Kinderspel deel 3: Yin en Yang.
Kinderspel deel 3: Yin en Yang
HOOFDSTUK 37
Het schoolleven
van Walter verliep vanaf de klas van juffrouw Toos veel rustiger dan daarvoor;
bij Merel van de peuterspeelzaal, juffrouw Elsje van de kleuters en meester
Gijsbert van groep 3. Er waren akkefietjes; ruzietjes en dingetjes, maar nooit
meer kwam de toerekeningsvatbaarheid van Walter door banale kinderachtigheden
in het geding. Anders gezegd; Walter werd niet langer zonder meer bij het
minste of geringste bagatelletje voor gek verklaard. Samen met Huib, Marcus en
Tim vormde hij in groep 6 van juffrouw Marijke nog steeds hetzelfde vaste
kliekje dat zo’n 2 jaar eerder vorm gekregen had. Soms werd de vriendenclub
vrijblijvend en tijdelijk aangevuld met een extra vriendje of vriendinnetje.
Falko was zo’n tussendoortje. Hij kwam uit een probleemgezin. Dat werd niet met
zoveel woorden gezegd, maar Thea herkende de signalen. Zijn – alleenstaande –
moeder had swag in de zin van een zelfopgelegde ‘air populair’. Ze leek op een
ongenaakbare discovamp; een soort Whitney Houston. Het verschil was dat de sterallures
van de moeder van Falko nergens op gebaseerd waren. Ze was een Überbitch.
Walter en moeder Thea liep ze straal voorbij, terwijl Falko in het verleden
toch al meerdere keren op woensdagmiddag bij zijn nieuwe vriendje thuis was
opgevangen, omdat de oppas niet was komen opdagen. De vader van Falko zat
namelijk in de bak. Handel in verdovende middelen. Zonder input van haar
crimineeltje had de moeder van Falko het niet makkelijk met haar luxe
levenseisen en daarom beunde ze bij in een sportschool met een happy end. Haar
overige bloedjes van kinderen moesten maar zien waar ze tussentijds bleven.
Thea was wel goed maar niet gek. Voor de zekerheid ging ze tijdens de opvang
van Falko nog wel na waar het verlaten broertje en zusje zo moederziel alleen
terecht konden. Gelukkig was de buitenschoolse opvang op de hoogte. In het
geval van de kroost van Whitney Wannebee
had men zonder pardon de hulp van de jeugdhulpverlening ingeroepen. Via deze
omweg kwam Thea in contact met een mannelijke leedtijdgenoot alias een
buurtwerker met randgroepjongeren die in de eerste plaats idolaat was van
Whitney Wannebee en daarom in de tweede plaats ook regelmatig buiten werktijd
voor haar kinderen in de bres sprong. Thea vond dat Whitney Wannebee haar
verantwoordelijkheden weleens vaker mocht nemen, maar de buurtwerker meende dat
de handen van deze moeder gebonden waren. Op dit geschilpuntje na lagen Thea en
de hulpverlener elkaar wel. Vertederd zag hij toe hoe Falko in de speeltuin een
pluizenbol plukte en de paardenbloem in wording achteloos in de hand van Thea
duwde.
‘Niet weggooien,
maar blazen en een wens doen!’, instrueerde Falko.
Thea lachte
flauw. Ze wist niet zo goed wat ze met de situatie aan moest. Ze vond Falko
helemaal geen jongetje dat geloofde in de toverkracht van pluizenbollen, maar
eerder in blingbling en de schone schijn van het voetlicht. Falko deed Thea aan
Michael Jackson in zijn beginjaren denken. Hij was klein, fijn en liep niet,
maar swingde. Wat zou hij uitgeblonken hebben als rolmodel voor coole 10jarige
ventjes op de catwalk in stoere kleding van Supertrash of Eagerbeaver. Gelikte
Falko met zijn hippe mama. Dat die associatie van Thea niet uit de lucht kwam
vallen was te zien aan het jongere 7jarige zusje van Falko. Beverly. Ze scheen
serieus regelmatig voor modefolders te poseren. Vol enthousiasme, omdat die
fotomomenten de enige schaarse uurtjes in het leven van de kleine meid vormden
waarop haar moeder exclusieve aandacht voor haar enige dochter had. Beverly was
een mini Diana Ross. Een plaatje. Inclusief het kroeskopje zoals Diana Rossie
met haar haren in een bossie. Aan iedereen die maar luisteren wilde, maakte
Whitney Wannabee wijs dat het – goed betaalde - reclamewerk van Beverly niet
gold als kinderarbeid. De merkoutfit van de fotosessies mocht Beverly immers
houden. Ze liep er een heel seizoen in rond. Dag en nacht zo leek het wel. Tot
aan de volgende foto-opdracht. Dat nam niet weg dat Thea zich pijnlijk bewust
werd van haar eigen middelbare voorkomen door de hippe kinderen van Whitney
Wannebee. In vergelijking met Falko en Beverly liepen Sabine en Walter er ook
hopeloos degelijk en tijdloos bij.
De
randgroepjongerenwerker die buiten school vroeg of laat altijd aan de zijnde
van de trendy kids van Whitney Wannebee opdook maakte veel goed van het
ongemakkelijke gevoel dat Thea steevast overviel in de nabijheid van Falko en
zijn naasten. Hoewel de randgroep jongerenwerker overduidelijk alternatieve
motieven had om vrijwillig veel meer voor de verwaarloosde kroost van Whitney
Wannebee te betekenen dan vanuit de professionele hulpverlening redelijkerwijs
van hem verwacht werd. Hij handelde uit blinde adoratie voor een femme fatal.
Ten opzichte van Whitney Wannebee kon de randgroepjongerenwerker zich opwerpen als beschermheer. De bodyguard. En
als de veroveraar. William the Conquerer. Whitney Wannebee vond alles best.
Zolang zij maar in het middelpunt van de belangstelling stond. Achteraf en
alleen gelaten met Thea en de kinderen gedroeg de randgroepjongerenwerker
zich gelukkig altijd wel tamelijk
normaal en zijn aanwezigheid deed haar humeur nooit kwaad. Hoe vaker Thea
destijds Walter bij de buurtspeeltuin in De Wielewaalwijk afzette en na een uur
of 2 weer van de renovatiewijk uit de kakbuurt kwam ophalen voor het avondeten,
hoe dieper ze met het voetveegje van Whitney Wannabee in gesprek raakte.
Langzaam maar zeker begonnen Thea en de buurtwerker zich op elk weerzien te
verheugen en kwamen Walter en Falko elkaar wel erg vaak toevallig expres in de
speeltuin tegen. Weer of geen weer. Totdat de magie tussen deze twee ook
Whitney Wannebee werd ingefluisterd. Ondank is des werelds loon! Nog voordat
Thea het goed en wel in de gaten had was haar gabber meedogenloos vervangen
door een volgende slachtoffer van de verleidelijke Whitney Wannabee en aanhang.
Voortaan mocht Thea na school op het plein en in de speeltuin sprakeloos
toezien hoe de 3 spruiten van Whitney Wannebee stuk voor stuk verpieterden door
het constant wisselen van de wacht en een zinloos hunkeren naar stabiliteit.
Energie om opnieuw te investeren in een vriendschapsrelatie met een volgende
loopjongen van Whitney Wannebee, kon Thea echter ook niet opbrengen. Daar was
de nieuwe randgroepjongerenwerker te jong en onnozel voor.
Ondertussen was
de buitenwacht ook heus wel begaan met de kroost van Whitney Wannebee en in
groep 6 van Walter was dat dus specifiek met Falko. Hij was de middelste van
het driekoppige stelletje pineuten van
Whitney Wannebee. Qua karakter en gedrag was Falko nog het beste te vergelijken
met Miranda. Ook zijn relatie met Walter leek op de vriendschap tussen Sabine
en Miranda. Walter en Falko waren met hetzelfde gemak bloedbroeders als
aartsvijanden. Vriend en vijand. In het laatste geval volgde de afrekening in
vechtpartijen, waarbij het niet gezegd was dat Walter makkelijk won, ondanks
zijn kracht, omdat Falko watervlug was. De inzet waren geheid Pokémonkaarten;
het kinderlijke antwoord op keiharde volwassen contanten. Ook tijdens
schooltijd. Jongens blijven jongens; hoe graag sommige transgenders dat ook
anders zouden willen zien.
Vandaar dat Thea
geen enkele gegronde reden kon bedenken waarom Falko ineens, middenin het
schooljaar, werd overgeplaatst naar de Klaproos. De Klaproos was die beruchte
basisschool voor kinderen met een gebruiksaanwijzing. De gevreesde Klaproos
waarvan Dolly haar dochter Miranda het jaar daarvoor nog bewust had
weggehouden. Let wel; tegen het uitdrukkelijke advies van de directie van De
Wielewaal in. Dat was misschien nog wel het ergste. Maar uit wie bestond die
directie van De Wielewaal nou helemaal? Uit Willy Bakbruin en uit de Jade; uit
een directrice en een interne coördinatrice.
‘De blinde
ondersteunt de kreupele.’
Thea hoorde het
zichzelf nog zeggen tegen de moeder van Miranda - Dolly
- die tegenover haar zat met haar pasgeboren zoon voor zich in een buggy
op de keukentafel. Miranda en Sabine plensden buiten in het opklapbare zwembad.
Dolly grijnsde breeduit. Ze had de sprong in het diepe gewaagd en Miranda
achter de rug van de directie van De Wielewaal en van de Klaproos op eigen
initiatief op een derde, openbare, reguliere basisschool van haar eigen
voorkeur aangemeld. Dikke middelvinger naar Wielewaal en Klaproos. Miranda was
geaccepteerd op de nieuwe ‘normale’ school. Achteraf klinkt dat zo gewoon, maar
het eigen initiatief van de moeder van Miranda was baanbrekend en deed
alarmbellen rinkelen. Met name bij de directrice van de nieuwe school van
Miranda. Deze directrice had zich in het bijzijn van moeder Dolly openlijk
afgevraagd wat Willy Bakbruin bezielde om een normaal kind - met gemiddelde
rapportcijfers -naar een speciale onderwijsinstelling als de Klaproos af te
serveren. Want in feite was Miranda ronduit afgedankt door de directie van De
Wielewaal. Ze paste niet in het plaatje van de perfecte basisschoolleerlinge.
Hetzelfde viel natuurlijk op Falko aan te merken. En op Walter. De ouders van
Walter lieten zich echter niet zo makkelijk aan de kant zetten. Bart en Thea
waren niet voor niks berucht bij de directie van De Wielewaal. Het openlijke
verzet van de moeder van Miranda daarentegen was een onverwachte tegenvaller en
een smet op de reputatie van De Wielewaal geweest.
Want Falko en
Miranda vormden geen uitzondering. Er verdwenen vaker kinderen van de ene op de
andere dag van De Wielewaal. Het leerlingenaantal op de toch al kleine
basisschool nam dan ook met sprongen tegelijk af. Soms om vage redenen; af en
toe vanwege een verhuizing; meer dan normaal uit ongenoegen van de ouders die
gedesillusioneerd uit eigen beweging een vervangende basisschool voor hun kind
hadden gevonden; en tenslotte werden er bedroevend veel kinderen van De
Wielewaal buitenspel gezet op de Klaproos. Alsof Willy Bakbruin aandelen had
bij deze school voor moeilijk lerende kinderen. Vorig jaar nog werd de 9jarige
Hedwig door groep 5 van Walter feestelijk uitgezwaaid tijdens haar afgang naar
De Klaproos.
‘Hedwig is
helemaal niet dom. Ze snapt alles’, wist Walter.
Maar het IQ van
Hedwig deed niet ter zake. Het punt was de aandacht die Hedwig vroeg. Hedwig
was niet snel genoeg. Hedwig kostte teveel tijd. Zelfs Wonderwilma alias de
remedial teacher kwam uren tekort. De leerlingen die om extra aandacht vroegen
groeiden haar boven het hoofd. Tijd is geld. Ook in het onderwijs. Er moest
bezuinigd worden. Wonderwilma moest economiseren, omdat Willy Bakbruin kosten
op remedial teaching wilde besparen. Daarom moest Hedwig maar elders geholpen
worden. Het oneerlijke van dat snoeibeleid was de willekeur. Alfred in de
rolstoel bleef bijvoorbeeld ongemoeid. De bofferd! Hij mocht ondanks zijn
lichamelijke beperkingen wel op basisschool De Wielewaal ingeschreven blijven.
Alfred in de rolstoel was mentaal dan ook supersnel. En, zeker niet
onbelangrijk, bovendien was zijn vader een dikdoenerige gemeenteambtenaar in
een driedelig pak met stropdas. Dankzij de vader van Alfred in de rolstoel wist
Willy Bakbruin vrij eenvoudig subsidie los te peuteren van de gemeente om een
lift te laten bouwen in het gebouw van basisschool De Wielewaal. Wie voelde
zich nou niet warm worden van binnen bij de confrontatie met deze
liefdadigheidsactie van Willy Bakbruin, waarmee ze dan ook open en bloot
koketteerde. In feite ten koste van een 8jarig kind met een spierziekte. Een
hulpeloos jongetje dat met de wetenschap moest leren leven dat hij
waarschijnlijk niet veel ouder dan 30 jaar zou worden. Hoe verdrietig is die
voorkennis? Maar nu had Alfred tenminste op school een lift voor zichzelf
gekregen, zodat zijn vader hem niet meer elke ochtend tijdens het wegbrengen de
trappen op hoefde te tillen met zijn broertje Boris in zijn kielzog. Boris was
ouder dan Alfred en zat bij Sabine in groep 7. Boris had ook een aandoening die
echter niet levensbedreigend was.
Boris had
Asperger en was daardoor naar het schijnt ook automatisch hoogbegaafd. Hij was
een vroegwijs, iel mannetje dat met veel ach en wees de ingeklapte rolstoel
elke schooldag achter zijn vader met Alfred over de schouder de trappen
opsjouwde. Overigens steevast met hulp van een gelaten Tarik de conciërge. Ook
bij het nadragen van de driewieler van Alfred en zijn veiligheidshelm. Alfred
kon en mocht niet lang op eigen benen staan en op die spaarzame momenten waarop
hij zichzelf wel zelfstandig voortbewoog op school, diende hij een butsmuts te
dragen, omdat hij geen controle had over zijn spieren. Hij kon bij wijze van
spreken op elk onbewaakt ogenblik op zijn achterhoofd vallen. Eigenlijk was het
geen doen geweest. Het getrek aan het spierzieke kind en het gedoe met die
rolstoel. De komst van de lift was een zegen. Zo kon conciërge Tarik ook
makkelijker lesmateriaal in dozen, meubilair en andere zware voorwerpen naar de
drie verdiepingen in het gebouw verplaatsen. Het overige personeel, de kinderen
en hun ouders mochten de lift van De Wielewaal alleen met toestemming van een
onverbiddelijke Alfred gebruiken. Jammer dan! Voor een beetje meer gemak waagde
niemand het om Alfred lastig te vallen. Iedereen nam duizend keer liever de
moeite van het trappen lopen. De vele bochten en omwegen waarin alle gezonde
betrokkenen bij Alfred zich geacht werden te wringen, maakten de wrange
nagedachtenis aan de verbannen leerlingen naar de Klaproos op De Wielewaal niet
bepaald beter te verkroppen.
Nou kunnen
kinderen veel hebben in de volksmond. In werkelijkheid zijn ze niet weerbaarder
dan volwassenen. Zoals iedereen had Walter ook zijn breekpunt, maar dat was nog
niet bereikt bij het plotselinge vertrek van Hedwig en Falko naar De Klaproos.
Alhoewel hij er wel over nadacht en zich hardop afvroeg wanneer het zijn beurt
was om zijn biezen te pakken. Het geeft een ouder te denken over het effect van
het recht van de elleboogwerkers dat tegenwoordig in het onderwijs zo
zelfingenomen prevaleert.
‘Dat bepalen wij
altijd nog wel eigens’, stelde Bart hem branievol gerust, terwijl hij zijn zoon
alvast een voorproefje gaf, door zijn borstkas op te blazen.
Dat hij er
vervolgens met zijn vuisten op bonkte en bijbehorende orang oetan geluiden
produceerde, deed voor Walter niets af aan de ernst van de zaak.
‘Ik heb ook nog
geen tafeldiploma. Net als Falko en Hedwig. Ik heb zelfs niet eens een
strikdiploma en dat hebben Falko en Hedwig alle twee wel gehaald.’
Bart herpakte
zich enigszins, maar bleef luchtig:
‘Voor sommige
kinderen is De Klaproos een uitkomst, maar jij bent op een andere manier een
handenbindertje’.
‘Hoezo dan?’,
fronste Walter.
‘Jij moet juist
geen specifieke aandacht van een begeleider krijgen zoals dat nou wel gebeurt
bij Falko en Hedwig op De Klaproos. Wij moeten jou zoveel mogelijk je gang
laten gaan. Jij zou juist compleet doordraaien met al die extra bekommernis die
je op het speciale onderwijs krijgt aangeboden. Volgens mij ben jij op je best
als jij op school kunt opgaan in een zo groot mogelijke groep leeftijdgenoten
van allerlei pluimage.’
‘Pluimage?’,
lachte Walter eindelijk.
‘Ja, dat past wel
bij dat kippenhok van juffrouw Marijke.’
‘Het is geen
kippenhok, maar wel een grote groep. Trouwens ik ben geen kip, maar een haan.
Verder zit ik denk ik wel veilig, want op maar 5 kinderen na, is mijn klas net
zo groot als groep 7 bij juffrouw Siepie en juffrouw Lola van Sabine’, maakte
Walter niet ontevreden uit de uitleg van zijn vader op.
‘Zoiets. Nou
alleen nog hopen op een invasie van leerkrachten die plofklassen wel
aankunnen’, murmelde Bart binnensmonds en eigenlijk niet bedoeld voor een klein
potje met grote oren.
Maar waar het
hart van vol is, loopt de mond van over. Bart refereerde naar een bericht dat
hen onlangs had bereikt. Juffrouw Rita zou voor de rest van dit schooljaar niet
meer terugkeren naast juffrouw Siepie voor de plofgroep 7. Dat was onverwacht,
want hoewel Juffrouw Rita al een week of 3 niet meer op vaste tijden voor de
klas van Sabine stond, was er aldoor sprake geweest van een ‘tijdelijke’
kortsluiting. Juffrouw Rita moest gewoon zo nu en dan een paar daagjes op adem
komen van de energie die de veeleisende kinderen uit de plofklas 7 uit haar
zogen. Ze bedoelde natuurlijk eigenlijk de veeleisende ouders van de kinderen
uit groep 7, maar juffrouw Ria was, volgens Thea, nog niet in staat om de
waarheid te accepteren. Vandaar dat haar herstel ook niet zo voorspoedig liep
zoals gepland natuurlijk. Op weg naar een gezonde geest moet men de demonen wel
recht in de ogen durven kijken! Zover was juffrouw Rita kennelijk nog lang
niet. Het geduld van Willy Bakbruin had wel de eindstreep bereikt en in een aankondiging
in de nieuwsbrief van De Wielewaal liet ze weten dat juffrouw Rita zich per
direct als onderwijzeres uit groep 7 terugtrok. Gevolglijk schoof Willy
Bakbruin een debutante, maar desondanks geen vreemde naar voren; te weten:
Juffrouw Lola. Welbekend bij alle kinderen en ouders door haar eerdere
invaluren voor groep 7. In het bijzonder bij Thea vanwege haar stoïcijnse
reactie op de eerste ongesteldheid van Sabine in de klas. In de nabije toekomst zou deze koudbloedige
juffrouw Lola, in navolging van haar voorbeeld: juffrouw Rita, nauw met
juffrouw Siepie gaan samenwerken. Hoe geruststellend was dat? De andere helft
van het voormalige docentenduo van groep 7 bleef namelijk wel stug zitten waar
ze zat. In Siepie was geen beweging te krijgen.
Thea bekroop geen
schuldgevoel toen ze in de nieuwsbrief over het vertrek van juffrouw Rita las.
Dat had minder te maken met haar brief naar de onderwijsstichting – De
Dictatuur van de Bekrompen Ouders - als wel met een recent telefoontje. Thea
wist al vooraf uit eerste hand het fijne van de afmars van juffrouw Rita. Als
dat niet zo geweest was, dan zou ze beslist minder goed geslapen hebben,
vanwege het nieuws van de aftocht van de juf van Sabine in de schoolkrant, want
in haar online klacht aan de onderwijsstichting had Thea expliciet en meerdere
keren de persoon van juffrouw Rita, met naam en toenaam, in een minder positief
daglicht gezet. Thea had een copy van haar protestbrief naar Rita doorgestuurd.
Zo’n op de persoon gespeeld bezwaar laat niemand onberoerd. Zo had de aanval
van Thea de lotgenote van juffrouw Rita - Willy Bakbruin- zelfs tot het
opleggen van een mailverbod gedreven. Dus ging Thea er in eerste instantie
vanuit dat juffrouw Rita ook wel in alle staten zou zijn geweest na het lezen
van; De Dictatuur van de Bekrompen Ouders. Een mens zou van minder overspannen
raken. Terecht of onterecht. Sinds de laatste beproeving in de vorm van het
luizengesprek met juffrouw Rita, was Thea echter wel stukken minder empathisch
geworden. Alle meelopers konden van haar een middelvinger krijgen en ze stond
dan ook niet te springen van enthousiasme toen Sabine haar op een blauwe
maandagavond te kennen gaf dat juffrouw Rita via de vaste huistelefoon contact
had opgenomen met het verzoek om Thea terug te laten bellen. De zweem van
wroeging trachtte Thea bij zichzelf te verdringen, wat nog niet zo makkelijk
bleek, want juffrouw Rita was nog de minst kwade van het team. In ieder geval
was Rita geen aanstichtster. Niet eens een meeloopster. Juffrouw Rita was zich
gewoon standaard van geen kwaad bewust. Ze was niet kinderlijk, maar naïef!
Hinderlijk naïef. Bart trok z’n grapjas aan:
‘Je moet een
mailtje schrijven’.
‘Straks is er wat
mis met Sabine’, panikeerde Thea.
‘Wat is er mis
met mij?!’, riep Sabine vanuit de huiskamer.
‘Sabine, weet jij
waarom juffrouw Rita mij wil spreken?’, ging Thea voor de zekerheid vanuit de
keuken na.
‘Nee’.
Dat een klein
woordje zo oprecht kon klinken.
‘Dan bel ik niet
terug’, besloot Thea kordaat.
‘Ik zou het wel
doen.’
‘Jij moet je
commentaar voor je houden, want jij hebt zonder afscheid de hoorn op de haak
gegooid tijdens je laatste gesprek met Rita, weet je nog, Bart?!’
‘Ze wilde Zarah,
een kind nota bene, aan de schandpaal nagelen. Ze was niet voor rede vatbaar’,
sputterde Bart verontwaardigd tegen, terwijl hij illustratief met zijn
appelschilmesje in de lucht schermde.
‘Dat weet ik
Bart. Ik was erbij. Weet je nog? Ik heb er zelfs een manifest over geschreven
en naar de onderwijsstichting gestuurd. Getiteld: ‘De Dictatuur van de
Bekrompen Ouders.’ Ik denk dat juffrouw Rita mij daarom wil spreken. Ik heb
zo’n voorgevoel dat ze me ongezouten de les gaat lezen, mocht ik zo simpel zijn
om haar terug te bellen. En daar heb ik geen zin meer in; in de waarden en
normen uit de wereld van juffrouw Rita.’
Thea had haar
zegje nog niet gedaan of het gerinkel van de vaste vintage telefoon deed alle
huisgenoten opschrikken. Sabine zat het dichtst bij het bakelieten antiek en
tilde de hoorn van de haak.
‘Maham, juffrouw
Rita hangt alweer voor jou aan de telefoon!’, joelde Sabine even later
ongegeneerd.
Het liefst had
Thea iets terug geschreeuwd in de trant van:
‘Zeg maar dat ik
niet thuis ben!’
Zeker in de
wetenschap dat Sabine niet vertrouwd genoeg was met de werking van een telefoon
uit overgrootmoeders tijd en haar hand dus niet ter geluidsdemping op het
spreekgedeelte had liggen. Juffrouw Rita zou dus sowieso alles meekrijgen en
Sabine zou niet eens ‘Ik moet van mijn moeder zeggen dat ze er niet is’, hoeven
te zeggen om haar juf tegen zich in het harnas te jagen. En dat laatste kon
maar beter voorkomen worden. Waarom zou Sabine moeten boeten voor de daden van
haar moeder? Met een verscheurd gevoel van verslagenheid en tegenzin snelde
Thea de kamer in en nam de zware hoorn uit de hooggehouden hand van Sabine
over.
‘Met Thea’,
bitste ze in een afgebeten vertaling van:
‘Wat moet je?’
‘Thea, je spreekt
met Rita, ik…eh…’
De hapering in
het nederige stemgeluid van de anders zo zelfgenoegzame Rita snoerde Thea de
mond. Het zou haar benieuwen wat mevrouw de onderwijzeres nog aan haar
uitgekauwde leerrede toe te voegen had.
‘Ik wilde jou
even vantevoren op de hoogte brengen voordat je de aankondiging in de
nieuwsbrief leest’, begon juffrouw Rita onheilspellend.
‘Zou ze van plan
zijn zelfmoord te plegen?’, ging Thea cynisch bij zichzelf te rade en ze gaf
geen kik.
Juffrouw Rita
ademde hoorbaar diep in voordat ze het hoge woord eruit gooide:
‘Ik ga er even
tussenuit’.
‘Waar ga je naar
toe?’
Nu duidelijk was
dat het telefoongesprek niet op een zedenpreek van juffrouw Rita zou
uitdraaien, raakte Thea ietwat milder gestemd.
‘Ik ga m’n rust
pakken’, prevelde juffrouw Rita raadselachtig.
‘Ben je
overspannen?’
Thea had ook
weleens haar heldere momenten.
‘Volgens de
schoolarts zit ik tegen een burn-out aan’, openbaarde Rita met gepaste
terughoudendheid.
‘Oeijoej’,
antwoordde Thea daas.
‘En nou?’
‘Nou neemt
juffrouw Lola mijn uren in groep 7 over. Ik bedoel; het zijn stuk voor stuk
schatten van kinderen, daar niet van, maar als klas is groep 7 een drama. Maar
dat had je zeker al gehoord van de andere ouders? Dat ik moeite had met de
grootte van de groep?’
‘Uh, nee, om heel
eerlijk te zijn niet nee’, bekende Thea naar waarheid.
‘Nou ja, ik was
ook best niet mezelf tijdens dat laatste gesprek met jou. Weet je nog? Over de
luizen van Sabine en Walter.’
‘O, je bedoelt
dat gesprek over de luizenouders?’, vroeg Thea alweer bekoeld.
‘Ja, dat gesprek.
Ik was onredelijk.’
De boodschap van
Rita liet zich hoe langer hoe meer als een verkapte verontschuldiging aanhoren.
Thea spiegelde zich met de bakelieten hoorn aan haar rechteroor in de diffuus
oplichtende avondschemering achter het huiskamerraam. Alsof ze zich er visueel van
wilde vergewissen of zij wel zelf aanwezig was bij dit gedenkwaardige
telefoongesprek waarin iemand oprecht haar excuses probeerde te verpakken in
een redelijk verweer.
‘Had je de rest
van de ouders hierover een mailtje gestuurd?’
‘Waarover? Over
dat luizengesprek?’
‘Nee, Rita niet
over dat luizengesprek, maar over jouw burn-out en dat je er even tussenuit
gaat!’
‘Nee, waarom zou
ik? Ik ben van de oude stempel en niet zo van mailen.’
‘Omdat je me belt
en ik een mailverbod heb.’
‘Ik bel je omdat
ik een brief uitgedeeld heb aan alle ouders en verzorgers van de kinderen uit
groep 7 over mijn probleem, maar ik zie jou nooit meer op school. Waarom niet?
Ontloop je mij?’
‘Dat wilde ik ook
aan jou vragen.’
‘Wat?’
‘Of je mij
ontloopt?’
‘Nee, jij
ontloopt mij.’
‘O.k. laten we er
niet in cirkeltjes draaien. Ik word er tureluurs van.’
‘Vertel mij wat’,
zuchtte juffrouw Rita.
Thea kuchte een
lachkriebel weg:
‘Maar vertel me
één ding Rita?’
‘Zeg maar wat ik
moet vertellen !?,’ capituleerde juffrouw Rita onbedoeld komisch.
‘Waarom heb je
die brief niet gewoon aan Sabine mee naar huis gegeven?’
‘Een brief over
een burn-out meegeven aan een kind van 10 vind ik geen optie en opsturen kost
een postzegel.’
Even nam de
beroepsdeformatie van de consciëntieuze schooljuffrouw weer de overhand in de
opstelling van juffrouw Rita. Het mailverbod dat Thea zojuist genoemd had
negeerde ze. Misschien was het haar niet opgevallen of had ze geen idee wat een
mailverbod inhield. Ook vond Thea het verbazingwekkend dat juffrouw Rita zich
zo weinig aan ‘De Dictatuur van de Bekrompen Ouders gelegen liet liggen. Thea
had haar aanklacht tegen De Wielewaal naar de onderwijsstichting gezonden, maar
ze had ook een kopie naar onder meer juffrouw Rita doorgestuurd. Thea had niet
het idee dat juffrouw Rita nu aan de telefoon De Dictatuur van de Bekrompen
Ouders bewust omzeilde. Het was alsof de ernst van De Dictatuur van de
Bekrompen Ouders nog steeds niet tot juffrouw Rita was doorgedrongen. Ergens
was het wel een geruststelling. Het protest van Thea was in ieder geval niet de
directe oorzaak van de burn-out van juffrouw Rita. Het online bezwaar van Thea
over het beleid op De Wielewaal, waarin de naam van juffrouw Rita herhaaldelijk
was bezoedeld, had niemand de baan gekost. Juffrouw Rita had zichzelf
overwerkt. Daar had Thea geen debet aan. Ook niet aan de daden van juffrouw
Rita. Daar was ze helemaal zelf verantwoordelijk voor. Op slag verliet een zinnebeeldig, beklemmend harnas het lichaam van Thea en
leek ze 10 kilo lichter. Thea herademde en hoorde zichzelf praten:
‘Sabine zal het
wel vervelend vinden’.
‘Meen je dat?’
Aan de
uitgesproken toon van Rita kon Thea horen dat ze volschoot.
‘Ja, natuurlijk
meen ik dat, wat denk jij nou’, betuigde Thea streng.
‘Dat vind ik fijn
om te horen’, snotterde een labiele juffrouw Rita.
‘Nou, meid; het
ga je goed!’, sloot Thea opgelucht af.
Achteraf was ze
blij dat ze Rita toch te woord had gestaan. Niet alleen uit empathie, maar ook
omdat ze nu voorbereid was op de ziekmelding van juffrouw Rita in de
nieuwsbrief. Maar al was Thea gevrijwaard van aansprakelijkheid voor de
burn-out van juffrouw Rita, dat wilde nog niet zeggen dat ze gerust was op de
nieuwe ontwikkelingen in groep 7.
‘Ze is een
warhoofd, maar zo’n goede onderwijzeres als Rita moeten de juffen Siepie en
Lola nog zien te worden’, ging ze in het bijzijn van Bart na.
‘Groep 7 is een
overbruggingsjaar. Het zal wel loslopen’, hoopte Bart.
Omdat piekeren
over de onervaren juffen voor de plofklas van hun 10jarige dochter niet veel
meer dan een hoop extra kopzorgen opleverden, konden Bart en Thea weinig anders
dan zich schikken naar de feiten. De dagelijkse hectische gang van zaken leende
zich er ook niet voor om al te lang bij de pakken te gaan neerzitten. Bart
moest door naar zijn werk in het rekencentrum, Thea had Huiswerksterkklanten;
haar webshop en het huishouden niet te vergeten. En toen, op een dag zo tegen
het einde van groep 6 bij juffrouw Marijke; had Walter ineens zijn grens
bereikt.
‘Ik ga niet meer
naar school mama, echt niet’, kondigde hij in de middagpauze aan, nadat hij in
het hoekje op de achterbank van de Renault was gekropen.
Hij leek te
willen wortelen op zijn veilige zitplaats waar hij zich onverzettelijk, met
zijn armen ineengestrengeld voor zijn borst, schrap zette. Sabine monsterde
haar broertje naast zich op de achterbank met een spottende uitdrukking op haar
gezicht.
‘Je houdt je mond
Sabine’, waarschuwde Thea.
In haar
achteruitkijkspiegel voorzag ze alweer een hoop zinloos geweld. Bovendien
probeerde ze geen ongelukken te veroorzaken, terwijl ze de straat van De
Wielewaal uit taxiede.
‘Ik zeg toch
niks’, haalde Sabine verontwaardigd uit.
‘Jawel je zegt
wel wat’, blafte Walter.
‘Wat zeg ik dan?’
‘Wat zeg ik dan,
dat zeg je!’
‘Wat je zegt ben
je zelf’.
‘Echt niet!’
‘O mijn God; hij
begint te janken mama’, schamperde Sabine.
Thea overstemde
het tweetal met de volume van Skyradio. Euforia.
Thuisgekomen
sloot Walter zich op in zijn slaapkamer. Sabine keek haar moeder geschrokken
aan. Normaliter heeft Walter weliswaar een kort lontje, maar een vuurbestendige
olifantshuid waardoor hij al snel kalmeert en vervolgens ongeschonden verder
baggert door allerlei stressmomenten heen.
‘Wat is er met
hem aan de hand?’, vroeg ze quasi onverschillig, terwijl ze Thea op de voet
naar de eerste verdieping volgde.
‘Ga weg
Sabine!’’, riep Walter vanachter zijn gesloten slaapkamerdeur.
Zijn stemgeluid
was gedempt. Hij lag wellicht op zijn buik, met het gezicht verborgen in het
hoofdkussen. Thea rammelde met de deurklink.
‘Vertel nou wat
er gebeurd is jongen!?’
‘Ik ga niet meer
naar school en Sabine moet weg!’
Voor de
duidelijkheid was Walter waarschijnlijk speciaal gaan zitten. Hij klonk zo
helder ineens.
‘Ik ga niet weg;
ik woon hier ook’, gaf Sabine haar broer vanaf de overloop gekwetst te kennen.
‘Doe niet zo
flauw Walter, Sabine heeft niets misdaan en ik vind het best dat je voor de
rest van vandaag thuis blijft, maar dan wil ik wel weten waarom? Doe de deur
even van het slot.’
Thea telde tot
10. Een paar seconden daarna hoorde ze de sleutel in het slot draaien. Walter
zette zijn slaapkamerdeur op een kier en ging terug op de rand van zijn bed
zitten. Een gestelpte tranenstroom had zijn wangen opgewreven en rood achter
gelaten. Het middaglicht door het slaapkamerraam verried en glimp van gekrenkte
trots in zijn vochtige ogen. Zonder zijn moeder aan te kijken nam hij een stuk
keukenpapier van Thea aan en snoot zijn neus. Sabine hield zich wijselijk,
hangend in de deuropening, op de vlakte, terwijl Thea naast Walter op bed kwam
zitten. Hij weerde haar niet af toen ze voorzichtig door zijn haren streek. Ze
waren plakkerig van gedeeltelijk opgedroogde zweet.
‘Waarom wil je
niet meer naar school?’, probeerde Thea voorzichtig nog eens.
‘Weet je wie in
de klas was vanmorgen?’
Walter klonk
huilerig. Hij sidderde na. Thea schoof haar platte handen plat tegen elkaar
tussen de gleuf in haar samengespannen bovenbenen en keek voor zich uit naar de
muur behangen met posters van gamehelden. Verder dan het herkennen van Mario,
Kirby, Sonic en Shadow kwam Thea niet.
‘Moet ik raden?
Juffrouw Marijke neem ik aan.’
‘Ja, zij ook en
nee je hoeft niet te raden.’
Het werd stil.
‘Je voert de
spanning wel op!’, grapte Thea, terwijl ze hem zijdelings met haar
rechterschouder aanstootte.
‘Meester Gijsbert
kwam op bezoek.’
‘Meester Gijsbert
kwam op bezoek’, papegaaide Thea niet begrijpend.
‘Ja, ik dacht al
dat ik hem zag lopen op school. Ik dacht; is dat niet die meester Gijsbert uit
groep 3 van Walter? Van toen ik in groep 4 bij juffrouw Dorien zat?’, wist
Sabine gealarmeerd.
Behoedzaam kwam
ze dichterbij en stopte op de drempel in de deurpost. Nonchalant nam ze nam
haar mobiel uit haar broekzak en concentreerde zich zogenaamd op het scherm.
‘Hij is toch
directeur nou op een openbare basisschool in een andere provincie?’, herinnerde
Thea zich in de gauwigheid.
‘Ja, maar hij
kwam ons een ‘bezoekje’ brengen.’
De klemtoon van
Walter op het bezoekje liet niets aan zijn afgrijzen te raden over. Toch was
Walter was nog niet klaar met gruwelen:
‘Meester Gijsbert
‘mistte’ zijn oude groep 3. Iedereen begon te klappen toen hij binnen kwam.’
‘Iedereen,
behalve jij, natuurlijk’, vulde Thea voor Walter in.
Want dat Walter
niet spontaan met de rest mee geapplaudisseerd had bij het weerzien van meester
Gijsbert, kon Thea wel nagaan. De herinnering aan groep 3 liep voor Walter
gelijke tred met de ontluikende onkunde van meester Gijsbert. Walter was pas 6
jaar geworden en stond net als zijn klasgenootjes te trappelen om te beginnen
aan zijn basisschoolcarrière. Ieder kind popelt op zijn eigen manier, maar in
het geval van Walter had meester Gijsbert al meteen gemeend dat er iets niet
klopte. Meester Gijsbert was namelijk nogal overtuigd van zichzelf en dan in
het bijzonder van zijn haviksoog dat hij door zijn jarenlange ervaring als
leerkracht in het speciale onderwijs voor moeilijk lerende kinderen meende te
hebben ontwikkeld. Voor hem stond al op het eerste oog als een paal boven water
vast dat Walter geestelijk niet in orde was. Of het hier een erfelijke
afwijking of verwaarlozing betrof kon meester Gijsbert niet direct vaststellen
zonder voorbarig te zijn, maar dat Walter een flinke ontwikkelingsachterstand
had stond niet ter discussie. Althans niet voor heer en meester Gijsbert die in
het allereerste basisschoolrapportje van fase 1 in groep 3 met het
allergrootste genoegen uitgebreid melding maakte van de vermeende gebreken van
zijn 6jarige miskleun onder de noemer Walter. Hierdoor werd Bart bevestigd in
zijn achterdocht jegens de didactische motieven van het moderne onderwijs en
zat Thea tijdelijk lamgeslagen van ongeloof te wachten op de clou van een
verborgen camera. Lach of ik schiet! Kabouter Kwebbel uit Plopsaland oftewel
kleuterjuf Elsje uit de voorafgaande groepen 1 en 2 van De Wielewaal had de
bovenkamer van Walter juist altijd geroemd:
‘Hierboven is
niks mis’, placht ze Thea regelmatig te verzekeren.
Steevast tikte ze
tijdens haar constatering illustratief met haar wijsvinger tegen haar slaap. De
uitgekauwde woorden kwamen op Thea eerder over als een soort mantra van
juffrouw Elsje, waarmee ze iedereen naar de mond dacht te kunnen kwebbelen, dan
als een specifieke observatie van de unieke kleuter Walter. Het leek er
verdacht veel op dat juffrouw Elsje al haar dwergjes hoogbegaafd vond. Zonder
aanziens des persoons. Maar de gradaties tussen hoog- en zwakbegaafd zijn
onbegrensd natuurlijk. Alleen gaf juffrouw Elsje niet meer thuis na de
vernietigende diagnose van meester Gijsbert. In zijn bijzijn had juffrouw Elsje
best nog wel 1 keer haar mantra kunnen herhalen. Al was het maar voor de
duidelijkheid en om Walter en zijn ouders een plezier te doen. Des te beter dus
dat het voorstel van meester Gijsbert tot de aanvraag van een ‘rugzakje’ – in
de zin van een toelage aan De Wielewaal voor extra begeleiding van Walter –
door de remedial teacher, Wonderwilma, werd weggelachen. Van een ‘dankjewel’
wilde Wonderwilma echter niet weten. Niet van Thea. Om vage redenen is het
contact met Wonderwilma nimmer tot een wederzijdse waardering uitgegroeid.
Alsof Thea haar zoon tekort deed, omdat ze hem niet zou willen zien voor wat
hij was in de ogen van Wonderwilma. Niet geestelijk gehandicapt, maar wel
hulpbehoevend. Een ‘bijzonder’ kind. En op dat punt raakte het geduld van Thea
met Wonderwilma op. Dat gezeik altijd over ‘extra’ hulp; geld; leerkrachten;
aandacht; overwerk; moeite en burn-outs. Welk kind heeft nou geen behoefte aan
begeleiding? Elk kind is speciaal. Ieder mens is zo uniek als een vingerafdruk.
Wanneer heeft een remedial teacher eindelijk genoeg veren in de reet? Sinds
wanneer staat het onderwijs voor liefdadigheidswerk? Net als docenten krijgen
remedial teachers toch ook waardering in de vorm van een salaris? Waarom moet
daar dan elke maand ook nog per sé een steeds hogere dosis ‘dankjewel’ aan
toegevoegd worden door een ouderpaar naar keuze?
Enfin, onderwijsmensen
van het kaliber juffrouw Toos uit groep 4 van Walter voorkwamen met hun
herstelwerkzaamheden dan weer een hoop gevloek in de kerk. Juffrouw Toos liet
Walter in het jaar na het geklungel van meester Gijsbert volledig tot zijn
recht komen. Zonder woorden aan haar professionaliteit vuil te maken. Bleek het
joch na amper een half jaar in groep 4, juist het tegenovergestelde van
geestelijk gehandicapt te zijn. Lekker duidelijk! Maar goed dankzij de
gewijzigde status van Walter kon Thea stoppen met preventief inspelen op de
mogelijkheid dat haar jongen met een eventuele geestelijke afwijking kampte en
werd Bart gesterkt in zijn overtuiging dat Walter zo niet superslim dan toch
zeker normaal was. Maar ja, apetrots schept illusies voor de kroost. Zeker als
papa en mama zich niet tot de klasse van de opperouders mogen rekenen. Voor
meester Gijsbert was de ouderpikorde op De Wielewaal van levensbelang voor zijn
goede naam. Hij diende immers maar een tussenjaar als eenvoudige onderwijzer.
Het echte werk liet op zich wachten totdat hij de directeur van een openbare
basisschool zou worden. Weliswaar buiten de provincie, maar daarom was het niet
minder zaak om in de tussentijd in de kijker te blijven. Dan bood een baan op
een kakschool als De Wielewaal de gelegenheid bij uitstek. Jade, de interne
coördinatrice, hielp meester Gijsbert met netwerken, scherp te blijven en om
onderscheid te maken. Jade deed bijvoorbeeld haarfijn voor meester Gijsbert uit
de doeken waarom de 6jarige Walter uit
de achterstandswijk een veilige zondebok was voor alles wat het uitgestippelde
succesverhaal van een toekomstige directeur dreigde te blokkeren. Een telg van
de opperouders uit de Wielewaalbuurt
daarentegen was automatisch de waardevaste parel aan de kroon van
meester Gijsbert de kindervriend. Als dank voor Jades routebeschrijving naar
omhoog, maakte meester Gijsbert de wanhopige interne coördinatrice 1 of 2 keer het hof. Nadat zijn promotie een
voldongen feit was, liet hij haar verder vallen als een baksteen.
Vlak voor zijn
vertrek van De Wielewaal gaf meester Gijsbert aan het einde van groep 3 Walter
nog een trap na. Er was nog nooit zoveel gevochten op De Wielewaal door het
kindergespuis van het bouwjaar van Walter als onder toezicht van meester
Gijsbert, maar toch speelde de 40 plusser het klaar om in een opmerking in het
laatste rapport alle schuld van het geweld in groep 3 in de schoenen van 1
enkel 6 jarig kind te schuiven. In het overgangsrapport naar groep 4 stond over
Walter het volgende voor de komende generatie Wielewaalers vereeuwigd:
‘Vaak is Walter
te snel geïrriteerd en dan deelt hij een tik uit aan andere kinderen.’
Het was te laat
voor Bart en Thea om op korte termijn – vlak voor de zomervakantie - nog verhaal te halen. Een klacht indienen
tegen meester Gijsbert zou, na zijn benoeming als directeur van een basisschool
in een andere regio, alleen op lange termijn resultaat kunnen opleveren en daar
was Walter sowieso niet mee geholpen. Wel namen Bart en Thea nog de moeite om bij de interne
coördinatrice melding van smaad te doen.
Tevergeefs. De vicieuze cirkel was rond. Jade voor en Jade na. Bart en Thea
hadden toen nog niet genoeg schade en schande op De Wielewaal ondervonden om
beter te weten dan om Jade in te schakelen bij het trachten te behalen van hun
recht. Jade koos zogenaamd geen partij. Toch weigerde ze te geloven in de valse
beschuldigingen van meester Gijsbert aan het adres van Walter. Wel greep Jade
de gelegenheid aan om Walter ook na het vertrek van meester Gijsbert in een
kritisch daglicht te zetten. Walter moest en zou net zolang geobserveerd
worden, totdat Jade duidelijk in kaart had wat er aan hem scheelde. Waarmee ze
overigens compleet voorbij ging aan de vraag óf Walter überhaupt iets
mankeerde. Jade wilde nog steeds een wit voetje halen bij iedereen die in haar
beperkte visie belangrijker was dan Thea en Bart. Dus op een willekeurige dag
in het schooljaar in groep 4 van Walter bij juffrouw Toos, zag Jade het licht!
Walter was dyslectisch. Wat een zegen voor de spaarkas van De Wielewaal! In dat geval was het door meester Gijsbert
geopperde rugzakje van de overheid niet eens nodig en zou de ondersteuning van
Walter via de ziekenkostenverzekeraar bekostigd kunnen worden. Vandaar. Nu
alleen nog een officiële dyslectieverklaring. Maar niet zonder toestemming van
de ouders! Had Jade toch nog buiten de waard gerekend en kon het zorgteam van
De Wielewaal in het geval van Walter alsnog die kostenbesparende
dyslectieverklaring gevoeglijk op de buik schrijven.
Na het klassikale
afscheidsfuifje ter ere van meester Gijsbert, op de laatste schooldag voor de
grote zomervakantie, ontvingen alle kinderen uit groep 3 een portretfoto. Niet
van zichzelf, maar van meester Gijsbert. Op de achterzijde van het kiekje stond
in de hanenpoten van meester Gijsbert te lezen:
‘Ik vond het fijn
om je in de klas te hebben’.
Volgens Jenny –
de moeder van een vriendje van Walter – had Tim de foto van meester Gijsbert 3
jaar later - in groep 6 - nóg boven zijn bed hangen. Maar Tim was dan ook niet
van kleins af aan het mikpunt van de spot van deze dubieuze onderwijzer
geweest. Tim was een gedoodverfd zonnetje, terwijl Walter van meet af aan
gedoemd was om een minderwaardig sterretje te zijn. Daar zat nog een dozijn
maantjes tussenin. Über- en Untermenschen gescheiden door de middenmoot. Al
vond meester Gijsbert wel dat Thea de klassikale driedeling te strikt opnam. Ze
moest de classificatie van de kinderen juist zien als een stimulans. De
zonnetjes waren al gearriveerd en straalden aan de hemel van De Wielewaal.
Hoger kon niet. De maantjes waren goed bezig! Bijna gearriveerd. De sterretjes
hadden nog een lange weg te gaan. Reden genoeg om aan de slag te gaan met
remedial teaching, logopedie, fysiotherapie, rugzakjes, dyslectieverklaringen
en andere buitenschoolse activiteiten graag. Alarmfase rood als het ware. verliezers
mogen niet ontbreken! Gebrandmerkt met een sterretje!
Later leerde Thea
dat het landelijk indelingssysteem in de 3 didactische niveaus van zonnetjes,
maantjes en sterretjes in feite in het onderwijsleven geroepen was als
handleiding ter bespreking in de
lerarenkamer. Het was niet de bedoeling dat meester Gijsbert de kunstmatige
hiërarchie in groep 3 aan de grote klok hing. Zelfs Willy Bakbruin had deze
misvatting van haar protegé in een crisisoverleg met Jade en Thea indertijd
ongaarne moeten toegegeven. Meester Gijsbert was zich echter consequent van
geen kwaad bewust geweest. Vandaar dat hij zomaar onaangekondigd, niet
gehinderd door enig pedagogisch inzicht, 3 lijsten met de namen van de
zonnetjes, maantjes en sterretjes op een prikbord naast het digibord in het
klaslokaal van groep 3 hing. Voor iedereen ter inzage. Totdat Thea de opsomming
van de inferieure sterretjes van het prikbord trok en voor de sneuneus van een
geshockeerde meester Gijsbert verscheurde. Graag had Walter hetzelfde gedaan
met het afscheidscadeau van meester Gijsbert, maar Thea had een beter idee voor
de portretfoto. In het bijzijn van zijn vader, zus en moeder, mocht Walter de
afbeelding van zijn gehate meester Gijsbert ritueel verbranden in een vuurkorf
in de achtertuin.
Niet
verwonderlijk natuurlijk dat Walter onaangenaam verrast was door het bezoek van
meester Gijsbert in groep 6. Hij was 3 jaar geleden toch directeur geworden?
Waarom bleef die man niet ver weg op zijn nieuwe school onmisbaar zitten wezen?
Veilig in een ander deel van het land op lange afstand van die jongen die
meester Gijsbert voor het gemak geblesseerd had achter gelaten in groep 3?
‘Meester Gijsbert
kwam de klas binnen en hij liep meteen op mij af‘, vertelde Walter.
‘Omdat jij niet
met de rest meeklapte natuurlijk,’ wist Sabine in de deurpost, zonder op te
kijken van haar telefoon.
‘Ja, maar ik was
ook helemaal niet blij om hem te zien!’
Walter leek zich
te verontschuldigen.
‘Gelijk heb je,
ik zou ook niet geapplaudisseerd hebben’, verzekerde Thea haar zoon.
‘Zou je hem wel
een hand gegeven hebben?’, vroeg Walter achterdochtig.
Een
gewetensvraag. Het antwoord van Thea zou beslissend zijn voor de mate van
mededeelzaamheid van Walter over zijn terugval van vanmorgen.
‘Dat ligt eraan,
niet uit mezelf.’
‘Hij kwam voor
mijn tafeltje staan en stak zijn hand naar mij uit’, huiverde Walter.
‘Ja, omdat jij
vooraan in de klas zit’, meende Sabine.
‘Het ‘waarom’
doet er niet toe, Sabine’, intervenieerde Thea.
Ze hoopte dat
Walter beleefd was gebleven, zodat haar zoon niets te verwijten viel. Elk
foutje zou tegen het 9jarige kind gebruikt kunnen worden op De Wielewaal.
‘Wat deed jij
toen?’
‘Ik gaf hem een
hand terug.’
‘Ik ben trots op
je’, overdreef Thea opgelucht.
Maar Walter was
nog niet uitgepraat:
‘En toen liet hij
niet meer los’.
‘Wie, meester
Gijsbert?!’, riep Thea verongelijkt uit.
‘Misschien dacht
hij dat je niet meer wist wie hij was?’, probeerde Sabine.
‘Boeien’, mokte
Walter.
‘Wat zei hij?’
Thea was
ontsteld. Natuurlijk wist meester Gijsbert maar al te goed dat Walter hem niet
vergeten was. Hij kwam zijn foutje van toen herstellen. De misdiagnose uit de
gloriedagen van meester Gijsbert in groep 3. Inmiddels was na het vertrek van
meester Gijsbert op De Wielewaal wel duidelijk geworden dat Walter alles
behalve geestelijk gehandicapt was. Doorgaans scoorde hij bij de citotoetsen
van zijn jaargang ver boven het landelijke gemiddelde. Walter kwam hoe langer
hoe algemener bekend te staan als een markante jongen. De reden waarom Walter
geen gangbare scholier was, blijft voor eeuwig een raadsel. Bart en Thea
weigerde simpelweg om hun zoon op voorspraak van het zorgteam van De Wielewaal
buitenschools op wat dan ook door allerlei experts te laten testen. Walter viel
op. Nou en? Misschien was hij dyslectisch, autistisch, hypergevoelig, manisch
depressief of vertoonde hij een combinatie van symptomen in een spectrum
attention, deficit, hyper active disorder. Border line zeg maar. Had Walter als
kleuter niet een intelligentietoets bij een academisch taalcentrum gemaakt? Wat
was de uitslag? Met een beetje kunst en vliegwerk was hij mogelijk zelfs wel
hoogbegaafd.
‘Hoogbegaafd in
wat?’, wilde Thea dan steeds opnieuw weten, want zij en Bart hadden ook
principes.
Bijvoorbeeld:
‘Of je nou slim
bent of niet; het leven moet je leren’.
Daarom zat Walter
niet allang in de plusgroep. In de boze buitenwereld worden de slimmeriken ook
niet apart te drogen gehangen. En zonder toestemming van de ouders was Walter
op De Wielewaal moeilijk vooruit te helpen. Wat was de zin van een hoog IQ zonder
kruiwagens? Zeker gezien de afkomst en de licht ontvlambare driftbuien van
Walter? Hoewel de 9jarige jongen met het korte lontje, tegen de voorspelling
van meester Gijsbert in, nog altijd niet aangeklaagd of opgepakt was voor
vandalisme of openbare geweldpleging. Vooralsnog geen strafblad dus.
‘Hij zei: ‘Dag
Walter’.’
‘En jij?’
‘Ik zei niks’,
bekende Walter alsof hij zijn reactie betreurde.
Thea sloeg een
arm om zijn schouders.
‘Wat geeft dat
nou, ik zou ook niks gezegd hebben’.
Door het
trillende bovenlichaam naast zich voelde Thea de woede van de in zichzelf
gekeerde Walter opborrelen. Zijn gebalde vuisten symboliseerden een herbeleving
die hem de adem benam. Zijn borstkas en nek zwollen op. Deja vu. Thea dacht aan
de Hulk. Ze was niet de enige:
‘Zo meteen word
je groen!’, grapte Sabine.
‘En toen?’
Thea hoopte
Sabine te overstemmen.
‘Dat rijmt’,
bedacht Walter bij wijze van afleidingsmanoeuvre .
‘Wat?’
‘Groen en toen.’
‘En toen?’
‘Toen zei hij nog
een keer: ‘Dag Walter’.’
‘En toen?’
‘Toen zei ik weer
niks’.
‘Waarom dan
niet?’, vroeg Sabine, omdat Walter wroeging leek te hebben.
‘Er kwam geen
geluid uit me.’
‘Nou en, laat hem
ontploffen met een stinkbom in zijn rugzakje!’, voer Thea uit.
‘Met z’n wat?’
Sabine keek haar
moeder bevreemd aan.
‘Walter moest
toch hulp van buitenaf van meester Gijsbert? Dat noemen ze een rugzakje. Geld
voor bijles, zeg maar. Laat meester Gijsbert zelf maar een rugzakje krijgen.’
‘Ha, ha’, zei
Sabine droog.
‘Ja, als ik de
grap uit moet leggen dan is hij niet leuk meer’, pruilde Thea.
‘Hij was sowieso
niet leuk hoor mam, ook niet zonder uitleg’.
Sabine sloot met
1 handbeweging het mapje om haar mobiel en richtte zich tot haar broer:
‘Er kwam dus geen
geluid uit je? Dus je deed niks?’
‘Ja ik probeerde
m’n hand uit zijn greep te wurmen, maar hij kneep hem zowat fijn. Als ik wat
terug gezegd zou hebben, dan zou hij mijn hand tenminste uit zichzelf los
gelaten hebben’.
‘Had hij jouw
hand nog niet losgelaten dan?’
Thea was
flabbergasted. En dan vinden moderne leerkrachten het gek dat de jeugd van
tegenwoordig steeds handtastelijker wordt. Meester Gijsbert haalde op deze
manier toch het bloed onder de nagels van het 9jarige kind vandaan? De
verleiding om uit zijn zitplaats te rijzen, en de man die in zijn blikveld stond tegen de
schenen te schoppen, moet voor Walter bijna niet te onderdrukken geweest zijn.
Niet in de laatste plaats omdat Walter met zijn 9 jaar middelerwijl net zo
groot als zijn moeder was en Thea qua volgroeide lengte amper onderdeed voor
meester Gijsbert. Walter had de vijand dus recht in de ogen kunnen kijken als
hij gewild had. Oog om oog, tand om tand.
‘Hoe heb je die
hand uiteindelijk teruggekregen?’
‘Juffrouw Marijke
zei dat ik een ochtendhumeur had. Dat ik daarom niks zei. Toen liet hij
eindelijk mijn hand los’, zuchtte Walter bezwaard.
Na een korte
adempauze vervolgde hij geïrriteerd:
‘Ik had helemaal
geen ochtendhumeur’.
‘Wees blij dat
juffrouw Marijke met dat smoesje kwam, anders had jij je hand nu misschien nog
niet terug gehad’, gniffelde Sabine.
‘Ja, of Walter
had meester Gijsbert met zijn vrije hand een klap verkocht’, schamperde Thea
binnensmonds.
‘Zoiets doe ik
niet!’, riep Walter gefrustreerd uit.
Tot schaamte van
Thea die zich snel herstelde:
‘Dat weet ik toch
vent, maar ik snap wel dat je woedend bent op meester Gijsbert.’
‘En op juffrouw
Marijke’, knarsetandde Walter voor zich uit.
Thea was er als
de kippen bij om voor juffrouw Marijke in de bres te springen. Niet uit
sympathie voor juffrouw Marijke, maar omdat ze niet wilde dat Walter het
vertrouwen in zijn vaste groepsjuf verloor. Ze kon toch niet aldoor zelf zijn
handje vasthouden? Toch mocht Walter tijdens de afwezigheid van zijn ouders op
zijn basisschool niet het gevoel hebben dat hij volledig alleen
stond tegenover
een volwassen bolwerk van onvermogen. Hij had juf Marijke nodig om in
noodgevallen op terug te kunnen vallen.
‘Marijke weet
toch helemaal niet wat er allemaal gebeurd is tussen meester Gijsbert en jou in
groep 3? Maar goed, meester Gijsbert is geweest, dus dat hebben we ook weer
overleefd. Als je wilt dan mag je vanmiddag thuisblijven voor de schrik, maar
nu gaan we eerst een hapje eten.’
Thea stond op,
maar Walter bleef op zijn bed zitten.
‘Ik ga nooit meer
naar school.’
Thea begon
kriegelig te worden.
‘Als je zo
doorgaat, Walter, dan ga je vanmiddag ook maar gewoon naar school. Ik snap dat
je boos bent, maar Gijsbert is weer opgetiefd, dus doe effe normaal graag.’
‘Hij komt weer
terug. Over een week. Dan komt hij dinsdag de hele dag bij ons in de klas in
plaats van juffrouw Marijke.’
‘In groep 6?’,
ging Thea voor de zekerheid na.
‘In groep 6’.
Walter hield zijn
hand op zijn hart.
‘Waarom?’
Zelfs juffrouw
Marijke moest het antwoord op deze dwingende vraag schuldig blijven aan Thea.
Ze stond op het punt om de deur van het klaslokaal van groep 6 te openen voor
de middagdienst. Ze rammelde met een sleutelbos in haar rechter hand en droeg
links een geurende mok koffie aan het oor tussen duim; wijs- en middelvinger.
Bij het zien van de moeder van Walter verkrampte ze. Niet zozeer omdat ze een
mening over Thea had, maar veel meer vanwege haar onderontwikkelde contactuele
eigenschappen. Uit zichzelf had juffrouw Marijke geen idee. Juffrouw Marijke
leefde volgens de wetten van de logica. Ze had niet voor niks wiskunde
gestudeerd. De indeling van haar leven bestond uit formules, procedures en
lesprogramma’s. Van a naar b. Hoe concreter, hoe liever. Thea vond haar een
ideale onderwijzeres, omdat niemand duidelijker was dan juffrouw Marijke. 1 en
1 is 2. Geen discussie mogelijk. Zo had juffrouw Marijke ook geen voorkeuren.
Haar leerlingen waren entiteiten, waar ze zonder uitzondering vriendelijk,
streng, maar rechtvaardig tegen optrad. Waarschijnlijk was ze alleen in staat
om in wiskundige zin te differentiëren, want kinderen laten bloeien in hun
uniciteit was niet bepaald haar specialiteit. Elke lieveling was haar
ingefluisterd door Jade, de interne coördinatrice, die door de sociaal arme
juffrouw Marijke op handen werd gedragen.
Haar omgang was geforceerd, ingepland en uitgestippeld. Vrijgevochten
types zoals de moeder van Walter brachten haar hele optreden aan het wankelen
door de verwarring van de improvisatie. Thea was inmiddels al zo vaak over de
tong gegaan in de lerarenkamer, dat juffrouw Marijke er maar vanuit ging dat ze
beter niet met de moeder van Walter op één lijn kon gaan zitten.
‘Dus Walter komt
vanmiddag niet naar school. En volgende week dinsdag ook niet’, deelde Thea
stoïcijns mee.
‘Dat klinkt niet
als een goed plan.’, protesteerde juffrouw Marijke vanuit de hoogte.
Ze kon er niets
aan doen volgens Bart, want bètamensen komen nou eenmaal vaak onbedoeld
arrogant over. Thea vond er het hare van. Zoiets als:
‘Het smoesje is
goed, maar het praatje deugt niet.’
Bart is zelf een
bètamens met een gezond zelfbeeld; hij is direct; loopt nooit te hard van
stapel en is to the point. Recht toe recht aan. In die zin neigt hij misschien
een beetje naar hoogmoed, maar dan wel op de manier van een typische
mathematische droogkloot. Zo één om van te houden. Juffrouw Marijke was een
stuk minder innemend dan Bart. Dat daargelaten kwam ze ook weer niet zo bot
over als juffrouw Siepie. Dat sprak voor juffrouw Marijke. Ze was niet met
opzet cru, omdat ze toevallig met het verkeerde been uit bed was gestapt. Niet
iedereen moest het bij juffrouw Marijke ontgelden als zij toevallig slecht
geslapen had. Ze werkte eerder stuntelig. De optelsom van een misplaatst
persoon dat te vaak op de verkeerde plek op een onhandig moment terecht was
gekomen. Uit voorzorg dekte juffrouw Marijke zich alvast in en trok een muur om
zich heen in volledige zelfacceptatie. Het was niet anders. Haar tijd voor de
klas; alleen met de kinderen, was haar veilige bubbel. De rest was ruis. Chaos.
In de verte klonk de stem van Thea. Ze zei iets:
‘Het lijkt me net
zo goed geen strak plan dat meester Gijsbert jou volgende week dinsdag komt
vervangen in groep 6. Is hij geen directeur meer op een andere school hier ver
vandaan?!’
Juffrouw Marijke
deed alsof ze haar hersens pijnigde door flink met haar hoofd te schudden in
een clowneske poging om de input van Thea zogenaamd tevergeefs te
verwerken. Om haar lippen speelde een
minzame glimlach.
‘Volgens mij
staat meester Gijsbert nog steeds aan het hoofd van basisschool Het Kansrijk.
Maar ik denk dat hij de volgende week dinsdag een studiedagje heeft en dat hij
daarom tijd kon vrijmaken om zijn oude groep 3 nog eens te bezoeken. De ouders
zijn super enthousiast.’
De kinderlijke
toon van juffrouw Marijke droeg niet bij aan Thea’s welwillendheid.
Tegelijkertijd straalde juffrouw Marijke zelf een zekere onvrede met de
situatie uit. Thea stond nochtans niet te wachten op geheimtaal. En al helemaal
niet van de doorzichtige juffrouw Marijke, die overduidelijk van haar à propos
was door de afwijkende gang van zaken. Het leek Thea verstandig om vanaf hier
alleen nog op dat te reageren wat ook daadwerkelijk uitgesproken werd.
‘Ik ben ook een
ouder en zie jij mij super enthousiast zijn? Waarom wist ik hier niks van?’
Juffrouw Marijke
trok een gezicht van hoe moet ik dat weten en nam een slok van haar koffie.
Thea vroeg:
‘Stond de komst
van Gijsbert misschien in de mail aangekondigd?’
‘Dat weet jij
beter dan ik’, antwoordde juffrouw Marijke onverschillig.
Het leek alsof ze
steun zocht bij een denkbeeldige derde persoon doordat ze haar blik van Thea
afwendde en vanaf dat moment consequent langs haar af liet glijden Van de echte juffrouw Marijke viel moeilijk hoogte te krijgen. Zo verviel Thea
automatisch toch weer meteen in haar oude gewoonte om aan elke gevoerde
conversatie een persoonlijke noot te geven. Haar recente voornemen tot
zakelijkheid ten spijt. Dat de poging om nader tot de gesprekspartner te komen
aan juffrouw Marijke niet besteed was, viel te voorspellen. Thea probeerde ook
maar wat:
Vanwege dat
mailverbod zeker?’
Juffrouw Marijke
fronste, waarna ze haar herseninhoud wederom rangschikte door middel van die
rare hoofdgymnastiek. Het leek er op dat ze van geen mailverbod op de hoogte
was.
‘Ik heb geen mail
verstuurd’, gaf ze uiteindelijk toe.
Ze praatte tegen
de muur.
‘Hoe wisten die
super enthousiaste ouders dan vooraf van de komst van meester Gijsbert?’
‘Gewoon?’,
probeerde juffrouw Marijke schokschouderend mee te denken.
Getergd door de
halfslachtige interactie voelde Thea zich hernieuwd geroepen om door te pakken.
‘Nou het zal
allemaal wel, maar Walter komt vanmiddag dus niet. Hij moet bijkomen zijn
ochtendhumeur of beter gezegd: van meester Gijsbert. En volgende week dinsdag
is Walter ook ziek. Geef dat maar door aan Willy Bakbruin. Jouw bazinnetje.’
‘Dat mag je zelf
doen’, stelde juffrouw Marijke liefjes voor aan de muur.
‘Nee, dat kan
niet, want ik heb dus een mailverbod.’
‘Wat je niet in
je hoofd hebt, dat moet je in je benen hebben’, vond Marijke uitdagend.
‘Ik moet helemaal
niks, maar jij mag je straks verantwoorden bij de onderwijsinspectie.’
‘Dat denk ik toch
niet. Walter heeft leerplicht,’ schrok juffrouw Marijke.
Ze keek Thea nog
steeds niet aan.
‘Dat denk ik toch
wel als straks bekend wordt dat het docententeam van de Wielewaal in
samenwerking met de directeur van Het Kansrijk een 9jarig kind in zijn
leerplicht beperkt’.
‘Hoe dat zo?
Walter kan gewoon naar school komen’, maakte juffrouw Marijke in haar eentje
uit.
‘Ja, naar school,
maar niet in groep 6, want Walter wil niet met meester Gijsbert geconfronteerd
worden. Ik dacht dat kinderen zich veilig moesten kunnen voelen op de
basisschool? En als meester Gijsbert nou nog een reguliere vervanger op De
Wielewaal was, dan zou ik Walter wel vragen om voor een paar keer door de zure
appel heen te bijten, maar de enge man is directeur op een andere school nota
bene. Wat komt hij hier doen? Ik dacht dat jullie het zo razend druk hadden in
het onderwijs de hele dag? Wie heeft dit onzalige plan bedacht?’
‘Uh, ik denk
Willy samen met Jade, omdat meester Gijsbert zo populair is’, haperde juffrouw
Marijke, terwijl ze voorzichtig de blik van Thea zocht.’’
In de poppetjes
van de ogen van juffrouw Marijke dansten de vraagtekens. Kennelijk had zij ook
zo haar twijfels bij de vermaardheid van meester Gijsbert. Jonge kinderen zijn
niet trouwhartig op een bezitterige manier. Geen enkele leerkracht, hoe geliefd
ook, ontkomt in de loop van het nieuwe schooljaar aan het onherroepelijke; ‘uit
het oog, uit het hart principe’ van de voorafgaande jaargangen. Dus ook de
quasi geliefde meester Gijsbert niet. Zo houdt de docentensoort zich in stand.
Zelfs juffrouw Marijke vroeg zich af waarom uitgerekend een stijve hark als
meester Gijsbert op een voetstuk gezet moest worden. De komst van meester
Gijsbert kon daarom niet anders dan het werk van een klutje pathetische
opperouders met stuk voor stuk een ADHD zijn.
‘Bij wie is
meester Gijsbert dan populair?’, dramde Thea door.
Juffrouw Marijke
antwoordde plichtmatig:
‘Bij iedereen.’
‘Niet bij mij en
ook niet bij Walter dus.’
Is daar ook nog
een gegronde reden voor als ik vragen mag?’
‘Vragen mag
altijd. Maar niet aan mij. Ik verwijs je door naar Willy Bakbruin, Jade,
Wonderwilma, juffrouw Elsje, juffrouw Toos en juffrouw Nelleke. Zelfs de
vertrouwensarts Jojanneke. Ze weten allemaal wat er in groep 3 tussen meester
Gijsbert en Walter is voorgevallen. Mij geloof je toch niet op mijn woord.’
‘Dat zeg jij.’
‘Dat bedoel ik.’
