Kinderspel deel 2: Luizenissen.


Kinderspel deel 2: Luizenissen

HOOFDSTUK 24

Over drie weken was het zomervakantie, maar Thea had na 14 dagen wachten nog steeds geen idee of haar dochter nou wel of niet officieel van de combinatieklas naar de homogene groep 6 was overgeplaatst. Sabine wist toen nog zeker van wel en in de eerste dagen van een onoverzichtelijk afwachten fladderde ze flierefluitend door het beladen stilzwijgen heen. Zonder tegen haar klasgenootjes uit de school te klappen over haar geplande vertrek uit de combiklas. Niemand had haar deze tactiek in hoeven te fluisteren, hetgeen Thea vervulde met een mengelmoes van trots en bekommering. Want hoe zou Sabine reageren als de hele wisseltruc zou worden afgeblazen door de directie van De Wielewaal?

‘Als dat gebeurt dan zijn we weg. Dan gaan we naar een andere basisschool!’, proclameerde Bart voorbarig.

‘Ja, daar zit ik op te wachten; leuk op zoek naar een andere basisschool zo vlak voor de zomervakantie’, panikeerde Thea.

In de tussentijd was wel bekend gemaakt dat Jeewee in ieder geval in het nieuwe schooljaar niet meer voor de combiklas zou staan. Hij werd meester in groep 8. Triomferend liet Jeewee zich in de wandelgangen en op het speelplein van De Wielewaal door ingewijden met kinderchampagne overladen. Een buitenstaander, iemand als Thea, zou nooit kunnen snappen dat het aanzien van een onderwijzer stijgt naarmate de gemiddelde leeftijd in zijn groep toeneemt. Dat heeft alles van doen met macht, aanzien, de eindcitotoets in groep 8 en inspraak in de adviezen voor de vervolgopleiding van de basisschoolverlatertjes. En allicht waren de opperouders van De Wielewaal extatisch over de uitkomst van hun manipulaties en dus de keuze van directrice Willy voor de kneedbare Jeewee in groep 8 van het aanstaande schooljaar. Hij zou als was in hun handen zijn. Vanaf nu hoefden de opperouders maar ‘gymnasium’ of desnoods ‘VWO’ als wensadvies voor hun uitverkoren prepuber te piepen en Jeewee zou draaien. Kat in het bakkie. Juffrouw Siepie zou de taak van Jeewee in de combinatieklas 6 en 7 gedeeltelijk overnemen.

Siepie was een potig mens van begin 30 dat Thea na een eerste ontmoeting blijvend aan het stereotype reclamebeeld van een kaasboerin deed denken. Ze was geelblond, had een melkachtige zuivel uitstraling en een houterige houding alsof ze contant op klompen liep en ook niet anders zou willen. In de Nieuwsbrief van De Wielewaal stelde Siepie zich voor in een kort verhaaltje geïllustreerd met een flatteuze portretfoto die na een confrontatie in levende lijve niet  bleek stroken met de werkelijkheid. Siepie was al voor  het behalen van haar diploma van de pedagogische academie aan de slag gegaan als invalkracht op verschillende basisscholen. Na ruim zes jaar sappelen en de eindjes aan elkaar knopen had ze dan halverwege dit schooljaar eindelijk een jaarcontract op De Wielewaal zien te tekenen. Ze mocht om te beginnen een zwangerschapsverlof wegwerken in groep 7. Hierna moest Siepie natuurlijk ook ergens blijven in verband met dat jaarcontract dat nog maar half nageleefd was en voorts altijd weer verlengd kon worden. Dus werd Siepie door directrice Willy na de zomervakantie parttime ingepland voor de combigroep. Let wel: parttime. Er stond dus nog een mysterieuze tweede leerkracht op de planning ter vervanging van Jeewee in de combinatieklas! De wegen van directrice Willy bleven verder vooralsnog ondoorgrondelijk, want voor de rest van haar uren op De Wielewaal zou Siepie voortaan de interne coördinatrice Jade ontlasten door overname van de plusgroep. En mocht de plusgroep met Jade aan het roer in het verleden al niet bijster overtuigend op Bart en Thea zijn overgekomen; met Siepie als kapitein stevende de club voor hoogbegaafde kinderen op een regelrecht fiasco af. Tenminste wat Bart en Thea aanging, maar dat was niet nieuw en dus niet het probleem. De moeilijkheid van Bart en Thea zat meer in de aanhoudende onzekerheid van een plekje in de complete 6de groep voor Sabine. Daarom was Thea toch best wel benieuwd naar wie in het volgend schooljaar de parttime vacature in de combiklas 6 en 7 naast boerin Siepie zou gaan invullen. Want stel dat Sabine onverhoopt toch in de combiklas vastzat? Je kunt immers maar beter op het ergste voorbereid zijn.

Thea was niet de enige die nieuwsgierig was. De meeste papa’s en mama’s van de kinderen uit de combinatieklas hielden het bijna niet meer van opgekropte frustratie over de vaagheid van directrice Willy Bakbruin. Er moest en zou op korte termijn duidelijkheid komen over wie na de zomervakantie een waardig tegenwicht voor de dominante juf Siepie in de combiklas zou gaan vormen, zodat er eventueel tijdig tegenacties in gang zouden kunnen worden gezet door de opperouders. Nog meer dan normaal werd de directrice Willy in die onzekere tijd bestookt door de opdringerige en vooral achterdochtige oudermaffia. Vandaar wellicht haar vinnige opmerking over de bezetting van de combigroep in de Nieuwsbrief.

‘De tweede leerkracht voor combinatieklas 6 en 7 is nog geheim. We zullen nog even af moeten wachten wie wij door het bestuur van de schoolstichting toegewezen zullen krijgen.’

Van zo’n mededeling zou een simpele ziel toch bijna gaan twijfelen aan een soepele gang van personeelszaken op De Wielewaal? Maar dat niet alleen. Organisatorisch rammelde de basisschool eveneens overduidelijk aan alle kanten. Getergd stuurde Thea dan ook een mailtje aan directrice Willy met de vraag of men er, na 14 dagen bedenktijd, tenminste al uit was of Sabine nou wel of niet in de andere, complete, groep 6 zou worden geplaatst in het nieuwe schooljaar. Na 2 dagen wachten vond ze een korte reactie van de directrice in haar mailbox.

‘Beste ouders en verzorgers van Sabine,

Jullie zullen nog even geduld moeten hebben. Het is druk aan het eind van het schooljaar. Het team van De Wielewaal werkt met man en macht om alles op rolletjes te laten verlopen. Meester Jan-Willem is momenteel 3 dagen afwezig vanwege het schoolkamp van groep 8. Juffrouw Siepie zal de komende dagen het aanspreekpunt voor de combinatieklas 5 en 6 (volgend schooljaar 6 en 7) zijn. Hopende u hiermee voldoende geïnformeerd te hebben, teken ik,

Willy Bakbruin; directrice van basisschool De Wielewaal.’

Op navraag bij Sabine bleek directrice Willy in haar mail toch enigszins op de feiten vooruit gelopen te zijn, want Jeewee stond op die dag nog gewoon voor de combiklas van Sabine. Hij zou pas de dag erop vertrekken met groep 8 naar het schoolkamp.

‘Kun je hem nog vlug even aanspreken, voordat hij vertrekt. Vraag hem maar of het echt waar is dat je na de vakantie naar de complete groep 6 mag’, bekokstoofde Thea in de gauwigheid.

Maar Sabine zag op die laatste dag voor het schoolkamp van groep 8 niet zomaar kans om Jeewee onder 4 ogen aan te spreken. Als hij niet voor het digibord stond om les te geven, dan was hij overal en nergens in de gangen of op het speelplein van De Wielewaal te vinden. Iedere keer weer gepreoccupeerd met deze of gene. Alleen  Sabine keek hij met de nek aan en Thea zou niet veel meer nodig gehad hebben om ter plekke te gaan staan egoflippen. Sabine niet. Zij heeft het vermogen om boven zichzelf uit te stijgen om haar doel te kunnen bereiken. Daarom klampte Sabine haar meester aan het eind van de schooldag ten einde raad maar aan in de goal van het betonnen voetbalveldje op het speelplein.

‘Is het waar dat ik naar de andere groep 6 mag?’, vroeg ze vrolijk met grote onschuldige, vragende ogen.

Precies zoals haar moeder van haar  gevraagd had. En wat ondernam Jeewee? Niet veel. Hij schrok van de vraag van Sabine en overrompeld dreef hij met behulp van een aanvallend drafje het meisje in haar achteruit buiten spel. Hij keepte nog een minuut of 2 verder, wees een plaatsvervanger in het doel aan en nam vervolgens ruim de tijd om zich te herstellen door rek- en strekoefeningen te doen, terwijl Sabine op 2 meter afstand toekeek. Aldus schiep hij bij het kind de indruk dat het een ellenlange, gort droge  uitleg voor de boeg had. Maar alles wat hij tenslotte met ingehouden ergernis uitbracht was een afgemeten dooddoener:

‘Dat moet nog besproken worden.’

Met dit nietszeggende antwoord bereikte Jeewee niets minder dan dat nu ook het vertrouwen van een 8jarig meisje aan het wankelen was gebracht. Thea las de teleurstelling in het wit weggetrokken snuitje van haar dochter; in de fletse groenbruine ogen die anders zo alert het licht volgden en in de samengeknepen lippen bij wijze van verweer tegen nog meer zuur als gevolg van de zoete hoop.

‘Jeewee is raar’, zei Sabine niet voor het eerst en week uit naar haar trampoline in de beschutte luwte van de achtertuin.

Met het hart in haar keel en een knoop van drie dagen verwarring in haar maag, baande Thea zich een weg door een samenscholing van oververmoeide oudste jaargangers van De Wielewaal. Pal voor de ingang van het speelplein hingen de prepubers, in een oranje waas van verkeersveilige hesjes, her en der geradbraakt over de sturen van hun geparkeerde fietsen te wachten op het sein ‘uitgerukt’ van één van de schoolkampleiders. Op een afstand kon een ongewoon grote hoeveelheid papa’s, mama’s, oma’s, opa’s, ooms, tantes, broers, zusjes, neefjes, nichtjes en overige aanverwanten en buurtbewoners niet wachten totdat de weergekeerde jongens en meisjes uit groep 8 weer officieel om de hals gevallen konden worden. Onderwijl werd de tijd gedood met elkaar en met de niet te missen alom verspreide klestica dat het schoolkamp van groep 8 ook dit jaar weer – hoe kon het ook anders - een algeheel succes geweest was. Het bestelbusje van een hulpouder, die een bagageberg in het looppad maar bleef ophogen met slaapzakken, rolmatrassen en weekendtassen, blokkeerde de ingang naar het speelplein. Na het nodige duw- trek- klim- en trapwerk lukte het Thea om aan de goede kant van de ravage terecht te komen teneinde haar kinderen bij het verlaten van het schoolgebouw op een fatsoenlijke manier te kunnen opvangen. In een reflex controleerde ze de mail op haar mobiel. Minstens voor de 60ste keer in de afgelopen 3 dagen in de ijdele hoop dat directrice Willy toch nog tot een besluit met betrekking tot de groepswissel van Sabine was gekomen. Toen ze opkeek viel haar oog onvermijdelijk op Jeewee die zichtbaar nagenietend van het schoolkamp uitgelaten liep te voetballen met een handjevol diehards in oranje veiligheidshesjes uit groep 8. Ineens stond Jeewee stil en acteerde alsof hij door een denkbeeldige bliksemschicht getroffen werd. Hij begon dartel naar Thea te zwaaien. Thea moest een paar keer met haar ogen knipperen voor ze geloofde wat ze zag. Eerst keek ze nog even achter zich of ze misschien per ongeluk in het zicht van een opperouder terecht was gekomen, maar ze zag alleen maar ruggen en achterhoofden. Daarna verscheen er vuurwerk voor haar ogen en bleef ze bewegingsloos staan wachten tot de ergste vlagen van misselijkmakende razernij haar verkrampte lijf verlaten hadden. Waarom was Jeewee niet in conclaaf met directrice Willy over een oplossing van het probleem van haar kleine meisje? Waarom wist Sabine nog steeds niet waar ze aan toe was en stond Jeewee hier op het speelplein de betrokken onderwijzer uit te hangen bij een paar opgeschoten voetbalfreakjes uit groep 8, terwijl hij een leerlinge uit zijn eigen onvoltooide combigroep liet duimen draaien. De naïeve muurschilderingen op de omheining van het schoolplein maakten een dansje om Thea heen. Ze zou er niet raar van hebben staan te kijken als de grond onder haar voeten in tweeën was gesleten. Wat zou ze graag in de ontstane kloof zijn verdwenen. Oplossen in het niets zonder conflicten, confrontaties, misverstanden en ziekteverwekkers zoals Jeewee. Zijn gewuif stopte even abrupt als het begonnen was. Met onnozele koeienogen keek hij haar verslagen na, omdat ze niet had teruggezwaaid, maar hem met lege handen achterliet, terwijl zij haar furie hoopte te kunnen beheersen.  Ondertussen dartelden haar kinderen om haar heen en eisten terecht de onverdeelde aandacht op.

De sterretjes en de lichtflitsen in haar ogen illustreerden de snerpende hoofdpijn die Thea aan haar weerzien met Jeewee had overgehouden. Thuis verdween Sabine wederom naar haar vertrouwde trampoline. De zevenjarige Walter verdiepte zich, ondanks zijn vermeende leerachterstand, in zijn programmeerbare legorobot voor 16 jaar en ouder. Thea plofte op de bank en stak, tegen haar voornemen om te minderen in, een nieuwe sigaret met het smeulende restant van de oude aan. Kettingroken noemt men dat. In het adressenbestand van haar mobiel vond ze het telefoonnummer van Jojanneke. Thea had immers nog een goedmakertje bij de vertrouwensarts open staan.

‘Wat wil je dat ik doe?’

Deze keer wond Jojanneke nergens doekjes om. Ze had op voorhand toch al verloren. Vandaar dat Thea op haar beurt tegen haar principes in -  voor de beleefde vorm en uit leedvermaak - besloot om haar boodschap juist wel een beetje cryptisch op Jojanneke over te brengen:

‘Ik kan moeilijk eisen dat Sabine in de complete groep 6 geplaatst wordt. Ik kan niet op de strepen van een kind van 8 jaar gaan staan. Sabine wil op De Wielewaal blijven, maar wel in de complete groep 6. Als Bart en ik alleen van onszelf waren uitgegaan dan zouden we allang op zoek zijn naar een andere basisschool. Voor Walter incluis. Maar niet zonder de nodige ruchtbaarheid aan de misstanden op De Wielewaal te geven. Vrijheid van meningsuiting is toch vooral het recht om mensen dat aan het verstand te brengen wat ze eigenlijk liever niet willen horen. Welke wijsgeer zei dat ook al weer?’

Omdat een reactie uitbleef gaf Thea zelf maar het antwoord:

‘George Orwell; je weet wel van die andere beroemde uitspraak: ‘Some are more equal than others.’

‘Regel ik voor Sabine’, verzekerde Jojanneke gehoorselectief, maar toch voornamelijk deemoedig zoals het een schuldenaar ten overstaan van een crediteur betaamt.

‘Dat is je geraden ook’, concludeerde  Thea nog net niet hardop.

Ze had haar klacht naar de onderwijsinspectie - over het misbruik van vertrouwen van Jade de interne coördinatrice en Jojanneke de vertrouwensarts – al zwart op wit klaarstaan in haar mailbox. Eén druk op de verzendknop en Jojanneke zou heel wat meer aan haar achterban uit te leggen hebben dan de wens van een 8 jarige meisje om van de ene groep 6 naar de andere 6de  klas overgeplaatst te worden. In haar val zou de vertrouwensarts onvermijdelijk niet alleen de interne coördinatrice – Jade – , maar ook directrice Willy meetrekken. Hiervan waren alle betrokkenen heel goed doordrongen. Gelukkig. Thea gaf het drietal nog 24 uur. Daarna zou de kans op herstel bekeken zijn.

Vlak na de start van de eerstvolgende middagpauze kwam Sabine met een stralende lach op Thea afgerend.

‘Ik heb vanochtend een gesprekje met Willy gehad’, kirde ze tijdens haar huppeldrafje.

De andere ouders op het speelplein keken nieuwsgierig op van hun smartphones.

‘Vertel’, lachte Thea en ze dacht:

‘Het kan dus wel.’

Met een groots gebaar wierp Sabine zich tegen haar moeder aan, vleide haar wang tegen de borsten en klemde de armpjes om de nek. De spekzolen van Sabine op de wreven van moeders schoenen lokten bij Thea automatisch een ganzenpasje over het speelplein uit. Walter zag het dansje berustend aan.

‘Is er iets?’, vroeg hij zonder het antwoord af te wachten.

Hij was al op weg naar de auto. Thea wilde niet al te gretig overkomen, maar toen ze een maal achter het stuur zat en het eerstvolgende verkeerslicht op rood sprong, kon ze zich niet langer bedwingen en richtte zich achterwaarts tot Sabine.

‘Was het een leuk gesprek met Willy?’

‘Best wel’.

Zelfvoldaan ging Sabine op de achterbank op haar handen zitten wiebelen. Haar ogen twinkelden.

‘Ik ga na de vakantie naar de andere groep 6. Ik kom bij juffrouw Dorien en meester Joep.’

‘Heeft Willy dat beloofd?’

Thea stond toch nog versteld van het positieve effect van haar eigen doortastende optreden.

‘Wie is meester Joep?’, wilde Walter weten.

‘Die aardige meester. Hij is ook nieuw op school; net als juffrouw Siepie.’

‘Wie is juffrouw Siepie?’

‘Houd jij je nou maar bij juffrouw Toos’, zuchtte Thea.      

‘Krijg ik volgend schooljaar weer juffrouw Toos?’, vroeg Walter blij verrast.

‘Nee, juffrouw Marjolein.’

Thea keek weer voor zich. Het verkeerslicht sprong op groen. Iemand achter haar claxonneerde.

‘Het is groen’, merkte Walter op.

‘Ik zou willen dat je in de klas net zo goed oplette als in het verkeer’, zuchtte Thea, terwijl ze gas gaf.

‘Ik let goed op in de klas’, protesteerde Walter.

‘Waarom weet je dan niet wie juffrouw Marjolein is? Ik weet het zelfs. Het is die oude mevrouw van de andere groep 5. Ronnie zit nou nog bij haar in de klas’, gaf Sabine doodgemoederd te kennen.

De verwijzing naar ‘de oude mevrouw’ oftewel juffrouw Marjolein deed Thea even slikken. Zo op het eerste gezicht was juffrouw Marjolein van hetzelfde bouwjaar als zij.

‘Fijn dat je volgend jaar bij Ronnie in de klas komt.’

‘Ja en bij Twannie, Babs, Jorinde en Miranda.’

‘Miranda? Is dat jouw vriendin?’

In haar achteruitkijkspiegel trok Walter een vies gezicht.

‘Dat is dat meisje van de communie?’, verifieerde Thea ook niet zonder  verbazing.

 ‘Ja, die bruid met die trouwjurk’, hielp Walter zijn moeder herinneren.

‘Toen was ze niet leuk, maar nou kan ik met haar lachen. Dat heb ik ook aan Willy uitgelegd’, verduidelijkte Sabine gedecideerd.

‘Wilde Willy dan van jou weten of je Miranda aardig vond?’, vroeg Thea ongelovig.

‘Ja’.

‘Wat vroeg ze nog meer?’

‘Of ik mijn oude klas niet ging missen.’

‘Nee, zei jij natuurlijk’, raadde Walter.

Sabine negeerde Walter.

‘Wat zei jij toen?’, vroeg Thea dus maar.

‘Ik zei dat ik mijn oude klas ook best wel ging missen, maar dat we nog elk speelkwartier en na schooltijd met elkaar kunnen spelen als we zouden willen.’

‘Zoveel diplomatie van zo’n klein meisje’, dacht Thea vervuld van trots.

Tegelijkertijd werd ze niet goed van het getalm van Willy Bakbruin. Wat kocht een ouder nou voor al die halfbakken informatie.

‘En toen zei Willy dat je naar de andere groep bij juffrouw Dorien en meneer Joep mocht?’, dramde Thea dus maar door.

‘Nee, maar ik denk het wel; Willy is heel aardig.

‘Ja’.

Walter gniffelde instemmend.

‘Wat ja?’, bitste Thea ongedurig.

‘Willy deed in de klas mee met pieppafpoef. Ze werd geraakt door Jonas. Zogenaamd dan en toen viel ze zo van haar stoeltje op de grond. Net echt.’

Toegegeven dat was aardig. Toch stond een geinige acteerprestatie in geen vergelijk met de botte uitlating van Willy tijdens het memorabele eerste gesprek dat Thea in groep 3 met haar had naar aanleiding van de zaak meester Gijsbert versus Walter. De kwetsuur schrijnde na anderhalf jaar nog zo snerpend in haar geheugen dat de begeleidende woorden bij elke confrontatie met de directrice van De Wielewaal vanzelf begonnen te dagen. Bij de minste of geringste aanleiding lagen ze aan de oppervlakte van haar bewustzijn voor herhaling vatbaar. En telkens liet de heugenis, aan dezelfde lezing van Willy verse, scherpe sporen na in de opslagruimte van Thea’s hoofd.

‘Nou ik heb 30 jaar voor de klas gestaan voordat ik directrice op De Wielewaal werd en wij merken hier niets van die zogenaamde motivatie van Walter’, oordeelde Willy over de toen nog 6 jarige Walter.

Terwijl het ventje amper aan zijn avontuur in groep 3 begonnen was! Een dik schooljaar later liet ze een 8jarig meisje ijskoud bijna 3 weken op een beslissing wachten die in een oogwenk genomen had kunnen worden door mensen die geknipt zijn voor hun vak. Was Willy maar juf gebleven en voor de klas blijven staan, want een directrice die niet aansprakelijk is, zelfs met een klacht naar de onderwijsinspectie als een zwaard van Damocles boven het hoofd, verdient geen verantwoordelijkheid over meer dan 200 schoolkinderen. Zeker niet als zo’n hoofd van een basisschool uiteindelijk op haar nummer moet worden gezet door een vertrouwensarts die zelf boter op het hoofd heeft en pas in het geweer komt na een aanmaning van één van haar schuldeisers. Alvorens het recht überhaupt kon zegevieren had Thea dus eerst de vertrouwensarts op het juiste pad moeten zetten door haar indirect te herinneren aan haar misstap met Jade de interne coördinatrice van De Wielewaal. Hoe krom wil je het hebben?  Hoeveel mooie beloftes de vertrouwensarts nog zou breken en hoeveel vlotte babbeltjes met de kinderen de directrice er achteraf ook aan vast plakte; wat Thea betreft konden Willy en Jojanneke nog duizend keer doodvallen tijdens piefpafpoef. Zogenaamd dan. Net echt.

‘Heb de hoeramail gelezen?’, vroeg Bart aan het avondeten.

‘Hoeramail?’

‘Ja, ze zijn eruit. Sabine mag volgend jaar naar de andere groep 6.’

‘Wie zijn ‘ze’?’, vroeg Thea niet begrijpend.

‘Willy, Jeewee, Dorien en ene Marjolein. Jade plaatst nog een kanttekening.’

De toonzetting van Bart was plagerig.

‘Tuurlijk’, smaalde Thea, terwijl ze over een pan met dampende spaghetti een Nintendo uit de handen van Walter probeerde te vangen.

‘Nee, serieus.’

‘Wat dan?’, vroeg Thea afgeleid.

‘Dat de complete groep 6 en de halve combiklas 6 in het laatste jaar van de basisschool weer bij elkaar gevoegd zullen worden.’

‘Ja en?’, vroeg Thea buiten adem.

Haar gebarentaal had Walter inmiddels zo ver gekregen dat hij afstand van zijn Nintendo nam door hem dichtgeklapt en in startpositie in de buurt van zijn bestek te houden. Rusteloos nam Thea plaats aan tafel en hield het ding vanuit haar ooghoeken in de gaten. Zo’n Nintendo zou spontaan kunnen gaan trillen of piepen. Gestoord werd je er van.

‘Ja, dat heb ik ook terug gemaild; ‘Wie dan leeft, wie dan zorgt.’

Vaardig wikkelde Bart een paar slierten spaghetti om de tanden van zijn vork. Walter staarde gebiologeerd naast zich, maar het lukte hem pas na een besmeurde borstkas en etensresten naast zijn bord om het trucje van zijn vader min of meer na te apen.

‘Sinds wanneer stuur jij mailtjes naar Jade de interne coördinatrice? Praten zij en wij weer met elkaar dan?’

Thea sneed haar spaghetti in kleine stukjes en schoof een lading met het mes op haar vork.

‘Ik denk dat ze ons niet gelooft. Ik denk dat ze denkt dat wij Sabine geïndoctrineerd hebben.’

‘Zou je denken?’

‘Maar ik heb mijn antwoord niet naar Jade de interne coördinatrice, maar naar Willy de directrice gestuurd’, verzekerde Bart.

Niet mis te verstaan. Evenals de reacties op school de volgende ochtend op Sabines overstap. Het hek was van de dam en het oorverdovende schapengeblaat van de ouders overal om haar heen op De Wielewaal ontnam Thea de vrije toestroom van zuurstof. Ze moest steeds het hoofd van de kudde afwenden om naar adem te happen op weg naar het lokaal van de combigroep 5/6 alwaar Greet, de moeder van Mathilde, Thea toch nog waagde te strikken. Zonder gepaste terughoudendheid, vanwege hun roerige verleden, en ondanks het strijdlustige afweermechanisme dat Thea tentoonspreidde. Onverbiddelijk schroeide haar wolvinnenklauw de schouder van Thea.

‘Wat hoor ik nou, gaat Sabine de combiklas verlaten?’

Haar sensatiebeluste toontje was minder overtuigend dan normaal en doorspekt met schuldgevoel. Terecht natuurlijk, want Greet was de moeder van het huilmeisje ‘Mathilde’. Alle meisjes van de combiklas 5 en 6 waren aan het begin van het schooljaar welkom geweest op het verjaardagsfeestje van Mathilde. Alle meisjes, behalve Sabine. Thea ziet haar kind van net 8 jaar weer vastgenageld staan op de betontegels van het speelplein. De voorpret van de feestgangers galmden nog na in de afhangende oortjes van Sabine. In de steek gelaten, alleen, klein en onschuldig. Het onbegrip in de glinsterende ogen. De geheime tranen achter het ijsje voor de troost. Het gesmoorde snikken tussen de flaporen van de huishond die zich geduldig liet gebruiken als steun en toeverlaat. Die trouwe labradorlobbes die het lauwe nat, dat over de bolle wangetjes van Sabine stroomde, met de tong op lebberde. Toch zou schuld aan de groepswissel van Sabine teveel eer voor de slinksheid van de moeder van Mathilde zijn. Thea staarde Greet recht in de half geloken troebele ogen en zweeg. Op haar teentjes getrapt deed Greet een stap terug. Waar was Thea mee bezig? De moeder van Mathilde had het alleenrecht om anderen te negeren. Het alleenrecht dat Thea haar nu ontnam. Een brutaliteit. De onverdeelde aandacht van Greet alsmede haar vurige claim op Thea’s schouder doofden. Nog nauwelijks doordrongen van de het gore lef van Thea liet Greet zich bij hoge uitzondering naar de achtergrond duwen door de moeder van Luna. Marit. Ooit had Sabine zich het vriendinnetje van Luna durven noemen in het bijzijn van Marit en die lichtzinnigheid had ze moeten bekopen met een paar smalende terechtwijzingen voor het oor en oog van alle opperouders van De Wielewaal. Niemand anders dan Marit bepaalde wie het vriendinnetje van Luna mocht zijn en die eer zou zeker nooit aan Sabine toekomen. Luna zelf had geen mening en die onpersoonlijkheid op zich was al reden genoeg voor Thea om opgelucht te zijn dat moeder Marit haar dochter te goed vond voor Sabine. Nog even los gezien van de vader van Luna. Een onuitstaanbare leraar Nederlands met de impact van een professor in de weetnikskunde en het ego van een jonge God die hij bepaald niet was. Soms groette hij Thea in het voorbijgaan, maar meestal niet. Ze las in zijn kleinerende oogopslag het spiegelbeeld van ontluikende middelbare schoolmeisjes die nog maar één stapje verwijderd waren van de overtuiging dat de wereld niet om een te hippe leraar Nederlands draaide. In tegenstelling tot de volwassen vrouwen die al over de streep waren, maar die desondanks beter niet te dicht bij het mannetje van Marit in de buurt kwamen. De gespuide bezitsdrang van Marit riep bij Thea de kinderlijke neiging op om haar voet uit te steken zodra de vader van Luna haar tersluiks lonkend zogenaamd negeerde tijdens het passeren. Pootje haken. Dat hij op zijn opgeblazen snoefmuil ging voor het oog van iedereen voor wie hij de held moest spelen op voorspraak van Marit. De vrouw bij wie hij overduidelijk vol overgave thuis onder de plak zat. Maar niet tijdens zijn werk als leraar Nederlands op een middelbare school of als breng- en haalpapa in de gangen van De Wielewaal. Vanwege zijn functie als leraar had hij op de basisschool van zijn dochter permanent de rang van een soort aspirant opperouder weten te verwerven. Iedereen hield hij angstvallig in de waan van zijn expertise op onderwijsgebied. De concrete invulling van zijn aparte positie op De Wielewaal liet hij evenwel, veiligheidshalve, aan de grootspraak van zijn vrouwtje Marit over; wiens arrogantie de vleesgeworden zelfbeperking was die ze zelf niet kon verkroppen. Wat zag Marit eruit als een benepen mevrouw op de rand van de menopauze die eigenlijk niets liever wilde dan zich na jaren van geheelonthouding van haar zelfbedachte keurslijf ontdoen. Als ze maar zeker wist dat er een rem op haar onderdrukte uitspattingen zou zitten. En juist dat zeker willen weten deed elke kans op spontaniteit in haar leven de das om. Marit was de bekrompenheid zelve. Ze wrong zich voor Thea langs door de deuropening van het klaslokaal richting Jeewee die gedesoriënteerd door al het opgewonden gekrioel om hem heen, een beetje daas voor de klas door zijn kuif stond te strijken. Vlak onder zijn neus was Sabine al aangeschoven aan een zestal  gegroepeerde lessenaars voorin de klas. Met haar stabilo krabbelde ze hartjes in een vriendenboekje van een klasgenoot.

‘Gaat Sabine na de zomervakantie over naar de andere groep 6?’, wilde Marit over het hoofd van Sabine, met een gesmoorde jank van ongenoegen in haar stem, van Jeewee weten.

Nederig knikte Jeewee en ontweek de woedende blikken van Thea die op een afstand zodanig op exploderen stond dat de voortekenen de atmosfeer bedrukten. Hoe durfde dat duo haar zo te blameren? Te negeren. Jan-Willem hoefde nog maar één letter over het hoofd van haar dochter tegen dat misbaksel van een Marit te uiten en Thea zou met gebalde vuisten op hem intimmeren. Alsof Jeewee onraad rook, dorst hij Marit geen antwoord meer te geven en bleef vervolgens maar zo stoïcijns mogelijk voor zich uit staren. Zijn gezicht en nek kleurden donkerrood toen Marit continueerde met de dwingende vraag:

‘Heeft dat met Ronnie te maken?’

Het raadsel plantte zich al snel voort onder de aanwezige ouders in het klaslokaal en vervormde, zoals te verwachten, van een assumptie in een voldongen feit.

‘Dat heeft met Ronnie te maken.’

Het gerucht verplaatste zich naar de gang en naar Maud die zich voor het lokaal van de complete groep 5 tegenover de combiklas 5/6 losmaakte uit een innige omhelzing van Ronnie.

 

‘Wat heeft met Ronnie te maken?’

Geprikkeld zocht Maud benieuwd in haar directe omgeving naar antwoorden. Thea hield net buiten de geopende deur van het lokaal van de combiklas 5/6 overzicht over het hele gebeuren. Maud klampte echter bijna iedereen in de gang aan op zoek naar uitsluitsel, behalve Thea. Het was weer zover. Maud mocht opnieuw tijdelijk meedoen met de groten der Wielewaalaarde en dus moest de vriendschap tussen Ronnie en Sabine het wederom bezuren en zelfs het minste contact met moeder Thea gemeden worden.

Tegelijk met de consternatie op de gang herhaalde Marit in het klaslokaal van de combigroep 5/6 de brandende vraag tegen het gebogen donkerblonde bolletje van Sabine die onverstoord nog steeds hartjes zat te tekenen.

‘Heeft dat met Ronnie te maken?’

Haar wanhoop nam toe, omdat Jeewee niet meer reageerde en haar stond te trotseren met een hoofd zo bloeddoorlopen als een rauwe biefstuk. Van een afstand keek Thea gespannen naar het tafereeltje. Ze zou serieus niet weten waarom uitgerekend Marit zo overstuur zou raken van het vertrek van Sabine naar een andere klas. Het antwoord liet niet lang op zich wachten.

‘Vind je de combiklas te moeilijk misschien?’, fleemde Marit nu.

Hoopvol aaide ze het achterhoofd van Sabine die langzaam naar Marit opkeek.

‘De andere groep is beter’, antwoordde Sabine quasi onnozel en voor niemand te missen.

Nu was Thea het liefste het lokaal ingestormd. Niet meer om Sabine te wreken; maar om haar te lauweren. Waarom bestaan er geen erkende graadmeters voor sociale intelligentie? Sabine zou als geniaal uit de bus komen.

‘Beter voor jou bedoel je? Voor jou?’, toetste Marit paniekerig.

Sabine haalde haar schouders op en stortte zich weer op haar pentekening.

‘Wat is er met Ronnie?’

Maud was nu ook van de partij. Ze knikte verlegen naar Jeewee. Jeewee aarzelde. Hij wist natuurlijk niet zeker of een begroeting van een moeder van een kind uit een andere klas wel geoorloofd was door de opperouders. Bij wijze van compromis wapperde hij kortstondig slap in de richting van Maud om zijn rechterhand vervolgens zo snel mogelijk weer door zijn kuif te halen.

‘Sabine komt volgend jaar bij Ronnie in de klas’, hikte Marit verontwaardigd tegen Maud bij gebrek aan beter.

‘Ik weet van niks’, antwoordde Maud vereerd door de aandacht van Marit en simultaan afkerig over het nieuws alsof ze een oneerbaar voorstel afwimpelde.

Naast Thea verscheen alweer een nieuwsgierige ouder in de deuropening van het klaslokaal van de combigroep 5/6.

‘Of heeft het met Jeewee te maken?’, vroeg ze aan Thea.

‘Heb je het tegen mij?’

Quasi verbaasd wees Thea naar zichzelf en dacht stiekem:

‘Are you tokking to me?’

‘Misschien dat Sabine weggaat vanwege Jeewee?’

‘O, je bedoelt dat Jeewee weleens geen goede onderwijzer zou kunnen zijn?’, provoceerde Thea geamuseerd.

‘Nee, ik bedoel omdat Jeewee in het nieuwe schooljaar niet meer in de combiklas 6/7 staat, maar voor groep 8. Samson heeft het daar ook erg moeilijk mee’, herstelde de bakfietsmoeder zich haastig uit angst om verkeerd begrepen te worden en aldus uit de toon te vallen.

‘Ja, dan heeft het ook zoveel nut om in een andere groep te gaan zitten waar Jeewee ook niet voor de klas staat’, hoonde Thea en ze vervolgde:

‘Maar nee, het is ons niet om Jeewee te doen. Hij kan zijn expertise dragen.’

‘Nee, omdat ik Harry weleens heb horen beweren dat jij de combigroep 5 en 6 een ‘clubje voor hoogbegaafden kinderen’ vond’.

De bakfietsmoeder mimede aanhalings- en sluittekens met twee wijsvingers in de lucht die ze olijk liet krullen tijdens de vermelding van het ‘clubje voor hoogbegaafden kinderen’.

‘Heb ik dat tegen Harry gezegd?’

Thea deed alsof ze hogelijk verbaasd was. De bakfietsmoeder begon zichtbaar te twijfelen.

‘Wie is Harry?’, wilde Thea vervolgens liefjes weten.

‘De vader van Luna en Soleil’.

‘Moet ik hem kennen?’

‘Doe niet zo raar; je kent de vader van Luna en Soleil toch wel? Hij is de man van Marit. Marit is klassenouder.’

De mist in het geheugen van Thea begon op te lossen in een recollectie van een korte ontmoeting met de roemruchte leraar Nederlands. De vader van Luna en Soleil en de leuke vent van Marit dus. Beter bekend als Harry was Thea zojuist gebleken. Het onderhoud vond plaats aan het einde van het vorige schooljaar. Daarvoor was iedereen geruime tijd in rep en roer geweest over de geplande hesplitsing van de 4 bestaande groepen 4 en 5. Naast een kersvers samengestelde groep 5 en 6 moest er nog een nieuwbakken combiklas 5/6 komen. Verdeel en heers dus. Zeker voor wat betreft de opperouders die geen enkele beslissing van de schooldirectie zo maar ongemoeid over hun kant lieten gaan. Sommige speciale kinderen konden nu een maal niet gescheiden worden. Ze hadden vriendschappen voor het leven gesloten in hun oude, vertrouwde groepen 5 en 6 en een verandering zou weleens als uiterst traumatisch kunnen worden ervaren. Tot tranen toe bewogen schoolden de potentieel gedupeerde ouders samen op het schoolplein. Ze steunden elkaar; boden over en weer een schouder om op uit te huilen en lieten hun gezamenlijke ontstemde geluid horen. Je zag directrice Willy tijdens haar wekelijkse defilé over het speelplein in een paniekstuip schieten bij de aanblik van de recalcitrante ouders. Ze verzon een list om de ouders toch – zogenaamd – tegemoet te komen. De kinderen mochten een lijstje invullen met een rangorde van 3 kinderen bij wie ze het liefste in de klas zouden willen zitten. Sabine plaatste Ronnie op 1, Zarah op 2 en Luna op 3. Niet Thea’s keuze. Helemaal niet toen Maud op navraag aan Thea liet doorschemeren dat Sabine weleens niet genoemd zou kunnen zijn op het lijstje van Ronnie. Ook niet op het lijstje van Luna trouwens. Haar moeder wond er geen doekjes om toen Thea in al haar naïviteit aan Marit liet weten dat Sabine kennelijk dol genoeg was op Luna om haar dochter op nummer 3 van haar voorkeurslijstje te zetten:

‘Luna speelt graag met andere meisjes’, serveerde Marit de dochter van Thea doodleuk af.

Tot besluit haalde ze haar neus nog op. Desalniettemin kwam Sabine kwam toch bij Luna in de combiklas. En bij Zarah.

‘Heeft Zarah in ieder geval dan wel Sabine op haar voorkeurslijstje staan?’, wilde een geëmotioneerde Thea ten slotte toch nog graag weten van Dorien; de toenmalige juffrouw van groep 5.

‘Ik zou het niet weten. We hebben maar wat gedaan bij de indeling. Volstrekte willekeur’, meesmuilde Dorien.

Ze stond overduidelijk te overdrijven. Voorbewerkt en murw gewauweld door het onophoudelijke gedram van de opperouders. Thea was ongetwijfeld niet de enige en eerste die over het vriendenlijstje begon tegen Dorien en ze zou zeker niet de laatste zijn. Toch had Dorien deze onverkwikkelijke feedback kunnen verwachten van zo’n ondoordacht zoethoudertje als het stimuleren van een pikorde onder kinderen in de leeftijd van 8 tot 9 jaar. Door ze samen met de ouders te laten kiezen met welke drie kinderen ze het liefste in een klas zouden willen doorbrengen waren de scheve verhoudingen nog duidelijker geworden. De grilligheid van de leerkrachten van De Wielewaal bij de daarop volgende indeling van de groepen 5 en 6 en de combinatieklas 5/6 was daarom geen excuus om voorts minder belangrijke – tweederangs - verontruste ouders nog verder van de basisschool te vervreemden door ze met gespeelde onverschilligheid op stang te jagen. Met een betrokken hipsterpapa binnen haar gehoorbereik; of met een toegewijde parttime, kwaliteitsmama in de buurt was Dorien altijd een stuk minder blasé en zou ze nooit zo quasi stoer gereageerd hebben. Toch trok Thea zich de onverschilligheid van Dorien niet persoonlijk aan. Ze wist tenslotte wie ze voor zich had. En nadat uiteindelijk algemeen bekend werd dat Sabine in de combinatieklas terecht zou komen bij dat Lunakind met die overgewaardeerde opperouders, kon Thea het niet nalaten om mama Marit en papa Harry op stang te jagen toen ze de kans kreeg aan het einde van respectievelijk het 3de en 4de  schooljaar van haar 2 kinderen. Net als zowat iedere rechtschapen ouder en/of verzorger van De Wielewaal, waren Harry en Marit op de brede stoep voor de dichte deuren van de gymzaal in afwachting van de jaarafsluiting van de basisschool. Thea besloop het gewichtige echtpaar van achteren en drong zich onaangekondigd aan het tweetal op door zich met haar volle gewicht abrupt tussen hen in te werpen.

‘Hebben jullie het al gehoord!’, riep ze hysterisch blij.

Alle aanwezigen schrokken wakker en zowel Harry als Marit deinsden onaangenaam verrast terug voor Thea.

‘Luna komt bij Sabine in de combinatieklas!’, bazuinde Thea onbekommerd in het rond.

Haar stemgeluid overstemde het geroezemoes op het plein rond de gymzaal in de windstille vooravond van een zwoele zomernacht in juni. Hier en daar werd beschaamd gekucht. De opgevoerde elektrische fiets die aan het gezelschap voorbij bromde werd door de directe omstanders nagekeken tot hij uit het zicht verdwenen was, in de hoop zo het pijnlijke moment te kunnen overbruggen. Thea liet zich niet van de wijs brengen

‘Sabine komt bij Luna in de klas, bedoel je zeker’, lispelde Marit vals.

Thea stak tevergeefs, zogenaamd liefdevol, haar armen naar een onwillige Marit uit en overschreeuwde het ouderbestand:

‘Hartstikke leuk voor Luna hoor! Welkom bij de club voor hoogbegaafden kinderen!’

Die opmerking was blijkbaar bij de één verkeerd gevallen en bij de ander ook nog eens blijven hangen. Bij Harry bijvoorbeeld.

‘O, die Harry’, lachte Thea ontwijkend naar de bakfietsmoeder.

Professor Pronken besloot om zich eveneens en plein public over de kwestie ‘groepswissel van Sabine’ te uiten en dacht een aanknopingspunt voor zijn bemoeienis gevonden te hebben door indirect voor zijn dochter Allagonda in de bres te springen.

‘Wat wilt u eigenlijk zeggen met ‘een club voor hoogbegaafden kinderen’, moeder van Walter?’

‘We hebben het hier over mijn dochter Sabine beste vader van Marcus’, diende Thea de zogenaamd verstrooide professor onverbloemd van repliek.

‘Nee, omdat uw zoon Walter weleens met mijn zoon Marcus afspreekt.’

‘Ja, en mijn dochter Sabine niet met jouw dochter Allagonda’.

‘Is dat de reden dat u de combinatieklas een club voor hoogbegaafden kinderen noemt? Want dan zou u het zowaar weleens per ongeluk bij het rechte eind kunnen hebben.’

Meewarig schudde Thea met haar hoofd en ze antwoordde raadselachtig:

‘De wissel van Sabine heeft hoe dan ook weinig tot niets met leercapaciteiten van doen.’

‘Is deze wissel besloten voor of na dat bekend werd dat Jan-Willem niet opnieuw de leerkracht van de combigroep 6 en 7 in het komende schooljaar gaat worden? Heeft u soms bezwaren tegen Siepie?’

‘Wat gaat jou dat aan?’, blafte Thea.

‘Weet u iets dat wij niet weten?’, herformuleerde de professor hoogmoedig en hem kennende nog steeds niet straatwijs geworden.

‘Ik weet zoveel meer dan jij niet weet; dat lossen we samen niet zo één, twee, drie op met een gesprekje voor de deur van het klaslokaal van onze kids.’

Gedesillusioneerd boog de professor zijn grijze kop en droop af. Maar Maud ging nog volledig op in het spel.

‘Heeft dat met Ronnie te maken?’

Ze richtte haar pijlen ongegeneerd  op Sabine alsof het 8 jarige meisje, dat nog steeds onaangedaan zat te tekenen, een misdadigster van het ergste soort was.

‘Hey Sabine ik vraag je wat?’

‘Nee, Maud, de groepswissel van Sabine heeft niets met Ronnie te maken’, riep Thea beschermend vanaf de deur hoorbaar door het hele lokaal van de combigroep 5/6.

Sabine krabbelde kalmpjes verder aan haar tekening en Maud wisselde een blik van verstandhouding met Marit. Ze waren dikke vriendinnen vandaag en zo kwam Maud de twijfelachtige eer toe om die middag na school wel 5 uur op Luna te mogen passen. Luna kwam grif met Ronnie spelen. En ze zou blijven tot na het avondeten zodat moeder Marit eindelijk eens de handen vrij had om lekker een middagje ongestoord en kinderloos te kunnen chillen. Zalig met een oversized sweater onder een fleecedekentje met een ‘feel good’ roman en een dampende mok thee tussen de ‘sleeved’ knuistjes op de bank. Thea vroeg zich toch nog wel een seconde lang af waar ‘alle meisjes behalve Sabine’ zich na school schuilhielden. Dus al die andere meisjes die Luna volgens haar moeder Marit prefereerde boven Sabine en waarmee ze altijd speelde. Vervelend dat ze in geen velden of wegen te bekennen waren uitgerekend nu de moeder van Luna ze best kon gebruiken voor een time-out en de naschoolse opvang van haar dochter.

Het afscheidscadeautje dat Luna een dag later voor Sabine mee naar school bracht zal dan ook zeker niet op initiatief van mama Marit bedacht zijn. Luna had haar geschenk zelf ingepakt in een prop sinterklaaspapier. In juni. Na veel gepluk, gescheur en helpende handjes verscheen een Disney parfumflesje uit de verpakkingsmassa. Toch nog voor een kwart gevuld met een roze prinsessengeurtje. Het was niet het enige dat Sabine toegestopt kreeg van haar klasgenootjes. Engelse drop, smurrie in een potje, gebruikte geurgummetjes, een houten kralenketting, een scheetkussen en een lachzak.

‘We gaan je missen’, beweerde Zarah, terwijl ze een tablet chocolade in 2 ongelijke stukken brak.

Ze bood Sabine het grootste stuk aan.

‘Waarom ga je naar de andere groep 6?’

‘Dat heb ik toch verteld vanmorgen’, schokschouderde Sabine onder het genot van een mond vol melkchocolade met krentjes.

Jeewee had Sabine die ochtend voor de klas geroepen. Of ze zelf aan iedereen durfde te vertellen van haar overstap naar de andere groep 6!? De meesterheld op sokken. Sabine dorst het hoge woord er wel uit te gooien:

‘Ik ga na de grote vakantie naar de andere groep 6, want dat wil ik.’

‘Dat zou ik ook wel willen’, bedacht Zarah zich hardop in de klas.

‘Maar jij mag niet van je moeder en ik wel’, had Sabine bijdehand  geantwoord.

En zo had die onbeduidende Sabine het hele geteisem voorlopig de mond gesnoerd.

‘Sabine gaat een veelbelovend jaar in groep 6 bij juffrouw Dorien en meester Joep tegemoet’, schreef Jeewee als slotopmerking in het laatste rapport van groep 5.

‘Waarom is die man zo halfslachtig?’, gruwelde Thea.

‘Vaag bedoel je?’

Bart was net terug van zijn 10 minutengesprek over Walter met juffrouw Toos van groep 4. Wonderwilma had er ook bij gezeten. Op het hardop voorlezen na, scoorde Walter met alle vakken boven het landelijke gemiddelde van een kind van 7 jaar aan het einde van groep 4. Die gouwe ouwe juffrouw Toos! Thea kocht een doosje merci chocolaatjes in diverse smaken voor haar voor 2,50 bij de Aldi. Als afscheidscadeautje. Walter moest het haar geven. Vooral de vermelding  van de merknaam ‘merci’  groots voorop op de verpakking was essentieel. Thea had Wonderwilma ook best welgemeend oog om oog willen bedanken met een kartonnetje mercichocolade. Voor de prijs hoefde ze het niet te laten. Nog steeds was Wonderwilma echter niet in staat om zoals ieder normaal mens over haar afkeer van een ander te huichelen. Ze bleef non stop wegkijken of vluchten voor elke toevallige ontmoeting met de moeder van haar geliefde en dankbare pupil Walter. Dus een merci van Thea onder vier ogen zou bij Wonderwilma ook wel verkeerd vallen. Toch vatte juffrouw Toos de hint. Walter beweerde althans dat hij tranen bij zijn juffrouw Toos in de ooghoeken en op de wangen zag schitteren toen ze de ‘merci’ verpakking na het verwijderen van het gebloemde cadeaupapier in handen hield. Aan het gegeven paard dat sowieso niet in de bek gekeken mag worden zal de ontroering niet gelegen hebben. Wel aan de symboliek.

‘Is Walter nou een sterretje af?’, informeerde Thea bij Bart.

‘Weet ik veel. Hier is hij in elk geval het zonnetje in huis’, pufte Bart, terwijl hij na het opschonen van zijn door speelgoed bezaaide zitting in zijn relaxstoel verdween.

‘Nou moet ik nog naar het laatste 10-minutengesprek met die slapjanus van een Jeewee.’

Bart wees naar de afstandsbediening die Thea hem met een wrevelig gebaar aanreikte.

‘Je moet niks. De laatste gesprekken van het schooljaar zijn facultatief’.

‘Ik kan nu niet meer terug’, vond Thea theatraal.

‘Eigenlijk ben ik er wel klaar mee voor dit schooljaar. Zowel Sabine als Walter hebben topprestaties geleverd. Trouwens, Sabine komt toch na de vakantie in groep 6 bij die Dorien. We hebben leuke kinderen en nou wil ik voetbal kijken.’

‘Misschien ga ik wel met Jan-Willem praten’, peinsde Thea.

‘Waarom zou je?’

Bart hield zijn ogen op de televisie gericht.

‘M’n eerste stapjes in de richting van mijn comeback naar de toekomstige 10-minutengesprekken?’

‘Het zou wel goed zijn om die Jan-Willem eens flink op zijn nummer te zetten. Nu komt hij wel heel makkelijk met de hele scheefgegroeide situatie weg’, sprak Bart zichzelf tegen.

Geestdriftig vulde Thea hem aan:

‘Ja en als ik alles aan hem uitleg dan kan hij niet meer zeggen dat hij van niets geweten heeft.’

Geamuseerd richtte Bart zich even volledig op Thea met een gezicht dat een ingehouden smakelijke lach uitdrukte.

‘Ja, nee, dat gaat helpen. Nadat mejuffrouw Thea alles aan Jan-Willem heeft uitgelegd, zal hij nooit meer beweren dat hij van niets geweten heeft.’

Met een zuur lachje schoot Thea in de verdediging:

‘Maar dan weet ik tenminste zeker dat hij een spelletje speelt en bewust zijn ogen sluit voor de realiteit op zijn werkplek.’

‘Twijfel je aan zijn onoprechtheid dan?’

Bart richtte zich weer op het voetbal.

‘Ik weet niet; misschien heeft die man echt wel niets in de gaten van de concurrentiestrijd tussen ouders en de impact op hun kinderen, van de manipulaties van iemand als professor Pronken en de manier waarop iedereen een schoolmeester voor het eigen karretje probeert te spannen. Hij is tenslotte maar onderwijzer.’

‘Hoor je nou wat je zelf zegt? Hij is maar onderwijzer. En daarom is hij incapabel? Kan hij daarom niet om zich heen kijken en geen grenzen en paal en perk stellen? Juist een onderwijzer behoort alles te snappen van de werking van groepsdruk. Kinderen zijn precies kleine volwassenen. Maar Jan-Willem wil niks in de gaten hebben Thea. Hij zal altijd blijven beweren dat hij van niets geweten heeft; of in de toekomst af zal weten van dat wat nog te gebeuren staat. Maar daarom hoeft meester Moraalelastiek nog niet gespaard te worden. Misschien moest je maar meteen nu direct een afspraak met hem maken; dan kan ik eindelijk naar mijn welverdiende voetbal kijken.’

‘Misschien valt hij wel in katzwijm als hij me ziet’, speculeerde Thea bombastisch, omdat ze zeker wist dat Bart haar toch niet meer toehoorde.

‘Ik zit heel geconcentreerd voetbal te kijken Thea!’

‘Ik denk dat ik dan maar meteen een seksuele relatie met Jeewee begin’,  verkondigde Thea koeltjes, terwijl ze aanstalten maakte om zich terug te trekken uit het overbelaste aandachtsveld van Bart.

Hij rondde het gesprek slordig af:

‘Laat je niet gek maken meisje en ik hou van je, vergeet dat niet!’

‘Gaat vast niet goed komen’, kermde Thea.

Ze was inmiddels opgestaan en fouilleerde de kussens van de bank tot ze haar mobiel weer terug gevonden had. In het schermpje scrolde ze naar het nummer van De Wielewaal voor een afspraak. Ze probeerde Bart te negeren, omdat hij weer zo nodig het laatste woord moest hebben:

‘Precies, maar laat je daardoor in ieder geval niet weerhouden om bij Jan-Willem je eigen mening te verkondigen. Dat doe je bij mij ook.’

 

HOOFDSTUK 25

Het vacante klaslokaal aan het einde van de gang zou in de zomervakantie gebruiksklaar gemaakt worden. Tot dan diende de ruimte ter opslag van decorstukken van de musical van groep 8; rekwisieten; geluidsapparatuur; een regisseurs – en een bureaustoel.

‘We kunnen ook beneden gaan zitten in de koffieruimte’.

Nerveus zocht Jeewee om zich heen naar bakens voor de aanstaande woelige storm die in zijn angstige verwachting lag en waarvan hij de heftigheid vreesde.

‘Nee, dit is prima toch?’

Thea koos de regisseursstoel in het midden van het lokaal. Dus nam Jeewee noodgedwongen op de bureaustoel plaats.

‘Weet je zeker dat je niet liever hier wil zitten?’, vroeg hij vriendelijk.

‘Heel zeker’.

Ze voelde geen enkele behoefte om van zitplaats ruilen. De bureaustoel stond in een hoekje naast een rekwisiet van de musical van groep 8. Een salontafeltje waarop Jeewee zijn paperassen al had uitgestald. Bovendien bood een zitplaats op de regisseursstoel in het centrum van de ruimte in het geval van Jeewee nergens beschutting tegen een eventuele mannelijke opwinding die Thea al vaker bij hem had zien optreden. Of hij zou zijn handen in zijn schoot en in geval van opbolling  pal voor zijn kruis moeten leggen. Indien mogelijk wilde Thea zichzelf een dergelijk pijnlijk schouwspel besparen. Inclusief plaatsvervangende schaamte van haar kant. Ze troostte zich met de goede raad van Bart die inhoudt dat erecties in het wild nooit persoonlijk genomen moeten worden.

‘Volgens mij zit je veel beter op de bureaustoel’, drong Jeewee aan.

Zijn stem klonk hol in de vrije ruimte. In ieder geval werd Jeewee niet gehinderd door zelfkennis, kwade bedoelingen of een vooruitziende blik.

‘Ja, volgens mij ook; maar ik blijf zitten waar ik zit.’

‘Zullen we dan maar beginnen?’

Nooit eerder was Jeewee in het bijzijn van Thea zo voorkomend, welbespraakt en toegankelijk geweest. Wilde hij zijn in zijn rol als onderwijzer nog enigszins serieus genomen worden, dan kon hij nu ook onmogelijk de lolbroek aantrekken en de clown uit gaan hangen. Ondanks zijn nervositeit die hem zichtbaar deed sidderen. Iemand van één of andere onderwijswerkshop met de titel ‘omgaan met angsten’, of in die trant, zou Jeewee wel wijs gemaakt hebben dat hij zich niet hoefde te schamen voor de zichtbare benauwenis die hem gegarandeerd parten speelden tijdens iedere beroepsmatige interactie met ouders. Het bloed dat hij naar zijn wangen voelde stijgen, de natte handpalmen, het kloppen van zijn hart in de keel; het verdoofde gevoel in zijn maagstreek alsof iemand hem een por in zijn buik gaf en hij achterover kukelde, terwijl hij nooit in kon schatten waar en wanneer hij eindigen zou. Dit hele pakket aan zenuwtrekken legde hij manmoedig naast zich neer als een voldongen feit. Het is maar goed dat Thea er het mens niet naar is om andermans zwakheden in haar voordeel te gebruiken. Alhoewel Jeewee eigenlijk niet anders van haar verwacht had. Hij zat er klaar voor. Voor de zoveelste zedenpreek in zijn loopbaan. Daarna zou de  procedurele boetedoening van een welwillende schoolmeester onder giga werkdruk volgen. Dan hadden we dat ook weer gehad.

‘Hij weet niet beter’, lichtte Bart later toe.

‘Dus ik had hem moeten laten kruipen?’

‘Dat is hij wel gewend van die andere mama’s, ja’.

Achteraf moest Thea Bart gelijk geven.

‘Je zou ze toch. Die heksen’, mijmerde ze hoofdschuddend.

‘Je zou bijna medelijden met Jan-Willem krijgen’, vond Bart.

Maar nee, medelijden ging Thea veel te ver. Tegen de veerkracht van Jeewee was geen afzetten mogelijk. Thea kon niet reageren op die man. Hij was als een kwal in een bassin gevuld met slijm. De goesting om het beest te pakken te krijgen was al verdwenen voordat de sprong van de duikplank in de diepte gedaan was.

‘Om te beginnen wil ik wel even kwijt dat ik Sabine een poepie vind’, begon Jeewee.

‘Nou, dankjewel’, aarzelde Thea; ervan uitgaande dat Jeewee vanuit de beste bedoelingen sprak.

Hoewel een ‘poepie’ nooit haar woordkeuze zou zijn. Wel herinnerde Thea zich een anekdote die over Sabine de ronde deed. Aan het begin van het schooljaar scheen ze in de kring bij een eerste kennismaking aan meester Jan-Willem gevraagd te hebben:

‘Lust je ook een broodje poep?’

‘Lekkerrr’, had meester Jan Willem geantwoord, omdat hij ook best weleens echt leuk kon zijn natuurlijk.

Waar Sabine die rare vraag vandaan had? De opperouders wilden dat hun kind publiekelijk zo grappig geweest was. Maar Sabine vroeg gewoon naar het broodje poep uit de film van ome Willem. Retro kindertelevisie. Je wilt je nazaten zoveel mogelijk cultuur laten proeven. En alsof de situatie nog niet pijnlijk genoeg was, benadrukte Jeewee zijn bevinding door zijn ogen genoeglijk tot streepjes te knijpen en in herhaling te vallen:

‘Echt, een poepie ja.’

Voor Thea aanleiding om het samenzijn zo snel mogelijk over een andere boeg te gooien.

‘Maar nu even over haar overstap naar de complete groep 6 in het nieuwe schooljaar.’

‘Ja, mijn collega’s vroegen mij al of ik haar wens niet persoonlijk opvatte. Maar niet natuurlijk. Ik neem dat niet persoonlijk op. Ik niet.’

Het gejuich van het onzichtbare publiek dat Jeewee in zijn fantasie had toegesproken bleef uit. Verstoord ontwaakte hij uit zijn dagdroom en keek confuus naar Thea die tegenover hem in de regisseursstoel troonde. Ze zei niets en verstarde in haar zithouding; waardoor haar plotselinge minachting niet te omzeilen viel. Een reactie op de zelfverheerlijking van Jan-Willem. Zijn hand met de gespreide vingers, die zojuist nog op zijn borst als illustratie van zijn grootheidswaan dienst had gedaan, verdween in zijn kuif om te eindigen in de nek. Een potentiële paniekaanval kondigde zich aan in zijn blik. Net voordat hij uit de bocht dreigde te vliegen, herpakte Jeewee zich.

‘Sabine gaat een geweldig schooljaar tegemoet in groep 6’.

Zijn stem trilde na van de egoschok.

‘Ze krijgt juffrouw Dorien weer. Net als in groep 3 en 4, dus dat komt wel goed’, bevestigde Thea bekoeld.

Jeewee beet op zijn onderlip. Hij keek moeilijk alsof hij jaloers was.

‘Ja, en meester Joep. Ik heb ook tegen Joep gezegd dat Sabine een poepie is.’

‘Nou wat kan er dan nog mis gaan?!’, vroeg Thea zich niet serieus af.

Haar cynisme maakte Jeewee onzeker. Gedesoriënteerd beet hij zich vast in zijn eigenliefde.

‘Sabine zei zojuist nog tegen me; Het ligt niet aan jou hoor. Dat zei ze tegen me.’

Thea wreef haar voorhoofd alsof ze haar ergernis weg kon poetsen. Het verloop van het gesprek liet een onvermijdelijke afwijking naar het kinderachtige gedrag van Jeewee zien. Ze hoorde het Bart al zeggen:

‘Had je wat anders verwacht dan?’

‘Het is de groepsdynamiek die Sabine naar de complete groep 6 geleid heeft. Het totaal’, doceerde ze zonder de illusie dat haar uitleg nog enig verschil zou maken in de belevingswereld van Jeewee. Maar ze was er nou toch.

‘Ja. Maar toen ik met groep 8 op schoolkamp was en Siepie mij verving in de combiklas 5/6 ben ik met gejuich en applaus ontvangen toen ik na 3 dagen weer terugkeerde’, zegepraalde Jeewee.

‘Ja, vind je het gek; in vergelijking met Siepie is ieder ander een verademing’, dacht Thea, maar ze zei:

‘De reden dat Sabine naar de andere groep 6 wil is onder meer vanwege de competitieve sfeer in de combiklas.’

‘Die is er dus niet. Dat heb ik je al te kennen gegeven. Maar ik ga je niet meer tegenspreken. Als jij zegt dat er een competitieve sfeer in de combigroep 5/6 heerste dan is dat jouw mening. Ik deel die mening niet.’

Van het ene op het andere moment bleek Jeewee heus ook weleens vastberaden te kunnen zijn als hij zijn best deed. Alhoewel zijn reactie wel een beetje gekunsteld overkwam. Alsof hij zijn verweer, waarin hij natuurlijk refereerde naar de ruzie via de mail over het poezen werkstuk van Sabine, vantevoren had ingestudeerd. Bart en Thea hadden hem ervan beticht een meeloper te zijn. Hij zou zich niet gewonnen geven. No nuts, no glorie. Hij leek op een kleutertje dat zojuist een vooropgezet plannetje ten uitvoer had gebracht vanuit het principe dat als hij zijn handen voor zijn ogen deed, dat niemand de gevolgen van zijn daden dan ook waarnam. Zo moet het ook gegaan zijn tijdens lessen waarin kinderen werden uitgescholden door klasgenootjes als ze te vaak de hand opstaken met het goede antwoord. Sabine was het slachtoffer geweest. Maar ook Allagonda. De dochter van professor Pronken uit groep 6 van de combiklas. Thea besloot om Jeewee met zijn neus op de feiten te drukken:

‘Als er geen competitieve sfeer in de combiklas hing, waarom werd Sabine dan voor ‘Sabinekutlawine’ uitgescholden door onder meer die guitige Mees nadat ze ten overstaan van de hele groep het goede antwoord op een vraag van jou had gegeven?’

‘Niet’, ontkende Jeewee flabbergasted.

Thea kon niet goed inschatten of Jeewee nou deed alsof hij overdonderd werd door haar ontboezeming of dat hij een toneelstukje opvoerde. Ze zou willen dat ze de gedragingen van Jeewee beter in kon schatten. Dat ze zeker kon zeggen dat hij de waarheid sprak of loog. Hoewel; als hij eerlijk was; en werkelijk als een kip zonder kop voor de klas stond, dan kon een realiteitscheck aan de hand van een paar anekdotes van Thea nooit kwaad. En Thea ging ervan uit dat Mees buiten schot moest blijven. Mees uit groep 6 was namelijk het broertje van Elfie; het frêle vriendinnetje van Walter dat in haar broek plaste tijdens dat beruchte herfstvakantie-uitje van een dikke anderhalf jaar terug naar Monkeytown. De broer van Elfie met de naam Mees was dus ook de zoon van een invloedrijke psychiater en een gesjeesde psychologe. Gevolglijk niet zo moeilijk te raden dat een labbekak als Jeewee aan het einde van de schooldag duizend keer liever door een schijnbaar ongevaarlijk softiestel als Thea en Bart op het matje geroepen werd dan door de vooraanstaande ouders van Mees. Beter Sabine opofferen aan zijn lafhartigheid dan Mees aanspreken op zijn pestgedrag. Wie waren Bart en Thea nou helemaal? Hij een ICTer en zij had een webshop en deed iets met huiswerkbegeleiding. Zoals zoveel veredelde huismoeders. Maar zo’n bitch van een psychologe als de moeder van Mees en Elfie hoefde maar een paar vieze, leugenachtige geruchten over hem als schoolmeester in de combigroep te gooien en Jeewee kon een toekomstig treetje hoger op de onderwijsladder verder wel schudden. Dus besloot Thea om het  geheugen van Jeewee via een andere invalshoek op te frissen. Sabine was kennelijk niet belangrijk genoeg.

‘Hij deed hetzelfde bij Allagonda. Je weet wel: De dochter van professor Pronken. Mees noemde haar herhaaldelijk ‘hypergonder’ in de klas. Ook steeds nadat ze een goed antwoord had gegeven.’

‘Hoe weet jij dat?’, wilde Jeewee ontwijkend weten.

‘Omdat Sabine aan mij vroeg wat een ’hypergonder‘ betekende en toen wilde ik weer weten waarom zij dat vroeg.’

‘Wel knap van Mees dan dat hij wel uit zichzelf weet wat een hypergonder is,’, vond Jeewee.

‘Wat je zegt, ben je zelf’, schamperde Thea.

Jeewee kon zijn lach met moeite inhouden:

‘Nou ik denk dat Allagonda hier zelf ook wel erg om moest lachen’, proestte hij.

‘Ik denk bijna net zo hard als Sabine om dat ‘Sabinekutlawine’ dat haar iedere keer door Meesje naar het hoofd geslingerd werd in de klas, in het bijzijn van een meester die dus geen overwicht op de groepsdynamiek had.’

Het lachen was Jeewee alweer vergaan:

‘Ik heb het niet gehoord. Ik weet niet wat er gebeurd is.’

‘Ik vertel je nou toch wat er gebeurd is?!’

‘Ik vind de termen die Mees volgens jou gebruikt heeft geen scheldnamen. Hoogstens plagerijtjes. Ieder verhaal heeft 2 kanten en om een goed beeld te kunnen krijgen zou ik eerst met Mees en Allagonda moeten praten.’

Eerlijk gezegd vond Thea die hele scheldaffaire ook een nonprobleem, maar het doel heiligt de middelen. Een opperouder zou hel en verdoemenis geschreeuwd hebben in een vergelijkbare situatie.

‘Ow, en Sabinekutlawine doet weer spek en bonen mee?’

‘Ach joh, na de vakantie gaat Sabine naar de andere groep 6 en dan zijn jullie overal vanaf’.

In plaats van ‘jullie’ bedoelde Jeewee eigenlijk ‘IK’ te zeggen natuurlijk. Hij klonk sowieso alsof hij de rode draad van het gesprek kwijt was. Tegen beter weten in probeerde Thea hem toch nog een duwtje in de goede richting te geven.

‘Je doet net alsof Sabine in een vloek en een zucht van de combiklas naar de complete groep 6 is overgestapt. Zo makkelijk was dat niet. Temeer omdat de contacten die wij als ouders met de directie van De Wielewaal hebben danig verziekt zijn in de loop van dit schooljaar.’

‘Ach, wat spijtig om te horen’, fleemde Jeewee afgeleid.

Zogenaamd betrokken bij het gesprek dwaalden zijn staalblauwe ogen onbeschaamd over haar hele lichaam. Dat lijf van halverwege in de veertig  dat Thea door haar positie in de regisseursstoel in het centrum van het lokaal niet mooier kon maken dan het was. Ze had de situatie over zichzelf af geroepen. Aan de ene kant om Jeewee een afgang te besparen. Aan de andere kant met de bedoeling om hem de realiteit onder zijn neus te wrijven. Jeewee zou vanzelf afknappen op haar weinig uitnodigende uitstraling. Bart had al gewaarschuwd voor een ongewenst effect.

‘Jij kunt niet bepalen wat een ander  aantrekkelijk vindt.’

Nu focuste Jeewee onbelemmerd op haar jukbeenderen, ogen en lippen die leken te bevriezen onder de ijzige inspectie. Alsof Thea een koe op de veemarkt was en Jeewee een boer die het rund wel kon waarderen, maar nog niet zeker was van zijn zaak. Aan de oppervlakte van de interactie voerde Thea dan ook steeds de boventoon, maar tussen de regels door eigende een flegmatische Jeewee zich likkebaardend het recht toe om met toenemende kracht het zwakke vlees te keuren en alvast een voorproefje te nemen in zijn fantasie. Thea voelde zich bloot en plomp. Elk vetrolletje, pukkeltje, putje, vlekje of andersoortig oneffenheidje in of op haar aanwezigheid nam onder zijn keurende blik gigantische proporties aan. Zijn gezichtsuitdrukking liet zien dat hij niet van zomerschoentjes met open teentjes hield. Ze kromde de grote teen van haar rechtervoet. Ze had haar 20 nagels niet gelakt en slordig afgewerkt tijdens het knippen en vijlen. De laatste keer dat ze haar onderbenen had onthaard was ook al gauw een maand of twee geleden.  Geen van de ontelbare zwarte stoppeltjes op de ontblote schenen onder haar capri lieten zich raden door het kleurloze, helle middaglicht via de hoge ramen van het klaslokaal.

‘En dan nu nog het lef hebben om in mijn neus te peuteren. Dat zal hem leren’, dacht Thea vernederd.

‘Of een sigaret opsteken. Daar knappen ook veel van die geile emoos op af’, adviseerde een vriendin van de kunstacademie ooit, omdat Thea niet, in navolging van het betreffende studiemaatje overal boerde en scheten kon laten op commando.

‘Burgertrutje’, schold de vriendin die het heus nooit zo kwaad bedoelde.

De werkelijkheid bleek nog erger dan de grap. Thea deed alsof het seksisme van Jeewee niet bestond. Pas bij handtastelijkheden zou ze met effect aanstoot aan hem kunnen nemen. Tot nu toe had Jeewee zich echter bewezen als een mens dat  keek met de ogen. Niet uit zichzelf met zijn handen. Daar was aanmoediging voor nodig. Trouwens, als puntje bij paaltje kwam dan kon Jeewee wel wat beters krijgen. Thea hoorde het hem denken; alvast uit zelfverdediging. Zag Thea de veel jongere en strakkere moeders om haar heen dan niet dagelijks smoren bij de aanblik van de aangespannen bilspieren in zijn slim fit stretchspijkerbroek? Jeewee hoefde niet te smeken om seks; hij gooide enkel visjes uit en die werden gevangen door dames die zijn goedkeuring konden wegdragen. Meester Jan-Willem werd versierd. Zo simpel was dat in zijn verbeelding. Hij ging er eens goed voor zitten. Achterover geleund in zijn bureaustoel. Armen op zijn matig gespierde borst ineen gevouwen en zijn linker kuit steunend op de rechterknie. Hij was er klaar voor. Thea vervolgde:

‘Dat is ook de reden waarom ik niet op jouw verzoek op Jade de interne coördinatrice ben afgestapt nadat Sabine had laten weten dat ze graag naar de andere groep 6 overgeplaatst zou worden. Wij hebben een probleem met Jade omdat ze ons – de ouders van Sabine en Walter – totaal niet serieus neemt. Achter onze rug om probeert ze allerlei buitenschoolse medische steun voor onze kinderen in gang te zetten die wij – de ouders dus – dan alleen nog maar hoeven te bekostigen met onze ziekenkostenverzekering. Een dyslectie verklaring voor onze zoon Walter bijvoorbeeld. De miscommunicatie is zelfs zo hoog opgelopen dat ik de vertrouwensarts Van De Wielewaal heb moeten inschakelen voor bemiddeling. Ook in het geval van de overplaatsing van Sabine.’

‘Vertrouwensarts Jojanneke?’, ging Jeewee verontrust voor de zekerheid na.

‘Vertrouwensarts Jojanneke ja. De vertrouwensarts heeft uiteindelijk een beslissing over de overplaatsing van Sabine naar de complete groep 6 moeten forceren bij Jade en Willy. En niet vrijwillig, maar onder druk van mij.’

Jeewee zweeg maar hij was weer volledig bij de les en plopte ongelovig met zijn lippen. Aldus wilde hij aan Thea te kennen geven dat een vertrouwensarts van De Wielewaal zich heus niet door een onbenullige ouder zou laten chanteren. Maar Thea had te veel moeten doorstaan om zich nu tegen te laten houden door wat tegengas van een onderwijzer die de realiteit niet onder ogen durfde te zien. Ze pareerde zijn scepsis.

‘Voordat ik met de handelingswijze van Jojanneke geconfronteerd werd, geloofde ik ook nog best wel in een rechtvaardige onderwijswereld.’

‘Wat heeft Jojanneke dan verkeerd gedaan?’

‘Ze heeft vertrouwelijke informatie van mij naar Jade doorgespeeld.’

‘Dat is haar taak.’

‘Nee’.

Jeewee stak een verbeten kin in de lucht en snoof belerend.

‘Jade is de interne coördinatrice van De Wielewaal. Ze moet hoe dan ook  op de hoogte gehouden worden van de zorgen van ouders.’

Tevergeefs zocht Thea oogcontact terwijl ze fel reageerde.

‘Ook als zijzelf de oorzaak van de zorgen van de ouders is? Laat Jade – de interne coördinatrice alhier - nu mijn grootste obstakel op De Wielewaal zijn!’

‘Okay, okay, dus je ging naar de vertrouwensarts’, gaf Jeewee toe, omdat hij toch ook wel nieuwsgierig was naar de uitkomst.

En daarom was hij al half overstag. De vraag was alleen voor hoelang. Thea had nooit getwijfeld aan haar eigen overtuigingskracht en Jeewee was sowieso een dankbaar slachtoffer. Met een paladijn als Jeewee aan de zijde; heeft een ouder geen vijanden meer nodig.

‘Ja, en vervolgens briefde de vertrouwensarts Jojanneke al mijn vertrouwelijke informatie weer door aan Jade.’’

‘Niet.’

Voor de tweede keer vandaag pretendeerde Jeewee dat hij uit het veld geslagen werd.

‘Yep’.

‘En waarom zou Jojanneke dat doen?’

Jeewee gedroeg zich alsof hij persoonlijk werd aangevallen en Jojanneke zijn beste vriendin was met wie hij regelmatig aan het einde van de werkweek een pintje pakte in het buurtcafé.

‘Ik vermoed om Jade gerust te stellen. Jade rook natuurlijk onraad toen ze hoorde dat een ouder van De Wielewaal naar Jojanneke was gestapt. Zeker toen ze erachter kwam dat ik die betreffende ouder was. Jade heeft mij namelijk bewust gemanipuleerd en nou baalt ze van het feit dat ik haar spelletjes doorzie.’

‘Daar geloof ik helemaal niks van’, ontkende Jeewee, terwijl zijn sensatiebeluste gelaatstrekken het tegendeel uitdrukten.

Thea zag hem met genoegen spartelen.

‘Wat geloof jij dan? Dat zowel de interne coördinatrice als de vertrouwensarts ontoerekeningsvatbaar zijn? Dat zowel Jade als Jojanneke niet weten wat ze doen?’

Nu keek Jeewee zijn tegenstandster recht aan. Zijn blik vol van afgrijzen:

‘Als ik jou op je woord moet geloven dan kan ik toch niet meer hier op De Wielewaal functioneren?’, jeremieerde hij vol van zelfmedelijden.

Thea bleef uitdagend terug staren en haalde haar schouders op.

‘Dan geloof je me niet. Ik had niet anders van je verwacht.’

Jeewee kromp ineen. Hij gaf zich over door haar verwijten met gespreide vlakke handen  symbolisch  in de lucht van zich af te slaan. Tevergeefs. Thea nam geen gas terug:

‘Dat is dus de reden waarom ik niet op je af gestapt ben over advies met betrekking tot de overstap van Sabine. Haar vader en ik vonden dat haar wens gerespecteerd moest worden. Op een fatsoenlijke manier en langs de officiële weg zoals dat bij andere leerlingen wel gebeurt. Wat bijvoorbeeld met het zonnetje Marga kan; dat kan met maantje Sabine ook.’

‘Wat heeft Marga nou weer met Sabine te maken’, vond Jeewee opnieuw vanuit de hoogte.

‘Marga is ook overgeplaatst naar een andere klas’, wist Thea onvermurwbaar.

‘Ja, van de complete groep 5 naar de combiklas 7’.

‘Da’s toch ook een overplaatsing?’

‘Ja, maar wel een overplaatsing in overleg met Willy, Jade, Marjolein van de complete groep 5, Siepie van de aankomende combiklas 6/7, de ouders van Marga en mij’, klapte Jeewee kregel en onwillig uit de school.

‘Nou, nou, dat is een indrukwekkende delegatie voor de overplaatsing van maar 1 schoolkind. En dan te bedenken dat Sabine bijna 3 weken op een reactie op haar verzoekje tot overplaatsing van de kant van wie dan ook van De Wielewaal heeft moeten wachten.’

Kribbig schoot Jeewee in de verdediging:

‘De moeder van Marga is kapster nota bene.’

Alert schoot Thea rechtop in haar regisseursstoel;

‘Dus?’

‘Dus haar overplaatsing heeft niets met status te maken.’

‘Wat zeg jij nou?’

‘Jij suggereert dat wij kinderen van hoger opgeleide ouders voortrekken.’

‘Dat heb ik niet gezegd. Anders zouden de wensen van mijn geleerde man en mijn bescheiden studiebol juist op nummer 1 moeten staan. Wanneer heb ik dat gezegd?’, ging Thea quasi beledigd na, terwijl ze precies weet en wist wat, wanneer, waarom en hoe ze wat gezegd had, zei en nog van plan was om te gaan zeggen.

Ze had wel iets geleerd van haar tropen jaren als benaderbaar geachte ouder op De Wielewaal.

‘Marga wordt gewoon niet voorgetrokken; dat is alles wat ik zeg’, hield Jeewee stug vol met zijn blik op oneindig en zijn verstand op nul.

‘Jawel en juist omdat haar moeder kapster is en een goed lopende kapsalon heeft in deze Wielewaalwijk. Ze weet alles van iedereen. Een wandelende praatpaal die je natuurlijk niet moet uitlokken door haar tegen te werken. Geef de moeder van Marga haar zin en de kwaadsprekerij is de Wielewaalwereld uit.’

‘Marga presteert in alles op C-niveau’, probeerde Jeewee koppig te weerleggen.

‘Ja hoor we weten allemaal dat een Marga het zonnetje is. Het zonnetje dat succesvol op haar ouders afstraalt. Houd me ten goede; het arme kind kan er zelf ook niets aan doen; maar haar hoge citoscores en het tromgeroffel rond de beslissing van De Wielewaal om haar een klas te laten overslaan, heeft het maantje Sabine wel op een idee gebracht. Het maantje zag een plaatsje vrijkomen in haar zo geliefde complete groep 5. Het maantje had het zonnetje probleemloos kunnen vervangen zoals dat normaal ook gebeurt. In een etmaal welteverstaan en dus 21 en niet maar 1 keer in de drie weken.’

Eventjes was Thea niet in staat haar woede te onderdrukken. Ze dreigde vals te worden.

‘Zo kun je het ook zien’, gaf Jeewee met tegenzin toe.

‘Dus leg mij nu nog eens goed uit waarom Marga meer recht op aandacht van het team van De Wielewaal heeft dan mijn dochter Sabine?’

‘Marga heeft na de vakantie in groep 7 een klas overgeslagen en Sabine niet. Sabine gaat gewoon over naar de andere groep 6.’

Jeewee illustreerde zijn woorden met een wegwerp gebaar.

‘Zo gewoon is dat niet’, vond Thea, die zich alweer had hersteld en terug in de ongenaakbare modus zat.

‘Hoezo niet, Willy is toch met Sabine gaan praten? Ze mag nu toch naar de andere, complete groep 6?’

Jeewee wond zich op en struikelde over zijn eigen woorden. Thea liet hem rustig vallen. Daarna diende ze hem kalmpjes van repliek:

‘Als ik Jojanneke - de vertrouwensarts van De Wielewaal - niet aan haar mouw getrokken had, dan was Willy never nooit met Sabine gaan praten en dan had nog steeds niemand geweten hoe of wat.’

‘Maar het is wel heel goed van Willy dat ze een gesprekje met Sabine gevoerd heeft’, besloot Jeewee schoolmeesterachtig.

In de ijdele hoop Thea toch nog te slim af te zijn, kwam hij stokkerig uit de bureaustoel en klom vertraagd in de benen richting de uitgang. De deur van het lokaal zwaaide hij alvast open met de bedoeling om Thea zo snel mogelijk uitgeleide te doen.

‘Ik vind het voornamelijk heel knap van Sabine dat ze een directrice van een basisschool in een gesprek onder 4 ogen heeft weten te overtuigen tot het inwilligen van haar persoonlijke wens. Sabine is 8 jaar en Willy de directrice is hoe oud? Ik schat begin 60 jaar?’, verbeterde Thea de schoolmeester van haar dochter vanuit de regisseursstoel.

‘Sabine is bijna 9. In augustus, aan het begin van het nieuwe schooljaar is haar verjaardag toch?’, corrigeerde Jeewee op zijn beurt.

Hij staarde over het hoofd van Thea door 1 van de hoge ramen in het lokaal. Zijn onzichtbare oogkleppen ten spijt was alle kleur uit zijn gelaat verdwenen en zijn verrimpelde lippen leken uitgedroogd.

‘Heb je dat nog snel even opgezocht, ín de persoonlijke gegevens van Sabine, of ken je alle verjaardagsdata van de leerlingen uit de combinatieklas uit je hoofd?’, wilde Thea onbewogen weten.

‘Het 10 minutengesprek was 50 minuten geleden al afgelopen’, murmelde Jeewee binnensmonds.

Hij stokte halverwege deuropening en liet de klink los. De toonzetting zwenkte weer in de richting van zijn aanvankelijke beleefde vriendelijkheid, maar nu vervalst  door een flinke scheut onderdrukte frustratie:

‘Je mag hier blijven zitten als je wilt, maar ik heb nu een andere afspraak.’

‘Waarom zou ik hier blijven zitten in m’n eentje?’, vroeg Thea geamuseerd.

‘Vind je het erg als ik alvast ga?’

Onzeker van zijn zaak balanceerde Jeewee halfslachtig op de drempel.

‘Ik heb nog vragen.’

Thea wilde dat ze het lef had om dartel met haar wimpers te knipperen.

‘Na de vakantie ben ik weer elke dag aanspreekbaar’, beloofde Jeewee over zijn schouder in zijn onverwijlde noodgang naar buiten het lokaal.

‘Ja, maar ik niet meer’, riep Thea hem nog vruchteloos na.

Uit zelfrespect. Maar ook omdat de achterdeur niet onbeperkt open kan blijven staan voor types als Jeewee die altijd een uitvlucht zoeken. Of voor iemand als Melvin die bereid is om zijn oude kinderjuf voor de leeuwen te gooien. Waarom eigenlijk?

‘Om zijn eigen zin door te drijven’, vindt Bart aan wie Thea haar eigen aandeel in de ontwikkelingen in het appartement van Jasmijn opgebiecht heeft.

Thea wil niet te veel woorden vuil maken aan de valse beschuldigingen van Melvin. Wie de schoen past trekke hem immers aan. Wel een zegen dat Bart zo lekker nuchter en reëel is. Hij maakt Thea geen verwijten en twijfelt geen seconde aan haar zuivere geweten in relatie tot toyboy Melvin. Hij is zelfs dermate overtuigd van haar onschuld dat Thea zich afvraagt of ze, los van wat pornografisch gelonk van geldbeluste postpubers, op haar leeftijd en met haar gesettelde mamalooks, überhaupt nog wel mee zou kunnen komen in het volwassen datingcircuit.

‘Hypothetisch gezien had ik natuurlijk best met een jongere man in zee kunnen gaan’, schetst Thea daarom plagerig.

‘Nee’, schudt Bart beslist.

‘Hoezo niet?’, wil Thea, geërgerd nu, weten.

‘Je bent geen pedofiel toch?’

‘En een burgertrutje.’

‘Hoe kom je erbij dat je een burgertrutje bent?’

‘Dat zei iemand ooit tegen me.’

‘Zeker die gesjeesde oude studievriendin van je van de kunstacademie. Met die dreadlocks?’

Thea zwijgt betrapt, maar Bart is op dreef.

‘Dat leuke kind dat tegenwoordig op  middelbare leeftijd met subsidie van de overheid, kekke, warme, holle hoesjes haakt en breit voor lantaarnpalen. Een aanklacht tegen de verkilling van de maatschappij. Condoomkunst noemt ze dat. Kom hoe heet ze ook alweer?’

Bart knipt met zijn vingers tegen zijn gehooringang in de veronderstelling zo zijn geheugen beter te activeren:

‘Mens heet ze. Nee, Homosapiens, of Holland of zoiets. Nee, nou weet ik het weer: Vrouwmens was haar naam toch?’

‘Meis, ze heet Meis’, verzucht Thea moedeloos.

‘Ja’, roept Bart blij dat Thea de rook in zijn hoofd heeft doen verdwijnen. Met opgefrist geheugen pookt hij nog even in zijn herinneringen.

‘Die bedoel ik. Die Meis moet wat zeggen. Ze is zelf burgerlijk. Zo van; ‘wat een gek mens ben ik toch’. Dat is die Meis. Ze wil zo graag speciaal zijn, maar dat lukt maar matig en die deceptie reageert ze dan op jou af. Heeft ze kinderen?’

‘Ja het is al goed Bart. Meis heeft  dreadlocks en geen kinderen en daarom is ze hartstikke burgerlijk. Maar we hadden het over mij.’

‘Jij bent niet burgerlijk.’

‘Nou bof ik even’.

‘Maar je hoeft je niet te laten chanteren door zo’n snotneus van een Melvin met een oedipuscomplex.’

‘Moet ik dan naar de politie gaan; of Pim inlichten?’

‘Misschien moet je Meis om advies vragen’, ginnegapt Bart omdat hij overduidelijk ook geen antwoorden heeft.

 

Thea gelooft niet dat Melvin haar doelbewust wil kwetsen om zijn zin door te drijven. Welke zin? Wat heeft hij te willen met een verloren liefde die met de moed der wanhoop vertrokken is om zich in verre landen voor te bereiden op de heilige oorlog.  Thea is wel de laatste met wie Melvin zich bezig houdt. Ze is lastig. Niet eens meer het praktische substituut voor zijn chronische behoefte aan een portie degelijke aandacht en ouderliefde. In het ideale scenario zou Thea hier moeten loslaten; afstand nemen. Ware het niet dat de honderden pogingen op een dag om niet aan de situatie van Melvin en Jasmijn te denken even zo vaak spontaan verstoord worden door flarden van ontembare herinneren aan de 2 kinderen die zich onder haar vleugels hebben ontwikkeld tot dat wat ze nu zijn. Gisteren nog de afstandelijke Jasmijn, met haar bleke smoeltje en de steile, witte pieken. Slimmer dan goed voor haar is. Het magere, gewonde kind met de trieste oogopslag en de last van de wereld op haar breekbare schoudertjes. Vandaag de lange, lijzige, blanco studente in de medicijnen met een veel te duur appartement en een ex-vriendje dat bij haar moeder in Engeland hokt. En Melvin. Bestendig vrolijk en blakend van gezondheid en bewegingslust. Blonde kuif; rode wangen; haar Betuwe Flipje. Aanhankelijk en socialer dan zijn zusje. Tot voor kort een mooie jongen. Van de ene op de andere dag van een dierbare mooiboy vroeger getransformeerd in de hedendaagse geschonden toyboy. Als een gerestaureerd kleinood dat de belofte van een voorspoedig herstel van een pak rammel traineert met zijn liefdesverdriet, want dat is nou een maal de narigheid van pijn; dat lijden in welke verschijningsvorm dan ook alle aandacht opeist. In vergelijking met Jasmijn en Melvin in de leeftijd van 13 en 14 jaar lijken Walter en Sabine wel van een andere planeet.

‘Hoezo?’, vraagt Walter weleens.

‘Planeet Sociale Media bedoelt ze’, antwoordt Sabine dan namens Thea.

‘What the fuck; Melvin is een gamefreak net als ik en hij gebruikt ook een mobiel? Wat is het verschil?’, snuift Walter ferm.

‘De snelle doekoes zijn voor jou niet weggelegd’, tergt Sabine haar broer.

‘Wat zeg jij?’, dreigt Walter quasi agressief.

 

‘Melvin is mooie jongen. Jij niet’, weet Sabine terloops met een Marokkaans accent. Ze heeft haar ogen op het scherm van haar mobiel gericht.

‘Ik weet waar je huis woont!’, geeft Walter het zogenaamd verontwaardigd op, terwijl hij iets intikt op zijn laptop wat waarschijnlijk helemaal niets met het gespreksonderwerp te maken heeft.

‘Wollah meh’, besluit Sabine achteloos en haffelt in een geopende chips buil naast haar op de bank.

Thea omarmt de humor waarmee haar kinderen in het leven staan. Maar ook hun praktische instelling. Om een extra zakcentje bij te verdienen verkopen Sabine en Walter al een poosje geleidelijk hun oude speelgoed op marktplaats. Lego, Polly Pockets, Furreal pets, Baby Born, barbies, de Thomastrein, de racebaan, de garage en de ton vol met Hotwheels. Zelfs het poppenhuis met het rode dak dat Bart eigenhandig voor Sabine in elkaar timmerde en voorzag van heuse verlichting. Thea decoreerde de miniatuurwoning met 80 bij 95 centimeter behang, anderhalve meter plakplastic, restjes linoleum, minigordijntjes met ruitmotief en echte vitrage. Het poppenhuis wordt niet kaal opgeleverd, maar uiteraard aangeboden met toebehoren voor de verkoop. Dus inclusief de inboedel en de gedateerde, buigbare, zacht plastic poppenhuisfamilie die Thea na lang zoeken 10 jaar geleden kocht in de opheffingsuitverkoop uit het magazijn van een speelgoedzaak. Voor 49 euro en 95 centen. De olijke vader met een lengte van een imponerende zes centimeter in zijn houthakkersplunje; de iets kleinere moeder in haar witte schort; de armen strak langs haar vormeloze lijf; opa gekluisterd aan een schommelstoel van luciferhoutjes en peuterige oma met haar eeuwige breiwerkje met muizensteekjes aan haar mini bloemetjes overgooier vast genaaid. En tot slot de drie, blije, gemiddeld 4 centimeterige kinderen met hun pluizige touwhaar, rode appelwangetjes en gehuld in kleding uit het tijdperk van Ot en Sien. Het poppenhuis heeft jaren in de huiskamer gestaan en elke avond leukte Thea de druk bezochte speelgoedwoning opnieuw op als Sabine lag te slapen.

‘Zit je weer te spelen?’, merkte Bart dan standaard op.  

Al dat kinderspul dat Bart en Thea met zoveel zorg en liefde hadden ingekocht, passeert nu dus, jaren later, opnieuw de revue. Regelmatig wordt Thea van haar routine afgeleid door tastbare herinneringen die als koopwaar staan uitgestald op de keukentafel. Nog een laatste keer grabbelt ze door de legoblokjes na het lichten van het kikkergroene deksel van de grote plastic Kermitopbergboks of verzoent ze Barbie met Ken in een innige omarming. Meestal wordt ze betrapt door de verkopers.

‘Verder alles goed?’, pleegt Walter dan bijvoorbeeld op te merken.

‘Nostalgie, daar ben jij nog te jong voor’, mijmert Thea, terwijl ze stukje bij beetje de kindertijd van haar pubers symbolisch ziet verdwijnen door de voordeur in de handen van de nieuwe bezitters.

Weer een geheugensteuntje verkocht. Meestal niet eens zo heel ver onder de aanschafprijs vanwege de inflatie.

‘Speelgoed is vaak waardevast, maar geld niet’, legt Walter uit.

Thea negeert de deurbel en propt een lichtgevende Teletubbie haastig terug in de originele doos. Een kinderdeuntje speelt door haar hoofd:

‘Tinkiewinkie, Dipsy, Lala, Po’.

‘Sabine er staat een klant van je aan de voordeur!’, roept Thea, waarna ze zich terugtrekt in de bijkeuken, waar een leerling van Huiswerksterk een samenvatting maakt. Althans dat was de opdracht, maar hij staart wazig voor zich uit boven zijn opengeslagen geschiedenisboek en bijbehorend schoolschrift. Hij kauwt op het plastic uiteinde van zijn pen.

‘Hoe ver ben je?’

Haar stem schudt de jongen wakker uit zijn dagdromen.

‘Ik snap het niet’, stamelt hij.

‘Er valt inderdaad wel het één en ander toe te voegen aan de droge schoolboekenkost over het naziregime’, moet Thea toegeven.

Welwillend schuift ze naast haar leerling op het vaste bankje aan de opklapbare campingtafel.

‘Niets nieuws, neem ik aan?’, antwoordt de jongen snugger.

‘Nee, maar je moet de feitjes wel even weten.’

‘Waarom eigenlijk; De geschiedenis herhaalt zich toch vanzelf?’

Thea hoest een lachkriebel weg. Ze herkent de ontwijkende kul die ze zelf ook verspreidde om de dagelijkse hoge huiswerkhorde te ontspringen toen ze zo’n 14 jaar was.

‘Hoe ver ben je met je samenvatting?’

‘Ik heb dit’.

Thea krijgt een open geklapt schrift onder ogen. De twee gelinieerde bladzijden zijn van boven tot onder bedekt met onleesbare zinnen in een puberaal, kriebelig handschrift.

‘Je hoeft het hele inhoud van het geschiedenisboek niet woord voor woord over te schrijven!’, verzucht Thea murw.

‘Bij mij is het altijd alles of niets’, verklaart de leerling.

‘Dus ik moet je eerst leren hoe je een samenvatting moet maken?!’

Het is een praktische constatering in de vraagvorm. Geen verwijt. Helemaal volgens de denkwijze van Elco van de Stichting Huiswerk Begeleiding wiens devies naar zijn werknemers luidt:

‘Verwacht niets van je leerlingen en bereid je voor op alles’.

‘Duhuh.’

De leerling en Thea worden onderbroken door Sabine die haar hoofd om de hoek van de deur van de bijkeuken steekt. De concentratie van de jongen verplaatst zich zonder pardon direct van zijn huiswerk naar het meisje.

‘Geschiedenis?’, vraagt Sabine medelevend.

Ze knikt naar het opengeslagen geschiedenisboek op het campingtafelblad waarvan de lay-out haar bekend voorkomt.

‘De Holocaust’, verklaart de leerling.

 

‘Oh, my fucking God’, proclameert  Sabine getormenteerd.

‘Zeg what the fuck?’, onderbreekt Thea haar dochter.

Ze heeft er de laatste tijd een sport van gemaakt om zoveel mogelijk ‘fuck’ in haar reacties te gebruiken in het gehoorbereik van Sabine en Walter. Ze hoopt dat dit de manier is om haar kinderen voorgoed te genezen van het gebruik van de krachtterm die na elke uiting bij Thea de haren over haar hele lijf ten berge doet rijzen. Negeren is dan ook onmogelijk en verbieden werkt averechts. Zeker bij Sabine die momenteel even in niets op haar moeder wil lijken. Juist daarom denkt Thea dat dit zogenaamde ‘corrigerende spiegelen’ weleens kans van slagen zou kunnen hebben. Mogelijk. Op de lange duur.

‘Ene Jasmijn wil je spreken’, laat Sabine aan haar moeder weten.

Onderwijl rolt ze met haar ogen en geeft, met een illustrerende, gepikeerde gelaatsuitdrukking richting de leerling, lucht aan haar ergernis jegens het gênante gedrag van haar moeder.

‘Jasmijn? Waar? Aan de telefoon? Geef je mobiel dan?’

‘Ze zit hier in de keuken en ik kan ook niet bij haar blijven, want er komt zo meteen iemand voor fucking Tinkiewinkie.’

Sabine praat binnensmonds en ze kopt de aandacht van Thea richting keuken.

‘Dus Jasmijn belde net aan de voordeur!? Ik dacht dat het jouw, fucking koper was?’

‘Ja, dat dacht ik eerst ook. Maar ze moet jou spreken.’

De leerling besluit om ook wat te zeggen.

‘Een Teletubbie; wat vangt dat nou nog?’

‘Een fucking Tinkiewinkie bedoel je’, corrigeert Thea.

Sabine neemt nadrukkelijk geen notitie van haar moeder.

‘Ik vraag 20 eurootjes’.

Onder de indruk fluit de leerling  tussen zijn tanden.

‘Ik heb Dipsy aan mijn kleine zusje gegeven’, pruilt hij.

‘Mijn Tinkiewinkie geeft licht’.

Thea kan niet geloven dat haar dochter zulks zojuist aan een leeftijdgenoot toevertrouwd heeft.

‘Ik had een Tinkiewinkie rugzak’, biecht de jongen op.

‘Tinkiewinkie is gay’, bekent Sabine.

‘No shit, Sherlock,’ snoeft de jongen manmoedig.

‘Ow, je huiswerk voor Engels heb je al af, hoor ik wel’, grapt Thea tegen de muur.

Ze wurmt zich achter Sabine in de deuropening langs de bijkeuken uit en laat het tweetal alleen met hun ontboezemingen.

Jasmijn reageert op een aanval in de rug. Alert kijkt ze na een gerucht achterom en springt op bij de aanblik van Thea. Ze lijkt op een Eskimo in haar sneeuwwitte ski-jack met de met nep bont afgewerkte muts die in rustpositie haar breekbare nekje omringt als een stootrand. Buiten is het lauw.  Jasmijn moet toch smelten in die vacuümverpakking? Thea heeft het zelfs in haar nakie nog gradueel van broeierig tot verstikkend heet de laatste jaren. Seizoensongebonden. Zo kom je er dus niet makkelijk achter of die aanhoudende opvliegers nou het effect zijn van de opwarming van de aarde of van de overgang.

‘Uhm’.

‘Wil je iets drinken?’

Thea kijkt vervreemd om zich heen alsof ze de weg kwijt is in haar eigen keuken.

‘Ik blijf maar even’, talmt Jasmijn.

‘Ik ben ook aan het werk’, verontschuldigt Thea zich.

‘Ja, dat zei Sabine al. Leuke meid. Ze lijkt op je.’

‘Laat haar dat maar niet horen’, schertst Thea.

‘Sorry’, zegt Jasmijn ineens plompverloren.

Voor een paar seconden licht ze haar armen die verder voornamelijk puffy zijdelings langs haar lichaam in het dons van haar jack rusten.

‘Je hebt niets gedaan’, antwoordt Thea ongemakkelijk, terwijl ze gaat zitten.

Jasmijn volgt haar voorbeeld.

‘Ja, precies, ik heb niets gedaan.’

‘Ow, gaan we weer woordspelletjes doen? Zo bedoel ik het toch niet?’, wanhoopt Thea.

‘Nee, natuurlijk niet.’

Jasmijn geeft een ruk een plastic bandje om haar pols. Het elastiek knalt tegen haar polsslagader. Thea focust in op de armband.

‘Stressbandje?’

‘Afleidingstactiek voor overweldigende emoties.’

‘Van je therapeut?’

‘Een therapeut in opleiding. Een vriendin van me.’

‘Heb je last van overweldigende emoties dan?’

Thea hoort het cynisme in haar eigen stem.

‘Ik snap het wel’, voegt ze gauw toe aan haar sneer.

Milder.

‘Wanneer heb je tijd?’

‘Tijd waarvoor?’

Thea voelt dat de ogen van Jasmijn contact zoeken. Schichtig komt ze voor de verandering eens tegemoet aan de voortdurende gefrustreerde behoefte aan aandacht van haar voormalige oppaskind.

‘Ik wil Bink alles vertellen over Melvin en Aadam. De reden van het geweldsdelict.’

Jasmijn is zeker van haar zaak. Haar ogen dwingen.

‘Waarom zou je dat doen?’

Thea wendt haar hoofd af in een poging om de onuitgesproken  dwingelandij van Jasmijn af te zwakken.

‘Bink is de enige die Melvin over kan halen om aangifte te doen.’

‘En waarom zou Bink dat doen?’

Jasmijn haalt diep adem. Daarna fluistert ze alsof ze met haar repliek geen slapende honden wakker wil maken.

