‘Nou, nou, niet
zo militant, Tirannieke Thea.’
Op slag wist Thea
wat haar te doen stond.
‘Ik ga een klacht
indienen.’
‘Succes’,
schamperde Bart.
‘Nee, maar dit
keer echt.’
‘Weet waar je aan
begint. Nee, maar serieus Thea, de afwikkeling van een officiële klacht kan
zich jaren voortslepen. Nog even los van de kosten.’
‘We hebben toch
rechtsbijstand?’
‘Ik heb het niet
alleen over geld, maar ook over psychische druk. En waarvoor? Wat wil je dan
bereiken? Schade vergoeding? Waarvoor?’
‘Ik wil in het
gelijk gesteld worden’.
Ter illustratie
balde Thea de vuisten. Als ze niet gezeten had dan zou ze ook nog gestampvoet
hebben.
‘Dat is logisch,
maar willen we over 4 jaar nog in het gelijk gesteld worden? Dan zitten onze
kinderen al op de middelbare school. Wat kan ons die hele Wielewaal dan nog
schelen? Je moet het zelf weten Thea, maar ik zit niet te wachten op jaren
ellende van allerlei gerechtelijke procedures met uiteindelijk als resultaat
een platte, officiële verontschuldiging van de leiding van de basisschool van
onze kinderen. Als we geluk hebben, want waarschijnlijk gebeurt er uiteindelijk
helemaal niks.’
‘Dat weet ik ook
wel; maar alle andere mogelijkheden heb ik al gehad. Jojanneke de
vertrouwensarts, Jade de interne coördinatrice en Willy Bakbruin de directrice
van De Wielewaal. Misschien moet ik dan maar stukje naar de krant schrijven. Of
naar ‘Het Hart van Nederland’, vond Thea wraaklustig.
‘Ja, nee,
publiciteit in de vorm van media-aandacht; dat gaat onze kinderen ten goede
komen!’, hoonde Bart.
Het bezwaar van
Bart was legitiem. Toch bracht het slechte idee van Thea haar bij de volgende
gedachtesprong.
‘O, wacht eens
even, nou heb ik een plan!’
‘Eureka,
Eucalypta’, grijnsde Bart.
‘Ik ga een klacht
verpakt in een kennisgeving indienen bij de regionale megastichting waarbij De
Wielewaal is aangesloten. Schriftelijk.’
Thea had haar
plan getrokken, daarvoor kende Bart haar goed genoeg. Het kwaad was al geschied
als het ware.
‘Ja, joh, wat kan
het schelen; we hebben op De Wielewaal toch al de reputatie dat we
klokkenluiders zijn.’
’Daarom en al
kost het me de hele nacht, maar ik ga mijn hart luchten. Het emailadres van de
directeur van de stichting staat in de schoolgids. Ik stuur mijn verhaal
rechtstreek naar hem. En ik doe 2 afschriften aan de vertrouwensarts Jojanneke
en aan Willy Bakbruin de directrice van De Wielewaal toekomen. Zo weten zij ook
waar ze aan toe zijn. Ik wil niemand in de rug aanvallen’, kondigde Thea
strijdvaardig aan.
‘Dan wens ik je
veel werklust toe, want ik ga naar bed’, gaapte Bart weinig bemoedigend.
Evengoed was Thea
veel te opgewonden om zich door het late avonduur van haar sluitstuk te laten
brengen en men moet het ijzer smeden als het heet is.
Geachte directeur
van de stichting regionale openbare basisscholen,
Betreft: De
dictatuur van de bekrompen ouders.
Op de basisschool
(De Wielewaal) van onze kinderen (inmiddels 9 en 10 jaar) worden wij – de
ouders – constant gewezen op het belang van participatie. Er is een tekort aan
ouders bij de ouderraad; er leeft een permanente behoefte aan hulp- en
klassenouders en er is zelfs een schoolfonds in het leven geroepen. Een
bodemloze put waarin ouders zoveel geld kunnen storten als ze maar willen ter
bekostiging van allerlei noodzakelijke klusjes waarvoor de schoolleiding zelf
niet genoeg financiële middelen in kas heeft. Wij betalen toch belasting zou je
denken, maar het onderwijs zit op alle gebieden in zwaar weer met als
hoofdoorzaak continu een gat in de begroting. Kortom, op de basisschool van
onze kinderen kunnen de – betaalde – leerkrachten wel wat – onbetaalde – hulp
gebruiken. Daar komt nog bij dat veel leerkrachten kampen met een slechte
weerstand en daardoor met de regelmaat van de klok met ziekteverlof gaan.
Hierdoor moeten weer de nodige invalkrachten worden ingewerkt. Vermits er
überhaupt oproephulp beschikbaar is! Want dat is ook maar afwachten geblazen
met die docenten schaarste van de laatste jaren natuurlijk. Hoe dan ook; in
alle gevallen is en blijft ouderhulp enorm belangrijk! Want er zijn ook nog de
sportdagen waarbij ouderparticipatie onontbeerlijk is. En de buitenschoolse
activiteiten niet te vergeten. Ook bij deze schoolse bedrijvigheden vallen de
hulpbehoevende leerkrachten onwillekeurig toch steeds weer terug op de ouders
die voor elke gelegenheid in staat worden geacht om de kroost te brengen naar
en te halen van uiteenlopende bestemmingen. Voor het verlenen van de ouder
taxiservice is een veilige auto – liefst geen occasion - wel een basis
vereiste.
In ruil voor de
genoemde vrijwillige diensten – en meer - wil het onderwijzend personeel van de
basisschool van mijn kinderen dan wel les geven aan een groep. Uiteraard
eveneens niet zonder medewerking van de ouders, want een kind moet thuis
overhoord worden. Er dienen topotoetsen geleerd, werkstukken gemaakt en
niveautestjes gedrild te worden. Oefening baart immers kunst en zonder huiswerk
kan een kind – hoe intelligent ook – tegenwoordig niet meer meekomen met de
groep en zoiets behoort – wederom met hulp van de ouders uiteraard – te allen
tijde voorkomen te worden.
Deze
ouderparticipatie vergt nogal wat goede samenwerking tussen ouders die
onderling misschien niets meer met elkaar gemeen hebben dan een kind in
dezelfde leeftijdsklasse en mogelijk – liefst - dezelfde woonwijk. Daarom zou
een leerkracht met supervisie over de gewenste ouderparticipatie ideaal zijn.
Deze droomleerkracht bestaat echter niet, omdat alle onderwijzeressen en
onderwijzers het veel te druk hebben met de onvermijdelijk grote groepen waar
ze door de crisis op de basisscholen nu al jaren dagelijks noodgedwongen mee te
kampen hebben. De tijd ontbreekt simpelweg. Gevolglijk heeft niemand grip op
wat ik de dictatuur van de bekrompen ouders zou willen noemen. Daarmee doel ik
op het absolutisme van de zogenaamd goedbedoelende ouder die altijd met zijn of
haar neus voorop staat. De quasi altruïstische, alwetende vader of moeder die
’s morgens voor lestijd geheid met de leerkrachten over het eigen kind en
verder over vanalles en nog wat – soms zelfs over mijn kinderen - staat te oreren. Zo’n leutige papa of mama
die steevast op de school van mijn kinderen te vinden is, die zich overal mee
bemoeit en die er in de regel geen al te ruimdenkende ideeën op nahoudt.
Op de basisschool
van mijn kinderen is geen leerkracht tegen dit type bekrompen ouder opgewassen.
Een uitzondering daargelaten; een dappere Dodo die dan ook meteen met kop en
schouders boven de rest van het onderwijzend personeel uitsteekt. Gevolglijk wordt
de sfeer op De Wielewaal volledig bepaald door een clubje, weinig inspirerende
hangouders. Samen met de gehersenspoelde leerkrachten gaan zij wel heel
makkelijk voorbij aan het feit dat er ook ouders bestaan die op schooldagen van
hun kinderen moeten werken voor hun boterham, waardoor zij geen mogelijkheid
hebben om iedere keer maar op te komen draven zodra het onderwijzend team in
conclaaf met ‘de opperouders’ dat betaamt. Ook houden niet alle onbelangrijke
ouders er per definitie dezelfde benepen waarden en normen op na als de
opperouders. Denkbeelden die de enkeling, onder de dictatuur van de
opperouders, op De Wielewaal geacht wordt voor zich te houden.
Zo werd ik – een
thuiswerkende moeder van 2 kinderen – in de eerste week van dit nieuwe
schooljaar aangesproken door juffrouw Rita van mijn dochter (10 jaar), omdat
zij een afspraak met mij wilde maken voor een gesprek onder 4 ogen. Ik had
namelijk al voor de zomervakantie – dus ver in het vooruit - aangegeven dat mijn kinderen - Sabine (groep
7/ juffrouw Rita en juffrouw Siepie) en Walter (groep 6 van juffrouw Marijke)
van mij niet meer naar de luizencontrole hoefden. Controle op hoofdluis vindt
op De Wielewaal namelijk gewoonlijk na iedere schoolvakantie plaats en ik krijg
al jaren aan een stuk telkens opnieuw, onafgebroken, onterecht luizenalarm met
betrekking tot mijn kinderen. Het viel juffrouw Rita op dat ik zo negatief was
over die onbaatzuchtige, fijngevoelige luizenouders. Ik vrees dat ik dezelfde
luizenouders toch in een heel ander licht heb leren kennen dan juffrouw Rita en
ik heb in de afgelopen schooljaren al veel te veel tijd verloren aan oeverloze
discussies met deze irritante mensen. Ze werken niet zozeer op mijn zenuwen
omdat deze luizenouders bij iedere luizencontrole weer, telkens slechts, maar 1
luis bij zowel mijn zoon als dochter – afzonderlijk – zeggen aan te treffen en
daar dan vervolgens onnodig veel ophef over maken, maar ze halen wel het bloed
onder mijn nagels vandaan door de manier waarop zij mijn kinderen vervolgens op
hun vermeende luizen aanspreken en ze zo de dupe laten zijn van de onkunde van
volwassenen. Lees hieronder een willekeurige greep uit een arsenaal aan
lukrake, denigrerende opmerkingen van de luizenouders tegen mijn kinderen
tijdens de luizencontrole:
‘Je hoeft je niet
te schamen voor hoofdluis hoor’ en;
‘Hoe vaak wast je
moeder jouw haar eigenlijk?’ of;
‘O, jee, nou
hebben je vader en moeder vast ook hoofdluizen!’ en wat dacht u van;
‘Jawel hoor
Sabine je hebt – alweer – hoofluis En je broertje Walter ook hoor ik net van
een andere luizenouder. Nou, dan zal je moeder wel weer over de rooie gaan!’
En nu we toch op
alle slakken zout aan het leggen zijn wil ik ook niet onvermeld laten dat zowel
Walter als Sabine in haatmailtjes die direct aan ons – de ouders – gericht zijn
worden aangewezen als luizenbron van De Wielewaal, omdat ze buiten de wijk wonen.
Kleinerende op en aanmerkingen, zoals bijvoorbeeld de onderstaande
discriminerende uitspraak, zijn typerend voor de manier waarop de opperouders
hun ideefixen gewetenloos aan ons – de papa en mama van Sabine en Walter – voorgeleggen
‘Vermoedelijk
ligt de oorzaak van de luizen van Walter en Sabine bij de kinderen uit jullie
wijk – niet van De Wielewaal dus - waar ze thuis mee spelen en die
waarschijnlijk wel permanent hoofdluis hebben.’
Vanaf het begin
is de directrice - Willy Bakbruin – van De Wielewaal op de hoogte geweest van
het verloop van de hele discussie. En daar blijft het bij. Het luizenprobleem
wordt gewoon steeds weer naar mij terug gespeeld. Voor mij reden genoeg om mijn
kinderen niet meer aan de luizencontrole te laten deelnemen. Sinds het
allereerste gekmakende luizenalarm controleer ik mijn kinderen iedere dag. Soms
vind ik weleens 1 dode luis of een uitgedroogde neet, maar Walter en Sabine
hebben nog nooit luizenkolonies of een netenplaag in hun kapsels gehad. Dus nog
nooit een meervoud van 1 gevelde luis of gestorven neet. Om niet compleet door
te draaien van dat hele luizengedoe, behandel ik de haren van mijn kinderen
tegenwoordig schooldagelijks met Luizafix preventief spray. Verder wens ik niet
meer met de constante luizenrompslomp van De Wielewaal geconfronteerd te
worden.
Maar niet als het
aan juffrouw Rita van mijn dochter ligt. Het ‘gesprekje’ dat juffrouw Rita van
mij vroeg werd een kinderachtig ja/nee spelletje van bijna 2 uur, waarin ik me
nogal gepasseerd voelde. Ik ben niet gehoord en werd duidelijk op het matje geroepen.
In het nauw gedreven moest ik bijna mijn bestaan in het leven van mijn kinderen
verdedigen ten opzichte van juffrouw Rita en daarmee tegen de dictatuur van de
bekrompen ouders.
Misschien wilde
ik zelf luizenouder worden?
Ik dacht het
niet.
Of ik bereid was
om met een expert van de GGD en de luizenouders van De Wielewaal om de tafel te
gaan zitten om gezamenlijk een luizen verdelgingsactieplan te bedenken?
Bied me maar een
maandsalaris.
Of ik niet een
veel te negatieve kijk heb op de mensheid in het algemeen en de luizenouders in
het bijzonder?
Op te goed van
vertrouwen kun je geen toekomst bouwen.
Het gesprek van
woensdag 4 september (van 12.30 tot 14.30 uur) heb ik dan ook volkomen suf
geluld achter me proberen te laten, totdat het beste vriendinnetje van mijn
dochter - laten we haar meisje X noemen
uit respect voor haar privacy – tijdens een luizencontrole het volgende van een
luizenouder over mijn dochter Sabine te horen kreeg:
‘Trek jij nog
steeds met die Sabine op, terwijl ik je de vorige keer ook al voor haar
gewaarschuwd heb? Sabine heeft dus echt wel constant luizen. Daarom mag ze van
haar ouders niet meer aan de luizencontrole deel nemen. Om niet op luizen
betrapt te worden!’
Het mag duidelijk
zijn dat de betreffende luizenmoeder zich niet kan vinden in kritiek op haar
onderzoekskwaliteiten en dat zij zich persoonlijk aangevallen voelt door het
besluit van mijn man en mij om Sabine (en Walter) van de luizeninspectie weg te
houden. Uit frustratie probeert ze daarom maar kwaad bloed te zetten bij het
beste vriendinnetje (10 jaar) van onze dochter. Als men deze luizenmoeder en
haar medestanders moet geloven dan is Sabine, als gevolg van een – weloverwogen
- beslissing om onze kinderen weg te houden van de luizencontrole, dus voor
altijd en eeuwig een luizenkind. Helaas voor deze luizenmoeder staat de status
van Sabine vast in groep 7 en vindt meisje X de betreffende luizenmoeder met
recht een luizenmoeder. Ze doet haar functie eer aan en bakt er niet veel van.
Aldus meisje X. Zij blijft dan ook gewoon het beste vriendinnetje van Sabine.
Honderd punten voor meisje X.
Uiteraard heb ik
deze meest recente ontwikkelingen in de luizenzaak meteen aan juffrouw Rita
doorgespeeld. Al was het alleen maar om te bewijzen dat de luizenouders in
werkelijkheid toch niet zo aardig zijn als men ons – de mindere ouders – op De
Wielewaal wil doen geloven. Vandaag (donderdag 5 september) werden wij in de
avond door juffrouw Rita gebeld met de fabelachtige mededeling dat meisje X een
leugenaarster is. Voor de goede zaak had juffrouw Rita namelijk de stoute
schoenen aangetrokken en de bedoelde luizenmoeder om uitleg gevraagd over haar
uitlatingen met betrekking tot de vermeende luizen van Sabine tegen meisje X.
En raad eens wat?! De beschuldigde luizenmoeder had alle betrokkenheid bij de
luizenzaak met Sabine en meisje X ontkent. Gek hè!? Maar juffrouw Rita zal het
er niet zomaar bij laten zitten. De waarheid moet en zal boven water komen en
daarom is juffrouw Rita nu van plan om meisje X aan een kruisverhoor te
onderwerpen. Na deze schokkende mededeling heeft mijn man woedend de telefoonverbinding
verbroken en ik ben ook de weg kwijt. Hoe nu verder? Het betreft hier wel de
juf van mijn kleine meisje.
Het onthutsende
voornemen van een leerkracht om een kind van 10 jaar actief te betrekken bij
volwassen gekrakeel heeft bij ons – de ouders van een dochter en een zoon op De
Wielewaal - alle deuren dicht gedaan. Lam geslagen beseffen wij hierdoor beter
dan ooit dat wij bitter weinig van het docententeam op de basisschool van onze
kinderen te verwachten hebben. Ergo; wij worden neergezet als minder
vooraanstaande burgers dan de opperouders en hebben niets in te brengen.
Kennelijk kunnen wij alleen gehoor vinden als wij ons onderwerpen aan de
dictatuur van de bekrompen opperouders. Bij elke vorm van protest worden de
benepen, prominente ouders tegen ons – de quasi vrijgevochten en vermeende
losgeslagen sceptici – in bescherming genomen en wordt zelfs het belang van het
kind – in dit geval de vriendschap tussen 2 tienjarige meisjes – op het spel
gezet.
Uit piëteit met;
de vriendschap tussen meisje X en Sabine; de gemoedsrust van Walter en verder
met het oog op een prettige basisschooltijd voor alle kinderen van De Wielewaal
hopen mijn man en ik dat de leiding van deze basisschool alsnog afziet van vervolging
van welke leerling dan ook in verband met de boven beschreven luizenkwestie.