Die avond ontving
Bart een online berichtje van Willy Bakbruin. Thea las uiteraard mee:
Beste Bart,
Tijdens de les
van meester Gijsbert aankomende dinsdag kan Walter de hele dag bij juffrouw
Elsje van de groepen 1 en 2 terecht,
Met vriendelijke
groet,
Willy
Bakbruin
Directrice van De
Wielewaal
Zonder overleg
stuurde Bart direct een antwoord terug waarin Thea zich helemaal kon vinden:
Geachte mevrouw
Bakbruin,
Walter heeft
niets misdaan. Hij is inmiddels bijna 10 jaar en heeft niets meer te zoeken in
de groepen 1 en 2 bij juffrouw Elsje. Mijn vrouw en ik zijn de mening toegedaan
dat Walter en niet meester Gijsbert in groep 6 thuishoort. Meester Gijsbert
wordt betaald om aan het hoofd van ‘Het Kansrijk’ te staan en niet voor de lol
in een klas van De Wielewaal. Het is en blijft schandalig dat u het belang van
een dolende directeur boven dat van een kind op De Wielewaal laat prevaleren,
enkel en alleen om aan de wensen van een groepje élite-ouders en een
omhooggevallen onderwijzer tegemoet te komen. U kunt ons niet wijs maken dat er
maar één kind uit groep 6 daadwerkelijk op meester Gijsbert zit te wachten. En
zelfs als dat wel zo was, dan snappen wij niet waarom uitgerekend onze zoon
Walter dan weer de dupe moet zijn van de grillen van anderen. Walter blijft
komende dinsdag gewoon lekker thuis en mocht u daar moeite mee hebben dan daag
ik u uit om de onderwijsinspectie op ons af te sturen. Wij willen deze toezichthouders
maar al te graag te woord staan. Verder zullen wij, in de lijn van dat wat u
van ons gewend bent, deze mailwisseling doorsturen naar de onderwijsinspectie
en de vertrouwensarts.
Hoogachtend,
Bart
Ook namens Thea.
HOOFDSTUK 38
Bink heeft sinds
een paar dagen een bord van een makelaar in de voortuin staan. Zijn rijtjeshuis
met gunstige ligging vlak bij het centrum van de stad is te koop voor 4 ton.
Tenminste als Thea het internet en Funda moet geloven en waarom zou ze dat niet
doen? De BMW van Bink heeft Sabine ook al lang niet meer gezien, maar het zou
kunnen dat hij zijn pooierbak zolang buiten de wijk geparkeerd heeft. Niet
zozeer voor de schone schijn, maar om alle stof en aanslag die de renovatie van
de wijk al jaren iedere dag met zich meebrengt op zijn BMW te voorkomen. Zonder
extra parkeermaatregelen kun je op een gegeven moment met de bedragen die je
dagelijks aan de carwash van de dichtstbijzijnde benzinepomp kwijt bent
opgeteld onderhand een wasstraat voor jezelf bekostigen. Zulks schiet ook niet
op. Thea heeft zich de afgelopen tijd bewust afzijdig gehouden van de
oorspronkelijke bewoners in de rijtjeshuizen aan de overkant van de straat.
Langzaam maar zeker raakt het wooneiland van Bart, Thea en de kinderen omringd door
dure koopwoningen die worden betrokken door hordes jonge gezinnen. Bij de
eerste ontmoeting op straat beginnen de nieuwkomers onderling meteen over
buurtfeesten, jaarmarkten en wijkdagen te brainstormen. Thea maakt meestal zo
snel mogelijk dat ze wegkomt, want de oude bewoners van de overkant zouden haar
het liefst als een intermediair gebruiken. Zij hebben kennelijk al die
voorafgaande jaren in de achterstandswijk op barbecues en burendagen gewacht en
nu is het dan eindelijk zo ver. Wat zou zo’n lap grond als de tuin van Bart en
Thea dan goed van pas komen. Bart lacht erom:
‘Wat ze zien dat
hebben ze nog niet’, roept hij onbekommerd.
Maar Thea krijgt
de neiging om weg te duiken bij toevallige buurtpassanten op straat. Ze knikt
haastig en maakt geen oogcontact uit angst dat deze of gene weer een gesprek
met haar aanknoopt over het asociaal ruime, monumentale pand dat zij met haar
gezinnetje bewoont met die giga tuin die zoveel mogelijkheden biedt voor
allerlei leuke buurtactiviteiten. Wat een verschil met de goede oude tijd van
voor en gedurende de wijkrenovatie toen Bart, de kinderen en zij nog gewoon een
schijnbaar vervallen krot in een achterbuurt bewoonden. Ze onderdrukt de
behoefte om wild om zich heen te slaan alsof ze een vlucht wespen op weg naar
zoetgoed moet bevechten.
‘Ga weg!’, wil ze
gillen.
In plaats daarvan
schuilt ze voor de tijdelijke smetkroes
van de oude en nieuwe wijkbewoners en de uitwerking daarvan. Nu is alles nog
koek en ei, maar het is een kwestie van afwachten totdat een lokale
burgeroorlog uitbreekt na een overloop van onverwachte obstakels, blusbrandjes
en opgekropte ergernissen. Thea zoekt alvast dekking op neutraal terrein in
eigen huis en haard. Het kan haar niet schelen dat de wijkbewoners haar zonder
uitzondering spottend nakijken en elkaar vervolgens hoofdschuddend vinden tussen
de veel te dure eengezinswoningen die, of gloednieuw of flink in verkoopwaarde
gestegen, afsteken tegen het bejaarde pand van Bart en Thea dat de 100 allang
gepasseerd is. Toch heeft de antieke woning uit 1892 model gestaan voor de
bouwstijl van de hedendaagse wijk. De buurt is prachtig geworden. Veel
smaakvoller dan Bart en Thea ooit van nieuwbouw hadden durven hopen. Geen
betonblokken, maar een verzameling retrohuisjes uit overgrootmoederstijd. En
het leed is bijna geleden. Nog een paar puntjes op de i en ook de bouwvakkers
zijn uit het straatbeeld verdwenen. Hoewel de mannen van stavast in het begin
van de renovatie nog goed te verdragen waren van ’s morgens 7 tot een uur of 4
’s middags en alleen op werkdagen. Maar de uitstelwerkzaamheden beginnen nu te
dringen. Door de tweejarige pauze veroorzaakt door de crisis en helemaal zo
tegen het eind van de verbouwing. Het geld is allang op. Vandaar dat
onderaannemers schaamteloos goedkope, buitenlandse arbeidskrachten inkopen voor
de laatste loodjes. Om zonder extra kosten haast- en prutswerk en daarmee gedoe
te voorkomen. De smartlappen op Radio 100 procent NL worden al weken vervangen
door onverstaanbare liedjes in het Pools, Kroatisch of Roemeens en klinken
ineens ook tot laat in de avond op werkdagen en op zaterdag en zon- en
feestdagen door de pas aangelegde rood geplaveide verkeersheuvels in de buurt.
Een beetje teveel experimenteel arbeidsethos als iemand het Thea zou vragen.
Omdat het einde van de jarenlange innovatieve wijkbeleving in zicht is, lijkt
een eventuele klacht naar de gemeente
over overlast door zwartwerk en schending van de wettelijk vastgelegde
arbeidstijden echter aan de late kant. Bovendien hebben Bart en Thea inmiddels
zoveel behoefte aan een definitieve afronding van de buurtvernieuwing dat ze de
witte boordencriminaliteit maar voor lief nemen. Kroaten, Polen en Roemenen
moeten tenslotte ook de kost verdienen. Liever naar Nederlandse
arbeidsvoorwaarden of anders maar in hun eigen land, maar Bart en Thea hebben
even geen zin om de eeuwigheid uit te zitten die de gemeente na de foutmelding
ongetwijfeld wederom nodig zal hebben om een nieuw blik legale ZZP-ers ter
vervanging van de aller goedkoopste bouwvakkers van de Europese Unie open te
trekken.
Thea vraagt zich
niet serieus af waarom Bink zijn huis te koop heeft gezet. Ten eerste omdat ze
geen zin heeft om hem aan te spreken na hun laatste treffen, waarbij tevens
ex-Pim en Jasmijn het voorgoed verbruid hebben bij Thea. Ten tweede kan ze de
reden ook wel raden. Een hoerenkast in een achterstandswijk is wat anders dan
een escortservice in een sjieke buurt. Bink anticipeert op gezeik,
bezwaarschriften en protestbijeenkomsten van de nieuwelingen die momenteel nog
van marktwaarde voor hem zijn, omdat zij met de vestiging van hun kolonie de
vraagprijs van zijn huis de hoogte in hebben gejaagd. Die 400.000 euro moet
minstens een verdubbeling zijn van het oorspronkelijke aankoopbedrag. De nieuwe
wijk in het centrum van de stad is vandaag de dag de crème de la crème op
woongebied. En dat terwijl Thea zich nog als de dag van gisteren kan
herinneren; dat de gebruikte condooms en spuiten in de voortuin rondslingerden; dat de politie kind aan huis
was bij haar overbuurman; dat elke debuterende pakketbezorger peentjes zweette
tijdens zijn eerste rondes in de voormalige achterstandswijk; en dat
Melvin ’s morgens bij haar in de keuken
rondhing. Na zijn nachtdienst als Toyboy; zoals achteraf zou blijken.
Thea heeft Melvin
niet meer gesproken sinds haar laatste bezoek aan het appartement van Jasmijn
alwaar hij op een luxe matras in de woonkamer alle ruimte in beslag nam om op
te krabbelen van een pak slaag van Islamitische homorammers. Hij moet inmiddels
weer ter been zijn, maar Thea ziet hem nooit meer rondhangen bij het huis van
Bink. Laat staan dat hij op een onverwacht moment nog bij haar in de keuken
opduikt. Zoals vroeger. Ze mist hem niet. Ze wil hem juist ver van zich vandaan
weten. Ook in haar gedachten. Hij moet maar opgaan in zijn homowereld waar zij
niet thuishoort. Vreemd genoeg denkt Thea nog wel vaak aan Moona Tahiri; een
oud Huiswerksterkstudente en het zusje van de verboden geliefde van Melvin;
Aadam. Hun samenwerking werd door de streng islamitische vader van Moona en
Aadam beëindigd toen hem ter ore kwam dat Thea eveneens in relatie stond met de
vijand van zijn religie en de levensbedreiging voor zijn zoon. Hij doelde op de
vriendschap van Thea met de homo Melvin. Een niet-moslima, zonder hoofddoek en
met hoerige contacten was teveel voor de getergde man. Thea mocht zijn dochter
niet langer Huiswerkbegeleiden. Weggevaagd werden de uren die Moona en Thea
samen doorbrachten in de bijkeuken aan de huiswerktafel. Alsof hun samenzijn
niks had voorgesteld. De wederzijdse sympathie stond ook dusdanig los van enige
religieuze beleving dat de bijbehorende hoofddoek van Moona na verloop van
ontelbare melige grapjes onzichtbaar werd. Wat overbleef was het aandenken aan
de kuiltjes in de wangen van Moona en de vrolijke twinkeling in haar zwarte
ogen tijdens de slappe lach naast de tastbare herinneringen op de vensterbank.
De hartvormige geurkaasjes, een gebloemde
perforator en een roze
plakbandrolhouder. Cadeautjes van Moona als dank voor Thea’s hulp bij
het eindelijk behalen van een voldoende voor meerkeuzevragen bij Nederlands
tekst verklaren.
‘Vergeet niet dat
bij meerkeuzevragen altijd 2 vragen pertinent fout zijn. Blijven er 2 over. Bij
twijfel doe je iene, miene, mutte’, had Thea haar aangeleerd.
Schitterend vond
Moona het oud Hollandse versje. Ze gebruikte het te pas en te onpas:
‘Iene, miene,
mutte,
10 pond grutten,
10 pond kaas,
Iene, miene, mutte,
Is de baas.’
Het koste Thea
geen enkele moeite om Moona in haar hart te sluiten. Het was vanzelf gegaan,
terwijl ze zich bij haar oppaskind Jasmijn altijd zoveel geweld aan had moeten
doen om het geniale meisje om zich heen te kunnen verdragen. Ze weet nu dat de
moeilijkheid bij Jasmijn ligt. De herinnering aan haar lijzige, veeleisende
optreden alleen al maakt Thea na de laatste confrontatie met Jasmijn direct
onpasselijk. Het aandenken aan de oppervlakkige verschijning van Melvin doet er
nog een schepje misselijkmakend drama bovenop. En dan laat Thea de lijmerige
oom Bink met zijn louche praktijken en haar halfbakken ex-partner Pimmetje nog
buiten beschouwing. Vaker dan Thea aan Bart wil toegeven wordt ze ’s nachts met
een schok uit een koortsdroom gerukt waarin zowel Jasmijn als Melvin haar
zwijgend, maar verwachtingsvol
benaderen. De ogen gretig en de handen graaiend naar meer aandacht, geld en
liefde. Thea stuurt ze door naar Pim en Beau. Ze moeten ergens uithangen.
‘Ik wil jullie
nooit meer zien’, bezweert Thea haar oppaskinderen in de hardnekkige
nachtmerrie.
Desondanks meent
Thea onlangs een glimp op te hebben gevangen van een schim van de vroegere
mooiboy Melvin. Hij strompelde over de markt in nog altijd dezelfde
merkspijkerbroek die nu om zijn achterwerk slobberde in plaats van dat de jeans
strak op zijn bilpartij aansloot zoals voorheen. Ze viel hem niet op, of toch
wel half. Hij keek verstoord over zijn schouder; precies op het moment waarop
zij haar blik afwendde zonder zich te realiseren wat ze nou eigenlijk gezien
had. Of gevoeld. Want de connectie die pleegmoeder Thea ooit met baby Melvin –
haar Betuwe Fruitflipje – gelegd had, was weer in de lucht geweest. Niet langer
dan een seconde hing hij weer zwaar in haar armen. Zijn warme lijfje nog
naschokkend van zijn hartverscheurende smeekbedes om zijn mama. De heimwee en
zijn tranen hadden hem uit zijn slaap gerukt. Zijn bezwete kopje rustte op haar
schouders, terwijl hij verwoed op zijn fopspeen sabbelde. Het kuifje van Betuwe
Flipje kriebelde aan haar linkeroor. Ze snoof een grote boodschap in de warme,
zware luier die ze met haar rechterhand omvatte op. Terzelfdertijd vraagt ze
zich af waarom deze flashback als een vleesmes in haar ziel snijdt, terwijl elk
aandenken aan de babytijd van Sabine en Walter als verzachtende zalf op de
helende wond van haar eigen kindertijd werkt. Thea weet wat het betekent om op
te moeten groeien zonder ruggensteun. Die ervaring deelt ze met Melvin en
Jasmijn. Vandaar die zuigende werking van hun beklagenswaardige aanwezigheid op
haar mededogen natuurlijk. Maar ook op de twijfel en groeiende
terughoudendheid, want in haar huidige leven met Bart en de kinderen ervaart ze
dat onvoorwaardelijke verbindingen pas echt kunnen doorstromen door geven en
nemen en meer van dat soort stroperige clichés die ondanks de zoetigheid
meestal een kern van waarheid in zich dragen. De gemiste kans uit haar jeugd,
laat Thea op latere leeftijd niet meer liggen. Melvin en Jasmijn daarentegen
lijken er alsnog voor te kiezen om elke helpende hand af te slaan. Alsof ze
koste wat kost willen blijven zwelgen in hun Calimerogedrag. Wijsheid komt met
de jaren, maar het leven is te kort om jeugdtrauma’s tot op het bot te wreken
en als Thea ziet hoe effectief haar eigen kinderen, in tegenstelling tot Melvin
en Jasmijn, hun emoties verwerken, dan mag ze best trots op Bart en zichzelf
zijn.
De levensvreugde
van Walter werd dan ook niet noemenswaardig lamgelegd door de
verrassingsbezoekjes van meester Gijsbert in groep 6. Omdat Walter
mocht spijbelen van zijn ouders op de dinsdag dat meester Gijsbert zijn
juffrouw Marijke in groep 6 zou vervangen, herrees hij snel uit zijn dipje.
Mocht meester Gijsbert in de toekomst vaker voor groep 6 terugkeren, dan had
Walter van zijn ouders de zekerheid gekregen dat hij opnieuw illegaal van
school mocht wegblijven. Dat hield dus in dat Walter zich van zijn ouders ook
niet - alleen uit leerplicht en met tegenzin - als een ééndagsvlieg bij
juffrouw Elsje in groep 1 en 2 hoefde te onderwerpen aan een kleuterrégime.
Want dat was de verdekte straf voor de afwijzing van meester Gijsbert die de
9jarige Walter van hogerhand kreeg opgelegd door de toenmalige directrice Willy
Bakbruin en Jade de interne coördinatrice. Hierbij vergaten de dames van De
Wielewaaldirectie uit eigen belang dat
Walter naast leerplicht ook kinderrechten had. Er was geen ontkomen aan de aanwezigheid
van meester Gijsbert in groep 6 van De Wielewaal. Geen acceptabel alternatief
voor Walter op zijn basisschool. Noem dat maar geen geschonden kinderrecht.
Meester Gijsbert
verpersoonlijkte immers de boeman uit de vroegste schoolherinneringen van
Walter, waarmee hij om gegronde redenen niet opnieuw herenigd wilde worden. En
een makkelijke vluchtweg werd hem niet bepaald aangeboden door Willy Bakbruin
en Jade. Immers; een 9jarig kind voor het gemak een dag op zijn oude kleuterjuf
Elsje terugwerpen en tussen de ukkepukjes in groep 1 en 2 dumpen, zodat het
lastpakje ophoudt met piepen, biedt natuurlijk geen bevredigende
uitwijkmogelijkheid. Niet zo vreemd dus dat Bart en Thea niet akkoord gingen
met de schooloplossing. Voor een geldboete van de onderwijsinspectie wegens
schending van de leerplicht, hoefden ze sowieso niet te vrezen, want Willy
Bakbruin en Jade hadden zelf boter op het hoofd en zouden derhalve bij
ongeoorloofde afwezigheid van Walter zo goed als zeker geen melding maken van
spijbelen. Waarom zichzelf in de staart te bijten?
Meester Gijsbert
kwam overduidelijk niet officieel een dagje op De Wielewaal opereren vanuit
zijn functie als directeur van een basisschool – Het Kansrijk – in een andere
provincie van het land. Anders was hij echt wel met een rode loper
binnengehaald door zijn groupies op De Wielewaal. Nee, zijn invaluren waren
maar gekkigheid. Een bokkensprongetje van directeur Gijsbert dat hem naast
belachelijk ook niet langer meer van aantoonbaar onbesproken gedrag bij de
autoriteiten maakte; hetgeen Bart en Thea op hun beurt weer een troef in handen
gaf, waarmee de dreiging van een klikmailtje naar de onderwijsstichting
onveranderd in de Wielewaallucht bleef hangen met de ouders van Sabine en
Walter in de buurt. Niet gehinderd door het mailverbod van Willy Bakbruin. Daarom
moesten de bezoekjes van directeur Gijsbert wel leukigheidjes blijven, waarmee
de feestcommissie van De Wielewaal uit onbenulligheid ook nog eens voorbij
snelde aan de algehele sombere onderwijsstemming in de media. Het primaire
onderwijs bevindt zich al net zo lang in zwaar weer als de wisselvallige oogst
van het boerenland onder invloed van de regelgeving van de Europese Unie. In
dat licht ging het alle perken te buiten dat de zogeheten druk bezette
directeur van basisschool Het Kansrijk even de ernst van de docentencrisis op
de hak kwam nemen, door op zijn vrije studiedag voor acht uur invallertje te
spelen op De Wielewaal. Waarom? Enkel en alleen omdat het onderkomen ego van
voormalig invaller Gijsbert dringend een opkikkertje van de dweperige opperouders
van De Wielewaal nodig had. Ergo; de verleiding van de nostalgie was zo groot
geweest dat het kwaad al was geschied, voordat Jade, Willy Bakbruin en meester
Gijsbert doordrongen raakten van de absurditeit van de reünie. Denkelijk was
meester Gijsbert in de afgelopen 3 jaar van leiding geven aan Het Kansrijk
nooit meer zo getapt geweest als bij de opperouders in zijn overbruggingsjaar
in groep 3 van De Wielewaal. Toentertijd. En Walter, ach, het moeilijke kind
had erbij gehoord. Zonder wrijving geen glans. Hoe onbezorgd leek achteraf zijn
tussenjaar als invaller in groep 3 op De Wielewaal, want hoge bomen vangen veel
wind. Gevolglijk hadden Willy en Jade niet erg veel moeite hoeven te doen om
directeur Gijsbert over te halen voor hun ver gezochte concept om meester
Gijsbert weer terug voor de klas op De Wielewaal te halen.. Alleen al de
voorpret over de opperouders die extatisch zouden worden van een weerzien met
de geweldenaar uit het glorierijk van weleer, gaf het leidinggevende trio
genoeg aanleiding tot implementatie van hun ondeugende plannetje. Geef het volk
brood en spelen en de uitvoering van het idee was nog kosteloos ook, daar de
geweldenaar zelfs nog bereid was gevonden om extra reis- en lunchgeld toe te
leggen op de belofte om weer eens als vanouds onbezorgd in de schijnwerpers te
kunnen staan! Al was het nog maar voor één enkel keertje. Wie weet had hij
daarom zelf ook wel de nodige balletjes opgeworpen en aanzetjes gegeven om de
directie van De Wielewaal aan de onzalige ingeving te helpen. Iedereen
tevreden, behalve Walter.
Bart en Thea
gunden hun zoon zijn kwaadheid. Door zijn woede te herbeleven, kon Walter de
schooldemonen steeds makkelijker bevechten. Daarbij moest meester Gijsbert wel
uit de buurt blijven. Walter hoefde de boeman niet tegen zijn wil onder ogen te
komen. Dat stond voor iedereen buiten kijf, behalve voor de interne
coördinatrice Jade. Zij had nog flink last van stuiptrekkingen nadat Bart en
Thea hun eigen plan hadden getrokken en doorgedrukt voor hun zoon versus
meester Gijsbert. Eigenlijk had Jade überhaupt de schurft aan Walter. Hij was
immers dat pestventje bij wie het door tegenwerking van de ouders maar niet
lukte om de zorgplicht tarieven onterecht op de ziektekosten verzekeraar te
verhalen. Wat kon het die Bart en Thea schelen waar het geld van het leerproces
voor hun kind vandaan kwam? Van volksgezondheid of van onderwijs? Zij aten er thuis heus geen boterham minder
om als Walter zich buitenschools liet helpen met; een dyslexieverklaring,
fysiotherapie, healingsessies, speciale gym, meetings met lotgenoten en wat je
allemaal nog meer via de ziektekosten verzekeraar vergoed kreeg. Zo kon
Wonderwilma in plaats van Walter een ander hulpbehoevend kind onder haar hoede
nemen en had de directie van De Wielewaal weer een geldprobleempje minder.
Het ongastvrije
protest van Bart en Thea tegen de aanwezigheid van gastmeester Gijsbert in
groep 6 had nog een gevolg dat Jade de interne coördinatrice mogelijk nog
dieper stak. De starheid van Walter en de zijnen had twijfel weten te zaaien
bij juffrouw Marijke. Uitgerekend bij de gewoonlijk zo trouwhartige dienster
van de interne coördinatrice. Jade dreigde de onvoorwaardelijke steun van
juffrouw Marijke te verliezen. Waar bemoeide die tirannieke Thea zich mee? Ze
moest juist dankbaar zijn dat zo’n icoon als meester Gijsbert zijn kostbare
vrije tijd aan de kinderen van zijn voormalige groep 3 op wilde offeren. Hoe
durfde de moeder van Walter kritiek te hebben op het onbesuisde plannetje van
Willy Bakbruin en hare majesteit haarzelf? Door de grote schuld van Thea kon
juffrouw Marijke het niet langer voor zichzelf goedpraten om haar schoolvoorbeeld Jade, voor het eerst na
jarenlange samenwerking, niet langer volmondig gelijk geven. Bij nader inzien
vond juffrouw Marijke meester Gijsbert
eigenlijk ook niet de moeite waard. Ze was met de ophef rond zijn persoon meegegaan op commando van
Jade, zonder te begrijpen, geloven of zelf te zien. Nu de ouders van Walter haar echter met de neus
op de feiten hadden gedrukt, zag juffrouw Marijke niet in waarom ze Thea af zou
moeten vallen, alleen maar om Jade een plezier te doen. Juffrouw Marijke mocht
dan wel niet al te snel zijn op sociaal gebied, ze was ook geen hielenlikster.
Wel behoudend. Vanuit hetzelfde rechtvaardigheidsgevoel waarmee ze Jade afviel;
sprong ze nou ook weer niet frank en vrij op de barricades voor Thea. De
standpunten van juffrouw Marijke moesten wel veilig in het midden blijven,
waardoor er van buitenaf bekeken weinig aan de hand leek. Toch sprong Jade
bijna uit haar vel door de terughoudendheid van juffrouw Marijke.
In die licht
ontvlambare gemoedstoestand kwam de interne coördinatrice Jade op een middag de
klas van juffrouw Marijke binnen, nadat meester Gijsbert alweer lang en breed
was afgedropen. Terug naar Het Kansrijk in een ander deel van Nederland. De
kinderen hadden tekenles en Walter zat verwoed te krassen op zijn verbeelding
van een monstertruck. Jade stevende linea recta op het bankje van Walter af.
Hij zat - in zijn eentje - in een twee persoonsbankje en vooraan in de klas. In
eerste instantie merkte hij de aanwezigheid van Jade totaal niet op. Pas toen
het postuur van de interne coördinatrice zijn kunstwerk in wording
overschaduwde als een wolkendek dat het zonlicht verduisterde, kantelde hij als
de wiedeweerga zijn tekenblad. Huiverend keek hij vervolgens naar omhoog in het
geniepige gezicht van Jade de interne coördinatrice. De sluwe ogen half
geloken. Walter zou gezworen hebben dat er bloed uit haar afhangende mondhoeken
droop.
‘Wat ben jij fijn
aan het tekenen, Walter?! Laat eens zien wat je gemaakt hebt?!’, toeterde ze in
het oor van Walter met een schuine blik naar juffrouw Marijke die op haar
verhoging achter haar lessenaar zat en afgeleid over de rand van haar leesbril
keek.
Dit tafereel leek
wel door Jade geïnitieerd met de bedoeling om haar goede intenties voor het oog
van juffrouw Marijke te opwaarderen. Heus, Jade hield af en toe best meer van
kinderen dan van mannen van het type directeur Gijsbert. Als het haar uitkwam.
Zelfs Walter had een plekje in haar interne coördinatricehart. Ze ging echt
niet alleen voor de bolleboosjes van haar plusgroep. Hoewel de reactie van
Walter wel weer tekenend was. Niet verwonderlijk dus dat het schouwspel niet zo
idyllisch verliep als vooropgezet door Jade. Eigenlijk had ze kunnen
voorspellen dat Walter direct in de verdediging zou schieten. Wederom voldeed
de lastpak niet aan het beeld van de gemiddelde basisschoolleerling. Met vlakke
handen en gespreide vingers op de rug van zijn tekenblad beschermde hij zijn
privacy. Jade balde haar vuisten en vroeg nogmaals, zij het dit keer een stuk
minder lieflijk:
‘Laat eens zien
wat je gemaakt hebt, Walter?’
Walter zei niets,
maar zijn hoofd liep rood aan van de druk die hij met zijn handpalmen op de
achterkant van de platliggende tekening zette. Ongeduldig porde Jade de
schouder van Walter met de bedoeling om beweging in zijn starre houding te
krijgen. Vanaf dat moment trad er een omwenteling op ten aanzien van het
voorvalletje vooraan in het lokaal en hadden Walter en Jade de onverdeelde
aandacht van ongeveer een 25 koppig publiek. Behoedzaam, maar door de beladen
stilte toch nog gehorig, daalde juffrouw Marijke van de verhoging af, terwijl
ze haar leesbril van haar neus nam. Ze kwam naast Jade staan die ziedend van
ingehouden woede haar best deed om geen misdrijf te begaan. Feitelijk was ze
door de bitse zwiepjes tegen de schouder van een kind van 9 haar boekje als
interne coördinatrice van een basisschool al ver te buiten gegaan. Gelukkig kon
ze op de loyaliteit van juffrouw Marijke rekenen. Mocht ze aangesproken worden
door iemand van de inspectie of door directrice Willy Bakbruin op haar
handtastelijkheden dan konden de ooggetuigen uit groep 6 zich best één keer
massaal vergist hebben. Helaas zou die liegvlieger geen tweede keer opgaan.
Resteerde nog het woord van driftkikker Walter tegen dat van de onbeheerste
interne coördinatrice Jade. Om geloofwaardig te blijven kon Jade het zich niet
veroorloven om zich verder laten kennen. Toch viel de verleiding bijna niet te
weerstaan. De handen van Jade jeukten. Juffrouw Marijke was niet ongevoelig
voor haar tweestrijd en deed wat ze kon om het gezicht van de interne
coördinatrice te redden:
‘Walter ik vind
dat je erg boos doet. Ik wil dat je nablijft, zodat je weer rustig wordt.’
Verongelijkt
zakte Walter achterover in zijn stoel. In een reflex trok hij zijn handen van
zijn tekenblad en haakte de vingers bij wijze van stil protest boven op zijn
kruin ineen. Hiermee gaf hij Jade onbedoeld vrij spel. Gretig griste ze het
kunstwerk van het bankje. Ze nam een paar seconden de tijd om de getekende
monstertruck te ontcijferen. Ze gaf een teleurgestelde indruk. Misschien had ze
zwevende hakenkruisen of ejaculerende piemels verwacht. Alsof ze zich ontdeed
van een vieze vaatdoek overhandigde ze het vel papier tussen duim en wijsvinger
aan juffrouw Marijke die de tekening met plaatsvervangende schaamte voor het
gedrag van haar collega in veiligheid bracht tussen een stapel paparassen op
haar lessenaar. Spottend bezag Jade het eigen initiatief van haar volgelinge.
Het was niet de bedoeling dat Marijke spontaan zelf nadacht. Een kritische noot
van Jade in de richting van juffrouw Marijke kon dus ook niet uitblijven:
‘Deze respectloze
opstelling kan gewoon echt niet Marijke. Walter sleurt met zijn asociale gedrag
de hele groep met zich mee.’
Althans die
woorden meende Walter later opgevangen te hebben. Hij zou ze zelf onmogelijk
verzonnen kunnen hebben op zijn leeftijd. Toch ontkende juffrouw Marijke bij
navraag in alle toonaarden dat Jade iets dergelijks over Walter tegen haar
gezegd zou hebben. En al helemaal niet in ten overstaan van alle kinderen van
groep 6. Thea twijfelde niet eens. Ze wist meteen dat juffrouw Marijke haar
staalhard stond voor te liegen om Jade tegen zichzelf te beschermen. Termen als
‘respectloos’, of ‘asociaal’ en uitdrukkingen als ‘sleurt de hele groep met
zich mee’ maken normaliter geen onderdeel uit van de woordenschat van een 9
jarig kind. Zeker niet van een 9 jarig kind met de naam Walter dat door Jade
van taalarmoede verdacht werd. Zo’n jongetje kon dan misschien de schijn van
dyslectie nog wel wegpraten, maar sprak zeker geen toepasselijke docententaal.
Dat wist juffrouw Marijke net zo goed als Thea. De gevolgen voor het vermeende
respectloze gedrag van Walter waren dan ook miniem geweest. Voor straf had
juffrouw Marijke hem na de lessen het lokaal laten vegen en was meteen ontroerd
door de onbevangen en welwillende opstelling van het kind. Walter wilde graag
weten wat hij precies verkeerd had gedaan. Juffrouw Marijke vond dat Walter in
het vervolg best minder heethoofdig kon proberen te reageren, maar eigenlijk
moest ze hem het antwoord schuldig blijven. Elke vakkundige docent krijgt een
leerling op een verantwoorde manier over welke streep dan ook. Misschien lag de
schuld in deze kwestie dan toch bij Jade?
‘Jade bedoelt het
goed’, vond juffrouw Marijke.
Hoe vaak was Thea
nou al om haar oren geslagen met de goede bedoelingen van iedereen die zich het
recht toe-eigende om wat op haar kinderen aan te merken? Als een doekje voor
het bloeden. Alsof Thea, Bart en de kinderen zich in het dagelijkse leven alleen
maar lieten motiveren door slechte intenties en daarom goedhartigheid bij een
ander niet zouden kunnen herkennen of waarderen! Net als alle deugmensen nam Thea zich even goed iedere dag voor om
zich van haar beste kant te laten zien. Tegen het middaguur was ze meestal
al bekomen van haar nobele streven door
telkens weer nieuwe onvoorziene obstakels op haar levenspad. Toch ondernam
ze nog een vruchteloze poging om
juffrouw Marijke deelgenoot te maken van haar belevingswereld in de hoop het
schoolleven voor Walter in groep 6 niet nog verder te bemoeilijken. Daarbij
probeerde ze Jade zoveel mogelijk buiten schot te houden om te voorkomen dat
juffrouw Marijke zich door Thea gedwongen zou voelen om een collega af te
vallen voor een ouder. Niet eens een opperouder! In een verloren kwartiertje op
een doordeweekse dag mocht Thea haar verhaal doen in een kinderstoel tegenover
juffrouw Marijke. Ze had haar troon achter haar lessenaar op de verhoging
vooraan in het lokaal van groep 6 strategisch tegenover Thea opgesteld. Bij
behoefte aan oogcontact tijdens het gesprek, mocht de ouder naar haar opkijken.
Graag of niet. Juffrouw Marijke luisterde wel aandachtig en welwillend. De
handen met gemanicuurde maar ongelakte nagels plat op de knieën en het hoofd
een beetje schuin alsof ze af en toe wat onzichtbare, afgedankte herseninhoud
leegde via haar linkeroor om plaats te maken voor nieuwe input door de rechter
gehooringang. Haar gedachten lieten zich raden door de illustratieve
gezichtsmimiek van juffrouw Marijke gedurende het hele verhaal van Thea.
Het dossier van
Walter begon bij Merel van de peuterspeelzaal in de achterstandswijk waarin de
kinderen van Bart en Thea opgroeiden. Peuterleidster Merel was er van overtuigd
geweest dat de 3jarige Walter autistisch was. Een jaar later had ze zelfs de
brutaliteit gehad om dat vermeende autisme van peuter Walter met de interne
coördinatrice - Jade van De Wielewaal –
tijdens een telefonisch contact - te bespreken buiten medeweten van Bart en
Thea. Walter was bijna jarig en zou dus 4 jaar worden. Dan was hij peuter af en
zou de speelzaal inruilen voor de basisschool. Peuterspeelzaalleidster Merel
vond dat Walter het beste op zijn plaats was als kleuter op Het Kleurenpalet.
Bart en Thea gingen ervan uit dat Walter na zijn vierde verjaardag zou worden
toegelaten op De Wielewaal.
Het Kleurenpalet
– de basisschool die de voorkeur van peuterspeelzaalleidster Merel had -was een
multiculturele basisschool die wel 24 verschillende nationaliteiten telde. Dat
liet zich nog luisterrijker aanhoren dan een sprookje, want in werkelijkheid was
Het Kleurenpalet een eufemisme voor een ‘zwarte’ basisschool. Alles wat nog aan
het leerlingenbestand ontbrak waren de nodige welvarende bleekscheten. Liet
leidster Merel van peuterspeelzaal ‘De Kleine Beer’- direct verbonden aan
basisschool Het Kleurenpalet uit dezelfde wijk – uitgerekend een zwak voor
Walter ontwikkeld hebben. Hoewel Bart en Thea eerder aan een obsessie dachten.
Maar afgezien van de bemoeizuchtige peuterspeelzaalleidster Merel, wilden ze
sowieso met hun kinderen weg van de zwarte wijkschool, want het 1 jaar oudere
kleuterzusje van Walter -Sabine - had al een jaartje van de sfeer op Het
Kleurenpalet mogen proeven. Hoe internationaal georiënteerd het docententeam op
de multiculturele basisschool ook pretendeerde te zijn, Sabine moest vaker dan
haar ouders lief was het onderspit delven voor de islamitische meerderheid.
Bovendien werd peuter Walter op de speelzaal die bij Het Kleurenpalet hoorde, -
de Kleine Beer - steevast in het voordeel van zijn moslimvriendjes als een ‘wit
achterbuurtkind en straatvechtertje’ weggezet. Behalve wanneer witte,
bevoorrechte wijkbewoners, voor de goede sier, de proef op de som kwamen nemen
op de Kleine Beer of Het Kleurenpalet, omdat ze dat aan de menslievende
reputatie in hun betere kringen verplicht waren. Voor de gelegenheid moest de
vermeende autist Walter dan tijdelijk in de perfecte zoon van het superstel
Bart en Thea transformeren. Die voorbeeldige witte familie met ook nog een
vijfjarige wenskleuterdochter die al een
schooljaar lang in groep 1 van de zwarte basisschool Het Kleurenpalet zat te
integreren. Dat ging best. Dus neemt allen een voorbeeld aan de voorvechters
van een illusie! Dat alle witte kinderen uit de buurt nu maar gauw, gauw op de
dichtstbijzijnde zwarte school in een achterstandswijk ingeschreven mochten
worden naar het ideaalbeeld van Bart, Thea en hun kroost! Hoop doet leven.
Alleen kozen de witte en zwarte welgestelde ouders aan het einde van de
basisscholenoriëntatiereis desondanks massaal definitief niet voor Het
Kleurenpalet, waar niemand meer exclusief kon en mocht zijn.
Ondertussen sloot
de directrice van Het Kleurenpalet – oftewel Sarah – haar ogen voor de
realiteit van de toenemende segregatie door het schrille contrast tussen witte
en zwarte basisscholen in Nederland. Ze deed loze beloftes tot het opwaarderen
van de status van Het Kleurenpalet in de omringende stimuleringswijk. Beloftes
die ze niet kon nakomen en die zich lieten herleiden tot de afwachtende houding
van directrice Sarah die haar eigenlijke standpunt verried, namelijk:
‘We zien wel en
alles komt heus vanzelf op z’n pootjes terecht.’
Begrijpelijk dat
Bart en Thea het vertrouwen in een zogenaamde vooruitstrevende visie op
integratie op de basisschool van directrice Sarah begonnen te verliezen. Er was
geen oog voor de verstikkende invloed van de dominante moslimmeerderheid op Het
Kleurenpalet. Toch was directrice Sarah best bereid om zich in de problematiek
van het welvarende, witte stel op haar zwarte school te verdiepen. Op
voorwaarde dat naast Sabine, ook Walter in de nabije toekomst op Het
Kleurenpalet ingeschreven zou worden. Alleen met die garantie viel de
levensvisie van Bart en Thea, wat directrice Sarah betreft, ook nog wel in de
smeltkroes op haar brede school van 24
nationaliteiten te proppen. De frustraties van het echtpaar met de zogeheten
positieve discriminatie en politieke correctheid van het team van Het
Kleurenpalet snapte directrice Sarah immers als geen ander. Als het haar
uitkwam. Wat kon een beetje meelullen nou kwaad? Pappen en nat houden. Zeker
als daar tenslotte zieltjes mee te winnen vielen.
Welk weldenkend
mens verbindt er nou voorwaarden aan rechtvaardigheid? Reden temeer voor Bart
en Thea om alsnog met beide kinderen naar een volgende basisschool te vluchten
die qua loopafstand net zo ver van huis lag als Het Kleurenpalet. Zo viel de
keuze op De Wielewaal. Een witte basisschool net buiten de wijk. Ondanks de
tegenwerking van Jade – de interne coördinatrice van De Wielewaal - en dankzij
de bemiddeling van de toenmalige directeur: Peter Langveld. Hij moet een
aanklacht tegen Jade de interne coördinatrice boven zijn Wielewaal hebben zien
hangen. Schending van de privacyrechten van de mens en dus ook van een het
kind. Walter in dit geval. Directeur Peter wist het onheil af te wenden door
Bart en Thea serieus te nemen en zich in de kwestie Het Kleurenpalet versus De
Wielewaal te verdiepen. Het echtpaar diende nog wel een officiële klacht tegen
de peuterjuffrouw Merel van peuterspeelzaal De Kleine Beer in, omdat zij
vertrouwelijke informatie over Walter; toen amper een kleuter, had doorgespeeld
en besproken met Jade.
Jade de interne
coördinatrice van De Wielewaal ging vrijuit. Onterecht, want ze was wel
degelijk medeplichtig. Bart en Thea had ze ten tijde van haar telefonische
overleg met de peuterjuf van De Kleine Beer nog nooit eerder gezien of
gesproken. Toch beschikte ze over uitgebreide voorkennis over Walter. Ze moet dus wel met Merel de
peuterspeelzaalleidster aan de telefoon over de kleuter Walter geroddeld
hebben. Tot in de details. Hoe amateuristisch kun je zijn? Vermoedelijk had ze
zich daarbij zelfs laten beïnvloeden door de hersenspinsels van peuterjuf Merel
vanuit de stelregel:
‘Waar rook is, is
vuur’.
Een in steen gegrift vooroordeel dat Jade de
interne coördinatrice daarna nooit meer van zich af heeft weten te schudden.
Maar dat is kennis achteraf. Aanvankelijk leek Jade de interne coördinatrice
van De Wielewaal in de ogen van Bart en Thea te onnozel voor woorden. Dus
besloot het echtpaar Jade de interne coördinatrice van de Wielewaal, in
tegenstelling tot peuterjuf Merel, niet
aan te klagen voor inbreuk op de privacyregels. Te meer daar het nogal
onverstandig leek om meteen kwaad bloed te zetten op De Wielewaal; de nieuwe
basisschool van hun kinderen.
Juffrouw Marijke
maakte een haltteken met een vlakke hand in de lucht alsof ze op adem moest
komen van het verhaal van Thea. Ze liet haar wangen een beetje opbollen. Zo
van:
‘Poeh, poeh.’
Daarna ging het
wel weer en plaatste ze haar hand terug van waar hij omhoog gekomen was. Op
haar rechterknie. Zo bleef onbeweeglijk zitten wachten op het vervolg. Dus ze
was wel geboeid, hetgeen de posttraumatische stress, die bij Thea optrad door
de herbeleving van de verhaalde gebeurtenissen, toch min of meer draaglijk
maakte. Desondanks wilde Thea het pijnlijke proces van de herinneringen zo snel
mogelijk doorleven. Tegelijkertijd haastte ze zich met de bedoeling om
langdradigheid voor juffrouw Marijke te voorkomen. Het zou de aandacht maar van
Walter afleiden. Zodoende kwam ze al gauw bij Marloes terecht. Juffrouw Marijke
kende Marloes wel. Ze was de moeder van Lennart uit groep 7.
‘Klopt, maar
Marloes is ook logopediste en in groep 1 en 2 was zij de buitenschoolse taaljuf
van Walter. Volgens Merel, een peuterjuf van de toenmalige speelzaal van
Walter, kampte onze zoon met een spraakgebrek. Hij praatte weliswaar
binnensmonds en soms een beetje nasaal, maar Bart en ik dachten dat die
schoonheidsfoutjes wel zouden wegtrekken in de loop van de tijd. Merel bleef
echter maar doordrammen. Volgens haar klopte er iets niet met Walter en om van
haar gezeur af te zijn, leek logopedie voor mijn kind nog de meest onschuldige
remedie tegen het constante gemuggenzift van de opdringerige peuterjuf. Zo kwam
ik bij de logopediepraktijk van Marloes terecht. In het eerste jaar was ze
gehuisvest in een activiteitencentrum, maar al snel kon Marloes de huur niet
meer ophoesten en hield ze praktijk aan huis. Ze liet Walter en mij opdraven
als het haar uitkwam. Anders gezegd; Walter was welkom zodra taaljuf Marloes
weer eens om klantjes verlegen zat en geld te kort kwam.’
‘Nou, nou, dat
zijn nogal zware beschuldigingen. Dat kun je vast niet hard maken!?’, vond
juffrouw Marijke verwijtend.
‘Nee, helaas kan
ik niets bewijzen, maar ik weet wel zeker dat ik gelijk heb. Helemaal toen
Walter plaats moest maken voor Gerben.’
‘Je bedoelt
Gerben uit mijn klas?’, vroeg juffrouw Marijke defensief.
‘Ja, ik bedoel
Gerben uit jouw klas. Walter – mijn zoon – zit trouwens ook in jouw klas!’
‘Ja, en?’
‘Omdat je in de
verdediging schiet.’
‘Je valt een kind
uit mijn klas aan Thea!’
‘Ik val geen kind
uit jouw klas aan. Ik noem een kind uit jouw klas. Dat is niet hetzelfde.’
‘Nou vooruit
dan’, gaf juffrouw Marijke met tegenzin toe.
Thea schraapte
haar keel alvorens ze verder van leer trok:
‘In zijn
kleutertijd moest Walter van de ene op de andere dag plaats maken voor Gerben.
Dus werd hij zolang naar fysiotherapie gestuurd op voorspraak van Marloes. En
wat doe je dan als ouders? Je volgt braaf het advies op van een expert. Al
vroeg Pleuni; de fysiotherapeute, zich al vrij snel af wat Walter bij haar in
de praktijk verloren had. Zijn motoriek was niet goed, maar ook niet slecht.
Walter wist van aanpakken en uiteindelijk kon hij alles aan lichamelijke
inspanningen leveren wat van een gemiddeld kind van zijn leeftijd verwacht
werd. Desondanks zette ik door. Walter bleef Pleuni, samen met mij natuurlijk,
wekelijks consulteren. Totdat de 10 logopedielessen van Gerben uit het
standaardpakket van de ziekenkostenverzekeraar bij taaljuf Marloes gedaan
waren. De consulten van Gerben werden dus niet meer vergoed door de
ziektekostenverzekering. Dit verzin ik niet, maar dit heeft Marloes mij in haar
oneindige arrogantie als reden voor het vertrek van Gerben opgegeven. Enfin,
dag Gerben. Toen kon Walter ineens weer wel terecht bij Marloes en had Pleuni
het nakijken. De vele logopediesessies van Walter werden door onze
ziektekostenverzekeraar namelijk wel onverminderd doorbetaald. Zoals trouwens
ook de fysiotherapie. Walter heeft het basispakket van 10 logopedielessen al
wel 10 keer doorstaan. Daarvoor betalen Bart en ik ons dus maandelijks blauw
aan de schandalig hoge premies voor onze topfit ziektekostenverzekering. Wisten
wij veel dat Walter hoofdzakelijk daarom, en niet vanwege zijn vermeende
gecompliceerde spraakgebrek, ruim 3 jaar lang bijna wekelijks logopedielessen
gevolgd heeft bij Marloes. Met onderbreking van de periodes waarin Marloes -
voor de doorloop en om in de running te blijven
- ook eens andere dringende klantjes voor moest laten gaan. En je mag
mij simpel vinden Marijke, maar weet je wat ik me dan afvraag?’
‘Nou?’, drong
juffrouw Marijke gefascineerd aan.
‘Als het
spraakgebrek van Walter dan zo dringend verholpen moest worden als Marloes,
Merel en anderen beweerden, waarom werd hij dan te pas en te onpas van
logopedie afgehaald en op fysiotherapie gezet?’
‘Volgens mij gaan
een zwakke motoriek en een spraakgebrek vaak samen?’
Juffrouw Marijke
was ook niet helemaal zeker.
‘Ja, maar volgens
Pleuni was de motoriek van Walter helemaal in orde. Ze stelde wel vast dat hij
waarschijnlijk nooit tot een prof voetballer zou uitgroeien, maar daar kunnen
Bart en ik wel mee leren leven. De toenmalige kleuterjuffrouw Elsje van Walter uit
groep 1 en 2 moest nog zo smakelijk lachen om de diagnose van Pleuni de
psychotherapeute. ‘Hier is anders ook
niks mis’, roemde juffrouw Elsje de mentale vermogens van Walter niet voor het
eerst, terwijl ze tegelijkertijd het bekende gebaar met haar wijsvinger tegen
haar slaap maakte.Toch was juffrouw Elsje min of meer deelgenoot aan de
kostbare en intensieve logopedielessen van Walter en ging uit gebrek aan
ruggengraat mee in de uitbuiting van mijn kind onder het motto:
‘Baat het niet,
dan schaadt het niet!’
Totdat ik
eindelijk achterdochtig werd. Toen was de maat ineens snel vol. Marloes vond
dat Walter niet langer te helpen was. Vooral omdat ze aanvoelde dat ik het
helemaal had gehad met het heen en weer geschuif van Walter om plaats te maken
voor kinderen die kennelijk zomaar plotseling belangrijker werden dan mijn
zoon. Ook was ik het zat om dagelijks getuige te moeten zijn van het gedweep
van Marloes met andere ouders op de speelplaats en in de gangen van De
Wielewaal.’
‘Hoe dat zo?’,
vroeg juffrouw Marijke verward.
‘Haar zoon
Lennart zit toch ook hier op school? Bij Sabine in de klas zelfs.’
‘Ja, je kunt
Marloes niet kwalijk nemen dat ze haar zoon belangrijker vindt dan Walter’,
meende juffrouw Marijke totaal misplaatst.
‘Dat neem ik haar
ook niet kwalijk, maar ik verwijt haar wel dat ze Walter als niet meer dan een
vanzelfsprekende, onuitputtelijke geldbron behandelde. Hoewel ze voor de vorm
sporadisch de logopedische vorderingen van Walter op de bonnefooi in samenspraak met juffrouw Elsje evalueerde. Zonder mijn
medeweten vooraf of toestemming! En aan Bart werd al helemaal niets gevraagd.
Op een gegeven moment hadden Marloes en juffrouw Elsje samen bepaald dat Walter
naar een KNO-arts moest. Bart en ik waren woedend.’
‘Waarom?’ vroeg
juffrouw Marijke daas.
‘Moet je dat nog
vragen?’
‘Ja, eigenlijk
wel’, bekende juffrouw Marijke schaamteloos.
Zie hier het
schoolvoorbeeld van beroepsdeformatie in combinatie met kinderloosheid en een vrijgezellenbestaan.
‘Wij bepalen als
ouders zelf wel wanneer wij het nodig vinden om een KNO arts te consulteren.
Trouwens hoe zou Marloes het gevonden hebben als ik de vorderingen van haar
zoontje Lennart met Elsje besproken zou hebben?’
‘Waarom zou je,
jij bent toch geen logopediste? Trouwens, wij mogen toch wel adviseren?’
Juffrouw Marijke
was niet expres tegendraads. Ze was gewoon niet zo goed in staat om zich in de
gevoelswereld van Thea in te leven. Voor Thea reden om extra aanschouwelijk op
haar strepen te gaan staan.
‘Wie zijn wij?’
‘Docenten van De
Wielewaal.’
‘Marloes is een
logopediste.’
‘Klopt.’
‘Dus geen docente
van De Wielewaal.’
‘Ja, maar Elsje
wel.’
‘Ja, maar Marloes
niet!’
‘Maar ze mag toch
adviseren?’
Thea begon
moedeloos te worden van de kortzichtigheid van juffrouw Marijke en om haar
geduld niet te verliezen nam ze zich voor om de rode draad vast te houden en
helder te blijven door elke nuancering tijdens het verdere verloop van de
conversatie te mijden.
‘Ja, en dat mag
ik toch vervelend vinden!?’
‘Tuurlijk.’
‘Dankjewel.’
‘En toen?’
‘Waar was ik
gebleven?’
‘Bij de
KNO-arts’.
‘O ja, professor
dokter Speknek.’
‘Wat een naam’,
gniffelde juffrouw Marijke.
Thea liet haar
maar in de waan over de naam van de KNO-arts die in werkelijkheid professor
dokter Spek heette. Hij had een onuitwisbare indruk op haar gemaakt als een
vlezige, onuitstaanbare blaaskaak met; een speknek; een hitsig zwak voor
piepjonge doktersassistentes; en een publiekelijke hekel aan kleine jongetjes.
‘De reden waarom
Walter nasaal praat zou dus volgens die professor dokter Speknek te wijten zijn
aan teveel ruimte bij zijn neusamandelen. Hieraan zou Walter op den duur
geopereerd moeten worden. Tenminste als zijn neusschot niet uit zichzelf in de
loop van zijn kinderjaren dicht zou groeien. Dat was ook een mogelijkheid.
Omdat Walter pas 5 jaar was, kon Speknek op dat moment nog geen
toekomstvoorspellingen doen.’
‘Sinds wanneer
praat Walter nasaal? Ik vind dat hij hartstikke duidelijk praat. En luid’,
lachte juffrouw Marijke.
Het hart van Thea
deed een vreugdedansje. Dat was het voordeel van rechtlijnige mensen zoals
juffrouw Marijke. Ter zake, nuchter en direct.
‘Laat het Speknek
en Jade maar niet horen. Hij praat ook vaak zeker?’, glumderde Thea.
‘Praat me d’r
niet van!’
‘Nou, dan is zijn
neusschot kennelijk toch vanzelf dichtgegroeid.’
‘Ja, ik hoor niks
bijzonders verder.’
‘Achteraf maar
goed dus dat we zijn spraakontwikkeling uit machteloosheid op z’n beloop hebben
gelaten en uiteindelijk niet meer terug gegaan zijn voor de geplande vervolgconsultaties bij Professor dokter
Speknek. Walter is nog wel getest op zijn taalontwikkeling met behulp van een
intelligentietoets.’
‘Zeker een hoge
score?’
De retorische
vraag deed Thea nog net niet op haar knieën op de grond van het lokaal van
groep 6 vallen om de onderwijzeres met
een golvend bovenlichaam en armbewegingen van de hemel naar de aarde en weer
terug te eren voor de juiste inschatting van haar kind. In het kader van het
behoud van de normale omgangsvormen was het maar goed dat Thea zich Godzijdank
wist te beheersen en naar behoren ingetogen antwoordde:
‘Ik geloof het
wel en daarom waren Bart en ik ook zo verbaasd over het oordeel van meester
Gijsbert.’
‘Oordeel?’
Juffrouw Marijke
liet haar nek tussen opgetrokken schouders verdwijnen, waarop ze spontaan een
driedubbele kin bij zichzelf creëerde. Daarbij fronste ze haar wenkbrauwen. De
hardblauwe ogen bolden bijna uit haar diepe oogkassen. Normaliter was Marijke
geen onaantrekkelijke oude vrijster, maar deze lichamelijke expressie van
onbegrip flatteerde haar niet. De neiging om juffrouw Marijke hierop te wijzen
in het geval van een eventuele toekomstige geliefde, onderdrukte Thea.
‘Meester Gijsbert
dacht dat Walter een rugzakje nodig had!’
Juffrouw Marijke
moest even slikken en gaan verzitten om deze onzin enigszins te kunnen
verteren, maar ze gaf geen commentaar. Wel wilde ze weten waarom Bart en Thea
niet met hun klachten over de verkeerde inschatting van hun zoon door meester
Gijsbert op Jade de interne coördinatrice van De Wielewaal waren afgestapt. Precies in de lijn van haar
praktische instelling was de gang naar Jade volgens juffrouw Marijke de enige
juiste weg:
‘Jade is de
interne-coördinatrice van De Wielewaal. Ze is aangenomen om interne klachten te
behandelen. Bovendien is ze ook zorgcoördinator.’
De toegenegenheid
van juffrouw Marijke voor de interne coördinatrice weerklonk in haar woorden.
Collegialiteit bleef een heikel punt. Thea moest voorzichtig zijn.
‘Bart en ik zijn
in het begin ook op Jade afgestapt met een klacht, maar zij koos eenduidig
partij voor meester Gijsbert. Ze liet ons nog wel weten dat ze het ‘erg
vervelend’ voor ons vond dat onze verstandhouding met meester Gijsbert zo
onprettig tot een eind was gekomen. Dus wij
- ouders - dienen een klacht in
bij de interne coördinatrice van de basisschool van onze kinderen en de respons
die we krijgen is een symbolisch slap handje. Wat vervelend. Sindsdien kunnen
Bart en ik niet meer zo goed met Jade overweg.’
‘Wat raar, zo ken
ik Jade helemaal niet’, beweerde juffrouw Marijke.
‘Hoe niet?’ vroeg
Thea afgeleid.
‘Als iemand die
partijdig is.’
‘Bart, de
kinderen en ik dus wel. Daarom heb ik op een gegeven moment uit wanhoop maar
met de vertrouwensarts van De Wielewaal gebeld. Jojanneke is haar naam.’
Juffrouw Marijke
luisterde niet meer. Ze bleef nog wat langer bij Jade stil staan:
‘Je kunt niet
iedereen even aardig vinden!’, besloot ze.
‘Nee, en je kunt
ook niet door iedereen aardig gevonden worden’, brieste Thea.
‘Nee’, bekende
juffrouw Marijke stuurs en kort maar krachtig .
‘Weet je wel dat
jouw fantastische Jade achter mijn rug om van Jojanneke heeft geprobeerd te
ontfutselen welke geheimen ik de vertrouwensarts Jojanneke precies toevertrouwd
had? Het is haar nog gelukt ook. Lekker betrouwbaar zo’n vertrouwensarts.
Zullen we het aandeel van jouw vriendinnetje Jade dan maar weer vergoelijken?!’
Bij nader inzien
kon de vriendschap tussen Jade en Marijke haar gestolen worden. Waarom zou Thea
zich in moeten houden uit consideratie met van die gedeformeerde schoolfrikken?
Kijk juffrouw Marijke nou eens haar lippen tuiten alsof ze de aantijgingen aan
het adres van de interne coördinatrice kon minimaliseren met een;
‘Tuttuttuttut.’
‘V e r t r o u w
e n s a r t s’, beklemtoonde Thea nog maar eens voor de duidelijkheid, om na
een adempauze te vervolgen:
‘En dan nog
wat…Jade wil Walter een dyslexieverklaring aanpraten.’
Eindelijk had
juffrouw Marijke een aanleiding om haar vriendinnetje Jade tegen tirannieke
Thea in bescherming te nemen.
‘Nou, ik weet
niet of dat een kwestie van aanpraten is. Je kunt Walter toch gewoon laten
testen?’
‘Ja, dat kan,
maar Bart en ik kunnen er ook voor kiezen om Walter niet te laten testen. En
juist die beslissing respecteert Jade niet.
‘Ja maar, dit
alles geeft Walter nog niet het recht om Jade disrespectvol te benaderen!’,
bitste de schooljuffrouw.
‘Nee, maar dit
verklaart wel waarom Jade geen geduld heeft met Walter. Eén klein misstapje en
Jade staat alweer op haar achterste poten.’
‘Zo is het niet
gegaan, Thea. Jij was er niet bij en ik wel. Walter was erg brutaal.’
‘Waarom? Omdat
hij zijn tekening niet op stel en sprong wilde exposeren? Jade hoeft zich toch
ook niet als een strafkampcommandante te gedragen? Waarom moet Walter altijd de
verstandigste zijn? Jade is in dit conflict de volwassene met een pedagogische
studie achter de rug en iets van 50 jaren ervaring in het onderwijs. Dan wil
jij mij wijsmaken dat zij niet afdoende professioneel uitgerust zou moeten zijn
om een 9jarig jongetje op een didactisch verantwoordde wijze zover te krijgen
dat hij zijn tekening aan ongeacht wie dan ook vrijwillig laat zien?’
Juffrouw Marijke
had zichtbaar moeite om niet in lachen uit te basten. Ze piepte:
‘Jade is geloof
ik 51 jaar; dus die 50 jaar onderwijservaring van jou lijkt me wat hoog
gegrepen.’
Hoe dan ook zat
de doofpot weer op slot. De sleutel hing figuurlijk om de nek van de interne
coördinatrice die inmiddels niet meer aanspreekbaar was over schoolzaken en dus
ook niet over de aanvaring met Walter. Kort na het voorval met de monstertruck
verdween was de interne coördinatrice Jade namelijk voor langere tijd van het
onderwijstoneel, vanwege – jawel – een burn-out. Jade ging juffrouw Rita uit
groep 7 achterna. Hopelijk was Jade de interne coördinatrice niet overspannen
geworden van de tekening van Walter. Alhoewel Bart twijfelde. Hij vond dat
leerkrachten tegenwoordig wel erg tere zieltjes hadden. Voor wat die
fijngevoeligheid betreft moest Thea haar echtgenoot gelijk geven, maar Walter
creëerde geen burn-outs. Die aanname was te gek voor woorden. Het kan niet
anders dan dat Jade de interne coördinatrice al op de rand van een
zenuwinzinking balanceerde voordat ze de confrontatie met Walter in groep 6 was
aangegaan. Misschien was Walter wel de druppel geweest die de emmer deed
overlopen. Bij vriend en vijand stond hij bekend vanwege zijn talent om op
verkeerde momenten gevoelige snaren te raken. Mogelijk had die gewoonte van
Walter ook wel met zijn leeftijd te maken? Hij was een kind. Hij behoorde zich
veilig te voelen op een basisschool. Uiteraard moest hij beleefd zijn en leren
om binnen de lijntjes te kleuren. Maar dat leerproces kon goedschiks of
kwaadschiks verlopen, afhankelijk van de professionaliteit van de juffen en
meesters. Het was nergens voor nodig dat Walter zich op elk onbewaakt moment in
de klas gedwongen voelde om zich te onderwerpen aan de nukken van een gesjeesde
interne coördinatrice. Nou ja, nergens voor nodig?! De machtswellust van Jade
werd door de capitulatie van Walter bevredigd. En niet alleen door de val van
Walter. Vermoedelijk had Jade in de loop van haar carrière aan de lopende band
slachtoffers om zich heen verzameld, want de sfeer op de Wielewaal verbeterde
aanzienlijk door haar ziekteverzuim.
De juffen en
Jeewee werden ineens weer zichtbaar in de wandelgangen waar een balorige
stemming hing. De kwinkslagen tussen de leerkrachten onderling, maar ook de
grapjes met ouders en kinderen vlogen na de aftocht van Jade over en weer op
een wijze die Thea aan dat gezegde over ‘de muizen die op tafel dansen als de
kat van huis is’ deed denken. Juffrouw Siepie viel het meest op met haar
afwijkende gedrag. Ze speelde zich op alsof zij nu de nieuwe rechterhand van
directrice Willy Bakbruin was in plaats van Jade. Mogelijk met recht, want
Willy Bakbruin had nooit een geheim gemaakt van haar zwak voor debuterende
docenten. Meester Joep, juffrouw Dorien, Lola en Siepie konden bij de
directrice niet één maar een hele voorraadkast met potjes breken, had Thea zo langzamerhand
het idee. Jade neigde toch meer naar de oude garde; naar Jeewee en juffen
zoals; Elsje, Nelleke, Marjolein, Rita, Toos en Marijke. Maar nu Jade
uitgeschakeld was, leefde juffrouw Siepie in de veronderstelling dat ze vrij
spel had. Vandaar dat ze ineens rondliep in uitdagende uitgaanskleding in
plaats van in haar spijkerbroek met afgewassen T-shirt. Ze had zich natuurlijk
door de verkeerde mensen laten adviseren in;
‘how to dress for
succes’
Vooral haar lbd
(little black dress) was een beetje te klein uitgevallen, waardoor de tepels
van haar boezem bijna uit het decolleté puilden. Nou letten de meeste kinderen
niet op uiterlijk, maar omdat juffrouw Siepie met haar recente, aanstellerige
makeovers plotseling alle aandacht naar zich toe leek te willen trekken, werd
haar weinig aantrekkelijke uiterlijke verschijning zelfs door de pupillen uit
plofgroep 7 als aanstootgevend ervaren. Desondanks bleef juffrouw Siepie
stoïcijns te kijk lopen in haar extravagante kledingstijl, want het gerucht
ging dat meester Joep terug was van zijn wereldreis naar Nieuw Zeeland.
Eerdaags zou hij weleens op De Wielewaal aan kunnen komen wippen en dan moest
juffrouw Siepie in vorm zijn. Voorts liep het schooljaar alweer tegen de
zomervakantie aan. In de nieuwsbrief van die week had Willy Bakbruin de
indeling van de groepen met de bijbehorende docenten voor het nieuwe schooljaar
bekend gemaakt. Groep 8 zou na de grote vakantie geleid worden door Jeewee en
juffrouw Siepie. Hiep, hiep, hoera; juffrouw Siepie was gepromoveerd en zou
samen met Sabine doorstromen naar de klas waar Jeewee voorheen de
alleenheerschappij had genoten!
Als Jeewee al
gebukt ging onder de inperking van zijn gezag in groep 8, dan was het hem niet
aan te zien. Hij maakte eerder een opgeluchte indruk en gaf in de laatste weken
van dat schooljaar om de haverklap groteske pantomime improvisaties op het
speelplein. De zwarte puntmuts met aan het einde een zilverkleurige pompoen en
het witte gezicht met de traan en de lach lieten zich inbeelden bij de vele
toevallige toeschouwers. De traan was voor het afscheid van zijn monopolie in
groep 8. De lach verscheen omdat hij voortaan niet meer alleen
eindverantwoordelijk zou zijn voor de leerprestaties van één enkele klas.
Gedeelde smart is halve smart in het nieuwe schooljaar. Jeewee had er zin in;
parttime in groep 8 met juffrouw Siepie en voor de resterende werkweek voortaan
in nauwe samenwerking met juffrouw Marijke in groep 6. Mooi toch! Thea hield
haar hart vast om het voorlopig niet meer los te laten, want de volgende
opdonder zou niet lang op zich laten wachten.
Walter was de
geleider. Enthousiast kwam hij het schoolgebouw uitgerend. Thea stond onder de
pergola op het speelplein samen met Gieke en Dieke te wachten en raakte
overdonderd door de doelgerichtheid van haar zoon. Normaliter wilde hij zich
uit school onderweg naar zijn moeder nog weleens meer dan eens af laten leiden.
‘Mam, ik heb een
nieuwtje!’ kondigde hij meters ver verwijderd al luidkeels aan, in de hoop zijn
moeder een plezier te doen met zijn scoop.
Elke dag wilde
Thea van haar kinderen weten of er iets ‘leuks’ aan de hand was geweest op
school. Walter rebbelde wel veel, net als zijn zus, maar dat gaf meestal losse
flodders. Dit was een klapper.
‘Mam, Willy
Bakbruin gaat weg’, hijgde hij, terwijl hij pas vlakbij zijn moeder abrupt op
de rem van zijn noodgang trapte.
Prompt dook Remi
op aan de zijde van zijn moeder Dieke. De primeur van Walter herhaalde hij
letterlijk. Vervolgens deed Berend de boel nog eens dunnetjes over bij zijn
moeder Gieke. Uitgeschakeld door de concurrentie dumpte Walter gelaten zijn
schooltas bij de voeten van Thea. De nieuwsbrief van die week drukte hij in
haar hand, waarna hij verdween tussen de wriemelende ouders en kinderen naar de
speeltoestellen op het plein.
Remi maakte ook
vlug dat hij wegkwam uit het roddelcircuit, maar Berend bleef achter zijn
moeder staan en nam de positie van een eerste hulpverlener in. Gieke stond
erbij alsof ze na het nieuws over het vertrek van Willy Bakbruin elk moment
stijl achterover zou kunnen vallen. Dieke gebruikte haar nieuwsbrief als een
waaier, terwijl Thea snel de koppen in de schoolkrant doorlas tot ze de
gewenste informatie gevonden had. Ze las de relevante alinea hardop voor:
‘In het nieuwe
schooljaar zal ik – Willy Bakbruin – afscheid nemen als directrice van De
Wielewaal. Enkele leden van het stichtingsbestuur en ik hebben helaas geen
overeenstemming kunnen bereiken over het beleid op De Wielewaal. Deze
beslissing gaat mij zeer aan het hart. Ik ben in de afgelopen jaren van de
kinderen en ouders op deze school gaan houden.’
‘Ze wordt er dus
uitgeflikkerd,’ concludeerde Dieke bekoeld.
‘Over welk beleid
heeft Willy Bakbruin geen overeenstemming kunnen bereiken met enkele leden van
het stichtingsbestuur? Is er beleid op De Wielewaal dan?’, vroeg Thea zich in
stilte af.
‘Als je het mij
vraagt stapt Willy vrijwillig op hoor’.
Het tegengeluid
kwam uit de hoek van de opperouders en dan specifiek uit de mond van Evelien.
Beter bekend als de moeder van hoogbegaafde Fransje uit de klas van Sabine.
‘Waarom blijft ze
dan niet gewoon directrice van De Wielewaal als ze zoveel van de ouders en de
kinderen houdt als ze in de nieuwsbrief beweert?’
Hoewel Thea het
cynisme behoorlijk dik op haar suggestieve vraag legde, had Evelien in ieder
geval niets door.
‘Ja, dat weet ik
ook niet’, moest ze beteuterd bekennen.
Ze leek gedesoriënteerd
door het nieuws. Alsof ze in de steek gelaten werd door het vertrek van Willy
Bakbruin. Het was de onzekerheid die chronisch aan haar vrat. Niet over De
Wielewaal, maar over de veelbelovende toekomst van haar dochter Fransje.
Niemand kon immers inschatten wie er voor de directrice in de plaats zou komen.
Misschien wel een persoon met principes die niet zo meegaand was als Willy
Bakbruin. Kijk, voor het behoud van de hoogbegaafdheid van Fransje moest haar
genialiteit gekoesterd worden door een constante toevoer van toegewijde
begeleiders die aan de potentie van de getalenteerde dochter van Evelien en
Jelle zou kunnen tippen.
‘Opgeruimd staat
netjes’, concludeerde Dieke stellig op haar typerende no-nonsense toon.
‘Hoe kun je dat
nou zeggen!’, riep Evelien ontsteld uit.