‘Hij is er zelf ook bij gebaat. Momenteel tast hij volledig in het duister over de reden waarom de politie een inval bij hem heeft gedaan.’

Nu kijkt Thea weer recht in de ogen van Jasmijn:

‘Dat was vanwege een dingetje met de belastingen toch?’

‘Die belastingfraude was de enige reden die Bink kon verzinnen waarom de politie interesse zou hebben in de administratie van zijn escortservicebureau.’

‘Maar er was toch geen belastingfraude? Althans dat maakte jouw stiefmoeder Femke mij wijs op de dag dat ze samen met haar broer de beruchte laptop terug kwam halen bij mij aan huis. Loog ze voor haar broer Bink?’

Jasmijn antwoordt nog steeds met   gedempt stemgeluid:

‘Nee, Femke loog niet. Achteraf heeft die hele inval niets opgeleverd aan de politie. Geen belastingfraude dus.’

‘Waarom moest Melvin die laptop dan bij mij veilig stellen?’

‘Vanwege de gevoelige persoonlijke informatie over klanten van de escortservice. Adresgegevens, namen, bezoekdata, geldtransacties.’

Jasmijn praat op een toon alsof ze eigenlijk wil zeggen:

‘Kan je dat zelf niet verzinnen?!’

‘Hulde voor Melvin dus’, wil Thea concluderen, maar Jasmijn valt haar resoluut in de rede:

‘Alleen wordt Bink sindsdien wel gechanteerd door gasten die gevoelige informatie over zijn escortservice in handen hebben gekregen. Ze eisen steeds grotere bedragen in ruil voor stilzwijgen naar de klandizie toe en stalken Bink aan de lopende band.’

‘Hoe kan dat nou?’, schrikt Thea.

‘Bink verdacht eerst Walter.’

‘Walter!’, echoot Thea.

Jasmijn haast zich om Thea te kalmeren.

‘Maak je geen zorgen. Melvin heeft die onzin uit zijn hoofd gepraat’.

‘Welke onzin?’

‘Dat Walter de laptop van Bink gehackt zou hebben.’

Paniekerig slaat Thea een hand voor de mond en bekent dof:

‘Maar Walter heeft ook ingebroken op de laptop van Bink.’

‘Ja, maar hij chanteert Bink toch niet met gevoelige informatie om aan geld te komen?’

‘Nee, hij verkoopt speelgoed’.

Beteuterd wijst Thea naar Tinkiewinkie die naïef en dieppaars staat te grijzen in de originele doos op de keukentafel.

‘Maak je nou niet sappel Thea, Walter is geen crimineel. De bedreigingen zijn van dien aard…’

Jasmijn last een pauze in om haar eigen afschuw weg te slikken en vervolgt:

‘Dat verzin je niet als normaal mens. En al helemaal niet als puber.’

‘Maar weet Bink dat ook?’

‘Ja, ik heb je al eens eerder aangegeven dat Bink geen monster is. Trouwens het mobieltje van Melvin dat tijdens de mishandeling is verdwenen, blijft ook nog steeds spoorloos. En Melvin had een onoverzichtelijke lading gevoelige klanteninformatie over de escortservice van Bink in zijn IPhone opgeslagen. Hij moet wel als toyboy.’

‘G-spotgigolo’, herinnert Thea zich hardop en ze vraagt:

‘Wat voor bedreigingen dan?’’

Jasmijn dreunt een versje op:

‘Vieze homo ik neuk je moeder; homo’s het land uit; jij moet dood kinderverkrachter.’

‘Klinkt doorontwikkeld’, gruwelt Thea.

‘Jij en ik weten alletwee uit welke geloofshoek de wind waait.’

‘Je mag het niet zeggen van Melvin’, waarschuwt Thea.

‘Maar we doen het toch’.

‘Kan Bink dat zelf niet raden?’, hoopt Thea.

‘Bink is radeloos. Hij heeft een escortservice, maar op deze manier lijkt hij wel een zedendelinquent. Bink kan zich geen slechte reputatie veroorloven. Daarbij is ook niet duidelijk of die gekken in de toekomst met de gevoelige informatie klanten gaan afpersen.’

Overweldigd probeert Thea  andermans problemen van zich af te schudden.

‘Wat kan mij dat eigenlijk schelen?’

‘Walter en Melvin?’, hint Jasmijn.

‘Walter heeft niets verkeerd gedaan en Melvin is amper 18 jaar. En aan het klantenbestand op de laptop van Bink te zien is hij niet de enige minderjarige playboy.’

‘Wat denk jij nou Thea? Dat je als sekswerker oud en belegen moet zijn om succes te hebben? De klandizie bestaat voornamelijk uit ouden van dagen. Vrouwen én mannen van jouw leeftijd Thea. Ze willen vers vlees op de toonbank; geen afgelikte boterhammen.’

De botte kreten van Jasmijn lokken dit keer geen allergische reacties uit bij Thea. Wel moet ze het eufemisme ‘sekswerker’ dat Jasmijn gebruikt in plaats van ‘prostitué’ of ‘toyboy’  even op zich in laten werken alvorens ze kiest voor de begripvolle uitweg.

‘Denk je niet dat jij jouw boosheid op jouw moeder en jouw ex-vriendje op Melvin projecteert lieve Jasmijn?

Jasmijn glimlacht sarcastisch:

‘Dat zou te voor de hand liggend zijn. En ook lekker makkelijk; die Gooische vrouwenpsychologie. Natuurlijk ben ik permanent pissig op mijn moeder. Maar wat dacht je van Melvin zelf? Denk je dat Melvin zo trots is op zijn 50jarige moeder die hokt met een man van 22? Weet je hoe ziek dat is?’

‘Heel ziek’, knikt Thea.

Hierop stelt Jasmijn een gewetensvraag:

‘En dan is Bink een pedofiel?’

‘Dat heb ik niet gezegd’, sputtert Thea verward tegen.

Jasmijn gaat verder:

‘Ook zonder de escortservice van Bink zou Melvin voor het sekswerk gekozen hebben. Hij deed al aan betaalde seks lang voordat Bink in zijn leven kwam. En ik ben juist blij met de bescherming van de escortservice. Bink voorkomt dat zijn jongens in de problemen komen.’

‘Dat doet hij goed’, hikt Thea cynisch.

‘Jij en ik weten nu allebei dat de escortservice van Bink niets met de mishandeling van Melvin te maken heeft. En nogmaals; Bink is geen pedofiel. Hij is homoseksueel, maar geen pedofiel.’

De geestdrift is weer in haar gevaren. In wezen mag Thea die nieuwe versie van Jasmijn wel.

‘Ik weet het verschil tussen een pedofiel en een homoseksueel wel, Jasmijn. Ook al is Melvin nog een kind.’

‘Melvin is allang geen kind meer Thea en dat weet je net zo goed als ik.’

‘Ja, maar ik hoef dan ook niemand te bewijzen dat ik geen zedendelinquent ben’.

Thea blijft stoïcijns en Jasmijn geeft een ruk aan haar polsbandje.

‘Het is fout allemaal. Melvin is in de eerste plaats gestraft omdat hij homoseksueel is. Nee, herstel; omdat hij van een ander mens houdt. In Nederland. Pas in de tweede plaats  omdat hij zijn lichaam verkoopt. Maar zelfs een sekswerker heeft rechten.’

‘Ja’, bekent Thea deemoedig.

‘Alleen jij kunt op de deleteknop drukken Thea. Door die manchetknopen.’

‘Misschien heb ik het hele verhaal met die manchetknopen wel verzonnen’, provoceert Thea afkerig.

‘Ik zat erbij toen Melvin bekende weet je nog?’

‘Hoe is het nu met hem?’

‘Beter. Hij is weer op de been. En koppig. Onveranderd.’

‘En met jou?’

Jasmijn schrikt zodanig van de doodgewone beleefdheidsvraag dat de tranen van ontroering in haar ogen springen. Voor Thea een aanmoediging om de hand van  Jasmijn te drukken. Het ongemak borrelt uit de aanraking naar boven, net zoals de wederzijdse oprechtheid.

‘En waarom zou ik jullie nog helpen Jasmijn?’

‘Omdat jij het bent Thea. En niemand anders.’

 

HOOFDSTUK 26

Om 5 voor 7 ‘s morgens houdt Thea haar pogingen om in slaap te vallen voor de nacht van zaterdag op zondag voor gezien. Ze heeft wel degelijk haar ogen ontelbare keren dicht gedaan, maar desondanks heeft ze alleen maar liggen sluimeren op het ritme van het ademen van Bart en het tikken van de elektrische klok boven de wastafel in de ouderslaapkamer van het vooroorlogse huis. Hopelijk zit er waarheid in de volkswijsheid dat slapeloze nachten; hoewel uitputtend; toch wel rustmomenten zijn en valt de prijs voor het dreinende gepieker van Thea tussen de lakens over Jasmijn en Melvin wel mee. Op de trap naar beneden wordt Thea verwelkomt door een doezelige stilte. Zelfs Yolo de hond resideert lethargisch op de rug in de geopende bench in de huiskamer. De flinterdunne flaporen liggen slap en met de voering bovenop gekeerd aan beide kanten naast de kop gevleid als zwart fluwelen vleugeltjes op non-actief. De trouwe hondenogen zijn geloken en de poten, flodderig in de buurt van het lijf, in de lucht gedrapeerd. Alle vier. De losse huid rond de verticaal geheven snuit ontbloot de indrukwekkende bovenkaak van de huislabrador. Desondanks gaat er niet de minste dreiging uit van het imposante, zwarte beest in de meest kwetsbare hondenhouding. De bovenlip siddert met tussenpozen. Yolo snurkt. Net als de gouden kater Doorn in de wasmand tussen het bontgoed nadat Thea hem per ongeluk geraakt heeft met een vuile badhanddoek. Doorntje valt vaker niet dan wel op als een verdwaalde theemuts in zijn powernaps die hij in de loop van de dag overal en nergens binnenshuis neemt. Na een vernietigende blik richting belager en een kort, gedecideerd rinkeltje van het belletje om zijn halsband, herneemt de kater na de aanval van de badhanddoek zijn tripje naar dromenland alwaar hij zijn motortje hernieuwd laat ronken. Onderwijl draait Roosje poezelige cirkeltjes om de blote kuiten van Thea. Haar zachte velletje voelt als een donzen eenden veertje dat ontsnapt is uit een hoofdkussen. Klagelijk piept Roosje om een poezensnack. Thea bedient mevrouw Roosje op haar wenken. Ze is allang blij dat ze geen liefdesbetuiging in de vorm van een muizenhapje vlak bij het kattenluikje in ontvangst hoef te nemen in ruil voor een lekkernij voor Roosje. De zwarte kat grist het poezensnoepje uit haar hand en verdwijnt door de aangepaste opening in de achterdeur. Voor de zekerheid inspecteert Thea de gangtegels naar het toilet. In slaapdronken toestand is ze weleens met haar blote voeten op een dooie mus gaan staan toen ze ’s ochtends vroeg dringend naar het toilet op de begane grond moest. Dit omdat een oud huis, in een afbraakwijk, met veel authentieke stijlkenmerken meestal van origine alleen maar gelijkvloerse toiletten telt. Zo ook het droomhuis van Bart en Thea. Zelfs nadat de vorige bewoners besloten om, in de stijl van het oorspronkelijke woonongemak van 120 jaar geleden, de riante vintage badkamer, inclusief tweede w.c.,  ook op de parterre in een ruime aanbouw te plaatsen. Zodoende kunnen Bart, Thea en de kinderen gebruik maken van 2 privé toiletten die zich geen van beiden op de eerste of tweede verdieping bevinden. Na een sanitaire stop kan Thea dus met een gerust hart loeivals onder een hete massage douchestraal bevrijdend gaan staan gillen zonder de rest van het gezin uit hun welverdiende uitslaapmodus te rukken.

Thea heeft het douchehokje nog niet eens goed en wel betreden of ze moet er weer uit omdat de gebruikelijke toiletbenodigdheden in het niets verdwenen zijn. Opgebruikt. Op vier afgewassen, persoonsgebonden puffs in verschillende, verschoten zoete kleuren, hutje mutje aan een haakje na dan. Prijzenswaardig is de moeite die de dader genomen heeft om de lege flacons, flesjes en tubes ook weg te gooien. Rest wel de vraag waarom Bart, Sabine of Walter vervolgens niet even een duik heeft genomen in het badkamerkastje om de rekjes in de douche opnieuw te vullen. Voor haar gevoel koopt Thea aan de lopende band shampoo, conditioner en douche crème voor haar huisgenoten en zichzelf die meestal al uit haar shopper verdwenen zijn voordat ze het restant van haar dagelijkse boodschappen ergens gelaten heeft. Geagiteerd komt ze de douchecabine weer uit en knielt in haar nakie neer voor het badkamerkastje dat ze al in geen jaren meer uitgemest heeft. Stroef schuift ze 1 van de 2 deurtjes open en begint getart te graven. Ze vindt vanalles terug, waaronder, zoals te verwachten, een jaarvoorraad shampoo, conditioner en douche crème. Helemaal achterin het hoekje van het laatste plankje duikt na verwijdering van de nodige schoonmaakmiddelen en toiletartikelen ook nog een rijtje van 6 gesealde Luizafixflessen op. Luizafix is een verdelgings- en preventiemiddel van hoofdluis. Teruggerekend moeten de flessen al minstens 4 jaar onaangebroken, verstopt achter de andere vergeten verzorgingsproducten, de houdbaarheidsdatum staan te overleven. De  laatste keer dat Thea Luizafix gebruikt heeft zat Sabine in groep 7 en Walter in groep 6 en dat is inmiddels ook al weer zo’n 4 jaar geleden.

De bloedjes van Bart en Thea waren niet meteen vanaf dag 1 mondig genoeg om de luizendames en heren op school tegen te spreken. Maar de frustraties liepen wel hoog op, omdat beide kinderen zo’n 5 keer per schooljaar, na iedere controle die volgde op elke vakantie, geheid met het gevreesde strookje naar huis werden gestuurd. Bij zowel Sabine als Walter werd steevast hoofdluis geconstateerd. Was dat reden tot paniek? In eerste instantie niet. Nog dagelijks tart Thea het risico om hoofdluis op te lopen. Als het niet van haar eigen kinderen is, dan wel van de gastjes van Huiswerksterk. Thea weet van de hoed en de rand en bespaar haar de fabeltjes over luizen die dol zijn op schone haren. De haren van Sabine en Walter zijn niet schoner of viezer dan die van ongeacht elk ander gemiddeld kind met een werkende kraan en shampoo in huis. En dan rept Thea niet eens over de conditioner. Het advies van de luizenouders om te kammen met een luizenkam volgde Thea uiteraard meteen op na het eerste luizenalarm. Ze vond thuis niet 1 enkel luisje. Noch krioelend in de losse krulletjes van Sabine, noch bengelend aan de kort gewiekte sprieten van Walter. Evengoed niet na hoofdhuidinspectie met een vergrootglas – met ingebouwde verlichting -  en nadat Thea de allerbeste, allerduurste, super luizenkam, speciaal aanbevolen door de buurtapotheek, had aangeschaft.  Hoe behoedzaam ze ook met de prijzige kam te werk ging; nooit, maar dan echt in het totaal nul keer, zat er een sprankelende of dode luis tussen de tanden van haar stalen vangnet. Toch bleven de strookjes binnen stromen en toen de briefjes eindelijk wegbleven, werden ze vervangen door mailtjes met de aanhef:

‘Bij uw kind is hoofdluis geconstateerd.’

Het uur van rigoureuzere maatregelen brak onverbiddelijk aan nadat Thea eerst nog een maand of 2 lang de kapsels van haar kinderen rijkelijk met azijn had besprenkeld. Op advies van een hoofddoekmama. Voor het geval dat. Ter preventie dus. De kroost van deze Turkse moeder had namelijk volgens het luizenconglomeraat van De Wielewaal ook constant onzichtbare beestjes in de haren, hetgeen eigenlijk nog sadistischer was, daar luizen uit een Aziatische pels nog veel problematischer te verdelgen schijnen te zijn dan van Nederlandse kaaskoppen. Toch was de azijnoplossing wat Thea betreft maar 1 keer toegeven aan kwakzalverij en daarna nooit meer. Ze weet niet wat erger was; de gedachte aan hoofdluis of de fletse, zeurende,  chronische stankwalm van natuurazijn om Sabine en Walter heen. Zo kwam Thea uiteindelijk bij grover geschut in de vorm van Luizafix terecht en sindsdien onderwierp ze haar engeltjes precies volgens voorschriften aan een dubbele hoofdmassage met de anti-hoofdluisshampoo zodra haar duo weer de pineut was. De duur van de behandeling besloeg precies de 45 minuten van de middagpauze van De Wielewaal. Daar stond dan weer wel tegenover dat tijdens het Luizafix procedé  - hoewel een synthetische aangelegenheid – telkens opnieuw een rustgevende, quasibiologische geur van een wandeling op een bospad van dennennaalden in de ochtenddauw vrij kwam. Na het aanbrengen moest het welriekende goedje een kwartier op de hoofdhuid inwerken en daarna uitgespoeld worden. Vervolgens werd de hele heisa dus bij beide kinderen voor de zekerheid ook nog eens herhaald. Daarna gleed Thea, helemaal volgens het vernietigingsprotocol, met haar kwaliteitsluizenkam door de behandelde, natte haartjes. De voorspelling op de gebruiksaanwijzing van Luizafix was dat na het laatste vonnis zowel de bewerkte kapsels als de kam en de badkamer bezaaid zouden zijn met luizenlijkjes. Niets was minder waar. Nooit. Geen luis te bekennen. Dood of levend. Niet door Thea. Niet door Bart en niet door Sabine bij Walter of andersom. Desondanks onthield Thea haar trots en vreugde niet van een nabehandeling met Luizafix preventief. Een reukloze, vette pesticidespray op oliebasis waarmee Thea uit pure paniek jarenlang dagelijks de kapsels van haar kinderen verpestte.

Maar geen enkele voorzorgsmaatregel bleek bestand tegen het venijn van het gerucht dat Walter en Sabine in de luizenkinderen van De Wielewaal waren getransformeerd. Als je de ouders moest geloven tenminste, want de kinderen ondergingen een totaal ander luizenleven. In groep 5 bij juffrouw Marjolein zat bijvoorbeeld Pepijn, een klasgenootje met wie Walter weleens optrok. Zijn vader was de opzichter van het luizenoudercluster. Op een dag in groep 5 bij juffrouw Marjolein gaf Pepijn schaamteloos aan Walter te kennen dat zijn moeder die ochtend wel meer dan 100 luisjes uit de haartjes van zijn 2 kleinere broertjes had gevangen.  Met de luizenkam.

‘Ow’, wist Walter, terwijl hij instinctmatig zijn hoofd krabde.

De 2 onbehandelde, jongere broertjes van Pepijn zaten ook op De Wielewaal en maakten op dat moment ieder plekje in het schoolgebouw onveilig.

‘Zullen we bij jou afspreken, na school?’, ging Pepijn in één adem door.

‘Goed’, antwoordde Walter.

Thea ontmoette Walter pas weer later op de dag; nadat Pepijn was opgehaald door zijn luizenvader. Een introverte man, die Thea altijd aan een schoorsteenveger uit van die ouderwetse prentjes deed denken, terwijl hij feitelijk belastingadviseur scheen te zijn. Hoe dan ook; toen Pepijn alweer goed en wel in zijn eigen omgeving samen met zijn besmettelijke broertjes een nieuwe portie ongedierte kweekte, botste Thea tegen haar zoon op in de keuken waar ze een theezakje zocht voor haar laatste Huiswerksterk klant van die dag.

‘Was het leuk daarnet met Pepijn?’, vroeg Thea moederplichtsgetrouw.

Onder tijdsdruk doopte ze het gevonden theezakje in een mok met stomend heet water. Walter smeerde een boterham met speculoospasta. Onderwijl deed hij zijn moeder argeloos verslag over de honderden luisjes in de luizenkam van de broertjes van Pepijn. Zonder zijn verhaal tot het einde toe af te luisteren, rende Thea naar de badkamer om terug te keren met haar eigen, allerbeste, superdure, huisluizenkam. Van staal. Elke huisgenoot moest er aan geloven inclusief de verontruste puber van Huiswerksterk. Een meisje met Surinaamse wortels en kroeshaar waarin de tanden van de luizenkam des te vinniger op in haakten. Vals alarm. Luizafix preventief had zijn werk gedaan en de gedupeerde leerlinge van Huiswerksterk kreeg bij wijze van schadeloosstelling een gratis verstuiver met luizenafschrikmiddel mee naar huis. Iedereen kon opgelucht adem halen.

‘Zullen we bij jou afspreken, na school?’, vroeg Pepijn de dag daarop aan Walter.

‘Heeft je moeder nog luizen gevangen?’, wilde Walter eerst weten.

‘Ja, vanmorgen met de luizenkam. Wel meer dan honderd.’

‘Ook bij jou?”

‘Huhuh’, beaamde Pepijn onnozel.

Van een afstandje wierp Walter een onderzoekende blik op het flossige, pagekapsel van Pepijn.

‘Je moet je haar wassen van mijn moeder. En niet alleen maar kammen’.

‘Waarom?’

Pepijn krabde zich grondig achter zijn oren.

‘Mijn moeder vindt luizen vies’, deed Walter fijntjes uit de doeken.

‘Ik ook!’, bekende Pepijn.

Weer en dag later meldde Pepijn aan Walter  dat hij zijn haren gewassen had en of hij kon afspreken.

‘Zijn ze dood?’

‘Wie?’

‘De luizen?’

‘Weet ik niet zeker.’

‘Heb je nog jeuk op je hoofd?’

‘Ja nou’, moest Pepijn eerlijkheidshalve toegeven, terwijl hij met 10 gekromde vingers door zijn haren harkte.

‘Dan mag je niet komen spelen van mijn moeder.’

‘Waarom niet?’

‘Omdat ik dan ook luizen krijg. En daarna mijn zusje en dan mijn vader en mijn moeder en vervolgens alle leerlingen van Huiswerksterk bij mij thuis.’

‘Luizen zijn niet erg’, aarzelde Pepijn.

‘Waarom is er dan luizencontrole?’, vroeg Walter doelgericht als hij is.

‘Mijn vader is de baas’, wist Pepijn niet zonder trots.

‘Dus?’

‘Mijn vader zegt dat kammen alleen genoeg is. Luizenverdelgingsmiddel is slecht voor het ilieu.’

‘Ja, daarom zouden wij er dus graag mee stoppen, maar dat kan dus niet zolang die luizen zich maar blijven voortplanten’, antwoordde Bart achteraf voor zijn zoon die net als zijn moeder toch weer voor Pepijn door de knieën was gegaan.

‘Vanaf vandaag komt hij er niet meer in, Walter. Eerst wassen met Luizafix en daarna is Pepijn weer van harte welkom’, stelde Bart harteloos.

Maar het hart van Thea was verscheurd. Die arme Pepijn. Wat kon hij eraan doen dat zijn ouders nog te pinnig waren om een flaconnetje Luizafix in huis te halen? Ze besloot om bij de eerstvolgende gelegenheid te rade te gaan bij juffrouw Marjolein van groep 5 van Walter. Een doorknede onderwijzeres met lachrimpeltjes en 2 bijna volwassen dochters die in hun basisschooljaren ook luizenkinderen geweest waren. 

‘De moeder van Pepijn mag anders wel een flesje Luizafix van me hebben’, stelde Thea de volgende dag tijdens het wegbrengen aan juffrouw Marjolein voor die daarop sceptisch een wenkbrauw lichtte.

De vader van Pepijn rook onraad en hield zijn oren en ogen open, terwijl hij zijn zoon naar zijn schoolbank in het klaslokaal van groep 5 begeleidde. Juffrouw Marjolein strekte haar arm uit om Walter op zijn weg naar zijn plek tegen te houden.

‘Laat mij eens even kijken hoeveel luizen je hebt!’, zei ze luidkeels met een knipoog naar Thea.

‘Ik heb geen luizen’, beweerde Walter weerbarstig, maar hij liet zich gelaten vlooien door zijn juffrouw met wie hij even vaak in de clinch lag als grapjes maakte.

Walter had de dubieuze neiging om op het moment dat het erop aankwam precies de verkeerde dingen te zeggen. Dan stond juffrouw Marjolein bijvoorbeeld vol overgave rekenen uit te leggen met behulp van sommen op het digibord en dan riep Walter door de klas:

‘De uitkomst klopt niet!’

‘Walter ik wil niet dat je door de klas roept, dat weet je’, waarschuwde juffrouw Marjolein dan voor de duizendste keer.

‘Ja, maar de uitkomst klopt niet’, herhaalde Walter.

‘Ga maar even op de gang staan’, stampvoette juffrouw Marjolein.

Ook voor de duizendste keer. Haar geduld werd dan ook dagelijks zwaar door Walter op de proef gesteld, omdat hij steevast antwoorden door de klas riep.

‘Het zijn wel de goede antwoorden, daar niet van. Maar andere kinderen moeten ook een kans krijgen’, klaagde juffrouw Marjolein bij Thea.

Juffrouw Marjolein kon op dit punt wel op wat begrip van Thea rekenen. Thuis wilde Walter ook regelmatig doordraven. Nog net voordat Thea dan bijvoorbeeld helemaal zelf inzag dat ze de dop van een fles cola scheef gedraaid had, was Walter er als te kippen bij om haar op haar fout te wijzen:

‘Mam, je hebt de dop niet goed op de fles gedraaid’.

‘Dat weet ik Walter.’

‘Waarom draai je de dop er dan niet goed op dan? Zo gaat al de prik eruit zegt papa.’

‘Dat doe ik Walter.’

‘Nee, je doet het verkeerd, dat zie ik toch.’

Meestal zette Thea het dan op een grommen. Half uit frustratie en half voor de lol. Een dergelijke reactie was voor een schooljuffrouw voor de klas natuurlijk niet weggelegd en daarom had Marjolein al een systeem verzonnen waarbij Walter na elke reprimande een houten blokje uit een doos op de hoek van zijn tafeltje apart moest leggen. Aan het einde van een schooldag met een blanco tafelblad mocht Walter iets lekkers uitzoeken uit de snoepvoorraad van juffrouw Marjolein. Maar hij niet alleen. Alle kinderen uit de klas werden zo nu en dan uitverkoren om bij wijze van beloning een keuze te maken uit een arsenaal zoetigheid dat er niet om loog. Schuimblokken, tumtums, suikerhartjes, wijngums, cocoballen, kabelspek, bananenschuimpjes, kersenzuurtjes, dropfruit, jojo’s, muizen, kikkers, aardbeienmoppen, colaflesjes, trekdrop, gouden beren, zure matten, zoethout, zoute rijen, lolly’s of marshmallows En juffrouw Marjolein was ook altijd bereid om de lekkerbekjes te adviseren bij het maken van een keuze met het geduld en de precisie van een monnik. Haar aandacht bracht Thea aan het nadenken over haar eigen gemakzuchtige en vanzelfsprekende gewoonte tot het uitdelen van snoepgoed ter tegemoetkoming aan het jonge grut om haar heen. De overheersende emotie die Thea tot dan toe tijdens het distribueren of nuttigen van snoepgoed gewaar werd was toch hoofdzakelijk een schuldgevoel. Alsof ze een kinderzonde bleef herhalen in een dwangneurose; gedreven door de commercie van de suikerwerkfabrieken waarvan de schoorstenen toch ook moesten blijven roken. De zoete aanpak van juffrouw Marjolein onthief Thea van haar zelfbedrog. Ze probeerde zelfs wel eens om de fijne kneepjes van de smaakmakerij van juffrouw Marjolein af te kijken. Die mogelijkheid bood zich soms aan als Walter zijn klassenbeurt weer eens in slow motion uitvoerde en Thea uiteindelijk van puur ongeduld van de speelplaats naar achterin het klaslokaal van groep 5 belandde, in de ijdele hoop om haar zoon door haar overweldigende fysieke aanwezigheid tot haast te kunnen manen. Er was geen beginnen aan en gevolglijk leerde Thea de verfijning van de verlokking des te meer waarderen van juffrouw Marjolein in haar unieke rol als suikerjuffrouw voor de winnende pupillen van die dag. Juffrouw Marjolein verhief het snoepen tot een ware kinderkunst. Welke combinaties waren lekker? Hoe kon een gifgroene, gomkikker het beste verorberd worden? Wie wist er een betere naam voor een negerzoen?

In haar authentieke handomdraai wist juffrouw Marjolein zo ieder kind voor zich te winnen. Ook Walter die zich op verzoek van een overprikkelde juffrouw Marjolein zo nu en dan gehoorzaam op de gang terugtrok. Hierdoor kon de juf zich weer concentreren op de rekenles en haar sommen op het digibord die ze bij nader inzien toch niet helemaal goed uitgerekend had. Daarom stond Walter in zijn 5de groepsjaar dus wel vaak, maar nooit langer dan een minuut op de gang.

‘Roep Walter maar weer binnen’, beval juffrouw Marjolein het helpende handje van die dag beschaamd, waarna Walter weer gekalmeerd achter zijn tafeltje schoof en schuldbewust een blokje uit de strafdoos op de hoek van zijn schoolbankje legde.

‘Wij zitten elkaar regelmatig in de haren toch?’, grapte juffrouw Marjolein tijdens het grondig uitpluizen van het nekhaar en de warme plekjes achter de oren van Walter.

‘Ik zie geen luizen’, concludeerde ze luid in het algemeen en tegen de vader van Pepijn in het bijzonder.

Hij wilde net wat zeggen, maar klapte zijn geopende lippen weer op elkaar en liet zijn potentiële toehoorders verder in het ongewisse. Juffrouw Marjolein wenste de vader van Pepijn nog welgemeend een goede morgen, waarop de luizencommandant zijn hoofd in de nek wierp en voornamelijk Thea overduidelijk de rug toekeerde. Juffrouw Marjolein zag het gebeuren.

‘Als ik jou was zou ik maar naar Willy gaan’, adviseerde ze Thea vertwijfeld.

Maar directrice Willy kon maar weinig doen. Tenminste dat beweerde ze. De luizencontrole was een zaak van de ouders en daar kon de schooldirectie niet tussen gaan zitten.

‘Misschien moet je zelf maar luizenmoeder worden’, stelde directrice Willy plompverloren aan Thea voor.

Directrice Willy droeg een documentmap onder haar arm toen Thea haar in de schoolgangen had aangeklampt naar aanleiding van het luizenprobleem. Ze was kennelijk op weg naar een vergadering en balanceerde gespannen op de ballen van haar voetzolen alsof ze elk moment weg kon schieten.

‘Nou, de Luizafix heb ik alvast in huis.’

Zoals te verwachten was directrice Willy totaal ongevoelig voor het cynisme van Thea.

‘Luizafix is gif en dat mogen wij niet adviseren van de GGD.’

‘Ach, en hoe willen ‘wij’ de luizen dan uitroeien op De Wielewaal?’

‘Het advies van de GGD is om te kammen met een luizenkam.’

‘Ach jee, dan word ik dus geen luizenmoeder.’

‘Waarom niet?’

Directrice Willy hield op met net niet de hielen lichten en was ineens één en al aandacht voor Thea.

‘Alleen als je luizenmoeder wordt dan kun je jouw kinderen zelf controleren. Je moet gewoon contact opnemen met de vader van Pepijn, Diederik en Wilfried. Uh, hoe heet die luizenvader ook alweer? Kom, hij is hoofd van de luizenouders?’

Directrice Willy schudde haar  haardos in afwachting van verheldering. Het kapsel bewoog nauwelijks mee. Als een helm. Zo te zien vanwege de haarlak. Ook zo’n kwakzalvend middeltje tegen hoofdluis.

‘Jan’, hielp Thea droog.

‘Ja, Jan, ja’.

‘Jan is juist de oorzaak van het luizenprobleem op De Wielewaal. Pepijn, Diederik en Wilfried lopen al weken met luizenbollen rond en alles wat de papa en mama van deze broertjes doen is kammen.’

‘Volgens voorschriften van de GGD dus’, wierp de directrice zich braaf in de strijd ter bescherming van de opperouders van de kinderen van haar basisschool.

‘Kammen helpt dus niet. Luizen planten zich razendsnel voort. En helaas allang niet meer op de bolletjes van Pepijn, Diederik en Wilfried alleen. Ongedierte moet vernietigd worden.’

‘Je moet niet zo overdreven reageren’, benadrukte Willy onrustig.

Ze harkte  stroef door haar gestroomlijnde boblijn die gisteren nog een onduidelijke ragebol was. Willy had zich zienderogen alvast goed gekamd en gesprayd. Misschien niet alleen met haarlak, maar stiekem ook wel met Luizafix preventief, vanuit de wetenschap dat luizen niet alleen op kinderkopjes gedijen.

‘Moet ik Pepijn dan gewoon bij mij in huis halen? Ik heb constant kinderen in huis door mijn thuiswerk bij Huiswerksterk. Walter heeft nou tegen zijn vriendje gezegd dat hij niet mag komen spelen zolang hij zijn haren niet behandeld heeft met Luizafix.’

‘Ja, maar zo maak je van Pepijn toch een luizenkind?’, concludeerde directrice Willy vol afschuw.

‘Ik niet hoor. En Bart ook niet. Laat dat maar aan de luizenouders van De Wielewaal over. Onze kinderen; Sabine en Walter worden consequent en successievelijk voor luizenkinderen uitgemaakt door de luizenouders. Daar ga ik in de rol van luizenmoeder niets aan veranderen. Dus waar praten we over?’

’Je weet zelf toch wel beter’, vergoelijkte directrice Willy het doorlopende oordeel van het luizenconglomeraat

‘Nee dat is ook zo, want luizen zijn dol op schoon haar.’

‘Ja, precies’, beaamde directrice Willy uilig, om de taaie moeder, die behoorlijk in de weg van haar prioriteiten stond, vervolgens bemoedigend op de schouder te kloppen.

Voor de goede orde probeerde ze de reflecterende onvrede in de ogen van Thea nog enigszins te parkeren met nogmaals het advies om maar zo snel mogelijk contact op te nemen met die ene Jan van de luizenouders.

‘Want ik zie in jou een perfecte luizenmoeder’, loog ze ter afsluiting in haar ontsnapping naar de dringende rapportvergadering.

Vertwijfeld tot op het bot belde Thea voor advies naar de Gemeentelijke Gezondheidsdienst. Ook volgens de frisse consulente van de GGD, die haar met een stemgeluid als van een heliumballon te woord stond, was kammen het devies.

‘Kammen, kammen, kammen.’

‘Ja, maar dat zet toch geen zoden aan de dijk? Je krijgt die beestjes nooit allemaal uit het haar gekamd.’

‘Je zou het haar nat kunnen maken en inwrijven met crèmespoeling. Daarna moet je de luizen pas uitkammen met een luizenkam. Het is een precisiewerkje, maar zo krijg je ze wel allemaal te pakken. Uiteindelijk. Let wel goed op dat je de neten ook vangt. Neten zitten meestal dicht tegen de hoofdhuid aan. Het zijn genestelde eitjes van de luizen. Ze komen in de regel pas na 7 dagen uit. Blijf het haar daarom elke dag na de behandeling met crèmespoeling nog ruim een week intensief kammen met een luizenkam, zodat je zeker weet dat je alle luizen te pakken hebt’, schreef de blijmoedige kabouterstem van de consulente aan de andere kant van de lijn gedienstig aan Thea voor.

‘Jezus, dan gebruik ik nog liever de beproefde, ouderwetse petroleummethode. Een katoenen doek om het hoofd; 2 uur laten inweken en kaalscheren die handel!’, schertste Thea sarcastisch.

De consulente nam haar bloed serieus en antwoordde ernstig:

‘Nee, dat doen we niet meer.’

‘Misschien gewoon antiluizenmiddel?’

‘Nee, dat is te duur.’

‘Voor wie? Heb jij inzage in mijn bankrekening?’

De consulente negeerde de vraag. Niet expres. Ze had waarschijnlijk gewoon geen verweer.

‘Alle luizenouders van alle basisscholen in de regio kunnen op aanvraag zoveel plastic wegwerp luizenkammetjes voor de luizencontrole krijgen als ze maar nodig hebben. En verder hoef je je ook geen zorgen meer te maken, want kleding, slopen, lakens, knuffels en andere stoffen in huis hoef je niet meer te reinigen van de GGD. Vroeger moest dat wel.’

‘En waarom hoeft dat tegenwoordig dan ineens niet meer? Zijn de hedendaagse luizen modebewuster geworden?’

‘Dat is het advies van de GGD’, stamelde het welwillende kind.

‘Weet je wat? Verbind me maar door met de vertrouwensarts van De Wielewaal. Toestel nummer 13. Jojanneke heet ze’, verzuchtte Thea.

Ze had dringend behoefte om even in contact te staan met iemand die nog enigermate in staat geacht mocht worden om zelfstandig na te denken en van wie een eenvoudige sterveling als Thea toch een ietwat bevredigend antwoord kon verwachten.

Goddank voor het ontregelde bevattingsvermogen van Thea, wist Jojanneke het één en ander in perspectief te plaatsen. Ze zei:

‘Dat advies om het linnengoed, de dekens en kussens alsmede alle kleding te reinigen na een luizenplaag komt uit de tijd dat er nog geen synthetische stoffen bestonden. Alles was van natuurlijk materiaal. Tegenwoordig bestaan er bijna geen puur natuurlijke stoffen meer en zo ja dan zijn ze op één of andere manier bewerkt tegen ongedierte. Al was het maar voor de hygiënische langdurige export van China naar Nederland.’

‘En dan nog wat?’

‘Als ik het niet dacht.’

Jojanneke deed niet eens moeite om haar kribbigheid voor Thea te verbergen.

‘Waarom schrijven jullie uit naam van de gezondheidsdienst geen Luizafix voor alle basisscholieren in de regio met een luizenprobleem voor? Dat middel heeft toch een keurmerk? Het is getest in een laboratorium. Het goedje wordt telkens tijdig aangepast zodat luizen niet resistent kunnen raken tegen het gif. En het werkt. Net als het antimiddel tegen vlooien en teken dat ik bij onze hond Yolo en bij de katten Doorn en Roosje elke maand in de nekharen druppel. Wel zo hygiënisch en effectief.

‘Luizen zijn geen gevaar voor de volksgezondheid, dus krijgen wij als GGD ook geen subsidie voor een contract met een fabrikant. Wij mogen ons ook niet aan een bepaald merk binden. Wij zijn een overheidsinstantie. Wij kunnen geen merknamen adviseren’, antwoordde Jojanneke die ineens van de informatieve in de defensieve modus was overgeschakeld.

‘Je kunt toch de optie van een anti-luizenmiddel aankaarten in plaats van maar te blijven hameren op het gebruik van die plastic luizenkammetjes?’

Jojanneke slaakte een zucht van vermoeidheid:

‘Luizafix is gif mevrouw Thea de Betweetster en dat mag je niet zomaar gebruiken op de bolletjes van minderjarigen laat staan adviseren aan ouders met luizenkinderen en gewetensbezwaren.’

‘Nou nog een keer?’

‘Je hebt me wel gehoord.’

‘Je bedoelt geen ouders met gewetensbezwaren maar van die pinnige zedenpredikers met een ecoleefstijl die geen cent uit eigen zak te veel betalen’, sneerde mevrouw de Betweetster.

‘Wat jij zegt Thea, maar dan anders’, vond Jojanneke.

Na het verbreken van de verbinding, ging Thea meteen over tot het maken van een afspraak bij de huisarts. Sabine en Walter moesten mee.

‘Ik word tureluurs van al die tegenstrijdige informatie en de denkbeeldige jeuk’, bekende ze, terwijl de huisarts de haren van haar kinderen inspecteerde.

‘Denkbeeldige jeuk is ook jeuk’, vond de huisarts afwezig omdat ze gepreoccupeerd was met de hoofdhuid van Sabine. Walter was al gecontroleerd.

‘Geen luizen of neten. Vooralsnog. Maar wat niet is kan nog komen’, gold de diagnose.

‘Kan ik veilig Luizafix gebruiken?’

Sabine zag dat de huisarts in tweestrijd stond.

‘Ik heb het eigenlijk al gebruikt‘, biechtte Thea maar snel op met lichte paniek in haar stem.

De huisarts herademde opgelucht:

‘O, maar het is wel veilig hoor. Luizafix wordt alleen niet vergoed door de ziektekostenverzekeraar.’

‘Vertel mij wat.  11 euro voor een flacon Luizafix Shampoo en 7 euro en 95 centen voor een verstuiver Luizafix preventief. Goed voor 4 behandelingen’, brieste Thea.

‘Maar toch blijf je ervoor kiezen om een eventueel, toekomstig luizenprobleem in het vervolg op te lossen met Luizafix?’, verifieerde de huisarts, voor de zekerheid nog wel even bij Thea.

Wat Thea betreft geheel overbodig.

‘Als jij zegt dat het veilig is?’

‘Luizafix is een veilig anti hoofdluizenmiddel’, verzekerde de huisarts nogmaals op haar karakteristieke, verkapte,  mechanische manier.

‘Maar ik moet het zeker niet te vaak gebruiken?’

‘Niet iedere dag, maar je kunt Luizafix met een gerust hart zo vaak toepassen als nodig is.’

‘Zolang ik de hoeveelheden maar zelf betaal?’

De huisarts antwoordde niet en zoemde weer in op het kapsel van Sabine. Voor de vorm woelde ze er nog maar eens door de lange, krullende, donkerblonde, luizenvrije lokken van Sabine, die met de huisarts boven haar hoofd, opgelaten in het zicht van haar moeder de oogbollen liet rollen. Bij wijze van reactie stond de huisarts zich al wroetend zwijgend, maar onverhuld te verkneukelen.

‘Luizafix is dus een veilig en effectief anti hoofdluizenmiddel dat niet vergoed wordt door de ziektekostenverzekeraar’, recapituleerde Thea, omdat ze zichzelf feitelijk wel voor de kop kon slaan dat ze zolang nodeloos met de handen in het luizenvrije haar had gezeten.

Waarom had ze niet van het begin af aan ingezien dat het hele luizenprobleem alleen maar een melkkoe voor het luizenconglomeraat was? Zodat de luizenouders zich eindelijk ook eens merkbaar konden profileren ten opzichte van gedoodverfde buitenstaanders.

‘Over het algemeen bedoelen de meeste luizenouders het echt wel goed’, relativeerde de huisarts.

‘De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen’, vertaalde Thea naar het bekende Britse gezegde over the road to hell die in het Engels, op dezelfde manier als in Nederlands, paved is with good intentions.

Desondanks begon Thea de goedertierenheid van het merendeel van het Wielewaalse luizenconglomeraat zo langzaam maar zeker hevig te betwijfelen. Sommige herhalingen kunnen geen toeval zijn. En de onzichtbare luizen bleven op school maar welig tieren in de voorbewerkte haren van Walter en Sabine. Ook na de grote zomervakantie; de zogenaamde luizenbron voor ieder basisschoolkind. Walter zat alweer een dikke 9 weken in groep 5 bij juffrouw Marjolein en Sabine floreerde in complete groep 6 in plaats van in de combinatieklas 6/7.

Op papier werd de complete groep 6  bestierd door juffrouw Dorien met de hulp van een nieuwe meester. Meester Joep. In de groepen 3 en 4 was juffrouw Dorien ook de juf van Sabine geweest en het kind kon ’s ochtends niet wachten om naar school te gaan. Daar vond ze toch voornamelijk de onervaren meester Joep voor klas 6. De herfstvakantie was net achter de rug en juffrouw Dorien zou dit schooljaar niet meer terug keren van haar ziekteverzuim. Welbeschouwd had ze haar nieuwe rol als parttime juffrouw van de volledige groep 6 alleen in de eerste week na de zomervakantie eerlijk met meester Joep gedeeld. Niet erg overtuigend voor een docenten duo dat officieel het grootste deel van het schooljaar nog voor de boeg had. Nadat juffrouw Dorien de eerste parttime schoolweek met succes volbracht had, was ze 8 weken aan een stuk afwisselend aan- en dan weer afwezig. Ze was aldoor ziek of onderweg; om tenslotte na de herfstvakantie toch maar fulltime overspannen te geraken. Vanaf het allereerste moment van weerzien in groep 6 was Dorien direct al veel lustelozer op Thea overgekomen dan ze op haar slechtste dagen in het 3de en 4de leerjaar van Sabine ooit geschenen had. Alsof ze de boot afhield en driemaal geen scheepsrecht was. Net als in groep 3 en 4 bleef Sabine voor juffrouw Dorien de vanzelfsprekende leerlinge op de achtergrond.

‘Ze doet het prima hoor’, knikte juffrouw Dorien terloops en mat naar Thea in de wandelgangen van De Wielewaal.

Waarbij juffrouw Dorien gemakshalve maar even voorbij ging aan de beloofde extra begeleiding of ondersteuning van haar juf of meester aan Sabine. Een toezegging die nog geen mens was nagekomen op De Wielewaal. Tot nu toe had Sabine zich helemaal in haar uppie optimaal weten te handhaven in een nieuwe groep 6.

‘Volgens mij is Dorien op weg naar een jaartje betaalde vrijheid met voorbedachte rade’, fabuleerde Thea intuïtief in een flits.

En ach, Dorien zou best overspannen geweest zijn. Toch kon Thea zich niet aan de indruk onttrekken dat juffrouw Dorien bewust op een burn-out was afgestevend. Je kunt jezelf ook een aandoening aanpraten. Maar wat de oorzaak van haar kortsluiting ook geweest was; directrice Willy greep de burn-out van Dorien aan om meester Joep voor de rest van het jaar voltijds voor groep 6 van De Wielewaal te plaatsen. Die ouwe Willy had een zwak had voor de jonge vent van midden 20. Althans dat was het gerucht dat toentertijd de ronde deed. Hoe dan ook; Joep greep de unieke kans met beide handen aan. Nou was meester Joep ook een aardige jongen die een positieve sfeer in de groep wist te creëren. Een gevoelsmens met een hoge sociaalemotionele intelligentie, maar met beperkte didactische kwaliteiten. Het was voornamelijk gezellig bij meester Joep in groep 6.

‘Als meester Joep niet meer weet hoe rekenen of taal verder moet dan gaan we iets leuks doen’, wist Sabine al na 2 weken in de complete groep 6 smakelijk over te brengen op Bart en Thea.

‘Moeten we daar niet wat mee?’, vroeg Thea  gealarmeerd aan Bart toen bekend werd dat onervaren Joep na de herfstvakantie helemaal alleen verantwoordelijk geacht zou worden voor de educatie van groep 6.

‘Laat toch gaan. De kinderen hebben lol en dat is minstens zo belangrijk voor een natuurlijk leerproces als presteren’, suste Bart.

En hoewel Thea de opstelling van Bart iets te makkelijk vond, kwam ze toch niet in het geweer tegen meester Joep die tijdens zijn lessen soms zodanig tegen het randje zat, dat een leutige ambiance het gebrek aan basiskennis van de onderwijzer niet meer kon overbruggen. Joep was geen rekenwonder en hij maakte de standaard hedendaagse taalfouten die Sabine tijdens het avondeten lacherig repeteerde. Joep had bijvoorbeeld die schooldag zonder met zijn ogen te knipperen de grammaticaregels geschonden met zinskonstruksels als:

‘Die meisje en die jongen hadden zich verstoppeld. Daarom waren hun de enigsten die de dictee nog niet gemaakt hadden. Dus heb ik hun me pennen geleend.’

‘Daar moet je wat van zeggen hoor!’, vond Walter verontwaardigd.

‘Nee, dat doe ik niet meer.’

Sabine wimperde beschroomd.

‘Dat hoeft ook helemaal niet; zolang jij zelf alles maar goed kunt verwoorden’, troostte Thea.

‘Van mij mag je er rustig wat van zeggen. Het is schandalig dat een onderwijzer niet eens fatsoenlijk Nederlands kan praten.’

Van kwaaiigheid smeet Bart de opscheplepel veel te hard terug in de juspan.

‘Natuurlijk is dat schandalig, maar dat hoeft  Sabine niet voor meester Joep op te lossen’, snauwde Thea naar Bart, terwijl ze de druppels jus van haar mouw wreef.

Zowel Bart als Thea hamerden thuis op een correcte verteltrant. Geen van beiden lieten ze het na om hun kinderen te verbeteren bij foutief mondeling taalgebruik. Sabine en Walter hadden de gewoonte zelfs al van hun ouders overgenomen en corrigeerden elkaar of op hun beurt de spraakverwarring van Bart of Thea.

‘Ik heb er weleens wat van gezegd’, bekende Sabine timide.

‘Goed zo’.

Dat was Bart.

‘Wat zegt meester Joep dan, want ik zou op de gang moeten staan van juffrouw Marjolein als ik haar verbeterde’.

Walter was nog niet uitgesproken of zijn vader initieerde een high five met zijn zoon.

‘Ja, maar ik durf te wedden dat juffrouw Marjolein ook niet zulke taalfouten maakt’, merkte Thea op.

Korzelig richtte Sabine zich tot haar moeder; de afvallige; en verkondigde  wijs:

‘Hij kan er niets aan doen. Hij is leesblind.’

‘Hoe verzintiehet!’, blies Bart.

Sabine diepte de minachting van haar vader nog wat verder uit.

‘Zijn vader en zijn moeder en al zijn broers hebben ook dyslectie’, legde ze uit.

Bart legde zijn bestek te rusten op zijn bord alvorens hij met ingehouden kwaadheid van wal stak.

‘Vroeger bestonden er legio mensen die analfabetisch waren. Ze konden geen letter lezen of schrijven; maar goed praten was geen enkel probleem. Die meester Joep moet niet zo slap zeveren.’

‘Laat dat kind nou’, probeerde Thea die ook weleens eens rustig wilde eten zonder geharrewar.

‘Ik laat helemaal niks!’, tierde Bart: ’Mijn dochter mag ongestraft zeggen wat ze wil!’

‘Mijn dochter niet; mijn dochter denkt eerst na voordat ze haar mond voorbij praat!’, schreeuwde Thea naar haar man, omdat ze zich heel goed realiseerde dat Sabine zich met moeite inhield ten gehore van de kromme taal van meester Joep.

Steeds als het 9jarige meisje haar schoolmeester wilde verbeteren kreeg haar empathie de overhand en met die karaktereigenschap van haar dochter voelde Thea zich de koningin te rijk. Sabine kon zich moeiteloos in anderen verplaatsen. Zo leek ze de onzekerheden van meester Joep te ruiken en uit sympathie begon Sabine hem al gauw min of meer in bescherming te nemen tegen zijn – voor haar – bijna tastbare faalangst die geactiveerd werd door de moordende kritiek van de opperouders. Zij kregen natuurlijk thuis ook het één en ander mee over de hebbelijkheden van de jonge onderwijzer. Kortom: Alle begin is moeilijk; maar door de kritische opperouders en de reflectie op hun kinderen in groep 6, had meester Joep het aanvankelijk uitzonderlijk zwaar. Temeer daar de vacante helft in het equivalent van groep 6 - de combinatieklas 6/7 met Siepie aan het parttime roer -  ten lange lesten was opgevuld door ene Rosalie. Rosalie was niet alleen een onderwijzeres van middelbare leeftijd, maar ook een matrone. Ze was niet gekozen door directrice Willy, maar werd op het nippertje extern toegewezen aan de combinatieklas 6/7 door het schoolbestuur van de stichting waaronder De Wielewaal viel. Samen met zo’n 70 andere basisscholen uit de regio. Een veeg teken. Een pottenkijkster en misschien wel een klokkenluidster die weleens met argusogen naar onderwijzers van het type ‘meester Joep’ zou kunnen kijken. Door deze imaginaire dreiging voelde juist de debutant Joep zich vaker aangeschoten wild dan hij aan zichzelf en zijn collega’s wilde toegeven. Op die frequente, zwakke momenten vond hij alleen psychische steun bij stabiele gevoelskinderen zoals Sabine. Het verschil met andere leerkrachten was dat meester Joep zijn voorkeuren niet probeerde te verdoezelen met compensatiegedrag richting de opperouders met hun schrandere kids. Iedereen mocht weten dat Sabine wat meester Joep betreft een supermeid was. Nooit moeilijk of gemeen. Altijd positief en in voor een lolletje. Klaar, punt uit. Geen discussie mogelijk. Alleen al om deze standvastigheid vond Thea meester Joep meer dan geschikt voor de complete groep 6 van De Wielewaal. Die gemiste taal- en rekenvraagstukken losten Bart en Thea dan thuis wel samen met Sabine op.

Bijgevolg nestelde Sabine zich sneller in de complete groep 6 dan iemand had kunnen voorzien. Het contact met haar oude klasgenootjes uit de combiklas 6/7 verwaterde binnen een schoolweek of 2. Sabine had geen tijd om achterom te kijken, want Miranda, het prettig gestoorde kind van de communiebruidsjurk, eiste haar aandacht op. Thea wist niet zo goed wat ze met de  ontluikende vriendschap tussen de meisjes aan moest. Dolly, de moeder van Miranda was zelf nog een kind. Misschien net iets ouder dan Jasmijn en van een heel andere orde. Losser. Niet zo zwaar op de hand, maar ondertussen hield Dolly haar enige kind wel serieus onder de knoet. Miranda was een ‘overactief meisje’ met de diagnose: ADHD.

‘Maar ik ken haar wel hendelen’, verzekerde Dolly met haar doorrookte stemgeluid.

Ze leek een amicale volksvrouw in wording. Onder voorbehoud. Ze keek de kat uit de boom en Thea was op haar beurt ook niet zo kapot van haar. Ze zette grote vraagtekens bij de botte manier waarop Dolly haar dochter Miranda in het gareel probeerde te houden. Hoewel Sabine waarschijnlijk nooit bemoeienis met militante opvoedingstechnieken van Dolly zou krijgen. Of wellicht op de momenten waarop ze in de toekomst bij Miranda thuis afsprak? Nou ja, de tijd zou het leren. Terwijl Thea stond te mijmeren op een maandag tussen de middag na de herfstvakantie op het speelplein werd ze tot haar verbazing aangesproken door Luna; het meisje waarvoor Sabine in het vorige schooljaar te min was bevonden door moeder Marit.

‘Ik heb luizen.’

‘Wat vervelend voor je Luna’, vond Thea.

Voor de zekerheid deed ze een paar stapjes achterwaarts.

‘Sabine ook.’

Thea schoot meteen in de verdedigingsstand:

‘Wie zegt dat?’

‘Greet’

Thea verbaasde zich over de uitdagende toon van het anders zo deemoedige kind dat momenteel vlak voor haar neus geen moeite deed om haar leedvermaak te verbergen.

‘Wie is Greet ook alweer?’

‘De moeder van Mathilde en Gertrude.’

‘Ach de moeder van het huilmeisje Mathilde, als ik het niet dacht’, schoot het door Thea’s hoofd, terwijl ze zich er wel voor waakte om haar vijandige gedachten, die niet bestemd waren voor onvolgroeide kinderoortjes, hardop uit te spreken.

‘Mijn moeder heeft ze ook gezien’, hield Luna vol.

‘Is Marit ook luizenmoeder?’

Luna ontblootte haar tanden in een hautaine lach waardoor ze nog meer als 2 druppels water op haar moeder leek. Luna werd uit onverwachte hoek gesteund door Zarah die zich bevestigend knikkend bij het tweetal op het speelplein voegde.

‘Hey Zarah’, groette Thea.

Zarah trok haar mondhoeken kort omhoog. De combinatieklas 6 en 7 was kennelijk al uit. In tegenstelling tot de complete groep 6 met Sabine en groep 5 met Walter. Helaas.

‘Heb jij ook luizen?’, vroeg Thea, omdat Zarah zich dusdanig opstelde dat het er alle schijn van had dat ze iets te melden wist.

‘Nee, maar weet je wat echt, mega stom was?’

‘Nee, vertel’.

De kleine meisjesboosheid werkte ontwapenend op Thea en ze smolt als een ijsklontje in de magnetron bij de aanblik van de gretige Zarah die zo evident haar grieven met de moeder van een vriendinnetje – een oud mens uit een compleet andere belevingswereld - wilde delen.

‘Weet je wat de moeder van Mathilde tegen me zei?’

‘Nou?’

Het bloed van Thea begon op voorhand al voor te koken. Zarah nam een volwassen houding aan met één hand in de zij a la de moeder van Maltilde en zwiepte een denkbeeldige lok over haar schouder, terwijl ze met een gemaakt stemmetje een perfecte imitatie van opperouder Marit neerzette:

‘Ze zei; ‘Nee, Zarah jij hebt tenminste geen luizen. Nee, Zarah jij niet. Maar weet je wie wel? Die vriendin van je. Die Sabine. Ik zou maar bij haar uit de buurt blijven als ik jou was!’

Na een bezinningspauze kwam Thea weer tot zichzelf.

‘Ja, dat is inderdaad mega stom’, antwoordde ze tam.lmte overkwam haar als een scheut verfrissende koelvloeistof in haar voorverwarmde bloedsomloop. Misschien dat ze toch onbewust begrepen had dat al die overspannen reacties van voorheen ook geen zoden aan de dijk zetten. Het risico op een hersen- of hartinfarct werd er wel groter van. Of mogelijk had het acteertalent van Zarah haar rustig gemaakt. Het scherpe beoordelingsvermogen van een 10jarig kind, van Marokkaanse origine nog wel, schiep vertrouwen in de toekomst.

‘En blijf je bij Sabine uit de buurt, Zarah?’

‘Ja, duhuh, Sabine is mijn bff.’

‘Je wat?’, riep Thea het meisje na.

‘Best friend forever’, vertaalde Luna die achterbleef en nog steeds in de buurt van Thea rond draalde op het speelplein.

Het getalm van Luna leek Thea opeens een  uitgelezen kans om het luizenmeisje gauw, gauw met wat verkapte voorlichting te indoctrineren.

‘Als je moeder je straks komt ophalen dan moet je zeggen dat ze rustig een gratis flesje Luizafix van me mag hebben. Dat is antiluizenshampoo.’

Een valse belofte van Thea daar ze toch zeker wist dat Marit nooit iets van haar zou aannemen.

‘Mijn moeder komt niet vandaag, maar ik zal het doorgeven aan de oppas’, schroomde Luna overdonderd.

Ze stond zichtbaar in dubio voor ze eindelijk dan toch de hamvraag eruit dorst te gooien:

‘Kom ik met die shampoo dan ook echt van de jeuk af?

‘Jij wel’, knipoogde Thea.

‘Mijn luizenkam helpt helemaal niet’, ratelde het arme kind verder, terwijl ze paniekerig door haar krullenbos harkte.

‘Luizafix wel. Kun je de naam onthouden? Wacht, ik zal het voor je opschrijven.’

Tijdens het grabbelen naar een pen en een notitieblokje in haar schoudertas werd ze gegrepen door een acute aanval van paranoia. Er prikten ogen in haar achterhoofd als symbolische steken onder water. Toen ze met een ruk opkeek van haar bezigheden zag ze moeder Greet – van het huilmeisje Mathilde - nog net in de kraag van haar winterjas wegduiken. Thea vertikte het om weg te kijken in de hoop dat het Greetsecreet ook ogen in haar achterhoofd had. Met succes, want gevoeglijk deed de moeder van Mathilde zonder op te kijken een symbolisch stapje naar opzij om de loopgang voor Sabine zogenaamd vrij te maken. Eindelijk had de complete groep 6 dan ook middagpauze.

‘Wat ben je laat!’

‘We moesten nablijven. Trouwens zo laat ben ik niet; want Walter is ook nog niet uit,’ berichtte Sabine luid op weg naar haar moeder.

‘Waarom moest je nablijven?’, riep Thea over het speelplein.

Sabine antwoordde pas toen ze pal voor de neus van haar moeder gearriveerd was. Ze fluisterde geïrriteerd:

‘We hadden luizencontrole en ik heb weer luizen’.

‘Ik ook’, wist Luna die het briefje met daarop de naam van de antiluizenshampoo in een steekzak van haar overjas liet glijden.

‘Heb jij ook zo’n jeuk?’, wilde Luna nog van Sabine weten op een samenzweerderige manier, waarbij de luizenplaag een ingang bood ter hereniging van hun oude  vriendschap. Hoewel waarschijnlijk nog steeds ongeoorloofd door Marit en Harry; de opperouders van Luna.

‘Nee’, antwoordde Sabine vervreemd en naar waarheid.

‘Jeuk of niet; je zult er zo meteen toch weer aan moeten geloven en Walter ook. Bah, bah; daar baal ik dus gruwelijk van’, mopperde Thea bij het vooruitzicht van weer een hectische middagpauze gevuld met haarwasbeurten met Luizafix.

‘De moeder van Luna zei al dat jij kwaad op mij zou zijn’, bedilde Sabine.

Luna had ineens haast. Ze verdween in het gepeupel.

‘Ik ben niet kwaad op je Sabine’.

Ongelovig sloeg Sabine haar armen voor haar borst ineen en bracht haar verhaal met veel mimiek en verve:

‘Ik was bij de luizencontrole en de moeder van Mathilde kamde door mijn haar met een luizenkam. Luna zat naast mij en de moeder van Luna kamde Luna. Toen zei de moeder van Mathilde tegen de moeder van Luna:

‘Kijk die Sabine heeft weer luizen. Zie je nou wel’

En toen zei de moeder van Luna tegen mij:

‘Nou, Sabine dan zal je moeder dadelijk wel weer over de rooie gaan.’

En over de rooie gaan dat betekent toch dat je boos wordt. En wie is er hier boos? Jij of ik?’

‘Wij alletwee, als je het mij vraagt’, schertste Thea en ze vervolgde:.

‘Maar niet op elkaar toch?’

Mokkend vond Sabine houvast aan de uitgestoken hand van Thea.

‘Stomme luizenmoeders’, bokte ze.

 

HOOFDSTUK 27

Na de zoveelste behandeling met Luizafix was het thuisleven opnieuw doordrongen van een klinische walm van antiluizenshampoo. Een zoetzure verwennerij voor het reukorgaan in een steriele mengelmoes van dennengeur en eucalyptusdampen afgemaakt met een zweempje citroen. Een geuraroma dat zo’n dag of 2 bleef hangen. En alles went; zelfs hangen. Wederom had niemand na het uitkammen van de verdachte haren terug een luizenlijkje onder ogen gekregen. Na deze nutteloze actie en voorbij de dagelijkse beslommeringen, dacht Thea zich even rustig in haar mail te kunnen verdiepen. De leerlingen van Huiswerksterk voor die dag waren afgewerkt en de online postverwerking beloofde weer een ontspannen bezigheid te worden zoals meestal, maar niet altijd. Dat bleek wel uit haar doorgedraaide mailbox op die oktoberavond. Haar laptop liep bijna vast van de hoeveelheid berichtjes van ouders van kinderen van De Wielewaal. Nadat Thea een stuk of 6 boodschappen geopend en gelezen had, kon ze de strekking van de overige 20 mailtjes ook wel raden. Brechtje had 4 luizen; Evy’s moeder telde vanochtend 7 luizen in de luizenkam; de vader van Martijn ving er vanmiddag tijdens het kammen thuis ook 7 (of 8); Jonas droeg een stuk of 3 luizen bij zich; Mees wel 25 en die van Evert vielen niet eens meer te tellen. En alle ouders sloten hun paniekzaaierij af met de aanmoediging voor iedere betroffen ouder om maar vooral te blijven kammen. Er werd met geen woord gerept over de optie van anti-luizenshampoo. Alsof de toepassing van Luizafix, of voor Thea’s part een ander merk anti luizenshampoo, een taboe was. Waarom? Kennis is weliswaar macht, maar kennis delen geeft juist kracht. Alleen al daarom besloot Thea om zich ook in de online luizenstrijd te begeven en een berichtje te sturen aan alle ouders van de kinderen van de groepen 5 en 6 van De Wielewaal:

‘Hoi allemaal

Bij Sabine en Walter worden ook steeds luizen geconstateerd tijdens de controles op school. Hoewel ik zelf nog nooit een luis in hun haren heb zien rondspringen; behandel ik mijn kinderen na iedere waarschuwing met anti luizenshampoo om het zekere voor het onzekere te nemen. Ik begrijp dat het advies vanuit de GGD alleen ‘kammen’ met de luizenkam luidt, maar luizen planten zich nou eenmaal razendsnel voort zonder aanziens des persoons. Voor ouders met kinderen die al langere tijd door luizen geplaagd worden, heb ik daarom een advies. Probeer eens een anti luizenshampoo naast de luizenkam. Ik gebruik Luizafix, maar er zijn natuurlijk veel meer merken in de handel. Ook bewerk ik de haren van Sabine en Walter elke dag met Luizafix Preventief. Dit is een antiluizenspray. Niemand zit op luizen te wachten en geen enkel kind draagt schuld aan een epidemie van die beestjes, maar wij als ouders kunnen toch wel iets meer ondernemen dan alleen maar kammen om het ongedierte uit te roeien?

Met vriendelijke groeten,

Thea (moeder van Sabine (groep 6) en Walter (groep 5))’

Voor de goede orde las Thea haar boodschap nog een keer over voordat ze voldaan het commando ‘verzenden naar het volledige adressenbestand’ aan haar computer gaf. Aansluitend klapte ze haar laptop dicht om hem voorlopig niet meer te openen. Had ze dat wel gedaan dan was ze misschien niet zo overdonderd geweest door de agressieve stemming die haar de volgende ochtend in de gangen van De Wielewaal naar de keel greep. De bijtende atmosfeer benauwde  beduidend heftiger dan Thea van haar inloopjes op normale schooldagen gewend was. Maar omdat ze zich van geen kwaad bewust was, legde ze niet meteen de connectie met de inhoud van haar luizenmailtje. Wat overigens niets afdeed aan de zelftwijfel die Thea bij zichzelf kweekte met als voedingsbodem die alom en altijd aanwezige bedreigende lichaamstaal van de opperouders om haar heen op de weg naar en van de klaslokalen van Walter en Sabine. Wat was er aan de hand? Lag het aan haar uiterlijk? De haardracht of kledingkeuze? Was er wat verkeerd gezegd of fout gedaan? Ongetwijfeld. Allemaal. Maar toch niet gekker voor woorden dan gisteren? Ze vertikte het om de moeder van Ronnie te ontzien door haar luidkeels zijdelings te begroeten. Schouder aan schouder zoefde Maud straal langs haar af. Hiermee was de kleine kans van Thea op enige duidelijkheid over de mysterieuze groei van de alom vertegenwoordigde, vijandige saamhorigheid  meteen bekeken. 

‘Wat hebben jullie toch tegen mij?!’, riep Thea vertwijfeld uit.

Meteen na haar wanhoopskreet had ze spijt van haar zwaktebod. Door de ijzige mars waarin de opperouders vervolgens quasi onberoerd de kroost in de gangen en op de trappen van De Wielewaal ter zijde stonden op weg naar hun bestemming, zou een simpele ziel zichzelf nog kunnen wijsmaken dat niemand zich stoorde aan de nasleep van Thea’s luidkeelse aanklacht; maar schijn bedriegt. Zeker op De Wielewaal. En als blikken konden doden dan zou Thea allang niet meer in leven zijn geweest.

Thuisgekomen reageerde ze zich verhit af op het huishouden. Fanatiek stofzuigen, bedden verschonen, was opvouwen, schrobben, ramen zemen, onkruid wieden en alvast piepers schillen voor de warme avondprak. Deze energiegeleiders overbrugden de spanning tot aan het middaguur en om 12 uur bevond Thea zich buiten adem en gekalmeerd ergens in het centrum van de gebruikelijke –  enigszins gestabiliseerde - negatieve aandacht op het speelplein van De Wielewaal om haar kinderen op te vangen voor de middagpauze. Terwijl ze puffend bij stond te komen van de lichamelijke inspanningen van die morgen, zag ze tot haar schrik in haar ooghoeken de vader van Gerben op zich afkomen. Gerben was een jongetje uit groep 5 en hij zat al sinds groep 1 van juffrouw Elsje bij Walter in de klas. Gerben was het veelbelovende spraakwatergebrek dat de plaats van de nasaal klinkende Walter had ingenomen voor de privé logopedielessen bij Marloes. Maar niet voor lang; want zijn ouders waren niet extra verzekerd. Bart en Thea wel. Wat de vergoeding betreft was de logopediste Marloes financieel beter af geweest als ze nog jaren met Walter door gehobbyd had op rekening van de ziektekostenverzekeraar, want Gerben werd al na 10 consulten afgeschreven. Maar aangezien Walter zich zonder voortzetting van de logopediesessies uit zijn beginjaren allang net zo duidelijk verstaanbaar kon maken als Lennart; de welbespraakte zoon van Marloes; blijft de vraag naar de het nut van een oneindige reeks spraakbegeleiding voor peutertjes en kleutertjes hoe dan ook in het midden. Enfin, Walter had nergens last meer van. Toevallig botste Thea de dag daarvoor nog tegen Marloes op. Ze kwam net uit het klaslokaal van de complete groep 6 en snakte naar adem bij de plotselinge aanblik van Thea. Thea was op haar beurt ook niet blij om oog in oog te staan met de opportunistische logopediste die in de afgelopen jaren naar haar mening tot een nog grotere wannabee dan voorheen was verworden.

In tegenstelling tot meesloopster Marloes raakte Thea echter niet in ademnood door de ontmoeting. Zij had Marloes dan ook nooit bewust wat aangedaan. Andersom lag dat toch iets anders en daarmee gevoeliger. Toentertijd werd de kleuter Walter door logopediste Marloes gemakshalve op het reservebankje gezet voor nieuwkomer Gerben met de bedoeling om meer Wielewaalzieltjes voor haar logopediepraktijk te winnen. Gerben was immers het kind van een opperouder. Walter niet. Wel was Walter in tegenstelling tot Gerben een blijvertje en door de ziekenkostenverzekering van zijn ouders ook een onuitputtelijke geldbron. Walter deed mee voor spek en bonen en om de interne subsidiering van de logopediepraktijk van Marloes te blijven garanderen. Walter mocht komen opdraven als het de logopediste uitkwam. Daarbij werd Thea door Marloes de logopediste op de koop toegenomen. Met groeiende tegenzin die ze steeds moeilijker voor de moeder van Walter verborgen wist te houden. Marloes de logopediste stond liever in de schaduw van een opperouder dan zich voor het oog van de Wielewaalpopulatie in de buurt van Thea te begeven. Tot op het punt dat zowel Thea als Walter zo overduidelijk in het openbaar door Marloes genegeerd werden dat de bom wel moest barsten. Een explosie waarin de logopediste haar ware gezicht had laten zien.

Het gaf wel voldoening om aan de verkrampte houding van Marloes af te lezen dat zij na 3 verstreken jaren nog steeds vocht met de consequenties van dat heterdaadje en dan vooral met de macht die ze de moeder van Walter met haar misstap in handen had gegeven. Marloes was panisch dat Thea haar mond voorbij zou praten in de wandelgangen van De Wielewaal. Als Marloes de kaarten in handen had gehad dan zou zij dat in plaats van Thea namelijk allang, herhaaldelijk en tot vervelends toe, gedaan hebben. In geuren en kleuren. Vandaar dat Thea haar uiterste best deed om niet aan Marloes te laten merken dat de goede naam van één of andere taaljuffrouw alsmede die van de eloquente zoon Lennart, haar voor geen millimeter boeide. Zolang niemand Thea uitlokte, dan zou ze uit zichzelf geen tijd, woorden, speeksel en zuurstof aan het verleden verspillen. Ook al zat het woordenrijke mannetje vanaf het nieuwe schooljaar kennelijk bij Sabine in de complete groep 6. Het grote ongemak dat Marloes daarbij ervoer was niets meer dan een leuke bijkomstigheid die natuurlijk wel in leven gehouden moest worden door de logopediste vooral niet gerust te stellen.

De vader van Gerben trad haar aura binnen. Hij was nu te dichtbij om hem langer met goed fatsoen te negeren. Hij hield haar een wit, plastic kammetje voor. Er zat een plakbandje om het centrum heen gewikkeld met daaronder 1 enkele geplette luis tussen 2 tanden in gevangen. Die morgen was groep 5 aan de beurt geweest voor de luizencontrole en de vader van Gerben – kennelijk ook een luizenvader – kwam nu persoonlijk het speelplein opgeslopen om de moeder van Walter ten overstaan van een geamuseerd publiek een bewijsstuk te overhandigen. De bekrachtiging van het vermeende luizenbezit van Walter. Dan had juffrouw Marjolein het laatst toch niet zo goed gezien toen ze Walter ten overstaan van alle ouders van groep 5  controleerde en vrij sprak van luizen. Nog maar te zwijgen over de reputatie van de vader van Pepijn – het luizenopperhoofd – die juffrouw Marjolein met haar foute initiatief blameerde. Zo makkelijk zou Thea zich niet gewonnen geven.

‘Ik vind dat geen bewijs’.

‘Wat flauw Thea’, vond de vader van Gerben op een toon alsof hij haar al jaren van dichtbij had meegemaakt en fideler gedrag van haar verwachtte.

‘Wie bewijst mij dat die luis niet uit de haren van een ander kind afkomstig is? Je kunt mij nog meer vertellen. Trouwens wat is nou 1 luis? Pepijn heeft er elke ochtend wel meer dan 100. ‘

‘Hoe weet je dat nou?’, wilde de vader van Gerben verwijtend weten.

‘Van Pepijn.’

‘Zijn vader is de coördinator van de luizenouders’.

De vader van Gerben klonk alsof de luizen zich persoonlijk bedreigd voelden door de functie van de vader van Pepijn bij het luizenconglomeraat.

‘Ja, kun je nagaan.’

‘We kunnen een afspraak maken dat ik eens bij je thuis langskom om over het luizenprobleem te praten?’

‘Zolang je niet binnenkomt’, griezelde Thea.

‘Ja, maar ook vanwege jouw mailtjes.’

Was de vader van Gerben nou echt onnozel, of leek dat maar zo?

‘Welke mailtjes? Ik heb gisteren 1 petieterig mailtje verstuurd aan alle ouders.’

‘Misschien moeten we het daar over hebben?’

‘Wat? Nee!’

‘Je hebt niet alleen maar gisteren 1 petieterig mailtje gestuurd Thea. Je stuurt wel vaker mailtjes.’

Als de vader van Gerben zijn commentaar hier zou hebben afgesloten met;

‘gekkie’,

dan zou Thea daar, op basis van de teneur van zijn woorden, niet eens raar van opgekeken hebben.

‘Ik heb me nog nooit eerder online met de luizenproblematiek bemoeid.’

‘Waar gingen al die andere berichtjes die ik in het verleden van jou in mijn mailbox vond dan over?’, vroeg de vader van Gerben verstrooid alsof Thea het antwoord op de dwalingen van zijn geest had.

‘Hoe moet ik dat weten?

Net als de vader van Gerben kon Thea zich ook voordoen als intellectueel die tot in de tenen doordrongen is van belangrijkere zaken dan het betreffende gespreksonderwerp. Ze miste alleen de uiterlijke kenmerken van een gesjeesd hippiehoofd zoals de vader van Gerben met zijn spekvette half lange haren en teenslippers. Thea kende hem niet anders dan gehuld in dat eeuwige ribfluwelen colbertje dat stijf stond van het draagvuil. In beweging stootte het jasje een muffige walm uit waaraan ingewijden op het speelplein of in de gangen van De Wielewaal de vader van Gerben naar verloop van tijd al aan roken komen, voordat ze hem überhaupt in beeld kregen. Ooit moest het colbertje kanariegeel geweest zijn. Althans te oordelen naar de sporadische plekken die nog niet helemaal verschoten waren op het grotendeels kleurloze jasje waarin insiders de vader van Gerben konden uittekenen. De vader van Gerben verdiende zijn geld dan ook vanuit huis als freelance redacteur en taaladviseur. Hij had geen collega’s die hem op de heersende modegrillen en het primaire belang van lichamelijke hygiëne zouden kunnen wijzen. Hoewel de vader van Gerben al jaren met dezelfde vrouw getrouwd was. Zij was de moeder van Gerben en zij had beter kunnen  weten, vanwege haar functie als ambtenaar die ze natuurlijk wel buitenshuis bekleedde. Maar ook zij leek zich niet te bekommeren om een proper voorkomen. Ze vertoonde zich tenminste meestal in dezelfde knalrode, gepilde wollen winterjas. Behalve bij temperaturen boven de 25 graden. Dan verscheen de moeder van Gerben op het speelplein in een vale spijkerbroek met echte gaten – geen prefab -, uniseks Indiase teenslippers uit dezelfde vintage lijn als de flipflops van haar man en een oudroze, nauwsluitend topje. Vooral dat vale lapje stretchstof dat als een tweede huid haar benige karkas omspande was het toppunt van sjofel.

Stiekem was Thea heus niet vergeten dat ze naast het luizenberichtje al eerder en vaker mailtjes onder de ouders van De Wielewaal verspreid had. Maar ze was zeker niet de enige die zich regelmatig verloor in online discussies. Thea zou echter niet weten waarom de vader van Gerben zo nodig specifiek op haar schriftelijke inbreng terug moest komen. De laatste onenigheid was alweer een tijdje geleden. Toen had Thea zich via de mail online in een gedachtewisseling tussen ouders over kinderen en computergebruik gemengd. De commotie was ontstaan door een hype onder de kinderen van – onder anderen - De Wielewaal om massaal een chathotel op het internet te bezoeken. Het kon in die periode bijna niet hipper dan thuis of bij vriendjes of vriendinnetjes op de laptop of p.c. van de ouders verschillende ‘chatrooms’ van het zogenaamde online hotel te bezoeken. In elke kamer was er de mogelijkheid om met iemand of met meerdere personen een praatje te maken of een activiteit te ondernemen. Via internet wel te verstaan. In noodgevallen desnoods op de schoolcomputers. Niemand had een gedegen overzicht op de gang van zaken in het hotel en de identiteit van de gesprekspartners was ook vaag. Bijna alle Nederlandse kinderen leken met tussenpozen in het chathotel te toeven onder een schuilnaam; zodat veel ‘medespelers’ evengoed leeftijdgenoten als kinderlokkers zijn konden. Wel was er een link naar een toezichthouder bij wie opdringerige tegenspelers, die zich verdacht opstelden, gerapporteerd konden worden door de overige gebruikers. Omdat Sabine, in navolging van haar klasgenootjes uit groep 6, ook werd bevangen door het chathotel virus, voelde Thea zich al snel geroepen om zich, in naam van haar gemoedsrust, in het computerspel te verdiepen. Onder de schuilnaam ‘Dramama’ bezocht ze een aantal kamers in het chathotel, waar ze een stuk of wat tegenspelers in de vorm van naïeve, weinig dynamische poppetjes ontmoette met allemaal precies hetzelfde uiterlijk. Twee verticale bolletjes op steeltjes. De gesprekken tussen Dramama en haar klonen verschenen in een wolkje aan de hemel als in een stripverhaal en gingen niet verder de diepte in dan:

‘Alles goet?’

‘Kikken’.

‘Ik ben bij me vader’

‘Heb jij ook een hont?’

‘Het is hier gezelig’ en

‘Neuken?’

De kamers in het chathotel waren dus feitelijk niets meer dan verbale ruimtes waarin over uiteenlopende thema’s gebabbeld kon worden met behulp van een toetsenbord. Met een gretigheid die sneller dan verwacht in verveling uitmondde, bezocht Dramama dan ook nog een drietal kamers waarin ze respectievelijk; een denkbeeldige dierenarts, een imaginaire serveerster bij Mac Donalds en een illusoire verpleegster in een ziekenhuis mocht zijn en daarna had ze het echt wel gezien. De waardebonnen die ze gescoord had en waarmee ze ‘items’ kon aanschaffen, zoals bijvoorbeeld een virtuele hamburger of een online pizza, deed ze cadeau aan een medespeler. De ‘neukkamer’ sloeg ze over en ze raadde Sabine aan om hetzelfde te doen, maar ze snapte wel waar de aantrekkingskracht van het chathotel op kinderen tussen 9 en 11 jaar vandaan kwam. Het door de opperouders aangekondigde ‘computerverbod’ als gevolg van het drukbezochte chathotel leek Thea dan ook niet alleen een slecht idee, maar zou volgens haar de behoefte aan het internetgebruik bij de kleintjes alleen maar versterken. Want; hoe strikter het verbod; des te groter het genot.

Natuurlijk werd de mening van Thea niet gehoord. Zoals gewoonlijk kwamen de opperouders op die manier met volledige steun van hun volgelingen tot een unaniem besluit. Het chathotel werd gesloten. Geen enkel Wielewaal kind was nog geoorloofd om zonder toezicht van de ouders of een leerkracht online te gaan. Sowieso was langer dan 10 minuten per dag computeren niet verstandig voor kinderen onder de 10 jaar. Ter bekrachtiging van deze larie verwezen de opperouders naar het verslag van een themadag over kinderen en computergebruik die ooit eens op De Wielewaal gehouden was. Volgens het protocol kon vanaf de leeftijd van 10 jaar de online tijdsbesteding eventueel jaarlijks met 5 minuten per dag verlengd worden; maar dat was een richtlijn en geen must. Het chathotel moest en zou voortaan sowieso een no go area zijn en blijven.

Aldus had Thea 2 opties. Of ze kon haar mond houden en met de stroom meedrijven. Gevolglijk zou Sabine dus thuis illegaal moeten chatten in haar geliefde online hotel met het gevaar door klasgenootjes betrapt en verraden te worden. Of Thea kon eerlijk voor haar mening uitkomen. Hetgeen automatisch de dreiging met zich meebracht dat geen enkel Wielewaal kind nog bij Sabine mocht komen spelen vanwege het chathotelgevaar. Desondanks koos Thea voor de waarheid in een onconventioneel mailtje.

Hallo allemaal,

Naar aanleiding van het vandaag verkondigde online chathotelverbod, moeten mijn man en ik helaas mededelen dat wij niet bereid zijn om onze kinderen – te weten Walter in groep 5 bij juffrouw Marjolein en Sabine in groep 6 bij meester Joep  - het chatten te verbieden of internetten alleen toe te staan onder toezicht.

Groetjes van Thea ( namens Bart).

Dit berichtje  zou weleens het begin van het einde van haar onbeduidende persoontje op De Wielewaal kunnen zijn. Zo’n waagstuk stond garant voor een permanente slechte naamsbekendheid in de wandelgangen van de basisschool.

De boycot van Sabine in de klas als gevolg van de strakke actie van haar moeder viel gelukkig 100 procent mee. Het gevaar van het chathotel woog niet op tegen de gratis kinderopvang waar de speelbezoekjes aan Walter en Sabine voor veel ouders van De Wielewaal toch voornamelijk voor stonden. Thea voelde zich pas persoonlijk aangevallen toen meester Joep zich met de zaak begon te bemoeien door in de groep 6 iedereen met klem aan te raden ver bij het chathotel uit de buurt te blijven. Hij gaf de kinderen het volgende, aanmatigende, advies mee:

‘Zeg tegen je ouders dat ze hun gezonde verstand moeten gebruiken!’

‘Ja, maar ik kom niet in de neukkamer!’, riep Sabine door de klas.

Meester Joep deed alsof hij niets gehoord had, maar Sabine merkte in de minuten na haar uitspraak toch aan zijn overdreven reacties op andere kinderen dat zij iets vreselijks gezegd had, waar heel duidelijk en hard overheen gepraat en geagiteerd gelachen moest worden.

‘Ronnie wil altijd naar de neukkamer als we hier in het chathotel zijn’, bekende ze in de veiligheid van Bart en Thea.

‘Ben je niet nieuwsgierig dan?’, vroeg Thea: ‘Ik denk namelijk dat Ronnie gewoon alleen maar nieuwsgierig is.’

‘Ja, maar er is niets aan. Ik weet niks te verzinnen over neuken. Ik ga liever naar het dierenasiel. We hebben nu een ziek katje met een gebroken staart. Maar Ronnie vindt alleen de neukkamer spannend. Ik denk omdat hij er niet mag komen van zijn vader en zijn moeder.’

‘Zie je wel’, zei Thea tegen Bart.

‘Normale kinderen van die leeftijd hebben volgens mij helemaal niets met neukkamers. Wat een drukte weer om niks’, antwoordde Bart, die zich met zijn laptop op schoot toevallig net voor het eerst in de mails over het chathotel van de ouders verdiepte.

‘Saai’, vond Walter; ‘Trouwens dat hele chathotel is saai.’

‘Vindt Tim dat ook?’, wilde Bart om onduidelijke reden weten.

‘Echt wel, hij vindt het chathotel nog stommer dan ik!’, betuigde Walter zonder aarzelen.

‘Dus hij wil niet naar de neukkamer?’, vroeg Bart voor de zekerheid, terwijl hij Thea wenkte en de laptop in haar blikveld schoof.

‘Nee, maar hij wil wel altijd ‘Tour of Duty’ spelen als hij hier is’.

Walter klonk spijtig.

‘Dan zeg je toch dat het niet mag van mij. Het is een vechtspel van 18 jaar en ouder’, stelde Thea voor omdat ze Walter zag twijfelen.

‘Tour of Duty is ook saai’, concludeerde Walter uiteindelijk ter geruststelling van zijn 9jarige geweten.

Ondertussen las Thea een mailtje dat zojuist was binnengekomen en dat Bart net geopend had. Het berichtje kwam van Jenny; de moeder van Tim; het beste vriendje van Walter. Ze schreef:

‘Hoi allemaal,

Vandaag heb ik het chathotel bezocht. Het is een onveilige, pornografische hoerenkast waar alleen maar vunzige taal gebezigd wordt. Na twee ontmoetingen had ik al een geile viezerik te pakken die gepijpt wilde worden en die mij anaal wilde nemen. Walgelijk. Ik vind dat we onze kinderen tegen die smerigheid moeten beschermen. Ik sluit me helemaal aan bij een computerverbod. Misschien moeten we zelfs overwegen om naar de politie te gaan. Hopelijk hebben we hier niet te maken met een illegaal kinderpornonetwerk.’

Groetjes Jenny (moeder van Tim (groep 5) en Mira en Rob (groep 3))

Tijdens het lezen voelde Thea de rillingen over haar rug lopen. Ze schaamde zich namens Jenny voor het taalgebruik in de mail en snoof:

‘Wat een stemmingmakerij. Welk chathotel heeft zij bezocht? Ik heb onder de schuilnaam van Dramama kostbare uren van mijn leven – die ik nooit meer terug krijg - in dat chathotel rondgehangen en ik heb wel een paar oneerbare voorstellen gehad, maar die waren veel te ervaringsdeskundig geformuleerd om van kinderen afkomstig te zijn. Verder heb ik toch voornamelijk minderjarigen ontmoet. Herkenbaar aan het typische taalgebruik, de voorkeur voor kenschetsende gespreksonderwerpen en de symptomatische incorrecte spelling van de Nederlandse taal.’

‘Wie weet hebben we hier te maken met een gevalletje van zelfprojectie?’, schokschouderde Bart.

Thea vond het best:

‘Ja en met de diepste roerselen van Jenny’s ziel.’

‘Wat bedoel je mam?’

Natuurlijk moest Walter weer het naadje van de kous weten. Net als zijn vader zat hij met een geopende laptop op schoot naast zijn zus die op haar IPhone appte met haar kwieke duim volop in actie. Thea benaderde het duo op de tweezitsbank van achteren en wrong haar hoofd in de ruimte tussen de koppies van Sabine en Walter in. Ze duwde het tweetal in de flank, in een weidse omstrengeling, aan de bovenarmpjes zo dicht mogelijk tegen haar wangen aan.

 

‘Stereoknuffel.’

Lijdzaam lieten zowel Sabine als Walter de bekende gekke 5 minuten van hun moeder over zich heenkomen. Inclusief de bijbehorende, luidruchtige uitspraken:

‘Ik bedoel karma lieve kindertjes. Maken jullie je maar niet druk om de boze buitenwereld en laat karma het vuile werk doen.’

De vader van Gerben fronste zijn wenkbrauwen alvorens hij van het ene op het andere moment weer helder voor de geest kreeg waar hij Thea ook alweer van kende:

‘Volgens mij heb ik weleens mailtjes met jouw uitgebreide mening over het chathotel gelezen. Je was heel eigenzinnig. En nu wil je ook niet meewerken aan een eerlijke luizenbestrijding. Maar dat mag. Dat is niet erg’.

‘Nou, gelukkig maar, want ik dacht al! We leven tenslotte in een democratie niet waar!?’, schamperde Thea.

‘Misschien moet je eens overwegen om zelf ook luizenouder te worden. Dan kun je met eigen ogen zien dat jouw kinderen, ondanks de antiluizenshampoo waar je in je mail over jubelt, net zo goed luizen hebben.’

‘Nee en nee’.

‘Willy vond het ook een goed idee.’

‘Ik heb tegen de directrice Willy ook al gezegd dat ik geen luizenouder wil worden.’

‘Waarom niet?’

‘Omdat ik het gebruik van  antiluizenshampoo niet mag promoten.’

‘Logisch want zo saboteer je toch de hele luizencontrole?’

‘Precies.’

Ter verduidelijking van haar standpunt nam Thea eindelijk het bewijsstuk uit de uitgestoken hand van de vader van Gerben over. Met het bezoedelde luizenkammetje tussen duim en wijsvinger liep Thea naar een vuilnisbak toe die op een paar passen verwijderd aan de muur van het Wielewaal gebouw hing. Boven de afvalbak liet ze het plastic prul, dat was beplakt met een luizenlijkje, los. Tijdens haar terugtocht naar haar vaste stekje op de speelplaats klapte ze haar lege handen voor alle zekerheid nog eens extra schoon. Ziezo. Vader van Gerben of geen vader van Gerben. Hij was nog geen millimeter van zijn standplaats geweken en wachtte haar manmoedig op.

‘Waarom ben jij zo tegendraads Thea?’, vroeg hij gekrenkt.

Thea werd er balorig van en ze antwoordde plagerig:

‘Wie met de stroom meedrijft is het eerste bij het afvoerputje!’ 

’s Avonds ontdekte Thea aan de teneur van de verse lading berichtjes in haar hoogzwangere mailbox dat de vader van Gerben eigenlijk wel meeviel. Hij was opdringerig, betweterig en hij leed aan een gebrekkig gevoel voor humor, maar hij wist zijn fatsoen te bewaren en dat was meer dan Thea van de meeste Wielewaalse emailers kon zeggen. Vooral professor Pronken wist zijn minachting voor een vrouw als Thea hartverlammend wollig, eloquent en beknopt te verwoorden. Thea las:

‘Geachte moeder van Walter en Sabine,

Dit is nu al de tweede keer dat ik een berichtje van u ontvang, waarin u mij van uw mening op de hoogte stelt zonder mijn toestemming.

Wij – dat wil zeggen de ouders van De Wielewaal – snappen nu waarom uw zoon en dochter zo recalcitrant zijn. Ze hebben dat redeloze verzet van geen vreemde. Hetzelfde geldt voor de hoofdluis.’

Hoogachtend,

Professor. Doctor. A. Pronken (emeritus hoogleraar). Vader van Allagonda (groep 7); Marcus (groep 5) en Brechje (groep 1).’

Net zo laatdunkend als professor Pronken, maar minder welbespraakt liet de vader van Pepijn zich over Thea uit:

‘Thea,

Ik heb meer dan genoeg van jouw gezeik. Mijn kinderen hebben luizen omdat jij zo nodig shampoo in plaats van een luizenkam moet gebruiken. Je hebt geen verstand. Normale mensen denken eerst na voordat ze mailen.

Jan Doedel; coördinator luizenouders.

Vader van Pepijn (groep 5), Diederick (groep 4) en Wilfried (groep 3))’

Verder blonk het mailtje van de moeder van Tim uit in originaliteit:

‘Hoi Thea,

Je moet je niet op laten butsen. Wat maken die paar luisjes nou uit? Laat me even weten wanneer ik een flesje Luizafix bij jou kan ophalen? Ik hoorde van Marit (moeder van Luna) dat jij gratis flesjes uitdeelt. Is 1 flacon genoeg voor de behandeling van 3 kinderen? Reserveer anders maar 2 of 3 flessen. Ik neem aan dat je de Luizafix vergoed krijgt via jouw ziektekostenverzekeraar? Jouw kinderen zijn toch Topfit verzekerd? De apotheek heeft geen antiluizenshampoo op voorraad.’

Alvast bedankt en een dikke kus van Jenny.’

Het lezen van het resterende dozijn mailtjes was eigenlijk zonde van de tijd, omdat de strekking unaniem op 4 wederkerende kritiekpunten neerkwam die Thea te bezopen vond voor woorden. Ten eerste moest Thea niet denken dat shampoo een tovermiddel was. Ten tweede moest Thea maar eens stil staan bij de fosfaten die na het gebruik van shampoo in het milieu vrijkomen en die onze aarde verontreinigen. Had Thea nog nooit gehoord van het gat in de ozonlaag en de opwarming van de aarde? Eens kijken of Thea bij 40 graden Celsius in de schaduw tijdens de Kerstdagen nog steeds zo enthousiast Luizafix stond te promoten. Had Thea soms aandelen bij de farmaceutische industrie? Ten derde moest Thea leren om rekening te houden met het geweten van De Wielewaal in de hoedanigheid van de luizenouders die zworen bij  - natuurlijke - groene zeep en niet bij synthetische anti luizenshampoo. Alsof Thea niet allang haar bekomst had van het klutje eco-ouders dat de groene gedachte al sinds jaar en dag verwarde met een schriele levensstijl. En het vierde en tevens laatste dringende verzoek aan Thea was om toch vooral te blijven kammen. Natuurlijk. Kammen, kammen, kammen. Arbeidsintensief en ouderwets. Of zoals een vader van een klasgenoot van Walter het zo treffend formuleerde in zijn mail:

‘Hey, doe effe groen, man!’

Hij wekte bij Thea de aandrang op om aan iedereen een berichtje terug te sturen. Een denkbeeldig, cynisch mailtje met daarin allereerst de vermelding dat zij, moeder van Walter en Sabine,  niet met het verkeerde geslacht aangeschreven wenste te worden. Thea wilde best groen doen, maar ze was bij haar weten nog steeds geen man na haar laatste toiletbezoek. Ten tweede dacht Thea helemaal niet dat shampoo een oplossing tegen luizen was. Groene zeep was dat ook niet. En azijn niet. Thea geloofde zelfs niet in een luizenvrije haardos dankzij de helende kracht van op de hoofdhuid fijn gestampte eucalyptustheebladeren. Ze zwoor echter wel bij Luizafix. Temeer daar het goedje namelijk speciaal in een laboratorium gebrouwen was om luizen uit te roeien. En nee, Thea kon niet met een gerust geweten ontkennen dat er – naast luizen natuurlijk – hoogstwaarschijnlijk nog andere proefbeestjes aan de ontwikkeling van Luizafix te pas waren gekomen. Maar Thea wist zich te bedwingen. Ze zat niet te wachten op nog meer gekrakeel en in plaats van een gevat online antwoord op alle aantijgingen en mededelingen van de ouders te geven, liet Thea iedereen links liggen. Wel stuurde ze de hele luizenmailmikmak door naar directrice Willy. Opdat zij ook eens kon lezen wat Bart en met name Thea met het ouderbestand van De Wielewaal te stellen hadden. Dat doorsturen deed Thea op advies van Bart, die zich kostelijk vermaakte met de hausse aan haatberichtjes.  Met behulp van de nodige overredingskracht had Thea ternauwernood kunnen voorkomen dat Bart op het stuitende mailtje van professor Pronken inging. Discussiëren was geen beginnen aan met die megalomaan. Liever had Thea ook een reactie van Bart op een stumper als de vader van Pepijn tegengehouden. Uit consideratie met de ontluikende vriendschap tussen Pepijn en Walter. In het geval van Jan Doedel was Bart echter niet bereid om een stapje terug te doen. Bart zinde op wraak en hij nam de eventuele aftocht van het vriendje van Walter voor lief met de volgende online repliek:

‘Gelieve mijn vrouw voortaan niet meer aan te schrijven via de mail. Je kunt mij bellen als je wat te zeggen hebt en dan is het nog maar de vraag of ik bereid ben om tijd vrij te maken om mij tot jouw niveau te verlagen.’

Thea moest 3 keer slikken voordat ze haar gekwetste trots weggespoeld had. Bart hoefde zich niet voor haar op te werpen als de redder in nood. Niet op deze manier. Maar de hele kwestie ging niet om haar volgens Bart. Het gevecht ging over simpelmannen, krachttaal, spierballensymboliek en het recht van de sterkste. En Bart kreeg nog gelijk ook. Jan Doedel heeft nooit meer een mailtje naar Bart en Thea gestuurd en zijn zoon Pepijn kon gewoon ongehinderd bij en met Walter blijven spelen. Indien luizenvrij en na goedkeuring van Bart en Thea uiteraard.

Twee dagen na de online ruzie tussen de papa’s zag Thea het vriendje van Walter nog voor zich opduiken in de trappenhal van De Wielewaal. Pepijn keek haar recht in de ogen aan:

‘Ik heb vandaag afgesproken met Walter bij jullie en Walter zei dat ik aan jou moest vragen of het goed was.’

 

Thea voelde zich week worden. De smekende blik van het kereltje en dat ontroerende onuitputtelijke uithoudingsvermogen. Hij moest en zou met Walter spelen.

‘Natuurlijk is het goed.’

Thea zou willen dat ze wat strenger in haar eigen leer was. Nou kon ze vanavond weer met Luizafix in de weer.

‘O ja, en ik heb geen luizen meer’, beweerde Pepijn.

Zijn ogen twinkelden ondeugend alsof hij deze mededeling expres tot het laatst had bewaard.

‘Ow, echt, wat geweldig’, verzuchtte Thea opgelucht.

Een pak van haar hart. Vervolgens haastte ze zich om Pepijn bij haar vreugdekreet te betrekken:

‘Voor jou; geweldig voor jou, natuurlijk!’

‘Ja, ik ben er ook wel blij mee’, bekende Pepijn op een dusdanig gemaakte manier dat de achterdocht van Thea gewekt werd.

‘En hoe is dat zo gekomen?’.

‘Mijn moeder heeft mijn haren 2 keer gewassen met Luizafix.’

Pepijn sloeg een toon aan alsof hij  een versje voordroeg waarin zijn moeder een heldin was. En misschien was ze dat ook wel. Wie weet had ze achter de rug van Jan Doedel om het huishoudboekje moeten saboteren om zich 3 flesjes Luizafix voor 3 kinderen te kunnen permitteren.

‘Ow, echt wat goed van je moeder! En heeft ze je broertjes ook behandeld?’, ging Thea voor de zekerheid ook na.

‘Behandeld?’, vroeg Pepijn niet begrijpend.

‘Gewassen. Heeft je moeder de haren van jouw broertjes ook ieder 2 keer gewassen met Luizafix?’

‘Ja.’

Stond hij nou te liegen? Pepijn zag er wel frisser uit dan normaal. Dat sprak voor hem. Hij had een rossige uitstraling alsof iemand hem had schoon geschrobd in een teil met sodawater. En zijn pagekapsel zat onberispelijk in model zonder de gebruikelijke pluizen en klitten. Dus vooruit maar; iedereen is tenslotte onschuldig totdat het tegendeel bewezen is.

Aangemoedigd door dit onverwachte succes besloot Thea om van alle luizenmailtjes bij nader inzien de inhalige inhoud van het berichtje van de moeder van Tim toch maar niet onbesproken te laten.  Op een amicale wijze trachtte Thea in een zogenaamd gender specifiek mailtje om Jenny op eenzelfde cryptische manier terug op de plek te zetten als Bart dat bij Jan Doedel was gelukt.

‘Hay Jenny,

Luizafix wordt vergoed door geen enkele ziektekostenverzekeraar. Ongeacht de hoogte van de maandelijkse premie en het verzekeringsniveau van het kind. Dus ook niet bij maandelijkse torenhoge Topfit premies zoals bij Sabine en Walter. Een flacon kost afgerond, gemiddeld 8 euro voor iedereen. Inkomensonafhankelijk. Marit (de moeder van Luna) heeft wel gelijk dat ik gratis flesjes Luizafix uitdeel, maar alleen op voorwaarde dat de ouders de luizenshampoo zelf niet kunnen (of willen) betalen en hun kroost op persoonlijke titel aan mij te kennen geeft wanhopig te zijn van de jeuk en de luizenplaag. Luizafix is ook op andere plaatsen dan de apotheek verkrijgbaar; te weten bij: De Etos, Het Kruidvat, de Trekpleister en de DA drogist. Veel succes.

Dikke kus terug van Thea.’

De volgende morgen werd Thea via de huistelefoon gebeld door directrice Willy. Thea weet nog dat ze dacht:

‘Zo dat is rap; dat zijn we niet gewend van de staf van De Wielewaal. Zo direct.’

‘Thea’, begon Willy.

‘Willy’, antwoorde Thea.

‘Je weet dat Nelleke zwanger is?’