Dan hebben wij nog liever dat men op De Wielewaal op de oude voet verder gaat
en de luizenouders op hun woord blijft geloven. Temeer daar mijn man en ik nog
steeds geen – betaalde - beleidsmakers zijn. Ook zijn wij het meer dan zat om
aan de lopende band oplossingen te zoeken voor problemen die wij weliswaar
aandragen maar niet veroorzaakt hebben. Laat dan alles maar weer op z’n beloop
zoals gewoonlijk. Dus in vredesnaam maar helemaal niets ondernemen; geen
baanbrekende oplossingen aandragen; en
in naam van de dictatuur van de bekrompen ouders vooral niets veranderen. Als
tegenreactie zouden wij dan wel het liefst onze kinderen van school nemen, maar
Walter en Sabine voelen zich thuis bij hun klasgenootjes en het zou wat ons
betreft te ver voeren om de jeugd op te offeren aan het onvermogen van een
clubje opperouders. Dit in tegenstelling tot het onderwijzend personeel dat
zich wel laat ringeloren ten koste van de kinderen van De Wielewaal. Misschien
is hier de suggestie om ouderparticipatie in de toekomst binnen te perken te
houden het overwegen waard!? Normale papa’s en mama’s verwachten geen
bovennatuurlijke krachtinspanningen van leerkrachten. Wij gaan er slechts
vanuit dat juffen en meesters bereid en in staat zijn om dat te doen waarvoor
ze aangenomen zijn, namelijk:
‘Lesgeven aan en
omgaan met kinderen in een groep volgens een duidelijk beleid. Het beleid van
de school welteverstaan en niet de dictatuur van de bekrompen ouders.’
Hopelijk bent u
bereid om dit verhaal als kennisgeving mee te nemen met het goede voornemen om
ouders zoals wij in de toekomst tenminste enigszins serieus te nemen.
Hoogachtend,
Thea, 46 jaar
Moeder van Sabine
(10) en Walter (9)
HOOFDSTUK 35
De bel gaat en
Thea haast zich, want ze wil nu geen tijd meer verliezen. Haar eerstvolgende
Huiswerksterkklant is al 30 minuten te laat en de puntenscores van de
desbetreffende jonge man vallen zelden tot nooit hoger uit dan een magere 5.
Dit kan en mag zo niet langer duren, want het gevaar van no cure, no pay, hangt
altijd boven het studiehoofd van Thea. Door het raampje van de voordeur kijkt
ze tegen de rugzijde van een smaragdgroene hoofddoek aan. Sinds de Syrische
vluchtelinge en puber Moona Tahiri een andere huiswerkbegeleidster toegewezen
heeft gekregen onder beding van haar orthodox, islamitische vader, krijgt Thea
op haar eigen verzoek aan Elco van de Stichting Huiswerkbegeleiding geen
meisjes met hoofddoek meer toegewezen. Over jongens die extreem streng leven in
de moslimleer hoeft ze zich niet druk te maken, want zij komen van huis uit
sowieso nooit bij een Westerse slet als Thea terecht voor huiswerk begeleiding.
Daar heeft een politiek correcte vent als Elco zelfs geen debet aan. Trouwens
zowaar Elco vond het belachelijk dat Thea na jaren van trouwe dienstverlening
aan Moona Tahiri ineens door de vader van de bedoelde leerlinge voor ‘hoer’
werd uitgemaakt. Wist Elco veel dat Thea haar stempel tot prostitué te danken
had aan de Toyboy praktijken van Melvin en zijn geheime relatie met een
homoseksueel vriendje. Te weten Aadam Tahiri; moslim en zoonlief van zijn
extremistische, islamitische vader waardoor hij wel voor eeuwig tot diep in de
kast gedoemd zal zijn en blijven. Maar ook zonder directe reden was Elco
straatwijs genoeg om te snappen dat Thea zich uiteindelijk tot een boycot van
hoofddoeken in haar huis geroepen voelde uit zelfrespect. Haar verzoek werd dan
ook stilzwijgend ingewilligd. Dus bij
Thea thuis komen na het laatste bezoek van Moona Tahiri, geen
Huiswerksterkklanten meer op vertoon van religieuze uiterlijkheden over de
drempel. Van de weeromstuit hing Bart tevens een gigantische in mozaïek bewerkte kleurrijke Jezus aan het kruis van 1
bij 1 boven de tochtdeur in de hal. Het is postsierlijke edelkitsch, bijna mooi
van lelijkheid, die Bart op de kop had getikt bij de jaarlijkse
buurtrommelmarkt van de plaatselijke roomse kerk. Op die manier weet iedereen
meteen bij binnenkomst in huize Huiswerksterk waar zij op religieus gebied aan
toe zijn. Niet zo gek dus dat Thea nogal verbaasd is over de aanblik van de
achterkant van een hoofddoek door het raampje in de voordeur. Zo’n hoofddoek
met een puntige top bovenop de achterkop. Het bedekte haardosknotje. Thea opent
de voordeur mondjesmaat en loert onderwijl alvast door de gecreëerde kier. De
bezoekster reageert op het kermende geluid van de voordeur achter zich door
zich om te draaien. Met haar beweging mee wordt Thea omgeven door een
bedwelmende typische geursensatie van muskus, jasmijn en amber. Ze herkent het
aroma van een zogenaamde ‘solide parfum blok’ die, zo weet Thea toevallig, zijn
oorsprong in Marokko heeft. Het parfumblok bevat geen alcohol en kan daarom
probleemloos overal op het lichaam worden aangebracht. Voorts kunnen sommige delen
van de geparfumeerde huid veilig aan de Marokkaanse zon worden bloot gesteld.
Gelieve zich daarbij niet meer naakt voor te stellen dan de befaamde
badkledingdracht voor moslima’s; de boerkini, dat volgens de strenge religieuze
regels van de islam in Marokko, toestaat. Thea hoort luchtige belletjes aan
armbanden die op het ritme van de manoeuvres van de deurbelster mee rinkelen.
Dan krijgt Thea een zwaar opgesmukt aangezicht met foundation, mascara,
oogschaduw, kohlpotlood en krullende kunstwimpers onder ogen. Ondanks haar
exotische maskerade komt de jonge vrouw met hoofddoek Thea vaag bekend voor,
maar dan in een andere verschijningsvorm.
‘Hallo’, groet
een stem die Thea wel meteen kan thuisbrengen.
Thea aarzelt niet
meer en met een zwiep gooit ze de voordeur nu wagenwijd open:
‘Zarah, kom
binnen!’
Hautain spant
Zarah haar neusvleugels aan.
‘Ik weet niet of
ik dat nu zomaar moet doen?’
‘Zomaar!? Vroeger
was je hier kind aan huis!?’
Gelukkig voor
Zarah vervalt Thea automatisch in haar oude rol van inschikkelijke oppasmama,
want anders zou ze de bekeerlinge bij haar voor de deur heus wel de wacht
hebben aangezegd. Iets in de trant van:
‘Nou als je me
niet meer wilt kennen dan rot je toch op, stomme hoofddoek!”
‘Is Sabine anders
thuis? Ik heb haar net geappt. Ze weet dat ik kom’, treuzelt Zarah met een
aangemeten gedistingeerde tongval en schroom die niet bij de persoonlijkheid
passen die het meisje vroeger zo markant deed zijn.
‘Als Sabine weet
dat je komt dan zal ze er wel vanuit gaan dat ik je binnen laat, denk je ook
niet?’, lacht Thea.
‘Ik ben er al’,
hijgt Sabine in de nek van Thea.
Ze laat de
tochtdeur achter zich dicht klappen en wurmt zich in het krappe halletje langs
Thea af naar buiten.
‘We gaan
wandelen’, legt ze nog wel even aan haar moeder uit.
‘O, mooi neem
Yolo dan meteen mee?’ stelt Thea praktisch voor.
Met klem zendt
Sabine haar moeder een corrigerende blik toe, terwijl ze nadrukkelijk belooft
dat ze straks wel even alleen met de hond zal uitgaan.
‘Vroeger gingen
jullie altijd samen met de hond uit’, weet Thea nog.
‘Jij en Zarah’,
dikt ze op de weemoedige toer nog extra aan met een dwingende ondertoon.
Afkerig deinst
Zara terug op het tuinpad en Sabine rolt met haar ogen vanwege de
onbenulligheid van haar moeder, maar ook uit opgekropte ergernis aan de pose
van haar oude basisschoolvriendinnetje.
‘Volgens Zarah
zijn honden onrein!’
Zarah vertrekt
geen spier achter haar geplamuurde make-upmasker. Mocht het onmiskenbare
cynische van Sabine’s noodkreet al aangekomen zijn, dan is het Zarah niet aan
te zien.
‘Ik vraag of
jullie met Yolo willen wandelen, niet of Zarah de hond wil aanraken. Trouwens
Yolo heeft gisteren nog gewatergolfd in een regenplas! Dus hoezo onrein!?’,
chargeert Thea.
Betrapt krimpt
Zarah nu wel ineen. Tegelijkertijd komt de verloren Huiswerksterkklant veel te
laat, maar daarom niet minder kalmpjes, aan gekuierd op zijn spillebeentjes die
extra goed uitkomen in zijn slim fit stretch jeans met daaronder uitvergrote
mega voeten door fluoriserende Nikes in verschillende tinten oranje. Zijn
groezelige, sporttas bungelt slapjes op zijn rug. Hij zal zijn schoolboeken
toch niet vergeten zijn? Om zich een houding te geven bij de aanblik van Sabine
strijkt hij quasi stoer zijn weerbarstige vette pieken uit zijn bleke
smoelwerk. Hij doelt met de styling van zijn kapsel vermoedelijk niet op de
hanenkam die hij nu in de gauwigheid wel gecreëerd heeft. Onzeker steekt hij
zijn grote, witte handen tot besluit maar in de zakken van zijn bomberjackje.
‘Hey Sabine’,
knauwt hij, onderwijl de hoek om, het tuinpad inslaand.
‘Hey’, antwoordt
Sabine neutraal.
De
huiswerkstudent passeert Zarah en snuift de penetrante, exotische parfumwalm
op. Verstoord kijkt hij naar opzij; naar Zarah die zedig haar blik afwendt. Hij
ziet haar niet echt staan, schokschoudert en loopt door.
‘Hey Thea’, kucht
hij in de tijd dat Thea hem met een opengehouden tochtdeur toegang tot de
bekende weg verschaft. De voordeur laat ze achter hem in het slot laat vallen.
‘Beter laat dan
nooit, zullen we maar zeggen’, knipoogt Thea.
‘Beter laat dan
een onverlaat op straat’, verbetert de puber haar onbekommerd.
‘Niets is minder
leuk dan een onzinnige spreuk.’
‘Dat zegt mijn
vader ook altijd.’
‘Ik mag jouw
vader wel.
In de bijkeuken
zet Thea haar Huiswerksterk klant meteen aan het Duitse idioom. Mit, nach, bei,
seit, von, zu, aus, ausser, gegenuber, gemass, zuwider, nebst en samt.
‘Van buiten leren
dat rijtje’, gebiedt Thea jachtig vanwege het tijdgebrek.
‘Waarom?’, vraag
de jongen oprecht verbaasd.
Normaliter is
Thea juist faliekant tegen uit het hoofd knallen van leerstof zonder inzicht.
‘Na deze
bijwoorden krijg je in het Duits vanzelf de derde naamval.’
‘Ik weet niet wat
de derde naamval is.’
De
Huiswerksterkklant haalt zijn neus op, terwijl hij in zijn sporttas graaft op
zoek naar zijn Duitse werkboek.
‘De derde naamval
hebben we vorige week behandeld, weet je nog?’
Voor de zekerheid
gaat Thea zijn vorderingen in haar aantekeningen na. Ze was vergeten dat deze
jongen opgaat in topsport.
‘Judo; zwarte
band’, leest ze in haar kriebelhandschrift.
‘Lekker
gejudood?’, informeert ze voor de vorm.
‘Wat is een
bijwoord?’, vraagt de jongen paniekerig.
‘En je weet zeker
ook niet meer wat een meewerkend voorwerp is?’ verzucht Thea, terwijl ze het Duitse
werkboek uit zijn handen neemt en op de juiste bladzijde voor zijn neus op de
tafel legt.
‘Probeer eerst
maar eens wat te bakken van de invulzinnen op bladzijde 52’, stelt Thea gelaten
voor.
Dit gaat een
latertje worden. Daar heeft Thea zich inmiddels al bij neergelegd. De jongen
grist een wegwerppen uit een tot aan de nok toe gevulde glazen kubusvaas in het
midden van de tafel die Thea heeft omgetoverd tot voorraadbak. De jeugd van
tegenwaardig bezit zonder uitzondering de duurste mobieltjes, maar geen enkele
Huiswerkstudent is verzekerd van eigen schrijfgerei. Hoewel alle jonge dames en
heren toch zonder uitzondering tijdens ieder bezoek opnieuw weer pennen en
potloden uit de glazen kubusvaas van Thea lenen. Overigens zonder
ooit iets te
retourneren. Dat is geen kwaadwil. Het geleende schrijfgerei is opgelost in het
luchtledige van kwijt geraakt. De meeste pubers weten gewoon niet eens meer wat
een etui is en zo ja dan hebben ze er nog geen in hun bezit. Als dat wel zo was
geweest dan zou de aanvoer van relatief goedkope potloden en wegwerp pennen
niet zo’n grote kostenpost zijn als nu voor de boekhouding van Thea. Terwijl de
jongen zwoegt op zijn huiswerk, probeert Thea haar ongedurigheid te stillen
door haar focus een minuut of wat te laten rusten op een centraal, kalmerend
punt. Mindfulness. Ze kiest het uitzicht op haar tuin door het bijkeukenraam.
Een waterig zonnetje kondigt de eerste lentekriebels aan. Het grasveld aan de
veranda ligt er verstrooid, slordig, maar vredig bij totdat de tuinpoort open
gaat en Sabine samen met de nieuwe, gereserveerde Zarah met de hoofddoek het evenwicht komt
verstoren. Dat moet een korte wandeling geweest zijn. Niet verder dan een
rondje om het huis.
‘Is dit nou
goed?’, aarzelt de jongen.
Hij schuift zijn
schrift in het zicht van Thea. Ze leest:
‘Er geht zu der
Bahnhof.’
‘Der Bahnhof is
op zich goed, want Bahnhof is mannelijk’, complimenteert Thea.
‘Ja, dat weet ik
van Koot en Bie’, zegt de jongen niet zonder trots.
‘Van Koot en
Bie?’
Thea is even
gedesoriënteerd
‘Ja, van Wo ist
der Bahnhof? Do ist der Bahnhof. Ken je dat niet?’
‘Jawel, maar dat
jij dat kent? Da’s van ver voor jouw tijd.’
‘Mijn vader is
fan van Koot en Bie.’
‘Nou ik ook hoor;
alleen moet der Bahnhof uit de zin van het werkboek dem Bahnhof in plaats van
der Bahnhof zijn. Dus derde en geen eerste naamval.’
‘Waarom?’, vraagt
de jongen teleurgesteld.
Thea heeft hem
helemaal in de war gebracht. Ze schiet hem snel te hulp voor het te laat is.
‘Er staat ‘zu’ in
de zin. Lees maar: Er geht zu puntje, puntje Bahnhof.’
De leerling kijkt
alsof hij water ziet branden.
‘Dat moet dus
geen der zijn…maar?’
Thea geeft de
moed nooit op, omdat ze uit ervaring weet dat de wonderen de wereld nog niet
uit zijn.
‘Ik geef je een
ezelsbruggetje en herhaal: mit, nach, bei, seit, von, zu, aus, ausser,
gegenuber, gemass, zuwider, nebst en samt.’
‘Dan moet het dus
dem zijn. Er geht zu dem Bahnhof.’
Van vreugde
stuitert Thea op de zitting van haar stoel.
‘Ik wist wel dat
je het in je had’, glundert ze.
‘Dus daarom moet
ik zeker dat rijtje bijwoorden van buiten leren?’, concludeert de puber
pienter.
‘Precies, slorp
de boel even op, dan overhoor ik je over 5 minuten.’
De jongen zucht
en vraagt kriegelig:
‘Ja, wat wil je
nou; moet ik nou de boel van buiten leren of die oefening maken?!’
‘Omdat je nu wel
snapt waarom je dat rijtje met Duitse bijwoorden van buiten moet kennen, zul je
merken dat het stampen je ook veel makkelijker zal afgaan. Daarom denk ik dat
het handiger is dat je eerst gaat memoriseren alvorens te oefenen’, legt Thea beheerst
uit.
‘Ok, dan ga ik nu
memoriseren’.
Opzettelijk
imiteert hij haar woordkeuze. Geëxalteerd. Thea kan er wel mee lachen. Haar
student hoeft zich niet bewust te zijn van haar educatieve bijbedoelingen. In
de hoop dat de woordenschat van haar klanten via de achterdeur ongemerkt groter
wordt, strooit Thea tijdens de bijlessen zo creatief mogelijk met synoniemen.
Trouwens, in weerwil van zijn ironie begint de jongen heel inschikkelijk het
rijtje Duitse bijwoorden één voor één binnensmonds voor zich uit te prevelen
alsof hij een rozenkransje bidt. Thea heeft haar zin en ondertussen voert het
lentelicht haar blik terug af door het raam naar het ontwakende grasveld als
een gebleekte, groen getinte mat van stekeltjeshaar waarop Zarah al een minuut
lang met haar armen gestrekt rondjes om haar as draait. Haar gezicht heeft ze
naar de hemel gericht. In haar degelijke driekwart marineblauwe jas, beige
klokrok tot over de knie, en halfhoge, zwarte enkellaarsjes doet Zarah met dat
theatrale optreden aan Maria von Trapp uit de musical ‘The Sound of Music’ denken,
maar dan met een smaragdgroene hoofddoek om.