Gieke was weer
min of meer tot zichzelf gekomen. In de roddelperiode die vooraf was gegaan aan
deze climax was ze nooit echt overtuigd geweest van haar eigen
inschattingsvermogen. Laat staan dat ze geloofde dat Dieke of Thea de helft van
de tijd wisten waar ze over oordeelden. Maar nu ineens leek hun kletspraat en
gegis over de motieven en het faalbeleid van Willy Bakbruin zo ongegrond nog
niet en was Gieke wel bereid om de geruchten over de directrice van De
Wielewaal voor Evelien en de overige, aanwezige opperouders van de speelplaats
op een rijtje te zetten. Wat haar betreft viel er genoeg op Willy Bakbruin af
te dingen:
‘Heb je niet
gehoord dat er de afgelopen 4 jaar veel te hoge middelbare schooladviezen
worden afgegeven aan de kinderen van groep 8 van De Wielewaal? Er gaan ook
geruchten dat er gesjoemeld wordt met de uitslagen van de citotoetsen. Bepaalde
kinderen worden naar voren geschoven, omdat pappie of mammie invloedrijke
functies vervullen. Maar ja, dan komen die kinderen op een middelbare school
die te hoog gegrepen is en dan kunnen ze vroeger of later geen kant meer op.
Geen mens meer die ze onophoudelijk en tegen wil en dank helpt met een puntje
meer of gratis extra uitleg. Dus het puntengemiddelde daalt tot ver beneden de
benodigde score voor het betreffende schoolniveau. Ouders over de rooie
natuurlijk. Hoe kan dat nou? Volgens Willy Bakbruin hadden ze het vwo makkelijk
aangekund? Of de Havo? Of vmbotheorie? Eerst wordt er gepraat met de mentor van
de middelbare schoolklas van zoon of dochterlief. Maar al snel leidt het spoor
naar de basisschool en het verwachtingspatroon dat daar onterecht hoog ingezet
is. Zo komt men steeds weer bij De Wielewaal en Willy Bakbruin terecht.’
‘Dat heb je mooi
gezegd!’, prees Thea.
Haar applaus
verdronk in een golf van verbolgenheid. Evelien verwoordde de toorn van de
massa die Gieke zich met haar verdachtmakingen jegens Willy Bakbruin op de hals
had gehaald.
‘Dat is heus niet
alleen de schuld van Willy Bakbruin!’
‘Dat zeg ik toch
ook niet!’, krabbelde Gieke alweer terug tot ongenoegen van Thea.
Gieke was niet
heldhaftig genoeg om alleen te staan. Dieke schoot haar buurvrouw te hulp:
‘Hebben jullie
dan niet gehoord van het inspectierapport?’
‘Jazeker wel. De
Wielewaal scoort in het inspectierapport op bijna alle ijkpunten schrikbarend
slecht’, wist een vader van iemand.
‘IJkpunten?’,
vroeg Maud, de moeder van Ronnie en Happy, niet begrijpend.
Tot nu toe had ze
zich, zoals gewoonlijk, afzijdig van de discussie gehouden uit angst om uit de
toon te vallen met domme uitspraken. Maar domme vragen schenen niet te bestaan.
In ieder geval niet als je het de vader van iemand vroeg.
‘Ja, zaken zoals;
de begeleiding van leerlingen; het leerlingenvolgbeleid; de individuele
aandacht van de docenten voor het kind; de actuele stand van zaken van de
lesprogrammering; de communicatie onderling; de gemiddelde citoscores; dat
soort dingen’, wist de vader van iemand welwillend uit te leggen.
‘En dan scoort De
Wielewaal op al die punten onvoldoende?’, vroeg Maud achterdochtig, maar toch
al bijna wakker geschud.
De vader van
iemand schokschouderde alsof hij wilde zeggen:
‘Mij hoef je niet
te geloven.’
Zijn repliek was
dan ook:
‘Je kunt het
inspectierapport gewoon zelf nalezen op het internet. Scholen zijn verplicht om
de inspectierapporten openbaar te maken.’
‘Moeten we onze
kinderen dan niet van school halen!’, panikeerde weer een andere ouder.
‘Heel veel ouders
halen hun kinderen toch ook weg bij De Wielewaal’, antwoordde Dieke droog.
‘Alsof het elders
zoveel beter is. Wie stuurt er eigenlijk de inspectie op basisscholen af? Of
worden alle scholen ieder jaar standaard getest?’, exalteerde de vader van
iemand.
Een vadsige
moeder antwoordde voor de rest:
‘Basisscholen
krijgen de inspectie op het dak als er klachten zijn. Kletspraatjes in dit
geval.’
Ze knikte
verwijtend in de richting van Thea die wederom onaangenaam overvallen werd doorde
confrontatie met haar reputatie in het
roddelcircuit:
‘Ow, nou heb ik
het weer gedaan?! Ik geef toe dat ik belangrijk ben, maar mijn mening is toch
echt niet doorslaggevend genoeg om in mijn uppie de kop van een directrice te
laten rollen!’
Gieke en Dieke
stonden Thea tweestemmig bij:
‘Nee, dat lijkt
ons ook sterk!’
‘Ja, maar dan is
alles toch nog steeds niet alleen de schuld van Willy Bakbruin!?,’ herhaalde
Evelien koppig, waarbij ze nog net niet stond te stampvoeten.
Thea vond het
hoog tijd worden om ook een druppeltje olie op het vuur te gooien:
‘Nee, maar Willy
Bakbruin is wel eindverantwoordelijk. Daarom is ze waarschijnlijk ontslagen.’
‘We weten
helemaal niet zeker of Willy Bakbruin ontslagen is. Misschien is ze wel
ongeneselijk ziek of heeft ze een burn-out’, sputterde een andere oppermoeder
tegen, terwijl ze huilerig en smekend om zich heen naar steun zocht bij zoveel
mogelijk omstanders.
Alleen maar om
tot de ontdekking te komen dat veel opperouders kennelijk al afstand hadden
genomen van Willy Bakbruin. De aandacht verslapte in een noodgang. Alsof de
aankondiging, van het onverwachte vertrek van de directrice van De Wielewaal,
na amper 10 minuten inzinken, al tot oud nieuws was verworden. De koningin was
van haar troon gestoten. Men zou vroeg genoeg merken wie haar op ging volgen en
dan was er nog tijd genoeg om stroop te smeren. De koningin is dood; leve de
koningin!
Bart ging er ook
vanuit dat Willy Bakbruin ontslagen was en niet vrijwillig opstapte.
‘Anders schrijft
een mens toch niet zo’n treurig afscheidsbriefje in de schoolkrant?!’,
schamperde hij, terwijl hij ter illustratie met de nieuwsbrief zwaaide.
‘Ja, ik heb het
vaarwel gelezen. Willy Bakbruin beweert dat zij en enkele leden van het
stichtingsbestuur geen overeenstemming hebben kunnen bereiken over het beleid
op De Wielewaal’, antwoordde Thea quasi begaan.
‘Welk beleid? Is
er beleid op De Wielewaal dan?’, lachte Bart spottend.
‘Ik vroeg me
precies hetzelfde af’, grinnikte Thea.
Ze wilde nog wat
zeggen, maar bedacht zich. Bart zag haar strubbeling.
‘Zeg het nou
maar’.
Meer aanmoediging
had Thea niet nodig:
‘Ik vind het
ergens ook wel weer sneu. Temeer daar ze in de nieuwsbrief schrijft dat haar
ontslag haar aan het hart gaat. Ze is in de loop van de jaren van de kinderen
en ouders op De Wielewaal gaan houden.’
‘Ik denk vooral
van Walter en Sabine en van jou’.
Bart moest weer
cynisch zijn. Berustend liet Thea hem begaan en verzuchtte:
‘Je raakt
evengoed toch aan zo iemand gewend.’
‘Gevalletje
Stockholmsyndroom? Je vergeet dat ze je een mailverbod opgelegd heeft’.
‘Je kunt ook aan
een verdomd, slechte directrice gehecht raken. Dat mailverbod is juist één van
de redenen waarom ik haar zo’n beroerde leidinggevende vind. Maar ze is wel
goed met de kinderen. Sabine en Walter zijn dol op haar. Ik geloof trouwens dat
alle kinderen van De Wielewaal haar wel een tof hoofd van de school vinden.’
‘Waarom laat je
haar dat niet even weten?’
‘Waarom zou ik?’
‘Leer mij jou
kennen, Thea; dit ontslag gun je Willy Bakbruin niet.’
‘Nee, maar mezelf
gun ik haar vertrek wel!’
‘Jij geeft mensen
geen trap na. Dat heb je bij die juffrouw Rita van plofgroep 7 ook niet
gedaan.’
‘Juffrouw Rita?
Waarom komt zij ineens weer om de hoek kijken, Bart? Ze moet zich nergens mee
bemoeien. Dat lijkt me geen goed idee in haar overspannen toestand.’
‘Weet je nog dat
ze jou belde aan het begin van het schooljaar met de mededeling dat ze een
burn-out had? Op dat moment had je haar zuiver kunnen hebben. Gewoon
confronteren met de realiteit. Ze is hopeloos. Maar jij niet; jij bent een
softie Thea. Jij bent van de opkikkertjes.’
‘Dat klinkt als
een verwijt…’
‘…en het is een
constatering van een feit.’
‘Jouw feit.’
‘Da’s de
hebbelijkheid van feiten, ze zijn van iedereen.’
‘Dus jij denkt
dat ik liever opkikkertjes dan klappen uitdeel?’
‘Nou laat ik het
zo zeggen; je bent geen sadist.’
‘Nou ja, Willy
Bakbruin zal wel niet op straat worden gezet. Ze mag dan misschien geen
directrice van De Wielewaal meer spelen, maar ze zal wel intern een andere
functie aangeboden krijgen. Of wachtgeld. Kom op, dit is het onderwijs.’
‘Maar toch’, vond
Bart voor de volledigheid.
Via de mail
zeker’, meesmuilde Thea.
‘Ja’.
‘Misschien heb je
wel gelijk.’
‘Niet misschien.’
‘Ok, maar dan
geef ik alleen maar door dat ik Willy Bakbruin altijd goed met kinderen heb
gevonden.’
‘Dat is genoeg!’,
suste Bart wereldwijs.
En terecht! Want,
totaal tegen de verwachting in, stuurde Willy Bakbruin nog diezelfde avond een
online reactie op het mailtje van Thea terug. Haar bericht was mogelijk nog
beknopter en zakelijker dan de verzonden pluim:
‘Jouw compliment
stel ik zeer op prijs, Thea.’
Thea kreeg zin om
te janken van machteloosheid. Voor haar geweten was het beter geweest als Willy
Bakbruin niets meer van zich had laten horen.
Te laat merkte
Thea op dat ze alleen met de moeder van Fransje was achtergebleven onder de
pergola bij de achteruitgang op de speelplaats van De Wielewaal. Omdat Evelien
ook wel aanvoelde dat Thea was uitgepraat over de onverwachte afgang van Willy
Bakbruin, gooide ze de gezochte interactie over een andere boeg:
‘O.k., dan zie ik
je misschien vanavond wel weer.’
‘Hoezo?’
Meteen ging Thea
bij zichzelf te rade over wat ze gemist had.
‘Of zijn jullie
volgende week aan de beurt?’
‘Waarmee?’, sloeg
Thea op hol.
‘Je weet niet
waar ik het over heb, hè?, lachte Evelien amicaal.
Ineens begon de
afspraak bij Thea te dagen:
‘Ow, je bedoelt
het pré-adviesgesprek met Siepie en Lola.’
‘Ja, spannend
toch, maar ik denk dat Fransje wel een gymnasiumadvies krijgt.’
‘Het is een
pré-advies. Dus een advies vóór een advies. Bart en ik hechten niet zoveel
waarde aan de mening van Lola en Siepie om heel eerlijk te zijn. Het echte
advies volgt toch pas in groep 8?’
‘Dus jullie gaan
niet vanavond?’, vroeg Evelien sensatiebelust.
‘Nee, ik ga
volgende week.’
‘Hoezo jij
alleen, breng je Sabine niet mee? Dat is verplicht.’
‘Doe me een lol
Evelien, hoezo ben ik verplicht om mijn dochter van amper 11 mee te brengen
naar de uitleg over een pré-advies van 2 debuterende onderwijzeressen!? Sabine
gaat na De Wielewaal sowieso naar een scholengemeenschap; vmbo, havo, vwo, maar
ik zal haar wel vragen voor de zekerheid. Misschien wil ze uit zichzelf wel
mee.
‘Denk je wel dat
Sabine vmbo-theorie haalt volgens het leerlingenvolgsysteem? Ze heeft wel
vmbo-theorie nodig om op een scholengemeenschap ingeloot te worden. Bij een
vmbo basis- of kaderadvies gaat het feest niet door.’
Thea bedwong
zich. Het liefst had al haar Huiswerksterervaring onder de afzichtelijke, lange
neus van de moeder van Fransje gewreven. In plaats daarvan slaakte ze een diepe
zucht en nam woordeloos afstand van Evelien en haar seniele geloof in het
belang van een pré-advies.
HOOFDSTUK 39
De lente avond
herademde van alweer een dag lang zomeren. Iets koeler had wat Thea betreft ook
wel gemogen. Meteorologisch gezien was het nog voorjaar. Hoewel de lentebloesem
allang uitgebloeid was en plaats had gemaakt voor plukrijpe pruimen in de tuin.
In het bedompte, lege lokaal van groep 7 zaten juffrouw Siepie en juffrouw Lola
alvast klaar. Naast elkaar achter 2 aaneen geschoven tafeltjes. Voor de
bekendmaking van het pré-advies voor Sabine. Op de scheidingslijn van de
bankjes lag een document met een blanco bovenkant. Aldus hadden de jonge dames
een gewichtig sfeertje weten te creëren. De 10jarige Sabine was diep onder de
indruk. Tijdens het binnentreden in het lokaal van groep 7 liep Sabine voorop.
Thea zag wel aankomen dat Sabine op de drempel licht terugdeinsde van
bevreemding, maar kon niet voorkomen dat ze toch nog flink op de tenen getrapt
werd door haar dochter. Nog een geluk bij een ongeluk dat Thea geen
teenslippers droeg met dit zwoele weer. En hoewel de hoge ramen allemaal op een
kier stonden, verdreef de summiere luchtcirculatie geen achtergebleven zure
transpiratiegeurtjes van voorgangers vermengd met vleugjes verstikkende
deodorant. De jongvolwassenen stonden
niet op vanachter hun barricade om de hand van moeder Thea te schudden. Sabine
werd wel uitbundig begroet door juffrouw Lola met een gemaakte grijns en een
geaffecteerd; ‘hoipiepeloi’. Gelijktijdig wilde juffrouw Siepie weten waarom
Bart niet meegekomen was.
‘Waar is Papa?’,
vroeg ze kortaf.
‘Bart is thuis.
Iemand moet op het kleine broertje van Sabine passen’, antwoordde Thea, terwijl
ze haar hand uit stak.
‘Hoezo, kleine
broertje? Ik dacht dat Walter en Sabine tweelingen waren’, merkte juffrouw
Siepie verontwaardigd op.
Alsof het de
schuld van Thea was dat juffrouw Siepie het niet bij het rechte eind had.
‘Walter zit in
groep 6 en Sabine in groep 7, misschien is dat een aanwijzing voor het feit dat
ze geen tweeling zijn. Ze schelen een jaar.’
Terwijl juffrouw
Siepie eenzelfde slap handje als juffrouw Lola aan Thea teruggaf, waagde ze het
toch nog om het antwoord van de moeder
van Walter en Sabine in twijfel te trekken. Ze probeerde zichzelf en haar vooringenomenheid
vrij te pleiten met alweer een snuggere uitlating:
‘O, ik dacht dat
Walter was blijven zitten. Hij is toch niet zo snel, heb ik begrepen?’
Oost-Indisch doof
installeerde Thea zich tegenover de dames en naast Sabine. Zo comfortabel als
de haar toegewezen kinderstoel dat toeliet.
‘Ik ben hier voor
Sabine’, hielp Thea het tweetal herinneren.
De juffen Siepie
en Lola vormden niet echt een duo dat op elkaar ingespeeld was. Siepie was
onbetwistbaar de aanvoerster van het stel. Siepie had immers een vast contract
op De Wielewaal. Lola was maar invalster voor de overspannen juffrouw Rita.
Lola trok een gezicht alsof niemand die functie overbodiger vond dan zij.
Zwijgzaam onderging ze haar lot, want ze werd op De Wielewaal toch niet beloond
naar waarde. Hoewel te weinig geld altijd nog beter is dan niks. Zo hoefde
juffrouw Lola haar tijd op De Wielewaal tenminste niet ook nog niet voor niets
uit te zitten. Overwonnen stortte ze zich dus maar op Sabine die ongemakkelijk
werd van de overdosis persoonlijke aandacht van de jonge, alom gevierde
invalonderwijzeres die gewoonlijk alleen op zichzelf gefocust was. Sabine had
niets met juffrouw Lola, maar ze zag er in ieder geval een stuk minder
angstaanjagend uit dan juffrouw Siepie. Het lange, blonde touwhaar van Siepie
was strak achterovergekamd en werd bijeengehouden in een paardenstaart die haar
demonische gelaatstrekken nog beter zichtbaar maakten. Ze had iets van een
doodshoofdaapje oftewel een saimiri met die ingevallen kleurloze ogen omrandt
met zwarte kringen, de hoge jukbeenderen en de geprononceerde bovenkaak.
Juffrouw Siepie met een verzorgd kapsel was eigenlijk nog enger dan op gewone
schooldagen. Normaliter droeg ze het haar los en vielen er lokken voor haar
gelaat waardoor haar afstotelijke aangezicht minder opviel. Thea zag de
rillingen als het ware bij Sabine over de rug lopen. En dat bij die bovennatuurlijk
hoge temperaturen! Maar misschien speelden er bij Sabine ook zenuwen mee. Over
het algemeen wist de kleine meid haar hoofd wel koel te houden en was ze de
nuchterheid zelve, maar in de afgelopen tijd van pré-adviesgesprekken had
juffrouw Siepie het denkritme van Sabine totaal op hol gebracht. Voor het eerst
in hun leven mochten de kinderen van plofgroep 7 immers samen met papa en mama
aanwezig zijn bij een toekomstvoorspelling van waarzegster Siepie. Hoe spannend
was dat? Juffrouw Siepie kon er zelf ook nauwelijks over uit. Ze barstte dan
ook van de zenuwen voor haar debuut zonder hulp van de gepokte en gemazelde
juffrouw Rita die thuis non-actief zat te wezen. In de weken die aan de
pré-adviesgesprekken vooraf gingen, kon juffrouw Siepie tijdens de lessen bijna
aan niets anders denken dan aan haar aanstaande gloriemomentjes. Ze raakte
gewoonweg niet uitgepraat tegen de verveelde toehoordertjes in haar klas over
het pré-advies dat zij, sublieme Siepie, op aanbeveling van Willy Bakbruin,
ging bepalen voor alle kinderen van plofgroep 7. Haar mening zou beslissend
zijn voor de toekomst van een complete jaargang Wielewaalers die ze het
volgende schooljaar samen met Jeewee in groep 8 verder zou kunnen klaarstomen
voor de middelbare school.
‘Het is een
pré-advies Sabine. Dat betekent een advies over een advies’, probeerde Bart
zijn gespannen dochter eerder op de dag al gerust te stellen.
‘Ja, maar Fransje
zegt dat je op tijd ingeschreven moet staan op het stedelijk gymnasium, want
anders moet je ingeloot worden. En je kunt je pas inschrijven met een goed
pré-advies’.
Het liet zich
aanhoren alsof Sabine wist waar ze over praatte. Het tegendeel was helaas waar.
‘Wil jij naar het
stedelijk gymnasium dan?’, lachte Thea.
Verbaasd richtte
Sabine zich tot haar moeder en vroeg oprecht van haar stuk gebracht:
‘Iedereen gaat
toch naar het stedelijk?’
‘Ik weet zeker
van niet. Jij in ieder geval niet’, verzekerde Bart zijn 10jarige dochter.
‘Waar ga ik dan
heen?’
Het ongeduld in
de ogen van Sabine dwong eerst bij Bart en daarna bij Thea een pasklaar
antwoord af. Thea deed haar best:
‘Jij gaat naar
een scholengemeenschap als je klaar bent op De Wielewaal. Een
scholengemeenschap is een grote middelbare school waar iedereen in een brugklas
begint. Na twee jaar in zo’n brugklas leer je zelf wel inzien welk schooltype
het beste bij je past. Je kunt kiezen uit het voorbereidend middelbare
beroepsonderwijs; het zogenaamde vmbo; die opleiding sluit prima bij kinderen
aan die minder graag met hun neus in de leerboeken zitten en zo snel mogelijk
praktijkervaring op willen doen in een bepaalde richting; bijvoorbeeld als
mode-ontwerpster, kapster of consulent bij een postorderbedrijf. Je kunt ook
kiezen voor het hogere voorbereidende onderwijs. Dat is de havo. Meestal sla je
die richting in als je het niet erg vindt om wat langer te studeren. Na de havo
volgt als het goed is een hogere beroepsopleiding. Je leert dan bijvoorbeeld
voor directeur van een basisschool; of voor onderwijzeres. Met een havodiploma
kun je ook doorstromen naar het vwo, net als ik. Je verliest dan maar een
jaartje ten opzichte van kinderen die van het begin af aan het voorbereidende
wetenschappelijk onderwijs gevolgd hebben zoals je vader. Met een vwo-diploma
kun je naar de universiteit. Kijk maar naar je vader. Hij is bijvoorbeeld naar
de universiteit gegaan. Een universitaire studie is wetenschappelijk; dat wil
zeggen heel erg theoretisch. Je kiest een bepaalde richting; bijvoorbeeld
aardrijkskunde of rekenen en daar moet je dan alles over lezen en te weten
komen. Ook wordt er van je verwacht dat je onderzoek doet. Op de universiteit
word je een soort uitvindster. Maar met een vwo-diploma kun je ook makkelijk
een wat minder droge richting volgen. Dat heb ik gedaan. De kunstacademie. Dat
is geen universiteit, maar een hogere beroepsopleiding.’
‘Dan heb je het
vwo diploma voor niks gehaald, want voor een hbo was de havo genoeg geweest zeg
je net’, concludeerde Sabine droog.
Bart en Thea
wisselde een blik van verstandhouding vanwege de typerende reactie van Sabine.
Ze is een warhoofd. Nonchalant op het slordige af. Veelal afwezig, met haar
gedachten; in allerlei zijstraatjes; of tollend op rotondes; kortom overal;
behalve op de hoofdweg. Zodoende wekt Sabine de schijn dat ze niet beter kan of
weet. Totdat mevrouw onverwacht haarscherp uit de hoek komt. Ze kruipt ook net
zo makkelijk weer terug in haar comfortzone zonder zich te koesteren in de
bewondering van de achterblijvers die doorgaans alles beter weten.
‘Maar wanneer
moet je dan naar het gymnasium?’, vroeg ze na een korte denkpauze.
‘Het vwo’,
antwoordde Bart kort door de bocht.
Thea schoot
Sabine snel te hulp omdat het 10jarige meisje eruit zag alsof ze steeds verder
verdwaald raakte in de wirwar van informatie.
‘Het vwo – het
voorbereidend wetenschappelijke onderwijs dus- bestaat van oudsher uit een
gymnasium en het atheneum. Het zijn in wezen dezelfde opleidingen; alleen op
een atheneum volg je geen Latijn en Grieks en op het gymnasium wel.’
Sabine liet nog
niet los.
‘Waarom gaat
iedereen dan naar het ‘stedelijk gymnasium’?’
Bart klakte
geërgerd met zijn tong en zuchtte, maar Thea kreeg een heldere ingeving voor
een duidelijke manier waarop ze Sabine beter wegwijs in de wereld van de
middelbare scholing kon maken.
‘Wie is
iedereen?’
‘Fransje, Luna,
Mathilde, Boris’, ging Sabine op de vingers van één hand na.
‘Dat is toch niet
iedereen. Dat zijn 4 kinderen. Plusgroep kinderen. Zij zijn voorbestemd om naar
het stedelijk gymnasium te gaan.’
‘Voorbestemd?’
Sabine snapte het
niet.
‘Gepusht’,
vertaalde Bart.
Opeens leek
Sabine weer heel langzaam van begrip, of toch niet:
‘Je bedoelt
huilmesje Mathilde?’
‘Ook, en dat die
plusgroep kinderen thuis al vanaf groep 1 zitten te oefenen. Oefenen, oefenen,
oefenen’, mopperde Bart op een toon waardoor het wel leek of hij vloekte.
Sabine was niet
onder de indruk en sprak haar vader kalmweg tegen:
‘Oefenen moet!
Mama oefent bijna elke dag met leerlingen bij Huiswerksterk.’
Thea was nou eens
benieuwd hoe Bart zich hieruit ging redden:
‘Dat is anders
oefenen. Dat is huiswerk maken. En huiswerk dat krijgt iedereen pas op de
middelbare school en niet als je tussen de 0 en 11 jaar bent.’
‘Hear, hear’,
grijnsde Thea.
‘Maar Fransje is
hoogbegaafd’, wist Sabine stellig.
Los van elkaar
besloten Thea en Bart om maar niet uit te wijden over hun scepsis ten aanzien
van het stempel ‘hoogbegaafdheid’. Sabine zou alleen maar nog meer in de war
raken.
‘Nou en?’,
provoceerde Bart.
‘Daarom moet ze
naar het stedelijk gymnasium’, hield Sabine stug vol.
‘Dat is helemaal
niet waar, want Jasmijn en Melvin, mijn oppaskindjes, hebben ook op het
stedelijk gymnasium gezeten. En ik weet toevallig heel zeker dat Jasmijn en
Melvin niet hoogbegaafd zijn’, overdreef Thea voor de goede zaak.
Natuurlijk was
Thea niet bevoegd om te bepalen of Jasmijn en Melvin al dan niet hoogbegaafd
waren. Mochten haar oppaskinderen en allereerste Huiswerksterkklantjes evenwel
superslim zijn, dan waren haar bloedeigen kinderen minstens zo intelligent. Op
de keper beschouwd had Thea de leerontwikkeling van alle vier de uitblinkertjes
van dichtbij meegemaakt. Daarbij boden de werkdagelijkse Huiswerksessies met
middelbare scholieren van uiteenlopende niveaus ook het nodige
vergelijkingsmateriaal om Thea te sterken in haar overtuiging dat Sabine en
Walter alle twee gezegend waren met een degelijk leervermogen.
‘Waarom hebben
Jasmijn en Melvin dan op het stedelijk gymnasium gezeten als ze niet
hoogbegaafd zijn?’
Dit keer was het
de beurt aan Bart om zijn vrouw te zien spartelen. Hij ging er eens goed voor
zitten in zijn relaxfauteuil.
‘Omdat
hoogbegaafdheid en het stedelijk gymnasium dus niet onwillekeurig samengaan,
zoals ik al probeerde uit te leggen. Het stedelijk gymnasium wemelt eerder van
leerlingen met ouders die er veel voor over hebben om te zorgen dat de sociale
omgeving snapt dat zij en hun kinderen slimmer dan slim zijn. Ze gaan er van
uit dat hun kinderen na het gymnasium automatisch een universitaire opleiding
zullen genieten om daarna een goed betaalde baan in de schoot geworpen te
krijgen. Met hoogbegaafdheid heeft die vanzelfsprekendheid weinig te maken. Een
gymnasiast profiteert veel eerder van wie hij of zij kent – dus van
schoolkennissen - dan van wat gekend is. Prestige noemt men dat met een deftig
woord. Met andere woorden; op het stedelijk gymnasium is de mate waarin een
ouder – en daarmee de leerling - bij de incrowd hoort, belangrijker dan de
hoogte van de intelligentie of de prestaties. Er heerst veel vriendjespolitiek.
Een beetje zoals de opperouders van De Wielewaal met elkaar omgaan en vanalles
samen ondernemen zoals barbecueën en sporten. Onaangepaste buitenstaanders
worden meteen afgestoten. Als je erbij wilt horen dan moet jij je als
nieuwkomer aan de regeltjes van het clubje opperouders houden. Alle
gezamenlijke activiteiten van het clubje zijn natuurlijk bedoeld voor de
gezelligheid, maar ook om de eigen kinderen constant naar de voorgrond duwen.
Op die manier zorgt elke opperouder dat hij of zij gezien blijft. Denk
bijvoorbeeld aan de leerlingen uit de plugroep die voortdurend een streepje
voor hebben, ook al zijn ze lang niet altijd de besten.’
‘Dus kinderen die
naar het stedelijk gymnasium gaan zijn helemaal niet slim?’
‘Niet per sé. En
later zet zich die trend van ‘ons kent ons’ voort op de universiteit in
studentenverenigingen.’
‘Trend?’
Thea was te ver
door gedraafd. In het vuur van haar verhaal was ze even vergeten dat ze een
kind van nog geen 11 jaar voor zich had.
‘De mode om alles
samen te ondernemen.’
‘Zoiets als in
huis Anubis?’, begreep Sabine.
‘Ja, maar dan
anders’,
‘Waarom mag ik
niet naar het stedelijk gymnasium dan?’
Nou zag Sabine
helemaal geen praktische bezwaren meer.
‘Dat doe je goed
Thea’, gniffelde Bart.
Maar Thea had de
moed nog niet opgegeven:
‘Je mag
natuurlijk best naar het gymnasium als je wilt Sabine, maar ik heb liever dat
je naar een scholengemeenschap gaat.’
‘Waarom?’
Sabine werd
opstandig. Over het algemeen was haar moeder niet zo zuiver in de leer en
makkelijker in haar kamp te krijgen.
‘Omdat een
leerling op het stedelijk gymnasium iedere schooldag hetzelfde meemaakt als de
bewoners van bijvoorbeeld een kakwijk. Kijk maar naar de kinderen uit de
Wielewaalbuurt. Je moet precies weten wat je moet doen en laten om bij de groep
te kunnen horen. Sommige kinderen moeten daarom iedere schooldag opnieuw de
schone schijn ophouden en op hun tenen lopen. Of je nou makkelijk kunt leren of
niet, iedereen heeft op het stedelijk gymnasium hoe dan ook maar te voldoen aan
zogenaamde kwaliteitsnormen. Misschien is dat verplichte wintersportreisje
eigenlijk wel te duur voor enkele ouders, maar denk maar niet dat iemand van
hen daar eerlijk voor uit durft te komen. Een ander voorbeeld zijn verzorgers
die de kosten voor de extra cursus Cambridge-Engels niet kunnen opbrengen en
daarom liever schulden maken dan een prestigieuze studie voor de betreffende
leerling mis te lopen.’
Sabine onderbrak
haar moeder:
‘Wat is
prestigieuze ook alweer?’
‘Toonaangevend.’
‘Huh?’
‘Swag! Iets is
prestigieus als het swag heeft.’
‘O, xfactor?’
‘O.k. Op een
scholengemeenschap kan een kind veel of weinig xfactor hebben. Maakt niet uit.
Mag allemaal! Maar op een apart gymnasium, met voornamelijk welgestelde
medeleerlingen; valt iemand die het thuis wat minder breed heeft al gauw buiten
de groep. Een leerling van een scholengemeenschap daarentegen kan evengoed
hoogbegaafd zijn. Het verschil met een genie van het stedelijk gymnasium is
alleen dat de bolleboos van de scholengemeenschap niet slechts eenzijdig met
voornamelijk kinderen uit welgestelde gezinnen te maken krijgt, maar met een
grote diversiteit aan medescholieren uit alle lagen van de bevolking. Zo heeft
een kind op een scholengemeenschap veel meer vrijheden en ruimte om te leren
van fouten die ieder mens maakt. Hoe slim ook! Op een scholengemeenschap kun je
dus hoogbegaafd zijn en tegelijkertijd veel makkelijker opgaan in de groep op
het moment dat het wat minder gaat of als je eens even geen zin hebt om op te
vallen.’
‘Luister naar je
moeder’, grapte Bart tegen Sabine, om luchtig aan Thea te kennen te geven dat
hij niets meer aan haar pleidooi toe te voegen had.
Juffrouw Siepie
schoof het document op de scheidingslijn naar voren in de richting van Sabine
en Thea en klapte de blanco kaft van bovenaf voor moeder en dochter open. Thea
boog zich over de grafieken en cijfers op het papier voor haar neus. Haar blik
bleef steken bij het pré-advies voor Sabine onderaan de bladzijde. Ze las ‘vmbo
basis’. Sabine zag het ook.
‘Is dat goed of
slecht?’, wilde ze beteuterd weten.
‘Dat is niet goed
en dat is niet slecht; dat is klinkklare onzin’, bracht Thea met moeite uit.
Van alle
stommiteiten die het docententeam op De Wielewaal haar de afgelopen jaren door
de strot geduwd had, was dit pré-advies toch wel de onbetwistbare titelhouder.
Haar hartritme was op slag de tel kwijt en haar onderbuik liet haar maag vallen
als een baksteen. Juffrouw Siepie met haar gezichtstekening van een saimiri
negeerde de opmerking van Thea en wilde van Sabine weten:
‘Valt het mee of
valt het tegen?’.
Pientere Sabine
stelde meteen een tegenvraag:
‘Kan ik nou nog
wel of niet naar een scholengemeenschap?’
‘Een
scholengemeenschap is misschien een beetje te hoog gegrepen voor jou, omdat
daar alleen het allerhoogste niveau van het vmbo -theorie – te volgen is. Maar je kunt altijd proberen om vmbokader te
halen op een speciale vmbo school met basis, kader en theorie. Met kader zit je
lekker gemiddeld, maar om dat te kunnen halen moet jij daar gewoon heel hard
aan trekken in groep 8’, fleemde Siepie de saimiri.
Thea doorstond
een inwendige aantasting van haar zenuwenstelsel die de vlotte doorstroom in
haar bloedbanen vertraagde. Een kolkende hersenmassa implodeerde in haar
bonzende hoofd. Ze wist zich maar met moeite te beheersen voor Sabine die zich
nu al geen raad meer wist met haar ontregelde moeder. Ter compensatie trok
juffrouw Lola wat gekke bekken naar het 10jarige onthutste kind. Terugblikkend
blijft het een wonder dat Thea de schooltrol van plofgroep 7 – Siepie de
saimiri - niet naar de keel gevlogen was
‘Hoeveel procent
van groep 7 heeft een vwo advies?’
Thea had zich
agressief en rechtstreeks tot Siepie de saimiri gericht, maar de schooltrol
vermeed elk oogcontact; stak haar mopsneus in de lucht en snoof uit de hoogte:
‘Ik zou het niet
weten.’
‘Nee, dat dacht
ik wel; dat jij dat niet zou weten. Want jij weet niet zoveel.’
De toon van Thea
droop van het cynisme.
‘Ik weet het echt
niet’, loog Siepie de saimiri.
‘Dan weet ik het
wel voor jou’, siste Thea.
‘Puh’.
‘Ik gok op 10
procent uit plofgroep 7 met een vwo pré-advies. Voor een havo pré-advies zet ik
in op 20 procent. Dan heeft 40 procent een vmbo-theorie pré-advies en de
overige 30 procent is afval. Straatmateriaal. Opgegeven. Precies volgens het
ideale plaatje van de gemiddelde groep 7 in Nederland. De Wielewaal voldoet
weer eens keurig netjes aan de norm. Laten we vooral niet buiten de boot vallen
beste betweters.’
‘Ja, wij voldoen
inderdaad heel goed aan de landelijke norm en daar mogen we best trost op
zijn’, beweerde Siepie de saimiri ook nog schaamteloos.
Het gezicht van
juffrouw Lola daarentegen betrok. Lang genoeg voor Thea om te beseffen dat haar
speculaties over gesjoemel met de verschillende middelbare schoolniveaus,
inclusief bijbehorende pré-adviezen in procenten, van groep 7 nog min of meer
klopte ook. Hoe beangstigend om de waarheid per ongeluk zo dicht op het spoor
te zijn. Hoe ver stonden de overige, bange vermoedens van Thea dan benevens de
werkelijkheid? Ze zag Sabine al voor zich zitten in de klas op het basis niveau
van het vmbo, tussen geknipte kapsters, typische schoonheidsspecialistes,
geboren verkoopsters en aankomende interieur verzorgsters. Ze zou zich
aanpassen, erbij horen en misschien zelfs de leidster worden van een
meidenkliek. Stiekem zou ze echter verpieteren door de vertraging, herhaling,
de nimmer aflatende uitleg om haar heen en de praktische uitvoering van werk
dat haar niet ligt. Daar kende Thea haar dochter goed genoeg voor. Sabine was
niet geïnteresseerd in kapsels, make-up, shoppen of schoonmaken. Hoe durfde ze?
Ze was wie ze was en is. Vroeger of later tijdens de basisvmbo opleiding zou
Sabine afhaken. Ze zou spijbelen en vluchten voor de onophoudelijke inprenting
door docenten. Steeds opnieuw. Alsof ze hardleers en doof was en uit zichzelf
niet in staat kan worden geacht om bij de les te blijven of verbindingen te
leggen tussen hersenprikkels. Haar mentale proces is nou eenmaal geen lopende
band, die aan het eind van een schooldag kan worden uitgeschakeld om met
vmbobasis vriendinnen nog na te praten over de uitzet, de vriendjes en het
huisje, boompje, beestje principe. Of in ieder geval over een toekomst waar
Sabine nog lang niet mee bezig of aan toe was.
‘In mijn tijd
betekende een vmbobasis en/of vmbokaderopleiding hetzelfde als de
huishoudschool voor meisjes en de lagere, technische school voor jongens. Met
andere woorden als meisje kon je net zo goed meteen trouwen en huisvrouw worden
of anders achter de kassa gaan zitten en een jongen kon ook zonder lts
opleiding achter de vuilniswagen aanlopen. Of hij moest zijn kaarten goed weten
te spelen tijdens zijn ltsopleiding oftewel het huidige basisvmbo. Zo maakt hij
ook vandaag de dag nog kans op een carrière. Een automonteur verdient altijd
nog beter dan de vuilnisman.’
Thea verloor zich
niet graag in platitudes. Geluk is wat een mens zelf uit het leven haalt en wie
was Thea om leerlingen van het basisvmbo te veroordelen? Bovendien schijnt een
vuilnisman- of vrouw relatief goed te verdienen. Maar haar dochter bevond zich
dus niet op de golflengte van het merendeel van deze – veelal - op de praktijk
gerichte vmbobasiskinderen. Niet eens bij benadering. Wat had Sabine dan op het
vmbo te zoeken? De slepende uitzichtloosheid van een basisvmbo pré-advies in
het specifieke geval van Sabine, dreef Thea tot uitersten in de vorm van
verkeerde, boute uitspaken die Siepie de saimiri uiteraard meteen wist uit te
buiten.
‘Wij hebben juist
mensen nodig die met hun handen werken. Er is niks mis met achter de kassa
zitten of achter de vuilniswagen lopen’, vond de schooltrol belerend.
Thea kwam half
overeind uit haar kinderstoel en sloeg met een vlakke hand plat op het
tafelblad. Dit keer raakte ze de ingevallen ogen van Siepie de saimiri recht in
de roos. Thea las angst, beven en grenzeloze domheid verergerd door
onwetendheid.
‘Wie zijn wij? Je
bedoelt toch niet De Wielewaal, mag ik hopen? Kun je ook even normaal doen? Jij
zit toch ook niet achter de kassa? En heb jij ooit achter de vuilniswagen
aangelopen?’
‘Nee, maar ik heb
dan ook een havodiploma en een hbo-opleiding’, antwoordde Siepie de saimiri uit
de hoogte.’
Er schoot
vanalles door het hoofd van Thea. De ene opmerking nog hatelijker en
destructiever dan de andere. Maar ze was niet alleen en de ontheemde
aanwezigheid van Sabine die maar de helft van de ruzie meekreeg en zich
hoofdzakelijk afvroeg wat zij precies verkeerd had gedaan, bracht Thea weer min
of meer bij haar positieven. Ze sloeg een ietwat mildere toon aan, maar zette
nog wel wraaklustig in met een sarcastisch:
‘Havo en een hbo?
Jij? Hoe is het mogelijk?’
Zuinig nam Siepie
de saimiri een paar slokjes uit haar bekertje koffie in de hoop de steken onder
water van Thea met de teugjes mee zo onopvallend mogelijk weg te spoelen.
Ondertussen bluste Thea haar vlammende betoog ietwat af met een nuancering:
‘En nee, er is
niets mis met een vmbo-opleiding. Als dat tenminste het niveau is dat bij een
kind past, maar Sabine kan makkelijk de havo aan. Daarna kan ze nog altijd naar
het vwo. Net als haar moeder. Wat ik kan, dat kan mijn dochter ook. Zelfs nog
honderd keer beter. Van elke opleiding onder haar niveau gaat ze echter
onderpresteren. Neem dat nou maar van mij aan. Ik ben per slot van rekening
haar moeder.’
‘Dat weet ik nog
niet zo zeker.’
‘Wat weet je niet
zo zeker? Of ik de moeder van Sabine ben?’, hoonde Thea.
‘Nee, ik weet nog
niet zo zeker of Sabine makkelijk naar de havo kan’, sneerde Siepie de saimiri
geniepig.
Alsof de verbale
mishandeling van Sabine, nog niet vernietigend genoeg was, wees Siepie de
saimiri met haar zwartgelakte nagel op een grafiek in het geopende
pré-adviesdocument.
‘Kijk maar eens
naar de score van Sabine bij de entreetoets. Dan komt ze toch echt op vmbobasis
uit’, kirde Siepie de saimiri verlekkerd van leedvermaak.
Thea zag ook wel
aan de cijfertjes dat Sabine niet al te best gepresteerd had bij de
entreetoets. In die cruciale tijdsperiode had Sabine eenvoudigweg geen topdagen
gehad. Schande, maar daarvoor hoefde ze toch niet voor de rest van haar
schoolleven gestigmatiseerd te worden met een pré-advies dat ver beneden haar
leerniveau uitpakte? Ondanks haar weerzin besloot Thea een confrontatie met
Siepie de saimiri niet uit de weg te gaan.
‘Ja, maar dat is
toch maar de uitslag van één enkele toets? Jullie kijken bij het geven van een
advies toch naar het totaalplaatje?’
De schooltrol
trok een smoel alsof ze entreetoets zelf ontworpen had:
‘De entreetoets
geeft een duidelijke beeld van het niveau van de leerling en wijkt nooit veel
af van de citotoetsresultaten in groep 8. De score van de entreetoets is
doorslaggevend bij het advies.’
Het boosaardige
plezier dat Siepie de saimiri zichtbaar aan haar gewichtigdoenerij beleefde,
wakkerde de strijdlust van Thea alleen maar nog meer aan. Deze keer zou ze geen
dekking zoeken voor de aanval van het onderwijsteam van De Wielewaal, maar
desnoods de longen uit haar lijf schreeuwen voor rechtvaardigheid ter
compensatie van dat foute basisvmbo pré-advies aan haar dochter. Juffrouw
Siepie de saimiri had Sabine gewetenloos opgeofferd aan haar gunstelingetjes.
Stel dat volgens het schoolboekje 10 procent van de plofgroep 7 een vwo
pré-advies had moeten krijgen van waarzegster Siepie de saimiri? Dan werd het
percentage uitblinkertjes uit de groep van Sabine als vanzelfsprekend bezet
door Fransje, het huilmeisje Mathilde en Boris. De 20 procent havo kandidaten
liet zich voorspellen en kwam op Luna, Kasper en nog 4 andere zoons en dochters
van opperouders neer. Nodeloos te vermelden dat al de uitverkoren havo/vwo
kandidaten uit de klas van de schooltrol tevens uit de plusgroep van De
Wielewaal
afkomstig waren. Wat Bart en Thea betrof was de plusgroep al van het begin af
aan niet meer dan een synoniem voor een eliteclubje op de basisschool van hun
kinderen. Sinds de leiding van de plusgroep tussentijds ook nog eens van de
overspannen Jade aan de onnozele maar grenzeloos ambitieuze juffrouw Siepie de
saimiri was overgedragen, sloeg de poehaclub helemaal de plank mis. Maar nood
breekt wet. De plusgroep moest en zou in stand gehouden worden. Desnoods met
een kalfskop als juffrouw Siepie de saimiri aan het roer. Al was het maar om de
invloedrijke opperouders gunstig gezind te blijven. De overige 70 procent van
de plofgroep 7, dat wil zeggen de niet-plusgroepers, deed mee voor spek en
bonen en een klein beetje vanwege de onuitwisbare leerplicht die juist niet
alleen voor gunstelingetjes in het leven is geroepen. Het restant was er niet
minder ruis, vmborommel oftewel opvulmateriaal om. Maar iedereen mocht, nee
moest zelfs, meedoen; voor de balans;
voor het evenwicht van de massa.
Middelmaat siert de straat. Hier lag de boze opzet zo dik bovenop dat
zelfs een domme doos als Lola niet wist waar ze anders kijken moest dan naar
Sabine. Ze bleef aanhoudend knipogen naar het 10jarige meisje dat later aan
haar moeder verklaarde dat juffrouw Lola tijdens de bijeenkomst over het
pré-advies volgens haar constant last had van een vuiltje in haar ene oog.
Het lukte Thea
redelijk goed om bij de les te blijven. Hoewel ze bijna volledig in beslag werd
genomen door het koudvuur dat haar oude Wielewaalwonden verzengde. De geest was
hoe dan ook uit de fles. Al had een discussie met een hersenloos wezen als Siepie
de saimiri totaal geen nut; vanaf heden zou Thea door niets of niemand meer te
stoppen zijn.
‘Sinds wanneer
wordt een pré-advies alleen gebaseerd op de uitslag van de entreetoets? Wat
gebeurt er met de aantekeningen van het leerlingenvolgsysteem door de
basisschooljaren van Sabine heen? Wat zegt juffrouw Dorien? Wat zeggen Jeewee
en meester Joep?’
‘Dorien is met
zwangerschapsverlof en Joep werkt hier niet meer’, grijnsde Siepie de saimiri
vol leedvermaak.
Thea werd
overvallen door een walging die haar dwong om een pauze in de woordenwisseling
in te lassen teneinde de schurende werking van haar bijtende, zure oprispingen
af te remmen. Een zacht, timide stemmetje van Sabine vulde de stilte op. Ze
ontgrendelde een handgranaat.
‘Ik werd voor de
eerste keer ongesteld in de klas en toen hadden we entreetoets.’
Bij beide juffen
ging geen belletje rinkelen. Siepie de saimiri reageerde wel alsof ze het
tienjarige kind nu pas herkende.
‘O, wauw, ben je
al ongesteld. Knap hoor. Hoe oud ben je nou Sabine? Was het de eerste keer?’,
fleemde ze.
‘Ik ben bijna
11’, antwoordde Sabine verloren.
Onderwijl zat
Thea zich op te vreten. Ze vroeg zich af waar dat Siepiemens haar eigendunk
vandaan haalde? Zeker van alle pluimstrijkers die ze met de groei van haar
levensjaren om zich heen had weten te verzamelen? Dat ze zulke kruipers bijeen
kreeg, was op zich al een onvolprezen prestatie met zo’n lelijk karakter. Thea
beet juffrouw Siepie de saimiri dan ook geringschattend toe.
‘Je hoort toch
wat ze zegt? Ze zegt dat ze voor het eerst ongesteld werd tijdens het maken van
de entreetoets.’
Bij juffrouw Lola
begon wat te dagen:
‘Ja, dat weet ik
nog wel. Ik was surveillante toen, weet je nog Sabientje?’
Met een blik vol
onbegrip zocht Sabine steun bij haar moeder. Met name omdat ze door het woord
‘surveillante’ op een dwaalspoor gezet was.
‘Lola bedoelt dat
ze erbij was toen je in de klas ongesteld werd tijdens de entreetoets’,
vertaalde Thea lauw.
‘Ja, en ik schrok
me een hoedje, want je rende zo, hoppatee naar de wc’, proestte juffrouw Lola
gemaakt, terwijl ze muizenpasjes in de lucht maakte met wijs en middelvinger.
Beschroomd greep Sabine
de hand van haar moeder. Thea kneep het kleine polleke en hield het vervolgens
stevig vast, terwijl ze tegen de twee sufkutjes uitvoer:
‘Logisch dus dat
de scores van de entreetoets in het geval van Sabine lager uitgevallen zijn. De
uitslag van de entreetoets mag en kan voor Sabine dus niet niveaubepalend
zijn’.
Siepie de saimiri
luisterde nauwelijks naar Thea en richtte zich heel voornaam tot Sabine.
‘Eigenlijk moet
je gewoon normaal je best blijven doen als je ongesteld bent, lieve Sabine. Ook
al ben je pas 10 jaar en bloed je voor de eerste keer. Dat heb ik ook
gemoeten. En juffrouw Lola kon ook niet
zomaar met de pet naar haar schoolwerk gooien toen ze voor de eerste keer
menstrueerde. Alle meisjes en vrouwen worden vandaag of morgen ongesteld. Stel
je nou eens voor dat de juffen hier op De Wielewaal iedere ongesteldheid maar
zouden gebruiken om slecht te presteren. Dat kan niet. Dat snap jij ook wel.’
Sabine staarde
naar haar schoot en zei geen boe of bah. Thea drukte nogmaals het klamme handje
dat nog altijd bewegingsloos in de hare rustte. Ze probeerde Siepie de saimiri
te raken met haar vuurspuwende ogen. Maar mocht juffrouw Siepie de saimiri al
snappen dat zij en niet Sabine verkeerd bezig was, dan liet ze het niet merken.
Ze nam opnieuw het woord dat ze wederom louter tot Sabine richtte.
‘Maar ik zou me
niet druk maken Sabientje, want in groep 8 kun jij misschien best nog een
niveautje hoger. Zelfs als je ongesteld bent. Je gaat gewoon voor vmbokader.’
Thuis kwam de
antipathie van Thea voor Siepie de saimiri en het huppeltrutje Lola in volle
hevigheid naar boven. Bart liet zijn vrouw eerst wel 30 minuten razen en tieren
alvorens hij een poging ondernam om haar gerust te stellen. Hij zat in de
huiskamer zijn geliefde voetbal te volgen achter het breedbeeldscherm en riep
op een gegeven moment naar de keuken:
‘Wind je niet zo
op, Thea. Sabine gaat gewoon naar een scholengemeenschap vmbo/havo/vwo. We
trekken ons niets aan van twee van die domme ganzen.’
Sabine pelde een
sinaasappel bij het aanrecht. Ze was het spoor opnieuw bijster en schreeuwde
naar haar vader:
‘Met vmbo basis
kan ik helemaal niet naar een scholengemeenschap. Ik moet vmbo theorie halen en
dat is 2 niveaus hoger.’
‘Wat een onzin’,
brulde Bart terug.
Getroffen door de
botheid van haar vader kromde Sabine haar rug. Thea had Bart graag een veeg uit
de pan gegeven, maar daar zou Sabine niet mee geholpen zijn. Net zo min als met
het negeren van het foutieve pré-advies. Integendeel. Niets zou het zelfvertrouwen
van het kind beter ten goede komen dan een juiste inschatting van haar
capaciteiten. Behoedzaam zocht Thea de nabijheid van op het gespannen meisje op
en probeerde haar te troosten met een knuffel. Daarna greep ze haar dochter bij
de schouders, ging een klein beetje door haar knieën en keek haar recht in de
ogen:
‘Sabine, jij kunt
makkelijk naar het vwo.’
‘Ik wil niet naar
het vwo.’
‘Ok, dan ga je
naar een scholengemeenschap en dan hoef je pas na 2 jaar te beslissen. De havo
is ook prima; of vmbotheorie. We zullen zien wat je aankunt.’
‘Jij zei net dat
ik makkelijk naar het vwo kan?!’”
‘Ja maar dat
geloof jij niet en dus neem ik een slag om de arm.’
‘Ik geloof je
wel.’
‘De tijd zal het
leren.’
‘De tijd?’
‘Dat is een
uitdrukking Sabine.’
‘Van Goede
Tijden, Slechte Tijden?’
‘Hè?!”
‘Juffrouw Siepie
zegt dat ze altijd naar Goede Tijden, Slechte Tijden kijkt als ze toetsen
nakijkt. Wij kijken nooit naar Goede Tijden, Slechte tijden toch?’, griezelde
Sabine
Thea moest even
schakelen voordat ze doorhad wat Sabine bedoelde.
‘Je hoeft niet
per sé naar Goede Tijden, Slechte Tijden te kijken om op een scholengemeenschap
aangenomen te worden. We zullen morgen weleens naar Goede Tijden, Slechte
Tijden kijken en dan zul je zien dat je alles makkelijk kunt volgen.’
‘Ik ken Goede
Tijden, Slechte Tijden al van Zarah thuis. Ik vind er niks aan.’
‘Mooi zo, ik ook
niet. Dan snap je ook waarom papa en ik nooit naar Goede Tijden, Slechte Tijden
kijken.’
‘En Het
Achterhuis?’
Sabine sprong
nooit zomaar van de hak op de tak, maar erg chronologisch ging ze vandaag ook
niet te werk.
‘Wat nu weer?’
‘Fransje heeft
Het Achterhuis van Anne Frank gelezen en dat komt omdat ze naar het gymnasium
gaat.’
‘Zegt juffrouw
Siepie dat?’
‘Nee, dat zegt
juffrouw Lola’, beweerde Sabine, waardoor Thea zich moeiteloos een nuffig ding
in een marineblauw colbertje voor de geest kon halen.
Het beeld bleek
bij nader inzien geen zinsbegoocheling, maar een herinnering aan Fransje aan
het einde van groep 6. Ze hield een opengeslagen boek tussen haar vingers in de
lucht. Ze stond in de schijnwerpers van Nora; de dramajuf en kwam aan iedereen
een geheim openbaren tijdens de experimentele en peperdure toneelvoorstelling
van enkele acteertalentjes uit groep 6 van De Wielewaal:
‘Ik ben
hoogbegaafd!’, bezwoer Fransje plechtig.
De roman die
snuggere Fransje in de luchtspiegeling bij zich droeg was Het Dagboek van Anne
Frank. Sabine las aan het einde van groep 7 nog Dolfje Weerwolfje van Paul van
Loon. Ze moest zich wel mijlenver van de behoedster van het nieuwe intellect
met de naam Fransje verwijderd voelen. Vermoedelijk ervoer Sabine die grote
afstand als wel zo veilig. Als het vwo op z’n Fransjes moest, dan gaf Sabine
haar portie wel aan Yolo de gezinshond. Maar zo makkelijk zou Thea haar niet
met de wereldliteratuur weg laten komen. Anne Frank en Fransje waren niet
onlosmakelijk met elkaar verbonden. Stel je voor!? Sabine moest de geduchte
leerstof onderhand maar eens zelfstandig proefondervindelijk ondergaan.
‘Weet je wat
Sabine; dan lees je ‘Het Achterhuis’ van Anne Frank toch? We gaan morgen meteen
naar de openbare bibliotheek.’
‘Dat kan niet.’
‘Waarom nou weer
niet?’
‘Ik heb een
kinderpas. Ik mag geen boeken voor volwassenen lenen.’
‘Dan leen ik ‘Het
Achterhuis’ van Anne Frank wel op mijn volwassen bibliotheekpas.
‘Maar is ‘Het
Achterhuis’ dan niet nog te moeilijk voor mij?’
‘Hoe kom je daar
nou weer bij?’, vroeg Thea rusteloos.
‘Ik heb een
vmbobasis- advies en geen vwo-advies.’
‘Je hebt geen
advies, maar een pré-advies en dat klopt niet. Verder hoeven we alleen maar te
weten of je Het Achterhuis van Anne Frank ook echt wil lezen uit
nieuwsgierigheid of alleen maar omdat het volgens jou een vereiste is om alsnog
een vwo-advies te krijgen.
‘Hoewel…Zarah
heeft het Achterhuis ook gelezen.’
‘Luister je
überhaupt wel naar mij Sabine en wat doet het er nou toe of Zarah Het
Achterhuis wel of niet gelezen heeft? Niet…lijkt me trouwens aannemelijker.’
‘Hoezo niet?
Zarah heeft ook een vmbobasis advies.’
‘Zie je nou wel
dat Het Dagboek van Anne Frank niets met het gymnasium te maken heeft, maar dat
bedoel ik niet. Zarah is een moslima en Het Dagboek van Anne Frank gaat over
een joods meisje dat samen met haar vader, moeder, zusje en nog wat andere
mensen jarenlang ondergedoken heeft gezeten in een geheime ruimte – Het
Achterhuis – in Amsterdam gedurende de tweede wereldoorlog. De complete joodse
bevolking moest zich verstoppen voor de Duitse bezetters, omdat zij anders in
een concentratiekamp vermoord dreigden te worden.’
Sabine viel haar
moeder in de rede:
‘Dat weet ik mam,
Zarah heeft haar spreekbeurt over Het Achterhuis gehouden en ik heb goed
geluisterd! Ze heeft Het Dagboek van Anne Frank dus wel gelezen.’
‘Dat hoeft
helemaal niet. Op het internet krioelt het van de boekverslagen. Korte
samenvattingen. De oudere zussen van Zarah – Adiva en Erum – zullen haar daar
wel op gewezen hebben.’
‘Waarom? Omdat ze
moslima is?’
De vraag was een
aanklacht. Sabine leek wel 16 ineens en Thea voelde zich stokoud worden.
‘Het jodendom en
de islam liggen mijlenver uit elkaar. En een verhaal uit de tweede wereldoorlog
is voor Zarah vast zoiets als voor ons een sprookje uit duizend en één nacht.
Vooral omdat er in de oorlogsjaren van 1940 tot 1945 nog nauwelijks moslims in West-Europa
voorkwamen, maar wel miljoenen joden.’
‘Je discrimineert
mama! Ik ben toch ook niet joods? Fransje ook niet. Fransje is niks. En ik ben
katholiek. Ik heb zelfs mijn communie gedaan. Nou en?’
Sabine had
gelijk. Althans vanuit haar perspectief en beperkte levenservaring gezien.
Tevens leverde ze een stevige aftrap. Een solide bewijs voor de aanwezigheid
van een analytisch denkvermogen.
‘Je hebt gelijk
Sabine. Ik ben bevooroordeeld. Ik heb moeite om te geloven dat Zarah Het
Dagboek van Anne Frank echt gelezen heeft, maar ik kan me vergissen en dan is
haar prestatie alleen maar heel lovenswaardig. Zeker omdat ze ook nog eens een
spreekbeurt over Het Achterhuis gegeven heeft! Waar heeft Fransje haar
spreekbeurt eigenlijk over gehouden?’
‘Over het Dagboek
van Anne Frank.’
‘Origineel. En
jij Sabine?’
‘Dat weet je
toch? Ik hield mijn spreekbeurt over West Side Story, omdat ik dat zo’n super
mooie musical vind.’
‘Nee, ik bedoelde
eigenlijk wil je Het Dagboek van Anne Frank nou lezen of niet?’
‘Ikke wel’,
antwoordde Sabine overmoedig.
‘Dan zul je zien
dat je Het Achterhuis gewoon kunt lezen. Zelfs met een verkeerd vmbobasis
pré-advies.’
Sabine twijfelde
alweer. Ze stond te talmen met die half gepelde sinaasappel in haar handen en
herhaalde huilerig:
‘Hoe weet jij dat
nou?’
‘Hoe ik dat weet?
Ik hoef jou maar met Melvin en Jasmijn te vergelijken. Jasmijn studeert nou
voor arts. Melvin heeft drie jaar op het stedelijk gymnasium gezeten. Bovendien
werk ik al jaren bijna elke dag met studenten van Huiswerkstek. Ik weet waar ik
over praat Sabine en ik kan best
inschatten wat jij aankunt.’
‘Dus nou moet ik
ineens weer wel naar het gymnasium?’
Geërgerd en
verward rukte Sabine zich eindelijk los uit de greep van haar moeder. Een
reactie van Sabine waar Thea niet echt rouwig om kon zijn, want alle botten in
haar lichaam protesteerden zo langzamerhand tegen de onnatuurlijke, licht
gebogen houding die nodig was geweest om al die tijd op ooghoogte met het
10jarige meisje te kunnen blijven communiceren. De half ontblote sinaasappel
rolde op de grond tot aan de drinkbak van Yolo. Nurks plofte Sabine achter de
eettafel op een keukenstoel neer en bleef boos voor zich uit zitten mokken.
‘Papa heeft
gelijk. Jij gaat naar een scholengemeenschap. Hoe dan ook.’
‘En als ik het
nou toch niet kan?’
Met een
wanhoopsgebaar schoof ook Thea aan de keukentafel aan. Hoe weinig een
pré-advies in werkelijkheid ook inhield, het oordeel van een leerkracht liet
tieners in hun gevoelige leeftijd duidelijk niet koud. Thea probeerde de schade
van het pré-advies aan het zelfvertrouwen van Sabine te beperken:
‘Je merkt toch
zelf dat je vaker dingen weet dan Zarah, Nia of Imke?’
‘Kunst’, verwierp
Sabine terecht.
‘Nou, weet
Fransje dan zoveel meer dan jij!?’, riep Thea ten einde raad.
‘Echt niet!’,
stootte Sabine met kracht uit.
‘Nou dan. Je moet
juffrouw Siepie niet geloven. Ze is geen goede onderwijzeres, maar op dit
moment hebben we even niemand anders voorhanden.’
Bart kwam de
keuken binnen om zich van het koffiebonenapparaat te bedienen en zich met het
gesprek te bemoeien.
‘Ja, maar volgend
jaar, in groep 8, krijgt Sabine die Siepie tuttebel opnieuw, samen met druiloor
meester Jan Willem. Dan kunnen we helemaal het hele schooljaar onze lol op.’’
‘Wat wil je
daarmee zeggen?!’
Radeloos greep
Thea met de handen in haar haar. Desondanks wierp Bart de hamvraag maar weer
eens op:
‘Wat dacht je van
een andere basisschool?’
Alsof Thea die
mogelijkheid na het pré-advies niet allang, in een sneltreinvaart, opnieuw had
gewikt en gewogen. Ze verzuchtte:
‘Nou nog? Sabine
hoeft nog maar 1 basisschooljaar. En dan met een verkeerd pré-advies op haar
naam! Op een nieuwe school moeten ze haar eerst leren kennen en andersom kan
Sabine pas zichzelf zijn in een vertrouwde omgeving. Ze zou ruimte moeten
hebben om te wennen om naar behoren te kunnen presteren en die tijd heeft ze
niet meer in groep 8. Op De Wielewaal kunnen een juffrouw Dorien en misschien
een Jeewee nog bereid gevonden worden om Sabine eerlijk te boordelen. Ze heeft
tenslotte ook bij deze leerkrachten in de klas gezeten en niet alleen bij
juffrouw Siepie en die Loladinges. Zo niet dan is er nog altijd een
leerlingenvolgsysteem waarop we ons kunnen beroepen op De Wielewaal.’
‘Ik wil niet ook
nog naar een andere school’, mengde Sabine zich in de discussie op een toon
alsof haar lot toch al beschoren was.
Ze bracht haar
vader aan het twijfelen.
‘Sabine heeft
toch 2 jaar in groep 3 en 4 van juffrouw Dorien gezeten? Misschien kun je haar
een mailtje schrijven met de vraag wat we met dit pré-advies aan moeten?’,
stelde Bart aan Thea voor.
‘Dorien is met
zwangerschapsverlof’.
‘Ow, en dan kan
ze niet meer op mailtjes reageren’?’, smaalde Bart.
‘Moet je dat nou
nog vragen? Mag ik je trouwens herinneren aan mijn mailverbod?’
‘Dat mailverbod
komt van Willy Bakbruin en Willy Bakbruin heeft afgedaan. Ze is directrice af
en bovendien zijn jullie sinds kort niet meer gebrouilleerd, vanwege dat
opkikkertje van jou’.
‘Toch vindt mijn
nieuwe beste vriendin Willy Bakbruin het vast niet goed als ik opnieuw allemaal
negatieve berichtjes over het belachelijke pré-advies, dat uit het brein van
haar favoriete onderwijzeres juffrouw Siepie ontsproten is, in de werkomgeving
van De Wielewaal zou rondstrooien.’
‘Een reden temeer
om het zeker niet na te laten lijkt mij’, gnuifde Bart met veel acteertalent.
‘Zal ik dan maar
meteen de daad bij het woord voegen met een mailtje aan Jeewee?’, stelde Thea
voor.
‘Goed plan en dan
zou ik mejuffrouw Siepie ook even laten weten dat je aldoor aan haar denkt.’
‘Komt voor
elkaar!’, lachte Thea, ondanks haar chagrijn, in de hoop dat humor in facto
heilzaam is.
Het online
bericht aan Jeewee was makkelijker gezegd dan gedaan. De walging voor juffrouw
Siepie hield Thea in de wurggreep. Maar dat niet alleen. Ook haar latent
aanwezige aversie tegen het seksuele wezen achter de onderwijzer Jan-Willem
stond een neutrale toonzetting in een illegaal mailtje in de weg. In de
wandelgangen van De Wielewaal liet Jeewee nog steeds geen gelegenheid onbenut
om Thea, terloops, maar voortdurend, haast telepathisch te dwingen om te
voldoen aan zijn beeld van de ideale partner bij zijn denkbeeldige, repetitieve
geslachtsdaad. Thea gruwelde bij de gedachte aan de zuigende kracht van zijn
ogen in haar rug en zijn smachtende wegkijken op de momenten waarop ze zijn
blik zocht in een vertwijfelde poging om hem normaal te groeten. Zo graag zou
Thea de oude schoolmeester van Sabine uit de voormalige combigroep 5/6 en de
toekomstige onderwijzer van groep 8, - in een collegiaal partnerschap met de
schooltrol - in het voorbijgaan gewoon gedag zeggen. Alleen maar hallo zoals
dat gaat en passant tussen normale mensen. Zonder de onbevredigende nasleep die
Jeewee continu bij Thea, en volgens haar ook bij andere moeders, wist op te
roepen.
‘Hij is een
stalker op jacht’, legde Thea aan Bart uit.
Geërgerd schudde
Bart een paar keer van nee.
‘Nee, hij is
onder de indruk van jou. Andere moeders zien dat en kunnen zijn affectie voor
jou niet uitstaan.’
‘Tuurlijk Bart,
dat kun jij ook weten. Jij kunt op een afstand precies voelen wat Jeewee met
zijn weke gelonk teweeg brengt.’
‘Nee, maar ik ken
dat type mannetje. Jeewee is een origineel egotrippertje. Hij vindt jou leuk en
dat draait hij om. Dus jij moet op hem vallen. Pas dan heeft hij zijn zin. Daar
komt helemaal geen andere vrouw bij kijken. Hij heeft jou uitverkoren tot zijn
droomvrouw, maar dat heb ik je geloof ik al eens een keer of 10 eerder
uitgelegd.’
Thea werd er
iebel van.
‘Ja, want ik
verdring telkens de waarheid, omdat het minder persoonsgerichte idee van de
seriestalker mij nou eenmaal meer aanspreekt, denk ik’.
Toch speelde ze
het met de nodige eufemismen en de verdoving van een halve liter rode wijn
klaar om een mailtje naar Jeewee in elkaar te flansen. Het slotakkoord volgde
precies 5 minuten nadat Bart naar bed was getogen, omdat zijn geduld echt op
was. Luidruchtig installeerde Thea zich
op haar kant van het tweepersoons bed. Zo snel kon Bart onmogelijk al in slaap
gevallen zijn. Haar opengeklapte laptop plaatste ze in de schoot van haar
kleermakerszit. Bart lag op zijn zij naar haar toegedraaid en kneep zijn ogen
stijf dicht. Voor de duidelijkheid kondigde Thea haar aanwezigheid nog eens
extra aan met een vraag naar de bekende weg:
‘Slaap je al?’
‘Ja’.
‘Ik lees je mijn
mail aan Jeewee even voor.’
‘Nou even dan.’
‘Beste
Jan-Willem,
Wij kennen elkaar
dankzij Sabine die 2 jaar geleden in jouw combinatieklas 5 en 6 heeft gezeten.
Vandaag heeft Sabine van juffrouw Siepie en invaljuffrouw Lola (groep 7) een
pré-advies vmbobasis gekregen. Mijn man (Bart) en ik hebben niets tegen het
vmbo zolang de middelbare school maar overeenkomt met het leerniveau van onze
dochter. Wij (de ouders van Sabine) zijn er echter van overtuigd dat Sabine
meer waard is dan het pré-advies voor een basis vmbo dat haar vandaag door de
juffen Siepie en Lola is toegekend. Dit verkeerde advies zou in het geval van
Sabine bij opvolging in de toekomst weleens tot schooluitval kunnen leiden.
Omdat Sabine het volgende schooljaar opnieuw in jouw klas terecht komt – een
weerzien in groep 8 – hoop ik dat je bereid bent om samen met Sabine en mij
naar een advies toe te werken dat onze dochter in ieder geval makkelijk toegang
tot de brugklassen van een scholengemeenschap vmbo, havo, vwo zal verlenen. Met
haar huidige basis vmbo-advies kan Sabine een opleiding op haar niveau echter
vergeten. Zelfs een traptrede hoger (kader vmbo) helpt haar nog niet zonder
obstakels naar de brugklas van een scholengemeenschap. Ze zou minstens vmbo
theorie moeten halen. Dit zou gezien haar eerdere leerprestaties, die – als het
goed is - ook zijn vastgelegd in het leerlingenvolgsysteem, voor Sabine geen
enkel probleem hoeven te zijn. Hopelijk begrijp je dat mijn man en ik het
absurde pré-advies aan onze dochter dan ook niet accepteren. Alvast bij
voorbaat dank voor het meedenken en in afwachting van jouw reactie, teken ik,
met vriendelijke groeten; Thea. De moeder van Sabine.’