Juffrouw Nelleke was de parttime vaste invalster voor juf Marjolein in groep 5 van Walter voor anderhalve dag per schoolweek. Als ze tenminste aanwezig was, maar dan was er ook geen ontkomen aan haar kleurrijke uitstraling. Juffrouw Nelleke was een artistiek type, met tattoos, een rastakapsel, een ring door de neus en een ondefinieerbare klederdracht. Ze was een levend kunstwerk, maar daarom nog geen ongeschikte onderwijzeres. Tijdens haar zeldzame aanwezigheid was ze veelal goed geluimd, origineel en alert. In wezen was haar frequente absentie het enige dat op haar didactische aanpak aan te merken viel. Alhoewel beschikbaarheid eigenlijk best wel een cruciaal uitgangspunt voor een onderwijzeres is. En nu was juffrouw Nelleke dus zwanger. De allereerste echo van de vrucht hing aan het prikbord in het klaslokaal van groep 5. In het begin had Walter niet eens problemen met de foto op ooghoogte, terwijl hij op zijn plekje in de klas vlak bij het prikbord zat. Hij probeerde het plaatje gewoon niet te zien. In de loop van de daaropvolgende weken werd die bewuste negatie hem evenwel onmogelijk gemaakt door de dweperige reacties van de opperouders – en daarmee hun kinderen - op de afbeelding van het ‘ongeboren baby’tje van die scheppende juf Nelleke’. Hierdoor kon Walter niet anders dan zich herhaaldelijk, gedurende een onoverzichtelijke periode, meerdere keren per schooldag, aan de echo ergeren.

‘Wat is er zo speciaal aan een onscherpe zwartwit foto van het binnenste van de baarmoeder van juffrouw Nelleke? Ik zie geen baby’tje!’, deelde hij gepijnigd aan zijn vader mee in de hoop op begrip.

‘Stomme wijven’, gromde Bart instemmend en tot voldoening van Walter.

Voor het geval directrice Willy nog in onwetendheid over de recentelijke excentrieke uitingen van juffrouw Nelleke leefde, besloot Thea haar maar meteen van de echo aan het prikbord in groep 5 op de hoogte te stellen:

‘Ja, ik weet dat Nelleke zwanger is. Ze heeft haar eerste echo al op een prikbord in het klaslokaal van groep 5 opgehangen en daarmee mijn 9 jarige zoon Walter de stuipen op het lijf gejaagd.’

‘Mooi he!?’, zwijmelde Willy zonder enige consideratie met Walter.

‘Maar daar bel je niet voor?’, hoopte Thea.

‘Nee, ik bel voor de 5de ziekte.’

‘O, ik dacht voor de luizenmailtjes?’, zinspeelde Thea.

‘Luizenmailtjes?’

‘Ja, luizenmailtjes. Ik heb ze je allemaal doorgestuurd.’

‘Ow, maar ik ben nog niet aan mijn mail toegekomen vandaag.’

Uit beleefdheid wilde Thea niet nog een keer vragen wat dan wel de reden van het telefoontje van Willy mocht zijn en dus wachtte ze zwijgend af wat de relatie tussen haar kinderen, de zwangerschap van juffrouw Nelleke en de 5de ziekte dan wel wezen kon.

‘Ken je de 5de ziekte?’

‘Nooit van gehoord’, moest Thea toegeven.

‘Nou ik dacht dat jouw kinderen misschien met het virus besmet waren.’

‘Wat!’, schrok Thea.

‘Het is een onschuldig virus hoor. Althans voor kinderen. Maar niet voor zwangere vrouwen zoals Nelleke. Voor Nelleke kan besmetting met het virus in de eerste helft van de zwangerschap betekenen dat de organen van de foetus zich niet goed ontwikkelen. In de tweede fase kan Nelleke zelfs een miskraam krijgen als ze met het 5de ziektevirus in aanraking komt. Door jouw kinderen bijvoorbeeld. Ik ben ook van plan om aankondigingen op alle deuren en muren van De Wielewaal te hangen, zodat iedereen op de hoogte is gebracht.’

‘Waarvan?’

Meer kon Thea niet uitbrengen. Bij herhaling werd ze door een donderslag op De Wielewaal geraakt aan haar persoonlijke heldere hemel. Wat verafschuwde ze inmiddels de doffe weerpijn in haar bloedsomloop als reactie op het schoppen tegen haar fragiele gemoedsrust. Het knijpen van haar hart; de spastische bewegingen van haar luchtpijp en het draaien van haar maag. Hoezo waren haar kinderen besmet met dat 5de ziekte virus? Wat stond Thea nu te doen? Haar kinderen thuis houden van school? Moesten Sabine en Walter in quarantaine? Wie bewees trouwens dat ze dat mysterieuze 5de ziekte virus überhaupt bij zich droegen?  Nelleke kon het heen en weer krijgen met haar ongeboren kind. Waarom bleef Nelleke zelf niet gewoon officieel thuis van school gedurende haar zwangerschap? Aanstaande moeder Nelleke was sowieso bijna nooit op haar werk op De Wielewaal te vinden en de komst van een baby zou dat gegeven in de toekomst eerder verergeren dan verbeteren.

‘Ik ben verplicht om mijn personeel te beschermen tegen besmettelijke ziektes zoals  de 5de ziekte’, antwoordde Willy geduldig.

‘Hoe weet jij dat mijn kinderen de 5de ziekte hebben?’

‘Je moet de 5de ziekte maar eens opzoeken op google. Kinderen ondervinden geen ernstige gevolgen van het virus. Hoogstens een beetje verhoging en ze hebben uitslag. Vlekjes over het hele lichaam, maar die trekken binnen 14 dagen vanzelf weg zonder littekens na te laten. Jouw kinderen hebben alle twee vlekjes in het gezicht. Dat zag ik vanmorgen bij de ingang van de school.’

‘Ja, maar als mijn kinderen vlekjes in het gezicht hebben dan is de incubatietijd toch al verstreken? Dan zijn ze dus niet meer besmettelijk en is het kwaad al geschied’, concludeerde Thea automatisch.

‘Da’s waar’, aarzelde Willy.

Het leek wel of Thea iets te snel redeneerde voor het bevattingsvermogen van directrice Willy. Ze reageerde dusdanig traag dat Thea hardop bij zichzelf naging of de directrice geen spoken zag.

‘Welke vlekjes bedoel je eigenlijk? Ik heb niets bijzonders gezien aan Walter en Sabine vanmorgen bij het ontbijt.’

Het was stil aan de aan de andere kant van de lijn. Een veelzeggende pauze. Te oordelen naar de stemming vroeg directrice Willy zich waarschijnlijk af of ze moeder Thea met haar selectieve waarneming en haar 2 gevlekte kinderen nog wel serieus kon nemen. Na een paar tellen gaf Willy blijk van haar minachting:

‘Neem nou Walter. Zijn hele mond zit onder de uitslag. Dat moet je toch gezien hebben als moeder?!’

‘Ja, natuurlijk weet ik dat Walter last heeft van eczeem rond zijn lippen. Hij heeft zalf ter verzachting van de huisarts gekregen en de verzekering dat eczeem niet besmettelijk is. In samenspraak met Marjolein van groep 5 heb ik besloten om hem niet thuis te houden gedurende het genezingsproces, omdat hij dan onnodig veel te veel lessen zou moeten missen.’

Opnieuw nam Willy de tijd om te reageren, maar haar respijt had een andere lading dan haar eerste pauze. Ten langen leste kwam ze met de een vraag op de proppen die de inbreuk op de privacy van Bart, Thea en de kinderen alleen nog maar grover maakte.

‘Dus die eczeem is geen uitslag van de 5de ziekte?’

‘Dat denk ik wel’, wist Thea sarcastisch.

‘Huh!?’, bracht Willy verward uit.

‘Ik denk wel dat die eczeem geen uitslag van de 5de ziekte is’, verduidelijkte Thea.

‘En net loop je nog te roepen dat je nog nooit van de 5de ziekte gehoord had’, schamperde Willy.

‘Wedden dat ik gelijk krijg van de huisarts?’

‘En Sabine dan?’

‘Wat is er nou weer met Sabine?’, blafte Thea murw gemeierd en ze dacht:

‘Dit ga je niet menen!’

‘Sabine heeft ook vlekken in haar gezicht. Dat zag ik vanmorgen.’

Dat kon kloppen, want Sabine had inderdaad vlekken in haar gezicht. Maar niet sinds kort. Al vanaf haar geboorte. Ze was op de wereld gekomen door middel van een vacuümextractie, nadat ze langer dan normaal is voor een gangbare bevalling, klem zat in het geboortekanaal. Onder de bezielende leiding van de dienstdoende gynaecologe en een vroedvrouw had Thea zo heftig geperst dat het scheefgedrukte bolletje van haar dochter de uitgang miste en vervolgens de weg naar de buitenwereld blokkeerde. Ineens kampte Sabine met een zuurstoftekort. De bloeddruk van Thea alsmede de hartslag van Sabine namen af. Vanaf dat punt lieten de weeën van Thea het ook spontaan afweten en lukte het haar niet meer om te persen. Verontrust verplaatste de gynaecologe haar focus van de ruimte tussen de opgetrokken knieën voor haar neus, naar het vertrokken, gezwollen, bezwete, paarse gezicht van de getroffen vrouw in barensnood.

‘Voel je eigenlijk nog wel wat? Want je hoeft nog maar 1 keer te persen en dan is de baby buiten? Ik zie het hoofdje al!’

‘Ik voel helemaal geen aandrang meer’, pufte Thea.

Het plotselinge besef van de ernst van de situatie wervelde als een paniekvlaag  door haar uitgeputte lijf. Thea wist niet waar ze het zoeken moest. Het oncontroleerbare trillen van haar bovenbenen, als twee op hol geslagen elektrische drilboren, maakte haar wanhoop er niet beter op. De ongeboren Sabine zat muurvast in het geboortekanaal van Thea. Bart, de gynaecologe en de assisterende vroedvrouw hielden hun adem in. In de hoop het losgeslagen kwabberen van haar bovenbenen onder controle te krijgen, rechtte Thea haar rug. Verder lag alles stil. Vroeger zou er een tang aan de oplossing van deze noodsituatie te pas zijn gekomen. Het moderne alternatief is de vacuümextractie. Hierbij plaatst een gynaecolo(o)g(e) een zuignap in de schede op het hoofd van het ongeboren, vast gelopen kind. Om dit bij Sabine te kunnen doen moest de vagina van Thea worden ingeknipt.

‘Ja. Zo is het wel genoeg’, vond Bart irrationeel, terwijl hij zich afwendde.

Onthutst als hij was over het bloederige schouwspel rond het bekken van Thea. De protesten van Bart ten spijt, werd de zuignap op het kwetsbare hoofdje van Sabine aansluitend vacuüm gezogen via een luchtpijp aan een pomp. Een ruwe inwendige ingreep in het geboortekanaal dat aan de uitgang flink was vergroot met het chirurgische mes van de gynaecologe. Hierna kon Sabine in principe probleemloos uit de vagina van haar moeder worden geholpen; ware het niet dat de onoplettende gynaecologe het lichaamsgewicht van de ongeboren baby bijna anderhalve kilo te hoog inschatte. Door de hectiek van het moment suprême ging de gynaecoloog blindelings uit van de komst van een standaardbaby. In plaats daarvan was het voor alle betrokkenen toch beter geweest als de gynaecologe  ter plekke de patiëntengegevens van Thea nog even geverifieerd had. Zo moeilijk kan dat niet geweest zijn. Thea was tenslotte tijdens haar zwangerschap keurig netjes met een groeiende Sabine in haar buik op alle controle consulten bij dezelfde gynaecologe op komen draven. Echo’s en berekeningen van deze nalatige vrouwenarts hadden Bart en Thea allang op de komst van een lichtgewichtje voorbereid. De foute inschatting van de gynaecologe op het moment suprême had dus voorkomen kunnen worden. Nou weegt de gemiddelde pas geboren baby 3 ½  kilo. In het geval van Sabine was dat echter een kwart baby extra op de krachtmeter van de vacuüm pomp, want ze woog bij haar geboorte maar 2 kilo en 300 gram. Daar kwam ook nog bij dat het hoofdje van Sabine schuin vast zat tegen de geboorte-uitgang. Gevolglijk kreeg Sabine voor haar geboorte een zuignap scheef op haar hoofd en daarmee half op haar linkerslaap geïnstalleerd in plaats van bovenop haar kruin, zoals eigenlijk de bedoeling is bij een vacuümextractie. De zuignap vlak naast een oog is dus niet goed. Desondanks was dat precies de plek waar de vacuümextractie zich met de opslorpende kracht van een turbozuiger aan het flinterdunne babyhuidje van Sabine vastklampte.

‘Nou nog 1 keer persen en dan is de baby er!’, beloofde de gynaecologe.

‘Ja, ja, dat zeggen ze al de hele morgen’, steunde Sabine voordat ze diep inademde in afwachting van een perswee die wonderlijk genoeg, en een geluk bij een ongeluk, niet al te lang op zich liet wachten. Thea trok haar knieën naar zich toe, gooide haar kin op haar borstbeen en liet de laatste krachtinspanning met een oerkreet uit haar tenen komen. Gelijktijdig begon de gynaecologe vanaf nummer 3 af te tellen. Haar panische stemgeluid trilde in de zwangere atmosfeer toen ze bij het nulpunt aangekomen, met de robuuste ondersteuning van de vacuümextractie, Sabine met een weergaloze ruk uit haar benauwenis bevrijdde. Sabientje werd niet op de wereld gezet. Baby Sabientje werd  gelanceerd door de buitenproportionele kracht van de vacuüm pomp.

‘Ow wat een mooi meisje’, riep de gynaecologe geforceerd uit.

Thea zag geen mooi meisje. Ze voelde alleen kort de kille verwijdering van een deel van zichzelf die acuut overbrugd werd met een overweldigende symbiose van het begeerde leven tussen haar borsten. Als vanzelfsprekend was haar dochter de perfecte, onbevooroordeelde harmonie met de naam die in liefde was bedacht. Sabine. Na verwijdering van de zuignap had baby Sabine een punthoofd in zijwaartse richting en een zwarte plek ter grootte van een spiegelei verspreid over haar linker slaap en ooglid.

‘Ze heeft een afwijking naar links’, grapte de gynaecologe bloednerveus.

Ze was klaar met de hechtingen. Thea was behalve ingeknipt ook ingescheurd en voelde zich een leeggelopen uitgelubberde luchtballon, maar Sabine zette een ongelofelijke keel op en dat was het enige dat moeder wilde weten. Desondanks ontkwam Thea niet aan het zenuwachtige gedrag van de gynaecologe waaruit zelfs een autist op zou kunnen maken dat de geboorte van Sabine niet helemaal volgens de regeltjes was verlopen.

‘Die afwijking naar links da’s indoctrinatie’, dolde Thea nog, omdat ze dronken en verdoofd van geluk de immense pijn van daarnet al was vergeten en ze het slagveld tussen haar benen sowieso maar half had meegekregen.

Nadat Sabine 7 dagen in het ziekenhuis op de couveuse-afdeling had gelegen ter observatie, kwam de toenmalige huisarts voor het eerst op huisbezoek. Thea gaf Sabine juist haar rechterborst. De huisarts keek gebiologeerd toe. Hij was een man op leeftijd. Vroeger deed hij eigenhandig alle thuisbevallingen in zijn praktijk. Maar de tijden veranderen en tegenwoordig werd hij van hogerhand vanwege de werkdruk gedwongen om alle geboortes in zijn huisartsenpraktijk aan de vroedvrouw voor de thuisbevallingen of aan de gynaecologen voor het baren in het ziekenhuis over te laten.   Resteerde hem de voedingstafereeltjes tussen moeder en pasgeboren kind tijdens de sporadische kraambezoekjes die hij nog wel geacht werd af te leggen. Overduidelijk de krenten in zijn patiëntenpap. Thea was de schaamte voorbij na de borstvoedingslessen op de couveuse-afdeling waar iedereen met een witte jas de afgelopen dagen 1 of 2 van haar borsten beurtelings of tegelijk, weleens of meermaals had vastgehad. De ene keer om Sabine goed ‘aan te leggen’, de andere keer om de melkproductie te stimuleren en dan weer om een reden waar Thea, compleet murw betast, uit gewenning niet eens meer naar vroeg.

Zoetjesaan werd het tijd voor een boertje. Pas toen Thea de baby Sabine van haar borst naar haar schouder bracht en zachtjes op het ruggetje klopte, viel het oog van de huisarts op de zwarte inktvlek op de linkerslaap van Sabine. Hij zakte achterover in zijn stoel en kon zijn minachting voor het werk dat de betreffende gynaecologe had afgeleverd niet op stel en sprong verbergen.

‘Mijn hemel wat een prutser; je mag van geluk spreken dat hij er geen oog uitgetrokken heeft!’

Direct na zijn uitroep sloeg hij zijn hand voor de mond.  

‘De prutser was een zij’, verbeterde  Thea afgeleid.

Het zwarte spiegelei aan de linkerkant van het gezicht van baby Sabine werd in de loop van haar eerste levensjaar langzaam maar zeker donkerrood en resulteerde uiteindelijk in een verzameling fel rode vlekken. Volgens de kinderarts uit het ziekenhuis waar Thea bevallen was zouden de vlekjes vanzelf verdwijnen. Haar punthoofd was na een paar weken immers ook automatisch rechtgetrokken!? Baby’s, katten en zatlappen komen altijd op hun pootjes terecht. En zo niet dan konden Bart en Thea nog altijd verder kijken. Met andere woorden:

‘Je ziet maar!’

‘Zijn die vlekjes nou het gevolg van de vacuümextractie?’, vroeg Thea daarop knarsetandend.

Ze had een bloedhekel aan dooddoeners als:

‘We zullen wel zien’, in de trant van:

‘Anders smeert Sabine later als ze groot is en mooi wil zijn ze toch een beetje foundation op de vlekjes!?

‘Dat durf ik niet te zeggen’, antwoordde de kinderarts terughoudend.

Nadat hij de reactie van Thea gepeild had, trok hij fatsoen op zijn reserves.

‘We moeten maar zo denken; de geboorte had altijd nog erger kunnen aflopen’.

Uit frustratie gaf Bart zijn geheel eigen bijdrage aan de discussie:

‘Ja, maar voor hetzelfde geld had de bevalling ook goed kunnen gaan’.

‘Het is alleen de vraag of de fout in zo’n hypothetisch geval alleen bij het ziekenhuis ligt’, grauwde de kinderarts met een scheef oog naar Thea.

‘Nee hoor, ik weet wel zeker dat de fout niet bij mijn vrouw ligt, maar bij degenen die verantwoordelijk zijn voor hun eigen daden’, antwoordde Bart op ijzige toon.

De kinderarts wilde de afdeling neontologie van zijn ziekenhuis – en dientengevolge zichzelf - natuurlijk een juridische vervolging besparen. Maar Nederland is Amerika niet. Thea vroeg alleen om duidelijkheid. Misschien dat de huisarts, in tegenstelling tot de kinderarts, wat explicieter durfde te zijn? Hij had de gynaecologe vlak na de geboorte van Sabine een prutser genoemd. Toen durfde hij stelling te nemen. Twee jaar later was de huisarts de origine van de vlekjes van Sabine glad vergeten. Nog voordat Thea na binnenkomst in zijn spreekkamer met de kleine 2jarige Sabine aan haar hand, een klank had kunnen produceren ging de huisarts voor de kleine meid door de knieën en zoemde in op de linkerkant van haar gezicht. Aan Thea vroeg hij vol medeleven:

‘Wat is er met haar gebeurd? Is ze gevallen?’

Het zelfmedelijden van Sabine werd aangewakkerd door de imponerende aandacht van de geknielde huisarts pal voor haar neus. Zijn geplooide gelaat op een paar centimeter afstand van de rode vlekjes in haar aangezicht. De tranen sprongen in haar ogen. Later raakte Sabine vertrouwd met de vragen over en de interesse van vreemden voor de vlekjes aan de linkerkant van haar gezicht. Vanaf haar vierde jaar ongeveer wist ze de opmerkzaamheid van anderen zelfs regelmatig in haar eigen voordeel te gebruiken. Zo herhaalde een kassière in de supermarkt precies dezelfde vragen als de huisarts 2 jaar eerder over de vlekjes had gesteld. Het verschil was dat de zorgzame kassière zich niet indirect tot Thea richtte zoals de huisarts destijds wel had gedaan, maar de kleuter Sabine  rechtstreeks aansprak.

‘Och arme, wat is er met je gebeurd? Ben je gevallen. Arme meid?!’

Automatisch imiteerde Sabine de empathische gezichtsuitdrukking van de kassière, waardoor het kindersmoeltje een mega beklagenswaardige uitstraling kreeg, terwijl ze gewetenloos bevestigend knikte op de vraag of ze gevallen was. Ze loog niet eens. Ze was heus weleens gevallen in de loop van haar 4 levensjaren. De kassière liep over van compassie en stopte Sabine, zonder toestemming van Thea, een kingsize melkchocoladereep toe.

De kleuter Sabine was geen modepopje en de vlekjes boeiden haar niet. Maar ze bestonden wel en waren iedere dag zichtbaar aanwezig. Als Sabine bij verkoudheid of griep wit wegtrok dan vlamde de verzameling vlekken op als vers opgelopen schaafwonden in haar bleke gezichtje. Zodra ze zich opwond of huilde en rood aanliep dan vielen de vlekjes nog meer op door het schrille contrast van de verschillende roodroze en lilapaarse  kleurschakeringen in haar gezicht.

‘Ach, zolang ze er zelf geen last van heeft’, decreteerde de kinderarts van het consultatiebureau.

Ze zag er niet uit als iemand die zich bezig hield met uiterlijkheden. Niet uit principe, maar eerder omdat ze ontmoedigd was geraakt door haar eigen spiegelbeeld. Thea wist wel beter:

‘Sabine gaat er last van krijgen, straks als ze in de pubertijd is.’

Dus was ze vastbesloten om zich niet om te laten praten. De moderne techniek stond toch voor niets? Sabine moest van haar rode vlekjes af geholpen kunnen worden voordat de wankele tienerjaren vol zelftwijfels zich aandienden.

Maar de kinderarts van het consultatiebureau ging niet over pubers en over in haar ogen kennelijk banale uiterlijkheden.

‘Die vlekjes doen geen pijn en zijn verder niet schadelijk voor de ontwikkeling van Sabine. Zo ver ik in kan schatten gaan ze niet uit zichzelf verdwijnen en ik zou trouwens ook niet kunnen zeggen of ze überhaupt wel met behulp van plastische chirurgie verwijderd kunnen worden in Nederland. En zo ja, dan gaat een lieve duit kosten, want zoiets valt vast onder cosmetische operaties en die worden niet standaard vergoed door de ziektekostenverzekeraar’.

‘Het gaat niet over geld’, stelde Thea teleurgesteld.

Alhoewel ze het onbegrip voor cosmetische waardes van de gestudeerde mevrouw in kwestie uit ervaring had kunnen verwachten.

‘Nou, nou, poeh, poeh, zo erg zijn die paar vlekjes nou ook weer niet. Nogmaals; ze zijn niet pijnlijk. Je kunt je trouwens afvragen of de buitenkant wel zo belangrijk is’, beweerde de kinderarts wrevelig.

‘Dat kan, maar dat doe ik dus niet’, concludeerde Thea ontmoedigd.

De vlekjes in het gezicht van Sabine vielen nochtans wel degelijk op. En welke onaantrekkelijke inwoonster van deze planeet, naast de gefrustreerde kinderarts van het consultatiebureau, durfde verder nog, zonder een spier van haar getormenteerde smoelwerk te vertrekken, hard te maken dat uiterlijk niet belangrijk is in het leven zonder aan geloofwaardigheid te moeten inboeten?!  Toch werd Sabine niet gepest. Normale kinderen werken nog geen vlekjes weg en de opperouders van De Wielewaal gunden iedere jongen of – juist - meisje, met uitzondering van de eigen kroost, van harte een zichtbare aandoening in het gelaat. Wie zijn neus schendt, schendt immers zijn aangezicht. Zo werd de spoeling van eventueel concurreerde perfectie als vanzelf dunner. Alhoewel de kleuterjuf van Sabine op een dag nogal nerveus Thea aanklampte op het speelplein. Tijdens een val in de gymzaal had Sabientje waarschijnlijk haar gezicht geschaafd aan de bakstenen muur. De kleuterjuf had het ongeluk niet zien gebeuren, maar Sabine moest hard huilen en haar gezicht zat aan de linkerkant helemaal onder de rode vlekken. Als Thea de juf moest geloven tenminste. Rusteloos haalde ze zich dan ook allerlei rampscenario’s in het hoofd, totdat  Thea haar dochter na de val onder ogen kreeg en opgelucht steunde:

‘Er ia niets aan de hand. Die rode vlekken in haar gezicht zijn geen schaafwonden, maar onderhuidse bloedsuitstortingen die ze heeft overgehouden aan de vacuüm extractie bij haar geboorte!’

‘Oeps’, lachte de kleuterjuf: ‘Dat had ik even niet meegekregen.’

En dan te bedenken dat Sabine het schooljaar in groep 2 bij deze onoplettende kleuterjuf al praktisch afgerond had. En als de vlekjes in het gezicht van Sabine nou nog van dien aard waren geweest dat een ander ze in een eerste ontmoeting met het meisje makkelijk over het hoofd zou kunnen zien! Maar uit ervaring wisten Thea en Sabine wel beter. Bovendien had de kleuterjuf de vlekjes van Sabine inmiddels al wel op 150 schooldagen kunnen bezichtigen. Ze had haar kans gehad.

‘Nou dat schept weer een hoop vertrouwen’, dacht Thea weer een illusie armer.

Want de huisarts kon zich 3 jaar eerder ook al niet meer herinneren dat hij zich ooit over de vlekjes in het gezicht Sabine had uitgelaten. Had hij gezegd dat de gynaecologe een prutser was? Nou dat zou best kunnen. Hij zei zoveel. Hoewel hij een vrouwelijk gynaecoloog uiteraard een ‘prutster’ en geen prutser had moeten noemen.

‘Ha,ha,ha,ha’.

Wat een humor. Om nog meer complicaties te voorkomen dwong Thea zichzelf om te glimlachen en liet ze zich doorverwijzen naar een huidarts die de vlekjes in het gezicht van Sabine in ieder geval bij de naam kon noemen. Wijnvlekjes. En een kenmerk van wijnvlekjes is dat ze niet uit zichzelf verdwijnen. Een wijnvlek is een vaatafwijking oftewel een onderhuidse bloeduitstorting waarbij de bloedvaatjes onherstelbaar beschadigd zijn. Het woord ‘bloeduitstorting’ leek wat Thea betreft bijna onlosmakelijk met een te krachtig ingestelde vacuümpomp verbonden te zijn.

‘Hoe komt ze eraan?’, probeerde Thea maar weer eens voorzichtig.

Ze bleef bewust vaag over haar vermoedens. Richting vacuümextractie dorst ze inmiddels allang niet meer te hinten, omdat elke arts die tot nu toe met betrekking tot moeder en dochter geconsulteerd was, gegarandeerd dichtklapte bij iedere opmerking van Bart of Thea die maar enigszins in de buurt van een medische misser en de idee-fixe van de daaruit mogelijkerwijs voortvloeiende, giga schadeclaim kwam.

‘Wijnvlekjes kunnen erfelijk zijn, maar dat hoeft niet. De vraag is alleen niet hoe jullie dochter eraan komt; maar hoe ze van de wijnvlekjes af komt!?’, antwoordde de huidarts dus ontwijkend.

 

‘Dan rest mij nog maar één vraag’, stelde Thea met een stalen gezicht.

De huidarts spitste de oren. De spanning in de spreekkamer steeg.

‘Hoe komt Sabine van die wijnvlekjes af?’

Niet dat Thea nog erg veel vertrouwen had in eenduidige medische oplossingen voor haar problemen. Daarvoor waren de eerste 2 levensjaren van Sabine op ziekenzorggebied veel te rommelig verlopen. Door de dikdoenerij van beginnende artsen, assistenten in de specialistenopleiding en verpleegkundige stagiaires op het consultatiebureau was Sabine al onterecht gediagnosticeerd met een ruisend hartje en daarna bleek ze bij nader inzien toch geen heupdyslectie te hebben. De afspraak voor het afmeten van een spreidbroek kon op aanraden van een gediplomeerde specialist nog net op tijd worden afgezegd. Lamlendig geluld door alle lekenkennis en gevloerd van alle second, third en fourth opinions, onnodige röntgenfoto’s en andere medische onderzoeken van de kleine Sabine, hadden Bart en Thea geen geduld meer te verliezen met gelul in de ruimte. Er moest een consult met de grote huidarts himself komen of er ging vandaag nog waarachtig een schadeclaim de deur uit. Onzin natuurlijk, maar dat soort dreigementen voorkwam wel dat Bart en Thea wederom met een beginneling opgescheept werden. Zo’n vriendelijke student die de huidspecialist hielp met het wegwerken van de wachtlijsten, maar die daarom de rode vlekken in het gezicht van Sabine nog niet met zekerheid zou kunnen duiden. Dat smaakte op voorhand naar giswerk en Thea voelde de moed in haar schoenen zakken. Maar Bart was er klaar mee en refereerde naar zijn burgerrechten:

‘Wat is dat toch iedere keer? We spekken nondedieu maandelijks de ziekenkas met torenhoge premies. En dan heb ik het niet eens over het eigen risico. Maar een fatsoenlijke specialist is voor ons soort mensen kennelijk niet te krijgen’, bulderde hij.

Geïmponeerd sprong de assistent in de opleiding in de houding.

‘Ik kan wel even kijken of de specialist een momentje voor u heeft’, stemde hij nederig toe.

‘Het zou g.v.d. tijd worden’, gromde Bart dreigend.

De tweejarige Sabine verstopte zich achter het forse postuur van haar vader. Thea ging alvast in de vechthouding staan. Maar de verschijning van de huidarts nam alle wind uit de zeilen. Hij was de reïncarnatie van een gemoedelijke, leeftijdsloze dorpspastoor en straalde de bijbehorende soort rust uit. Vandaar die wachtlijsten natuurlijk. Hij nam uitgebreid de tijd om Bart en Thea over de rode vlekjes aan de linkerkant van het gezicht van hun dochtertje te informeren.

‘Het goede nieuws is dat wijnvlekjes onzichtbaar gemaakt kunnen worden. Met lasertherapie. Op de langere termijn, maar nu nog niet.’

De huidarts omvatte het bolle toetje van Sabine die engelachtig naar hem opkeek. Met een kromme, rimpelige duim streelde de dermatoloog over de wijnvlekjes op de linkerslaap, -wang en het ooglid van Sabine :

‘Als u wilt kunt u de vlekjes verbergen met mak-up of door middel van de haardracht. Bijvoorbeeld een lok.’

Hij richtte het woord tot Thea en verloste Sabine uit zijn greep. Zorgeloos kroop het meisje bij haar vader op schoot. Ongeduldig haalde Thea haar schouders op. Zulke korte termijn oplossingen kon ze zelf ook nog wel bedenken. Maar de dermatoloog was nog niet uitgepraat:

 

‘Pas als uw dochter in staat is om stil te liggen kan ze behandeld worden met de vaatlaser. De behandeling zal in stapjes verspreid over een tijdsbestek van circa 3 jaar worden uitgevoerd. Uw dochter wordt niet onder narcose gebracht. Door de frequentie van de afzonderlijke laserbehandelingen is het niet veilig om uw kind steeds een roesje te geven. Vandaar dat uw dochter oud genoeg moet zijn om onbeweeglijk de lasertherapie te kunnen ondergaan. Misschien kunnen we afspreken over een jaar of 8 als uw kleine meid ongeveer 10 lentes jong is?’

 

HOOFDSTUK 28

Er zit veel waarheid in het gezegde dat wie mooi wil zijn, pijn moet lijden. Nog voordat Sabine de leeftijd van 10 jaar had bereikt waren Bart en Thea al druk bezig met de onderhandelingen over de laserbehandeling van de wijnvlekjes in het gezicht van hun dochter. Het  enerverende voortraject van huisarts en verkeerde, veredelde schoonheidsspecialisten hadden ze zich achteraf kunnen besparen, want eindelijk kwamen ze toch weer via, via bij de bron terecht. Dat wil zeggen bij de afdeling dermatologie van het ziekenhuis waar Sabine ter wereld kwam en waar de vergrijsde huidarts ruim 7 jaar eerder eindelijk een naam durfde te geven aan de rode vlekken in het gezicht van Sabine. Het waren ‘wijnvlekken’. De geciteerde huidarts was inmiddels met pensioen, maar op de afdeling dermatologie van het ziekenhuis zaten de belegen gegevens van Sabine nog in het patiëntenbestand van de computer. Aldus kon Sabine  doorverwezen worden naar ene Dr. Ostertag en stond een oriënterend gesprek genoteerd. Sabine was eindelijk op haar bestemming beland. En dat na één, enkel simpel telefoongesprek met de aangewezen persoon! Dr. Ostertag was indertijd een autoriteit op het gebied van de vaatlaser. Meestal zijn Thea, en vooral Bart, niet zo onder de indruk van dat soort kwalificaties door derden. Je kunt roepen en vinden wat je wilt op het internet, maar in het geval van Dr. Ostertag moest haar vakbekwaamheid wel uniek genoemd worden, omdat niemand anders in Nederland zich op dat moment bezig scheen te houden met het laseren van oneffenheden van de huid. En na hun dwalingen in dermatologenland konden de ouders  van een meisje met wijnvlekjes in het aangezicht over de schaarste van behandelende laserspecialisten meepraten. Het enige excuus voor de bewandelde omwegen was de verhuizing van Bart en Thea naar een andere stad toen Sabine en Walter nog peuters waren. In de loop van de jaren ontstond automatisch een afstand met hun geboorteplaats, waardoor het stel niet meteen aan de gedateerde huidarts dacht in relatie tot zoiets futuristisch als een laserbehandeling. Daarbij hoorde in hun visie jonge, vooruitstrevende specialisten met asymmetrische kapsels en merkbrillen.

Niet dus. Althans Bart en Thea zijn ze niet tegengekomen tijdens hun zoektocht door het hele land naar een relevante dermatoloog of plastisch chirurg. Thea nam de telefonische consulten voor haar rekening en Bart en Sabine brachten uiteenlopende oriëntatiebezoekjes aan meer praktijken in Verweggistan dan het gezin lief was. Wat de meeste deskundigen betrof stond toch voornamelijk de vraag naar de vergoeding van het gebruik van de vaatlaser centraal. Je kunt maar prioriteiten hebben! Dr. Ostertag schaarde zich echter vanaf het eerste consult aan de kant van Sabine en haar ouders. Trouwens de vergoeding van de behandelingen was allang via haar praktijk geregeld met de ziektekostenverzekeraar. Wat niet automatisch inhield dat Dr. Ostertag in het wilde weg aan de slag kon gaan met de vaatlaser.

 

De wijnvlekjes van Sabine bepleisterden een kwart van haar gezicht aan de linkerzijde. Om het principe van de vaatlaser voor Sabine begrijpelijk te maken vertaalde Thea de wijnvlekjes als permanente bloeduitstortingen. Bloeduitstortingen op het lichaam  zijn roder dan de huid er omheen omdat de aders onder de bezoedelde plek veel wijder zijn dan de andere, normale, bloedvaten. Hierdoor stroomde er al vanaf de geboorte van Sabine uitgerekend op de plek van de wijnvlekjes constant veel te veel bloed door de aders; waardoor de rode kleur (hemoglobine) extra zichtbaar werd. De hemoglobine in de wijnvlekjes moest dus aangepakt worden. In etappes. Vanwege de impact van de laserstraling in de vorm van lichtflitsen die afzonderlijk met de intensiteit van een afgevuurde kogel op het gezicht van Sabine werden los gelaten. Dit met de bedoeling om de bloedvaten onder de wijnvlekjes te vernauwen  waardoor de hoeveelheid stromend bloed en daarmee het felle rood in de aders onder de huid van de wijnvlek door de laserenergie werd gestremd en gestold. Vervolgens voerde het lichaam uit zichzelf het gestolde bloed op een natuurlijke manier af. Op deze wijze werd de wijnvlek langzaam maar zeker, stapje voor stapje en lichtflits na lichtflits, onzichtbaar gemaakt en door de vaatlaser ten langen lesten helemaal opgeruimd.

De laserbehandelingen zouden uiteindelijk over een periode van 3 jaar uitgevoerd worden door Dr. Ostertag die erop stond om door Sabine bij haar voornaam – Judith - aangesproken te worden. Bart was bij elke behandeling op de achtergrond aanwezig en deed naderhand verslag aan Thea. Ook van de groeiende sympathie tussen het kleine, stoere meisje dat zich roerloos op de behandeltafel groot hield en een doortastende, kundige blondine van middelbare leeftijd met een Limburgs accent. Moeder van 4 opgroeiende kinderen; waarvan de oudste zoon in de leeftijd van Sabine.

‘Moeders komen ook in alle soorten en maten’, pufte Thea nog vol van bewondering, toen Bart haar op de hoogte bracht van die 4 détails in het privéleven van Dr. Judith Ostertag.

Per bezoek werden gemiddeld 15 laserflitsen op het gezicht van Sabine afgevuurd, hetgeen bloedstollingen in de vorm van diep zwarte verkleuringen van de bewerkte  plekjes opleverden. Een week lang zag Sabine er niet uit, maar na de laserbehandeling ging ze de dag daarop toch gewoon naar school. Sabine was kerngezond en in een tijdsbestek van circa 7 dagen had het lichaam het gestolde bloed dan ook  wel verwerkt, waardoor het resultaat van de meest recente behandeling zichtbaar werd. De wijnvlekken slonken zienderogen in de loop van de lasertherapie; terwijl de verzameling Happy Mael verrassingen in een grote rieten mand op de slaapkamer van Sabine in de loop van de tijd juist in omvang toenam. Drie jaar lang was Sabine in het herfst en winterseizoen namelijk niet alleen kind aan huis geweest bij het lasercentrum, maar ook bij de McDonalds aan de overkant. De counterboys en girls griezelden op een aandoenlijke manier over de zwarte plekken als direct gevolg van de laserbehandeling van Sabine en hielden de stapsgewijze verdwijntruc van Dr. Ostertag tijdens de jarenlange visites nauwkeurig in de gaten. De vele complimentjes nam Sabine opgelaten in ontvangst en ze liet zich telkens opnieuw in verlegenheid brengen als haar moed ter sprake kwam. Een paar counterdiehards bleven bij hun standpunt: Zij zouden het niet durven. Zo’n laserbehandeling vlak bij je oog. Zo zonder verdoving. Sabine gloeide van trots en ze hief haar kin fier de lucht in. Zij had niets om zich voor te schamen.

Feitelijk was het plannen van de afspraken iedere keer nog meer gedoe dan de laserbehandelingen op zich. Om te beginnen omdat Dr. Ostertag het apparaat niet het hele jaar door tot haar beschikking had staan. De laserapparatuur schijnt peperduur in de aanschaf en onderhoud te zijn. Vandaar dat lasertherapie in Nederland aanvankelijk nog zo’n speld in de dermatologische hooiberg was natuurlijk. De kostbare aanschaf van zo’n medisch apparaat moest optimaal ingezet en met collega’s gedeeld worden in de maatschap waarvan Dr. Ostertag mede-eigenaresse was. Bijvoorbeeld voor het wegwerken van huidkanker of het verwijderen van tattoos bij spijtoptanten. Huidlasertherapie is kennelijk veel meer dan alleen maar het vernauwen van bloedvaten voor de behandeling van wijnvlekjes. Inmiddels kan niemand meer om het belang van lasertherapie heen en zijn de behandelingen veel toegankelijker geworden in Nederland. Maar zelfs in de beginperiode was Sabine dus ook niet de enige kandidaat voor het laserapparaat. Daar kwam nog bij dat zij alleen in de herfst- en winterseizoenen behandeld kon worden vanwege de situering van de wijnvlekjes. In haar gezicht dat onoverkomelijk in de lente- en zomerzon aan verhoogde UV straling geëxposeerd wordt. Dit zou onherstelbare schade aan een zojuist behandelde plek hebben kunnen aanrichten. Voorzienigheid en competentie waren dus aan de orde van de lasertherapie, maar het resultaat is er dan ook na. Na de laatste laserfinesses heeft de 13jarige Sabine sinds kort een vlekkeloos gezicht. Dr. Ostertag is een heldin. Zij verdient eeuwige roem.

Een dergelijk eclatant succes had Thea natuurlijk onmogelijk kunnen voorzien aan de vooravond van het lasertraject en aan de telefoon met directrice Willy Bakbruin van De Wielewaal die zeurde over één of andere 5de ziekte in relatie tot de toen nog volledig zichtbare wijnvlekjes in het gezichtje van de 10jarige Sabine. Woedend was Thea op Willy. Een directrice van een basisschool hoeft natuurlijk niet op de hoogte te zijn van alle medische wetenswaardigheden over elke leerling. Dat zou geen reële eis zijn. Toch had Willy wel even de kleine moeite kunnen nemen om zich nader  in het eczeem van Walter en de wijnvlekjes van Sabine te verdiepen alvorens de moeder in kwestie telefonisch te intimideren met indianenverhalen over besmetting met één of ander 5de ziekte virus. Thea voelde zich bij voorbaat al onbegrepen door het denkbare verweer van de opperouders. Haar fantasie ging met haar op de loop. De vijand deed Thea al verstommen in haar toorn; voordat ze überhaupt begonnen was met van zich af te bijten. Ze hoorde de opperouders in gedachten al ageren.

‘Waarom ben je nou zo boos Thea? Willy mag je toch wel vragen waar de vlekjes in de gezichten van jouw kinderen vandaan komen? Die vreemde rode vlekken aan de linkerkant van het gezicht van Sabine en de schurftige plekken rondom de grote mond van Walter? Wij staan faliekant achter haar. Willy Bakbruin is helaas, pindakaas en sinterklaas wel directrice van een basisschool. Elk verhaal heeft 2 kanten. Jouw versie en onze waarheid! Dat moet je niet vergeten Thea! Willy heeft de plicht om pijnlijke vragen te stellen ter bescherming van de andere kinderen en natuurlijk van Juf Nelleke met een baby’tje in haar buik. Denk je soms dat alleen jouw kinderen belangrijk zijn Thea? En Thea; jij weet ook niet of er nog andere mama’s rondlopen die op De Wielewaal besmet zijn door kinderen die het virus bij zich dragen. Waarschijnlijk jouw kinderen! Want waarom ook niet? Wil jij dan al die misvormde baby’s en miskramen op je geweten hebben? Nee toch?’

Bezweet schrok Thea wakker uit een nachtmerrie. Ze schoot rechtop in bed en woelde door haar verwarde kapsel. Ze was zojuist ontsnapt uit een slechte griezelfilm. Ineens moest ze aan de onsterfelijke uitspraak van John Cleese in de film Clockwise denken:

‘It is not the despair, I can take the despair. It is the hope.‘

‘Ik ben gewoon flabbergasted oftewel confuus!’, legde Thea aan haar slaapdronken spiegelbeeld in de badkamer uit.

Hoewel confuus eigenlijk een eufemisme was voor haar gemoedstoestand in relatie tot de permanente confrontaties met de chronische stupiditeit van de opperouders en het overgrote deel van het onderwijsteam op De Wielewaal. Uit pure verdwazing kon Thea de directrice van de basisschool van haar kinderen ter afsluiting van het telefoongesprek alleen nog maar stoïcijns van repliek dienen.

‘Ik weet zeker dat de wijnvlekjes in het gezicht van onze dochter van tien jaar en het eczeem rond de lippen van onze negenjarige zoon geen gevaar vormen voor de ongeboren vrucht in de baarmoeder van juffrouw Nelleke; goedemorgen mevrouw Bakbruin’, stelde Thea met klem, om vervolgens de telefonische verbinding te verbreken zonder de reactie van directrice Willy Bakbruin af te wachten.

Daarna kon ze het niet laten om de directrice van De Wielewaal alsnog te verwensen. Dwars tegen de stilte na het abrupt beëindigde telefonische contact in, riep Thea tegen dovemansoren naar haar mobiel:

‘Neem er nog eentje op het leven, lamloeder!’

Gelukkig bleef juffrouw Nelleke gewoon zwanger en een week of 3 thuis van school. Dat laatste lag in de lijn van het komen en gaan van parttime juf Nelleke uit groep 5. Tot vreugde van Walter vulde Juffrouw Marjolein de gaten in de werkweek van haar zwangere collega op. In die periode besloot Walter onverwacht om de directrice van De Wielewaal aan te spreken op haar onjuiste diagnose van de uitslag rond zijn lippen. Op een morgen stond Willy al voor de 2de keer die maand voor de ingang van de school. Haar verschijning op de speelplaats was op zich al een zeldzaamheid, waar de directrice, wat Thea betreft, geen gewoonte van moest maken; maar een 2de keer in amper 4 weken was opzienbarend. Met een vies gezicht loerde ze slinks naar het eczeem van Walter. De hele omtrek van zijn kaaklijn was nog steeds vergeven van de hardroze schilferige plekken met bultjes en blaasjes. Voor alle duidelijkheid.

‘Eczeem is niet besmettelijk!’

Walter wond er geen doekjes om. Meester Joep van groep 6 van Sabine stond in de buurt van Willy op het schoolplein te ijsberen. Hem nam Walter ook even mee in zijn stellingname. Hij hoorde Walter met een half oor aan, terwijl hij een smileybeker met stomende thee omvatte. Geduldig  legde Walter aan directrice Willy Bakbruin en meester Joep uit dat eczeem dus niet besmettelijk is en dat wijnvlekjes, in die tijd nog ongelaserd aanwezig in het gezicht van zijn zusje, net zo goed niet overdraagbaar zijn. Beteuterd hoorde Willy hem aan, terwijl ze haar walging voor de opzichtige eczeemplekken om de bewegelijke mond van Water tevergeefs probeerde weg te slikken. Haar ademsappel sputterde tegen.  Thea stond zich op een afstand te verbijten.

‘Dat weet ik wel hoor vent’, bekende Willy enigszins schuldbewust toen Walter zijn verhaal gedaan had.

Er viel vanalles op haar invulling van de leidersrol van De Wielewaal aan te merken, maar met kinderen kon ze steevast hartverwarmend en wonderwel overweg. Leerlingen die voor straf naar haar kantoor werden gestuurd kregen naar verluid een goedaardig standje gevolgd door een knipoog met een glaasje Ranja. Ze had gewoon de onderwijzeres moeten blijven die ze in de jaren voor haar promotie tot basisschooldirectrice geweest was. Meester Joep daarentegen was minder gecharmeerd van de betweterigheid van Walter. Opzichtig keerde hij zich van de wijsneus af door zogenaamd een speelse schijnboksbeweging van een klasgenootje van Sabine uit zijn groep 6 te ontwijken. Zijn revanche was een kungfutrap terug in lucht. Op een haar na mistte hij de schouder van Walter die reflexmatig dekking zocht met zijn hoofd tussen zijn ellenbogen. Beduusd maakte Willy pas op plaats. De kokend hete thee van Joep gutste over de rand van de beker en over zijn linkerhand. Met een van pijn vertrokken gezicht nam hij de beker rechts over en wapperde driftig dampende druppels en een rooksliertenspoor van zich af in het mistige ochtendkrieken.

‘Rustig aan Joepie!’, kirde de moeder van Kasper.

Kasper was de naam van het kwieke mannetje dat meester Joep ten koste van Walter had begroet. In het voorbijgaan wiebelde de moeder van Kasper wulps met haar welgevormde achterwerk. De moeder van Kasper was een schoonheid. Daar viel weinig op af te dingen, want ze leek op een fotomodel van een postorderbedrijf. Zulke dames en heren kunnen  beroepsmatig niet anders dan allround aantrekkelijk zijn voor een groot consumentenpubliek. Gezien haar leeftijd paste de moeder van Kasper eigenlijk nog het beste in de categorie van een Tenalady. Zo’n opgekalefaterde, fotogenieke 50 plusser die op de webshop of in de catalogus van, bijvoorbeeld, de Wehkamp liet zien hoe onzichtbaar een merkluierbroekje voor dames op leeftijd wel niet was. Verborgen onder een combinatie uit de meest recente kledinglijn van het huis in kwestie uiteraard.

‘Vochtverlies hoeft geen probleem te zijn voor uw bewegingsvrijheid!’

Haar nieuwe uitrusting bleef ze verder het hele seizoen onveranderd afdragen met de bedoeling om met haar opgepimpte femme fatale look meester Joep of, bij gebrek aan beter, Jeewee om haar bochtige vingertjes te winden. Bochtig omdat alles aan het uiterlijk van de moeder van Kasper loog over haar leeftijd. Alles behalve haar rimpelige handen wiens jaarringen de tijd van Thea zelfs overstegen. Los daarvan stond sowieso onomstotelijk vast dat de moeder van Kasper ouder was dan Thea. De betrouwbare bon was het vriendenboekje dat Kasper ooit aan zijn klasgenoot mee gaf en dat Sabine vervolgens kwijt raakte. Thea vond het terug onder het bed van haar dochter tussen 6 verschillende, gedragen sokken, een lading stof en een handvol legpuzzlestukjes. Na zo’n sokkenvangst wordt de plotselinge mismatch van menig paar voor, na of tijdens een beurt in de wasmachine toch een stuk minder raadselachtig. Maar dat terzijde. Voor de zekerheid bladerde Thea het hervonden vriendenboekje van Kasper door om te controleren of  Sabine in al die tijd dat het album in haar bezit was, tenminste vast een beginnetje gemaakt had voor een eigen bijdrage. Wie weet was er door Sabine al een  persoonlijke vraag beantwoord; een illustratie geknutseld; en of een selfie gekopieerd en in het vriendenboekje geplakt. Niet dus. Al speurend belandde Thea zo bij 2 pagina’s met vriendenvragen die in een krullerig meisjeshandschrift – met hartjes waar eigenlijk puntjes horen te staan - beantwoord waren door de mama van Kasper. Haar naam was Moira en ze was 4 jaar eerder dan Thea op de wereld gekomen. Dat stond genoteerd. Ze was een halfbloedje. De opa van Kasper was een Spanjaard. Nou die warmbloedige genen hadden hun bestemming in het mysterieuze uiterlijk van Moira niet gemist. Moira schreef in het vriendenboekje van haar zoon dat ze van huis uit erg hartstochtelijk was aangelegd. Maar in feite sprak haar bekende hang naar avontuur en opwindende dingen voor zichzelf. Haar lievelingsdieren waren stieren. Moira was idolaat van Spaans eten en haar leukste vakantieland liet zich raden. Spanje natuurlijk! Uit liefhebberij danste Moira weleens de Flamingo. Ze had ook Spaans gestudeerd. Toen Moira nog getrouwd was met de papa van Kasper en zijn grote broer Bob, verbleef mama gezellig dag en nacht thuis. Sinds de papa en mama van Kasper en Bob als vrienden uit elkaar waren gegaan, werkte Moira echter 2 dagen in de week bij de Speelotheek in de wijk van De Wielewaal. Spannend hoor.

Bob, de 12jarige oudste broer van Kasper uit groep 6, zat in de 8ste klas bij Jeewee. Dientengevolge had Moira het schooljaar van haar leven. Zodra ze de kans kreeg dan hing ze gerechtvaardigd om 1 van de 2 meesters van haar 2 zonen heen. Qua leeftijd was het duo Jeewee en Moira nog wel te doen, maar de 25 jaar jonge meester Joep had haar eerstgeborene kunnen zijn. Dat mocht voor Moira evenwel de pret niet drukken. Ze kwam helemaal los tijdens de dagelijkse breng en haalmomenten op de basisschool van haar 2 zonen en flirtte met Jeewee en Joep dat het een lieve lust was. Op Valentijnsdag lieten haar jongens, in opdracht van hun moeder, ieder ongemerkt een verrassing op de lessenaars van hun meesters achter. Aan het sierlijke vrouwenhandschrift op een aangehecht kartonnetje aan een netje met suikerhartjes op zijn bureau herkende meester Joep de afzender. Met name aan de handgeschreven hartjes in plaats van puntjes. Blij verrast sprintte hij de klas uit en haalde Moira in de gangen van De Wielewaal net op tijd in om haar uitvoerig met bedankjes te overladen. Drie kusjes op de wang en een knuf.

‘Ik dacht al wel dat jij erachter zat’.

Schamper lachend bekeek Jeewee de tortelduifjes. Hij stond in de deuropening van het klaslokaal van groep 8 en woog een soortgelijk netje met suikerhartje in de palm van zijn hand. Dit keer had Joep gewonnen, maar zijn tijd kwam nog wel. De 2 mannen speelden Peppie en Kokkie; de Dikke en de Dunne; Bassie en Adriaan en de kinderen van De Wielewaal genoten van het spel. Van het vallen en opstaan en de goedhartige concurrentiestrijd. Jammer alleen dat de trofee de spelregels steeds met voeten bleef treden.

Sabine had voor de combinatieklas, in de groepen 3 en 4, ook al bij Kasper in de klas gezeten. In groep 4 was Sabine in de ban van het knappe, ondernemende ventje geweest. Ze wilde niets liever dan na school met Kaspertje afspreken, maar Moira hield de boot heel nadrukkelijk af. Ze nam Sabine net buiten het klaslokaal van groep 4 apart bij haar schouders en tuurde diep in haar ogen onder begeleiding van een langdradig verslag van het druk bezette rooster van haar Kaspertje. Er waren nog zoveel meer gegadigden voor een robbertje spelen dan Sabine. Bij de gratie van Moira mocht Sabine eventueel onderaan een imaginaire wachtlijst. Tot grote blijdschap van Thea trok Sabine op dat punt een grens. Een wachtlijst – al dan niet denkbeeldig - kwam haar eer te na. En de moeder van Kasper werkte op haar zenuwen.

‘Toch een dochter van haar moeder, gelukkig’, constateerde Thea tevreden.

Dan maar niet. Geen hand vol, maar een land vol. En net toen Sabine zich had neergelegd bij haar onbeantwoorde affectie, stond Kasper op het nippertje, van het ene op het andere moment, een hele woensdagmiddag  tot haar beschikking. Moira moest onverwacht invallen in de speelotheek en Kasper weigerde om zijn moeder nog langer naar haar werk te chaperonneren. Hij wilde niet wéér met hetzelfde speelgoed spelen. Op zich een begrijpelijk bezwaar van een 8jarig kind natuurlijk, maar er was wel meer dat Kasper niet wilde. Namelijk; niks. Niks en alles. Kasper wilde niks en alles en dan voornamelijk met het oog op het speelgoed van Walter. De x-Box, de Playstation 1, 2 en 3, de Wii, de Nintendo; Kasper wilde het allemaal. Maar geen ‘meidengames’ zoals dieren verzorgen of zelf kleding ontwerpen. Ofschoon Sabine met haar vriendje Ronnie normaliter uren  verspeelde met haar eigen meidengames. Nu, met Kasper, moest Sabine steeds toestemming aan haar jongere broertje vragen. Of ze een racegame mocht lenen of een vechtspel? Walter stemde gereserveerd toe. Hij had met Tim afgesproken en de beide jongens konden niet uit de voeten met Kasper. Tot groot ongenoegen van Kasper. Sabine had de racegame nog niet op de Wii geïnstalleerd, of Kasper wilde ineens buiten spelen.

 

‘Want ik heb buitenlucht nodig; en jij ook’, bepaalde hij voor Sabine met een scheef oog naar Thea die hoofdschuddend aan de keukentafel een klant van Huiswerksterk verder hielp.

Twee minuten later stond het tweetal weer voor de neus van Thea. Kasper moest eten. Een kadetje met vissticks. Chop, chop. Het was maar goed dat Tim, Walter, Sabine en de student van Huiswerksterk ook wel oren hadden naar een hartig tussendoortje. Anders had Thea niet voor zichzelf ingestaan. Enfin, vooruit maar weer, waarom ook niet? Alsof Thea niet al genoeg te doen had. Het resultaat van haar kookkunsten vond allicht gretig aftrek. Bij iedereen, behalve bij Kasper. Zijn kadetje met vissticks bleef onaangeroerd op het aanrecht staan. Aan zijn bestelling had een blaadje sla en een tomaatje ontbroken.

Niet lang na zijn memorabele speelbezoekje aan Sabine werd Kasper ernstig ziek. Hij had zware longontsteking, of de toentertijd heersende Mexicaanse griep of iets anders. De artsen tastten in het duister en Thea voelde zich ellendig en begaan met Moira die zich in het begin van de ziekenhuisopname van Kasper toch nog iedere dag op het speelplein vertoonde om Bob van school af te halen. Ze was gehuld in een ondoordringbare cocon van ongeloof en verdriet. Thea moest zich geweld aandoen om de moeder van Kasper aan te spreken met de beste wensen en goede bedoelingen. Juist omdat ze Moira zo gevoelloos en vooringenomen had weggezet als een kakmadame en daar ze Kasper eigenlijk – nog steeds - een pestventje vond. Niemand verdient immers de gruwelijke confrontatie met een vage ziekte met mogelijk een dodelijke afloop. 

Het duurde 2 maanden voordat er verbetering optrad in de toestand van Kasper. Al weken lang verscheen Moira niet meer op het speelplein. Ze logeerde in het plaatselijk ziekenhuis bij haar jongste zoon. Haar oudste jongen werd intussen opgevangen door haar ex-man die duidelijk nog in een aftershock leefde.

‘Weten de artsen al wat hij nou mankeert?’ vroeg Thea uit welgemeende interesse.

‘Nee, maar het was niet de besmettelijke Mexicaanse griep als je dat soms nog mocht denken’, beet de vader van Kasper haar agressief toe.

Onaangenaam verrast trok Thea zich terug uit het groepje ouders dat zich om de vader van Kasper geschaard had. Met de staart tussen haar benen droop ze af en vond beschutting tegen een omheining met een bladerenafdak van een laaghangende treurwilg aan de andere kant van het speelplein. Jenny, de moeder van Tim, maakte zich ook los van het klutje opperouders en vond Thea met de rug tegen de muur. 

‘Hij is verzekeringsarts, wist je dat niet?’, verduidelijkte Jenny die vaker met Moira optrok. 

‘Nou en? Mag hij mij daarom op die manier wegzetten?!’

‘Nee, natuurlijk niet, maar je begrijpt  toch wel dat hij er doorheen zit. Hij heeft nogal niet wat meegemaakt de afgelopen maanden met Kasper.’

‘Dat snap ik, maar ik ben niet de vijand hier. Ik heb nooit iets gezegd over de Mexicaanse griep’, protesteerde Thea meer in zichzelf dan tegen Jenny.

‘O, nee? Dat is anders niet wat ik gehoord heb’, grapte Jenny plagerig.

Thea was niet in de stemming voor die flauwekul.

‘Wat heb jij dan gehoord?’

‘Dat jij bang was dat Kasper besmet was met de Mexicaanse griep en dat hij, vlak voordat hij werd opgenomen, tijdens zijn laatste speelbezoekje bij jouw thuis Walter, Sabine en mijn Tim zou hebben aangestoken.’

‘Zegt Moira dat?’, vroeg Thea defensief.

‘Wat doet het er nou toe Thea, wees blij dat jouw angsten niet zijn uitgekomen!’, badineerde Jenny.

‘Ik heb iets dergelijks niet over de Mexicaanse griep beweerd, Jenny’, benadrukte Thea stellig.

Zuchtend keerde Jenny zich van Thea af. Over haar schouder luidde ze haar aftocht in.

‘Het zal wel weer, wat kun jij je toch sappel maken om niks Thea, echt.’

Weken later verscheen Kasper weer regelmatig op basisschool De Wielewaal. In het begin nog bijgestaan door een bedillerige moeder Moira en in een rolstoel, maar hij was hoe dan ook terug in het land der levenden. Hoe langer hoe meer als zijn oude, irritante zelf. Anders gezegd; hij knapte zienderogen op, ondanks de reserves van zijn moeder die steeds minder aandacht op het speelplein voor haar post traumatisch stress syndroom wist te generen. Ze viel in herhaling over het ziekteverloop van Kasper en haar gelamenteer begon te vervelen. Kasper was er nog. Het drama had een goede afloop. Wat was dan nu nog het probleem van Moira?

 ’s Ochtends bij de kapstokken naast groep 4 nam ze theatraal afscheid van Kasper met niet te missen instructies aan juffrouw Dorien van groep 4. Juffrouw Dorien hield elke ochtend ouderontvangst voor de deur van haar lokaal alwaar ze de noten op de zang van moeder Moira met afnemende interesse las. Daarmee verschoof het dweperige gedrag van juf Dorien richting mama Moira – toch een opperouder - zienderogen van intens medeleven naar pure onverschilligheid. Moeder Moira moest eerst maar weer eens terug in het gareel. Over groepsdynamiek gesproken. Thea kreeg bijna medelijden met de moeder van Kasper.

Ook wat Kasper betreft won de houding van juffrouw Dorien op de lange termijn nou niet bepaald de schoonheidsprijs. Kasper was voor zijn ziekte ook al een aandachttrekkertje, maar tijdens zijn herstelperiode kon met hij met recht een op hol geslagen, overgewaardeerde entertainer genoemd worden. Het achtjarige kereltje zette alles op alles om op te vallen na zijn terugkeer in groep 4. Hij was vermoeiend met zijn slechte imitaties van BN’ers; zijn flauwe moppen die bij iedereen allang bekend waren; en zijn grote mond met bijdehandte uitspraken die niet lollig, maar pijnlijk en op het randje waren.

‘Doe normaal Kasper’, viel juffrouw Dorien ten einde raad tegen Kasper uit, omdat hij zijn schoenen aan zijn handen geschoven had en zogenaamd braaf, met de armen over elkaar, achter zijn bankje zat te wachten op de aanvang van de lessen en het vertrek van de ouders.

‘Niet op reageren!’, luidde de onuitgesproken algemene regel.

Tot dat onverwachte moment waarop Moira ineens hardop in een hysterisch snikken uitbarstte met gierende uithalen. Diagnose aftershock! Zomaar plomp verloren in de gangen van De Wielewaal, maar wel toevallig pal voor de geopende deur van de toenmalige groep 6 van haar oudste zoon Bob met, jawel, meester Jan-Willem voor de klas. Thea kan zich nog moeiteloos het beeld van een terugdeinzende Jeewee voor de geest halen. Met een klap kreeg Moira de deur van groep 6 van meester Jan-Willem in haar betraande gezicht. Het was hoog tijd. Jeewee ontmaskert!

Een pijnlijk tafereel vond Thea toen. Ze kende Jeewee nog niet, maar nam zich voor om dergelijk onbehouwen gedrag niet te pikken mocht 1 van haar kinderen in de toekomst ooit bij deze botterik in de klas komen. Ze was meester Gijsbert van Walter in groep 3 uit die periode bijna tijdelijk aardig gaan vinden in vergelijking met de pummel in kwestie. Maar bijna was nog niet helemaal en maar van korte duur.  Pas later leerde Thea het voorval te zien voor wat het was. Jeewee werd gestalkt door gestoorde vrouwen als Moira. Zodra ze de kans kregen dan eisten dit soort wellustige grootjes overal en altijd de volledige aandacht van slachtoffers als Jeewee op.

‘Eigen schuld, dikke bult in het kruis van je spijkerbroekje’, vond Thea.

Moest Jeewee zich maar eens over zijn angst voor volwassen vrouwen heen leren zetten. Of een ander beroep kiezen met alleen maar mannen onder elkaar. Thea stond op het punt om Moira in haar armen te sluiten. Het was onmenselijk om haar verstoten van enig teken van medeleven, te midden van de ontwijkende opperouders in de gangen van De Wielewaal, te laten uitbulken. Goddank dacht de moeder van Kees kennelijk hetzelfde over pestgedrag als Thea en was zij net iets sneller binnen het bereik van het schokkende lijf van Moira beland. Het was ook beter zo, want de moeder van Kees behoorde net als Moira tot de orde van de opperouders. Toch was het luisterend oor van Thea - samen met nog wat uithuilschouders van een handje vol andere goedmoedige buitenstaanders – ten langen leste  het enige schrale alternatief voor de Oost-Indisch doof geworden opperouders.

‘Ben je er nou achter wat Kasper eigenlijk gemankeerd heeft?’, probeerde Thea nog maar een keer.

‘Wat doet dat er nou toe?’, vond een andere moeder.

‘Waarom wil niemand dat toch weten!?’, riep Thea vertwijfeld uit.

Moira wierp haar hoofd in de nek en snoof:

‘Hij mankeerde te veel om op te noemen.’

‘Niet iets specifieks bedoelt ze’, legde weer een andere moeder aan Thea uit.

‘Verschrikkelijk lijkt me dat’, fleemde de eerste moeder die zo nadrukkelijk had beweerd dat een diagnose er niet toe deed.

‘Ja, het was verschrikkelijk’, moest Moira toegeven en aangemoedigd door de onderdanige oogopslag van de haar omringende moeders – op Thea na – vervolgde ze theatraal:

‘Toen Kaspertje in het ziekenhuis lag en ik samen met mijn hartendief van 8 jaar de dood in de ogen keek; toen voelde ik me zo machteloos en alleen als een verstoten Indiase uit een stam in Afrika. Ik voelde dat hij bijna stierf; vast gekoppeld aan allerlei buisjes, met ontelbare draden verbonden aan mysterieuze apparaten. Er borrelde een intense behoefte in mij op. Een oerinstinct en de artsen moesten mij keer op keer ervan weerhouden om mijn spookje uit zijn ziekenhuisbedje van alle medische machines los te rukken. Met alle kracht in mijn uitgehongerde en getergde lichaam moest ik elke dag, maanden lang de behoefte onderdrukken om mijn Kaspertje tegen mijn hart aan te houden. Het allerliefst wilde ik met hem vluchten. Weg, ver weg op mijn blote voeten in een donker bos.’

‘Waarom vluchten op je blote voeten in een donker bos? Trek gewoon eerst even een paar schoenen aan joh’, flapte Thea eruit voor ze had nagedacht.

‘Dat hoort zo in Goede Tijden Slechte Tijden, vandaar’, verhelderde Bart naderhand.

De foute vraag van Thea aan Moira overschreed de finish van het pijnlijke spanningsveld tussen de twee tegenpolen. Thea had afgedaan voor Moira. Thea was een gevoelloze bitch. En alles bijeengenomen schreef Thea, op haar beurt, de moeder van Kasper af als zo’n ‘ondoorgrondelijke’ vrouw. Van het type dat vatbare ex-mannen – meestal verwikkeld in een vechtscheiding – unaniem verwensen in hun stamcafé. Maar waarvoor ze uiteindelijk zonder uitzondering in een andere uitvoering toch weer genadeloos recidiveren. Wat Thea betreft moest Moira de aandacht die ze ontbeerde maar bij die weekdieren gaan opeisen. Moira en haar zoon hadden geen boodschap aan het medeleven van een buitenstaanster als Thea en andersom was zij het tweetal ook liever kwijt dan rijk. Als dat tenminste een reële optie geweest zou zijn, want voordat Thea het goed en wel in de gaten had werd ze op de speelplaats tijdens het wachten wederom als vanouds bijna door Kasper op zijn skatebord van haar sokken gereden. Thea liet zich echter niet meer piepelen. Kasper kwam toch nooit meer spelen. Aangemoedigd door Sabine zou ze hem niet meer binnen laten. De vriendschap van haar dochter had hij verspeeld met zijn pipopose. Kasper was en bleef een geval apart. Een gezond geval apart. Dat dan intussen – Godzijdank - weer wel.

Moira hield andere moeders met argusogen in de gaten, want volgens haar innerlijke spiegeltje, spiegeltje aan de wand, was ze natuurlijk al jaren niet meer waarlijk de mooiste van het land. Maar in vergelijking met de mollige, haveloze Thea die haar schoonheid kon dragen, won Moira op alle punten – van uitstraling tot uiterlijk - vond ze zelf. De immer aanwezige fascinatie van Jeewee voor de moeder van Walter en Sabine was dan ook een doorn in haar oog. Moira voelde en zag Jeewee verstommen mocht Thea toevallig, nonchalant passeren in de gangen of op het speelplein van De Wielewaal. Moira begreep echter de vluchtdrang niet die de oude meester Jeewee sinds de combiklas van Sabine bij Thea opriep. Thea snapte zelf niet eens precies waarom zij steevast haar pas versnelde met de ogen van Jeewee in haar rug. Haar intuïtie vertelde haar waarschijnlijk van meet af aan dat ze beloerd en opgejaagd werd door Jeewee. Ook al was hij na zijn glorierijke jaar in de  combiklas met Sabine gepromoveerd naar groep 8. Thea was en bleef zijn  muze. Een idee-fixe van Jeewee. Los van de ware Thea die zich onmachtig voelde. Het was te laat om nog een  bivakmuts over haar smoelwerk te trekken of om zich in een vormeloze overal te hullen of niet. Jeewee had Thea uitverkoren en daarmee basta.  Ergo; sedert de overplaatsing van Sabine naar de complete groep 6, staarde ook Moira, al dan niet samen met Jeewee, Thea geheid na zodra de mogelijkheid zich voordeed. Jeewee gluurde in vervoering. Moira tuurde de moeder van Sabine en Walter na in de hoop ooit nog eens te ontdekken wat er in de ogen van een man van haar kaliber kennelijk zo uniek en begeerlijk aan Thea was.

 

‘Persoonlijkheid genereert leeftijdsloze begeerlijkheid’, reciteert Bink, terwijl hij proost.

‘Dat is jouw lijfspreuk neem ik aan?’, schampert Thea.

‘Zo’n devies zou jou ook niet misstaan’, scoort Bink zonder met zijn ogen te knipperen.

Hij is een dandy. Of; om in moderne termen te spreken; Bink heeft swag. Hij is een homoseksuele metroman. Bij hun eerste ontmoeting is die kenschetsende eigenschap van Bink haar nagenoeg ontgaan. Zijn BMW is misschien een initiële indicatie. Voor Thea echter ook alleen maar omdat Sabine haar moeder op de dure auto van de overbuurman opmerkzaam maakte. Thea heeft geen verstand van automerken, maar ze ziet wel het verschil tussen originele kast in Jugendstil en een Ikeameubel. Of tussen Armani jeans met McGregor schoenen en Aldisneakers onder een Zeeman plunje. Thea wordt opgeslorpt door een lijvige, kalfslederen, cognackleurige chaise longue van Deens design. Ze heft haar glas om knoeien door haar wegzakkende beweging tegen te gaan. In de afgelopen jaren is ze steeds minder wijn gaan drinken en nooit meer midden op de dag. Een leerling van huiswerksterk met een scherpe neus hoeft maar één belletje naar Elco van de Stichting Huiswerkbegeleiding te doen en het is gedaan met de lucratieve bijverdiensten van Thea. Hoe ouder ze wordt; hoe minder verweer ze heeft tegen de kleingeestigheid van de waan van de dag. Niet alleen Bink moet op zijn tellen passen. Jasmijn leegt haar glas in één teug. Ze heeft haar lange stelten in bruinsuède kaplaarzen over elkaar heen geslagen en lijkt zich volkomen op haar gemak te voelen in een knalgele fauteuil van Designonstock. Bink leunt tegen een schouw in retro jaren 30 stijl. Gerenoveerd. Hij rolt de verbindingshals van het glazen pootje naar zijn geleegde wijnglas tussen duim en wijsvinger. Zijn pinkring met zwarte diamant leidt alle aandacht af van zijn zorgvuldig gecultiveerde kaalheid. Bink is veel te bruin voor de tijd van het jaar.

‘Je verwacht dit niet!’

Thea probeert luchtige conversatie te maken, maar ze voelt zich veel te opgelaten om een natuurlijke toon te zetten.

‘Je bedoelt een escortservice aan de overkant van de straat?’, grijnst Bink sardonisch.

‘Ik doelde eigenlijk op jouw inrichting, maar nou je er toch zelf over begint moet ik je wel gelijk geven. Ik verwacht inderdaad geen escortservice van mijn overbuurman. Van niemand eigenlijk; maar ik wist ook niet dat een rijtjeshuis in mijn prijsklasse zoveel potentie tot ‘ínterieur grandeur’ heeft.’

‘Interieur grandeur?’, meesmuilt Bink.

‘Zelf verzonnen’, licht Thea toe.

Bink moet er hardop van schaterlachen. Al vanaf haar binnenkomst vindt Thea hem een stuk aardiger dan voorheen. De ommekeer blijkt van 2 kanten te komen.

‘Ik begin eindelijk een beetje te begrijpen wat Melvin in jou ziet.’

‘Ja, een oude kinderjuf die toevallig in de buurt woont’, hoont Thea.

‘Toeval bestaat niet’, vindt Bink.

‘Je bent niet oud’, voegt Jasmijn toe.

De schat. Ze vervolgt:

‘Het noodlot heeft ons bij elkaar gebracht.’

Ach gut, dat lieve kind. Thea kan aan de gezichtsuitdrukking van Bink zien dat hij hetzelfde denkt als zij. Laat Jasmijn maar even.

‘Ik heb Thea gevraagd om mijn verhaal te bevestigen Bink.’

Met een holle plof plaatst Bink zijn lege wijnglas op de schouw en haalt een zakje met wiet uit de borstzak van zijn spijkerblouse van Dsquared2. Hij knielt neer voor de Leolux salontafel en begint een joint te fabriceren. De shagbuil met de vloeitjes slingert ergens op de tafel tussen de curiositeiten; zoals een marmeren vleeskleurige asbak in de vorm van een vulva en een houten aansteker als een fallussymbool. Met een spitse tong likt Bink zorgvuldig aan de plakrand van een vloeitje en hecht het aan een tweede rijstpapiertje vast om het geheel vervolgens op tafel uit te spreiden. Daarna knutselt hij een filter van een klein stukje karton in elkaar. Jasmijn en Thea zijn zwijgende getuigen van het proces. Ook van zijn vingervlugheid en de gemanicuurde nagels. Geroutineerd verkruimelt Bink verder een deel uit het zakje met wiet in de shag. Tenslotte draait hij een mega sigaret als een gevulde puntzak met een draaisluiting aan het einde. De joint is gebruiksklaar.

‘Volgens mij is een pijp roken minder omslachtig’, schat Thea praktisch in.

‘Maar lang niet zo lekker’, puft Bink terwijl hij korte trekjes van zijn joint neemt.

Hij praat door zijn neus en knijpt zijn ogen tot spleetjes tegen de rook. Thea voelt haar neusgaten trillen door een plotselinge weeïge lucht die haar aan urine doet denken. Specifiek aan de fletse geur van babyluiers doordrenkt van de kleine boodschap. Jasmijn zit onbewogen te kijken. Heel werelds. Bink reikt haar de joint aan:

‘Hier, toe maar, je kunt het gebruiken.’

‘Hoezo?’

Jasmijn recht haar rug en plaatst haar kaplaarzen naast elkaar. Ze negeert de joint die haar voor de neus gehouden wordt.

‘Jij vindt toch ook dat Melvin naar de politie moet gaan?’

‘Jazeker, maar dat bedoel ik niet.’

‘Wat bedoel je dan?’

Geïrriteerd neemt Jasmijn de joint aan alsof ze niet weet wat ze ermee aan moet en wappert met haar vrije hand de rooksignalen van zich af.

‘We wachten nog op iemand’.

Bink staat op en eigent zich de joint, tussen de duim en wijsvinger van Jasmijn, weer toe. Hij inhaleert onder een afdakje van zijn linkerhand en doet daarna een geste met het stickie naar Thea die een afwerend gebaar maakt.

‘Ik ben nog nooit stoned geweest en dat wou ik graag zo houden’.

Symbolisch klinkt Thea de aangeboden joint met haar glas wijn in de lucht aan. Simultaan met een dingdong in de gang.

‘Ah, daar zul je hem hebben!’

Bink klinkt opgelucht alsof hij versterking krijgt en verdwijnt met zijn joint naar de voordeur. Niet begrijpend zoekt Jasmijn met een panische blik in haar ogen steun bij Thea die ook geen sjoege heeft.

‘Heeft hij Melvin nou uitgenodigd?! Waarom heeft hij Melvin nou uitgenodigd?! Hij heeft Melvin toch niet uitgenodigd?!’   

Jasmijn wipt op de hardhouten zitting van haar stoel op en neer als een onder hoogspanning losgeschoten springveer. Bevreemd maant Thea haar tot rust.

‘Wind je niet zo op! Trouwens, wat maakt het uit dat Bink ook Melvin heeft uitgenodigd? Lijkt me juist wel goed.’

‘Juist niet, nog niet’, sist Thea over haar toeren.

‘Wat is er aan de hand Jasmijn?’, vraagt Thea ontnuchterd.

‘Je snapt het niet!’, wanhoopt Jasmijn.

‘Nee, dat kun je wel zeggen’, antwoordt Thea met groeiende verbazing in haar stem, omdat Pim halverwege haar uitroep ineens in de kamer opduikt.

Eigenlijk niet zo vreemd aangezien de ex van Thea niet alleen haar beginnersfoutje van jaren terug is, maar ook de vader van Melvin en Jasmijn. ‘Zo nog steeds het hoogste woord, hoor ik wel’, groet Pim.

‘Lekkere binnenkomer Pim’, weerkaatst Thea in de hoop haar ontsteltenis te verdoezelen.

Gewetenloos laat Pim zich misleiden door haar schimmenspel. Jasmijn slaagt er echter veel minder in om haar afgrijzen te onderdrukken. Ze is dusdanig overdonderd door de komst van haar vader dat ze weerloos in haar designers fauteuil blijft zitten sidderen voor dat wat haar te wachten staat. Thea doorziet niet precies waarom. Kijk, dat zij even schrikt van de plotselinge aanwezigheid van haar ex, dat mag logisch zijn gezien de geschiedenis van hun nietszeggende samenzijn. Maar met Pim op zich is weinig mis. Hij is gewoon de vader van Jasmijn en Melvin en hij heeft bij weten van Thea nog nooit een vlieg expres kwaad gedaan.

‘Wat wil je drinken?’, vraagt Bink aan zijn zwager met een fles wijn in de starthouding.

Handenwrijvend knikt Pim naar het glas met rode wijn van Thea.

‘Doe mij maar een wijntje van het huis graag’.

‘Bevrijd mij maar van mijn zonde, ik heb er nog niet van gedronken’.

Haastig reikt Thea hem haar glas. Ze zal blij zijn als ze van de verplichte consumptie gevrijwaard is.

‘Ik ben niet vies van je hoor’, lacht Pim gemoedelijk, terwijl hij het glas wijn van Thea overneemt en zonder te knoeien aan de andere kant van de chaise longue plaatsneemt.

Pas als hij goed en wel onderuit gezakt zit in de mollige kussens van de bank, groet hij Jasmijn.

‘Dag dametje.’

‘Hay pap’.

Jasmijn wuift kinderlijk naar haar vader. Ze is niet meer op haar gemak. Misschien voelt ze zich buitengesloten door de jolige stemming tussen de ouderen onderling? Thea is verwonderd over de voelbare generatiekloof tussen vader en dochter en besluit om voor Jasmijn in de bres te springen:

‘Wel goed dat Jasmijn alles op alles zet om Melvin tot aangifte bij de politie aan te zetten?’

‘Is dat waarom je hier bent Thea?’, vraagt Pim, terwijl hij Bink een significante blik zendt.

‘Ja, ik dacht van wel. Toch?’, aarzelt Thea.

Gedesoriënteerd kijkt ze om zich heen.

‘Ik zou toch getuigen dat Melvin de daders heeft herkend? Dat heeft hij namelijk toegegeven in het bijzijn van Jasmijn en mij. Melvin herinnert zich wel degelijk wie hem hebben toegetakeld in het park. En ik zou ook uitleggen dat ik per toeval de reden ontdekt heb dat Melvin in elkaar geslagen is.’

‘Okay, dat is duidelijk Thea, dankjewel’.

Bink heeft haar op zakelijke toon onderbroken. Alsof hij een vergadering leidt. Behoedzaam dooft hij zijn joint in de marmeren vulva.

‘Dus je bent hier uit jezelf gekomen Thea?’

Thea heeft geen oren naar het badinerende toontje dat Bink ineens aanslaat:

‘Nee, meneer Bink ik ben gevraagd – nee, gesmeekt – door Jasmijn.’

‘Ach, kijk eens aan!’, smaalt Pim, terwijl hij dreigend naar zijn dochter kijkt.

Jasmijn krimpt ineen. Thea voelt een driftbui bij zichzelf naderen. Ze heeft weleens gehoord dat boosheid equivalent is met machteloosheid. Nou dat kan wel kloppen.

‘Wat heeft Jasmijn nou weer verkeerd gedaan? Ze probeert verdomme haar broer te redden van een ernstige depressie, nadat de liefde van zijn leven hem in de steek gelaten heeft voor die Godvergeten Heilige Oorlog ergens op een afgelegen Moslimterrein dat niets met deze wereld van doen heeft. Ik geloof niet dat die Aadam vrijwillig is gegaan. Ik geloof dat hij gestuurd is door zijn extremistische oudere broers en hun aanhang. Zo van;

‘Als je toch al verloren bent door de onheilige verbintenis met een ongelovige hond; offer jezelf dan maar op in een stompzinnige oorlog in naam van en uit liefde voor jouw voormalige geloofsbroeders. Sterf maar beest met een bommengordel en neem zoveel mogelijk varkens in je terroristische aanslag mee!’

Hier wordt Thea grijnzend in de rede gevallen door Bink:

‘En als afstraffing voor zijn homoseksualiteit volgt dan voor Aadam de hel in de vorm van een dozijn meidenmaagden na de zelfmoordactie!’

‘Jij zegt het’, mokt Pim en tegen Thea snauwt hij.

‘Jij voelt je wel verheven boven Beau en mij zeker?’

‘Er is allang geen Beau en jij meer pap’, antwoordt Jasmijn voor Thea.

Pim schiet van de Chaise Longue af en blaast zijn borstkas op voor het directe oog van zijn dochter in de knalgele fauteuil van Designonstock.

‘Is dat de oorzaak van dit hele kinderspel!? Wil je dat beweren!? Zijn de ouders weer de schuld!? Hebben pappie en mammie niet genoeg aandacht gehad voor Jasmijntje poppedeintje en Melvin de pelvis!?’

Pim schreeuwt en Jasmijn verstopt haar hoofd in haar armen. Het schouwspel draagt wat Thea betreft bij aan het waarheidsgehalte van haar zojuist gerecapituleerde psychologische wijsheid dat boosheid hetzelfde is als machteloosheid. Ondertussen komt Bink in actie. Hij blaast weer leven in de joint uit de marmeren vulva met behulp van de tafelaansteker in penisvorm en begeeft zich voor de woedende Pim die zich, door de broer van zijn 2de echtgenoot Femke, met een tikje tegen zijn borst terug achterover in de chaise longue laat duwen. Het stickie drukt Bink in de onwillige rechterhand van Pim.

‘Neem een heis en relax zwager’, beveelt hij nichterig.

‘Homo’, scheldt Jasmijn nadat ze weer enigszins tot rust gekomen is.

‘Klopt’, antwoordt Bink en hij knipoogt naar Thea.

‘Je zou niet denken dat dit schatje ook bij mij in loondienst is, toch Thea?’

Thea schrikt. Jasmijn kijkt betrapt weg.

‘Bedoel je dat Jasmijn net als Melvin voor Gspot Gigolo werkt?’

‘Als administratieve hulp’, zegt Jasmijn rap met de bedoeling om haar stiefoom voor te zijn.

‘Nou, hulp, hulp. Je doet de complete administratie zelfstandig’, bromt Pim nog na sudderend van zijn meest recente uitval, maar desondanks niet zonder trots.

‘Ik help Bink toch’, snibt Jasmijn.

Ze zoekt met niemand oogcontact. Thea vindt dat Jasmijn zich vreemd gedraagt. Zelfs voor haar abnormale doen.

‘Ja, dat klopt; je helpt me van de wal in de sloot.’

Bink hangt weer tegen de schouw aan. Uit zijn toon en houding maakt Thea op dat hij dit keer niet grappig probeert te zijn.

‘Misschien moest ik maar eens opstappen. Mijn taak hier zit erop’, kondigt Thea voorzichtig aan.

Ze draait haar bovenlichaam een halve slag en zoekt steun aan de leverkleurige, kalfslederen leuning met de bedoeling om zich zo elegant mogelijk uit de kussens van de chaise longue te bevrijden. Plotseling werpt Jasmijn zich op als gastvrouw

‘Ik zal je even uitgeleide doen!’, roept ze gretig naar Thea.

‘Jij blijft toch nog even?’, vraagt Bink dwingend aan Jasmijn. Hij glimlacht fijntjes bij zijn bevel.

‘Moet ik ook blijven?’, wil Thea van Jasmijn weten als ze eindelijk weer met beide instappers op het wafelparket staat.

‘Nee, joh ben je gek’.

Dan realiseert Thea zich dat Jasmijn haar liever kwijt dan rijk is en haar van het ene op het andere moment zo snel mogelijk de deur uit wil werken. Ook goed. Dan moet ze het zelf maar weten. Thea steekt haar hand uit naar Bink.

‘Dus ik kan erop vertrouwen dat jullie gezamenlijk Melvin over weten te halen om aangifte te doen?’

‘Zeker, ook bij de vreemdelingen politie’, belooft Bink met een ironische ondertoon, terwijl hij haar hand drukt.

Dan laat hij los en salueert met begeleiding van de woorden:

‘Voor volk en vaderland!’

‘En natuurlijk voor jezelf’.

‘Jawohl’.

‘Ja, omdat je nu ook weet wie de afpersers zijn.’

De opmerking is bedoeld als een hekkensluiter van Thea, maar Bink houdt haar tegen aan haar bovenarm. Hij kijkt haar indringend aan.

‘Afpersers?’, herhaalt hij gealarmeerd.

De sfeer in de huiskamer bevriest. Jasmijn zit vast in een houding waarin ze bijna lijkt flauw te vallen. Geërgerd rukt Thea zich los uit de schouderklem van Bink en helpt hem vinnig herinneren:

‘Je wordt toch afgeperst door de daders van de ranselpartij? Ze hebben de mobiel van Melvin met privé gegevens van deze escortservice in hun bezit?’

‘Hoe weet jij dat?’, wil Pim vanaf de chaise longue van Thea weten.

Hij klinkt al een stuk vreedzamer. Hij lurkt dan ook onophoudelijk aan de joint. Bij wijze van antwoord gebaart Thea in de richting van Jasmijn die weer op haar plekje in de knalgele fauteuil van Designonstock zit en doet of haar neus bloedt.

‘Interessant Thea’, merkt Bink op.

‘Ja, zeker’, moet Thea bekennen.

Ze dwingt zichzelf om diep in te ademen zodat ze effectief met cynisme verder kan reageren:

‘Temeer als je bedenkt dat met die afpersing bewezen wordt dat jij mijn 12jarige zoon dus onterecht beschuldigd hebt. Walter is geen  crimineel.’

Thea refereerde naar de opmerking van Jasmijn tijdens dat laatste onverwachte bezoek bij haar thuis in de woonkeuken. De bekentenis van Jasmijn dat Walter hoe dan ook onder vuur stond, had haar niet los gelaten. Bink zou in eerste instantie haar bloedeigen Walter hebben verdacht van chantage praktijken voordat de homofobische moslims in beeld kwamen. Want Bink werd gechanteerd. Hij werd uitgemaakt voor kinderverkrachter en hoerenloper. Thea was niet op de hoogte van het fijne van de chantagepraktijken, maar Bink had nogal wat te verliezen als de privégegevens van zijn escortservice op straat kwamen te liggen. Walter zou de administratie van Gspot Gigolo theoretisch in zijn bezit kunnen hebben, omdat de laptop met belangrijke gegevens over de klandizie van de escortservice door toedoen van Melvin na een inval van de politie tijdelijk bij Thea in huis in veiligheid werd gebracht. Walter heeft toen, mede onder druk van zijn nieuwsgierige moeder, de laptop gehackt. Kleine moeite om het bestand dan even op een usb-stick te zetten natuurlijk. Maar waarom zou Walter? Om zijn overbuurman geld af te troggelen met dreigementen? Dat moest haast wel. Hoewel de mobiel van Melvin ook nog niet terecht was. Melvin was zijn telefoon kwijtgeraakt toen hij tijdens de bewuste horrornacht door een groepje mannen met een achtergrond van niet Nederlandse origine in elkaar geslagen werd. Uit de informatie op de mobiel van Melvin viel natuurlijk net zo goed te putten uit een lading vertrouwelijke informatie over de klanten van Gspot Gigolo waar iemand met kwaad in de zin U tegen zegt. Dus bij nader inzien was Walter toch niet de chanteur. Of wel? Jasmijn stak haar hand voor Walter in het vuur. Maar ze was ook niet te beroerd geweest om de naam van Walter in de groep te gooien alsof hij toch op één of andere manier bij de zaak betrokken was. Ze had twijfel gezaaid. Beschamende twijfel van een moeder over haar zoon.

Na haar blitzbezoek in de woonkeuken van Thea toentertijd, had Jasmijn haar hielen amper gelicht of Walter kwam de keuken binnen wandelen en vroeg terloops:

‘En?’

‘Dus?’

‘O, nee niks.’

‘Hoezo niks?’

‘Nee, ik zie het al.’

‘Wat zie je al?’

‘Dat het niks geworden is.’

‘En waaraan kan de grote meneer Walter dan wel niet zien of iets al dan niet iets geworden is als ik vragen mag?’

‘Soms ben je echt raar mam!’

‘Hoezo soms?’, vroeg Sabine die net op dat moment de bijkeuken verliet en zichzelf de leukste thuis vond.

‘Heeft ze het niet gekocht?’

‘Wie?’

‘Die Eskimo in dat witte jack.’

‘Ze heet Jasmijn’, legde Thea uit.

‘Koekkoek’, antwoordde Walter, terwijl hij niet begrijpend naar de lichtgevende Tinkiewinkie in de originele verpakking op de keukentafel wees.

‘Fuck, de koper is niet op komen dagen. Ik stuur haar even een mailtje’.

Sabine praatte in zichzelf

‘Jasmijn is de zus van Melvin’, hield Thea in het belang van heldere onderlinge verhoudingen vol.

‘Ik wist niet eens dat Melvin een zus had’, beweerde Walter.

En weg was hij weer. Thea keek hem na vanaf haar zithouding. Veel tijd om zich met de praktijken van haar 12 jarige zoon bezig te houden had Thea echter niet, want de klant van Huiswerksterk zat in de bijkeuken in zijn eentje te niksen.

Pas de volgende morgen, in de nasleep van de ochtendstress, dacht Thea weer aan wat Jasmijn beweerd had. Tijdens het puinruimen in de slaapkamer van Walter vond ze in zijn sokken lade een bundeltje bankbiljetten bijeengehouden met een elastiekje. Ze woog het pakketje in haar handpalm. Legde het terug en nam het weer op, terwijl ze associaties kreeg met het pak geld dat ze Melvin ooit in zijn bezit zag hebben toen hij zijn poeplap trok en de beruchte manchetknopen bij haar afrekenden. Thea kon niet zeggen of de geldbundel gisteren ook al tussen de sokkenbolletjes verstopt was en zo ja waarom het pak briefjes haar eerst niet en nu dus wel was opgevallen. Misschien omdat ze een dag geleden nog niet wist dat ze haar zoon in de gaten moest houden. Dat ze zijn gangen na moest gaan. Vierentwintig uur geleden wist Thea nog niet waar ze op moest letten. De opmerking van Jasmijn over de verdenking van Bink had Thea hyper alert gemaakt. Het verschil was dat het geldplakje van Melvin op het eerste oog uit een samen geperste hoeveelheid van alleen maar briefjes van 50 euro leek te bestaan en dat van Walter uit een dertigtal 5 en 10 eurobiljetten. Met trillende vingers telde Thea het geld. De uiteen gevouwde biljetten vleide ze één voor één op het donsdekovertrek van Toy Story. Buzz Lightyear en Woody staarden haar nog steeds bijna levensgroot even vriendelijk aan als 6 jaar geleden. Hun beeltenis was valer geworden door de ontelbare was- en droogtrommelbeurten van het overtrek. Walter was inmiddels allang over zijn Toy Storyfascinatie heen gegroeid. Thea was er gewoon nog niet toe gekomen om de overtrekken te vernieuwen. Met een brok in haar keel kwam ze tot het slotsom dat het elastiekje een bedrag van 200 euro bij elkaar had gehouden. Hoe kwam Walter aan dat geld? Bevreemd keek Thea om zich heen naar de spullen in de slaapkamer van haar zoon. Ze zag een gamecomputer met drie schermen op zijn bureau en een sterrenkijker bij het raam. Ze herkende een elektrische gitaar naast het bed en een collectie games in de schappen van een toonkast en verder keek ze naar nog veel meer dingen die ze echter met de beste wil van de wereld niet kon thuisbrengen. Wanneer was ze opgehouden om haar zoon te zien? Elke dag, de hele week door, liep ze deze slaapkamer in en uit. Ze trok het donsdeken recht, verzamelde de rondslingerende was, de vuile vaat en de vergeten etensresten. Ze voelde en besnuffelde zijn af- of aanwezigheid om zich heen, controleerde zijn huiswerk en hield zijn cijfers bij op Magister. Zijn spullen evenwel gingen haar bevattingsvermogen te boven. Ze waren te technisch en hoorden in het kamp van Bart en zijn ondoorgrondelijke, magische computerwereld. Geen beginnen aan. Thea deed niet eens moeite, want ze kende Walter toch wel door en door. Tot voor kort, want ineens was Thea de weg kwijt en was de inrichting van de slaapkamer van haar zoon veranderd in het interieur van een afperser. Met knikkende knieën en een knoop in haar maag stond Thea op van het bed en deed een paar passen naar het raam dat aan de straatkant uitkeek op het huis van de overbuurman oftewel op het hoofdkantoor van Gspot Gigolo onder leiding van Bink: de stiefoom van Melvin en Jasmijn. Hoe groot was de kans dat Walter het bestand van de bedrijfslaptop van Bink, die Melvin tijdelijk in bewaring van Thea had gegeven, niet gehackt en op usbstick gezet had? Wie garandeert dat slimme kinderen hun hersens altijd voor de juiste keuzes pijnigen?! Hoe veilig is de uitdaging van het gevaar  in de handen van losbollige jeugdigheid? Of was Walter natuurlijk niet de onbezonnen jonge hond die hij gezien zijn leeftijd eigenlijk zou moeten zijn? Thea kende hem toch. Haar computerheld en techneut in de dop. Net als zijn vader altijd bezig met het repareren, herstellen, verbeteren of slopen van apparaten in huis. Of het nou om een oude radio, televisie of een bandrecorder ging; Walter zat er met zijn neus bovenop en zoog de kennisoverdracht van Bart op als een spons. Thea hoorde het Jasmijn nog zeggen:        

‘Maak je nou niet sappel Thea, Walter is geen crimineel. De bedreigingen zijn van dien aard…Dat verzin je niet als normaal mens. En al helemaal niet als puber.’

En dat was nou net het probleem; dat Walter niet voor een gemiddelde puber door kon gaan. Net als Melvin overigens. En Sabine. Zelfs zoals Jasmijn niet gangbaar puberde. In haar tijd.

 

HOOFDSTUK 29

Na 2 maanden was Thea de kwakzalverij van haar non conformistische huisarts zat. De slaolie, vaseline, uierzalf en roomboter probeersmeersels op het eczeem rond de lippen van Walter deden niets meer dan irriteren. Thea zou zich niet meer laten afschepen en stond vanaf nu op haar patiënten recht. Bij haar eerstvolgende consult met Walter zou Thea een medicinale zalf eisen. Geen huis- tuin en keukenmiddeltjes meer. Ze bleef niet voor niks uit principe ver bij de plaatselijke reformwinkels vandaan. Tot haar verbazing stuitte ze op geen enkele weerstand van een mannelijke medicus die de familiehuisarts vanwege zwangerschapsverlof verving. Hij kwam, zag, overwon en schreef een recept voor waardoor het eczeem in een stroomversnelling – als sneeuw voor de zon - volledig verdween. Na het drie maal daags opbrengen van een wonderzalf had Walter na een week al weer een stralende teint en een huid zo zacht en glad als zijn babybilletjes van 9 jaar geleden. Je zou je bijna afvragen waarom de crème niet simpelweg in de supermarkt te koop was. Gewoon uit het schap van de schoonheidsartikelen naast de Luizafix. Vraag en aanbod om de  farmaceutische industrie wat minder vrij spel te gunnen.

‘Een kwestie van tijd’, voorspelde de apotheker, waarna hij in één adem vroeg of Thea de 39 euro en 50 centen voor de wonderzalf wilde pinnen.

‘Het is weer voor niks’, verzuchtte Thea terwijl ze een vijftig eurobiljet uit haar portemonnee besloot aan te breken.

‘En ik ga ook niet meer naar de luizencontrole’, waarschuwde Walter alvast als een volstrekt onlogische directe reactie op zijn eczeemervaring.

Desondanks gaf Thea hem groot gelijk.

‘Mijn zegen heb je.’

Ook omdat bij Sabine op dat moment  weer luizen geconstateerd waren tijdens de luizencontrole die dit keer in groep 6 onder supervisie van meester Joep gehouden was. Hij nam telefonisch contact op met Thea om haar de slechte mare persoonlijk over te brengen.

‘De nieuwe kleren van de keizer’, vond Thea droog.

‘Ik heb de luizen toch zeker zelf gezien, Thea’, volhardde meester Joep manmoedig.

Hij bleef wel joviaal. Dat moest Thea meester Joep nageven. Een aimabele man in de dop.

‘Bij Sabine in het haar?’, vroeg Thea achterdochtig.

‘Ja, ja, maar zij is niet de enigste hoor.’

‘Nou daar ben ik blij om, dat Sabine niet de  e n i g e  is’, antwoordde Thea met de klemtoon op enige.

‘Ik zag een stuk of vier luizen achter haar oren en ook een paar neten’.

‘Ja, dat zeg ik, de nieuwe kleren van de keizer’, herhaalde Thea niet meer gek te krijgen.

‘Dat wordt kammen Thea’, vermaande meester Joep.

‘Nou, praat me er niet van.’

Hierna volgde een beladen stilte die eindeloos leek te duren. Uiteindelijk besloot Thea om de verstandigste te zijn en het pijnlijke gat te verzachten door te reageren uit piëteit met die onnozelaar van een meester Joep:

‘Of ik gebruik Luizafix.’

‘Ja, maar dat schijnt heel moeilijk te krijgen te zijn volgens de apotheek van de moeder van Fransje.’

Daar de moeder van Fransje een  vooraanstaand Wielewaalster en opperouder heette te zijn, zou zij  waarschijnlijk een apotheker uit de wijk in vertrouwen hebben genomen over het luizenprobleem bij haar dochter. Zo zij haar vuile was überhaupt al had buiten gehangen. Wat  huis- tuin en keukenproblemen betrof was de Wielewaalwijk precies een opperouderreservaat, waarin vrouwen zoals de moeder van Fransje zich vrijwillig distantieerden van de boze, infectieuze buitenwereld. En de wijk bij basisschool De Wielewaal telde geen Kruidvat, Etos of Trekpleister. Alleen een COOP, wat buurtcafeetjes en een apotheek dus.

‘Je moet niet alles geloven wat de moeder van Fransje zegt Joep’, schamperde Thea.

‘Dat doe ik ook niet!’, sputterde meester Joep zwakjes tegen.

‘En al helemaal niet wat de apotheker van de moeder van Fransje zegt.’

Meester Joep produceerde een zenuwachtig giebellachje dat Thea gemakshalve maar interpreteerde als een aanmoediging om verder te praten.

‘Luizafix is toevallig niet bij de COOP te koop nee, maar wel bij verschillende andere supermarkten, drogisterijen en andere apothekers dan de medicijnman van De Wielewaal. Maar als de moeder van Fransje omhoog zit, kan ze altijd bij mij een flaconnetje komen afhalen. Tegen dubbele betaling uiteraard.’

De moeder van Fransje heette Evelien en ze was een soort Marit (de bekrompen moeder van Luna), maar dan nog snobistischer. Als je Evelien moest geloven dan had haar man een dik betaalde overheidsbaan in Den Haag. Volgens Evelien verdiende hij zoveel dat zij de kinderbijslag voor Fransje eigenlijk maar een overbodige luxe vond. Tenminste dat probeerde ze Thea wijs te maken toen ze Fransje op kwam halen op  die ene, enkele keer dat haar dochter zich verwaardigd had om bij Sabine thuis in de achterstandswijk te komen spelen.

‘Ik vind dat je best aardig woont hier. Het is wel een afbraakwijk zo te zien. Maar je hoeft je helemaal niet te schamen. Trouwens, ik kom zelf dan ook uit een arbeidersmilieu, dus ik ben wel wat gewend. Als je toch bedenkt dat onze ouders gelukkig waren met niks, terwijl wij in De Wielewaal zoveel luxe kennen. En dan ook nog kinderbijslag? Van mij hoeft die overheidssteun niet. Een beetje teveel van het goede.’