‘Er is hier nog
niets veranderd!’, juicht Zarah alsof haar oude ik haar al bijna is ontglipt en
het behoud van een tuin uit haar kinderjaren haar laatste strohalm is.
‘Kijk uit dat je
niet in de hondenpoep trapt!’, alarmeert Sabine ontnuchterend.
Haar stemgeluid
is traceerbaar tot ergens op de veranda onder de vensterbank. Sabine moet wel
haast op de tuinbank onder het bijkeukenraam zitten.
‘Gatverdamme,
hondenkak’, giechelt een fractie van een herkenbare Zarah.
Ze is gestopt met
zwieren en wankelt. Onvast ter been probeert ze met hinken, stappen en springen
de veranda te bereiken zonder de hondendrollen op het grasveld te raken.
‘Het is een
mijnenveld’, constateert ze als ze naast Sabine op de tuinbank neerploft en
daarmee ook uit het zicht van Thea verdwenen is.
Maar het gesprek
tussen de meisjes is nog duidelijk te volgen vanachter het gesloten raam aan de
huiswerktafel in de bijkeuken. Terwijl de student verder ploegt, spitst Thea
haar oren.
‘Dat is geen
mijnenveld, maar een gazon’, verbetert Sabine droog.
‘Van wie komen al
die hondendrollen?’
‘Van wie denk je,
Zarah?’
‘Allemaal van de
hond? Heb je die drollen nog nooit opgeruimd of zo? Het zijn wel een miljoen
drollen jonguh.’
‘Echt niet, da’s
de oogst van een dag of 2. Yolo poept veel, maar geen miljoen drollen in 48
uur. Ik ruim zijn drollen om de dag op. Het zijn er meestal een stuk of 6.’
Wat een
conversatie. Je zou bijna denken dat Sabine zich verveelt. Haar kennende zal ze
haar IPhone toch zeker wel bij de hand hebben? Wellicht probeert ze Zarah
tegemoet te komen door haar voormalige vriendinnetje een momentje van
ouderwetse, onverdeelde aandacht te geven.
‘Zie je wel dat
honden onrein zijn.’
‘Hoezo, jij poept
toch ook?’
‘Ja, maar toch
niet in de tuin!’
‘Nou leg jij dan
maar eens aan Yolo uit dat hij op het toilet moet gaan zitten in plaats van in
de tuin.’
‘Dat doet hij
toch niet.’
‘Wat doet hij
niet?’
‘Op het toilet
gaan zitten.’
‘Nee, natuurlijk
niet Zarah; Yolo is een hond!
‘Zie je wel dat
honden onrein zijn’, besluit Zarah nog
maar eens onlogisch.
‘Wees blij dat je
niet in zijn poep getrapt bent’, pruttelt Sabine afwezig na.
Ondertussen
kondigt haar IPhone onafgebroken nieuwtjes aan met een tingeltangeljingle die na ontelbare
repetities tamelijk schril op het gehoor begint te werken. Het gekibbel stokt.
Thea stelt zich voor dat Sabine haar berichtjes nagaat en dat Zarah meekijkt of
bezig is met haar eigen mobiel. Het zinnebeeld is typerend voor hun samenzijn
uit vervlogen tijden. De dagen in hun kindertijd waarin hun ongecompliceerde
verstandhouding zich uitte zich in komische woordenwisselingen waarbij Zarah en
Sabine elkaar tekens opnieuw zonder overbrugging vonden. Samen konden ze met
hetzelfde gemak bekvechten, ginnegappen of zwijgen.
‘Mijn moeder gaat
scheiden en daarom verhuizen we naar Amsterdam.’
Aan de teneur van
de lukrake mededeling van Zarah is te horen dat het hoge woord er eindelijk uit
is.
‘Amsterdam’,
papegaait Sabine dromerig.
Thea denkt aan
Dalila en haar 2de mislukte huwelijk. Wel weer tekenend voor het dictatoriale
opvoedingsrégime van miss moslima; dat haar jongste dochter alleen rept over de
moeder die gaat scheiden. En alsof Sabine de gedachten van Thea door het raam
boven haar hoofd kan lezen vraagt ze spottend:
‘Dus jouw moeder
gaat scheiden. En je vader niet soms?
Blijft hij getrouwd in zijn eentje of zo?’
‘Mijn stiefvader,
bedoel je? Mijn echte vader is allang hertrouwd en woont terug in Marokko samen
met mijn stiefmoeder en 2 halfzusjes.’
‘Dragen zij ook
hoofddoeken?’
Dat was nou
precies de eerstvolgende vraag die Thea ook op het puntje van haar tong had
liggen. Had Thea in plaats van haar dochter op de veranda onder het raam van de
bijkeuken op een bankje naast Zarah gezeten dan was zij exact zo doelgericht te
werk gegaan. Wie weet stonden Thea en Sabine wel telepathisch met elkaar in
verbinding. Zo moeder zo dochter.
‘Mijn halfzusjes
zijn nog te jong voor een hijab’, laat Zarah haar ongelovige oudvriendin
plechtig weten.
‘En je
stiefmoeder?’
‘In Marokko zijn
ze minder streng dan hier’, bekent Zarah beschroomd
‘Zullen we naar
binnen gaan?’
Het voorstel van
Sabine klinkt weinig uitnodigend. Met Zarah valt niet meer te praten. Een
gesprek met haar is als een doolhof zonder uitgang.
‘Ik moet gaan’,
antwoordt Zarah ontwijkend.
‘Doeij en kijk
uit voor de hondenpoep.’
De opluchting die
door de afscheidsgroet van Sabine weerklinkt probeert Zarah te negeren.
‘Ik volg de gele
tegels van het stenen pad in het gras wel naar de achterpoort.’
‘Het gele stenen
pad van de Wizard of OZ’.
De plotselinge
flashback doet Sabine haar wijsvinger in de lucht steken.
‘De gele pad, zei
ik toen. De gele pad. En dan zei jij dat moet ‘het gele pad’ zijn’, weet Zarah
nog.
Sabine heeft
alsnog een verklaring klaar:
‘Mokroiaans’.
‘Nee, jij met je
wijsneuzentaal’.
‘Beslama’, groet
Sabine tot besluit van de korte opleving van één van de vele onderonsjes uit
een gemeenschappelijk verleden.
‘We appen’,
salueert Zarah voordat ze haar terugreis aanvaart.
Monter moedigt
Sabine haar aan in de enige taal die alle grenzen overschrijdt:
‘Follow the yellow brick road’.
Met haar rug naar
Sabine toe balanceert Zarah op de smalle tegels van het gele pad in het kort
gewiekte gras naar de finale van haar meisjesjaren. Als een gesluierde
koorddanseres met de armen zijdelings gestrekt. In de verbeelding van Thea is
Zarah weer even 8 jaar. Zarah wachtte in
het hoge, groene, sappige gras van zwembad en speeltuin de Dolle Dries op het
spreekwoordelijke startschot voor het verjaardagsfeestje van Sabine. Toen stond
ze ook met de rug naar Thea toe. Maar niet gesluierd. Ergo; Zarah droeg alleen
een bikinibroekje. Ze was zelfs uit eigen beweging topless. Hier balanceerde ze
juist niet, maar stond stevig op haar benen; onbewogen in de houding met haar
beide handen ter hoogte van de kruin om haar weelderige haardos geklemd. In
afwachting van Thea die de paardenstaart moest vastbinden. Pas toen ze
aanvoelde dat Thea haar van achteren benaderde met een borstel en een
elastiekje liet Zarah in een verlossende reflex haar krullenbos los. Terwijl
het zwarte, lange haar als een defensieve boerka over haar slanke ruggetje
viel, werd Thea van dichtbij op een paranormale manier de gespitste oren en de
ogen in de rug bij Zarah gewaar. Van het ene op het andere moment zocht Zarah
steun tegen onbehouwen badgasten in de hoedanigheid van een overjarig campingstel
vol vooroordelen en niet gehinderd door enig fatsoen. Opa en oma speelden onder
het genot van een frietje met mayonaise luidkeels een spelletje aan een houten
picknicktafel. Ze verdreven de tijd met het roekeloos om zich heen zoeken naar
eventuele verschillen tussen Turkjes en Marokkaantjes. Met Zarah in haar
bikinibroekje in het vizier en als inspiratiebron. Alsof het gisteren was kan
Thea zich, nu vijf jaar later, de sensatie van het aansluitende, aandoenlijke
gefriemel in de buurt van haar vrije hand nog terug halen. Opwellende tranen.
Net als toen slikt Thea ze weg. Ze weet nog dat ze dreigend oogcontact met het
barbaarse duo maakte. En dan te bedenken
dat dit zure koppel niet eens expres het summum van discriminatie is. Zij staan
oermodel voor de triomf der domheid. Desondanks nam Thea wel even de moeite om
een verkapte verwensing in de richting van het tweetal uit te spreken:
‘Konden blikken
maar doden!’
Betrapt keek het
oude paartje weg. Zarah kwam steeds dichter tegen Thea aanstaan. Bij de
gedachte aan toen voelt Thea het gracieuze lijfje nog bibberen, terwijl het
tropisch heet was. Het trillen werd steeds heftiger. Zarah stond op springen.
Totdat Sabine haar vanuit de verte verloste door monter boven alle schelle kindergeluiden uit te kirren:
‘Kom je nog
Zarah!’
Sabine rees
bruin, bruisend en nat op uit het kikkerbadje en hield uitnodigend een
strandbal aan de onbewolkte zomerhemel. De rood met witte stippen schitterden
in de zon. Gelouterd ontwaakte Zarah uit haar trance:
‘Ik kom eraan’,
beloofde ze.
Een vertekend
spiegelbeeld met het hier en nu. Zarah wordt kleiner en kleiner in de
tunnelvisie door het glas van het bijkeukenraam. Zonder nog een keer om te
kijken verdwijnt ze door de achterpoort.
Jammer dat zo’n
taboe oftewel de religieuze mystificatie rond een hoofddoekdracht en de
bijbehorende vermeende superioriteit met zoveel kracht dan toch de beslissende
dolksteek geeft tot het doodbloeden van een band die ook tot een vriendschap
voor het leven had kunnen uitgroeien. Wie kan nou voor eens en altijd met
sterke bewijzen hard maken dat de hoofddoek voor moslima’s een vrijwillige
keuze is. Vermoedelijk Zarah zelf niet eens. Je kunt je trouwens afvragen of
keuzevrijheid in het algemeen überhaupt wel realiseerbaar is!? Hetgeen
overigens geen excuus is voor de pedanterie die Zarah zich heeft aangemeten en
die kennelijk volgens de regels van de islam samengaat met het dragen van een
hijab. Deze koketterie met zomaar een religie staat haaks op de ongekunstelde
opstelling van het loyale kind dat 3 jaar eerder nog regelmatig bij Sabine
thuis over de vloer kwam. Een spontaan meisje met het hart op de tong. Nochtans
veel verstikkender ingesnoerd in het corset van de God, of liever de Allah, van
haar achterban dan Thea aanvankelijk van Zarah heeft zien aankomen. Waarom is
Zarah anders zo obsessief op zichzelf en haar hoofddoek gefocust? Ze is
volkomen ongevoelig voor een update over de huidige belevingswereld van Sabine.
Een vriendin van het eerste uur met niet alleen een andere geloofsovertuiging
dan Zarah, maar ook zonder familiare associaties met het dragen van een hijab.
Logisch dat Sabine in haar schulp kruipt en schroomt zich uit te laten over de
acute hoofddoek van Zarah. Zolang Sabine persoonlijk door niemand uit haar
directe omgeving een hoofddoek opgedrongen krijgt; zal elke religie haar een
zorg wezen. Sabine heeft speelruimte en juist die vrijheid is wat Zarah
ontbeert. Terwijl het zelfbeschikkingsrecht Zarah gedurende haar kindertijd
ruim 13 jaren lang als een toekomstbelofte is voorgehouden. Niet alleen door de
leerkrachten en verzorgers uit haar basisschooljaren op De Wielewaal, maar ook
door haar Westers georiënteerde opvoeding. Ooit was haar moeder een
geëmancipeerde Westerse moslima die zelfs in de gemeenteraad voor de Partij van
de Arbeid had gezeteld. Nu Dalila echter in scheiding ligt met de niet
islamitische stiefvader van Zarah, die voormalige superman met een bloeiende
tandartsenpraktijk in de sjieke buitenwijk van de stad, moet het roer om. Het
zou wel weer op een vechtscheiding uitdraaien met ruzie over het zorgrecht met
betrekking tot de gemeenschappelijke kleuter Makin; het heilige halfbroertje
van Zarah. Thea stelt zich voor dat miss Moslima na haar koninklijke kraamtijd
uit hoogmoedswaan en verveling dit keer voor een goddelijke geloofsbroeder
afkomstig uit Amsterdam is gegaan. Driemaal is tenslotte scheepsrecht en voor
hem is ze opnieuw de kroonprinses van 1000 en 1 nacht. Ze is weer terug in haar
lievelingsrol van exotische droomvrouw die ze voor haar bevalling van Makin ook
nog voor haar tandarts alias tweede ex man was. Maar hoe ouder de vrouw; hoe
hoger de prijs van het grote liefdesgeluk. Dus moet Dalila voor haar
moslimlover wel aannemelijk voldoen aan traditionele voorschriften waarmee ze
de regels en wetten van de Koran in ere herstelt. Zoiets. Hoe dan ook Zarah heeft zich maar te
schikken naar de grillen van haar moeder. Dat Zarah vandaag of morgen tegen
‘Dalila de Verschrikkelijke’ met haar vlindergedrag en hervonden hijabdracht in
opstand zal komen, dat kan Thea beide tieners op een briefje geven. Maar dat
doet ze niet. Ze onthoudt zich van verder commentaar. Evengoed als bakvis
Zarah, heeft de puber Sabine op deze egocentrische leeftijd namelijk het recht
om volledig op te gaan in haar persoonlijke beslommeringen zonder zich te laten
overdonderen door een cultuurbeving veroorzaakt door iemand uit een andere
wereld. Door bekeerlinge Zarah; een vriendin van weleer met haar klakkeloze
hijab.
Maar de kleine,
vroegwijze Zarah van De Wielewaal, met toevallig een Marokkaanse achtergrond,
is niet weg te denken uit de basisschooltijd van Sabine. Nooit zal Thea de dag
vergeten waarop Sabine voor het eerst ongesteld werd. Op het cruciale moment
had ze niemand anders om zich heen om op terug te vallen dan die onstuimige
Zarah. Destijds nog zonder religieuze opsmuk en de sociale beperkingen die
islamitische decoraties impliceren. Het zou niet lang meer duren voordat de
beide meisjes afzonderlijk maar dicht op elkaar hun 11jarige verjaardag zouden
vieren. Groep 7 liep op zijn einde. Sabine zat achter in het plofleslokaal en
probeerde zich te concentreren op haar niveautoets. Zoals meermaals in de
afgelopen weken werd ze af en aan overvallen door golven van misselijkheid. Ze
werd licht in haar hoofd en haar onderbuik rommelde alsof ze dringend naar het
toilet moest. Maar die aandrang om te poepen was de laatste tijd al zo vaak
loos alarm geweest dat Sabine de krampen in haar darmen maar trachtte te negeren.
De sommen op het werkblad dansten voor haar neus en Sabine dacht dat ze ging
overgeven. Ze tuitelde op weg naar het toilet. De strenge woorden van juffrouw
Lola waren dof en deden er niet toe.
‘We gaan niet
plassen onder een niveautoets, Sabine, ga maar weer terug naar je plekje.’
Haar blote billen
hadden de koude w.c. bril nog maar net aangeraakt toen er al iets glibberigs
uit een opening onder haar plasgaatje klodderde. Ontdaan ademde Sabine diep in
en uit. Een zure geur van opgedroogde plas in de toiletruimte steeg naar haar
hoofd. Bedwelmd haalde Sabine een stuk toiletpapier door haar spleetje. De
opengevouwen tissuevelletjes waren doorweekt met bloed. Donkerrood en dik.
‘Gaat het wel,
Sabine?’
Het emotieloze
stemgeluid van juffrouw Lola was ineens heel dichtbij nu. Ze klopte op de w.c.
deur.
‘Ik ben
ongesteld’, antwoordde Sabine bedrukt.
Ze wist wel dat
het stond te gebeuren en dat ze vanaf deze mijlpaal baby’s krijgen kon. Haar
moeder had haar voorbereid, maar dan voor de nabije toekomst. Zodra ze 12 was
of 13. Maar toch geen 10 jaar.
‘Heb je wat bij
je?’, vroeg juffrouw Lola damesachtig.
‘Weet ik niet.’
Gefrustreerd
klakte Juffrouw Lola luidruchtig met haar tong en zuchtte diep.
‘Ik moet terug
naar de niveautoets. Zijn er nog andere meisjes in jouw klas ongesteld?’
‘Weet ik niet’,
repeteerde Sabine.
Twee minuten
later galmde Zarah nonchalant door de toiletruimte.
‘Waar ben je
Sabine?!’
Inmiddels had
Sabine zich weer in haar spijkerbroek gehesen. Apathisch keek ze toe hoe de
geklonterde bloedproppen, die eerder uit haar spleetje waren ontsnapt, zich
langzaam oplosten in een trage nasleep van roodroze kringen door het water van
de toiletpot.
‘Ik ben
ongesteld!’, riep Sabine naar Zarah.
‘Ongesteld’,
echode Sabine nog eens onwennig zachtjes voor zich uit vanwege de uitspraak van
het vreemde woord.
Ongesteld. Alsof
het begrip net uit de verpakking was gehaald. Nog nooit gebruikt. Gloednieuw.
‘Moet ik
maandverband voor je halen?’
‘Weet ik niet’.
‘Als je ongesteld
bent moet je maandverband in het kruis van je slipje plakken.’