‘Nomdedieu, daar
word ik bang van’, spotte Bart nog altijd met gesloten ogen.
‘Ja, moet ik hem
dan de huid vol schelden?’
‘Dat issie wel
gewend, maar goed; jij bent de opperouders niet.’
‘Wat gij niet
wilt dat u geschiedt doet dat ook een ander niet!’
‘Dan kun je nou
met een gerust hart nog een dreigmail naar die Siepiedinges sturen, want
dreigementen zijn jou ook al vaak genoeg geschied; of je wílde of niet!’
‘Geen dreigmail,
maar ik zal Siepiedinges wel degelijk duidelijk te kennen geven dat ik haar
pré-advies aan Sabine natuurlijk niet zomaar voor lief neem.’
‘Met jou is het
kwaad kersen eten, dat hoor ik wel’, stokte Bart slaapdronken.
Tamme wraaklust
werkte op Bart als een slaapmiddel, maar Thea lukte het de hele nacht niet om
een comfortabele rusthouding te vinden. Af en toe moest ze weggedoezeld zijn,
omdat de digitale, felrode tijdsaanduiding op de wekkerradio her en der leemtes
achterliet. Black-outs die geen soelaas boden, maar het onvermijdelijke
hoogtepunt vormden van de vele woedeaanvallen die Thea tijdens de bewuste nacht
te verwerken kreeg. Deze gezindheid had met boosheid niets meer te maken. Hier
daverde een ongekende razernij door haar constitutie met misselijkmakende
effecten. Thea vond zich in de betreffende nachtelijke uren herhaaldelijk
kokhalzend boven de toiletpot in de badkamer terug, waar ze gal spuwde over de
aanhoudende, penetrante heugenis aan Siepie de saimiri. Hoogblonde schooltrol.
Als Thea haar op dat moment tegen het afstotelijke lijf gelopen was, dan had ze
niet voor haar zelfbeheersing ingestaan. Ze kon ook geen kant op, want de
standaardreacties uit het didactische veld op haar bezwaren lieten zich voorspellen.
Het bewijs voor de hypocrisie van Thea was maar weer eens geleverd. Nu de
middelbare schooltijd van haar bloedeigen dochter Sabine in zicht kwam en het
préadvies tegen viel, voldeed het vmbo ineens niet meer. Terwijl Thea toch
dagelijks ook met kinderen van het vmbo werkte bij Huiswerksterk. Je zou dan
toch op zijn minst van zo’n huiswerkbegeleidster als Thea mogen verwachten dat
ze niet op studenten van het vmbo neerkeek. Geen mens kan namelijk om de lager
opgeleiden heen. Ze zijn van alle tijden. Praktijkgerichte mensen; geen grote
denkers. Het plebs van eeuw in eeuw uit. Jaar in jaar uit. Dag in dag uit.
Spiegel de wetenschap maar eens met de intuïtie van bijvoorbeeld laag
geschoolde volksvrouwen. Aan hun kennis over zorgen, baren en zogen komt geen
ratio te pas. Alles is instinct. Het gedragspatroon is genetisch bepaald en
daarom is juist de zogenaamde praktische meute onontbeerlijk voor de
samenleving. Sterker nog; voor het voortbestaan van het menselijk ras. Waar
zouden wij vandaag de dag zijn in een wereld zonder putjesscheppers en
dakbedekkers? Verdwaald in een intellectuele ratjetoe van hoogbegaafde autisten
zonder van die handige dingsigheidjes die alleen maar gefikst kunnen worden
door echte macho’s. Gecultiveerde neanderthalers die nog met hun handen kunnen
werken zoals onze voorvaderen. Uit de klei getrokken en recht door zee. Goed
geconserveerd door moeder de vrouw met tegenwoordig ook een diploma van het
basisvmbo.
Thea heeft nooit
mee staan blaten met die zeiksmoesjes. Lullificaties om ouders van aanstaande
vmbo kinderen te pamperen. Zij vond het niet nodig om de sociale omgeving van
vmboscholieren te betuttelen. Alsof het vmbobestaansrecht iedere leergang
opnieuw bevochten moest worden en de existentie van havo en vwo leerlingen
niet! Wie benodigt überhaupt een middelbare schooldiploma om een kind te baren
of om met de handen te kunnen werken? Bij de keuze tussen verschillende
middelbare schoolniveaus zijn toch veeleer de uiteenlopende; leertrappen;
studieritmes; en interessegebieden aan de orde? Vereenzelviging is daarbij het
toverwoord en Thea had genoeg kinderen van de diverse middelbare schooltypes
voorbij zien komen gedurende haar jaren bij Huiswerksterk om te weten dat
Sabine nooit een vmboleerlinge zou worden. Thea durfde naar eer en geweten, met
haar hand op de bijbel, te zweren dat ze niet voor een basisvmbo zou zijn
teruggedeinsd als in het geval van Sabine een keuze voor de allerlaagste der
lagen niet gelijk zou hebben gestaan aan onherroepelijke schooluitval. Hetgeen
zou betekenen dat een onschuldig meisje met een goed leervermogen in een
welvarend land dus onterecht niet in staat werd gesteld – ja, zelfs werd tegen
gewerkt – om een middelbare schooldiploma op haar niveau te behalen. Niet omdat
dit kind dom, arm of anderszins beperkt was op het moment van de uitspraak van
het pré-advies, maar alleen maar omdat ze op 10 jarige leeftijd het gore lef
had gehad om voor het eerst ongesteld te worden tijdens het maken van de
entreetoets aan het einde van de plofgroep 7. Haar botte pech werd nog erger
gemaakt door schooltrol Siepie de saimiri die vond dat alle kindjes uit haar
plofklas te allen tijde op volle kracht moesten presteren. Ook als ze in de
klas, tijdens een essentiële toets, spontaan begonnen te bloeden in een roze
onderbroek bedrukt met een kolonie rode lieveheersbeestjes. Bij zo’n speling
van de natuur deed zelfs het leerlingenvolgsysteem niet meer ter zake. Sabine
moest zich niet zo aanstellen. Vroeger of later werden alle vrouwen ongesteld.
Dat betekende nog niet dat de allerbesten zo maar stopten met hun hersens te
gebruiken! Gelukkig zou het ezelachtige oordeel van de schooltrol Siepie de
saimiri pas kunnen regeren over het lijk van de moeder van Sabine. Gezien het
beeld van het onuitgeruste zombiehoofd in de badkamerspiegel boven de wastafel,
was die kans nog reel aanwezig ook. Als Thea tenminste geen tegenactie zou
ondernemen.
‘We gaan naar de
onderwijsstichting!’
Dat was het
eerste wat Bart zei toen hij 6 uur later zijn ogen open deed. Hij lag op zijn
rug. Gedurende haar slapeloze nacht had Thea zich herhaaldelijk afgevraagd hoe
die man zo makkelijk kon slapen. Inmiddels lag ze al een kwartier op haar buik
te staren naar zijn vertrouwde, anders zo expressieve tronie in ruststand. Door de wekker sperde hij schielijk zijn ogen
alsof hij ijlings de geest kreeg. Hij zag haar niet, maar fixeerde zijn zicht
op het plafond, terwijl hij blindelings naar zijn mobiel op het nachtkastje
greep om een alarm, dat klonk als een zacht, maar dwingend klokkenspel op een xylofoon, het
zwijgen op te leggen.
‘We gaan naar de
onderwijsstichting’ herhaalde hij nadat hij de kunstmatige tingeltangel had
uitgeschakeld.
‘Alweer’,
mompelde Thea in haar kussen.
Puffend en
steunend kwam Bart overeind en ging zijwaarts op de rand van het bed zitten.
Hij boog zich over het scherm van zijn mobiel.
‘Je moet geen
mailtje sturen deze keer, maar bellen en dan eisen dat je Rinus Hardleers van
de onderwijsstichting te spreken krijgt.’
‘Ik!’
De oogleden van
Thea begonnen ineens loodzwaar te protesteren tegen het zonlicht dat door een
kier naast het rolgordijn de slaapkamer penetreerde. De hele nacht had ze geen
oog dichtgedaan en nu, bij de dageraad, zou ze een gat in de ochtend kunnen
slapen.
‘Ja, jij. Ik heb
vandaag een conference call dus ik zit al de hele dag op mijn werk aan de
telefoon. En jij bent degene die zich druk maakt, niet ik’, verklaarde Bart
over zijn schouder.
‘Dus jij vindt
dat pré-advies voor Sabine normaal?’, gaapte Thea.
‘Nee, maar ik
hecht niet zoveel waarde aan de uitspraken van zo’n horrorheks als jij.’
Door de spleetjes
van haar ogen zag Thea dat Bart nog steeds gebiologeerd op zijn mobiel zat te
turen. Af en toe bewoog zijn rechterduim wat heen en weer en op en neer over
het scherm.
‘Ja en als ik nou
de enige was, maar vergeet de kopzorgen van jouw bloedeigen Sabine niet’,
zuchtte ze.
‘Daarom zeg ik,
bel even naar Rinus Hardleers.’
Thea wreef haar
ogen.
‘Doe niet net of
de directeur van de onderwijsstichting en ik besties zijn, Bart.’
‘Ik doe niet net
of de directeur van de onderwijsstichting en jij besties zijn, maar die Rinus
Hardleers weet heus wel wie je bent door; ‘De Dictatuur van de Bekrompen
Ouders’. Ik bedoel dat luizenverhaal, die aanklacht.’
‘Ik weet wat je
bedoelt Bart. Zoveel mailtjes heb ik nou ook weer niet geschreven dat ik me het
schrijven van ‘De Dictatuur van de Bekrompen Ouders’ niet meer zou herinneren’,
schamperde Thea.
‘Nou en die Rinus
Hardleers krijgt ook heus niet elke dag een stroom klachtenbrieven binnen in de
trant van ‘De Dictatuur van de Bekrompen Ouders’. Dus reken maar dat hij heel
goed weet wie de moeder van Sabine en Walter van De Wielewaal is. Indertijd
wilde hij je al onder 4 ogen spreken naar aanleiding van jouw aanklacht, maar
jij koos ervoor om hem niet te woord te staan. Vandaag ben je wel bereid om een
babbeltje met hem te maken. Dringend!‘
‘Dus ik heb geen
keus?’
‘Is dat een vraag
of een voldongen feit?’
‘Wat ben jij
vroeg wakker’, bitste Thea vermoeid.
Het warme
zonlicht op haar gesloten oogleden werd overschaduwd door het postuur van Bart dat
zich abrupt haar kant op richtte.
‘We hebben een
mailtje van Willy Bakbruin!’, riep hij verbluft.
Met een schok zat
Thea rechtop in bed.
‘Hoe laat is
het’, wilde ze gedesoriënteerd en volkomen onlogisch weten.
‘7 uur in de
ochtend op de seconde af’, antwoordde Bart, terwijl hij het mailtje op zijn
mobiel opende.
‘Dus we krijgen
tegenwoordig om klokslag 7 uur in de ochtend een online berichtje van de
directrice van De Wielewaal?!’, recapituleerde Thea confuus en klaar wakker
ineens.
‘Zo ziet het er
wel uit, luister maar!’
Bart las voor:
‘Beste Thea en
Bart,
Ik heb begrepen
dat het pré-advies van juffrouw Siepie en juffrouw Lola bij jullie niet in
goede aarde is gevallen. Ik wil graag met jullie over deze kwestie in gesprek
gaan. Vandaag zal ik bij aanvang van de school bij de ingang staan tussen 8.30
en 8.45. Van deze gelegenheid kunnen jullie gebruik maken om een datum voor een
gesprek op korte termijn met mij af te spreken. Met vriendelijke groet,
Willy Bakbruin
Directrice van De
Wielewaal.’
‘Directrice van
De Wielewaal, directrice van De Wielewaal!? Voormalig directrice van De
Wielewaal zal ze bedoelen. Ik snap het niet? Ze gaat toch weg?! Waarom reageert
zij plotseling op mailtjes die ik aan Jeewee en de schooltrol gestuurd heb en
niet eens aan haar? Wat gaan we nou krijgen? Eerst reageert ze jarenlang bijna
nergens op. Niet eens op mailtjes die direct aan haar gericht zijn. En zo ja
met reserve. En nu wil ze opeens gesprekken gaan lopen voeren naar aanleiding
van berichten waar ze helemaal niets meer mee te maken heeft?!’’
‘Ze zal wel in de
ontkenningsfase zitten’, meesmuilde Bart.
‘Maar hoe komt
zij ’s morgens in alle vroegte aan twee verschillende mailtjes die ik vannacht
om 1 uur exclusief aan Jeewee en om 2
uur enkel en alleen aan Siepie de saimiri verzonden heb?’
‘Misschien dat 1
mailtje van de 2 al genoeg was!? Wie weet heeft juffrouw Siepie jouw boze
kennisgeving van het grote ongenoegen wel doorgestuurd in blinde paniek?
Alhoewel ik eerder vermoed dat de hele mailwisseling van en naar De Wielewaal
sowieso open ligt. Ik veronderstel dat er een megacrisis aan de gang is op de
basisschool van onze kinderen en dat een paar troubleshooters de boel momenteel
onder controle probeert te krijgen. Openheid van zaken, vooral intern, is dan
heel belangrijk. Met name zodat onverbeterlijke probleemgevallen zoals Willy
Bakbruin op deze manier minder in de verleiding worden gebracht om het zaakje
stiekem via een achterdeurtje nog verder in het honderd te laten lopen.’
HOOFDSTUK 40
Directrice Willy
Bakbruin had nog nooit eerder zo gezaghebbend geleken als op die ochtend na het
ongelofelijke pré-advies voor Sabine. Terwijl haar 4jarige carrière als
directrice van De Wielewaal toch op het einde liep. Wat Thea betreft mocht ze
de teugels juist nu wel wat laten vieren. Willy Bakbruin veinsde dat ze Thea
niet aan zag komen en dat ze niet op wacht stond voor de ingang van een
openbaar gebouw dat binnenkort haar basisschool niet meer zou zijn. De
kinderen, die haar passeerden als jonge honden op weg naar puppycursus, keek ze
vertederd na. Ze hadden de zomer in de kop en waren niet meer in staat om in
het gareel te lopen. Dat restje verplichte schooldagen voor de grote
zomervakantie was eigenlijk geen doen. Toch zou Willy Bakbruin ze uitbuiten;
die finale 2 weken tot de uiterste vervaldatum; het ultieme uur; het bittere
einde, de laatste seconde; de hekkensluiter.
‘Je had mij een
mailtje gestuurd, dus ik ben hier om een afspraak te maken.’
Thea vond van
zichzelf dat ze eindelijk de juiste toon had weten te zetten ten opzichte van
de leiding van De Wielewaal. Afstandelijk en uit de hoogte. Wie probeerde Willy
Bakbruin een rad voor de ogen te draaien?
‘Ik kan na het
weekend. Dinsdag om kwart over 3; meteen na de lessen’.
Willy Bakbruin
hield haar handen op haar rug en praatte voor zich uit, met haar kaken opeen
geklemd alsof ze buiksprak.
‘Best’, zei Thea
kortaf, terwijl ze Willy Bakbruin kordaat de rug toekeerde.
‘Het pré-advies
blijft overigens onveranderd’, snerpte Willy Bakbruin in de gauwigheid nog
tussen haar tanden tegen het achterhoofd van Thea.
Getroffen keerde
Thea op haar schreden terug en verkondigde langzaam maar trefzeker:
‘Ik wist niet dat
een pré-advies überhaupt onderhandelbaar was.’
‘Nee, dat zeg ik;
we veranderen niks’, zei Willy nogmaals.
Zojuist, bij de
eerste keer, had Willy Bakbruin zekerder van haar zaak geklonken. Maar bij
nader inzien was het misschien wel verstandig om voor de dochter van Thea het
pré-advies toch naar boven bij te stellen. Het zou tenslotte niet de eerste
keer zijn dat Willy Bakbruin een uitzondering op de schoolregeltjes maakte. Ze
vroeg zich echter ernstig af of Thea het risico om in eigen doel te schieten
wel waard was. De toezichthouders waren overal en nergens tegenwoordig. Lang
hoefde Willy Bakbruin niet op uitsluitsel over het lot van Thea en haar dochter
te wachten. Het antwoord diende zich aan in de eerstvolgende ontboezeming van
de moeder van Sabine. Hiermee tekende tirannieke Thea meteen haar eigen vonnis
en daarmee dat van haar dochter.
‘Luister eens
Willy, mijn dochter heeft een belachelijk laag pré-advies. Niet belachelijk
laag in de zin van een beschaming voor mijn familie, vrienden en kennissen,
want die lui zijn nog minder met mijn kind begaan dan het docententeam hier op
De Wielewaal, maar belachelijk laag in relatie tot het leervermogen van Sabine.
In dat licht vind ik het eerlijk gezegd nogal confronterend dat de gewezen
directrice van de basisschool van mijn onder gewaardeerde dochter namens haar
incapabele onderwijzeressen niets beters te doen weet dan vooral voet bij stuk
te houden. En waarom stoor ik mij aan jouw starheid Willy Bakbruin? Omdat je
met zo’n stugge houding de stupide pré-adviezen van een hersenloos gedrocht als
mejuffrouw Siepie automatisch mede in stand houdt! Maar jij bent de baas Willy
Bakbruin! Hoewel, niet meer voor lang. Want waren het niet gelijksoortige stompzinnige
kortzichtigheden uit het verleden die ertoe bijgedragen hebben dat de hoge
dames en heren van de onderwijsstichting ene Willy Bakbruin voorgoed de laan
uitgestuurd hebben?!’
‘Ik vind het niet
netjes om juffrouw Siepie te omschrijven als een hersenloos gedrocht.’
Onvast probeerde
Willy Bakbruin om de persoonlijke aanval van Thea te pareren. Haar onderlip
trilde. Ze deed haar best om Thea onverschrokken recht in de ogen te kijken.
Dat lukte slechts met tussenpozen. Thea voerde duidelijk de boventoon tijdens
deze pijnlijke ontmoeting, waarin Willy Bakbruin uitvluchten zocht. Het
hersenloze gedrocht met de naam Siepie was in dit geval het perfecte
voorwendsel. Thea had er ook voor kunnen kiezen om de verstandigste te zijn; om
Willy Bakbruin geen aanleiding te geven door Siepie te beschimpen. Alweer. Maar
dan zou juffrouw Siepie de saimiri opnieuw gespaard zijn gebleven en Thea kon
geen gegronde reden verzinnen om deze blamage voor het basisonderwijs de hand
boven het lege hoofd te houden.
‘Al het begin is
moeilijk Thea. Niemand is perfect en ik weet zeker dat juffrouw Siepie jouw
Sabine naar eer en geweten geadviseerd heeft.’
‘Juffrouw Siepie
is uiteraard onderwijzeres en dus niet niemand. Zij is allerminst perfect. Al
het begin is evenwel ook moeilijk voor een meisje van 10 jaar dat Sabine heet
en dat toevallig voor het eerst ongesteld werd tijdens het maken van de
entreetoets.’
‘Nou da’s wel
heel toevallig!!!’, exalteerde Willy Bakbruin overrompeld.
‘Het leven hangt
van toevalligheden aan elkaar en van cycli. Menstruatiecycli bijvoorbeeld’,
legde Thea indringend aan Willy Bakbruin
uit.
De ontheven
directrice kwam zowaar enigszins tot inzicht.
‘Menstruatie is
inderdaad overmacht.’
Nee hoor, niet
als het aan Siepie ligt. Sabine had zich maar moeten vermannen. Ze is heus niet
het enige meisje van 10 dat voor het eerst in de klas ongesteld wordt.’
De
plaatsvervangende schaamte voor het gebrek aan inlevingsvermogen van de juffen
Siepie en Lola bezorgde Willy Bakbruin rode koontjes. Maar voor de goede orde
rechtte ze tegelijkertijd haar rug en streek vruchteloos haar plooirok glad
alsof ze zich ineens weer realiseerde dat ze in functie was. Ze moest haar
onderwijzend team onvoorwaardelijk blijven steunen. Al was het maar om tijdens
de dag des oordeels niet alleen te staan. Door haar plotselinge vertrek lag een
stortvloed aan vragen en kritiek in het verschiet. Willy Bakbruin had
zelfkennis. Ze wist van zichzelf dat ze niet sterk genoeg was om alleen tegen
de stroom op te zwemmen.
‘Ik weet bijna
zeker dat Siepie niet tijdig op de hoogte was van de menstruatie van Sabine en
achteraf oordelen is makkelijk!’
‘Bijna is niet
helemaal. Maar stel dat je gelijk hebt Willy, dan had mejuffrouw Siepie zich
weleens mogen informeren alvorens te
adviseren. Ze had zich af kunnen vragen waarom de score van Sabine bij de
entreetoets ver beneden het gemiddelde van de optelsom van haar prestaties door
de jaren heen uitviel, in plaats van haar botweg op basis van een lage score
bij een enkel testje naar het basisvmbo te verwijzen. Trouwens Siepie wist dan
misschien niet tijdig van het vrouwenprobleempje van Sabine af, maar Lola wel.
Ze wist ook bijna direct dat het om de allereerste menstruatie van een 10jarig
meisje ging. Je weet wel die primaire kennismaking met het vrouwendom. De
ultieme geslachtsbeleving die zich bij Sabientje openbaarde tijdens het maken
van de entreetoets in de klas.’
‘Als het waar is
wat je zegt en als Sabine inderdaad afgerekend wordt op basis van alleen maar
de uitslag van de entreetoets, dan is dat volledig onterecht. Maar ik geloof
jou niet Thea. Ik denk dat je teleurgesteld bent en overdrijft. Ik denk dat je
even tot 10 moet tellen. Ga lekker naar huis en kom tot rust. We spreken elkaar
aanstaande dinsdag. Fijn weekend!’
De negatie van de
domper voor Sabine was al schandalig, maar het feit dat Willy Bakbruin stug als
vanouds doorging met kritische ouders afwimpelen alsof haar ivoren toren niet
allang op het hoogste niveau ter discussie stond, maakte het humeur van Thea er
niet bepaald vrolijker op. Gevolglijk zat niets of niemand een spoedcontact met
directeur Rinus Hardleers van de onderwijsstichting meer in de weg.
Thuisgekomen in de privacy van haar bijkeuken annex studeerkamer, bedacht Thea
zich dan ook geen seconde en toetste het nummer van de onderwijsstichting in op
haar mobiele telefoon. Ene Erika nam het gesprek aan. Haar stemgeluid kwam Thea
bekend voor. Niet op een vervelende manier; eerder vertrouwd. Zoals een
plotseling optredende geur een prettige herinnering kan oproepen. Een
Pavlovreactie op etensluchtjes bijvoorbeeld die ineens een verlangen naar
snert, bereid volgens oud Hollands recept, kan prikkelen. Of een zweem van 4711
uit de nasleep van grootmoeders linnenkast; met op de bovenste plank een
literfles Kölnisch Wasser; die opa belastingvrij voor oma kocht bij de
grensovergang van de familie in Duitsland terug naar huis. De ijle lucht kon
Thea achterwaarts in een tijdreis naar haar bed in grootmoeders logeerkamer
transporteren. Een verhaaltje van opa voor het slapen gaan en van oma een
zakdoekbolletje doordrenkt met eau de cologne. Het paste precies in de mouw van
haar pyjamajasje. Tegen de muggen, misselijkheid en heimwee. Aroma van oma in
een troostrijke literfles van opa. Het timbre van Erika klonk naar een
combinatie van snert, 4711 en een koffer vol verhaaltjes. Zonder reserves trok
Thea dan ook direct van leer over haar ongenoegens. Ze hoefde veel minder uit
te leggen dan ze gewend was met betrekking tot De Wielewaal. Misschien had Bart
alweer gelijk met zijn vermoedens over de helderheid van zaken die eventuele
troubleshooters zich op De Wielewaal via de opengebroken mailwisseling
probeerden te verschaffen. Mogelijk was zelfs Erika van de onderwijsstichting
allang op de hoogte van de puinhoop die Willy Bakbruin achter zich liet en
waren op de valreep nog veel meer ouders de dupe geworden van de wonderlijke
pré-adviezen van Siepie de schooltrol. Hoe het ook zij, Erika was in ieder
geval op de hand van Thea. Zonder breedsprakig op het beklag van Thea te
reageren overigens. Toen Thea verslag deed van de kille preek van Siepie de
saimiri naar aanleiding van de ongewoon lage scores van Sabine – inclusief de
oorzaak in de zin van de allereerste menstruatie van het tienjarige kind in de
klas – produceerde Erika slechts een kort pruttelend geluidje. Er klonk:
‘Tsss.’
Dat was alles,
maar het was genoeg voor Thea om niet opnieuw af te dalen naar die bodemloze
put, waarin alles wat zij zei, vond of voelde, kant noch wal leek te raken,
terwijl alle andere papa’s en mama’s gezellig, eensgezind echo’s uitwisselden
met elkaar en iedereen, behalve met de vader en moeder van Walter en Sabine.
Erika beloofde
dat ze Rinus Hardleers, alias de directeur van de onderwijsstichting, zo snel
mogelijk zou laten terugbellen. In de wachttijd wist Thea door de overdosis
adrenaline in haar onrustige lichaam niet waar ze zolang blijven moest. En dan
te bedenken dat ze aan het begin van het schooljaar - na het versturen van ‘De
Dictatuur van de Bekrompen Ouders’ - nog zo fel tegen een evaluatie met Rinus
Hardleers gekant was geweest. Na 8 maanden beladen stilte kon ze inmiddels niet
meer wachten totdat ze de directeur van de onderwijsstichting aan de telefoon
zou krijgen. Dit keer om haar beklag niet schriftelijk, maar mondeling te
kunnen doen. Het instemmende gehoor van Erika had haar wellicht over de streep
getrokken, want zelfs een olifantshuid gaat op den duur vervellen van onwil,
stupiditeit en dovemansoren. De onafgebroken
tegenwerking jeukte, irriteerde en hield Thea scherp. Maar wat een
zaligheid dat dankzij de kalme, onbevooroordeelde vriendelijke stem van een vreemdelinge
met de naam Erika, voor het eerst in bijna 11 jaar moederschap, de boog in de
buitenwereld niet gespannen hoefde te zijn.
Rinus Hardleers,
de directeur van de onderwijsstichting, moet welhaast aangevoeld hebben dat de
nood om te praten van de moeder van Sabine en Walter hoog was.
‘Ik denk eerder
dat hij het ijzer wilde smeden zolang het nog heet was’, nuanceerde Bart
achteraf.
Zijn intuïtie zei
hem dat de chaos op De Wielewaal compleet was en dat de beleidsmakers tot aan
de zomerstop eigenlijk niets anders deden dan brandjes blussen totdat de
vuurhaard in de hoedanigheid van Willy Bakbruin na de vakantie gedoofd was. De
motivatie van Rinus Hardleers kon Thea echter niet zoveel schelen. Op het elan
na dat zijn animo om haar te woord te staan bij Thea teweeg bracht en dat haar
voor de verandering eens niet het idee gaf dat haar alarm een storm in een glas
water was. Nog geen 10 minuten na het telefoongesprek met Erika, belde hij al
terug. Ook zijn kalmerende stemgeluid overviel haar. De summiere hartelijkheid
die haar tijdens de twee telefoontjes ten deel viel, bracht op die ene dag meer
positieve emoties bij Thea teweeg dan de
overmaat aan gesprekjes, babbeltjes en evaluaties op De Wielewaal door de jaren
heen bij elkaar opgeteld. Die ongein had alleen maar frustraties uitgelokt en
haar de bijnaam tirannieke Thea bezorgd. Hetzelfde effect eigenlijk als de
blinde paniek van haar moeder telkens als Thea in haar kleutertijdtijd werd
aangevallen door een kinderziekte. Niet het kind maar de moeder speelde de
slachtofferrol als in een bliksemafleider. Kleine Thea kon de controle over
haar emoties pas los laten nadat de rustige bezorgdheid van vader haar de eigen
verantwoordelijkheid voor de crisis ontnam. Bij haar vader mocht Thea kwetsbaar zijn. Met zijn woorden bracht Rinus
Hardleers hetzelfde mechanisme bij Thea op gang:
‘Laat ik beginnen
met een geruststelling; een pré-advies is nog geen advies en ik begrijp uw
verontwaardiging ook heel goed. Ik ben het met u eens dat het advies van een
basisschool gebaseerd moet zijn op de resultaten van het leerlingenvolgsysteem
en niet alleen op de uitkomst van maar één enkele entreetoets. Zeker niet als
er ook nog onvoorziene factoren een rol spelen tijdens het maken van de
entreetoets zoals bij uw dochter Sabine het geval was. Daar moet naar gekeken
worden! Wel kan ik u verzekeren dat de tientallen basisscholen die bij deze
stichting zijn aangesloten zelden tot nooit
middelbare schooladviezen rondstrooien die achteraf te hoog of te laag
gegrepen zijn. Als dat wel het geval zou zijn, dan zouden al die foutieve
middelbare schooladviezen het huidige onderwijssysteem op zijn grondvesten doen
trillen en dat zou dan alleen maar terecht zijn. Verder hebt u natuurlijk
altijd de mogelijkheid om voor een scholengemeenschap te gaan. U heeft met uw
kind dan nog een kleine 3 brugjaren de tijd om rustig te kiezen voor het juiste
leerniveau.’
Hier laste Rinus
Hardleers een pauze in om Thea de gelegenheid te bieden om te reageren. Zo kon
het dus ook! Dit was een stuk relaxter dan het voormalige kinderachtige
gesteggel met de – inmiddels - uitgerangeerde Willy Bakbruin of het oude,
moeizame bekvechten met overspannen Jade; de interne coördinatrice van de
Wielewaal.
‘Ik ben ook een
groot voorstandster van de scholengemeenschap, maar onze dochter Sabine heeft
van juffrouw Siepie een pré-advies vmbobasis gekregen met de prognose dat ze
met veel oefenen in groep 8 – misschien – een niveau hoger kan halen. Dat zou
dan vmbokader zijn. Nog steeds niet voldoende, want nóg een niveau hoger –
vmbotheorie – is de minste vereiste om in de eerste brugklas van een
scholengemeenschap vmbo/havo/ vwo toegelaten te worden. Als ik juffrouw Siepie
moet geloven dan haalt Sabine helemaal nooit vmbotheorie.’
‘En wat denkt u
zelf?’
‘Mijn man en ik
weten zeker dat Sabine het vwo aankan. Bij dit uitgangspunt wil ik toch wel
even benadrukken dat ik uit ervaring als huiswerkbegeleidster spreek. Temeer
omdat ik weet dat ik met de inschatting van het leerniveau van mijn eigen
dochter de kans loop om over te komen als een irreële ouder. Schooldagelijks
werk ik echter met middelbare scholieren van het vmbo, de havo en het vwo. Ik
begeleid studenten met cultuur en maatschappij profielen. De zogenaamde
pretpakketten uit mijn tijd en dan spreek ik toch al gauw van 30 jaar geleden.’
‘Ik zou niet
weten waarom u irreëel zou zijn als u zeker weet dat u de lat voor uw dochter
niet te hoog legt?’
De vraag van
Rinus Hardleers klonk oprecht, maar ook tamelijk naïef. Logisch dat de
opdringerige opperouders met hun
ambities te koop liepen. Als zelfs de directeur van een onderwijsstichting de
goede bedoelingen van menig papa en mama al niet in twijfel trok. Nadien zou
Bart zeggen dat het krediet dat Thea van Rinus Hardleers kreeg alles te maken
had met geloofwaardigheid en niets met de denkbeelden van de opperouders of de
uitgangspunten van de plusgroep. Denkbaar was Thea al te ver heen om nog
volledig vanuit haar eigen kracht te redeneren. Ze besloot wat minder hoog van
de toren te blazen.
‘Nou ja, een mens
moet de lat altijd te hoog leggen, zodat iedereen er makkelijk onderdoor kan
natuurlijk. Maar in het geval van Sabine is de havo misschien een mooi
compromis, omdat onze dochter over het algemeen liever lui dan moe is.
Bovendien is Sabine een zomerkind en zou ze als alles naar wens verloopt al met
16 jaar een havodiploma in haar zak kunnen hebben. Ze is dan nog jong genoeg om
op haar sloffen een vwo diploma te halen als ze wil.’
‘Ouders weten
meestal het beste wat hun kind wel of niet aankan. Onze dochter had ook een
vmbo advies toen ze de basisschool verliet. Mijn vrouw was eveneens in alle
staten. Tegenwoordig mag onze dochter zich notaris noemen. Of dat eind goed al
goed is dat durf ik ook niet met zekerheid te zeggen. Volgens mij heeft mijn
vrouw de verkeerde inschatting van de leercapaciteiten van onze dochter door
het docententeam van haar voormalige basisschool nog steeds niet helemaal
verwerkt. Ik ben wat makkelijker in dat soort zaken, omdat ik weet dat het
advies maar een richtlijn is. Een indicatie. Een steuntje in de rug.’
‘In het geval van
Sabine zou ik niet van een steuntje in de rug willen praten. Eerder van een
barrière of een gigantische beer op de weg. Ook ben ik, in tegenstelling tot u,
de mening toegedaan dat het vaker niet dan wel het geval is dat ouders het
beste weten wat hun kind al dan niet aankan. Als ik tenminste kijk naar de
kinderen die op De Wielewaal door hun ouders met succes naar voren geschoven
worden.’
‘Ow, maar ik
suggereer ook niet dat alle ouders handelen naar hun eigen inzicht. Maar ze
kennen hun Pappenheimers wel. Diep in hun hart. Ik bedoel als u niet zeker was
geweest van uw zaak en van Sabine, dan had u nu niet met mij aan de telefoon
gezeten.’
‘Dat is waar’,
gaf Thea toe.
‘Wat wilt u dat
ik doe? Ik bedoel; ik kan Willy Bakbruin moeilijk 2 keer ontslaan.’
Uit beleefdheid
liet Thea een kort hikgeluidje horen vanwege de kernachtige grap die echter
tegelijkertijd merkwaardig klonk uit de mond van de directeur van de
schoolstichting.
‘Misschien kan
het de tweede keer op staande voet’, stelde ze cynisch voor.
Thea nam aan dat
ze het knorgeluid dat Rinus Hardleers vervolgens produceerde moest vertalen als
een vrolijk geschater. Ze stelde zich dan ook een bourgondische verschijning
bij zijn stembuiging voor. Of eigenlijk gewoon een dikke man, vanwege zijn
varkenslach. Kaal ook. Voor de gezelligheid. Veel later zag ze een foto van
Rinus Hardleers. Hij was slank met een enorme bos grijsbruine krullen.
‘Ze heeft me toch
nog gesommeerd voor een gesprek over het foutieve pré-advies op aanstaande
dinsdag.’
‘Zo, zo.’
Wat kon Rinus
Hardleers anders zeggen? Thea verbieden om alsnog een gesprek met Willy
Bakbruin aan te gaan zou te veel op een mailverbod lijken.
‘En wat verwacht
u nou dan nog van een gesprek met Willy Bakbruin?’, vroeg Rinus Hardleers dus
maar.
Een diplomatieke
zet, vond Thea, die ze hem vergaf. Hij was niet voor niks directeur van de
onderwijsstichting. Die functie krijg je niet door overal direct met de deur in
huis te vallen.
‘Weet ik veel. In
ieder geval gaat het pré-advies voor Sabine niet meer veranderd worden. Dat
heeft Willy Bakbruin mij vanmorgen bij de ingang van de school nog even heel
nadrukkelijk laten weten.’
‘Neemt u mij niet
kwalijk, maar ahum.’
‘Ja, zo kun je
het ook zeggen. Maar ik hoop dus dat ik samen met het docententeam een planning
op kan stellen waarmee we in groep 8 mijn dochter Sabine in ieder geval naar
niveau vmbotheorie kunnen krijgen, zodat ze zeker in de brugklas van een scholengemeenschap vmbo t/ havo/ vwo
toegelaten wordt. En alhoewel ik momenteel op voet van oorlog met juffrouw
Siepie sta, zie ik toch geen andere mogelijkheid dan een samenwerking in groep
8. In het volgende schooljaar zijn namelijk zowel juffrouw Siepie als meneer
Jan-Willem de aangewezen, nieuwe leerkrachten van onze dochter Sabine. Meester
Jan-Willen heb ik ook al een mailtje gestuurd over mijn bezorgdheid en met een
hulpvraag. Hij heeft nog niet gereageerd. Ik vind dat het docententeam van De
Wielewaal momenteel helemaal niet bezig is met de leerontwikkeling van Sabine.
In plaats van haar een goed gevoel over zichzelf te geven met een uitdagend
pré-advies, wordt ze de afgrond in gepraat met een onderwaardering. Ik wil
Willy Bakbruin in een gesprek meer dan graag duidelijk maken dat Sabine recht
heeft op ondersteuning en goed onderwijs dat aansluit bij haar
leercapaciteiten. Sabine staat niet in dienst van De Wielewaal, maar andersom!’
‘Zo hoort het
ook’, vond Rinus Hardleers.
‘Maar zo is de
realiteit dus niet. Het liefst zouden mijn man en ik met onze kinderen naar een
andere basisschool gaan. Los van het feit dat gras uiteraard altijd groener is
aan de andere kant van de heuvels, moet Sabine sowieso in groep 8 de citotoets
doen. Of ze nou op een andere basisschool overstapt of niet. In een nieuwe
sociale omgeving zou ze echter ook nog eens onder extra druk moeten presteren.
Op een onbekende school heeft ze immers niet haar vertrouwde klasgenootjes,
vriendjes en vriendinnetjes om haar heen. Sabine zou op de valreep de dupe
kunnen worden van een onverwachte verandering, waar zij niet om gevraagd heeft
en die ook niet onoverkomelijk is. Alweer. Onze dochter is namelijk op Het
Kleurenpalet begonnen. Een zwarte school die eveneens is aangesloten bij uw
onderwijsstichting. Katholiek van origine. Op 4 jarige leeftijd leerde onze
dochter al net zo fanatiek het suikerfeest op school vieren als sinterklaas.
Dat was leerzaam. Minder blik verruimend was het stapje terug dat standaard van
mijn zogenaamd bevoorrechte kinderen gevraagd werd. Niet met zoveel woorden.
Positieve discriminatie noemde men dat toen nog in de volksmond. Tegenwoordig
praten we liever over integratie en een multiculturele samenleving. Hoe dan ook
vond ik het toch wat veel van één kant komen op Het Kleurenpalet. De Wielewaal
was 2de keus. Ik vond het een kakschool. Pretentieus. Dat vind ik nog steeds.
Ik weet gewoon niet waar ik blijven moet!’
‘Ik raad u aan om
te blijven zitten waar u zit, want na de zomervakantie zal de directie van De
Wielewaal bemand worden door 2 crisismanagers die hun sporen in het verleden al
ruimschoots verdiend hebben op andere basisscholen. U zult inmiddels namelijk wel
begrepen hebben het één en ander op De Wielewaal momenteel nogal stroef
verloopt. U bent niet de enige met moeilijkheden. Laat dit een schrale troost
voor u zijn. Verder raad ik u aan om uw intuïtie te blijven volgen en vooral
direct telefonisch contact met mij op te nemen, mocht u zich in de toekomst
opnieuw in een hoek gedreven voelen op De Wielewaal. U hebt mijn
telefoonnummer! Ik beloof u dat wij in het komende schooljaar alles op alles
zullen zetten om uw dochter na de citotoets een middelbare school advies te
geven dat aansluit bij haar leercapaciteiten. Daar staan wij voor en dat is
niet alleen onze verantwoordelijkheid, maar
tevens onze
plicht. Mag ik u een prettige vakantie wensen en u aanraden om u niet meer door
mevrouw Bakbruin te laten misleiden. Vanaf 1 augustus is zij officieel
directrice van De Wielewaal af.’
Tea betreurde de
slok ijskoude koffie die ze uit een
vergeten mok van de salontafel op de afgesloten
telefoonverbinding met Rinus Hardleers had laten volgen. Haar
kaakspieren krompen ineen van de zoetzure nasmaak. Ze zou beter wat sterkers
nemen voor de goede afloop. Irish Coffee. Of toch maar espresso, omdat ze nog
de nodige Huiswerksterkklantjes moest helpen vandaag en de ervaring leerde dat
begeleiden niet werkt met alcohol in de bloedbaan. Ook zonder sterke drank liep
Thea op wolkjes en moest ze haar geluksgevoel geweld aandoen om weer met de
beide voeten op de grond te kunnen staan. Wel een zegen dat niemand deelgenoot
was van haar onnozele blijdschap die uitsluitend gebaseerd leek op de redelijke
respons van 2 vriendelijke mensen uit het onderwijsveld. Dat was niet triest
meer, maar gewoonweg pathetisch. Die gemoedstoestand kon Thea maar beter voor
zichzelf houden. In wezen was ze namelijk geen stap verder gekomen. Ondanks de
sympathieke woorden en mooie beloftes van Rinus Hardleers, had Sabine nog steeds
een veel te laag pré-advies. Ergo de score van haar entreetoets was en bleef,
naast onveranderd laag, tevens de enige troef die juffrouw Siepie de saimiri
tot in uitentreuren zou uitspelen om haar gelijk te halen, hebben en houden. De
enige die nog voor Thea in de bres zou kunnen springen was Jeewee, omdat hij
Sabine had leren kennen in de combiklas. Juffrouw Dorien uit de beginjaren van
Sabine op De Wielewaal telde namelijk pas weer mee als volwaardig onderwijzeres
uit de onderbouw nadat zij was teruggekeerd van haar zwangerschapsverlof.
Zolang had zij zichzelf op non actief gesteld en afgeschermd van de
buitenwereld. Maar zelfs zonder juffrouw Dorien kon Jeewee moeilijk om Sabine
heen. Zo had het werkstuk over poezen hem destijds immers met zijn neus op de
feiten van de inventiviteit van Sabine gedrukt. Alhoewel hij aanvankelijk
openlijk de authenticiteit van een 8jarig kind in twijfel had durven trekken.
Zijn reserves jegens de eigenheid van Sabine werden versterkt door de wens van
de betreffende wijsneus om de combiklas in te ruilen voor de complete groep 6.
Na weerwoord van Bart en Thea had hij zijn achterdocht – min of meer – voor
zich gehouden. Althans in de geringe mate waarin gedeformeerd onderwijzend
personeel in staat kan worden geacht om inschattingsfouten aan zichzelf en de
buitenwacht toe te geven. Trouwens Thea kon zich gewoonweg niet voorstellen dat
een ervaren onderwijzer als Jeewee diep in zijn hart niet aanvoelde wat Sabine
in haar mars had. Hij had nog een weekend lang de tijd om op haar hulproep via
de mail te reageren. Maar hoe langer zijn redding uitbleef, hoe meer Thea begon
te twijfelen aan de oprechtheid van Jeewee. Wat weerhield hem van een kant en
klare standaardrespons uit het schoolboekje? Zo’n pas klaar antwoord dat alle
leerkrachten in de bovenste lade van hun lessenaar in bewaring hielden? De
hapklare brok voor het geval zij op hun verantwoordelijkheden als docent zouden
worden aangesproken? Een steunbetuiging aan Thea hield toch niet automatisch
het verraad aan anderen in? Aan collega’s en opperouders? Jeewee kon toch aan
Thea beloven dat hij samen met Sabine in groep 8 van het nieuwe schooljaar
alles op alles zou zetten voor het hoogst haalbare? Het was toch naar eigen
zeggen van docenten hun plicht om leerlingen te begeleiden in een leerproces
waarin ze zichzelf konden overtreffen. Om maar even in het vakjargon te
blijven. Wie zou hij met zo’n uitspraak tegen het hoofd stoten? Willy Bakbruin?
Juffrouw Siepie? Hij zou gewoon zijn werk doen, nota bene. En Thea zou hij geruststellen
en het gevoel geven dat ze er niet wederom moederziel alleen voorstond. Maar
Jeewee verkoos te zwijgen in alle talen. Voor, tijdens en na het eerste weekend
na het lachwekkende pré-advies. Zelfs Bart stond ervan te kijken en verzuchtte:
‘Lafheid is de
moeder der wreedheid.’
‘Heb ik eindelijk
een gegronde reden om hem af te wijzen!’, vond Thea monter.
Jeewee had wat
haar betreft voorgoed afgedaan. Sabine daarentegen zette vol vertrouwen al haar
kaarten voor groep 8 in op haar lievelingsmeester Jeewee. Deze gammele houvast
verkozen Bart en Thea hun onterecht gedegradeerde dochter niet ook nog te
ontnemen. Dat zou pas echt meedogenloos zijn. Rinus Hardleers, de directeur van
de onderwijsstichting, was immers maar een belletje van Thea verwijderd. Een
zalvende garantie, maar desondanks was Thea in haar leven iets te vaak aan haar
lot overgelaten om zich nu niet te realiseren dat een goede afloop van de
kwestie middelbare schooladvies voor Sabine weleens grotendeels van de
handelsbekwaamheid van moeder de vrouw zou kunnen gaan afhangen. Nou ja, en
voor de helft van Bart natuurlijk. Maar zijn eeuwige vangnet was een gegeven en
bij hem kwam op het eind sowieso vanzelf alles goed en als dat niet zo was dan
was het nog niet het eind. Zoiets. Thea was wat minder onbezorgd en wilde het
noodlot graag een handje helpen. Als het begeleiden van huiswerk nou niet haar
vak was en Siepie de schooltrol niet zo’n opgeblazen leeghoofd, dan zou ze de
vorderingen van Sabine in groep 8 misschien nog wel gewoon op z’n beloop hebben
gelaten, maar als een mens niet weet naar welke ankerplaats koers wordt gezet
dan lijkt geen enkele haven gunstig.
Met ingang van de
dag na het foutieve pré-advies ging er dan ook een strikt oefenschema voor
Sabine van start. Bart begon meteen met het downloaden van online citotoets
vragen en antwoorden uit voorafgaande schooljaren. Thea beloofde haar dochter
met haar hand op het hart dat de oefeningen weliswaar de hele zomervakantie
door, dagelijks gedaan moesten worden, maar dat ze nooit langer dan een uur per
dag zouden bestrijken. Bart zou het sommengedeelte voor zijn rekening nemen.
Thea superviseerde de rest.
Vreemd genoeg
leek Sabine zich wel te kunnen vinden in het stappenplan van haar ouders. Toen
Thea haar dochter op de ochtend na het stompzinnige pré-advies van Siepie de
schooltrol kwam wekken, waren de eerste slaapdronken woorden die Sabine
uitbracht:
‘Juffrouw Siepie
heeft zich vergist!’
‘Dat is jouw
onderbewustzijn aan het woord’, antwoordde Thea goedkeurend.
‘Wat bedoel je?’,
vroeg Sabine, terwijl ze door haar ogen wreef.
‘Dat je heel goed
weet wat je waard bent! Nou moet je alleen nog leren om je geen bal aan te
trekken van mensen die niet het beste met jou voor hebben. Maar neem de tijd,
want ik ben ook nog zoekende naar de juiste verdediging.’
Sabine was er
klaar voor. Timide maar desondanks strijdlustig en bereid tot een zomer lang
blokken. En dan te bedenken dat zowel Sabine als Walter thuis nog nooit zonder
protest extra schoolopdrachten hadden gemaakt. Ze raakten alle twee al in
mineur van het thuiswerk dat een enkel verplicht werkstukje, of de
noodzakelijke voorbereiding voor de jaarlijkse
spreekbeurt teweeg bracht. Denkbaar had Thea deze tegenzin in de
onderbouw van de basisschool gevoed met de zwakke pogingen die ze toen ondernam
om haar kinderen spelenderwijs aan de thuiseducatie te krijgen. Op De Wielewaal
werd bijvoorbeeld in groep 3 de mogelijkheid tot een – duur – abonnement op het
tweewekelijkse kindertijdschrift de Okki
geopperd. Thea kende het blad nog uit haar jeugd. Ze herinnerde zich; de
leerzame woordspelletjes in de vorm van draaischijven, open plekken in
zinnetjes; het cijfertekenen; de leuke kleurprentjes; de bingo en lotto en de
leesbare verhaaltjes. Thea ging er blindelings vanuit dat het kinderblad in de
loop van de jaren met z’n tijd was meegegaan. Dat viel tegen. Maar papier is
geduldig, over cijfers valt niet te twisten en woordvermaak is ook maar een
spelletje. Vroeger had je verder nog het kinderuurtje op de zaterdagtelevisie
of een verdwaald kwartiertje hoorspelen voor de allerkleinsten op de radio en
dan had je het kant en klare vertier wel zo’n beetje gehad voor de hele week.
Als Thea op haar 7de vrijelijk toegang tot het internet had gehad, dan zou ze
het ook wel geweten hebben. Zo geconcentreerd als de 7 jarige Sabine haar
online dierenhotel kon runnen of animatiefilmpjes in elkaar wist te flansen, zo
ongeïnteresseerd bladerde ze onder supervisie van Thea in de Okki. Geen
woordspeling boeide haar, geen verhaaltje kon haar bekoren en de sommetjes had
ze in de klas bij juffrouw Dorien allemaal al behandeld. Hoe hoger de ongelezen
Okkies zich opstapelden, hoe onwilliger Sabine zich aan de keukentafel liet
dwingen voor een leermomentje met haar opdringerige moeder. Na pak weg 99
onaangeroerde Okki’s zei Thea haar jaarabonnement op. Teleurgesteld en tegen
beter weten in, hoopte ze nog op de interesse van Walter die het volgend
schooljaar in groep 3 zou zitten. Toen het zover was gunde hij de hoge stapel
Okkies niet eens een blik waardig. Alleen een wonder zou Walter ooit tot het
spelen van ook maar één simpel spelletje uit de Okki hebben kunnen aanzetten.
Zijn nee was nog groter dan het stille protest van zijn zus. Sabine ging gewoon
uit het keukenraam zitten kijken als Thea de spelregeltjes van een opdrachtje
uit de Okki aan haar dochter voorlas. Als Thea haar vervolgens bij de les riep,
dan bleef ze heel gedwee en onverrichter zake zitten zwijgen. Walter
daarentegen begon meteen te stuiteren als Thea
maar naar een Okki durfde te wijzen met haar zoon in de buurt. Walter
deed niet aan thuistraining. Zelfs zijn tafeldiploma sleepte hij nooit binnen.
Niet uit onvermogen, maar omdat hij te beroerd was om te oefenen. Alles wat
buiten school naar repeteren rook dat verfoeide hij. Hij trapte zelfs niet in
het zogenaamde spelenderwijs automatiseren op aanraden van het docententeam van
de onderbouw van De Wielewaal. Dat hield voor ouders zoveel in als zo vaak
mogelijk tafeltjes oefenen met je kind tijdens zo veel mogelijk dagdelen.
Bijvoorbeeld tijdens het douchen, onderweg naar school, of tussen de soep en de
aardappelen door. Net zo lang totdat jouw kind de 10 tafels kon dromen.
‘Hoeveel is 8
keer 8?’, vroeg Bart dan terloops –
precies zoals het hoort - tijdens het nagerecht.
Lang nadat Walter
eerst nog zijn mond vol met dubbelvla had weggewerkt, antwoordde hij:
’64.’
‘Dat moet je niet
uitrekenen maar uit je hoofd leren’, steunde Bart getergd.
‘Is het goed of
niet?’
‘Ja, het antwoord
klopt.’
‘Nou dan!’
‘Ja, maar je moet
er niet over nadenken Walter. Als je later wiskunde gaat doen, dan heb je geen
tijd om alle keersommen eerst uit te rekenen. Die moet je zo: 1,2,3 op kunnen
zeggen. Anders verlies je teveel tijd en kun je de wiskundige formules van bijvoorbeeld
een proefwerk nooit binnen het daarvoor bestemde tijdsbestek uitgerekend
krijgen, terwijl je waarschijnlijk wel een keigoed inzicht in wiskunde hebt.’
‘Ok’, beloofde
Walter.
Het vervolg liet
zich na een korte denkpauze van Walter voorspellen.
‘Hoezo heb ik
eigenlijk waarschijnlijk een keigoed inzicht in wiskunde?’
‘Erfelijk’,
pochte Bart.
Thea haastte zich
om de boel te relativeren:
‘Maar dat
betekent niet dat Walter niet hoeft te oefenen. Talent moet je voeden’.
‘Ik zal wel een
tafeloefenapp op zijn laptop zetten’, stelde Bart zijn vrouw gerust en tegen
Walter vervolgde hij:
‘Met een timer.
Maar dan moet je wel elke dag oefenen. 10 minuutjes per dag maar.’
‘Goed’, loog
Walter.
Uiteindelijk kon
hij de tafels moeiteloos opdreunen zonder ooit van de beproefde tafeltrainers
gebruikt te hebben gemaakt. Hij was inmiddels al 10 jaar en te oud om nog een
tafeldiploma te halen.
‘Zie je wel’,
wist Bart niet onder de indruk.
Uit zelfbehoud
kwam hij nooit vantevoren in opstand tegen de ambities van Thea en liep hij een
stukje mee op. Maar zijn aversie tegen de praktische uitvoering van de
oefendrift van Thea had Walter van geen vreemde. Bart zag eenvoudigweg geen
heil in huiswerk voor basisschoolgangers. Thea was het niet helemaal met hem
oneens en vond ook wel dat kinderen na school het beste leerden door te spelen,
maar ze was in die tijd niet volledig opgewassen tegen de druk van de eerzucht
van Beau en Pim. Zij speelden in die periode nog een rol op de achtergrond van
het dagelijkse leven. De exen Beau en Pim hadden, los van elkaar, de vervelende
hebbelijkheid om de hoog gespannen verwachtingen voor hun kinderen; Jasmijn en
Melvin, voornamelijk af te meten aan de grootte van het schoolsucces van het tweetal en daarmee aan
de intensiteit van de huiswerkbegeleiding van Thea. Jasmijn was inmiddels mede
dankzij de krachtsinspanningen van Thea op het stedelijk gymnasium beland, maar
Melvin moest nog geholpen worden bij het hooghouden van zijn kustmatige
voorsprong op zijn klasgenootjes op de lagere school. Dat betekende voor
Melvin, net als voor zijn voorgangster Jasmijn, oefenen, oefenen, oefenen tegen
heug en meug en de klippen op.
Gedurende de
basisschooljaren van Jasmijn en Melvin liep het zogenaamde e-learning dan wel
nog in de kinderschoenen, maar dat stond de gebruiksfrequentie van de
educatieve websites door het tweetal niet in de weg. Van geen van beide ouders
mochten broer en zus langer dan 15 minuten per dag educatief internetten.
Recreatief internetten was sowieso uit den boze. Dus dankzij de online
citotrainer hadden Jasmijn en Melvin ieder op het eigen leeftijdsgebonden
niveau toch nog enigszins plezier van hun gezamenlijke personal thuiscomputer.
En wat kan een groentje op het internet
in de gauwigheid van een kwartier op 24 uur nou meer verzinnen dan toetsen
maken? Bij Bart en Thea in huis daarentegen mochten Jasmijn en Melvin zich in
hun Huiswerksterkjaren van het begin af aan onbelemmerd, zonder tijdslimiet,
bekwamen in het gebruik van de IPads die Bart via zijn werk voordelig op de kop
had weten te tikken. Ze konden de vrijheid niet aan. In de bijkeuken van Bart
en Thea scrolde eerst Jasmijn alleen - en later ook Melvin - precies een
kwartiertje op het internet wat in het wilde weg heen en weer op de IPad, om
daarna weer braaf aan het basisschoolwerk te slaan. Voorgeprogrammeerd als
robots. Thea kon het tweetal moeilijk dwingen om spontaan te experimenteren op
de sociale media, youtube of met een game. Dergelijk wangedrag zou broer en zus
alleen maar duur komen te staan. Niet consequent oefenen zou immers weleens in
een lagere score in de klas kunnen resulteren en dan zou de sfeer thuis bij
papa Pim en zijn nieuwe vriendin Femke, of anders in de buurt van mama Beau,
met haar niet leeftijd gebonden uitspattingen, helemaal niet meer te harden
zijn. Jasmijn en Melvin hadden dus gewoon geen keuze. Ze moesten zich wel
bekwamen in het scoren met citotoetsen. Iedere keer opnieuw stond Thea weer
versteld van hun vaardigheid in het maken van online kindertestjes; van het
inzicht in de vraagstelling. Thuis als Jasmijn en Melvin waren in de citostof
en gedreven in het correct beantwoorden van meerkeuzevragen.
Naarmate ze meer
ervaring kreeg in het werken met kinderen en tieners, vroeg Thea zich allengs af
of ze Jasmijn en Melvin aan hetzelfde rigide oefenregime zou hebben onderworpen
als het tweetal van haar eigen vlees en bloed zou zijn geweest. Na het foutieve
pré-advies en de maandenlange, intensieve citotraining van Sabine, wist Thea
zeker van niet. Ze zou Jasmijn, Melvin en met hen vele andere
Huiswerksterkklanten voor voller hebben aangezien. Jammer genoeg stonden in de
realiteit allerlei alwetende ouders aan de zijlijn het vrijzinnige onderwijs in
de weg. Ze hielden streng toezicht op de begeleiding van Thea. Ze was dus niet
bij machte om haar leerlingen openlijk en ongemoeid te steunen in hun
verwarring; het alom bekende ongenoegen met schoolwerk dat vaak geboren was uit
verkeerde vraagstelling in toetsen of uit een kromme uitleg door leerkrachten
op school. Het liefst had Thea al haar Huiswerksterkstudenten ronduit
geadviseerd om boven de ontreddering over het verpestte proefwerk, of de
onduidelijke toelichting van de alwetende docent, uit te stijgen vanuit de
overtuiging dat ieder mens meer is dan een proeve van bekwaamheid. Nu leek het
geloof van Thea op het vrijblijvende gewauwel van een softie. Alsof wat wollig
taalgebruik afbreuk deed aan het gegeven dat een examen, ook de citotoets, een
momentopname is. Zulke onorthodoxe uitspraken vallen echter onder een taboe;
dus een gegeven waarvan iedereen op de
hoogte is, maar niemand wil weten. Zeker niet uit de mond van een ordinaire
huiswerkbegeleidster die zich maar te schikken heeft naar de ambities van de ouderlijke
macht. Of dacht Thea soms een beetje te kunnen flierefluiten en op die toer
ontvankelijke adolescenten met haar onverantwoordelijke standpunt een vrijbrief
te geven om per direct te stoppen ingewikkeld doen en van buiten leren?
Vermoedelijk hadden de handhavers van de strikte leer nog gelijk ook. Alleen
kunstmatige intelligentie – variërend van hoogbegaafd tot oliedom – kan voldoen aan het onvolprezen
onderwijsstramien.
Maar in het geval
van Sabine en Walter stond Thea niet onder het verstikkende toezicht van
bemoeizieke ouders. Wat haar eigen kinderen betrof was Thea zowel mama als
huiswerkbegeleidster in één. En ieder nadeel heeft zijn voordeel. Vreemde ogen
dwingen en het cito trainen met Sabine verliep voor Thea zeker niet zo
rimpelloos als het merendeel van haar
sessies met de niet aanverwante Huiswerksterk clientèle. Daar stond dan wel
tegenover dat Thea haar dochter niets wijs hoefde te maken ter bescherming van
de broodwinning. Met hoogbegaafdheid heeft een hoge citoscore weinig tot niets
te maken. Wel met beheersing van de citotoets vraagtechniek. Dat vroeg om
repetitie. Zomervakantie of niet.
‘Je moet maar zo
denken kind; je hebt 10 zomers lang kunnen oefenen in lanterfanten en daar ben
je ook steeds beter in geworden’.
De goede bedoelde
humor van Bart mistte doel. Sabine keek haar vader ontgoocheld aan.
‘Oefening baart
kunst’, vertaalde Thea, om vervolgens nog onnodig een snufje zelfbeklag aan
haar uitleg toe te voegen.
‘En mij kost het
ook mijn welverdiende rust.’
In eerste
instantie dreigde de citotraining met
Sabine thuis dan ook op een ondoenlijke taak uit te draaien. Voor Thea was het
al weer zo’n 6 jaar geleden dat ze Melvin uiteindelijk - net als zijn zus
Jasmijn eerder al - met veel oefenen naar een hoge score voor de eindcito had
weten te dwingen. Op dat memorabele moment had ze de leerstof voor de
basisschool, samen met de huiswerk begeleiding van Melvin, ook meteen achter
zich gelaten. Melvin ging naar het stedelijk gymnasium en daarmee had Thea
zichzelf overbodig gemaakt bij zijn gescheiden ouders; Pim en Beau. Echter niet
bij Melvin zelf, zoals later was gebleken, maar de wil van de ouders is nou een
maal wet. Dit hield overigens niet automatisch in dat Thea zich van de kaart
liet vegen door het slordige oordeel van een voormalig, labiel stel dat
zichzelf had opgetrokken aan de wankele status van anderen. Wie zichzelf niet
kietelt die lacht nooit. Na het vertrek van Melvin bij Huiswerksterk, schrapte
Thea dan ook alle overige bestaande huiswerk afspraken met kinderen onder de 12
jaar en nam ze zich voor om nog slechts met middelbare scholieren te werken. En
heus niet alleen omdat een dergelijke aanpak lucratiever was, maar ook omdat
huiswerk begeleiden aan een tienerdoelgroep wat Thea betrof, toen al een veel
grotere uitdaging vormde dan het ondersteunen van basisschoolkinderen. De
verschillende niveaus en de uiteenlopende keuzevakpakketten van middelbare
scholieren maakten hun huiswerkhulpbehoeftes minder voorspelbaar dan die door
ouders gedicteerde, voor de hand liggende, stampplicht voor kinderen in de
leeftijd van 4 tot 12 jaar. Drillen voor de alles bepalende citotoets; die
heilige landelijke graadmeter die iedere jaargang - van groep 1 tot en met
groep 8 - van de basisschool, weer de
dienst uitmaakt in plaats van de betreffende meester of juffrouw. Terwijl in de
basisschoolperiode, en daarmee door de ondersteuning van een dienstdoende
onderwijzer of onderwijzeres, toch de fundering wordt gelegd voor een gezonde leerontwikkeling
voor de rest van ieder mensenleven. Dat bloeiseizoen uit de kindertijd is
éénmalig. Het is nu of nooit. Jammer dan dat het gewicht dat aan de uitslag van
de citotoets gehecht wordt zoveel roet in het eten gooit.
Want een
citotoets op zichzelf is uiteraard een noodzakelijk kwaad. Docenten, ouders en
kinderen moeten wel weten waar ze ongeveer staan ten opzichte van de rest van
de wereld. Immers, het gemiddelde genereert. Waarom perfectionistisch zijn als
minimalisme beter uitpakt? Dat was dan ook het principe van het geheim achter
de citotrainer dat Thea haar dochter zo snel mogelijk aan het verstand dacht te
kunnen brengen. Maar in de eerste dagen van de oefenperiode panikeerde Sabine
alleen maar. Van de zenuwen las ze de vragen van de online citotrainer niet
goed, overtuigd als ze was van haar eigen oneindige onwetendheid. Ze vond
zichzelf oerdom tot aan hyperventilatie aan toe. Om maar te zwijgen van de
beginnerstranen die zo overtuigend vloeiden dat Thea aanvankelijk bijna besmet
raakte en eveneens aan het twijfelen sloeg. Misschien was de hele missie wel
onbegonnen werk? Wat nou als dat Sabine echt niet capabel was om een citotoets
met een gemiddelde score – dus met resultaten die volstaan om tot het niveau vmbotheorie
te reiken – af te ronden? Hoe had het
kind zich dan op eigen houtje weten te ontwikkelen tot het pientere persoontje
dat ze toentertijd – met bijna 11 jaar – al was? In tegenstelling tot het
merendeel van haar klasgenootjes had ze nooit thuis verplicht schoolwerk
geoefend. Wie weet was Sabine wel artificieel geniaal geweest als ze zich, net
als de plusgroep kinderen, vanaf haar 3de jaar elke dag een uurtje of 2 extra
op huiswerk had toegelegd? Noodgedwongen inclusief meegroeigruwel. Of misschien
niet. Stel dat de aanname van juffrouw Siepie de saimiri ondanks intensieve
jarenlange, dagelijkse citotraining overeind zou zijn blijven staan; dus dat
Sabine op mentaal gebied niet veel hoger kon worden ingeschat dan het niveau
poetsvrouw; hoe had het kind dan binnen een normaal tijdsbestek en zonder
begeleiding thuis zo makkelijk leren lezen, schrijven en rekenen? Waarom liep
Sabine in het dagelijkse leven dan niet in 7 sloten tegelijk als ze weleens
door haar goed bedoelende maar chaotische ouders per ongeluk aan haar lot werd
over gelaten? Niemand had Sabine geholpen met haar naïeve, maar daarom niet
minder kunstige online animaties. Voor haar creatieve periode had de peuter
Sabine al zonder noemenswaardige problemen tijdig leren lopen, praten en eten
met mes en vork. Op haar vierde kon ze allang fietsen zonder zijwieltjes; op
haar zevende alleen een busregeling volgen; op haar achtste zelfstandig een
landkaart lezen; op haar negende indien nodig een woordenboek gebruiken; en op
haar tiende foutloos boodschappen afrekenen en effectief de hond uitlaten.
Niets van wat er in haar directe omgeving gebeurde ontging haar. Ze was alert
en aanspreekbaar. Anders gezegd: Sabine vertoonde al op jonge leeftijd de
nodige tekenen van een gedegen leervermogen dat niet door de docenten van De
Wielewaal werd onderkend. Laat staan gestimuleerd of gewaardeerd. Allemaal nog
tot daar aan toe en tot voor kort zonder kleerscheuren. Tot aan de schending
van het zelfvertrouwen van Sabine en niet verder.
Bart en Thea
hadden net op tijd ingegrepen. Na anderhalve week begon hun interventie de
eerste vruchten af te werpen en bleek de zelfverzekerdheid van Sabine niet
onherstelbaar beschadigd. Was juffrouw Siepie de saimiri met haar vage lessen
en foute pré-advies zonder het te weten toch een kopzorg bespaard gebleven. Zou
Sabine namelijk wel een trauma aan de verschijning en aanpak van Siepie de
schooltrol hebben overgehouden, dan had juffrouw de saimiri van De Wielewaal
automatisch een vijand voor het leven met de naam Thea geworven. Maar naarmate
de scores van Sabine stegen, zwakte ook de tranenstroom af. Na 14 dagen hield
Sabine het verder droog en zat ze al in de startblokken klaar achter haar
laptop voordat Thea haar dochter had hoeven te porren zoals voorheen. Steeds
nonchalanter, vaak kluivend aan het klokhuis van een appel, stortte ze zich op
de citotrainer voor woordenschat, ontleden, tekst verklaren, algemene
ontwikkeling en rekenen. Allemaal online meerkeuzevragen met uitleg bij goede
en foute antwoorden. Geen persoonlijke begeleiding meer nodig zou een
generalist denken, maar Sabine had toch liever dat haar moeder naast haar zat.
Zo was Thea er direct getuige van dat de kleine Sabine langzaam maar zeker een
patroon in de citotrainer begon te ontdekken. De crisis oefenaanpak als
antwoord op de slechte resultaten van de entreetoets was aangeslagen. Hoezee!
Sabine was dus wel degelijk in staat om te snappen wat Thea bedoelde met
inzicht in de vraagtechniek. De doorbraak voltooide zich als vanzelf tijdens het
beantwoorden van legio slecht gestelde vragen waarvan het wemelde bij de
citotrainer. Vraag nummer 19 uit de categorie woordenschat luidde bijvoorbeeld:
Welk woord hoort
niet in het rijtje thuis:
peer – appel –
banaan – kers
a. Peer
b. Appel
c. Banaan
d. Kers
‘Ik weet dat het
antwoord banaan moet zijn, maar eigenlijk is appel de juiste keuze’, peinsde
Sabine hardop.
‘Leg uit’,
dicteerde Thea gespannen.
Ze hield haar
adem in.
‘Het goede
antwoord is banaan omdat dat de enige vrucht uit het rijtje is zonder pit, maar
je kunt ook voor een appel kiezen omdat dat het enige stuk fruit uit de
opsomming is dat met een klinker begint.’
‘Je kunt ook nog
voor een kers kiezen’, vond Thea bedachtzaam.
‘Leg uit’,
verordende Sabine in navolging van haar moeder.
‘Een kers wordt
als enige niet bruin als je hem even aangesneden ergens laat liggen.’
‘Ja, en een kers
is de enige vrucht met een steenpit waarmee je kussenslopen kunt vullen’, vulde
Sabine enthousiast aan.
Volgens de
computerstem was antwoord c, dus de banaan, correct. De reden waarom verscheen
in het beeldscherm nadat Sabine het juiste antwoord had aangeklikt. Een banaan
was volgens het computerbrein de enige vrucht uit het rijtje waarvan de schil
voor consumptie verwijderd moest worden.
‘Maar je zou ook
nog kunnen bedenken dat de kers niet in het rijtje thuishoort omdat voor alle
andere vruchten uit het rijtje voorgevormde bewaarboksen bestaan. Je kunt
fruitbakjes in de vorm van een banaan, appel of peer kopen, maar niet van een
kers’, fantaseerde Sabine er vrolijk verder op los.
‘Nog niet’,
lachte Thea.
‘Trouwens een
banaan, een peer en een appel kun je makkelijk schillen, maar een kers niet.’