‘Weet je wat? Dan stort je de kinderbijslag iedere kwartaal toch op mijn rekening! Of nog mooier; op de bankrekening van een goed doel naar eigen keuze’, smaalde Thea minachtend.

Het dedain van vrouwen zoals Marit en Evelien zette wat Thea betreft meteen de vijandige toon voor de toekomstige verstandhouding. Thea vond Evelien een salon socialiste en andersom was Evelien net iets te vol van zichzelf om zich serieus met Thea bezig te kunnen houden. De enige vrouw waar Evelien echt tijd en aandacht in investeerde was zij zelf. Gevoed door haar man. De forens. Een charlatan die zich voor liet staan op zijn verdiensten. Zijn vrouw hoefde niet buitenshuis te werken. Geld verdienen mocht nooit de ambitie van zijn trofee in het centrum van zijn prijzige herenpand in een vooraanstaande wijk worden. Desalniettemin aquarelleerde Evelientje niet onverdienstelijk, maar vooraleerst was het vrouwtje een eerste klas echtgenote en volbloed moeder met de perfecte man en verder nog allerlei hoogstaande vrije tijdsbestedingen waaronder Fransje; hun enige kind, liefdesbaby en evenbeeld. Ze was een buitenbeentje; die mooie meid van hen. Want zo slim, zo apart, zo pienter, zo geprogrammeerd voor het gymnasium; daar kon geen doorsnee Sabine uit een afbraakbuurt tegenop. Sabine was echter niet onder de indruk van de genialiteit van Fransje. Die zogeheten superioriteit boeide haar niet. Na die eerste en tevens laatste speeltry-out aan huis liet ze het prinsesje dan ook links liggen. Hoe durfde Sabine? Fransje was eerst! Dus als de luizen aantoonbaar in de lange, blonde slierten van de opgedofte Fransje huisden; dan moest de gedegradeerde Sabine met haar ongestijlde krullenbos wel de oorzaak en dus hetzelfde lot beschoren zijn. En zo niet dan toch door een naïeveling als meester Joep in het complot te betrekken.

Niet Fransje, maar Miranda zou dan ook bij Sabine komen spelen in de namiddag van de dag van het luizenalarm. Zoals wel vaker. Volgens afspraak nam Thea het meisje na school in de auto samen met Sabine en Walter mee naar haar huis. Ze kreeg pas de kans om de moeder van Miranda – Dolly – in te lichten over de vermeende luizen, nadat het kwaad eventueel al geschied was. Dolly kwam Miranda – stipt op het afgesproken tijdstip - weer ophalen.

‘Er zijn een hoop kinderen die ik verdenk van luizen, maar niet Sabine’.

Dolly klonk overtuigd.

‘Maar meester Joep heeft ze met eigen ogen door haar haren zien struinen!’

De cynische ondertoon van Thea sprak Dolly wel aan:

‘Hij is wel echt een jong gastje die Joep. Volgens mij laat hij zich helemaal overheersen door van die ouders op De Wielewaal die het hoog in hun bol hebben’.

Dolly mocht dan hoegenaamd geen studiehoofd zijn, maar naarmate Thea haar vaker sprak, leerde ze dat de moeder van Miranda evengoed een uitgesproken mening over De Wielewaalpopulatie had. Ze was wat radicaler, maar de raakvlakken met de aversies van Thea logen er niet om. De boute uitspraken van Dolly in een mengelmoes van gesocialiseerde streektaal, alom gebezigde clichés, besmettelijke cafépraat en geniale taalvondsten werkten verfrissend op de vermoeiende nuances die Thea voortdurend op haar eigen malende hersenspinsels afvuurde. Toch was Dolly alles behalve een toegankelijke jonge vrouw. Met een flinke dosis argwaan hield ze iedere nieuwkomer  op afstand van haar behoudende bubbel. Daar Thea, in tegenstelling tot de opperouders, echter geen enkele behoefte voelde om zich met  de wereld van de moeder van Miranda te bemoeien, voelde Dolly zich niet bedreigd door de moeder van Sabine. Verder was Dolly niet bezig met de opleiding of de toekomst van Miranda. Ze leefde in het hier en nu en wist zich in gezelschap van de ouders van De Wielewaal geen houding te geven. Om indruk te maken schermde ze constant met holle frases over rigide, conservatieve opvoedingsstrategieën. Van horen zeggen. Voornamelijk van haar ouders die zelf ook nooit extreem genoeg waren geweest in de strenge opvoedingsleer, maar die nu wel deden alsof. In de hoop om hun losgeslagen dochter Dolly enigszins in het gareel te kunnen houden. Uit angst voor de kinderbescherming en uit eigen belang, want in werkelijkheid konden de vader en moeder van Dolly zich de ware opvoeders en verzorgers van hun kleinkind Miranda noemen.

De ouders van Dolly huurden al meer dan 30 jaar een rijtjeshuis net aan de rand van De Wielewaal. Dolly was in de wijk opgegroeid in een periode waarin basisschool De Wielewaal nog niet in een opgewaardeerde buurt stond. Voor een korte maar heftige relatie met de vader van Miranda vertrok ze tijdelijk naar een andere arbeiderswijk. Totdat de macho met zijn losse handjes de tienermoeder Dolly linea recta terug naar haar ouderlijk huis sloeg. Al drie maanden na de geboorte van Miranda. Zo kwam Miranda – net als haar tienermoeder Dolly vroeger - ook op basisschool De Wielewaal terecht. Opa en Oma woonden immers nog altijd in de wijk en Dolly wist niet beter. Pas sinds kort had Dolly weer een eigen huurhuis in een nieuwbouwwijk net buiten de stad. Net op tijd als je het Thea zou vragen, want Dolly was duidelijk ver over de helft van haar 2de zwangerschap van een Marokkaanse jongen deze keer. Na haar recente verhuizing was het niet in Dolly opgekomen om Miranda van De Wielewaal af te halen. Opa en oma woonden immers in de buurt en Dolly hield zich verder niet bezig met het aanzien van De Wielewaal dat in de loop van de jaren dus aanzienlijk gestegen was. Haar eerste echtgenoot en de vader van Miranda was een Antilliaan. Katholiek van huis uit. Vandaar die communiebruidsjurk van Miranda destijds, want ondanks de scheiding van tafel en bed waren Dolly en haar eerste liefde altijd vrienden gebleven.

‘Maar nou ben ik katholiek en moslim tegelijk’, openbaarde Miranda aan een groepje ongeïnteresseerde kinderen op de speelplaats van De Wielewaal.

Alleen de Marokkaanse Zarah uit de combinatieklas 6/7 had zich aangesproken gevoeld. Vanaf het vertrek van Sabine naar de andere, complete groep 6 op De Wielewaal had Zarah al moeite met de steeds hechter wordende band tussen haar voormalige hartsvriendin en Miranda. Maar de nieuwbakken islamitische stiefvader van Miranda wierp een ander licht op de zaak. Zarah zag zich wel legitiem verbonden in een innige vriendschap met een halve moslima en dan kon ze Sabine ook gewoon blijven zien zonder dat mama Dalila al te veel religieuze obstakels opwierp. De moslima’s en de katholieken waren immers evenredig verdeeld in deze vers beklonken drie-eenheid. Het gaf een mooi plaatje, maar dat was uiterlijke schijn. Miranda en Zarah vlogen elkaar constant in de exotische, zwarte haren en dan werd Sabine geacht om als intermediair  op te treden. Ze had sneller genoeg van haar rol als vredesduif dan ze aan zichzelf wilde toegeven. Zo ging Sabine in de loop van de vriendschap tussen het drietal ook steeds minder enthousiast bij 1 van de 2 spelen.

Zarah en haar zussen hadden inmiddels een halfbroertje verwelkomd en alles draaide thuis om moeder Dalila en haar vierde kind. Makin de inhalige. Makin was weliswaar een nakomertje, maar wel de eerste zoon des huizes. Moeder Dalila had eindelijk een man gebaard.  Pottenkijkers waren niet welkom. Desondanks hadden de oma van Zarah - tevens kraamverzorgster van Dalila - samen met de vader van Makin – alias de tandarts van Nederlandse origine - nog net genoeg gevoel voor decorum om af en toe ook eens gastvrij te zijn. Zeker richting de vriendinnetjes van Zarah met het oog op de goede sier voor de opperouders van De Wielewaal.

Voor Sabine had het niet gehoeven. Ze hobbyde liever een hele middag samen met Walter thuis, onderwijl met een half oog naar herhalingen van herhalingen op Nickelodeon kijkend, dan dat ze een half uur lang doodstil met de hele familie van Zarah naar ‘Goede Tijden, Slechte Tijden’ moest turen. De soap was ook niet aan Miranda besteed die de voorkeur gaf aan spelletjes op haar IPhone, maar daarvoor geen toestemming kreeg van Dalila. De moeder van Zarah dus. Vanaf haar sofa in de huiskamer traineerde de kraamvrouw in haar hagelwitte peignoir de binnenboel. Haar oudste dochter vijlde de teennagels van Dalila aan het voeteneind. Dalila waande zich Lalla Salma; de Marokkaanse prinses. Bij elk teken van leven door de babyfoon naast de centrale breedbeeld t.v. schoot de tandarts uit zijn zithouding en snelde naar de babykamer. Sabine kreeg de baby echter amper te zien. De hoop om hem ooit een flesje te mogen geven liet ze varen. Makin was een ‘Hadiat Allah’ – een geschenk van Allah - dat beschermd moest worden tegen het boze oog. Op advies van een hoofddoekmama van De Wielewaal had Thea dan ook een amulet voor de pasgeboren Makin aan Dalila geschonken. Thea dacht een kraamcadeau naar traditioneel Arabisch gebruik cadeau te doen vanuit een goed hart. Maar daar was Sabine niet mee geholpen. Het lukte het 10jarige kind gewoonweg niet om zich zonder voorkennis foutloos aan de huisregeltjes van Dalila aan te passen. Ze voelde zich constant  door alle huisgenoten op de vingers gekeken en spreekwoordelijk getikt. Behalve door Zarah zelf die eigenlijk ook liever het ouderlijk huis van Sabine bezocht.

Op den duur kwam ook Miranda veel meer de kant van Sabine uit, omdat ze thuis om de haverklap op een lel tegen haar achterhoofd kon rekenen van moeder Dolly. Overigens zonder enig effect. Zelfs Sabine liet zich na een poosje niet meer uit haar evenwicht halen door de onberekenbaarheid van de moeder van Miranda. Vreemd genoeg kwam Zarah ook nooit bij Miranda thuis over de vloer. Ondanks dat de stief moslimpapa van Miranda hartstikke halal was. Wie weet bleef Zarah weg omdat haar nieuwe geloofsgenoot net zo goed voor een bruuske bodybuilder door kon gaan die kleine kinderen hoofdzakelijk met zijn dikke, gespierde nek aankeek, als voor een begripvolle vriend van de islam. Maar naar alle waarschijnlijkheid had de schitterende afwezigheid van Zarah toch nog het meeste van doen met de pitbullachtige hond in de bench in de huiskamer van Dolly, Miranda en hun mega moslim. De niet gesocialiseerde Stattfordshire bulterriër gedroeg zich inderdaad als een gevaar voor de buitenwereld. Op last van de politie en uit voorzorg droeg het beest daarom een muilkorf als Miranda en Sabine de hond aangelijnd uitlieten op het enige hondenuitlaatveldje dat de nieuwbouwwijk telde. Soms liet Miranda het wilde dier los. Tegen uitdrukkelijk verbod van moeder Dolly. Daarna kon ze het doorgedraaide projectiel niet meer te pakken krijgen en sloofde Sabine zich maar weer uit, omdat ze toch niks beters te doen had. Ze hield vol totdat ze het monster terug onder controle had. Ondertussen hing Miranda in de touwen van de buurtspeeltuin. Thuisgekomen van een bezoek aan Miranda of Zarah kroop Sabine weleens bij Thea op schoot en liet haar tranen de vrije loop. Dat deed ze anders nooit.    

Thea nam expres een beetje afstand van Dolly en haar vooropgezette mening over luizenkinderen

 ‘Ach, ik weet niet of je aan de buitenkant kunt zien of een kind al dan geen luizen heeft’, waarschuwde Thea half gemeend.

In de nabijheid van de jeugdige moeder van Miranda voelde Thea zich meestal verstijven. Ze werd een beetje truttig. De tattoos irriteerden haar. Ze zag een doorboord bloedend hart op de bleke, pezige linker bovenarm van Dolly; een donkerpaarse roos op haar rechteronderarm en een permanent aangebrachte zwarte schakelketting om haar kippenhalsje. Dolly kauwde onophoudelijk en luidruchtig op bubblegum waarmee ze volhardend grote bellen probeerde te blazen tot ze in haar gezicht kapot klapten en een roze vliesje over haar sensuele mond en het puntje van de neus achterlieten. Met haar lange, versierde glitter nagels peuterde ze het velletje los en propte het terug tussen haar gestifte, volle lippen. Ze had een rij tanden die veel te recht en wit was om waar te zijn; een achterdochtige lach en haviksogen. Thea zou niet graag ruzie met Dolly krijgen.

En terecht. Illustrerend voor het explosieve karakter van Dolly was een voorval dat een jaar eerder had plaats gevonden op De Wielewaal. De opperouders spraken maanden naderhand nog schande over het incident. Zelfs de kinderen van De Wielewaal konden zich het gebeuren bij navraag nog helder voor de geest halen. In het voorlaatste schooljaar had een groepje jongens uit de toenmalige groep 8 namelijk een filmpje van Miranda online gezet. Aan de achtergrond van de opnames was duidelijk te zien dat Miranda op het speelplein van De Wielewaal stond. Nou ja, stond. Miranda maakte vreemde bewegingen met haar bekken als in een soort regendans van een indianenstam. Ze was aan het twerken. Ze was toen 9 jaar oud.

 

‘Het was haar eigen schuld. Ze stond zo gek te wiebelen in de pauze’, oordeelde Walter.

‘Miranda staat altijd te twerken op het speelplein. Dat moet ze toch zelf weten sukkel!’.’

In die periode was Sabine nog niet bevriend met Miranda en Thea was trots op de loyaliteit met geslachtsgenoten van haar dochter.

‘Doet er niet toe!’

Ondanks de fierheid greep Thea wel in, omdat ze geen zin had in bekvechterij. Sabine en Walter lieten elkaar niet uitpraten en struikelden over de eigen zinnen nadat ze het hoge woord met een hoop herrie hadden weten te bevechten. Het was een kwestie van een paar seconden voordat de ander de één, of de één de ander, weer in de rede viel. Thea drukte haar handen tegen haar oren. Ze wilde maar 1 ding en dat was nou onderhand weleens weten waarom de gangen en de speelplaats van De Wielewaal gonsden van de geruchten over Dolly, de moeder van Miranda. Zonder de uitweidingen en oninteressante details waarmee haar kinderen normaliter nogal scheutig waren in hun dagelijkse verslaggeving van de actuele ontwikkelingen op de basisschool.

‘Dat doet er wel toe. Miranda stond zich de hele tijd aan te stellen. Ze ging niet weg ook. Ik zag de jongens spuwen en duwen. Niks hielp. Ze bleef maar terugkomen. Ze liep die jongens overal achterna. Zodra ze ergens op het speelplein stopten dan begon zij weer stom te dansen’, legde Walter aan Thea uit.

‘Dus toen hebben die jongens een twerkende Miranda gefilmd met een IPhone en online gezet en toen?’

Thea probeerde een uitvoerig  verhaal kort te maken, want het hele filmpje van 30 seconden was nog geen uur online geweest. Echter lang genoeg om onder de ogen van Dolly te komen. Des duivels schijnt ze geweest te zijn. Met een doelgerichte missie stormde Dolly, op dezelfde dag als van de lancering van het filmpje, briesend het gebouw van De Wielewaal binnen en stevende linea recta op het lokaal van groep 8 af. De lessen waren in volle gang. De toenmalige juffrouw Marijke van groep 8 stond net met de rug naar de klas toe en deed iets met het digibord. Ze had te laat in de gaten dat Dolly zich een weg naar de wouldbe cineasten baanden om nog tijdig voor haar leerlingen in de bres te springen. Dolly wist precies waar ze wezen moest en wie de boosdoeners waren. Types met een hoge sociale intelligentie, zoals  Dolly, voelen dat soort wetenswaardigheden feilloos aan. Op zich al bewonderenswaardig genoeg. Vond Thea. Dolly greep de centrale vlerk bij zijn sweater en trok hem half uit zijn bank. Haar vuurspuwende ogen bracht ze tot vlak bij het lijkbleke gezicht van de jongen. Hij sidderde van ontzag hoewel hij minstens een kop groter was dan de petieterige moeder van Miranda. Zijn opgeschoten vriendjes zaten in hun bank vast genageld en vreesden het ergste. Miranda ging wat zeggen. Heel hard. Er kwam ook een speekseldouche mee, terwijl ze in het gezicht van het jongetje schreeuwde.

‘Dat filmpje is met ingang van nu meteen van het internet verdwenen! Gesnopen!?!’  

Iedereen had het begrepen. En Dolly was dan misschien niet de meest subtiele persoonlijkheid die Thea tot haar kennissenkring mocht rekenen; ze had in ieder geval karakter. De rest is bijzaak.

‘Heeft Sabine luizen dan?’, vroeg Dolly op een provocatieve toon om  haar punt over hygiëne duidelijk te maken.

‘Nee.’

‘Nou dan. Heb je sommige kinderen hier op De Wielewaal weleens bekeken? Hoe die stumperds erbij lopen? Afgedragen kleren. Niet meer normaal. Ik zou me kapot schamen als mijn kind in zulke lompen rondliep. En met scheuren ook. Echte scheuren, geen prefab. En smerig. Niet gewassen, niet lekker fris. Maar jij lijkt me best wel zo’n schone moeder. Tenminste als ik zo naar Sabine kijk. Haar kleren zijn heel en ik zie geen vieze vlekken. Ja, ik heb zelf net zo goed smetvrees hoor. Ik moet niet hebben dat Miran luizen krijgt met dat afrohaar van d’r. Daar krijg jij geen luizenkam doorheen. Ik was het haar ook iedere dag. Dat begrijpen ze hier niet op De Wielewaal, dat Miran daarom weleens te laat is. Ik vind schoon gewoon heel belangrijk. En ik woon ook niet meer naast de deur. Mijn pa en ma wel. Vroeger was het hier nog gezellig. Blij dat ik weg ben. Ik heb als kind ook op De Wielewaal gezeten. Nou dat is mooi ook niet meer hetzelfde. Ik ben hier opgegroeid. Toen was het hier veel leuker. Gemoedelijker. Mensen onder elkaar. Nou vangen mijn pa en ma  Miran op tussen de middag en zo. Want dan ben ik poetsen. Want ik zit in de schoonmaak en denk maar niet dat ik me daarvoor schaam. Ja, nou effe niet meer totdat de kleine er is. Want ik houd me wel rustig zodat alles goed gaat met de bevalling natuurlijk.’

‘Ja, natuurlijk’, suste Thea geruststellend, omdat ze het gevoel had dat Dolly continu verhuld om bevestiging vroeg.

Als dat alles was wat Dolly van haar wilde, dan zag Thea geen enkel bezwaar om haar tegemoet te komen. Maar er was meer. Laat op de avond na de schooldag waarop meester Joep met eigen ogen luizen in het haar van Sabine had zien rondspoken en Miranda die middag na school was komen spelen, ging de vaste telefoon. Het was Dolly. Ze klonk verwilderd en daardoor heel dichtbij. Alsof Thea haar beste vriendin was.

‘Sorry dat ik zo laat bel, maar mag ik jou wat vragen?’

‘Miranda heeft toch zeker geen luizen?’, schrok Thea.

‘Wat? Nee, maar ik breng net ons Miran naar bed en ze was weer goed vervelend, je kent dat wel. En ja, toen zag ik dat ik vanmorgen was vergeten om haar Ritalin te geven. Ons Miran heeft gewoon geen baat bij Ritalin. Maar ja, zonder komt er weer een hoop gezeik op school. Kan ik de klok op gelijk zetten. Goed, ik hoef jou niet te vertellen dat ons  Miran ook niet op medicijnen zit te wachten. Ik ben er zelf trouwens net zo goed geen voorstander van. Ze verandert toch een tijd lang in een  zombie door die troep. Maar goed, blah, blah, blah; ons Miran begint dus te grienen. Helemaal overstuur. Schijnt meester Joep vandaag in de klas tegen ons Miran gezegd te hebben dat als ze niet inbindt dat ze dan van school wordt gestuurd. En ik weet ook wel dat Miranda geen lieverdje is, maar ze is toch ook geen satan?! Dus zij begint hardop in de klas te huilen en toen heeft meester Joep heel pesterig gezegd dat ons Miran moest kappen met piepen en dat ze anders maar weer fijn achter zijn rug om naar d’r moeder moest roepen.’

‘Och, ik hoor het hem zeggen’, dacht Thea geprikkeld, terwijl ze gelijktijdig zo diplomatiek mogelijk op Dolly reageerde.

Uit eigen belang. Ze had al genoeg aan haar eigen beslommeringen met de opperouders en daardoor met de leerkrachten van De Wielewaal.

‘Wat erg, maar ik kan me gewoon niet voorstellen dat Joep zulke uitspraken doet tegen een kind.’

Thea loog dus bewust in de hoop om niet bij de wantoestand betrokken te raken. Ze twijfelde niet aan de misstap van Meester Joep. Natuurlijk was hij zijn boekje veel te ver te buiten gegaan, maar Thea wist uit ervaring hoe extreem irritant Miranda negenennegentig procent van de tijd kon zijn. Ze was een luidruchtig kind dat overal in huis nadrukkelijk aanwezig was als ze met Sabine kwam spelen. Een game hield ze nooit langer dan 2 minuten vol en tijdens het buiten spelen was Miranda binnen de kortste keren afgeleid door vanalles en nog wat. Op straat sprak ze iedereen aan; rende op elke hond af; denderde door het verkeer en stak de druk bereden wegen over, zonder op of om te kijken. Ze had het uiterlijk van een getint meisje in een bananenrokje uit zo’n verkeerde vintagereclameposter van weleer. Ze was beeldschoon en bewegelijk als een slingeraapje. Een woelwater met een rijke emotionele belevingswereld die ze obsessief deelde met iedereen die maar bereid was om te luisteren, maar ook met hen die niet wilden horen. Zij moesten maar voelen dat Miranda aandacht nodig had. Immer, onvergankelijk en duurzaam. Op een willekeurige woensdagmiddag dook Miranda met Sabine in de make-uplade van Thea. Miranda had weliswaar netjes om toestemming gevraagd aan de moeder van Sabine, maar dat betekende niet dat het resultaat Thea niet deed betreuren dat ze die oude meuk niet allang in de kliko gemieterd had. De 10jarige Sabine leek wel 16 en de even oude Miranda kon zo doorgaan voor een meerderjarige Playboybunny.

‘Ik word later namelijk visagiste’, maakte Miranda een overdonderde student van Huiswerksterk ongevraagd deelgenoot van haar gekkigheid.

De hele middag probeerde de arme dertienjarige puber namelijk al tevergeefs om zijn continu op rood springende gezicht te redden en het opgewonden standje dat constant kwam storen te negeren. Thea stond op om Miranda voor de 10de keer in 2 uur tijd de bijkeuken uit te werken:

‘Nou ga je spelen met Sabine of ik breng je zo terug naar je opa en  oma’, dreigde ze met tegenzin, want Thea verloor niet graag haar geduld en daarmee de controle over de dagelijkse gang van zaken.

‘Sorry, mag ik een banaan?’, vroeg Miranda bij het zien van de gevulde fruitmand op de keukentafel bij haar doorgang naar de huiskamer onder begeleiding van Thea.

‘Neem maar gauw’, gaf Thea toe.

Ach Miranda had toch liever een mandarijn. Nee een peer. Of een appel? Een sinaasappel. Of een kiwi? Nee, een appel toch liever. Of toch een banaan? Sabine kwam net van het toilet af en liep niets vermoedend de keuken in.

‘Vanaf nu wil ik niet meer gestoord worden Sabine’, beet Thea haar dochter toe.

Ze had meteen spijt. Sabine kon met haar 10 jaar aan levenservaring nooit verantwoordelijk geacht worden voor  het tomeloze gedrag van haar vriendinnetje. Ondanks het onterechte standje van Thea, zocht Sabine, met een vingerwijzing naar Miranda en een wanhoopsblik in haar zwaar bewerkte make-up ogen met nepwimpers, toch nog steun bij haar moeder. Uiteraard wist het overbelaste kind ook niet wat ze met Miranda aan moest. Was Ronnie maar bij haar. Dan zou de schmink tenminste clownesk en leeftijdsgetrouw geweest zijn. Niet levensecht en bevreemdend zoals nu. Alsof Sabine een oppermoeder van De Wielewaal moest voorstellen die met een versteend vingertje de schuld op een ander schoof.

‘Je mag niet wijzen, zegt mijn moeder altijd’, pruilde Miranda.

Haar voelsprieten stonden op scherp. De banaan schikte ze terug op de fruitstapel.

‘Ik zal niet meer storen’, beloofde Miranda ineens flink van haar stuk gebracht.

‘Ik kan er niets aan doen dat ik druk ben. Ik heb ADHD.’

‘Neem je Ritalin dan ook in’, mopperde Sabine aan het einde van haar Latijn.

Thea schoot haar dochter te hulp:

‘Je moet gewoon luisteren Miranda. Dat kun je. Dat hebben jouw opa en oma mij zelf verteld. En ik wil niet dat je iedere keer zomaar de bijkeuken komt binnenstormen. Ik ben aan het werk. Misschien kun je wat make-up artikelen uitzoeken voor jezelf Miranda. Die mag je mee naar huis nemen. Gratis.’

‘Nee, dat hoeft niet mama van Sabine.’

Miranda hield haar handen op de rug en staarde Thea heel zedig aan. Het engeltje.

‘Doe nou maar wel. Zoek maar uit wat je kunt gebruiken en nou de keuken uit. Hup, hup, ik wil  jullie voorlopig niet meer zien en horen.’

‘Die make-up is best wel uitgedroogd en ouverwetst’, legde Miranda onverstoord uit.

‘Nou dan neem je geen make-upartikelen mee naar huis, maar ga wat doen!’, riep Thea vertwijfeld uit.

‘Zullen we trampoline gaan springen’, stelde Sabine voor.

De trampoline was al jaren haar toevluchtsoord bij onoplosbare problemen. Miranda negeerde het voorstel van haar vriendin, maar vroeg liefjes aan Thea:.

‘Mag ik mama tegen jou zeggen?’

Thea kreeg wurgneigingen. In een gemiddelde maand brachten tientallen kinderen en jongeren in de leeftijd van 8 tot 18 een bezoek aan haar huis. Via Huiswerksterk, of door afspraakjes met Sabine of Walter. Ze kwamen, hingen rond, struinden in haar achtertuin, childen in de huiskamer, bezochten en besmeurden haar toilet, aten mee met de lunch of het warme avondeten, werkten zoveel snacks weg dat Thea de bevoorrading niet meer kon bijbenen en vertrokken daarna ook – gelukkig -  weer naar huis. Al dan niet voldaan en in allerlei soorten en maten. Sommige waren minder leuk gezelschap; anderen vormden een verrijking van de dag. De meesten dreven met de stroom mee. Maar dit mooie kind; dit open meisje met de taalvaardigheid van een disjockey of een rapper, dreef Thea tot innerlijke uitersten. Het overgrote deel van de tijd voelde Thea gedurende de luidruchtige aanwezigheid van Miranda de behoefte om het kind lichamelijk in bedwang te houden. Nog nooit had Thea een klap verkocht, of de wens gehad om iemand in elkaar te rammen. Hoe langer evenwel de overweldigende presentie van Miranda, hoe sterker bij Thea het verlangen om het 10jarige meisje te slaan. Met haar vlakke hand in het onnozele kindergezichtje, of met een mattenklopper op haar zitvlees. Thea schrok van zichzelf. Miranda werkte op haar zenuwen. Het meisje drukte precies de verkeerde knoppen bij Thea in. En met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet alleen bij Thea. Dat besef. De realisatie van de wrevel die Miranda bij volwassenen opwekte, deed Thea letterlijk ineen krimpen van wroeging over haar ressentiment jegens dit kind in de leeftijd van haar eigen dochter. Bovendien placht Sabine zich met hart en ziel in de strijd te werpen voor haar schoolvriendin en vooral tegen de kritische kijk van haar moeder en de buitenwacht op Miranda. Nodeloos te vermelden dat Miranda geen gewenste klasgenote was voor de kinderen van de opperouders. Ze zou het prestatieniveau van de groep naar beneden halen door haar voortdurende geschreeuw om aandacht. Maar Sabine vond vooral de ongedwongen sfeer die Miranda met haar afwijkende gedrag wist op te roepen interessant. Miranda won Sabine voor zich door bijvoorbeeld  tijdens een dictee ineens achter haar stoel te gaan staan, omdat ze niet meer wilde zitten. Ze had kramp in haar bilspieren. Met de beste wil van de wereld kreeg meester Joep haar niet meer terug op haar zitplaats, waardoor hij uiteindelijk zijn geduld verloor. Dan deed meester Joep domme dingen die een onderwijzer onwaardig waren. Zoals het breken van potloden, het gooien met krijtjes of het opzetten van een keel. Gevolglijk kroop Miranda angstig – en soms gillend - onder de tafels weg. Panisch probeerde meester Joep haar het lokaal uit te werken zonder lichamelijk te worden en dus strafbaar te zijn, maar Miranda weigerde om de klas te verlaten. Later in het schooljaar betrad een beheerste Jeewee – waarschijnlijk op telefonische hulproep van een geagiteerde Joep - tijdens zo’n noodgeval regelmatig de ruimte om Miranda onder zijn hoede mee naar zijn groep 8 te nemen. Het sprak voor de professionaliteit van meester Jan-Willem dat hij een type als Miranda in een handomdraai getemd had. Probleemloos liet hij Miranda in zijn lokaal, vol met verder alleen maar  8ste groepers, een volledig dagdeel rekenen of taalopdrachten maken. Gewetensvol en mak als een lammetje keerde Miranda terug naar haar groep 6 van meester Joep waar ze net zo makkelijk wederom luidruchtig werd als het haar uitkwam. Haar schrille lach schaterde ongeremd en luidkeels, bij voorkeur op de verkeerde momenten, door de didactische experimenten van meester Joep heen. Miranda knakte bedrijvig haar vingers tijdens het voorleesuurtje; gaf ongevraagd commentaar op instructies bij de gymles en greep iedere gelegenheid op school aan om op alle slakken zout te leggen. De opperouders pikten het zo niet langer meer. Hun kinderen vertelden thuis over die vermakelijke Miranda waarmee hun ouders anders niet konden lachen. Selectief hoorden zij alleen de stoorzender die Miranda welhaast in de les moest zijn. De druk op meester Joep nam toe. Het mocht toch niet zo zijn dat de ADHD van Miranda het prestige van De Wielewaal onderuit zou halen.

Thea maakte zich ook zorgen. Maar niet om de reputatie van De Wielewaal, want als die af zou hangen van de geestestoestand van maar één enkele leerlinge dan was het evenwicht op de basisschool sowieso gedoemd om op de korte termijn volledig door te slaan in de eigen ondergang. Niettemin vond Thea de aanpak van meester Joep toch ook niet om over naar huis te schrijven en met Miranda erbij dreigde het 6de schooljaar van haar dochter uit de hand te lopen in een giga chaos. Als het dat al niet was. In deze moest Thea de opperouders, zij het met tegenzin, dus wel gelijk geven.

‘Ondervind je geen hinder van Miranda?’, vroeg Thea daarom bezorgd aan Sabine.

‘Miranda is leuk. Door Miranda is het minder saai in groep 6’, haastte Sabine zich om haar moeder te overtuigen.

‘Nog minder saai! En als meester Joep niet meer weet hoe hij rekenen of taal uit moet leggen dan gingen  jullie al wat leuks doen’, schertste Thea quasi lichtvaardig.

‘Meester Joep weet veel van geschiedenis en aardrijkskunde’, gaapte Sabine.

‘Wie zegt dat; meester Joep zelf zeker?’

‘Weet ik niet’, bekende Sabine betrapt.

Wilde Thea de loyaliteit van haar dochter dus niet compleet verspelen, dan zat er voor haar niets anders op dan op alle fronten haar fatsoen te bewaren. Met betrekking tot Miranda lukte dat alleen door uit een reserve dosis geduld te putten. Maar die noodvoorraad was op die bewuste woensdagmiddag ook op.

’Je hebt een keuze Miranda; óf je gaat nu trampoline springen met Sabine óf ik bel je moeder uit haar middagdutje en dan ga je maar in de voortuin op haar staan wachten, want dan eis ik dat ze je meteen komt halen!’ sliste Thea tussen haar samengeknepen kaken.

Je zult maar te maken hebben met een kind dat echt ADHD heeft. Thea was geen deskundige, maar volgens haar kwam de opstelling van  Miranda toch akelig dicht in de buurt van abnormaal. Alhoewel de dreiging van de voortijdige komst van haar moeder alleen al genoeg was om Miranda in het gareel te krijgen. Alsof er een lichtschakelaar in haar hoofd werd aangeklikt. Zo snel veranderde Miranda van een orkaan in een briesje. Bekoeld richtte ze zich dan ook tot Sabine:

‘Zullen we de make-up van ons gezicht halen?’

‘Ook goed’, schokschouderde Sabine lusteloos en ze trok Miranda mee aan haar bovenarm op weg naar de badkamer.

De moeder van Miranda aan de andere kant van de telefonische verbinding reageerde fel op het uitgesproken ongeloof van Thea:

‘Ja hoor eens, ik kan me ook niet voorstellen dat meester Joep tegen een leerlinge zegt dat ze naar haar moeder moet rennen om uit te huilen, maar Miranda zweert van wel. Op haar opa en oma – mijn pa en ma -  zweert ze. Nou, dat wil wat zeggen! Dat doet ze echt niet zo maar. Dan weet ik zeker dat ze niet liegt. Kan jij aan Sabine vragen of zij iets gehoord heeft vandaag op school? Sabine zit bij Miran in een groepje vooraan in de klas. Sabine is trouwens ook haar enige vriendin. Ik ben wel blij dat ze nou eindelijk iemand heeft op De Wielewaal. Helaas zit ze tijdens de overblijf, tussen de middag, nog wel elke dag op school drie kwartier in haar eentje achter in een hoekje van het trappenhuis of op de toiletten.

‘Zarah is toch evengoed een nieuwe vriendin van Miranda? Zij gaat ook op iedere schooldag naar de overblijf. Miranda hoeft zich dus helemaal niet van de andere overblijfkinderen af te zonderen tussen de middag. Ze kan gewoon het gezelschap van Zarah opzoeken.’

Thea wist niet hoe snel ze de boot af moest houden. Ze moest er niet aan denken om Miranda elke schooldag van De Wielewaal tussen de middag  bij haar thuis op te moeten vangen. Alleen maar omdat het kind gepest werd en de bijbeunende dames van de overblijf hun werk niet serieus genoeg namen om een verwaarloosd 10 jarig meisje niet dag in dag uit over het hoofd te zien. Dalila had Thea in het vorige schooljaar al getrotseerd met haar eis om 2 van haar meiden voor een prikkie tussen de middag mee naar huis te nemen. Nou Dolly nog.

‘Ja maar met Zarah ligt Miran nogal eens overhoop heb ik al gehoord. Die twee bekvechten wat af. Water en vuur en waar 2 vechten zijn 2 schuld. Dus niet alleen Miranda maakt ruzie, maar ze krijgt wel altijd de schuld op De Wielewaal. En als dan zo’n Joep zegt dat Miranda van school gestuurd gaat worden nou dan heeft ie aan mij een kwaaie.’

 

‘Allicht, maar dat ‘van school sturen’ dat slaat echt nergens op Dolly. Ze kunnen Miranda heus niet zomaar afdanken bij De Wielewaal, want dan heb jij altijd nog de macht om naar de media te stappen. Naar ‘Hart van Nederland’ of zoiets. Dan moet jij eens opletten wie er wint.’

‘Is dat echt zo?’, vroeg Dolly met een trillend stemmetje.

‘Jazeker, maar dat moet je niet willen; al dat gedoe. Je kunt ook uit jezelf naar een andere basisschool op zoek gaan. Bijvoorbeeld in de wijk van je nieuwe huis.’

‘Dat durf ik niet. Denk ik.’

‘Tuurlijk wel; gewoon doen. Dat recht heb je. Elke basisschool is tegenwoordig verplicht om kinderen uit de nabije buurt voorrang te geven op leerlingen van veraf bij het aannamebeleid.’

‘Hoort De Wielewaal dat dan niet te regelen?’

‘Ze doen wel meer niet wat eigenlijk wel zou moeten bij De Wielewaal, sprak Thea.

‘Da’s waar’, grinnikte Dolly.

Na een kort herstelmomentje hernam Dolly het woord weer en vroeg nogmaals:

‘Maar zou jij voor nou even aan Sabine willen vragen of ze vandaag meegekregen heeft dat Joep tegen  Miranda gezegd heeft; dat als ze niet inbindt dat ze dan van school wordt gestuurd en; dat ze moest kappen met piepen en; dat ze anders maar weer fijn achter zijn rug om naar d’r moeder moest rennen en bij mij dus uit moest gaan janken?’

De bimbam in de huiskamer sloeg 10 keer en overstemde de reactie van Thea. Na de laatste bam herhaalde ze haar antwoord:

‘Als het goed is dan ligt Sabine allang op één oor.’

‘Kijk effe!’, drong Dolly aan.

Thea twijfelde voor de schone schijn. Sabine sliep nog niet. Dat wist Thea ook wel. Het regelen van een kindvriendelijk slaapritme was een enorm struikelblok voor Thea. Bart noch zij speelden het voor henzelf nauwelijks tot nooit klaar om voor 1 uur ’s nachts onder het dons te kruipen. Laat staan dat ze de kinderen met de regelmaat van de klok naar bed brachten. Uitschieters waren eerder regel dan uitzondering. Bart was meestal nog met allerlei klusjes in huis bezig en Thea deed na het avondeten het immer achterstallige huishouden. Zo vergeet men de tijd. Zo erg zelfs dat Sabine en Walter zich steeds vaker vrijwillig in hun slaapkamer terugtrokken op een schappelijk avonduur. Desondanks was het sporadische slaapgebrek van de Sabine en Walter dus de schuld van Bart en Thea die zich er wel voor waakten om hun onverantwoordelijke gedrag met wie dan ook te delen. En mocht het onderwerp ‘bedtijd’ ooit ter sprake komen tijdens het kringgesprek op school, dan was het maar te hopen dat de onuitgeslapen kinderen van Bart en Thea hun mond niet voorbij zouden praten.

Sabine zat rechtop in bed over haar IPad gebogen.

‘Ga jij eens slapen, kleine meid’, begon Thea, terwijl ze de IPad onder de neus van Sabine vandaan schoof.

‘Heb je je tanden gepoetst.’

Er kwam geen antwoord, zoals altijd wanneer Sabine niet durfde te liegen, maar ook de waarheid weigerde te benoemen. Thea boog zich voorover;  drukte een kus op de wang van haar dochter. Sabine hield haar adem in, want haar moeder snoof gevaarlijk dicht in de buurt van haar gesloten lippen.

‘Ik ruik geen tandpasta, wel mandarijntjes’, drong Thea aan.

‘Ik ga al!’

Met een zucht liet Sabine haar adem gaan en sloeg het donsdeken van zich af.

‘Wacht, ik wil wat weten. Heb jij vandaag meegekregen dat meester Joep tegen Miranda uitviel?’

Sabine zat op de rand van haar bed:

‘Meester Joep valt iedere dag tegen Miranda uit’, zei ze laconiek.

Thea nuanceerde de vraag.

‘Heb jij hem vandaag horen zeggen dat Miranda maar naar haar moeder moest rennen en bij haar moest gaan uitjanken?’

‘Nee, maar hij zou het hebben kunnen zeggen’, bekrachtigde Sabine de gedachten van haar moeder, terwijl ze naar haar wastafel liep om haar tanden te poetsen.

‘Ja, dat dacht ik ook al. Maar dat ga ik natuurlijk niet aan de neus van de moeder van Miranda hangen.’

Door de spiegel boven de wastafel keek Sabine haar moeder met opgetrokken wenkbrauwen en grote ogen aan. De rumoerige elektrische tandenbostel in haar mond  weerhield haar verder van mondeling commentaar.

‘Als ik jou was dan zou ik gewoon een gesprek met de directrice – Willy Bakbruin – aanvragen Dolly, want Sabine heeft niks gehoord’, pufte  Thea, nog nahijgend van het trappen lopen, beneden door de hoorn van de vaste huistelefoon tegen Dolly.

‘Ja, dan weet ik toch nog niks’, zuchtte Dolly ongedurig.

‘Sorry’, zei Thea kortaf.

‘Ja, nee, maakt niet uit. Jij kunt er ook niks aan doen. Moet ik er nou vanuit gaan dat Miranda liegt? Ik heb namelijk zo’n gevoel dat ze helemaal niet liegt.’

‘Daarom zeg ik, vraag een gesprek aan met Willy’, hield Thea vol.

‘Niet met Jade? Zij is toch interne coördinatrice?’

Dolly was al bijna overtuigd.

‘Ja, dat klopt, maar ik heb niks met Jade’, gaf Thea met tegenzin toe.

Dolly hoefde niet alles van haar te weten.

‘O, ik heb juist niks met Willy. Maar Jade ken ik al van de tijd dat ik zelf nog op De Wielewaal zat. Ze is toen zelfs mijn juf geweest in groep 4. Dus ik ga liever naar Jade.’

‘Nou dan doe je dat’, moedigde Thea de moeder van Miranda opgelucht aan. Het zou nog beter zijn als Dolly een klacht indiende. Linea recta bij de algemeen directeur van de stichting waarbij De Wielewaal was aangesloten. Maar een simpele aanvraag tot een gesprek met Jade – de interne coördinatrice van De Wielewaal - door een moeder van een lagere orde zou ook al heel mooi zijn. Al was het alleen maar om de essentie van een basisschool weer even te benadrukken. En de basis van een lagere school is niet het docententeam; ook niet het opperouderbestand, maar het recht op onderwijs van elk Nederlands kind. Zodat een overbelaste, willekeurige, weldoenster, met hier toevallig de naam Thea, niet nog langer gekunsteld, gedwongen en onbetaald verantwoordelijk werd gehouden voor het welbevinden van een wervelwind als Miranda die niet eens haar eigen vlees en bloed is.

Een tijd lang bleef Thea in het ongewisse over daadkracht van Dolly. De schoolweken vloeiden in een rap tempo in elkaar over en Thea had alleen contact met de opa en oma wanneer Miranda en Sabine met elkaar afspraken. Pas 2 weken na de grote zomervakantie kreeg Thea zekerheid over dat waar ze al zo’n vermoeden van had. Namelijk dat Dolly en zij, ondanks de evidente verschillen in karakter, intellect, interesses en leeftijd, toch 1 essentiële eigenschap gemeen hadden. Noem het bezieling, doorzettingsvermogen of wilskracht. Of eenvoudigweg de motivatie om van elke situatie – hoe hopeloos ook - het beste te willen maken. Van het begin tot het eind. Zonder aan opgeven te denken of een hysterisch aanval te krijgen.

Miranda was na de zomervakantie niet op school verschenen. Ze was niet blijven zitten in groep 6, want Walter belandde in het nieuwe schooljaar bij juffrouw Marijke in deze klas en hij wist van niets. In groep 7 van De Wielewaal was Miranda ook niet terecht gekomen. In het verse schooljaar was de combiklas 6/7 opgeheven en was er voor elke lichting nog maar 1 klas. Er was dus maar 1 groep 7 en maar 1 groep 8. Beide groepen afzonderlijk telden 35 kinderen. In de nieuwsbrief van De Wielewaal gaf Willy Bakbruin te kennen dat deze klassen door hun grootte weliswaar ín de gevarenzone kwamen, maar dat zij met deze  ‘risicoverhoogde status van zowel groep 7 als 8’ aan de slag zou gaan. Met name voor ‘haar’ docenten. Ouders moesten daarbij in hun verwachtingspatroon naar de directie toe echter niet vergeten dat Willy Bakbruin en haar onderdanen ook maar de dupe van de bezuinigingen van de overheid waren. Willy Bakbruin roeide met de riemen die ze had. Zodoende kwam Sabine weer bij Sarah, Luna en Mathilde het huilmeisje niet te vergeten in de klas. Ook nog steeds bij Ronnie, maar Miranda was nergens te bekennen. Nieuwsgierig stuurde Sabine een appje aan haar vriendin om te vragen waar ze bleef.

‘Ik hoef nooit meer naar school’, appte Miranda terug.

In werkelijkheid had Dolly het advies van Thea om met de directie van De Wielewaal te gaan praten niet naast zich neer gelegd. Tegen de algehele verwachting van haar asociale voorkomen in. Het gesprek was er gekomen. Aanvankelijk zelfs niet alleen met Jade de interne coördinatrice, maar ook met Willy Bakbruin; de directrice van De Wielewaal.

‘Kom even binnen en vertel’, drong Thea aan.

Dolly kwam eigenlijk alleen maar Miranda ophalen van een rondje spetteren en spatteren in het opklapbare familiezwembad in de achtertuin bij Sabine. Het zou achteraf bezien de laatste keer zijn dat Miranda op bezoek kwam. Thea was er nooit rouwig om geweest.

‘Is goed, maar dan haal ik wel even de baby uit de auto.’

Het pasgeboren jongetje zat vervoersveilig vastgesnoerd in een buggy. Het was een blakend mannetje dat zich vloeiend en geruisloos van de bijrijdersstoel naar de keukentafel liet verplaatsen. Hij bleef onverstoorbaar tevreden  doezelen met zijn armpjes losjes over de veiligheidsgordels op het buikje en het geplooide kinnetje op zijn mini borstkastje. Over pak weg 85 jaar zou hij op precies dezelfde manier in zijn schommelstoel ergens op de wereld op een veranda in de zomerzon van een middagdutje genieten. Haastig regelde Thea 2 mokken koffie. Het was een lome nazomerdag in september. Scholieren moesten nog bekomen van de grote vakantie en dat betekende stressloze Huiswerksterk klanten. Op die bedoelde woensdag had Thea zelfs de tijd aan zichzelf. De kinderen hielden zich zoet in de zonovergoten achtertuin. En Dolly moest sowieso wachten, want Miranda was – hoe kon het ook anders – nog niet aangekleed. Konden ze net zo goed effe een bakkie doen.

‘Bikini uit, afdrogen en aankleden Miran’, commandeerde Dolly.

Bij het zien van haar moeder schoot Miranda het opklapbare zwembad uit en rende naar de badkamer.

‘Je hebt haar goed gedrild’, complimenteerde Thea.

‘Iemand moet het doen’, grapte Dolly, terwijl ze achter de keukentafel aanschoof en een slok koffie nam zonder te blazen.

Thea was verrast door het gevoel voor humor van de moeder van Miranda. Toch verging het lachen Thea al heel snel gedurende het beluisteren van de uitkomst van het gesprek van Dolly met de directie van De Wielewaal. In de loop van het verslag van Dolly raakte Thea zelfs in alle staten en liet zich, uit een universeel rechtvaardigheidsgevoel, bijna blindelings de barricades opjagen van verontwaardiging.

Omdat Dolly een tweede kindje verwachtte en naar een nieuwbouwwoning verhuisd was buiten de wijk, zou er in het nieuwe schooljaar geen plaats meer op De Wielewaal zijn voor Miranda.

‘O nee? Nou, vertel mij dan maar eens waar Miranda dan moet blijven!’, had Dolly, tot groot genoegen van Thea, van directrice Willy Bakbruin geëist.

Enerzijds uit onvermogen en machteloosheid. Anderzijds uit  provocatie. In haar achterhoofd wist Dolly wel degelijk waar de schoen wrong. Zonder twijfel mede onder invloed van Thea die de vage vermoedens van de moeder van Miranda een kader had gegeven door het verwoorden van haar alom beruchte allergische reacties op de Wielewaalcultuur. Door haar snedige uitspraken, kritische mailtjes en onverschrokken optreden had Thea kennelijk Dolly gesterkt in de overtuiging van haar gelijk. Van het feit dat haar kind, haar Miranda, het bestaansrecht had om niet te min, niet te lastig, niet te veeleisend, niet te druk en nog veel meer wel te zijn op De Wielewaal. Jade de interne coördinatrice nam Dolly een momentje apart. Weg van directrice Willy en haar onvermogen om met de directe manier van reageren van deze voormalige tienermoeder om te gaan. En Jade kende Dolly uit het verleden toen ze nog een kneedbaar, volgzaam en manipuleerbaar meisje uit een arbeidersmilieu was in groep 4 van De Wielewaal. Een basisschool die toentertijd in een opmarswijk heette te zijn.

‘Lieve Dolly, je kiest zelf hoe je over deze situatie denkt, begon Jade, nog altijd in de rol van basisschooljuf.

‘Huh? Jullie regelen toch zeker wel  een nieuwe basisschool voor Miranda als ze hier niet kan blijven!? Van mij mag ze hier blijven. Dan gaat ze tussen de middag gewoon naar mijn pa en ma. Zij wonen hier nog steeds aan de grens van de wijk. Dus ik zie het probleem niet. Ik kwam praten over meester Joep van groep 6. Joep is het probleem en niet Miranda.’

De interne coördinatrice wees naar de toen nog zwangere buik van Dolly.

‘Schopt hij al? Mag ik voelen?’, vroeg ze vertederd.

‘Doe maar effe niet’, weerde Dolly haar oude schooljuf geërgerd af.

‘Je houdt wel een beetje vast aan negativiteit, vind je niet Dolly?’, snibde Jade beledigd maar liefjes.

‘Bij welke basisschool kan ik me melden?’

Jade herstelde zich, trok haar gezicht in plooi en deelde onomwonden haar boodschap aan Dolly mee:

‘Bij De Klaproos is Miranda van harte welkom’.

‘De Klaproos? Dat ligt toch aan de rand van de stad? Dat is nog verder bij De Wielewaal vandaan dan mijn nieuwe woning? Dan kan Miranda net zo goed hier op de school blijven? Qua afstand en zo, bedoel ik?’

Een klasgenootje van Walter zou met ingang van het nieuwe schooljaar ook naar De Klaproos gaan. Het was een school voor moeilijk lerende kinderen die met extra aandacht en persoonlijke begeleiding gesteund  werden. Thea vond De Klaproos helemaal geen slechte optie voor een kind als Miranda, maar zij was Dolly niet. Je kunt als directie van De Wielewaal op ouders inpraten. Je kunt ze adviseren, maar je kunt geen keuzes aan wie dan ook opdringen.  Dat was echter wel wat directrice Willy Bakbruin en Jade de interne coördinatrice van De Wielewaal bij Dolly van het begin van het gesprek af aan van plan waren geweest. Door de moeder van Miranda De Klaproos in de maag te spitsen was een probleemleerlinge op De Wielewaal geruimd en dat stond netjes.

Dolly bood wel iets meer weerstand dan Jade in de gauwigheid had ingeschat. De interne coördinatrice van De Wielewaal besloot het gesprek met Dolly over een andere boeg te gooien.

‘Luister eens Dolly; Joep is niet het probleem hier. Miranda is onhandelbaar en meester Joep kan niet zeggen of hij Miranda in groep 7 nog wel aankan. Hoe hoger de kinderen komen op de basisschool, hoe groter de leerdruk. Miranda is een bijzonder meisje en heeft daarom speciale aandacht nodig. Trouwens, het hoeft toch helemaal geen probleem te zijn dat De Klaproos ver van De Wielewaal verwijderd is? En jouw vader en moeder hebben een auto dus ze kunnen haar nog steeds makkelijk opvangen tussen de middag en na school op doordeweekse dagen als jij moet poetsen. Heerlijk toch. Zie het als een cadeautje.’

Met plaatsvervangende schaamte herinnerde Thea zich het relaas van Sabine op de dag na het paniekerige telefoontje van Dolly waarin ze meester Joep zei te verdenken van een agressieve aanpak van haar dochter in de klas. Tijdens de eerstvolgende les had meester Joep zich verraden. De rusteloze dader was linea recta terug naar de misdaadplek gekeerd. Meester Joep liep naar het groepje van Sabine en Miranda. Met de hele klas als getuige wendde hij zich tot Miranda en begon als een kip zonder kop op haar in te praten:

‘Ik heb niet gezegd dat jij naar je moeder moest rennen om uit te huilen toch Miranda? Dat heb ik niet gezegd toch? Heb ik gezegd dat jij naar je moeder moest rennen om uit te huilen Miranda? Nee toch! Dat heb ik niet gezegd toch?, herhaalde meester Joep wel honderd keer volgens het geheugen van Sabine.

Suf geïndoctrineerd schudde Miranda ten langen leste van nee. Ze ging waarschijnlijk overstag omdat ze haar Ritalin die dag niet was vergeten.

Ondertussen deed Dolly aan de keukentafel van Thea verslag van hoe zij eerder tegen Jade - de interne coördinatrice van De Wielewaal - was uitgevallen.

‘Een cadeautje? Een school voor moeilijk lerende kinderen? Sinds wanneer is Miranda moeilijk lerend? Ze heeft ADHD. Ik vind haar trouwens totaal niet onhandelbaar en moeilijk lerend is ze ook niet volgens de moeder van Sabine. En zij kan het weten, want zij heeft een huiswerkbureau!’

Met groeiende trots genoot Thea van Dolly’s levendige manier van vertellen. Nooit had ze een oordeel gegeven over de leerprestaties van Miranda, maar ze vond het prima om als dekmantel te dienen voor de verdediging van Dolly. Voor zover Thea kon inschatten zou Miranda het VMBO zeker aankunnen. Ze moest alleen niet al te veel beren op haar weg naar de top tegenkomen. Storende factoren. Bijvoorbeeld in de hoedanigheid van directrice Willy Bakbruin , Jade de interne coördinatrices, of meester Joep. Maar dat gold eigenlijk voor alle leerlingen wereldwijd.

‘Dat is oordelen, wat je nu doet, Dolly’, had Jade uit het veld geslagen gepruild.

Dat Jade niet alleen Thea tot uitersten dreef met haar platitudes. bleek wel uit het laatste woord hierover van Dolly.

‘Miranda gaat niet naar De Klaproos en daarmee uit. En hoezo denkt Joep dat hij Miranda in groep 7 niet meer aankan? Dat hoeft toch ook niet? Hij staat in groep 6! Niet in groep 7. Trouwens Jan-Willem zegt altijd tegen mij dat hij helemaal geen problemen heeft met Miranda. En Jan-Willem staat in groep 8. Hoger kan niet op de basisschool. Dus als Miranda naar een andere basisschool moet omdat jullie haar niet aankunnen, of omdat ze nu niet meer officieel in deze wijk woont, dan regel je maar een normale, andere basisschool. Niks moeilijk lerend. Geen Klaproos! Ik hoor het wel!’

‘En toen?’

Thea moedigde Dolly aan, omdat ze dreigde stil te vallen.

‘Niks’, antwoordde Dolly.

‘Hoezo niks?’

‘Ze hebben niks meer van zich laten horen van De Wielewaal.’

Van pure verbijstering zat Thea tijdelijk om woorden verlegen.

‘Ja, en ik moest bevallen dus ik was effe uit de roulatie’, vervolgde Dolly.

Die bevalling was nog geen 5 weken geleden. Theoretisch gezien zat Dolly nog in de kraamtijd, maar dat was haar niet aan te zien. Ze leek herboren. Fris en klaar voor de start.

‘Zo’n kind poep je er zo uit’, pochte ze.

‘Jij misschien’, hikte Thea spottend in het licht van de vacuüm extractie bij Sabine 10 jaar eerder en de keizersnee waardoor Walter 11 maanden later op de wereld was gekomen.

Het halfbroertje van Miranda werd Damian genoemd.

‘Logisch’, vond Thea toen ze het geboortekaartje las.

Kevin had ook nog gekund. Of Roy. Thea kocht een rompertje met opdruk voor Damian en gaf het cadeautje ingepakt na een speelbezoekje aan de ophaal-oma van Miranda voor moeder en kind mee.

‘Wat is het?’, wilde Miranda weten, terwijl ze het pakketje, in zachtblauw pakpapier met witte wolkjesopdruk, in haar handen woog.

‘Een blauw rompertje met opdruk’, wist Sabine.

‘Wat voor een opdruk?’

Dat was Miranda weer.

‘Een leuke spreuk.’

‘Wat is een leuke spreuk?’

‘You can’t scare me. I have a big sister’, antwoordde Thea na een korte denkpauze, waarin ze zich het opschrift voor de geest moest halen. 

‘Wat betekent dat?’

Miranda klonk verveeld.

‘Je kunt me niet bang maken, ik heb een grote zus’, vertaalde de 10jarige Sabine als vanzelf.

‘Ow’, antwoordde Miranda nukkig.

‘Leuk toch?’, vond Sabine.

‘Nou een baby broertje is anders helemaal niet leuk hoor. Hij krijg alle aandacht’, had Miranda gefrustreerd uitgeroepen.

‘En hoe reageert Miranda nou op de kleine Damian?’

Thea schonk nog wat koffie bij. Ze wist zo gauw niet hoe anders nog bemoedigend te zijn.

‘Gaat steeds beter. Zeker nou we een normale school bij ons in de wijk voor haar gevonden hebben.’

‘Ow, wat goed! Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?’

‘Een week voor de grote vakantie ben ik nog hoogzwanger samen met mijn pa en ma en met Miranda naar De Klaproos geweest. Je kunt pas echt oordelen als je weet wat je afkraakt. Nou zal De Klaproos best een prima lagere school zijn voor  zwakbegaafde kinderen, maar het is gewoon geen plek voor Miranda. Er liepen gewoon downies en andere echte debieletjes tussen de redelijk normale kinderen Thea. Ik meen het. En neem alleen het megagebouw van de school. Net een fabriekshal. Daar zit dus ook een VMBO in. Nou, leer mij ons Miran kennen. Zij is toch al van de uitdagingen. En dan met die pubers in de buurt. Die trien hangt zo met een stel jongens rond. Te blowen en te breezen. Ik zelf was 15 toen ik beviel van mijn eerste. Dat moet Miran zichzelf niet aandoen. En mij ook niet trouwens.’

‘Dolly heeft gewoon groot gelijk’, dacht Thea, maar ze zweeg en luisterde verder.

‘Maar toen bleek dat Miranda al stond ingeschreven bij De Klaproos via De Wielewaal en dus nergens anders terecht kon. Toen heb ik nog met Willy Bakbruin van De Wielewaal gebeld. Alleen kon zij niks meer doen omdat de zomervakantie voor de deur stond. Toen ben ik effe gesjeesd van kwaaiigheid. Dat werkt niet, want ons Miranda had nog steeds geen school meer. Goed, ondertussen werd Damian geboren. Ik moest er effe van bijkomen. Enfin, nog geen school voor Miranda. De vakantie ging voorbij. Nog geen school voor Miranda. Ze werd er gewoon vervelenderig van en anders ik wel. Dus op een goeie dag heb ik haar rapport gepakt en ben ik de buurtschool bij ons in de nieuwbouwwijk binnen gestapt.

‘Ik kom Miranda inschrijven’, zei ik.

‘Was geen probleem. Miranda was van harte welkom op de nieuwe basisschool. Ik kon wel janken van blijdschap. Nou ja, eerlijk gezegd begon ik ook echt een potje te brullen van geluk.’’

‘Ja, daar kan ik me iets bij voorstellen’, lachte Thea en ze vroeg:

‘En hoe bevalt het Miranda op haar nieuwe school?’

‘Ze begint komende maandag pas. Ik zal blij zijn als ze weer onder de pannen is en anders Miranda zelf wel. Eerst was ze helemaal happy omdat ze niet naar school hoefde na de zomervakantie, maar na een week  smeekte ze op haar knietjes om weer naar school te mogen. Nou, dan is het echt raak hoor! Als ons Miran uit zichzelf naar school wil onderhand. Dat mag wel op twitter’, antwoordde Dolly terwijl ze de fopspeen die het mondje van de baby dreigde te verlaten terug op z’n plaats drukte en daarmee meteen Damians zuigkracht weer op gang bracht.’

Thea was niet alleen vol bewondering voor de daadkracht van Dolly, maar deelde ook haar euforische stemming. Dit grijze muisje kon nog weleens een kwispelstaartje krijgen. De voorpret op haar leedvermaak hierover kon  Thea niet voor zich houden:

‘Ik geloof niet dat Willy, Jade en Joep hiermee weg komen. Ze hebben Miranda en jou onprofessioneel en lomp behandeld. Dat kan niet onopgemerkt blijven.’

De reactie van Dolly sloot naadloos aan op het laatste woord van Thea:

‘Ja, de directrice van de nieuwe school van Miranda vond het ook al zo raar dat Miranda naar De Klaproos was doorverwezen door de leiding van De Wielewaal. En helemaal dat ze zomaar was ingeschreven zonder mijn toestemming. Dat is illegaal. Dat mag niet. Een kind zomaar ergens inschrijven zonder toestemming van de ouders. Dat wist ik ook niet, maar dat zei de directrice van de nieuwe school van Miranda. Een tof wijf. Ze zei dat Miranda gewoon een goed rapport had en normaal over kon naar groep 7. Iemand met leerproblemen heeft niet zo’n mooi rapport volgens haar. En weet je wat ze ook zei?’

Dolly zat zich duidelijk te verkneukelen van de voorpret over dat wat ze nu aan Thea zou gaan meedelen.

‘Nou?’

‘Dat ze melding gaat maken van wanprestaties van de leiding van De Wielewaal bij de onderwijsinspectie.’

 

HOOFDSTUK 30

Op het nippertje kreeg meester Joep toch geen vaste aanstelling op De Wielewaal. Tot aan het eind van zijn tijdelijke dienstverband was hij daar wel op blijven rekenen. Het was hem aan te zien dat hij zwolg in zelfmedelijden. Thea had het vermoeden dat hij in die laatste periode stiekem heel wat traantjes  op de toiletten op de eerste verdieping naast het klaslokaal van groep 6 gelaten had. Of misschien had hij wel gewoon openlijk gehuild in de docentenkamer. In die dagen hoorde Thea hem zelfs binnensmonds vloeken toen ze na schooltijd een vergeten gymtas van Sabine van de kapstok kwam grissen. Gealarmeerd tuurde ze door de kier van de half geopende deur van het lokaal van groep 6. Meester Joep waande zich alleen en begeleidde zijn gefoeter door herhaaldelijk tegen een prullenbak aan te trappen. Thea maakte dat ze wegkwam. Het geklik van de hakken van Thea kon hij niet gemist hebben. Toch nam hij geen gas terug. Integendeel. Hij produceerde nog een lading extra oerkreten. Alsof hij haar woordeloos smeekte om hem te troosten.  Gisteren was hij nog de favoriet geweest van Willy Bakbruin. Dat met die vaste aanstelling zou wel goed komen. Iedereen had er vertrouwen in. Willy Bakbruin voorop. Niettemin geschiedde het onvoorstelbare en het tijdelijke contract van meester Joep mocht niet verlengd worden van de algemeen directeur van het overkoepelende orgaan alsmede de  geldschieter van De Wielewaal. Er is altijd een baas boven baas.

Thea had geen mening over het aankomende vertrek van meester Joep en voelde zich niet aangesproken door zijn verslagenheid. Ze was maar een ouder. Sabine was redelijk ongeschonden door het zesde basisschooljaar heen gelaveerd. Tenminste voor zover Bart en Thea dat op dat moment konden beoordelen. De 10 minutengesprekken bezocht Bart nog steeds in zijn eentje. Zo leerde hij meester Joep beter kennen dan Thea.                                        

‘Hij is geen hoogvlieger’, oordeelde Bart over meester Joep.

Toch bleef Bart aldoor bereid om meester Joep het voordeel van de twijfel te gunnen. Hoezeer de stapel blunders van meester Joep zich ook bleef ophogen. Het gedoogbeleid van Bart vloeide in ieder geval niet voort uit loyaliteit met geslachtsgenoten. Dus omdat meester Joep een man was tussen voornamelijk vrouwen in het onderwijs. Jeewee was als man  immers ook in de minderheid tussen het leerkrachtenbestand op De Wielewaal en met hem ging Bart in het verleden een zinloze woordenwisseling ook niet uit de weg. Misschien raakte Bart langzaam maar zeker afgeleid van de hoofdzaak. Mogelijke waren alle onbenulligheden waarover hij zich namens zijn kinderen druk moest maken op De Wielewaal wel naar zijn hoofd gestegen. Net als bij Thea eigenlijk. Na een langere confrontatie met een overvloed aan stupiditeit, krijgt ieder normaal denkend mens vroeger of later slappe knieën en dan is het gedaan met de hakken in het zand.

‘Laten we elkaar dan maar scherp houden’, stelde Bart voor.

‘Dat moet te doen zijn’, beaamde Thea.

Het was bittere noodzaak, want de strijd op De Wielewaal was nog lang niet gestreden. In de aanloop tot aan het volgende opgeblazen akkefietje mistte Sabine een  peiltoets. Dat zijn citotestjes waarvan de uitslag het leerontwikkelingsniveau van basisschoolkinderen weergeeft. De griep had Sabine echter voor een week geveld. Een klasgenootje – Nia - was in dezelfde tijd ook niet op school geweest. Aanvankelijk mocht alleen Nia de toets inhalen op de gang buiten het lokaal van groep 6. Sabine niet. Alsof haar leerontwikkelingsniveau niet belangrijk was en dat van Nia wel. Het excuus van meester Joep was dat Nia dyslectisch was en Sabine niet. En aan dyslectie kon meester Joep relateren. Hij was namelijk zelf ook dyslectisch. Net als zijn vader en moeder. En zijn maar liefst 3 broers. Zij waren eveneens dyslectisch. De familie Dyslectie als het ware. Maar Sabine was niet dyslectisch. Wel nog niet helemaal uitgeziekt en desondanks – uit ijver -  naar school gekomen. Willy Bakbruin moest er aan te pas komen om de gemoederen tussen Bart en meester Joep tot bedaren te brengen. Dat kon echter alleen op een tijdstip waarvoor Bart een middag vrij moest nemen.

‘Maar Thea kan toch ook komen?’, bedacht meester Joep zich in een mailtje aan de ouders van Sabine.

‘Thea komt niet. Ik kom’, mailde Bart terug.

Lekker kort door de bocht en typisch Bart. Voor de goede orde stuurde Thea nog een berichtje aan meester Joep terug waarin ze uitlegde dat zij om persoonlijke redenen geen discussie meer met de directie van De Wielewaal aanging. Meester Joep hoefde zich wat Thea betreft dan ook geen zorgen te maken; want bij haar weten had hij niets op zijn kerfstok. In ieder geval niets dat tot een halszaak zou kunnen leiden. Natuurlijk trokken Bart en zij 1 lijn. De reden waarom Bart per sé in plaats van zijn vrouw bij het gesprek met meester Joep en Willy Bakbruin op De Wielewaal aanwezig wilde zijn had alles te maken met de reële kans die Thea liep om Jade, de interne coördinatrice, tegen het lijf te lopen. Daarom meed Thea de 10 minutengesprekken bijvoorbeeld ook. In het verleden was ze al eens onaangenaam verrast door een interventie van Jade de interne coördinatrice tijdens een vertrouwelijk gesprek over Walter met juffrouw Toos van groep 4.  Zo’n shocktherapie was wat Thea betreft niet effectief en dus niet voor herhaling vatbaar. Een hernieuwde  confrontatie met Jade de interne coördinatrice zou namelijk weleens funest kunnen zijn voor de schone lei van Thea op De Wielewaal.

De strekking van de quasi verhelderende mail aan meester Joep van Thea was goed bedoeld. Ze wilde alleen maar voorkomen dat die arme onervaren meester Joep onzeker zou worden van haar terughoudendheid die – nog -  niets met zijn wankele persoon van doen had.

‘Dat had je beter niet kunnen doen’, vond Bart nadat het kwaad geschied was en Thea al op de verzendknop gedrukt had.

‘Jij kunt zo bot zijn’, verweerde Thea zich.

‘Jij schept alleen maar verwarring met je goede bedoelingen en jouw ellenlange, ingewikkelde verklaringen waar een simpele ziel als zo’n Joep toch geen jota van snapt. Hij is alleen maar met zichzelf bezig.’

Alsof Thea dat niet wist. Maar ze weigerde om met pek besmet te raken, alleen maar omdat de omstandigheden haar dwongen om ermee om te gaan. Dat nam niet weg dat Bart groot gelijk had. Meester Joep was veel te onervaren, maar vooral te egocentrisch, om zich in de problematiek tussen de interne coördinatrice Jade en een gevoelige ouder zoals Thea te kunnen en willen verdiepen. Hij had al moeite genoeg met de eerlijke verdeling van zijn aandacht over de leerlingen van groep 6. Hij kon niet differentiëren. In een teamoverleg was meester Joep waarschijnlijk door zijn ervaren collega’s aan zijn verstand gebracht dat Nia in de gaten gehouden moest worden. Nia liet zich voorstaan op haar huidskleur en omdat ze geadopteerd was. Zo kwam Nia bij voorbaat in de gevarenzone van gepeste slachtoffers terecht. Vandaar die preventieve voorkeursbehandeling. Dat moest een boze, witte man in de hoedanigheid van Bart maar gewoon leren accepteren.

‘Ik snap alles, maar dat wil nog niet zeggen dat ik alles zomaar pik.  Wat kan mij die hele Nia schelen? Ik neem een vrije middag om hier met jullie over mijn dochter te praten. Ik ga m’n kostbare vakantiedagen toch niet opofferen aan het kind van iemand anders’, donderjoeg Bart.

Geïntimideerd gingen directrice Willy Bakbruin en meester Joep aan het einde van het gesprek toch maar overstag. Had Bart tenminste niet voor niets vrij genomen van zijn werk en had zijn komst naar De Wielewaal toch in het teken van Sabine gestaan. Aan het einde van de woede-uitbarsting van Bart mocht Sabine de peiltoets alsnog inhalen.  

Na de gedeelde inhaalslag was Nia verkocht. Ze liet iedereen merken dat ze Sabine wel zag zitten als vriendinnetje. Op verzoek van haar adoptieouders mocht Nia in de klas ook meteen bij het groepje van het nieuwe vriendinnetje van haar keuze aanschuiven. Wat meester Joep betrof kon Nia zonder pardon  de plaats van Miranda innemen. Meester Joep was sowieso van het begin af aan al tegen de klik tussen zijn lieveling Sabine en het ADHDpatiëntje geweest. Dus op commando van meester Joep verhuisde Miranda in haar eentje naar een apart plekje vooraan in de klas. Onder het mom van voorzienigheid; zodat meester Joep haar vanaf zijn lessenaar zogenaamd goed onder controle kon houden. Maar in werkelijkheid met het doel om Sabine en Miranda voor eens en altijd uit elkaar te halen.

Het mocht niet baten. Met Nia in de buurt voelde Sabine zich juist nog meer tot de speelse en prettig gestoorde Miranda aangetrokken. Nia had niet veel te melden en zo ja dan was het een hoop gezanik. Op alles had ze wat aan te merken. Van het zogenaamd ongezonde elfuurtje in de vorm van een witte boterham met kaas van Sabine tot aan de vermeende verkeerde Stabilo. Sabine gebruikte de ergonomische pen om het schrijven met de hand te vergemakkelijken. Met haar kritiek overschreed Nia de grens die andere bij haar constant geacht werden te respecteren. Dit gedrag was symptomatisch. Sabine was niet de enige die niet ontkwam aan het venijn van Nia. Iedereen kon op elk moment een veeg uit de pan van haar verwachten. Voor elk wat wils. Alsof ze geen rust had totdat ze iedereen in haar gareel had. Niet zo vreemd dat niemand Nia aardig vond om heel andere redenen dan haar politiek correcte ouders dachten. Dus niet omdat Nia een getinte huidskleur had en ook niet omdat ze geadopteerd was. Hoewel dit wel de enige twee redenen waren waarom Nia immuniteit genoot tegen de opgekropte groepsirritatie. Ze was het gewenste adoptiekind van opperouders. De vervelende sfeer die Nia in de klas wist op te roepen, reageerden de brave kinderen van mede opperouders dan maar af op vrij wild. De licht ontvlambare Miranda leende zich uitstekend voor de tamelijk onschuldige plagerijtjes. Zo kon je tenminste nog lachen. Het was veilig om de losbollige Miranda openlijk te treiteren – de opperouders knepen hier allicht een oogje toe – en tegelijkertijd de zedige, zuurpruim Nia te negeren. Ze werd stiekem overal buiten gelaten. Het was de enige, heimelijke, remedie van groep 6 tegen de kommer en kwel van Nia.

Sabine was echter de laatste die op de hoogte was van de ongeschreven wet met betrekking tot Nia. Ze kwam van de combiklas en was een nieuwelinge in de complete groep 6. Sabine liep in deze groep achter de feite aan met als gevolg dat ze onvoorbereid de volle laag van dit hypocrietje te verduren kreeg, De onbevangenheid van Sabine was tevens haar valkuil. Iedereen was van harte welkom op haar thuisbasis.  Tekenend was wel dat Nia zichzelf had uitgenodigd.

Het was eind november en Sinterklaas reed ’s nachts met zijn witte schimmel Amerigo en knechten over de daken. Zwarte Piet had die ochtend 2 chocoladeletters via de schoorsteen in de linker schoenen van Sabine en Walter gestopt in ruil voor een bos wortels – die Thea in het avondeten verwerkte - en 2 tekeningen. Sabine hield Nia de helft van haar chocoladeletter voor.

‘Van Zwarte Piet’, voegde ze aan haar aanbod toe.

‘Zwarte Piet is discriminatie’, wist Nia, terwijl ze het stuk chocolade gulzig naar binnen schrokte.

‘Ow’, antwoordde Sabine, omdat ze niet wist wat discriminatie was.

‘Ja, dat is heel zielig voor mij, want ik ben geboren in Afrika’, wijdde Nia vol zelfmedelijden en met volle mond uit.

‘Zwarte Piet bestaat niet eens’, wist Sabine scherp.

‘Hoezo niet?’

Walter besloot zich met het tweetal te bemoeien.

‘Het is een sprookjesfiguur. Weet je niet wat een sprookjesfiguur is? Je bent toch weleens in de Efteling geweest?’

Nia begon te huilen en stopte pas nadat Walter bereid was om ook de helft van zijn chocoladeletter aan het drammerige kind af te staan. Het was de druppel die de emmer van Sabine’s tolerantie deed overlopen, maar ze was goedmoedig genoeg om Nia aanvankelijk op het schoolplein nog gewoon te betrekken bij haar spel met Miranda en Zarah die alletwee in principe ook best bereid waren om een vierde meisje tot hun vriendinnenclubje te laten toetreden. Binnen de kortste keren ontpopte Nia zich echter als een tirannetje. Zij wilde bepalen wat er gebeurde. Lukte dat niet dan kreeg ze een hysterische aanval in het centrum van het speelplein; compleet met hyperventilatie en toegesnelde leerkrachten met papieren boterhamzakken ter regulatie van haar op hol geslagen ademhaling. Op die toer was er altijd wel een volwassene die zich door Nia voor het karretje liet spannen. Zo niet de minderjarige Miranda, Zarah en Sabine. Dit driespan was wel goed, maar niet langer gek. Sabine begon zelfs zo iebel van Nia te worden dat Thea het tijd vond om in te grijpen.

‘Ik ben er toevallig zojuist pas achter gekomen dat Sabine van de combinatieklas afkomt en nieuw is in deze groep 6, joh’, begon meester Joep toen hij Thea op zich af zag komen lopen.

Thea zweeg. Ze had wederom geen woorden voor zoveel desinteresse en de zekerheid dat meester Joep wel weer één of ander wankel excuus zou hebben voor zijn onwetendheid. Hij was immers nieuw; slechts de nederige vervanger van juffrouw Dorien en diende onder een tijdelijk contract. De onvrede in de gezichtsuitdrukking van Thea ontging meester Joep niet en hij haastte zich om haar gunstig te stemmen.

‘Maar niets dan lof voor mijn vredesduifje. Sabientje doet het uitstekend in deze groep 6. Ze hoort er helemaal bij. Sterker; als ik haar niet had gehad in de klas dan zou ik het een stuk moeilijker hebben als beginneling’, lachte meester Joep aimabel.

Kijk dat was dan weer heel handig van meester Joep. Hij wist wat hij moest zeggen om zijn aanvaller te ontwapenen. Dat moest Thea hem nageven. In tegenstelling tot Jeewee bijvoorbeeld die zich in allerlei bochten moest wringen om het ouders naar de zin te maken, terwijl het lesgeven hem op zich toch wel een stuk makkelijker af leek te gaan dan meester Joep. Een vlotte babbel zegt ook niet alles.

‘Misschien wordt het tijd om Sabine te belonen voor haar inzet?’

Thea had te laat door dat ze waarschijnlijk weer te ingewikkeld bezig was met het oog op het overbelaste bevattingsvermogen in gevaarlijke combinatie met de eigengereidheid van meester Joep.

‘Hoe bedoel je?’

Het was 10 minuten voor aanvang van de lessen en in het lokaal van groep 6 had zich achter Thea een rij met opperouders gevormd die het recht om op stel en sprong gehoord te worden op hoge poten kwam opeisen. Opgejaagd nam meester Joep zijn smileybeker met hete thee van de lessenaar.

‘Sabine zit liever niet in een groepje bij Nia’, bekende Thea hardop en zonder schroom.

Op dat moment zou Thea gezworen hebben dat meester Joep haar een bevestigend ogenkneepje gaf, terwijl hij zijn mond aan de rand van zijn smileybeker zette. Achteraf bezien had het éénmalige gewimper van meester Joep misschien toch meer met een zenuwtrek of reflex op de stomend hete thee te maken, want het resultaat op het verzoek van Thea, om Sabine en Nia uit elkaar te halen, werd niet gehonoreerd. En ook weer wel, omdat meester Joep aan het einde van de schoolweek op vrijdagmiddag alle groepjes in de klas uit elkaar trok. Voortaan zouden de leerlingen in het lokaal van groep 6 paarsgewijs 3 lange rijen bezetten. Sabine werd achterin aan de buitenkant van de eerste rij naast ene Imke geplant die aan haar linkerhand bij het raam zat. Imke was een schuchter maar vriendelijk blond meisje dat letterlijk met kop en schouders boven de rest van groep 6 uitstak en dat naast haar lengte voornamelijk opviel door haar glad  achterover gekamde lange haren, strak bijeengehouden in een volle paardenstaart bovenop haar kruin. Imke had langer gekleuterd dan de meeste kinderen van haar jaargang en ze doubleerde dit schooljaar in de complete groep 6. Ze was 12 jaar en in principe vond Sabine het wel stoer om in de klas naast een meisje te mogen plaatsnemen dat 2 jaar ouder was dan zij. Totdat Sabine haar hoofd naar rechts draaide om te controleren wie er op bevel van meester Joep in de middelste rij, achterin, aan de andere kant, naast haar was komen zitten. Zij het met een kleine tussenruimte van het gangpad. Het was Nia die Sabine gelukzalig toelachte.

‘Doet hij dat nou expres?’ kermde Thea tot en met getergd.

‘Ach welnee, het menneke weet niet beter!’, suste Bart die alweer aan een protestmail was begonnen. 

‘Hoezo, ik zeg vanmorgen letterlijk tegen Joep dat Sabine liever niet in een groepje bij Nia zit. Hoezo weet hij dan niet beter?’

De stem van Thea sloeg over.

‘Wat zeur je nou?! Joep heeft precies gedaan wat jij gevraagd hebt. Sabine zit vanaf vanmiddag toch ook niet meer in een groepje bij Nia?!’, schamperde Bart.

‘Nee, maar ze zit nog steeds naast Nia. Weliswaar niet in een groep, maar in een rij met een gangpad ertussen. Dat is niet wat ik bedoelde’, wanhoopte Thea.

‘Ik ben al aan het ageren Thea. Ik ben het met je eens. Maar laat het een les zijn voor de volgende keer.’

‘En wat mag die les dan wel zijn als ik vragen mag?’

‘Je had gewoon tegen Joep moeten zeggen: Ik wil dat Nia uit de buurt van Sabine gehouden wordt; heb je dat goed begrepen? Nitwit.’

‘Lekker subtiel’, vond Thea.

Bart haalde zijn schouders op.

‘Nou ja, dat ‘nitwit’ kun je eventueel weglaten, maar de rest moet wel gezegd worden!’

‘Aan jou de eer, maar volgens mij halen de opperouders met precies dezelfde botte bijl hun gelijk. Ik zou daar liever boven staan’, snoof Thea nuffig.

‘Geloof jij nou echt dat jij de enige bent die meester Joep aanspreekt over de indeling van de zitplaatsen in de klas? En dan ben jij bent nog beleefd en kalm’

‘Moet ik dan gaan schelden?’

‘Nee, je moet doen wat ik zeg. Je moet duidelijk zijn!’, concludeerde Bart dictatoriaal.

‘Commandeer de hond en blaf zelf’, hapte Thea onaangenaam getroffen.

‘Denk je nou echt dat Joep bijvoorbeeld zo’n Nia of Miranda, of desnoods dat Imkegeval zomaar naast een gedoodverfde gymnasiast als een Fransje kan zetten zonder dat die ouders een fit krijgen?’

‘Wat kan mij dat nou bommen. Zolang onze dochter maar niet naast Nia hoeft te zitten. Sabine heeft er last van’, sudderde Thea zwakjes na.

Maar Bart was nog niet uitgeraasd.

‘Die opperouders zijn achterbakse mes in de rug stekers. Als ze niet meteen hun zin krijgen dan staan ze  bij de eerstvolgende gelegenheid bij de onderwijsinspectie op de stoep. Dan laat Joep liever die makkelijke Thea vallen. Eén keer sorry zeggen en die aardige moeder van Sabine is niet langer boos.’

Bart sprak uit ervaring.

‘Dus Joep heeft mijn wensen gewoon niet in ogenschouw genomen?’

Thea klonk alsof ze Bart niet kon geloven. Net of er normaliter op De Wielewaal wel rekening met haar gehouden werd.

‘Jawel, maar onze wensen zijn dus duidelijk minder belangrijk dan de eisen van de opperouders’, zuchtte Bart enigszins gekalmeerd nu.

Alsof het botvieren van zijn frustraties op Thea verlichting bracht.

‘Ben ik toch nog ergens goed voor!’ dacht Thea  wrevelig, terwijl ze haar gesteggel met Bart voortzette:

‘Hoe krijgen die opperouders die voorkeursbehandeling toch voor elkaar?’,

‘Van het ons kent ons principe’.

Omdat een bevredigende reactie van Thea uitbleef, vervolgde Bart geërgerd:

‘Maar dat zul jij wel nooit snappen. In ieder geval heeft Joep een probleem nu en dat hoeft Sabine niet op te lossen. Er leiden meer wegen naar Rome. Hier lees mijn mailtje aan Joep maar eens!’

Thea las.

‘Beste Joep,

Vanmorgen heeft Thea aangegeven dat Sabine liever niet naast Nia zit. Overigens nadat ze Nia meerdere kansen heeft gegeven. Vanmiddag heb jij de zitplaatsen in de klas veranderd en wel zodanig dat Sabine en Nia opnieuw naast elkaar zitten in het lokaal. Ik heb 2 vragen. Vraag 1: Wat is de reden van deze strakke actie op vrijdagmiddag ? Thea kreeg jou vanmiddag niet meer te pakken en nou gaat er opnieuw een  weekend over de problematiek heen. En vraag 2: Wat ga jij ondernemen om deze fout te herstellen?’

Pas op zondag om 10.00 uur ’s avonds laat ontving Bart een online reactie van Joep.

‘Zeer geleerde heer Bart,

Ik heb geen fout gemaakt. Ik zit niet te wachten op uw boze berichtjes. De kinderen zitten nu in rijen, omdat de vaste plaatsen eens in het kwartaal veranderd moeten worden. Dat is het beleid van de school. Sabine moet ook leren om te gaan met kinderen die ze niet aardig vindt.

Hoogachtend Joep Zeikjes

Meester groep 6 van De Wielewaal.’

Zonder er verder nog woorden aan vuil te maken stuurde Bart de mailwisseling meteen door naar de bazin van meester Joep oftewel naar Willy Bakbruin; directrice van De Wielewaal. Op maandagmorgen om 10 over 8 ’s morgens stond er al een reactie van de directrice van De Wielewaal in de mailbox.

‘Zeer geleerde heer Bart (beste Bart)’,

Graag zou ik een op korte termijn een afspraak maken voor een tweede gesprek tussen jou, meester Joep en mij. Ik mail nog een voorstel voor een datum door zodra meester Joep is hersteld. Hij heeft zich ziek gemeld.

Met vriendelijke groeten Willy Bakbruin.’

Pas halverwege de week dook meester Joep weer in het klaslokaal van groep 6 op. Hij verscheen in de deuropening toen Thea op woensdagmorgen Sabine gewoontegetrouw naar haar plaats in de klas wilde begeleiden. Zijn begroeting klonk nasaal. Kennelijk moest Thea doordrongen raken van zijn plichtsbesef dat  schitterde door  zijn aanwezigheid. Ondanks dat hij nog niet goed uitgeziekt was van zijn verkoudheid, was hij toch komen opdagen. Wat een bikkel was die Joep! Hij viel door de mand in de buurt van Moira, de moeder van Kasper. Ten opzichte van haar gedroeg meester Joep zich ineens kiplekker en macho. Tegelijkertijd  stuurde directrice Willy Bakbruin vanuit haar kantoortje in De Wielewaal online een voorstel aan Bart door, om op diezelfde woensdag, in de loop van de middag, het tweede gesprek te laten plaatsvinden. Op zijn beurt gaf Bart te kennen dat de eerste opening in zijn agenda op de maandag aanstaande viel. Niet per sé de waarheid, maar wat Bart betreft was hij nu aan zet. Het was hoog tijd om dit keer op initiatief van de ouders van Sabine een weekendje over de kwestie heen te laten gaan. Missie geslaagd, want meester Joep was op van de zenuwen. In de dagen voor het weekend lonkte hij tijdens het brengen en halen van Sabine nerveus naar Thea in de hoop op oogcontact. Met een droefgeestige houding; trieste kijkers en een sip lipje; dacht hij Thea te kunnen vermurwen. Maar Thea was niet langer een basaal prooi. Inmiddels telde ze  voor 2, want ze was al gewaarschuwd door de voorspelling van Bart:

‘Dan laat Joep liever die makkelijke Thea vallen. Eén keer sorry zeggen en die aardige moeder van Sabine is niet langer boos.’

Met ingang van dit inzicht nam Thea zich voor om nooit meer met zich te laten sollen. Precies 2 dagen hield ze voet bij stuk, daarna wist ze zich geen houding te geven toen meester Joep op vrijdagmiddag na school op het speelplein met Sabine aan de hand op haar af kwam schuifelen. Het huilen stond hem nader dan het lachen en Sabine klampte haar moeder figuurlijk radeloos aan met grote, vertwijfelde ogen. Het beschermengeltje  van Joep had ook  geen idee of het gezicht van haar meester in naam van het zelfrespect nog te redden viel.  Hoe diep kun je zinken?

‘Mag ik even met je praten, lieve Thea, want zo heb ik het allemaal niet bedoeld. We waren zo goed met elkaar. Jij en ik. Dat kan toch nog? Er hoeft toch niet gepraat te worden met Willy en Bart erbij? Wij saampjes kunnen dit toch oplossen? Dat kan toch echt Thea?  Ik heb helemaal niet geslapen en zo kan ik het weekend niet in. Alsjeblieft Thea, luister naar me’, jammerde Joep.

Hij was een kind. Een jongetje dat stout was geweest tegen papa. Nou moest mama hem redden. Thea was echter niet van plan om hem te vrijwaren. Maar afwijzen was ook geen optie. Nog meer pathetisch zelfmedelijden kon Thea niet verdragen. Vandaar dat ze niet zei wat ze eigenlijk zou willen schreeuwen tegen meester Joep; namelijk:

‘Verman je alsjeblieft, je bent een volwassen vent!’

In plaats daarvan vroeg ze ijzig:

‘Waar laten we Sabine en Walter in de tussentijd?’

Sabine probeerde de situatie te redden en zich tegelijkertijd los te maken van de volwassen materie die meester Joep als een spreekwoordelijke molensteen aan haar kindernekje gehangen had.

‘Ik wacht Walter wel op en dan gaan we  in De Wielewaalspeeltuin  spelen’, anticipeerde Sabine daarom snel.

Meester Joep haalde zijn neus op en veegde de tranen uit zijn ogen met de mouw van zijn trendy shirt.

‘Ik ben nog steeds snipverkouden’, verontschuldigde hij zich ter tegemoetkoming aan de minachting die Thea voor het miezertje uitstraalde.

‘Was dan nog langer ziek thuisgebleven. Niemand is onmisbaar’, verweet Thea de rug van meester Joep, terwijl  hij haar vooraf ging op weg naar het klaslokaal van groep 6.

De helpende handjes na schooltijd ontsloeg meester Joep van hun klassenbeurt.

‘Het is goed, jongens’, sprak hij schoolmeesterachtig.

‘Ik ben een meisje, hoor’, diende 1 van de 2 helpende handjes hem van repliek.

‘Niet zo wijs Anne-Jan’, mokte de meester.

‘Ze heeft wel gelijk’, lachte Thea.

‘Ja, ja’, bekende meester Joep uit balans gebracht.

Het was de eerste keer van de talloze oogwenken waarin meester Joep op die vrijdagmiddag over de schouder van Thea naar de klok boven de deur van het klaslokaal loerde. Thea zat met haar achterhoofd naar de tijd toe. Tijdens het dringende gesprek, waartoe Thea zich nota bene door meester Joep had laten overhalen, hield hij eigenlijk  onafgebroken de stand van de wijzers in plaats van de gezichtsuitdrukkingen van zijn gesprekspartner in de gaten. Dit botte geklok maakte Thea  voornemens om er eens een lekker lang en langzaam onderonsje van te gaan maken.

Meester Joep zat klaar om kaal geschoren te worden. Op dat moment stak de zwangere, freelance juf Nelleke van groep 5 van Walter  haar neus om de hoek van de half openstaande deur.

‘Zitten jullie hier. Ga effe mee een pilsje pakken bij het wapen van De Wielewaal. Dat praat zoveel makkelijker.’

Thea kon aan haar gemaakte stem horen dat juffrouw Nelleke op de hoogte was van het zielenleed van meester Joep. Hartverwarmend van Nelleke om te proberen een collega uit de brand te helpen, maar Thea was iets te wakker om voor de hand liggende afleidingsmanoeuvres niet te zien voor wat ze zijn. Als meester Joep nou niet zo  wezenloos gereageerd had, dan was Thea misschien zelfs nog wel op het voorstel van juffrouw Nelleke ingegaan. Hoe luchtiger, hoe liever. Wat kon haar dat hoogdravende mailtje van jonkheer Joep aan Bart nou schelen. Bart zelf was niet eens onder de indruk van het schlemielige verzet van meester Joep tegen zijn bescheiden persoon. Zonder de ouders van Nia, Fransje, Luna, Gerben, Tim, Ronny, Allagonda, Marcus,  Lennart, Elfie, Kasper, Marga, Pepijn, Mathilde en al die andere gepolijste meisjes en getapte jongetjes van De Wielewaal, zouden noch Bart, noch Thea zich toch ooit tot bemoeienis met de zitplaatsen in het klaslokaal van één van hun kinderen hebben laten verleiden!? Zonder de constante slechte invloed  van de opperouders op het onderwijsbeleid van De Wielewaal zou de relatie van Bart en Thea  met  de docenten van hun kinderen überhaupt simpel, beleefd en op veilige afstand zijn gebleven. Naar ieders tevredenheid en in de ideale wereld.

Niet Bart en Thea hadden er een zooitje van gemaakt, maar meneer Joep zelf. Vervolgens klopte hij doodleuk,  achter de rug van Bart om, bij  Thea aan voor een hernieuwde kans in de vorm van een officieus gesprek. Ondanks dat er een officieel gesprek tussen hem, Bart en de directrice op de planning stond. En in weerwil van de verklaring die Thea meester Joep eerder uit compassie had doen toekomen. In een mailtje had ze hem immers zo zakelijk mogelijk trachten uit te leggen waarom zij persoonlijk geen gesprekken meer wenste  aan te gaan met het docententeam van De Wielewaal. Haar terughoudendheid had niets met meester Joep te maken, maar alles met onverwerkt oud zeer. Dat zo’n kwetsbare opstelling van een ouder niets toevoegde aan de twijfelachtige integriteit van meester Joep, bleek dan ook des te meer uit zijn onbeschaamde smeekbedes aan het adres van Thea. Ze kon wederom niet anders dan Bart gelijk geven. Haar handreiking aan meester Joep in de vorm van een verklaring voor haar terughoudendheid was verspilde moeite geweest. Meester Joep was slechts een empathische onderwijzer zolang als het hem uitkwam. Aldus verwachtte hij kennelijk dat Thea hier in het klaslokaal van groep 6, haar betoonde reserves ten spijt,  het initiatief nam tot het voeren van een goedmaakgesprek. Een uitpraatmomentje dat meester Joep geïnitieerd had, omdat hij uit zijn slof was geschoten tegen Bart. De vader van een kind uit zijn klas 6 en de echtgenoot van Thea. Meester Joep was echter niet uitgevallen tegen Thea zelf. Zij was in wezen een toeschouwster, die hij desondanks bij het conflict wilde betrekken. Nadat dat gelukt was deed hij niets anders meer dan jankerig afwachten totdat hij gevild zou worden. Hopende dat de beproeving voor het weekend nog  geleden was en dat hij de trein naar huis niet zou missen. Een illusie die hij dacht te bezweren door continu te proberen om de stand van de wijzers van de klok te hypnotiseren. Waarom nam hij het heft niet in eigen handen? Waarom greep hij de uitnodiging van juffrouw Nelleke om gedrieën een pilsje te drinken – zijn uitweg en kans op vrijspraak - niet met beide handen aan? Waarom zei hij niks? Gelaten keek Thea  achterom in het neutrale gezicht van juffrouw Nelleke die haar aftocht blies met zo’n houding van:

‘Het zal wel aan mij liggen’.

‘Fijn weekend’, riep ze nog.

‘Dan heb ik meer bewondering voor haar’, provoceerde Thea toen het aflopende geluid van de tred  van juf Nelleke op de gang uitgestorven was.

‘Ja, daar heb ik iets van meegekregen. Dat je ook heel boos was op haar’, huichelde meester Joep.

Thea was niet gewoon ‘heel boos’ geweest. Ze was abnormaal razend geworden. Haar bloed kookte over. Figuurlijk. Haar steeds terugkerende woestheid  nam gaandeweg oncontroleerbare vormen aan, omdat Thea op De Wielewaal nergens naartoe kon met haar kwaadheid. Niet naar mede en/of opperouders vol van egocentrisme en/of leedvermaak, niet naar Jade; de manipulatieve interne coördinatrice, niet naar Willy Bakbruin; de incapabele directrice, niet naar Jojanneke, de onbetrouwbare vertrouwensarts van De Wielewaal en zelfs niet meer naar Bart. De laatste tijd was de voortkabbelende balans tussen het echtpaar ver te zoeken. Ze hielpen elkaar niet meer te relativeren tijdens de wederzijdse zwakke momenten die voorheen ook nooit bij alle twee tegelijkertijd opspeelden. Hun relatie was een nieuwe fase ingegaan waarin Bart niet langer moeite deed om zijn vrouw behulpzaam te zijn bij het beteugelen van haar oerdriften en andersom liet Thea haar man ook in zijn vet gaar smoren. Zo gaven zij elkaar over en weer alleen nog maar meer ongezonde voeding tot gestaag wassende verontwaardiging over het beleid op de basisschool van hun kinderen.

Ook zonder Bart te raadplegen wist Thea dan ook zeker dat hij haar irritatie zou delen over het verhaal waarmee Walter nu weer op een doordeweekse dag thuis kwam van school. Hij bezocht nog steeds groep 5 van juffrouw Marjolein die sporadisch  vervangen werd door de zwangere juffrouw Nelleke. Nog net niet op de bonnefooi. Naast het summiere les geven,  dat juffrouw Nelleke weleens deed, zou zij in de komende maanden een wetenschappelijk onderzoek in groep 5  gaan uitvoeren. Ter introductie  van dit onderwijsexperiment hadden  alle ouders van de groep in kwestie zich dankzij een uitgebreide mail  - en een bericht met dezelfde inhoud, maar dan niet online maar uitgeprint op een a viertje – kunnen verdiepen in de aanvullende studie pedagogiek waaraan juffrouw Nelleke met subsidie van het ministerie van Onderwijs was begonnen. Het betrof hier niet zomaar een cursus onder werktijd, maar een opleiding op  universitair niveau onder begeleiding van een Engelse docent waarvan juffrouw Nelleke nogal onder de indruk was. Deze onbekende grootheid  deed onderzoek naar de meest efficiënte manier waarop basisschoolkinderen uit een willekeurige  groep bij de les gehouden konden worden. De hypothese was dat timide leerlingen zich eerder door de leerstof gemotiveerd voelden als zij klassikaal gedwongen werden om vragen van de leerkracht te beantwoorden  met behulp van 2 bordjes in plaats van door het ouderwetse vinger op steken. Na een ja/nee vraag en een keuzemoment  werd ieder kind  geacht om óf een groen jateken, óf een rood neesignaal op een plankje aan een stokje omhoog te houden. Op deze wijze werd in theorie iedereen evenredig bij de lessen betrokken. Om de hypothese  te kunnen toetsen aan de realiteit en dus te controleren of het gebruik van de bordjes in het echte leven daadwerkelijk leidde tot algehele participatie in een klas,  moest er voor het onderzoek beeldmateriaal verzameld worden in zoveel mogelijk testgroepen. Hoe meer klassen de cursisten voor de onderzoeksgoeroe wisten te fixen, hoe betrouwbaarder de uitkomst en hoe groter de kans op wetenschappelijk aanzien van de leermeester die uiteraard grootmoedig genoeg was om ook een grammetje van zijn toekomstige roem aan zijn volgelingen te beloven. Cursiste Nelleke was dan ook volop in de race en stelde alvast een filmcamera op achterin het lokaal van groep 5. Liet nou uitgerekend Walter niet gefilmd willen worden. Ergo, hij had ook helemaal geen zin om mee te doen aan allerlei toetsen met groene en rode bordjes.

‘Weet je nog de taaljuf mam?’, wilde  Walter schijnbaar zomaar ineens van zijn moeder weten.

‘Dat je dat nog weet, vent!’

Vertederd nam Thea naast haar zoon plaats op de bank. Ze had de uitgeprinte uitleg van het onderzoek van juffrouw Nelleke in haar hand. Onderaan de brief zat een antwoordstrookje waarmee alle ouders van de kinderen uit groep 5  hun toestemming tot deelname aan het project  konden geven. Al meteen stoorde Thea  zich aan de manipulatieve  vraagstelling.  Er stond:

‘Hierbij geven de ouders/verzorgers van … (vul hier de naam van het kind in) toestemming tot deelname  aan het onderzoeksproject dat in de komende 3 maanden, gedurende 2 dagdelen in de schoolweek, onder leiding van juffrouw Nelleke, uitgevoerd zal worden. Tijdens het onderzoek zal  er gefilmd worden in groep 5.

Handtekening ouders/verzorgers……………’

Nee zeggen tegen deelname aan het onderzoeksproject leek op deze manier onmogelijk. Of Thea moest het antwoordstrookje niet inleveren. Maar zo’n stille actie zou weleens niet genoeg op kunnen vallen in de grote stroom van zeer vereerde jaknikkers. De meeste ouders voelden hun aanzien op De Wielewaal stijgen door het aankomende wetenschappelijke onderzoek in de klas van hun kind. Thea niet.

‘Bij de taaljuf werd ik toch ook steeds getest?, vroeg Walter door.

‘Nou en of’.

‘En dat taalcentrum; weet je dat nog?’

‘Och gut ja, met die rare KNO arts.’

‘En die aardige verpleegster die zei dat ik slim was.’

‘Je hebt het geheugen van een olifant Walter.’

‘Dat niet alleen; Walter is een olifant’, gaf Sabine bevallig te verstaan.

‘Ja, in een porseleinkast’, vulde Thea gekscherend aan.

Walter ging ongehinderd door met het ophalen van zijn memoires.

‘En dan meester Gijsbert in groep 3 en ik weet ook nog van een juffrouw op de peuterspeelzaal. Ze schreeuwde meestal in mijn oor. Ik vond haar stom, maar ik moest altijd doen wat ze zei. Ze was een soort heks.’