Zarah had
ondertussen het juiste toilethokje te pakken. Met haar ene hand bonsde ze op de
gesloten deur en met haar andere hand wrikte ze aan de draaiklink.
‘Doe effe chill,
joh’, suste Sabine geprikkeld, terwijl ze de toiletdeur van het slot deed.
Verhit duwde
Zarah de toiletdeur open en drong het hokje binnen. Eerst wierp ze vrijpostig
een indiscrete blik op de zo goed als opgeloste klodders bloed in het
rosékleurige water in de toiletpot. Vervolgens monsterde ze haar vriendin van
onder tot boven en weer terug alsof Sabine van een bff (bestfriendforever) in
een natuurverschijnsel getransformeerd was.
‘Ben jij ook al
ongesteld?’ hoopte Sabine.
‘Nee, ikke niet,
maar Adiva en Erum allang. Zij hebben mij verteld dat je maandverband bij Jade
moet halen.’
‘Jade heeft een
burn-out’, wist Sabine toevallig.
‘We kunnen niet
naar Tarik’.
Tarik was de
conciërge op De Wielewaal. De knuffel Marokkaan van de opperouders, maar ook
een man. Nou was Zarah in staat om een heel eind met Sabine mee te gaan, maar
het idee om maandverband aan Tarik te moeten vragen kwam haar eer te na. Dat
snapte Sabine ook wel. Ondanks haar penibele ongesteldheid.
‘Doe ook maar
niet dan. Het is bijna middagpauze. Dan komt mama mij ophalen.’
Al een jaar of 2
sprak Sabine van mam in plaats van ‘mama’. Dezelfde mam die op de memorabele
dag van haar eerste ongesteldheid ineens weer mama voor Sabine werd. En Thea
kon wel janken nadat ze de mededeling van Sabine tot zich had laten
doordringen:
‘Ik ben
ongesteld.’
Dan was zo’n kind
pas 10 hele jaren; maar wat de natuur betreft was ze er helemaal klaar voor;
voor het baren en zogen.
‘Ik was bijna
12’, verontschuldigde Thea zich, omdat ze de menstruatie van haar meisje niet
nog een paar jaartjes tegen kon houden.
Sabine had niet
veel te missen. Op advies van haar moeder hulde ze zich in haar ‘Hello Kitty’
huispak en kroop met Yolo dicht tegen zich aan in een hoekje van de bank. Thea
trok kruidenthee en moest Walter
teleurstellen. Hij had die middag ook wel thuis willen blijven van school.
‘Je bent zeker
ziek?’, informeerde Walter meer voor de vorm dan uit interesse in zijn zus.
‘Nee, ik ben
ongesteld’, herzei Sabine voor de zoveelste keer die dag.
‘Is dat met dat
bloed?’
‘Het betekent dat
Sabine nu een baby kan krijgen’, vulde Thea quasi luchtig, maar in
werkelijkheid nogal gewijd, voor Sabine in.
‘Wanneer? Nu?’,
gruwelde Walter.
De seksuele
voorlichting in een dop van Thea had geen van haar kinderen goed gedaan. Maar
het kon altijd nóg erger.
‘Nee, ik bedoel,
als een piemel in een sneetje gaat, maar zover is het nog lang niet!’
‘Mag ik My Little
Pony kijken, mama?’, ontweek een pips meisjemeisje naast haar warmbloedige
labradorlobbes op de bank heel bewust de grote thema’s in het leven.
Dit was dus
totaal niet zoals de eerste ongesteldheid hoorde te zijn. In de ideale wereld
welteverstaan en volgens de gangbare regels van schooltelevisie door dokter
Corrie. Menstruerende meisjes gingen op in hun seksualiteit in plaats van in My
Little Pony en Hello Kitty. Alhoewel de eerste ongesteldheid van Thea nou ook
niet bepaald volgens het boekje was verlopen. Thea was nog net 11 jaar en op
zomerkamp met de gidsen van de scouting. Alle meisjes moesten hun behoeften
doen achter een zonnescherm in één van de vele diep gegraven gaten in een
plattelandsweiland dat sowieso al bezaaid was met koeienvlaaien. Thea had niet
genoeg slipjes in haar plunjezak om de rode sporen in haar onderbroek lang te
negeren. Ontdaan nam ze een senior medegids van ruim 14 jaar in vertrouwen. Ze
was door de Akela’s uitgeroepen tot vertrouwenspersoon van de overige 21
gidsen.
‘Ik ben hier op
het zomerkamp vannacht voor het eerst ongesteld geworden’, vertrouwde Sabine
het oudere meisje dus nogal beteuterd toe; ervan uitgaande dat deze 14jarige
een ervaringsdeskundige was. Mogelijk kon ze haar van maandverband voorzien? De
groepsoudste haalde haar schouders op en zweeg. Gezien haar leeftijd had deze
vertrouwenspersoon allang naar de Sherpa’s gemoeten. Zo waren er wel meer
ijkpunten die de overjarige medegids nog moest inhalen op haar leeftijdgenoten.
Haar frustratie over die achterstand was begrijpelijk, maar niet de schuld van
Thea. Toch besloot de medegids haar tegenslag op Thea te botvieren door
niet persoonlijk op haar
vertrouwelijkheid in te gaan, maar haar
wel voor de leeuwen te gooien tijdens het eerstvolgende ochtendappel. In het
bijzijn van wel 20 leeftijdgenoten van Thea merkte de 14jarige laatbloeister
luidruchtig op:
‘Ik dacht dat jij
ongesteld was, Thea? Waar laat jij jouw maandverband dan? Niet in de papieren
zak aan de eiken boom want die heb ik nagekeken.’
Thea’s eerste
reactie was verstijving van puur afgrijzen. Tegelijkertijd werd ze ongelofelijk
kwaad op haar vertrouwenspersoon. Haar verhitte woede ontdooide het koudvuur
dat haar reactievermogen tijdelijk plat had gelegd. Honend haalde Thea ter
zelfverdediging uit naar haar belaagster:
‘Gatverdamme, wat
zit jij tussen de vieze troep in de papieren afvalzak te loeren slons!’
Stiekem kneep
Thea hem voor het oordeel van de andere meiden. Ze moesten eens weten van de
bebloede onderbroeken en bezoedelde plukken toiletpapier in een plastic zak
onderin haar plunjebaal. Haar angst was onterecht. Tot grote opluchting van
Thea lachten de overige 20 gidsen mee met haar. Niet met de slons. De
laatbloeister was sowieso niet erg sympathiek. Bijna iedereen was bang van
haar. Inclusief de Akela’s. Daarom was Thea misschien wel enigszins gesteund
door de bijval tijdens het appel. Maar gehoord voelde ze zich niet. Haar
problemen bleven onbespreekbaar. Haar gebrek aan schone onderbroeken; de
afwezigheid van maandverband; en nog wel 7 dagen en nachten in een tentenkamp
te gaan zonder de moderne mogelijkheid om met een noodkreet snel feedback te krijgen
van het thuisfront maakte het gidsenkamp er voor de 11 jarige Thea niet leuker
op. Wel onvergetelijker. In de tijd dat Thea tussen de 11 en 12 jaar was
bestonden er nog geen IPhones. Thea heeft wat meters wc papier op kosten van de
scouting er doorheen gejaagd door ze om het kruis van haar doorweekte slipjes
te draaien. Het leek wel alsof ze leegbloedde die eerste keer.
Wat voelde ze
zich vies. Zelfs na de wissewasjes in de drinkwaterbak voor het vee van de
boer. Haar witte washandje verschoot van kleur in het bijzijn van een stuk of
wat verblufte voyeuristische jonge meisjesogen. Na die eerste blamage durfde
Thea haar met bloed bevlekte washandje niet meer in het waterbekken uit te
spoelen. Vol schaamte zag ze af van de gezamenlijke ochtendwasbeurt met water
en zonder zeep. Alles wat haar nog restte gedurende het kamp waren de reddende
toiletrollen van de scouting. Absorberen maar! Na een week van hevig
bloedverlies in erbarmelijke hygiënische omstandigheden, plakte haar schaamhaar
aaneen tot korzelige, geronnen pegels. Tot zover Thea’s première van de gezonde
ziekte.
Niet lang geleden
zocht de slons ineens contact met Thea via facebook. Ze was eenzaam. Thea was
niet verbaasd.
‘Ken je me nog,
Thea? Weet jij nog dat we samen bij de gidsen zaten!?’, fleemde de slons in een
persoonlijk berichtje.
Nee, Thea was
seniel. Ze zou niet weten met wie ze te maken had ! De slons was niet eens een
herinnering. Haar pestgedrag had ruim 35 jaar als een les in mensenkennis het
gevoelsleven van Thea gehard. Alsof ze gisteren nog op appel stonden. Thea
typte dan ook zonder aarzeling in de persoonlijke berichten terug:
‘Ja, ik weet nog
precies dat je mij belachelijk wilde maken in het bijzijn van alle anderen. Ik
was voor het eerst ongesteld.’
Thea had haar
reactie nog geen 3 seconden verstuurd of ze werd al geblokkeerd. De
gefrustreerde uitschieter van een jaloerse puber tijdens het ochtendappel op
het zomerkamp van de gidsen uit een ver verleden had niet alleen een
onuitwisbare indruk op Thea gemaakt.
Zelfs de seksuele
revolutie, die in de jeugdjaren van Thea aan de orde van de dag was, had de
narigheid rond haar eerste menstruatie bij de scouting niet kunnen voorkomen. Daarom
had Thea nu ze volwassen was haar hoop ook min of meer gevestigd op de
onconventionele aanpak van allerlei zaken die direct of indirect met seksuele
taboes te maken hadden door tv dokter Corrie voor kinderen in de leeftijd van
Sabine en Walter. Daarbij leverde dokter Corrie op de schooltelevisie een
essentiële bijdrage aan het doorbreken van de heersende preutsheid op De
Wielewaal. Er viel zelfs voor de opperouders niet veel aan de educatie over de
loop van de natuur te controleren, want seksuele voorlichting is door de
overheid op alle openbare basisscholen in Nederland verplicht gesteld. Die
obligatie betekende echter niet dat sceptici zoals Walter zomaar over de streep
getrokken werden. In tegenstelling tot zijn moeder had Walter een gloeiende
hekel aan de seksontleding van dokter Corrie. Toen Walter in groep 7 zat, mocht
hij de seksuele voorlichting op de schooltelevisie in de klas van zijn
toenmalige meester Vik wel overslaan. Walter werkte vervolgens meestal in de
gang aan zijn weektaak. Maar liever nog voegde hij zich bij de conciërge Tarik
die meestal wel een helpend handje kon gebruiken. Walter is een handige jongen
met een groot technisch probleemoplossend vermogen. Hij was meer dan bereid om
zich onder schooltijd buiten de klas nuttig te maken. Meester Vic en conciërge
Tarik maakten dan ook dankbaar gebruik van zijn hulpvaardigheid. Daar mocht dan
heus weleens een officieuze vrije middag tegenover staan. Walter leerde snel
genoeg en had zijn sporen in groep 7 in geen tijd verdiend.
Zover was hij
echter nog niet gekomen toen Sabine voor het eerst ongesteld werd. Walter zat
nog bij juffrouw Marijke in groep 6 onbenullig te wezen en moest op de middag van Sabine’s gedenkwaardige eerste
menstruatie gewoon de lessen op De Wielewaal volgen. Normaal gesproken
begeleidde Thea haar kinderen tussen de middag niet naar hun klaslokaal in De
Wielewaal. De noodzaak ontbrak omdat veel basisschoolkinderen de overblijf
bezochten waardoor op het middaguur van normale schooldagen de politiek
correcte sfeer alom geluwd leek door de tijdelijke afwezigheid van de meeste
opperouders. Op de dag van de eerste ongesteldheid van haar dochter liep Thea
bij hoge uitzondering wel het ploflokaal van groep 7 binnen om aan juffrouw
Lola aan te geven dat Sabine die middag thuis zou blijven om te bekomen van de
schrik vanwege haar eerste menstruatie. Walter was ze bij de ingang van het
speelplein al kwijtgeraakt aan zijn klasgenootjes Tim en Marcus. Hij zou
vanzelf wel in het lokaal van groep 6 bij juffrouw Marijke terecht komen.
In het lokaal van
groep 7 was juffrouw Lola met een paar klasgenootjes van Sabine in gesprek. De
lessen waren nog niet begonnen. Thea bleef bij de ingang van het lokaal keurig
haar spreekbeurt staan afwachten. Ze had nog nooit de hand geschud van juffrouw
Lola. Op een dag bestond ze gewoon als vaste vervanging voor juffrouw Rita.
Sabine kende haar wel al van eerdere invaluren en vond haar best aardig. Zoals
het merendeel van plofgroep 7. Dat was waarschijnlijk de reden waarom ze door
directrice Willy Bakbruin naar voren was geschoven ter vervanging van juffrouw
Rita. Zo vanzelfsprekend was haar aanstelling namelijk niet. Ze kwam tenslotte
net kijken als onderwijzeres en dan is zo’n plofklas misschien net iets te hoog
gegrepen. Maar als de nood aan de man was, dan was juffrouw Lola dus nabij. In
het begin verscheen ze sporadisch voor groep 7, maar toen duidelijk werd dat
juffrouw Rita niet een
beetje, maar
compleet opgebrand was, bleef juffrouw Lola de nieuwe, vaste wederhelft van
juffrouw Siepie. Zowel op de donderdag als op de vrijdag. Juffrouw Lola was
jong, slank, modieus gekleed en heel wat aantrekkelijker dan juffrouw Siepie.
Dat laatste was op zich niet zo’n opzienbarende prestatie, maar het elegante
contrast met de onesthetische juffrouw Siepie was nogal groot.
Juffrouw Siepie
had niet vooraan gestaan bij het uitdelen van zowel uiterlijke als innerlijke
bekoorlijkheden. Zij was de potige tante van begin 30 die in het vorige
schooljaar de combiklas van Jeewee had overgenomen. Toentertijd nog in
samenwerking met Rosalie; de gedistingeerde onderwijzeres van wie Thea
vermoedde dat ze een spion was voor de schoolstichting. De combiklas was immers
uiteindelijk opgeheven. Niet lang daarna verdween ook Rosalie van het
Wielewaaltoneel. Maar juffrouw Siepie was een hardnekkig blijvertje. Vanaf hun
eerste ontmoeting kon Thea niet anders dan de overweldigende verschijning van
juffrouw Siepie blijvend met het stereotype van een traditionele Goudse
kaasboerin associëren. Dat had niet per sé met haar geelblonde touwhaar en melkachtige
zuiveluitstraling te maken. Ook niet onlosmakelijk met haar houterige houding
alsof ze constant op klompen liep en tevens nooit anders zou willen. De
essentie van haar lelijkheid zat in de vereniging van al deze uiterlijkheden in
combinatie met haar onaangename persoonlijkheid. Haar wezen straalde
verdorvenheid in de zin van jaloezie, kleinzieligheid en primitiviteit uit.
Vanaf het moment dat Sabine uit de combiklas naar de complete groep 6 van
meester Joep was overgestapt, voelde juffrouw Siepie zich persoonlijk
aangevallen door Thea en Bart. Zij zou immers de combiklas - samen met juffrouw
Rosalie weliswaar - nog een schooljaar in stand houden en het kwam geen moment
in het botte hoofd van juffrouw Siepie op dat de wissel van Sabine weleens nul
komma niks met haar eigenmachtige didactische inbreng te maken gehad zou kunnen
hebben. Bij ontmoetingen in de gangen van De Wielewaal wist Thea de
schuldeisende aanwezigheid van juffrouw Siepie steeds maar ternauwernood te
ontlopen. Als Siepie de kans kreeg dan zocht ze oogcontact met Thea op een
agressieve manier die de indruk wekte dat er nog heel wat appeltjes te schillen
waren voordat, wat juffie betreft, de kou uit de lucht zou zijn. Thea deed geen
moeite om juffrouw Siepie op andere gedachten te brengen. Ook niet nu Sabine
bij juffrouw Siepie in groep 7 zat. Zolang Sabine geen problemen beweerde te
hebben met dit onderwijsdragonder onthield Thea zich van commentaar. Helemaal
nadat ze sinds de afscheidsbarbecue van voor de zomervakantie van Sabine wist
dat Siepie met Joep had staan tongen op een basisschoolfeestje voor en van
kinderen. Het feit dat meester Joep hierna alsnog op zijn wereldreis naar
Nieuw-Zeeland was vertrokken zei wat Thea betreft genoeg over de begeerlijkheid
van juffrouw Siepie. Zij was veel minder een plukrijpe jonkvrouwe, dan een
roofvogel op strooptocht. Een vleesetende adelaar die haar prooi niet zonder
slag of stoot uit haar klauwen losliet. Voorlopig had meester Joep weten te
ontkomen. Mogelijk had het prille paartje hun liefde nog niet geconsumeerd en
wachtte juffrouw Siepie sinds de sappige tongzoenen van de barbecue ongeduldig
op het einde van dit schooljaar, want dan zou meester Joep terugkeren van zijn
avontuur in Nieuw Zeeland. Konden hij en zij eindelijk een vervolg geven aan dat
voorproefje van een wanhopige aaneen smelting
tussen 2 wannabee in lovers. Ondertussen zag juffrouw Siepie overal
concurrentie. Spoken dus, want meester Joep lag niet beter of slechter in de
markt dan welke andere gangbare man. Voor het merendeel van de ouders gold dan
ook al snel na het vertrek van meester Joep:
‘Er valt nog zoveel vis te vangen.’
Desalniettemin kweekte juffrouw Siepie een
grondige hekel aan bijna alle vrouwen op De Wielewaal die ooit iets met haar
meester Joep van doen hadden gehad. Logisch dus dat ze Thea
haatte vanwege de
affaire met het afscheidsliedje voor meester Joep. Het beeld van de finale,
zompige lebberzoen van Thea voor het hek van het speelplein – met haar vent
nota bene - hield juf Siepie nu, maanden later, nog uit haar nachtrust.