‘Wat kun je nou
uit alle verschillende antwoorden die we verzonnen hebben opmaken?’, wilde de
didacticus in Thea onderhand weleens van de leerlinge weten.
‘Dat het een
slechte vraag is?’, probeerde het kind op onderzoekende vraagtoon.
‘Waarom?’, vroeg
Thea naar de bekende weg.
‘Omdat meerdere
antwoorden goed zijn?’
‘Heel goed, omdat
meerdere antwoorden goed kunnen zijn. Goed zo meid!’
Sabine glom en
zocht om zich heen naar hulde van een onzichtbaar publiek. Maar wat Thea
betreft had Sabine de finish nog niet bereikt:
‘Deze vraag is
een duidelijk voorbeeld van heel veel meer keuze vragen van de citotoets. Vaak
zijn meerdere antwoorden mogelijk. In het begin zei je al dat je wel aanvoelde
dat het goede antwoord banaan moest zijn. Waarom was dat denk je?’
Sabine nam de
tijd alvorens te antwoorden. Ze hield Yolo, die met zijn lap vlees uit zijn
bek, hijgend onder de keukentafel lag af te koelen van een middagwandeling in
de felle zomerzon, haar klokhuis voor. Dat was gegarandeerd hap, slik, weg.
Vervolgens verdween Sabine eveneens onder de keukentafel omdat haar teenslipper
van haar voet gedwarreld was. Zuchtend
zocht Thea al naar een manier om haar vraag te herformuleren, maar op het
nippertje kwam Sabine toch met een verklaring op de proppen.
‘Je weet gewoon
wat de citotrainers het beste antwoord vinden. Je leert ze kennen. Ze stellen
steeds dezelfde soort vragen. En dan denk je; het moet banaan zijn, maar kers
kan ook. Alleen dat snappen die citotrainers niet, of dat willen ze niet weten.
Dat meerdere antwoorden goed kunnen zijn. Je moet dus eigenlijk in hun hoofd
gaan zitten en dan bedenken wat de meeste kinderen bij zo’n vraag in zouden
vullen. Nou, banaan dus in dit geval.’
De uitleg van
Sabine had Thea de adem benomen en geëmotioneerd riep ze uit:
‘Kijk Sabine en
zo’n antwoord als je nu geeft; dat is nou een teken van intelligentie, of zo
jij wilt, hoogbegaafdheid. Snap je?’
‘Ik denk het wel,
maar het houdt zo op bij het verbeteren van mijn tempo en score’, pruilde
Sabine.
Zonder haar
tranen te kunnen bedwingen drukte Thea haar dochter zijdelings tegen zich aan
en snotterde ontroerd:
‘Er blijven nog
genoeg meerkeuzevragen over waarbij wel, in meer of mindere mate, op een
correcte wijze kennis en inzicht getest wordt en daarbij scoor jij ook al ver
boven het landelijk gemiddelde, dus ik zou me maar niet druk maken als ik jou
was.‘
‘Ik maak me ook
niet druk’, beweerde Sabine stoer, terwijl ze zich uit de greep van haar moeder
los wurmde en zich weer op de citotrainer concentreerde.
Een dag of 2
verder maakte Sabine haar moeder al uit zichzelf opmerkzaam op een volgende
twijfelachtige meerkeuze vraag bij het citotrainen. Opnieuw was de
probleemstelling een opsomming.
auto – bus –
vrachtauto – vliegtuig
De vraag was:
Welk voertuig hoort niet in het rijtje thuis:
A. Auto
B. Bus
C. Vrachtauto
D. Vliegtuig
De computerstem
beweerde dat antwoord D, dus het vliegtuig, de juiste keuze was. Een vliegtuig
beweegt zich immers voort in de lucht en de overige voertuigen verplaatsen zich
van a naar b op de aardbodem.
‘Ik dacht eerst
ook een vliegtuig, maar daarna een auto’, zei Sabine.
‘Waarom?’, vroeg
Thea verbaasd, omdat haar fantasie haar even in de steek liet.
‘De auto is het
enige voertuig dat in een parkeergarage past’, antwoordde Sabine onzeker.
‘Klopt’, moest
Thea tot haar opluchting bekennen.
Op weg naar zijn
gamecomputer in de huiskamer droeg Walter vanuit de gang ook zijn steentje bij
aan de oefensessie.
‘Of de vrachtauto
hoort er niet bij!’
‘Hoezo dat dan
weer niet?’
Sabine raakte
kribbig van zoveel keuzevrijheid.
‘Een vrachtwagen
is toch niet bedoeld om personen te vervoeren?
Maar een auto,
bus en een vliegtuig wel.’
‘Gggggrrrrr’,
wanhoopte Sabine met haar handen in het haar.
‘Wat heb ik nou
aan al dat citotrainen als ik steeds van die rare vragen krijg?’
‘Dat zijn
strikvragen’, wist Walter om het hoekje van de keukendeur.
‘Nee, over
strikvragen is over het algemeen nog wel nagedacht, dit zijn gewoon missers’,
antwoordde Thea tegen de schaduw van Walter in de kier van de deuropening.
‘Niet
binnenkomen’, waarschuwde Sabine die niet op extra complicaties zat te wachten.
Te laat.
‘Wat is dan een
strikvraag?’, wilde Walter wantrouwig weten, terwijl hij naast zijn moeder aan
de keukentafel plaatsnam.
Sabine begon
kattig te blazen.
‘Tief op’.
Gelukkig voor de
huisvrede hoefde Thea niet lang in haar citobestand te zoeken naar een
voorbeeld van een strikvraag. Ze schoof haar laptop naar het centrum van de
keukentafel, zodat beide kinderen mee konden kijken. De vraag was:
3+6=9 / 4+7=20 /
5+8=33
Wat is in het
bovenstaande rijtje dan de uitkomst van:
6+9= ?
a. 17
b. 15
c. 48
d. 3
‘B’, dachten
Sabine en Walter hardop in koor.
‘Ja, dat is dus
niet goed’, lachte Thea.
‘Hoezo niet? 6 en
9 is toch 15?’
Walter bekeek
zijn moeder alsof ze niet helemaal bij haar positieven was en Sabine kon hem,
in weerwil van haar zusterlijke gruwel, geen ongelijk geven. Thea liet zich
echter niet ontmoedigen. Ze was gehard door de werkdagelijkse portie gezonde
achterdocht van haar Huiswerksterk klantjes.
‘Dat zou je wel
denken en daarom is dit ook een strikvraag, waar een antwoord bij hoort dat net
een stapje verder gaat. Hier moet je de uitkomst van de som van 6 plus 9
optellen bij de uitkomst van de vorige som. Dus 15 plus 33 en dat is 48. Dus
antwoord C is correct in dit geval en niet B.’
Sabine had een
helder momentje:
‘Ow, ja, want in
de vraag staat ook: in het bovenstaande rijtje. Dus je moet de som niet apart
maken, maar in het rijtje zetten.’
‘Goed zo’, prees
Thea.
‘Huh?’, twijfelde
Walter.
‘Je moet naar het
rijtje kijken!’, herhaalde Sabine onnodig hard in het oor van haar broertje.
‘En deze vraag
dan?’, controleerde Thea voor de zekerheid, terwijl ze een nieuwe opdracht op t
beeldscherm klikte.
‘Is dat ook een
strikvraag?’
Walter was er
eigenlijk wel klaar mee. Toch las hij met Sabine mee. Er stond:
7 keer 7 = 49 / 8
keer 8= 113 / 9 keer 9 = 194
Wat is in het
bovenstaande rijtje de uitkomst van:
10 keer 10 = ?
a. 20
b. 1000
c. 100
d. 294
‘Antwoord D dus’.
Sabine was zeker
van haar zaak.
‘In dat rijtje
wel. Anders zou het 100 zijn. Wat een stomme vraag’, vond Walter.
‘Een strikvraag
dus. Maar wat jullie ook uit het oefenen met deze vragen op kunnen maken is dat
citotrainen wel degelijk nut heeft. Niet dat je er slimmer van wordt, maar hoe
meer citovragen je beantwoordt; hoe hoger de score. Oefening baart kunst. Op een
gegeven moment ga je allerlei soorten vragen herkennen. Ook strikvragen.
Opnieuw liet
Sabine bij wijze van verzet haar tanden zien:
‘Gggggrrrrr’.
Yolo de
huislabrador voelde zich aangesproken en wurmde zich kwispelend met zijn
borstkas op de bovenbenen van Sabine op
haar keukenstoel. Met wilde manoeuvres van haar hoofd probeerde Sabine de
rappe, vrolijk onthalende tong van Yolo te ontwijken. Ondertussen gaf Thea
advies:
‘Maar blijf bij
alle vragen gewoon op de eerste ingeving afgaan. Vooral niet te diep nadenken
dus!’
‘Maar bij rekenen
moet ik weer wel diep nadenken van papa’, protesteerde Sabine, waardoor Thea
weer gedwongen was om haar tip te herformuleren:
‘Ok, ok; je moet wel nadenken maar niet moeilijk
doen.’
‘Zoals laatst met
die vraag van rekenen, weet je nog Sabine?’
Walter wilde
oprecht alleen maar behulpzaam zijn, maar Sabine vond hem een bemoeial.
‘Ga jij lekker
compacten autist’, beet ze haar broertje toe.
Op De Wielewaal
mocht Walter sinds kort stappen overslaan tijdens de rekenles. Dat werd
compacten genoemd. Hij liet er zich totaal niet op voorstaan en Thea vond dat
haar dochter onnodig fel naar Walter uithaalde. Ze kon Sabine echter moeilijk
terecht wijzen zonder zich de woede van Bart op de hals te halen. Bart vond
namelijk dat Walter tegen een stootje moest kunnen. Daar werd hij hard van.
‘Volgend jaar mag
jij oefenen met de citotrainer’, placht Bart zijn bedillerige zoon sarcastisch
op het hart te drukken.
De verpakte
waarschuwing was succes verzekerd en dreef Walter tijdelijk tot zwijgen, maar
niet uit de buurt van zijn zusje die zich dagelijks aan de keukentafel
verdiepte in de citotrainer. Bovendien was Bart niet altijd van de partij en
Thea vond zelf dat Walter ook weleens iets uit zichzelf mocht bijdragen aan de
oefensessies zonder afgekapt te worden. Daar zou Sabine op haar beurt dan weer
hard van worden. Door schade en schande wijs geworden richtte Walter het woord
in eerste instantie maar tot z’n moeder om via haar toch te proberen om Sabine
bij het verhaal te betrekken;
‘Laatst toen
Sabine rekenen van de citotrainer met papa oefende was er ook zo’n vraag die
eigenlijk helemaal niets met inzicht in sommen te maken heeft. Weet jij de
vraag nog Sabine?’
Slim van Walter,
want Sabine was meteen afgeleid en herinnerde zich de vraag weer.
‘Oh, dat was met
die vogels. Er zitten 5 vogels op een hek. Een jager schiet er 1 dood. 3 vogels
vliegen weg. Hoeveel vogels zijn er nog?’
‘Ja, dat weet je
dus niet, want hoeveel vogels zijn er op aarde?’, completeerde Walter het
relaas van zijn zus.
‘4 zou ik
zeggen’, bedacht Thea.
‘Ja, of 1 op het
hek’, zei Sabine.
‘Of triljoenen
min die ene in de lucht’, vond Walter.
‘Ja’, beaamde
Sabine.
Vervolgens bleven
de 2 studiebolletjes van Thea een poosje geluidloos naast elkaar zitten te
prakkiseren aan de keukentafel. Walter nam als eerste het woord weer:
‘Je weet het
niet. Net als bij die vraag van die
verdiepingen waar papa zo boos over werd. Hoe ging die ook weer. Google eens
Sabine!’
‘Ik ben al
bezig’.
Binnen een paar
tellen was de bedoelde vraag gevonden. Triomfantelijk draaide Sabine het scherm
van haar laptop in het zicht van haar moeder. Thea keek naar een afbeelding van
de Rembrandttoren en las wat er naast de foto geschreven stond:
Het hoogste punt
in Amsterdam is de Rembrandttoren. Deze is 150 meter hoog inclusief de antenne
van 15 meter. Hoeveel verdiepingen heeft het gebouw?
A. 20 verdiepingen
B. 35 verdiepingen
C. 70 verdiepingen
D. 80 verdiepingen
‘Dan zou ik
zeggen 70 verdiepingen, Dus antwoord C’, gokte Thea, alhoewel ze een verdieping
van amper 2 meter hoogte wel aan de lage kant vond.
‘Fout!’, bulderde
Sabine en Walter tegelijkertijd.
‘Wat dan?’
Sabine hielp haar
moeder uit de waan.
‘Het moet B zijn
volgens de citotrainer. Dus 35 verdiepingen’,
‘Nou dat zijn wel
erg hoge plafonds; bijna 4 meter vanaf de vloer. Een kamerhoogte van 2 meter 80
is al uitzonderlijk.’
‘Papa zei precies
hetzelfde en hij zei ook dat de vraag niets met rekenkundig inzicht te maken
had’, meesmuilde Walter.
‘Nou dan ben ik
het bij hoge uitzondering volledig met jullie vader eens. En uitzonderingen
bevestigen de regel dat een ieder – met name bij de citotrainer - vooral op het
eigen gezonde verstand af moet gaan.’
HOOFDSTUK 41
Willy Bakbruin
wilde van Thea en Bart aan de vergadertafel weten of zij problemen hadden met
de aanwezigheid van meester Jan-Willem en juffrouw Siepie bij het gesprek. Ze
sprak vanuit de hoogte.
‘Waar zijn ze
dan?’, vroeg Bart om zich heen zoekend.
‘Ze komen zo. Het
is pas kwart over 3. De school is net uit!’
Willy Bakbruin
sloeg een verwijtend toontje aan. Dan moet je net bij Bart wezen.
‘Ja, jij maakt
een afspraak met ons om kwart over 3.’
Willy Bakbruin
negeerde Bart met klem en richtte zich met geheven kin tot Thea:
‘Jullie gaan dus
akkoord met hun aanwezigheid?’
‘Ik vind het
niets meer dan normaal dat ze bij het gesprek aanwezig zijn. Siepie vanwege het
foute pré-advies en Jeewee omdat ik hem een mailtje gestuurd heb met een
hulpvraag waarop hij doodleuk nog steeds niet gereageerd heeft. En dan te
bedenken dat hij in het volgende schooljaar de meester van Sabine wordt in
groep 8. Ik vind…’
Middenin de
woordenstroom van Thea stond Willy Bakbruin op van de vergadertafel en repte
zich, met het excuus dat ze zo weer terug was, de directiekamer uit. Alsof ze
wilde zeggen:
‘Het kan me geen
reet schelen wat jij vindt, trut.’
Verbouwereerd
slikte Thea de rest van haar monoloog in. Bart speelde met zijn mobiel. Maar
zijn allergische reactie op de arrogantie van Willy Bakbruin, in de vorm van de
gezwollen aders in zijn rood aangelopen nek, voorspelden niet veel zen voor het
aanstaande gesprek. Bart verstarde zelfs van ergernis toen Jeewee zich ongeveer
een kwartier later ongemakkelijk aan de vergadertafel waagde, alwaar hij zich
zonder te groeten quasi geconcentreerd in een stapel meegebrachte paperassen
verdiepte. Kort daarna dook ook Willy Bakbruin weer op. Nog steeds van top tot
teen in grimmigheid gehuld. Het wachten was nu op juffrouw Siepie.
‘Koffie?!’,
dreigde Willy Bakbruin.
Noch Bart noch
Thea voelden zich aangesproken. Gedecideerd trok Willy haar buik in en schoof
achterwaarts tegen de muur, voorbij de rugleuningen van Jeewee en Bart, naar het hoofd van de vergadertafel. Het kostte onnodig en opzienbarend veel
gehannes voordat ze eindelijk terug op haar troon zat met de regionale krant
opengeslagen voor haar neus. De spottende, onderzoekende blik van Thea, die aan
haar rechterzijde afwachtte, negeerde ze nadrukkelijk door net te doen alsof al
haar aandacht opgesoupeerd werd door het actuele, plaatselijke nieuws, totdat
Siepie eindelijk arriveerde. Zonder woorden, maar al op voorhand op haar
teentjes getrapt, nam Siepie tegenover Willy Bakbruin aan het andere hoofd van
de langwerpige vergadertafel plaats. De stoel aan de linkerhoek van Siepie
bleef onbezet. Aan de rechterkant zat Jeewee die vaderlijk haar onderarm kort
drukte. Als was zijn gebaar een vies insect, joeg Siepie in een reflex, met een
geërgerde terugtrekkende beweging van haar arm, de goed bedoelde hand van Jeewee
van zich af. Hij herstelde zich, slikte haast onmerkbaar en liet verder alleen
nog zien dat hij het karakter van juffrouw Siepie niet persoonlijk nam.
Waarschijnlijk omdat hij simpelweg geen andere keuze had. Hij was het gewend om
op zijn werk en in zijn privéleven door van die Siepietypes als oud vuil
behandeld te worden. Vandaar dat hij zijn hoop op normale vrouwen zoals Thea
gevestigd had natuurlijk. Vruchteloos, want als Thea ergens nog nooit trek in
heeft gehad, dan is het wel in een zwakke hap. Hoe dan ook kwam de
verontwaardiging die Siepie op die bewuste dinsdagmiddag in de directiekamer
extreem expliciet uitdroeg in haar gepikeerde manier van kijken, zitten en
zijn, de toch al korzelige sfeer niet ten goede. Ergo, de pedanterie van
juffrouw Siepie de saimiri maakte dat de opgekropte woedemassa van Thea
hernieuwd op begon te borrelen in een inwendige eruptie die de suggestie van
een overrijp kankergezwel opriep dat op kapsones en stupiditeit reageerde en
anticipeerde met een gevoelige, abrupte celdeling. Haar handpalmen jeukten. Wat
was ze Siepie de schooltrol graag naar de keel gevlogen. Ondertussen stak Bart
kalmpjes zijn mobiel weg. Omdat niemand in beweging kwam, nam hij het woord en
de leiding. Zijn zware stem ulderde meedogenloos door de directiekamer:
‘Wij gaan dus
niet akkoord met het pré-advies. Vmbo basis is veel en veel te laag voor
Sabine. De vraag is nu: Hoe lossen jullie dat op?’
Siepie slaakte
een gekwelde zucht doorspekt van zelfmedelijden en richtte haar blik naar het
plafond. Gevolglijk schraapte Bart met zijn voortanden over zijn onderlip, wat
bij hem nooit een jofel voorteken is.
‘Ja, dan kun je
wel met je ogen gaan zitten draaien!’, haalde hij dan ook genadeloos naar
Siepie uit.
Acuut kwam
directrice Willy Bakbruin voor haar personeel in het geweer. Zolang het nog
kon! Wel jammer, voor de continuïteit van het gesprek, dat ze precies de
verkeerde strategie koos door Bart op zijn gedrag te wijzen.
‘Doe niet zo boos
Bart’, riep ze uit.
Alsof de vader
van Sabine en Walter zo maar één van de 200 lagere school kinderen in de
leeftijd van 6 tot 12 jaar was, die zij 4 jaar lang onder haar hoede had gehad.
Met een beknopte, defensieve expressie deelde Bart de voormalige directrice van
De Wielewaal een denkbeeldige dreun in het betuttelende gezicht uit. Min of
meer verontschuldigend maakte Willy Bakbruin haar aantijging nog wat
explicieter:
‘Je doet zo
boos!’
Thea kende Bart
goed genoeg om te weten dat Willy Bakbruin geen betere strategie had kunnen
kiezen om haar man op stang te jagen, dan met haar bedillerige gemeier. Wat had
ze nou gedacht? Dat Bart zou capituleren? Zo van:
‘Wat zegt u nou
hare voormalige directrice mevrouw Willy Bakbruin? Doe ik boos? Doe ik boos
tegen juffrouw Siepie saimiri de schootrol die hier aan het hoofd van de
vergadertafel met haar ogen rolt? Hoe durf ik? Bij nader inzien bied ik mijn
excuses aan. Mea culpa, mea culpa.’
Zulke onzin zou
Bart nooit over zijn lippen hebben gekregen. Dat wat hij wel gezegd zou kunnen
hebben was iets in de trant van:
’Misschien kan
mejuffrouw Siepie met haar ooggerol in haar eigen tijd op zoek gaan naar haar
herseninhoud? Anders kunnen we lang wachten hier in de directiekamer van De
Wielewaal. Eeuwig als u het mij vraagt,
want die herseninhoud van mejuffrouw Siepie is volgens mij ver te zoeken. En
eeuwig - in plaats van eerlijk - duurt nog steeds het langst. Toevallig heb ik
nog meer te doen. Sorry, ik stap op.’
In plaats daarvan
kwam Bart zwijgend met een schok van zijn imposante postuur overeind uit zijn
stoel. Met een badinerende stembuiging, die Thea alleen van Bart kende als hij
buiten zinnen was, liet de vader van Sabine en Walter, terwijl hij inrukte, aan
alle aanwezigen zijn conclusie nog weten:
‘Ok, dat was de
druppel! We gaan naar een andere school!’
De harde klap van
de deur maakte de uitwerking van de afmars van Bart helemaal af. Willy Bakbruin
en juffrouw Siepie schakelden direct over op de crisismodus met ogen op
steeltjes. Jeewee smulde van de agitatie van Bart en loerde tersluiks naar Thea
in afwachting van de veronderstelde, slaafse achtervolging van haar echtgenoot.
Siepie wilde wat
zeggen, maar Thea was haar voor:
‘Sabine wordt
onderschat op De Wielewaal. Bart en ik vinden dat een kwalijke zaak. Onze vraag
is nu wat jullie van plan zijn om in het komende schooljaar te gaan ondernemen
om haar te helpen in plaats van haar tegen te werken.’
Juffrouw Siepie
de saimiri greep een pen en begon verwoed te krassen in het hoekje van de
gewichtige formulieren, die ze zojuist nog met veel vertoon voor zich op de
vergadertafel had uitgestald. Onderwijl trok ze een sip onderlipje en zakte in
haar narcistische zelf gekeerd onderuit in haar stoel. Met dit typische over
het paard getilde gedrag gaf Siepie maar weer eens aan dat zij niet van plan
was om zich te laten roskammen. Ze kwam er steeds mee weg door doetjes als
Jeewee, of schuimpjes als Willy Bakbruin. Het schuimpje richtte zich medelevend
tot Thea.
‘Wat een stress
voor een relatie ook’.
Ze doelde op het
bruuske vertrek van Bart. Thea zweeg onder druk van de ingehouden adem van
Jeewee. Ze gunde niemand leedvermaak over een eventuele huwelijkscrisis tussen
Bart en haar, maar Jeewee nog wel het minst van iedereen. Trouwens er was
helemaal niets veranderd aan haar relatie met Bart. Blaffende honden bijten
niet. Maar zie maar eens van het imago van een boze witte man af te komen als
alle symptomen lijken te kloppen. Thea was niet van plan om de vijand uit de
droom te helpen. Ze zat hier voor Sabine en Willy Bakbruin was geen
relatietherapeute. Met een uitgestreken gezicht bleef Thea op een relevant
weerwoord wachten.
‘Je bent
natuurlijk verdrietig en teleurgesteld’, herstelde Willy Bakbruin zich.
Ze hakkelde. Ze
kon geen gepaste woorden vinden en aan Jeewee had ze ook al geen steun, want
hij zocht dekking met zijn kin op zijn borst. Zijn onderarmen lagen op het
vergadertafelblad, terwijl hij met zijn rechterduim een balpen bespeelde door
onafgebroken het knopje te klikken. Thea moest de neiging onderdrukken om de
pen uit zijn handen te rukken. Niet zozeer het getik als wel zijn houding
irriteerde haar mateloos.
‘Ik ben niet
verdrietig en ook niet teleurgesteld’, smaalde ze wrevelig.
‘Wat is er
dan?!’, riep Willy Bakbruin ten einde raad uit.
‘Ik ben kwaad’,
vatte Thea haar relaas van daarnet nog maar weer eens samen.
‘Kwaadheid is ook
een emotie’, vond Willy Bakbruin.
‘Ja? En? Ik zeg
toch niet dat ik geen emoties heb! Neemt niet weg dat jullie geen gedegen
onderwijs bieden.’
‘Dat is niet
eerlijk, Thea. Ik accepteer dat je boos bent, maar het is niet zo dat wij geen
goede basisschool zijn. De Wielewaal heeft een hele goede reputatie en dat
willen wij graag zo houden.’
‘Dan zou ik om te
beginnen mijn adviezen maar eens kloppend maken.’
‘Onze adviezen
zijn 90 procent van de tijd accuraat’, pochte Willy Bakbruin defensief en net
ietwat te gretig om geloofwaardig te zijn.
‘Ik heb andere
verhalen gehoord.’
Niet alleen Willy
Bakbruin, maar ook juffrouw Siepie en Jeewee veerden op aan de vergadertafel.
‘We kunnen niet
op geruchten in gaan’, bedacht Willy Bakbruin zich tijdig, want liever zou ze
Thea naar de inhoud van de roddel en achterklap gevraagd hebben.
‘Nee, natuurlijk
niet. Jullie worden geacht om te allen tijde professioneel te blijven. Laat ik
het voortouw nemen en me aan de feiten houden’, antwoordde Thea spottend.
‘Doe dat’, vond
Willy Bakbruin.
‘Waarom heeft
Sabine een pré-advies voor vmbobasis terwijl ze makkelijk naar de havo kan?’
‘Is dat een feit
of spreekt hier jouw verwachtingspatroon?’
Willy Bakbruin
beklonk haar vraag met een diplomatieke knipoog richting Thea. Ze leek stellig
van plan om als een waardig basisschooldirectrice ten onder te gaan. Thea
twijfelde niet aan haar valse motieven.
‘Bewijzen jullie
dan eens dat ik ongelijk heb.’
Thea wist bij
voorbaat dat deze opmerking koren op de molen van juffrouw Siepie de saimiri
zou zijn.
‘De uitslag van
de entreetoets’, triomfeerde de schooltrol dan ook zonder te aarzelen.
En zo had Thea
haar in de val gelokt, want het tweede deel van haar aanval richting juffrouw
Siepie de saimiri luidde namelijk:
‘En wat is er
gebeurd met de uitslag van het leerlingenvolgsysteem van Sabine door haar jaren
op De Wielewaal heen? Daar zijn toch aantekeningen van gemaakt? Bovendien heeft
ze 7 jaar lang opgeteld zo’n 21 rapporten gekregen met bovengemiddelde
resultaten.’
Willy Bakbruin
wist wel raad met zo’n vraag van een ouder. Helemaal nu ze hoopte om in de
nieuwe rol van modeldirectrice het tij op de valreep nog te kunnen keren. Het
schoolboekje kende ze van buiten en met een beetje toegevoegde fantasie viel er
best een plausibele verklaring uit haar duim te zuigen.
‘Dit schooljaar
hebben wij als docententeam besloten om bij de pré-adviezen van groep 7
voorlopig de uitslagen van het leerlingenvolgsysteem buiten beschouwing te
laten. Dit is niet alleen de verantwoordelijkheid van juffrouw Siepie en
juffrouw Lola, maar heeft alles te maken met het feit dat juffrouw Rita aan het
begin van dit schooljaar overspannen is geraakt. Groep 7 is een drukke, grote
groep en juffrouw Siepie en juffrouw Lola zitten tot over hun oren in het
schoolwerk. Vandaar.’
Thea twijfelde
bijna aan haar gehoororganen, want Willy Bakbruin gaf hier zo goed als
letterlijk toe dat het pré-advies van Sabine alleen maar op de uitkomst van de
entreetoets gebaseerd was. Vast en zeker per ongeluk. Thea nam zich voor om
kalm te blijven en niet meteen met de deur in huis te vallen. Het was beter
voor het ego van de aanwezige leden van
het docententeam dat ze zelf inzagen hoe achterlijk ze bezig waren dan dat Thea
het drietal met de neuzen op de feiten drukte.
‘Zo, dat zal de
goegemeente niet leuk vinden.’
‘Tot nu toe heb
ik geen klachten’, aarzelde Willy Bakbruin met een paniekblik in de ogen.
Jeewee monsterde
Thea met een bevreemde uitdrukking in zijn gezicht en Siepie had niets in de
gaten en speelde nog steeds de beledigde onschuld.
‘Dus jullie
hebben voor geen enkel kind het leerlingenvolgsysteem bij het voorlopige
middelbare schooladvies betrokken? Niet alleen niet bij Sabine?’
‘Inderdaad, niet
alleen…uh… niet bij Sabine’, hakkelde Willy Bakbruin, omdat ze vormfouten wilde
voorkomen.
Thea deed net
alsof ze ineens tot een inzicht kwam en riep zogenaamd verbouwereerd uit:
’Wat heeft het
leerlingenvolgsysteem dan nog voor zin? Waarom in Godsnaam de leerontwikkeling
van ieder kind een basisschoolleven lang vastleggen als het middelbare school
pré-advies van de uitslag van maar 1 entreetoets aan het einde van groep 7
afhangt? Waarom zou onderwijzend personeel zich dan überhaupt nog met de uniciteit
van een kind bezig hoeven te houden? Waarom niet gewoon iedere leerling
automatiseren met behulp van een online citotrainer? Hebben de overbelaste
juffen en meesters tenminste eindelijk genoeg tijd om zich met behoud van
salaris volledig op zelfontplooiing en andere bijzaken toe te leggen. Dit is zo
slecht!’
Willy Bakbruin
schudde hevig met haar hoofd:
‘Nee, nee, je
chargeert Thea. Alle pré-adviezen zijn zorgvuldig samengesteld.’
‘Maar de
resultaten van het leerlingenvolgsysteem blijven buiten beschouwing omdat hare
heilige juffrouw Rita overspannen is en omdat de juffies Siepie en Lola in
tijdnood zitten?’, wilde Thea nogmaals met klem van Willy Bakbruin weten.
Willy Bakbruin
keek moeilijk. Het benul van het bevuilde eigen nest begon langzaam maar
gestaag tot haar door te dringen. Jeewee zat zich allang plaatsvervangend te
schamen. Alleen Siepie was zich nog steeds van geen kwaad bewust en nam het
woord.
‘Sabine kan niet
naar de havo. Ze komt gewoon niet hoger dan vmbobasis. Kijk maar naar de
uitslag van de entreetoets. Ze heeft grote moeite om zich te concentreren. Ze
komt niet mee met de groep. Ze is constant met andere dingen bezig.
Klessebessen en de Tina lezen. Heel gezellie allemaal, maar op die manier gaat
ze nooit de havo redden uiteraard. Te hoog gegrepen. Dat haalt ze gewoon niet,
klaar.’
‘Heb je het tegen
mij?’
Thea staarde de
schooltrol quasi verward aan. Ze hield met moeite een gierende hoonlach in.
Willy Bakbruin en Jeewee bekeken juffrouw Siepie de saimiri alsof ze zojuist ter plekke door haar sokkel gezakt
was. Met haar mondaine uitlatingen maakte deze bezopen onderwijzeres het haar
meerdere en de ridder op het witte paard wel erg moeilijk om gedrieën één
schoolfront te blijven vormen.
‘En waarom heb je
mij niet eerder op de hoogte gesteld van jouw bezorgdheid over mijn dochter
Sabine als ik vragen mag?’
Juffrouw Siepie
de saimiri mistte het cynisme van Thea.
‘Je hebt me nooit
iets gevraagd’, stelde ze laconiek.
‘Nee, vind je het
gek?’, scheerde Thea.
IJverig deed
Willy Bakbruin haar best om de boel onder controle te krijgen:
‘Ik denk dat we
een verslagje moeten maken over dit gesprekje.’
‘Je moet doen wat
je niet laten kunt’, vond Thea.
Jeewee schraapte
zijn keel. Hij ging wat zeggen, terwijl hij tegelijkertijd met een schalkse
blik de reacties van Thea monsterde. Het moest maar eens uit zijn met die
bijdehandte opmerkingen van Thea. Dit was niet de vriendelijke, toegeeflijke
droomvrouw die Jeewee van haar gemaakt had. Zij deed haar best om haar gezicht
in plooi te houden. Pokerface. Inwendig gruwelde ze meer van de aanwezigheid
van Jeewee dan ooit te voren; of eerder van de afwezigheid van een
persoonlijkheid; een ruggengraad; een skelet. In haar ogen was Jeewee vandaag
voorgoed gereduceerd tot weekdier; een kwal. Waarom kreeg hij geen goed woordje
over Sabine over zijn lippen? Hij vond haar toch zo’n scheetje indertijd in de
combiklas 5/6? Of een poepie? Wat was het ook weer en wat deed het er toe? Al
die misleidende kinderkwats.
‘Ik weet zo goed
als zeker dat alle kinderen in het komende schooljaar, dus in groep 8,
gezamenlijk de schouders eronder zullen zetten’, prevelde hij in het algemeen
als in een schietgebedje waarin hij de Here om zijn zegen vroeg; voor het geval Siepie de schooltrol hem een
toezegging - hoe miniem ook - aan de
moeder van Sabine kwalijk mocht nemen.
Juffrouw Siepie
de saimiri tuitte bedachtzaam haar lippen, maar zweeg. Jeewee herademde en Thea
haatte het drietal. Haar frustratie reageerde ze af op Jeewee zonder oogcontact
te maken.
‘Kun je wat
specifieker zijn?’
‘Hoe bedoel je?’
vroeg Jeewee beteuterd.
‘Waarom reageer
je niet op mijn hulpvraag voor Sabine in de mail?’
Toen Thea opkeek
naar Jeewee kon ze nog net aan zijn samengeknepen lippen opmaken dat hij dicht
klapte. Willy Bakbruin zag hem ook weg vallen en legde de verantwoordelijkheid
voor zijn black-out bij Thea.
‘Wat is nou jouw
probleem Thea? Jan-Willem zit hier nou toch met jou aan de gesprekstafel? Hij
erg populair.’
‘Populair zeg je?
Bij de kinderen of bij de ouders’, insinueerde Thea pesterig.
Met tegenzin gaf
Willy Bakbruin een duimbreed toe:
‘Jan-Willem heeft
niet alvast vantevoren op jouw berichtje gereageerd op mijn verzoek.’
‘Ach, vanwege het
mailverbod?’
Thea voelde een
bijna onbedwingbare aandrang om Jeewee te ontslijmen door de slapjanus
metaforisch door een wringer te halen.
‘Zullen we het
netjes houden?’
Willy Bakbruin
sloeg een intimiderend toontje aan en zette haar beste terrorgezicht op. Alleen
al door die vijandigheid was Thea van willens om de vergadering zo lang
mogelijk te saboteren door te blijven zitten. In tegenstelling tot Bart die
juist een helder standpunt had in genomen door op te stappen. Thea daarentegen
zou pas tevreden zijn als het haar op de één of andere manier lukte om dit
stelletje amateurs een hak zetten. Bijvoorbeeld door ze een hele zomervakantie
lang in het ongewisse te laten over de bestemming van Sabine. Thea en Bart
hadden onderling allang bepaald dat Sabine op De Wielewaal mocht blijven. In
groep 8 bij haar geliefde meester Jeewee. Een beetje stoom afblazen van Bart
veranderde niets aan dit besluit, maar dat hoefde verder niemand te weten. Bart
kon roepen wat hij wilde en dat deed hij dan ook. Intussen was de hamvraag
stilaan allang niet meer of het pré-advies van Sabine nou wel of niet passend
was bij het leerniveau van het kind. Alsof een eerlijk antwoord op die vraag
überhaupt ooit serieus in overweging genomen was door het team van De
Wielewaal. Nee, het zwaartepunt van het probleem lag sinds het dreigement van
Bart bij de vraag of de ouders van Sabine en Walter nou wel of niet op het
nippertje een rampzalige beslissing zouden nemen door daadwerkelijk met hun
kinderen naar een andere basisschool te vertrekken. Zo ja, dan zou niet alleen
Siepie, maar het complete docententeam van De Wielewaal een figuur slaan in de
onderwijswereld. Ieder normaal denkend mens kon per slot van rekening na 10
minuten praten met Sabine al merken dat het 10jarige meisje waarschijnlijk niet
helemaal tot haar recht zou komen op een vmbobasis opleiding tot praktijk
gerichte handenarbeidster. En als zo’n fout pré-advies nou een incident was.
Als het de eerste keer was dat het docententeam van De Wielewaal open en bloot
blunderde; dan waren de stommiteiten nog wel met de mantel der liefde te
bedekken geweest. Maar mede door haar telefoongesprek met Rinus Hardleers had
Thea allengs zo’n aan zekerheid grenzend vermoeden dat het team van De
Wielewaal onder leiding van Willy Bakbruin in de afgelopen 4 jaren meer flaters
geslagen had dan goed was voor
de carrière van
de directrice. Willy Bakbruin was tenslotte niet voor niets de laan
uitgestuurd. Het feit dat zij haar ontslag niet onder ogen wilde zien en de
kans kreeg om koppig te trachten om tijdens de machtsoverdracht in de
directiekamer de klok en daarmee haar congé terug te draaien, zei in wezen meer
dan genoeg over de chaotische toestanden op De Wielewaal en de mate van
labiliteit van Willy Bakbruin. In haar directe omgeving hoefde Thea eveneens
niet lang te zoeken naar voorbeelden van het negatieve effect van het Willy
Bakbruinbeleid. De illustraties lagen voor het oprapen. Uit de groepen van
Sabine en Walter vielen respectievelijk, uit het hoofd, zo al opgeteld 3
klasgenoten op te sommen die op aanraden van Willy Bakbruin zonder pardon van
De Wielewaal naar de Klaproos waren afgevoerd.
De Klaproos was
een basisschool voor moeilijk opvoedbare kinderen. Terecht of onterecht;
duidelijk werd dat Miranda, Falko en Hedwig niet te handhaven waren op De
Wielewaal. Het zag er naar uit dat die overbelasting alles met de behoefte van
Willy Bakbruin om aardig gevonden te worden te maken had. Ook door de
opperouders, maar toch voornamelijk door haar personeel. Haar team probeerde ze
boven alles te vriend te houden door haar docenten te ontlasten. Het is een
algemeen gedeeld geheim dat onderwijzend personeel het beste floreert bij een
beleid dat veeleisende leerlingen
afdankt. De definitie van de term veeleisend, bleef op De Wielewaal hangen in
een grijs gebied dat een docent met steun van Willy Bakbruin naar individueel
goed dunken in mocht vullen. Gevolglijk wist Dolly, de moeder van Miranda,
later nog in geuren en kleuren aan Thea te melden dat ze de zogenaamde, goed
bedoelde, wijze raad van Willy Bakbruin mooi in de wind geslagen had. Ook al
had Jade – de interne coördinatrice van De Wielewaal - Miranda al min of meer ingeschreven op De
Klaproos, toch had Dolly haar dochter van De Wielewaal op een reguliere nieuwe
basisschool weten te krijgen in plaats van op De Klaproos.
De directrice van
de nieuwe basisschool stond paf van het verhaal over Miranda. Ze zou zeker
melding maken van de dwalingen van het docententeam van De Wielewaal. Enerzijds
uit bewondering voor het eigen initiatief van de moeder van Miranda. Dolly was
maar een eenvoudige volksvrouw. Ze zat
godsamme nog in de kraamtijd van haar tweede kind; een zoontje; Damian.
Dat weerhield Dolly echter niet van de krachtinspanning om onder de expertisedruk van De Klaproos uit te
kruipen. Anderzijds kon de directrice van de nieuwe basisschool van Miranda
niets aan het kind bespeuren dat om een speciale aanpak schreeuwde. Het meisje
had niet eens zo’n slecht rapport.
Dit daadkrachtige
basisschoolhoofd was vast niet de enige en de laatste die het snoeiregime van
De Wielewaal openlijk in twijfel durfde te trekken. En als het wanbeleid van
Willy Bakbruin nou niet zo incidenteel mooier leek dan het was; dan had deze of
gene nog wel geoorloofd, met een gerust hart, de kop in het zand kunnen steken.
Want niet alleen Miranda, Falko en
Hedwig, maar veel meer kinderen uit kansarme gezinnen werden gewetenloos
gedumpt op De Klaproos. Waarschijnlijk voor het perfecte totaalplaatje oftewel
het behoud van het prestige van De Wielewaal. Dat verklaarde ook waarom Alfred,
het 2 jaar jongere broertje van Boris uit de klas van Sabine, zich in de dagen
van Willy Bakbruin wel thuis mocht blijven voelen op De Wielewaal. Ondanks zijn
progressieve, levensbedreigende spierziekte, een butsmuts en een loeizware
inklapbare rolstoel die hem overal nagedragen moest worden. Zijn vader, de
gemeentefunctionaris, wist als wederdienst voor het onderkomen op een reguliere
basisschool van zijn doodzieke, lichamelijk gehandicapte zoon met overduidelijk
speciale behoeften, wel de nodige subsidie los te krijgen voor de bouw voor een
heuse invalidelift in De Wielewaal. Hoefde conciërge Tarik die rolstoel niet
meer achter Alfred aan van hot naar her te slepen. Over de kat op het spek
binden gesproken! Thea stelde zich zo voor dat soortgelijke observaties bij
menigeen tot ergernissen uitgroeiden en dat op die manier de klachten hoe
langer hoe harder binnen regenden naarmate Willy Bakbruin steeds grotere hiaten
in haar besturingstactiek liet vallen. Ook van binnenuit. Thea herinnerde zich
ene Rosalie die door de schoolstichting een jaar was aangewezen om de opvolging
van Jeewee door juffrouw Siepie in de combiklas te ondersteunen. Van het begin
af aan had Thea het idee gehad dat Rosalie haar een warm hart toedroeg. Ze had
alleen geen flauw idee waarom, want noch Walter, noch Sabine hadden direct met
Rosalie te maken gehad. Toen de combiklas werd opgeheven verdween ook Rosalie
met stille trom en een bemoedigende knipoog richting Thea in de wandelgangen.
Vanaf toen wist Thea zeker dat Rosalie een informante voor de
onderwijsstichting was. Thea met al haar trammelant op De Wielewaal werd gezien
als een potentiële klokkenluidster. Niet helemaal onterecht en begrijpelijk,
want de waarheid over de wantoestanden op De Wielewaal was te absurd om zich te
laten raden. Willy Bakbruin trok in elk geval niet aan de bel, terwijl ze haar
zaakjes almaar moeilijker op een rijtje kreeg. In de verbeelding van Thea
volgden de missers elkaar automatisch op door een onontkoombaar domino-effect
of de wet van Murphy. Als in een kettingreactie nam de schare kinderen die
kritiekloos naar De Klaproos verscheept werden als vanzelf toe. Daarnaast was
in de loop van 4 jaren een overvloed van leerlingen door ontevreden ouders
voortijdig van De Wielewaal gehaald. Zij werden op andere basisscholen onder
gebracht, waar natuurlijk vragen rezen en geruchten ontstonden. Tegelijkertijd
werd het hoofdkantoor van de onderwijsstichting overspoeld met klachten over de
middelbare schooladviezen in groep 8 van De Wielewaal. Zowel van mentoren op
middelbare scholen als van ouders. Waarom hadden zoveel
oud-basisschoolleerlingen van De Wielewaal een vwo-advies terwijl een groot
deel van de uitverkorenen als puntje bij paaltje kwam, amper het vmbo aan bleek
te kunnen zonder dag en nacht te moeten studeren? Of andersom; waarom begonnen
sommige Wielewaalverlaters op vmboniveau, terwijl ze het vwo gedeelte van de
toetsen in de brugklas van een scholengemeenschap keer op keer soepeltjes met
vlag en wimpel doorstonden? Was het de schuld van de lamlendige leerkrachten op
al die verschillende grote, verderfelijke middelbare scholen in de stad waarin
de Wielewaaltjes zich verspreid hadden na groep 8? Lag het aan een gebrek aan inzet
van de betreffende scholieren? Waarom was dan uitgerekend De Wielewaal continu
in opspraak? Kwam de voortdurende mismatch tussen opleidingstype en leerniveau
dan misschien toch door het docententeam op De Wielewaal dat chronisch
verkeerde middelbare school adviezen afgaf? Adviezen die niet waren afgestemd
op de behoeftes van het kind, maar op de illusies van de heersende opperouders
op De Wielewaal. Wat moest men anders? De ingecalculeerde, landelijke
gemiddelden waren bij voorbaat elk schooljaar al besproken. De 10 procent
vwo-adviezen en de 20 procent leerlingen die naar de havo konden lagen allang
vast. Wat overbleef was het vmbo. Vmbo-theorie voor de middelmaat, vmbo kader
voor de wannabees en basisvmbo-advies voor de verschoppelingen. Want die minderbedeelden
moesten en moeten er ook zijn! Of mochten en mogen. Tot in de eeuwigheid zal de
gangbare soort zich blijven handhaven. Onkruid vergaat niet.
‘We zitten nou
wel in een impasse’, verzuchtte Willy Bakbruin, omdat ze smachtte naar
duidelijkheid.
Over een behoefte
aan helderheid kon Thea meepraten. Vanaf het moment dat ze kinderen had was het
verlangen naar heldere antwoorden alleen maar gegroeid:
‘O ja?’
‘Ja, hoe ga je
dat regelen met Bart dan?’, wilde Willy Bakbruin kriegelig weten.
Thea richtte haar
blik quasi niet begrijpend langzaam maar zeker op de ontwijkende ogen van Willy
Bakbruin en vroeg kalmpjes:
‘Hoe bedoel je?’
‘Wat vindt Bart
ervan dat Sabine het volgende schooljaar op De Wielewaal en in groep 8 bij
Jeewee en Siepie blijft?’
‘Wie zegt dat
Sabine op De Wielewaal blijft? Trouwens; stel dat we besluiten om te vertrekken
– en die kans is wel degelijk aanwezig -,
dan nemen we Walter natuurlijk ook mee.’
Het was Thea
nooit eerder opgevallen dat Willy Bakbruin zo abnormaal veel met haar oogleden
knipperde. Mogelijk was het een zenuwtrekje dat plotseling optrad in
stresssituaties. Willy Bakbruin was nog steeds bezig om de schadelijke gevolgen
van haar beleid binnen de perken te houden. Zinloos, veel te laat en de
zoveelste actie die haar niet in dank zou worden afgenomen. De gewezen
directrice werd er neurotisch van. En emotioneel.
‘Ik hoop dat jouw
huwelijk bestand is tegen teleurstellingen in de schoolprestaties van jouw
kind. Mijn huwelijk is eraan onderdoor gegaan.’
‘Joh, wat
vervelend, maar weet je Willy, noch Bart, noch ik zijn teleurgesteld in de
schoolprestaties van onze kinderen. We zijn wel teleurgesteld in het gebrek aan
professionaliteit van juffrouw Siepie en als gevolg daarvan in het pré-advies.’
Juffrouw Siepie
kromp ineen en speelde doof stommetje. Jeewee leefde met haar mee en Willy
Bakbruin ontfermde zich meteen over haar lieverdje:
‘Ik zou het wel
fijn vinden als je respect voor een ander in acht neemt Thea!’
‘Jullie eerst’.
‘Wij hebben
respect voor jouw mening. Neem bijvoorbeeld jouw kijk op dyslexie.’
‘Wat is daar
mee?’
‘Ik respecteer
jouw mening over dyslectie.’
‘Nee, dat doe je
niet, want ik verkondig al jaren de mening dat dyslectie niet bestaat. Niet in
de gemedicaliseerde, problematische vorm waarop jullie dyslectie in het
leesonderwijs presenteren in ieder geval.’
‘Mijn zoon is
dyslectisch’, verkondigde Willy Bakbruin afgemeten.
Thea bolde haar
wangen. Niet wetende hoe ze anders de doorzichtigheid van haar afwerende
houding kon verbloemen.
‘Nou dan heb jij
je mooi laten besodemieteren’, beeldde ze uit.
Vermoedelijk had
de ex-man van Willy Bakbruin ook niet aan de dyslexieverklaring gewild net als
Bart en Thea. Hoeveel redenen heeft een deskundige verder nog nodig om privé en
zakelijk gescheiden te houden? Ook in het onderwijs. Zelfs Jeewee snapte wat Thea
ongezegd bedoelde.
‘Het is niet zo
dat het pré-advies alles bepalend is. Bovendien kan elke leerling in groep 8
nog best een leergroeispurt maken.’
‘Dus het advies
hangt toch niet alleen van de uitslag van de citotoets af?’
De vraag van Thea
was doorspekt van cynisme met de bedoeling om de afstand tussen Jeewee en haar
voorgoed onoverbrugbaar te maken. Nooit zou ze hem zijn afvalligheid vergeven.
Hij had niet gereageerd op haar hulproep in de mail. Zonder een zelf beschermend
schild van sarcasme viel zijn broze charisma niet meer te verkroppen.
‘Zeker niet’,
gokte Jeewee onzeker.
Hij dacht niet
meer te weten wat Thea horen wilde. Wel wat ze niet horen wilde; en dat was het
geglibber van een slijmbrok op een glijdende schaal die de opperouders wel
moeiteloos door slikten.
Wat Thea betrof
mocht Jeewee verder voorgoed blijven worstelen met zijn wankele ego. Hij was
slechts nog bruikbaar voor het hooghouden van de moraal van Sabine in de
komende groep 8. Op de vrijdag na het foute préadvies waren Bart en Thea ieder
afzonderlijk immers meteen al op eigen initiatief samen met Sabine voor een
zomervakantie en langer aan het citotrainen geslagen. Bart zou het
rekengedeelte bij zijn dochter op niveau trekken en Thea deed de rest. Huiswerk
begeleiden was per slot van rekening haar vak. Ze had Jeewee niet nodig om
Sabine bij te spijkeren. Maar of Sabine een toekomstig schooljaar lang ook
tegen de aanwezigheid van juffrouw Siepie de saimiri naast haar idool Jeewee in
groep 8 bestand zou zijn, waagde Thea te betwijfelen. Bart zag echter geen
probleem.
‘Het voordeel van
domme mensen zoals de schooltrol is dat ze regeltjes nodig hebben. Hoe strikter
de voorschriften, hoe comfortabeler de wolvin in haar schaapskleren blijft
zitten.’
‘En wie gaat
Siepie in het gareel houden dan? Willy Bakbruin is per 1 augustus officieel van
de baan en je gaat me toch niet vertellen dat jij in Jeewee een toekomstige
leider ziet?’, panikeerde Thea.
Bart bleef
optimistisch:
‘Als die Rinus
Hardleers van de onderwijsstichting jou de waarheid door de telefoon heeft
toegefluisterd, dan komt er na de zomervakantie een nieuwe directeur die zijn
kwaliteit al bewezen heeft. Geloof maar dat zo iemand vaker varkentjes van het
Siepiekaliber gewassen heeft.’
‘Rinus Hardleers
had het zelfs over 2 blusmeesters en hij klonk overtuigend’, wist Thea zich nog
te herinneren.
‘Nou dan’.
‘En ik sta sinds
mijn telefoongesprek met Rinus Hardleers in directe verbinding met een
kliklijn.’
‘Wat wil je nog
meer?’
‘Een normale
basisschooltijd voor Sabine en Walter zou wel leuk zijn.’
‘Dat gaat niet
meer lukken op De Wielewaal of waar dan ook, ben ik bang’, grijnsde Bart
berustend.
Net als
woordenwisseling met Willy Bakbruin, Jeewee en juffrouw Siepie de saimiri over
het foute pré-advies aan Sabine. Die dreigde voortijdig ook nergens meer toe te
leiden op die bewuste dinsdag namiddag aan de vergadertafel in de directiekamer
van De Wielewaal. Wel beschouwd was de ruzie beslecht met een status quo. Een
patstelling die Bart en Thea in het volgende schooljaar met de beloofde steun
van Rinus Hardleers van de onderwijsstichting wel naar hun hand moesten zetten.
Gedreven door het Salomonsoordeel van geen andere basisschool.
Zolang de
ex-directrice zich nochtans zittende hield op haar wankele troon bleef alles
bij de oude knoeiboel op De Wielewaal. Kennelijk zag Willy Bakbruin nog wel
kansen om het tij te keren. Onder meer door Thea niet met lege handen te laten
gaan. Al was het maar om indruk te maken op de blusmeesters uit het
crisismanagement die inmiddels - in de hoedanigheid van big brother –
natuurlijk allang toezicht hielden op vanalles en nog wat en lang niet meer
alleen op het mailverkeer. Er moest resultaat geboekt worden. Voor de
verandering. Bij een verbeterde aanpak zou het bestuur wel spijt krijgen van
hun besluit om de directrice te ontslaan. Althans in het sprookje van Willy
Bakbruin en haar avonturen op De Wielewaal. Het terugdraaien van het pré-advies
van Sabine zou op korte termijn het hoogste rendement opleveren. Thea had
echter in het verleden met haar woorden en daden al meermaals bewezen dat ze
het risico van het wekken van slapende honden niet waard was. Los daarvan zou
Siepie zich gepasseerd voelen bij een herziening van het pré-advies en als
Willy Bakbruin ergens in gefaald had tijdens haar functie als directrice dan
was het wel in conflictbeheersing.
Willy Bakbruin
kon de moeder van Walter en Sabine ook paaien door Thea nogmaals uitdrukkelijk
te bedanken voor dat verrassende mailtje. Vlak na de bekendmaking van haar
ontslag in de nieuwsbrief van De Wielewaal had Willy Bakbruin immers een
opkikkertje van Thea mogen ontvangen. Thea had dat berichtje eigenlijk tegen
wil en dank gestuurd. Ze had het mailverbod getrotseerd. Bij zoveel
kloekmoedigheid kon Willy Bakbruin niet achterblijven. Ze moest een gebaar
terug maken. Ook omdat de troubleshooters het vriendelijke mailtje van Thea
allang onder ogen hadden gekregen natuurlijk. Zo leek het net alsof alleen
Willy Bakbruin de boosdoener was. Toch hoefde de handreiking van Willy Bakbruin
naar Thea ook weer niet al te pontificaal. Waarom het onderwijsteam onnodig
ontstemmen? Een hoofdknikje naar Thea was geen herrie in de keuken waard.
Bovendien had Willy Bakbruin op het moment suprême Thea ter plekke via haar
mobiel al een bedankbriefje teruggestuurd. Een goedmakertje dat de blusmeester
indien nodig evengoed online terug konden halen.
Desondanks was de
afwijkende mening van Thea deze keer voor de verandering eens geen vloek, maar
een zegen voor Willy Bakbruin geweest.
Een schot in de roos. Een houvast. Een lichtje in de duisternis. De strelende inhoud
had Willy Bakbruin al 100 keer teruggelezen. Nog steeds werd Willy Bakbruin
helemaal warm van binnen bij de gedachte aan de lofbetuiging van Thea. De
moeder van Walter en Sabine vond dat zij, Willy Bakbruin, gewezen directrice
van basisschool De Wielewaal; ‘altijd goed’ was geweest met alle kinderen. Het
was waar, maar daarom niet minder ontroerend. Het was een compliment. De enige
opsteker die Willy Bakbruin na haar ontslag überhaupt in ontvangst had mogen
nemen. Van wie dan ook. Een welgemeende pluim zelfs. In haar 4 ambtsjaren was
Willy Bakbruin te vaak met tirannieke Thea geconfronteerd geweest om vandaag
ineens te gaan twijfelen aan de oprechtheid van de moeder van Walter en Sabine.
Aansluitend zul je altijd zien dat uitgerekend zo’n lastige ouder uit het
verdomhoekje van de regeringsperiode van Willy Bakbruin toch waardevoller bleek
te zijn dan een verre vriend of zelfs een collega of opperouder uit de directe
omgeving. Willy Bakbruin zou zichzelf niet zijn als ze nu niet bereid was om
een kniebuiging te doen voor haar supporter in de verpersoonlijking van Thea.
Het dankwoord moest wel snel, snel op het kantje af in het uitstel van executie
gevoegd worden, omdat de tijd drong tot aan de officiële uittocht van de
directrice van De Wielewaal. Dat schreeuwde om improvisatie. Uitgekiend in het
bijzijn van 2 leden van het docententeam, zodat zij alom konden verhalen van de
inschikkelijkheid van Willy Bakbruin, want de ontheven directrice had inmiddels
wel begrepen dat functie en aanzien niet automatisch samengaan. Luister komt
voort uit mond-op-mond reclame en herhaaldelijke bekrachtiging van de achtbare
in kwestie. Ongelukkigerwijze was grootmoedigheid niet de sterkste kant van
Willy Bakbruin en zonder horten en stoten kwam ze dan ook op niet op gang.
Alsof een kortsluiting de verbindingen tussen haar hersencellen saboteerden.
Steelsgewijs hield ze angstvallig de
reactie van de schooltrol in de gaten, terwijl ze koortsachtig naar de juiste
woorden zocht.
‘Het komt bijna
nooit voor dat een pré-advies afwijkt van het uiteindelijke advies aan het eind
van groep 8, maar Thea; in het geval van Sabine sluit ik een uitzondering niet
uit.’
‘Ach, je bedoelt
dat de foute inschatting van mijn dochter in groep 8 vanzelf rechtgetrokken
wordt?’
‘Nou niet
vanzelf. Jan-Willem en Siepie zijn er ook nog’, lachte Willy Bakbruin
suggestief.
Jeewee en Siepie
gaven niet thuis. Siepie krulde het ezelsoor in de hoek van haar aantekeningen
en Jeewee staarde dromerig uit het raam. Thea vond het tijd om het tweetal bij
de discussie te betrekken. Ze resumeerde met stemverheffing:
‘Dus jullie gaan
er persoonlijk zorg voor dragen dat Sabine op haar leerniveau komt?’
‘Dat is ons werk,
Thea’, antwoordde Willy Bakbruin namens haar personeel.
‘Ja, dat dacht ik
dus ook, maar als een pré-advies nooit afwijkt van het uiteindelijke advies,
waarom zou het geval van Sabine dan een uitzondering zijn?’
‘Ik zei niet dat
een pré-advies nooit afwijkt van het uiteindelijke advies. Ik zei ‘bijna
nooit!’
‘En waarom zou
Sabine dan een uitzondering zijn?’
‘Omdat Sabine
niet zomaar iemand is. Weet je nog dat ik een beslissend gesprekje mat haar
gevoerd heb toen ze van de combiklas naar de complete groep 6 ging? Toen kon ik
al merken dat Sabine een heel speciaal meisje is.’
Eindelijk was het
hoge woord eruit. Voldaan helde Willy Bakbruin achterover met de armen voor
haar borsten over elkaar heen geslagen. Thea snapte de strekking, maar ze
bedankte voor het doekje voor het bloeden.
‘Dat denk ik ook,
maar laten we eerlijk wezen Willy. Volgens mij - en ik meen me te herinneren
dat ik dit wezenlijke aspectje van jouw persoonlijkheid laatst in een illegaal
mailtje ook al eens bestempeld heb – vind jij diep in je hart dat alle kinderen
van De Wielewaal zonder uitzondering even speciaal zijn. Toch?!’
Bij wijze van
reactie liet Willy Bakbruin haar intenties a la minute voor wat ze waren.
Missie mislukt! Ze zag er overwonnen uit ineens. Diep teleurgesteld in de
mensheid. Alsof ze verlinkt was. Op heterdaad betrapt. Monddood gebaarde ze
richting aanwezigen dat de vergadering over het foute pré-advies aan één of
ander meisje van groep 7 per direct gesloten was. De aangeslagen moeder zag ze
niet meer zitten. Ook niet staan of lopen. Op slag was Thea lucht geworden voor
Willy Bakbruin. Nog minder eigenlijk dan de moeder van één of ander meisje uit
groep 7. Thea zou er niet eens iets van gemerkt hebben, als ze niet op de kop
af in die laatste anderhalve week voor de zomervakantie op elke denkbare plek
van De Wielewaal op de uitgerangeerde, opgejaagde directrice was gestuit.
Telkens wendde Willy Bakbruin met een royale zwenking haar nukkige hoofd af. Na
de derde keer verzon Thea in het voorbijgaan aan de theatrale Willy
Bakbruinmomentjes zelfs een handpalm tegen het afgekeerde voorhoofd. De gewezen
directrice leek dan ook de ineenstorting nabij.
Ook juffrouw
Siepie was niet helemaal zichzelf in die laatste dagen voor het einde. Niet dat
Thea haar eveneens overal tegen kwam op De Wielewaal tijdens het halen en
brengen van Walter en Sabine. Althans niet lijfelijk. Maar aan de rand van het
schooljaar kozen Walter en Sabine hinderlijk vaak uitgerekend de schooltrol tot
gespreksonderwerp. Zoals tijdens het avondeten.
‘Juffrouw Siepie
stond toch raar te dansen op de gang!’, verhaalde Water plompverloren middenin
een gesprek tussen Thea en Bart.
‘Juffrouw Siepie
stond heel raar te dansen op de gang?’, herhaalde Thea afgeleid.
Bart probeerde
nog om de rode draad van de oorspronkelijke conversatie vast te houden door
stug door te praten over vanalles en nog wat, maar Walter walste over zijn
koetjes en kalfjes heen:
‘Ja, in de gang.
Ze had oortjes in en een iPod in haar hand en ze stond heel vreemd te zwieren.
Alsof ze stoned was.’
‘Ze is gek’,
concludeerde Bart stellig.
‘Hoezo weet jij
wat stoned is?’, wilde Thea bezorgd van haar 9jarige zoon weten.
‘Ze zal wel
valium geslikt hebben tegen de stress’, schamperde Bart.
‘Stoned word je
van shit’, wist Sabine.
‘En van valium
dus’, vulde Bart aan.
‘Waarom zou ze
ineens stress hebben?’, vroeg Thea zich hardop af.
Stiekem hoopte ze
dat Siepie achtervolgd werd door de kritiek op het pré-advies van Sabine.
‘Ik zou het niet
weten’, simuleerde Bart terwijl hij zijn hoofd schudde over de onverbeterlijke
zelfonderschatting die zijn vrouw soms tentoon kon spreiden.
‘Door mij?’
Thea wist dat ze de
oplopende spanning in de conversatie met deze vraag niet bepaald de-escaleerde,
maar haar behoefte aan helderheid domineerde de wrevel van Bart.
‘Eerder door de
kritiek. Niet door de inhoud, maar door de schandpaal’, verklaarde Bart
vermoeid door het vertraagde inzicht van zijn vrouw.
‘Of door meester
Joep’, bedacht Sabine.
‘Ow, hem heb ik
ook gezien vandaag!’, riep Walter blij uit.
Enthousiast
zwaaide hij met zijn soeplepel. Bart, die naast hem zat, veegde de druppels
kippennat van zijn wang.
‘Meester Joep was
toch op wereldreis naar Nieuw-Zeeland?’
Thea weet nog als
de dag van gisteren dat hij vertrok van De Wielewaal onder begeleiding van
‘Kijk eens even naar die leuke klas van Joep’ op de melodie van Toveren van K3.
Uitgevoerd door de voltallige bezetting van de toenmalige groep 6 van
invalkracht Joep.
‘Hij kwam zomaar
de klas binnen vandaag! Ik denk om hallo te zeggen tegen ons. De oude groep 6’,
gaf Sabine met weinig geestdrift weer.
Thea brandde haar
mondholte aan de kippensoep en smeet geïrriteerd haar lepel op het grenen
keukentafelblad. Ze verslikte zich bijna in een slok ijswater tijdens het
vangen van één van de klontjes uit het glas. Toen dat gelukt was frazelde ze
met beladen tong:
‘Wat is dat toch
met al die onderwijzers die almaar terug keren naar De Wielewaal alsof de
kinderen op ze zitten te wachten. Eerst meester Gijsbert en nu weer meester
Joep!?’
‘Juffrouw Dorien
was ook op bezoek in de klas laatst. Zij kwam juist afscheid nemen. Ze wordt
juf op een andere school.’
Sabine deelde het
nieuws emotieloos.
‘In groep 3 en 4
was je favoriet van juffrouw Dorien, weet je nog?’
‘Ik vond haar ook
wel aardig toen’, wist Sabine zich nog te herinneren.
‘Nu niet meer
dan?’
‘Ze gaf me een
hand en ze zei; ‘Het komt wel goed met je?’. Ze huilde ook bijna’, huiverde
Sabine.
‘Hoe durft ze!’,
schertste Thea, terwijl ze aan de gezichtsuitdrukking van Bart zag dat hij
hetzelfde dacht als zij.
Want waarachtig!
Hoe durfde Dorien zomaar te beloven dat alles goed zou komen met Sabine? Na de
definitieve afreis van Dorien was straks alleen Jeewee nog bekend met het wel
en wee van leerlinge Sabine op De Wielewaal. Dat maakte Dorien niets meer dan
een reddeloos gevalletje makkelijk praten en het vuile werk aan een ander
overlaten.
Naar voorbeeld
van gewezen directrice Willy Bakbruin, die geen haar beter was. Aan het einde
van de allerlaatste schooldag voor de zomervakantie liet ze een ouderwetse
ijscowagen voorrijden op het overbevolkte speelplein. Zo’n pastel getinte
bestelbus met een rolluik voor de toonbank dat de bijbehorende ingehuurde
chauffeur met verve naar omhoog schoof. Achter het raam, dat ook nog open
moest, stonden torentjes van koekhoorntjes. Met gespeelde levendigheid bewoog
Willy Balbruin zich achter de vrieskist in de bestelauto. Op het speelplein was
het weliswaar een drukte van jewelste, maar omdat iedereen in uitbundige
vakantiestemming was, lette niemand op Willy Bakbruin die inmiddels half uit
het geopende raam van de balie van de ijskar hing. Om aandacht te trekken
zwaaide ze met in de ene hand een ijsschep en in de andere hand een waterijsje.
De kinderen konden kiezen uit een bolletje gemengde Italiaanse ijssmaken of een
Raket. Geleidelijk begon de bedoeling van de ijscowagen op het speelplein tot
de menigte door te dringen. Sabine was 1 van de eerste uit een chaotische rij
bij de toog. Achter haar werd het gedrang allengs compacter en
onoverzichtelijker, terwijl Willy Bakbruin diep in de vrieskist dook bij het
zien van Sabine. Ze trok een extra dik bolletje Italiaans ijs voor het kind op.
‘Het komt wel
goed met jou!’, beloofde ze met waterige ogen, terwijl ze Sabine het
ijshoorntje overhandigde.
‘Niet dankzij
jou’, dacht Thea grimmig na Sabine aangehoord te hebben.
Nadat het kind
aan haar moeder melding had gemaakt van de persoonlijke noot van Willy
Bakbruin, moest het 10jarige meisje bekomen van de emotionele directrice in een
verstomde nasleep van onbehaaglijkheid en vraagtekens. Typisch dat zelfs een
simpel ijsje op basisschool De Wielewaal tot een probleem gemaakt kon worden.
Niet
verwonderlijk dus dat Thea blij was dat de zomervakantie haar een zestal weken
van haar schooldagelijkse breng- en haalbezoekjes aan De Wielewaal zou
verlossen. Het liefste ging ze meteen door naar huis, maar het wachten was op
Walter die nog een gratis ijsje tegoed had en zich ergens tussen de gretige
kinderschare voor de ijscowagen bevond. De opperouders, verzorgers en normale
papa’s en mama’s keken van een afstand toe of hoorden elkaar uit onder het mom
van een amicaal gesprek. Het team van De Wielewaal was ook vertegenwoordigd en
hield zich op in de buurt van een verhoging in het midden van het speelplein
dat de conciërge, Tarik, die middag nog vlug, vlug in elkaar had weten te
zetten van oud hout uit de buurtspeeltuin. Op het geïmproviseerde podium stond
een microfoon in een standaard. Willy had zich inmiddels uit de ijscowagen
bevrijd en haar traktatietaak aan de chauffeur overgedragen. Een beetje onvast
op haar hooggehakte open zomerschoentjes balanceerde Willy Bakbruin tegen het
licht in op haar weg naar het podium van Tarik. Tijdens het wankelen fungeerde
haar onderarm als zonnescherm. Zo te zien had ze zich iets te veel moed
ingedronken. De aanblik van haar warrige achterhoofd, met het slordige,
kleurloze, uitgeplozen touwkapsel en haar gebogen tengere lijfje in die
eeuwige, gebloemde wikkelrok met daarop meestal een bruin of groen T-shirt,
maar vandaag voor de gelegenheid een wit mouwloos bloesje, deed de
onverschilligheid van Thea geweld aan. Ze bestreed haar compassie met het
innerlijke verweer dat Willy Bakbruin er ook voor kon kiezen om haar rug te
rechten en haar kin te heffen. En een kam door heur haar alvorens het podium te
betreden, zou Willy Balbruin ook niet misstaan hebben. Op zoek naar afleiding
keek Thea om zich heen en daarop recht in het gezicht van meester Joep. Met
ogen zo groot als pingpong balletjes probeerde hij zich achter de rug van de
schooltrol onzichtbaar te maken. Sinds kort waren juffrouw Siepie de saimiri en
hij een stelletje. Ze hadden hun verliefdheid voor de klas aan alle kinderen
van groep 7 bekend gemaakt.
‘Ach wat leuk,
zijn ze verloofd?’, wilde Thea toch wel vertederd van Sabine weten.
‘Ik weet niet wat
verloofd is’, bekende ze.
‘Je hebt toch
medelijden met zo’n jongen’, grapte Bart met een ondertoon van ernst in zijn
spot.
‘Hij is er toch
zelf bij’, relativeerde Thea.
‘Hij zal wel niks
beters aan de haak hebben kunnen slaan in den verre.’
‘Wat zeg jij nou
allemaal, papa!?’, riep Thea bestraffend uit met het oog op Sabine.