‘Merel’, benoemde Thea het spookbeeld.

Aangespoord door Walter maakte ze, glazig voor zich uitstarend, een tijdreis in gedachte.

‘Ik wil niet meer meedoen aan onderzoeken’, concludeerde Walter abrupt.

Thea schrok ervan. Ze kon niet met zekerheid zeggen of ze na het combinatieklasgedoe opnieuw de energie op kon brengen om wederom haar hoofd boven het maaiveld uit te steken door de eigen wil van haar zoon te laten prevaleren boven het algeheel belang van een stompzinnig onderzoekje.

‘Nee, dat snap ik, maar dit onderzoek zal wel meevallen. Iedereen in de klas krijgt vragen. Dat vind jij toch meestal wel leuk? Vragen beantwoorden?’

‘Vragen beantwoorden vind ik leuk ja, maar geen vragen waar je alleen maar ja of nee op moet antwoorden met stomme bordjes. En ik wil niet bekeken worden door rare mensen zoals Merel of Marloes,  die KNO arts, of meester Gijsbert’, volhardde Walter.

‘Hoe kom je erbij dat je bekeken gaat worden door die mensen? Juffrouw Nelleke doet het onderzoek en niet Merel, Marloes, de KNO arts of meester Gijsbert’.

Soms zou Thea zo ontzettend graag doorsnee kinderen hebben die gewoon met de stroom meedrijven. Walter liet zich niet ompraten.

‘Er wordt toch gefilmd? Wedden dat ik bekeken word? Heus niet alleen door juffrouw Nelleke. En dan word ik er weer uitgepikt. Wedden? Dan moet ik op de gang staan. Of ik moet mijn mond houden en anderen ook een kans geven. Wedden? En dan word ik gefilmd en dan gaan ze met z’n allen bekijken wat ik allemaal verkeerd doe. Ik wil niet meer dat er extra op me gelet wordt door grote mensen. Ik wil gewoon in de klas bij juffrouw Marjolein. Verder niks. ’

Thea stond versteld van de kalme overtuigingskracht waarmee de 9jarige Walter zijn standpunt duidelijk maakte.

‘Dan zit er niets anders op dan het antwoordstrookje niet in te leveren bij juffrouw Nelleke. Misschien kun je haar nog wel even uitleggen waarom je niet mee wilt doen aan haar onderzoek. Voor de duidelijkheid.’

‘Ja, dat is goed’, stemde Walter, toen nog vol van vertrouwen, met het naïeve  voorstel van Thea in.

Des te groter was zijn verslagenheid toen hij die bewuste namiddag uit school kwam en zwijgend op de achterbank van de auto kroop. In zichzelf gekeerd klikte hij de veiligheidsgordel vast. Zijn gewoonte om  Sabine aan te porren om hetzelfde te doen sloeg hij over.

‘Wat is er met jou aan de hand?’ vroeg zijn zus verstoord.

Thea was ook benieuwd en stelde het starten van de auto nog even uit. Ze was  geen seconde uit zichzelf op het idee gekomen dat het ongenoegen van Walter weleens met het onderzoek van juffrouw Nelleke te maken zou kunnen hebben. Walter hielp haar uit de droom.

‘Ik heb aan juffrouw Nelleke proberen uit te leggen waarom ik niet meedoe aan het onderzoek.’

‘Goed zo jongen en toen?’.

Thea knipoogde door de achteruitkijkspiegel naar Walter op de achterbank. Het zou wel loslopen.

‘Ze was heel bozig.’

‘Wie, toch zeker niet juffrouw Nelleke?’

‘Jawel, ze zei heel kwaad dat jij toch jouw handtekening moest zetten op het antwoordstrookje en dat ik dat dan in moet leveren en dat ze niet geïnteresseerd is in mijn antwoord; alleen in ja of nee.’

Het viel dus niet mee. Thea onderdrukte  de acute  aandrang om uit de auto te springen en Nelleke  eens flink aan haar getatoeëerde schoudertjes door elkaar te schudden ter stimulatie van de zuurstoftoevoer naar haar grijze  hersenscellen. Eerst dat gezeur met die 5de ziekte en nu dit weer. Hoezo wilde juffrouw Nelleke niet weten wat  Walter te melden had? Hoezo éénrichtingverkeer?

Thuisgekomen kroop Thea meteen achter haar laptop naast een student van Huiswerksterk die ze met een tiental oefenopdrachten over de Duitse eerste, derde en vierde naamval  voldoende bezig hield. Gelijktijdig tikte Thea haar bezwaarschift over juffrouw Nelleke met zoveel geestdrift in op haar toetsenbord, dat de Huiswerksterkstudent zo nu en dan afgeleid een hand op de onderarm van zijn begeleidster legde met de bedoeling om de geluidsoverlast tegen te gaan. Thea had pas weer professionele aandacht voor de prestaties van haar buurman aan de bijkeukentafel toen haar mailtje verstuurd was aan zowel juffrouw Nelleke als aan directrice Willy Bakbruin.

‘Beste Nelleke (doorgestuurd aan Willy Bakbruin ter kennisgeving):

Van Walter heb ik begrepen dat jij niet geïnteresseerd bent in de reden van zijn bedankje om deel te nemen aan het wetenschappelijk onderzoek dat de komende maanden in groep 5 door jou gehouden zal worden. Mag ik je erop wijzen dat Walter RECHT heeft op een eigen mening en op onderwijs. Mijn kind gaat naar de basisschool om zich te ontplooien,  te leren en te spelen en heeft dientengevolge niet de plicht om zich welwillend  op te stellen op het moment dat een willekeurige  onderwijzeres beslist dat de tijd rijp is  om  een aardig wetenschappelijk onderzoekje in de klas te gaan uitvoeren. Misschien moet je de universele regels van de rechten van de mens er nog eens op nalezen.

Walter wil niet gefilmd worden. Hij heeft daar zijn redenen voor. Ook heeft hij geen behoefte aan de ja/nee vragen die jij van plan bent te gaan stellen gedurende het onderzoek. Als je de tijd had genomen om even naar mijn zoon te luisteren, dan zou je nu precies weten wat de motivatie achter de weigering van zijn deelname is. Ik ga ervan uit dat je bereid bent om Walter alsnog aan te horen over zijn bedenkingen ten aanzien van zijn participatie aan het klassikale project. Mocht dat onverhoopt toch niet het geval zijn dan schuw ik deze keer een gang naar de stichtingsdirectie van De Wielewaal en/of desnoods de onderwijsinspecteur niet.

Met vriendelijke groeten,

Thea; moeder van Walter en Sabine.’

Met onafzienbare snelheid van een computervirus moet de inhoud van dit mailtje de reputatie van Thea bij het docententeam van De Wielewaal ernstig hebben geschaad, want op de eerste de beste schoolochtend die volgde op de online aanklacht van Thea zag zelfs Jeewee zijn voormalige muze niet meer staan. Ook meeloper Joep ontweek de aarzelende groet van Thea in het lokaal van groep 6 en zowaar die kameraadschappelijke juffrouw Marjolein van Walter ontving haar ’s  morgens in de klas met een ingetogen houding alsof ze eigenlijk haar diepe teleurstelling in  Thea wilde betonen. Die arme Nelleke. Zwanger en alleen maar van goede wil. Gunde Thea een ander haar pleziertjes niet? Besefte Thea wel hoe zwaar een onderwijzer of onderwijzeres het wel niet had? Onderbetaald en overbelast. En dan dreigen met de onderwijsinspecteur of de stichtingsdirectie? En waarom? Alleen maar omdat juffrouw Nelleke een klassikaal wetenschappelijk onderzoek initieerde? Omdat juffrouw Nelleke meer ambieerde dan slechts voor de klas staan? Thea zou de schooljuf en haar nevenactiviteiten moeten toejuichen net als de opperouders, die veelal zelf in hetzelfde schuitje als Nelleke zaten en ook de ene na de andere cursus op kosten van de baas binnen haalden. Thea zou eens niet zo hoog van de toren moeten blazen. Een beetje meer respect zou haar niet misstaan.

Na deze stilzwijgende oppositie haalde Thea tot haar eigen verbazing voor het eerst sinds lange tijd weer opgelucht adem. De verhoudingen waren duidelijk. Niemand van het onderwijsteam zou nog blijk geven van onuitgesproken goedkeuring voor haar protesten. Iedereen op De Wielewaal was tegen Thea. Bart betrapte haar er zelfs op dat ze vals stond te zingen op de bovenste trede van de huishoudtrap tijdens het ramen reinigen.

‘Als je voor mij zingt dan mag je nu best stoppen hoor?!’, stelde hij schalks voor.

Thea deed hem uitgelaten een sproeibui  uit de flacon Glasseks  van bovenaf toekomen. Ongeacht de stand van zaken vond het tweetal elkaar hoe dan ook onveranderlijk terug als slaafse tegenpolen in een magnetisch ritueel.  

‘Ik ben blij dat je uit jezelf die dreigbrief naar Nelleke en Willy verstuurd hebt’, verzuchtte Bart.

‘Ik ben blij dat ik nu weet waar ik sta op De Wielewaal’, antwoordde Thea, terwijl ze op en neergaande strepen trok met de trekker in de Glassekswasem op het huiskamerraam.

‘Ik ben blij dat jij blij bent, maar ik heb liever niet dat je blij bent met gebakken lucht.’

‘Alles is zo helder ineens. De hele wereld is tegen mij’, lachte Thea vrolijk.

‘Voor je het weet is de buitenwereld weer terug in de oude, oppervlakkige staat. Ondertussen heb jij voor het eerst in lange tijd jouw kwaadheid  afgereageerd met een boze brief zonder mij vooraf te raadplegen. Ik zie jou binnenkort wel herintreden als woordvoerster voor onze kinderen op De Wielewaal. Kun je mij inmiddels wegdragen. Ik moet geloof ik ook dringend opladen.’

In een tijdsbestek van nog geen 4 dagen  was alles weer bij het oude  op De Wielewaal. Dat wil zeggen; de eensgezinde antipathie van het docententeam  tegen Thea vervaagde in een tempo dat in geen vergelijk stond met de hevigheid waarmee de aversie tegen haar was opgetreden. Alsof er niets gebeurd was. Of zoals Bart het zo treffend had weten te voorspellen:

‘Voor je het weet  is  de buitenwereld weer terug in de oude, oppervlakkige staat.’

Na die ene keer wegkijken liet Jeewee zich wederom net zo makkelijk verleiden door zijn droombeeld van Thea. Hij hing met zijn armen over elkaar in de deuropening van het lokaal van groep 8 en wendde desinteresse voor. Maar niet zoals de dag daarvoor waarop hij Thea  met een misprijzend hoofdknikje had laten lopen. Vierentwintig uur later richtte hij zich alweer als vanouds op een andere moeder simultaan met een scheef oog op de heuppartij van Thea die toevallig net passeerde met Sabine aan haar hand. Het derde oog in de rug van Thea was getuige van zijn wellustige nazien waarmee hij haar stiekem uitkleedde in gedachten. Ze verdween net op tijd in het lokaal van groep 6 om niet in haar denkbeeldige nakie te staan. In de klas van Sabine viel meester Joep ondanks zijn initiële weerzin van gisteren, vandaag moeiteloos terug in de rol van de verloren zoon van Thea. Bij het ochtendritueel van Walter in groep 5 was juffrouw Marjolein ook weer  haar toegankelijke zelf. En op de avond van de derde dag na het incident stuurde juffrouw Nelleke zelfs een excuusbrief. Dat Thea dat nog mocht meemaken. Bart las meteen mee voor eventuele morele steun. Ze waren er allebei stil van.

Beste Thea,

Natuurlijk heb je gelijk en had ik gewoon even de moeite moeten nemen om met Walter te praten over zijn bedenkingen. Mijn oprechte excuses voor mijn reactie.

Walter hoeft niet mee te doen met het onderzoek. Hij mag tijdens de klassikale ja/nee vraagsessies vast vooruit werken in zijn takenboek. Hij kan dan achterin de klas zitten buiten het bereik van de filmcamera. Ik zal hem ook nog persoonlijk op de hoogte brengen van de gang van zaken.

Geef Walter maar alvast een high five van mij.

Met vriendelijke groeten,

Nelleke Fideel

Onderwijzeres groep 5 van De Wielewaal.

Meester Joep had niet ‘iets’ meegekregen van het voorval tussen juffrouw Nelleke en Thea, zoals hij zo schijnheilig beweerde. Hij had alles meegekregen; van A tot Z. Zijn  kleinzielige oogopslag verried hem. Hij was er het type wel na om de zwangere juffrouw Nelleke in de koffiekamer van De Wielewaal te troosten met een sterke mannenarm om haar frêle schouder. Want in werkelijkheid had juffrouw Nelleke het dreigmailtje en daarmee Thea en haar zoon aanvankelijk  ongetwijfeld verfoeid. Het complete docententeam moet met haar meegeleefd hebben. Thea werd in eerste instantie niet voor niks met de nek aangekeken. En in dit geval niet alleen door de opperouders, want dat was Thea wel gewend. Nee, Thea werd unaniem  verstoten door het personeel van De Wielewaal. Ze hielden hun boycot  weliswaar niet bijster lang vol, maar de meesters en juffen hadden haar in het begin onmiskenbaar eensgezind veroordeeld voor haar boze brief aan juffrouw Nelleke. Thea zag meester Joep wel voorop gaan in de stoet moraalpredikers. Mogelijk had hij juffrouw Nelleke zelfs wel bijgestaan bij het schrijven van die hartverwarmende excuusbrief aan  Thea. In verband met zijn dyslectie had hij vermoedelijke geen  taaladviezen gegeven, maar wel morele ondersteuning. Als  wederdienst voor zijn loyaliteit beloofde juffrouw Nelleke op haar beurt aan meester Joep om samen met hem en  recidiviste Thea een pilsje te gaan drinken. In dit geval om de kou voor het slachtoffer Joep uit de lucht te halen. Juffrouw Nelleke zelf was allang over de angst voor  een eventuele officiële klacht van Thea aan haar superieuren heen. Bovendien leek ze enigszins haar bekomst te hebben van haar blinde adoratie voor haar Engelse leermeester, waardoor de magie rond het hele onderzoek ook een beetje leek te  verwateren. In totaliteit heeft Walter  misschien 3 keer achterin de klas zitten toekijken hoe juffrouw Nelleke met het restant van groep 5 in de weer was met het experiment met de bordjes onder het  selectieve oog van de filmcamera. Niet lang na de laatste onderzoeksessie kreeg juffrouw Nelleke last van bekkeninstabiliteit en belandde tot ver na de bevalling in de ziektewet. Naderhand had ze nog recht op zwangerschapsverlof en daaropvolgend stond de zomervakantie alweer voor de deur. Juffrouw Marjolein zou in de tussentijd niet alleen de lesuren van juffrouw Nelleke overnemen, maar ook haar uitgestelde  wetenschappelijke onderzoek. Sindsdien weet eigenlijk niemand meer wat er van het wetenschappelijke experiment met de klassikale ja/nee vragen en de antwoordbordjes in rood en groen terecht gekomen is.

 

HOOFDSTUK 31

Pas nadat meester Joep aan Thea beloofd had om zich in de toekomst niet meer door de opperouders te laten ringeloren ging het tweetal onverrichter zake uit elkaar. Omdat meester Joep zichzelf eigenlijk stiekem totaal niet beïnvloedbaar vond, gaf hij niet de indruk serieus te zijn. Voor de lieve vrede liet hij Thea maar in de waan met zijn valse belofte zich niet langer te mengen in roddel en achterklap. Had de moeder van Sabine ook eens het idee erbij te horen. En natuurlijk moesten alle kinderen leren om verdraagzaam te zijn. Heus niet alleen Sabine. Met dat oordeel was meester Joep misschien iets te kortzichtig geweest in zijn boze mailtje aan de zeer geleerde heer Bart alias de vader van zijn klassenfavoriet.

‘Ik vroeg je toch om Nia uit de buurt van Sabine te houden en prompt zet je haar opnieuw naast mijn dochter in de klas. Waarom negeer je mij?’, wilde Thea verwijtend van de verwarde twen tegenover haar weten.

‘Ik negeer je juist niet. We praten nu toch samen? Ik vind het een fijn gesprek. Ik leer hiervan’, huichelde meester Joep domweg.

Zijn gezicht drukte precies het tegenovergestelde uit van zijn uitlatingen. Thea laste een adempauze in met het doel om meester Joep tot zelfinzicht aan te zetten. Tevergeefs. Onnadenkend dook hij meteen in de vrijgekomen spreekruimte en vervolgde kranig.

‘Wat mij betreft hoeft het vervolgbabbeltje tussen Bart, Willy en mij aanstaande maandag dan ook niet plaats te vinden.’

‘Jij spreekt mijn echtgenoot en de vader van Sabine toch met ‘heer Bart’ aan als ik me niet vergis? Zeer geleerde heer Bart, om precies te zijn’, antwoordde Thea stoïcijns.

Betrapt produceerde meester Joep een zuur lachje.

‘Ik was een beetje dom.’

‘Ja, en je bent de kroonprins niet.’

Meester Joep dacht dat Thea een grapje maakte. Hij werd er vertrouwelijk van.

‘Mocht ik nou geen vast contract op De Wielewaal aangeboden krijgen, wat ik trouwens wel verwacht, dan ga ik een tussenjaar naar Nieuw-Zeeland. Lekker backpacken.’

‘Dan help ik je hopen dat je niet vast aangenomen wordt’, antwoordde Thea.

Een mens moet uitkijken met hopen, want meester Joep mocht achteraf dus toch niet blijven op De Wielewaal. Het gerucht ging dat het ontslag van meester Joep de schuld was van Bart en Thea. Want natuurlijk was het vervolggesprek tussen Bart, Willy Bakbruin en Joep Zeikjes wel doorgegaan.

‘Kun je echt, echt niet tegen Bart zeggen dat wij al een goed gesprek hebben gevoerd? Dan regel ik de afgelasting wel met Willy’, drong Bart vooraf nogmaals aan.

‘Ik kan echt, echt niet voor de heer Bart praten’, loochende Thea met veel drama.

Ze zag geen enkele reden om meester Joep met een gerust hart het weekend in te laten gaan. Aldus was meester Joep nog steeds niet verlost van het dreigende onheilsgesprek op die geplande maandag aanstaande met zijn werkgeefster Willy Bakbruin en de zeer geleerde heer Bart. Had hij zich die moeite van dat hele goedmaakgesprek met Thea ook wel kunnen besparen. Dan was hij nu al lang en breed thuis geweest. Zelfs met ingecalculeerde treinvertraging.

Na een heel lang weekend voor Joep Zeikjes was de gevreesde bijeenkomst, zonder vredestichtster Thea, dan toch aangebroken. Bart bleek echter niet ontvankelijk voor de standaardprocedure voor een officiële ontmoeting op basisschool De Wielewaal. Een tegenvaller. Had directrice Willy Bakbruin zich dus mooi voor niks van top tot teen ingesteld op de gebruikelijke gang van zaken. Meester Joep had zo ook geen poot om op te staan.

‘Laat ik beginnen met te zeggen dat we het beste met alle kinderen van De Wielewaal voorhebben’, begon Willy.

Bart viel haar meteen in de rede:

‘Wel jammer dat Thea en ik daar zo weinig van merken.’

Willy hief haar hand bij wijze van stopteken:

‘Die opmerking laat ik bij jou’, waarschuwde ze.

‘Dat is jouw fout’, grinnikte Bart.

‘Laat onverlet dat geen enkel kind uit groep 6 nog naast dat sneuneusje wil zitten. Sabine dus ook niet.’

‘Dat is jouw waarheid, Nia moet ook een kans krijgen’, strubbelde Willy Bakbruin tegen met bijval van Joep die heftig zat te knikken.

‘Ja? Dus? Nogmaals, ik zit hier voor Sabine en niet voor Nia. Hoe vaak moet ik dat nou nog zeggen? Ik heb toch niet alweer vrij genomen om een kind te bespreken dat niet van mij is, want dat was de vorige keer ook al zo!?’

Meester Joep durfde zich eindelijk in het gesprek te mengen. Hij had een vraag.

‘Hoe komt het Bart dat jij zo geraakt bent door dit gebeuren?’

‘Nee, nee’,  verbeterde Bart.

‘U zegt het verkeerd meneer Joep; U moet vragen: Hoe komt het zeer geleerde heer Bart dat U zo geraakt bent door dit gebeuren?

‘Ja, sorry nog, daarvoor’, stamelde meester Joep.

Lamlendig zakte Bart onderuit in zijn stoel.

‘Excuses aanvaard, maar één ding zou ik nog graag willen weten van je Joep?’

‘Kom maar op’, grapte meester Joep overmoedig door de onverwachte vergevingsgezindheid van art.

‘Hoe komt het dat jij zo lichtgeraakt was over de melding van mijn vrouw Thea dat onze dochter Sabine niet langer naast Nia wil zitten in de klas?’, polste Bart dubbelzinnig.

‘Ik?’

Meester Joep drukte een wijsvinger op zijn sleutelbeen en trok het gezicht van de heilige onschuld. Bart liet zich niet van de kern van de zaak afleiden.

‘Zijn de wensen van andere ouders misschien belangrijker? Waarom zet je Nia niet naast de zoon van de wethoudster of in de buurt van de dochter van de voorzitter van de medezeggenschapsraad? Ja, ik vraag ook maar wat.’

De ringtone van de mobiel van Willy Bakbruin ging af. I want to break free van Queen. Nadat de directrice zich van de afzender vergewist had, drukte ze de boodschap weg.

‘Ik heb de allernieuwste telefoon’, deelde ze terzijde aan Bart mee.

‘Ja, ik zie het. Ik dacht dat onderwijzend personeel standaard werd onderbetaald’.

‘Met deze telefoon kun je zelfs online bankieren’.

Zelf kon Willy het hoorbaar ook maar nauwelijks geloven.

‘Ik moet nog wel even uitdokteren hoe dat moet’, voegde ze nog aan haar prietpraatjes toe.

‘Misschien kan Sabine haar plekje naast Nia wel zien als een leermoment?’, stelde meester Joep ondertussen onverschrokken voor.

Bart trok zijn rug recht en verhief zijn stem:    

‘Dat kan, maar dat hoeft niet. Van mij hoeft Sabine dat niet. Dus je zorgt maar dat ze een andere plek krijgt in groep 6. Waarom heb je haar niet naast die vriendin van haar, die Miranda laten zitten? Ik heb zo’n donker bruin vermoeden dat jij aan de ouders van Nia een nieuw vriendinnetje met de naam Sabine voor hun dochter beloofd hebt?! Belofte maakt schuld. En nou zit jij dus in de penarie Joep, want ik ga ervoor zorgen dat jij deze belofte niet gaat waarmaken.’

‘Ik vind dat je heel sterk vasthoudt aan negativiteit. Je kunt er ook voor kiezen om in je kracht te gaan zitten’, vond Willy Bakbruin op een getemperde toon.

‘In jouw kracht zul je bedoelen. Ik heb de keuze om in jouw kracht te gaan zitten’, schamperde Bart.

‘Ik vind Joep wel heel goed, inderdaad’, koketteerde Willy.

‘Ja, maar ik zit hier niet voor Joep. Ik zit hier voor Sabine. Je gaat me toch niet vertellen dat ik dat nog een derde keer moet uitleggen, want daar pas ik dus voor’, sudderde Bart.

‘Je moet je ego gewoon loslaten’.

Dat was Willy weer, terwijl ze onafgebroken op het schermpje van haar mobiel staarde. Bart besloot de humor er maar van in te zien.

‘Als jij dan je nieuwe mobiel even loslaat dan zal ik kijken wat ik op mijn beurt voor jou wil loslaten.

Willy onderdrukte een lachstuip. Voor meester Joep een teken dat hij de finish zonder kleerscheuren bereikt had. Opgelucht schudde hij de aangespannen spieren in zijn bovenlichaam los en waagde hij zich opnieuw in de conversatie:

‘Is het eigenlijk veilig om met een mobiel online te bankieren? Jij werkt toch in de automatisering Bart? Jij hebt toch verstand van dat soort zaken?’

‘Geld via een mobiel overmaken is niet echt veilig, maar desondanks zullen we er in de toekomst steeds moeilijker onderuit kunnen komen’, benadrukte Bart met klem.

Daar hadden zowel Willy Bakbruin als meester Joep wel een mening over en zo kreeg het oudergesprek onverwacht toch nog een ongedwongen wending. Terloops werd nog beklonken dat Sabine opnieuw een ander plekje zou krijgen in groep 6.

‘Hussel iedereen maar zo’n beetje door elkaar dan valt het niet op’, verordende Willy.

Meester Joep keek moeilijk maar welwillend:

‘Ik zal kijken wat ik kan doen. Misschien lukt het me om Sabine naast Ronnie te krijgen. Dat is toch een vriendje van haar?’

Willy Bakbruin reageerde alert door meester Joep meteen tot de orde te roepen:

‘Beloof nou geen zaken die je niet waar kunt maken!’

Voor Bart een schot voor open doel.

‘Zie je wel dat ik gelijk heb. Waarom zou Sabine niet probleemloos op voorspraak van meester Joep naast Ronnie kunnen zitten in de klas?’

‘Dat is ingewikkelder dan je denkt Bart. Misschien babbelen Sabine en Ronnie wel te veel samen’, verzon Willy Bakbruin ter plekke in de hoop haar manipulatieve motieven te verdoezelen.

‘Of de moeder van Ronnie heeft hier weer het laatste woord’, insinueerde Bart terecht.

Want al is de leugen nog zo snel; Bart achterhaalt haar wel. Na afloop kreeg hij dan ook wederom gelijk. Vanwege de doorslaggevende stem van Maud; de moeder van Ronnie, belandde Sabine na enkele verwarrende stoelendansjes niet naast Ronnie, maar weer terug op haar oude plekje naast Miranda tijdens haar resterende tijd in de complete groep 6. Vanaf dat ogenblik stond 1 ding voor de opperouders van Nia vast; namelijk dat Bart en Thea dus racistisch  waren. Voor hun gemoedsrust gingen zij gemakshalve voorbij aan de getinte huidskleur van Miranda en van die andere vriendin – Marokkaanse Zarah - van Sabine. Miranda, Zarah en Sabine deden er simpelweg niet toe voor ouders van Nia die zich tot de incrowd van De Wielewaal mochten rekenen. Klasgenootjes van hun adoptiedochter waren één pot nat in hun ogen. Ze stonden ten dienste van Nia. Wat hun betreft konden de ouders Sabine dan ook niet anders dan racisten zijn, want anders dan had hun donkere adoptiedochter Nia – en niet Miranda - nu nog gewoon naast Sabine in de klas  gezeten. Aan meester Joep kon de wisseling van de wacht niet gelegen hebben. Hij had het verzoek van de opperouders - om Nia aan Sabine te koppelen door ze in de groep naast elkaar te plaatsen aanvankelijk meteen enthousiast ingewilligd. Hoe kon hij dan achteraf de onwil van Bart en Thea – om Nia als de vriendin van hun dochter in het hart te sluiten - verklaren aan De Wielewaalkliek? Of kregen de papa en mama van Sabine misschien een voorkersbehandeling van meester Joep. En zo ja, waarom?

In werkelijkheid werden Bart en Thea niet bepaald op hun wenken bediend door meester Joep. Het verzoek om  Sabine niet verplicht in de klas naast Nia plaats te laten nemen werd met reden door meester Joep ingewilligd. Hij had wat goed te maken. Meester Joep was immers volledig voorbijgegaan aan de recentelijke overstap van Sabine van de combiklas naar de complete groep 6. Op een onbewaakt moment had hij zijn onoplettendheid nog eerlijk aan Thea opgebiecht ook. De reden van zijn slordige optreden? Het was hem ontschoten in de drukte van zijn première in groep 6. Het kon ook zijn dat niemand hem op de hoogte had gebracht van de wetenwaardigheid  dat Sabine net als haar meester Joep een eersteling was in deze klas.  Eén van de twee smoezen of alle twee de uitvluchten moesten dan ook het armzalige alibi zijn voor het schandalige feit dat meester Joep tot dan toe absoluut geen rekening gehouden had met Sabine en haar herkomst uit de combigroep. Nia daarentegen had van het begin van haar tijd op De Wielwaal af aan op alle mogelijke steun kunnen rekenen. Ook van meester Joep.  Maar wat deed Sabine het trouwens desondanks voortreffelijk voor zo’n nieuwelinge. Ze hoorde er helemaal bij. Meester Joep durfde zelfs zover te gaan om de aanwezigheid van Sabine in de klas in positieve zin ‘sfeerbepalend’ te noemen.

Na het onnodige getouwtrek tussen Joep Zeikjes, Willy Bakbruin en Bart tijdens het oudergesprek, werd de ontmoeting tussen het drietal uiteindelijk toch nog gezellig. Tussen het geleuter over het mobiele netwerk door, had Bart er dus wel voor gezorgd dat het welzijn van zijn dochter Sabine toch nog even ter sprake was gekomen. Daar in de directiekamer van De Wielewaal met die hoge ramen. Hierdoor was Bart inmiddels alweer voor de 2de keer in gezelschap van de directrice en de invalmeester van groep 6 gespot door hele hordes opperouders. Achter het glas had de buitenwacht de vader van Walter en Sabine in volle glorie kunnen zien razen en gebaren in verhitte discussies met  Bakbruin en Zeikjes. En wat te denken van de gonzende geruchten over klachten naar de onderwijsinspectie en de stichtingsdirectie door die theatrale echtgenote van hem. Die Thea? Niemand kon de opperouders nog wijsmaken dat Bart en Thea niet allang de klok hadden staan luiden over de vermeende louche praktijken van meester Joep, juffrouw Nelleke en eventuele andere verdoemde leerkrachten van De Wielewaal. Meester Joep en juffrouw Nelleke ondernamen in ieder geval geen enkele poging om hun slecht geïnformeerde achterban van het tegendeel te overtuigen.

Alsof Bart en Thea de enige potentiële verklikkers waren. Zo’n kwalificatie was bijna te veel eer voor het echtpaar. Er bevonden zich heus wel meer kritische verzorgers op de achtergrond van de opperouders van de Wielewaal.  Gealarmeerde, sceptische vaders en moeders die zich in de zijlijnen heimelijk achter de oren krabbelden; over het gevoerde onderwijsbeleid op De Wielewaal; over de uit de hand gelopen ouderinspraak; over de bevoorrechtte plusgroep kinderen; over de brutalen die op de basisschool van hun achtergestelde bloedeigen kroost de halve wereld hadden. En wat te denken bijvoorbeeld van zo’n juffrouw Rosalie?

Juffrouw Rosalie was de betere helft van het docentenduo in de combinatieklas 6/7 en geïntroduceerd via de stichting van De Wielewaal buiten de zeggenschap  van de directrice Willy Bakbruin om. Net als meester Joep had juffrouw Rosalie een tijdelijke aanstelling op de basisschool van de kinderen van Bart en Thea. Ook juffrouw Rosalie werd door de stichtingsdirectie niet teruggevraagd voor het komende schooljaar op De Wielewaal. Toch had Thea niet het idee dat juffrouw Rosalie net zo rouwig over haar aanstaande vertrek was, als meester Joep over zijn gedwongen afmars van de gerenommeerde, overwegend witte basisschool. Misschien nam juffrouw Rosalie het heft wel in eigen handen en verliet ze voor haar gevoel een zinkend schip. De zwijgzame leeftijdgenote van Thea gaf de indruk een recht toe recht aan persoon te zijn. Iemand die haar eigen plan trok en waarin heel wat meer leek om te gaan dan ze aan de opperouders liet zien. Ze viel op, ondanks haar bescheiden optreden in de wandelgangen van De Wielewaal. Haar vriendelijke beleefdheid stak af  tegen de banale manier van doen van haar directe collega juf Siepie. Samen met Siepie gaf Rosalie les aan de  combinatieklas 6 en 7. Siepie was  niet alleen in jaren veel jonger, maar liep op intellectueel gebied ook duidelijk achter op Rosalie. Het contrast tussen die twee was zo groot dat Thea in de loop van het jaar was gaan vermoeden dat juffrouw Rosalie niet alleen van hogerhand was aangesteld om tersluiks een oogje in het zeil te houden in de combinatieklas, die bij nader inzien toch niet helemaal naar behoren uit de verf leek te komen, maar ook om  voor de bezorgde stichtingsdirectie te spioneren in de verziekte Wielewaalsfeer. Soms merkte Thea dat ze heimelijk  gade werd gelagen op het speelplein of bij de kapstokken in en rondom het gebouw van De Wielewaal. Door Rosalie, terwijl Thea haar bijna hoorde denken:

‘O ja, dat is de moeder van Sabine.  Die moeder die doorgezet heeft dat haar dochter uit de combinatieklas van De Wielewaal is gehaald en in een andere groep is geplaatst. Deze ontwikkeling had niemand van de docenten voorzien. Hoe is zoiets mogelijk op een basisschool waar ieder individueel kind door een professioneel team consequent gezien en gehoord dient te worden?’

De vorsende blikken van Rosalie voelden niet ongemakkelijk aan. Integendeel. Thea werd eerder bewondering en empathie gewaar. Op één van die officieuze  inspectierondes door Rosalie hief Thea meewarig haar kin. Als een tegenbeweging op het gevoel dat ze aanhoudend gemonsterd werd. Ze ontmoette de priemende ogen van de zonderlinge combiklasjuf die direct ingetogen knikte. Respectvol bijna. Thea moest zich inhouden om niet om zich heen kijkend op zoek te gaan naar een rechtmatige ontvanger in plaats van een wedergroet te gebaren. Er doolde vast en zeker een beter persoon in de buurt rond. Iemand die naar de maatstaven van de opperouders meer recht had op een blijk van erkenning.

Na al die jaren van strijd ging Thea er automatisch vanuit dat ze door niemand op de basisschool van haar kinderen voor vol werd aangezien. Ze was al zo ver heen dat ze niet eens meer wist wat ze aan zou moeten met eventuele openlijke bijval. Wat overigens niet impliceerde dat zo’n geheim teken van waardering van juffrouw Rosalie niet smaakte naar meer. Thea dagdroomde zichzelf al naar een betere wereld als in een warm bubbelbad op pootjes middenin een door zomerzon overgoten sappig groen weiland tussen de grazende herkauwende koeien die haar vriendelijk en vooral nietszeggend tegemoet loeiden. Streng riep Thea de verleiding een halt toe. Ze was niet bereid om de prijs te betalen die staat voor algehele populariteit. Uit levenservaring wist Thea  dat ze uit principe maar beter altijd eerlijk tegen zichzelf kon zijn. Dan kon een authentieke opstelling maar een paar reacties oproepen op De Wielewaal. Te weten; de sympathie van een enkeling zoals juffrouw Rosalie; of toch het wantrouwen van de opperouders. Of beiden. Het was niet anders. Of Thea moest bereid zijn om te voldoen aan de sociale gedragsregels van de opperouders. Alleen zou een zomerdagje in bad tussen de kudde in het koeienweiland zo’n offer niet kunnen compenseren. Aan het einde van het plezier zou Thea samen met de zon ondergaan. Ze zou genomen worden. Opgeslorpt door de massastroming dat na het algemene nut in een afvoerputje werd geloosd.

‘De opperouders denken dat we wij klokkenluiders zijn’, wist Thea.’

‘Ach welnee, jij hecht veel te veel waarde aan het woord van de opperouders. Ze lullen maar wat’, troostte Bart.

Dat nam niet weg dat Thea best weleens niet het chronische mikpunt van onbedwingbare argwaan zou willen zijn en ze kon zich heel goed voorstellen dat Walter ook niet op valse beschuldigingen zat te wachten. Nog het minst van zijn moeder. Hoezeer de schijn ook tegen hem werkte. Zelfs jaren later, nu Walter de Wielewaaljaren achter zich heeft gelaten en volop aan het puberen is. Dit keer geeft Jasmijn de aanzet. Ze doet wel alsof ze Walter niet in een kwaad daglicht wil stellen, maar de verdachtmakingen die ze aan zijn adres had thuisbezorgd aan de keukentafel bleven in het hoofd van Thea hangen als een gebroken naald op een langspeelplaat. Hoe hard en vals ze het indringende refrein van een irritante oorwurm in de dagen na de onverwachte visite van Jasmijn ook van zich af probeerde te zetten. Thea bleef maar kringetjes draaien in haar gepieker over dat wat Jasmijn beweerd had:

 

‘Bink dacht al dat hij door Walter gechanteerd werd.’

Met ferme hoofdknik had Jasmijn haar bevindingen kracht bijgezet.

‘Walter heeft immers de laptop van Bink gehackt?’

‘Wrijf het er maar in’, dacht Thea.

Maar Jasmijn had geen aanmoediging nodig.

‘En dat terwijl Melvin de laptop van Bink zolang in vertrouwen aan jou in bewaring had gegeven na die onaangekondigde inval van de politie.’

‘We wisten van niks’, gaf Thea toe.

‘Logisch dus dat Bink dacht dat Walter toen vertrouwelijke gegevens van GspotGigolo op een usbstick heeft gezet met de bedoeling om hem te chanteren.’

‘Ja heel logisch’, schamperde Thea.

‘Gelukkig heb ik die onzin over Walter uit het hoofd van Bink kunnen praten.’

‘Gelukkig maar!’

Jasmijn was Oost-Indisch doof voor de sarcastische ondertoon van Thea.

‘De IPhone van Melvin is immers ook nog steeds kwijt sinds hij in elkaar geslagen is.’

‘En waarom is dat nou weer de schuld van Walter?’, verzuchtte Thea gelaten.

‘Juist niet. Melvin is zijn IPhone kwijt geraakt op die onheilspellende avond in het park waar hij is mishandeld door de broers van zijn verboden liefde Aadam.’

‘En door Aadam zelf.’

Thea kon het niet nalaten.

‘Ja maar dat was om gezichtsverlies te voorkomen. Om zijn eer te redden. Extremistische moslims slaan eer heel hoog aan.’

‘Nee, dan is het goed’, smaalde Thea.

‘Waar kende jij Aadam ook weer van?’

Het was te horen dat Jasmijn naar de bekende weg vroeg en dat het antwoord haar niet boeide. Thea wilde weten waar ze op aan stuurde:

‘Zijn zus was een oud-leerlinge van mij. Maar wat is dan het verband tussen de verdwenen IPhone van Melvin en Walter als ik vragen mag?’

‘In die verloren IPhone van Melvin staat ook allerlei privé informatie opgeslagen over de klanten van zijn werk als Toyboy voor de escortservice van Bink, oftewel GspotGigolo.’

‘Ja, ja!’, zei Thea niet-begrijpend.

Jasmijn werd ongeduldig:

‘Denk eens na, wie zegt ons dat die moslims de IPhone van Melvin niet gewoon mee naar huis hebben genomen, nadat ze hun eerwraak dingetje gedaan hadden in het park? Die Islamieten zijn homohaters en volgens mij willen zij juist geld zien van Bink in ruil voor hun discretie.’

‘Dat lijkt me wel, want Walter is onschuldig’.

Thea was onverzettelijk.

‘Denk jij nou echt Thea, dat ik de onschuld van Walter niet aan het verstand van Bink heb proberen te brengen? Dat niet Walter maar Aadam en zijn broers welhaast de afpersers moeten zijn, gezien de aard van de dreigementen? Ik heb heel duidelijk aan Bink aangegeven dat ik – Jasmijn – Walter juist niet verdenk. Walter is een puber.’

‘Een puber met 200 euro in zijn sokkenlade’, broedde Thea in gedachten.

Uiteraard sprak ze haar angstige vermoedens niet uit tegen Jasmijn. De bankbiljetten uit de sokkenlade van Walter verzamelde ze en vleide het stapeltje als een waaier tegen de mandarijnen en appels in de fruitmand op de keukentafel. Pas nadat Walter al geruime tijd uit school was en een hele mik belegde boterhammen had verorberd, merkte hij de verzameling bankbiljetten, die tegen het resterende fruit uitgestald was, op. Hij zette zijn tanden in een appel en murmelde met volle mond richting Thea die met een kop cappuccino zat te pauzeren tussen het komen en gaan van 2 Huiswerksterkklanten.

‘Waarom ligt er briefgeld in de fruitmand?’

Thea probeerde haar zoon te peilen, terwijl hij haar kauwend en met hoog opgetrokken wenkbrauwen vragend en indringend aanstaarde. Onwillekeurig verwachtte ze de vertrouwde troost van zijn openhartige tronie met alle overbekende familietrekjes. In plaats daarvan ontmoette ze een gereserveerde, haast minachtende blik die ze niet kende van Walter. De knoop die Thea al in haar darmen met zich meedroeg sinds de vondst van het geldbedrag in de sokkenlade van Walter, verdubbelde zich en haar neiging om heel hard te gaan janken, viel praktisch niet meer te onderdrukken. Het radeloze gevoel was zo overheersend verdrietig dat Thea de oorzaak vrijwel vergeten of verdrongen had. Gelijktijdig met haar achterdocht en de innerlijke strijd ontstond een onvermijdelijke wisselwerking met Walter, haar jongen, die zich door het afstandelijke gedrag van zijn moeder in de steek gelaten voelde. Zijn verbolgen, bijna verbijsterde, oogopslag verwierp de heersende argwaan. Terwijl er voorheen nog niet eens een beginnetje tussen hen tweeën was gemaakt voor de kloof die nu opeens een onoverbrugbaar, gapend gat was. Ach er zijn weleens ruzies en ergernissen over en weer geweest, maar nooit eerder bereikte een conflict het huidige dieptepunt. Thea ging bijna geloven dat Walter echt niet wist wat hij verkeerd gedaan had. Al was het alleen maar om weer dichter bij haar zoon te kunnen komen. Verlaten keurde Thea het vreemde puberale, vertrokken smoelwerk met de cynische mond en de in zichzelf gekeerde ogen. Het liefst was ze opgesprongen van haar keukenstoel en had ze Walter omarmd. Alles vergeven en vergeten en een kusje op zijn wang. In plaats daarvan zinspeelde Thea op zijn vermeende louche praktijken:

‘Dat geld dat vond ik in jouw sokkenlade.’

Bij Walter viel het kwartje. De appelhap slikte hij door alvorens hij haperend antwoordde met een opspelende baard in de keel juist op dit ongelegen moment :

‘O ja, papa vond ook dat we binnenkort een bankrekening moeten openen voor Sabine en mij. Dan krijgen we meteen een bankpasje en zo. Dan kunnen we het geld pinnen. Geld op de bank is veiliger dan cash contant in huis te houden.’

Van alle scenario’s die Thea van tevoren in gedachten had, was dit de minst voorspelbare reactie van Walter. Hij deed stoer, was minder breedsprakig en levendig dan normaal, maar door zijn onverwachte antwoord realiseerde Thea zich dat zijn terughoudendheid eerder een reflectie was van haar vijandige houding, dan dat hij nou zo overduidelijk de waarheid stond te omzeilen. Walter was helemaal niet betrapt, maar Thea wist zo snel niet hoe het tij nog te keren.

‘Dus je vader weet van dit bedrag af?’

De realiteitszin van Thea was te ver heen om nog met ‘papa’ naar Bart te verwijzen zoals Walter voorheen gedaan heeft. Haar zoon was nog steeds schuldig, totdat het tegendeel onomstotelijk was bewezen. Nog was Walter misschien wel een afperser en zulke uitzuigers zijn hun papa’s ontgroeit. Oplichters hebben geen papa meer, maar hoogstens een vader die ze terecht wijzen. Als ze geluk hebben.     

‘Jij toch ook?!’, riep Walter uit in totale verwarring over de opstelling van zijn moeder.

‘Is dat zo?’, provoceerde Thea.

Walter zweeg en staarde naar Thea alsof ze gek geworden was.

‘Waar komt dat bedrag dan vandaan als ik vragen mag?!’

Driftig wees en knikte Thea naar de waaier briefgeld tegen de appels en mandarijnen in de fruitmand. Een paar keer keek Walter heen en weer van zijn moeder naar de fruitmand, terwijl zijn gezicht terug plooide in de oorspronkelijke staat die Thea zo vertrouwd en heilig was. Zijn toon was voorzichtig kalmerend. Alsof hij haar gerust wilde stellen, maar zelf niet precies begreep waarom.

‘Van de verkoop van mijn oude speelgoed op marktplaats mam. Sabine heeft zelfs nog meer dan ik. Maar ik heb ook al 100 euro van mijn verdiende geld uitgegeven aan games en zij nog niks. Dat heb ik trouwens wel eerst aan papa gevraagd. Of ik mijn verdiensten mocht uitgeven aan games en hij zei dat het goed was!’

In de minuten lange stilte die volgde maakte een traan een doodlopend spoor op de rug van de hand die Thea voor haar mond had geslagen.

‘Sorry, jongen’, prevelde ze eindelijk gedempt.

‘Wat dacht jij dan?!’, grimaste Walter.

Hij mocht nooit weer veranderen. Thea zou het niet meer laten gebeuren. Vastberaden wreef ze door haar ogen en stond op voor een stuk keukenrol van de houder die bij het aanrecht hing. Ze snoot  haar neus.

‘Ik weet niet wat ik dacht, jongen. Je hoort zoveel rare dingen. Over weet plantages en handel in drugs en pillen, en zo’, loog Thea.

Vergevingsgezind vanwege zijn overbezorgde moedertje en slungelig door zijn adolescentie liep Walter op Thea af en sloeg houterig zijn lange armen om haar heen. Hij was al een kop groter dan zij. Een seconde lang legde ze haar wang tegen zijn borst en hij verdoezelde zijn puberale, onbeholpenheid door met veel acteertalent een mega smakkerd bovenop haar kruin te drukken. Zonder het zelf in de gaten te hebben, stapte Walter zo achteloos over de argwaan van zijn moeder heen. Het schuldgevoel van Thea begon onverdraaglijke proporties aan te nemen. Het was maar goed dat Walter ter afsluiting van zijn omarming per ongeluk expres net iets te hard op de ruggenwervel ter hoogte van de longen van Thea klopte, waardoor ze een verlossende hoestbui kreeg. Walter maakte aanstalten om nog een paar keer flink op haar rug in te beuken.

‘Als je dat maar laat’, hoestte Thea.

‘Stank voor dank’,  vond Walter, waarmee de lucht geklaard was.

Bink doet aan de overkant van de straat in zijn huiskamer moeite om de directe verbale aanval van Thea te kunnen volgen. Hij schudt zijn hoofd een paar keer alsof zijn hersenpan een verenkussen is dat opgeklopt moet worden voor hergebruik.

‘Hoe kom je erbij dat ik jouw 12jarige zoon voor een crimineel zou houden? Ik wist niet eens dat je een 12jarige zoon hebt.’

‘Dat weet je wel’, briest Thea.

‘Je hebt zelfs nog eens gedreigd dat je mij als een cougar te kijk zou zetten als Walter ‘die jongens’ van jouw escortservice op usbstick zou hebben gezet. Weet je nog? Toen je jouw laptop bij mij kwam ophalen samen met je zus en de stiefmoeder van Melvin en Jasmijn? Samen met Femke? Die laptop die Melvin voor jou uit handen van de politie had gered en bij mij in huis verstopte?’

Bink weet het weer. Hij is zichtbaar  opgelucht.

‘Ow, jaah. Melvin noemt hem de Whizzkid. Dat is jouw zoon ja. Dat is waar ook. Maar dat ventje hebben wij nooit verdacht van chantagepraktijken, hoor. Daar is dat broekje veel te  studiepikkerig voor.’

‘Doe effe niet zo asociaal, Bink!’, roskamt Pim zijn zwager vanaf de uit de kluiten gewassen cognackleurige chaise longue van Deens design.

Betrapt hersteld Pim zich haastig en geëxalteerd:

‘…en te goed opgevoed natuurlijk. Jouw zoon zou zoiets nooit doen.’

Thea staat niet langer meer op het punt om te vertrekken. Melvin en Jasmijn hebben haar wederom aan haar haren bij deze ellende gesleurd. Langzaam maar zeker tekent zich een patroon af. Steeds als Thea afstand probeert te nemen van Jasmijn of Melvin dan komt  1 van haar voormalige oppaskinderen met hangende pootjes naar haar toe met smeekbedes en verhulde liefdesverklaringen. Bijna hun leven lang al maken zowel Melvin als Jasmijn aanspraak op Thea alsof ze een recyclebaar gebruiksvoorwerp is. Ze heeft zelfs de vertrouwensband met haar dierbare Walter nagenoeg opgeofferd aan de voorgewende noodsituatie van deze 2 kinderen van hun decadente ouders en de hedendaagse, liefdeloze gang van zaken. Maar vanaf vandaag, vanaf het hier en nu; hier, in de poep sjieke woonkamer van Bink en nu; op het moment dat Thea eindelijk doorheeft dat Jasmijn niet te helpen val, omdat ze zelf niet wil, laat Thea zich niet meer verplichten tot het oplossen van de problemen van een ander. Ze probeert de motieven van Jasmijn te doorgronden. Ze zit meedogenloos te liegen zonder woorden. De jokkebrok heeft haar gelaarsde onderbenen opgetrokken in de zitting van de knalgele fauteuil van Designonstock en steunt met haar kin op haar  knieën in een maillot met veelkleurige fantasieprint.

‘Waarom heb jij mij dan wijs gemaakt dat Bink mijn Walter zou verdenken van al die dreigmailtjes?’

Thea praat tegen de aloude muur die Jasmijn weer tussen de buitenwereld en zichzelf heeft opgetrokken.

’Heb ik dat gezegd?’, vraagt Jasmijn ontwijkend, terwijl ze alle kanten opkijkt, behalve in de richting van Thea.

‘Ja, dat heb jij gezegd. Sterker nog je beweerde zelfs dat Melvin en jij de nodige moeite hebben moeten doen om Bink van de onschuld van Walter te overtuigen.’

‘Echt niet’, protesteert Jasmijn.

‘Laten we er anders nog even bij gaan zitten Thea’, stelt Bink belangstellend voor met een uitnodigend gebaar naar de cognackleurige chaise longue.

Hij maakt nou niet bepaald een overdonderde indruk. Integendeel; hij gedraagt zich alsof de ontmoeting tussen Jasmijn, Pim, Thea en hem nu pas interessant begint te worden. Vanaf zijn zitplaats reikt Pim zijn zwager de in werking gestelde, rokerige joint aan. Zo te zien zit hij ook in het complot. Bink gaat door zijn knieën achter de salontafel en inviteert Thea nogmaals om terug plaats te nemen in de luxe kalfslederen lange bank waarop Pim ook ergens aan een andere uithoek van de woonkamer zit te trippen.  

‘Ik houd mijn hoofd liever koel’, zinspeelt Thea.

‘Voel je nergens toe verplicht lieve schat’, laat Bink onbezorgd weten.

Zou hij een zesde zintuig hebben? Bink lurkt gulzig aan zijn joint en zwaait met een volle fles wijn in de lucht.

‘Wie kan ik bijschenken?’

‘Ik ga ook beter’, deelt Jasmijn plotseling mede.

Ze springt op uit haar fauteuil.

‘Jij blijft beter zitten!’, verordent Bink zonder te knipperen.

‘Wat Bink zegt’, vindt Pim, om valse hoop bij Jasmijn, op steun van haar vader, voor te zijn.

Pruilend kiest Jasmijn eieren voor haar geld en verplaatst zich naar het midden van de chaise longue. Ze zit erbij als een Lolita. Afgezakte, knokige schoudertjes. Het blonde, steile engelenhaar als vitrage om de contouren van haar rossige gezichtje met de grote ogen en een sip lipje. Handen tussen haar knieën en de stelten in de suède kaplaarzen in de o vorm naast elkaar geplant in het hoogpolige vloerkleed. Mary Quant.

‘Waarom ben je laatst bij me op bezoek gekomen Jasmijn? Toch omdat Bink bedreigd werd?’

Thea gebruikt de spreektoon van een kleuterjuf tegen een kind van 4 dat zo goed als zeker heel stout geweest is.

‘Ow, God bewaar me. En dat ging jij toen voor me oplossen Thea?’, ginnegapt Bink.

‘Je wordt toch bedreigd?!’, snauwt Jasmijn tegen haar stiefoom om daarna de draad van het gesprek weer op te pakken. Hiertoe wendt ze zich alleen tot haar vader Pim. Haar voormalige kinderjuf probeert ze buiten de  interactie te sluiten:

‘Ik ben onlangs bij Thea thuis geweest, omdat zij bewijzen heeft tegen die kut Syriërs die Melvin in elkaar geramd hebben omdat hij homoseksueel is. Ik vind dat Melvin aangifte moet doen. Niet alleen van mishandeling, maar ook bij de vreemdelingenpolitie, omdat één van die gasten nog geradicaliseerd blijkt te zijn ook en momenteel in Syrië vecht. Maar waarom zouden jullie mij – Jojo Jasmijn – op haar woord geloven? Jullie luisteren nooit naar mij. Vandaar dat ik de hulp van Thea heb ingeroepen. Ze heeft keiharde bewijzen. Iets met manchetknopen of zoiets. In ieder geval was er sprake van een heterdaadje en moest Melvin in het bijzijn van Thea en mij gewoon toegeven dat Aadam en zijn broers hem toegetakeld hebben op die avond in het stadspark. Vraag maar aan Thea hoe de vork precies in de steel zit. Dan is ze tenminste niet voor niks als getuige in de strafzaak komen opdraven.’

Bink antwoordt voor zijn zwager:

‘Dat had niet gehoeven Jojo Jasmijn. Ik heb Melvin zelfs al voorgesteld om mijn knokploeg op die ‘kut Syriërs’ af te sturen. Maar dat wilde Melvin niet uit bescherming voor zijn liefde Aadam. Maar sinds ik zeker weet dat onze Islamitische adonis naar het front van de heilige oorlog is verbannen en dus uit het zicht is verdwenen, twijfel ik.’

‘Waaraan twijfel je nog Bink?’, wil Pim weten met een uitdrukking op zijn gezicht alsof geen enkel nieuws hem nog verder van zijn stuk zou kunnen brengen dan hij inmiddels al is.

‘Ík twijfel of ik die vechtersbaasjes toch niet even moet laten voorbewerken door mijn knokploeg alvorens Melvin naar de politie gaat.’

‘Stoer hoor’, hoont Jasmijn.

‘Je denkt toch niet dat wij ons laten intimideren door een zielig clubje van die moslimmannetjes?’, brengt Pim zijn dochter niet echt fijntjes aan haar verstand.

Niet mis te verstaan door het volume van zijn stem. De sneer van Jasmijn heeft Pim waarschijnlijk wakker geschud uit zijn roesje van daarnet. Ondanks het stevige geheis aan de algemene joint is hij dus toch nog niet grondig genoeg bedwelmd, want iemand die stoned is reageert niet zo alert..

‘Misschien vind je de IPhone van Melvin met al de vertrouwelijke gegevens over jouw escortservice wel als je met een knokploeg bij ze op bezoek gaat’, hoopt Thea.

Ze heeft bij voorbaat voldoening van het idee dat een paar losgeslagen homohaters de kans loopt om overmeesterd te worden door een   kliek gespierde Toyboys. Mannelijke hoeren die in loondienst zijn bij GspotGigolo van ‘gayguy’ Bink.

‘Dat denk ik niet, Thea’, zucht Pim.

‘Ik weet wel zeker van niet’, doet gayguy Bink er nog eens extra schepje bovenop.

‘Hoezo niet?!’, wil Jasmijn geërgerd weten.

‘Ja, hoezo niet, waar komen die bedreigingen en die chantagepraktijken dan vandaan? Niet van Walter. Walter is veel te studiepikkerig om zijn medemensen af te persen. Dat hebben we net nog unaniem geconstateerd’, wanhoopt Thea.

 

Ze neemt haar zoon alvast in bescherming, want ze ziet de onvermijdelijke valse vingerwijzing alweer haar kant opkomen. Pim geeft antwoord:

‘Na de aanschaf van zijn IPhone heeft Melvin het registratienummer geactiveerd, zodat de locatie van zijn mobiel na verlies of diefstal te traceren is. Op die manier hebben Bink en ik kunnen vaststellen dat de telefoon zich momenteel in Azië bevindt. In Aleppo om precies te zijn. Dat is een stad in Syrië, vlak bij de Turkse grens. Aadam heeft de IPhone van Melvin na de slachtpartij in het park dus in zijn broekzak gestoken en meegenomen op zijn enkele reis naar het beloofde land. Dat is ook de reden waarom Melvin weigert om aangifte te doen van mishandeling bij de politie. Laat staan bij de vreemdelingenpolitie. Dan kan Melvin het grote geheim van Aadam net zo goed online zetten. Liefde maakt blind.’

‘Wat is het grote geheim van Aadam?’, vraagt Thea bête.

‘Dat hij een homoseksuele moslim is die daarom tegen zijn wil in Syrië vecht in de heilige oorlog misschien?’, oppert Bink op cynische toon.

‘Wie zegt dat hij tegen zijn wil in Syrië zit?’

Jasmijn laat ook maar weer eens van zich horen. Wat Bink betreft had ze dat beter niet kunnen doen.

‘Nee, hij beult zich voor zijn plezier af.’

‘Misschien wel’, schokschoudert Jasmijn:

‘Misschien is de heilige oorlogvoering wel de Islamitische manier van zelfkastijding. Boetedoening. Niet iedereen is in zijn sas met een homoseksuele geaardheid, Bink.’

Tot besluit van haar betoog duwt Jasmijn een leeg wijnglas onder de neus van Bink. Hij neemt het glas van haar over en schenkt. Ondertussen neemt Thea het woord. Ze slaat de steken onder water over. Ze heeft haar buik vol van onverwerkte familieperikelen. Zeker wanneer het haar eigen familie niet betreft.

‘Maar het zou toch sowieso veel slimmer zijn geweest als die Aadam de IPhone van Melvin gewoon had weggegooid? Hij heeft de liefde van zijn leven toch al verraden door hem samen met zijn broers in elkaar te rammen?! Wat moet hij nog met een IPhone van een homo? Daarmee maakt die Aadam zich alleen maar weer opnieuw verdacht toch? Of zie ik dat verkeerd?’

Bink gooit zijn hoofd in de nek en ledigt het glas wijn, dat eigenlijk voor Jasmijn bedoeld was, in één haal achterover alvorens hij Thea een antwoord toe bijt.

‘Dus jij denkt dat die Aadam vrijwillig heeft meegedaan aan die slachtpartij? Het was erop of eronder Thea. Nou mag Aadam zich dood vechten in Syrië. Die telefoon is alles wat hij nog heeft van Melvin. Zie het als een aandenken. Een amulet. Misschien met hier en daar een opgeslagen, sexy selfie van onze roomblanke mooiboy Melvin.  Zoals Pim net al zei; Liefde maakt blind. Dat is universeel Thea. Dat geldt ook voor homo’s. Zelfs voor moslim homo’s.’

 

‘Ja, ken je dat tintelde gevoel als je iemand ontmoet die je leuk vindt? Dat is het gezonde verstand dat je lichaam verlaat’, knarsetandt Pim.

‘Ik weet het niet’, verzucht Jasmijn.’

‘Heb je het moeilijk meid?’, smaalt Bink.

Zijn sarcasme legt ze alweer naast zich neer. Net of ze expres nooit snapt wat Bink eigenlijk uitdrukt met het tegenovergestelde van dat wat hij zegt. In haar hart weet Jasmijn natuurlijk wel beter. Alles weet Jasmijn immers beter. Slimme Jasmijn. Anders dan Thea die nog steeds op verlichting hoopt.

Ineens neemt Jasmijn het woord. Ze gaat zo snel dat ze haar mond bijna voorbij lijkt te gaan praten:

‘Ik denk eerder dat die Aadam de IPhone heeft meegenomen om Bink te kunnen chanteren. Een makkelijke manier om aan geld te komen voor de heilige oorlog en ook als een soort wraakactie tegen Melvin. Dat hij op één of andere manier ontdekt heeft dat Melvin in de prostitutie zit. Dat denk ik.’

Pim en Bink vinden Jasmijn zichtbaar ongeloofwaardig. Uiteindelijk antwoordt Bink met ingehouden ongeduld.

‘Dat zou gekund hebben, ware het niet dat ik gechanteerd word met het online bekend maken van de  persoonlijke gegevens van dames en heren die Melvin helemaal niet in zijn bestand en dus ook niet in zijn telefoon opgeslagen heeft.’

Na deze blikseminslag schenkt Bink nog eens in voor zichzelf en verplaatst zich van zijn knieën in de kleermakerszit op de grond achter de salontafel in het hoogpolige tapijt naast de gelaarsde stelten van Jasmijn die nog steeds in het midden van de chaise longue zetelt. Tergend langzaam kijkt hij quasi afwachtend zijdelings naar zijn stiefnichtje op. Aan de andere kant van Jasmijn zit haar vader ook nog onveranderd op de lange, sjieke bank. Pim is eveneens één en al oor voor zijn dochter. Thea is minder gebrand op een uitlating van Jasmijn. De conclusie ligt voor de hand en zo’n kans laat Jasmijn vooralsnog niet aan haar wipneusje voorbij gaan.

‘Dus toch Walter en zijn usbstick?’

Jasmijn slaat een verslagen toon aan. Alsof de waarheid soms moeilijk te verkroppen is. Pim graait met een ontgoocheld gebaar in zijn kuif en Bink gaat recht zitten en staart bedrogen voor zich uit. Dan opent Bink zijn lippen en openbaart zorgvuldig dat wat Pim en hij al van het begin van deze vertoning af aan geweten moeten hebben:

‘Nee, niet Walter, Jasmijn. Er is nog iemand die op de hoogte is van mijn bedrijfsgegevens. Een studente in de medicijnen. Zij houdt maandelijks mijn administratie bij en zij doet ook het voorwerk voor mijn boekhouder. Tegen riante vergoeding mag ik wel zeggen. Maar ja, een vrijgezellenappartement in het centrum van de stad heeft misschien wel status, maar is ook prijzig. Dus broerlief mag wel blijven pitten, maar alleen tegen een vaste vergoeding die echter niet op te brengen is als hij even niet kan presteren. Lichamelijk. Omdat hij in elkaar gemept is door homorammers. Heethoofden die homohaters. Ze hebben veel te korte lontjes voor de lange termijn afpersingspraktijken waarvan volgens mij hier wel sprake is. En dan heb ik het nog niet eens over het standaard Nederturkse taalgebruik van de appjes met bedreigingen en losgeld eisen die naar mij gestuurd worden met een prepaid telefoon. Ik vind dat Nederturks toch een heel aparte woordkeuze voor homohaters die uit Syrië en niet uit Turkije afkomstig zijn. Je weet toch dat Syrië en Turkije 2 verschillende landen zijn Jasmijn? Nog even los van alle informatie die alleen maar jij en ik kunnen weten.’

‘Je bluft Bink; je probeert mij erin te luizen’, snuift Jasmijn arrogant.

Ze kijkt schichtig om zich heen alvorens ze vervolgt in een monoloog:

‘Je hebt de complete administratie van GspotGigolo op je laptop staan. Inclusief speciale wensen van de oudere dames en heren. Wat ze lekker vinden en hoeveel ze willen betalen. Voor welke Toyboy zij een voorliefde hebben. Wat hun afwijkingen op seksueel gebied zijn. Waar de grenzen liggen en wat het plafond van de liquiditeit is. Welke sociale status de betreffende klant heeft en wat voor werk hij of zij doet. Waar de dame of heer in kwestie woont en wat hun hobby’s zijn. Met wie mevrouw of meneer getrouwd is, of gehuwd geweest. Je hebt zelfs nauwkeurig vastgelegd of huwelijken van klanten al dan niet kinderloos zijn. Je registreert of de betreffende dame of heer misschien vrijgezel is of niet. Sterker nog je schaalt zowaar de mate van publieke kwetsbaarheid van de klanten in kwestie op een grafiek in.’

‘Wat wil je daar mee zeggen Jasmijn?’, vraagt haar vader ongeduldig.

Zo te horen is Pim niet meer te vermurwen. Hij heeft het vertrouwen in de onschuld van zijn dochter laten varen. Het getuigt van een zekere moed om de realiteit recht in de ogen te kijken. Misschien toch een zwak excuus voor deze jeugdzonde van Thea destijds. In tegenstelling tot Beau, de moeder van zijn kroost, lijkt Pim toch in staat om boven zichzelf uit te stijgen. Na al die jaren laat hij eindelijk de lusten niet boven de lasten van het hebben van kinderen prevaleren. Dat scheelt wat Thea aangaat een jas. Beter laat dan nooit.

‘Beter laat dan te laat’, zou Bart zeggen.

Ineens wenst Thea hem tastbaar dichtbij. Hier aan haar zijde. Bart met zijn rechtlijnigheid, barse commentaar en scherpe humor. De boze witte man die ervoor zorgt dat hij zijn eigen zaakjes op orde heeft en houdt. Simpelweg door te doen wat hij moet doen. Elke dag opnieuw. Niet te laat, niet te vroeg. Ongecompliceerd. Alles op z’n tijd en z’n gangetje.

‘Wat ik daarmee wil zeggen. Daarmee wil ik zeggen dat Walter dus evengoed verdacht is!’, ageert Jasmijn blindelings tegen een onzichtbare rechter aan het plafond.

‘Evengoed verdacht als wie?’, wil Thea weten.

Ze is de betweters aan het inhalen. Jasmijn kijkt nog steeds naar de hemel als ze verzucht:

‘Als die homohaters’.

‘Nee, Walter is niet net zo verdacht als die homohaters. Niemand is zo verdacht als jij Jasmijn’, legt Pim uit.

‘Want?’, vraagt Thea.

Bink geeft gehoor:

‘Zelfs al heeft Walter alle privégegevens van mijn laptop gekopieerd op een usb stick, dan nog kan hij met alle wiskundige logica van de wereld niet weten welke informatie chantabel is en welke data er niet toe doen. Daarvoor is levenservaring nodig. Sociale intelligentie. Kennis van het wereldje.’

‘Hoezo heb ik wel kennis van het wereldje?’

Jasmijn is voor geen van de aanwezigen geloofwaardig meer.

‘Misschien omdat je mijn administratie doet en omdat Melvin een jongere broer van je is, die behoorlijk onder jouw duim zit?’

Bink strekt zijn benen. Hij neemt naast Jasmijn op de chaise longe plaats en steunt met zijn kale achterhoofd in zijn ineengestrengelde handen. Zo ontmoet hij de dolende ogen van Thea, terwijl hij vrolijk door borduurt op het gespreksonderwerp alsof de ontknoping een theekransje is.

‘Niemand zou een spier vertrekken als Thea voor een cougar zou worden uitgemaakt. Niemand zou het geloven of zich ermee bezig willen houden. Met uitzondering van Thea zelf uiteraard. Maar een directeur met een acceptabel salaris, een leuke bonusregeling en een kwetsbare reputatie met connecties in de betaalde herenliefde is een ander verhaal. Dat geldt nog meer voor zijn op seks beluste echtgenote. Dat snap jij, Jasmijn, dat snap ik, maar een Whizzkid als Walter zou daar een paar keer heel hard voor op zijn bleke bek moeten gaan. En dan is het nog maar de vraag of hij het snapt’

Tot besluit klakt Bink veelbetekenend met zijn tong. Ondanks haar heikele positie slaat Jasmijn een hand voor haar mond om een spontane proestlach te stelpen. Thea begrijpt ook wel dat ze in haar hemd staat. Mogelijk heeft ze wel helemaal niets om het lijf? Wie zal het zeggen? Jasmijn natuurlijk als ze de kans krijgt. Maar dat voorkomt Thea door furieus naar haar voormalige oppaskind uit te halen:

‘Mijn zoon gaat nooit op zijn bleke bek, want hij heeft geen bleke bek. Ik ben trots op hem en op mijn dochter. Al is het alleen maar omdat ze nooit zo doortrapt zullen worden als jij Jasmijn. Of zoals Melvin. Een toyboy van amper 18 jaar. Poeh, poeh, die wonderboy gaat een glasrijke carrière tegemoet. Om jaloers op te zijn. En jij moest je schamen Jasmijn. Een studente in de medicijnen die zich laat onderhouden door haar hoerbroer. Kun je zelf niet achter de ramen gaan zitten? Ben je daar te goed voor? Of wil geen mens voor jou betalen Jasmijn? Denk eens na achterbakse trol; Als er hier iemand op haar bleke bek gaat dan ben jij het wel!’

‘Ach Thea, toe nou.’

Pim kan de afgang van Thea niet goed aanzien. Ze is buiten zichzelf en schreeuwt hysterisch:

‘Niks ach Thea, toe nou. Wat doe ik hier eigenlijk?!’

Jasmijn maakt een berustende indruk die in wezen gewoon een schuldbekentenis is. Ze probeert alweer hernieuwd contact te zoeken met Thea. Vol afschuw wendt zij het hoofd af van deze Jezebel, heks, wolvin in schaapskleren en ziet Bink.  Hij is de boodschapper bij uitstek die Thea met liefde en plezier nog een laatste keer ter wille is;

‘Wat je hier doet Thea? Je bent het alibi. De uitvlucht. Het zuivere geweten. Maar lieve schat; zeg nou zelf; niemand zou het geloven of zich ermee bezig willen houden. Met uitzondering van jijzelf uiteraard.’ 

 

 HOOFDSTUK 32    

In het nieuwe schooljaar zou invalster juffrouw Rosalie De Wielewaal dus weer gaan verlaten. Net als meester Joep. Alleen werd met het verdwijnen van de crisisjuf ook de combinatieklas na 2 tropenjaren opgeheven. Door de samenvoeging van wat normaliter ruim anderhalve klas per leerjaar was, bleven er na de zomervakantie 2 mega groepen 7 en 8 over en werd tevens een nieuw begrip geïntroduceerd op De Wielwaal:                                                                 

 ‘De plofklas’.                                                         

Door het overgewicht maakten de pasgeboren plofklassen, in de vorm van de groepen 7 en 8, een logge indruk. Thea kon dan ook pas enigszins opgelucht ademen nadat bekend werd dat de onervaren Siepie niet in haar lummelige eentje de last van 35 kinderen in groep 7, inclusief Sabine, op haar onbeholpen schouders hoefde te dragen. Juffrouw Rita heette de reddende engel. Zij werd naast de opgewaardeerde Siepie de geroutineerde onderwijzeres van het verse duo van de nieuwe giga groep 7.  Meester Jan-Willem kreeg in zijn gevierde uppie de verantwoordelijkheid over even zoveel leerlingen in groep 8. Meteen al aan het begin van het nieuwe schooljaar viel aan de landerige houding van juffrouw Rita af te lezen dat ze voor geen goud met meester Jan-Willem had willen ruilen. Ze onderwees al jaren parttime in de bovenbouw van De Wielewaal. Haar hart en energie lagen echter niet bij les geven maar bij musiceren en dan bij in het bijzonder bij gitaarspel en zang. Vooral in het weekend scheen  juffrouw Rita ‘s avonds regelmatig op te treden met haar amusementsorkestje op bruiloften en partijen. Juffrouw Rita gedroeg zich ook als een onbevlogen leerkracht die liever van haar zangtalenten een beroep had gemaakt. Als je goed keek naar haar gedrag in de wandelgangen van De Wielewaal, dan kon je juffrouw Rita als het ware innerlijk zien vechten met de wetenschap dat geen enkel levenspad een rechte weg is. In een luchtkasteel kun je niet wonen. Zo vlogen de jaren voorbij en voor juffrouw Rita het goed en wel in de gaten had, klopte Sarah aan haar deur, waarmee de kansen op een toekomst als een jeugdige rockchick voorgoed verkeken leken. Een schrale troost voor juffrouw Rita was haar bevoegdheid tot het geven van muzieklessen in alle groepen van De Wielewaal. Weliswaar een zwak aftreksel van een glanzende carrière in de muziek en slechts een nevenfunctie, maar toch ook een soort van droom verwezenlijking en een bijbaantje dat ze tenminste met een vleugje passie en zonneklaar duizend keer liever vervulde dan de plicht die helaas gedaan moest worden. Dus toch ook maar tegen heug en meug blijven doceren als doorgewinterde parttime onderwijzeres voor groep 7 van De Wielewaal.

Sabine kende juffrouw Rita al langer van de schoolband die wekelijks oefende in de kleine gymzaal van De Wielewaal. De schoolband was 2 jaar geleden met een hoop stampei en buitensporig veel aanmeldingen in het leven geroepen door juffrouw Rita die misschien een boel kwaliteiten had, maar totaal geen gezag. De repetities van de band waren een zooitje ongeregeld en al na de eerste keer liep het ledenaantal met tietallen per dag terug, waardoor er uiteindelijk een week later op de tweede bijeenkomst een vaste kern van zo’n 6 kinderen, van uiteenlopende leeftijdscategorieën, overbleef. Sabine was de zangeres. Natuurlijk vanwege haar leuke stemmetje, maar ook omdat ze geen instrument bespeelde zoals de overige 5 bandleden. Dus dat kwam mooi uit. De schoolband bracht op verzoek en bij gelegenheid meezing nummers van Gers Pardoel en Marco Borsato. Dat zo’n optreden uiteindelijk ook nog ergens op leek moet welhaast de verdienste van juffrouw Rita geweest zijn. Het bleef echter een wonderlijk resultaat gezien de warhoofdigheid van deze onderwijzeres alias muzieklerares.

Meester Joep van groep 6 werd vervangen door juffrouw Marijke. Zij was de nieuwe juf van Walter die nu in groep 6 zat. Juffrouw Marijke was de meest rechtlijnige persoon die Thea ooit in haar leven had ontmoet. Later in het nieuwe schooljaar kwam Thea ter ore dat juffrouw Marijke eigenlijk wiskunde had gestudeerd, maar dat ze zich had laten omscholen tot schooljuffrouw. Het logische verband tussen wiskunde en didactiek ontging Thea weliswaar, maar dat maakte het contact tussen juffrouw Marijke en Walter niet minder werkzaam. Op één of andere manier waren Walter en zijn nieuwe juf Marijke uit hetzelfde hout gesneden, zonder dat ze elkaar nou zo speciaal aardig vonden. En wat Walter betreft was sowieso elke leerkracht beter dan meester Joep. Zo dol als deze jonge invalkracht evident op Sabine was, zo heftig werkte Walter onmiskenbaar op de  zenuwen van meester Joep. En dat terwijl de jongere broer van lievelingspupil Sabine nog geen seconde van zijn kinderleven bij meester Joep in groep 6 had door gebracht. Maar tijdens handgemeen van kwajongens op de speelplaats of gesteggel in de gangen van De Wielewaal, greep meester Joep standaard Walter bij zijn lurven. Achteraf moest meester Joep dan weer met tegenzin ten overstaan van juffrouw Marjolein van de toenmalige groep 5 of aan directrice Willy Bakbruin toegeven dat Walter niet de enige oproerkraaier was. Temeer daar Walter door zijn overontwikkelde rechtvaardigheidsgevoel geneigd was om tot het uiterste te gaan om zijn kinderrecht te halen. Meestal gesteund door zijn vrienden; Tim en Markus, terwijl meester Joep de rest alweer met hun ongein had laten wegkomen. Zoals die middag net na school in de gangen van De Wielewaal toen Kasper uit groep 6 een duw van Walter had gekregen. Het kereltje in kwestie liep Walter steeds voor de voeten. Vermoedelijk expres, want Kaspertje was,  zoals gewoonlijk, bezig met jennen. Maar bewijs dat maar eens. Ooit had hij tijdens een speelbezoekje aan Sabine kennis gemaakt met de geavanceerde gamecomputer en de bijbehorende capaciteiten van Walter. Sindsdien vocht Kasper ogenschijnlijk tegen onbeantwoorde gevoelens van jaloezie voor de Whizzkid en zette hij alles op alles om Walter de loef af te steken:

‘Mijn familie is beter dan de jouwe’.

‘Niet waar’, hapte Walter omdat hij ook pas 9 jaar was.

‘Mijn vader is de beste arts van Nederland’, pochte Kaspertje.

‘Waarom heeft hij je dan niet meteen beter gemaakt toen je al bijna dood was?’

Tot op de dag van vandaag kan Thea niet anders dan de hier ingezette verdedigingstactiek van Walter een geniale vondst vinden.

‘Omdat hij verzekeringsarts is en geen gewone arts’, antwoordde Kasper met tranen in zijn stemgeluid.

Daar Walter geen flauw idee had wat een verzekeringsarts was en ook niet hoe nu verder met bekvechten, gaf hij Kasper een zetje tegen zijn schouder teneinde de weg naar buiten voor  zijn vrienden Tim en Markus en zichzelf vrij te maken. Tegelijk met deze handtastelijkheid – die door het postuur van Walter waarschijnlijk iets minder licht aankwam dan bedoeld -  kreeg Kasper ter plekke een woedeaanval die eigenlijk als een verkapte uiting van een posttraumatisch stresssyndroom gezien moest worden. Met andere woorden; Kasper had zijn hevige ziekteverloop van 2 jaar geleden nog niet helemaal naar behoren weten te verwerken. Compleet over zijn toeren sprong de iele Kasper op de stevige rug van Walter die zich kokhalzend en geschrokken in allerlei bochten wrong om zijn nekpartij van het wurgende gewicht van het overspannen bloedzuigertje te ontlasten. Markus en Tim schoten hun vriend Walter te hulp precies op het ogenblik dat meester Joep zijn hoofd om de hoek van de deur van het lokaal van groep 6 stak om te achterhalen wat dat helse kabaal in de gang in vredesnaam te betekenen had. Hij vond het geen stijl; 3 tegen 1. Dat arme Kaspertje. Bij het zien van meester Joep liet Kasper zich slapjes op de grond voor de voeten van de 3 vermeende boosdoeners vallen. Zijn hysterische aanval stopte abrupt.

‘Hij gedroeg zich als een gillende keukenmeid’, klikte Tim minachtend.

 

Zoals gewoonlijk schatte meester Joep de situatie veel te laat op de juiste manier in. Hij probeerde nog een pedagogisch verantwoorde draai aan zijn belabberde beoordeling te geven;

‘Jij moet ook niet zo meisjesachtig doen Kaspertje’.

Dat zei hij serieus. Diep gekrenkt wist Kasper niet waar hij kijken moest, terwijl Walter het woord nam tot eerherstel van het imago van jongens in de leeftijd van 8 tot 9 jaar in het algemeen en dat van zijn vrienden en Kasper in het bijzonder;

‘Meester Joep, u kunt ook zelf eerst nadenken voordat u wat stoms zegt.’

Thea zou bijna kromme tenen gekregen hebben van de brutaliteit van haar zoon toen ze van  meester Joep van a tot z te weten kwam wat Walter allemaal verkeerd had gedaan en gezegd. Hij versloeg de zogenaamde onbeschoftheid van Walter op een toon alsof Thea vanzelfsprekend, onvoorwaardelijk aan de kant van de meester stond. Thea hield zich wijselijk op de vlakte in het bijzijn van onkunde. Het was ook makkelijker voor iedereen als Walter zijn inzichten gewoon voor zich hield. Zelfs al kwam hij misschien wel akelig dicht bij de kern van de zaak. Maar weinig zogenaamd volwassenen verteren correcties op een nuchtere maag en al helemaal niet uit de mond van een snotneus van amper 9 jaar.      

‘Ik dacht dat hij me ging slaan’, vertelde Walter terugblikkend.

‘Dan had hij zijn loopbaan in het onderwijs wel compleet op zijn buik kunnen schrijven’, wist Bart nijdig van onmacht over het schandalige gedrag van meester Joep.

Opnieuw een klacht indienen had echter niet zoveel zin aangezien meester Joep toch al op het punt stond om De Wielewaal noodgedwongen te verlaten. Directrice Willy Bakbruin schreef in de nieuwsbrief van De Wielewaal dat meester Joep van plan was om een jaar lang een wereldreis te gaan maken. Op de bonnefooi naar Nieuw-Zeeland met een rugzak en dan maar zien waar het schip zou stranden.

‘Dat is toch geen wereldreis?’, vroeg Walter tijdens het avondeten aan niemand in het bijzonder.

‘Nieuw Zeeland is anders wel aan de andere kant van de wereld’, vond Sabine.

‘Volgens mij is een wereldreis als je alle landen van de wereld bezoekt.’

‘Zoveel tijd en geld heeft meester Joep niet, zegt hij’.

Het fijne wist Sabine er duidelijk ook niet van.

Nou vooruit dan’, gaf Walter maar half overtuigd toe.

Wel of geen wereldreis was Walter eigenlijk een worst, maar hij ontkwam niet aan de preoccupatie van zijn zusje met de uitbundige voorbereidingen van de afscheidsfestiviteiten die groep 6 in de laatste weken van het schooljaar voor meester Joep op het programma had staan. Sabine was vervuld van de belofte van een vrolijk klassefeestje alleen al. Er moest nog vanalles geregeld, geknutseld en bedacht worden met begeleiding van een feestcommissie. Dit team bestond  uit het juffenduo van de nieuwe plofgroep 7 van het komende schooljaar – dus juf Siepie en juf Rita -  en de klassenouders van groep 6 van meester Joep. De moeder van Kasper - Moira - was zo’n klassenouder samen met ene Hanneke die een dochter met de naam Grietje in groep 6 had zitten. Geen onaardig meisje, maar ook geen vriendinnenmateriaal voor Sabine die toen op school nog voornamelijk het gezelschap van Miranda,  Zarah en Ronnie opzocht. Met Ronnie probeerde Sabine het meest af te spreken voor speelbezoekjes thuis. Dat lukte niet altijd, maar wel als moeder Maud, bijvoorbeeld, weer eens in ongenade was gevallen bij de opperouders. Dan was Sabine goed genoeg voor haar zoon. En dan waren er nog de momenten van onoplettendheid waarin de zus van Ronnie – tevens mama’s gouden kind met de naam  Happy - wederom de onverdeelde aandacht van haar moeder opeiste.  Dan liet Maud haar zoon aan zijn lot over. Je kon er de klok op gelijk zetten. In die talrijke verloren uurtjes maakte Ronnie dankbaar van de gelegenheden gebruik om Sabine op te zoeken. Geen onbewaakt moment liet hij onbenut om zich in de veiligheid van Sabine’s thuishaven in de door hem geconfisqueerde prinsessenjurk uit de verkleedkist te hullen. In die periode waren beide kinderen ook helemaal idolaat van karaoke. Sabine had zelfs een karaoke set van haar spaarcenten aangeschaft, bestaande uit een roze cd speler met scherm voor de liedteksten, ingebouwde speakers, 2 microfoons en een verzameling muzieknummers zonder zang op bijgevoegde cd’s. De kinderen zongen zich schor. Vooral de liedjes van K3 waren populair. Dankzij Youtube maakte Ronnie zich thuis zelfs de bijbehorende dansjes eigen om zich in de speelkamer van Sabine helemaal uit te leven. Swingend en zingend in zijn lievelingsjurk. De hit  ‘Toveren’ van de meidengroep K3 was favoriet.

Nadat Thea de vertolking van dit pakkende liedje door Ronnie en Sabine zo’n 100 keer in het voorbijgaan op de achtergrond onwillekeurig tot zich door had laten dringen, schoot haar ineens een geschikt afscheidsritme voor meester Joep te binnen. Met een toepasselijke tekst en gezongen door iedereen uit groep 6 uiteraard. Temeer daar de feestcommissie onlangs via de mail nog aan de bel had getrokken dat het afscheid van meester Joep nou toch wel erg kort dag werd en dat alle ideeën, hoe klein ook, niet alleen welkom, maar zo langzamerhand bittere noodzaak waren. Daar kwam nog bij dat Ronnie en Sabine wel oren hadden naar het voorstel van Thea om op de melodie van Toveren van K3 een afscheidsliedje voor meester Joep te schrijven. Sterker nog; het tweetal greep elkaar uitzinnig van blijdschap bij de glitterroze pofmouwen van de wederzijdse prinsessenjurken vast en maakten een vreugdedansje. Thea kon niet meer terug. En omdat er die middag toch een Huiswerksterklant had afgezegd, voegde ze meteen maar daad bij het woord en ging met de beste bedoelingen aan de slag met het rangschikken van de woorden op de muziek die Sabine op haar karaoke cd had staan. Het resultaat liet ze na iedere aanpassing opnieuw aan Sabine en Ronnie lezen die tamelijk kritisch waren, maar uiteindelijk toch met de 7de versie akkoord konden gaan. De uitvoerbaarheid en het effect van de aangepaste tekst bracht het tweetal direct met overtuiging voor Thea ten gehore.

‘Jij hebt ook een keigoede stem, Ronnie. Je moet  met Sabine in de schoolband komen zingen.’

Thea riep maar wat in de ban van de tijdelijke euforie over het geslaagde afscheidsliedje voor meester Joep.

‘Dat wil ik wel, maar dat mag ik niet van mama’, bekende Ronnie met een rood hoofd.

‘Ow’, antwoordde Thea zo neutraal en kort mogelijk.

Uit principe. Ze wilde voorkomen dat ze haar mond voorbij zou praten in een impulsieve reactie.

‘Het kost bijna niks’, voegde ze nog wel aan haar feedback toe.

‘Ja, maar ik mag niet weer bij Sabine’, legde Ronnie uit.

‘Gezellig is dat’, ageerde Thea zwakjes,  teneinde die weerloze Ronnie niet te intimideren.

‘Zo ‘weerloos’ is die Ronnie niet’, wierp Bart al meer dan eens tegen.

Thea liet zich niet stante pede overtuigen.

‘Hoezo niet? Hij kan er toch niets aan doen dat zijn moeder een feeks is, of wel dan?’

‘Ronnie speelt een gemeen spelletje van afstoten en aantrekken met Sabine. Zodra hij in de gratie van de opperouders is dan ziet hij Sabine niet meer staan. Hij is oud genoeg om in te zien dat de wereld niet vergaat als hij zijn beste vriendinnetje niet steeds afvalt in het bijzijn van anderen.’

‘Ik weet niet of hij oud genoeg is om dat in te zien. Kinderen apen het gedrag van hun ouders na. Een kind van 9 moet wel super intelligent zijn om de afwijkende mentaliteit van een vader of moeder te kunnen veroordelen. Heb jij toegang tot de hoogte van zijn sociale IQ?’

‘Kwats. Dan ben ik zeker super intelligent. Trouwens, je begrijpt best wat ik bedoel’, zuchtte Bart.

En dat was ook zo. Alleen had de romanticus in Thea geen zin om de idylle, die iedere keer opnieuw ontstond als Sabine en Ronnie elkaar terug vonden, te verstoren. Ze waren zo vanzelfsprekend samen.

‘Sabine is ook al bij dramalessen gekomen omdat ik erbij was’, verklaarde Ronnie zich nader.

‘Niet’, protesteerde Sabine verontwaardigd.

Zonder aarzelen greep Thea in:

‘Dat is onzin, Ronnie, Sabine gaat naar drama op woensdagmiddag, omdat het haar leuk leek om toneel te spelen. De lessen zijn voor alle kinderen van De Wielewaal. Niet alleen voor jou.’

Ronnie kromp ineen en veerde overeind:

‘Ja, dat weet ik wel. Maar mijn moeder zegt dat Sabine ook al in de complete groep 6 is gekomen, om mij achterna te gaan en dat zij niet zo mag klitten met mij.’

Thea voelde de razernij sakkeren in haar ledematen. Misschien was de aandrang om Ronnie met een schop tegen zijn derrière de achterdeur uit te werken extra sterk, omdat Bart haar eigenlijk al gewaarschuwd had voor de air die spontaan kwam opzetten bij dit banale ventje. Thea wist zich met moeite te beheersen en siste tussen haar opeengeklemde kaken.

‘Ik vind ook dat jij niet zo mag klitten met Sabine. Ik ben het deze keer – bij hoge uitzondering -  wel eens met je moeder. Je moet hier voorlopig maar niet meer komen spelen. Doe de prinsessenjurk eerst uit Ronnie, dan breng ik je zo meteen linea recta naar huis.’

Ronnie was krijtwit geworden. Thea kreeg associaties met een magere suikerspin door zijn iele lijfje in de knalroze prinsessenjurk en met een scheefgezakte blingbling tiara op één oor. Zijn onderlip zakte naar beneden in de trilstand en hij staarde overdonderd en ongelovig naar Sabine die, met de handen ineen gehaakt op haar rug, de jubeltenen in haar sokkenvoeten bestudeerde en weigerde om Ronnie uitgeleide te doen. Een gezonde ontwikkeling, vond Thea.

Dat gold overigens niet voor de betovering die Sabine in de loop van dat schooljaar bij meester Joep beving voor de dramaclub van De Wielewaal. Het toneelgroepje bestond uit 18 kinderen uit de 2 groepen 6 van De Wielewaal. Dit eliteclubje werd al minstens 5 maanden elke woensdagmiddag in de kleine gymzaal op heuse dramalessen gefêteerd door ene Nora, zonder dat Thea ooit eerder van het bestaan van een dergelijke buitenschoolse activiteit vernomen had. Mettertijd leerde Thea waarom de dramalessen niet aan de grote Wielewaalklok gehangen werden. De kinderexpressie onder leiding van Nora bedroeg 25 euro per kinderhoofd per woensdagmiddag. Kassa. Een buitensporig bedrag dat nauwelijks op te hoesten viel voor een gezin met een modaal inkomen. De bijdrage was dus ook een rib uit het lijf van het overgrote deel van de ouders van de kinderen van De Wielewaal. Wel hoogopgeleid of niet. De status van het dramakliekje rees daarmee tot ongekende hoogte. Voor Thea klonk het absurde getal van de contributie even goed alsof Nora een emmer leeggooide. Waarmee tevens de input van Nora zo’n beetje was samengevat. Ze liet de kinderen maar wat aanrommelen tijdens de duurbetaalde uurtjes in de kleine gymzaal. Sabine vond de dramasessies niettemin zo geweldig dat Bart en Thea het geen van beiden over hun hart konden verkrijgen om niet over de brug te komen. Luna uit de combinatieklas, die herhaaldelijk en tot vervelends toe smeekte of Sabine een keer wilde komen kijken naar haar acteerprestaties bij Nora, was de persoon die het idee van het volgen van acteerlessen had aangedragen. Aanvankelijk had Sabine er totaal geen behoefte om zich aan de caperiolen van Luna onder supervisie van ene Nora te vergapen. Totdat ze door haar voorraad smoezen heen was. Ze kon niets meer kon bedenken om onder een oriënterende zitting met het toneelgezelschap uit te komen. Met de aanwezigheid van Ronnie had de eerste visite van Sabine aan het kostbare genootschap dus helemaal niets te maken. Al na tien minuten in de kleine gymzaal was Sabine verkocht voor de dramalessen van Nora. Terwijl haar belaagster -  Nia – toch ook onder de uitverkorenen acteerde. Als haar plotselinge fixatie voor de dramalessen dus daadwerkelijk zo persoonlijk opgenomen moest worden als de moeder van Ronnie beweerde, dan had Sabine bij de eerste aanblik van Nia al rechtsomkeert gemaakt. Ze bleef echter stug zitten waar ze zat. Waarmee, wat Thea betreft, meteen bewezen was dat haar fascinatie kennelijk net zo min tot niet meer dan anders met de tegenwoordigheid van Ronnie van doen had. Sabine sloeg vanaf de eerste kennismaking met Nora geen dramales meer over, omdat ze zich onbeperkt kon verkleden in veel meer verschillende outfits dan Thea ooit privé voor haar thuisverkleedkist zou kunnen verzamelen. Bovendien kon Sabine bij Nora vrijuit rollenspelletjes spelen met alle aanwezige leeftijdgenoten uit haar courante groep 6 en uit de voormalige combinatieklas zonder inmenging van en ingewikkelde afspraken met de opperouders. Soms trakteerde de voluptueuze Nora op chips en Capri Sun drinkzakjes. Eerder als een excuus om haar eigen tomeloze goesting naar tussendoortjes legitiem te kunnen verzadigen, dan uit vrijgevigheid. Althans dat idee had Thea bevangen, nadat Sabine namens Nora na een paar weken ook nog leukweg om een kleine bijdrage voor de pauze tijdens de dramalessen vroeg. Dat hoefde niet eens geld te zijn. Het mocht fruit zijn of iets anders. Zolang het, behalve cash natuurlijk, maar eetbaar was. Gepikeerd gaf Thea een tijd lang een plastic zak vol winterpenen aan Sabine mee voor haar speelgenootjes bij de dramalessen. Je zou toch verwachten dat Nora niet zo armlastig was dat ze zich niet zelf vaker een traktatie voor de kinderen kon veroorloven. Ze ving contributie genoeg. Uitgerekend toch zo’n 1900 euro schoon aan de haak – inclusief Sabine - per maand aan contributie van de Wielewaalkinderen alleen al. Daarom was die wekelijkse lading winterpenen het goedkoopste dat Thea bij de ALDI kon vinden, maar dat was de kinderen om het even. Trouwens het waren de enige beschikbare snacks naast de sporadische fastfoodbijdrage van Nora. Hoe dan ook; het speelparadijs uit Sabine’s dromen had vorm gekregen in de kleine gymzaal van De Wielewaal tijdens de zogenoemde dramalessen van Nora. Een maand lang kwam Sabine gratis proefkijken en meedoen. Daarna werd de teller onverbiddelijk aangezet. Dik 100 euro per maand voor 2 uur per week in de apenkooi. Pauze inbegrepen. Thea bleef het hele circus dik aan de prijs vinden. Maar de opperouders klaagden niet. Prestige wordt nou een maal duur betaald. Zij waren vooral zeer vereerd met lady Nora alias de bijbeunende, parttime diva met; een aanvullende uitkering;  een diploma van de toneelschool; en met pretenties. Tijdens het ophalen van de acteertalentjes aan het einde van de dramalessen deed ze zich in het bijzijn van de opperouders met Maud in hun kielzog en Thea aan de zijlijn, voor als het neusje van de zalm, maar dan nog exclusiever. Zonder overigens ooit uit zichzelf oogcontact te maken of iemand direct aan te spreken. Nora werd door anderen benaderd. Nooit andersom. Als iedereen zich keurig netjes aan dit protocol hield, dan wilde Nora zich heus wel verwaardigen om een opperouder te woord staan zonder de teller te laten doorlopen. Wel altijd van bovenaf naar beneden. Met half geloken ogen en getuite lippen in de ‘tuttuttutstand’. Achteraf was de gemiddelde opperouder dan veelal gerustgesteld. De woorden van Nora vielen mee of eigenlijk tegen. Ze imponeerden niet. In tegenstelling tot het gezwollen gedrag van het vermeende toneeldier dat de meeste opperouders wel de stuipen op het lijf joeg. Behalve bij Thea. Zij had maar weinig onzin nodig om te snappen dat Nora niets voorstelde. Haar uitingen waren gebakken lucht; net als Nora zelf. Opgeblazen adempauzes met een slap lintje erom heen.

‘We krijgen een eindvoorstelling en jij moet ook komen’, liet Sabine een maand voor het begin van de zomervakantie aan Thea weten.

‘Wat leuk, wat gaan jullie doen?’

Zou Nora dan toch in staat zijn om iets creatiefs uit de chaotische improvisaties van 19 luidruchtige kinderen te abstraheren? Van de succesvolle optredens van de schoolband, onder de tuchteloze leiding van de chaotische juffrouw Rita – wiens premie van 2 euro per week per repetitie in schril contrast stond met de 25 euro per dramales van Nora – had Thea inmiddels geleerd dat het ondenkbare mogelijk kon zijn. Dus wie weet.

‘We doen dramatische expressie’, wist Sabine raadselachtig.

‘Waarom geen simpel toneelstukje?’

‘Omdat het drama is, denk ik.’

Sabine trok een gezicht dat verried dat ze zelf eigenlijk ook liever in een simpel toneelstukje had geschitterd.

‘Wat voor een drama is het dan?’.

Gezien de jeugdige leeftijd van de artiesten en hun welvarende levensstandaard kon Thea zich in deze context absoluut niets voorstellen bij een kinderdrama in werk en uitvoering. Zelfs niet van de theatrale types uit groep 6 van De Wielewaal.

‘We moeten een geheim over onszelf verklappen. Iets waar we ons eigenlijk voor schamen. Ik doe het over de wijnvlekjes in mijn gezicht.’

‘O jee, dat lijkt wel speltherapie’, flapte Thea er onnadenkend uit.

‘Dat is het ook’, kletste Sabine ook maar wat.

‘Nou ja, als jij er geen problemen mee hebt’, aarzelde Thea.

Op dat moment zag Thea nog geen kwaad in het onthullen van Sabine’s geheim over haar wijnvlekjes op het schoolpodium. Temeer daar het mysterie voor iedereen aan de linkerzijde van haar gezicht te kijk stond. Mogelijk raakte Sabine door een publieke bekentenis wel gesterkt in haar identiteit. Zo van:

‘Ik ben Sabine en ik heb wijnvlekjes in mijn gezicht.’

In plaats van:

‘Ik ben Sabine en ik ben alcoholiste’.

‘Ow, ja en Nora zei ook dat ze jou dringend moet spreken’, liet Sabine ook nog even namens Nora weten .

‘O, over de wijnvlekjes?’

In het licht van het geplande optreden van Sabine zou Thea een kortsluiting in die trant niets meer dan normaal gevonden hebben. Sabine was ten slotte nog maar een klein meisje van nog geen 10 jaar met een jarenlange, pijnlijke reeks laserbehandelingen van de wijnvlekjes in haar aangezicht voor de boeg. Het grandioze eindresultaat had niemand toen al kunnen voorspellen en als Sabine al niet vreesde voor dat wat op haar af ging komen, dan stond moeder Thea wel voor twee de nodige angsten uit voor het onbekende. Als het echter serieus de bedoeling was dat de kinderen van de dramalessen over pijnpunten vertelden in het bijzijn van publiek bij wijze van grensoverschrijdend gedrag ter afsluiting van het 6de schooljaar, dan mocht Sabine van Thea uiteraard ook van de partij zijn. Wijnvlekjes of niet.

Aan het eind van de eerstvolgende dramales nam Nora in de kleine gymzaal de tijd om haar gebatikte sjaal om haar vlezige nek te herschikken alvorens ze zich onder de opperouders begaf, die over elkaar heen de ruimte binnen struikelden teneinde hun bloedeigen acteertalentjes op de valreep nog even vlug, vlug naar voren te kunnen schuiven. Dus maakte Thea maar snel gebruik van de korte voorbereidingen van Nora door op haar mollige schouder te tikken.

‘Mijn dochter zei dat jij mij wilde spreken’.

De naam van Sabine sprak Thea expres niet uit. Eens kijken of Nora echt geen sjoege had van welke ouder bij welk kind hoorde zoals ze wel altijd pretendeerde ondanks haar afwezige optreden.

‘O ja, de mama van Sabine!’, fleemde Nora.

Alsof ze Thea al jaren kende, trok ze de mama  van Sabine aan een schouder naar zich toe en dreef haar vastgeketend in een benauwende omarming naar een hoekje van de kleine gymzaal.

‘Over 4 weken hebben we een afsluitend optreden’, smiespelde Nora bekonkelend.

‘Ja, dat zei Sabine al’, murmelde Thea eveneens binnensmonds, omdat ze die middag knoflook had genuttigd en ze Nora, met wie ze op nog geen 5 centimeter afstand neus aan neus stond, niet wilde bedwelmen.

Nora vond dat Thea uit de hoogte deed.

‘Niets bijzonders hoor. Gewoon’, snoof ze nuffig.

‘Mooi’, vond Thea, terwijl ze zich los wurmde uit de beklemmende schoudergreep van Nora en een paar passen naar achteren deed.

Nora acteerde dat de afstandelijkheid van Thea haar niet deerde. Thea vond dat ze slecht toneel speelde. De vijandigheid spatte van het gezicht van Nora.

‘Nou hebben de kinderen allemaal een colbertje aan tijdens de voorstelling. Alleen de mouwen van al die jasjes zijn te lang. Wat wil je ook?’, ginnegapte Nora, terwijl ze Thea quasi vriendschappelijk veel te ruw porde.

Onaangenaam verrast wreef Thea de pijnlijke plek:

‘Ja, wat wil je ook?’, herhaalde ze niet begrijpend.

‘Het zijn herencolbertjes van de kringloopwinkel’, legde Nora gepikeerd uit over Thea’s onwetendheid.

‘En?’

Ongeduldig lichtte Nora haar tot dunne streepjes geëpileerde wenkbrauwen. Als horizontale uitroeptekens. Ze gniffelde niet meer en besloot kortaf:

‘Sabine zei dat jij ze wel korter kon maken. Lief van je. Bedankt alvast hoor.’

Nora liet Thea het nakijken, terwijl ze zich gezwind in het middelpunt van de belangstelling van de opperouders begaf. Ze zond nog een paar kushandjes in de richting van Thea. Ter afronding van de kwestie van 38 te lange colbertmouwen. Bij wijze van bij voorbaat dank.

‘Ze liggen daar op een hoop’, gebaarde ze naar een stapel kleding in andere hoek van de kleine gymzaal.