Iedereen die belangrijk was voor de status van juffrouw Siepie op De Wielewaal
was getuige geweest van de hoerige actie van die geile sloerie van een Thea.
Juffrouw Siepie was er het type wel naar om uit wraak in haar vrijgezellenflat
zelfs geregeld knopspelden in een voodoopop te steken. Zo’n lappen marionet
gevuld met stro zou dan voor het alter ego van Thea staan. Deze gulzige slet
verdiende levenslange marteling met langeafstand speldenprikken totdat de
zwarte magie haar fataal zou worden. Thea moest een langzame dood sterven. Niet
echt natuurlijk, want dan zou juffrouw Siepie de bak in moeten en zou ze de
liefde van haar leven alsnog mislopen, maar bij wijze van spreken. Symbolisch.
Het was een kinderlijke haatcampagne waarin tientallen door Thea gedupeerde
opperouders juffrouw Siepie feilloos aanvoelden. Men hitste elkaar op. Mogelijk
zelfs zonder woorden als in telepathie, maar daarom voelde Thea de
spreekwoordelijke doodsdreiging niet minder reëel boven haar hoofd hangen.
Desondanks stak
Thea onbevangen haar hand naar juffrouw Lola uit toen de onderwijzeres na 5
minuten preken, op een wijze waaraan een ouderwetse non van de eerste orde
amper kon tippen, eindelijk klaar was met het beslechten van een ruzie tussen
een stel meiden. Sufgeluld weken de betrokken klasgenootjes van Sabine uit naar
hun zitplaatsen in het lokaal.
‘Hallo, ik ben de
moeder van Sabine.’
‘Hey Thea’,
groette niet juffrouw Lola, maar Zarah.
Ze kwam net terug
uit het overblijflokaal op dezelfde verdieping. Zelfs Ronnie zwaaide naar de
moeder van zijn beste vriendin, maar juffrouw Lola negeerde de uitgestoken hand
van Thea. In plaats daarvan nam ze een stapel A-viertjes van haar lessenaar. Verbeten
begon ze het tweede deel van de niveautoets uit te delen. Thea stond paf. Als
dit echt waar was dan was dit toch wel het toppunt van bot. Maar wat dan nog? Thea zou niets meer naar
zich toe trekken; alle ballast zou ze van zich af laten glijden. Thea dacht aan
het balbezit. Dat ze de bal terug moest spelen.
‘Hallo Zarah’,
riep Thea dus maar door de klas.
‘Waar is
Sabine?’, wilde Zarah volgens plan weten.
‘Ze blijft
vanmiddag thuis. Ik moest de groetjes doen. Je bent superlief voor haar
geweest.’
Zarah lachte
verlegen;
‘Je moet
menstruatie pijnstillers kopen; dat doen Adiva en Erum ook altijd.’
De kinderen die
al in het lokaal aanwezig waren voor aanvang van de middaglessen luisterden
geboeid naar de conversatie tussen Zarah en Thea. Juffrouw Lola deelde nog
steeds niveautoetsen uit. Op elk bankje vleide ze een paar aaneengehechte
formulieren. Maar aan de kromming van haar rug viel op te maken dat ook zij aan
het luistervinken was.
‘Is Sabine
ongesteld geworden?’, vroeg Ronnie zonder schroom.
Zarah was Thea te
snel af.
‘Ja, voor het
eerst vanmorgen in de klas.’
‘Happy is ook
allang ongesteld’, snoefde Ronnie.
‘Happy is al
bijna 14’, wierp Zarah tegen.
Onder het
vrolijke gekibbel van het tweetal zigzagde Thea tussen de bankjes door richting
uitgang van het lokaal. Bij de deur hield juffrouw Lola haar staande door de
weg naar buiten met haar ranke lijf te stremmen.
‘Ik wist niet dat
Sabine voor het eerst ongesteld was’, bitste ze bij wijze van
verontschuldiging.
In werkelijkheid
dekte ze zich gewoon in voor het geval deze beruchte moeder weer eens
geprikkeld was om ergens een klacht in te gaan dienen zoals het onderwijzend
team van De Wielewaal onderhand wel van Tirannieke Thea gewend was.
‘Ow, jij dacht
dat ze allang ongesteld was? Sabine is 10 jaar Lola. Hoe oud was jij toen je
voor het eerst menstrueerde?’
Alsof Lola bereid
zou zijn om dergelijke intimiteiten met Thea te delen. Zij had vast een bos
rozen gekregen van haar vader op de dag van haar eerste menstruatie. Thea
beeldde zich verder in hoe juf Lola
samen met haar moeder en jongere zusje een feestje bouwde. Eindelijk was
de lang verwachte dag gekomen. Lola was al een flinke bakvis en de komst van
haar eerste menstruatie was een super speciale gebeurtenis voor een mega
bijzonder meisje. Een ontluikende bloem die, nu ze ingewijd was in het zoete
geheim, eindelijk uit de knop kon schieten. Lola was beter, liever,
belangrijker en zoveel meer waard dan een Sabine van 10 jaar uit die
stomvervelende plofklas die Lola’s potentie tot vernieuwende onderwijsvrouw met
visie totaal niet tot haar recht deed komen.
‘Sabine gedroeg
zich anders helemaal niet alsof ze voor het eerst menstrueerde. Trouwens, ze is
niet ziek of zo. Juist niet. Ze zou blij moeten zijn ’, stribbelde juffrouw
Lola nog tegen.
Er was niets meer
over van haar betovering. Juffrouw Lola en juffrouw Siepie verdienden elkaar.
Allicht is de maandelijkse cyclus een natuurlijk proces waar niemand over moet
struikelen, maar juffrouw Lola hoefde een meisje van 10 jaar uit haar klas toch
ook niet zo koud in haar bloederige onderbroekje te laten staan? Een
vriendelijk woord en gebaar doen zoveel goed. Ze vragen wellicht de nodige
inspanning van gevoelsarme mensen zonder inlevingsvermogen, zoals Lola, maar ze
kosten in ieder geval geen geld. Het zwaktebod van de gezonde ziekte van
juffrouw Lola kon Thea gestolen worden.
‘Je bent leuker
als je zwijgt’, tipte Thea haar tot slot, waarna ze zich naar huis repte met
het voornemen om met haar dochter samen op geheel eigen wijze een exclusieve,
bloedmooie herinnering te creëren.
HOOFDSTUK 36
Over de tactloze
juffrouw Lola verder maar geen kwaad woord! Anders kon Thea wel bezig blijven.
De meeste verborgen autisten zijn sowieso hardnekkige recidivisten. Daar buiten
dunkte Thea dat ze voorlopig meer dan voldoende bezwaarschrift in tekst en
uitleg had ingeleverd bij de directeur van de onderwijsstichting om de
bepalende beleidsmakers voorlopig zoet te houden. ‘De dictatuur van de
bekrompen ouders’ op zich was al moeilijk genoeg te verkroppen geweest. Nog geen dagdeel nadat Thea haar
nachtelijke overdenkingen had opgeschreven en in de vroege ochtenduurtjes via
email aan de directeur van de onderwijsstichting van De Wielewaal had
opgestuurd, werd ze uit haar powernap gebeld door de secretaresse van de
bovenbaas van het overkoepelend orgaan van alle aangesloten basisscholen uit de
regio. Of Thea misschien behoefte had om het één en ander van haar
schriftelijke uiteenzetting nader toe te lichten in een gesprek onder 4 ogen
met de directeur; Rinus Hardleers. Maar na jaren van overleg, bijeenkomsten en
gesprekjes op De Wielewaal was Thea eigenlijk wel uit gepraat. Al die oeverloze
discussies hadden haar niets anders gebracht dan het besef dat praatjes geen
gaatjes vullen. Of zoals de oude Romeinen al plachten te zeggen:
‘Non replenda est
curia verbis.’
Er was geen
discussie mogelijk over het pak van Thea’s hart. Ze had haar gal gespuid en
vereeuwigd in een kennisgeving en daar moesten de geadresseerden het maar mee
doen. Bart was onder de indruk van de inhoud van ‘De dictatuur van de bekrompen
ouders.’
‘Dit muisje heeft
een staartje’, voorzag hij meteen al.
‘Alle muisjes
hebben een staartje toch?, vond Thea.
‘Ja, maar dit
muisje krijgt een extra lang staartje’, voorspelde Bart.
‘Dat weet je
niet.’
‘Dat weet ik wel.
Intuïtie’
‘Daar heb ik niks
aan. Ik wil keiharde bewijzen.’
‘Waarom ben je
het gesprek met die directeur; met die Rinus Hardleers dan niet aangegaan?’
‘Waarom zou ik?
Ik heb al mijn grieven al bekend gemaakt. Wat valt daar nou over te bepraten?
Laat hem maar met een oplossing komen in plaats van met een gesprek. Of niet.
Ik ben geen onderwijsadviseur. Duizenden euro’s worden er jaarlijks aan
consultants, trainingen en bijscholingscursussen weggegooid in het onderwijs en
dan zal uitgerekend ik – die Tirannieke Thea - even gratis en voor niks de
directeur van de onderwijsstichting waarbij De Wielewaal is aangesloten op het
juiste spoor zetten. Echt niet. Goede raad is duur.’
‘Waarom heb je
dan een klacht ingediend? Ja, ik speel maar even de advocaat van de duivel
hier?’, vroeg Bart in de tijdelijke hoedanigheid van pleitbezorger van de
gevreesde tegenpartij dus.
‘Ik heb geen
klacht ingediend. Ik heb mijn mening gegeven. Dat mag ik. We leven – nog – in
een vrij land. Maar omdat ik op de basisschool van mijn kinderen niet gehoord
word, kan ik niet anders dan een stapje verder gaan.’
‘Ach mevrouw
heeft geldingsdrang. En vertelt u eens: wordt u na het schrijven en verzenden
van ‘De dictatuur van de bekrompen ouders’ dan wel gehoord?’, wilde de
zogenaamde rechtsgeleerde van de gefingeerde tegenpartij weten.
‘De tijd zal het
leren. Ik heb expres voor een beperkte kennisgeving en geen open brief gekozen,
zodat noch Willy Bakbruin en vertrouwensarts Jojanneke van De Wielewaal, noch
de stichtingsdirecteur Rinus Hardleers over mijn klacht met anderen kunnen
communiceren zonder dat ik op één of andere manier merk dat 1 van hen de mond
voorbij heeft gepraat. Hoe meer mensen buiten Willy Bakbruin, Jojanneke of
Rinus Hardleers van ‘De dictatuur van de bekrompen ouders’ afweten, hoe harder
het bewijs dat mijn protestbrief dus stof heeft doen opwaaien.’
‘Nou, maak je
geen illusies; jouw privé-artikel gaat toch wel over de tong. Ook zonder tastbaar bewijs. Dat kan ik je nu al op een
briefje geven. ‘De dictatuur van de
bekrompen ouders’, is een schot in de roos. Waarom zou zo’n directeur anders
met jou van gedachten willen wisselen?’
‘Ik heb zo’n idee
dat jij naar de bekende weg vraagt?’, raadde Thea.
Theatraal greep
Bart zijn vrouw bij de schouders en verdiepte zich in haar ogen, terwijl hij
niet zonder trots en de nodige overdrijving declameerde:
‘Volgens mij meer
speelt er veel meer op De Wielewaal. Neem nou de opheffing van de combiklas en
de plotselinge komst en het vertrek van die juffrouw Rosalie waarvan jij
vermoedde dat ze een spionne van de schoolstichting was? Het is een rotzooitje
op de basisschool van onze kinderen en jij hebt de stichting die
verantwoordelijk is voor het beleid van De Wielewaal vannacht wakker geschud
uit een doezelmodus met aan de horizon een vage nachtmerrie. Jij hebt ze een
handvat gegeven. Een clou, een tipje van de sluier. Je hebt lopende zaken op
een rijtje gezet met jouw aanklacht tegen de dictatuur van de bekrompen ouders.
Je hebt een beginnetje aan de eindstreep gemaakt.’
‘Gossie, zal ik
mijn bankrekeningnummer dan maar even doorsturen?’, smaalde Thea, terwijl ze
zich van Bart afwendde met de bedoeling om iets nuttigs te gaan doen.
Wat overigens
niet wegnam dat Bart niet ver benevens de waarheid kon zitten. Zijn gelijk hing
in de lucht. Thea kon de rechtvaardigheid bijna aanraken. Of het was
zinsbegoocheling, want de sfeer op De Wielewaal was in wezen onophoudelijk te
snijden. Alleen de densiteit fluctueerde. Een mogelijke oorzaak maakte de dikke
mist waarin de wrok jegens Tirannieke Thea zich schuilhield er jammer genoeg
ook niet doorzichtiger op. In die zin was de morgen van de kinderen naar school
brengen na de slapeloze nacht voor Thea niet minder beladen geweest dan
normaal. Daar kwam nog bij dat de late uurtjes waarin Thea geschreven had niet
bevorderlijk werkten voor de alledaagse perceptie van moeder de vrouw. Het
slaapgebrek van Thea wakkerde mogelijk hallucinaties over het effect van ‘De
dictatuur van de bekrompen ouders’ aan. Maar Bart was ook heilig overtuigd van
de tekortkomingen van het team van De Wielewaal en het effect van; De dictatuur
van de bekrompen ouders, en hij was wel uitgeslapen. Bart pareerde de grap van
Thea dan ook met een snedige repliek:
‘Nee, geen
bankrekeningnummer doorgeven! Straks word er nog illegaal extra schoolgeld van
je zuur verdiende salaris afgeschreven ter vergoeding van buitenschoolse
inspanningen en administratiekosten van en door het onderwijzend team.’
In de weken die
volgden kwam het bioritme van Thea weer min of meer op orde. Ooit had ze in de
wachtkamer van de huisarts in een medisch tijdschrift gelezen dat verloren
nachtrust nooit meer valt in te halen. Een intrigerende gedachte, omdat een
mens er wel vanuit gaat dat slapeloosheid ’s nachts gecompenseerd kan worden met een kort of wat
langer middagdutje. Maar kennelijk biedt alleen uitslapen soelaas. Bijslapen in
de zin van inhalen gaat niet lukken. Weg is weg, zoals je ook nooit jonger
wordt, maar met het verstrijken van elke seconde opnieuw een stukje ouder. Elke
afdwaling van het normale tijdsritme doet een extra beroep op de levensduur.
Weer versneld een paar rimpels en grijze haren erbij.
Om dit opgevoerde
verouderingsproces een halt toe te roepen, nam Thea zich voor om niet toe te
geven aan haar vermoeden dat de inhoud van de dictatuur van de bekrompen ouders
een eigen leven was gaan leiden in zowel de wandelgangen van het gebouw van De Wielewaal
als van de onderwijsstichting. De sensatielust klonk door in de stem van de
secretaresse van Rinus Hardleers toen ze vergeefs probeerde om een gesprek met
Thea de briefschrijfster te regelen. Toch stond zulks in geen vergelijk met het
grievende effect van de reactie van het docententeam van De Wielewaal direct na
het versturen van haar verweer. De gewoonlijk zo joviale juffen die Thea per
ongeluk in de wandelgangen tegen het lijf liep, gingen haar gebeten uit de weg.
Deze geniepige vorm van acute rancune wende nooit; hoewel Thea toch zeker niet
voor de eerste keer met haar harde kop tegen de ontoegankelijke Wielewaalmuur
op liep. De enige over gebleven meester die De Wielewaal toentertijd telde,
Jan-Willem alias Jeewee, waagde het zelfs om Thea voor de verandering eens niet
te ontlopen, maar haar juist recht in het gezicht met een dedain te groeten,
hetgeen zo stuitend was dat Thea hem er met liefde en plezier een kopstoot voor
terug had gegeven. Met de nodige zelfbeheersing wist ze zich echter in te
houden en knikte resoluut terug naar haar voormalige aanbidder. Eigenlijk was
deze gewapende vrede haar liever dan de voorafgaande adoratie van Jeewee.
Vroeger lukte het hem amper om haar recht in de ogen kijken. Met zijn toch wel
wrange afwijzing nam hij tenminste stelling. Zij het in de onhoudbare rol van
Übermensch. Dat was dan wel weer jammer. Zijn straffe houding was geen lang
leven beschoren. Daar kon de grootste angsthaas gif op innemen, maar voorlopig
had Jeewee heus wel lucht gekregen van een geruchtmakende klacht aan de
onderwijsstichting. De flarden die hij had opgevangen van roddels over
dolksteken van Thea in de ruggen van Willy Bakbruin en consorten roken naar
stront aan de knikker en in dat geval koos Jeewee kritiekloos voor de weg van
de minste weerstand. Aan zijn lijf geen polonaise en was Jeewee even blij dat
hij zich op amoureus gebied nooit met Thea had ingelaten. Alsof hij ooit een
keuze had gehad!
‘Dat onvolwassen
gedrag viel te voorzien als een allergische reactie op jouw schrijfstijl en ik
heb het je voorspeld’, suste Bart.
‘Ow, maar dat
weet ik ook wel meneer Bart. Uw vooruitziende blik maakt alle niet te duiden
weerstand een stuk lichter te dragen, uiteraard. Ik zou alleen voor de
verandering zo graag eens met open vizier aangevallen willen worden’, wanhoopte
Thea hunkerend.