‘Meester Joep
deed anders heel stom tegen juffrouw Siepie. Alsof ze een baby was. Zo van
koetje, koetje, koetje’, schokschouderde Sabine.
‘En juffrouw
Siepie dan? Deed juffrouw Siepie dan niet stom?’, proestte Thea.
‘Jawel, maar
juffrouw Siepie doet altijd stom’, antwoordde Sabine droog.
Later in de
laatste schoolweek liet de schooltrol in de klas foto’s van facebook met
meester Joep en haarzelf in de Efteling zien. Meester Joep had juffrouw Siepie
op een weekendje pretpark en sprookjesbos getrakteerd.
‘Waarom werd je
getrakteerd?’, wilden de meeste kinderen jaloers weten.
‘Omdat ik het
héél zwaar heb gehad de afgelopen week.’
‘Waarom, omdat
meester Joep op wereldreis was?’, vroeg Zarah bijdehand.
‘Nee, omdat een
paar ouders boos op mij waren’, durfde de schooltrol ook nog roekeloos te
eweren.
Op medeleven
hoefde ze echter niet te rekenen van een groep kinderen in de leeftijd van 10
tot 12 jaar. Zij kenden het gevoel van ouders die boos op hen waren, maar
daarom werden zij nog niet zomaar door een meelevend vriendje of vriendinnetje
op een weekendje Efteling onthaald.
Thea was meester
Joep nog niet onder ogen gekomen sinds hij terug was van zijn wereldreis, maar
zij had de globetrotter wel al van een afstandje geobserveerd. Afgelopen
woensdag stond hij alweer te baltsdansen op het speelplein met Moira alsof hij
nooit was weg geweest. Moira was de moeder van Kasper uit de klas van Sabine.
In groep 6 wilde ze nog met de eer van de tekst van het liedje ‘Kijk eens even
naar die leuke klas van Joep’ op de melodie van ‘Toveren’ van K3 gaan strijken.
Een aardigheidje waaraan ze letter noch muzieknoot had bijgedragen. Een dik
jaar later sloeg ze nog steeds op tilt in de buurt van een gewillige man. Jong,
oud, aantrekkelijk of niet. Ze kon het ook niet nalaten die ouwe vrijster.
Hoewel meester Joep onmogelijk vrijuit ging. Ondanks zijn jeugd, zijn
liefdesverklaring aan Siepie en zijn verruimde blik door zijn avonturen op zijn
wereldreis naar Nieuw-Zeeland betoonde hij zich onveranderlijk niet vies voor
de charmes van dames op leeftijd. Thea dacht terug aan de afscheidskus op de
zompige lippen van meester Joep van exact een jaar geleden. Door haar –
tirannieke Thea – geïnitieerd en uitgevoerd. Ineens begreep Thea het pré-advies
van Sabine. Juffrouw Siepie was natuurlijk ook getuige geweest van de frivole
actie van antieke Thea voor het hek van de speelplaats van De Wielewaal in het
bijzijn van de hele goegemeente indertijd. Een tongzoen! Seksuele intimidatie
van die arme meester Joep.
‘Veel te ver
gezocht’, zou Bart haar achteraf verwijten.
Door de hoogte
van zijn testosterongehalte waren de voelsprieten van Bart aangaande de verre
gaande gevolgen van vrouwendingetjes onderontwikkeld. En meester Joep trof
uiteraard al helemaal geen blaam. Zo hij al ooit ergens in zijn leven een eigen
aandeel in had gehad, dan was hij zijn persoonlijke inbreng met ingang van zijn
relatie met juffrouw Siepie de saimiri voorgoed kwijt geraakt.
Om duidelijk te
laten merken aan Thea dat hij haar niet opmerkte, toeterde meester Joep achter
zijn hand iets grappigs in het oor van Jeewee. Bij wijze van reactie deed
Jeewee een sprongetje in de lucht en vervolgens zijn bekende pinguïnloopje
waarmee hij zoals gewoonlijk weer veel minderjarige lachers en meesmuilende
volwassenen op zijn hand kreeg.
Willy Bakbruin
bewoog haar lippen vlak bij de microfoon:
‘Hallo, hallo!’
Tegelijkertijd
klopte ze hoorbaar met haar wijsvinger in het centrum van het spreekgedeelte.
De groet echode gecombineerd met een korte, maar oorverdovende hoge piepzwieper
uit de luidsprekers waaraan de microfoon was aangesloten.
‘Beste ouders,
verzorgers, opa’s, oma’s en kinderen’, begon Willy Bakbruin.
‘Hallo, hallo, ik
ben het mannetje in de radio’, riep een opa boven de vakantiedeining van de
eute op de speelplaats uit.
Niemand lette op
Willy Bakbruin. Mede omdat haar aanhef ook daadwerkelijk deed denken aan tijden
van weleer. De geluidskwaliteit van het ouderwetse Polygoonjournaal en, ja, aan
het gekraak van het mannetje in de radio. Oké, in het geval van Willy Bakbruin;
een vrouwtje in de buizenradio; hallo, hallo. Walter tikte Thea op haar
schouder.
‘Heb je nou nog
geen ijsje?’
‘Ik heb het al
op. Het was maar 1 bolletje. Daarvoor heb ik dan een uur in de rij gestaan’,
overdreef Walter.
‘Wie het kleine
niet eert is het grote niet weerd’, declameerde Thea, terwijl ze Sabine vooruit
probeerde te duwen in de roerige menigte.
‘Wie het kleine
niet eert doet het grote verkeerd’, rijmde Sabine tussen de likjes aan haar
Italiaanse ijsbolletje door.
‘Kom, dame en
heer, ik wil naar huis.’
Walter en Sabine
reageerden niet op hun moeder, maar wel op alle prettige vakantiewensen die her
en der verzonden werden op de speelplaats. Onderwijl loosde Thea haar tweetal
door de keuvelende mensenmassa naar de openstaande poort in het hek van het speelplein.
De uitgang voorbij keek Thea nog één keer om naar Willy Bakbruin achter de
microfoon op de verhoging. Ze stond als in een trance met een glazige blik in
haar ogen onverstaanbaar voor zich uit te zagen. Thea ving flarden van haar
uiteenzetting op. Iets over beleid, kleinschaligheid en een luisterend oor.
Pijnlijk genoeg was in de directe omtrek van de verhoging waarvan Willy
Bakbruin sprak geen mens, dus ook geen leerkracht, meer te bekennen. Jeewee
stond nog het minst ver van zijn voormalige directrice verwijderd een beetje
slungelig de luidruchtige,
aandachttrekkende kindertjes om hem heen te negeren. Het was volstrekt
onduidelijk of hij al dan niet wat meekreeg van het wazige afscheidswoord dat
Willy Bakbruin voerde. Misschien kon hij uit beleefdheid en medelijden
ontcijferen wat er aan verkregen inzicht geventileerd werd? Welke lessen waren
geleerd? Zijn blijk van mededogen sprak
voor Jeewee. Hij kon het dus wel, want waar een wil is, is een weg. Of in het uiterste
geval van de hulpvraag van Thea; waar een wil is, is Jeewee ook weg.
HOOFDSTUK 42
Na 2 grijze,
laatste, vakantieweken begon de eerste schooldag aan het eind van de maand
augustus in een stralende ochtendzon. De ijzeren poort in het Heras hekwerk om
het speelplein met de doorgang naar het achterom van De Wielewaal zat op slot,
hetgeen hoogst ongebruikelijk was. Eigenlijk schandalig! Alle kinderen en
eventueel hun ouders of verzorgers werden door Tarik de conciërge vriendelijk
doch dringend verzocht om vandaag éénmalig via de hoofdingang van De Wielewaal
het gebouw binnen te treden. Plichtsgetrouw als een ouderwetse verkeersagent
loodste Tarik iedereen in de goede richting. Mopperend begaven de
oververtegenwoordigde opperouders zich buiten de comfortzone; alleen maar om vlak voor de voordeur van De Wielewaal
onverwacht oog in oog te staan met 2 nieuwe directeuren. Toen Thea aan de beurt
was om handjes te schudden met het tweetal kreeg ze onwillekeurig een
opeenvolging van vrolijke associaties met komische duo’s uit de geschiedenis
van het entertainment voor ogen. Scenes met Laurel en Hardy, Mini en Maxi,
Asterix en Obelix , Abbott en Costello en nog veel meer ongelijke paren
passeerden op het netvlies van haar verbeelding. Bij Kling en Klang; de
bekende, goedmoedige politiemannen uit de jeugdfilm over Pipi Langkous naar het
gelijknamige boek van de Zweedse auteur Astrid Lindgren, hield de imaginaire
optocht halt. Het imago van het scrupuleuze koppel; bestaande uit de kleine,
kale, innemende Kling en de lange, gereserveerde Klang met een kop met flink
veel haar, vloeide naadloos over in de aanschijn van 2 hoofden van een
basisschool in nood. Volgens de functie omschrijving in een recentelijke online
oriëntatiebrief van Rinus Hardleers van de onderwijsstichting; was directeur
Kling aangesteld voor de public relations en directeur Klang voor het
personeelsbeleid. De twee-eenheid van Kling en Klang verenigd in yin en yang
als het ware.
Al een dag later
vond in de aula van De Wielewaal de eerste officiële informatie-avond plaats
voor belangstellenden. De directeuren Yin en Yang stelden zich nogmaals voor
ter inleiding van de zitting. Op de achtergrond van het optreden van Yin en
Yang gaf een powerpoint met een ludieke Loesjespreuk alvast een voorproefje van
het echte werk. De uitspraak:
‘Communicatie:
Als het van twee kanten komt, hoeft het nog niet te botsen’,
spatte in
diepzwarte hoofdletters van het hagelwitte breedbeeldscherm aan de horizon van
de druk bezochte zaal.
Thea zat op een
plastic stapelstoel naast juffrouw Nelleke van groep 5. De voormalige
schooljuffrouw van Walter had Thea begroet alsof ze een oude hartsvriendin had
teruggevonden. Juffrouw Nelleke liet haar greep om de linker bicep van Thea
niet verslappen voordat ze zeker wist dat haar oud leerling Walter uit groep 5
het goed maakte! Opgelaten verzekerde Thea haar dat het beslist toppie ging met
haar inmiddels ook alweer 10 jaar oude zoon Walter. Juffrouw Nelleke kon dan
wel nog steeds een ring door haar neus hebben, rastahaar en tattoos op alle
zichtbare plekken van haar ledematen, maar dat maakte haar voor Thea niet
automatisch toegankelijker dan haar collega’s. De verschijning van juffrouw
Nelleke vertegenwoordigde een select groepje alternatieve leerkrachten verdeeld
onder de overvloed aan grijze muizen en meelopers in een log
onderwijsinstituut. De ondefinieerbare lichamelijke beeldvorming van de weinige
ware alto’s garandeerde geen ruimdenkendheid. Hoogstens provocatie. En die
verzetsvorm staat nooit op zichzelf, maar beweegt als vanzelf met elke stroming
mee. Thea herinnerde zich bijvoorbeeld hoe snel de rebel in juffrouw Nelleke
veranderde in een kortzichtige, tamelijk hysterische mama in wording tijdens
haar zwangerschap van niet zo lang geleden. Aangezien de ballonbuik inmiddels
was leeggelopen informeerde Thea beleefdheidshalve naar het resultaat. Temeer
daar juffrouw Nelleke gedurende haar blijde verwachting nog tijdelijk panisch
geweest was door toedoen, hoe kan het ook anders, van het bestaan van de
kinderen van Bart en Thea. Het toenmalige eczeem rond de lippen van Walter en
de nogal prominent aanwezige wijnvlekjes aan de linkerkant van het gezicht van
Sabine konden in de ogen van juffrouw
Nelleke - en met haar naar mening van voormalig Wielewaaldirectrice; Willy
Bakbruin - niet anders dan een teken zijn van de nasleep van de 5de ziekte. De
5de ziekte is een virusinfectie die zich, volgens de website over gevaarlijke
aandoeningen voor zwangere vrouwen, schijnt te openbaren met ronde rode stipjes
over het hele lichaam. Juffrouw Nelleke vreesde bij het zien van de huiduitslag
bij broer en zus in het gezicht, dat zij tijdens het lesgeven op De Wielewaal
persoonlijk met name door Walter en Sabine geïnfecteerd was geraakt met het 5de
ziektevirus. Gevolglijk zou haar ongeboren vruchtje weleens voor het leven
getekend kunnen zijn met allerlei vergroeiingen en andere onzichtbare
aandoeningen die door toedoen van het gevreesde virus schijnen op te treden.
Toen de ex-directrice van De Wielewaal nog in functie was, had Willy Bakbruin
moeder Thea - namens juffrouw Nelleke -
nog op huiduitslag van haar kinderen aangesproken gedurende een wederzijds
uitermate pijnlijk telefoongesprek. Want, los van de absurditeit van de assumptie
– wijnvlekjes en eczeem kunnen onmogelijk besmettelijk zijn en lijken niet eens
op ronde, rode stipjes – had Thea erg weinig kunnen betekenen in de
hypothetische situatie waarin de zwangere juffrouw Nelleke inderdaad met het
5de ziekte virus besmet geraakt was geweest. Dat realiseerde Willy Bakbruin
zich ook te laat tijdens het telefoontje. Niet alleen zou de vage schuldlast 2
onbesmette kinderen voor altijd gebrandmerkt hebben, maar zou de incubatietijd
ook allang verstreken zijn. In dat geval zat er dus voor juffrouw Nelleke
sowieso niets anders op dan er maar het beste van te hopen voor haar ongeboren
kindje dat uiteindelijk ongeschonden ter wereld kwam. Het werd een meisje. Nu
maar levenslang hopen dat ze gezond blijft. De wens van elke normale ouder.
Thea moest er niet aan denken dat de baby van Nelleke na de vijfde ziekte gekte
niet honderd procent in orde zou zijn geweest.
‘Of moet ik
zeggen ‘ondanks’ Walter en Sabine is alles toch nog goedgelomen na de
bevalling?’, schertste Thea.
Juffrouw Nelleke
lachte mee als een boerin met kiespijn. Haastig veranderde ze van
gespreksonderwerp door op te merken dat haar dochter alweer bijna een jaar op
de wereld was. Wat ging de tijd toch snel! Juffrouw Nelleke en de vader hadden
hun dochter Tiske genoemd.
‘Hoe?’, vroeg
Thea onbeleefd.
Niet omdat die
naam haar zoveel kon schelen, maar onbekend maakt onbemind. Hoewel de
klankkleur van Tiske wel lekker in het gehoor lag wat Thea betrof. De
alliteratie Tiske en Thea deed denken aan de titel van een ouderwets
meisjesboek.
‘Tiske’,
herhaalde juffrouw Nelleke onbevangen en geduldig, zoals ze gewend was in de
interactie met haar 8 tot 9jarige leerlingen uit groep 5 die ze nog steeds
parttime bestierde samen met juffrouw Marjolein en voor wie ze ook alles
minstens 2 keer moest zeggen.
‘Ah, dat is zeker
een Friese naam?’.
Beschaamd
probeerde Thea haar eenkennigheid te verdoezelen.
‘Niet dat ik
weet. Ik vond het gewoon een leuke naam’, schokschouderde juffrouw Nelleke
onaangedaan.
‘Nou, hartstikke
leuk’, beaamde Thea gemaakt.
Het stilleven in
de rij voor Thea in de vergaderzaal bood een onopvallende
ontsnappingsmogelijkheid aan de gemaakte conversatie met juffrouw Nelleke. Een
man en een vrouw zaten als een gouden bruidspaar ruggelings op hun
stapelstoeltjes noodlottig tot elkaar veroordeeld te wezen. Onaangenaam verrast
herkende Thea al snel het tweespan; Jeewee en Siepie van groep 8, in hun
deerniswekkende samenzwering. Op dat duo was Thea inmiddels wel uitgekeken en
ze gluurde in de ruimte tussen het witharige achterhoofd van juffrouw Siepie de
saimiri en het opgeknipte, grijze kippenkontje van Jeewee naar het platform
waarop de directeuren het woord voerden. De schooltrol was de confrontatie met
Thea nog niet aangegaan. Waarschijnlijk was dat een verstandig besluit van juffrouw
Siepie de saimiri dat in haar geval eerder uit angst dan wijsheid geboren moest
zijn. Dat kon niet anders! Thea liet Jeewee daarentegen niet zo makkelijk van
haar af komen. Ze had hem gisteren en vanmorgen al 2 maal uitgebreid, expres
lastig gevallen bij het wegbrengen van Sabine naar het lokaal van groep 8. Het
lag in de bedoeling van Thea om Jeewee in dit cruciale, laatste schooljaar van
haar dochter zoveel mogelijk te blijven bestoken met haar overweldigende
aanwezigheid. En wel op zo’n dwingende wijze dat Jeewee niet anders meer zou
kunnen dan de verleiding van een misstap richting opperouders weerstaan. De
eerste resultaten had Thea al geboekt. Schichtig had Jeewee haar te woord
gestaan in een wanhopige poging om de verontwaardigde blikken van de opperouders,
die zich gepasseerd voelden, niet te zien. Thea nam de tijd met vragen en
opmerkingen die precies zo nietszeggend waren als de strekking van de
conversatie die de opperouders aldoor met elkaar en het docententeam voerden.
Door die langdradige larie, die Thea jarenlang aan had moeten horen tijdens het
halen en brengen van en naar de lokalen van haar kinderen, in de wandelgangen
van De Wielewaal, op het speelplein en gedurende ouderavonden, kon ze inmiddels
lullificaties imiteren alsof ze haar leugens zelf geloofde. De zeverleuten
hadden haar niet alleen immuun geluld, maar ook naar medeplichtigheid gebazeld.
Temeer daar Thea door de jaren heen vaak genoeg getuige was geweest van
succesvolle slechte voorbeelden die bewezen dat egoïsme het beste loonde.
Stilaan was de noodzaak om als een ware oppermoeder op te treden tot Thea
doorgedrongen en allengs leerde ze de kunst afzien om de beperkte aanwezige
dosis aandacht op de basisschool van haar kinderen meedogenloos voor zichzelf
op te eisen. Breed en zichtbaar stelde ze zich op in de deuropening van het
lokaal van groep 8 en stremde zo ongegeneerd de doorgang van de ouders en
verzorgers. Alleen de kinderen liet ze door. Zij was aan het praten met Jeewee.
Dan zei ze bijvoorbeeld:
‘Op sommige
meerkeuze vragen van de oefencito zijn meerdere antwoordmogelijkheden juist? Is
dat niet heel verwarrend voor de kinderen?’
En Jeewee,
overvallen door zijn vleesgeworden fantoom, antwoordde mondjesmaat in clichés.
Met trillende handen, bloedeloze, droge lippen en blosjes op zijn kaaklijn. Hij
had geen idee waar hij het zo dicht in de nabijheid van Thea zoeken moest. Het
was wel duidelijk dat zij zich niet meer door hem aan de kant zou laten zetten.
‘Wij werken met
man en macht om de cito zo representatief mogelijk te maken.’
‘We?’, talmde
Thea kritisch.
‘Jawel. Ik zit in
een commissie die de citovragen beoordeelt’, stamelde Jeewee met valse schaamte.
‘Nog een beetje
oefenen dan’, lachte Thea flirterig.
Jeewee werd
donkerpaars. Dat was voldoende genoegdoening voor Thea voor vandaag. Morgen was
er weer een schooldag in groep 8 met Siepie en Jeewee aan het roer.
In de verte klonk
de geschoolde stem van directeur Yin. Hij noemde zichzelf een ‘onderwijsbeest’.
Hierop nam de andere directeur – Yang - letterlijk een kleine afstand van zijn
collega en sloeg hem een seconde lang meewarig gade. Een beladen stilte volgde.
Wat kuchjes hier en geschuifel daar maakten de stemming in de aula er niet
opgewekter op. Directeur Yang streek eens flink door zijn volle, grijsbruin
gestreepte kuif om tijd te winnen voor een zoektocht naar een uitweg van een
pijnlijke situatie. Het ongemakkelijke figuur dat het kaalhoofdige
onderwijsbeest aan zijn zijde had geslagen kon misschien teniet gedaan worden
met een hernieuwde start van de kennismakingsronde? Simpelweg van voren af aan
beginnen met schone lei. Geen slechte ingeving, ware het niet dat de
privémelding die directeur Yang vervolgens in de groep gooide eerder de
toonzetting van dienstregeling had dan van een blijde mare:
‘Ik ben onlangs
opa geworden’.
Directeur Yang
sprak overduidelijk niet voor de gezelligheid, maar eerder uit solidariteit met
zijn collega die het zichzelf zojuist extra moeilijk had gemaakt. Een
onderwijsbeest spreekt nou eenmaal niet tot de verbeelding van de meeste ouders
en verzorgers uit een Wielewaalwijk. En hoewel het onderwijsbeest alias
directeur Yin al vermoedde dat hij de verkeerde snaar bij het Wielewaalvolk had
geraakt, liet hij zich niet ontmoedigen door een drukkende ambiance. Hopelijk
dat nóg een persoonlijke noot uit zijn mond, bij wijze van aanvulling op het
heugelijke feit dat directeur Yang kortelings opa was geworden, misschien dan
wel de juiste toon kon zetten:
‘O ja, en ik heb
net een zoon’.
Van de terloopse
manier waarop het onderwijsbeest zijn tijding bracht, zou een toehoorder bijna
gaan geloven dat een kleinkind de facto meer status geeft aan een hoofd van een
basisschool dan een pas geboren zoon. Ondanks zijn vergevorderde haargrens moest
directeur Yin op het eerste oog echter sowieso minstens 20 jaarringen minder
tellen dan directeur Yang. Statistisch gezien was het dan ook ongehoord dat
iemand van de generatie van directeur Yin zich al grootvader kon noemen. Het
onderwijsbeest viel dus niets te verwijten. Nog niet. Het klimaat in de zaal
was sowieso veel te vooringenomen om met behulp van wat vrijblijvend gekeuvel
over ditjes en datjes in de juiste stemming voor een vruchtbare bijeenkomst te
raken. Nou hadden Yin en Yang het onderliggende, algehele ongenoegen van de
Wielewaal populatie kunnen voorzien. Alleen viel de heersende animositeit niet
terug te voeren op het abrupte vertrek van oud directrice Willy Bakbruin,
terwijl Yin en Yang daar in eerste instantie wel vanuit waren gegaan. Tenminste
aldus de aankondiging op de tweede pagina van de powerpoint. De Loesjespreuk
was verdwenen en volgens de weergave van de planning op het breedbeeldscherm
was het ontslag van de afwezige directrice van De Wielewaal het eerstvolgende
agendapunt met prioriteit. Maar wat bleek? Niet het congé van Willy Bakbruin,
maar een recentelijk gepubliceerd online rapport van de onderwijsinspectie over
De Wielewaal zat de genodigden van de informatie-avond dwars. Was die ouwe
Bakbruin bij nader inzien dus helemaal niet zo geliefd geweest bij haar
achterban als ze haar beleidsmakers van de onderwijsstichting had willen doen
geloven. De ex-directrice van De Wielewaal was allang vergeven en vergeten.
De schande die
evenwel voortvloeide uit de vernietigende uitslag van het rapport van de
onderwijsinspectie zat wel hoog bij – met name - de opperouders. En dan niet
eens zozeer het resultaat op zich, maar veel meer de bekendmaking van de
tekortkomingen van De Wielewaal op het internet. Zulks schrok potentiële
fatsoenlijke aanwas af. Maar dat was niet het ergste. Nee, het grootste
probleem was de smet op het blazoen van de opperouders op De Wielewaal.
Halverwege de aanhef van Yin en Yang was het geduld van de betroffenen dan ook
dusdanig beproefd dat een pezige baardmans in sportkleding van zijn stapelstoel
op sprong. Namens de kudde bleef hij ongedurig staan trappelen in zijn korte
blauwe fietsbroek met neon roze strepen langs de heuplijn en een gifgroen hemd
van het schreeuwende merk Nike Dry Park. Totdat hij voor de finale van de
moeizame voorstellingsronde zijn kans greep om Yin en Yang te onderbreken en
zijn mannetje te staan. De aanwezige opperouders in de aula herademden
tegelijkertijd
met een grote, gezamenlijke, bemoedigende zucht van verlichting in de richting
van hun woordvoeder die het hoge woord er eindelijk uitgooide.
‘Mijn vraag is of
er geen blokkade op de toegankelijkheid van het inspectierapport op het
internet kan komen? Nou staat voor iedere simpelman te lezen dat de basisschool
van mijn kinderen een slechte beoordeling heeft. Ik ben daar niet zo blij mee!’
Thea zag de
directeuren meteen schakelen. Dit was een kolfje naar hun beider hand.
Directeur Yin maakte zich wat imposanter dan hij was door grote happen lucht zo
lang mogelijk in zijn opgepompte longen vast te houden. Hij deed een voetje
naar voren. De veel langere directeur Yang stapte vervolgens nog een pas naar
opzij voor een extra vergrotend effect en maakte met een introducerend gebaar
de weg vrij voor zijn collega.
‘Een rapport van
de onderwijsinspectie moet voor iedereen toegankelijk zijn ter inzage. Dat is
wettelijk bepaald.’
Directeur Yin
liet zich ineens veel minder breekbaar aanhoren dan zojuist; toen hij zich nog
kwetsbaar had opgesteld door met merkbare tegenzin en terughoudendheid melding
te maken van zijn pas geboren zoontje.
‘Ja, maar De
Wielewaal is toch niet wettelijk verplicht om het inspectierapport op het
internet te zetten’, sputterde de fietsbroek gepikeerd tegen.
Een ander
sportief type uit het publiek in trainingspak, dit keer min of meer baardloos
door de compensatie van een sikje, dacht uitsluitsel te kunnen geven.
‘Ik denk dat de
onderwijsinspectie het rapport online heeft gezet en niet De Wielewaal.’
‘Lekker is dat!’,
vond een vrouwenstem uit de linkerhoek van de aula.
Ontspannen nam
directeur Yang een nieuwe positie in de aula in. Hij ging met een schouder
schuin tegen de muur in de buurt van de powerpoint geleund staan afwachten.
Zijn taak lag immers primair bij ordening van de personeelszaken op De
Wielewaal, zodat hij op deze informatie-avond voornamelijk aan de zijlijn mocht
observeren alsof hij een toeschouwer bij een competitie was. Een soort van
mondelinge wedstrijd waar zojuist een startschot had geklonken en de discussie
nu pas echt los ging. Onderwijl richtte het onderwijsbeest zich op zijn laptop
om de volgende nieuwe pagina op het breedbeeldscherm te openen. Het plotselinge
ontslag van Willy Bakbruin was kennelijk oud nieuws. De directeuren Yin en Yang
hadden het zich niet beter kunnen wensen, want nu kwam de brandhaard weer wat
beter in zicht en konden ze verder met blussen. Aan de einder van de ruimte
verscheen op het powerpointbreedbeeldscherm een opgaaf van verbeterpunten die
refereerden naar het inspectierapport over basisschool De Wielewaal.
1. De
ondersteuning van het leerproces kon beter.
2. Het
leerlingenvolgbeleid werd niet consequent door gevoerd.
3. De
betrokkenheid van de docenten verschilden te veel per kind.
4. De actuele
stand van zaken van de lesprogrammering was achterhaald.
5. De
communicatie onderling bleek ronduit slecht en;
6. De gemiddelde
citoscores waren al jaren achtereen beneden de verwachtingen.
Omdat directeur
Yin dus de aangewezen persoon was voor de public relations, met andere woorden;
voor het bouwen van bruggen tussen onderwijsgevend personeel en ouders en
verzorgers, probeerde hij de focus van de zaal naar de lijst op de powerpoint
te praten.
‘Wij gaan ervan
uit dat u het inspectierapport allemaal van a tot z heeft bestudeerd, maar we
hebben de verbeterpunten toch maar even voor u op een rijtje gezet!’
Door zijn
uitgestreken tronie bleef in het midden of het onderwijsbeest zo vroeg in de
herstelprocedure al een grapjas dorst aan te trekken of dat hij meende wat hij
zei. Thea gokte op het laatste; dus dat directeur Yin er serieus vanuit ging
dat de opperouders het onderwijsrapport ook daadwerkelijk gelezen hadden.
‘Wie heeft de
onderwijs inspectie eigenlijk op De Wielewaal afgestuurd?’
De irrelevante
vraag kwam uit de linkerhoek van een klutje trendgeestige ouders met
wildgroeikapsels en in eco-outfits. Op een dwaalspoor gezet, zocht het
onderwijsbeest sprakeloos om zich heen naar een verklaring. Zijn ogen schoten
alle kanten van de aula op. Thea herkende de demotiverende denkbeeldige muur
die het onderwijsbeest acuut gewaar werd door de decadentie van de opperouders.
Een uiterst herkenbare, maar overwinbare emotie. In werkelijkheid was het
onderwijsbeest gewoon – nog - niet thuis in hipsterredenaties. Na de
recommandatie van Rinus Bakbruin - van de onderwijsstichting - had Thea de
directeuren Yin en Yang namelijk voor de zekerheid toch ook gegoogeld. Over het
onderwijsbeest was ze te weten gekomen dat hij zijn sporen als troubleshooter vooral
op zwarte basisscholen in achterstandswijken had verdiend. Op Het Kleurenpalet
had Thea indertijd al snel door dat ouders en verzorgers van kinderen uit
andere culturen en lagere regionen allesbehalve perfect zijn, maar een
hipstercultuur zul je bij hen in de buurt niet vinden. Tuig van de richel is
makkelijk gek te maken, maar niet met een slechte reputatie. Het sjofele
aanzien van armoedzaaiers staat sowieso bij voorbaat al vast en wordt toch
nooit beter. Ook niet erger, want uitschot nog fouter over één kam scheren gaat
ook moeilijk worden. Begrijpelijk dus dat de goede naam van De Wielewaal in
eerste instantie geen voorrang had bij het probleemoplossend denken van het
onderwijsbeest. Dat lag net wat anders bij directeur Yang. Zijn achterland was
bezet met basisscholen vol met kinderen van hoogopgeleide ouders. Hij wist als
geen ander dat een dalend roemgewicht van een lagere school, bijvoorbeeld door
een negatief inspectierapport, ernstige schade kon berokkenen aan het gezonde
verstand van de zogenaamde intellectuele bovenlaag die het, vaker wel dan niet,
ongefundeerd hoog in de bol heeft. Die wetenschap drukte hij dan ook uit met
zijn doorleefde laconieke houding die elke pretentie doorzag en indien nodig op
de schop zou nemen. Zoals op dat cruciale moment in de aula, waarop directeur
Yang zich ondanks zijn pauzemodus toch geroepen voelde om zich nonchalant naar
het spreekgedeelte te begeven.
‘Beste mensen,
een reputatie is veranderlijk. Of zoals de autofabrikant Henry Ford in zijn
tijd al opmerkte:
‘Je kunt geen
reputatie opbouwen over wat je gaat doen.’
Wat is dan de
moraal van dit verhaal? Belangrijker dan wat de rest van de wereld over ons
denkt lijkt het mijn collega en mij beter om ter zake te komen en de uitdaging,
die ons door het rapport van de onderwijsinspectie aangereikt wordt, aan te
gaan.‘
Na deze wijze
woorden van directeur Yang kwam een gepaste reflectiepauze op gang die echter vroegtijdig
jammerlijk werd afgebroken door een biologisch verantwoorde moeder. Zonder een
seconde bij het pleidooi van directeur Yang stil te staan, sprong ze ineens
namens het milieuvriendelijke kliekje in de aula op de barricade.
‘Toch willen wij
graag weten wie de onderwijsinspectie eigenlijk op De Wielewaal heeft
afgestuurd?’
De directeuren
Yin en Yang werden er defensief van. Omdat Yang nog achter de microfoon stond
beet hij namens het onderwijsteam van zich af.
‘Niemand heeft de
inspectie op De Wielewaal ‘afgestuurd’ om uw woorden te gebruiken. Intern is
door beleidsmakers van de onderwijsstichting geconstateerd dat er voornamelijk
communicatieve problemen op De Wielewaal zijn. Dit maakt het extra moeilijk om
het probleem te lokaliseren, want niemand wil praten; ondanks de motivatie om
te verbeteren. Dus de broodnodige goede wil is wel degelijk overal op De
Wielewaal aanwezig. Dit was voor ons de reden om een probleemanalyse van
buitenaf te vragen. Met zoveel potentie in omloop zijn wij het aan de
leerkrachten, kinderen en hun ouders en verzorgers van De Wielewaal verplicht
om oplossingen te vinden. Daarom hebben wij de inspectie om interventie
gevraagd.’
‘En wie zijn wij
dan wel niet als ik vragen mag!?’, stuiterde de ecobitch.
‘Wij zijn de
onderwijsstichting; het overkoepelende orgaan van alle aangesloten basisscholen uit de regio. Aangenaam’, hoonde
directeur Yang waarna hij zich onmiddellijk terug naar de muur naast de
powerpoint begaf.
Hoe sneller hij
uit de wind van de hipsterhoek ging staan, hoe beter. Hij had zijn best gedaan
en gaf met een collegiale, medelevende oogopslag het podium terug aan het
onderwijsbeest. Tegen een samenscholing van opgewaardeerde wijkbewoners die
zich al zo snel als zo taai ontpopten was geen kruid gewassen. Yin en Yang
konden hoogstens proberen om het heersende ouderbeleid in banen te leiden.
Daarvoor rees automatisch de behoefte aan zwaarder geschut dat de
troubleshooters eerst nog maar eens moesten zien te mobiliseren. Dat beloofde
alvast geen plezierritje te worden.
Misschien dat
Walter dan tenminste een probleemloos schooljaar tegemoet mocht zien. Hij zat
nu in groep 7 bij juffrouw Rita en meester Vik. Juffrouw Rita was de rockchick
van de schoolband en tot op zekere hoogte terug van weggeweest uit de plofklas
van voor de zomervakantie. Na haar burn-out werd ze vervangen door juffrouw
Lola die samen met Siepie de saimiri het schoolleven van Sabina in de plofklas
van vorig jaar zuur had gemaakt. De nieuwe groep 7 van het huidige schooljaar
telde maar 25 kinderen; waaronder Walter. Geen plofklas meer dus. Wel een
rommelige groep met voornamelijk jongens die berucht waren om hun
vechtersmentaliteit. Op de eerste schooldag stond juffrouw Rita het boevenpak
bruisend van energie op te wachten bij het lokaal van groep 7. Ze had er
kennelijk zin in. Die frisse energie haalde ze misschien ook uit de kersverse
aanwinst voor De Wielewaal; meester Viktor De meester met wie ze de
verantwoordelijkheid voor groep 7 het komende schooljaar zou gaan delen. Over
hem nam juffrouw Marjolein van groep 5 Thea uit flauwekul ooit nog in
vertrouwen. Boomers onder elkaar. Juffrouw Marjolein noemde meester Viktor
smachtend een ‘jonge God’. Toen viel het kwartje bij Thea en begreep ze waarom
juffrouw Rita zo was opgebloeid naast meester Viktor in vergelijking met haar
verpieterde wegkwijnen van vorig jaar aan de zijde van Siepie de saimiri. Het
was oude meisjes kolder. Onschuldige dweperij die op Thea’s lachspieren werkte.
Meester Viktor was inderdaad jong. Veel ouder dan halverwege de 20 was hij niet.
Hij had ook pas 3 jaar onderwijservaring op een basisschool in een kleine
randgemeente van de stad, waar hij nog steeds in de tweede helft van de
werkweek te vinden was. Meester Viktor liet zich al snel door iedereen Vik
noemen. Vik was blond en niet lelijk, maar een jonge God? Thea begreep de
uitvergroting van juffrouw Marjolein wel. Het was gekkigheid met een kern van
waarheid die Thea niet zozeer aanhing, maar ook niet afwees. De eerste indruk
van de schoolmeester Viktor was wel goed. Alhoewel ze op haar hoede bleef bij
een nieuwe aanwinst met zoveel verdwaalde opperouders om zich heen.
De opperouders
waren en bleven bloedzuigers. Logisch dus dat ze na de afmars van Willy
Bakbruin ijverig op zoek gingen naar een nieuwe belangenbehartiger.
Genderneutraal. Dus meester Viktor was een optie. Ofschoon Jade, de interne
coördinatrice, inmiddels ook haar comeback had gemaakt. Voorheen stond zij bij
de opperouders bekend als de rechterhand van Willy Bakbruin. Thea hield maar
voor zich dat ze toch eerder geneigd was om Jade in plaats van Willy Bakbruin
te zien als de intrigante met de touwtjes in handen. Jade was nooit het
knechtje van Willy Bakbruin geweest. Ze was alleen trouw aan zichzelf.
Eventuele principes nam ze niet zo nauw. Zeker niet als haar machtspositie in
het geding dreigde te komen. Dat nam echter niet weg dat de interne
coördinatrice in de tunnelvisie van de opperouders primair als de logische
opvolgster van hun gevlogen reddende engel werd gezien. De afwijkende mening
van tirannieke Thea zou toch niets veranderen aan die zinsbegoocheling.
Het viel iedereen
wel op dat Jade een stuk minder beschikbaar was dan voor haar burn-out.
Mogelijk was ze nog niet fulltime inzetbaar of – ergo - werd ze op gezette tijden teruggefloten door
Yin en Yang. Graag hadden de opperouders genoeg tijd en ruimte gehad om de
interne coördinatrice na haar burn-out opnieuw voor hun zaakjes te winnen. Wie
kon er nou beter dan Jade de nieuwe belangenbehartigster van de opperouders
worden? Toch werden de gebeden van de herenpapa’s en damesmama’s noch door
directeur Yin, noch door directeur Yang verhoord. Thea daarentegen kon de
zeldzame maar immer irritante presentie van haar tegenstreefster, in dat
cruciale schooljaar, missen als een zwangere luis in een bos met kroeshaar. De
beperkingen voor de opperouders leverden Thea dus juist meer ademruimte op.
Door de lastenverlichting van een minder opgepompte en kleinere groep 7 dan het
schooljaar daarvoor, stond een uitgeruste juffrouw Rita bovendien ook niet meer
langer meteen in vuur en vlam voor de Wielewaalstokers. Ook een prettige
bijkomstigheid onder het regime van Yin en Yang.
Hoewel de
bekonkelaars nog altijd onveranderlijk in alle hoeken en gaten van de
basisschool het hoogste woord voerden. Thea zag ze wel samenscholen. Sinds de
afgang van Willy Bakbruin kon ze de gesproken onzin echter niet meer verstaan
door het gegroeide wantrouwen van de opperouders jegens haar. Ze waren op hun hoede met een
spion in de buurt. Liplezen van een afstand was het enige dat Thea overbleef. De
inhoud van het geroddel door de opperouders bestond vast uit veel ruis en
weinig helderheid zoals gewoonlijk, maar zeker weten deed Thea zelfs dat niet
meer. Zodra Thea op het speelplein, in de klaslokalen van de groepen 7 en 8 of
in de wandelgangen opdook, begonnen de opperouders prompt stommetje te spelen,
terwijl ze voor de zomervakantie meestal toch zorgeloos door waren gegaan met
hun kwaadsprekerij binnen het gehoorbereik van de moeder van Walter en Sabine.
Opeens werd het bestaansrecht van Thea evenwel niet langer genegeerd. Van de
ene op de andere dag deed ze er toe. De komst van Yin en Yang had leven in Thea
geblazen. Eindelijk hadden de opperouders tirannieke Thea in een hokje weten te
plaatsen. Ontmaskerd als ze was als de klokkenluidster voor juffrouw Rosalie
van de onderwijsstichting. Het kon niet anders dat Thea in die hoedanigheid dan
ook de beslissende aandeelhoudster was in het inspectierapport; de
besluitvorming over het vertrek van Willy Bakbruin; en de komst van Yin en
Yang. Thea mocht willen dat ze zo belangrijk was, alhoewel de macht die de
opperouders haar met hun verdachtmaking gaven haar ego geen kwaad deed.
Het citotrainen
thuis met Sabine ging ook na de zomervakantie onverminderd door. Uit zichzelf
repte Jeewee in de eerste periode van het nieuwe schooljaar in groep 8 met geen
woord over eventuele additieve, klassikale maatregelen voor verbetering van het
lesprogramma. Laat staan dat hij Sabine onder 4 ogen aansprak over de armzalige
afsluiting van groep 7 als gevolg van het foutieve pré-advies. VMBO basis.
Lager kon niet. Jeewee gedroeg zich alsof er nooit wat aan de hand geweest was
tussen de papa en mama van Sabine en het team van De Wielewaal onder leiding
van Willy Bakbruin. Voor de gemoedsrust van haar dochter probeerde Thea het
oude zeer ook zo veel mogelijk weg te lachen, maar Sabine had haar moeder niet
nodig om juffrouw Siepie te verfoeien. Het was waar dat Sabine voorheen nooit
de neiging had hoeven te onderdrukken om met de juf uit het zevende
basisschooljaar weg te lopen. Terwijl ze wel dol was op haar juffrouw Dorien
uit de groepen 1 en 2 en daarop volgend helemaal op haar gemak bij respectievelijk
de meesters Jeewee en Joep. De schooltrol daarentegen viel middelmatig in de
smaak . Tot voor kort. Na het debacle met foute pré-advies kon Sabine juffrouw
Siepie de saimiri niet meer luchten of zien. Zonder directe invloed van Bart en
Thea overigens die hun bijnaampjes voor de schooltrol voor zich hielden in het
bijzijn van hun kinderen. Dat spreekt voor zich. Al was het alleen maar om te voorkomen dat Walter en Sabine in de
verleiding mochten geraken om woord voor woord in het openbaar te herhalen wat hun
ouders eigenlijk beter niet hadden kunnen zeggen. Kleine potjes hebben immers
grote oren. Toch zeggen daden meer dan woorden en lieten Bart en Thea hun
antipathie tegen de schooltrol zoveel mogelijk voor wat het was om het Sabine
niet nog moeilijker te maken dan ze het in groep 8 ongetwijfeld ging krijgen
onder de parttime hoede van een onderwijzeres
met de beperkte kwaliteiten van juffrouw Siepie de saimiri.
Per slot van
rekening hadden de opperouders zich niet voor niets in allerlei bochten
gewrongen om Willy Bakbruin zover te krijgen dat de
heilige twee-eenheid van Jeewee en juffrouw Siepie eindelijk gezamenlijk in
groep 8 mocht staan. Deze zogenaamde succesformule verdween echter volledig
naar de achtergrond in de eerste schoolweek na de zomervakantie die vooral in
het teken stond van de verwarring. De boventoon voerde de gekende wanorde in de
beruchte plofklas die nu groep 8 geworden was. Het soort explosieve anarchie
dat door de verdwazende aard van beide toezichthouders gedoemd was om in de
loop van de week alleen maar in heftigheid toe te nemen. Ondanks zijn ervaring
in het onderwijs, verviel Jeewee bijvoorbeeld continu in het maken van
beginnersfouten. Hij moest tegelijkertijd wennen aan de dwingende aanwezigheid
van Yin en Yang, als aan het geweld van de immense, nieuwe klas vol vroegrijpe
pubers in de dop dat als een stoomwals non-stop op hem af bleef komen. In zijn
haast om aldoor veilig over de opgefokte prépuberberg te klimmen, struikelde
hij continu over molshopen en werd doorlopend plat gewalst. Jeewee was
zichtbaar blij dat hij na zo’n 100 keer vallen en opstaan verdeeld over het
eerste deel van de schoolweek op de 4de werkdag eindelijk verlost was van de
tienerchaos in de achtste klas. Op donderdagochtend konden alle aanwezigen in
de wandelgangen van De Wielewaal niemand minder dan Jeewee opgelucht aan het
lokaal van groep 8 voorbij zien huppelen naar zijn parttime andere klas van
waar de verlichting acuut optrad. Groep 6 was de gelukkige die Jeewee deelde
met juffrouw Marijke; de abstracte juf van orde en gezag. Groep 6; waarin de
leerlingen nog gewoon minderjarigen zijn en waaraan hij dankzij het consequente
voorwerk van collega Marijke geen kinderen had bij wijze van spreken. Hoe
anders verliep zijn samenwerking met juffrouw Siepie die de dynamische
samenstelling van groep 8 kende als haar broekzak van het schooljaar daarvoor
en geen enkele reden zag om het zooitje ongeregeld niet zoals voorheen over te
laten aan het natuurlijke verloop van het recht van de sterksten. Wie hield de
schooltrol in bedwang? Jeewee was amper half mans genoeg om zijn nieuwe groep 8
te bestieren. Laat staan dat hij bij machte was om juffrouw Siepie de saimiri
de tweede helft van de tijd in groep 8 tot ondersteuning te bewegen. Net zo min
als Thea trouwens. Vandaar dat ze ook geen moeite deed om nog langer effort in
de schooltrol te investeren. Des te harder voelde Thea zich echter op de tweede
dag van de eerste schoolweek al geroepen om in de pikorde van groep 8 in te
grijpen en Jeewee bij te sturen.
Op die bewuste
dinsdag in het staartje van augustus verliet Sabine tussen de middag witheet
van woede het Wielewaalgebouw. Stampvoetend kwam ze op haar moeder af.
‘Boris heeft me
keihard in mijn maag gestompt’, voer ze uit, terwijl ze haar onderarm voor haar
buik hield en kort ineen kromp van een nawee.
‘Wanneer?’, wilde
Thea meteen weten.
Ze leefde in de
veronderstelling dat het incident vers was. Thea dacht dat Boris zojuist
tijdens het weggaan, buiten het klaslokaal, haar dochter had aangevallen. Ze
ging er dan ook in eerste instantie vanuit dat ze Boris bij de uitgang van het
Wielewaalgebouw nog kon aanspreken op zijn wangedrag.
‘Vanochtend in de
klas’, kermde Sabine.
‘In de klas?’,
herhaalde Thea overdonderd.
Mentaal wankelde
Thea even.
‘Een goed begin
is het halve werk’, zuchtte ze.
De Wielewaal zou
De Wielewaal ook niet zijn zonder absurde toestanden. Nou was Boris niet
bepaald een straffe gast; eerder een kabouter zonder puntmuts, maar met een
spencer op een geruit flanelletje en in een terlenka kinderpantalon die voor
hem op maat gemaakt was door het thuismanusje van alles alias de
knuffelhoofddoek aan huis. Humor leek dan ook het enige noodverband dat Thea zo
gauw voorhanden had voor haar geblesseerde dochter:
’Waar is die
Boris dat ik hem bij zijn lurven pak!?’
‘Bij de
overblijf.’
‘Ja, dan houdt
het op’, knarsetandde Thea.
‘Zag Jeewee
eigenlijk dat Boris jou in de klas in je maag stompte?’
‘Weet ik niet,
maar ik heb wel geklikt.’
‘Dat is geen
klikken Sabine. Dat noemt men; voor jezelf opkomen. Sinds wanneer mag Boris jou
zomaar in de maag stompen? Wat zei Jeewee ervan?’
‘Niets. We
moesten al de hele morgen op onze plaats gaan zitten. Alleen Boris stond in de
weg en toen kon ik niet naar mijn bankje. Ik probeerde langs hem af te wurmen
en toen stompte hij mij in mijn maag. Hij heeft toch Asperger? Dat is een
aandoening in het autismespectrum. Hij kan zomaar ineens woest worden om niets.
Hij was dus ergens heel boos over.’
‘Een aandoening
in het autismespectrum’, papegaaide Thea spottend.
‘Ja, hij heeft er
een spreekbeurt over gehouden in groep 7’, pruttelde Sabine na.
Ze krabbelde
alweer overeind. Ze steunde ook niet meer, maar praatte des te harder. Thea zag
aan het verbeten gezicht van haar dochter dat de razernij niettemin nog door
haar hele lichaam borrelde. Sabine stond te sidderen alsof haar bloed kookte. Het
vuur in haar ogen stond op spuwen. En terecht. Beter strijdlustig dan radeloos.
‘Nou, dan moet
jij op jouw beurt maar eens klassikaal een boekje open doen over jouw naevus
flammeus’.
‘Over mijn wat?’
‘Over jouw
wijnvlekjes in je gezicht.’
‘Wat hebben mijn
wijnvlekjes nou met Asperger te maken?’
‘Jouw aandoening
is tenminste direct aantoonbaar! Ik kan ook wel iemand in elkaar slaan en
daarna zeggen: ‘Oeps, ja sorry maar ik heb Asperger.’
‘Waarom ben jij
zo?’, grimaste Sabine.
‘Misschien heb ik
ook wel Asperger’, overdreef Thea, terwijl ze Sabine troostend naar zich
toetrok.
Pas op de valreep
gaf Jeewee thuis voor de middagdienst op De Wielewaal. Thea ving hem op in de
deuropening voor het klaslokaal van groep 8. Hij probeerde haar te ontwijken,
terwijl hij een stomende beker koffie boven zijn hoofd hield. Aanvankelijk leek
Jeewee blindelings langs Thea af naar binnen te willen glippen, maar dat zou
bij nader inzien toch iets te veel wurmen en daardoor uitzonderlijk delicaat
worden. Zoals gebruikelijk was de plofklas oorverdovend luidruchtig, zodat Thea
haar stem moest verheffen om haar punt te maken:
‘Vanmorgen heeft
Boris mijn dochter een stomp in de maag verkocht.’
Quasi verrast,
alsof hij haar nog totaal niet had opgemerkt, plaatste Jeewee zijn vrije hand
achter zijn linkeroorschelp en keek moeilijk.
‘Vanmorgen heeft
Boris mijn dochter een stomp in de maag verkocht’, herhaalde Thea nog een
decibel harder.
‘Daar weet ik
niks van?!’, antwoordde Jeewee nauwelijks verstaanbaar met opgetrokken
wenkbrauwen voor de geloofwaardigheid van zijn ontkenning:
‘Het is anders
onder jouw ogen in de klas gebeurd’, trompetterde Thea verontwaardigd.
Honend gooide
Jeewee zijn hoofd achter in de nek.
‘Dat lijkt me
sterk, maar als dat waar is, dan had Sabine naar mij moeten komen.’
‘Dat heeft ze
gedaan zegt ze.’
Met een zucht
begon Jeewee aan de schouder van Thea te sjorren met de bedoeling de weg in de
deuropening naar het klaslokaal vrij te maken.
‘Ik zal het er
wel met Sabine over hebben’, steunde hij getergd.
Thea liet zich
echter niet zomaar aan de kant zetten. Voordat ze in beweging kwam, vond ze de
schichtige ogen van Jeewee.
‘Je moet ook
Boris op zijn gedrag aanspreken dit keer, Jan-Willem. Je kunt hem niet weer met
zijn agressieve impulsen laten wegkomen.’
‘Ik kijk wel of
ik in de loop van de middag een gaatje heb’, antwoordde Jeewee ontwijkend,
vertwijfeld en zo timide dat Thea moest liplezen om hem te kunnen verstaan.
Ze las
beklemdheid in de woorden en ogen van Jeewee. Thea kon zijn terughoudendheid
niet anders vertalen dan angst voor de omvang van het verdriet van de ouders
van Boris. Ze bespeurde ook tegenzin in een update over het gedrag van Boris
met vader Gert, de gemeentefunctionaris, en moeder Babs. Niet helemaal
onbegrijpelijk gezien het troosteloze lot van de tweede zoon van het echtpaar;
Alfred in de rolstoel. Alfred zat 2 jaargangen onder Boris ook op De Wielewaal.
Met zijn rolstoel. Was er eigenlijk nog wel iemand in de verre omtrek van de
basisschool van Sabine en Walter nog niet doordrongen van de tragedie van
Alfred? Zijn voorzienigheid had Boris onaantastbaar gemaakt op De Wielewaal,
want hij was boven alles de grote, achtergestelde broer van Alfred in de rolstoel. In
tegenstelling tot het beperkte toekomstperspectief van Alfred met zijn
progressieve, ongeneselijke spierziekte was de levensverwachting van Boris wel
normaal. Daarom leek het haast alsof hij Asperger had gekregen om niet helemaal
bij de overweldigende afwijkingen van zijn broertje in het niet te vallen.
Asperger als een alibi om van huis uit ongestoord aandacht te trekken en te
ontvangen. Boris kon op De Wielewaal vloeken, schelden, driftbuien krijgen en
willekeurig kinderen aanvallen zonder ooit op zijn eigen verantwoordelijkheden
aangesproken te worden. Boris had immers Asperger en deze aandoening komt nooit
alleen, maar gaat meestal gepaard met ernstige hoogbegaafdheid ook nog. Zo was
die arme Boris dubbel de dupe van zijn onaangepaste gedrag.
Maar Boris niet
alleen. Gedurende zijn kinderjaren op De Wielewaal had Boris al tientallen
slachtoffers om zich heen met zich meegetrokken. Zij het door verbaal geweld of
door te flippen. Dat spontaan doorslaan van de stoppen beperkte zich
aanvankelijk nog tot het dreigen met de spitse punt van zijn passer, maar
allengs ook steeds vaker met het ten uitvoer brengen van zijn bangmakerij.
Boris gebruikte dan de punt van zijn passer om de armpjes en beentjes van
onschuldige kindertjes in de directe omgeving doelbewust te bewerken met een
voorzichtig licht krasje hier en daar. Niet
ernstig genoeg om Boris te demoniseren, maar irritant genoeg voor menig
ouder om te klagen bij het docententeam van De Wielewaal. Weliswaar binnen de
perken van het betamelijke; teneinde niet uitgesloten te worden van de royale
buurtbarbecues die Gert - de gemeentefunctionaris en de papa van Boris en
Alfred - jaarlijks in de wijkspeeltuin op touw zette.
Tijdens die
buurtbarbecues kon niemand om Babs heen. Zij was de moeder van Boris en Alfred
in de rolstoel. Een doortastende, niets ontziende dame met net zoveel recht op
een loopbaan buitenshuis als ieder ander. Babs verdiende niet alleen
consideratie van de buitenwacht vanwege haar kroost, nee ze stond erop! De
dagelijkse oppas voor haar tweetal werd gesubsidieerd uit een speciaal
overheidspotje voor behoeftige ouders, dat Gert vanuit zijn positie als
gemeentefunctionaris, helemaal terecht natuurlijk, meteen aan had weten te
breken voor zijn uitzonderlijke gezinssituatie. Als je de juiste deuren opent
dan wijzigt de weg zich vanzelf. Hopelijk konden Gert en Babs in de toekomst
ook nog wat voor de opperouders betekenen in de zin van adviezen over aanvragen
betreffende subsidies, speciale voorzieningen en toelagen? In ieder geval was
de bereidwilligheid om rekening te houden met de moeilijke thuissituatie van
Gert en Babs groot. Zelfs bij Thea die toch echt niet op een uitnodiging voor
de jaarlijkse buurtbarbecue in de speeltuin van de Wielewaalwijk zat te
wachten. Zo werd Boris dus van alle kanten ontzien. Net zolang tot het
gedoogbeleid niemand meer ten goede kwam. De sociale status van Gert en Babs
mocht dan wel in het verleden alle kreukels in het gedrag van hun oudste zoon
bij herhaling glad gestreken hebben, de goede naam van zijn ouders weerhield
Boris er niet van om de rimpels in zijn doen en laten, overigens zonder
scrupules, weer net zo makkelijk opnieuw aan te brengen. Regelmatig moest hij
zijn passer terug verdienen met behulp van een ingenieus beloningsysteem dat
zijn ouders in samenwerking met een gezinspsycholoog voor Boris uitgedokterd
hadden. En dat terwijl het bezit van een passer nog helemaal niet nodig was op
de basisschool. Maar voor Boris was de passer een talisman en bij gebrek aan
zijn amulet gebruikte hij desnoods zijn vuisten om zijn Asperger te botvieren.
Bijvoorbeeld op de buik van een toevallige voorbijgangster. Dan had Sabine nog
geluk gehad dat Boris op de tweede dag van de eerste schoolweek in groep 8 zijn
passer alweer bij zijn juf of meester - in dit geval bij Jeewee dus - in had
moeten leveren. Als strafmaatregel op voorspraak van vader Gert, moeder Babs en
de gezinspsycholoog. Ergens was het ook een beetje bolle pech dat Sabine zich
in de directe ruimte van Boris had begeven. Als ze uit haar doppen had gekeken
dan had Boris haar ook niet per ongeluk in haar buik geramd.
Thea was er niet
op uit om Jeewee onderuit te halen of om het schoolleven van Boris ook nog zuur
te maken, maar het idee dat haar dochter zich niet eens beschermd kon wanen
tegen lichamelijk geweld in het klaslokaal van haar basisschool, was helemaal
volgens de traditie van De Wielewaal compleet van de zotte. Gedreven door de
apathische reactie van Jeewee op haar valide klacht, stuurde Thea nog dezelfde
middag een online berichtje over de stomp van Boris in de maag van Sabine onder
het toeziend oog van meester Jan-Willem aan zowel directeur Yin als aan zijn
collega Yang. Thea ging ervan uit dat met het vertrek van Willy Bakbruin ook
haar mailverbod was opgeheven. Voor de volledigheid zond ze ook een copy van
haar mailtje door aan Jeewee en de schooltrol.
Geachte heren Yin
en Yang,
Tussen de middag
kwam mijn dochter Sabine uit groep 8 totaal van slag uit school. Ze was in de
klas in haar maag gestompt door Boris; een klasgenoot. Iedereen weet dat Boris
Asperger heeft, maar dat betekent nog niet dat hij het recht heeft om mijn
dochter in het bijzijn van meester Jan-Willem zonder reden te mishandelen.
Sabine heeft tevergeefs geklaagd over het wangedrag van Boris en ook over pijn
haar maag bij meester Jan-Willem. Het mag toch niet zo zijn dat het ene kind
het andere kind onbestraft pijnigt in een klaslokaal. Omringd door 30
leeftijdgenoten zonder dat iemand – laat staan de aanwezige leerkracht -
ingrijpt? Ik begrijp de lijdensweg van Boris en ik weet net als iedereen op De
Wielewaal dat hij het thuis niet makkelijk heeft, maar desondanks vind ik het
welzijn van mijn dochter toch iets belangrijker dan het aandachttekort van een
kind dat niet van mij is. Uw reactie zie ik graag per omgaande tegemoet,
Hoogachtend,
Thea (moeder van
Sabine/groep 8 en Walter/ groep 7)
En dan was Thea
nog zo aardig geweest om niet eens over het onuitstaanbare punt te reppen dat
zielige Boris overal mee weg kon komen vanwege zijn doodzieke broertje. Walter
had eens moeten flikken wat Boris allemaal klaar speelde. Met nog geen
honderdste van het geweldrepertoire van Boris op zijn kerfstok zou Walter
allang onder dwang naar De Klaproos afgevoerd zijn. En zo niet dan wel naar een
andere instelling voor moeilijk opvoedbare kinderen. Enfin altijd nog beter dan
ontoerekeningsvatbaar verklaard worden zoals Boris. De keuringsstempels onder
de noemers van Asperger en hoogbegaafd stonden als het ware als denkbeeldige
tattoos in zijn voorhoofd gegraveerd. Alsof iemand daarmee geholpen was.
Al vroeg in de
avond van de dag van het geweldsdelict van Boris, met Sabine als slachtoffer in
het volle klaslokaal van groep 8 onder supervisie van Jeewee, ontving Thea een
reactie in de mail op haar online rapportage van het gebeuren. Ze werd
uitgenodigd voor een gesprek met beide directeuren: Yin en Yang. Dit onderhoud
zou op De Wielewaal gaan gebeuren en wel op de eerst volgende dinsdag over een
week. Op de maandag ervoor stond de jaarlijkse ouderbijeenkomst specifiek voor
groep 8 gepland en op de woensdag erna zou de voorlichtingsavond voor groep 7
van Walter plaatsvinden. Met een jaarvoorraad aan gezever, geclusterd in 3
avonden, voor de boeg, was Thea al bij voorbaat uitgeput. Eerdere
ouderzittingen in de afgelopen basisschooljaren van haar kinderen had Thea
echter plichtsgetrouw bezocht en uitgezeten, dus waarom dit traditionele
treffen met de opperouders van de leerlingen in groep 8 overslaan? Het zou de
laatste algemene ouderavond zijn voor de jaargang van Sabine op De Wielewaal.
Zo’n finale moest bezegeld worden met haar persoonlijke, gebruikelijke,
onverdraaglijke aanwezigheid, vond Thea. Hierna zou een welverdiende rust haar
deel zijn. Als Sabine deze plofklas overleefd had en naar de middelbare school
was vertrokken dan liep Thea geen gevaar meer om het overgrote deel van de
betweters met de ouderlijke macht elke morgen van iedere werkdag tegen het biologisch gecultiveerde lijf te lopen in de
wandelgangen van De Wielewaal. Thea zou samen met Walter in zijn laatste jaar
op de basisschool achter blijven met slechts nog een vleugje van het gehijg van
de opperouders in haar nek. Te weten de resterende superpapa’s en megamama’s
van de klasgenootjes van Walter die nu nog groep 7 onrustig maakten. Dat
scheelde al gauw driekwart in windkracht, want groep 8 van Sabine was de
grootste, meest chaotische plofklas in de geschiedenis en toekomst van De
Wielewaal. De ordehandhaving in de plofklas was al zo vaak onderwerp van de
ideeënbus geweest, dat een leek bijna ging twijfelen aan de zelfredzaamheid van
het docententeam op De Wielewaal. Onterecht natuurlijk naar mening van de
directrice en de opperouders. Op de valreep kwam Willy Bakbruin haar fanclubje
dan ook wederom tegemoet met het enige juiste besluit in de ogen van de
opperouders. Vlak voor haar vertrek maakte ze nog gauw, gauw de groepsindeling
met de betreffende docenten bekend in laatste editie van de wekelijkse
Nieuwsbrief van De Wielewaal. Groep 8 zou in het komende schooljaar onder de
verantwoordelijkheid van niemand minder dan meester en Jan-Willem en juffrouw
Siepie samen vallen. Twee hoeraatjes
voor dit gouden duo. Jeewee en de schooltrol in de gloria. Alsof de plofgroep
daardoor uit de problemen zou raken. Thea had in elk geval een hard hoofd in
dit docentenduo voor Sabine, maar wie weet was er in het aanstaande bewindsjaar met Yin en Yang wel oor voor een
heterogeen geluid in de marge van de homogene opperoudergemeenschap? Thea liet
zich graag verrassen zoals ze verder in de eerste schoolweek ook al op een
prettige wijze door de juffrouw van groep 7 overbluft was naar aanleiding van
een voorvalletje in het domein van Rita en de nieuwe meester Vik.
Op de donderdag
in het tweede juffrouw Rita weekdeel in groep 7, kwam Walter namelijk uit
school met een gigantische inktplek op het witte achterpand van zijn nieuwe
Pokémon merkshirt. Uit ervaring kon Thea al voorspellen dat de smet een
blijvertje zou zijn. In de loop van de jaren was ze met alle denkbare, maar ook
ondenkbare, schoonmaakmiddeltjes het gevecht met de meest uiteenlopende vlekken
op de gezinskleding aangegaan en tot nu toe had ze meer tijd verspild dan
oplossingen gewonnen. Toch was die indigo vlek niet de echte reden van de
frustratie die Thea meteen bekroop bij de aanblik van het met inkt doordrongen,
hagelnieuwe, dus super absorberende, witte katoen. Het bezoedelde T-shirt kon
nog dienst doen als bovendeel van een pyjama. Zonde van het kleedgeld, maar
helaas. Kinderen zijn niet smetteloos, maar tijdens het dragen van het Pokémon
shirt kon de zoon van Thea de vlek op het rugpand moeilijk eigenhandig
veroorzaakt hebben. Anders gezegd: De schade was dus overduidelijk buiten zijn
macht opgetreden. In het klaslokaal van groep 7 zat Walter echter sinds kort
voor zijn maten Huib en Tim. Eén van deze 2 kereltjes scheen volgens de
getuigenis van Walter iets te enthousiast met een vulpen aan het schudden
gegaan te zijn met de bedoeling om inkt naar de punt te transporteren. Bij de
versnelling van dit inkttransport waren er naar zeggen Walter per ongeluk
klodders blauw op het achterpand van zijn nieuwe shirt terecht gekomen. Om te
beginnen vond Thea het idee van een vulpen met vullingen niet meer van deze
tijd. Verder waagde ze de onschuld van de dader te betwijfelen. Hoe hard kun je
schudden voor gebruik? Daarbij kwam dat noch Huib, noch Tim een prettige
thuissituatie kenden en de neiging hadden om hun privéremmingen op school los
te laten Vandaar dat Walter zijn maatjes
uit voorzorg tegen de rancune van zijn moeder in bescherming nam en weigerde om
de schuldige aan te wijzen. Even los van het feit dat het prijzige Pokémonshirt
hem gestolen kon worden, hetgeen de loyaliteit van Walter niet minder lovenswaardig
maakte. Hoewel? Allemaal leuk en aardig dat Walter vriendschap boven
hebbedingetjes stelde, maar in de omgekeerde situatie zouden Tim en Huib hun
maat zonder pardon opgeofferd hebben aan schrikbewind van hun roemruchte
moeders.
Uit de goedheid
van haar hart, had Thea weleens voor noppes amper gedragen kleding uit de kast
van haar eigen kinderen doorgesluisd naar Jenny; de moeder van Tim. Het betrof
modegevoelige kleding waar Sabine en Walter waren uitgegroeid, en die minder
goed te verkopen waren aan de trendy klandizie van haar webshop. Dus dacht Thea
aan Jenny. Niet alleen met het oog op de jongere tweeling – Mira en Rob - ,
maar ook omdat Tim; de oudste zoon van Jenny, kleiner en fijner gebouwd was dan
Walter. Toen Thea haar de 2 vuilniszakken gevuld met schone kleding
overhandigde, acteerde Jenny alsof ze niet goed wist wat ze met het aanbod aan
moest. Nou had Thea geen nederige dankbetuiging verwacht; maar Jenny hoefde ook
niet zo nadrukkelijk te laten merken dat de donatie ver beneden haar
levenstandaard stond. Haar gespeelde fierheid was onnodig stuitend en bovendien
schone schijn. Hoe had Thea vooraf moeten ruiken dat Jenny een gegeven paard,
dat zo rein en onbereden was, toch verkoos in de bek te kijken? Terwijl Jenny nota
bene zelf op de gift had aangestuurd door te hinten dat ze eventueel wel
interesse zou hebben in gratis kleding, omdat ze het, na het overlijden van
haar ex man Joop, zo hard te halen had met de zorg voor 3 opgroeiende
handenbindertjes. Inmiddels snapte zelfs Thea dat Jenny met ‘gratis’ kennelijk
wat anders bedoeld had dan ‘tweedehands’.
‘Ze doelde op een
liefdadigheidsaftrap op jouw Webshop’, tipte Bart.
‘Ze kan een
liefdadigheidsaftrap tegen d’r achterwerk krijgen’, smaalde Thea.
Hoe dan ook zag
Thea ´de kids´ van Jenny nooit terug in het geschonken tweedehands goed.
Meestal droeg het drietal van Jenny massaflut afgewisseld met steeds dezelfde
dure merkkleding die pas vervangen werd door wederom zo’n kant en klare,
prijzige kindercatwalklook nadat het oude, gouden textiel tot op de draad toe
versleten was. Thea kon het niet schelen hoe de weduwe en moeder van Tim en de
tweeling aan het geld voor het hooghouden van haar extravagante levensstijl
kwam, maar ze had wel zo’n vermoeden dat de methodes van Jenny om fondsen te
werven niet altijd helemaal zuiver waren. Zo ontving Thea een paar maanden na
de tweede hands kledingaffaire een sms’je van Jenny met het verzoekje aan Thea
om een gescheurd T-shirt van het merk Dieselkids van Tim ter vergoeding op te
geven aan de verzekering.
Sms Jenny:
‘Hb (hartelijk
bedankt) voor sp (spelen) en thbr (thuis brengen).’
Sms Thea:
‘K (Oké).’
Sms Jenny:
‘Ag (Alles
goed?)’
Sms Thea:
‘Zkr. (zeker)
Mjo? (Met jou ook?)’
Sms Jenny:
‘N (nee). Tim
heeft scheur in Dieselmerkshirt.’
Sms Thea:
‘Dus?’
Sms Jenny:
‘Schuld van
Walter.’
Sms Thea:
‘Not, Tim droeg
vdag (vandaag) kwartjesWibrashirt merk; goedk. (goedkoop)’
Sms Jenny:
‘Nw (no way of niet waar).
Sms Thea:
‘Net zlf gez.
(zelf gezien).’
Sms Jenny:
‘Is gist
(gisteren) op sch (school) gebeurd.’
Sms Thea:
‘Walter was gist (gisteren) afw. (afwezig). Ziek.’
Sms Jenny:
‘Str (stuur) rek
(rekening) door: 109,- ‘
Sms Thea:
‘En dan?’
Sms Jenny:
‘Ff (even) drgv
(doorgeven) aan jouw schadeverz. (verzekering).’
Sms Thea:
‘Egn (echt
niet).’
Sms Jenny:
‘Hoezo? Kost jou
niks?’
Sms Thea:
‘Een postzegel’.
Sms Jenny:
‘Str (stuur) via
mail.’
Sms Thea:
‘N (nee).’
Sms Jenny:
‘Why n (not)?’
Sms Thea:
‘Kost moeite en
no claim.’
Sms Jenny:
‘Die scheur in
Dieselkidsshirt dan?’
Sms Thea:
‘Wrom (waarom) koop jij dure shirts?’
Sms Jenny:
‘Mijn boyfr
(boyfiend) bet (heeft betaald).’
Sms Thea:
‘Vrg (vraag)
hem.’