‘Ja, hallo ik moet die mouwen wel even afspelden voordat ik ze korter maak. Dat gaat niet zomaar; dat is passen en meten geblazen’, verzuchtte Thea.

Ze praatte wel vaker hardop met zichzelf als ze vermoeid raakte. In dit geval was Thea bij voorbaat uitgeput over het vooruitzicht alleen al. Negentien paar herencolbertjes naar kindermaatjes verstellen is zelfs voor een ervaren coupeuse geen kleinigheid en Thea had ook nog haar gezin, huishouden, Huiswerksterk en Webshop.

‘Ah, joh, dat komt niet zo nauw’, bagatelliseerde  Nora kortaf over haar schouder.

Met haar gemanicuurde linkerhand met paars gelakte nagels maakte ze een gezocht wegwerpgebaar. Maar ze benadrukte wel de urgentie van de zaak. Duidelijk hoorbaar voor alle aanwezigen op een toon alsof Thea het naaimeisje was en Nora de grote mevrouw. Met een knipoog weliswaar. Afgemaakt met een wrange nasmaak.

‘Maar wel dalli, dalli graag’.

Daarna gaf haar trutterige opstelling niet meer thuis over huishoudelijke zaken. Nora liet haar aandachtsboog verder volledig spannen door de oudewijvenpraat van de moeders van onder meer; Kaspertje, Luna en Fransje.

‘Waarom heb je beloofd dat ik die mouwen korter zou maken?!’, voer Thea op weg naar huis in de auto tegen Sabine uit.

‘Dat heb ik niet beloofd. Ik heb alleen gezegd dat jij een naaimachine hebt waarop jij alles kunt maken’, pruttelde Sabine korzelig tegen.

‘Hoe kom je erbij dat ik alles kan maken op de naaimachine?’

Thea was verstomd. Ze zat thuis nou niet bepaald elke dag achter de naaimachine. Zo nu en dan maakte of verstelde ze weleens zelf kleding. Ze was niet onhandig met naald en draad, maar om nou te zeggen dat ze zomaar alles kon maken was overdreven. Toch was Thea ook wel vereerd met de opschepperij van haar dochter.

‘Dat is geen opschepperij, maar de waarheid’, wist Bart, nadat hij in geuren en kleuren antwoord van Sabine had gekregen op zijn vraag naar de herkomst van de stapel colbertjes in de kofferbak van Thea’s auto.

‘Mama wordt onze styliste’, overdreef Sabine onder invloed van Nora.

‘Die dramaqueen mag wel blij zijn dat jij die colbertmouwen voor niks korter maakt. Zoiets moet je eens laten doen bij een professionele coupeuse. Dan ben je met 200 euro goedkoop uit.’

‘Had ik dan geld moeten vragen?’, twijfelde Thea.

Het antwoord van Bart werd gesmoord door een stapel muffe tweedehands colbertjes in zijn gezicht die hij in zijn armen voor zich uit mee het huis in hielp dragen:

‘Doe jezelf een plezier en lever die mouwen zo snel mogelijk korter en gratis in de kleine gymzaal af, zonder een extra gedachte aan die colbertjes te verspillen. Houd de naam van onze dochter in ere. Onderhandelen is aan dramaqueen Nora niet besteed.’

‘Hear, hear’, lachte Thea, die zich maar meteen aan haar immense versteltaak kweet om op tijd klaar te zijn.

Des te eerder ook was het leed geleden. Of toch niet. Tijdens de generale repetitie klaagde de leden dramaclub over de mouwen van de colbertjes. Enkele exemplaren waren een centimetertje te kort omgezoomd waardoor de knokkels van een stuk of 5 steruitbeelders zichtbaar zouden zijn tijdens de grande finale op het schoolpodium. Het viel Thea niet tegen. Maar 5 missers op de 19 verstelcolbertjes; bewerkt op het oog; zonder te meten. Want meten is zeker weten. Dat weet zelfs iedere amateurcoupeuse. En sowieso hadden gedoodverfde prototypes als Nia, Fransje en Kaspertje altijd wel wat te zeuren.

Toch stak Sabine het gemuggenzift van de anderen deze keer minder goed weg dan normaal. Ze werd er sikkeneurig van in die laatste weken in groep 6 bij meester Joep. Ze was natuurlijk ook zenuwachtig voor het grote optreden dat die avond in het bijzijn van de ouders zou plaatsvinden.

‘Je hebt de mouwen te kort gemaakt’, herinnerde ze haar moeder nog eens aan haar verstelblunder in de auto op weg naar de voorstelling.

‘Ja, daar kan ik nou niets meer aan veranderen. Trouwens het zijn maar 10 mouwen op de 38 stuks. Ik vind het nogal’, betoogde Thea toch een klein beetje schuldbewust.

Sabine zweeg nuffig.

‘Het kwam niet zo nauw, zei Nora nog’, probeerde Thea haar slordigheid min of meer goed te praten.

Sabine reageerde niet

‘Wat zegt Nora nou dan?’, vroeg Thea door.

‘Niks, Nora zegt niks’, bokte Sabine.

Bart zat achter het stuur van de auto op weg naar de kleine gymzaal van De Wielewaal. Tot op dat moment had hij geen commentaar geleverd op de dramalessen van Nora, terwijl hij het hele circus, hem kennende, één grote aanfluiting vond. Hij hield zijn mond. Zelfs toen bleek dat hij als vader van een acterende dochter, samen met de rest van zijn gezin, ruim 30 minuten voor de voorstelling aanwezig moest zijn, omdat Sabine zich nog moest verkleden. De entree was overigens 5 euro per bezoeker. Alleen broertjes en zusjes mochten gratis meekijken. Was dat even boffen voor Walter die voor de zekerheid zijn Nintendo toch maar had meegenomen. Ook tijdens het pedante gedrag van zijn dochter hield Bart zich afzijdig. Zwijgend, maar grimmig richtte hij zijn ogen op de weg. Totdat het waanwijze amateuristische dramagedoe onder invloed van Nora in de vertaling van Sabine hem bruusk naar de keel greep.

‘Hey, Sabine, doe jij eens normaal. Mama heeft een heleboel tijd in die aftandse colbertjes gestoken en als een paar van die mouwen nou een beetje te kort zijn dan is dat nog altijd beter dan te lang’, brulde hij in de achteruitkijkspiegel.

‘Laat nou maar’, suste Thea.

‘Ze moet zo optreden. Ze is nerveus.’

Op aandringen van zijn vader had Walter het geluid van zijn Nintendo uitgezet. Het wachten was nu al een uur op de afsluitende voorstelling van het prijzige basisschool toneelgezelschap. De banken in de kleine gymzaal waren voelbaar van hout. Bart tuurde mee op het scherm van Walters spelcomputer. Thea wist niet waar ze anders kijken moest dan voor zich uit. Naar de gesloten, fluwelen gordijnen die provisorisch door de conciërge aan een ingenieuze noodrails aan het plafond van de kleine gymzaal bevestigd waren. De oudroze, verschoten gordijnen bewogen mee met de onstuimige uitschieters van de armpjes en beentjes van de nerveuze acteurs en actrices in de nepcoulissen. Het gegiechel van de artiesten loste grotendeels op in het lawaai van het wachtende publiek. Omdat Thea echter naast Bart en Walter op de voorste rij zat, ving ze af en toe toch flarden van kinderlijke voorpret op. Ook omdat ze moeite deed om de onbevangen vrolijkheid uit het gecultiveerde tumult om zich heen te filteren.

Ondertussen kakelden de opperouders geanimeerd onder elkaar. Ze lachten bij hoog en laag op een exclusieve manier die specifiek op het negeren van Bart en Thea en hun kroost gericht was. De aanleiding kon Bart, Thea en Walter niet boeien, maar de meeloophouding van meester Joep was storend. Meester Joep durfde Bart en Thea alleen maar van een afstand te begroeten door kort met zijn ogen te knipperen. Hij zat stokstijf, heel ongemakkelijk op de bank naast juffrouw Siepie, toen nog de parttime juf van de combinatieklas 6/7, en het stond van zijn knalrode kop af te lezen dat hij de ouders van Sabine eigenlijk liever niet wilde kennen.

‘Trek het je niet aan’, adviseerde Bart lauw.

‘Alsof ik een keuze heb’, reclameerde Thea.

Hoe kon ze zich niets aantrekken van de leerkracht van haar dochter, terwijl hij zich opstelde als een malloot?

‘Halve zool’, doelde ze op meester Joep.

‘Wist je dat ‘halve zool’ een verbastering is van ‘aswhole’, merkte Bart melig op, zonder zijn ogen van de game van Walter af te wenden.

‘Jij zegt het’, mokte Thea.

Voordat ze zich verder in de materie kon verdiepen werd ze ineens onderbroken door Nora de dramajuf. Ze verscheen vanachter een kier in de fluwelen podiumgordijnen als zichzelf. Gewoon in haar alledaagse gewadenkloffie. Ze droeg alleen geen sokken en schoenen vandaag. Maar ondanks die blote voeten – met gelakte teennagels uiteraard -  zou het spektakel dan toch eindelijk gaan beginnen. Nora had nog wel wat opmerkingen vooraf. Van huishoudelijke aard. Voor niet langer dan een seconde voelde Thea een siddering door haar lijf gaan. Als een te korte streling. Alsof haar een complimentje te wachten stond. Of nee toch niet. Er was zojuist een kans aan Nora voorbij gegaan. Voor hetzelfde geld had ze een dankwoordje voor het werk aan de 19 colbertjes uit de komende voostelling voor Thea kunnen inlassen.  Maar die attentie liet Nora achterwege. De conciërge werd wel kort genoemd. Oh en de moeder van Fransje. Met dank voor haar betrokken- en gezelligheid. Daarna gaf Nora zich uitvoerig over aan een pompeus monoloog over een gebrek aan tijd en dat sommige drama-experimenten mogelijk weleens niet helemaal uit de verf zouden kunnen komen. Het hoe en waarom werd niet duidelijk. Wel vond Nora het nodig om nog even nadrukkelijk te vermelden dat haar persoonlijk uiteraard niets te verwijten viel.

‘Fiasco’s bestaan niet en dramatische expressie is eigenlijk hetzelfde als vrijheid van meningsuiting. Hier exclusief gegoten in een vorm van de kijk op het leven van de creatieve kinderen van groep 6 van De Wielewaal. Applaus dames en heren’, blufte Nora in de ongeloofwaardige rol van listige praatjesmaakster.

‘Krom is recht, maar dan verbogen’, fluisterde Bart in het oor van Thea.

Thea vond ook dat Nora maar een beetje slap stond te zeveren. Vermoedelijk in de hoop haar laksheid te verdoezelen. Ze probeerde overduidelijk de te verwachten kritiek voor te zijn. Status of niet, elk weldenkend mens verwacht vroeger of later hoe dan ook boter bij de vis. Daarom had Nora waarschijnlijk op de valreep nog verzonnen dat de kinderen op een authentieke manier moesten laten zien op welke wijze zij met geheimen omgaan. Kennelijk net zo slecht als Nora zelf, want zij kneep hem zienderogen. En terecht zoals al snel bleek.

Nora keerde zich met haar brede rug naar het publiek toe. Met een reeks omslachtige handelingen lukte het haar om de weerbarstige toneelgordijnen zo goed als volledig te openen. Het dramatisch effect werd gecompleteerd door het dimmen van het licht in de kleine gymzaal. Een gedeelte van de ruimte was gereserveerd voor de afsluitende dramavoorstelling en moest nu dus een soortement podium voorstellen. Op die plek begonnen de kinderen heel spookachtig in het duister door elkaar heen te lopen. Af en toe raakte deze of gene gedesoriënteerd in de donkerte en veroorzaakte een botsing. Na een onderdrukt gegiechel en een onderling ssstttgesis, school er ineens een spot aan en stond Ronnie in het voetlicht. Een teken voor de rest van de groep om in de schemerige achtergrond los van elkaar stokstijf stil te blijven staan. Ronnie droeg een zwart met wit gestreept colbert, of wit met zwart, maar dat was om het even. De mouwen waren precies lang genoeg. Dat viel Thea niet tegen. Ronnie drukte de rug van zijn rechterhand op zijn voorhoofd en rolde zijn ogen naar het plafond van de kleine gymzaal. Met verve declameerde hij zijn dramatekst:

‘Ik ben Ronnie en mijn vader zit in de gevangenis.’

Thea schrok ervan en ze dacht:

‘Sinds wanneer zit de vader van Ronnie in de gevangenis? Ik zag hem vanmorgen nog lopen in de gangen van De Wielewaal?!’

De schijnwerper doofde en de kinderen kwamen weer in beweging. Na een minuut werd Luna in het spotlicht gevangen en kwam de rest opnieuw tot stilstand. Luna nam de tijd om de juiste toon te vinden. Eindelijk kwam het hoge woord eruit:

 

‘Ik ben Luna en ik ben doof.’

‘Oost-Indisch doof dan toch’, mompelde Bart.

Het muisgrijze colbertje van Luna zat als gegoten. Vooral de mouwen toonden onberispelijk. Integenstelling tot die van Kasper, maar dat scheelde ook maar een paar millimeter.

‘Mijn vader is een drugsdealer’, beweerde Kasper in het zoeklicht.

‘Hij was toch verzekeringsarts?’, vroeg Walter confuus en net niet zacht genoeg.

Bart kon het niet nalaten:

‘Da’s allemaal van één laken een pak.’’

‘Sssstttt’, blies iemand in de nek van Thea.

‘Uh?’, kopte Walter naar zijn vader.

‘Dat het één het ander niet uitsluit’, legde Bart onnodig uitvoerig uit.

Walter schokschouderde vol oprecht onbegrip, maar Thea maande hem tot stilte, want Fransje in haar marineblauwe colbertje met perfect verstelde mouwen ging wat zeggen:

‘Ik ben hoogbegaafd.’

Ze hield een boek tussen haar vingers opengeslagen in de lucht. Thea herkende de omslag van ‘Het dagboek van Anne Frank’. Harry Potter was waarschijnlijk niet literair genoeg. Wel veel mysterieuzer. En was geheimzinnigheid eigenlijk niet het centrale  thema van de voorstelling? Thea was de rode draad kwijt en de volgende kandidaat bracht geen verbetering aan haar verwarring. Het was Nia.

‘Wedden dat haar geheim is dat ze geadopteerd is?’, smiespelde Thea tegen haar ongeboeid geraakte metgezellen.

‘Ik ben Nia en ik ben blind’, droeg Nia voor.

Je zou op het eerste gezicht niet geloven, maar bij nader inzien waren de mouwen van het zwarte colbertje van Nia inderdaad geen millimeter te kort. Hierna volgden nog wat krankzinnige belijdenissen, zoals het geheim van Mathilde in een perfect zittend mosgroen, ribfluwelen herencolbertje en een okerkleurige jihab oftewel een hoofddoek om. Aldus uitgedost stond Mathilde zonder te blikken of te blozen te beweren dat ze een moslima was. De gekkigheid hield maar niet op en werd verkondigd door het ene na het andere kind. Nagenoeg allemaal in colbertjes in optima forma  Thea kon met een gerust hart achterover gaan zitten. Als dat mogelijk was geweest op een houten bank zonder rugleuning. Totdat Sabine aan de beurt kwam. Abrupt trad ze op de voorgrond in haar knalrode jasje. Even werd ze verblind door het schijnsel van de toneellamp. Ze knipperde onwennig en probeerde zich een houding te geven tegen het licht in teneinde de wijnvlekjes aan de linkerkant van haar gezicht en plein public met geheven kin goed uit te laten komen.  

‘Ik ben Sabine’, zei ze.

‘En ik heb wijnvlekjes’.

‘Ze heeft echt wijnvlekjes’, merkte een opmerkzame ouder ergens in het publiek op.

‘Nee, dat is schmink joh!’ dacht iemand anders hardop.

Thea kon zich niet langer inhouden en stond op. Ze zag niemand, terwijl ze om zich heen keek. Kermend van ontsteltenis en verontwaardiging wist ze zowaar een paar tellen alle ogen in de kleine gymzaal op zich te vestigen.

‘Sabine is het de enige kind dat hier een echt geheim openbaart. De rest loopt allemaal te fantaseren!’, riep ze.

Iemand siste:

‘Tsss!’

Bart legde zijn hand op de onderarm van zijn echtgenoot om te voorkomen dat Thea haar dochter op het podium beschermend in haar armen zou sluiten. Sabine zou zo nog verder in verlegenheid kunnen worden gebracht. Overwonnen zakte Thea  terug op de houten bank en Sabine stond verloren in het voetlicht. Ze sloeg haar handen voor haar ogen.

‘Hey, troela; haal die lamp eens uit haar gezicht’, koeioneerde Bart richting dramajuf.

‘Mijn naam is Nora’, corrigeerde Nora beledigd.

Iedereen begon verongelijkt door elkaar heen te praten. Toch had Thea geen spijt van haar impulsiviteit. Nora had Sabine tegen zichzelf in bescherming moeten nemen. Waarom droeg Sabine niet gewoon daas één of andere gefingeerde onthulling aan? Dat deed de rest toch ook? En samen uit; samen thuis. Dus oftewel de hele crew gaat op de dramatische verzinsel toer; of iedereen vertelt de waarheid. Niet alleen Sabine. Waarom waren de geheimen van de andere kinderen ook niet wat realistischer geweest? Ronnie had kunnen bekennen dat hij niets liever deed dan rondrennen in de prinsessenjurk uit de verkleedkist van zijn beste vriendinnetje Sabine. Want zijn vader zat niet in de gevangenis, maar gewoon in het publiek. Het algemeen gedeelde geheim van Luna was dat ze van haar papa Harry en mama Marit niet eens de vrijheid kreeg om haar eigen vriendinnetjes uit te zoeken. Met doofheid had dat niets te maken. Kasper had kunnen vertellen over zijn levensbedreigende mysterieuze virusziekte in groep 4 in plaats van over zijn vader die geen drugsdealer is. Net zoals Nia had kunnen toegeven dat ze geadopteerd was, of dyslectisch in plaats van blind. Zo was ook evident dat Mathilde, in haar blonde Hollandse glorie met bakfietsmoeder Greet, geen moslima was. Althans niet van huis uit. Misschien wilde ze later moslima worden, maar dat was een ander taboe. En dat Fransje hoogbegaafd zou zijn, was geen geheim, maar een regelrechte leugen. Zo hing de complete dramatische expressie van onzinnigheden aan elkaar. Nou zou dat op zich nog geen ramp geweest zijn. Absurdisme is tenslotte ook een kunststroming. Maar waarom week dan juist alleen Sabine af van het spookpatroon? Open en bloot. Kwetsbaar en klein. Was dat willekeur, toeval of kortzichtigheid van Nora? Het effect zou weleens een traumatisch nasmaakje voor Sabine kunnen hebben. Waarom had de dramaqueen daar niet bij stilgestaan tijdens haar hoog gegrepen kindercursus? Daar stond Sabine dan te kijk. Authentiek en in haar uppie. Kleine Sabine met de wijnvlekjes in haar gezicht in het middelpunt van de belangstelling. Onuitwisbaar en onbeschermd door haar vader en moeder die van een afstand niets liever wilden dan hun dochter van het podium naar zich toe trekken. Maar het was alsof Sabine zich willens en wetens afkeerde van de symbolisch uitgestrekte ouderlijke hand. Ze herstelde zich zoals een echte pro dat ook zou doen en voegde zich weer bij het dramaclubje dat inmiddels in een kringetje op het toneel troonde. Met z’n allen op de hurken en de armen over elkaar heen geslagen. Met uitzondering van Fransje. Zij steeg boven haar leeftijdgenoten uit. Letterlijk omdat ze wijdbeens in het midden van de kring herrees als de Germaanse godin Brunnilde; een soort stoere sneeuwwitje. En figuurlijk omdat ze heel statig één arm voor zich uit in de lucht gestrekt hield. Als een vlees geworden uithangbord hield ze nog steeds het dagboek van Anne Frank vast en dit keer omhoog. Haar gebaar was bedreigend en onheilspellend, alsof ze de Hitlergroet gaf. Fransje moest natuurlijk ook een Übermensch voorstellen, met haar hoogbegaafdheid. De andere kinderen negeerden haar met hun nekjes nadrukkelijk in de opgetrokken schoudertjes verzonken. De zinnebeelding van het drama had wel iets weg van krassende nagels op een ouderwets schoolbord. Tenenkrommend en kaken verstijvend vals. Al snel kwam de kliek tot bezinning en de conclusie dat niemand ooit buiten de groep gehouden mocht worden. Ronnie sprong uit zijn hurken en bazuinde de moraal van het verhaal in het rond als een volleerd marktkoopman die zijn waar aanprijst. Iedereen mag meedoen; ongeacht de inhoud van zijn of haar geheim. Zelfs hoogbegaafde Fransje moest in de groep worden opgenomen, terwijl ze in wezen uiteraard eigenlijk veel te slim voor het vulgus was. Maar je bent pas gek als je normaal bent. Getuige het dagboek van Anne Frank in de uitgestoken hand van Fransje. Einde dramavoorstelling.

Een slap applausje stierf onverwijld weg in een geruis van publiek dat elkaar gebelgd aanklampte. Nora begaf zich vanachter de coulissen als een speer tussen de roerige menigte. Ze klapte in haar handen en wees iedereen luidkeels op de mogelijkheid tot een hapje en een drankje in de vergaderruimte. Mogelijk gemaakt door de gulle gaven van enkele opperouders. Dat moest wel even gezegd.

‘Maar het gratis verstelwerk van Thea aan de colbertjes blijft onvermeld?!’ bulderde Bart door de kleine gymzaal.

Nora deed alsof ze Bart niet hoorde en dook veilig onder in de hernieuwde golf van verontwaardiging als een reactie van een ontstemd publiek op het lange wachten en een waardeloze maar duurbetaalde voorstelling. Een ieder die zich op dat cruciale perceptie keerpunt per ongeluk deed gelden was gedoemd om en plein public te worden veroordeeld. En Nora was sluw genoeg om zich precies op het juiste moment op de achtergrond te houden en de onvrede van zich af te wenden naar bliksemafleiders als Bart en Thea. Lang hield de dramadiva het echter niet vol om de algehele aandacht van haar narcistische persoonlijkheid af te leiden. Zij vond ook dat de ouders van Sabine onnodig vijandig en asociaal waren. Dat mocht best benadrukt  worden. Niet openlijk door het beestje bij de naam te noemen, nee, natuurlijk niet; Nora zou wel zorgen dat de ijzige, agressieve houding van de ouders van Sabine voor zichzelf sprak. Ook zonder – al dan geen – terechte kritiek van de opperouders vormden deze onaangepaste figuren een bedreiging voor de openbare orde.

‘We gaan naar huis, Sabine!’, beval Bart zijn dochter vanaf een afstand.

Ze stond in haar rode colbertje nog wat verloren tussen enkele dramagenoten en een gedesoriënteerde meester Joep op het quasi podium te dralen. Meester Joep nam Sabine even apart. Hij negeerde Bart en Thea nog heftiger dan tijdens het lange wachten voor aanvang van het drama.

‘We gaan nog een hapje en een drankje doen’, liet Sabine vervolgens op voorspraak van meester Joep aan haar vader weten.

De bewoordingen waren vreemd voor het doen van een kind van 9 en maakten de kloof tussen Sabine en haar ouders nog groter.

‘We gaan naar huis Sabine’, herhaalde Bart.

De slagader in zijn nek zwol op. Geen goed teken. Als de interactie op dat punt uit de hand gelopen zou zijn, dan had Thea hem niet meer tot bedaren kunnen brengen. Ze was zelf misselijk van kwaadheid. Vanwege de wijnvlekjes. Het disrespect voor haar kind van die dramadraak van een Nora. Nora de nep actrice die niet eens in staat was om een simpel kindertoneelstukje in elkaar te flansen. Thea schreef en regisseerde al schooltoneelstukjes toen ze zelf nog een kind was. Met succes, encores en een stuk onderhoudender dan dit debacle. Sabine twijfelde in het openbaar of ze nou wel of geen gehoor zou geven aan de oproep om over te stappen naar het kamp van haar vader. De stemmen van de opperouders verstomden opnieuw. Alle ogen waren terug op Sabine en Bart gericht.

‘We gaan een hapje en een drankje doen, papa van Sabine’, legde Greet, de bakfietsmoeder van het huilmeisje Mathilde en haar jongere zusje Gertrude, voor de duidelijkheid nog een keer betuttelend aan Bart uit.

Thea was dankbaar dat Bart de moeder van Mathilde en Gertrude alleen maar doodzweeg. Beter dan dat hij haar in het openbaar ook nog de grond in boorde met zijn sarcastische opmerkingen die er normaliter niet bepaald zachtzinniger op werden naarmate zijn woede steeg.

‘We gaan naar huis Sabine’, dreigde hij voor de derde keer.

Lijdzaam liet Sabine het rode colbertje via haar schouders langs de armen afzakken en overhandigde het jasje aan Ronnie die in haar buurt stond. Met een figuratief loopje en sprekende gebaartjes droop ze berustend af in richting van de rug van haar vader, als een steractrice in een toneelacte waarmee ze zonder meer de show zou hebben gestolen als ze niet De Wielewaal maar een normale basisschool had bezocht. De samenscholing van bemoeizuchtige  ouders vond het nodig om een quasi meelevend en langgerekt ‘aaahhh’ de kant van Sabine op te slaken. Te midden van een sfeer die op ontploffen stond in een denkbeeldige mist van broeierige achterklap, trok het beruchte viertal in een optocht door de kleine gymzaal naar de uitgang en de frisse lucht.

In de zomervakantie viel er een envelop zonder afzender in bus. De inhoud was een factuur voor de dramalessen van Sabine afkomstig van Nora. Of Bart en Thea maar even per omgaande 300 eurootjes aan Nora wilde overmaken op het weergegeven bankrekeningnummer dankjewel; alsjeblieft. Toch had Thea wel graag even een specificatie gehad willen hebben alvorens ze zich kaal liet plukken. In haar voordeel was Nora voorbij gegaan aan 4 gemiste dramalessen van Sabine. In april van dat jaar was Sabine 2 weken absent geweest vanwege een flinke griep. De meivakantie had ook 2 dramavrije woensdagen geteld. Dan praatte je al gauw over een verschil van 100 euro. Na wat zakelijk heen en weer gemail was Nora bereid om 50 euro in mindering te brengen, want vakanties of ziektes golden niet. Eén van de twee. Het begon Thea te duizelen. Ze had nog altijd geen precisering van de factuur.

‘Ik wil anders wel even contact opnemen met de Stichting Kunstzinnige Vorming voor een specificatie van de rekening?’, mailde Thea quasi onnozel aan Nora met de bijbedoeling om haar tot duidelijkheid aan te manen.

Nora werd door De Wielewaal ingehuurd via de Stichting Kunstzinnige Vorming die gemeentelijke subsidie ontving voor het verlenen van diensten aan basisscholen. De maandelijkse bijdragen die Nora voor haar dramalessen op De Wielewaal vroeg, verkleurden daarom zo zwart als roet. Nou zijn Bart en Thea heus niet zo principieel. Ze zijn altijd bereid om onderhands te betalen, maar ze willen wel graag weten waarvoor. Kennelijk was dat al te veel gevraagd, want Nora was onvermurwbaar en stuurde een pedant bescheiden terug aan Thea:

‘Het bedrag dat open staat is 250 euro. Graag voldoen binnen 7 dagen op het onderstaande bankrekeningnummer.’

‘Gewoon niet betalen’, adviseerde Bart.

Maar na een week begon Nora aan een  herinneringenmarathon. Om de 2 dagen prijkte er een aanmaning van de dramajuf in de mailbox. Als Thea zichzelf niet geweest was dan zou ze zeker  achtervolgingswaanzinnig van de stalkmailtjes geworden zijn. Na zo’n 6 sommaties was de maat vol en zond Thea weer een reactie terug:

‘Ik heb je om een specificatie gevraagd en die krijg ik niet. Ik heb recht op 100 euro korting vanwege de griep van Sabine en de meivakantie. Bovendien breng ik ook nog 100 euro in mindering ter vergoeding van het verstellen van de mouwen van 19 colbertjes. Brengt het restant op 100 euro. Dit bedrag zal ik voldoen nadat ik een acceptabele rekeningopgave heb ontvangen.’

‘Ik vind je nog veel te toegefelijk’, oordeelde Bart.

Nora niet. Nora werd boos en dat reageerde ze af in haar zoveelste online melding:

‘Ik heb nooit iets ondertekend voor eventuele verstelkosten. Ik ga niet akkoord met het bedrag dat u in mindering hebt gebracht.’

Jammer alleen voor Nora dat die vlieger niet alleen voor haar opging. Thea presteerde het zelfs nog om een stapje verder te gaan.

Geachte dramajuf Nora:

‘Ik heb net als u nooit iets ondertekend. In mijn geval nimmer voor eventuele dramalessen aan mijn dochter. Ik ga eveneens niet akkoord met het bedrag dat u in rekening gebracht hebt. Laten we quitte spelen.’

Maar Nora zou Nora niet zijn als ze zich zonder financiële winst gewonnen zou geven. Dus bleef ze gewoon een zomer lang om de 2 dagen van die irritante herinneringen in standaardmailtjes sturen. Thea werd tot opperste aanstoot gedreven tot op het punt waarop ze überhaupt niet meer bereid was om te betalen. Ergo, als Nora niet snel haar aftocht blies, dan zou Thea ook eens een geheim openbaren. En wel over het bezopen slotoptreden van de dramaclub in de laatste week van het schooljaar van groep 6, waarin de kleine Sabine zichzelf onder supervisie van Nora voor de leeuwen had gegooid met haar wijnvlekjes.

‘Ze wilde zelf over haar wijnvlekjes vertellen. Ik heb haar niet gedwongen’, schreef Nora in een gewetenloze reactie met in de bijlagen de zoveelste aanmaning voor 250 euro.

‘Ja, maar ik dacht dat iedereen een echt geheim zou vertellen’, prakkiseerde Sabine achteraf.

‘Heb je dan niet geluisterd naar de anderen tijdens de generale repetitie? Je had toen toch kunnen horen dat de rest maar wat onzin uitkraamde?’, wilde Bart verwijtend weten.

‘Wat is een generale repetitie?’

‘De laatste oefening voor het echte optreden’, antwoordde Thea welwillend in de hoop de veroordeling van Bart wat te verzachten voor Sabine.

‘Daar ben ik niet bij geweest.’

‘Hoezo daar ben je niet bij geweest?’

De ergernis van Bart maakte gelukkig niet veel indruk op Sabine.

‘Er was geen laatste oefening voor het echte optreden’, verduidelijkte ze stellig.

Toch was Thea niet overtuigd:

‘Hoe wist je dan welk geheim je zou gaan verklappen?’

‘We moesten ergens van tevoren tegen Nora zeggen welk geheim we gekozen hadden en een colbertje uitzoeken. Dat was alles.’

‘Dat was alles?’, vroeg Thea nog steeds ongelovig.

‘Dat was alles’, papegaaide Sabine.

‘Schandalig’, foeterde Bart.

‘Wat vond jij er zelf dan van dat jij daar als enige de waarheid stond te verkondigen tussen al die drama’s?’

Uit voorzorg nam Thea vast plaats naast Sabine op de sofa.

‘Niet leuk’, bekende het kleine ding.

‘Nora zegt dat jij per sé over de wijnvlekjes wilde vertellen!’, overdreef Thea voor het benodigde effect.

‘Niet per sé.’

‘Niet als je geweten had dat de anderen maar een spelletje speelden?’

‘Nee, dan niet.’

‘Begrijp je dan nu waarom papa en ik boos zijn op Nora?’

‘Ik dacht dat jullie boos waren op mij.’

‘Welnee, rare griet, waarom zouden wij boos zijn op jou? Papa en ik zijn juist supertrots omdat jij zomaar in het bijzijn van grote mensen de waarheid over jezelf durft te vertellen. De rest verstopt zich achter leugentjes. Jij niet.’

Bart stond op en nam zijn dochter in zijn armen. Even later bungelde een paars aanlopende, giechelende Sabine ondersteboven met haar voeten in de opgeheven knuisten van haar vader. Maar niet lang;

‘Je wordt een grote meid’, pufte Bart uitgeput.

Ze was nog meer gegroeid onder de extra aandacht van Bart die altijd heel inventief is in ‘sorry’ zeggen, zonder woordelijk toe te geven dat hij fout zit. Nog nagenietend van de stoeipartij kwam Sabine met twinkelende ogen en rode wangetjes voor Thea staan, terwijl ze haar in de war geraakte paardenstaart opnieuw inzette.

‘Zal ik een mailtje aan Nora schrijven?’, stelde ze spontaan en misschien een beetje overmoedig voor.

‘Je wordt geen grote meid, maar je bent al een grote meid!’, constateerde Thea blij verrast.

Deze uitgelezen kans zou Thea niet aan haar neus voorbij laten gaan. Voor de goede orde stuurde ze het briefje van Sabine in originele uitvoering – dat wil zeggen inclusief taalfouten – eveneens door naar directrice Willy Bakbruin van De Wielewaal. Zomervakantie of niet. Sabine mailde het volgende.

Beste dramajuf Nora,

Ik vont het niet leuk om over mijn wijnvlekjes te praaten. De rest was ook niet eerlijk. Ook was er veel gezeur over de mauwen van de jasjes. Dat was sielig voor mijn moeder. Zij hat daar veel werk aan besteet. Maar geen bedankje. Je moet ook eerlijker zijn en minder geld vragen. Mijn ouders betaalen heust wel. Maar genoeg. Niet te veel.

Groetjes van Sabine

Sindsdien heeft Thea nooit meer iets van de dramaqueen Nora vernomen.

 

HOOFDSTUK 33

Het afscheidsliedje voor meester Joep dat vrij vertaald was naar ‘Toveren’ van K3 was klaar voor gebruik in groep 6. In haar oneindige bescheidenheid had Thea de tekst niet linea recta via de mail verzonden naar alle ouders, maar eerst naar de feestcommissie. Ook omdat ze dit keer de immer dreigende consternatie onder de opperouders van De Wielewaal te slim af hoopte te kunnen zijn door zich tot slechts 2 geadresseerden te beperken. Te weten de juffen Siepie en Rita van de toekomstige groep 7. Thea had geen zin om haar zelfbedachte tekst ook nog eens door de klassenouders – Moira en Hanneke - van de - toen nog - complete groep 6 te laten besnuffelen. Hoewel deze goedbedoelde hulpwichten eveneens zitting hadden in ‘het afscheid van meester Joep comité’ voegden zij zo weinig toe aan de voorbereidingen, dat Thea geen heil zag in een extra, bedillerige controle. Daar kwam nog bij dat juffrouw Siepie nog geen kwartier na de vertrouwelijke publicatie van de tekst in een reactie liet weten dat ze het een onaantrekkelijk idee vond om zomaar haar fiat te geven aan een lukrake openbaring aan alle ouders. Doorsturen was wat juffrouw Siepie betreft alleen toegestaan na goedkeuring van de voltallige feestcommissie. Maar Thea hechtte niet zoveel waarde aan het oordeel van juffrouw Siepie. Ook niet aan de mening van de hulpouders overigens. Hoe functioneel ze zichzelf ook mochten vinden. Gelukkig refereerde juffrouw Siepie met de term ‘voltallig’ in wezen alleen naar zichzelf en min of meer naar die andere juffrouw. Niet naar de hulpouders. Zoals Thea al verwacht had. Juffrouw Siepie, en niemand anders, verordende a priori een grondige inspectie van de inhoud en muziekkeuze in overleg met juffrouw Rita. Juffrouw Rita was immers muzieklerares en een directe collega van juffrouw Siepie. Sterker nog; Komend schooljaar zouden juffrouw Rita en ondergetekende zelfs een duo gaan vormen in de geïntegreerde plofgroep 7. Juffrouw Siepie vond het nodig om deze onverkwikkelijke wetenswaardigheid nogmaals in haar reactie op het afscheidsfeestideetje van Thea te vermelden voor het geval er misschien nog 2 of 3 ouders in de wandelgangen van De Wielewaal ronddoolden die nog niet tot vervelends toe met deze naargeestige opmerkelijkheid lastig gevallen waren. Nou was Rita door de schoolband, waarbij Sabine al 2 jaar liedjes van Marco Borsato en Gers Pardoel zong, ook geen onbekende van Thea. Dankzij dit contact in combinatie met haar mensenkennis had Thea vooraf kunnen voorspellen wat de reactie van juffrouw Rita op het afscheidsliedje voor meester Joep zou zijn. Een halve dag later kreeg ze gelijk, want juffrouw Rita appte dat ze de creatie van Thea een te gekke tekst op een pakkend deuntje van een eigentijdse meidengroep vond. Ze was meteen bereid om de laatste 4 muzieklessen in groep 6 volledig te besteden aan het instuderen van de tekst met alle kinderen samen. De karaoke cd van Sabine met daarop de tekstloze melodie van ‘Toveren’ van K3 nam ze enthousiast in ontvangst. Het leek haar een veilig idee om de afscheidstekst die geschreven was door Thea maar meteen 24 keer ouderwets te kopiëren. Zo zou juffrouw Rita er persoonlijk voor zorgen dat elk kind in de complete groep 6 vanaf de eerstvolgende muziekles een eigen afschrift in het laatje van zijn of haar kastje in de klas had. Thea was blij dat ze de uitvoering van het afscheidsliedje voor meester Joep met een gerust hart aan juffrouw Rita uit handen kon geven. Voor alle zekerheid sloeg Thea haar ingeving nog wel even op als bijlage in een mailintroductie van het feestlied aan alle ouders van de kinderen van de complete groep 6. Overigens zonder het groene licht van juffrouwtje Siepie nog langer af te wachten. Langs deze kortere weg kon immers iedereen die bezwaren had tegen de tekst; of het wijsje van ‘Toveren; of tegen de – eventueel omstreden -  meidengroep K3; of tegen het totale idee van een afscheidslied bijtijds bezwaar aantekenen of er voor altijd en eeuwig het zwijgen toe te doen. Met de tekst zwart op wit voor ogen kon tenminste niemand beweren dat ze niet vooraf gewaarschuwd waren.

‘Op de melodie van ‘Toveren’ van K3

Refrein:

Kijk eens even naar die leuke klas van Joep:

Naar die leuke klas van Joep.

Kijk eens even naar die leuke klas van Joep:

Naar die leuke klas van Joep.

Couplet:

Joep is een meester van stavast,

met een luide stem geeft hij zijn lessen.

Niemand had verwacht hoe goed hij past,

bij die dolle zessen.

Luister nou eens even extra goed,

dit cadeautje is om door te geven.

met een brede glimlach op zijn toet,

wat een magisch leven.

Refrein (2 maal):

Kijk eens even naar die leuke klas van Joep.

Kijk eens even naar die leuke klas van Joep.

Ja, je kunt wel zien wie hier de broek aan heeft:

En wie altijd alles geeft.

Couplet:

Joep vult de klas met zonneschijn,

maar er zijn ook van die halve dagen.

Dan voel jij je zo ontzettend klein,

vol met duizend vragen.

Alles wordt mooier dan je dacht,

Joep kan kinderen steun en aandacht geven.

Met zijn eigen mega toverkracht,

wat een magisch leven.

Refrein (2 maal):

Kijk eens even naar die leuke klas van Joep.

Kijk eens even naar die leuke klas van Joep.

Ja, je kunt wel zien wie hier de broek aan heeft,

En wie altijd alles geeft.

Slotcouplet:

En als bij toverslag,

verschijnt er op een regendag,

het beeld van Joep die naar je lacht,

en iedereen heeft toverkracht.

Refrein (3 maal):

Kijk eens even naar die leuke klas van Joep.

Kijk eens even naar die leuke klas van Joep.

Ja, je kunt wel zien wie hier de broek aan heeft:

En wie altijd alles geeft.

Kijk eens even naar die leuke klas van Joep.’

Vanaf de eerste repetitie onder schooltijd werden de kinderen van de complete groep 6 gegrepen door het herkenbare deuntje van het liedje van K3. Het onthouden van de tekst bleek voor de 9 tot 10 jarigen ook veel minder problematisch dan Thea in eerste instantie gedacht had. Volgens Sabine klonk de samenzang van het begin af aan eigenlijk meteen super goed en een blij verraste  juffrouw Rita had de kinderen ook uit en te na geprezen met hun inzet. Dat een vleugje kindermotivatie zo’n verbluffende prestatie kon genereren! Zeker nadat alle ondersteunende kopietjes van de liedjestekst uit de laatjes van de kinderen verdwenen bleken. Iedereen was dus onvoorbereid aan het avontuur begonnen. Ook dat nog. Terwijl juffrouw Rita toch zo goed als zeker wist dat ze vantevoren iedereen uit groep 6 van een afschrift van de tekst van het afscheidsliedje voor meester Joep had voorzien.

‘Ben ik nou zo verstrooid?’, vroeg ze verward aan Sabine bij aanvang van de muziekles.

Afgeleid van de zoektocht naar haar eigen afschrift, antwoordde Sabine verbouwereerd:

‘Nee, ik weet zeker dat jij voor iedereen apart een afscheidsliedje voor meester Joep gekopieerd hebt. Je zei er ook nog bij dat we de blaadjes bij ons moesten houden in de laatjes van onze kastjes. Ik heb de stapel nog voor je uitgedeeld de vorige keer aan het einde van de muziekles, weet je nog?’

‘Nou ja, weg is weg. We hebben geen tijd te verliezen met slordigheidjes. De zomervakantie staat voor de deur en het afscheidslied voor meester Joep moet nog stevig gerepeteerd worden. Weet je wat? Ik haal de tekst wel uit het mailtje van je moeder en dat verplaats ik groots naar het digibord. Zo kan iedereen meelezen en meezingen en het is nog eigentijdser dan die ouderwetse kopietjes ook’, bezon juffrouw Rita zich.

‘Waarom zou iemand de liedjestekst uit de laatjes van de kastjes van de kinderen van groep 6 stelen?’, herkauwde Thea het gebeuren, nadat Sabine haar op de hoogte had gebracht van de verdwijntruc tijdens de muzieklessen.

Door al haar absurdistische ervaringen met de opperouders op De Wielewaal was Thea veel minder meegaand dan juffrouw Rita en niet genegen om de ontvreemding van de kopietjes zonder slag of stoot als een slordigheidje te zien. Hoe ze de diefstal anders moest inschatten was echter evengoed een raadsel. Net als juffrouw Rita en Sabine kon Thea gelijkerwijs niet veel meer dan gissen naar het hoe en waarom van de verduisterde kopietjes. Totdat een ontdekking van Bart opheldering bracht.

‘Heb jij de moeder van Kasper toestemming gegeven om jouw bestand met het afscheidsliedje van meester Joep aan iedereen door te sturen?’, wilde Bart vanachter zijn laptop weten toen Thea thuis kwam van boodschappen doen.

‘Eh, nee, maar wat maakt dat nou weer uit?! De moeder van Kasper, Moira is haar naam, is klassenouder en ze zit ook in de feestcommissie dus.’

‘Ja, maar jij had de tekst zelf toch al doorgestuurd?’, vroeg Bart confuus.

‘Nou ja, beter te veel dan te weinig toch? Zodra je reserves hebt, raakt de voorraad niet meer op. Anders waren de kopietjes van de tekst van het afscheidsliedje voor meester Joep voor de kinderen uit groep 6 ook niet zoek geraakt. Wedden? Maar juist zonder reserves raken uitgeprinte teksten opgelost in het niets. Foetsie; 24 stuks.’

‘Zijn de kopietjes van de tekst van het afscheidsliedje van meester Joep zoek geraakt?’, papegaaide Bart verward.

Sabine bracht verheldering:

‘Ze zijn alweer terecht. Vandaag hadden we allemaal weer een uitdraai met de tekst van ‘Kijk eens even naar die leuke klas van Joep’ in het laatje liggen. Miranda snapte niet dat de woorden op papier dezelfde waren als de tekst op het digibord tijdens de muzieklessen van juffrouw Rita. En een heleboel kinderen begrepen niet waarom die tekst ineens weer in hun laatje opdook. Ik moest echt aan iedereen uitleggen dat het liedje een verrassing voor meester Joep moest blijven. De meeste kinderen hebben de kopietjes ook mee naar huis genomen. Om thuis te oefenen. We hebben nu in de klas de tekst heel groot op het digibord staan. Dus op school hebben we geen blaadjes meer nodig.’

Ter illustratie van haar verhaal zwaaide Sabine met haar exemplaar van het afscheidslied.

‘Laat eens zien?’, gebood Bart terwijl hij zijn arm uitstrekte en inhalig met zijn vingers wiebelde.

‘Zie je wel!’, riep hij triomfantelijk uit toen hij het papier in handen en onder ogen kreeg.

‘Zie je wel wat?’

Thea was bijna klaar met het dagelijkse boodschappengedoe, waaraan ze een decadente hekel had. Boodschappen rangschikken op een lijstje of in het hoofd; boodschappen selecteren uit de schappen; boodschappen in het karretje; boodschappen uit het karretje; boodschappen op de loopband; boodschappen na het scannen – en onvermijdelijk afrekenen – terug in het karretje; boodschappen overplaatsen naar de kofferbak van de auto; boodschappen inpakken in boodschappentassen; thuis de boodschappen weer uitpakken, opruimen en rangschikken. Ondanks het voorrecht van Nederlands welvaren en de luxe van de enorme keuzemogelijkheden toch een routinematige, sleurderige bezigheid die Thea liefst zo snel mogelijk afgeraffeld wilde hebben. Het afscheidsliedje van meester Joep kon haar inmiddels gestolen zijn en blijven.

‘Kijk dan!’, gelaste Bart.

Hij hield Thea het kopietje van Sabine voor en volgde met zijn wijsvinger op de bestandsaanduiding in de kantlijnen van het A-viertje. Thea las het volgende in tienvoud:

‘Kasper / liedje Joep. ‘

‘Daar staat heel vaak Kasper/ liedje Joep’, zei ze daas.

‘Ja maar jij hebt het liedje geschreven toch? Nou denkt iedereen dat de moeder van Kasper het afscheidsliedje op de melodie van Toveren bedacht heeft.’

Dat was Bart weer. Thea zag het probleem niet. Ze was blij dat ze eindelijk zat. Onderuitgezakt met haar benen op de sofa, liet ze het effect van een verse espresso op zich inwerken en pufte:  

‘Nou ja, wat maakt het uit. Zo veel stelt het verzinnen van zo’n idee niet voor. Dat kan iedereen. En Moira, de moeder van Kasper, is klassenouder. Zij heeft die tekst natuurlijk een tweede keer aan alle ouders doorgestuurd. Er was ook zoveel verwarring met kopietjes en verdwenen teksten.’

Sabine kwam in opstand. Heetgebakerd plofte het kind op de sofa neer naast Thea die net op tijd haar benen introk.

‘Dat kan helemaal niet iedereen mama. Jij kunt dat. Niet de moeder van Kasper. Nou denkt iedereen dat zij het liedje bedacht heeft en dat Kasper haar geholpen heeft. Ik heb je toch geholpen mama? Samen met Ronnie. Kasper heeft helemaal niets met dat afscheidsliedje te maken!’

Voordat Thea kon reageren kreeg ze ook nog de volle laag van Bart te verduren:

‘Wat kun jij jezelf toch naar beneden halen. Als het verzinnen van ideeën voor een afscheidsfeestje inderdaad zo makkelijk is, als jij het doet voorkomen, waarom is dat liedje dan het enige dat de feestcommissie tot nu toe heeft kunnen binnen halen? Die moeder van Kasper, die Moira, wil met de eer gaan strijken. Dat jij over je heen wil laten lopen moet je zelf weten. Maar je hoeft je dochter toch niet op te offeren aan zo’n etterbakje als die Kasper?’

‘Nee, natuurlijk niet’ antwoordde Thea beteuterd.

Haar onderbuik gaf nog geen uitsluitsel, maar borrelde inmiddels al wel. Ze trok een bokkige Sabine naar zich toe en suste dat het wel los zou lopen:

‘Iedereen weet heus wel dat jij en ik dat liedje samen bedacht hebben.’

‘Niet waar, de moeder van Kasper heeft Kasper ook al de eerste stapel kopietjes uit de laatjes van onze kastjes in de klas laten stelen.’

Overdonderd liet Thea haar dochter los.

‘Hoe kom je daar nou bij? Waarom zou Moira zoiets doen? Dat slaat echt nergens op.’

‘O nee?’

Illustratief wapperde Bart met de nieuwe uitdraai voor de neus van Thea.

‘Ze heeft alle oude kopietjes in groep 6 laten weghalen door haar bijdehandte Kaspertje. Later heeft zoonlief nieuwe afschriften van de tekst van het afscheidslied voor meester Joep in de kastjes van zijn klasgenootjes gelegd. Dezelfde uitdraaien van ‘Kijk eens even naar die leuke klas van Joep’ maar dan met herhaaldelijk de naam van Kasper in de kantlijnen. Hoe doortrapt kan een mens zijn.’

De adem van Thea stokte een paar seconden.

‘Dat weet je niet zeker, er moet een andere verklaring zijn voor de verdwijning van de eerste druk van het afscheidslied. En de naam van Kasper is hooguit per ongeluk in de kantlijnen van de tweede uitdraai gekomen. Moira heeft waarschijnlijk haar eigen bestandsnaam gebruikt bij het printen ’

‘Maham’, steunde Sabine gekweld.

Bart schoot zijn dochter te hulp.

‘Zou je denken Thea? Luister nou eens: Ik weet dat je niet in staat bent om jezelf naar waarde in te schatten, maar ik zou het fijn vinden als jij jouw naïviteit niet aan onze kinderen op zou dringen. Lees het mailtje nou eens dat die heks samen met jouw liedjestekst heeft doorgestuurd aan alle ouders en oordeel daarna zelf!’

Gematigd nam Thea de opengeklapte laptop van Bart en de aangereikte leesbril van Sabine aan. Ze las:

Hallo ouders,

Het is bijna zover. Meester Joep gaat op wereldreis naar Nieuw-Zeeland. Om dat te vieren hebben we een mooi afscheidslied dat als bijlage aan dit mailtje is toegevoegd. Hang de tekst boven je bed, of leg de kopie onder je kussen, maar leer het lied hoe dan ook uit je hoofd op de melodie van ‘Toveren’ (van K3), want we gaan het met zijn allen – ouders en kinderen - kwelen op een barbecue. Vandaag heeft meester Joep toestemming gekregen van directrice Willy Bakbruin om voor alle papa’s, mama’s en de kids van groep 6 in de laatste schoolweek van de zomervakantie een barbecue te houden op De Wielewaal. Voor deze barbecue vragen wij; de hulpouders: Moira (de moeder van Kasper) en Hanneke (de moeder van Grietje) een kleine bijdrage van 10 eurootjes aan alle ouders. Meer feestideetjes zijn welkom. We denken bijvoorbeeld aan een pinata of een leuke herinneringenslinger en fakkels. Laat je fantasie de vrije loop en neem contact met ons op.

Groetjes,

Moira en Hanneke

Kennelijk sprak het verloop van Thea’s gezichtsmimiek tijdens het lezen van het bericht voor zichzelf, want noch Bart, noch Sabine leverden nog commentaar. Vader en dochter gaven elkaar een opgetogen duim toen Thea fanatiek aan een antwoord op het bericht van Moira begon. Ze las haar reactie pas voor nadat ze helemaal uitgeklopt was en de mail aan iedereen uit haar Wielewaalbestand had verzonden. Behalve aan meester Joep uiteraard.

Beste allemaal,

Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat het lied ‘Kijk eens even naar die leuke klas van Joep’ tijdens de barbecue gezongen gaat worden. De kinderen van groep 6 hebben het afscheidslied op de melodie – die Sabine op een karaoke cd heeft staan – van het lied Toveren van K3 al geoefend in de klas tijdens de muzieklessen van juffrouw Rita. In het laatste half uur van de laatste schooldag van Joep zullen de kinderen van groep 6 het afscheidslied dan ook in besloten kring voor hun meester ten gehore brengen. Bij deze uitvoering zullen geen ouders aanwezig zijn. Als u nog suggesties heeft voor een originele manier waarop we de tekst ook nog voor de eeuwigheid voor meester Joep kunnen vastleggen, dan hoor ik ze graag.

Met vriendelijke groeten,

Thea (moeder van Sabine/ gr 6 en Walter/ gr 5.)

Goedkeurend kroop Sabine zwijgend dicht tegen haar moeder op de sofa aan. Opgelucht sloeg Thea een stevige  arm om haar dochter heen nadat ze de laptop op de salontafel had gezet.

‘Ja, dat is een goede reactie’, vond Bart.

‘Weet je het zeker?!, schamperde Thea.

‘Stel je voor dat die ouders mee gaan staan zingen op zo’n barbecue? Dat is toch zonde van die originele tekst. Zie je het al voor je? Van die vlasbaardmannetjes en bakfietsvrouwtjes die in jouw woorden de plank volledige mis slaan door hun geblèr. Daar word je toch onpasselijk van bij de gedachte alleen al. Zing dan ‘En van je héla, hola, houd er de moed maar in. Dat snappen we tenminste allemaal’.

Bart deed alsof hij zijn vinger in zijn keel stak en kokhalsde. Hoewel Thea vooreerst dus niet overtuigd was van de kwade bedoelingen van Moira, was ze toch wel aan het twijfelen gebracht door de goedkope manier waarop de moeder van Kasper het afscheidsliedje voor Joep naar zich toegetrokken had. Ook zonder de parodie van Bart had Thea uit zichzelf wel voorzien dat het toegenegen afscheidslied voor meester Joep verkracht zou worden op een barbecue. Thea wilde per sé voorkomen dat een klutje aangeschoten opperouders – want natuurlijk zou er net niet genoeg gratis alcohol geschonken worden om straal bezopen te raken – met hun botte gedrag de realisatie van het afscheidslied, door alleen groep 6 voor meester Joep, zou verstieren. Zeker nu de uitvoering onder leiding van juffrouw Rita zo ontroerend goed beloofde te worden. En zelfs juffrouw Rita was van plan om zich tijdens het eigenlijke optreden terug te trekken. Na terdege instructies van haar muziek juf zou Sabine op de laatste schooldag de regie in handen krijgen. Ze was er klaar voor. De kleine dondersteen. Thea kon niet meer terug. Ze moest wel op haar strepen gaan staan. Als het niet voor zichzelf was, dan maar voor haar dochter.  Het afscheidslied was voorbestemd om een absolute binnenkomer en een verrassing van groep 6 aan meester Joep te worden en geen meezing dijenkletser ter meerdere eer en glorie en het welbevinden van de opperouders en hun gevolg.

‘Schrijf anders zelf een ander liedje voor de barbecue’, stelde Thea fijntjes voor in een reactie op een berichtje van Moira dat ze een dag later in haar mailbox  vond. Moira schreef:

‘Heb ik iets verkeerd gedaan? Ik heb begrepen dat jij tegen het afscheidslied voor Joep bent? Ik vind dat het gewoon op de barbecue gezongen moet worden.’

Verder beweerde Moira dat ze veel te druk was met de kinderen en haar dagelijkse sores om zelf een afscheidsliedje te schrijven.

‘Ze bedoelt eigenlijk dat ze niet in staat is om een afscheidsliedje schrijven dat bij jouw tekst in de buurt komt’, betoonde Bart nog maar eens.

Hoe dan ook; Er bestond al een afscheidsliedje met de titel ‘Kijk eens even naar die leuke klas van Joep’ aldus Moira. Als Thea beweerde dat de tekst van haar was, dan zou dat wel zo zijn. Maar de melodie was van K3 en als zodanig was het liedje prima geschikt om gezamenlijk – dus zowel ouders als de kinderen van groep 6 - te zingen op de avond van de barbecue. Maar Thea hield voet bij stuk. Zij kon ook ontvlambare, online berichtjes versturen.

‘En toch gaat het niet gebeuren. Sabine en ik hebben het afscheidslied niet voor jou geschreven, of voor de andere ouders, maar voor de kinderen van groep 6. Als eerbetoon aan meester Joep. Het lied wordt gezongen op de laatste dag van het schooljaar in het lokaal van groep 6 zonder pottenkijkers. Niet eerder en niet later en zeker niet op de barbecue’.

De tegendruk van Moira liet niet lang op zich wachten in een vinnige respons:

‘Ik weet niet wat jouw probleem is, maar ik heb hier geen tijd voor. Het hulpouderschap is liefdewerk oud papier en ik snap niet waarom jij zo nodig jouw stempel op dat liedje moet zetten. Toveren is een bestaand liedje van K3 dat voor iedereen toegankelijk is. Als wij dit lied willen zingen tijdens de barbecue dan doen we dat. Of jij dat nou leuk vindt of niet. Het moet wel gezellig blijven. Het is een feestje. Jammer dat jij zo nodig roet in het eten moet gooien. Maar we weten wie er weer het hoogste woord heeft.’

‘Wat een bitch’, foeterde Bart die zich nog drukker om Moira maakte dan Thea.

‘Wat verwacht je ook van een  alfavrouwtje in de midlifecrisis? Haar verleidingstrucjes zijn verouderd en ook haar uiterlijk. Haar man, de verzekeringsarts, heeft een nieuwe, jongere, liefde en nou heeft ze de kans op de onverdeelde aandacht van een jonge God in de hoedanigheid van meester Joep en dan kan ze niet eens ongestraft mijn liedjestekst gebruiken om een onuitwisbare indruk op hem te maken.’

‘Jij bent ook een alfavrouwtje’, stelde Bart met een hoopvolle ondertoon tot verwarring van Thea.

‘Omdat jij een alfamannetje bent?’

‘Ook, maar zonder mij laat jij je heus niet zomaar aan de kant zetten. Leer mij jou kennen.’

‘De wens is de vader van de gedachte. Ik neem aan dat je nu van mij verwacht dat ik de strijd met de moeder van Kasper aanga?’, concludeerde Thea spottend.

Ze liet zich door niemand manipuleren. Zelfs niet door Bart.

‘Ik lees uit de mailtjes van die Moirabitch dat jij allang gewonnen hebt.’

‘Ow, zeker’, snoefde Thea:

‘Maar dat weerhoudt mij er niet van om haar nog een trap na te geven.’

‘Ik bedoel maar’, verademde Bart veelbetekenend.

Thea besloot het ijzer meteen maar te smeden nu het nog heet was en mailde het laatste woord aan de moeder van Kasper:

‘Wat mijn probleem is Moira? Dat ik samen met mijn dochter Sabine een liedje heb gemaakt voor groep 6 van meester Joep en niet voor een of andere wanhopige hulpmoeder. Sabine vindt meester Joep namelijk sympathiek en dus ik ook. Zonder bijbedoelingen. In tegenstelling tot sommige hulpmoeders. Ik onthield ooit jouw geboortejaar uit het vriendenboekje van jouw zoon Kasper. Je bent een paar jaartjes ouder dan ik en dat betekent dat jij de 50 al gepasseerd bent. Ik vraag me dan toch af of die frisse twintiger Joep niet een beetje te fruitig voor je is? Maar wie ben ik om over jou te oordelen? You go girl! Maar schrijf wel even zelf een lied. Of niet.’

Nou had Thea kunnen weten dat Moira een stumpertje in de zij-vorm was, maar de vijandigheid die de moeder van Kasper in korte tijd had weten te mobiliseren onder de opperouders op het speelplein was toch nog overweldigend. Zelfs voor Thea die toch wel wat gewend was. Wat ze in vredesnaam verkeerd gedaan had, vroeg ze zich allang niet meer af, maar deze muur van weerzin was ongekend en moeilijk te verkroppen. Zonneklaar had Moira iedereen die maar wilde luisteren en lezen naast van een globale schets van de ruzie ook nog eens - op de koop toe - van haar smeuïge mailwisseling met Thea op de hoogte gesteld. Gênant. Niettemin heeft ieder verhaal 2 kanten en in het geval van de perikelen van het afscheidsliedje van meester Joep schaarden de politiek correcte opperouders zich wel heel eenzijdig geïnformeerd aan de kant van de moeder van Kasper. In die laatste weken van het schooljaar, in groep 6 van Sabine en groep 5 van Walter, leefde Thea dan ook van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat in een zelfverdedigingsmodus. Ze kon zichzelf recht in de spiegel aankijken en toch had ze het gevoel dat iedereen uit haar directe omgeving haar onderuit wilde halen. Ze sliep slecht met hazenslaapjes en droomde over gevangenschap in valkuilen en echoputten waar geen einde aan leek te komen. De eerste zomerdagen van dat jaar waren warm en veelbelovend en toch begon Thea elke morgen met spierpijn over haar hele lichaam. Alsof ze zich de hele nacht in haar onderbewustzijn had liggen verzetten tegen een oppositie en haar lijf ’s ochtends op slot sprong van de stress om een stom afscheidsliedje voor een onbenullige onderwijzer. Maar dat was ook niet het punt. Geen woorden maar daden zouden Sabine en Walter resistent maken tegen het onuitroeibare gevecht tegen de bierkaai. Thea moest en zou het goede voorbeeld geven.    

De barbecue zou op de laatste donderdagavond van het schooljaar gehouden worden op het speelplein van De Wielewaal. Aan het einde van de vrijdagmiddag daarop zou groep 6 het afscheidslied op de melodie van Toveren van K3 in besloten kring voor meester Joep ten gehore brengen. Tenminste daar gingen Thea en Sabine vanuit, want na de ruzie met de moeder van Kasper, was de barbecue het enige onderwerp dat nog ter sprake kwam; in de mailwisseling; de wandelgangen en; op het speelplein van De Wielewaal. Op de hulpoproep van Thea – tot het bedenken van een origineel idee om de tekst van het afscheidslied voor meester Joep vast te leggen - had welgeteld één ouder gereageerd. Haar naam was Dimph. Ze was redelijk getapt bij De Wielewaalpopulatie omdat ze één van de vele buurtcafés uitbaatte en dat was geen kinderspel voor een gescheiden moeder van de meisjes Tanja en Debbie. Tanja zat in groep 6 van meester Joep bij Sabine in de klas en haar oudste – Debbie dus – had Jeewee als onderwijzer en zat in groep 8 bij Bob; de oudere broer van Kasper. Kasper zat weer bij meester Joep in groep 6.  Samen met Sabine en Tanja. Moira kon dus geen onbekende van Dimph zijn en vice versa. Ze hadden ieder 2 kinderen in dezelfde leeftijdscategorie; op dezelfde basisschool in dezelfde groepen met dezelfde meesters. Ook hadden de dames onderling op het eerste oog veel gemeen. Ze waren ongeveer even oud; alle twee gescheiden en uitdagend. Ze deden niet voor elkaar onder in hun openlijke geflirt met om het even welke potentiële bedkandidaat met een piemel en waren eensgezind in het bijzonder gebrand op een rendez vous met meester Joep of Jeewee. Moira en Dimph hadden net zo makkelijk vriendinnen kunnen zijn, maar dat waren ze niet. Eerder aarts vijandinnen. Concurrenten. Reden temeer voor Dimph om Moira te irriteren door met Thea aan te pappen. Ze mailde zomaar ineens een opkikkertje aan Thea:

‘Je moet doen wat jij goed acht en je niets aantrekken van dat wat de hulpouders beweren. Jij hebt het afscheidslied voor meester Joep bedacht en dus bepaal jij wat er mee gebeurt. Ik zou je graag helpen, maar dat kan ik niet, want ik ben erg druk met de regie van de afscheidsmusical van groep 8. Mijn dochter Debbie gaat volgend jaar namelijk naar de middelbare en dat heeft even mijn priori’,

Doei Dimph

Leuk, maar zo’n steunbetuiging bracht Thea geen stap verder. Toen bedacht Bart dat het misschien een idee was om één van de velen groepsfoto’s die meester Joep eerder dat jaar online had gezet te bedrukken met de tekst van het afscheidsliedje en op A-vierformaat te printen. Enthousiast selecteerde Thea een digitale afbeelding van groep 6 op puzzeltocht. De hele klas poseerde in de meest uitbundige houdingen als een bende losgeslagen puzzelaars in de buitenlucht bij elkaar. Ze hielden ieder voor zich een blanco puzzel antwoordblad in de hand, dat voor hetzelfde geld een kopie van het afscheidslied voor meester Joep had kunnen zijn. Bart bewerkte de foto door het beeld te vervagen. Zo kwam de tekst beter uit, maar vormden de kinderen van groep 6 toch nog het decor van de compositie. Het leek net of de hele klas op de achtergrond van de getypte tekst uitzinnig stond te zwaaien met ieder een uitdraai van het afscheidsliedje voor meester Joep in de uitgestoken handen: ‘Kijk eens even naar die leuke klas van Joep’.

Thea kocht een mooie lijst bij een discounter en klaar was het afscheidscadeau. Enthousiast stelde ze de ouders en de feestcommissie van de tekstcreatie via de mail op de hoogte. Sabine zou het kunstwerk eventueel samen met een groepje klasgenoten na het zingen van het afscheidsliedje op de  laatste dag van het schooljaar aan  meester Joep kunnen overhandigen. Niemand reageerde. Ook Dimph niet.

Toch liep de mailbox van Thea over. Er was namelijk kritiek op de groothandel waar meester Joep het vlees voor de barbecue vandaan dacht te moeten halen. Het vlees hoefde niet halal te zijn of koosjer, maar wel biologisch. Groen vlees als het ware. Verkregen van dieren die een leuk leven achter de rug hadden. Geen plofkip, vage frikadellen of kroketten met paardenvlees. Wel vervelend dat de ouderbijdrage daardoor de pan uit dreigde te reizen. En directrice Willy Bakbruin van De Wielewaal was best bereid om bij te dragen aan het afscheidsfeestje van haar geliefde meester Joep, maar toch niet genoeg om een verdubbeling van de extra kosten van het eerlijke vlees voor de barbecue voor de ouders te voorkomen. Nog meer ouderbijdrage vragen was ook geen optie. De geldkraan bleef niet stromen. Meester Joep had duidelijk zelf nog geen kinderen met bijbehorende vaste lasten en daarom werd zijn jeugdige onbezonnenheid hem vergeven. Zo werd de buurt Coöp door de opperouders tot het dubieuze alternatief voor de dieronvriendelijke groothandel van meester Joep verkozen. Alsof de Coöp niet precies hetzelfde genetisch gemanipuleerde vlees verkoopt als welke supermarkt dan ook. Wel tegen een hogere, stadse betaling dan een dorpse groothandel, want je kunt niet alles hebben. Zo kwam het extraatje uit de Wielewaalkas via Willy Bakbruin toch heel goed te pas, zonder dat de feestvierders nóg dieper in hun privébuidel hoefden te tasten voor de aanschaf van het barbecuevlees. Door het verhoogde budget had meester Joep zich zelfs een viertal  kratjes pils en 5 flessen wijn kunnen veroorloven. Maar ook een beetje meer geld kan maar één keer uitgegeven worden. Na het binnenhalen van de alcoholbuit, was het bestedingsbedrag op. Enkele uren voor aanvang van de barbecue klonk dan ook nog een dringende oproep aan alle ouders die aanmaaklimonade in voorraad hadden. Misschien waren zij bereid om de siroop te doneren? Of wie weet was er ergens een verborgen weldoener die het nodig vond om zich alsnog te doen gelden door presto een liter of 10 Ranja te kopen, want wat kost vruchtensiroop nou helemaal? De barbecue was immers bedoeld als een kinderfeest. En kinderen in de leeftijd van 9 tot 10 jaar drinken in de regel geen alcohol. Veel Wielewaalse kinderen dronken zelfs geen coca cola. Sabine en Walter wel. Ook niet elke dag, maar toch was dat de enige limonade die Thea op dat moment in huis had en aan Sabine meegaf voor het grote afscheidsfeest. Een sixpack met anderhalve literflessen coca cola. Met hulp van een paar toegesnelde baldadige klasgenootjes tilde Sabine het zware flessenpakket uit de achterbak van de auto. Vanachter het stuur zag Thea in de zijspiegel van haar Renault dat steeds meer kinderen interesse kregen in de sixpack en bereid waren om behulpzaam te zijn bij het uit de handen van Sabine nemen van het goddelijke kindervocht. Uiteindelijk sleepten een stuk of 5 klasgenoten, zonder Sabine, de sixpack gretig door de geopende poorten van De Wielewaal het speelplein op. Hun luidruchtigheid was niet van de okergele lucht, die Thea opsnoof uit haar geopende zijraam. Ze rook brandend aanmaakhout en volgde de wolken die als rooksignalen  boven het dak van De Wielewaal uitstegen. De barbecue was in volle gang! De lome nasleep van een warme julidag kwam haar mobiliteit niet tegemoet. Maar dat was niet de voornaamste reden waarom Thea niet uit haar auto stapte om haar dochter te vergezellen naar de barbecue van meester Joep zoals alle andere papa’s en mama’s. Eerst moest Walter thuis worden opgevangen, want Bart was stand-by op zijn werk en opgeroepen door een collega. Pas als Bart weer beschikbaar was, dan kon Thea later in de avond terugkomen om ook een barbecuehapje mee te eten. Een compromis, want Sabine wist niet waar ze het anders tussentijds nog zoeken moest van agitatie. Haar beeld van een barbecue had zo langzamerhand mythische vormen aan genomen. Ze was ervan overtuigd dat ze op het punt stond om een giga avontuur te gaan beleven en de enige die haar nog in de weg stond was haar moeder. Thea.  En het was door toedoen van deze moeder Thea dat Sabine nog nooit had gebarbecued. Eerder die week was ze in de klas gewoon openlijk uitgekomen voor haar tekortkoming in de opvoeding.

‘Ik heb nog nooit gebarbecued’, bekende Sabine naar waarheid.

Meester Joep stond paf. Hoe was dit mogelijk? Dit grensde welhaast aan verwaarlozing. In de ogen van meester Joep was barbecueën een essentieel aspect in de opvoeding van ieder kind. Dus nadat hij bekomen was van zijn cultuurschok nam meester Joep zich voor om Sabine los van haar ouders persoonlijk wegwijs te maken in de sociale buitenwereld van het doorrookte en gegrilde vlees. Al dan niet half gaar.  Afhankelijk van de baktechnieken van de chef-koks in kwestie. In de hoedanigheid van de opperouders en meester Joep. De eigen inbreng van de kinderen kwam niet aan bod onder het motto

‘Barbecueën doen kinderen met de oogjes en eten mogen ze het zogenaamde groene vlees met het plastic wegwerpbestek.’

Binnen een uur parkeerde Thea haar Renault opnieuw in de straat van De Wielewaal vlakbij de ingang van het speelplein. Tussentijds had ze gekookt voor Bart en Walter en het eten geserveerd nadat haar man van zijn overwerk was thuis gekomen. Haar maag knorde. Inmiddels zou Thea wel een hamburgertje of een sateetje lusten. Niet dat ze honger had. Thea wist niet wat honger was. Dat was haar van kleins af aan bijgebracht. De kindjes in Afrika wisten vroeger wat honger was en dat weten ze tegenwoordig nog. Thea kende alleen trek. Lekkere trek. Of niet. Haar buik was een holle ruimte met een echo van haar spijsvertering en zenuwtrekjes door de vijandige sfeer die haar direct nadat ze het portier van haar auto sloot weer naar de keel vloog. Ze keek recht in het zuinige smoelwerk van de vader van Fransje. Jelle; de overheidsforens die zo lekker verdiende in Den Haag. Zo veel dat zijn vrouw Evelientje de kinderbijslag overbodig vond. Hij droeg een wit schort en een wegwerp slagersmutsje op zijn vrijwel haarloze hoofd. Kale Jelle met zijn gedienstige huisvrouw zonder betaalde baan – niet omdat het moet, maar omdat het kan - en met haar vrijetijds geaquarel en niet te vergeten zijn hoogbegaafde dochter. Ter hoogte van zijn borst hield Jelle een grote platte doos van de buurt Coöp voor zich uit. Uit de kieren van het kartonnen kleppendeksel kwam koude lucht die zich verdampend aftekende in de atmosfeer van een drukkende zomeravond. Diepgevroren veiligheid boven warme gezelligheid. Bederfelijk vlees dat te lang wordt blootgesteld aan een wachtrij voor de barbecue in tropische temperaturen is voer voor voedselvergiftiging. Dat wil geen basisschooldirectrice op haar geweten hebben natuurlijk. Thea las de reclame op de doos:

‘Coöp en hamburgers.’

‘Hallo en lekker’, prevelde ze ongemakkelijk onder de koele blik van Jelle.

Even dacht Thea dat Jelle haar zou tackelen, want die indruk wekte hij wel met zijn agressieve aura, maar hij bedacht zich en schreed langs haar af met een air alsof Thea nog minder dan het meest verachtelijke wezen op aarde was. Niet welkom in deze buurt, tussen de opperouders van de kinderen van groep 6 van meester Joep op de barbecue van De Wielewaal. Verwilderd keek Thea om zich heen. Wat had ze de vader van Fransje ook weer precies persoonlijk aangedaan? Niets bij haar weten. Ze zocht Sabine. Haar kind; haar muze, intimiteit, symbiose; haar dochter. Bedwelmd door de grimmige invloeden van buitenaf betrad Thea het speelplein door de geopende smeedijzeren poorten alsof ze voor een rechter moest komen zonder een strafbaar feit te hebben begaan. Bij de achterom van De Wielewaal was een inham. Dit was de spil van de barbecue. Opperouders zaten her en der in groepjes verspreid tussen de normale papa’s en mama’s op campingstoeltjes met belegde kartonnen bordjes op schoot en gevulde plastic bekertjes in de hand of naast zich op de grond. In de opening van de achterdeur, vlak bij de brandblusser, verspreidde een barbecue kruidige vleesdampen. Met een giga spatel rangschikte de vader van Fransje de ingevroren hamburgers uit de Coöpdoos van daarnet op het rooster. Er heerste een algemene kalme stemming. Men converseerde op gedempte toon met elkaar en met de rug naar Thea toe. Letterlijk. Maar ook figuurlijk voor degenen die deden alsof ze Thea niet verloren voor hun ogen zagen staan in haar zondagse kloffie. Opgemaakt en opgedoft voor de gelegenheid. Thea was verdwaald. Meester Joep verliet zijn groepje en even dacht Thea dat hij haar kwam verwelkomen. Hij keek haar kant op, inhaleerde van zijn sigaret en liep met een geopend flesje bier in zijn hand naar de vader van Fransje toe. Ze fluisterden en lachten samen. Heel onwerkelijk alsof Thea in een levensecht poppentheater terecht gekomen was. De visuele vertaling van mooi weer spelen. Thea vocht met haar tranen. Het oncontroleerbare, samentrekken van haar neusvleugels ten spijt, hief ze haar kin en begaf zich met lood in haar pumps naar de speeltoestellen in het centrale gedeelte van de speelplaats van De Wielewaal. Ergens moesten de kinderen toch gebleven zijn? Sabine zat samen met Ronnie, Grietje en nog wat klasgenoten wegedoken in de zandbak onder de glijbaan. Bovenop de stellage van de glijbaan hingen Debbie en Bob uit groep 8 over de railing. Happy uit groep 7 zat tussen het tweetal op de verhoging in en wiebelde met haar bleke blote benen tussen de spijlen van de verschansing. Wat deden zij hier? Debbie was weliswaar het zusje van Tanja, Happy het zusje van Ronnie en Bob de oudere broer van Kasper, maar als iemand aan Thea had verteld dat, naast de kinderen van de complete groep 6,  Walter als familie van Sabine ook welkom was geweest op de barbecue dan had ze zich de moeite van het heen en weer reizen, extra koken en oppassen kunnen besparen.

‘Hebben jullie soms mee betaald?’, wilde ze voor de zekerheid van het drietal weten.

‘Nee hoor, ik ben het zusje van Ronnie uit groep 6’, gaf Happy te kennen met haar 13jarige wijsneus in de afwezige wind.

‘Ja, dat weet ik en je zit nog in groep 7 en dat op jouw leeftijd’, antwoordde Thea gevat.

‘Da’s waar’, gaf Happy ruiterlijk toe.

‘Broertjes en zusjes mogen gratis mee-eten’, wist Debbie.

Van het drietal op de verhoging van de glijbaanstellage, wendde Thea zich af naar omlaag en richtte zich tot Sabine in de zandbak:

‘Wist jij dit ook?’

De reactie van Sabine zou Thea nooit meer vergeten. Of eerder de afwezigheid van een reactie. Haar éénmalige trutterige tronie van toen, staat in het geheugen van Thea gegrift als een horrorbeeld dat ze beter niet had meegekregen. Sabine deinsde min of meer terug voor haar moeder die ze niet wilde kennen. Met een geniepige grijns verborg ze haar vertrokken gezichtje kort achter de schouder van Ronnie waardoor ze ineens volledig onherkenbaar werd voor Thea die het gevoel had dat iemand met een dolk in haar ruggenwervel stak en vervolgens naarstig in de wond door bleef zagen met de bedoeling om een onherstelbare tweespalt te creëren.

‘Zullen we samen gaan eten?’ vroeg Thea met een brok in haar keel en tranen in haar stem.

Uitnodigend stak Thea een bevende hand uit naar haar eigen vlees en bloed. Dit mocht niet waar zijn.

‘Ik heb al gegeten’, antwoordde het onbekende kind met het uiterlijk van Sabine afstandelijk.

Vervreemd staarde ze naar de  uitgestoken bibberhand van haar moeder, maar ze nam niks aan.

‘Maar ik niet en ik heb honger.’

‘Je hebt geen honger, je hebt trek. De kindjes in Afrika hebben honger’, blaatte Sabine de uitgekauwde anekdote van haar moeder met een verdraaid stemmetje na.

Ronnie proestte. De verbijstering van Thea nam plaats voor een woede die ze ter plekke vanuit haar tenen door haar hele lijf voelde opvlammen. Het juiste moment voor Thea om dochterlief aan haar haren onder de glijbaan uit te trekken. In plaats daarvan sloeg Thea een ietwat fermere toon aan:

‘Kom op Sabine: Leg me even uit waar ik een hamburger kan eten.’

Onderwijl worstelde Thea met de gewetensvraag die ze niet zolang geleden aan Bart stelde met betrekking tot het pestgedrag van Ronnie. Haar eigen naïviteit lag nog vers in haar geheugen.

‘Een kind van 9 moet wel superintelligent zijn om de afwijkende mentaliteit van een vader of moeder te kunnen veroordelen. Heb jij toegang tot de hoogte van zijn sociale IQ?’  

Natuurlijk had Bart geen toegang tot het sociale intelligentie quotiënt van Ronnie. Niemand kent de hoogte van het sociale IQ van wie dan ook. Het is niet meetbaar, maar wel herkenbaar en Sabine is niet bepaald sociaal achterlijk. Het kon niet anders dan dat ze intuïtief wist dat ze een tegennatuurlijk kamp koos. Ook al telde ze pas 10 lentes. Haar leeftijd was slechts een indicatie voor de afwezigheid van een overzicht in de gevolgen van haar acties. Ze was in staat om van een afstand naar zichzelf en haar habitus te kijken. Omdat ze echter pas 9 jaar was, mistte ze een doorleefde visie op het dilemma dat ze in haar directe omgeving aanrichtte met haar onacceptabele houding. Het kind sloot haar moeder buiten de afscheidsbarbecue onder invloed van meester Joep en de opperouders. Juist omdat Sabine hoog gevoelig was en is voor sociale impulsen die ze, door haar gebrek aan levenservaring, nog te vaak verkeerd interpreteerde. Geen boos opzet, maar Sabine had het hele barbecuegebeuren voor zichzelf zoveel gladder kunnen afronden met een sympathieker alternatief dan kuddegedrag. Het was nu aan Thea om Sabine de consequenties van haar eigen keuzes te laten ondervinden. Zonder drama, zelfmedelijden en met overwicht. In theorie; want in het echte leven kan de ratio wel het gevoel nabootsen; maar andersom niet. Daar op het speelplein, omsingeld door de vijand, was Thea veel te kwetsbaar om juist te kunnen handelen. Bovendien waren haar reserves in de afgelopen, slopende, laatste schoolweken opgebruikt. Thea stond te wankelen op haar pumps.

‘Kom Sabine, ik moet wat eten’, gebood Thea haar dochter.

‘Het vlees is op’, beweerde Sabine.

Verward wreef Thea over haar voorhoofd.

‘Het vlees is niet op Sabine, doe niet zo raar.’

‘Wel waar, wel waar, wel waar’, dreinde Sabine in samenzang met Ronnie.

Thea drukte haar handpalmen tegen haar oren in de hoop het spontaan opgetreden suizen van haar trommelvliezen te doven. Uitgejouwd door haar dochter zocht ze een uitvlucht naar een veilige plek. Ze wankelde op weg naar haar Renault en voorkwam ter nauwer nood een zwikpartij op haar fancy pumps. Alvorens ze wegdook achter het stuur, keek ze nog één keer om naar Sabine die onder de glijbaan uit was gekropen en haar moeder beteuterd nastaarde. Ronnie trok aan haar arm, maar ze liet zich niet meer afleiden. Misschien had Thea nu terug moeten rennen om Sabine in haar armen te sluiten. Net als in een feel goodfilm. Maar Thea was zo ongelooflijk kwaad op Sabine dat ze totaal niet meer bezig was met het maken van didactisch verantwoordde keuzes. Het kon haar ook geen bal meer schelen wie er getuigen waren geweest van dit krankzinnige tafereel.

‘Ga maar bij die superouders wonen, of leuk bij meester Joep’, gooide ze rauw en vals over straat uit haar onwillige stembanden die schrijnden van het zuur.   

Achteraf had Sabine deze ondoordachte uitroep Godzijdank niet meegekregen. Thea was tijdelijk compleet van het padje af en het mocht een wonder heten dat ze heelhuids bij Bart en Walter in de woonkamer opdook. Ze werd onderzoekend van top tot teen opgenomen door zowel haar man als zoon. Verwilderd, met een knalrood, betraand gezicht zakte ze neer op de sofa. Haar opgestoken kapsel was ingestort.

‘Waar is Sabine?!’

‘Ik ben gegaan. Er was geen vlees meer voor mij. Zei Sabine’, stokte Thea.

‘Natuurlijk ben je gegaan! Je hebt toch ook betaald voor de barbecue? Wat is dat nou toch?!’

Verontwaardigd kwam Bart overeind uit zijn relaxstoel. 

‘Ik was te laat. Ze zagen me niet. Sabine had al gegeten. Ze zat onder de glijbaan’.

Thea probeerde tevergeefs om haar tranen te drogen met papieren zakdoekjes uit haar schoudertas. De  waterlanders bleven maar komen. Niet te stelpen. Ze snoot haar neus.

‘Hoezo zagen ze je niet? Wie zagen jou niet? Je bent toch niet onzichtbaar?’

‘Joep zag me niet en Maud en de moeder van Kasper, Moira, Jelle niet en Evelien. Niemand eigenlijk.’

‘Ze negeerden jou dus?’

‘Je hebt ook nog mijn cola aan ze gegeven’, wist Walter verontwaardigd.

Bart was er even stil van. Thea hikte en snikte nog wat na, maar ze werd wel rustiger.’

‘Jij had ook meegekund als je gewild had. Happy was er ook. En Bob en Debbie.’

‘Wie zijn dat?’ vroeg Walter met een afwerend gebaar.

‘De broer en 2 zussen van kinderen uit de complete groep 6 van meester Joep.’

‘Maar jij wist van niets?’

De opgezwollen, paarse slagader in de nek van Bart gaf zijn gemoedstoestand weer. Een betrouwbare indicator. Bij wijze van antwoord haalde Thea haar schouders op. Ze pulkte aan haar tissuebolletje. Al snel kwam de tranenstroom weer op gang:

‘Ik had Sabine daar niet achter moeten laten!’, jammerde ze nasaal.

‘Wat had je dan moeten doen? Haar op haar nummer zetten in het bijzijn van al die betweterige opperouders? Je blootstellen aan hun stompzinnige kritiek? Nee, Thea, Walter en ik gaan Sabine wel even van het barbecuefeestje afhalen’, bulderde Bart buiten zichzelf van woede.

Sabine probeerde zich op het speelplein onzichtbaar te maken tussen haar klasgenoten, de opperouders en de gewone papa’s en mama’s in een kring om meester Joep heen. Meester Joep sloeg telkens mis met een bezem op een pinata die door de feestcommissie aan waslijndraad in een boom op het speelplein was bevestigd. Voordat Bart met zijn zoon arriveerde moet er al een pijnlijke stilte op het speelplein aanwezig geweest zijn, want de dikke lucht kwam het tweetal al van ver af tegemoet. Toen Bart met zijn zoon de cirkel ontsierde, was de spanning helemaal te snijden. Bart vouwde zijn onderarmen op zijn borst en keek toe hoe meester Joep zichzelf verder voor schut zette. Walter trachtte de aandacht van zijn zusje te trekken. Zachtjes fluisterde hij herhaaldelijk haar naam, maar Sabine bleef doofstom voor zich uit turen met haar blik op oneindig en vooral niet op de ogen van haar vader gericht. Pas toen de pinata eindelijk gesneuveld was en de meeste kinderen zich als bijen op stuifmeel op het losgeslagen snoepgoed hadden gestort, wist Bart de belangstelling van zijn apathische dochter op te wekken.  Hij wenkte met zijn wijsvinger:

‘Ik tel tot 3, Sabine’, dreigde Bart onnodig, want na de eerste tel voegde de verloren dochter zich gedwee bij haar vader.

Meester Joep maakte aanstalten om Sabine naar zich toe te trekken. Maar door de komst van haar vader en Walter voelde het 9jarige kind zich eindelijk gerechtvaardigd om tegen de bezitterigheid van haar meester in opstand te komen. Schichtig week ze voor zijn hebberige geste. Door de ijzingwekkende blik in de ogen van Bart werd tevens het laatste woord, dat meester Joep zichtbaar al in zijn mond genomen had, in de kiem gesmoord. Nonchalant schopte Walter nog wat zoetigheid uit de pinata op de betonnen speelpleintegels van zich af. Zegepralend stak hij zijn handen in zijn broekzakken en volgde voldaan zijn vader en Sabine op weg naar huis waar Thea zat te wachten.

Met een volkoren bol met jong belegen Goudse kaas achter haar kiezen en een geurende espresso in het verschiet was Thea weer rustig geworden. De oncontroleerbare huilstuipen ebden langzaam maar zeker weg door het hypnotiserende ritme van de tikkende slingerklok in de huiskamer. De thuiskomst van Bart en de kinderen deed Thea niet opspringen zoals gewoonlijk. Ze voelde haar ledematen slap worden bij de aanblik van Sabine. Haar meisje was terecht en gered uit de klauwen van de vijand. De geruststelling was zo overweldigend dat alle adrenaline op stel en sprong de bloedbaan van Thea verliet.  Gevolglijk werd ze overvallen door een verlangen naar haar bed en een diepe, lange nachtrust. Mocht dat slapen onverhoopt niet lukken, wat wel vaker het geval is bij een dolende geest in een uitgeput lichaam, dan wilde Thea toch naar boven, naar de slaapkamer om zich te verstoppen onder het donsdeken. Zodoende zou de schaamte overwaaien en bij niemand anders meer in dezelfde heftige trant aanslaan als bij Thea die wenste dat ze zich niet had laten gaan; dat ze zich niet van haar meest kwetsbare kant had laten zien aan haar dochter, want Sabine had recht op overwicht van haar verzorgers. Maar goed dat Bart de situatie nog – min of meer – onder controle had. Hij vond dat Sabine heel duidelijk moest snappen wat ze precies verkeerd gedaan had.

‘Ik verwacht dat je loyaal bent aan je moeder, Walter en mij!’

Kennelijk pakte Bart de draad weer op van een preek die hij in de auto van de barbecue onderweg naar huis al begonnen was. Thea stoorde zich aan zijn autoritaire opstelling. Sabine was geen collega van zijn werk in het rekencentrum. Ze was een kind van 9 jaar.

‘Hoe kun je iemand nou dwingen om loyaal te zijn? Loyaliteit dat voel je; zoals liefde en verdriet. Je bent niet op je werk en niet onder collega’s, Bart!’

‘Mag ik even!?

Geërgerd richtte Bart zich tot Thea op een manier alsof hij zich op dat moment pas bewust werd van haar aanwezigheid. Zij kon hem niet uitstaan als hij zich zo dictatoriaal gedroeg. Maar aan de onderkoelde attitude van Sabine te oordelen leek het Thea ook niet verstandig om haar man volledig af te vallen. Het 9jarige kind leunde zijdelings met haar rechterschouder tegen de deurpost van de huiskamer en deed met haar woordeloze stemmingmakerij niet onder voor een puber in hoogtijdagen. Ze hield haar handen op de rug. De anders zo sprekende, bruine ogen keken leeg in het niets. Met tussenpozen haalde Sabine luidruchtig haar neus op . Alsof ze stond te wachten op sancties onder het motto: ‘Incasseren is beter dan ageren.’ Alsof ze ooit serieus straf gehad had. Maar eens moet de eerste keer zijn en alle begin is moeilijk.

‘Lever je telefoon maar in!’

Bart hield zijn hand op.

‘Wat?!’

Er kwam eindelijk geluid uit de mond  van het kind.

‘Je telefoon en snel een beetje!’

Bart verhief zijn stem. Ergo, de slagader in zijn nek zwol opnieuw op. Sabine zag het ook. Als de wiedeweerga toverde ze haar IPhone tevoorschijn vanachter haar rug terwijl ze plastic mini koptelefoontjes uit haar oren peuterde. Toen pas zag Thea de witte draad die de oortjes met de IPhone verbond. Sabine had gedurende de hele heisa doodleuk muziek geluisterd in afwachting van het vonnis zonder ook maar een seconde bij de ouderlijke macht over haar IPhone stil te staan. Nu was het te laat en had het leven sowieso geen nut meer. Sabine was in shock.

‘Jullie zijn gemeen!’, krijste ze hysterisch.

‘Wie niet horen wil, moet maar voelen’, vond Bart.

‘Wil je niet zo schreeuwen Sabine!’, verzocht Walter.

‘Houd je bek autist!’, gilde Sabine.

‘Sabine!’, riep Thea onthutst over de  woorden die haar dochter in de mond nam.

‘Ja, neem het maar weer voor Walter op’, jammerde Sabine.

‘Ik neem het niet voor Walter op.’

‘Je trekt Walter voor’, snikte Sabine.

‘Hoe kom je daar nou bij?’

Thea begon zich oprecht af te vragen of iedereen om haar heen nou gek was geworden, of dat zij zelf niet meer spoorde. Met haar ogen zocht ze steun bij Bart, maar hij zat te schokschouderen met zo’n blik van; ‘Ik zeg niks en aangezien jij mij niet steunt in de opvoeding van ‘onze’ kinderen, zoek je het voortaan ook verder maar lekker in je eentje uit. Voor wat, hoort wat!’

‘Mama trekt mij helemaal niet voor’, corrigeerde Walter zijn zus.

‘Walter bemoei je er niet mee’, gebood Bart.

‘Waarom mag Walter zich niet met de ruzie bemoeien? Hij woont hier toch ook?’

‘Zie je nou wel dat je Walter voortrekt?’

Dat was Bart weer.

‘Dus als ik het goed begrijp heeft Sabine zich op de barbecue misdragen omdat ik Walter voortrek’, schamperde Thea.

‘Dat heb ik niet gezegd’, begon Bart de onoverwinnelijke.

Thea eindigde de dreiging van zijn welles nietes spelletjes, waarmee hij haar in het verleden tot aan de rand van een zenuwinzinking gedreven had, door zich meteen maar gewonnen te geven.

‘Ik ga naar bed.’

’s Nachts om 1 uur 37 precies, zoals de rode cijfers van de wekkerradio weergaven, ontwaakte Thea uit haar staat van bewusteloosheid. Direct nadat ze eerder die avond haar bed in zicht had gekregen, was ze in deze milde coma geraakt. Prompt was ze vertrokken naar het zalige niets. Nu ontwaakte ze van top tot teen uitgedost in haar uitgaanskloffie bovenop het donsdeken naast een snurkende Bart. De rolgordijnen hingen halfstok en het slaapkamerraam stond op een kier. Buiten tsjirpten krekels. De nachtbrakers. Ze werden begeleid door het zwevende geluid van een ventilator die Bart voor het optimale effect aan het plafond bevestigd had met als resultaat een iel briesje en een kalmerende audiocompositie die zo nu en dan werd onderbroken door een voorbijrazende auto of bromfiets. Thea gloeide over haar hele lichaam. Haar verfomfaaide kleding  plakte aan haar bezwete lijf en ze loste om te beginnen de pumps door met het teengedeelte de hakken van haar gezwollen voeten vrij te wurmen. Haar mond was kurkdroog. Ze tastte vergeefs in de donkerte naar het flesje bronwater dat doorgaans op het nachtkastje klaar stond. Wel vond ze het knopje van het nachtlampje bij het hoofdeinde. Ze snakte naar kleur in dit duistere stilleven met de aanschijn van een zwart-witfoto. Na de omschakeling van beloken naar helder, schrok ze zich het leplazarus van Sabine die ineens naast haar bed oplichtte.     

‘Jezus Sabine, ik schrik me compleet lam. Hoelang sta je daar al!?’, bekwam Thea van de opdonder.

‘Hoelang is een Chinees en ik kan niet slapen mama’.

Het vertrouwde stemtimbre van Sabine beloofde dat ze terug was van weggeweest.

‘Het is ook bloedheet’, pufte Thea, terwijl ze moeizaam overeind kwam.

Sabine kroop naast Thea op bed.

‘Sorry, mama.’

‘Wat is er aan de hand?’, schrok Bart wakker.

‘Sabine zegt sorry.’

‘Nou ik ook, welterusten dan maar’.

Bart snurkte alweer. De geluksvogel. Sabine zocht de klamme hand van haar moeder.

‘Ik moest huilen toen je weg ging’, fluisterde ze.

‘Ik moest ook huilen toen ik weg ging’, bekende Thea.

‘Meester Joep wilde weten waar je gebleven was.’

‘Ah ha, dus hij heeft me wel gezien.’

‘Wie?’

‘Meester Joep.’

‘Iedereen heeft je gezien; je was er toch?!’

‘Waarom deed iedereen dan net of ze me niet zagen?’

‘Weet ik niet, dat vond ik ook stom. De hele barbecue was stom.’

‘Heb je wel lekker gegeten?’

‘Jawel, gewoon, niks bijzonders.’

‘Hebben jullie; ‘Kijk eens naar die leuke klas van Joep’ nog gezongen?’

‘Nee, dat doen we toch morgen in de klas zonder ouders.’

‘Durf je morgen nog wel zonder juffrouw Rita?’

‘Ja.’

Sabine was zekerder van haar zaak dan ooit tevoren.

‘Dat vroeg juffrouw Rita vanavond ook.’

‘Wat vroeg juffrouw Rita ook?’

‘Of ik morgen nog wel ‘Kijk eens even naar die leuke klas van Joep’ wilde zingen.’

‘Was juffrouw Rita dan ook op de barbecue?’

‘Ja, en juffrouw Siepie ook. Meester Joep en juffrouw Siepie zijn een stelletje.’

‘Ieuw, vast niet.’

Meester Joep kon nog wel door de beugel maar Siepie niet. Niet iedereen is gezegend met de x-factor, maar vaker wel dan niet heft een aangename persoonlijkheid elke onesthetische aanschijn op. Siepie was de uitzondering die de regel bevestigde.

‘Wel waar, Ronnie heeft ze zien zoenen achter de barbecue.’

‘Het was vast niet meer dan een afscheidszoentje.’

‘Ze tongden.’

‘Gatver.’

‘Krijg ik een ijsje?’

‘Welja, het is 2.00 uur in de morgen’, lachte Thea.

‘Een waterijsje uit de diepvries.’

‘Ach, waarom ook niet’, gaf Thea toe.

Walter lustte ook wel een ijsje in het holst van de nacht. Pas om 3.30 uur legde Thea haar koele hoofd weer op het kussen naast Bart die nog steeds lag te gonzen als een stoptrein; met dan weer korte en dan weer lange tussenhaltes. Thea porde hem tegen zijn schouder in de hoop dat hij zich in een geruisloze houding zou draaien. Bart protesteerde iets onverstaanbaars in zijn slaap en wierp zich met het gewenste effect op zijn zij. Een lauwe douche had de lichaamstemperatuur van Thea en de kinderen weer naar normale hoogte gereduceerd. Zojuist hadden ze gedrieën tegelijkertijd de tanden gepoetst en Sabine gedroeg zich gedurende het hele pyjamafeest voorbeeldig ten opzichte van haar broertje bij wijze van excuus voor haar onnodig felle uitval in zijn richting.

‘Je bent zelf een autist’, zei Walter nog met terugwerkende kracht.

‘Het is goed nu Walter’, suste Thea, terwijl ze het licht uitdeed.

Veel te vroeg hing Thea de volgende vrijdagmiddag aan de straatkant tegen het gietijzeren hekwerk rond het speelplein van De Wielewaal. Pas over 15 minuten waren de kinderen van De Wielewaal dat schooljaar voor het laatst uit. Na de zomervakantie ging Sabine naar plofklas 7 bij juffrouw Rita en juffrouw Siepie en was Walter over naar groep 6 bij juffrouw Marijke. De zon had zich de hele dag nog niet laten zien, maar het was drukkend warm en een verkwikkend onweersbuitje zou niet verkeerd zijn wat Thea aanging. Volgens de buienradar was de kans op wat regen de komende uren echter nihil. Althans dat was de strekking van de conversatie tussen 2 moeders die al op het speelplein stonden toen Thea arriveerde. Thea kon niet beoordelen of de 2 andere moeders thans ook vroeger dan normaal het speelplein onveilig maakten. Ze was meestal zelf net op tijd en vaak gaf ze er de voorkeur aan om in de auto af te wachten totdat Sabine en Walter naar haar toe kwamen. Beter dan zich als aangeschoten wild tussen de hongerige opperouders op het speelplein te begeven. Vandaar dat Thea dus geen flauwe notie had van wie er normaliter op dit tijdsstip op het speelplein van De Wielewaal rondhing en wie niet. Misschien hoorden die 2 moeders wel elke dag vanaf 15.00 uur op het speelplein thuis. Wie weet stonden ze er wel het hele schooljaar door op elk uur van iedere werkdag! Overblijfmoeders! Hoe dan ook; vandaag had Thea niet genoeg zitvlees om in haar Renault te blijven wachten op de komst van haar kroost, maar ze beliefde zich dus evenmin in de gevarenzone te begeven. Ze stond op veilige afstand en koekeloerde van de buitenkant door de afrastering naar het speelplein dat zoetjesaan bevolkt raakte met steeds meer ouders. De zenuwen over de uitvoering van het afscheidsliedje van meester Joep speelde Thea parten. Thea controleerde haar telefoon. Het was 15 uur 10. Nog 5 minuten en de uitslag zou bekend zijn. Alsof groep 6 deelnam aan het Eurovisie Songfestival. Sabine was de orkestleidster. Thea werd ineens in gedachten in de tijd teruggeworpen naar de begrafenis van Joop. Joop was de vader van Tim en de echtgenoot van weduwe Jenny. Tim was al sinds jaar en dag het klasgenootje en vriendje van Walter. De begrafenis van Joop werd gehouden onder schooltijd en de klas van Tim was voltallig in de kerk aanwezig. De toenmalige groep 3 zong ook een afscheidsliedje voor Joop. De sterren van de hemel! Als de dag van gisteren herinnerde Thea zich nog het louterende effect van de 25 heldere stemmetjes in een ontwapenende samenzang die als een verfrissende waterval over de beladen sfeer van de begrafenis stroomde. Door de herbeleving van de nagedachtenis alleen al trokken de koude rillingen wederom over haar rug. Ondanks het broeierige weer. Eenzelfde soort ontroering en iets van soelaas zou groep 6 ook weleens in het hier en nu bij meester Joep kunnen  bieden. De algehele dringende behoefte aan verlichting hing in de drukkende lucht. De lome impuls versterkte de lethargie van de opperouders die inmiddels onder het halve oog van Thea als schapen in de wei, gemengd tussen de normale papa’s en mama’s en verzorgers, langzaam maar zeker de hekken van het speelplein binnen druppelden en de ruimte zij aan zij opvulden. Moira, Hanneke, Maud, Greet, Evelien, Marit, Jelle, Jenny, Harry, Marloes, Dimpf; één voor één sjokten ze aan Thea voorbij het speelplein op zonder een teken van herkenning. Elkaar vonden de opperouders en hun gevolg gauw genoeg. In het zicht van Thea en andere noodzakelijke toeschouwers bleef de gebruikelijke uitvoering van rituele sociale omgangsvormen door de zeurzwerm niet lang uit. De barbecue was geweest en nu was het jaarlijkse speeltuinfeest ter afsluiting van het basisschooljaar op De Wielewaal van die avond aan de orde. De buurtspeeltuin was al helemaal voorbereid op de traditiegetrouwe gebeurtenis met kraampjes waarop allerlei zelf gemaakte – of zelf gekochte - lekkernijen werden uitgestald ter gratis consumptie. De geschonken alcohol moest wel uit eigen zak betaald worden door de ouders, terwijl de kinderen van De Wielewaal in de speeltuin speelden. Het zou een ramp zijn als deze feestelijkheden in het water zouden vallen. Vandaar die buienradar. De locatie van een lage drukgebied werd onophoudelijk gegoogeld, bekeken en besproken. Zolang we het maar droog hielden dan zou niemand de opperouders horen klagen.