Zonder zich te
realiseren dat zo’n dubieuze wens ook weleens op korte termijn in vervulling
zou kunnen gaan. De uitkomst pakte echter minder voordelig uit dan Thea zich op
voorhand had voorgesteld. Amper een week na het versturen van ‘de dictatuur van
de bekrompen ouders’ stoorde de ringtone van haar mobiel bij het afrekenen aan
de kassa van de Lidl. Dat werd dus de voicemail die de beller echter niet had
ingesproken. Thea parkeerde haar met boodschappen bepakte en bezakte fiets
tegen de leuning van een bankje in het parkje vlak bij de supermarkt en
controleerde de nummerherkenning. Volgens de voicemailstem op haar mobiel was
Thea zojuist gebeld door een afzender met een telefoonnummer dat ze niet kon
thuisbrengen. Nieuwsgierig belde Thea terug.
‘Met Willy
Bakbruin.’
‘Je had mij
gebeld?’, vroeg Thea verbaasd omdat ze het telefoonnummer van De Wielewaal
onderhand uit het hoofd kende en Willy haar dus blijkbaar onder de noemer van
haar privémobiel belde.
‘Ja, ik wil een
gesprek’, gelastte Willy streng.
Het gewicht van
de boze verordening, van de onmiskenbare schooljuffrouw in directrice Willy
Bakbruin, deed de benen van Thea verslappen in een stimulus respons reactie
waarvoor de kiem in haar kindertijd was gelegd. Een zitplaats op het lege
parkbankje bood een solide basis voor knikkende knieën en een prima alternatief
voor de strafhoek. De abrupte hartkloppingen in haar keel probeerde ze niet te
laten doorklinken in een stellige reactie:
‘Ik niet’.
Thea zag de
denkbeeldige discussiebal weer voor zich. Bijna letterlijk door een paar
jongens die op een grasveldje in het park aan het voetballen waren. De bal werd
in beweging gehouden doordat iedereen van zich af speelde. Dat was toch de
essentie van het spel; de truc om de bal zo goed mogelijk af te weren en naar
een ander door te spelen of opnieuw af te trappen. Hoe korter het balbezit, hoe beter.
‘Ja maar, ik ben
er niet van gediend dat je é-mails naar de directeur van de onderwijsstichting
stuurt. Wij gaan hier op De Wielewaal het gesprek met elkaar aan.’
Hoezeer Willy ook
hoorbaar haar best deed om haar boodschap gezaghebbend op Thea te laten
overkomen; toch klonk het vervolg van haar veelbelovende start desondanks als
een zwaktebod van een benevelde alcoholiste die zich voorafgaande aan haar
grootspraak de nodige moed had ingedronken. Thea was weliswaar vertrouwd met de
afgemeten manier van praten van Willy Bakbruin, maar de vertraging in haar
dubbele tongval was nieuw. Willy spuide haar zinnen alsof haar gedachten steeds
te laat achter de uitspraak aankwamen en ze zich pas realiseerde wat ze gezegd
had nadat het hoge woord al geuit was. Tijdens de onvermijdelijke pijnlijke
stiltes die zich gedurende het onbedoeld
uitgebreide telefoongesprek zouden blijven herhalen, hoorde Thea aan de
overzijde van de verbinding glasgerinkel en andere bargeluiden op de
achtergrond. Borrelgeruis dat het vermoeden dat Willy Bakbruin zo vroeg in de
namiddag al flink had zitten pimpelen alleen maar versterkte. Of misschien
probeerde ze nog steeds om tijdens haar werk op De Wielwaal haar dagelijkse
alcoholpromillage stiekem op peil te houden met een rietje in een met drank
doordrenkte sinaasappel? De dikke schil van de sinaasappel en de scherpe lucht
van het vruchtvlees verbloemen de geïnjecteerde alcohol in het sap. Zo bleef het
alcoholisme van de directrice een algemeen gedeeld geheim. Althans volgens een
mogelijk scenario dat Thea ooit voor het lethargische voorkomen van Willy
Bakbruin verzonnen had. De hoeveelheid alcohol uit het denkbeeldige
vruchtenlikeurtje voldeed door jarenlange gewenning inmiddels vast alleen nog
maar om in de stemming te komen. Wie weet stond Willy Bakbruin wel onder
toenemende druk? God weet was ze eenzaam? Gescheiden? Overspannen? Vandaar dat
het draaiboek door Thea geüpdatet moest worden met gefantaseerde bezoeken van
de directrice aan een bruin café in een achterbuurt na schooltijd om het
idee-fixe over eventueel drankmisbruik van Willy Bakbruin weer kloppend te
krijgen. Mogelijk stond Willy onder vuur van het stichtingsbestuur en dronk
Wodka om de pijn van een falend directiebeleid van De Wielewaal te verzuipen in
liters alcohol. Net als in een sinaasappellikeurtje is het alcoholpercentage in
Wodka reukloos. Aldus was Wodka ook niet bij de eerste de beste persoonlijke
ontmoeting door de tegenstander op stel en sprong aantoonbaar actief in het
gestel van Willy Bakbruin. Alcoholmisbruik bracht de directrice van De
Wielewaal waarschijnlijk niet alleen verraderlijke slow motion, maar ook
noodzakelijke verdoving, dus wie deed haar wat?
‘Die gesprekken
op De Wielewaal die ken ik onderhand’, beet Thea vastbesloten van zich af.
‘Welke datum kan
ik noteren?’, bralde Willy.
‘Sint Juttemis;
dat is de datum waarop Pasen en Pinksteren op
1 dag vallen’.
‘Als je niet wilt
praten dan moet je ook geen é-mailtjes meer sturen’, vond Willy irrationeel.
‘Wie zegt dat?’
‘Dat is zo’.
‘Nou ja, meestal
is een mailtje wel een ingang tot een gesprek, maar in het geval van ‘de
dictatuur van de bekrompen ouders’, heb ik een soort klacht verpakt in een
kennisgeving naar Rinus Hardleers oftewel de directeur van de
onderwijsstichting gestuurd en een afschrift aan de vertrouwensarts en aan jou.
Het is meestal niet de bedoeling dat de geadresseerde reageert op een
kennisgeving. Een kennisgeving is een kennisgeving en geen contactadvertentie.’
‘Ik vind het
gewoon niet leuk dat je dat hele verhaal in die mail zomaar naar de directeur
van de onderwijsstichting hebt opgestuurd. Je had eerst contact met mij moeten
opnemen. Rinus Hardleers heeft helemaal geen boodschap aan jouw verhaal. Je
kunt niet zomaar in het wilde weg mailtjes sturen Thea’, protesteerde Willy vol
zelfmedelijden op een wijze die bijna aandoenlijk was.
Tijdens één van
de vele evaluaties over wat er nou weer was misgegaan in relatie tot Sabine of
Walter, of allebei tegelijk, had Bart ook al eens te maken gehad met de
wereldvreemde kijk van Willy op é-mails van ouders. Op een gegeven moment kwam
tijdens het zoveelste babbeltje geheel
terzijde zelfs de hatemail van de luizenouders aan het adres van Bart en Thea
aan de orde. Niet alleen deze bedreigende berichtjes, maar ook andere vijandige
mailtjes van ouders naar elkaar en naar docenten hadden bij de directrice van
De Wielewaal een nog al onverwachte reactie teweeg gebracht, waarover Bart
achteraf geamuseerd verslag deed aan Thea. Zonder gêne had Willy bij Bart de
mogelijkheid gepeild om het é-mail verkeer op De Wielewaal maar helemaal af te
schaffen. Bart is immers een automatiseringsman en dus de expert bij uitstek
vond Willy. Ze wilde dan ook van Bart bevestiging van haar bevinding dat een
dialoog op het internet veel eerder tot misverstanden leidde dan een onderonsje
in het echte leven. Of Bart het ook zo lastig vond dat simpele online briefjes
automatisch opgeslagen en dus traceerbaar waren? Hierdoor transformeerden
onschuldig bedoelde mailtjes onbedoeld in juridisch bindende informatie. Je was
als computergebruiker dus wel genoodzaakt om te bezinnen alvorens aan een
é-mail te beginnen. Een officieus babbeltje daarentegen bood zoveel meer
mogelijkheden en uitwegen. Zeker voor de categorie verbale mensenmensen in het
onderwijs. Sociale wezens die in de regel liever niet eerst denken voordat ze
wat zeggen; maar altijd blind vertrouwen op het zelf herstellend vermogen van
gezwets. Vandaar de latente behoefte van schoolfrikken aan gesprekjes met meer
gelul dan wijsheid natuurlijk. Bart snapte dan ook heel goed waar Willy
Bakbruin vanuit haar perspectief uit gezien op doelde, maar zijn
realiteitszin zette de directrice van De
Wielewaal echter weer met de beide benen op de grond. De é-mail is een
rechtmatig en modern communicatie middel en een basisschool is een openbare
instelling die derhalve een dergelijke, legitieme contactingang met goed
fatsoen niet kan weren. Volgens Bart was het kwartje wel gevallen bij Willy,
maar Thea was niet overtuigd. Evenmin vertrouwde Thea in de naïviteit en
oprechtheid van Willy Bakbruin. Zij zocht eerder een verpakte vorm van intimidatie
achter het zogenaamde voornemen van de directrice van De Wielewaal om de
mailwisseling als communicatiemiddel af te schaffen. De gepresenteerde intentie
was een dekmantel van Willy Bakbruin om via argeloze Bart die Tirannieke Thea
voor eens en altijd te dwingen tot slikken of stikken van het wanbeleid op De
Wielewaal.
‘Dat geloof ik
niet!’ beweerde Bart op weinig overtuigende toon.
Zijn redenatie
was krom. Normaliter schuwde Willy Bakbruin geen middel om zich te ontdoen van
de brutaliteiten van Thea en dan zou ze van alle mensen in haar directe
omgeving uitgerekend geen gebruik maken van de gelegenheid om de echtgenoot te
bespelen? Nee, Willy Bakbruin was niet neutraal. Ze was wel slim genoeg om te
snappen dat een algeheel mailverbod een utopie was. Ook zonder uitleg van Bart.
In het specifieke geval van Thea zou Willy Bakbruin echter wel voor een mailbelemmering zorgen. Hoe dan ook. Ook
zonder uitleg van Bart. Het telefoongesprek naar aanleiding van de dictatuur
van de bekrompen ouders neigde dan ook hoe langer hoe meer in de richting van
het trieste gelijk van Thea. Reden temeer voor Thea om zich niet zonder meer
aan de directrice van De Wielewaal gewonnen te geven.
‘Bart en ik
hebben zowel samen als los van elkaar in het verleden verschillende gesprekken
met je gevoerd en wij hebben ons op geen enkel moment door jou gehoord gevoeld,
Willy. Dus dan moet jij mij eens 1 reden geven waarom ik in het geval van de
dictatuur van de bekrompen ouders eerst contact met jou op zou hebben moeten
nemen alvorens de stichtingsdirecteur Rinus Hardleers in te schakelen?!’
‘Omdat er geen
dictatuur van de bekrompen ouders bestaat! Ja, misschien in jouw hoofd!’,
antwoordde Willy tergend langzaam.
Dit was het
moment waarop Thea volgens Bart gewoon recht op de vrouw af had moeten vragen
of directrice Willy Bakbruin misschien te diep in het glaasje gekeken had. Maar
Thea verkoos te zwijgen. Een passief agressieve vorm van reageren. In weerwil
van het naleven van de ideologie van Bart die toch meestal neerkwam op lik op
stuk en makkelijke scores. Thea bleef apathisch en verkleumd op het parkbankje
met haar mobiel aan één oor, naar de horizon van een flatgebouwencomplex aan de
rand van het voetvalveldje zitten staren. Willy werd ongedurig van de
radiostilte.
‘Thea?’
Na een lange
pauze kwam Thea eindelijk actief tegen Willy in verzet.
‘Er zijn juist
een heleboel bekrompen ouders op De Wielewaal’.
Eigenlijk kon de
hele poppenkast op de basisschool van haar kinderen haar niets meer schelen.
Het was alsof het schrijven van ‘de dictatuur van de bekrompen ouders’ een
therapeutische uitwerking op haar zintuigen had gehad. Het versturen van de
mail naar Rinus Hardleers, Willy Bakbruin en Jojanneke de vertrouwensarts had
een abrupt einde gemaakt aan de heerschappij van Thea’s sentimenten met
betrekking tot De Wielewaal. Ze maakten in het wezen van Thea plaats voor een
verloren gewaande, vertrouwde, alledaagse wereld van horen, zien, proeven,
ruiken en voelen.
Haar huidige
uitzicht op een banaal voetbalspel aan de rand van een betonnen woud werkte
verrassend rustgevend. Temeer omdat in de achterstandswijk van Thea een
geplande renovatie, sloop en nieuwbouw aan de gang was. Al 8 jaren met
tussenpozen. Na het besluit van Thea en Bart om in een afbraakwijk een huis te
kopen ontvingen zij van de optimistische verantwoordelijke bouwopzichter een
routeboekje dat een werkschema van 5 jaar weergaf. Dit draaiboek kon allang de
prullenbak in. In de beginperiode vervalste het kabaal van de sloop van de
vooroorlogse arbeidershuurhuisjes nog helemaal volgens plan de ambiance rond
het monumentale droomhuis van Thea en Bart. Daarna volgde de crisis en een
onverwachte interval van niets. De enige overgebleven huizen, waaronder het
pand van Bink met zijn GspotGigolo escortservice, aan de overkant van een
opengebroken ventweg, markeerden het einde van een zandvlakte in het centrum
van de stad met het monumentale pand uit 1892 van Bart en Thea als koppige
herinnering aan een woonwijk die koste wat kost in ere hersteld moest worden.
Ooit. Want de werkzaamheden lagen stil en de bewoners in de rijtjeshuizen aan
de overkant klampten Bart regelmatig aan met vragen over de vorderingen in de
nieuwbouw. Alsof Bart de opzichter was. Hij wist ook niets meer dan dat de
opschorting van de bouw iets met de crisis te maken had en dat de aannemer de
toekomstige panden niet vooraf verkocht kreeg. Dat scheen gewoonlijk wel de
bedoeling te zijn bij grootschalige woonprojecten. De mensen hadden geen geld.
Of de banken verleenden geen hypotheken. Iets van dien aard veroorzaakte een
woonisolement middenin een middelgrote stad. Een noodsituatie die Thea van het
begin tot het einde als paradijselijk ervoer. Daarom viel na een jaar of 2 het
vervolg van de renovatie ook extra rauw op haar dak. Maar alles went; zelfs het
stampende geluid van heipalen, de macho-inhoud van stoere mannenpraat, het
proestende en snoevende vrachtverkeer, hijskranen die net niet over de grens
van de achtertuin parkeren en het oorverdovende volume van de radiozender 100
procent NL. Des te saaier was het huidige uitzicht op het flatgebouwencomplex
van Thea op haar bankje in het park. Maar saai kan ook een verademing zijn. Af
en toe. Thea wentelde zich in de rust door te gaan verzitten en de vochtige
namiddaglucht in te snuiven. In de verte hoorde ze de directrice van De
Wielewaal door haar mobiel aan haar oor protesteren.
‘Dat is jouw
waarheid.’
‘Van hetzelfde
Willy. Santé’.
Maar Willy
Bakbruin zat kennelijk op haar praatstoel en liet niet los.
‘Weke ouders zijn
dan volgens jou bekrompen?’
‘Neem nou de
moeder van Kasper; bijvoorbeeld.’
Thea strekte haar
benen en bestudeerde haar afgetrapte schoeisel. In de garage stonden dozen vol
nieuwe laarzen voor de verkoop op haar Webshop. Een voordelig ingekochte partij
vanwege mogelijke rook- en/of waterschade. Het zou wel erg vreemd zijn als haar
gangbare schoenmaat daar niet meerdere malen in verschillende soorten tussen
zat. Binnenkort toch eens neuzen.
‘Je bedoelt
Moira?’, wilde Willy defensief weten.
‘Ja, Moira de
moeder van Kasper.’
‘Nou, ik ken haar
goed’.
Alsof met deze
zegswijze meteen alle kritiek ongehoord was.
‘Ze heeft mijn
afscheidsliedje voor meester Joep proberen te jatten.’
‘Nou, nee Thea zo
heb ik het hele verhaal niet begrepen.’
‘Wat heb jij dan
begrepen?’
Thea hield haar
adem in. Ze had niet verwacht dat Willy Bakbruin überhaupt iets had meegekregen
van de afscheidsfeestperikelen rond meester Joep aan het einde van het vorige
schooljaar.
‘Ik heb begrepen
dat jij niet begrepen had dat er een afscheidsbarbecue voor meester Joep was
georganiseerd alwaar het afscheidsliedje door iedereen samen gezongen moest
worden.’
‘Ja maar, ik had
de tekst van het liedje bedacht voor de kinderen van groep 6 en niet voor de
ouders.’
‘Sommige ouders
hebben nou eenmaal extra aandacht nodig.’
Zo te horen was
Willy zelf heilig overtuigd van de geldingswaarde van haar verklaring.
‘Ja, dat klopt;
dat is ook precies wat ik weergeef in ‘de dictatuur van de bekrompen ouders’.
Maar ik vind dus niet dat het de taak is van het docententeam van de
basisschool van mijn kinderen om deze hulpbehoevende ouders op te vangen. Laat
ze maar naar een psychiater gaan voor ondersteuning’, antwoordde Thea kalm.
Ze stond op van
het parkbankje om met haar mobiel aan haar oren een gestrande voetbal uit de
struiken terug naar een rij afwachtende
jongeren te trappen.
‘Wat jij vindt
moet je naar het politiebureau brengen’, grapte Willy ongepast.
‘Of ik schrijf
een kennisgeving aan Rinus Hardleers van de onderwijsstichting’, hijgde Thea.
‘Ja maar daar ben
ik dus niet zo van gediend’, gaf Willy voor de tweede keer tijdens het
telefoongesprek van die dag te kennen.
Thea zat weer op
het parkbankje en voelde een druppel op haar hand. Het begon te motregenen,
maar het voetbalteam volhardde.
‘Gedane zaken
nemen geen keer.’