Sms Jenny:
‘Trots’.
Sms Thea:
‘Walter heeft
niks gedaan!’
Sms Jenny;
‘Vgl (volgens)
Tim w (wel).’
Sms Thea:
‘Herhaal; Walter
was gist (gisteren) n (niet) op sch (school).’
Sms Jenny:
‘Eergist
(eergisteren) dan?’
Sms Thea:
‘Toen was het
zondag!’
Sms Jenny:
‘Boei (boeien).
Wrk ff mee. (werk effe mee!)’
Sms Thea:
‘Nw’(no way)
Sms Jenny:
‘Why n(not)?’
Sms Thea:
‘Trots.’
Sms Jenny:
‘Lamar en tfn (thanks for nothing).’
Sms Thea:
‘GdGg (geen dank,
graag gedaan).
Opgeteld bij de
fratsen van Jenny kwam dan ook nog eens de frustrerende vloek van de moeder van
Huib. Nog een prototype van zo’n
narcistisch exemplaar dat zich totaal niet met haar medemens bezig hield. Zij
was de roomblanke, sproetige, goud
gelokte carrière vrouw annex zelf gekroonde hobbyheks. Ze behekste Huibje met
angst voor de impact van haar paranormale krachten indien hij ooit de drang
mocht voelen om met Walter in zijn doubleerklas aan te pappen.
‘Ik mag niet na
school bij jou thuis afspreken van mijn moeder, want mijn moeder is een heks’,
schijnt Huibje letterlijk tegen Walter gezegd te hebben.
‘Wie zegt dat ik
na school bij mij thuis met jou af wil spreken?’, vroeg Walter onverschillig.
‘We kunnen wel
stiekem samen spelen via skype en dan gamen’, vond Huibje.
‘Mag dat wel
dan?’
‘Dat ziet ze
niet.’
‘Hoezo niet? Ze
is een heks? Heksen hebben een derde oog toch?’, meende Walter zich te herinneren
uit het boek ‘De Heksen’ van Roald Dahl
‘Valt wel mee.
Niet altijd’, suste Huibje.
De aversie tegen
Walter van de hobbyheks had dan ook niet zozeer te maken met zijn persoon, als
wel met zijn bloedverwantschap met Sabine. Dit probleem ging weer terug naar de
teloorgang van de vriendschap tussen Huibje en Sabine in groep 4. In het begin
was de verkering zo dik aan dat Huibje op eigen houtje wekelijks met Sabine
afsprak zonder de gebruikelijke inmenging vooraf van zijn gescheiden ouders die
uiteindelijk los van elkaar altijd op woensdag akkoord gingen met de
eigenzinnige keuze van hun zoon. Uiteraard steevast bij Sabine thuis. Een plek
waar Huibje het broertje van Sabine onmogelijk iedere week kon ontlopen. Totdat
Bart een stokje voor de wekelijkse speelvisites stak, omdat Sabine niet werd
uitgenodigd voor een verjaardagspartijtje van Huibje. Dat was des te
belachelijker daar Sabine in de weken tot aan het bedoelde fuifje tot
vervelends toe door Huibje verzekerd was van een invitatie. Van zoveel
gekunstelde voorpret had Sabine al bij voorbaat genoeg gegeten en gedronken,
maar ze mocht niet weigeren op het moment suprême van Thea. Uit fatsoen. Was
Sabine even blij dat ze uiteindelijk toch niet werd uitgenodigd. Ze was
tenslotte maar de dochter van buitenstaanders, hetgeen meestal een doem was,
maar dit keer een zegen. Desondanks was Bart ziedend. Helaas voor de moeder van
Huibje liet Bart zijn ongenoegen niet onbetuigd. Toevallig nam hij en niet Thea
de bakelieten hoorn van de vintage huistelefoon op, toen de hobbyheks op de dag
van het partijtje ook nog het gore lef had om te bellen. Ze bedoelde de
speelvisite van haar Huibje bij Sabine op de eerstvolgende woensdag na het
bedoelde fuifje veilig te stellen. Alsof die kinderloze woensdagmiddag haar
rechtmatig toekwam. Helemaal na zo’n enerverend, selectief verjaardagsfeest met
allemaal veeleisende kinderen van opperouders van de partij. Bart zou zichzelf
niet geweest zijn als hij de hobbyheks vervolgens de wacht niet had aangezegd.
Het betekende niet alleen het einde van de vriendschap tussen Sabine en Huibje,
maar de enige zoon van de hobbyheks kreeg gevolglijk ook een beperking
opgelegd. Huibje mocht gedurende zijn 2de kans in groep 4 niet veel van zijn
papa en mama, maar vriendjes met Walter worden was helemaal uit den boze. Wat
had ieder normaal denkend mens dus kunnen verwachten na dit uitdrukkelijke
verbod van de hobbyheks en haar ex? Uitgerekend Walter en Huibje vonden elkaar.
Een band die vervolmaakt werd met Tim en Marcus in een vriendenclub die tot ver
na de basisschooltijd zou blijven
bestaan. De vriendschap ontwikkelde zich op school en tijdens het gamen via
skype. De hobbyheks en haar ex hebben zoonlief nooit op zijn voortdurende
overtreding van het vriendschapsverbod met Walter aangesproken. Gelukkigerwijs
transformeerden voorts geen van beide jongens ooit in een kikker. Mogelijk vond
de hobbyheks achteraf het sop de kool niet waard. Skype hield Huibje toch ook
wel lekker rustig op de achtergrond op de ongelegen kwaliteitsmomenten waarop
de hobbyheks haar zoon van de kinderrechter toebedeeld had gekregen. En Walter,
ach wie was dat ook alweer? Wat de hobbyheks betrof was het akkefietje allang
weer vergeten, maar wat Bart en Thea aanging volstrekt niet.
Of Huib óf Tim
had het nieuwe Pokémonshirt van Walter op het geweten en Thea moest en zou
weten wie. Opgezweept door de ergernissen uit het verleden, wendde Thea zich
tot juffrouw Rita die haar in de gang voor de geopende deur van het klaslokaal
van groep 7 begripvol aanhoorde. Thea wist niet wat ze meemaakte. Ze keek om
zich heen om zich ervan te vergewissen dat ze gewoontegetrouw omgeven werd door
het wakende oog en luisterende oor van passerende opperouders in de gang van De
Wielewaal. Nee, ze was niet alleen, terwijl juffrouw Rita toch vrijuit met haar
stond te praten. Zonder schroom voor de incrowd.
‘Ik heb gezien
dat Tim met inkt zat te knoeien. Hij zit ook recht achter Walter in de klas. Ze
waren aan het keten en toen zag ik dat Tim het T-shirt op de rug van Walter als
handdoek gebruikte. Dikke pret natuurlijk! Ik weet nog dat ik dacht: ‘Nou, daar
zal Thea blij mee zijn!’ Ik heb het er al met Jenny over gehad’, zei juffrouw
Rita.
Thea kon niet
voorkomen dat haar mond open viel. Niet vanwege het onfatsoen van Tim. Het was
een algemeen gedeeld geheim dat Tim een tik van de molenwiek had. Dan kon je
allerlei hippe labels zoals adhd of een dwangstoornis, om de nek van het ventje
hangen, maar dat veranderde niets aan de invloed van de genen en het effect van
een portret van een moeder als Jenny. Desondanks trad een acute verkoeling van
Thea’s oververhitte gemoedstoestand op als gevolg van de empathische reactie
van juffrouw Jenny. Het enige weerwoord dat ze op dat moment van bezinning uit
kon brengen was een vraag naar de bekende weg:
‘Wat had Jenny op
jouw beschuldiging te missen?’
‘Oh, je kent
Jenny; ze zei iets van een scheur in een heel duur T-shirt van Tim. Die scheur
zou dan de schuld van Walter geweest zijn. Daar had jij ook nooit iets mee
gedaan zei ze. Nou zouden jullie weer op gelijke voet staan. Onzin natuurlijk.
Dus. Wat wil je dat ik doe?’ vroeg juffrouw Rita strijdvaardig.
‘Ik ben al
dankbaar dat je zomaar bereid bent om mijn kant van de zaak te bekijken. Zoveel
tegemoetkoming ben ik helemaal niet gewend hier op De Wielewaal. Je hebt je
leven gebeterd, merk ik wel’, lachte Thea achterdochtig, maar toch niet zonder
een vleugje welwillendheid.
‘Dank je’,
meesmuilde juffrouw Rita en ze vervolgde:
‘Ik kan vragen of
Jenny verzekerd is tegen schade?’
Thea werd al moe
van de gedachte alleen al. Jenny zou niet te vermurwen zijn na de eerdere
weigering van Thea om de onverklaarbare scheur in het Dieselkidsmerkshirt van
Tim aan de verzekering op te geven. Bij nader inzien betwijfelde ze trouwens of
Jenny überhaupt ergens tegen verzekerd was. Waarschijnlijk had Jenny de
uitkomst van haar besteedbare inkomen allang aan merkkleding uitgeven voordat
ze niet meer aan de financiering van de maandelijkse premies van een w.a. verzekering toekwam. Los daarvan had Thea
zich totaal niet verdiept in eventuele vervolgstappen na de ontmaskering van de
inktvlekdader. In haar stoutste dromen was ze nog niet zo ver gekomen met
juffrouw Rita als vandaag in het vizier van de opperouders voor de deur van het
klaslokaal van groep 7. In het zicht in
de doorloop in de gang van De Wielewaal. Juffrouw Rita in de bocht! Hier kon
Jeewee wat van leren, want het verschil tussen wie je bent en wat je wilt zijn
is wat je doet.
‘Nee, ik wil
alleen even duidelijk hebben dat Walter niet de enige relschopper in zijn klas
is.’
‘Wie zegt dat
Walter een relschopper is? Heb ik dat gezegd?’, wilde juffrouw Rita
schuldbewust weten, terwijl ze ter hoogte van haar borsten naar zichzelf wees.
‘Nog niet’,
zinspeelde Thea.
‘Je kent me
toch.’
‘Juist daarom.
Wat is er met jou gebeurd?’
Juffrouw Rita
bewoog zich tot vlak bij het rechteroor van Thea om zich er fluisterend van te
vergewissen dat de moeder van Walter en Sabine een geheim kon bewaren. Voordat
Rita wat kon uitbrengen, sprak Thea voor haar beurt::
‘Je wordt de
officiële opvolgster van Willy Bakbruin?!’
Zonder rekening
te houden met de galmende akoestiek in de hoge gang. Het was een geintje.
Absoluut geen gok. Maar tot ongenoegen van Thea kreeg ze pas respons nadat
juffrouw Rita haar eerst aan haar arm over de gang naar de privacy van de
wasbakken bij de kindertoiletten had gezeuld.
‘Wie zal het
zeggen?’, zinspeelde ze opgewonden terwijl ze zich aan de schouders van Thea
vastklampte.
Thea voelde haar
knieën week worden bij de aanblik van de verwachtingsvolle ogen. Hoe kon Rita
zichzelf zo voor de gek houden?
‘Waarom denk je
dat dan?’
Thea herinnerde
zich Rinus Hardleers van de onderwijsstichting en zijn toezeggingen tijdens het
cruciale telefoongesprek na het foutieve pré-advies voor Sabine. De belofte van
Yin en Yang. Interim directeuren met een visie voor De Wielewaal. Daarbij had Thea
zich toch wat anders voorgesteld dan de benoeming van juffrouw Rita als
directrice. Al snel wist ze de teleurstelling voor zichzelf te verzachten met
de geruststellende gedachte dat de herscholing tot manager voor een leerkracht
minstens 2 jaar in beslag nam. Veel te lang voor juffrouw Rita die liever al
haar vrije tijd in haar rockband stopte. En zo niet dan was Walter tegen de
tijd dat Rita haar manager diploma binnen had ook al lang en breed weg van de
basisschool.
‘Ik ben
uitgenodigd voor een gesprek bij de nieuwe interim directeuren’, bloosde
juffrouw Rita.
Verlegen liet ze
Thea los, alsof ze zich plotseling realiseerde dat ze een figuur stond te
slaan. Met de nodige spot gaf Thea lucht aan de bruuske onvrede die haar maag
van streek bracht:
‘Ja, ik ben ook
uitgenodigd voor een gesprek met de interim directeuren aanstaande dinsdag,
maar dat betekent toch nog niet dat ik een kandidate ben voor de post van
directrice van De Wielewaal. Geef die brandblussers eerst eens kans. Ze zijn
nog niet eens begonnen’
‘Haha, jij bent
geen leerkracht Thea, maar het zou toch kunnen dat ze me vragen om in de
toekomst de rol van directrice van De Wielewaal te vervullen? Ik werk hier al
meer dan 20 jaar. Wat denk jij?’, pruttelde juffrouw Rita enigszins gekalmeerd
na.
Thea keek Rita
doordringend aan in een poging om rockchick met haar beide beentjes terug op de
grond te krijgen:
‘Wat weet ik nou
van de sollicitatieprocedure op een basisschool?’
‘Niks natuurlijk,
maar de crisisdirecteuren zijn maar voor een half jaar op De Wielewaal
aangesteld via de onderwijsstichting. Eén van hun kerndoelen is de benoeming
van een nieuwe permanente directeur. Of directrice. Ben ik nou gek, Thea?’
Uit
vriendelijkheid wilde Thea best een rondje met Rita mee denken.
‘Hoe werkt dat
dan op een basisschool? Wordt iemand gevraagd voor een leidinggevende functie?
Ouderwetse promotie? Of moet iemand op eigen initiatief over lijken gaan om
carrière te maken in het onderwijs? Zoals overal elders tegenwoordig? Anders
gezegd. Moet iemand nou zelf vragen om niet te worden overgeslagen? Of niet?
Dat is de vraag.’
‘Nee, maar zou ik
Willy Bakbruin kunnen overtreffen, denk je?’
‘Waarom niet? Jij
wel’, huichelde Thea.
‘Ja, want aan
meester Viktor is namelijk gevraagd of
hij in plaats van parttime voortaan voor de hele werkweek in groep 7 wil komen
werken.’
‘Ow’, schrok
Thea.
‘En waar moet ik
dan blijven?’, wanhoopte juffrouw Rita ineens.
Zo heeft iedere
medaille 2 zijdes. Rita wachtte af. Maar er kwam geen zinnig woord over de
lippen van Thea. Na een paar tellen met de gevoelslengte van een uur vervolgde
Rita haar verhulde weeklacht in een dalende mineurstemming.
‘We zouden groep
7 samen doen; meester Viktor en ik. Enfin, ze zullen me heus niet ontslaan. Er
is een nijpend, landelijk tekort aan leerkrachten en zo slecht ben ik niet
toch?’
‘Je vist naar
complimentjes Rita. Je weet heus wel dat ik waardering heb voor jouw
professionaliteit. Als onderwijzeres van mijn kinderen. Misschien ben je ook
wel een geweldige directrice. Daar kan ik niet over oordelen’, lachte Thea
opgelucht, omdat ze dit keer oprecht meende wat ze zei.
Juffrouw Rita
moest het gezegde even laten bezinken. Voor Thea een prima aanleiding om het gesprek over een andere boeg te
gooien.
‘Maar nu even wat
anders; heeft meester Viktor al ja gezegd?’
Juffrouw Rita
schrok wakker uit haar dagdroom, waarvan ze nog niet helemaal zeker wist of het
haar nachtmerrie of een luchtkasteel was.
‘Nog niet
officieel, maar hij wil wel. Dat is het geheim waar ik op doelde en dat je nog
even voor je moet houden, totdat Viktor en ik precies weten waar we aan toe
zijn.’
HOOFDSTUK 43
De bankjes in het
klaslokaal van plofgroep 8 waren volledig bezet met papa’s, mama’s of andere
verzorgers. De laatkomers zochten een plekje in de vensterbanken van de
overvolle ruimte en vonden steun met hun billen tegen de verwarming die nog
niet in werking was gesteld vanwege het broeikaseffect op temperaturen waarbij
een airco beter dienst had kunnen doen. Hun silhouetten tekenden zich af in de
kunstverlichting tegen de achtergrond van hoge ramen waarin een indigoblauwe
nazomernacht zich al schemerend aankondigde. Jeewee stond overgeleverd voor de
klas, terwijl hij de drukte huiverig overzag. Hij leek verloren in zijn uppie.
Alsof hij in de steek gelaten was door juffrouw Siepie die schitterde door
afwezigheid. Thea had nog net een zitplaats weten te bemachtigen naast de
moeder van Imke met wie Sabine weleens optrok. Imke was met haar bijna 14 jaar
veruit de oudste van de klas. Het was een schichtig, beschadigd meisje dat de
indruk gaf elders onophoudelijk geteisterd te worden door onherroepelijke verwaarlozing.
Van volwassenen moest ze niks hebben. Laat staan van de meeste kinderen om haar
heen die Imke op hun beurt ook liever kwijt dan rijk waren. Zo werd Imke
veroordeeld tot Nia. De adoptieouders van Nia zaten stijfjes naast elkaar in
het eerste bankje van de derde rij. Veilig in een strak aangemeten
burgerlijkheid ter bescherming van hun afwijkende dochter Nia die het volgens
de statistieken vanwege haar getinte huidskleur alleen al moeilijk genoeg had.
Tel daar de adoptie bij op en de misère is rond.
Wonderlijk genoeg
had Nia haar mensenschuwe vriendin Imke weten te besmetten met haar obsessie
voor Sabine. Net als bij de dweepzieke Nia, liet Sabine ook de adoratie van
Imke gelaten van zich af glijden. Af en
toe verdiepte Sabine zich weleens in Imke door met haar te gamen of een praatje
te maken in de hoop om met zulke zoethoudertjes weer een poosje van het geclaim
af te zijn. Op zulke speelmomentjes deed de moeder van Imke het voorkomen alsof
Sabine op haar dochter zat te wachten in plaats van andersom. Mogelijk was
beroepsdeformatie de oorzaak van haar onvermogen om Imke te zien voor het
buitenbeentje dat ze was. Een tunnelvisie die voortvloeide uit haar baan als
lerares Frans op een middelbare school buiten de stad alwaar een pestprotocol
op papier garant stond voor een gelijke behandeling van alle leerlingen. Dus
maakte de moeder van Imke zich geen zorgen over de acceptatie van haar dochter
in de plofklas. Ze had totaal niet in de smiezen dat ze in werkelijkheid op De
Wielewaal niet bij de binnenwacht der opperouders hoorde. Die oogkleppen waren
haar op het lijf geschreven. Thea vond het pijnlijk om aan te moeten zien dat
de moeder van Imke echt de enige was die niet merkte dat ze buiten de boot viel
met haar moeilijk lerende, onaangepaste dochter en haar oninteressante
anekdotes over akkefietjes tijdens haar Franse lessen. Hoe duur de moeder van
Imke ook woonde in haar herenhuis met gunstige ligging in De Wielewaalwijk en
hoeveel ze ook opschepte over de gewichtige baan van haar man in de advocatuur;
ze hoorde niet bij de incrowd. Ze werd niet gedeeld in opperouderweetjes en
haar dochter Imke was en bleef een nono onderaan de pikorde in de hiërarchie
der populaire meiden van groep 8. Of de moeder van Imke had een olifantshuid of
ze was stekeblind. Hoe het ook zij; de sociale boycot leek niet tot haar door
te dringen. Alsof de moeder van Imke op een dag in haar uppie gewoon besloten
had dat ze ‘gearriveerd’ was. En als de moeder van Imke iets bepaald had, dan
was dat kennelijk zo. Vanaf die mindset verdroeg ze alleen nog mensen om zich
heen die bereid waren om zich kritiekloos naar haar idee-fixe te schikken.
Zo zette de
moeder van Imke doodgemoederd haar dochter onuitgenodigd en onaangekondigd voor
een weekendje logeren bij de voordeur van het huis van Sabine af en ging zelf
met een stel andere gekke wijven op de bonnefooi naar Parijs. Andere
‘vriendinnetjes’ hadden niet thuis gegeven en een overdonderde Thea kon een
smachtende Imke moeilijk op straat laten staan. De vader van Imke kwam zijn
dochter 2 dagen later in een driedelig maatkostuum met stropdas en het
schaamrood op zijn kaken weer ophalen. Hij was zojuist terug gekomen van een
zakenreisje en had niemand aangetroffen in zijn herenhuis. Er had een
handgeschreven briefje op de keukentafel gelegen. Of hij dochter Imke even bij
een klasgenootje wilde oppikken, want zijn vrouw was de hort op!? Of zoiets. De
vader van Imke had een bloemetje bij zich voor Thea. Hetzelfde trieste boeketje
roze chrysanten dat Thea eerder op die bewuste zondagmiddag bij de balie van
het dichtstbijzijnde benzinestation nog in een emmer water met soortgelijke
bosjes had zien staan verpieteren.
‘Je moet wel erg
diep gezonken zijn wil je die treurigheid aanschaffen’, had ze nog gedacht.
Vlak voor haar
uittocht beweerde Imke in het bijzijn van Thea en ten overstaan van haar vader
dat ze een aardig logeerpartijtje had gehad met veel pizza en frietjes met
mayo, maar dat het cool was dat ze naar huis mocht, zodat ze weer gezond kon
eten. Met name vanwege de noodzakelijke groente die ze op haar logeeradres had
moeten ontberen. Precies zoals haar onvolprezen supermama al voorspeld had.
Verbolgen probeerde Thea de buitenissige vriendin van haar dochter de mond te
snoeren:
‘Je had hier van
vrijdag tot vandaag zoveel groente kunnen eten als je maar bliefde. Ik heb nog
een stronk broccoli liggen. Als je wilt dan mag je die alsnog meenemen voor
onderweg. Trouwens; bloemkool heb ik je ook aangeboden en sla. Maar nee, jij
moest en zou chocopasta op je witte boterhammen, terwijl je ook volkoren brood
kon krijgen. En wat dacht je van jouw voorkeur voor ham en kaas en per sé geen
tomaten op je pizza?!’
‘Tomaat is geen
groente maar fruit, zegt mama’.
Het was de eerste
keer in 3 dagen tijd dat Imke het woord direct tot Thea richtte.
‘En zojuist heb
je geen appelmoes gegeten; alleen frietjes, knakworst en de halve inhoud van
een knijpfles mayonaise.’
‘Appelmoes is ook
geen groente’.
De vader van Imke
deed niet eens moeite om zijn ondankbare, schijngroene dochter tot de orde te
roepen. Hij trok alleen een haastige conclusie:
‘O, maar je hebt
dus al wel gegeten. Imke? Dat scheelt weer, want ik moet nog Chinees halen voor
mama.’
‘Bespaar je de
moeite; ik heb nog wel een mud groenvoer liggen, die mag je zo meenemen!’,
grijnsde Thea.
‘Nee, dank u, ik
haal gewoon even een bakje foeyunghai voor mijn vrouw, want ik heb ook al
gegeten’, meende de vader van Imke onverstoord.
Een paar weken
later mocht Sabine bij wijze van wederdienst blijven eten bij Imke zodat ze ook
eens kon proeven van het gezonde leven. Alsof Thea niet al vanalles uit de kast
getrokken had om Sabine aan het groenvoer te krijgen. Het was redelijk gelukt. Maar
Sabine kreeg tijdens het diner bij Imke thuis niet zomaar wat huis- tuin- en
keuken voedsel geserveerd. Nee, nee, ze kreeg aspergesoep. Gelukkig waren de
ogen van de overige gezetenen aan de dis niet op Sabine gericht en
converseerden de opa, oma en ouders van Imke zo luid dat de kokhalsgeluiden van
het walgende meisje door het geanimeerde
gekeuvel aan tafel overstemd werden. Uiteindelijk lukte het Sabine
zowaar om binnen een redelijk termijn de soep op te lepelen. Thea was apetrots
op haar dochter. Wat groenteconsumptie betreft was Sabine, tot dan, ondanks
moeders exquise kookkunsten, nog nooit verder was gekomen dan spinazie, rode
kool, wortelen en bieten. Na de soep volgde nog een verfrissende fruitcocktail,
waardoor Sabine zich ook wat minder misselijk voelde, maar ze moest desondanks
overgeven toen ze in een veilige thuisomgeving zichzelf weer dorst te zijn.
‘Nou hoef ik
zeker mijn leven lang geen asperges meer te eten?’ hunkerde Sabine.
‘Dat heb je zelf
in de hand. Ik zal je in elk geval niet dwingen! Ik ben door schade en schande
wijs geworden’, lachte Thea.
Helemaal zeker of
dat de moeder van Imke haar groetende hoofdknik, in het klaslokaal van groep 8
beantwoord had, was Thea niet. Er bewoog wel vanalles aan haar rechterzijde,
want de moeder van Imke zat omgedraaid in haar bankje en was in een levendig
discussie verwikkeld over de hoogbegaafdheid van Fransje; de dochter van
Evelien die naast haar man Jelle achter haar zat. Thea had Imke weleens over
Fransje horen praten. In een autoritje terug naar haar Wielewaalse herenhuis na
een speelbezoekje in de achterstandswijk van Sabine. Thea chauffeerde. Wie
anders? Fransje scheen bij Imke in de straat te wonen:
‘Fransje heeft
een gymnasiumadvies’, deelde Imke lukraak aan Sabine mee, terwijl ze op de
achterbank van de Renault via hun Nintendo ’s samen een gekoppelde game
speelden.
Sabine besloot
Thea bij het gesprek te betrekken:
‘Dat heet toch
VWO mam?’
‘Wat heet VWO
schat?’, vroeg Thea afgeleid door het drukke stadsverkeer.
‘Als je naar het
gymnasium kunt? Dat heet toch VWO?’
‘Jazeker.’
‘Toch heeft
Fransje een gymnasiumadvies. Dat zegt haar moeder tegen mijn moeder. Ze wonen
tegenover ons’, bitste Imke zo hard dat Thea wel mee moest luisteren.
‘Lekker
belangrijk’, zuchtte Sabine tot genoegen van haar moeder.
‘Jij hebt toch
VMBO kader net als ik?’
Imke sloeg een
gefrustreerd toontje aan dat Thea niet aanstond. Gelukkig liet Sabine zich niet
op haar kop zitten.
‘Jawel, maar ik
kan best naar het gymnasium als ik zou willen toch mam?’
‘Jij wel!’, vond
Thea.
‘Echt niet. Mama
zegt dat jij slechtbegrijpend bent. Net als ik.’
Precies op dat
ogenblik sprong het verkeerslicht op rood en trapte Thea net op tijd abrupt op
de rem. Met een schok kwam de Renault tot stilstand en klapte het drietal in de
veiligheidsgordels naar voren en direct weer naar achteren. Wakker geschud
draaide Thea zich om naar Imke op de achterbank. Oogcontact was onmogelijk
zoals gewoonlijk. Op datzelfde moment werd Thea de gekrenkte blik van haar
dochter gewaar.
‘Ik weet niet hoe
het met jou zit Imke, maar Sabine is alles behalve slechtbegrijpend. Ik wil je
moeder direct graag even aanspreken over de onzin die ze uitkraamt.’
‘Mijn moeder is
niet thuis’, murmelde Imke zonder van haar Nintendo op te kijken.
‘Weet je wat?’,
vroeg Thea quasi vriendelijk.
En daar ze uit
ervaring geen reactie kon verwachten, vervolgde ze in één adem:
‘Dan ga je
voortaan toch lekker met Fransje spelen.’
‘Maham!’
Sabine had geen
zin in toestanden. Wat kon haar het gymnasiumadvies van Fransje schelen! En
Sabine wist heus wel dat de moeder van Imke de overgewaardeerde Fransje liever
als vriendin voor haar dochter zag. Maar nee had Imke al en ja zou ze nooit
krijgen. Niet van Fransje.
‘Ik wil helemaal
niet met Fransje spelen’, pruilde Imke met tranen in haar stem.
‘Fransje wil niet
met jou spelen zul je bedoelen’, smaalde Sabine terecht.
‘Kijk maar uit,
straks wil Sabine ook niet meer met jou spelen’, dreigde Thea, terwijl ze naar
aanleiding van het groene licht de Renault weer in beweging moest brengen en
dus noodgedwongen weer voor zich uit keek.
Tegelijkertijd
begon Imke zachtjes, maar hartverscheurend te snotteren. Thea begon al bijna
spijt te krijgen van haar inmenging in de sociale omgangsnormen van haar
dochter. Totdat ze in de achteruitkijk spiegel zag dat Sabine geen enkele
aanstalten maakte om Imke te troosten. Toen wist ze zeker dat ze goed zat.
In vergelijking
met de vermeende genialiteit van Fransje had Imke met haar belabberde
schoolprestaties dan ook geen schijn van kans. Maar zo snel gaf de moeder van
Imke zich niet gewonnen tijdens het babbeltje met de papa en mama van Fransje
dat vooraf ging aan de ouderavond in het lokaal van groep 8. Onverwachts
speelde de moeder van Imke een troef uit die ze voor Thea tot dan toe ook
verborgen had gehouden. De moeder van Imke bracht ene Yves ter sprake. Yves
bleek de uitgevlogen, oudere broer van Imke te zijn. Een bolleboos die een
beurs had gewonnen voor de prestigieuze Yale uni in de states door cum laude
voor het gymnasium te slagen. De moeder van Imke illustreerde haar grootspraak
met een veelzeggende blik. Zo van:
‘En nou jullie
weer; stelletje losers!’
De ouders van
Fransje hadden zichtbaar moeite om hun nederlaag te verstouwen, maar waren
zogenaamd niet onder de indruk. Yves was immers Imke niet. Het succes van Yves
straalde niet op Imke af die heus niet minder dan voorheen voor joker stond ten
opzichte van de gevierde Fransje, omdat haar broer toevallig wel goed kon
leren. En in plaats van openlijk partij te kiezen voor haar ondergeschoven
dochter en terecht kwaad te worden op het arrogante stel achter haar, bewoog de
moeder van Imke met Evelien en Jelle mee alsof ze alleen maar naar de
ouderavond van groep 8 was gekomen om hoe dan ook zelf in het middelpunt van de
belangstelling te kunnen staan.
‘Zo moeder zo
zoon en Imke heeft de hersens van haar vader, want ik heb de mijne nog,
meesmuilde ze in een misplaatste poging om grappig te zijn.
Niemand lachte.
Afkerig van de moeder van Imke begon Thea om zich heen te kijken in het
klaslokaal van groep 8. Wat een ongekend hoge opkomst! Greet, de moeder van het
huilmeisje Mathilde, viel haar als eerste op. Ze deelde een bankje met een mede
opperouder. Het was Fenne alias de mama van Janne. Eigenlijk logisch want Janne
was weer de beste vriendin van het huilmeisje Mathilde. De man van Greet – dus
de vader van huilmeisje Mathilde – was de beruchte griezel door wie Thea zich
altijd onheus bekeken voelde. In het bijzonder door zijn seksueel intimiderende
laserogen. Eensgezind met de vader van Janne stond hij wijdbeens achterin het
klaslokaal van groep 8. De heren torenden naast elkaar in krappe afgewassen
t-shirtjes, skinny jeans en schuiten van sneakers boven de zittende menigte
uit. De blote armen hadden de papa’s quasi nonchalant voor de borst
ineengeslagen Ze stonden met hun rug tegen de muur. Op veilige afstand van hun
vrouwen maakten beide slungels een flauwe, kerelachtige indruk. Niet alleen vanwege
hun abnormale lengte, maar ook door hun kloekmoedige houding waaruit sprak dat
de nieuwe directeuren Yin en Yang niet moesten verwachten dat zij met zich
lieten sollen. Potverdorie!!!
Moira, de
dramamama van Kasper, had zich vooraan in de eerste rij in het zicht van
iedereen geïnstalleerd. Haar bankje stond neus aan neus met de lessenaar van
Jeewee. Thea hoefde niet verder te zoeken in het klaslokaal om zeker te weten
dat de ex-man van Moira niet was meegekomen. Anders zou de verzekeringsarts
zich wel traditiegetrouw direct bij aankomst in het klaslokaal dicht bij zijn
ex-vrouw geschaard hebben met de bijbedoeling om de illusie van het perfecte
gezinsplaatje hoog te houden. Misschien dat hij - of zijn nieuwe vriendin -
eindelijk de absurditeit en doorzichtigheid van die façade had ingezien. Hoe
dan ook zat deze keer voor het eerst niet de papa van Kasper, maar Maud aan de
zijde van Moira in het voorste bankje van groep 8.
Maud; de moeder
van Ronnie en Happy, keek permanent bedrukt de laatste tijd. Maud lag in
scheiding. Tenminste dat had zoonlief Ronnie aan bijna iedereen. die op één of
andere manier betrokken was bij De Wielewaal, in vertrouwen laten weten. Door
toedoen van haar eigen vlees en bloed was daarmee de geplande echtscheiding van
Maud een algemeen gedeeld geheim geworden.
Maar als de nood
aan de moeder is dan is Moira op De Wielewaal nabij. Zo ontfermde Moira zich
sinds kort over Maud. Op haar exhibitionistische, typische manier. Maud was een
dankbaar slachtoffer oftewel het voetveegje van Moira als tussendoortje op de
reservebank. Voor het geval dat de mede opperouders het gezanik van de moeder
van Kaspertje weer eens zat waren. Dramamama Moira werd er niet minder
sociaalbehoeftig en ervaringsdeskundig van op het gebied van vanalles. Haar
favoriete gespreksonderwerp bleef veruit de ernstige virusziekte die haar
Kaspertje jaren geleden overleefd had, maar over haar eigen echtscheiding was
Moira ook nog niet uitgepraat. Met name op de momenten waarop Kasper met Ronnie speelde. Onder dwang van
zijn dramamama weliswaar en bij gebrek aan beter. Daar kwam nog bij dat het
tweetal elkaar niet echt lag, zodat de
spontaniteit bij de onderlinge verhoudingen ver te zoeken was. Kasper had zich
ontpopt als een skate borderstype, terwijl Ronnie zich nog steeds graag als een
prinsesje verkleedde. Ronnie had vooral vriendinnetjes, waaronder ook nog steeds: Sabine. Tot ongenoegen van
moeder Maud. Los daarvan hadden Happy – de dochter van Maud - en Bob – de zoon
van Moira - aldoor bij elkaar in de klas gezeten in voorafgaande jaargangen op
De Wielewaal. Happy was het oudste kind van Maud en Bob de eerstgeborene van
Moira. Zo’n gemene deler brengt moeders, ongeacht hun afkomst of status, toch
nader bijeen tot op het punt van verzadiging. Het voorspelbare einde van de
vriendschap, waarbij opperouder Moira de ruchtbaarheid rond de privézaken van
haar onderdaan in de verpersoonlijking van Maud ter versterking van haar eigen
machtspositie tot op de bodem had uitgebuit.
Misschien zat
Dimpf daarom zo ver mogelijk van het tweespan verwijderd. Heel verstandig vond
Thea. Dimpf was een alleenstaande oppermoeder van Tanja uit de plofgroep 8.
Daarnaast had ze ook en oudere dochter met de naam Debbie die eveneens
jarenlang bij Bob van Moira en Happy van Maud in de klas had gezeten. Dan zou
men in de lijn van de aangewakkerde vonkjes tussen Moira en Maud dus
logischerwijs eveneens een klik met Dimpf verwachten. Wie weet had Dimpf wat
meer mensenkennis dan de gemiddelde opperouder op De Wielewaal? Wat de reden
van de mismatch ook mocht zijn; het zag er nochtans niet naar uit dat er op die
ouderavond van groep 8 alsnog een trio gevormd ging worden. Onverschillig liet
Dimpf het erbarmelijke duo voor het hoopje ellende dat het was. Zij gaf de
voorkeur aan een plekje naast Marloes in de derde rij achterin klas.
Marloes was de
moeder van Lennart en irritant genoeg ook de listige oud logopediste van
Walter, waardoor Thea haar al ruim 5 jaar consequent met hart en ziel negeerde
en ontliep in de wandelgangen van De Wielewaal. Hetgeen Marloes wel goed
uitkwam, want op deze manier hoefde ze nooit en plein public met de gebrande
billen bloot om in het bijzijn van haar doelgroep op de blaren van haar
mislukte fraude met de ziektekostenverzekering van Walter te zitten.
Directeur Yin
sloot de deur achter zich en wurmde zich handenwrijvend voor in de klas tussen
een gereserveerde directeur Yang en een zenuwachtige Jeewee. Vlak voor
binnenkomst was Thea weliswaar op de gang een mini oponthoud gepasseerd tussen
enkele papa’s en mama’s met de vers aangestelde troubleshooters, maar ze had
uit die korte stremming niet meteen geconcludeerd dat het ontvangstcomité ook
in persona bij de ouderavond van groep 8 aanwezig zou zijn. Ze dacht dat Yin en
Yang op de gang iedereen op stonden te wachten als een voorproefje op hun
toekomstige werkwijze. Onder het gedienstige motto; ook buiten het klaslokaal
staan wij tot uw beschikking. Even dacht Thea in het voorbijgaan in de
wandelgang een glimp van aandachttrekkerij op te vangen van de kleine, kale
directeur Yin. Mogelijk naar aanleiding van haar online klacht over de stomp
van Boris in de maag van Sabine en het aanstaande gesprek daarover. Maar dat
kon ook een wensgedachte zijn.
‘Meneer, kan de
deur open blijven, alstublieft’, pufte een mama koket tegen directeur Yang,
terwijl ze zich in het tweede bankje van de middelste rij koelte toewuifde met
haar uitdraai van de uitnodiging van de ouderavond.
Normaliter liet
deze Agnes, moeder van dochter Nana, geen kans onbenut om met Jeewee te
flirten. De opperouders stonden haar geflikflooi oogluikend toe, want Agnes was
naast een handig en manipuleerbaar manusje van alles geen concurrentie. Op
45jarige leeftijd was Agnes pas bevallen van haar enige dochter Nana. Toch zou
Nana op natuurlijke wijze verwekt en op de wereld gezet zijn. Althans volgens
de overlevering van zij die de waarheid in pacht menen te hebben. Thea kon er
zich weinig bij voorstellen. Agnes was een ouwelijk type. Twaalf jaar na haar
kraamtijd leek ze eerder op een
bezadigde oma dan een op een
zinnenprikkelende moeder van een jong meisje uit groep 8. Agnes was geen
sensuele vrouw die tot de verbeelding van een zaaddonor sprak. Dat nam echter
niet weg dat Jeewee nog verder uit zijn doen raakte dan hij al was door de
afvalligheid van één zijn trouwste groupies. Waarom had Agnes zomaar die
bejaarde bewindhebber – directeur Yang in dit geval - in plaats van haar
beproefde redder in nood aangesproken? Waarom lonkte Agnes naar een vreemde?
Als hij gedurfd had dan had Jeewee uit protest de deur van het klaslokaal van
groep 8 voor Agnes en het oog van alle aanwezige ouders en verzorgers opnieuw
wagenwijd open willen zetten. Juist om te bewijzen dat de nieuwe directeuren
niet allesbepalend waren.
Zonder antwoord
te geven gaf directeur Yang gehoor aan de flirterige smeekbede van Agnes. Het
was ook bloedheet in de rumoerige, stampvolle ruimte. Geïrriteerd stroopte hij
zijn overhemdsmouwen op en bleef met zijn rug tegen de deurpost op de tocht
staan uitwaaien. Directeur Yin stelde het digibord in werking, terwijl Jeewee
met onvaste stem iedereen van harte welkom heette. Hij werd overstemd door een
vloedgolf van afschuwkreten die de akoestiek in het klaslokaal plempten als
gevolg van een mededeling die zojuist onverhoeds op het digibord was
verschenen. Thea las:
Jan-Willem van
der Klooten wordt de enige leerkracht van groep 8.
Ze herlas de
mededeling. En nog eens. Thea had het goed gelezen. Weg met de schooltrol. Daag Siepie de
saimiri. Welkom Jeewee. Het hart van Thea maakte een vreugdedansje op de
melodie van een voetballied.
‘Het is stil aan
de overkant!’
De angel was uit
de wespensteek; het vuur uit de ontsteking; de pus uit de puist. Probleem?
Opgelost! Rinus Hardleers van de onderwijsstichting had niets teveel beloofd.
Yin en Yang deden hun pseudoniemen eer aan. Het duurde een paar seconden om
haar binnenpretjes te temperen voordat Thea weer bij de les was. Greet, de
moeder van het huilmeisje Mathilde, had het woord genomen:
‘Lees ik dat nou
goed? Gaat Jeewee de hele werkweek in groep 8 staan?’
Directeur Yin
fronste en keek hulpbehoevend om zich heen:
‘Wie is Jeewee?’,
wilde hij ten einde raad van Jeewee weten.
‘Ik ben Jeewee’,
bekende Jeewee schoorvoetend.
Hoofdschuddend
richtte directeur Yin zich tot Greet en antwoordde welwillend:
‘Dat leest u goed
mevrouw, meester Jan-Willem, eh…Jeewee dus, wordt vanaf vandaag de enige
leerkracht van groep 8.’
De moeder van
Luna stond op uit haar bankje om zich niet alleen letterlijk, maar ook
figuurlijk achter het wantrouwen van Greet te scharen:
‘Ja, maar hoe zit
dan met Siepie? Ik ben trouwens Marit’.
‘Welkom Marit’,
knipoogde directeur Yang vanuit de deuropening.
Harry, de zelf
uitgeroepen leukste vader van het laatste decennium en de echtgenoot van en
naast Marit, voelde meteen een band met directeur Yang. Niet zozeer omdat Harry
als leraar Nederlands op een middelbare school net zoals het schoolhoofd in het
onderwijs werkzaam was, maar veel meer omdat de vrouw van zijn keuze kennelijk
bij de directeur in de smaak viel. Vanuit eenzelfde visie viel er te
onderhandelen als je het Harry zou vragen. Wat directeur Yang betreft was Thea
zo zeker nog niet. Zij meende doorlopend signalen van onderliggend sarcasme in
de publieke reacties van directeur Yang op te vangen in tegen stelling tot een
blij verraste Harry en een gestreelde Marit. De moeder van Luna begaf zich dan ook gerustgesteld terug op haar
achterwerk naast haar doorluchtige echtgenoot.
‘Juffrouw Siepie?
U maakt zich vooral zorgen over het lot van juffrouw Siepie? Juffrouw Siepie
gaat, geloof ik, naar groep 6, alwaar zij zal samenwerken met juffrouw
Marijke’, antwoordde directeur Yin ondertussen met hetzelfde ongeloof in zijn
stem als tijdens de algemene introductie-avond op de eerste maandag na de grote
schoolvakantie.
Alsof hij de
ouders en verzorgers van De Wielewaal niet goed kon volgen en de rode draad van
de open vragen al kwijt was voordat de interactie met zijn publiek goed en wel
op gang was gekomen. Op alles was directeur Yin voorbereid behalve op de
absurde wendingen die het beraad met de ouders en verzorgers van De Wielewaal
steeds dreigde aan te nemen.
‘Maar misschien
kan juffrouw Marijke hier zelf het één en ander over vertellen?’, stelde
directeur Yin bereidwillig voor.
‘Ik zit hier!’,
kondigde juffrouw Marijke met een onwennige, schorre stem aan.
Ze schraapte haar
keel. Het geluid kwam ergens vanuit het centrum van de ruimte waar
tegelijkertijd ook een lange, knokige wijsvinger de lucht in ging. Kort, maar
lang genoeg om voor alle aanwezigen traceerbaar te zijn, priemde de groet van
juffrouw Marijke boven de veelkoppige menigte uit.
Thea had de oude
juf van Walter uit het vorige schooljaar nog niet eerder die avond opgemerkt in
het klaslokaal van groep 8. Het sprak voor juffrouw Marijke dat ze haar gezicht
liet zien op de ouderavond. Temeer daar van de schooltrol niet hetzelfde gezegd
kon worden. Naderhand bleek juffrouw Marijke tot de nieuwe coördinatrice
bovenbouw van De Wielewaal benoemd te zijn door de directeuren Yin en Yang.
Logisch dus dat ze beroepsmatig aanwezig was op de ouderavond voor groep 8. Een
leermoment bij uitstek voor een debutante natuurlijk. Daarnaast fungeerde
juffrouw Marijke in haar rol als coördinatrice bovenbouw als zaakwaarneemster
voor de algemene coördinatrice van De Wielewaal die daarom niet ook nog eens dubbelop
op de ouderavond aanwezig hoefde te zijn. Dankzij de versterking door juffrouw
Marijke kon Jade juist lekker, rustig aan, op gang komen na haar burn-out van
vorig jaar. Althans dat was de lezing van Yin en Yang die pas een maand na de
ondemocratische aanstelling van juffrouw Marijke in de Nieuwsbrief van De
Wielewaal werd gegeven. Tussen de regels door las Thea een excuus om Jade
stiekem onder de invloed van de opperouders uit te drijven.
Aangezien
niemand, behalve Yin en Yang, zelfs maar een vermoeden had van de promotie van
juffrouw Marijke voordat de bewuste vermelding in de schoolkrant verscheen, was
iedereen toch enigszins onder de indruk van haar schijnbaar belangeloze
aanwezigheid op de ouderavond van groep 8. Wat een energie en betrokkenheid van
zomaar een leerkracht van groep 6! Toen later bekend werd dat juffrouw Marijke
op de avond van het ouderoverleg in groep 8 al lang en breed benoemd was tot
coördinatrice van de bovenbouw; vroegen de opperouders zich alsnog luidkeels af
aan welke kant juffrouw Marijke eigenlijk stond? Aan de kant van de behoeftige
ouders of aan de kant van de misleidende onderwijsstichting? Neem nou de
beslissing van hogerhand om Jeewee en Siepie uit elkaar te halen. Terwijl het
droomduo door niemand minder dan Willy Bakbruin voorheen doelbewust voor de
plofgroep aangesteld was. Weliswaar aangespoord door de opperouders, maar dat
deed er niet toe. Want hadden de ouders van De Wielewaal soms geen recht op enige
compensatie van de ellende die het plotselinge ontslag van hun directrice met
zich had mee gebracht? Juffrouw Marijke had toch vooraf kunnen voorspellen dat
het merendeel van De Wielewaalpopulatie zich deze laatste toezegging van Willy
Bakbruin niet zonder slag of stoot liet ontnemen door een stelletje
nieuwkomers? Juffrouw Marijke had Yin en Yang kunnen waarschuwen in plaats van
de nevenfunctie van coördinatrice bovenbouw zonder meer te accepteren. Thea
wist wel beter. Ze was in het afgelopen schooljaar van Walter in groep 6
vertrouwd geraakt met het zwart-witte denken van juffrouw Marijke. Daar kwam
niet zoveel sociale intelligentie, emotie of loyaliteit bij kijken. Vanuit het
perspectief van juffrouw Marijke viel er niets te waarschuwen. Het kwam simpelweg
niet in haar op. Ze zou niet weten wie en waarvoor. Juffrouw Marijke was niet
bij machte tot voorspellingen. Wel tot plichtsbesef. Juffrouw Marijke nam haar
rol als interne coördinatrice bovenbouw ongetwijfeld net zo serieus als haar
voorbeeldfunctie als onderwijzeres. En als het nieuwe beleid van de directeuren
Yin en Yang voorschreef dat groep 8 onderwezen moest worden door Jeewee zonder
Siepie, dan was juffrouw Marijke de eerste om in die lijn voort te gaan. Zo
rechtlijnig zat juffrouw Marijke nou een maal in elkaar. Niet te manipuleren en
daardoor perfect geschikt ter ondersteuning bij de reorganisatie van de
onproductieve wanorde op De Wielewaal.
Weer een pluspunt voor het probleemoplossend vermogen van de brandblussers
op De Wielewaal.
Juffrouw Marijke
werd in de rug aangevallen door het donkere, onheilspellende stemgeluid van
Maud, de moeder van Ronnie en Happy. Maud kwam half overeind uit haar bankje.
Haar onderbuik blubberde door haar strak aangesloten T-shirt heen op het
tafelblad.
‘Ik weet niet of
ik wel zo blij ben met juffrouw Siepie in groep 6, Marijke!’, bulderde Maud
door het klaslokaal,
Juffrouw Marijke
schokschouderde opgelaten.
‘Ik ga daar niet
over’.
Verdwaald nam
Maud even de tijd om adem te halen en weer terug naast Moira neer te vallen,
waarop de moeder van Kaspertje haar opgefokte buurvrouw een goedkeurend
schouderklopje gaf. Ondertussen had Greet, de moeder van het huilmeisje
Mathilde, allang door wie de ware boosdoeners dan wel waren. Bruusk wendde ze
zich tot de directeuren voor in het klaslokaal. Greet werkte zo agressief dat
ze bijna angstaanjagend was. Vermoedelijk voelde ze zich gesterkt door de
verbolgen sfeer die alom door gepasseerde opperhouders hoog gehouden werd.
‘Wij hebben in
het vorige schooljaar in groep 7 nog aangegeven aan Willy Bakbruin dat we de
voorkeur geven aan een nauwe samenwerking tussen Jeewee en Siepie in groep 8.
Iedereen weet dat het lesgeven aan deze specifieke groep kinderen een uitdaging
is. Met andere woorden; een leuk maar moeilijk karwei. Eigenlijk kunnen alleen
Siepie en Jeewee samen deze klus klaren. Niet apart! Verder heeft mijn Mathilde
uit deze groep 8 ook nog een zusje – ze heet Gertrude – in groep 6. Gertrude
was juist zo blij dat ze ook een paar daagjes in de week les zou krijgen van
Jeewee. Nou moet Mathilde zonder Siepie verder en Gertrude zonder Jeewee. Dit
is zo oneerlijk.’
Greet eindigde
haar klaagzang met een jank in haar stem. Vanaf haar zitplaats kon Thea de
krokodillentranen uit haar ooghoeken zien druipen. Het huilmeisje Mathilde had
haar talent dus van geen vreemde. De slungelige eega van Greet met de lonkende
laserogen oftewel de 2 meter lange vader van Mathilde en Gertrude bleef dan ook
afgestompt en suf gejammerd, onverrichter zake achter in de klas naar de neuzen
van zijn megasneakers staan staren. Naast hem verroerde de futloze vader van
Janne alsmede de echtgenoot van moeder Fenne ook geen vin. In tegenstelling tot
zijn vrouw. Troostend drukte Fenne de schouders van haar buurvrouw in het
schoolbankje. Fenne en Greet deelden dan ook een nederlaag. Fenne had namelijk
naast haar dochter Janne in groep 8 eveneens een kind – zoon Elias - in groep
6. En net als Greet had moeder Fenne
voor haar beide kinderen ook hartstochtelijk graag een chantagegevoelige,
kneedbare meester gehad. Ieder kind van de opperouders zou in principe immers
evenveel recht moeten hebben op een Jeewee. Zo’n trekpop waarmee papa en mama
konden lezen en schrijven in de maat van het ons kent ons principe.
De verslagen
lichaamstaal van Gert, de vader van Boris en Alfred in de rolstoel, liet ook al
niets te raden over aan zijn wanhoop over het besluit van Yin en Yang om Siepie
de saimiri uit groep 8 te verbannen. Hij zat ineen gedoken in zijn bankje naast
zijn vrouw Babs achter oppermama’s Greet en Fenne. Wat was Gert tot voor kort
in zijn sas geweest met de beloofde parttime aanwezigheid van Jeewee in groep
6. Zijn zoon Alfred in de rolstoel was namelijk een klasgenoot van Gertrude en
Elias in groep 6. Volgens het ideale scenario van Willy Bakbruin zou Alfred in
de rolstoel dit schooljaar eindelijk ook eens kennis maken met een meester voor
de klas. Hij kon niet wachten, want zijn broer Boris had 2 jaar daarvoor in
groep 6 ook een meester mogen meemaken. Meester Joep. En hoewel Gert het zijn
jongens allebei gegund had, vond hij het toch wel erg sneu dat uitgerekend
Alfred in de rolstoel aan het kortste eind zou moeten trekken. Weer geen kerel
aan het roer. Dan is de teleurstelling groot. Dat werkte voor oudere broer
Boris ook nog eens de andere kant op, want hij was in groep 7 al aan juffrouw
Siepie gewend geraakt. Boris was een hoogbegaafde jongen met Aspergers die
moeite had met veranderingen. Juffrouw Siepie zou de geniale Boris maar wat
graag opnieuw, met veel publiekelijk vertoon uiteraard, bij de hand genomen
hebben in groep 8. Juffrouw Siepie was immers het uitbundige boegbeeld van de
plusgroep. Juffrouw Siepie was ervaringsdeskundige op het gebied van de
aanhoudende eenzaamheid van slimme mensen die op De Wielewaal verzwolgen
dreigden te worden door het onbegrip van de middelmaat. Wie garandeerde Gert
dat Jeewee over eenzelfde inlevingsvermogen beschikte als juffrouw Siepie?
Alsof groep 8 met zijn citotoetsen en middelbare schooladviezen niet al genoeg
stress met zich meebracht zonder extra ingrijpende veranderingen! De deceptie
was kennelijk te groot voor vader Gert om er het zwijgen toe te doen. Hij zette
in met een grienerig grapje, doorspekt met opstandigheid.
‘Tsja beter een
half ei dan een lege dop’,
‘Beter ten halve
gekeerd dan ten hele gedwaald’, liet Thea zich daarop onbedachtzaam ontvallen.
Haar opmerking
viel niet in goede aarde of bleef in het luchtledige hangen of werd niet
begrepen. Eén ding was helder. Thea had iets
gezegd waarmee niemand van de aanwezigen uit de voeten kon, behalve
Jelle, de vader van Fransje, die de uiting van Thea nogal persoonlijk opnam.
Hij veerde dusdanig op en neer op de zitting van zijn stoel dat Thea de neiging
kreeg om hem de weg naar de toiletten te wijzen. Toch liet ze de gefrustreerde
onrust achter haar genietend van haar schouders afglijden. Ze gunde Jelle het
verdiende ongemak, nadat hij haar anderhalf jaar geleden had weggekeken en
doodgezwegen bij de barbecue van groep 6 ter ere van meester Joep. Meester Joep
was de huidige liefde van de schooltrol, maar indertijd was hij nog vrijgezel.
Toen stond hij aan de vooravond van zijn veelbesproken mini wereldreis richting
Nieuw-Zeeland. Een gebroken man met een enkele reis teneinde zo snel als hij
kon, zo ver mogelijk te vluchten. Uit woede, omdat hij was wegbezuinigd van De
Wielewaal, terwijl Willy Bakbruin hem juist met haar hand op het hart een vaste
aanstelling als onderwijzer op haar toenmalige basisschool in het vooruitzicht
gesteld had. Op één of andere manier was zijn ontslag de schuld van Thea, zoals
zoveel op De Wielewaal blijkbaar te wijten viel aan de moeder van Sabine en
Walter. Waarschijnlijk vanwege het zesde zintuig van Thea voor menselijke
motieven. Zonder de verantwoordelijkheid onbewust naar zich toe te willen
trekken. Maar het gebeurde toch. Dat werd maar weer eens pijnlijk duidelijk op
de afscheidsbarbecue alwaar een regelrechte grafsfeer hing. Vooral de vader van
Fransje hield de rottige stemming erin met zijn vijandige, zuinige houding.
Jelle beheerde het vlees overduidelijk niet voor Thea die toch ook een
behoorlijke financiële bijdrage had geleverd aan het eetfestijn dat
hoofdzakelijk door opperouders en hun kinderen bezocht werd. En door Sabine.
Het negenjarige meisje van toen was
begrijpelijkerwijs ook niet bij machte om de onbehaaglijke ambiance te
plaatsen en projecteerde het algehele ongemak op haar moeder. Sabine was de
enige op de barbecue die daartoe gerechtigd was. De rest vond gewoontegetrouw
onterecht een zondebok in Thea onder leiding van Jelle met het slagersmutsje.
Nou had Jelle indertijd bij de botsing met Thea op de barbecue ook al een
opgeblazen smoelwerk, maar tijdens de ouderavond van groep 8 was zijn gezicht
dusdanig gezwollen dat ontploffingsgevaar een reële bedreiging voor de omgeving
werd. Dat viel Thea meteen op toen ze stiekem even naar Jelle omkeek. Zijn
waterige vissenogen gaven code rood. Jelle was zichtbaar de wanhoop nabij en
zijn vrouw steunde hem daarin. Het gestroomlijnde echtpaar wist graag
vantevoren waar het aan toe was en nu moest juffrouw Siepie ineens weg uit
groep 8! Jeewee was een voltrekt onbekende voor het stel dat volledig door
dochter Fransje in beslag werd genomen. En dochter Fransje had niet, zoals
Sabine in groep 5, al een schooljaar lang bij Jeewee in de combiklas vertoefd.
Juffrouw Siepie daarentegen had de uitzonderlijke dochter van Jelle en Evelien
al wel in groep 7 naar waarde weten in te schatten. Gedurende het verloop in
groep 7 waren de ouders van Fransje dan ook langzaam maar zeker vergroeid met
het voorkeursbeleid van juffrouw Siepie die naar eigen zeggen, net als haar
lievelingetje Fransje, ook hoogbegaafd was geworden in haar tienerjaren. Hoe
kun je intelligent worden? Dat is aangeboren of niet. In gradaties dat wel,
maar je kunt niet leren om slim te zijn. Je kunt wel wijs worden of niet. Het
levende voorbeeld van die keuze vormden Jelle en Evelien. Dankbare slachtoffers
van de apenliefde voor hun enige dochter. In plaats van Fransje te nemen voor
wie ze was, verkozen Jelle en Evelien om voluit in de hersenspinsels van
juffrouw Siepie te trappen. Ongetwijfeld was Fransje best een pientere meid die
onder normale omstandigheden vast veel minder onzeker was geweest. Niks mis met
Fransje zonder al die poeha na elk zinnig woordje dat ze uitbracht of elke
voldoende die het kind op de basisschool bijeen wist te sprokkelen. Een prima
meid. Afgezien van de onafgebroken roep om bevestiging. In gang gezet door de
voortdurende loftuitingen van haar ouders en de schooltrol. Niemand kon Thea
echter wijs maken dat Fransje hoogbegaafd was. Geniale mensen dwepen niet met
leeghoofden. Zeker niet in de stijl waarin Fransje blindelings achter juffrouw
Siepie aanhobbelde. De beloning was in het geval een dik stedelijk gymnasium
pré-advies van de schooltrol. Voor Fransje. Dat was nog eens wat anders dan het
vmbo kader préadvies voor Sabine. Juffrouw Siepie wist het immers beter dan
Bart en Thea. Herstel: Juffrouw Siepie had beter moeten weten! Ze was niet voor
niets de prijzenswaardige leidster van de plusgroep. Nou ja, lovenswaardig
volgens de redenatie van de ouders van Fransje die zich tot voor kort dan ook geen
betere leerschool hadden kunnen wensen voor hun studiebolletje. Sterker nog:
Als er iemand op moest hoepelen in groep 8, dan bepaalde de vader van Fransje
wel even hier en nu dat die persoon geen Siepie zou heten.
Waar haalde Jelle
de arrogantie vandaan? Van zijn functie als ambtenaar bij één of ander
ministerie in Den Haag, waarmee hij naar eigen zeggen zoveel verdiende dat
zijn aquarellerende huisvrouw kon
rentenieren? Bij Fransje thuis hoefden ze niet te zwemmen in het geld; pootje
baden was al genoeg. Als het ware. Kinderbijslag voor ieder kind vonden Jelle
en Evelien daarom een overbodige luxe. Tenminste dat hadden ze herhaaldelijk
beweerd in het bijzijn van Thea en met bijval van een clubje super snobistische
papa’s en mama’s. Desondanks maakten het poenige tweetal het kwartaalbedrag
toch niet aan Thea over. Terwijl Thea echt niet te beroerd was om de
overheidssubsidie voor Fransje elke 3 maanden grif van Jelle en Evelien over te
nemen. Maar nee, zo waren de papa en mama van Fransje niet getrouwd. Extra
zakcentjes werden belegd in obligaties, status, invloedrijke vrindjes en
dinnetjes en opperouders. Zeker niet over de balk gesmeten ten behoeve van de
hopeloze moeder van een paar kansloze kinderen uit een achterstandswijk.
Gesterkt door de
confrontatie met Thea, wiens mondigheid hij haatte, had Jelle eindelijk genoeg
moed verzameld om zich te doen gelden op de ouderavond van groep 8. Wat konden
hem het zusje van huilmeisje Mathilde, het broertje van Janne en Alfred in de rolstoel
uit groep 6 schelen? Zulke simpele zielen van ouders wisten niet wat ze afwezen
met hun pleidooi voor de hork Jeewee in plaats van het juweeltje van een
juffrouw Siepie. Als die uitwisseling überhaupt zou plaatsvinden natuurlijk,
hetgeen nog helemaal niet vast stond. Bij genoeg weerstand van de opperouders
zou het heen en weer geschuif met leerkrachten nog wel een halt kunnen worden
toegeroepen naar mening van Jelle. Onwetenden hoefden derhalve niet wijzer te
worden over het heersende voorkeursbeleid van juffrouw Siepie dan ze al waren.
Genoeg ingewijden wisten waar Jelle voor stond.
‘In plaats van
ons druk te maken over de positie van de kinderen in groep 6 moeten we ons
eerder afvragen of Jeewee in zijn eentje de bonk energie waar groep 8 toch voor
staat wel in zijn uppie aankan’, begon Jelle voorzichtig.
Bijna direct kon
hij uit alle hoeken van het klaslokaal van groep 8 op bijval rekenen. Heel veel
opperouders wilden wat zeggen, maar Marit, de moeder van Luna, riep het hardst:
‘Ja, dat vroeg ik
me ook al af!’
‘Pardon mevrouw,
u wilde wat vragen?’, vroeg directeur Yin gedesoriënteerd en veel te
vriendelijk aan Marit nadat de protestgeluiden enigszins getemperd waren.
Marit was weer op
gesprongen uit haar bankje. Dit keer was ze vastbesloten om zich niet te laten
piepelen door een flirtende directeur Yang. Met haar knokkels in de zij deed ze
denken aan een suffragette uit vervlogen tijden. Strijdlustig maar onwennig.
‘Wie zegt dat
meester Jan-Willem groep 8 zonder juffrouw Siepie wil bestieren?’
Bevreemd
inspecteerde directeur Yin de moeder van Luna. Het zag ernaar uit dat Jeewee
wat hem betreft niets te willen had. Directeur Yang schoot te hulp:
‘Misschien wil
meester Jan-Willem daar zelf iets over zeggen?’, stelde hij liefjes aan Jeewee
voor.
Alsof hij
loodzware last met zich meedroeg kwam Jeewee overeind vanachter zijn lessenaar.
Tot nu toe had hij zich veilig en onopvallend achter zijn computer weten te
verstoppen, maar nu moest hij wel stelling nemen. Of toch niet. Met afhangende
schouders sjorde hij beide handen uit de broekzakken van zijn nauw aansluitende
jeans alvorens hij geluid maakte.
‘Het is niet
anders’, lispelde hij.
‘Wat vindt Siepie
ervan?’, wilde de moeder van Nia met een paniekblik in de ogen weten.
In groep 7 had de
moeder van Nia haar recht op een speciale behandeling verdiend. Haar hele
hebben en houwen had ze in de strijd gegooid om juffrouw Siepie voor haar
geadopteerde dochter Nia te winnen. Het vooruitzicht om in groep 8 met alleen
Jeewee weer helemaal van voren af aan te moeten beginnen met stroopsmeren en
extra toewijding vragen voor haar exclusieve adoptiefje greep haar kennelijk
dusdanig naar de keel dat ze onbeheerst naar zuurstof zat te happen. De vader
van Nia had Godzijdank een papieren zak voor zijn hyperventilerende vrouw bij
de hand, zodat niet alle aandacht van de aanwezigen lang van de geruchtmakende
powerpoint afgeleid bleef
‘Ik denk dat
Siepie zich bedonderd voelt’, antwoordde de vader van Guus namens de afwezige
schooltrol.
‘Ja, want daar
weet jij alles van’, sneerde een man die naast de moeder van Zarah in een
bankje in het midden van de eerste rij zat.
‘Waar weet ik
alles van?’, wilde de vader van Guus afgeleid weten.
‘Van mensen die
zich bedonderd voelen’, preciseerde de aanvallende partij weerspanning.
Thea herkende de
boze, witte man niet, maar hij zou best weleens Edwin de stiefvader annex
tandarts van Zarah kunnen zijn en van zijn bestaan wist ze alleen van een
afstand en horen zeggen. Het zou te ver voeren om Sabine telefonisch met behulp
van een snapshot ter identificatie op te roepen. Toch was Thea er uit pure
nieuwsgierigheid toe in staat geweest; ware het niet dat Dalila de rebellerende
man naast haar tot de orde riep door hem met haar vlakke hand vermanend een
klinkende zwieper tegen zijn bovenarm te verkopen. Zo’n actie was een typische
daad van een echtgenote. De Westerse man naast Dalila was de multicultureel
georiënteerde echtgenoot van de dominante Marokkaanse Dalila en dus de
stiefvader van Zarah. Dat moest wel. Hij zag er ook uit als Edwin de eeuwige
tandarts in zijn beige linnen pantalon, wit katoenen overhemd met korte mouwen
en grijze sokken met ruitmotief in van die lederen instappers, waardoor hij
extra opviel tussen het hipster georiënteerde merendeel van de papa’s, mama’s
en verzorgers in het lokaal. Terwijl Edwin de pijnlijke plek op zijn bovenarm
opwreef, knikte Dalila verontschuldigend om zich heen alsof haar echtgenoot ook
maar een beroepsgedeformeerde tandarts was, die uit gewoonte vaak zijn mond
voorbij praatte. Thea doorzag de pose van zowel Dalila als de stiefvader van
Zarah. Zij had de papa van Guus namelijk ook leren kennen als een lefgozer.
Daar kon geen normaal mens omheen. Hij was zo’n welbespraakte, oppervlakkige
regelpapa die in alle hoeken en gaten van de stad denkbeeldige adresjes,
vriendjes en kennissen had. Hierdoor beloofde hij op De Wielewaal vanalles en
nog wat te fixen. Waarschijnlijk had hij de stiefvader van Zarah ook
enthousiast gemaakt voor één of ander dealtje dat hij achteraf toch niet waar
kon maken. Eigenlijk stond de vader van Guus erom bekend dat hij de schuld die
hij met zijn goed bedoelde beloftes maakte nooit inloste. Dan maar zonder het
beloofde gratis fruitontbijt bij de paasviering in de aula van De Wielewaal;
minder vervoer dan verwacht naar en van een uitstapje met de hele klas; of
picknicken met kliekjes van Bart en Thea en andere donateurs in plaats van het
kosteloze ‘all you can eat’ dat de plofklas nog van de vader van Guus tegoed
bleef houden voor de rest van hun leven waarschijnlijk. Toch kon de vader van
Guus tijdens de ouderavond wel en de stiefvader van Zarah niet rekenen op
bijval van de opperouders van de kinderen uit groep 8. Heus niet alleen omdat
Guus in de Wielewaalbuurt woonde en dus geen buitenstaander was en de
stiefvader van de islamitische Zarah wel. Zarah moest bijna dagelijks pendelen
van de tandartsenpraktijk van haar stiefvader in een villawijk aan de rand van
de stad naar basisschool De Wielewaal in het centrum en weer terug. Nee, de
vader van Guus werd voornamelijk gesteund, omdat juffrouw Siepie in de loop van
groep 7 als was in de handen van de opperouders was geworden. Juffrouw Siepie
was als het ware van top tot teen in de juiste vorm gekneed en voorbewerkt ter
handhaving van de pikorde in groep 8. In die hoedanigheid was de schooltrol
onmisbaar geworden voor de instandhouding van een hiërarchie voor ingewijden
waar een gesettelde buitenstaander als de stiefvader van Zarah geen belang bij
had en een blaaskaak als de vader van Guus wel.
Harry, oftewel de
vader van Luna, was ook een insider. Toch wierp hij zich middenin de ouderavond
van groep 8 ineens op als een intermediair tussen het kamp van de ouders en het
terrein van Yin en Yang. Hoewel zijn zegswijze meer weg had van een verpakt verwijt
richting het eigen initiatief van zijn vrouw Marit, dan van een
lijmpoging. Zijn echtgenote oftewel de
moeder van Luna stond namelijk al gênant lang te kijk in het gangpad tussen de
eerste en middelste rijen van het lokaal. Het was haar persoonlijke statement
tegen het aangekondigde vertrek van juffrouw Siepie uit groep 8. Harry zat met
zijn rug naar haar toe gedraaid en deed aan de hele bups een soortement
voorstel tot verzoening:
‘Misschien moeten
we niet voor Siepie praten. Ik weet niet of er een reden is voor haar absentie
hier, vanavond, op deze ouderbijeenkomst en daar ga ik ook niet over, maar
laten we rustig blijven en niet meteen moord en brand schreeuwen bij elk
nieuwigheidje van onze helden. We kunnen best een tandje bijzetten in de
mallemolen van het vertrouwen in de professionaliteit van onze 2 nieuwe heren
directeuren.’
Toen onze 2
nieuwe heren directeuren zich niet aangesproken voelden en bij wijze van
reactie stoïcijns voor zich uit bleven kijken, maakte de vader van Luna zijn
voordacht nog wat belachelijker. Hij richtte zich expliciet tot Yin en Yang en
drong aan:
‘Tenminste, ik
neem aan dat jullie weten waar jullie mee bezig zijn?’
Dit was het
cruciale ogenblik waarop Thea vond dat ze haar afwijkende mening ook in de
groep moest gooien. Net als de sprekers die haar voor waren gegaan begon ze
maar gewoon in het wilde weg met verhoogd stemvolume haar opinie te ventileren.