Sabine dook net zo plotseling voor de neus van Thea op als ze de nacht daarvoor ineens naast haar bed had gestaan.

‘Mama, mama, meester Joep heeft mij een zoentje gegeven’, riep Sabine opgewonden, terwijl ze met een vlakke hand illustratief de bewuste plek op haar wang opwreef.  

Nieuwsgierig boog Thea zich over naar haar dochter. Haar gezichtje was bezweet en rood van opwinding. De wijnvlekjes op haar linker jukbeen en ooglid sloegen pimpelpaars uit van consternatie:

‘Ging het goed?’

‘Ja, ja, hij heeft me gezoend.’

‘Jullie allemaal?’

‘Nee, alleen mij, omdat ik het liedje deed. En ik heb hem aan het einde het cadeautje gegeven. De lijst met de tekstfoto.’

Sabine stond te trappelen van opwinding. Thea probeerde haar aan haar schouders tot stilstand te brengen.

‘Hij huilde ook.’

‘Wie.’

‘Meester Joep’

‘Dus hij was echt verrast?’

Plotseling maakte Sabine pas op plaats en bezon zich bedachtzaam:

‘Dat weet ik niet.’

‘Hoe laat ben je begonnen?’

‘Toen de kleine wijzer op 3 stond en de grote wijzer op 12.’

‘Wist iedereen wat hij of zij moest doen?’

‘Ja, en Kasper deed niet eens vervelend. Iedereen zong gewoon mee. Meester Joep vroeg nog wel wat ik van plan was toen ik de karaoke cd met de muziek van ‘Toveren’ in de cd-speler deed, maar ik verklapte lekker niks.’

‘En toen?’

‘Toen zongen wij en meester Joep moest huilen.’

‘En toen en toen?’

Thea zou willen dat ze een kant en klare reportage van het chronologische verloop van de gebeurtenissen versneld uit Sabine kon husselen door de schoudergreep te verstevigen. Het kleine meisje reageerde met twinkelende ogen en een ontwijkend antwoord:

‘En toen pakte meester Joep het cadeau van de liedjestekst in de lijst uit.’

‘Ja?’

‘Hij snotterde heel erg en hij haalde zijn neus op. Dat vind jij toch vies mama? Wij moeten toch snuiten in een papieren zakdoekje of een stukje toiletpapier van jou?’

‘Ja, bah, vies, maar zei hij verder nog wat?’

Geamuseerd laste Sabine een korte pauze in. Als een lappen pop met een slap bovenlichaam liet ze zich door haar moeder aan haar schouders heen en weer deinen.

‘Hij vroeg of ik het cadeau en het afscheidslied helemaal zelf gemaakt had.’

‘En toen zei jij ja?!’, nam Thea tevreden als vanzelfsprekend aan.

‘Nee, ik zei dat de muziekjuf Rita en jij me geholpen hadden.’

‘En groep 6 natuurlijk door zo prachtig mee te zingen’, vulde ineens een tweede, ontroerde bibberstem de opsomming van Sabine aan.

Uit onverwachte hoek. Thea keek naar opzij in de richting van het huilgeluid en daarmee in het geëmotioneerde gezicht van meester Joep. Hij had zijn weldoenster eindelijk gevonden. Net buiten het hekwerk om het speelplein van De Wielewaal waar de sensatiebeluste opperouders de koers van meester Joep en Thea van een afstand konden volgen. Meester Joep bleef Thea verweesd aanstaren met een dwepende hush puppy uitdrukking in zijn weke ogen. Ongemakkelijk zocht Thea naar woorden. Haar fantasie liet haar even in de steek:

‘Nou, veel plezier op jouw wereldreis naar Nieuw-Zeeland dan maar, zou ik zeggen’.

Uitgerekend hem had ze hier niet aan haar zijde verwacht. Zo dicht in de buurt van de almachtige opperouders. Meester Joep moest wel bijzonder onder de indruk zijn geweest van het afscheidsliedje. Missie geslaagd. Meer dan succesvol zelfs, want zijn persoonlijke bedankje bood Thea een uitgelezen kans op revanche. Dat wel. Geen enkele reden om meester Joep te ontzien. Hij had Sabine net iets te vaak laten vallen ten behoeve van zijn eigen imago bij de opperouders. Meester Joep had zelfs bijna een wig tussen moeder en dochter gedreven. Al dan niet bewust. Voor de eindbeoordeling van Thea maakte dat geen verschil, want mocht meester Joep expres geprobeerd hebben om zijn 9 jarige leerlinge Sabine tegen haar moeder op te zetten dan was hij een waardeloze onderwijzer. Zou hij Sabine echter per ongeluk op het verkeerde been hebben gezet, dan was hij nog steeds geen knip voor zijn neus waard. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Of, voor Thea’s part,  in de backpack van meester Joep op weg naar Nieuw-Zeeland. Alzo ging Thea heel gedurfd oog in oog met meester Joep staan en stak uitnodigend haar hand naar hem uit die hij gretig naar zich toe trok. Daarna aarzelde Thea geen moment en drukte een vette, secondenlange tongsmakkerd door de  drassige lippen van meester Joep. De stoppels op zijn vochtige, ongeschoren, zilte mondgebied prikkelden aan haar lippen en het puntje van haar neus. Een finale kreet van verontwaardiging golfde door bedompte Wielewaallucht en wakkerde het beest in Thea nog verder aan. De handgreep van meester Joep verslapte. Met een klinkende klets op de strakke bilpartij van meester Joep werkte Thea haar klapstuk verder af. Vervolgens zorgden Sabine en Thea dat ze als de wiedeweerga wegkwamen in de Renault waarvan de ingezeten Walter met zijn vooruitziende blik de portieren  alvast voor hen open had gedaan.

 

HOOFDSTUK 34.

Vlak voor de komst van de 3de huiswerksterkklant op die doordeweekse dinsdagmiddag, wipt Sabine ineens de bijkeuken binnen. Ze heeft haar IPhone in de hand. Demonstratief houdt ze Thea een foto op het beeldschermpje voor. Thea knijpt haar ogen tot spleetjes en tast naar haar bril die doorgaans klaar voor gebruik aan een touwtje om haar nek hangt. 

‘Je bril staat op je hoofd’, helpt Sabine gelaten.

Thea ziet een profielfoto van een meisje met een hoofddoek. Ze kijkt Sabine argeloos aan.

‘Ik herkende haar eerst ook niet’, bekent Sabine ongeduldig.

Thea neemt de IPhone van haar dochter over en inspecteert de foto nauwkeuriger van dichterbij.

‘Is dat Zarah?’

Zwijgend neemt Sabine tegenover haar moeder aan de werktafel plaats en knikt.

‘Is het een grap?’, hoopt Thea.

Verslagen schudt Sabine haar hoofd.

‘Vorig jaar, in het eerste jaar van de middelbare school, droeg ze toch ook nog geen hoofddoek?’

Thea staat versteld van het effect van zo’n simpel lapje stof. Ze heeft tijd nodig om het beeld van Zarah met hoofddoek te verwerken. Op het eerste gezicht ziet de gehoofddoekte Zarah eruit alsof ze haar achterland met alles erop en eraan – inclusief Sabine en Thea - opgeheven heeft, om toe te treden tot een wereld waarin een Westerse georiënteerde vrouw in wording niets te zoeken heeft. Waarom zou Zarah dat doen, terwijl ze keihard op weg was om het paradigma van een hedendaagse geëmancipeerde moslima te worden?

‘Hijab’, verbetert Sabine droog.

‘Pardon?’

‘Geen hoofddoek maar een hijab’.

De spottende ondertoon van Sabine’s repliek ontgaat Thea niet.

‘Hoe lang al?’

De klankkleur van de vraag is deprimerend. Toch is het niet zo dat Zarah aan een of andere ongeneselijke ziekte leidt. Alhoewel de onaangename sensatie die de schielijke hijab van Zarah oproept, wat Thea betreft, wel vergelijkbaar is met de gangbare eerste reactie rond de bekendmaking van een onherroepelijke kwaal van een naaste.

‘De laatste keer dat ik haar zag, was ze nog normaal. Maar dat is alweer bijna een jaar geleden. We zijn uit elkaar gegroeid.’

Thea doet een poging om de pijn van de verwijdering voor Sabine te verzachten:

‘Eigenlijk is dat ook wel logisch. Zeker als je bijna 14 jaar bent. Jullie ontmoeten zoveel verschillende leeftijdgenoten en dan bezoeken jullie ook nog uiteenlopende middelbare scholen.’

‘Dat weet ik wel, maar hoe langer de pauzes tussen onze afspraken, hoe ongemakkelijker ik me voel. Zarah begint steeds minder op zichzelf te lijken, zeg maar’, peinst Sabine alsof ze zich schuldig voelt.

‘Zag je die hijab dan niet aankomen?’

Thea’s uitspraak van ‘die hijab’ laat zich aanhoren als een relatiebreuk.

‘Nee, ze heeft een Nederlandse stiefvader die geen moslim is, alleen maar zussen en een piepklein broertje.’

‘Die vat ik even niet’.

‘De meeste meiden met een hijab bij mij op school dragen dat ding enkel en alleen maar altijd en overal buitenshuis uit angst voor hun vader en broers.’

‘Zeggen ze dat?’, wil Thea geïntrigeerd weten.

‘Nee, maar dat merk je. Zodra er geen mannen in de buurt zijn, bijvoorbeeld in het kleedlokaal van de gymzaal, dat gaat de hijab losser om het hoofd. En de meisjes klagen onderling dat de hoofddoek warm is en irriteert.’

‘Ja, dat leek mij dus ook al. Maar ja, altijd een knellende bh dragen went ook. Dus het zal er wel bij horen denk ik dan’, verzucht Thea mild met de bedoeling om haar dochter niet af te schrikken tot het delen van nog meer eventuele wetenswaardigheden – van horen zeggen - op hoofddoekgebied.

‘Ja’, lacht Sabine en ze vervolgt:

‘Of een te strakke stropdas. Daar denk ik vaak aan in vergelijking met een hijab. Ik weet ook van een paar Marokkaanse meiden bij mij op school dat ze soms best wel even met hun haren in de wind willen.’

‘Blootshoofds’, vult Thea aan.

Sabine gooit haar haardos in de nek en woelt door haar lokken. Ze heeft haar hoofd zojuist bevrijd van een denkbeeldige, verstikkende doek. De nieuwsgierigheid van Thea is eerder verder aangewakkerd door de ontboezemingen van Sabine dan bevredigd.

‘Heb je die meisjes dan ook echt nooit zonder hoofddoek gezien? Ook niet in de kleedkamer van de gymzaal?’

‘Nee, nee, nooit.’

‘Zoveel wantrouwen?’

‘Nee, juist niet. Niet jegens mij, of andere ongelovigen. Maar ze zijn bang voor elkaar. Dat de ene de andere moslima thuis verraadt. Dan zijn de rapen gaar heb ik begrepen.’

‘Zeg jij nou ongelovigen?’

‘Ja, daar worden niet moslims mee bedoeld.’

‘Ja, maar niet moslims zijn niet automatisch atheïsten. Jij bent gedoopt Sabine. En je hebt je communie gedaan. Je bent katholiek van huis uit. Laat jij je zomaar ongelovig noemen?’

‘Mam, echt doe niet zo dramatisch; ik probeer gewoon geen aandacht te besteden aan dat hoofddoekgedoe. Die meiden hebben het al moeilijk genoeg.’

‘Waarmee dan?’

Thea zit op het puntje van haar klapstoel.

‘Met hun thuissituatie. Slaan is bijvoorbeeld heel gewoon in de islam. Vooral vaders en broers hebben losse handjes, maar  Marokkaanse moeders meppen ook. Bij voorkeur met een slipper.’

‘Het zal wel meevallen’.

‘De moeder van Zarah sloeg ook met een slipper.’

‘Echt?’

‘Eén keer keihard tegen het hoofd van het oudste zusje van Zarah.’

‘Adiva?’

‘Ja.’

‘Ze had toch 2 zusjes?’

‘Ja, Adiva en Erum.’

‘Dragen zij nou ook een hoofddoek?’

‘Ik geloof het wel. Er stond zoiets boven een andere foto van Zarah. Niet op Instagram, maar op Facebook. Wacht ik zoek even.’

Zodra Sabine haar IPhone weer terug in handen heeft, rept ze vaardig met haar rechterduim over het touchscreen en de toetsen totdat ze de bewuste foto gevonden heeft. Het is een groepsfoto van alleen maar hoofddoeken opgevuld met de dik beschilderde gezichten van 3 prachtige jonge meiden en een ietwat oudere moslima. Thea herkent Zarah, Adiva, Erum en mis Moslima. Oftewel Dalila. De moeder van het drietal. Alle 4 de dames lachen hun blinkende, witte tanden bloot. De 4 paar ogen fonkelen. De familie is thuisgekomen.

‘De visitekaartjes voor de tandartsenpraktijk van de tweede echtgenoot van Dalila en de stiefvader van haar 3 meiden’, raadt Thea.

‘Want?’

‘Hij is toch tandarts?’

‘Ja, maar geen moslim.’

‘Trouwens haar ouders gaan scheiden.’

‘Twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen.’

Sabine snapt niet dat haar moeder grappig wil zijn.

‘De stiefvader van Zarah is ook een ongelovige.’

‘Dus nu al een scheiding? Vanwege die hoofddoeken?’

‘Hoe moet ik dat nou weten?’, roept Sabine vertwijfeld uit.

‘Misschien draagt Dalila wel een hoofddoek om haar aanstaande ex-man te tergen? En natuurlijk sleurt ze haar 3 dochters mee in zo’n vechtscheiding. Ik zie haar er goed voor aan. Al was het alleen maar om hun gezamenlijke zoontje – baby Makin – de patriarchale geneugten van de islam te laten proeven.’

‘Mam, je bazelt. De patriarchale wat? Trouwens Makin is al 4 jaar. Hij is geen baby meer, maar een kleuter.’

‘Het lijkt me voor een man wel leuk om een moslim te zijn, bedoel ik. Sinds 4 jaar heeft Dalila eindelijk een zoon. Volgens mij offert ze zonder pardon haar 3 meiden op aan de status van haar kleuter en daarmee van zichzelf als zijn moeder. Makin is het gouden kind.’

‘Ach, net als Walter’, grapt Sabine.

‘Ben maar blij dat je geen hoofddoek op moet van je vader’, antwoordt Thea evengoed gekscherend.

‘Ja, en ik ben ook heel dankbaar dat jij niet met slippers gooit’, weet Sabine droog.

‘Maar effe serieus mam, je kunt ook gewoon lezen wat Zarah boven haar foto heeft gezet in plaats van erop los te fantaseren. Zarah geeft namelijk tekst en uitleg over haar jihab.’

‘Laat zien!’, commandeert Thea, terwijl ze de IPhone wederom van Sabine overneemt.

Ze leest:

‘Vrouwen moeten een jihab dragen omdat dit van Allah moet. Wij zijn allemaal verplicht om Allah te gehoorzamen in alles wat HIJ van ons vraagt. Dit laatste geldt zowel voor mannen als voor vrouwen. Het maakt niet uit of hier een reden voor is gegeven of niet, wij moeten Allah altijd gehoorzamen, zodat Allah tevreden met ons zal zijn en wij het Paradijs binnen mogen gaan om daar voor eeuwig te genieten. In het Paradijs zullen wij niet meer worden getest. We hoeven dan bijvoorbeeld niet meer te bidden, te vasten, de bedevaart te verrichten enz.

Daarnaast kunnen wij jou vertellen dat de reden waarom vrouwen een jihab moeten dragen, duidelijk is. Zij moet hiermee datgene wat haar mooi en aantrekkelijk maakt bedekken voor alle mannen, behalve voor haar vader, haar broer, oom en zoon, zodat geen van hen in de fout gaat…

Vandaag de dag kunnen wij de gevolgen van het niet dragen van islamitische kleding en het vrij omgaan van mannen en vrouwen met elkaar overal om ons heen zien. Zo is het aantal misdaden tegen vrouwen toegenomen in landen waar alles mag en kan.’

‘Ow My God’, concludeert Thea.

Ze overhandigt de IPhone weer aan Sabine die zuchtend een besluit neemt:

‘Ik ga huiswerk maken’.

‘Ik ook, zodra mijn klantje gearriveerd is. Meneer is laat’, antwoordt Thea.

Sabine aarzelt in de deuropening.

‘Het past niet bij Zarah’, zegt ze nog.

‘Nee, helemaal niet.’

‘Zij was de enige die me op school opving, toen ik voor het eerst ongesteld was.’

‘Daar moest ik ook aan denken’.

Sabine en Thea komen elkaar glimlachend tegemoet in een herinnering aan 3 jaar geleden. Sabine was 10 jaar en nog wat maanden en zat in plofklas 7. Oorspronkelijk bij het onderwijzeressen duo Siepie en Rita.  Maar al na een tiental weken had ervaren partij – juffrouw Rita dus -  de bomvolle groep 7 in overspannen toestand voor onbeperkte tijd verlaten. Plofgroep 7 stond dan ook vanaf het eerste uur op exploderen. Juffrouw Siepie liet zich echter niet omver blazen. Dat wil zeggen voor de helft van de werkweek. Voor de andere helft kreeg juffrouw Siepie, na de aftocht van juffrouw Rita, versterking van een inval juf die nog jonger was dan de volhardende partij. Ook had de inval juf nog minder ervaring dan juffrouw Siepie. Op de werkdagen waarop de nieuwe inval juf niet voor de plofklas stond, zat ze namelijk zelf nog in de schoolbanken. De schoolbanken van de pedagogische academie. Haar naam was Lola. Vanaf het moment dat haar naam Thea ter ore, jengelde bij elke ontmoeting met juffrouw Lola in groep zeven, de gelijknamige oorwurm in de uitvoering van de Engelse popgroep ‘The Kinks’ uit 1970 in haar hoofd:

‘Lola, Lololololola.’

’s Morgens tijdens het wegbrengen puilde de wanorde en het tumult van groep 7 als het ware uit de openstaande deur van het klaslokaal. De algehele ontreddering kwam elke schooldag weer op Thea af als een chaotische lawine die haar, nadat ze haar kinderen had afgezet, de gangen van De Wielewaal niet uit loosde, maar joeg. Sabine daarentegen vond groep 7 een verademing na haar ervaringen met de pretentieuze combiklas van Jeewee en de verstikkende, bezitterigheid van meester Joep. Bart en Thea dachten dat hun dochter eindelijk de kans kreeg  - en greep -  om op adem te komen. Ze hoopten dat Sabine onderdeel was geworden van een groot geheel; en dat ze in groep 7 lekker met de stroom meedreef. Alsof de leerstof als vanzelf en bijna ongemerkt in het hoofd van Sabine neerdaalde en haar grijze hersencellen langzaam maar zeker opfleurden in alle kleuren van de regenboog. En waarom niet? Het was de manier waarop zowel Bart als Thea zich het verloop van de eigen basisschooljaren herinnerden. Giga klassen en een automatisch leerproces. De geoliede, pragmatische schoolmachine van ruim 35 jaar geleden. Ouderwets en achterhaald en tegenwoordig helemaal niet aan de orde bij Sabine. Veel te laat realiseerden Bart en Thea zich waarom Sabine in werkelijkheid moeiteloos leek op te gaan in het dagelijkse reilen en zeilen van groep 7. Sabine kon bij juffrouw Siepie doen en laten waar ze zin in had. Ze was ergens achterin het klaslokaal van de uit de kluiten gewassen groep 7 geplant en kon stiekem spelletjes doen op haar telefoon, kauwgum kauwen, kauwgomballetjes onder haar lessenaar plakken, de Tina en de Fasionista van achter naar voren lezen en weer terug, 20 keer op een schooldag naar het toilet gaan of uit het raam kijken en dagdromen; haar taken afmaken; opletten; een middagdutje doen. Of niet. Het maakte allemaal niets uit, omdat Sabine door juffrouw Siepie werd genegeerd en aan haar lot overgelaten. Juffrouw Siepie hield zich niet bezig met terughoudende leerlingen. Met haar beperkte vermogens richtte ze zich volledig op kinderen uit de plusgroep en haar reserves waren voor het restant van de kinderen dat door hun opperouders naar voren werd geschoven.

Jammer voor Sabine en nog een handjevol verstotenen uit groep 7. Moesten ze er ook maar wat harder aan trekken! Eigen schuld, want juffrouw Siepie had in groep 7 van De Wielewaal schaamteloos verkondigd dat ze zelf hoogbegaafd ‘geworden’  was door hard te blokken. Daarmee was voor haar vertroetelingetjes meteen duidelijk wat er van hen verwacht werd.

Maar hoogbegaafd of niet, juffrouw Siepie was kennelijk niet in staat om elk kind uit haar groep naar waarde in te schatten. De maakbare intelligentie van juffrouw Siepie was het enige dat telde in het zevende schooljaar van Sabine. Daar kon zelfs een beproefde onderwijzeres als juffrouw Rita niet tegenop. En dat terwijl ze oorspronkelijk nog wel alle zeilen had bijgezet om de samenwerking met haar wederhelft in groep 7 tot een succes te maken en om de meest contrasterende verschillen met het ondoordachte stramien van juffrouw Siepie glad te trekken. Te beginnen bij Thea. Het was duidelijk dat juffrouw Rita instructies had gekregen van hogerhand om de schijn van een mogelijke sympathie tussen haar en een specifieke ouder te ontkrachten. Anders gezegd: Juffrouw Rita neigde  teveel in de richting van Thea. Leerkrachten moesten neutraal blijven. Alsof de opperouders met hun status aparte niet standaard voorgetrokken werd door het docententeam van De Wielewaal. Hoe dan ook directrice Willy Bakbruin en juffrouw Siepie konden duidelijk niet wachten om juffrouw Rita en daarmee Thea onder de duim te krijgen. De dochter van Thea uit groep 7 zat immers niet meer langer alleen bij juffrouw Rita in een lullige schoolband, maar ook in haar plofklas. Sabine kwam te dicht bij en juffrouw Siepie was er ook nog! Ergo; in de wandelgangen van De Wielewaal werden geluiden opgevangen over Thea en juffrouw Rita die elkaar de hand boven het hoofd hielden. Waarin, waarom en meer van dat soort open vragen bleven onbeantwoord, maar de vermeende samenzwering tussen Thea en juffrouw Rita bij de affaire met het afscheidsliedje van meester Joep had de geruchtenstroom niet bepaald gestremd. Thea en juffrouw Rita hadden wat samen. Daar kon iedere buitenstaander gevoeglijk vanuit gaan. Van horen zeggen weliswaar; maar dat betekende nog niet dat juffrouw Rita haar voorkeursbeleid op eigen houtje kon maken ten opzichte van haar collega’s en de opperouders. Zo werd er druk op het geweten van juffrouw Rita uitgeoefend. Ze moest kiezen. Beter niet voor Thea welteverstaan.

Alsof Thea op de vriendschap van juffrouw Rita zat te wachten. Ze vond de oude muziekjuf Rita weliswaar minder irritant dan de windbuilen op De Wielewaal; maar niemand moest zich verplicht voelen om Thea daarom ten huwelijk te vragen. Of Thea toch even een babbeltje wilde komen maken met juffrouw Rita? Afsluitend zou juffrouw Rita het fijn vinden als er voor de goede verstandhouding wat puntjes op de i gezet konden worden. Afsluitend van wat? Het zou Thea benieuwen welke conclusie al meteen in de eerste week van het nieuwe schooljaar getrokken zou gaan worden?

Temeer daar juffrouw Rita zich vanaf het eerste wederzien met Thea in het klaslokaal van groep 7 van Sabine een afstandelijke houding aanmat. Thea verbaasde zich over  de arrogante pose die ze niet van Rita kende en die de gewoonlijk zo verstrooide schooljuffrouw van top tot teen misvormde. Helemaal op haar gemak leek juffrouw Rita ook niet met haar nieuwe ik en Thea betrapte haar een paar keer op een zoekende, hulpbehoevende oogopslag. Juffrouw Rita keek weg zodra ze zich realiseerde wie haar monsterde. Thea was geen vriendinnenmateriaal meer. Waarom ook weer? In ieder geval was juffrouw Rita zichtbaar niet bijster blij dat Thea haar publiekelijk aansprak voor aanvang van de lessen in het klaslokaal van groep 7 tijdens het wegbrengen van Sabine. Nota bene op de woensdag van het geplande gesprek in de eerste schoolweek na de zomervakantie. Thea had ook even kunnen wachten totdat ze onder ons waren. Zonder pottenkijkers. Alleen zou Thea niet weten waarom!? Toen juffrouw Rita haar ook nog middenin een vraag leukweg de rug toekeerde, wist Thea helemaal niet meer waar ze het zoeken moest. Attent richtte juffrouw Rita zich op de opdringerige adoptiemoeder van Nia. Die aandachtsjunk zou eens een keer niet iets te mekkeren hebben. Thea bleef ostentatief staan afwachten tot ze verder kon met het inwinnen van informatie over de geoorloofde traktaties voor de aanstaande 10de verjaardag van Sabine. Ze was geëindigd bij aardbeien op beschuiten. Op dit punt had de moeder van Nia haar gestoord. Nou was het alleen nog de vraag of er ook slagroom op mocht. Op de beschuiten met aardbeien. Maar de oppermoeder van Nia overschaduwde Thea met geen enkele reserve en Juffrouw Rita liet zich zonder pardon intimideren. Thea en de eerstvolgende schoolverjaardag in groep 7 van Sabine bestonden niet meer in de ogen van juffrouw Rita. Maar dat wilde nog niet zeggen dat Thea in werkelijkheid daardoor ook maar meteen automatisch wegkwijnde. Tot ontsteltenis van juffrouw Rita liet Thea zich gewoon gelden in het bijzijn van bijna alle alom gevreesde opperouders van de kinderen uit de 35 koppige,  prille plofklas. Geen halve maatregelen. Juffrouw Rita had het van Thea kunnen verwachten. Zeker als ze zich daadwerkelijk zo intens tussen de incrowd had begeven als ze de buitenwereld met haar nieuw, zelf opgelegde, cachet van de perfecte, multifunctionele onderwijzeres wilde doen geloven. In werkelijkheid had ze haar ogen niet de juiste kost gegeven en haar oor nog geen seconde te luisteren gelegd voor roddel en achterklap. Zulks interesseerde juffrouw Rita namelijk in wezen niets. Ze zou niet weten waar te beginnen met netwerken. Dat was één van de redenen waarom Thea haar in eerste instantie wel aardig had gevonden. In tweede instantie stond de huidige imitatiejuffrouw Rita haar des te heftiger tegen. Thea had geen zin in een schimmenspel.

‘Goed Rita, dan luister je niet, maar ik spreek je in ieder geval vanmiddag na school’.

‘Hoezo wat is er dan vanmiddag na school?’, vroeg Greet; de moeder van het huilmeisje Mathilde.

Ze kwam net het klaslokaal binnen. In een olijke bui. Mathilde duwde ze voor zich uit, terwijl het kind zich achterwaarts met haar knokige schouderbladen tegen de vlakke, opgehouden handen met gespreide vingers van haar moeder afzette en landerig het ene been voor het andere plaatste. Sinds kort huilde Mathilde niet meer vlak na binnenkomst in het klaslokaal. Het was ook zoetjesaan hoog tijd. Toch was Mathilde zichtbaar nog steeds niet erg happig op het lesprogramma. Maar moeder Greet was sterker. Op die manier zou Mathilde nooit een autonoom functionerend mens worden. Thea prees zich weer eens gelukkig met haar eigenzinnige kroost en verzuchtte in gedachten:

‘Godzijdank is Mathilde niet mijn pakkie an’.

‘Heb ik iets gemist?’

Greet gluurde achterdochtig tussen de menigte ouders en kinderen alsof het antwoord op haar vraag letterlijk ergens in het klaslokaal van groep 7 verstopt lag.

‘Ik heb vanmiddag een afspraak met juffrouw Rita’, verduidelijkte Thea niet mis te verstaan.

Tot ongenoegen van juffrouw Rita die haar wenkbrauwen fronste en over de schouder van de pratende aandachtsjunk verontrust de reactie van Greet oftewel de moeder van het huilmeisje Mathilde afwachtte.

‘Moet ik daar bij zijn?’, vroeg Greet op een gestreste toon.

‘Dat moet jij weten’, grijnsde Thea.

‘Nee, natuurlijk niet, Greet. Deze bijeenkomst is weer alleen tussen Rita en Thea’, zinspeelde Moira, de moeder van Kaspertje.

‘Het is een complot’, dikte Thea aan.

‘Denk je soms dat je grappig bent Thea?’ wilde Moira niet weten.

Ze had hoorbaar al haar moed bijeen geraapt. Voor het eerst na het allerlaatste, schofterige mailtje van Thea sprak Moira de moeder van Sabine en Walter indirect aan. Thea’s toespelingen over zogenaamde diefstal van het afscheidsliedje voor Joep en Moira’s vermeende ongezonde interesse in de bedoelde piepjonge onderwijzer, die qua leeftijd makkelijk haar zoon had kunnen zijn, hadden de deur tot haar welwillendheid jegens dit mens uit de onderlaag van de pikorde voor eens en altijd  dichtgedaan. Thea moest boeten. Moira wist nog niet hoe; maar deze belegen snol zou hoe dan ook door haar – oermoeder van Kasper en Bob -  publiekelijk een kopje kleiner gemaakt worden.

Vruchteloos probeerde Thea de ogen van Moira te vinden, maar ze was ineens heel begaan met Kasper die zijn moeder daardoor even niet meer herkende. Spottend wist Thea de onverdeelde aandacht van alle aanwezige volwassenen in de plofklas toch weer te regisseren door oermoeder Moira opnieuw openlijk af te vallen.

‘Ik denk niet alleen dat ik grappig ben Moira; dat weet ik wel zeker’.

Voor het oog en oor van de buitenwacht had Thea – alweer – gewonnen. Laat dat maar aan haar over. Tegen welke prijs eigenlijk? Ze won niet aan aanzien, want hoe meer Thea zich openlijk verzette tegen één megamoeder of meerdere opperouders tegelijk, hoe groter de wederzijdse weerzin. Ook hield ze geen goed gevoel over aan haar provocaties op De Wielewaal, want Thea stond alleen in de negatieve belangstelling die onafgebroken door de wandelgangen van De Wielewaal woekerde. Als vanzelfsprekend kon ze op steun en gehoor van Bart rekenen. Ze kreeg zelfs allerlei onuitgesproken signalen die erop duidden dat meerdere normale papa’s en mama’s de roemruchte persoon van Tirannieke Thea stiekem niet vijandig gezind waren. Tekens zoals schouderklopjes en kipoogjes en altijd volop vriendjes en vriendinnetjes voor Walter en Sabine bij haar thuis te spelen. Tevens nam de toeloop van Huiswerksterkklanten eerder toe dan af in de loop van de basisschooljaren van Walter en Sabine. Echter om allerlei redenen die Thea niet aangingen staken deze medestanders meestal liever niet de nek uit op cruciale momenten, zodat het vijandige kamp de schone schijn gegarandeerd mee had. Misschien ging iedereen ten langen lesten wel alleen voor zichzelf en werd zo tot een voorbeeld voor de achterblijvers. In dat licht dacht Thea nog weleens terug aan Dolly; de moeder van Miranda. Net als Dolly toentertijd, was Thea het inmiddels gewend om als een butsbal behandeld te worden. Daarom ontpopten beide moeders zich individueel en los van elkaar tot eenzelfde vleesgeworden ras der  boemerangs. Fanatieke aanhouders die na elke afwijzing net zolang terug komen op de plek des onheils, totdat het recht, om als doorsnee ouder minstens zo serieus genomen te worden als welke dikdoener dan ook, gehaald is. Op haar manier was Thea precies zo vastberaden als haaibaai Dolly om in haar opzet te slagen. Mocht de bal haar in de toekomst wederom worden toegespeeld door samenlopen van omstandigheden op De Wielewaal dan zou Thea hem niet meer vast houden, maar direct terug kaatsen.

‘Zullen we boven gaan zitten?’, stelde juffrouw Rita voor in de koffiekamer van De Wielewaal.

Thea zat al en tijdje te wachten. Jade de interne coördinatrice had koffie voor haar ingeschonken. Wat een warmte ineens. 

‘We zwoegen maar voort’, lachte Jade de interne coördinatrice zelfs.

 

‘Ik zie het’, beaamde Thea afgeleid, omdat ze opging in de foto’s aan de stenen muren die op haar afkwamen tijdens het niksen.

Olijke plaatjes van modelkinderen van opperouders in fleurige Oilily kleding. Patchwork dat Thea aan de hoogtijdagen van Hollands glorie alias het koor van  ‘Kinderen voor Kinderen’ deed denken. Zelfs Jasmijn en Melvin waren nog niet geboren. Veel later zongen ze luidkeels mee met onder meer ‘Op Een Onbewoond Eiland’. Door toedoen van moeder Beau. Jasmijn en Melvin als volwaardige prototypes van de perfecte kroost als in Kinderen voor Kinderen.

‘Geen pietsie pech, want je hoeft er niets; valt er niet van je fiets; ligt op je luie, haidewiets.’

Knarsetandend voelde Thea haar bilspieren spannen. En bij de toegevoegde heugenis aan dat begeleidende Gooische accent sloegen haar smaakpapillen ook nog eens op tilt. De zenuwpijn trok door tot aan haar oren. Zeker bij het aandenken aan de volmaakte imitatie van het articulatiegebrek door Jasmijn en Melvin van het kinderkoor. Ongetwijfeld eveneens door bemiddeling van moeder Beau.

‘Kinderen voor kinderen; een kind is hier zo rijk; kinderen voor kinderen; het is zo ongelijk; een kind onder de evenaar is meestal maar een bedelaar.’

Ten opzichte van:

‘Een kind hier op De Wielewaal is sowieso geniaal.’

Eén foto uit de galerij trok extra aandacht door het afwijkende formaat. Juffrouw Rita zat naast directrice Willy Bakbruin. Ze droegen allebei een kapper schort en lachten breeduit in de camera om hun lollige kapsels in het kader van de meest recentelijke, jaarlijkse gekke haren dag. Iemand had een viool aan de hersenpan van juffrouw Rita vastgeketend in een slordige knot en in het opgestoken haar van directrice Willy prijkte een strijkstok.

‘Hopelijk is er niet al te veel aan de strijkstok blijven hangen’, grapte Thea.

‘Je bent helemaal niet de honderdste ouder die dat grapje maakt’, antwoordde juffrouw Rita droog.

Ze droeg een akte map onder haar arm en ging Thea voor op weg naar boven; naar het klaslokaal van groep 7. Thea volgde gedwee.

‘Dikke vriendinnen!’, constateerde ze nog met betrekking tot de foto.

Juffrouw Rita deed of ze Thea niet gehoord had.

‘Kom je?’, gebood ze koeltjes.

‘Je mag wel u zeggen hoor’, grimaste Thea tegen het smalle ruggetje en de swingende bips van de heupwiegende, muzikale juffrouw Rita, terwijl ze achter elkaar de trap naar boven betraden.

‘Hoe vind je zelf dat het gaat?’, begon juffrouw Rita al voordat Thea tegenover haar in het klaslokaal van groep 7 had plaatsgenomen.

‘Bedoel je met Sabine? Wel goed, dacht ik. Maar kom op zeg, het schooljaar is amper van start gegaan.’

‘Nee ik bedoel eigenlijk; hoe vind jij dat het met jou gaat hier op De Wielewaal?’, verduidelijkte juffrouw Rita zich haastig.

‘Zeg, wat bezielt jou? Ik zit hier niet op een functioneringsgesprek. Ik ben een ouder en geen ondergeschikte.’

Thea had meteen de juiste toon te pakken en ging rustig zitten op een kinderstoel aan een bankje tegenover juffrouw Rita. Dat onverschrokken taalgebruik kwam door die bal die ze sinds kort zo helder voor ogen had en de ingeving dat ze hem alleen maar steeds opnieuw zo snel mogelijk terug moest spelen.

‘Ja, nee dat weet ik ook wel’, gaf juffrouw Rita toe.

Ze vermande zich:

‘Maar soms vermoed ik weleens dat jij je bewust buiten de groep stelt. Dat is schadelijk voor andere kinderen.’

Juffrouw Rita trok een gezicht alsof ze heimelijk in zichzelf een soort mantra aan het repeteren was. Zo van:

‘Ik heb overwicht; ik heb overwicht; ik heb overwicht; ik heb overwicht .’

‘Dus jij wilt een gesprek met mij, omdat je vindt dat ik me aan moet passen aan de groep?’

‘Nee, nou ja, je moet niks natuurlijk.’

‘Moet ik me aanpassen aan de ouders of aan de kinderen of aan iedereen? Zeg het maar. Ik pas me wel aan’, chargeerde Thea.

‘Je weet zelf dat dat niet waar is’, corrigeerde juffrouw Rita verontwaardigd.

‘O, nee? Leg uit.’

‘Neem nou de luizencontrole.’

‘Nee, dat onderwerp nemen we niet.’

‘Waarom niet?’

‘Ik wil het er niet over hebben. Ik ben klaar met de luizencontrole.’

Thea was zo stellig dat juffrouw Rita de ernst van de situatie niet langer kon ontkennen:

‘Hoe gaan we dat dan aanpakken morgen?’

‘Wat is er morgen?’

‘Luizencontrole.’

‘Dan gaan we het er dus toch over hebben?’

‘Niet als jij mij kunt vertellen hoe wij de luizencontrole morgen gaan aanpakken’, redeneerde juffrouw Rita nogal krom als je het Thea vroeg.

‘Ik zou niet weten hoe jullie dat aan gaan pakken. Ik hoop voor de kinderen van De Wielewaal dat de luizencontrole dit schooljaar minder amateuristisch onder handen genomen gaat worden dan de afgelopen jaren. Maar ik heb er een hard hoofd in. En luizenloos hoofd. Hahaha.’

 

Juffrouw Rita lachte niet met Thea mee. Maakte niet uit. Niet goedschiks; dan maar kwaadschiks.

‘Hoe dan ook: Sabine en Walter zullen morgen niet van de luizenpartij zijn.’

‘Ja, dat kan dus niet. Je werkt de luizenouders tegen, terwijl we ze juist dankbaar moeten zijn. Je kunt op z’n minst een beetje meewerken. Ze bedoelen het goed.’

De overtuiging en de hartstocht waarmee juffrouw Rita de luizenouders verdedigde was hartverwarmend, maar helaas niet steekhoudend genoeg om Thea overstag te doen gaan.

‘Goede bedoelingen zijn als ongedekte cheques.’

‘Je moet wel vertrouwen hebben in de luizenouders.’

‘Dat heb ik dus niet.’

‘Waarom word je zelf dan geen luizenmoeder? Dan heb je alles onder controle.’

‘Dat hebben Willy Bakbruin en de vader van Gerben ook al eens aan mij voorgesteld.’

‘De vader van Gerben?’

‘Ja, nadat hij op het speelplein een plastic luizenkammetje aan mij aanbood. Een plastic luizenkammetje met een dode, geplette luis onder een plakbandje als bewijs voor de aanwezigheid van een luizenplaag op het hoofd van Walter.’

‘Dat kan iedereen wel beweren!’

‘Jij snapt mij Rita.’

‘Daarom moet je ook luizenouder worden; juist om zulke misverstandjes in het vervolg tegen te gaan!’

‘Noem het maar misverstandjes. Ik zie zo’n dode luis onder een stukje plakband van een luizenkammetje eerder als boos opzet. Moet ik daarom toegeven aan mijn belagers en mede luizenouder worden? Onder het mom van: ‘Als je niet kun winnen, kun je maar beter toegeven?’ Echt niet! Denk je trouwens dat ik verder niks te doen heb Rita? Ik werk thuis en ontvang 6 dagen in de week gemiddeld 3 Huiswerksterk klanten per dag.’

‘Iedereen heeft het druk Thea. Dat is geen excuus en luizenouders zijn zeer gewild.’

‘Waarom? Laat ouders hun kinderen lekker zelf thuis behandelen met Luizafix en kammetjes.’

‘Sommige luizenkinderen komen uit kansarme gezinnen waar de ouders geen Luizafix kunnen betalen.’

‘Kijk eens aan! Zelfs op De Wielewaal is niet alles goud wat er blinkt. Waarom dan die façade? Openheid heeft ook zo z’n charme. Op deze slinkse manier geef ik de armoede van sommige ouders terug aan het onderwijzend team, want ik heb geen luizenkinderen. Trouwens, plastic luizenkammetjes zijn gratis heb ik begrepen van de consulente van de GGD’

‘Maar je hebt wel kritiek.’

‘Ja omdat ik tot nu toe last had van de luizenouders. Hoor me goed: niet van de luizenkinderen, maar van de luizenouders. Maar vanaf dit nieuwe schooljaar krijg ik geen luizenalarm meer en zijn mijn luizenproblemen dus opgelost.’’

Met een ‘opgeruimd staat netjes’ uitdrukking op haar gezicht en handjeklap illustreerde Thea haar verademing.

‘Hoezo krijg jij geen luizenalarm meer?’

Juffrouw Rita schudde verward met haar hoofd.

‘Omdat Walter en Sabine niet meer meedoen met de luizencontrole.’

‘How, how, in plaats van weg te lopen zou je jezelf ook eens bereid kunnen vinden om met een expert van de GGD en de luizenouders om de tafel te gaan zitten om samen een oplossing te zoeken voor jouw probleem.’

‘Je bent toch niet doof Rita; ik zeg je net dat ik geen luizenprobleem meer heb.’

‘Dus Walter en Sabine doen morgen gewoon mee met de luizencontrole?’

‘Nee, natuurlijk niet.’

‘Dat kun je echt niet maken Thea!’

‘Bel maar naar de vertrouwensarts van De Wielewaal. Jojanneke heet ze. Of anders naar mijn huisarts of naar het consultatiebureau. Ik heb ze allemaal gehad. Iedereen weet dat Walter en Sabine al tientallen malen onterecht door mij met Luizafix behandeld zijn, omdat ik me iedere keer opnieuw gek liet maken door een groepje psychopathische luizenouders die mij een luizencomplex aan wilden praten. Mijn kinderen hebben geen luizen en zodra ze wel luizen hebben dan beginnen ze waarschijnlijk wel te krabben en te klagen over jeuk op het hoofd. Tijd genoeg om ze vervolgens alsnog met Luizafix te behandelen. Klaar, punt, uit.’

‘Toen mijn kinderen in hun basisschooljaren weleens luizen hadden; waste ik gewoon hun haren. Luizen hebben is geen schande hoor’, bazelde juffrouw Rita onverschrokken.

Confuus trachtte Thea om de onnozele blik van de schooljuffrouw tegenover haar te doorgronden. Zou domheid dan toch onbeperkt zijn bij beperkte mensen? En dan te bedenken dat juffrouw Rita de betere helft was van een duo met Juffrouw Siepie. Thea had nog wel al de kaarten van Sabine voor dit schooljaar op juffrouw Rita gezet. Wat had Thea nog te verliezen voor het geval dat juffrouw Rita echt zo imbeciel was als ze zich nu voordeed? Niet haar geduld, want dat was ze al kwijt.

‘Dus jij wilt beweren dat niemand, behalve ik,  problemen heeft met luizen?

‘Precies, Thea.’

‘Waarom is er dan luizencontrole?’

‘Omdat luizen zich heel snel vermenigvuldigen om vervolgens zo vlug mogelijk op verse kinderhoofdjes nieuwe kolonies op te richten.’

‘Ja, nou? En? Luizen hebben is geen schande zeg je net.’

‘Nee, maar ze kriebelen wel.’

Juffrouw Rita harkte met gekromde vingers van beide handen door haar kapsel tegen de symptoomjeuk.

‘Waarom hebben Walter en Sabine dan nooit jeuk op hun hoofd?’

‘Dan zullen ze wel geen luizen hebben’.

Vertwijfeld rolde Thea met haar ogen en hief haar armen naar de hemel onder begeleiding van een hopeloze uitroep:

‘Maar ik krijg wel na elke controle luizenalarm!’

‘Ja, daar zou ik ook niet goed van worden’, bekende juffrouw Rita plompverloren.

‘Jij zegt het. Zie hier de reden waarom mijn kinderen geen deel meer nemen aan de luizencontrole.’

‘Ja, en dat kan dus niet.’

‘Ze kunnen ook geen luizen hebben.’

‘Ja, maar ze moeten wel meedoen aan de luizencontrole.’

‘Van wie?’

‘Dat is verplicht’.

‘Kijk en daar zit je fout, Rita.’

‘Vraag jij je nooit af wat jouw typische gedrag met jouw kinderen doet?’

‘Mijn typische gedrag? Ik ben wie ik ben en dat is voor altijd de moeder van mijn kinderen. Ik doe niemand kwaad.’

‘Jawel, je doet Sabine kwaad’, beweerde juffrouw Rita wreed.

‘Waarmee? Dus jij wilt mij wijsmaken dat mijn persoonlijkheid schadelijk is voor mijn dochter?’

‘Nee, natuurlijk niet. Maar Sabine wil gewoon graag meedoen. Dat bleek vorig schooljaar bijvoorbeeld des te meer tijdens de barbecue ter gelegenheid van het afscheid van meester Joep.’

‘Wat bleek toen des te meer?’

‘Dat Sabine gewoon mee wil doen met de rest.’

‘Dat mag ze toch van Bart en mij?’

‘Nou.’

‘Wat nou?’

‘Ze was alleen! Bart en jij waren nergens te bekennen!’

‘Er zijn grenzen, Rita. Je zit op het randje. Sabine was niet alleen op de barbecue. Ik ben ook geweest. Niet lang, omdat ik niet welkom was, maar dat heeft de pret voor Sabine niet mogen drukken. Hoewel, achteraf was het toch wel een deceptie voor Sabine. Die barbecue.’

‘Ja logisch, dat komt omdat jij negativiteit uitstraalde. Zo’n kind voelt aan dat jij je inbeeldt dat je niet welkom bent. Hoe kom je bij die onzin? Alle ouders zijn voor het team van De Wielewaal gelijkwaardig. We kunnen moeilijk alleen voor jou de rode loper uitrollen.’

‘Nee, dat snap ik, maar je mist een grijs gebied tussen een koninklijke ontvangst en een botte afwijzing. Trouwens hoe weet jij dat ik negativiteit uitstraalde? Net beweer je nog dat ik in geen velden of wegen te bekennen was? Heb jij mij soms ook expres lopen negeren op die barbecue?!’

Met een ontwijkend antwoord wist juffrouw Rita ternauwernood te ontkomen aan haar ontmaskering.

‘Ja, maar lieve Thea het gaat hier toch niet om jou, maar om de kinderen?!’

‘Juist. Nou zouden Bart en ik onze kinderen graag op eigen wijze het verschil willen bijbrengen tussen hartelijke gastvrijheid en onbeschoft onwelkom worden geheten. Tussen iemand dulden en een ander accepteren. Tussen afwijzen en omarmen. Of zijn Bart en ik naar jouw oordeel soms niet bevoegd om onze kinderen naar eigen maatstaven op te voeden?’

‘Ja, maar wat nou als die maatstaven afwijken van de waarden en normen van de meerderheid?’

Juffrouw Rita nam haar leesbril van haar mopneus, kneep haar fletse ogen al filosoferend tot spleetjes en sabbelde op het uiteinde van een montuurpootje.

‘Zolang Bart en ik niet strafbaar zijn, staan we volledig in ons recht’, antwoordde Thea lacherig, omdat ze moeite had om de diepzinnige wending van de conversatie serieus te nemen.

‘Sta je er weleens bij stil hoe moeilijk dit voor Sabine moet zijn?’, hield juffrouw Rita stug vol.

Tot aanstoot van Thea:

‘Luister eens, beste Rita; ik heb niet om deze samenkomst gevraagd. Dat was jij. Wat wil je nou dat ik doe? Zullen Bart en ik Sabine dan maar vrij geven ter adoptie voor de opperouders?’

‘Van de wie?’

Afgeleid fronste juffrouw Rita haar borstelige wenkbrauwen.

‘De opperouders’, herhaalde Thea met tegenzin.

Thea had het idee dat ze uit schaamte beeldsprakig kromp tot het passende formaat voor de kinderstoeltjes in het klaslokaal van groep 7. Gevangen wendde ze haar hoofd af. De handen aan de gekruiste armen voor haar borsten omklemden haar schouders.

‘Wie zijn dat?’, wilde juffrouw Rita op strenge toon weten.

Haar leesbril vouwde ze ineen op het tafelblad van het bankje tussen hen in. Haar handen plantte ze behoedzaam in haar schoot, om daarna als een speer een onderzoekende kin in de lucht te steken waardoor juffrouw Rita aan een stokstaartje deed denken. Voor Thea reden temeer om de rode draad van haar cynisme weer op de pakken.

‘De opperouders is een verzamelnaam voor de dwingende meerderheid op De Wielewaal. Het is de kudde; het is veel geblaat en weinig wol, kouwe kak en middelmaat. Want middelmaat siert de straat.’

‘Nou, nou, poeh, poeh. Hoogmoed komt voor de val, Thea. Wat een negatieve kijk op mensen ook. Ik laat me niet verzuren door jouw cynisme. Als ik jou moet geloven dan zou ik depressief worden. Zo kan ik toch niet werken? Ik ben een mensenmens.’

‘Dan laten we het hier toch bij?’, stelde Thea luchtig voor, omdat ze vreesde dat de neerwaartse spiraal van de conversatie op de bodem van de echoput zou eindigen.

‘Wie geeft er juffrouw Rita met alle liefde een corrigerende tik?! Ik,ik,ik!’

‘Maar ik vind wel dat we fijn gepraat hebben en eruit gekomen zijn’, vond juffrouw Rita, terwijl ze de deur achter zich afsloot.

‘Uit het lokaal bedoel je?’, gniffelde Thea ontwijkend en ze dook weg in de holle gangen van het verlaten gebouw van De Wielewaal die ze gewoontegetrouw zo snel mogelijk probeerde te doorlopen.

‘Heb je haast?!’, hijgde juffrouw Rita.

Ze liep met haar op tot aan de poort van het speelplein.

‘Toch, mag ik je wel’, bekende ze, terwijl Thea de hand reikte en vervolgens te hard drukte.

Alsof ze alsnog houvast zocht, die Thea uit wraak wegwuifde.

‘Laat dat de opperouders maar niet horen’.

Met dit afscheid omzeilde Thea een leugen. Want dat zou een tegemoetkoming aan de  sympathiebetuiging van juffrouw Rita wel geweest zijn. Door de bank genomen wist Thea de mensen om haar heen redelijk goed in te schatten. Maar in juffrouw Rita had ze zich vergist. Sowieso zijn de stabiele mensen in het leven van Thea aan de vingers van één hand te tellen. Aangevuld met legio onderhoudende pioniers en charmante zwalkers die in de loop van de jaren, af en aan, in de belevingswereld van Thea kwamen  bijtanken. De energieboost. Weer uitgerust voor het zoveelste gevecht tegen de grijze massastroom in. De constante strijd met de alleen heerschappij van de meute. Met juffrouw Rita aan de zijlijn. Buiten de groep alwaar het echte leven aan juffrouw Rita voorbijtrok als een carnavalsoptocht waarvoor zij de gepaste maskerade miste. Juffrouw Rita vond Thea leuk en aanvankelijk ook andersom. Wederzijdse platonische aantrekkingskracht. Maar Thea was niet bang voor emoties en durfde blindelings op haar gevoelens te vertrouwen. Anders dan juffrouw Rita die zich door de kudde had laten verleiden tot verraad aan zichzelf. Haar bizarre, bijna pedante opstelling tijdens het luizengesprek met Thea verhulde immers een dieper liggend dilemma. Zonder woorden liet Juffrouw Rita  doorschemeren dat ze niet meer met die hele affaire van voor de zomervakantie geassocieerd wilde worden. Hoe succesvol de uitvoering van het afscheidslied voor meester Joep door groep 6, mede door toedoen van de inspanningen van juffrouw Rita, ten langen leste ook geweest was. Juffrouw Rita trok openlijk haar handen van alle betrokkenheid bij Tirannieke Thea af. Dat ze zich daarmee tegelijkertijd ook voorgoed distantieerde van een eventuele speciale band met Sabine en haar moeder was jammer, maar helaas. Als het niet kon zoals het moest, dan moest het maar zoals het kon. Inmiddels was Thea haar zelfmedelijden voorbij. Zo kon ze ook meteen afstand nemen van het heersende Calimerogedrag alom. Die houding liep uiteindelijk toch alleen maar uit op een besmettelijke hoop gezeur met als gevolg een onoverzichtelijke groei van hypochonders; niet te onderscheiden van ouders en leerkrachten van kinderen die echt een steuntje in de rug kunnen gebruiken.

Want Walter en Sabine hadden de dag na het gesprek van Thea met juffrouw Rita geen aanmoediging nodig tot weigering van deelname aan de grootscheepse eerste luizencontrole van het nieuwe schooljaar op De Wielewaal. Los van elkaar stonden de kinderen van Bart en Thea simpelweg geen van tweeën op na een oproep van de juf Rita in de groep van Sabine en van juffrouw Marijke in klas van Walter.  

‘Zeg schiet jij eens gauw op’, maande de laatstgenoemde juffrouw haar koppige leerling Walter aan.

Walter verroerde geen vin op zijn vaste plekje in het klaslokaal van groep 6. Wel bleef hij juffrouw Marijke heel toegenegen aankijken.

‘Kom op Walter!’, sommeerde Jan Doedel.

Jan Doedel was het opperhoofd van het luizenconglomeraat en de vader van Pepijn. Pepijn Doedel was het klasgenootje van Walter dat nog niet zo lang geleden, naar eigen zeggen, meer dan 100 luizen had. Zijn 2 jongere broertjes Diederick en Wilfried waren ook besmet. Desondanks had Jan Doedel zich  geroepen gevoeld om Thea in een haatmailtje de luizenwacht aan te zeggen. Bart ontplofte bijna en stond te popelen om de confrontatie met Jan Doedel aan te gaan. Thea had hem ternauwernood kunnen tegenhouden. Ze sprong niet in de bres voor Jan Doedel, maar hoopte een veroordeling van Bart wegens mishandeling te voorkomen door de razernij van haar man in de kiem te smoren.

Bart kalmeerde en daarom kon Jan Doedel op die donderdag na het gesprek van Thea met juffrouw Rita als vanouds ongeschonden de coördinatie van het luizengebeuren voortzetten en redelijk fier van Walter eisen dat hij opstond om zich bij de eerstvolgende controlegroep te voegen.

‘Ik mag niet van mijn vader’, wist Walter kalm.

Juffrouw Marijke liet Jan Doedel met een subtiele knipoog en sussende tuitlipjes woordeloos weten dat als de bewering waar was, dat het dan okay was om Walter met rust te laten. Jan Doedel liet zich heel makkelijk overhalen. Na  de opmerking van Walter herinnerde hij zich misschien wie de vader van deze eigenwijsneus ook weer was. Een onberekenbare grofbek in de ogen van Jan Doedel. Getrouwd met dat hysterische wijf. Tirannieke Thea aan wie hij via de mail een reprimande had gestuurd. Vanuit zijn functie als luizencoördinator welteverstaan. Desondanks had de vader van Walter het nodig gevonden om onnodig fel naar hem uit te halen in een reactie. Ook weer via de mail, terwijl hij -  Jan Doedel – in zijn functie als luizencoördinator – alleen maar zijn werk had gedaan.

Tevergeefs dus. Het eigenwijsneusje won een uitzonderingspositie en hoefde niet deel te nemen aan de luizencontrole. Jan Doedel en juffrouw Marijke wisselden nog wel een blik van verstandhouding. Walter was echter niet blind. Het oogcontact tussen de beide volwassenen gaf de 9jarige jongen het idee dat zijn vader en moeder onuitgesproken belachelijk werden gemaakt. Zowel Bart als Thea konden Walter hierin achteraf jammer genoeg geen ongelijk geven.

Sabine viel wat minder op achter in de plofgroep 7. Juffrouw Rita kneep letterlijk en figuurlijk een oogje toe toen Sabine zich niet in de rij naar de luizencontrole voegde.

‘Kom nou?!’, wenkte Zarah nog.

Zarah zoals ze 3 jaar geleden was. Zonder hoofddoek. Bruisend, bijdehand, goedlachs, loyaal en met een giga bos wilde zwarte krullen die haar frisse, open, getinte smoeltje slordig omlijstte als metafoor voor een sprankelende en tegelijkertijd kwetsbare rebellie tegen haar volwassen voorland van zelfbeperking.

‘Ik ga niet’, articuleerde Sabine geluidloos.

Zarah las de lippen van Sabine en berustend schikte ze zich in de rij op weg naar de luizencontrole in de docentenkamer. Op de terugweg naar haar plaats ergens in het midden van het plofklaslokaal week ze uit naar Sabine. Als het goed was dan werkte Sabine juist aan haar weektaak.

‘De moeder van Mathilde heeft weer over jou  geroddeld’, begon ze, terwijl ze haar elleboog in het centrum van de bank en in het midden van het werkboek van Sabine plantte ter ondersteuning van haar spitse kin in de kom van haar hand.

‘Zarah ga eens naar je plaats!’, gebood juffrouw Rita die aan haar lessenaar aan het hoofd van de klas van haar nakijkwerk op schrok.

‘Ja maar de moeder van Mathilde zei dat Sabine een luizenkind is en dat ze van haar ouders niet mee mag doen met de luizencontrole, omdat ze anders op luizen betrapt gaat worden.’

De meeste kinderen uit de plofklas 7 waren nog niet terug van de luizencontrole, maar de aanwezige toehoorders spitsten de oortjes.

‘Wat zeg jij nou, Zarah?’, vroeg juffrouw Rita streng.

‘Ik zei dat de moeder van Mathilde zei dat Sabine een luizenkind is en dat ze van haar ouders niet mee mag doen met de luizencontrole, omdat ze anders op luizen betrapt gaat worden’, herhaalde Zarah welwillend.

‘Dat heb je vast verkeerd gehoord’, beweerde juffrouw Rita met een uitgestreken gezicht.

‘Nee, hoor en het is ook niet de eerste keer dat de moeder van Mathilde tegen mij over de luizen van Sabine praat. Een andere keer zei de moeder van Mathilde ook al tegen mij dat ik beter niet meer met Sabine af moest spreken, omdat Sabine luizen heeft en ik ze ook van haar zou over krijgen als ik met mijn haar dicht bij het hoofd van Sabine in de buurt kom.’

‘Ik heb helemaal geen luizen’, protesteerde Sabine luidkeels.

‘Kom eerst maar eens uit de buurt van Sabine op je eigen plaats zitten Zarah’, gebood juffrouw Rita meedogenloos.

Alsof juffrouw Rita uit zichzelf nog van plan was om de moeder van Mathilde aan te spreken op haar laster. Als het aan juffrouw Rita lag dan had het hele voorval niet plaats gevonden. De bal lag weer bij Thea en zij kon dit schot voor open doel niet aan zich voorbij laten gaan. Waar bleef juffrouw Rita nou met haar positieve mensbeeld? Tussen de middag gaf Thea even een belletje naar De Wielewaal  met de vraag wat de goede bedoelingen van de moeder van Mathilde in deze luizenkwestie dan wel niet geweest konden zijn naar het menslievende inzicht van juffrouw Rita? Zo 1,2,3, was juffrouw Rita nochtans niet in staat om een pasklaar antwoord te geven op de brandende vraag van Thea. Ze zou het één en ander navragen en dan zo snel mogelijk op de aangelegenheid terugkomen. Maar nu even niet, want juffrouw Rita had middagpauze. Juffrouw Rita moest bijkomen; een hapje eten en zich mentaal voorbereiden op nog een hele middag voor de plofklas. Voor het geval Thea mocht denken dat Sabine de enige was met obstakels op De Wielewaal.

’s Avonds ging de vaste telefoon. Bart zat het dichtst bij de geluidsbox waarop een antiek telefoontoestel in zwart bakeliet stond en nam de zware hoorn van de haak. Het duurde niet lang voordat Thea in de gaten had wie Bart aan de andere kant van de lijn had.

‘Ja, nee dat klopt. Daar weet ik van. Nee, niet van Thea. Dat heeft Sabine mij zelf verteld en om heel eerlijk te zijn vind ik het Godgeklaagd dat een ouder van een ander kind door De Wielewaal in staat wordt gesteld om mijn dochter zwart te maken. Dat zo’n luizenmoeder de kans krijgt om twee vriendinnetjes uit elkaar te drijven.’

Voor een paar tellen drukte Bart zijn lippen opeen alsof hij zijn adem inhield en wachtte ongeduldig af. De mollige hoorn hield hij tegen zijn wang met een opgetrokken schouder in positie, zodat hij zijn handen vrij hand om met de afstandsbediening het geluid van televisie zachter te zetten. Rusteloos hervatte hij zijn felle reactie.

‘Dat is dus wel de verantwoordelijkheid van De Wielewaal. En u kunt wel vinden dat ik onnodig boos doe, maar ik vind dat u onnodig schooljuffrouwachtig tegen mij doet juffrouw Rita.’

Nou zei juffrouw Rita weer iets dat niet in goede aarde viel bij Bart. Hij ging rechtovereind zitten in zijn relaxstoel en nam de ouderwetse hoorn van de telefoon weer ter hand. Het spreekgedeelte hield hij pal voor zijn mond, terwijl hij zijn visie op de zaak onnodig hard verkondigde:

‘Nee, ik wil van u weten wat u gaat doen om dit luizencontroleprobleem op te lossen?’

Hierna veranderde de gezichtsuitdrukking van Bart van geërgerd in verbouwereerd. Hij keek Thea met grote ogen aan en riep ongelovig uit:

‘Wat heeft u gedaan?’

Overdonderd lastte Bart een adempauze in. De slagader in zijn nek stond andermaal op klappen. De zwaarlijvige hoorn van bakeliet liet hij een paar seconden op zijn schouder rusten. Niet lang daarna toeterde hij in het spreekgedeelte:

‘Dus u hebt aan de moeder van Mathilde gevraagd of ze tegen Zarah gezegd heeft dat Sabine een luizenkind is en dat Sabine van haar ouders niet mee mag doen met de luizencontrole, omdat ze anders op luizen betrapt gaat worden?’

‘Dat heeft u aan de moeder van Mathilde gevraagd? Of ze dat stiekem tegen Zarah gezegd heeft?’, exalteerde Bart.

Hij fratste naar Thea en zij grimaste terug.

‘En toen zei ze nee? Raar hè!? Zou ik ook zeggen als ik de moeder van Mathilde was.’

Ineens stond Bart even op van zijn relaxstoel.

‘Wat gaat u doen?!’

Hij ging weer zitten en vroeg nog eens:

‘Wat gaat u doen?!’

En tot besluit:

‘Nou sorry hoor, maar dit vind ik schandalig.’

Met een knal smeet Bart de hoorn op het vintage telefoontoestel. De verbinding was verbroken.

‘Wat gaat ze doen?’

Thea kon zich helemaal niets voorstellen bij  de abnormale agitatie van Bart totdat de ware reden haar ter oren kwam. Voor het zover was moest Bart eerst stoom afblazen.

‘Ze zijn helemaal gek daar op De Wielewaal! Compleet gestoord!’, tierde hij.

Hij schreeuwde tegen de antieke telefoon alsof ze hem op die manier op De Wielewaal konden horen.

‘Wat gaan ze doen dan?’, spoorde Thea haar man tot uitsluitsel aan.

Hoe langer hoe ongeduldiger

‘Juffrouw Rita is van plan om Zarah aan een kruisverhoor te onderwerpen teneinde de waarheid boven water te krijgen’, verkondigde Bart op spottende toon.

Thea snakte naar zuurstof.

‘Hoezo, de waarheid boven water krijgen?’

‘De moeder van Mathilde zegt dat Zarah liegt’.

‘Hè?’

‘Daarom zeg ik; ze zijn helemaal gek daar op De Wielewaal.’

‘Dus dan zou Zarah uiteindelijk overal de schuld van krijgen?’

‘Tja, lekker makkelijk toch?’

Voor de tweede keer die avond zakte Bart onderuit in zijn relaxstoel. Zijn gelaatstrekken hadden zich terug ontspannen en de slagader in zijn nek sprong er niet meer bijna uit. Hij zag er ineens uitgeblust uit, maar dat weerhield Thea er niet van om alsnog op haar beurt vlam te vatten.

‘Dat kan toch niet zomaar?!’

‘Kennelijk wel dus’.

Gelaten greep Bart naar de afstandsbediening en drukte het geluid bij de bewegende beelden op het televisiescherm vlak voor zijn neus weer aan.

‘Dat laten we toch niet over onze kant gaan, kom op Bart.’

Vol ironie vond Bart de blik van zijn vrouw en imiteerde met hoge stem de voor de hand liggende mening van de opperouders:

‘Nou, nou, niet zo militant, Tirannieke Thea.’

Op slag wist Thea wat haar te doen stond.

‘Ik ga een klacht indienen.’

‘Succes’, schamperde Bart.

‘Nee, maar dit keer echt.’

‘Weet waar je aan begint. Nee, maar serieus Thea, de afwikkeling van een officiële klacht kan zich jaren voortslepen. Nog even los van de kosten.’

‘We hebben toch rechtsbijstand?’

‘Ik heb het niet alleen over geld, maar ook over psychische druk. En waarvoor? Wat wil je dan bereiken? Schade vergoeding? Waarvoor?’

‘Ik wil in het gelijk gesteld worden’.

Ter illustratie balde Thea de vuisten. Als ze niet gezeten had dan zou ze ook nog gestampvoet hebben.

‘Dat is logisch, maar willen we over 4 jaar nog in het gelijk gesteld worden? Dan zitten onze kinderen al op de middelbare school. Wat kan ons die hele Wielewaal dan nog schelen? Je moet het zelf weten Thea, maar ik zit niet te wachten op jaren ellende van allerlei gerechtelijke procedures met uiteindelijk als resultaat een platte, officiële verontschuldiging van de leiding van de basisschool van onze kinderen. Als we geluk hebben, want waarschijnlijk gebeurt er uiteindelijk helemaal niks.’

‘Dat weet ik ook wel; maar alle andere mogelijkheden heb ik al gehad. Jojanneke de vertrouwensarts, Jade de interne coördinatrice en Willy Bakbruin de directrice van De Wielewaal. Misschien moet ik dan maar stukje naar de krant schrijven. Of naar ‘Het Hart van Nederland’, vond Thea wraaklustig.

‘Ja, nee, publiciteit in de vorm van media-aandacht; dat gaat onze kinderen ten goede komen!’, hoonde Bart.

Het bezwaar van Bart was legitiem. Toch bracht het slechte idee van Thea haar bij de volgende gedachtesprong.

‘O, wacht eens even, nou heb ik een plan!’

‘Eureka, Eucalypta’, grijnsde Bart.

‘Ik ga een klacht verpakt in een kennisgeving indienen bij de regionale megastichting waarbij De Wielewaal is aangesloten. Schriftelijk.’

Thea had haar plan getrokken, daarvoor kende Bart haar goed genoeg. Het kwaad was al geschied als het ware.

‘Ja, joh, wat kan het schelen; we hebben op De Wielewaal toch al de reputatie dat we klokkenluiders zijn.’

’Daarom en al kost het me de hele nacht, maar ik ga mijn hart luchten. Het emailadres van de directeur van de stichting staat in de schoolgids. Ik stuur mijn verhaal rechtstreek naar hem. En ik doe 2 afschriften aan de vertrouwensarts Jojanneke en aan Willy Bakbruin de directrice van De Wielewaal toekomen. Zo weten zij ook waar ze aan toe zijn. Ik wil niemand in de rug aanvallen’, kondigde Thea strijdvaardig aan.

‘Dan wens ik je veel werklust toe, want ik ga naar bed’, gaapte Bart weinig bemoedigend.

Evengoed was Thea veel te opgewonden om zich door het late avonduur van haar sluitstuk te laten brengen en men moet het ijzer smeden als het heet is.

Geachte directeur van de stichting regionale openbare basisscholen,

Betreft: De dictatuur van de bekrompen ouders.

 

Op de basisschool (De Wielewaal) van onze kinderen (inmiddels 9 en 10 jaar) worden wij – de ouders – constant gewezen op het belang van participatie. Er is een tekort aan ouders bij de ouderraad; er leeft een permanente behoefte aan hulp- en klassenouders en er is zelfs een schoolfonds in het leven geroepen. Een bodemloze put waarin ouders zoveel geld kunnen storten als ze maar willen ter bekostiging van allerlei noodzakelijke klusjes waarvoor de schoolleiding zelf niet genoeg financiële middelen in kas heeft. Wij betalen toch belasting zou je denken, maar het onderwijs zit op alle gebieden in zwaar weer met als hoofdoorzaak continu een gat in de begroting. Kortom, op de basisschool van onze kinderen kunnen de – betaalde – leerkrachten wel wat – onbetaalde – hulp gebruiken. Daar komt nog bij dat veel leerkrachten kampen met een slechte weerstand en daardoor met de regelmaat van de klok met ziekteverlof gaan. Hierdoor moeten weer de nodige invalkrachten worden ingewerkt. Vermits er überhaupt oproephulp beschikbaar is! Want dat is ook maar afwachten geblazen met die docenten schaarste van de laatste jaren natuurlijk. Hoe dan ook; in alle gevallen is en blijft ouderhulp enorm belangrijk! Want er zijn ook nog de sportdagen waarbij ouderparticipatie onontbeerlijk is. En de buitenschoolse activiteiten niet te vergeten. Ook bij deze schoolse bedrijvigheden vallen de hulpbehoevende leerkrachten onwillekeurig toch steeds weer terug op de ouders die voor elke gelegenheid in staat worden geacht om de kroost te brengen naar en te halen van uiteenlopende bestemmingen. Voor het verlenen van de ouder taxiservice is een veilige auto – liefst geen occasion - wel een basis vereiste.

In ruil voor de genoemde vrijwillige diensten – en meer - wil het onderwijzend personeel van de basisschool van mijn kinderen dan wel les geven aan een groep. Uiteraard eveneens niet zonder medewerking van de ouders, want een kind moet thuis overhoord worden. Er dienen topotoetsen geleerd, werkstukken gemaakt en niveautestjes gedrild te worden. Oefening baart immers kunst en zonder huiswerk kan een kind – hoe intelligent ook – tegenwoordig niet meer meekomen met de groep en zoiets behoort – wederom met hulp van de ouders uiteraard – te allen tijde voorkomen te worden.

Deze ouderparticipatie vergt nogal wat goede samenwerking tussen ouders die onderling misschien niets meer met elkaar gemeen hebben dan een kind in dezelfde leeftijdsklasse en mogelijk – liefst - dezelfde woonwijk. Daarom zou een leerkracht met supervisie over de gewenste ouderparticipatie ideaal zijn. Deze droomleerkracht bestaat echter niet, omdat alle onderwijzeressen en onderwijzers het veel te druk hebben met de onvermijdelijk grote groepen waar ze door de crisis op de basisscholen nu al jaren dagelijks noodgedwongen mee te kampen hebben. De tijd ontbreekt simpelweg. Gevolglijk heeft niemand grip op wat ik de dictatuur van de bekrompen ouders zou willen noemen. Daarmee doel ik op het absolutisme van de zogenaamd goedbedoelende ouder die altijd met zijn of haar neus voorop staat. De quasi altruïstische, alwetende vader of moeder die ’s morgens voor lestijd geheid met de leerkrachten over het eigen kind en verder over vanalles en nog wat – soms zelfs over mijn kinderen -  staat te oreren. Zo’n leutige papa of mama die steevast op de school van mijn kinderen te vinden is, die zich overal mee bemoeit en die er in de regel geen al te ruimdenkende ideeën op nahoudt.

Op de basisschool van mijn kinderen is geen leerkracht tegen dit type bekrompen ouder opgewassen. Een uitzondering daargelaten; een dappere Dodo die dan ook meteen met kop en schouders boven de rest van het onderwijzend personeel uitsteekt. Gevolglijk wordt de sfeer op De Wielewaal volledig bepaald door een clubje, weinig inspirerende hangouders. Samen met de gehersenspoelde leerkrachten gaan zij wel heel makkelijk voorbij aan het feit dat er ook ouders bestaan die op schooldagen van hun kinderen moeten werken voor hun boterham, waardoor zij geen mogelijkheid hebben om iedere keer maar op te komen draven zodra het onderwijzend team in conclaaf met ‘de opperouders’ dat betaamt. Ook houden niet alle onbelangrijke ouders er per definitie dezelfde benepen waarden en normen op na als de opperouders. Denkbeelden die de enkeling, onder de dictatuur van de opperouders, op De Wielewaal geacht wordt voor zich te houden.

Zo werd ik – een thuiswerkende moeder van 2 kinderen – in de eerste week van dit nieuwe schooljaar aangesproken door juffrouw Rita van mijn dochter (10 jaar), omdat zij een afspraak met mij wilde maken voor een gesprek onder 4 ogen. Ik had namelijk al voor de zomervakantie – dus ver in het vooruit -  aangegeven dat mijn kinderen - Sabine (groep 7/ juffrouw Rita en juffrouw Siepie) en Walter (groep 6 van juffrouw Marijke) van mij niet meer naar de luizencontrole hoefden. Controle op hoofdluis vindt op De Wielewaal namelijk gewoonlijk na iedere schoolvakantie plaats en ik krijg al jaren aan een stuk telkens opnieuw, onafgebroken, onterecht luizenalarm met betrekking tot mijn kinderen. Het viel juffrouw Rita op dat ik zo negatief was over die onbaatzuchtige, fijngevoelige luizenouders. Ik vrees dat ik dezelfde luizenouders toch in een heel ander licht heb leren kennen dan juffrouw Rita en ik heb in de afgelopen schooljaren al veel te veel tijd verloren aan oeverloze discussies met deze irritante mensen. Ze werken niet zozeer op mijn zenuwen omdat deze luizenouders bij iedere luizencontrole weer, telkens slechts, maar 1 luis bij zowel mijn zoon als dochter – afzonderlijk – zeggen aan te treffen en daar dan vervolgens onnodig veel ophef over maken, maar ze halen wel het bloed onder mijn nagels vandaan door de manier waarop zij mijn kinderen vervolgens op hun vermeende luizen aanspreken en ze zo de dupe laten zijn van de onkunde van volwassenen. Lees hieronder een willekeurige greep uit een arsenaal aan lukrake, denigrerende opmerkingen van de luizenouders tegen mijn kinderen tijdens de luizencontrole:

‘Je hoeft je niet te schamen voor hoofdluis hoor’ en;

‘Hoe vaak wast je moeder jouw haar eigenlijk?’ of;

‘O, jee, nou hebben je vader en moeder vast ook hoofdluizen!’ en wat dacht u van;

‘Jawel hoor Sabine je hebt – alweer – hoofluis En je broertje Walter ook hoor ik net van een andere luizenouder. Nou, dan zal je moeder wel weer over de rooie gaan!’

En nu we toch op alle slakken zout aan het leggen zijn wil ik ook niet onvermeld laten dat zowel Walter als Sabine in haatmailtjes die direct aan ons – de ouders – gericht zijn worden aangewezen als luizenbron van De Wielewaal, omdat ze buiten de wijk wonen. Kleinerende op en aanmerkingen, zoals bijvoorbeeld de onderstaande discriminerende uitspraak, zijn typerend voor de manier waarop de opperouders hun ideefixen gewetenloos aan ons – de papa en mama van Sabine en Walter  – voorgeleggen

‘Vermoedelijk ligt de oorzaak van de luizen van Walter en Sabine bij de kinderen uit jullie wijk – niet van De Wielewaal dus - waar ze thuis mee spelen en die waarschijnlijk wel permanent hoofdluis hebben.’

Vanaf het begin is de directrice - Willy Bakbruin – van De Wielewaal op de hoogte geweest van het verloop van de hele discussie. En daar blijft het bij. Het luizenprobleem wordt gewoon steeds weer naar mij terug gespeeld. Voor mij reden genoeg om mijn kinderen niet meer aan de luizencontrole te laten deelnemen. Sinds het allereerste gekmakende luizenalarm controleer ik mijn kinderen iedere dag. Soms vind ik weleens 1 dode luis of een uitgedroogde neet, maar Walter en Sabine hebben nog nooit luizenkolonies of een netenplaag in hun kapsels gehad. Dus nog nooit een meervoud van 1 gevelde luis of gestorven neet. Om niet compleet door te draaien van dat hele luizengedoe, behandel ik de haren van mijn kinderen tegenwoordig schooldagelijks met Luizafix preventief spray. Verder wens ik niet meer met de constante luizenrompslomp van De Wielewaal geconfronteerd te worden.

Maar niet als het aan juffrouw Rita van mijn dochter ligt. Het ‘gesprekje’ dat juffrouw Rita van mij vroeg werd een kinderachtig ja/nee spelletje van bijna 2 uur, waarin ik me nogal gepasseerd voelde. Ik ben niet gehoord en werd duidelijk op het matje geroepen. In het nauw gedreven moest ik bijna mijn bestaan in het leven van mijn kinderen verdedigen ten opzichte van juffrouw Rita en daarmee tegen de dictatuur van de bekrompen ouders.

Misschien wilde ik zelf luizenouder worden?

Ik dacht het niet.

Of ik bereid was om met een expert van de GGD en de luizenouders van De Wielewaal om de tafel te gaan zitten om gezamenlijk een luizen verdelgingsactieplan te bedenken?

Bied me maar een maandsalaris.

Of ik niet een veel te negatieve kijk heb op de mensheid in het algemeen en de luizenouders in het bijzonder?

Op te goed van vertrouwen kun je geen toekomst bouwen.

Het gesprek van woensdag 4 september (van 12.30 tot 14.30 uur) heb ik dan ook volkomen suf geluld achter me proberen te laten, totdat het beste vriendinnetje van mijn dochter -  laten we haar meisje X noemen uit respect voor haar privacy – tijdens een luizencontrole het volgende van een luizenouder over mijn dochter Sabine te horen kreeg:

‘Trek jij nog steeds met die Sabine op, terwijl ik je de vorige keer ook al voor haar gewaarschuwd heb? Sabine heeft dus echt wel constant luizen. Daarom mag ze van haar ouders niet meer aan de luizencontrole deel nemen. Om niet op luizen betrapt te worden!’

Het mag duidelijk zijn dat de betreffende luizenmoeder zich niet kan vinden in kritiek op haar onderzoekskwaliteiten en dat zij zich persoonlijk aangevallen voelt door het besluit van mijn man en mij om Sabine (en Walter) van de luizeninspectie weg te houden. Uit frustratie probeert ze daarom maar kwaad bloed te zetten bij het beste vriendinnetje (10 jaar) van onze dochter. Als men deze luizenmoeder en haar medestanders moet geloven dan is Sabine, als gevolg van een – weloverwogen - beslissing om onze kinderen weg te houden van de luizencontrole, dus voor altijd en eeuwig een luizenkind. Helaas voor deze luizenmoeder staat de status van Sabine vast in groep 7 en vindt meisje X de betreffende luizenmoeder met recht een luizenmoeder. Ze doet haar functie eer aan en bakt er niet veel van. Aldus meisje X. Zij blijft dan ook gewoon het beste vriendinnetje van Sabine. Honderd punten voor meisje X.

Uiteraard heb ik deze meest recente ontwikkelingen in de luizenzaak meteen aan juffrouw Rita doorgespeeld. Al was het alleen maar om te bewijzen dat de luizenouders in werkelijkheid toch niet zo aardig zijn als men ons – de mindere ouders – op De Wielewaal wil doen geloven. Vandaag (donderdag 5 september) werden wij in de avond door juffrouw Rita gebeld met de fabelachtige mededeling dat meisje X een leugenaarster is. Voor de goede zaak had juffrouw Rita namelijk de stoute schoenen aangetrokken en de bedoelde luizenmoeder om uitleg gevraagd over haar uitlatingen met betrekking tot de vermeende luizen van Sabine tegen meisje X. En raad eens wat?! De beschuldigde luizenmoeder had alle betrokkenheid bij de luizenzaak met Sabine en meisje X ontkent. Gek hè!? Maar juffrouw Rita zal het er niet zomaar bij laten zitten. De waarheid moet en zal boven water komen en daarom is juffrouw Rita nu van plan om meisje X aan een kruisverhoor te onderwerpen. Na deze schokkende mededeling heeft mijn man woedend de telefoonverbinding verbroken en ik ben ook de weg kwijt. Hoe nu verder? Het betreft hier wel de juf van mijn kleine meisje.

Het onthutsende voornemen van een leerkracht om een kind van 10 jaar actief te betrekken bij volwassen gekrakeel heeft bij ons – de ouders van een dochter en een zoon op De Wielewaal - alle deuren dicht gedaan. Lam geslagen beseffen wij hierdoor beter dan ooit dat wij bitter weinig van het docententeam op de basisschool van onze kinderen te verwachten hebben. Ergo; wij worden neergezet als minder vooraanstaande burgers dan de opperouders en hebben niets in te brengen. Kennelijk kunnen wij alleen gehoor vinden als wij ons onderwerpen aan de dictatuur van de bekrompen opperouders. Bij elke vorm van protest worden de benepen, prominente ouders tegen ons – de quasi vrijgevochten en vermeende losgeslagen sceptici – in bescherming genomen en wordt zelfs het belang van het kind – in dit geval de vriendschap tussen 2 tienjarige meisjes – op het spel gezet.

Uit piëteit met; de vriendschap tussen meisje X en Sabine; de gemoedsrust van Walter en verder met het oog op een prettige basisschooltijd voor alle kinderen van De Wielewaal hopen mijn man en ik dat de leiding van deze basisschool alsnog afziet van vervolging van welke leerling dan ook in verband met de boven beschreven luizenkwestie. Dan hebben wij nog liever dat men op De Wielewaal op de oude voet verder gaat en de luizenouders op hun woord blijft geloven. Temeer daar mijn man en ik nog steeds geen – betaalde - beleidsmakers zijn. Ook zijn wij het meer dan zat om aan de lopende band oplossingen te zoeken voor problemen die wij weliswaar aandragen maar niet veroorzaakt hebben. Laat dan alles maar weer op z’n beloop zoals gewoonlijk. Dus in vredesnaam maar helemaal niets ondernemen; geen baanbrekende  oplossingen aandragen; en in naam van de dictatuur van de bekrompen ouders vooral niets veranderen. Als tegenreactie zouden wij dan wel het liefst onze kinderen van school nemen, maar Walter en Sabine voelen zich thuis bij hun klasgenootjes en het zou wat ons betreft te ver voeren om de jeugd op te offeren aan het onvermogen van een clubje opperouders. Dit in tegenstelling tot het onderwijzend personeel dat zich wel laat ringeloren ten koste van de kinderen van De Wielewaal. Misschien is hier de suggestie om ouderparticipatie in de toekomst binnen te perken te houden het overwegen waard!? Normale papa’s en mama’s verwachten geen bovennatuurlijke krachtinspanningen van leerkrachten. Wij gaan er slechts vanuit dat juffen en meesters bereid en in staat zijn om dat te doen waarvoor ze aangenomen zijn, namelijk:

‘Lesgeven aan en omgaan met kinderen in een groep volgens een duidelijk beleid. Het beleid van de school welteverstaan en niet de dictatuur van de bekrompen ouders.’

Hopelijk bent u bereid om dit verhaal als kennisgeving mee te nemen met het goede voornemen om ouders zoals wij in de toekomst tenminste enigszins serieus te nemen.

Hoogachtend,

Thea, 46 jaar

Moeder van Sabine (10) en Walter (9)

 

HOOFDSTUK 35

De bel gaat en Thea haast zich, want ze wil nu geen tijd meer verliezen. Haar eerstvolgende Huiswerksterkklant is al 30 minuten te laat en de puntenscores van de desbetreffende jonge man vallen zelden tot nooit hoger uit dan een magere 5. Dit kan en mag zo niet langer duren, want het gevaar van no cure, no pay, hangt altijd boven het studiehoofd van Thea. Door het raampje van de voordeur kijkt ze tegen de rugzijde van een smaragdgroene hoofddoek aan. Sinds de Syrische vluchtelinge en puber Moona Tahiri een andere huiswerkbegeleidster toegewezen heeft gekregen onder beding van haar orthodox, islamitische vader, krijgt Thea op haar eigen verzoek aan Elco van de Stichting Huiswerkbegeleiding geen meisjes met hoofddoek meer toegewezen. Over jongens die extreem streng leven in de moslimleer hoeft ze zich niet druk te maken, want zij komen van huis uit sowieso nooit bij een Westerse slet als Thea terecht voor huiswerk begeleiding. Daar heeft een politiek correcte vent als Elco zelfs geen debet aan. Trouwens zowaar Elco vond het belachelijk dat Thea na jaren van trouwe dienstverlening aan Moona Tahiri ineens door de vader van de bedoelde leerlinge voor ‘hoer’ werd uitgemaakt. Wist Elco veel dat Thea haar stempel tot prostitué te danken had aan de Toyboy praktijken van Melvin en zijn geheime relatie met een homoseksueel vriendje. Te weten Aadam Tahiri; moslim en zoonlief van zijn extremistische, islamitische vader waardoor hij wel voor eeuwig tot diep in de kast gedoemd zal zijn en blijven. Maar ook zonder directe reden was Elco straatwijs genoeg om te snappen dat Thea zich uiteindelijk tot een boycot van hoofddoeken in haar huis geroepen voelde uit zelfrespect. Haar verzoek werd dan ook stilzwijgend ingewilligd. Dus bij  Thea thuis komen na het laatste bezoek van Moona Tahiri, geen Huiswerksterkklanten meer op vertoon van religieuze uiterlijkheden over de drempel. Van de weeromstuit hing Bart tevens een gigantische in mozaïek  bewerkte kleurrijke Jezus aan het kruis van 1 bij 1 boven de tochtdeur in de hal. Het is postsierlijke edelkitsch, bijna mooi van lelijkheid, die Bart op de kop had getikt bij de jaarlijkse buurtrommelmarkt van de plaatselijke roomse kerk. Op die manier weet iedereen meteen bij binnenkomst in huize Huiswerksterk waar zij op religieus gebied aan toe zijn. Niet zo gek dus dat Thea nogal verbaasd is over de aanblik van de achterkant van een hoofddoek door het raampje in de voordeur. Zo’n hoofddoek met een puntige top bovenop de achterkop. Het bedekte haardosknotje. Thea opent de voordeur mondjesmaat en loert onderwijl alvast door de gecreëerde kier. De bezoekster reageert op het kermende geluid van de voordeur achter zich door zich om te draaien. Met haar beweging mee wordt Thea omgeven door een bedwelmende typische geursensatie van muskus, jasmijn en amber. Ze herkent het aroma van een zogenaamde ‘solide parfum blok’ die, zo weet Thea toevallig, zijn oorsprong in Marokko heeft. Het parfumblok bevat geen alcohol en kan daarom probleemloos overal op het lichaam worden aangebracht. Voorts kunnen sommige delen van de geparfumeerde huid veilig aan de Marokkaanse zon worden bloot gesteld. Gelieve zich daarbij niet meer naakt voor te stellen dan de befaamde badkledingdracht voor moslima’s; de boerkini, dat volgens de strenge religieuze regels van de islam in Marokko, toestaat. Thea hoort luchtige belletjes aan armbanden die op het ritme van de manoeuvres van de deurbelster mee rinkelen. Dan krijgt Thea een zwaar opgesmukt aangezicht met foundation, mascara, oogschaduw, kohlpotlood en krullende kunstwimpers onder ogen. Ondanks haar exotische maskerade komt de jonge vrouw met hoofddoek Thea vaag bekend voor, maar dan in een andere verschijningsvorm.

‘Hallo’, groet een stem die Thea wel meteen kan thuisbrengen.

Thea aarzelt niet meer en met een zwiep gooit ze de voordeur nu wagenwijd open:

‘Zarah, kom binnen!’

Hautain spant Zarah haar neusvleugels aan.

‘Ik weet niet of ik dat nu zomaar moet doen?’

‘Zomaar!? Vroeger was je hier kind aan huis!?’

Gelukkig voor Zarah vervalt Thea automatisch in haar oude rol van inschikkelijke oppasmama, want anders zou ze de bekeerlinge bij haar voor de deur heus wel de wacht hebben aangezegd. Iets in de trant van:

‘Nou als je me niet meer wilt kennen dan rot je toch op, stomme hoofddoek!”

‘Is Sabine anders thuis? Ik heb haar net geappt. Ze weet dat ik kom’, treuzelt Zarah met een aangemeten gedistingeerde tongval en schroom die niet bij de persoonlijkheid passen die het meisje vroeger zo markant deed zijn.

‘Als Sabine weet dat je komt dan zal ze er wel vanuit gaan dat ik je binnen laat, denk je ook niet?’, lacht Thea.

‘Ik ben er al’, hijgt Sabine in de nek van Thea.

Ze laat de tochtdeur achter zich dicht klappen en wurmt zich in het krappe halletje langs Thea af naar buiten.

‘We gaan wandelen’, legt ze nog wel even aan haar moeder uit.

‘O, mooi neem Yolo dan meteen mee?’ stelt Thea praktisch voor.

Met klem zendt Sabine haar moeder een corrigerende blik toe, terwijl ze nadrukkelijk belooft dat ze straks wel even alleen met de hond zal uitgaan.

‘Vroeger gingen jullie altijd samen met de hond uit’, weet Thea nog.

‘Jij en Zarah’, dikt ze op de weemoedige toer nog extra aan met een dwingende ondertoon.

Afkerig deinst Zara terug op het tuinpad en Sabine rolt met haar ogen vanwege de onbenulligheid van haar moeder, maar ook uit opgekropte ergernis aan de pose van haar oude basisschoolvriendinnetje.

‘Volgens Zarah zijn honden onrein!’

Zarah vertrekt geen spier achter haar geplamuurde make-upmasker. Mocht het onmiskenbare cynische van Sabine’s noodkreet al aangekomen zijn, dan is het Zarah niet aan te zien.

‘Ik vraag of jullie met Yolo willen wandelen, niet of Zarah de hond wil aanraken. Trouwens Yolo heeft gisteren nog gewatergolfd in een regenplas! Dus hoezo onrein!?’, chargeert Thea.

Betrapt krimpt Zarah nu wel ineen. Tegelijkertijd komt de verloren Huiswerksterkklant veel te laat, maar daarom niet minder kalmpjes, aan gekuierd op zijn spillebeentjes die extra goed uitkomen in zijn slim fit stretch jeans met daaronder uitvergrote mega voeten door fluoriserende Nikes in verschillende tinten oranje. Zijn groezelige, sporttas bungelt slapjes op zijn rug. Hij zal zijn schoolboeken toch niet vergeten zijn? Om zich een houding te geven bij de aanblik van Sabine strijkt hij quasi stoer zijn weerbarstige vette pieken uit zijn bleke smoelwerk. Hij doelt met de styling van zijn kapsel vermoedelijk niet op de hanenkam die hij nu in de gauwigheid wel gecreëerd heeft. Onzeker steekt hij zijn grote, witte handen tot besluit maar in de zakken van zijn bomberjackje.

‘Hey Sabine’, knauwt hij, onderwijl de hoek om, het tuinpad inslaand.

‘Hey’, antwoordt Sabine neutraal.

De huiswerkstudent passeert Zarah en snuift de penetrante, exotische parfumwalm op. Verstoord kijkt hij naar opzij; naar Zarah die zedig haar blik afwendt. Hij ziet haar niet echt staan, schokschoudert en loopt door.

‘Hey Thea’, kucht hij in de tijd dat Thea hem met een opengehouden tochtdeur toegang tot de bekende weg verschaft. De voordeur laat ze achter hem in het slot laat vallen.

‘Beter laat dan nooit, zullen we maar zeggen’, knipoogt Thea.

‘Beter laat dan een onverlaat op straat’, verbetert de puber haar onbekommerd.

‘Niets is minder leuk dan een onzinnige spreuk.’

‘Dat zegt mijn vader ook altijd.’

‘Ik mag jouw vader wel.

In de bijkeuken zet Thea haar Huiswerksterk klant meteen aan het Duitse idioom. Mit, nach, bei, seit, von, zu, aus, ausser, gegenuber, gemass, zuwider, nebst en samt.

‘Van buiten leren dat rijtje’, gebiedt Thea jachtig vanwege het tijdgebrek.

‘Waarom?’, vraag de jongen oprecht verbaasd.

Normaliter is Thea juist faliekant tegen uit het hoofd knallen van leerstof zonder inzicht.

‘Na deze bijwoorden krijg je in het Duits vanzelf de derde naamval.’

‘Ik weet niet wat de derde naamval is.’

De Huiswerksterkklant haalt zijn neus op, terwijl hij in zijn sporttas graaft op zoek naar zijn Duitse werkboek.

‘De derde naamval hebben we vorige week behandeld, weet je nog?’

Voor de zekerheid gaat Thea zijn vorderingen in haar aantekeningen na. Ze was vergeten dat deze jongen opgaat in topsport.

‘Judo; zwarte band’, leest ze in haar kriebelhandschrift.

‘Lekker gejudood?’, informeert ze voor de vorm.

‘Wat is een bijwoord?’, vraagt de jongen paniekerig.

‘En je weet zeker ook niet meer wat een meewerkend voorwerp is?’ verzucht Thea, terwijl ze het Duitse werkboek uit zijn handen neemt en op de juiste bladzijde voor zijn neus op de tafel legt.

‘Probeer eerst maar eens wat te bakken van de invulzinnen op bladzijde 52’, stelt Thea gelaten voor.

Dit gaat een latertje worden. Daar heeft Thea zich inmiddels al bij neergelegd. De jongen grist een wegwerppen uit een tot aan de nok toe gevulde glazen kubusvaas in het midden van de tafel die Thea heeft omgetoverd tot voorraadbak. De jeugd van tegenwaardig bezit zonder uitzondering de duurste mobieltjes, maar geen enkele Huiswerkstudent is verzekerd van eigen schrijfgerei. Hoewel alle jonge dames en heren toch zonder uitzondering tijdens ieder bezoek opnieuw weer pennen en potloden uit de glazen kubusvaas van Thea lenen. Overigens  zonder

ooit iets te retourneren. Dat is geen kwaadwil. Het geleende schrijfgerei is opgelost in het luchtledige van kwijt geraakt. De meeste pubers weten gewoon niet eens meer wat een etui is en zo ja dan hebben ze er nog geen in hun bezit. Als dat wel zo was geweest dan zou de aanvoer van relatief goedkope potloden en wegwerp pennen niet zo’n grote kostenpost zijn als nu voor de boekhouding van Thea. Terwijl de jongen zwoegt op zijn huiswerk, probeert Thea haar ongedurigheid te stillen door haar focus een minuut of wat te laten rusten op een centraal, kalmerend punt. Mindfulness. Ze kiest het uitzicht op haar tuin door het bijkeukenraam. Een waterig zonnetje kondigt de eerste lentekriebels aan. Het grasveld aan de veranda ligt er verstrooid, slordig, maar vredig bij totdat de tuinpoort open gaat en Sabine samen met de nieuwe, gereserveerde  Zarah met de hoofddoek het evenwicht komt verstoren. Dat moet een korte wandeling geweest zijn. Niet verder dan een rondje om het huis.

‘Is dit nou goed?’, aarzelt de jongen.

Hij schuift zijn schrift in het zicht van Thea. Ze leest:

‘Er geht zu der Bahnhof.’

‘Der Bahnhof is op zich goed, want Bahnhof is mannelijk’, complimenteert Thea.

‘Ja, dat weet ik van Koot en Bie’, zegt de jongen niet zonder trots.

‘Van Koot en Bie?’

Thea is even gedesoriënteerd

‘Ja, van Wo ist der Bahnhof? Do ist der Bahnhof. Ken je dat niet?’

‘Jawel, maar dat jij dat kent? Da’s van ver voor jouw tijd.’

‘Mijn vader is fan van Koot en Bie.’

‘Nou ik ook hoor; alleen moet der Bahnhof uit de zin van het werkboek dem Bahnhof in plaats van der Bahnhof zijn. Dus derde en geen eerste naamval.’

‘Waarom?’, vraagt de jongen teleurgesteld.

Thea heeft hem helemaal in de war gebracht. Ze schiet hem snel te hulp voor het te laat is.

‘Er staat ‘zu’ in de zin. Lees maar: Er geht zu puntje, puntje Bahnhof.’

De leerling kijkt alsof hij water ziet branden.

‘Dat moet dus geen der zijn…maar?’

Thea geeft de moed nooit op, omdat ze uit ervaring weet dat de wonderen de wereld nog niet uit zijn.

‘Ik geef je een ezelsbruggetje en herhaal: mit, nach, bei, seit, von, zu, aus, ausser, gegenuber, gemass, zuwider, nebst en samt.’

‘Dan moet het dus dem zijn. Er geht zu dem Bahnhof.’

Van vreugde stuitert Thea op de zitting van haar stoel.

‘Ik wist wel dat je het in je had’, glundert ze.

‘Dus daarom moet ik zeker dat rijtje bijwoorden van buiten leren?’, concludeert de puber pienter.

‘Precies, slorp de boel even op, dan overhoor ik je over 5 minuten.’

De jongen zucht en vraagt kriegelig:

‘Ja, wat wil je nou; moet ik nou de boel van buiten leren of die oefening maken?!’

‘Omdat je nu wel snapt waarom je dat rijtje met Duitse bijwoorden van buiten moet kennen, zul je merken dat het stampen je ook veel makkelijker zal afgaan. Daarom denk ik dat het handiger is dat je eerst gaat memoriseren alvorens te oefenen’, legt Thea beheerst uit.

‘Ok, dan ga ik nu memoriseren’.

Opzettelijk imiteert hij haar woordkeuze. Geëxalteerd. Thea kan er wel mee lachen. Haar student hoeft zich niet bewust te zijn van haar educatieve bijbedoelingen. In de hoop dat de woordenschat van haar klanten via de achterdeur ongemerkt groter wordt, strooit Thea tijdens de bijlessen zo creatief mogelijk met synoniemen. Trouwens, in weerwil van zijn ironie begint de jongen heel inschikkelijk het rijtje Duitse bijwoorden één voor één binnensmonds voor zich uit te prevelen alsof hij een rozenkransje bidt. Thea heeft haar zin en ondertussen voert het lentelicht haar blik terug af door het raam naar het ontwakende grasveld als een gebleekte, groen getinte mat van stekeltjeshaar waarop Zarah al een minuut lang met haar armen gestrekt rondjes om haar as draait. Haar gezicht heeft ze naar de hemel gericht. In haar degelijke driekwart marineblauwe jas, beige klokrok tot over de knie, en halfhoge, zwarte enkellaarsjes doet Zarah met dat theatrale optreden aan Maria von Trapp uit de musical ‘The Sound of Music’ denken, maar dan met een smaragdgroene hoofddoek om.

‘Er is hier nog niets veranderd!’, juicht Zarah alsof haar oude ik haar al bijna is ontglipt en het behoud van een tuin uit haar kinderjaren haar laatste strohalm is.

‘Kijk uit dat je niet in de hondenpoep trapt!’, alarmeert Sabine ontnuchterend.

Haar stemgeluid is traceerbaar tot ergens op de veranda onder de vensterbank. Sabine moet wel haast op de tuinbank onder het bijkeukenraam zitten.

‘Gatverdamme, hondenkak’, giechelt een fractie van een herkenbare Zarah.

Ze is gestopt met zwieren en wankelt. Onvast ter been probeert ze met hinken, stappen en springen de veranda te bereiken zonder de hondendrollen op het grasveld te raken.

‘Het is een mijnenveld’, constateert ze als ze naast Sabine op de tuinbank neerploft en daarmee ook uit het zicht van Thea verdwenen is.

Maar het gesprek tussen de meisjes is nog duidelijk te volgen vanachter het gesloten raam aan de huiswerktafel in de bijkeuken. Terwijl de student verder ploegt, spitst Thea haar oren.

‘Dat is geen mijnenveld, maar een gazon’, verbetert Sabine droog.

‘Van wie komen al die hondendrollen?’

‘Van wie denk je, Zarah?’

‘Allemaal van de hond? Heb je die drollen nog nooit opgeruimd of zo? Het zijn wel een miljoen drollen jonguh.’

‘Echt niet, da’s de oogst van een dag of 2. Yolo poept veel, maar geen miljoen drollen in 48 uur. Ik ruim zijn drollen om de dag op. Het zijn er meestal een stuk of 6.’