‘Je bent zo
vijandig!’, verzuchtte Willy.
Waar had Thea dat
vaker gehoord.
‘Dat verweet jouw
vriendin Rita mij laatst ook tijdens een gesprekje.’
‘Juffrouw Rita is
niet mijn vriendin, maar mijn collega. Ik zou het fijn vinden als je ons met
hetzelfde respect benadert als waarmee wij jou tegemoet treden, Thea.’
‘Weet wat u wenst
juffrouw Willy’, waarschuwde Thea prompt.
‘Wat
kinderachtig, Thea!’
Op die manier kon
Thea niet anders dan toch nog in de verdediging schieten.
‘Hoe zou jij dat
vinden als anderen met jouw ideeën aan de haal gingen?’
Cynisch schraapte
Willy haar keel:
‘Mijn ideeën zijn
al gemeengoed voordat ik ze uitgesproken heb.’
‘Dat vind ik
knap, maar dan nog, jij bent directrice van een basisschool en ik ben maar een
moeder. Bovendien was het mijn liedje.’
‘Nee, hoor het is
een liedje van K3’, bitste Willy jaloers.
‘De tekst van het
afscheidsliedje is van mij en trouwens net als Moira heb ik ook rechten.’
‘En plichten’,
vulde Willy doodleuk aan.
‘Ten opzichte van
mijn kinderen ja, maar niet ten opzichte van De Wielewaal. En niet voor het één
of ander, maar ik draag mijn steentje meer dan bij.’
‘Jij niet alleen
hoor Thea. Alle ouders doen hun best. Iedereen helpt naar vermogen.’
‘O, ja? Waarom
moet ik dan 250 euro betalen aan Nora de dramajuffrouw, terwijl ik alle
kostuums voor de dramavoorstelling van voor de zomervakantie versteld heb?’
‘Sommige mouwen
waren te kort heb ik vernomen. Desondanks heb ik ervoor gezorgd dat de
betalingsherinneringen van Nora zijn stopgezet’, bitste Willy.
‘Waarom heb je
dat gedaan als je vindt dat Nora in haar recht staat?’
Willy had iets te
veel tijd nodig voor een geloofwaardig antwoord om Thea geen beginnend gevoel
van overwinning te bezorgen.
‘Omdat jij de
mailwisseling tussen jullie naar mij hebt doorgestuurd!’
‘Zie je nou dat
mailtjes nuttig zijn’, triomfeerde Thea.
‘Ik kon het
geruzie om een beetje geld niet aanzien’, haperde Willy na een pijnlijke
stilte, waarin Thea bijna kon horen hoe hard ze op haar tong beet.
‘Nora moet blij
zijn dat ik haar niet heb aangegeven bij de politie voor fraude. Nora wordt
toch door De Wielewaal ingehuurd via de Stichting Kunstzinnige Vorming die weer
gemeentelijke subsidie ontvangt voor het verlenen van diensten aan
basisscholen? Nora krijgt dus gewoon een dubbel inkomen via de Stichting
Kunstzinnige Vorming en dankzij belastingbetalers. Het feit dat jij de extra
maandelijkse bijdragen die Nora voor haar dramalessen bovenop haar reguliere
salaris aan de ouders van De Wielewaal vraagt goedkeurt, maakt de gederfde
inkomsten niet minder zwart. Jij bent niet alleen medeplichtig Willy Bakbruin,
maar ook nog eens strafbaar.’
Willy
schaterlachte kort en getormenteerd, waarna ze honend doorging met treiteren:
‘Ik weet niks van
zwarte dramakosten, maar ik weet wel dat jij anderen het licht in de ogen niet
gunt, Thea’.
‘Ow, mijn God,
mevrouw de directrice; dit is nou de reden waarom ik geen gesprek meer wil,
maar tegen wil en dank toch steeds weer met gewichtigdoeners zoals jij in
discussie getrokken wordt. Jij kunt alleen maar ouwehoeren. De hele dag door in
jouw zalvende onderwijsbubbel. Zeveren, zaniken en theoriseren. Nou van mij
krijg je gelijk hoor mevrouw de directrice. Alsjeblieft. Doe ermee wat je niet
laten kunt.’
‘Dat zal ik zeker
doen en daarom wil ik je vragen om niet meer te mailen. Niet naar mij en ook
niet naar andere leerkrachten. Je kunt voortaan een gesprek met ons aangaan en
anders niets. Heb je dat goed begrepen Thea?’
Het begon harder
te regenen. Voor de jongens het sein om eindelijk te stoppen met voetballen.
Zonder woorden nam één van hen de bal onder de arm en kuierde aan in de
richting van het betonnen wooncomplex. De rest volgde in een ganzenpas van
kromme o-vormige voetbalbenen.
‘Heb je dat goed
begrepen Thea?’, herhaalde Willy met klem.
‘Ze is gek
geworden!’, dacht Thea, terwijl ze haar mobiel in haar jaszak liet verdwijnen.
Tegelijkertijd
dook het woord ‘mailverbod’ in haar gedachten op, om vervolgens hinderlijk in
haar hoofd na te blijven zeuren tijdens haar fietstocht naar huis. Een
mailverbod is censuur en dat was precies de aard van de beperking die de
directrice van basisschool De Wielewaal Thea zojuist had opgelegd.
Nou is censuur in
Nederland nog steeds ook maar een mening, maar daarom voelde Thea zich nog niet
minder op haar nummer gezet.
‘Je geeft Willy
teveel macht’, verschoonde Bart de actie van de directrice tot ergernis van
Thea.
‘Ik snap ook wel
dat Willy mij niet geen rechtsgeldig mailverbod kan opleggen, maar dat heeft
haar er niet van weerhouden om de intentie wel aan mij kenbaar te maken met
haar ondoordachte sanctie jegens mij. Ze staat duidelijk niet open voor mijn
mening, terwijl onze twee kinderen acht jaar lang elke schooldag in haar toko
opgroeien.’
‘Ze heeft je toch
niet bedreigd?’
‘Nee, dat moest
er nog bijkomen. Waarom kies jij ineens partij voor Willy Bakbruin?’
‘Ik sta nog
steeds aan jouw kant, Thea, maar ik wil niet dat jij je weer onnodig opwindt
over niks.’
‘Je zegt het
verkeerd Bart; je bedoelt dat je niet weer gedoe wilt. Ik kan er niets aan doen
dat Willy Bakbruin mij een mailverbod oplegt. Zulke symbolische sancties werken
averechts bij mij. Dus ik moet er wel wat mee. Ik laat dit niet over mijn kant
gaan. En ja, ik wind me op over een mailverbod. Ik word niet iedere dag
gecensureerd.’
‘Ik zou dat
mailverbod in ieder geval wel even aan de directeur van de onderwijsstichting
en de vertrouwensarts laten weten’, gaf Bart schoorvoetend toe.
Dus kwam Thea
kwam haar man ook weer tegemoet:
‘Jazeker, ik
stuur zo meteen een berichtje over het mailverbod dat Willy Bakbruin mij heeft
opgelegd naar zowel Rinus Hardleers als naar Jojanneke. Via de mail’.
Dit keer had Thea
genoeg eelt op haar ziel gekweekt om zich niet wederom totaal knock out te
laten slaan door de klappen van de daders van De Wielewaal. Kon Bart ook wat
rustiger ademhalen. Het gebouw van De Wielewaal besloot ze niet meer te mijden,
zoals voorheen na een crisis, maar gewoon te bestormen tijdens het brengen en
halen van de kinderen. Toch een enorme vooruitgang op nog geen 2 jaar geleden
toen ze nog geïntimideerd schuilde voor het oordeel van de buitenwacht in haar
geparkeerde Renault alwaar ze haar wonden likte in afwachting van de komst van
Walter en Sabine. Dat scenario was voorgoed verleden tijd. In een bodemloze put
rondhangen leidt nergens toe. En sinds haar artikel over ‘De dictatuur van de
bekrompen ouders’, waarin Thea openlijk stelling nam en daarmee willens en
wetens vaste grond onder haar beide benen koos, was ze ook niet langer bang dat
ze tegen Willy Bakbruin of juffrouw Rita op zou botsen in de gangen van De
Wielewaal. Ergens hoopte ze zelfs op een confrontatie. Thea had niets te
verbergen of om zich voor te schamen. Willy Bakbruin bleef echter op alle
volgende werkdagen veilig in haar directeurshok zitten en juffrouw Rita was
thuis hard op weg om voor de rest van het schooljaar op te branden.
Daar stond Thea
dan elke schooldag op het speelplein van
De Wielewaal. Open en gevoelsmatig bloot. Aanspreekbaar maar machteloos.
Gevangen in haar onvermogen. Monddood gemaakt. Spreekwoordelijke vacuüm gezogen
in de doofpot. Uit verveling zocht ze naar aanspraak bij onpartijdige
ophaalouders om haar heen. En wat begon met een praatje over het weer
ontwikkelde zich al snel tot een schooldagelijks babbeltje met 2 moeders die al
zo lang als Thea het zich kon heugen op het speelplein op de komst van hun
kinderen stonden te wachten op een vaste stek onder de pergola bij de
achteruitgang van De Wielwaal. Na wat heen en weer geklets kwam Thea erachter
dat de 2 moeders buurvrouwen waren; ook wel bekend als Gieke en Dieke. Gieke
was midden 40 en slank, met sluik, blond, lang haar dat dunnetjes over haar
schouders hing. Inmiddels kon Thea haar uittekenen in haar legergroene anorak
met een capuchon afgezet met imitatiebont en een spijkerbroek in zwarte lederen
kniehoge laarzen. Gieke stond meestal met haar armen voor haar bescheiden
voorgeveltje ineengeslagen waardoor ze al betweterig overkwam voordat ze haar
mond überhaupt geopend had. Ze ontpopte zich al gauw als een expert op het
gebied van The Voice en Goede Tijden, Slechte Tijden. Dieke was wat haar
uiterlijk betrof de tegenpool van Gieke. Ze was een paar jaar jonger,
goedlachs, mollig, een brunette met een paardenstaart en altijd in
fitnessoutfit. Voor het geval het er toch nog van mocht komen. Eerdaags. Dieke
had geen speciale voorkeuren op televisie gebied. Ze was wel fan van ‘De
Toppers’ en 1 keer per jaar togen Gieke en Dieke dan ook gezamenlijk naar de
Ziggo Dome in de hoofdstad om hun helden eens een avondje lekker hysterisch te
bejubelen. Niet bepaald Thea’s ding. Over smaak valt niet te twisten. Typische
voorkeuren schiepen dan ook geen band
tussen het drietal. Gelukkig was er wel een andere ingang voor een chronisch
schoolpleinbabbeltje. Buurvrouw Gieke en buurvrouw Dieke woonden in een straat
die precies tussen de wijk van De Wielewaal en de afbraakbuurt van Thea inliep.
De hoofdstraat was als het ware een grenspost tussen De Wielewaalse kakwijk en
de uitschotgetto in de renovatiebuurt waar Bart en Thea hun koophuis hadden
staan. Buurvrouw Gieke en buurvrouw Dieke woonden dus eigenlijk op neutraal
gebied, maar waren unaniem zeer te spreken over de geweldig mooie nieuwbouw die
zij langzaam maar gestaag in de voormalige afbraakwijk van Thea zagen herrijzen
vanuit hun huiskamers in de hoofdstraat. Dat de bouwtrant zo luxe en stijlvol
zou worden hadden Gieke en Dieke nooit kunnen voorzien toen ze hun kinderen
destijds bewust naar De Wielewaal stuurden in plaats van naar Het Kleurenpalet.
In tegenstelling tot Bart en Thea. Zij hadden 7 jaar geleden de stap naar de
zogenaamde ‘zwarte’ basisschool uit hun renovatiewijk met een
leerlingenpopulatie bestaande uit 24 nationaliteiten wel gewaagd en niet lang
daarna betreurd. Het witte stel werd voor gek verklaard vanwege hun keuze voor
Het Kleurenpalet. Door iedereen; ongeacht het land van herkomst. Nogal wiedes
dus dat Bart en Thea na een jaar van behelpen met Sabine op Het Kleurenpalet
alsnog met beide kinderen uitweken naar De Wielewaal; de witte vlucht naar een
kapsonesschool in een yuppenwijk. Bezweken onder de sociale druk. Slechter zou
niet worden. Ook niet veel beter, maar in ieder geval was het permanente
geroezemoes om Thea heen sindsdien verstaanbaar. De nieuwe ruis in haar
moedertaal gaf tenminste enigszins een thuisgevoel.
Ondertussen
vroegen Gieke en Dieke zich hardop af of Thea wel wist dat ze binnenkort bijna
‘op stand’ zou wonen, omdat de economische crisis nu toch zo goed als voorbij
was. Daarom zouden heel veel jonge stellen en gezinnen uit de stad van de ene
op de andere dag ineens meer dan graag een koophuis in de nieuwbouwwijk en in
de buurt van het monumentale pand van Bart en Thea willen kopen.
‘Dat monumentale
pand werd niet lang geleden nog een krot genoemd’, lachte Thea met lichte spot
in haar stem.
Laatst nog stond
er een pakketbezorger aan de voordeur.
Uit het niets vond hij het nodig om bij het overhandigen van een pakketje aan
Thea te melden dat hij ‘het’ zonde vond.
‘Wat precies?’,
vroeg Thea afgeleid aan de pakketbezorger.
Ze wilde best
meeleven met de beste jongen, maar niet zonder reden.
‘Zonde van dit
huis bedoel ik. Dat het blijft staan. Het is toch een hoop ouwe troep middenin
prachtige nieuwbouw!’
Even kwam Thea in
de verleiding om de mededeelzame pakketbezorger een spoedcursus architectuur en
de historische waarde van een hoop ouwe troep door zijn smakeloze strot te
duwen, maar waarom bergen verzetten als je er ook overheen kunt gaan?!
‘Maar nou vindt
niemand dat huis van jullie nog een krot hoor. Moet je kijken hoe mooi de buurt
geworden is. Heb jij Walter en Sabine al aangemeld bij die nieuwe school die in
plaats van Het Kleurenpalet gebouwd is? De Vrijbuiter?’, wilde Dieke weten.
‘Nee, Sabine gaat
volgend jaar naar groep 8 en Walter naar groep 7, wat zou ik nou nog van
basisschool veranderen’, schamperde Thea.
‘Nou, ik vind het
wel een supermooie school geworden hoor. Ze huizen in het nieuwe wijkcentrum
dat ook ‘De Vrijbuiter’ heet, dat weet je toch? Dieke en ik zijn laatst wezen
kijken bij de open dag. Het is wel heel gaaf, Thea! Alles is nieuw. Elk lokaal
heeft airconditioning en een digibord. Er is een speciale computerruimte en
alle kinderen krijgen een IPad van de school. De speelplaats is op het dak van
het wijkcentrum; hartstikke groot en groen en met zonnepanelen. Nou, ik zou het
wel weten’, zwijmelde Gieke.
‘Wat let je
dan?’, provoceerde Thea.
’Kom op zeg,
Arend zit al op de middelbare en Berend zit in groep 8 bij Jeewee.’
‘Je doet net of
Jeewee het neusje van de zalm is.’
‘Ik vind hem wel
goed. Een leuke vent.’
‘En lekker, ik
houd wel van zalm’, vulde Dieke likkebaardend aan.
Haar zoon Remi
zat ook bij Jeewee in groep 8, maar haar dochter Jamy kwam dat schooljaar pas
kijken in groep 3.
‘Heb je dat
kontje gezien?’
‘Echt wel’,
kwijlde Gieke.
‘Is het kontje
van Jeewee dan de enige reden dat jij niet met jouw meisje Jamy van De
Wielewaal naar die fantastische, gloednieuwe Vrijbuiter overstapt?’, wilde Thea
op plagerige toon van Dieke weten.
De buurvrouwen
hielden van een geintje. Liefst waren de dames niet serieus. Wel met verve
wispelturig, emotioneel en altijd een bron van informatie. Thea hoefde alleen
maar te horen wat buurvrouw en buurvrouw niet uitspraken. In het geval van het
kontje van Jeewee, wist Dieke de kern van de zaak ook weer grillig te omzeilen:
‘Volgend jaar is
Gieke met haar kinderen weg van De Wielewaal en ik kan jou toch niet alleen
laten met Willy Bakbruin?’
‘Ik lust haar
anders rauw!’,
‘Jij liever dan
ik’, knipoogde Dieke.
Zoals gewoonlijk
zaten buurvrouw en buurvrouw op 1 lijn en vulde Gieke haar vriendin aan:
‘Jullie zijn
trouwens niet alleen. Er zijn wel meer mensen niet zo kapot van Willy
Bakbruin.’
‘Waarom niet?
Omdat ze zuipt?’
Het was eruit
voordat Thea het in de gaten had. Geschrokken sloeg ze een hand voor haar mond.
‘Zuipt Willy?’,
wilde Gieke verafschuwd weten.
Struikelend over
haar woorden haastte Thea zich om haar uitlating te rectificeren.
‘Nee, dat weet ik
niet. Ik roep maar wat.’
Dieke
schokschouderde en zei schrander:
‘Ik zou er niks
van staan te kijken.’
‘Wat was zo’n
Peter Langveld dan toch goud waard. Heb jij hem nog gekend?’
Dieke keek Thea
vragend aan.
‘Peter Langveld,
jazeker. Da’s die oude directeur van voor Willy Bakbruin. Hij is naar die leerfabriek
gegaan.’
‘De Springplank’,
verkondigde Gieke luidkeels.
Alsof ze voor de
volledigheid alle omstanders en toehoorde ook even bij wilde werken. Thea
deelde de hartstocht van Gieke voor Peter Langveld niet:
‘Zo’n geweldenaar
was hij nou ook weer niet. Maar vooruit. Peter Langveld zou mij in ieder geval
geen mailverbod opgelegd hebben. In tegenstelling tot Willy Bakbruin.’