Wat een conversatie. Je zou bijna denken dat Sabine zich verveelt. Haar kennende zal ze haar IPhone toch zeker wel bij de hand hebben? Wellicht probeert ze Zarah tegemoet te komen door haar voormalige vriendinnetje een momentje van ouderwetse, onverdeelde aandacht te geven.

‘Zie je wel dat honden onrein zijn.’

‘Hoezo, jij poept toch ook?’

‘Ja, maar toch niet in de tuin!’

‘Nou leg jij dan maar eens aan Yolo uit dat hij op het toilet moet gaan zitten in plaats van in de tuin.’

‘Dat doet hij toch niet.’

‘Wat doet hij niet?’

‘Op het toilet gaan zitten.’

‘Nee, natuurlijk niet Zarah; Yolo is een hond!

‘Zie je wel dat honden onrein zijn’, besluit  Zarah nog maar eens onlogisch.

‘Wees blij dat je niet in zijn poep getrapt bent’, pruttelt Sabine afwezig na.

Ondertussen kondigt haar IPhone onafgebroken nieuwtjes aan met een  tingeltangeljingle die na ontelbare repetities tamelijk schril op het gehoor begint te werken. Het gekibbel stokt. Thea stelt zich voor dat Sabine haar berichtjes nagaat en dat Zarah meekijkt of bezig is met haar eigen mobiel. Het zinnebeeld is typerend voor hun samenzijn uit vervlogen tijden. De dagen in hun kindertijd waarin hun ongecompliceerde verstandhouding zich uitte zich in komische woordenwisselingen waarbij Zarah en Sabine elkaar tekens opnieuw zonder overbrugging vonden. Samen konden ze met hetzelfde gemak bekvechten, ginnegappen of zwijgen.

‘Mijn moeder gaat scheiden en daarom verhuizen we naar Amsterdam.’

Aan de teneur van de lukrake mededeling van Zarah is te horen dat het hoge woord er eindelijk uit is.

‘Amsterdam’, papegaait Sabine dromerig.

Thea denkt aan Dalila en haar 2de mislukte huwelijk. Wel weer tekenend voor het dictatoriale opvoedingsrégime van miss moslima; dat haar jongste dochter alleen rept over de moeder die gaat scheiden. En alsof Sabine de gedachten van Thea door het raam boven haar hoofd kan lezen vraagt ze spottend:

‘Dus jouw moeder gaat scheiden. En je vader  niet soms? Blijft hij getrouwd in zijn eentje of zo?’

‘Mijn stiefvader, bedoel je? Mijn echte vader is allang hertrouwd en woont terug in Marokko samen met mijn stiefmoeder en 2 halfzusjes.’

‘Dragen zij ook hoofddoeken?’

Dat was nou precies de eerstvolgende vraag die Thea ook op het puntje van haar tong had liggen. Had Thea in plaats van haar dochter op de veranda onder het raam van de bijkeuken op een bankje naast Zarah gezeten dan was zij exact zo doelgericht te werk gegaan. Wie weet stonden Thea en Sabine wel telepathisch met elkaar in verbinding. Zo moeder zo dochter.

‘Mijn halfzusjes zijn nog te jong voor een hijab’, laat Zarah haar ongelovige oudvriendin plechtig weten.

‘En je stiefmoeder?’

‘In Marokko zijn ze minder streng dan hier’, bekent Zarah beschroomd

‘Zullen we naar binnen gaan?’

Het voorstel van Sabine klinkt weinig uitnodigend. Met Zarah valt niet meer te praten. Een gesprek met haar is als een doolhof zonder uitgang.

‘Ik moet gaan’, antwoordt Zarah ontwijkend.

‘Doeij en kijk uit voor de hondenpoep.’

De opluchting die door de afscheidsgroet van Sabine weerklinkt probeert Zarah te negeren.

‘Ik volg de gele tegels van het stenen pad in het gras wel naar de achterpoort.’

‘Het gele stenen pad van de Wizard of OZ’.

De plotselinge flashback doet Sabine haar wijsvinger in de lucht steken.

‘De gele pad, zei ik toen. De gele pad. En dan zei jij dat moet ‘het gele pad’ zijn’, weet Zarah nog.

Sabine heeft alsnog een verklaring klaar:

‘Mokroiaans’.

‘Nee, jij met je wijsneuzentaal’.

‘Beslama’, groet Sabine tot besluit van de korte opleving van één van de vele onderonsjes uit een gemeenschappelijk verleden.

‘We appen’, salueert Zarah voordat ze haar terugreis aanvaart.

Monter moedigt Sabine haar aan in de enige taal die alle grenzen overschrijdt:

‘Follow the yellow brick road’.  

Met haar rug naar Sabine toe balanceert Zarah op de smalle tegels van het gele pad in het kort gewiekte gras naar de finale van haar meisjesjaren. Als een gesluierde koorddanseres met de armen zijdelings gestrekt. In de verbeelding van Thea is Zarah weer even 8 jaar.  Zarah wachtte in het hoge, groene, sappige gras van zwembad en speeltuin de Dolle Dries op het spreekwoordelijke startschot voor het verjaardagsfeestje van Sabine. Toen stond ze ook met de rug naar Thea toe. Maar niet gesluierd. Ergo; Zarah droeg alleen een bikinibroekje. Ze was zelfs uit eigen beweging topless. Hier balanceerde ze juist niet, maar stond stevig op haar benen; onbewogen in de houding met haar beide handen ter hoogte van de kruin om haar weelderige haardos geklemd. In afwachting van Thea die de paardenstaart moest vastbinden. Pas toen ze aanvoelde dat Thea haar van achteren benaderde met een borstel en een elastiekje liet Zarah in een verlossende reflex haar krullenbos los. Terwijl het zwarte, lange haar als een defensieve boerka over haar slanke ruggetje viel, werd Thea van dichtbij op een paranormale manier de gespitste oren en de ogen in de rug bij Zarah gewaar. Van het ene op het andere moment zocht Zarah steun tegen onbehouwen badgasten in de hoedanigheid van een overjarig campingstel vol vooroordelen en niet gehinderd door enig fatsoen. Opa en oma speelden onder het genot van een frietje met mayonaise luidkeels een spelletje aan een houten picknicktafel. Ze verdreven de tijd met het roekeloos om zich heen zoeken naar eventuele verschillen tussen Turkjes en Marokkaantjes. Met Zarah in haar bikinibroekje in het vizier en als inspiratiebron. Alsof het gisteren was kan Thea zich, nu vijf jaar later, de sensatie van het aansluitende, aandoenlijke gefriemel in de buurt van haar vrije hand nog terug halen. Opwellende tranen. Net als toen slikt Thea ze weg. Ze weet nog dat ze dreigend oogcontact met het barbaarse duo maakte.  En dan te bedenken dat dit zure koppel niet eens expres het summum van discriminatie is. Zij staan oermodel voor de triomf der domheid. Desondanks nam Thea wel even de moeite om een verkapte verwensing in de richting van het tweetal uit te spreken:

‘Konden blikken maar doden!’

Betrapt keek het oude paartje weg. Zarah kwam steeds dichter tegen Thea aanstaan. Bij de gedachte aan toen voelt Thea het gracieuze lijfje nog bibberen, terwijl het tropisch heet was. Het trillen werd steeds heftiger. Zarah stond op springen. Totdat Sabine haar vanuit de verte verloste door monter  boven alle schelle kindergeluiden uit te kirren:

‘Kom je nog Zarah!’

Sabine rees bruin, bruisend en nat op uit het kikkerbadje en hield uitnodigend een strandbal aan de onbewolkte zomerhemel. De rood met witte stippen schitterden in de zon. Gelouterd ontwaakte Zarah uit haar trance:

‘Ik kom eraan’, beloofde ze.

Een vertekend spiegelbeeld met het hier en nu. Zarah wordt kleiner en kleiner in de tunnelvisie door het glas van het bijkeukenraam. Zonder nog een keer om te kijken verdwijnt ze door de achterpoort.

Jammer dat zo’n taboe oftewel de religieuze mystificatie rond een hoofddoekdracht en de bijbehorende vermeende superioriteit met zoveel kracht dan toch de beslissende dolksteek geeft tot het doodbloeden van een band die ook tot een vriendschap voor het leven had kunnen uitgroeien. Wie kan nou voor eens en altijd met sterke bewijzen hard maken dat de hoofddoek voor moslima’s een vrijwillige keuze is. Vermoedelijk Zarah zelf niet eens. Je kunt je trouwens afvragen of keuzevrijheid in het algemeen überhaupt wel realiseerbaar is!? Hetgeen overigens geen excuus is voor de pedanterie die Zarah zich heeft aangemeten en die kennelijk volgens de regels van de islam samengaat met het dragen van een hijab. Deze koketterie met zomaar een religie staat haaks op de ongekunstelde opstelling van het loyale kind dat 3 jaar eerder nog regelmatig bij Sabine thuis over de vloer kwam. Een spontaan meisje met het hart op de tong. Nochtans veel verstikkender ingesnoerd in het corset van de God, of liever de Allah, van haar achterban dan Thea aanvankelijk van Zarah heeft zien aankomen. Waarom is Zarah anders zo obsessief op zichzelf en haar hoofddoek gefocust? Ze is volkomen ongevoelig voor een update over de huidige belevingswereld van Sabine. Een vriendin van het eerste uur met niet alleen een andere geloofsovertuiging dan Zarah, maar ook zonder familiare associaties met het dragen van een hijab. Logisch dat Sabine in haar schulp kruipt en schroomt zich uit te laten over de acute hoofddoek van Zarah. Zolang Sabine persoonlijk door niemand uit haar directe omgeving een hoofddoek opgedrongen krijgt; zal elke religie haar een zorg wezen. Sabine heeft speelruimte en juist die vrijheid is wat Zarah ontbeert. Terwijl het zelfbeschikkingsrecht Zarah gedurende haar kindertijd ruim 13 jaren lang als een toekomstbelofte is voorgehouden. Niet alleen door de leerkrachten en verzorgers uit haar basisschooljaren op De Wielewaal, maar ook door haar Westers georiënteerde opvoeding. Ooit was haar moeder een geëmancipeerde Westerse moslima die zelfs in de gemeenteraad voor de Partij van de Arbeid had gezeteld. Nu Dalila echter in scheiding ligt met de niet islamitische stiefvader van Zarah, die voormalige superman met een bloeiende tandartsenpraktijk in de sjieke buitenwijk van de stad, moet het roer om. Het zou wel weer op een vechtscheiding uitdraaien met ruzie over het zorgrecht met betrekking tot de gemeenschappelijke kleuter Makin; het heilige halfbroertje van Zarah. Thea stelt zich voor dat miss Moslima na haar koninklijke kraamtijd uit hoogmoedswaan en verveling dit keer voor een goddelijke geloofsbroeder afkomstig uit Amsterdam is gegaan. Driemaal is tenslotte scheepsrecht en voor hem is ze opnieuw de kroonprinses van 1000 en 1 nacht. Ze is weer terug in haar lievelingsrol van exotische droomvrouw die ze voor haar bevalling van Makin ook nog voor haar tandarts alias tweede ex man was. Maar hoe ouder de vrouw; hoe hoger de prijs van het grote liefdesgeluk. Dus moet Dalila voor haar moslimlover wel aannemelijk voldoen aan traditionele voorschriften waarmee ze de regels en wetten van de Koran in ere herstelt.  Zoiets. Hoe dan ook Zarah heeft zich maar te schikken naar de grillen van haar moeder. Dat Zarah vandaag of morgen tegen ‘Dalila de Verschrikkelijke’ met haar vlindergedrag en hervonden hijabdracht in opstand zal komen, dat kan Thea beide tieners op een briefje geven. Maar dat doet ze niet. Ze onthoudt zich van verder commentaar. Evengoed als bakvis Zarah, heeft de puber Sabine op deze egocentrische leeftijd namelijk het recht om volledig op te gaan in haar persoonlijke beslommeringen zonder zich te laten overdonderen door een cultuurbeving veroorzaakt door iemand uit een andere wereld. Door bekeerlinge Zarah; een vriendin van weleer met haar klakkeloze hijab.

Maar de kleine, vroegwijze Zarah van De Wielewaal, met toevallig een Marokkaanse achtergrond, is niet weg te denken uit de basisschooltijd van Sabine. Nooit zal Thea de dag vergeten waarop Sabine voor het eerst ongesteld werd. Op het cruciale moment had ze niemand anders om zich heen om op terug te vallen dan die onstuimige Zarah. Destijds nog zonder religieuze opsmuk en de sociale beperkingen die islamitische decoraties impliceren. Het zou niet lang meer duren voordat de beide meisjes afzonderlijk maar dicht op elkaar hun 11jarige verjaardag zouden vieren. Groep 7 liep op zijn einde. Sabine zat achter in het plofleslokaal en probeerde zich te concentreren op haar niveautoets. Zoals meermaals in de afgelopen weken werd ze af en aan overvallen door golven van misselijkheid. Ze werd licht in haar hoofd en haar onderbuik rommelde alsof ze dringend naar het toilet moest. Maar die aandrang om te poepen was de laatste tijd al zo vaak loos alarm geweest dat Sabine de krampen in haar darmen maar trachtte te negeren. De sommen op het werkblad dansten voor haar neus en Sabine dacht dat ze ging overgeven. Ze tuitelde op weg naar het toilet. De strenge woorden van juffrouw Lola waren dof en deden er niet toe.

‘We gaan niet plassen onder een niveautoets, Sabine, ga maar weer terug naar je plekje.’

Haar blote billen hadden de koude w.c. bril nog maar net aangeraakt toen er al iets glibberigs uit een opening onder haar plasgaatje klodderde. Ontdaan ademde Sabine diep in en uit. Een zure geur van opgedroogde plas in de toiletruimte steeg naar haar hoofd. Bedwelmd haalde Sabine een stuk toiletpapier door haar spleetje. De opengevouwen tissuevelletjes waren doorweekt met bloed. Donkerrood en dik.

‘Gaat het wel, Sabine?’

Het emotieloze stemgeluid van juffrouw Lola was ineens heel dichtbij nu. Ze klopte op de w.c. deur.

‘Ik ben ongesteld’, antwoordde Sabine bedrukt.

Ze wist wel dat het stond te gebeuren en dat ze vanaf deze mijlpaal baby’s krijgen kon. Haar moeder had haar voorbereid, maar dan voor de nabije toekomst. Zodra ze 12 was of 13. Maar toch geen 10 jaar.

‘Heb je wat bij je?’, vroeg juffrouw Lola damesachtig.

‘Weet ik niet.’

Gefrustreerd klakte Juffrouw Lola luidruchtig met haar tong en zuchtte diep.

‘Ik moet terug naar de niveautoets. Zijn er nog andere meisjes in jouw klas ongesteld?’

‘Weet ik niet’, repeteerde Sabine.

Twee minuten later galmde Zarah nonchalant door de toiletruimte.

‘Waar ben je Sabine?!’

Inmiddels had Sabine zich weer in haar spijkerbroek gehesen. Apathisch keek ze toe hoe de geklonterde bloedproppen, die eerder uit haar spleetje waren ontsnapt, zich langzaam oplosten in een trage nasleep van roodroze kringen door het water van de toiletpot.

‘Ik ben ongesteld!’, riep Sabine naar Zarah.

‘Ongesteld’, echode Sabine nog eens onwennig zachtjes voor zich uit vanwege de uitspraak van het vreemde woord.

Ongesteld. Alsof het begrip net uit de verpakking was gehaald. Nog nooit gebruikt. Gloednieuw.

‘Moet ik maandverband voor je halen?’

‘Weet ik niet’.

‘Als je ongesteld bent moet je maandverband in het kruis van je slipje plakken.’

Zarah had ondertussen het juiste toilethokje te pakken. Met haar ene hand bonsde ze op de gesloten deur en met haar andere hand wrikte ze aan de draaiklink.

‘Doe effe chill, joh’, suste Sabine geprikkeld, terwijl ze de toiletdeur van het slot deed.

Verhit duwde Zarah de toiletdeur open en drong het hokje binnen. Eerst wierp ze vrijpostig een indiscrete blik op de zo goed als opgeloste klodders bloed in het rosékleurige water in de toiletpot. Vervolgens monsterde ze haar vriendin van onder tot boven en weer terug alsof Sabine van een bff (bestfriendforever) in een natuurverschijnsel getransformeerd was.

‘Ben jij ook al ongesteld?’ hoopte Sabine.

‘Nee, ikke niet, maar Adiva en Erum allang. Zij hebben mij verteld dat je maandverband bij Jade moet halen.’

‘Jade heeft een burn-out’, wist Sabine toevallig.

‘We kunnen niet naar Tarik’.

Tarik was de conciërge op De Wielewaal. De knuffel Marokkaan van de opperouders, maar ook een man. Nou was Zarah in staat om een heel eind met Sabine mee te gaan, maar het idee om maandverband aan Tarik te moeten vragen kwam haar eer te na. Dat snapte Sabine ook wel. Ondanks haar penibele ongesteldheid.

‘Doe ook maar niet dan. Het is bijna middagpauze. Dan komt mama mij ophalen.’

Al een jaar of 2 sprak Sabine van mam in plaats van ‘mama’. Dezelfde mam die op de memorabele dag van haar eerste ongesteldheid ineens weer mama voor Sabine werd. En Thea kon wel janken nadat ze de mededeling van Sabine tot zich had laten doordringen:

‘Ik ben ongesteld.’

Dan was zo’n kind pas 10 hele jaren; maar wat de natuur betreft was ze er helemaal klaar voor; voor het baren en zogen.

‘Ik was bijna 12’, verontschuldigde Thea zich, omdat ze de menstruatie van haar meisje niet nog een paar jaartjes tegen kon houden.

Sabine had niet veel te missen. Op advies van haar moeder hulde ze zich in haar ‘Hello Kitty’ huispak en kroop met Yolo dicht tegen zich aan in een hoekje van de bank. Thea trok  kruidenthee en moest Walter teleurstellen. Hij had die middag ook wel thuis willen blijven van school.

‘Je bent zeker ziek?’, informeerde Walter meer voor de vorm dan uit interesse in zijn zus.

‘Nee, ik ben ongesteld’, herzei Sabine voor de zoveelste keer die dag.

‘Is dat met dat bloed?’

‘Het betekent dat Sabine nu een baby kan krijgen’, vulde Thea quasi luchtig, maar in werkelijkheid nogal gewijd, voor Sabine in.

‘Wanneer? Nu?’, gruwelde Walter.

De seksuele voorlichting in een dop van Thea had geen van haar kinderen goed gedaan. Maar het kon altijd nóg erger.

‘Nee, ik bedoel, als een piemel in een sneetje gaat, maar zover is het nog lang niet!’

‘Mag ik My Little Pony kijken, mama?’, ontweek een pips meisjemeisje naast haar warmbloedige labradorlobbes op de bank heel bewust de grote thema’s in het leven.

Dit was dus totaal niet zoals de eerste ongesteldheid hoorde te zijn. In de ideale wereld welteverstaan en volgens de gangbare regels van schooltelevisie door dokter Corrie. Menstruerende meisjes gingen op in hun seksualiteit in plaats van in My Little Pony en Hello Kitty. Alhoewel de eerste ongesteldheid van Thea nou ook niet bepaald volgens het boekje was verlopen. Thea was nog net 11 jaar en op zomerkamp met de gidsen van de scouting. Alle meisjes moesten hun behoeften doen achter een zonnescherm in één van de vele diep gegraven gaten in een plattelandsweiland dat sowieso al bezaaid was met koeienvlaaien. Thea had niet genoeg slipjes in haar plunjezak om de rode sporen in haar onderbroek lang te negeren. Ontdaan nam ze een senior medegids van ruim 14 jaar in vertrouwen. Ze was door de Akela’s uitgeroepen tot vertrouwenspersoon van de overige 21 gidsen.

‘Ik ben hier op het zomerkamp vannacht voor het eerst ongesteld geworden’, vertrouwde Sabine het oudere meisje dus nogal beteuterd toe; ervan uitgaande dat deze 14jarige een ervaringsdeskundige was. Mogelijk kon ze haar van maandverband voorzien? De groepsoudste haalde haar schouders op en zweeg. Gezien haar leeftijd had deze vertrouwenspersoon allang naar de Sherpa’s gemoeten. Zo waren er wel meer ijkpunten die de overjarige medegids nog moest inhalen op haar leeftijdgenoten. Haar frustratie over die achterstand was begrijpelijk, maar niet de schuld van Thea. Toch besloot de medegids haar tegenslag op Thea te botvieren door niet  persoonlijk op haar vertrouwelijkheid  in te gaan, maar haar wel voor de leeuwen te gooien tijdens het eerstvolgende ochtendappel. In het bijzijn van wel 20 leeftijdgenoten van Thea merkte de 14jarige laatbloeister luidruchtig op:

‘Ik dacht dat jij ongesteld was, Thea? Waar laat jij jouw maandverband dan? Niet in de papieren zak aan de eiken boom want die heb ik nagekeken.’

Thea’s eerste reactie was verstijving van puur afgrijzen. Tegelijkertijd werd ze ongelofelijk kwaad op haar vertrouwenspersoon. Haar verhitte woede ontdooide het koudvuur dat haar reactievermogen tijdelijk plat had gelegd. Honend haalde Thea ter zelfverdediging uit naar haar belaagster:

‘Gatverdamme, wat zit jij tussen de vieze troep in de papieren afvalzak te loeren slons!’

Stiekem kneep Thea hem voor het oordeel van de andere meiden. Ze moesten eens weten van de bebloede onderbroeken en bezoedelde plukken toiletpapier in een plastic zak onderin haar plunjebaal. Haar angst was onterecht. Tot grote opluchting van Thea lachten de overige 20 gidsen mee met haar. Niet met de slons. De laatbloeister was sowieso niet erg sympathiek. Bijna iedereen was bang van haar. Inclusief de Akela’s. Daarom was Thea misschien wel enigszins gesteund door de bijval tijdens het appel. Maar gehoord voelde ze zich niet. Haar problemen bleven onbespreekbaar. Haar gebrek aan schone onderbroeken; de afwezigheid van maandverband; en nog wel 7 dagen en nachten in een tentenkamp te gaan zonder de moderne mogelijkheid om met een noodkreet snel feedback te krijgen van het thuisfront maakte het gidsenkamp er voor de 11 jarige Thea niet leuker op. Wel onvergetelijker. In de tijd dat Thea tussen de 11 en 12 jaar was bestonden er nog geen IPhones. Thea heeft wat meters wc papier op kosten van de scouting er doorheen gejaagd door ze om het kruis van haar doorweekte slipjes te draaien. Het leek wel alsof ze leegbloedde die eerste keer.

Wat voelde ze zich vies. Zelfs na de wissewasjes in de drinkwaterbak voor het vee van de boer. Haar witte washandje verschoot van kleur in het bijzijn van een stuk of wat verblufte voyeuristische jonge meisjesogen. Na die eerste blamage durfde Thea haar met bloed bevlekte washandje niet meer in het waterbekken uit te spoelen. Vol schaamte zag ze af van de gezamenlijke ochtendwasbeurt met water en zonder zeep. Alles wat haar nog restte gedurende het kamp waren de reddende toiletrollen van de scouting. Absorberen maar! Na een week van hevig bloedverlies in erbarmelijke hygiënische omstandigheden, plakte haar schaamhaar aaneen tot korzelige, geronnen pegels. Tot zover Thea’s première van de gezonde ziekte.

Niet lang geleden zocht de slons ineens contact met Thea via facebook. Ze was eenzaam. Thea was niet verbaasd.

‘Ken je me nog, Thea? Weet jij nog dat we samen bij de gidsen zaten!?’, fleemde de slons in een persoonlijk berichtje.

Nee, Thea was seniel. Ze zou niet weten met wie ze te maken had ! De slons was niet eens een herinnering. Haar pestgedrag had ruim 35 jaar als een les in mensenkennis het gevoelsleven van Thea gehard. Alsof ze gisteren nog op appel stonden. Thea typte dan ook zonder aarzeling in de persoonlijke berichten terug:

‘Ja, ik weet nog precies dat je mij belachelijk wilde maken in het bijzijn van alle anderen. Ik was voor het eerst ongesteld.’

Thea had haar reactie nog geen 3 seconden verstuurd of ze werd al geblokkeerd. De gefrustreerde uitschieter van een jaloerse puber tijdens het ochtendappel op het zomerkamp van de gidsen uit een ver verleden had niet alleen een onuitwisbare indruk op Thea gemaakt.

Zelfs de seksuele revolutie, die in de jeugdjaren van Thea aan de orde van de dag was, had de narigheid rond haar eerste menstruatie bij de scouting niet kunnen voorkomen. Daarom had Thea nu ze volwassen was haar hoop ook min of meer gevestigd op de onconventionele aanpak van allerlei zaken die direct of indirect met seksuele taboes te maken hadden door tv dokter Corrie voor kinderen in de leeftijd van Sabine en Walter. Daarbij leverde dokter Corrie op de schooltelevisie een essentiële bijdrage aan het doorbreken van de heersende preutsheid op De Wielewaal. Er viel zelfs voor de opperouders niet veel aan de educatie over de loop van de natuur te controleren, want seksuele voorlichting is door de overheid op alle openbare basisscholen in Nederland verplicht gesteld. Die obligatie betekende echter niet dat sceptici zoals Walter zomaar over de streep getrokken werden. In tegenstelling tot zijn moeder had Walter een gloeiende hekel aan de seksontleding van dokter Corrie. Toen Walter in groep 7 zat, mocht hij de seksuele voorlichting op de schooltelevisie in de klas van zijn toenmalige meester Vik wel overslaan. Walter werkte vervolgens meestal in de gang aan zijn weektaak. Maar liever nog voegde hij zich bij de conciërge Tarik die meestal wel een helpend handje kon gebruiken. Walter is een handige jongen met een groot technisch probleemoplossend vermogen. Hij was meer dan bereid om zich onder schooltijd buiten de klas nuttig te maken. Meester Vic en conciërge Tarik maakten dan ook dankbaar gebruik van zijn hulpvaardigheid. Daar mocht dan heus weleens een officieuze vrije middag tegenover staan. Walter leerde snel genoeg en had zijn sporen in groep 7 in geen tijd verdiend.

Zover was hij echter nog niet gekomen toen Sabine voor het eerst ongesteld werd. Walter zat nog bij juffrouw Marijke in groep 6 onbenullig te wezen en moest op de  middag van Sabine’s gedenkwaardige eerste menstruatie gewoon de lessen op De Wielewaal volgen. Normaal gesproken begeleidde Thea haar kinderen tussen de middag niet naar hun klaslokaal in De Wielewaal. De noodzaak ontbrak omdat veel basisschoolkinderen de overblijf bezochten waardoor op het middaguur van normale schooldagen de politiek correcte sfeer alom geluwd leek door de tijdelijke afwezigheid van de meeste opperouders. Op de dag van de eerste ongesteldheid van haar dochter liep Thea bij hoge uitzondering wel het ploflokaal van groep 7 binnen om aan juffrouw Lola aan te geven dat Sabine die middag thuis zou blijven om te bekomen van de schrik vanwege haar eerste menstruatie. Walter was ze bij de ingang van het speelplein al kwijtgeraakt aan zijn klasgenootjes Tim en Marcus. Hij zou vanzelf wel in het lokaal van groep 6 bij juffrouw Marijke terecht komen.

In het lokaal van groep 7 was juffrouw Lola met een paar klasgenootjes van Sabine in gesprek. De lessen waren nog niet begonnen. Thea bleef bij de ingang van het lokaal keurig haar spreekbeurt staan afwachten. Ze had nog nooit de hand geschud van juffrouw Lola. Op een dag bestond ze gewoon als vaste vervanging voor juffrouw Rita. Sabine kende haar wel al van eerdere invaluren en vond haar best aardig. Zoals het merendeel van plofgroep 7. Dat was waarschijnlijk de reden waarom ze door directrice Willy Bakbruin naar voren was geschoven ter vervanging van juffrouw Rita. Zo vanzelfsprekend was haar aanstelling namelijk niet. Ze kwam tenslotte net kijken als onderwijzeres en dan is zo’n plofklas misschien net iets te hoog gegrepen. Maar als de nood aan de man was, dan was juffrouw Lola dus nabij. In het begin verscheen ze sporadisch voor groep 7, maar toen duidelijk werd dat juffrouw Rita niet een

beetje, maar compleet opgebrand was, bleef juffrouw Lola de nieuwe, vaste wederhelft van juffrouw Siepie. Zowel op de donderdag als op de vrijdag. Juffrouw Lola was jong, slank, modieus gekleed en heel wat aantrekkelijker dan juffrouw Siepie. Dat laatste was op zich niet zo’n opzienbarende prestatie, maar het elegante contrast met de onesthetische juffrouw Siepie was nogal groot.

Juffrouw Siepie had niet vooraan gestaan bij het uitdelen van zowel uiterlijke als innerlijke bekoorlijkheden. Zij was de potige tante van begin 30 die in het vorige schooljaar de combiklas van Jeewee had overgenomen. Toentertijd nog in samenwerking met Rosalie; de gedistingeerde onderwijzeres van wie Thea vermoedde dat ze een spion was voor de schoolstichting. De combiklas was immers uiteindelijk opgeheven. Niet lang daarna verdween ook Rosalie van het Wielewaaltoneel. Maar juffrouw Siepie was een hardnekkig blijvertje. Vanaf hun eerste ontmoeting kon Thea niet anders dan de overweldigende verschijning van juffrouw Siepie blijvend met het stereotype van een traditionele Goudse kaasboerin associëren. Dat had niet per sé met haar geelblonde touwhaar en melkachtige zuiveluitstraling te maken. Ook niet onlosmakelijk met haar houterige houding alsof ze constant op klompen liep en tevens nooit anders zou willen. De essentie van haar lelijkheid zat in de vereniging van al deze uiterlijkheden in combinatie met haar onaangename persoonlijkheid. Haar wezen straalde verdorvenheid in de zin van jaloezie, kleinzieligheid en primitiviteit uit. Vanaf het moment dat Sabine uit de combiklas naar de complete groep 6 van meester Joep was overgestapt, voelde juffrouw Siepie zich persoonlijk aangevallen door Thea en Bart. Zij zou immers de combiklas - samen met juffrouw Rosalie weliswaar - nog een schooljaar in stand houden en het kwam geen moment in het botte hoofd van juffrouw Siepie op dat de wissel van Sabine weleens nul komma niks met haar eigenmachtige didactische inbreng te maken gehad zou kunnen hebben. Bij ontmoetingen in de gangen van De Wielewaal wist Thea de schuldeisende aanwezigheid van juffrouw Siepie steeds maar ternauwernood te ontlopen. Als Siepie de kans kreeg dan zocht ze oogcontact met Thea op een agressieve manier die de indruk wekte dat er nog heel wat appeltjes te schillen waren voordat, wat juffie betreft, de kou uit de lucht zou zijn. Thea deed geen moeite om juffrouw Siepie op andere gedachten te brengen. Ook niet nu Sabine bij juffrouw Siepie in groep 7 zat. Zolang Sabine geen problemen beweerde te hebben met dit onderwijsdragonder onthield Thea zich van commentaar. Helemaal nadat ze sinds de afscheidsbarbecue van voor de zomervakantie van Sabine wist dat Siepie met Joep had staan tongen op een basisschoolfeestje voor en van kinderen. Het feit dat meester Joep hierna alsnog op zijn wereldreis naar Nieuw-Zeeland was vertrokken zei wat Thea betreft genoeg over de begeerlijkheid van juffrouw Siepie. Zij was veel minder een plukrijpe jonkvrouwe, dan een roofvogel op strooptocht. Een vleesetende adelaar die haar prooi niet zonder slag of stoot uit haar klauwen losliet. Voorlopig had meester Joep weten te ontkomen. Mogelijk had het prille paartje hun liefde nog niet geconsumeerd en wachtte juffrouw Siepie sinds de sappige tongzoenen van de barbecue ongeduldig op het einde van dit schooljaar, want dan zou meester Joep terugkeren van zijn avontuur in Nieuw Zeeland. Konden hij en zij eindelijk een vervolg geven aan dat voorproefje van een wanhopige aaneen  smelting tussen 2 wannabee in lovers. Ondertussen zag juffrouw Siepie overal concurrentie. Spoken dus, want meester Joep lag niet beter of slechter in de markt dan welke andere gangbare man. Voor het merendeel van de ouders gold dan ook al snel na het vertrek van meester Joep:                                                                   

 ‘Er valt nog zoveel vis te vangen.’                

 Desalniettemin kweekte juffrouw Siepie een grondige hekel aan bijna alle vrouwen op De Wielewaal die ooit iets met haar meester Joep van doen hadden gehad. Logisch dus dat ze Thea

haatte vanwege de affaire met het afscheidsliedje voor meester Joep. Het beeld van de finale, zompige lebberzoen van Thea voor het hek van het speelplein – met haar vent nota bene - hield juf Siepie nu, maanden later, nog uit haar nachtrust. Iedereen die belangrijk was voor de status van juffrouw Siepie op De Wielewaal was getuige geweest van de hoerige actie van die geile sloerie van een Thea. Juffrouw Siepie was er het type wel naar om uit wraak in haar vrijgezellenflat zelfs geregeld knopspelden in een voodoopop te steken. Zo’n lappen marionet gevuld met stro zou dan voor het alter ego van Thea staan. Deze gulzige slet verdiende levenslange marteling met langeafstand speldenprikken totdat de zwarte magie haar fataal zou worden. Thea moest een langzame dood sterven. Niet echt natuurlijk, want dan zou juffrouw Siepie de bak in moeten en zou ze de liefde van haar leven alsnog mislopen, maar bij wijze van spreken. Symbolisch. Het was een kinderlijke haatcampagne waarin tientallen door Thea gedupeerde opperouders juffrouw Siepie feilloos aanvoelden. Men hitste elkaar op. Mogelijk zelfs zonder woorden als in telepathie, maar daarom voelde Thea de spreekwoordelijke doodsdreiging niet minder reëel boven haar hoofd hangen.

Desondanks stak Thea onbevangen haar hand naar juffrouw Lola uit toen de onderwijzeres na 5 minuten preken, op een wijze waaraan een ouderwetse non van de eerste orde amper kon tippen, eindelijk klaar was met het beslechten van een ruzie tussen een stel meiden. Sufgeluld weken de betrokken klasgenootjes van Sabine uit naar hun zitplaatsen in het lokaal.

‘Hallo, ik ben de moeder van Sabine.’

‘Hey Thea’, groette niet juffrouw Lola, maar Zarah.

Ze kwam net terug uit het overblijflokaal op dezelfde verdieping. Zelfs Ronnie zwaaide naar de moeder van zijn beste vriendin, maar juffrouw Lola negeerde de uitgestoken hand van Thea. In plaats daarvan nam ze een stapel A-viertjes van haar lessenaar. Verbeten begon ze het tweede deel van de niveautoets uit te delen. Thea stond paf. Als dit echt waar was dan was dit toch wel het toppunt van bot.  Maar wat dan nog? Thea zou niets meer naar zich toe trekken; alle ballast zou ze van zich af laten glijden. Thea dacht aan het balbezit. Dat ze de bal terug moest spelen.

‘Hallo Zarah’, riep Thea dus maar door de klas.

‘Waar is Sabine?’, wilde Zarah volgens plan weten.

‘Ze blijft vanmiddag thuis. Ik moest de groetjes doen. Je bent superlief voor haar geweest.’

Zarah lachte verlegen;

‘Je moet menstruatie pijnstillers kopen; dat doen Adiva en Erum ook altijd.’

De kinderen die al in het lokaal aanwezig waren voor aanvang van de middaglessen luisterden geboeid naar de conversatie tussen Zarah en Thea. Juffrouw Lola deelde nog steeds niveautoetsen uit. Op elk bankje vleide ze een paar aaneengehechte formulieren. Maar aan de kromming van haar rug viel op te maken dat ook zij aan het luistervinken was.

‘Is Sabine ongesteld geworden?’, vroeg Ronnie zonder schroom.

Zarah was Thea te snel af.

‘Ja, voor het eerst vanmorgen in de klas.’

‘Happy is ook allang ongesteld’, snoefde Ronnie.

‘Happy is al bijna 14’, wierp Zarah tegen.

Onder het vrolijke gekibbel van het tweetal zigzagde Thea tussen de bankjes door richting uitgang van het lokaal. Bij de deur hield juffrouw Lola haar staande door de weg naar buiten met haar ranke lijf te stremmen.

‘Ik wist niet dat Sabine voor het eerst ongesteld was’, bitste ze bij wijze van verontschuldiging.

In werkelijkheid dekte ze zich gewoon in voor het geval deze beruchte moeder weer eens geprikkeld was om ergens een klacht in te gaan dienen zoals het onderwijzend team van De Wielewaal onderhand wel van Tirannieke Thea gewend was.

‘Ow, jij dacht dat ze allang ongesteld was? Sabine is 10 jaar Lola. Hoe oud was jij toen je voor het eerst menstrueerde?’

Alsof Lola bereid zou zijn om dergelijke intimiteiten met Thea te delen. Zij had vast een bos rozen gekregen van haar vader op de dag van haar eerste menstruatie. Thea beeldde zich verder in hoe juf Lola  samen met haar moeder en jongere zusje een feestje bouwde. Eindelijk was de lang verwachte dag gekomen. Lola was al een flinke bakvis en de komst van haar eerste menstruatie was een super speciale gebeurtenis voor een mega bijzonder meisje. Een ontluikende bloem die, nu ze ingewijd was in het zoete geheim, eindelijk uit de knop kon schieten. Lola was beter, liever, belangrijker en zoveel meer waard dan een Sabine van 10 jaar uit die stomvervelende plofklas die Lola’s potentie tot vernieuwende onderwijsvrouw met visie totaal niet tot haar recht deed komen.

‘Sabine gedroeg zich anders helemaal niet alsof ze voor het eerst menstrueerde. Trouwens, ze is niet ziek of zo. Juist niet. Ze zou blij moeten zijn ’, stribbelde juffrouw Lola nog tegen.

Er was niets meer over van haar betovering. Juffrouw Lola en juffrouw Siepie verdienden elkaar. Allicht is de maandelijkse cyclus een natuurlijk proces waar niemand over moet struikelen, maar juffrouw Lola hoefde een meisje van 10 jaar uit haar klas toch ook niet zo koud in haar bloederige onderbroekje te laten staan? Een vriendelijk woord en gebaar doen zoveel goed. Ze vragen wellicht de nodige inspanning van gevoelsarme mensen zonder inlevingsvermogen, zoals Lola, maar ze kosten in ieder geval geen geld. Het zwaktebod van de gezonde ziekte van juffrouw Lola kon Thea gestolen worden.

‘Je bent leuker als je zwijgt’, tipte Thea haar tot slot, waarna ze zich naar huis repte met het voornemen om met haar dochter samen op geheel eigen wijze een exclusieve, bloedmooie herinnering te creëren.

 

HOOFDSTUK 36

Over de tactloze juffrouw Lola verder maar geen kwaad woord! Anders kon Thea wel bezig blijven. De meeste verborgen autisten zijn sowieso hardnekkige recidivisten. Daar buiten dunkte Thea dat ze voorlopig meer dan voldoende bezwaarschrift in tekst en uitleg had ingeleverd bij de directeur van de onderwijsstichting om de bepalende beleidsmakers voorlopig zoet te houden. ‘De dictatuur van de bekrompen ouders’ op zich was al moeilijk genoeg te verkroppen  geweest. Nog geen dagdeel nadat Thea haar nachtelijke overdenkingen had opgeschreven en in de vroege ochtenduurtjes via email aan de directeur van de onderwijsstichting van De Wielewaal had opgestuurd, werd ze uit haar powernap gebeld door de secretaresse van de bovenbaas van het overkoepelend orgaan van alle aangesloten basisscholen uit de regio. Of Thea misschien behoefte had om het één en ander van haar schriftelijke uiteenzetting nader toe te lichten in een gesprek onder 4 ogen met de directeur; Rinus Hardleers. Maar na jaren van overleg, bijeenkomsten en gesprekjes op De Wielewaal was Thea eigenlijk wel uit gepraat. Al die oeverloze discussies hadden haar niets anders gebracht dan het besef dat praatjes geen gaatjes vullen. Of zoals de oude Romeinen al plachten te zeggen:

‘Non replenda est curia verbis.’

Er was geen discussie mogelijk over het pak van Thea’s hart. Ze had haar gal gespuid en vereeuwigd in een kennisgeving en daar moesten de geadresseerden het maar mee doen. Bart was onder de indruk van de inhoud van ‘De dictatuur van de bekrompen ouders.’

‘Dit muisje heeft een staartje’, voorzag hij meteen al.

‘Alle muisjes hebben een staartje toch?, vond Thea.

‘Ja, maar dit muisje krijgt een extra lang staartje’, voorspelde Bart.

‘Dat weet je niet.’

‘Dat weet ik wel. Intuïtie’

‘Daar heb ik niks aan. Ik wil keiharde bewijzen.’

‘Waarom ben je het gesprek met die directeur; met die Rinus Hardleers dan niet aangegaan?’

‘Waarom zou ik? Ik heb al mijn grieven al bekend gemaakt. Wat valt daar nou over te bepraten? Laat hem maar met een oplossing komen in plaats van met een gesprek. Of niet. Ik ben geen onderwijsadviseur. Duizenden euro’s worden er jaarlijks aan consultants, trainingen en bijscholingscursussen weggegooid in het onderwijs en dan zal uitgerekend ik – die Tirannieke Thea - even gratis en voor niks de directeur van de onderwijsstichting waarbij De Wielewaal is aangesloten op het juiste spoor zetten. Echt niet. Goede raad is duur.’

‘Waarom heb je dan een klacht ingediend? Ja, ik speel maar even de advocaat van de duivel hier?’, vroeg Bart in de tijdelijke hoedanigheid van pleitbezorger van de gevreesde tegenpartij dus.

‘Ik heb geen klacht ingediend. Ik heb mijn mening gegeven. Dat mag ik. We leven – nog – in een vrij land. Maar omdat ik op de basisschool van mijn kinderen niet gehoord word, kan ik niet anders dan een stapje verder gaan.’

‘Ach mevrouw heeft geldingsdrang. En vertelt u eens: wordt u na het schrijven en verzenden van ‘De dictatuur van de bekrompen ouders’ dan wel gehoord?’, wilde de zogenaamde rechtsgeleerde van de gefingeerde tegenpartij weten.

‘De tijd zal het leren. Ik heb expres voor een beperkte kennisgeving en geen open brief gekozen, zodat noch Willy Bakbruin en vertrouwensarts Jojanneke van De Wielewaal, noch de stichtingsdirecteur Rinus Hardleers over mijn klacht met anderen kunnen communiceren zonder dat ik op één of andere manier merk dat 1 van hen de mond voorbij heeft gepraat. Hoe meer mensen buiten Willy Bakbruin, Jojanneke of Rinus Hardleers van ‘De dictatuur van de bekrompen ouders’ afweten, hoe harder het bewijs dat mijn protestbrief dus stof heeft doen opwaaien.’

 

‘Nou, maak je geen illusies; jouw privé-artikel gaat toch wel over de tong. Ook zonder  tastbaar bewijs. Dat kan ik je nu al op een briefje geven.  ‘De dictatuur van de bekrompen ouders’, is een schot in de roos. Waarom zou zo’n directeur anders met jou van gedachten willen wisselen?’

‘Ik heb zo’n idee dat jij naar de bekende weg vraagt?’, raadde Thea.

Theatraal greep Bart zijn vrouw bij de schouders en verdiepte zich in haar ogen, terwijl hij niet zonder trots en de nodige overdrijving declameerde:

‘Volgens mij meer speelt er veel meer op De Wielewaal. Neem nou de opheffing van de combiklas en de plotselinge komst en het vertrek van die juffrouw Rosalie waarvan jij vermoedde dat ze een spionne van de schoolstichting was? Het is een rotzooitje op de basisschool van onze kinderen en jij hebt de stichting die verantwoordelijk is voor het beleid van De Wielewaal vannacht wakker geschud uit een doezelmodus met aan de horizon een vage nachtmerrie. Jij hebt ze een handvat gegeven. Een clou, een tipje van de sluier. Je hebt lopende zaken op een rijtje gezet met jouw aanklacht tegen de dictatuur van de bekrompen ouders. Je hebt een beginnetje aan de eindstreep gemaakt.’

‘Gossie, zal ik mijn bankrekeningnummer dan maar even doorsturen?’, smaalde Thea, terwijl ze zich van Bart afwendde met de bedoeling om iets nuttigs te gaan doen.

Wat overigens niet wegnam dat Bart niet ver benevens de waarheid kon zitten. Zijn gelijk hing in de lucht. Thea kon de rechtvaardigheid bijna aanraken. Of het was zinsbegoocheling, want de sfeer op De Wielewaal was in wezen onophoudelijk te snijden. Alleen de densiteit fluctueerde. Een mogelijke oorzaak maakte de dikke mist waarin de wrok jegens Tirannieke Thea zich schuilhield er jammer genoeg ook niet doorzichtiger op. In die zin was de morgen van de kinderen naar school brengen na de slapeloze nacht voor Thea niet minder beladen geweest dan normaal. Daar kwam nog bij dat de late uurtjes waarin Thea geschreven had niet bevorderlijk werkten voor de alledaagse perceptie van moeder de vrouw. Het slaapgebrek van Thea wakkerde mogelijk hallucinaties over het effect van ‘De dictatuur van de bekrompen ouders’ aan. Maar Bart was ook heilig overtuigd van de tekortkomingen van het team van De Wielewaal en het effect van; De dictatuur van de bekrompen ouders, en hij was wel uitgeslapen. Bart pareerde de grap van Thea dan ook met een snedige repliek:

‘Nee, geen bankrekeningnummer doorgeven! Straks word er nog illegaal extra schoolgeld van je zuur verdiende salaris afgeschreven ter vergoeding van buitenschoolse inspanningen en administratiekosten van en door het onderwijzend team.’

In de weken die volgden kwam het bioritme van Thea weer min of meer op orde. Ooit had ze in de wachtkamer van de huisarts in een medisch tijdschrift gelezen dat verloren nachtrust nooit meer valt in te halen. Een intrigerende gedachte, omdat een mens er wel vanuit gaat dat slapeloosheid ’s nachts  gecompenseerd kan worden met een kort of wat langer middagdutje. Maar kennelijk biedt alleen uitslapen soelaas. Bijslapen in de zin van inhalen gaat niet lukken. Weg is weg, zoals je ook nooit jonger wordt, maar met het verstrijken van elke seconde opnieuw een stukje ouder. Elke afdwaling van het normale tijdsritme doet een extra beroep op de levensduur. Weer versneld een paar rimpels en grijze haren erbij.

Om dit opgevoerde verouderingsproces een halt toe te roepen, nam Thea zich voor om niet toe te geven aan haar vermoeden dat de inhoud van de dictatuur van de bekrompen ouders een eigen leven was gaan leiden in zowel de wandelgangen van het gebouw van De Wielewaal als van de onderwijsstichting. De sensatielust klonk door in de stem van de secretaresse van Rinus Hardleers toen ze vergeefs probeerde om een gesprek met Thea de briefschrijfster te regelen. Toch stond zulks in geen vergelijk met het grievende effect van de reactie van het docententeam van De Wielewaal direct na het versturen van haar verweer. De gewoonlijk zo joviale juffen die Thea per ongeluk in de wandelgangen tegen het lijf liep, gingen haar gebeten uit de weg. Deze geniepige vorm van acute rancune wende nooit; hoewel Thea toch zeker niet voor de eerste keer met haar harde kop tegen de ontoegankelijke Wielewaalmuur op liep. De enige over gebleven meester die De Wielewaal toentertijd telde, Jan-Willem alias Jeewee, waagde het zelfs om Thea voor de verandering eens niet te ontlopen, maar haar juist recht in het gezicht met een dedain te groeten, hetgeen zo stuitend was dat Thea hem er met liefde en plezier een kopstoot voor terug had gegeven. Met de nodige zelfbeheersing wist ze zich echter in te houden en knikte resoluut terug naar haar voormalige aanbidder. Eigenlijk was deze gewapende vrede haar liever dan de voorafgaande adoratie van Jeewee. Vroeger lukte het hem amper om haar recht in de ogen kijken. Met zijn toch wel wrange afwijzing nam hij tenminste stelling. Zij het in de onhoudbare rol van Übermensch. Dat was dan wel weer jammer. Zijn straffe houding was geen lang leven beschoren. Daar kon de grootste angsthaas gif op innemen, maar voorlopig had Jeewee heus wel lucht gekregen van een geruchtmakende klacht aan de onderwijsstichting. De flarden die hij had opgevangen van roddels over dolksteken van Thea in de ruggen van Willy Bakbruin en consorten roken naar stront aan de knikker en in dat geval koos Jeewee kritiekloos voor de weg van de minste weerstand. Aan zijn lijf geen polonaise en was Jeewee even blij dat hij zich op amoureus gebied nooit met Thea had ingelaten. Alsof hij ooit een keuze had gehad! 

‘Dat onvolwassen gedrag viel te voorzien als een allergische reactie op jouw schrijfstijl en ik heb het je voorspeld’, suste Bart.

‘Ow, maar dat weet ik ook wel meneer Bart. Uw vooruitziende blik maakt alle niet te duiden weerstand een stuk lichter te dragen, uiteraard. Ik zou alleen voor de verandering zo graag eens met open vizier aangevallen willen worden’, wanhoopte Thea hunkerend.

Zonder zich te realiseren dat zo’n dubieuze wens ook weleens op korte termijn in vervulling zou kunnen gaan. De uitkomst pakte echter minder voordelig uit dan Thea zich op voorhand had voorgesteld. Amper een week na het versturen van ‘de dictatuur van de bekrompen ouders’ stoorde de ringtone van haar mobiel bij het afrekenen aan de kassa van de Lidl. Dat werd dus de voicemail die de beller echter niet had ingesproken. Thea parkeerde haar met boodschappen bepakte en bezakte fiets tegen de leuning van een bankje in het parkje vlak bij de supermarkt en controleerde de nummerherkenning. Volgens de voicemailstem op haar mobiel was Thea zojuist gebeld door een afzender met een telefoonnummer dat ze niet kon thuisbrengen. Nieuwsgierig belde Thea terug.

‘Met Willy Bakbruin.’

‘Je had mij gebeld?’, vroeg Thea verbaasd omdat ze het telefoonnummer van De Wielewaal onderhand uit het hoofd kende en Willy haar dus blijkbaar onder de noemer van haar privémobiel belde.

‘Ja, ik wil een gesprek’, gelastte Willy streng.

Het gewicht van de boze verordening, van de onmiskenbare schooljuffrouw in directrice Willy Bakbruin, deed de benen van Thea verslappen in een stimulus respons reactie waarvoor de kiem in haar kindertijd was gelegd. Een zitplaats op het lege parkbankje bood een solide basis voor knikkende knieën en een prima alternatief voor de strafhoek. De abrupte hartkloppingen in haar keel probeerde ze niet te laten doorklinken in een stellige reactie: 

‘Ik niet’.

Thea zag de denkbeeldige discussiebal weer voor zich. Bijna letterlijk door een paar jongens die op een grasveldje in het park aan het voetballen waren. De bal werd in beweging gehouden doordat iedereen van zich af speelde. Dat was toch de essentie van het spel; de truc om de bal zo goed mogelijk af te weren en naar een ander door te spelen of opnieuw af te trappen.  Hoe korter het balbezit, hoe beter.

‘Ja maar, ik ben er niet van gediend dat je é-mails naar de directeur van de onderwijsstichting stuurt. Wij gaan hier op De Wielewaal het gesprek met elkaar aan.’

Hoezeer Willy ook hoorbaar haar best deed om haar boodschap gezaghebbend op Thea te laten overkomen; toch klonk het vervolg van haar veelbelovende start desondanks als een zwaktebod van een benevelde alcoholiste die zich voorafgaande aan haar grootspraak de nodige moed had ingedronken. Thea was weliswaar vertrouwd met de afgemeten manier van praten van Willy Bakbruin, maar de vertraging in haar dubbele tongval was nieuw. Willy spuide haar zinnen alsof haar gedachten steeds te laat achter de uitspraak aankwamen en ze zich pas realiseerde wat ze gezegd had nadat het hoge woord al geuit was. Tijdens de onvermijdelijke pijnlijke stiltes  die zich gedurende het onbedoeld uitgebreide telefoongesprek zouden blijven herhalen, hoorde Thea aan de overzijde van de verbinding glasgerinkel en andere bargeluiden op de achtergrond. Borrelgeruis dat het vermoeden dat Willy Bakbruin zo vroeg in de namiddag al flink had zitten pimpelen alleen maar versterkte. Of misschien probeerde ze nog steeds om tijdens haar werk op De Wielwaal haar dagelijkse alcoholpromillage stiekem op peil te houden met een rietje in een met drank doordrenkte sinaasappel? De dikke schil van de sinaasappel en de scherpe lucht van het vruchtvlees verbloemen de geïnjecteerde alcohol in het sap. Zo bleef het alcoholisme van de directrice een algemeen gedeeld geheim. Althans volgens een mogelijk scenario dat Thea ooit voor het lethargische voorkomen van Willy Bakbruin verzonnen had. De hoeveelheid alcohol uit het denkbeeldige vruchtenlikeurtje voldeed door jarenlange gewenning inmiddels vast alleen nog maar om in de stemming te komen. Wie weet stond Willy Bakbruin wel onder toenemende druk? God weet was ze eenzaam? Gescheiden? Overspannen? Vandaar dat het draaiboek door Thea geüpdatet moest worden met gefantaseerde bezoeken van de directrice aan een bruin café in een achterbuurt na schooltijd om het idee-fixe over eventueel drankmisbruik van Willy Bakbruin weer kloppend te krijgen. Mogelijk stond Willy onder vuur van het stichtingsbestuur en dronk Wodka om de pijn van een falend directiebeleid van De Wielewaal te verzuipen in liters alcohol. Net als in een sinaasappellikeurtje is het alcoholpercentage in Wodka reukloos. Aldus was Wodka ook niet bij de eerste de beste persoonlijke ontmoeting door de tegenstander op stel en sprong aantoonbaar actief in het gestel van Willy Bakbruin. Alcoholmisbruik bracht de directrice van De Wielewaal waarschijnlijk niet alleen verraderlijke slow motion, maar ook noodzakelijke verdoving, dus wie deed haar wat?

‘Die gesprekken op De Wielewaal die ken ik onderhand’, beet Thea vastbesloten van zich af.

‘Welke datum kan ik noteren?’, bralde Willy.

‘Sint Juttemis; dat is de datum waarop Pasen en Pinksteren op  1 dag vallen’.

‘Als je niet wilt praten dan moet je ook geen é-mailtjes meer sturen’, vond Willy irrationeel.

‘Wie zegt dat?’

‘Dat is zo’.

‘Nou ja, meestal is een mailtje wel een ingang tot een gesprek, maar in het geval van ‘de dictatuur van de bekrompen ouders’, heb ik een soort klacht verpakt in een kennisgeving naar Rinus Hardleers oftewel de directeur van de onderwijsstichting gestuurd en een afschrift aan de vertrouwensarts en aan jou. Het is meestal niet de bedoeling dat de geadresseerde reageert op een kennisgeving. Een kennisgeving is een kennisgeving en geen contactadvertentie.’

‘Ik vind het gewoon niet leuk dat je dat hele verhaal in die mail zomaar naar de directeur van de onderwijsstichting hebt opgestuurd. Je had eerst contact met mij moeten opnemen. Rinus Hardleers heeft helemaal geen boodschap aan jouw verhaal. Je kunt niet zomaar in het wilde weg mailtjes sturen Thea’, protesteerde Willy vol zelfmedelijden op een wijze die bijna aandoenlijk was.

Tijdens één van de vele evaluaties over wat er nou weer was misgegaan in relatie tot Sabine of Walter, of allebei tegelijk, had Bart ook al eens te maken gehad met de wereldvreemde kijk van Willy op é-mails van ouders. Op een gegeven moment kwam tijdens het zoveelste  babbeltje geheel terzijde zelfs de hatemail van de luizenouders aan het adres van Bart en Thea aan de orde. Niet alleen deze bedreigende berichtjes, maar ook andere vijandige mailtjes van ouders naar elkaar en naar docenten hadden bij de directrice van De Wielewaal een nog al onverwachte reactie teweeg gebracht, waarover Bart achteraf geamuseerd verslag deed aan Thea. Zonder gêne had Willy bij Bart de mogelijkheid gepeild om het é-mail verkeer op De Wielewaal maar helemaal af te schaffen. Bart is immers een automatiseringsman en dus de expert bij uitstek vond Willy. Ze wilde dan ook van Bart bevestiging van haar bevinding dat een dialoog op het internet veel eerder tot misverstanden leidde dan een onderonsje in het echte leven. Of Bart het ook zo lastig vond dat simpele online briefjes automatisch opgeslagen en dus traceerbaar waren? Hierdoor transformeerden onschuldig bedoelde mailtjes onbedoeld in juridisch bindende informatie. Je was als computergebruiker dus wel genoodzaakt om te bezinnen alvorens aan een é-mail te beginnen. Een officieus babbeltje daarentegen bood zoveel meer mogelijkheden en uitwegen. Zeker voor de categorie verbale mensenmensen in het onderwijs. Sociale wezens die in de regel liever niet eerst denken voordat ze wat zeggen; maar altijd blind vertrouwen op het zelf herstellend vermogen van gezwets. Vandaar de latente behoefte van schoolfrikken aan gesprekjes met meer gelul dan wijsheid natuurlijk. Bart snapte dan ook heel goed waar Willy Bakbruin vanuit haar perspectief uit gezien op doelde, maar zijn realiteitszin  zette de directrice van De Wielewaal echter weer met de beide benen op de grond. De é-mail is een rechtmatig en modern communicatie middel en een basisschool is een openbare instelling die derhalve een dergelijke, legitieme contactingang met goed fatsoen niet kan weren. Volgens Bart was het kwartje wel gevallen bij Willy, maar Thea was niet overtuigd. Evenmin vertrouwde Thea in de naïviteit en oprechtheid van Willy Bakbruin. Zij zocht eerder een verpakte vorm van intimidatie achter het zogenaamde voornemen van de directrice van De Wielewaal om de mailwisseling als communicatiemiddel af te schaffen. De gepresenteerde intentie was een dekmantel van Willy Bakbruin om via argeloze Bart die Tirannieke Thea voor eens en altijd te dwingen tot slikken of stikken van het wanbeleid op De Wielewaal.

‘Dat geloof ik niet!’ beweerde Bart op weinig overtuigende toon.

Zijn redenatie was krom. Normaliter schuwde Willy Bakbruin geen middel om zich te ontdoen van de brutaliteiten van Thea en dan zou ze van alle mensen in haar directe omgeving uitgerekend geen gebruik maken van de gelegenheid om de echtgenoot te bespelen? Nee, Willy Bakbruin was niet neutraal. Ze was wel slim genoeg om te snappen dat een algeheel mailverbod een utopie was. Ook zonder uitleg van Bart. In het specifieke geval van Thea zou Willy Bakbruin echter wel voor een  mailbelemmering zorgen. Hoe dan ook. Ook zonder uitleg van Bart. Het telefoongesprek naar aanleiding van de dictatuur van de bekrompen ouders neigde dan ook hoe langer hoe meer in de richting van het trieste gelijk van Thea. Reden temeer voor Thea om zich niet zonder meer aan de directrice van De Wielewaal gewonnen te geven.

‘Bart en ik hebben zowel samen als los van elkaar in het verleden verschillende gesprekken met je gevoerd en wij hebben ons op geen enkel moment door jou gehoord gevoeld, Willy. Dus dan moet jij mij eens 1 reden geven waarom ik in het geval van de dictatuur van de bekrompen ouders eerst contact met jou op zou hebben moeten nemen alvorens de stichtingsdirecteur Rinus Hardleers in te schakelen?!’

‘Omdat er geen dictatuur van de bekrompen ouders bestaat! Ja, misschien in jouw hoofd!’, antwoordde Willy tergend langzaam.

Dit was het moment waarop Thea volgens Bart gewoon recht op de vrouw af had moeten vragen of directrice Willy Bakbruin misschien te diep in het glaasje gekeken had. Maar Thea verkoos te zwijgen. Een passief agressieve vorm van reageren. In weerwil van het naleven van de ideologie van Bart die toch meestal neerkwam op lik op stuk en makkelijke scores. Thea bleef apathisch en verkleumd op het parkbankje met haar mobiel aan één oor, naar de horizon van een flatgebouwencomplex aan de rand van het voetvalveldje zitten staren. Willy werd ongedurig van de radiostilte.

‘Thea?’

Na een lange pauze kwam Thea eindelijk actief tegen Willy in verzet.

‘Er zijn juist een heleboel bekrompen ouders op De Wielewaal’.

Eigenlijk kon de hele poppenkast op de basisschool van haar kinderen haar niets meer schelen. Het was alsof het schrijven van ‘de dictatuur van de bekrompen ouders’ een therapeutische uitwerking op haar zintuigen had gehad. Het versturen van de mail naar Rinus Hardleers, Willy Bakbruin en Jojanneke de vertrouwensarts had een abrupt einde gemaakt aan de heerschappij van Thea’s sentimenten met betrekking tot De Wielewaal. Ze maakten in het wezen van Thea plaats voor een verloren gewaande, vertrouwde, alledaagse wereld van horen, zien, proeven, ruiken en voelen.

Haar huidige uitzicht op een banaal voetbalspel aan de rand van een betonnen woud werkte verrassend rustgevend. Temeer omdat in de achterstandswijk van Thea een geplande renovatie, sloop en nieuwbouw aan de gang was. Al 8 jaren met tussenpozen. Na het besluit van Thea en Bart om in een afbraakwijk een huis te kopen ontvingen zij van de optimistische verantwoordelijke bouwopzichter een routeboekje dat een werkschema van 5 jaar weergaf. Dit draaiboek kon allang de prullenbak in. In de beginperiode vervalste het kabaal van de sloop van de vooroorlogse arbeidershuurhuisjes nog helemaal volgens plan de ambiance rond het monumentale droomhuis van Thea en Bart. Daarna volgde de crisis en een onverwachte interval van niets. De enige overgebleven huizen, waaronder het pand van Bink met zijn GspotGigolo escortservice, aan de overkant van een opengebroken ventweg, markeerden het einde van een zandvlakte in het centrum van de stad met het monumentale pand uit 1892 van Bart en Thea als koppige herinnering aan een woonwijk die koste wat kost in ere hersteld moest worden. Ooit. Want de werkzaamheden lagen stil en de bewoners in de rijtjeshuizen aan de overkant klampten Bart regelmatig aan met vragen over de vorderingen in de nieuwbouw. Alsof Bart de opzichter was. Hij wist ook niets meer dan dat de opschorting van de bouw iets met de crisis te maken had en dat de aannemer de toekomstige panden niet vooraf verkocht kreeg. Dat scheen gewoonlijk wel de bedoeling te zijn bij grootschalige woonprojecten. De mensen hadden geen geld. Of de banken verleenden geen hypotheken. Iets van dien aard veroorzaakte een woonisolement middenin een middelgrote stad. Een noodsituatie die Thea van het begin tot het einde als paradijselijk ervoer. Daarom viel na een jaar of 2 het vervolg van de renovatie ook extra rauw op haar dak. Maar alles went; zelfs het stampende geluid van heipalen, de macho-inhoud van stoere mannenpraat, het proestende en snoevende vrachtverkeer, hijskranen die net niet over de grens van de achtertuin parkeren en het oorverdovende volume van de radiozender 100 procent NL. Des te saaier was het huidige uitzicht op het flatgebouwencomplex van Thea op haar bankje in het park. Maar saai kan ook een verademing zijn. Af en toe. Thea wentelde zich in de rust door te gaan verzitten en de vochtige namiddaglucht in te snuiven. In de verte hoorde ze de directrice van De Wielewaal door haar mobiel aan haar oor protesteren.  

‘Dat is jouw waarheid.’

‘Van hetzelfde Willy. Santé’.

Maar Willy Bakbruin zat kennelijk op haar praatstoel en liet niet los.

‘Weke ouders zijn dan volgens jou bekrompen?’

‘Neem nou de moeder van Kasper; bijvoorbeeld.’

Thea strekte haar benen en bestudeerde haar afgetrapte schoeisel. In de garage stonden dozen vol nieuwe laarzen voor de verkoop op haar Webshop. Een voordelig ingekochte partij vanwege mogelijke rook- en/of waterschade. Het zou wel erg vreemd zijn als haar gangbare schoenmaat daar niet meerdere malen in verschillende soorten tussen zat. Binnenkort toch eens neuzen.

‘Je bedoelt Moira?’, wilde Willy defensief weten.

‘Ja, Moira de moeder van Kasper.’

‘Nou, ik ken haar goed’.

Alsof met deze zegswijze meteen alle kritiek ongehoord was.

‘Ze heeft mijn afscheidsliedje voor meester Joep proberen te jatten.’

‘Nou, nee Thea zo heb ik het hele verhaal niet begrepen.’

‘Wat heb jij dan begrepen?’

Thea hield haar adem in. Ze had niet verwacht dat Willy Bakbruin überhaupt iets had meegekregen van de afscheidsfeestperikelen rond meester Joep aan het einde van het vorige schooljaar.

‘Ik heb begrepen dat jij niet begrepen had dat er een afscheidsbarbecue voor meester Joep was georganiseerd alwaar het afscheidsliedje door iedereen samen gezongen moest worden.’

‘Ja maar, ik had de tekst van het liedje bedacht voor de kinderen van groep 6 en niet voor de ouders.’

‘Sommige ouders hebben nou eenmaal extra aandacht nodig.’

Zo te horen was Willy zelf heilig overtuigd van de geldingswaarde van haar verklaring.

‘Ja, dat klopt; dat is ook precies wat ik weergeef in ‘de dictatuur van de bekrompen ouders’. Maar ik vind dus niet dat het de taak is van het docententeam van de basisschool van mijn kinderen om deze hulpbehoevende ouders op te vangen. Laat ze maar naar een psychiater gaan voor ondersteuning’, antwoordde Thea kalm.

Ze stond op van het parkbankje om met haar mobiel aan haar oren een gestrande voetbal uit de struiken terug naar een rij afwachtende  jongeren te trappen.

‘Wat jij vindt moet je naar het politiebureau brengen’, grapte Willy ongepast.

‘Of ik schrijf een kennisgeving aan Rinus Hardleers van de onderwijsstichting’, hijgde Thea.

‘Ja maar daar ben ik dus niet zo van gediend’, gaf Willy voor de tweede keer tijdens het telefoongesprek van die dag te kennen.

Thea zat weer op het parkbankje en voelde een druppel op haar hand. Het begon te motregenen, maar het voetbalteam volhardde.

‘Gedane zaken nemen geen keer.’

‘Je bent zo vijandig!’, verzuchtte Willy.

Waar had Thea dat vaker gehoord.

‘Dat verweet jouw vriendin Rita mij laatst ook tijdens een gesprekje.’

‘Juffrouw Rita is niet mijn vriendin, maar mijn collega. Ik zou het fijn vinden als je ons met hetzelfde respect benadert als waarmee wij jou tegemoet treden, Thea.’

‘Weet wat u wenst juffrouw Willy’, waarschuwde Thea prompt.

‘Wat kinderachtig, Thea!’

Op die manier kon Thea niet anders dan toch nog in de verdediging schieten.

‘Hoe zou jij dat vinden als anderen met jouw ideeën aan de haal gingen?’

Cynisch schraapte Willy haar keel:

‘Mijn ideeën zijn al gemeengoed voordat ik ze uitgesproken heb.’

‘Dat vind ik knap, maar dan nog, jij bent directrice van een basisschool en ik ben maar een moeder. Bovendien was het mijn liedje.’

‘Nee, hoor het is een liedje van K3’, bitste Willy jaloers.

‘De tekst van het afscheidsliedje is van mij en trouwens net als Moira heb ik ook rechten.’

‘En plichten’, vulde Willy doodleuk aan.

‘Ten opzichte van mijn kinderen ja, maar niet ten opzichte van De Wielewaal. En niet voor het één of ander, maar ik draag mijn steentje meer dan bij.’

‘Jij niet alleen hoor Thea. Alle ouders doen hun best. Iedereen helpt naar vermogen.’

‘O, ja? Waarom moet ik dan 250 euro betalen aan Nora de dramajuffrouw, terwijl ik alle kostuums voor de dramavoorstelling van voor de zomervakantie versteld heb?’

‘Sommige mouwen waren te kort heb ik vernomen. Desondanks heb ik ervoor gezorgd dat de betalingsherinneringen van Nora zijn stopgezet’, bitste Willy.

‘Waarom heb je dat gedaan als je vindt dat Nora in haar recht staat?’

Willy had iets te veel tijd nodig voor een geloofwaardig antwoord om Thea geen beginnend gevoel van overwinning te bezorgen.

‘Omdat jij de mailwisseling tussen jullie naar mij hebt doorgestuurd!’

‘Zie je nou dat mailtjes nuttig zijn’, triomfeerde Thea.

‘Ik kon het geruzie om een beetje geld niet aanzien’, haperde Willy na een pijnlijke stilte, waarin Thea bijna kon horen hoe hard ze op haar tong beet.

‘Nora moet blij zijn dat ik haar niet heb aangegeven bij de politie voor fraude. Nora wordt toch door De Wielewaal ingehuurd via de Stichting Kunstzinnige Vorming die weer gemeentelijke subsidie ontvangt voor het verlenen van diensten aan basisscholen? Nora krijgt dus gewoon een dubbel inkomen via de Stichting Kunstzinnige Vorming en dankzij belastingbetalers. Het feit dat jij de extra maandelijkse bijdragen die Nora voor haar dramalessen bovenop haar reguliere salaris aan de ouders van De Wielewaal vraagt goedkeurt, maakt de gederfde inkomsten niet minder zwart. Jij bent niet alleen medeplichtig Willy Bakbruin, maar ook nog eens strafbaar.’

Willy schaterlachte kort en getormenteerd, waarna ze honend doorging met treiteren:

‘Ik weet niks van zwarte dramakosten, maar ik weet wel dat jij anderen het licht in de ogen niet gunt, Thea’.

‘Ow, mijn God, mevrouw de directrice; dit is nou de reden waarom ik geen gesprek meer wil, maar tegen wil en dank toch steeds weer met gewichtigdoeners zoals jij in discussie getrokken wordt. Jij kunt alleen maar ouwehoeren. De hele dag door in jouw zalvende onderwijsbubbel. Zeveren, zaniken en theoriseren. Nou van mij krijg je gelijk hoor mevrouw de directrice. Alsjeblieft. Doe ermee wat je niet laten kunt.’

‘Dat zal ik zeker doen en daarom wil ik je vragen om niet meer te mailen. Niet naar mij en ook niet naar andere leerkrachten. Je kunt voortaan een gesprek met ons aangaan en anders niets. Heb je dat goed begrepen Thea?’

Het begon harder te regenen. Voor de jongens het sein om eindelijk te stoppen met voetballen. Zonder woorden nam één van hen de bal onder de arm en kuierde aan in de richting van het betonnen wooncomplex. De rest volgde in een ganzenpas van kromme o-vormige voetbalbenen.

‘Heb je dat goed begrepen Thea?’, herhaalde Willy met klem.

‘Ze is gek geworden!’, dacht Thea, terwijl ze haar mobiel in haar jaszak liet verdwijnen.

Tegelijkertijd dook het woord ‘mailverbod’ in haar gedachten op, om vervolgens hinderlijk in haar hoofd na te blijven zeuren tijdens haar fietstocht naar huis. Een mailverbod is censuur en dat was precies de aard van de beperking die de directrice van basisschool De Wielewaal Thea zojuist had opgelegd.

Nou is censuur in Nederland nog steeds ook maar een mening, maar daarom voelde Thea zich nog niet minder op haar nummer gezet.

‘Je geeft Willy teveel macht’, verschoonde Bart de actie van de directrice tot ergernis van Thea.

‘Ik snap ook wel dat Willy mij niet geen rechtsgeldig mailverbod kan opleggen, maar dat heeft haar er niet van weerhouden om de intentie wel aan mij kenbaar te maken met haar ondoordachte sanctie jegens mij. Ze staat duidelijk niet open voor mijn mening, terwijl onze twee kinderen acht jaar lang elke schooldag in haar toko opgroeien.’

‘Ze heeft je toch niet bedreigd?’

‘Nee, dat moest er nog bijkomen. Waarom kies jij ineens partij voor Willy Bakbruin?’

‘Ik sta nog steeds aan jouw kant, Thea, maar ik wil niet dat jij je weer onnodig opwindt over niks.’

‘Je zegt het verkeerd Bart; je bedoelt dat je niet weer gedoe wilt. Ik kan er niets aan doen dat Willy Bakbruin mij een mailverbod oplegt. Zulke symbolische sancties werken averechts bij mij. Dus ik moet er wel wat mee. Ik laat dit niet over mijn kant gaan. En ja, ik wind me op over een mailverbod. Ik word niet iedere dag gecensureerd.’

‘Ik zou dat mailverbod in ieder geval wel even aan de directeur van de onderwijsstichting en de vertrouwensarts laten weten’, gaf Bart schoorvoetend toe.

Dus kwam Thea kwam haar man ook weer tegemoet:

‘Jazeker, ik stuur zo meteen een berichtje over het mailverbod dat Willy Bakbruin mij heeft opgelegd naar zowel Rinus Hardleers als naar Jojanneke. Via de mail’.

Dit keer had Thea genoeg eelt op haar ziel gekweekt om zich niet wederom totaal knock out te laten slaan door de klappen van de daders van De Wielewaal. Kon Bart ook wat rustiger ademhalen. Het gebouw van De Wielewaal besloot ze niet meer te mijden, zoals voorheen na een crisis, maar gewoon te bestormen tijdens het brengen en halen van de kinderen. Toch een enorme vooruitgang op nog geen 2 jaar geleden toen ze nog geïntimideerd schuilde voor het oordeel van de buitenwacht in haar geparkeerde Renault alwaar ze haar wonden likte in afwachting van de komst van Walter en Sabine. Dat scenario was voorgoed verleden tijd. In een bodemloze put rondhangen leidt nergens toe. En sinds haar artikel over ‘De dictatuur van de bekrompen ouders’, waarin Thea openlijk stelling nam en daarmee willens en wetens vaste grond onder haar beide benen koos, was ze ook niet langer bang dat ze tegen Willy Bakbruin of juffrouw Rita op zou botsen in de gangen van De Wielewaal. Ergens hoopte ze zelfs op een confrontatie. Thea had niets te verbergen of om zich voor te schamen. Willy Bakbruin bleef echter op alle volgende werkdagen veilig in haar directeurshok zitten en juffrouw Rita was thuis hard op weg om voor de rest van het schooljaar op te branden.

Daar stond Thea dan elke schooldag  op het speelplein van De Wielewaal. Open en gevoelsmatig bloot. Aanspreekbaar maar machteloos. Gevangen in haar onvermogen. Monddood gemaakt. Spreekwoordelijke vacuüm gezogen in de doofpot. Uit verveling zocht ze naar aanspraak bij onpartijdige ophaalouders om haar heen. En wat begon met een praatje over het weer ontwikkelde zich al snel tot een schooldagelijks babbeltje met 2 moeders die al zo lang als Thea het zich kon heugen op het speelplein op de komst van hun kinderen stonden te wachten op een vaste stek onder de pergola bij de achteruitgang van De Wielwaal. Na wat heen en weer geklets kwam Thea erachter dat de 2 moeders buurvrouwen waren; ook wel bekend als Gieke en Dieke. Gieke was midden 40 en slank, met sluik, blond, lang haar dat dunnetjes over haar schouders hing. Inmiddels kon Thea haar uittekenen in haar legergroene anorak met een capuchon afgezet met imitatiebont en een spijkerbroek in zwarte lederen kniehoge laarzen. Gieke stond meestal met haar armen voor haar bescheiden voorgeveltje ineengeslagen waardoor ze al betweterig overkwam voordat ze haar mond überhaupt geopend had. Ze ontpopte zich al gauw als een expert op het gebied van The Voice en Goede Tijden, Slechte Tijden. Dieke was wat haar uiterlijk betrof de tegenpool van Gieke. Ze was een paar jaar jonger, goedlachs, mollig, een brunette met een paardenstaart en altijd in fitnessoutfit. Voor het geval het er toch nog van mocht komen. Eerdaags. Dieke had geen speciale voorkeuren op televisie gebied. Ze was wel fan van ‘De Toppers’ en 1 keer per jaar togen Gieke en Dieke dan ook gezamenlijk naar de Ziggo Dome in de hoofdstad om hun helden eens een avondje lekker hysterisch te bejubelen. Niet bepaald Thea’s ding. Over smaak valt niet te twisten. Typische voorkeuren  schiepen dan ook geen band tussen het drietal. Gelukkig was er wel een andere ingang voor een chronisch schoolpleinbabbeltje. Buurvrouw Gieke en buurvrouw Dieke woonden in een straat die precies tussen de wijk van De Wielewaal en de afbraakbuurt van Thea inliep. De hoofdstraat was als het ware een grenspost tussen De Wielewaalse kakwijk en de uitschotgetto in de renovatiebuurt waar Bart en Thea hun koophuis hadden staan. Buurvrouw Gieke en buurvrouw Dieke woonden dus eigenlijk op neutraal gebied, maar waren unaniem zeer te spreken over de geweldig mooie nieuwbouw die zij langzaam maar gestaag in de voormalige afbraakwijk van Thea zagen herrijzen vanuit hun huiskamers in de hoofdstraat. Dat de bouwtrant zo luxe en stijlvol zou worden hadden Gieke en Dieke nooit kunnen voorzien toen ze hun kinderen destijds bewust naar De Wielewaal stuurden in plaats van naar Het Kleurenpalet. In tegenstelling tot Bart en Thea. Zij hadden 7 jaar geleden de stap naar de zogenaamde ‘zwarte’ basisschool uit hun renovatiewijk met een leerlingenpopulatie bestaande uit 24 nationaliteiten wel gewaagd en niet lang daarna betreurd. Het witte stel werd voor gek verklaard vanwege hun keuze voor Het Kleurenpalet. Door iedereen; ongeacht het land van herkomst. Nogal wiedes dus dat Bart en Thea na een jaar van behelpen met Sabine op Het Kleurenpalet alsnog met beide kinderen uitweken naar De Wielewaal; de witte vlucht naar een kapsonesschool in een yuppenwijk. Bezweken onder de sociale druk. Slechter zou niet worden. Ook niet veel beter, maar in ieder geval was het permanente geroezemoes om Thea heen sindsdien verstaanbaar. De nieuwe ruis in haar moedertaal gaf tenminste enigszins een thuisgevoel.

Ondertussen vroegen Gieke en Dieke zich hardop af of Thea wel wist dat ze binnenkort bijna ‘op stand’ zou wonen, omdat de economische crisis nu toch zo goed als voorbij was. Daarom zouden heel veel jonge stellen en gezinnen uit de stad van de ene op de andere dag ineens meer dan graag een koophuis in de nieuwbouwwijk en in de buurt van het monumentale pand van Bart en Thea willen kopen.

‘Dat monumentale pand werd niet lang geleden nog een krot genoemd’, lachte Thea met lichte spot in haar stem.

Laatst nog stond er een  pakketbezorger aan de voordeur. Uit het niets vond hij het nodig om bij het overhandigen van een pakketje aan Thea te melden dat hij ‘het’ zonde vond.

‘Wat precies?’, vroeg Thea afgeleid aan de pakketbezorger.

Ze wilde best meeleven met de beste jongen, maar niet zonder reden.

‘Zonde van dit huis bedoel ik. Dat het blijft staan. Het is toch een hoop ouwe troep middenin prachtige nieuwbouw!’

Even kwam Thea in de verleiding om de mededeelzame pakketbezorger een spoedcursus architectuur en de historische waarde van een hoop ouwe troep door zijn smakeloze strot te duwen, maar waarom bergen verzetten als je er ook overheen kunt gaan?!

‘Maar nou vindt niemand dat huis van jullie nog een krot hoor. Moet je kijken hoe mooi de buurt geworden is. Heb jij Walter en Sabine al aangemeld bij die nieuwe school die in plaats van Het Kleurenpalet gebouwd is? De Vrijbuiter?’, wilde Dieke weten.

‘Nee, Sabine gaat volgend jaar naar groep 8 en Walter naar groep 7, wat zou ik nou nog van basisschool veranderen’, schamperde Thea.

‘Nou, ik vind het wel een supermooie school geworden hoor. Ze huizen in het nieuwe wijkcentrum dat ook ‘De Vrijbuiter’ heet, dat weet je toch? Dieke en ik zijn laatst wezen kijken bij de open dag. Het is wel heel gaaf, Thea! Alles is nieuw. Elk lokaal heeft airconditioning en een digibord. Er is een speciale computerruimte en alle kinderen krijgen een IPad van de school. De speelplaats is op het dak van het wijkcentrum; hartstikke groot en groen en met zonnepanelen. Nou, ik zou het wel weten’, zwijmelde Gieke.

‘Wat let je dan?’, provoceerde Thea.

’Kom op zeg, Arend zit al op de middelbare en Berend zit in groep 8 bij Jeewee.’

‘Je doet net of Jeewee het neusje van de zalm is.’

‘Ik vind hem wel goed. Een leuke vent.’

‘En lekker, ik houd wel van zalm’, vulde Dieke likkebaardend aan.

Haar zoon Remi zat ook bij Jeewee in groep 8, maar haar dochter Jamy kwam dat schooljaar pas kijken in groep 3.

‘Heb je dat kontje gezien?’

‘Echt wel’, kwijlde Gieke.

‘Is het kontje van Jeewee dan de enige reden dat jij niet met jouw meisje Jamy van De Wielewaal naar die fantastische, gloednieuwe Vrijbuiter overstapt?’, wilde Thea op plagerige toon van Dieke weten.

De buurvrouwen hielden van een geintje. Liefst waren de dames niet serieus. Wel met verve wispelturig, emotioneel en altijd een bron van informatie. Thea hoefde alleen maar te horen wat buurvrouw en buurvrouw niet uitspraken. In het geval van het kontje van Jeewee, wist Dieke de kern van de zaak ook weer grillig te omzeilen:

‘Volgend jaar is Gieke met haar kinderen weg van De Wielewaal en ik kan jou toch niet alleen laten met Willy Bakbruin?’ 

‘Ik lust haar anders rauw!’,

‘Jij liever dan ik’, knipoogde Dieke.

Zoals gewoonlijk zaten buurvrouw en buurvrouw op 1 lijn en vulde Gieke haar vriendin aan:

‘Jullie zijn trouwens niet alleen. Er zijn wel meer mensen niet zo kapot van Willy Bakbruin.’

‘Waarom niet? Omdat ze zuipt?’

Het was eruit voordat Thea het in de gaten had. Geschrokken sloeg ze een hand voor haar mond.

‘Zuipt Willy?’, wilde Gieke verafschuwd  weten.

Struikelend over haar woorden haastte Thea zich om haar uitlating te rectificeren.

‘Nee, dat weet ik niet. Ik roep maar wat.’

Dieke schokschouderde en zei schrander:

‘Ik zou er niks van staan te kijken.’

‘Wat was zo’n Peter Langveld dan toch goud waard. Heb jij hem nog gekend?’

Dieke keek Thea vragend aan.

‘Peter Langveld, jazeker. Da’s die oude directeur van voor Willy Bakbruin. Hij is naar die leerfabriek gegaan.’

‘De Springplank’, verkondigde Gieke luidkeels.

Alsof ze voor de volledigheid alle omstanders en toehoorde ook even bij wilde werken. Thea deelde de hartstocht van Gieke voor Peter Langveld niet:

‘Zo’n geweldenaar was hij nou ook weer niet. Maar vooruit. Peter Langveld zou mij in ieder geval geen mailverbod opgelegd hebben. In tegenstelling tot Willy Bakbruin.’

‘Wat heeft Bakbruin jou opgelegd?’

Buurvrouw en buurvrouw gaven bijna licht van nieuwsgierigheid. Ze waren één en al aandacht voor het aangezwengelde mailverbod onder de grijze, dreigende bewolking van een regenachtige novembermiddag. Thea haalde opgelucht adem. Eindelijk had ze een opening gevonden om haar versie van een geruchtenstroom ongedwongen de wereld in te helpen.

‘Een mailverbod’, herhaalde ze met nadruk.

‘En? Wat mag dat dan wel inhouden? Zo’n mailverbod?’, wilde een willekeurige, bemoeizuchtige ouder - die ook op het speelplein stond te wachten op zijn kroost - weleens van Thea weten.

‘Willy heeft mij verboden om nog mailtjes te sturen naar haar of naar iemand anders die met De Wielewaal verbonden is. Ik moet het gesprek aangaan.’

Buurvrouw Dieke trok een bedenkelijk gezicht:

‘Da’s net zoiets als met de vader van Barbie’.

Inmiddels was Thea het wel gewend om in gesprek met de buurvrouwen onontkoombaar van de hak op de tak te springen. Ze werd er melig van;

‘Bedoel je Ken?’

‘Nee, dat zou dan haar vriend moeten zijn. Barbie is amper 6, och arme. Ze zit in groep 3 bij mijn Jamy en haar vader heeft ook een verbod gekregen van Willy Bakbruin. Een speelplaatsverbod.’

Om de ernst van de zaak nog eens extra te benadrukken sloot Dieke haar opmerking af met een ferme hoofdknik.

‘En moet dat dan weer voorstellen? Een speelplaatsverbod?’

De vrijpostige toehoorder van daarnet begon vervelend te worden met zijn gevraag naar de bekende weg. Gewoon links laten liggen leek voor de 3 mama’s onuitgesproken de beste manier om met deze opdringerige vader om te gaan.

‘Wat heeft de vader van Barbie dan mis gedaan? Rookt hij of zo?’, vroeg Thea.

‘Ik rook ook’, antwoordde Gieke uitdagend.

‘Ja, maar niet op de speelplaats’, suste Dieke.

‘Dat doet de vader van Barbie toch ook niet!?’, wist Gieke zo goed als zeker.

De willekeurige bemoeial liet zich niet negeren en deed zijn zegje:

‘De vader van Barbie ziet er niet uit. Hij is vadsig, met zijn naveltruitje en zijn bouwvakkersdecolleté. En dan dat vette haar in een staartje en dat vieze petje achterstevoren op zijn kop. En er hangt standaard een peuk in zijn mondhoek. Dan shockt hij met dat milieuvijandige, opgevoerde brommertje de speelplaats op. Hij draagt niet eens een helm en Barbie ook niet. Afschuwelijk. Dat is toch geen aanzien op de speelplaats van De Wielewaal. Ik snap best wel dat hij een speelplaatsverbod heeft gekregen.’

‘O, dus je weet wel wat een speelplaatsverbod is?’, merkte Thea terzijde op.

‘Jawel hoor, een speelplaatsverbod voor de vader van Barbie is bijna net zo begrijpelijk als een mailverbod voor jou, mevrouw de postduif’, snauwde de bemoeial verrassend goed geïnformeerd ibeens.

Thea liet zich echter niet van haar stuk brengen:

‘Ik zou een speelplaatsverbod of een  mailverbod ook begrijpelijk hebben gevonden. In de voormalige DDR of de Sovjet Unie, maar niet in een vrij land als Nederland.’

De rol van beledigde onschuld ging haar makkelijk af. Buurvrouw en buurvrouw hapten meteen.

‘Wat is Willy Bakbruin toch een achterlijk wijf. Heb je het gehoord van de adviezen?’

Nu was het de beurt aan Thea om direct één en al oor te zijn:

‘Nee, wat is er met de adviezen?’

‘Nou, de vervolgopleidigsadviezen die de directie van De Wielewaal aan de schoolverlaters van groep 8 meegeeft schijnen vaak veel te hoog te zijn.’

‘Nee!’, kreet Thea sensatiebelust.

Demonstratief kwam Gieke dichterbij Thea en Dieke staan en sloot zo de bemoeial buiten. Met een geheven vingertje zette ze haar verklaring kracht bij.

‘Ik weet al zo een stuk of 10 kinderen uit de oude groep 8 van Arend te noemen die na amper 1 brugjaar noodgedwongen een niveau lager zijn gegaan. Van havo naar vmbo. Zelfs van vwo naar vmbo.’

‘Daar zit je dan in de plusgroep’, hoonde Thea, terwijl ze stiekem blij was dat deze ellende haar onmogelijk ook nog ten deel kon vallen.

Dankzij haar jarenlange ervaring bij Huiswerksterk wist Thea van de hoed en de rand. Ook zonder gemanipuleerde citotoetsuitslagen en deelname aan de opgewaardeerde plusgroep kon niemand Thea wat wijsmaken over de leerpotentie van haar eigen kinderen. Ook de directie van De Wielewaal niet.

‘Nou Remi zit niet in de plusgroep en met Jamy gaat dat ook niet lukken’, meesmuilde Dieke.

‘Je kunt je kind ook gewoon naar een scholengemeenschap vwo/havo/vmbo sturen. Dan heeft het na groep 8 nog eens 3 extra brugjaren om zich te bewijzen. Op die manier kan een ouders het vervolgopleidingsadvies van het team van de bassischool relativeren en alleen als leidraad zien. Niet als een wetsbepaling die opgevolgd moet worden’, stelde Thea praktisch voor.

‘Ja, maar dan moet je wel vmbo theorie halen, want met vmbo basis of vmbo kader komt geen enkel kind op een scholengemeenschap’.

Dieke had dusdanig fel gereageerd dat Thea vermoedde dat haar zoon Remi uit groep 8 van Jeewee een voorlopig vmbo kader of basisadvies met zich meedroeg. Uit haar ervaring bij Huiswerksterk wist Thea hoe gevoelig vervolgopleidingsadviezen over het algemeen bij zowel de leerlingen uit groep 8 als bij hun ouders liggen. Wat was Thea in het verleden bijvoorbeeld gepusht door Beau en zelfs omgekocht door Pim met een belachelijk hoge geldelijke vergoeding om zowel Jasmijn als Melvin op het stedelijk gymnasium te krijgen. Het was een fluitje van een cent geweest. Oefenen, oefenen, oefenen. Citotoetsen knallen. Klaarstomen voor de middelbare. Weten wat ze van je willen weten. Voor het feit dat Jasmijn uiteindelijk wel geslaagd was, maar Melvin nog steeds geen middelbare school diploma had, was Thea niet verantwoordelijk. Een balletje kan raar rollen. Toch besloot ze om geen relativerende opmerkingen richting Dieke te plaatsen in de trant van: ‘een onderwijsadvies zegt niks over de slimheid van een kind’ of ‘mensen die met hun handen werken moeten er ook zijn’. Dieke zou zulke gemeenplaatsen als neerbuigend hebben ervaren. Thea kon haar geen ongelijk geven. Het vaak gebezigde cliché raakt kant noch wal. Iemand die goed kan leren heeft niet per definitie 2 linkerhanden en een handig kind kan niet automatisch minder goed met theoretisch materiaal overweg. Een onderwijsadvies van de basisschool zegt in wezen weinig over het leervermogen van een kind, maar is vaak wel bepalend voor het zelfbeeld. Voor een havo-kind met een vmbo-stempel is de kans groot dat de leerstof niet aansluit op de capaciteiten. Zo’n kind begrijpt niet waarom het zich verveelt tijdens de les. De aandacht verzwakt en de motivatie daalt tot beneden het vriespunt. Zo’n misplaatst havo-kind gaat dan al gauw worstelen met de dagelijkse gang naar het vmbo. Spijbelen is dan eerder aan de orde dan een verandering van schooltype; want hoe moet een kind raden dat het een verkeerd vervolgopleidingsadvies heeft gekregen? En iedereen weet dat veelvuldig schoolverzuim op de lange termijn leidt tot uitval. Zo ook bij een vmbo-kind met een havo-stempel dat elke middelbare schooldag weer op een andere manier op de tenen moet lopen. Het vroegere stamphuiswerk is niet meer genoeg voor een voldoende op de havo en de prestatiedruk neemt alleen nog maar toe in de bovenbouw van de middelbare school.

Toch bestaan er ouders die menen dat het vervolgopleidingsadvies van de basisschool op zichzelf een vrijbrief is voor een succesvolle middelbare schoolcarrière. Los van de prestaties van de betrokken leerling. En als er één schaap over de dam is dan volgen er meer. Men stookt elkaar op en gaat zodoende voor een zo hoog mogelijk middelbaar schooltype. Daarbij heiligt het doel de middelen. Zeker op De Wielewaal. Willy Bakbruin had zich bij Thea allang van haar labiele kant laten zien. Ze was ongetwijfeld omkoopbaar; gevoelig voor stroopsmeerderij. Het stond wat Thea betreft wel vast dat Willy Bakbruin haar pappenheimers graag te vriend hield. Getuige de absurde verboden waarmee ze de afgeschreven ouders van de kinderen van haar basisschool probeerde te controleren. Een speelplaatsverbod en een mailverbod en God weet wat nog meer. Kennelijk was Willy Bakbruin er de persoon wel degelijk naar om zich onder invloed van sociale druk te laten verleiden tot allerlei ongebruikelijke maatregelen. Waarom zou ze dan wel ineens principes krijgen en terugdeinzen in het geval van het ondertekenen van valse vervolgopleidingsadviezen? Waarom geen vwo-adviezen aan kinderen geven die eigenlijk een toontje lager zouden moeten zingen op studiegebied? Al was het maar voor het eigen bestwil en welzijn. Zelfs voor kinderen van de opperouders! Maar opperpapa en oppermama zwolgen in het gewonnen aanzien. Als Willy Bakbruin het al goed achtte dan was het vwo diploma voor hun kind kat in het bakkie en een kwestie van uitzingen. Hun kind werd vanaf nu als vanzelf professor of in ieder geval iets geleerds met een goed salaris. Willy Bakbruin geloofde het zelf! Plooibare Jeewee uit groep 8 bewoog wel mee. Hij had geen keus. Het kind van de opperouders was in de luiers al voorbestemd om te slagen in de plusgroep van De Wielewaal. Een nederlaag in het vervolgonderwijs was hierdoor onacceptabel geworden. Maar niet ondenkbaar. Gieke liet niet los. Ze vervolgde:

‘Er komen allerlei klachten bij de onderwijsstichting binnen van ouders, maar ook van mentoren van middelbare scholen over dat oud leerlingen van De Wielewaal het vwo, de havo of zelfs het vmbo-t(heorie) niet aankunnen.’

‘Hoe weet jij dat?’, vroeg Thea achterdochtig.

‘Wij kennen iemand die bij de onderwijsstichting werkt en ik heb met een heleboel getroffen ouders van leerlingen uit de oude groep 8 van Arend gepraat.’

Vanuit haar ooghoeken zag Thea dat Dieke al knikkend de bewering van haar vriendin stond te beamen.

‘Veel oud-leerlingen van De Wielewaal komen gewoon niet mee op hun nieuwe middelbare school. Ze kampen met faalangst en depressies.’

Gieke sloeg zo’n typische plichtmatige overbezorgde toon aan waarvoor Thea door haar jaren ervaring als huiswerkbegeleidster immuun was geworden. 

‘Nou dat spreekt dan niet bepaald voor de kwaliteit van De Wielewaal.’

Thea kon geen andere conclusie trekken, maar Gieke wel:

‘Ik vind het veel erger voor de kinderen. Je zult maar een verkeerd vervolgopleidingsadvies krijgen.’

‘Je moet er gewoon niet te veel aan ophangen. Het is maar een advies. Zet je kind op een scholengemeenschap vwo/havo/vmbo-t en kijk na 2 of 3 brugjaren verder’, drukte Thea de buurvrouwen en eventuele toehoorders nogmaals op het hart.

Omdat Dieke wederom dreigde te ontploffen vanwege de hardnekkige uitsluiting van vmbo-basis en kaderkinderen, haastte Thea zich dit keer om haar bewering te nuanceren:

‘Tenzij jouw kind op een ander niveau functioneert. Dan kun je niet anders dan naar een vmbo-school.’

‘Of naar het Stedelijk Gymnasium’, vulde Gieke veelbetekenend aan.

Ze gloeide van trots, zodat wel duidelijk was waar haar zoon Berend uit groep 8 het volgende schooljaar terecht zou komen. Dieke wendde haar hoofd af. Thea kon niet zien of ze nou wel of niet met haar ogen draaide. De gespannen sfeer die ineens was ontstaan deed vermoeden van wel.

De meeste ouders willen namelijk het beste voor hun kind. Toch is dat niet altijd de hoogste opleiding. Een vwo diploma is geen garantie voor een goed betaalde baan. Vwo staat voor; voorbereidend, wetenschappelijk onderwijs. Dus een middelbare schoolverlater staat na 6 jaar zwoegen op het hoogste niveau nog steeds pas in de startblokken voor wat eventueel na een universitaire studie tot een succesvolle loopbaan kan uitgroeien. Gelukkig leiden meerdere wegen naar Rome en wordt niet iedere puber gelukkig van studieboeken en gemiddeld zo’n 2 uur huiswerk per dag. Veel tieners zijn zelfs zo ongedurig dat ze niet eens de rust kunnen vinden om thuis überhaupt zelfstandig een schoolboek in te kijken. Thea ontmoet zulke kinderen dagelijks in haar praktijk. Het zijn zonder uitzondering pientere pubers met potentie. Allemaal op hun eigen manier; maar ze zijn geen van allen geknipt voor het vwo. Hoe graag hun ouders dat ooit ook anders hadden willen zien. Als dat wel zo zou zijn geweest, dan was Thea nooit ingeschakeld. Kinderen die van het begin af aan op het vwo thuis horen hebben geen behoefte aan chronische huiswerkbegeleiding. Misschien aan een licht steuntje in de rug zo nu en dan, maar niet aan de intensieve assistentie die Thea haar klanten biedt. Diep in hun hart weten de ouders die ten langen lesten Huiswerksterk voor hun kind inschakelen - en bekostigen -inmiddels ook wel dat de initiële middelbare schoolkeuze van hun kind te hoog gegrepen was. Thea is de laatste hoop waaraan de veeleisende ouders van vroeger uit groeiende wanhoop nog nauwelijks eisen durven te stellen. Na de plusgroep op de basisschool is de lat alleen maar lager komen te liggen. Thea heeft hoogbegaafde pubers in haar bestand die met moeite een vmbo diploma halen. Uit zelfbescherming en op advies van Elco van de Stichting Huiswerk Begeleiding weigert Thea de schuldvraag in overweging te nemen. Alle betrokkenen hebben naar vermogen gehandeld, terwijl dezelfde mensen in feite heus wel weten dat het probleem bij ouders ligt die weigeren hun kind te zien voor wat het waard is. Die waarde kent geen limiet binnen het eigen bereik. Hiervan zouden vervolgopleidingsadviseurs op basisscholen zoals Willy Bakbruin en Jeewee van groep 8 op De Wielewaal ouders bewust moeten maken in plaats van ze tegemoet te komen in hun irreële toekomstverwachtingen.

Want al is de leugen nog zo snel; de waarheid achterhaalt haar wel. Bijvoorbeeld bij Thea aan de lange tafel in de bijkeuken, alwaar in de afgelopen jaren al zoveel liters bloed, zweet en tranen vergoten zijn door pubers die bijna allemaal te leiden hadden onder een valse start. Tijdens de begeleiding prees Thea ze waar mogelijk de huiswerkhemel in. Voor Huiswerksterkklanten is het nooit te laat. Alles kan. Koffiekan, theekan, melkkan. Falen is onmogelijk. Hoeveel fouten je ook maakt, aan het einde komt toch nog alles goed. En als het niet goed komt, dan is het niet het einde. Uiteindelijk kreeg Thea ze allemaal aan het lachen door hun tranen heen, maar dat betekent nog niet dat iedere Huiswerksterkklant daarom ook zonder meer aan een vwo-diploma te helpen valt. Voor de volledigheid probeerde Thea om Gieke eveneens geen valse hoop te bieden:

‘Er is geen verschil tussen het gymnasium en het vwo’.

Gieke kwam meteen in opstand:

‘Misschien niet, maar wel tussen het stedelijk gymnasium en een scholengemeenschap.’

‘Wat is het verschil dan? Grieks en Latijn zeker?’, wilde Dieke op een vijandige toon van haar vriendin weten, terwijl ze zich niet alleen spreekwoordelijk, maar tevens lijfelijk naast Thea schaarde door aan haar kant tegenover Gieke te gaan staan.

‘Dode talen’, vond Thea ontnuchterend.

‘Status’, stelde Gieke daar zonder schroom tegenover.

‘Niet bij onze Geert op de bouwplaats, anders’, schamperde Dieke.

‘In het land der blinden is éénoog koning’, declameerde Thea.

‘Nou, daar zal dan wel een gedicht in zitten studiebol’, lachten buurvrouw en buurvrouw tweestemmig, plagerig en weer met elkaar herenigd.

Reacties