‘Wat heeft
Bakbruin jou opgelegd?’
Buurvrouw en
buurvrouw gaven bijna licht van nieuwsgierigheid. Ze waren één en al aandacht
voor het aangezwengelde mailverbod onder de grijze, dreigende bewolking van een
regenachtige novembermiddag. Thea haalde opgelucht adem. Eindelijk had ze een
opening gevonden om haar versie van een geruchtenstroom ongedwongen de wereld
in te helpen.
‘Een mailverbod’,
herhaalde ze met nadruk.
‘En? Wat mag dat
dan wel inhouden? Zo’n mailverbod?’, wilde een willekeurige, bemoeizuchtige
ouder - die ook op het speelplein stond te wachten op zijn kroost - weleens van
Thea weten.
‘Willy heeft mij
verboden om nog mailtjes te sturen naar haar of naar iemand anders die met De
Wielewaal verbonden is. Ik moet het gesprek aangaan.’
Buurvrouw Dieke
trok een bedenkelijk gezicht:
‘Da’s net zoiets
als met de vader van Barbie’.
Inmiddels was
Thea het wel gewend om in gesprek met de buurvrouwen onontkoombaar van de hak
op de tak te springen. Ze werd er melig van;
‘Bedoel je Ken?’
‘Nee, dat zou dan
haar vriend moeten zijn. Barbie is amper 6, och arme. Ze zit in groep 3 bij
mijn Jamy en haar vader heeft ook een verbod gekregen van Willy Bakbruin. Een
speelplaatsverbod.’
Om de ernst van
de zaak nog eens extra te benadrukken sloot Dieke haar opmerking af met een
ferme hoofdknik.
‘En moet dat dan
weer voorstellen? Een speelplaatsverbod?’
De vrijpostige
toehoorder van daarnet begon vervelend te worden met zijn gevraag naar de
bekende weg. Gewoon links laten liggen leek voor de 3 mama’s onuitgesproken de
beste manier om met deze opdringerige vader om te gaan.
‘Wat heeft de
vader van Barbie dan mis gedaan? Rookt hij of zo?’, vroeg Thea.
‘Ik rook ook’,
antwoordde Gieke uitdagend.
‘Ja, maar niet op
de speelplaats’, suste Dieke.
‘Dat doet de
vader van Barbie toch ook niet!?’, wist Gieke zo goed als zeker.
De willekeurige
bemoeial liet zich niet negeren en deed zijn zegje:
‘De vader van
Barbie ziet er niet uit. Hij is vadsig, met zijn naveltruitje en zijn
bouwvakkersdecolleté. En dan dat vette haar in een staartje en dat vieze petje
achterstevoren op zijn kop. En er hangt standaard een peuk in zijn mondhoek.
Dan shockt hij met dat milieuvijandige, opgevoerde brommertje de speelplaats
op. Hij draagt niet eens een helm en Barbie ook niet. Afschuwelijk. Dat is toch
geen aanzien op de speelplaats van De Wielewaal. Ik snap best wel dat hij een
speelplaatsverbod heeft gekregen.’
‘O, dus je weet
wel wat een speelplaatsverbod is?’, merkte Thea terzijde op.
‘Jawel hoor, een
speelplaatsverbod voor de vader van Barbie is bijna net zo begrijpelijk als een
mailverbod voor jou, mevrouw de postduif’, snauwde de bemoeial verrassend goed
geïnformeerd ibeens.
Thea liet zich
echter niet van haar stuk brengen:
‘Ik zou een
speelplaatsverbod of een mailverbod ook
begrijpelijk hebben gevonden. In de voormalige DDR of de Sovjet Unie, maar niet
in een vrij land als Nederland.’
De rol van
beledigde onschuld ging haar makkelijk af. Buurvrouw en buurvrouw hapten
meteen.
‘Wat is Willy
Bakbruin toch een achterlijk wijf. Heb je het gehoord van de adviezen?’
Nu was het de
beurt aan Thea om direct één en al oor te zijn:
‘Nee, wat is er
met de adviezen?’
‘Nou, de
vervolgopleidigsadviezen die de directie van De Wielewaal aan de
schoolverlaters van groep 8 meegeeft schijnen vaak veel te hoog te zijn.’
‘Nee!’, kreet
Thea sensatiebelust.
Demonstratief
kwam Gieke dichterbij Thea en Dieke staan en sloot zo de bemoeial buiten. Met
een geheven vingertje zette ze haar verklaring kracht bij.
‘Ik weet al zo
een stuk of 10 kinderen uit de oude groep 8 van Arend te noemen die na amper 1
brugjaar noodgedwongen een niveau lager zijn gegaan. Van havo naar vmbo. Zelfs
van vwo naar vmbo.’
‘Daar zit je dan
in de plusgroep’, hoonde Thea, terwijl ze stiekem blij was dat deze ellende
haar onmogelijk ook nog ten deel kon vallen.
Dankzij haar
jarenlange ervaring bij Huiswerksterk wist Thea van de hoed en de rand. Ook
zonder gemanipuleerde citotoetsuitslagen en deelname aan de opgewaardeerde
plusgroep kon niemand Thea wat wijsmaken over de leerpotentie van haar eigen
kinderen. Ook de directie van De Wielewaal niet.
‘Nou Remi zit
niet in de plusgroep en met Jamy gaat dat ook niet lukken’, meesmuilde Dieke.
‘Je kunt je kind
ook gewoon naar een scholengemeenschap vwo/havo/vmbo sturen. Dan heeft het na
groep 8 nog eens 3 extra brugjaren om zich te bewijzen. Op die manier kan een
ouders het vervolgopleidingsadvies van het team van de bassischool relativeren
en alleen als leidraad zien. Niet als een wetsbepaling die opgevolgd moet
worden’, stelde Thea praktisch voor.
‘Ja, maar dan
moet je wel vmbo theorie halen, want met vmbo basis of vmbo kader komt geen
enkel kind op een scholengemeenschap’.
Dieke had
dusdanig fel gereageerd dat Thea vermoedde dat haar zoon Remi uit groep 8 van
Jeewee een voorlopig vmbo kader of basisadvies met zich meedroeg. Uit haar
ervaring bij Huiswerksterk wist Thea hoe gevoelig vervolgopleidingsadviezen
over het algemeen bij zowel de leerlingen uit groep 8 als bij hun ouders
liggen. Wat was Thea in het verleden bijvoorbeeld gepusht door Beau en zelfs
omgekocht door Pim met een belachelijk hoge geldelijke vergoeding om zowel
Jasmijn als Melvin op het stedelijk gymnasium te krijgen. Het was een fluitje
van een cent geweest. Oefenen, oefenen, oefenen. Citotoetsen knallen.
Klaarstomen voor de middelbare. Weten wat ze van je willen weten. Voor het feit
dat Jasmijn uiteindelijk wel geslaagd was, maar Melvin nog steeds geen middelbare
school diploma had, was Thea niet verantwoordelijk. Een balletje kan raar
rollen. Toch besloot ze om geen relativerende opmerkingen richting Dieke te
plaatsen in de trant van: ‘een onderwijsadvies zegt niks over de slimheid van
een kind’ of ‘mensen die met hun handen werken moeten er ook zijn’. Dieke zou
zulke gemeenplaatsen als neerbuigend hebben ervaren. Thea kon haar geen
ongelijk geven. Het vaak gebezigde cliché raakt kant noch wal. Iemand die goed
kan leren heeft niet per definitie 2 linkerhanden en een handig kind kan niet
automatisch minder goed met theoretisch materiaal overweg. Een onderwijsadvies
van de basisschool zegt in wezen weinig over het leervermogen van een kind,
maar is vaak wel bepalend voor het zelfbeeld. Voor een havo-kind met een
vmbo-stempel is de kans groot dat de leerstof niet aansluit op de capaciteiten.
Zo’n kind begrijpt niet waarom het zich verveelt tijdens de les. De aandacht
verzwakt en de motivatie daalt tot beneden het vriespunt. Zo’n misplaatst
havo-kind gaat dan al gauw worstelen met de dagelijkse gang naar het vmbo.
Spijbelen is dan eerder aan de orde dan een verandering van schooltype; want
hoe moet een kind raden dat het een verkeerd vervolgopleidingsadvies heeft
gekregen? En iedereen weet dat veelvuldig schoolverzuim op de lange termijn
leidt tot uitval. Zo ook bij een vmbo-kind met een havo-stempel dat elke
middelbare schooldag weer op een andere manier op de tenen moet lopen. Het
vroegere stamphuiswerk is niet meer genoeg voor een voldoende op de havo en de
prestatiedruk neemt alleen nog maar toe in de bovenbouw van de middelbare
school.
Toch bestaan er
ouders die menen dat het vervolgopleidingsadvies van de basisschool op zichzelf
een vrijbrief is voor een succesvolle middelbare schoolcarrière. Los van de
prestaties van de betrokken leerling. En als er één schaap over de dam is dan
volgen er meer. Men stookt elkaar op en gaat zodoende voor een zo hoog mogelijk
middelbaar schooltype. Daarbij heiligt het doel de middelen. Zeker op De
Wielewaal. Willy Bakbruin had zich bij Thea allang van haar labiele kant laten
zien. Ze was ongetwijfeld omkoopbaar; gevoelig voor stroopsmeerderij. Het stond
wat Thea betreft wel vast dat Willy Bakbruin haar pappenheimers graag te vriend
hield. Getuige de absurde verboden waarmee ze de afgeschreven ouders van de
kinderen van haar basisschool probeerde te controleren. Een speelplaatsverbod
en een mailverbod en God weet wat nog meer. Kennelijk was Willy Bakbruin er de
persoon wel degelijk naar om zich onder invloed van sociale druk te laten
verleiden tot allerlei ongebruikelijke maatregelen. Waarom zou ze dan wel ineens
principes krijgen en terugdeinzen in het geval van het ondertekenen van valse
vervolgopleidingsadviezen? Waarom geen vwo-adviezen aan kinderen geven die
eigenlijk een toontje lager zouden moeten zingen op studiegebied? Al was het
maar voor het eigen bestwil en welzijn. Zelfs voor kinderen van de opperouders!
Maar opperpapa en oppermama zwolgen in het gewonnen aanzien. Als Willy Bakbruin
het al goed achtte dan was het vwo diploma voor hun kind kat in het bakkie en
een kwestie van uitzingen. Hun kind werd vanaf nu als vanzelf professor of in
ieder geval iets geleerds met een goed salaris. Willy Bakbruin geloofde het
zelf! Plooibare Jeewee uit groep 8 bewoog wel mee. Hij had geen keus. Het kind
van de opperouders was in de luiers al voorbestemd om te slagen in de plusgroep
van De Wielewaal. Een nederlaag in het vervolgonderwijs was hierdoor
onacceptabel geworden. Maar niet ondenkbaar. Gieke liet niet los. Ze vervolgde:
‘Er komen
allerlei klachten bij de onderwijsstichting binnen van ouders, maar ook van
mentoren van middelbare scholen over dat oud leerlingen van De Wielewaal het
vwo, de havo of zelfs het vmbo-t(heorie) niet aankunnen.’
‘Hoe weet jij
dat?’, vroeg Thea achterdochtig.
‘Wij kennen
iemand die bij de onderwijsstichting werkt en ik heb met een heleboel getroffen
ouders van leerlingen uit de oude groep 8 van Arend gepraat.’
Vanuit haar
ooghoeken zag Thea dat Dieke al knikkend de bewering van haar vriendin stond te
beamen.
‘Veel
oud-leerlingen van De Wielewaal komen gewoon niet mee op hun nieuwe middelbare
school. Ze kampen met faalangst en depressies.’
Gieke sloeg zo’n
typische plichtmatige overbezorgde toon aan waarvoor Thea door haar jaren
ervaring als huiswerkbegeleidster immuun was geworden.
‘Nou dat spreekt
dan niet bepaald voor de kwaliteit van De Wielewaal.’
Thea kon geen
andere conclusie trekken, maar Gieke wel:
‘Ik vind het veel
erger voor de kinderen. Je zult maar een verkeerd vervolgopleidingsadvies krijgen.’
‘Je moet er
gewoon niet te veel aan ophangen. Het is maar een advies. Zet je kind op een
scholengemeenschap vwo/havo/vmbo-t en kijk na 2 of 3 brugjaren verder’, drukte
Thea de buurvrouwen en eventuele toehoorders nogmaals op het hart.
Omdat Dieke
wederom dreigde te ontploffen vanwege de hardnekkige uitsluiting van vmbo-basis
en kaderkinderen, haastte Thea zich dit keer om haar bewering te nuanceren:
‘Tenzij jouw kind
op een ander niveau functioneert. Dan kun je niet anders dan naar een
vmbo-school.’
‘Of naar het
Stedelijk Gymnasium’, vulde Gieke veelbetekenend aan.
Ze gloeide van
trots, zodat wel duidelijk was waar haar zoon Berend uit groep 8 het volgende
schooljaar terecht zou komen. Dieke wendde haar hoofd af. Thea kon niet zien of
ze nou wel of niet met haar ogen draaide. De gespannen sfeer die ineens was
ontstaan deed vermoeden van wel.
De meeste ouders
willen namelijk het beste voor hun kind. Toch is dat niet altijd de hoogste
opleiding. Een vwo diploma is geen garantie voor een goed betaalde baan. Vwo
staat voor; voorbereidend, wetenschappelijk onderwijs. Dus een middelbare
schoolverlater staat na 6 jaar zwoegen op het hoogste niveau nog steeds pas in
de startblokken voor wat eventueel na een universitaire studie tot een
succesvolle loopbaan kan uitgroeien. Gelukkig leiden meerdere wegen naar Rome
en wordt niet iedere puber gelukkig van studieboeken en gemiddeld zo’n 2 uur
huiswerk per dag. Veel tieners zijn zelfs zo ongedurig dat ze niet eens de rust
kunnen vinden om thuis überhaupt zelfstandig een schoolboek in te kijken. Thea
ontmoet zulke kinderen dagelijks in haar praktijk. Het zijn zonder uitzondering
pientere pubers met potentie. Allemaal op hun eigen manier; maar ze zijn geen
van allen geknipt voor het vwo. Hoe graag hun ouders dat ooit ook anders hadden
willen zien. Als dat wel zo zou zijn geweest, dan was Thea nooit ingeschakeld.
Kinderen die van het begin af aan op het vwo thuis horen hebben geen behoefte
aan chronische huiswerkbegeleiding. Misschien aan een licht steuntje in de rug
zo nu en dan, maar niet aan de intensieve assistentie die Thea haar klanten
biedt. Diep in hun hart weten de ouders die ten langen lesten Huiswerksterk
voor hun kind inschakelen - en bekostigen -inmiddels ook wel dat de initiële
middelbare schoolkeuze van hun kind te hoog gegrepen was. Thea is de laatste
hoop waaraan de veeleisende ouders van vroeger uit groeiende wanhoop nog
nauwelijks eisen durven te stellen. Na de plusgroep op de basisschool is de lat
alleen maar lager komen te liggen. Thea heeft hoogbegaafde pubers in haar
bestand die met moeite een vmbo diploma halen. Uit zelfbescherming en op advies
van Elco van de Stichting Huiswerk Begeleiding weigert Thea de schuldvraag in
overweging te nemen. Alle betrokkenen hebben naar vermogen gehandeld, terwijl
dezelfde mensen in feite heus wel weten dat het probleem bij ouders ligt die
weigeren hun kind te zien voor wat het waard is. Die waarde kent geen limiet
binnen het eigen bereik. Hiervan zouden vervolgopleidingsadviseurs op
basisscholen zoals Willy Bakbruin en Jeewee van groep 8 op De Wielewaal ouders
bewust moeten maken in plaats van ze tegemoet te komen in hun irreële
toekomstverwachtingen.
Want al is de
leugen nog zo snel; de waarheid achterhaalt haar wel. Bijvoorbeeld bij Thea aan
de lange tafel in de bijkeuken, alwaar in de afgelopen jaren al zoveel liters
bloed, zweet en tranen vergoten zijn door pubers die bijna allemaal te leiden
hadden onder een valse start. Tijdens de begeleiding prees Thea ze waar
mogelijk de huiswerkhemel in. Voor Huiswerksterkklanten is het nooit te laat.
Alles kan. Koffiekan, theekan, melkkan. Falen is onmogelijk. Hoeveel fouten je
ook maakt, aan het einde komt toch nog alles goed. En als het niet goed komt,
dan is het niet het einde. Uiteindelijk kreeg Thea ze allemaal aan het lachen
door hun tranen heen, maar dat betekent nog niet dat iedere Huiswerksterkklant
daarom ook zonder meer aan een vwo-diploma te helpen valt. Voor de volledigheid
probeerde Thea om Gieke eveneens geen valse hoop te bieden:
‘Er is geen
verschil tussen het gymnasium en het vwo’.
Gieke kwam meteen
in opstand:
‘Misschien niet,
maar wel tussen het stedelijk gymnasium en een scholengemeenschap.’
‘Wat is het
verschil dan? Grieks en Latijn zeker?’, wilde Dieke op een vijandige toon van
haar vriendin weten, terwijl ze zich niet alleen spreekwoordelijk, maar tevens
lijfelijk naast Thea schaarde door aan haar kant tegenover Gieke te gaan staan.
‘Dode talen’,
vond Thea ontnuchterend.
‘Status’, stelde
Gieke daar zonder schroom tegenover.
‘Niet bij onze
Geert op de bouwplaats, anders’, schamperde Dieke.
‘In het land der
blinden is éénoog koning’, declameerde Thea.
‘Nou, daar zal
dan wel een gedicht in zitten studiebol’, lachten buurvrouw en buurvrouw
tweestemmig, plagerig en weer met elkaar herenigd.

Reacties
Een reactie posten