‘Niet iedereen is
rouwig om het vertrek van juffrouw Siepie uit groep 8. Als je het aan mij
vraagt dan vind ik het wel een prettige gedachte dat groep 8 vanaf morgen nog
maar één vaste, verantwoordelijke onderwijzer heeft. Ook ben ik blij dat deze
leerkracht meester Jan Willem en niet juffrouw Siepie…’
Thea kreeg de
kans niet om uit te praten, want ze werd overschreeuwd door Jelle, de vader van
Fransje. Oost-Indisch doof voor de uitspraken van Thea richtte hij zich
dreigend tot de vader van Luna en probeerde zijn mening op die manier zo
opmerkelijk mogelijk bij de directeuren te manifesteren:
‘Harry, ik snap
dat jij het nieuwe management een kans wil geven. Dat wil ik ook. Maar wil niet
iedereen die hier aanwezig is voor alles het beste voor zijn of haar kind? Nou
ja, een uitzondering daargelaten, maar we weten ook allemaal dat het bedoelde geval
apart het lekker vindt om dwars te liggen. Harry, kerel, je ziet toch zelf wel dat Siepie moet
blijven?! Kijk diep in je hart Harry! Kijk naar je vrouw Harry! Kijk naar Marit
die naast je staat te trillen op haar benen.‘
Met een schok
kwam Marit tot het besef dat ze nog steeds naast haar stoel stond en als een
speer zocht ze in het schoolbankje dekking achter de rug van haar man die zich
nog altijd afzijdig hield van zijn onvoorspelbare vrouw. Ondertussen verspilde
Thea stilletjes kostbare spreektijd teneinde de onbehouwen aanval van Jelle aan
haar adres te verstouwen. In ieder geval kon nou niemand van de aanwezigen meer
ontkennen dat Thea door Jelle, namens de Wielewaalpopulatie, werd gezien als
een geval apart dat het lekker vindt om dwars te liggen. Het trage besef van de
realiteit in combinatie met de verdovende werking van de adrenaline die voor de
zoveelste keer op De Wielewaal van het ene op het andere moment door haar
bloedbanen raasde, misten hun uitwerking op haar reactievermogen niet. Nog net
op tijd deed Thea een spoedberoep op haar eigenwaarde, waardoor ze in de
gauwigheid voldoende moed wist te verzamelen om met overleg in het openbaar
voor zichzelf op te komen. Ze dwong zichzelf om in het centrum van de aandacht
haar kin te heffen en om in de richting van Jelle te kijken. Overigens zonder
nog langer scherp te zien. Veel later dan ze bedoeld had, maar nog net op tijd,
lukte het Thea op haar beurt om Jelle in de rede te vallen:
‘Sorry meneer
Jelle, maar ik was aan het praten. U valt mij in de rede.’
Thea had een
alarmbel laten rinkelen. Ze kon trots op zichzelf zijn. Welbeschouwd had Jelle
niet haar, maar zichzelf zojuist te kakken gezet door een mede-ouder in het
bijzijn van Yin en Yang expres en onfatsoenlijk te overstemmen. Hij was een
geluk bij een ongeluk, want nog nooit eerder in de jaren van haar kinderen op
De Wielewaal had de handicap van basisschool De Wielewaal zo duidelijk voor het
oprapen gelegen als op die memorabele ouderavond van groep 8; het laatste
basisschooljaar van Sabine. Jelle gaf de perfecte illustratie van hoe het niet
moest, maar wel altijd verliep op De Wielewaal. Een democratie met de dictatuur
van de meerderheid oftewel van de opperouders, die afhankelijk van de situatie
ook nog eens ongevraagd de vrijheid namen om een willekeurige zondebok te
kiezen met het doel om de opmerkzaamheid van de eigen onzuivere motieven af te
leiden. Bijvoorbeeld middels een haatcampagne jegens Thea. Wat had Jelle anders
willen bewerkstelligen met zijn insinuatie? Waarom Thea bij Yin en Yang introduceren
als ware zij een moeder die altijd dwars ligt, alleen maar om het dwars liggen?
De korte, pijnlijke stilte die volgde gebruikte Thea als aanloop om haar betoog
te vervolgen. Feitelijk had ze alles al gezegd, maar met een extra toegift
hoopte Thea het dramatische effect van het unieke inkijkje in de habitus op De
Wielewaal voor Yin en Yang nog wat te vergroten.
‘Ik wil alleen
maar een tegengeluid laten horen. Ik vind de beslissing om juffrouw Siepie uit
groep 8 te laten gaan een prima vondst van de directie. Ik krijg weer hoop voor
de toekomst van Sabine in groep 8…’
Opnieuw vloog
Jelle op en ging de woorden van Thea mondeling te lijf. Deze keer zonder
doekjes om zijn motieven te winden:
‘Jij moet gewoon
je bek houden, achterlijk wijf! Je hebt al genoeg aangericht met jouw gezeik
constant! Je staat niet voor niks bekend als tirannieke Thea!’
Als versteend
bleven de directeuren Yin en Yang stille getuigen van de verbale verkrachting
die zich hier onder hun ogen en oren afspeelde. Niet dat de verstikkende macht
van sociale druk de beide onderwijsbeesten vreemd was, maar de hypnotische
kracht van de dynamiek die blijkbaar op De Wielewaal de groepswerking
saboteerde hadden Yin en Yang wellicht ook nog nooit eerder meegemaakt. Waarom
werd hier een moeder met een afwijkende mening meteen aan de schandpaal
genageld? Wat was er mis met dat mens; die tirannieke Thea, en waarom vonden
alle andere aanwezigen – inclusief meester Jan-Willem - het niets meer dan
normaal dat zij publiekelijk werd afgemaakt? Hoezo had zij al genoeg
aangericht? Wat had ze gedaan dan? Op welke manier had zij een bijdrage geleverd
aan het vertrek van juffrouw Siepie uit groep 8? Waarom wisten de directeuren
hier niks van en sinds wanneer hadden zij zich door die wildvreemde vrouw laten
beïnvloeden bij de besluitvorming over de bezetting van deze plofklas, zonder
het zelf in de gaten te hebben?
Thea trad even
uit haar lichaam en zag zichzelf van buitenaf verschrompelen in het
strijdtoneel. Tegen haar wil schoot ze al snel
terug in haar lijf waarvan de gevoelsmassa ineens in gewicht verdubbeld
was. Ze wist zich aangeschoten wild. Ze werd omringd door gretige jachthonden
die nog maar één commando van hun prooi verwijderd waren. Het lot van Thea lag
in de handen van de jachtopzieners in de verpersoonlijking van Yin en Yang.
Omdat de directeuren zich op onbekend terrein begaven waardoor ze ook niet direct
een verband zagen tussen bekvechtende ouders en de interne problemen op De
Wielewaal, wist Thea al dat ze alleen stond voordat Yin en Yang zich überhaupt
realiseerden dat ze maar beter onpartijdig konden blijven met een zo neutraal
mogelijke houding voor de klas. Thea had niet anders van ze verwacht. Geen
weldenkend mens keert zich vrijwillig en openlijk tegen de kudde. Behalve
wanneer er geen keuze is, zoals in het geval van Thea. Ze schraapte haar keel
voordat ze de regie over haar imago terug in eigen handen nam door Jelle
wederom op zijn fatsoen te wijzen.
‘Ach, en u doet
alleen maar verstandige en beschaafde uitspraken, bedoelt u te zeggen meneer
Jelle? Ik heb ook recht op een mening’.
‘Voed jij eerst
je eigen kinderen maar eens op’, vuilspuwde Jelle net niet binnensmonds genoeg
om niet voor de helft van de aanwezigen verstaanbaar te zijn.
De blessuretijd
gebruikte directeur Yin om op het digibord een nieuwe pagina van de powerpoint
te openen. Zodoende wist hij eindelijk om de slepende kwestie van de schooltrol
heen te laveren. Nauwelijks had hij het volgende aandachtspunt van de ouderavond
aangestipt of een hernieuwde emotievloed golfde ongecontroleerd door het
klaslokaal van groep 8. Op het digibord stond inmiddels een afkorting; te
weten:
- de niotoets.
Dat de niotoets
voor de Nederlandse Intelligentietoets voor Onderwijsadviezen stond, bleek na
paniekerige navraag van bijna alle opgefokte aanwezigen. Directeur Yin liet de
uitroepen zoals; ‘nooit van gehoord, wat moet dat voorstellen, en alweer een
toets?!’ oplopen, alvorens hij de definitie gaf. Thea was evenmin bekend met de
niotoets, maar zo’n neutrale test klonk
niet verkeerd in het licht van het corrupte vervolgopleidingsadviezenrégime op
De Wielewaal. De vader van Boris stond dit keer als eerste op zijn achterste
poten.
‘Eerst een
citotoets en nu weer een niotoets. Ik vind het echt teveel van het goede. Mijn
zoon Boris heeft al diverse intelligentietoetsen achter de rug. Telkenmale werd
gevolglijk bij hem hoogbegaafdheid geconstateerd. Wij als gezin zijn nu wel
klaar met intelligentietoetsen. Ik weet niet hoe ik weer een intelligentietoets
aan hem moet verkopen.’
Directeur Yin had
meteen een antwoord klaar met een stelligheid waar zelfs Gert niet van terug
had.
‘De niotoets is
uiteraard niet verplicht, maar wij raden deelname van uw kind aan de toets wel
met klem aan. U wilt van ons een zo goed mogelijk middelbare schooladvies voor
uw kind en de uitslag van de niotoets helpt ons daarbij.’
In tegenstelling
tot Gert was Jelle op die bewuste ouderavond van groep 8 echter al zo ver heen
dat geen enkele argumentatie, hoe redelijk ook, hem nog tot tevredenheid kon
stemmen:
‘Ik ben het daar
niet mee eens!’, brulde hij in plompverloren door het klaslokaal.
‘Ik wel!’, was
alles wat Thea tegen Jelle in kon brengen, omdat de rotopmerkingen van deze
lullo nog door haar hele bedwelmde lijf nagalmden.
Door de doffe
echo van de beledigingen mocht Thea aan de buitenkant heel standvastig geleken
hebben, innerlijk werd ze heen en weer geslingerd tussen twee tegenstrijdige
emoties. Enerzijds frustratie over het
feit dat de vader van Fransje zo maar weg kwam met het onfatsoen waarmee hij
haar nog geen 5 minuten geleden en plein public had aangevallen en anderzijds
een euforische stemming over de veelbelovende voornemens van Yin en Yang.
‘Ik vind het wat
veel hoor. Al die toetsen. Waar komt de citotoets dan binnen?’, wilde een
normale moeder weten.
Op deze vraag was
directeur Yin duidelijk wel voorbereid. Hij toverde een tabel op het digibord
waarin de citotoets, de niotoets, het leerlingenvolgbeleid en het middelbare
schooladvies naar mate van importantie gerangschikt stonden.
‘De citotoets is
een landelijk ijkpunt. Voor elk kind afzonderlijk dient de score van de
citotoets echter alleen ter ondersteuning van het eigenlijke middelbare
schooladvies. De uitslag van de citotoets is dus zeker niet alles bepalend. Ik
zal het u nog sterker vertellen; wij streven ernaar om dit middelbare
schooladvies voor elk kind al vantevoren – dus voor de afname van de citotoets
– vast te leggen. Dat wil zeggen dat wij alleen bij een dramatisch verschil
tussen de uitslag van de citotoets en het middelbare schooladvies bereid zijn
om onze in de leerpraktijk gevormde mening over uw kind te veranderen. U moet
niet vergeten dat voor ons, met name, de rapportage aan de hand van het
leerlingenvolgsysteem door de jaren heen van cruciaal belang is bij het vaststellen
van het leerniveau van uw kind. Dus niet zozeer de uitslag van maar 1 enkele
citotoets die amper drie dagdelen uit het leven van uw kind bestrijkt. De
citotoets heeft een bijrol in de vorming van het uiteindelijke middelbare
schooladvies.’
‘Ja, maar de nio
toets neemt toch ook maar een paar dagdelen in beslag neem ik aan?’, vroeg weer
een andere doorsnee ouder redelijkerwijs.
Ze werd aangevuld
door Agnes, de moeder van Nana:
‘Dat wou ik ook
net vragen. En er zijn trouwens allang voorlopige middelbare schooladviezen
gegeven door juffrouw Siepie en juffrouw Lola vorig jaar in groep 7. Tellen die
adviezen niet mee of zo?’
Voor de goede
orde werd ze meteen gecorrigeerd door directeur Yin:
‘U bedoelt
voorlopige adviezen’.
‘Ja, nou die
wijken toch nauwelijks af van de uiteindelijke middelbare schooladviezen neem
ik aan?’
Maud sloot zich
bij Agnes aan door haar ongenoegen van vooraan in het eerste bankje naar
achteren in de klas luidkeels aan alle aanwezigen kenbaar te maken.
‘Ik mag toch
hopen van wel?’
Ze overviel
directeur Yin die van de schrik begon te stotteren.
‘Nou…uh, normaal
gesproken wel, maar…uh… er zijn dus foutjes…uh.. aan het licht gekomen.’
‘Foutjes?’,
fronste de vader van Guus.
Alsof de
teloorgang van de bedrieglijke succesformule van De Wielewaal uit de lucht kwam
vallen en er geen online inspectierapport openbaar stond dat er niet om loog.
Waarom zou er eigenlijk überhaupt een crisismanagement door de
onderwijsstichting aangesteld zijn? De gedemonstreerde onnozelheid van de vader
van Guus betekende voor directeur Yin zichtbaar het einde van zijn
lijdzaamheid. Hij maakte zich groot door zijn schouders op te trekken. Iedere
ouder die zich nou nog – na een algemene voorlichtingsbijeenkomst en deze
ouderavond - publiekelijk durfde te verbazen over eventuele vrij gegeven fouten
uit het verleden van De Wielewaal, zou gedwongen moeten worden om het eigen
inschattingsvermogen aan een reality check te onderwerpen. Waarom eigenlijk
niet hier en nu? Zonder nog te aarzelen vertelde directeur Yin verder niets
nieuws.
‘Foutjes zou ik
ze eigenlijk niet willen noemen, eerder oneffenheden. Er zijn een aantal
onvolkomenheden aan de oppervlakte gekomen bij de totstandkoming van de
voorlopige middelbare schooladviezen van deze jaargang op De Wielewaal.’
Thea beet op de
knokkels van haar vuist. Van Gieke en Dieke, oftewel buurvrouw en buurvrouw,
alias de vaste kern van de speelpleinlobby wist Thea tenslotte allang dat het
probleem van de foutieve middelbare schooladviezen niet van vandaag was. De
trubbels waren veel omvangrijker, destructiever en speelden al veel langer dan
alleen in de huidige jaargang van groep 8. Thea nam aan dat directeur Yin het
probleem klein wilde houden op de ouderavond van groep 8. Alhoewel ‘klein’ in
het licht van de overzichtelijkheid natuurlijk ook maar een relatief begrip
was. Het was niet niks voor de directie van een basisschool om de eigen
misstappen zo openlijk toe te geven.
Zie je wel dat
Thea dus niet tijdelijk ontoerekeningsvatbaar was op die middag vlak voor de
zomervakantie en het vertrek van de ontslagen directrice in de vergaderruimte
van De Wielewaal? In het bijzijn van Willy Bakbruin, Jeewee en de schooltrol
had Thea de professionaliteit van juffrouw Siepie openlijk in twijfel durven te
trekken. Het voorlopige middelbare schooladvies van juffrouw Siepie en
invalster Lola was gewoon natte vinger werk geweest. Voortgekomen uit onkunde
en overmoed. Hoogmoed komt voor de val. Want wat de toen overspannen en
afwezige juffrouw Rita normaliter kon, dat kon de schooltrol immers zogenaamd
10 keer beter. Juffrouw Siepie was in al haar onwijsheid alleen vergeten om de
uitkomsten van het onderwijsvolgsysteem bij haar voorlopige middelbare school
adviezen op te tellen. Daardoor viel de basisschool carrière van de leerlingen
uit de laatste jaargang van De Wielewaal volledig weg bij de uitkomst van de
entreetoets die standaard aan het einde van groep 7 op nagenoeg alle
basisscholen in Nederland wordt afgenomen. Naast de persoonlijke twijfelachtige
inzichten van juffrouw Siepie de saimiri werd op die manier de entreetoets tot
de enige norm voor de voorlopige middelbare schooladviezen voor ieder kind van
De Wielewaal verheven. Zo was Sabine aan haar foutieve voorlopige vmbobasis
advies gekomen. In werkelijkheid had ze gewoon op het moment van de entreetoets
haar dag niet gehad. Of Juist wel, want ze werd tijdens het maken van de
entreetoets voor het eerst ongesteld in het klaslokaal van groep 7. Er bestaan
culturen waar deze mijlpaal van de eerste menstruatie gekoesterd en gevierd
wordt, maar blijkbaar niet op Nederlandse basisscholen en al helemaal niet door
juffrouw Lola die op dat moment surveilleerde. Ze was de tijdelijke vervangster
van juffrouw Rita aan de zijde van Siepie de saimiri. Mooi, jong, onervaren en
met het inlevingsvermogen van een robot. Thea was blij dat achteraf, indirect,
uit de woorden van directeur Yin kon opmaken dat Sabine kennelijk niet het
enige kind op De Wielewaal was dat door invalster Lola en de schooltrol niet
gezien werd voor wat het in zijn mars had.’
Directeur Yin
waagde het zelfs nog om in zijn oprechtheid aan het geweten van te opperouders
te appelleren:
‘Maar de
problematiek rond de middelbare schooladviezen op De Wielewaal is uw allen
bekend. Toch?!’
‘Hoezo, ik weet
van niks, Fransje heeft een voorlopig advies voor het stedelijk gymnasium. Dat
is een perfecte inschatting van haar capaciteiten. Mijn complimenten aan
juffrouw Siepie’, emmerde Jelle.
Thea kon het niet
nalaten om elke kans te grijpen om zich te wreken bij de vader van Fransje. De
lulhannes.
‘Nou, dan kan de
uitslag van de niotoets toch helemaal geen kwaad? Baat het niet dan schaadt het
niet zou ik zeggen. En in het geval van Sabine kan zo’n niotoets weleens in
haar voordeel uitpakken. Momenteel heeft ze namelijk een voorlopig middelbare
schooladvies dat totaal niet bij haar capaciteiten aansluit.’
Achter haar rug
mimede Jelle wauwelend zonder geluid te maken met de zegswijze van Thea mee.
Iedereen negeerde hem inmiddels. Ook Yin en Yang wiens aandacht tegelijkertijd
naar Thea uitging alsof ze haar enthousiasme voor de niotoets wilden temperen.
Zo van:
‘Verwacht nou
geen wonderen. Er is nog geen mens slimmer geworden van het maken van de
niotoets.’
Marloes, de
moeder van Lennart en de voormalige logopediste van Walter, stak haar vinger
op. Nadat directeur Yang haar het podium had gegeven nam ze uitgebreid de tijd
om de juiste woorden te vinden. Ze zat naast Dimpf in een uithoekje van de klas
en alle ongeduld uit het lokaal richtte zich op haar getreuzel.
‘Hallo, ik ben
Marloes, de moeder van Lennart. Lennert heeft een voorlopig vwo advies. Naast
mama ben ik ook logopediste en ik werk dagelijks met kinderen. De ervaring
heeft mij geleerd dat te veel toetsen schadelijk kunnen zijn voor kinderen.’
‘Ok, en wat is uw
vraag precies?’
Directeur Yin
begon rusteloos te worden.
‘Wat is jouw kijk
op toetsen?’
Marloes steunde
met haar kin op een vuist. Ze was pathetisch.
‘Ik geloof in
toetsen, anders was ik geen onderwijzer geworden. Ik denk ook niet dat toetsen
pur sang schadelijk zijn voor kinderen. De manier waarop ze gebracht worden kan
wel verkeerd zijn.’
Het
zelfverzekerde optreden van directeur Yin mistte zijn uitwerking op Marloes
niet. Pas nu begon ze de ernst van de situatie in te zien. Met een boos oog in
de richting van het bankje van Thea en de moeder van Imke gaf Marloes haar
onvrede aan iedereen te kennen:
Ja maar het is
toch absurd dat onze kinderen een extra niotoets moeten maken alleen maar omdat
een paar ouders zich niet kunnen vinden in de voorlopige middelbare
schooladviezen van juffrouw Siepie?’
Directeur Yin
antwoordde terwijl zijn blik af en toe nodigend afdwaalde naar directeur Yang
die nauwelijks merkbaar maar wel aanhoudend stond te knikken.
‘Dat zijn uw
woorden. De uitslag van de niotoets helpt ons om de middelbare schooladviezen
nog beter bij de behoeftes en het leervermogen van uw kind aan te laten
sluiten. En natuurlijk is ook de uitslag van de niotoets niet zaligmakend. Daar
komt bij dat de uitkomst van de niotoets maar 1 jaar geldig blijft. Een jaar
later kan uw kind weer heel anders scoren afhankelijk van de persoonlijke
ontwikkelingen die het heeft doorgemaakt. Voor ons als onderwijsteam staan de
gegevens van het leerlingenvolgsysteem voorop. Dus de gedocumenteerde
leerresultaten van uw kind en de inzichten van verschillende leerkrachten op uw
kind door de basisschooljaren heen. Trouwens, op het merendeel van de
basisscholen die bij onze onderwijsstichting zijn aangesloten is de NIO toets
al jarenlang een onderdeel van het lesprogramma. Met de invoering van de NIO
toets in groep 8 van De Wielewaal maken wij een inhaalslag.’
‘En wat is dan
het verschil tussen een citotoets en een NIO toets?’
Dimpf stelde de
vraag ook namens Marloes die zich aangevallen voelde door directeur Yin.
Troostend, maar ook een beetje lacherig wreef Dimpf de rug van haar monddood
geslagen, bibberige buurvrouw.
‘De cito toets
gaat globaal gezien over vaardigheden en de niotoets vergt voornamelijk inzicht
‘, wist directeur Yin toch een beetje beteuterd over de hoog gevoelige Marloes.
Dankbaar liet hij
zich afleiden door het kalmerende stemtimbre van de stiefvader van Zarah.
‘De niotoets is
geen vies woord. Mijn vrouw en ik hebben goede ervaringen met de niotoets. Toen
Erum, de middelste van onze 3 meiden, een vmboadvies kreeg hier op De
Wielewaal, hadden wij ook het gevoel dat ze beter kon. Ze was in de war omdat
onze gezamenlijke zoon Makin uitgerekend in de periode van de citotoets ter
wereld kwam. Later hebben wij op de scholengemeenschap waar Erum terecht kwam
de niotoets aangevraagd. De uitslag was een duidelijke zaak. Erum doet nou vwo
in plaats van vmbo.’
‘Wie heeft Erum
toen een vmboadvies gegeven als ik vragen mag? Ik niet toch?’, wilde Jeewee
terloops, maar wel even voor alle duidelijkheid weten.
‘Deze keer
toevallig jij niet nee, Jeewee’, spotte Dalila plagerig.
‘Nee, dat dacht
ik al’, herademde Jeewee quasi verstrooid.
Maar wat als we
de niotoets nou niet nodig vinden?’, dramde Jelle door.
Gert, de vader
van Boris en Alfred in de rolstoel, stelde hem gerust.
‘Dan kan je
rustig weigeren hoor, ouders hebben ook rechten’.
Tot nu toe had
directeur Yang zich afzijdig gehouden. Hij ging immers over personeelszaken en
niet over public relations. Maar aan de zijlijn liet hij zijn mening niet
onbetuigd door een rijk arsenaal aan gezichtsuitdrukkingen en andere
lichaamstaal. Uit dat mimespel kon Thea tamelijk nauwkeurig afleiden hoe Yang
in de discussie stond. Nu kwam hij vanuit de deuropening van het lokaal voor de
klas staan om de sceptici te waarschuwen voor overhaastige beslissingen.
‘Weigeren van de
niotoets dat doet u maar één keer, mocht u daarna de noodzaak van de niotoets
toch inzien dan hebt u pech gehad en mag u de afname van de toets bij uw kind
zelf financieren.’
‘Wat kost dat nou
helemaal?’, schamperde Harry, de vader van Luna, leraar Nederlands en
autodidact in de onderwijskunde.
Edwin antwoordde
in plaats van Yin en Yang. Tot ergernis van Dalila die, kermend, oogrollend en
klikkend met haar tong, te kennen gaf dat ze wenste dat haar man wat minder op
de voorgrond trad met zijn uitgesproken meningen.
at kostte 3 jaar
geleden 200 eurootjes voor 1 passend middelbare schooladvies voor Erum. Dat
moet je niet willen voor je kind. Dan heeft zo’n klassikale, gratis niotoets
wel onze voorkeur.’
‘Baat het niet
dan schaadt het niet’, vond Thea nog maar een keer in het openbaar.
Greet, de moeder
van het huilmeisje Mathilde en Gertrude uit groep 6, reageerde meteen op de
opmerking van Thea. Overigens zonder Thea in haar respons te betrekken en door
zich direct op Yin en Yang te richten. Alsof Thea de woordvoerster namens de
directeuren was.
‘Ja, dat vraag ik
me dus af. Of de niotoets wel zo onschadelijk is? Want wat zeg je ermee tegen
je kind? Welke boodschap geef je mee met een intelligentietoets?’
‘U kunt uw kind
niet voorbereiden op de niotoets en dus hoeft u ook niet aan uw kind te vertellen dat de niotoets een
intelligentietoets is’, adviseerde directeur Yang met een schalks lachje.
Bijna direct
sprong directeur Yin glunderend in het beeld van zijn vrijmoedige collega in de
hoop de situatie nog enigszins te kunnen redden.
‘U kunt altijd
bij Jeewee of anders bij mij terecht met vragen.’
Jeewee knikte
blij omdat hij eindelijk ook iets kon betekenen op de ouderavond die langzaam
op zijn einde liep. Er werden nog wat huishoudelijke en onbeduidende
opmerkingen over en weer geplaatst, waarvan Thea de inhoud maar globaal mee
kreeg. In de verte begon Marit over de noodzaak van een frisse douchebeurt na
het gymmen die steeds werd overgeslagen. En heus niet alleen door Luna.
‘Er wordt zelden
gedoucht na het gymmen. Ik vind dat een kwalijke zaak. Er zou strenger op
toegezien moeten worden.’
‘Ja, en dan
hebben we nou helemaal een probleem’, vond de adoptiemoeder van Nia.
‘Hoe dat zo?’
gaapte directeur Yin.
De moeder van
Imke, naast Thea, antwoordde voor de moeder van Nia:
‘O, ik denk dat
de moeder van Nia bedoelt dat Jeewee moeilijk toezicht kan houden in de
kleedkamers van zowel de jongens als de meisjes.’
Meteen was het
hele opperouder conglomeraat weer in rep en roer, want zie je wel dat juffrouw Siepie
onvervangbaar was.
‘Imke begint al
een echte dame te worden met borstjes en schaamhaar’, lichtte de moeder van
Imke onnodig toe.
Jeewee hield zich
onveranderlijk afzijdig van elke discussie, maar dit keer ging hem dat
moeilijker af dan normaal. Hij stond hem zichtbaar te knijpen. De grijze lok op
zijn voorhoofd deinde op de pufjes uit zijn samengeknepen lippen. Ze gaven even
verlichting aan te lang ingehouden adem. Wat er ook gebeurde, Jeewee zou nooit
en te nimmer vrijwillig de kleedkamer van bakvissen betreden. Hij hoopte dat
Yin en Yang hem niet zouden dwingen om zich in het wespennest te begeven. Elke
klunzige beweging, onverwachte oogopslag, domme uitspraak of ondoordachte
handeling zou verkeerd uitgelegd kunnen worden. Gelukkig droeg directeur Yin
eteen een praktische oplossing aan.
‘Ik heb begrepen
dat de gymdocente van De Wielewaal een dame is?’
‘Ja, maar ik weet
niet of Doris wel tijd heeft om na de gymlessen ook nog te controleren of de
meiden wel gedoucht hebben of niet’, twijfelde Agnes de moeder van Nana hardop.
‘Dan maakt Doris
maar tijd!’, galmde de welbekende stem van juffrouw Marijke met een autoritaire
ondertoon door het klaslokaal.
Directeur Yin
knikte instemmend en Jeewee grijnsde opgelucht. Hij vond douchen na het gymmen
ineens ook van levensbelang voor alle kinderen van groep 8 en beloofde plechtig
dat hij er in de toekomst samen met Doris op zou toezien dat de jongens en
meisjes fris als een hoentje de kleedkamers van de gymzaal zouden verlaten.
Na de afhandeling
van dit wissewasje, volgden nog meer akkefietjes die te onbenullig waren om de
aandacht van Thea langer dan een paar tellen vast te houden. De rest van de
aanwezigen bakkeleide nog wel ruim een half uur over en weer over vanalles en
nog wat. Toch stapte Thea niet voortijdig op. Haar slappe knieën vroegen haar
volledige concentratie. Als een berg zag ze op tegen het naderende, officiële
einde van de ouderavond. Dan kon ze niet anders. Dan moest ze wel zo snel als
ze kon wegwezen met haar opgelaten gevoel.
Buiten uit het
zicht van de opperouders zou ze kunnen bekomen van haar gelijk. Met haar rug
tegen een stenen muur rond het schaars verlichte speelplein geleund. In de
nasleep van een stormachtige ouderavond en de anonimiteit van een donkere
nazomernacht. De schooltrol had haar beste tijd gehad en er kwam een niotoets
teneinde de foutieve middelbare school pré-adviezen recht te trekken. Zulke
beslissingen neemt een schoolbestuur niet enkel en alleen op basis van maar 1
klacht van 1 enkele moeder die bekend staat onder de bijnaam ‘tirannieke Thea’.
Het kon niet anders dan dat De Wielewaal al veel langer onder vuur lag. Thea
had het docententeam van de basisschool van haar kinderen niet voor niks
verdacht gemaakt. De vader van Fransje, Jelle dus, had geen gelijk. Thea was
geen achterlijk wijf. Vanavond leverde de vader van Fransje juist het
onomstotelijke bewijs van zijn eigen kortzichtigheid door het voortouw te nemen
in de dictatuur van de bekrompen ouders. Niet alleen aan Thea, maar, veel
belangrijker, ook aan Yin en Yang die nu nog onpartijdig waren. Een betere
bekrachtiging voor het bestaansrecht van haar kinderen had Thea niet kunnen
wensen. Alsof het hele gebeuren door een hogere macht ter ere van tirannieke
Thea in scene gezet was. Wie had ooit op zo’n sprekend resultaat van een
eenvoudige ouderbijeenkomst durven hopen? Thea nog het minst van allemaal.
De finish was
eindelijk bereikt en hoewel de rek zo goed als volledig uit haar veerkracht was
verdwenen, lukte het Thea toch om als eerste van haar bankje op te staan en een
uitweg te zoeken. Daarvoor moest ze eerst langs Jeewee en Yin en Yang af. Om
zichzelf in de gauwigheid een houding aan te meten besloot ze de barricade voor
in het klaslokaal te nemen door alle drie de heren de hand te schudden. Van
Jeewee had ze niet anders kunnen verwachten dan het zweterige, slappe handje
dat hij gaf.
‘Fijne avond nog
Thea’, kweelde hij week.
De handdruk van
Yang was neutraal, maar Yin kneep extra ferm waardoor Thea, gezien de lengte
van deze relatief kleine directeur, niet
anders kon dan hem een seconde recht in de ogen te kijken:
‘Tot morgen’,
fluisterde hij.
Yin had dus al
die tijd geweten dat zij de moeder van Sabine was met wie hij de volgende dag –
op dinsdag – een afspraak had om te praten over haar klacht ten aanzien van de
stomp van Boris. Thea snapte ook wel dat hij haar niet eerder, ergens in de
loop van de ouderavond, een teken van herkenning had kunnen geven. Een
wederzijds seintje van wat dan ook zou niet alleen in het nadeel van de
geloofwaardigheid van de directeuren gewerkt hebben. Een persoonlijke noot zou
ook Thea in een nog kwader daglicht geplaatst hebben dan ze al stond. Thea vond
het zelfs ongemakkelijk dat Yin onder 4 ogen op deze geruchtmakende ouderavond
naar het gesprek van morgen refereerde. Ze was hoogsensitief geworden nadat
haar ego publiekelijk met voeten getreden was door Jelle; de vader van Fransje;
de vlees geworden bezieling van de opperouders. Thea kon nu niets meer
verduren. Mocht ze nog draaieriger in haar hoofd gemaakt worden dan ging ze zo
meteen hallucineren op haar adrenalineoverschot. Enfin, Yin wist na haar
aandeel in de discussies van vanavond in ieder geval wel wat voor een vlees hij
met haar in de kuip had en Thea dankte de here Jezus in een innerlijk
schietgebed dat ze het klaslokaal heelhuids had weten te ontvluchten.
Of toch niet.
Jeewee riep haar naam. Het klonk onwezenlijk. Haar naam zo rechtsreeks uit zijn
mond. Alsof Jeewee aan Yin en Yang wilde laten horen dat hij haar kende,
terwijl hij zich vanmorgen nog voor haar schaamde in het bijzijn van de
opperouders. Hij riep een tweede keer en Thea draaide zich automatisch om in de
deuropening op weg naar buiten. Jeewee was al onderweg naar haar toe en zwaaide
met een formulier:
‘Je bent vergeten
om na te gaan of de adres gegevens en het telefoonnummer van Sabine nog
kloppen’, fleemde hij.
Kon dat niet op
een ander tijdstip? Sowieso waren haar adresgegevens al bijna een decennium
onveranderd en bekend bij iedereen op De Wielewaal. Snapte Jeewee dan niet dat
ze weg wilde? Thea had niet de kracht om hem te weigeren en geforceerd liet ze
zich door Jeewee terug het overvolle lokaal van groep 8 in jagen. De meeste
ouders dromden samen om Yin en Yang. Ze wilden gehoord worden! Een stuk of 15
papa’s en mama’s verdrongen zich om de tafel met leerlingenformulieren met
persoonlijke gegevens die daar ter controle waren neergelegd. Yin keek bezorgd
toen hij zag dat Thea weer teruggehaald was door Jeewee. Het leek hem geen goed
idee. In tegenstelling tot Jeewee begreep hij wel dat Thea al de hele avond op
het randje van haar zenuwen had gebalanceerd. Logisch dat ze na het behalen van
de eindstreep elk moment kon instorten. Liefst niet in het openbaar uiteraard.
Welke sukkel haalde de pineut dan nog terug voor een encore? Voordat het te
laat was realiseerde Thea zich weer wat voor een sociale kluns Jeewee was en
dat hij haar ondergang nog zou worden als hij haar tenminste niet uit het oog
verloor zoals precies op dat moment wel het geval was. Als de bliksem keerde
Thea terug op haar schreden en vluchtte wederom de gang op alwaar ze oploste in
de donkerte van het trappengat.
HOOFDSTUK 44
De informatie op
het makelaarsbord in de voortuin van overbuurman Bink is sinds kort schuin
overschreven met het woord ‘verkocht’ in sierlijke, grote, rode letters. Thea
heeft nog geen verhuiswagen gezien, maar dat zou ook wel niet lang meer duren.
Het vertrek van Bink en zijn escortservice aan en van huis is als het ware de
bekroning op het verbeterde aanzien van de volkswijk nieuwe stijl. Een
hoerenkast hoort niet thuis tussen gerenoveerde panden en nieuwbouwwoningen met
pril geluk en pas geboren aanwinsten.
Na de
wijkvernieuwing trekken er geen daklozen, verslaafden of andere randfiguren
meer aan het raam van Thea voorbij, maar hordes wandelwagens en buggy’s. Ze
worden nog zelden geduwd door gezapige grootouders, maar in de nieuwe regel
door twens en dertigers in sportkleding. Veel jonge vaders hebben baarden en
dragen het lange haar in een knotje – de zogenaamde man bun - halverwege het
achterhoofd. De mama’s zijn stuk voor stuk weer helemaal in vorm zo vlak na de
bevalling en schreeuwen met hun nauw aansluitende trainingspakken om
bewondering! Hoe doen ze dat toch? Vermoedelijk dankzij keiharde training in de
sportschool of door zo veel mogelijk kilometers te maken in rondjes door de
wijk. De Spartaanse levensinstelling van deze fanatiekelingen komt zelfs af en
toe akelig dichtbij wanneer de jonge moeders met de peuter in de buggy voor
zich uit aan de geherwaardeerde vooroorlogse woning van Thea en Bart voorbij
rennen. Soms zelfs met nog een extra baby bij zich in een hopsende draagzak
voor op de borst. Gekkenwerk.
Tijdens zijn
oversteek zwaait de overbuurman midden op straat met een papiertje in zijn hand
naar Thea die op het punt staat om in haar Renault te stappen. Het briefje doet
haar denken aan een vredesoffer, omdat Bink zo ontwapenend het witte velletje
hoog boven zijn glimmende, kale hoofd uit wappert.
‘Wat gaan we nou
krijgen, ga je me een adreswijziging geven na alles wat we hebben
meegemaakt!?’, lacht Thea overrompeld door de onverwachte toenadering van haar
overbuurman.
‘Juist na alles
wat we meegemaakt hebben’, hijgt Bink, zodra hij naast haar op de stoep is
gearriveerd.
‘Ik dacht dat je
me nooit meer wilde zien.’
De nabijheid van
Bink heeft altijd een louterend effect op Thea. Andersom is dat precies zo. De
ogen van Bink flonkeren.
‘Hoe kun je dat
nou denken? Je weet toch dat ik een zwak voor je heb Thea? En nu we het toch
over zwakheden hebben; zie jij Melvin nog weleens?’
De vraag levert
Thea vluchtneigingen op. Of de oorzaak ligt in haar nachtelijke gepieker over
het antwoord. Dat kan ook. Zij heeft Melvin wel min of meer losgelaten, maar
andersom waarschijnlijk niet. Elke ochtend is Thea nog huiverig dat het
oppaskind als vanouds in de keuken opduikt. Alsof er niets gebeurd is en Melvin
de onschuldige onderonsjes in de ochtend tussen de ontbijtboel aan de
keukentafel niet ontmaagd heeft tijdens hun laatste ontmoeting. Uit frustratie
over zijn eigen liefdesleven wilde toyboy Melvin de buitenwereld – te beginnen
bij zijn zus Jasmijn - doen geloven dat Thea een klant van hem was. Een cougar
heet dat in de volksmond, maar volgens Thea is een dame op leeftijd die haar
seksuele frustraties op jonge gasten uitleeft gewoon een pedofiel. Of hoe noem
je een kinderverkrachter met in plaats van een zieke piemel een hysterische
doos? Het is maar goed dat Thea geen rechter is. Ze zou ze allemaal
veroordelen. Genderneutraal. Maar die gedachte spreekt ze natuurlijk niet uit.
In de wetenschap dat ze toch vooral van jaloezie en hypocrisie beticht gaat
worden. Op een bepaalde leeftijd zijn dat soort aantijgingen niet te weerleggen
zonder pathetisch over te komen. Desondanks respecteert Melvin haar reserve
niet. Eigengerechtig scheert hij zijn oude kinderjuf over één kam met de
klandizie van de escortservice waar hij werkt voor Bink; zijn stiefoom. De
vertrouwensbreuk van Melvin is de reden dat Thea het zorgenkindje uit haar
leven heeft gebannen. Ze laat de achterdeur dan ook nooit meer van het slot. De
sleutel onder de bloempot op het overdekte terras is verdwenen en Thea
glimlacht niet meer naar Bink.
‘Nee, ik zie
Melvin nooit meer.’
‘Sinds wanneer?’
Bink doet alsof
hij verrast is.
‘Sinds mijn
laatste ziekenbezoek aan hem bij Jasmijn in de flat. ’
‘Hij logeert niet
meer in het appartement van Jasmijn en hij woont ook niet meer thuis bij Pim en
mijn zus’, weet Bink.
‘Zo, dus hij is
vermist’, schampert Thea,
‘Niet vermist,
maar zelfs Jasmijn weet hem niet op een vast adres vast te pinnen.’
‘Misschien moet
je Jasmijn niet zo makkelijk geloven?’
‘Jasmijn? Ik weet
zeker dat Jasmijn net zo min als ik eerlijk waar weet waar Melvin momenteel
precies woont. Hij heeft geen vast adres. Hij bivakkeert op straat.’
Plotseling
herinnert Thea zich weer de glimp die ze een tijdje geleden meende opgevangen
te hebben van een schaduw van haar geliefde Betuwe Flipje. Hij was sterk
vermagerd en maakte een verwarde indruk. Zijn wankelende tred gaf de doorslag.
Deze schim was niet de vertrouwde, elegante, goed verzorgde Melvin die zich
voortbeweegt als een lenige ladykiller in prijzige merkkleding in een walm van
dure after shave. Dit zwakke aftreksel van de vroegere mooiboy moest wel
gezichtsbedrog zijn.
‘Ik meende hem
laatst nog ergens gezien te hebben’, twijfelt ze.
‘Maar dat wist je
niet zeker natuurlijk?’, gokt Bink.
‘Hoe weet jij
dat?
‘Heel veel
pillen, maar voornamelijk horse’, verklaart Bink.
‘Pardon?’
‘Heroïne.’
‘Ja, ik weet wel
wat horse is.’
‘Nou dan.’
‘Werkt hij nog
voor Jou?’
‘Wat denk jij nou
Thea? Ik deal niet in heroïnehoertjes.’
‘Maar wel in
toyboys’.
‘Melvin ziet er
niet meer uit. Niet representatief en voorlopig onverkoopbaar als toyboy.’
Bink vertrekt
geen spier. Maar als hij meent wat hij zegt, waarom staat hij hier dan op de
stoep te leuren met een handreiking naar Melvin?
‘Waarom zoek je
Melvin dan nog Bink? Om je geweten te sussen?’
‘Ik heb geen
geweten en ik zoek Melvin niet. Verspilde moeite’, bekent Bink onbeschaamd.
‘En wat moet ik
dan met jouw nieuwe contactgegevens Bink?’
‘Straks ben ik
weg en dan kan Melvin zijn suikeroompje niet vinden. Want ik mag Melvin wel
niet zoeken, maar Melvin zoekt mij wel in zijn tijd. Als het hem zo uitkomt. En
wat doet Melvin als hij op zo’n zoekmomentje niet weet waar ik ben?’
Met een deinende
beweging houdt Bink het briefje, dat hij tussen zijn wijs- en middelvinger
heeft geschoven, voor het grijpen van Thea. Ze aarzelt maar ze besluit het
vliegertje toch te vangen, terwijl ze quasi onverschillig haar schouders
ophaalt:
‘Weet je wat mij
dat kan schelen, Bink?’
Bink trekt één
mondhoek omhoog en hoont.
‘Ja, dat weet ik
toevallig Thea. Dat kan jou heel veel schelen. Daarom sta ik hier ook. Je bent
een goed mens. Maar daar gaat het nou even niet om. Vandaag of morgen klopt
Melvin weer bij jou aan de keukendeur. Zoals vroeger.’
‘Dat was gewoon
koffie drinken!’
Thea hoort zelf
het cliché dat Bink er nog eens extra bij haar inwrijft.
‘Lieve schat,
Melvin komt altijd gewoon op de koffie.’
‘Houd alsjeblieft
op Bink! Bij mijn laatste ziekenbezoek deed Melvin het ook al voorkomen alsof hij
mij regelmatig een beurt gaf tegen betaling.’
Thea voelt haar
maaginhoud protesteren tegen het uitspreken van de leugen.
‘Wat heb jij toch
tegen een beetje seks tegen betaling Thea?’
‘Ik heb niks
tegen seks tegen betaling, maar wel tegen generatiekloven en machtsmisbruik.’
Bink heeft zijn
antwoord klaar. Waarschijnlijk omdat de woorden van Thea weleens vaker heeft moeten
weerleggen.
‘Prostitutie is
niet per definitie machtsmisbruik’.
‘Dat antwoord had
ik nou helemaal niet verwacht’, schampert Thea.
Bink houdt voet
bij stuk.
‘Ik heb Melvin
nooit ergens toe gedwongen’.
‘Lieve schat,
Melvin komt altijd gewoon op de koffie’, echoot Thea de eerdere verdediging van
Bink.
Bink onderdrukt
een smalende glimlach, terwijl Thea haar tegenaanval vervolgt:
‘Maar je hebt hem
ook niet tegengehouden.’
‘Waarom zou ik
hem tegenhouden? Moet ik hem behoeden voor mijn levensstijl? Ik doe niemand
kwaad. Ik ben al vanaf mijn 16de een kleine zelfstandige die nog nooit zijn
handje heeft hoeven op te houden. Niks om me voor te schamen. En niet voor het
één of het ander, maar…eh…Melvin is zelf naar me toegekomen.’
‘Geloof je het
zelf, Bink?’
‘Jij gelooft zelf
toch ook dat Melvin alleen maar bij jou in de keuken op de koffie kwam?’
Ondanks het
gelijk van Bink, blijft Thea worstelen met het verwoorden van haar kijk op de
zaak.
‘Laat ik het zo zeggen; Ik heb laatst een
Amerikaanse documentaire gezien over jonge mensen die vrijwillig in de moderne
porno-industrie op het internet stapten. Ze begonnen allemaal even enthousiast
en deelden een giga honger naar het grote geld. Het merendeel hield het online
seksleventje hooguit 3 maanden vol. Daarna was het uit met de real life pret en
de snelle duit. Wat resteerde was weer een lading jonge mensen die al op hun
18de gedesillusioneerd en uitgerangeerd zijn. Eigenlijk zou elke pornoconsument
verplicht naar zo’n documentaire moeten kijken. Zo’n verslag van de realiteit
werkt libido verlagend.’
‘Ik kan niet
geloven dat ik hier op de stoep met jou over porno sta te praten, maar wat jij
wilt Thea. Ik verkoop geen illusie, maar een lustbeleving. Dat is hard werken.
Net zoals iedere andere onderneming. Er zijn pieken en er zijn dalen. Er zijn
mensen met talent en slachtoffers die
dit wereldje niet zien voor de harde business die het is. Als je dat niet
begrijpt dan heb je inderdaad niets te zoeken in deze industrietak. Melvin
begrijpt het produktiegedeelte maar al te goed. Wij zijn van de heren, Thea.
Weet je nog? Als zodanig helpen wij dames beter aan hun gerief dan welke hetero
dan ook. Wij hoeven ons niet te bewijzen.’
‘Toch zou ik het
fijn vinden als je mij niet in jullie praktijken zou willen betrekken.’
‘Daar ben ik dus
nu mee bezig.’
‘Dus jij gelooft
mij en niet Melvin?
‘Wat zal mij het
nou aan m’n reet roesten dat jullie elke morgen in jouw woonkeuken hebben
liggen wippen?’, haalt Bink onverwacht grof uit.
‘Je hoeft niet
ordinair te worden’, slikt Thea verafschuwd.
Aan de
voortekenen van zijn gezichtsuitdrukking en houding te zien, staat Bink op het punt om een tirade in te zetten.
Dan bedenkt hij zich en verandert van toonzetting.
‘Maakt het wat
uit of ik je geloof of niet Thea?’
‘Ja’, stelt Thea
onverbiddelijk.
‘Okay, ik geloof
je’, zweert Bink en hij houdt een v met 2 vingers vlak naast zijn linker wang.
Thea probeert
zijn sprekende ogen te lezen. Ze onthullen geen antwoorden op levensvragen.
‘Voor mij is
Melvin een gepasseerd station’, vervolgt Thea.
Ze geeft Bink een
vrije trap voor open doel.
‘Ik vrees alleen
dat jij geen gepasseerd station voor hem bent’.
‘Ik doe gewoon de
deur niet open als het zover is’, bluft Thea.
‘Lieve Thea, je
kunt er donder op zeggen dat Melvin binnenkort opnieuw tegen die muur oploopt.
En dan belt hij weer bij jou aan. Niet 1 keer, maar 100 keer. Hij neemt geen
genoegen met jouw afwijzing. Hij is verslaafd Thea, maar dat is niet het
ergste. Hij heeft de bodem van de beerput nog niet bereikt. Maar dat gaat
gebeuren. Waar moet Melvin in dat noodgeval dan terecht voor zijn natje en zijn
droogje zonder mijn adresgegevens? Ik ben dan namelijk verhuisd.’
‘Misschien bij
zijn vader en stiefmoeder?’, oppert Thea sarcastisch.
‘Zij hebben ook
nog een puber in huis. De dochter van mijn zus is 13 of 14. In ieder geval is
ze ergens om en nabij de gevoelige leeftijd van jouw kinderen. Femke wil haar
dochter net zo goed als iedere andere normale moeder niet blootstellen aan de
verleidingen van de verslaving van Melvin en dat kan ik haar niet kwalijk
nemen’, antwoordt Bink belerend ineens.
Thea staat
versteld van de vele stemmingswisselingen die Bink op korte termijn laat zien.
Hij lijkt haar een vermoeiend baasje dat zijn emoties echter wel onder controle
lijkt te hebben, dus waarom zou Thea niet gewoon met hem mee schommelen?
‘Nee, maar Pim
verkiest wel mooi zijn stiefdochter boven zijn bloedeigen zoon. Hij zou zich
moeten schamen’.
‘Dat doet hij
echt wel en denk je dat Femke zo lekker slaapt?’
‘Om heel eerlijk
te zijn heb ik me nog niet verdiept in de nachtrust van Femke, Bink.’
‘Dat snap ik.
Maar daar kom ik dus binnen. Niet alleen voor Melvin, maar ook voor Pim, mijn
zus en mijn nichtje. En voor jou.’
‘Voor mij?’,
schampert Thea.
‘Voor jou ja.
Want als Melvin op korte termijn hoe dan ook weer opduikt denk je dan dat hij
maar één enkele keer bij jouw aanbelt? Dat hij bij één keer bescheiden kloppen
aan de achterdeur de moed opgeeft?’
‘Dat zal wel
niet’, puft Thea al bezwaard bij het vooruitzicht.
‘Dan kun je toch
veel beter meteen resoluut met hem afrekenen? Dus die deur open doen en hem een
alternatief bieden in de vorm van mijn
contactgegevens. Toch veel beter dan 100 keer dat irritante gejengel van de bel
trotseren? Een geheugensteuntje in tijden van nood onthoudt hij wel. Er is
niets mis met het korte termijn geheugen van een verslaafde. Je hoeft hem niet
eens binnen te laten. Voor je het weet heeft hij me zo vaak opgezocht dat zijn
plek van bestemming beklijft en dan ben je echt voorgoed van hem verlost.’
‘Ow, dus als ik
het goed begrijp kom je me een gunst verlenen met dit briefje?’, smaalt Thea
onverbeterlijk.
‘Dat begrijp je
helemaal goed Thea’, kreunt Bink moedeloos.
Hoe Thea de
uitleg van Bink ook wendt of keert, de uitkomst spreekt telkens in het voordeel
van alle betrokkenen. Bink heeft zich over Melvin ontfermd. Voor zover als dat
mogelijk is en op zijn unieke, controversiële wijze. Wat doet het ertoe? Andere
mensen rommelen ook maar wat aan.
‘Maak je jezelf
niet een beetje te belangrijk Bink? Vlak Jasmijn niet uit.’
‘Jasmijn is naar
haar moeder in Engeland gevlucht, omdat Melvin haar niet meer wilde zien
vanwege die oplichterij met de zogenaamde telefonische chantage. Zo hield
Jasmijntje poppedeintje haar pappie en gekke Binkie aan het lijntje. Melvin
trok meteen zijn handen van zussie af. Dikke duim voor onze Melvin.’
‘Hij is niet
‘onze’ Melvin. Hij is van zichzelf en hoogstens de eindverantwoordelijkheid van
zijn ouders; Pim en Beau’, siddert Thea alsof ze de herinneringen aan haar
pleegzoon figuurlijk van zich af wil schudden.
‘Hij is meer van
jou en mij dan jij wilt weten, Thea.’
Thea doet er het
zwijgen toe en na een korte mijmering neemt Bink de draad van het gesprek weer
op.
‘Ik zit net zo
min als jij op een junkie te wachten, Thea’, verzucht hij melodramatisch.
‘Waar zit je dan
wel op te wachten? Ik dacht dat jij geen geweten had Bink’, lacht Thea
spottend, maar toch ook ergens benieuwd.
‘Ik wacht op
verlossing’, smaalt Bink,
‘Maar…’, vervolgt
hij;
‘Als de nood het
hoogst is, dan is de redding nabij. Dus mocht Melvin bij jou aankloppen dan
laat je hem niet binnen. Wat doe jij dan ook weer wel?’
Het is de
bedoeling dat Thea nu laat merken dat ze Bink begrepen heeft met behulp van een
korte samenvatting. In plaats daarvan blijft ze hem met samengeperste lippen
uitdagend aankijken. Hij is haar pooier niet! Schuldbewust trekt Bink haar hint
op zijn fatsoen. Dan resumeert hij het besprokene zelf maar, terwijl hij de
aandachtspuntjes op zijn vingers natelt.
‘Welnu, jij
brieft Melvin aan de deur mijn contactgegevens door, desnoods herhaal je de
boodschap, want onze vriend is inmiddels een recidivist. Zo gauw Melvin dan
weer eens zo diep gezonken is dat hij aan de grond zit dan komt hij op deze
manier via jou toch steeds weer bij mij op zijn pootjes terecht.’
Die avond neemt
Thea de contactgegevens van het briefje over in haar telefoon. Voor de
zekerheid en uit oude gewoonte pint ze vervolgens het velletje van Bink vast op
het prikbord in de bijkeuken annex de studieruimte van Huiswerksterk. De
adresgegevens van Bink dreigen meteen te verdwijnen tussen een onoverzichtelijk
lading; post-its, briefjes, kladjes, kriebeltjes, krabbeltjes, kattebelletjes,
aantekeningen, schrijfsels, afspraakkaartjes, notulen, reclamefolders en nog
veel meer oud papier waardoor het zandkleurige gespikkelde kurk van het
prikbord onzichtbaar is geworden. Haastig vanwege haar dagelijkse race tegen de
klok, begint Thea de boel te ordenen. Driekwart kan de papierbak in; zoals een
oude uitdraai van een nieuwsbrief van De Wielewaal. Met het verstrijken van de
puberjaren van Sabine en Walter raakt de doldwaze basisschoolperiode van haar
tweetal sowieso steeds verder op de achtergrond van het alledaagse bewustzijn.
Zoals dat hoort bij een normale ontwikkelingsgang zonder jeugdtrauma’s, hetgeen
overigens geen verdienste van het onderwijsteam van De Wielewaal genoemd mag
worden. Integendeel. Door alle tegenwerking door leerkrachten en opperouders in
de eerste 12 levensjaren van hun kroost valt de relatief zorgeloze jeugd van
Sabine en Walter, even afgezien van de ongecompliceerde karakters van beide
kinderen, toch voornamelijk toe te schrijven aan de extra krachtsinspanningen
van Bart en Thea. En die extreme toewijding zal waarschijnlijk weer de reden
zijn waarom met name Thea nog lang niet bevrijd is van de opperouderperikelen
van weleer. Hoewel ze in de tegenwoordige tijd nooit vrijwillig herinneringen
aan de basisschoolperiode van haar kinderen oproept. Dat zou te veel van het
goede zijn aangezien Thea nog dagelijks spontaan overvallen wordt door
geforceerde flashbacks uit die extraordinaire Wielewaaltijd.
‘Onverwerkt
leed’, noemt men dat in de psychologie.
Niet alleen zo’n
oude nieuwsbrief roept allerlei associaties op met de eerste 12 leerjaren van
Sabine en Walter. Aanhoudend doen zich in het huidige leven van Thea de meest
uiteenlopende triggers voor die haar
ongewild terugflitsen naar weleer. Zo ook een verlopen afsprakenkaartje
tussen de mikmak op het prikbord. Het is een notitie van bijna 4 jaar geleden,
maar Thea weet nog precies dat het een gesprek tussen Yin en Yang en haarzelf
betrof. Op dinsdag 2 september om kwart voor elf in de ochtend om precies te
zijn. Het was een ontmoeting die had plaatsgevonden naar aanleiding van een
klacht die Thea bij de nieuwe directeuren van De Wielewaal had ingediend. In de
eerste schoolweek na de zomervakantie nota bene. Alsof ze toen ook al niets
beters te doen had gehad.
De ophef was
begonnen met het agressieve gedrag van Boris. Hij was het ontgoochelde broertje
van Alfred in de rolstoel, die Sabine in de eerste schoolweek na de
zomervakantie in het klaslokaal van groep 8 in de maag gestompt had. In het
bijzijn van Jeewee. Volgens de officiële lezing omdat hij aan Asperger leed.
Een psychische aandoening. Maar naar mening van Thea in werkelijkheid, omdat
hij vanwege een bliksemafleider - in de overdrachtelijke zin van zijn doodzieke
broertje - overal mee kon wegkomen.
Op de ochtend van
het gesprek met Yin en Yang was Thea innerlijk nog beurs van de onthullende
ouderbijeenkomst van de avond daarvoor. Desondanks had ze voor het eerst in
haar leven geen spijt van haar vanzelfsprekende aanwezigheid bij een ouderavond
van groep acht op De Wielewaal. Als zij er niet geweest was om de opperouders
te provoceren met haar snedige opmerkingen, dan was de kudde ook niet in de
verleiding gekomen om hun deceptie over de impopulaire maatregelen van de
nieuwe hoeders Yin en Yang openlijk op het gedoodverfde zwarte schaap af te
reageren. Zonder de nadrukkelijke aanwezigheid van tirannieke Thea zou men als
vanouds eensgezind hypocriet aan het neuzelen geslagen zijn in de heilige
overtuiging dat geen normaal mens tegen groepsdruk bestand was. Dus waarom Yin
en Yang wel? Thea was er ook bang voor. Daarom smaakte haar wraak ook zo zoet
bij het triomfantelijke besef dat de kliek zich in het bijzijn van de nieuwe
directeuren uit de tent had laten lokken door niemand minder dan het bescheiden
persoontje van tirannieke Thea. Dankzij haar weerwoord waren Yin en Yang niet
eerst op een tijdrovend dwaalspoor gezet, maar hadden zij in een tijdsbestek
van een paar uur de oorzaak van de problemen op De Wielewaal op een
presenteerblaadje aangeboden gekregen.
Geen struisvogelbeleid was na gisterenavond opgewassen tegen het obstakel van
de dictatuur van de opperouders.
De oplossing van
de problematiek was verder aan de troubleshooters. Thea had haar plicht gedaan.
Nu moest ze alleen nog herstellen van de kater die ze aan haar confrontatie met
de woordvoerder van de opperouders had overgehouden. De vader van Fransje, Jelle,
had haar gewoon publiekelijk afgebekt zonder dat iemand hem tot de orde riep.
Een labiel persoon zou bijna denken dat Jelle de goedkeuring van de voltallige
bezetting op de ouderavond in het klaslokaal van groep 8 kon wegdragen. En ach,
misschien was dat ook wel echt zo. Maar wat dan nog? In de loop van haar
levensjaren had Thea geleerd om voor haar eigen mening te staan zonder op steun
van anderen te rekenen. Met uitzondering van Bart. Hij was haar uitvalsbasis en
samen gingen zij voor het hachje van hun eigen kinderen. Als anderen daar van
mee konden profiteren dan was dat mooi meegenomen, maar Bart en Thea waren geen
van tweeën wereldverbeteraars. De openlijke vernedering van Jelle had Thea
laten gebeuren voor het effect op Yin en Yang. Hoewel Thea zo’n primitieve
reactie van de opperouders had kunnen voorspellen overtrof de timing haar
stoutste dromen. Maar daarom riep het zielige gedrag van Jelle nog niet minder
agressie bij Thea op. Niets menselijks was haar vreemd. Het liefst was ze ter
plekke acuut met haar blote vuisten op Jelle in gaan rammen zonder rekening te
houden met de regels van fatsoen die de vader van Fransje immers ook gewoon aan
zijn laars lapte. Gezien zijn postuur was Jelle echter waarschijnlijk sterker
en dus verkoos Thea heel verstandig om de slimste te zijn.
‘Wat was dat
gisteren?’, was het eerste dat directeur Yin aan Thea vroeg toen hij, verhit
van het haasten, plaats nam aan de vergadertafel in de directiekamer.
Hij was te laat.
Thea zat al een kwartier voorbij het afgesproken tijdstip tegenover directeur
Yang aan de grote langwerpige tafel in de kantoorruimte die ze zo goed kende
van haar gesprekken met Willy Bakbruin. De inrichting was onveranderd in de
oude Willy Bakbruinstijl met dezelfde ingelijste kindertekeningen en
groepsfoto’s aan de muur als voorheen. Alleen de kiek van de rare haardracht
schoolfeestdag met de gekke kapsels van Willy Bakbruin en juffrouw Rita was
verplaatst van de fotogalerij in de gang naar boven het raam van de
directiekamer. Thea vroeg zich af waarom? Misschien had de foto een minder
prominente plaats gekregen in de hoop daarmee een versnelling van het tempo
waarin Willy Balbruin uit het collectieve geheugen gewist werd op te voeren? Of
de nieuwe hangplek van het zogenaamd leuke plaatje diende juist als eerbetoon
aan de voormalige directrice van De Wielewaal. Nou ja, een hommage met een
knipoog en een glimlach dan, want Juffrouw Rita had een viool in haar malle
kapsel en Willy Bakbruin droeg de strijkstok in heur rare haar. De aanblik riep
gevoelens van nostalgie bij Thea op. Melancholie over; geen boos opzet, het
onvermogen, de onkunde en onvervulde belofte. Wel een geluk bij een
ongemakkelijk gevoel dat het raam onder de kiek uitkeek op een kinderrijk
gedeelte van het speelplein, zodat Thea zich niet bloot hoefde te geven tijdens
de stiltes die vielen in de conversatie met directeur Yang gedurende het
wachten op directeur Yin. Directeur Yang werkte op haar zenuwen. Niet zozeer
omdat hij misschien haar type was, of andersom, of wederzijds, of wat deed het
ertoe, want Thea was toch al bezet en hij waarschijnlijk ook; maar omdat hij
haar bestookte met vragen. Vragen over haar opleiding; haar werkervaring; haar
hobby’s. Alsof hij haar curriculum vitae afvinkte. Thea antwoordde kortaf en
slordig. Te laat realiseerde ze zich dat directeur Yang voornamelijk voor de
interne reorganisatie en het personeelsbeleid op De Wielewaal was aangesteld en
dat het voeren van sollicitatiegesprekken waarschijnlijk één van zijn
routinematige werkdagelijkse bezigheden was. Tijdens de momentopname aan de
vergadertafel werd ze alleen maar kregelig van zijn nieuwsgierigheid. Zat hij
haar nou uit te horen?
‘Dus je hebt ook
zelf ook wel kijk op les geven?’, wilde hij bijvoorbeeld weten naar aanleiding
van de door haar genoemde functie als huiswerkbegeleidster bij Huiswerksterk.
‘Ja, in een 1 op
1 relatie wel’, schoot Thea meteen in de verdediging uit angst om voorbarig als
betweetster weggezet te worden.
De beste stuurlui
staan altijd aan wal. Ook in het onderwijs. Thea stond immers niet voor de
klas. Omdat ze directeur Yang zag schrikken van haar felle reactie, had Thea
meteen een beetje spijt van haar automatische afweermechanisme, dat misschien
iets te scherp stond afgesteld uit zelfbehoud. Hij zocht naar de juiste woorden
en een andere toonzetting. Directeur Yang probeerde Thea te peilen. Zeker nadat
hij gisterenavond op de ouderbijeenkomst van groep 8 getuige was geweest van de
aanvaring tussen Jelle, alias de vader van Fransje, en Thea. Na een stuk of wat
vergeefse pogingen, gaf directeur Yang de moed op. Hij was het gewend om mensen
op hun gemak te moeten stellen, maar normaliter deed hij geen moeite om aardig
gevonden te worden. Wat directeur Yang betreft was hij bij Thea al heel ver
gegaan.
‘Een beetje te
ver’, als je het Thea vroeg.
Ze hield er niet
van om over zichzelf uit te wijden. Zeker niet in een directeurskamer waarvan
het interieur nog steeds de oude stempel van Willy Bakbruin droeg. Toch was de
ruimte na de komst van Yin en Yang ontdaan van illusies. De sfeer was rijper.
De druk op de ketel was als het ware opgevoerd en het deksel lag op een kier.
Helemaal in de lijn van deze symboliek had directeur Yang de deur van de
directiekamer, na binnenkomst van Thea, dan ook open laten staan, met als
gevolg dat een optocht van bestookte kinderen in de gang van De Wielewaal
deelgenoot werd van een spraakmakende ontmoeting tussen crisismanagers en de
aanleiding. Hier vond zonder medeweten van de opperouders een bespreking met
het gedoodverfde zwarte schaap plaats. Tirannieke Thea in de bocht! Komt dat
zien! Komt dat zien! Laatkomer Yin gedroeg zich in navolging van directeur Yang
ook alsof hij in de kerk geboren was. En een gebaar of niet, Thea voelde zich
door de open deur gesteund in haar bestaansrecht. In deze atmosfeer kon de
waarheid aan het licht komen. Zij het geleidelijk; want net zo min als Yin en
Yang was Thea in staat om hapklare brokken te serveren.
Ze deed haar best
om de dwingende vraag van directeur Yin om uitleg van de escalatie tijdens de ouderavond zo
zakelijk mogelijk te beantwoorden, teneinde vooral niet de indruk te wekken dat
ze op medelijden vlaste.
‘Wat dat was
gisterenavond? De normale gang van zaken op De Wielewaal in een notendop. Dat
was gisterenavond.’
Het
reactiepatroon van Yin was volkomen blanco, waardoor voor Thea meteen duidelijk
werd waarom Rinus Hardleers van de onderwijsstichting hem de aangewezen persoon
had gevonden om de human interest en publieksrelaties van De Wielewaal op orde
te stellen. Ondanks zijn weinig imponerende voorkomen. Heel anders dan de
indrukwekkende, maar tegelijkertijd ook vooringenomen verschijning van
directeur Yang. In het bijzijn van en gedurende de interactie met Yin telde
alleen het uitgesproken woord. Dat wat expliciet gezegd werd. Zonder
dubbelzinnigheden. Ondertussen bleef directeur Yang de ogen van Thea tevergeefs
op bluf onderzoeken, terwijl zijn collega Yin de ondervraging naadloos van hem
overnam:
‘Maar goed, je
bent hier dus naar aanleiding van jouw mailtje over het incident met de stomp
in de maag van Sabine door Boris.’
‘Als dat alles
was.’
‘Niet dan?’
‘Je vergeet even
te vermelden dat de stomp in de maag van Sabine in het klaslokaal van groep 8
gebeurde door toedoen van Boris en wel onder het toeziend oog van Jan-Willem’,
completeerde Thea de boel voor de volledigheid.
Hierop pauzeerde
directeur Yin een paar seconden om de juiste woorden te vinden. Naar buiten toe
kon en mocht hij vanuit zijn functie als directeur uiteraard geen partij
kiezen.
‘Ja, ik ken
Sabine nog niet en Boris trouwens ook niet.’
‘Maak je geen
zorgen, Boris zul je snel genoeg leren kennen’, smaalde Thea.
‘Ok?’
Vol verwachting
ging directeur Yin achterover zitten.
‘Hij heeft
Asperger’, lichtte Thea toe en ze vervolgde:
‘Maar dat geeft
hem nog niet het recht om mijn dochter in de maag te stompen. En weet je; de
pijn van die stomp blijft alleen maar langer na zeuren nu Boris wederom ongestraft met zijn
gewelddadigheid zal wegkomen.’
Directeur Yin
kwam Thea meteen tegemoet en vroeg:
‘Waarom denk je
dat Boris met zijn gewelddadigheid weg zal komen?’
Directeur Yang
was wat minder inschikkelijk. Hij vulde zijn collega kwaaddenkend aan:
‘Als het
tenminste waar is wat je zegt.’
Thea besloot de
steek onder water alsmede de wantrouwende instelling van directeur Yang te
negeren. Hij zou snel genoeg achter de waarheid over de dictatuur van de
opperouders komen en zich met terugwerkende kracht rot schamen over zijn
primaire achterdocht jegens Thea. En hoewel ze best bereid was te geloven dat
reserves vanuit zijn positie als leidinggevende gezien volkomen legitiem waren,
zou Thea de initiële argwaan van directeur Yang nooit meer vergeten. Laat staan
dat ze hem zijn vijandigheid kon vergeven.
‘Boris komt
altijd met zijn gewelddadigheid weg. In tegenstelling tot bijvoorbeeld mijn
zoon Walter. Walter zit in groep 7 en hij is in de loop van zijn
Wielewaalcarrière al ontelbare malen gestraft voor vergrijpen die nog niet bij
benadering kunnen tippen aan de schoolresultaten van de agressie van Boris.
Walter hoeft maar een vinger uit te steken of hij staat alweer op de gang. Maar
Boris krijgt na een paar réprimandes gewoon zijn wapen weer terug zodat hij
doodleuk door kan gaan met andere kinderen bang maken en pijn doen.’
‘Een wapen?’
‘Zijn passer.’
‘Een passer is
een passer en geen wapen’, vond directeur Yang,
‘Boris gebruikt
zijn passer als een wapen’, legde Thea liefjes uit.
Haar voortdurende
weerwoord maakte dat directeur Yang steeds minder zeker van zijn zaak werd.
Directeur Yin trok zijn conclusie:
‘Ik ben het wel
met je eens dat meester Jan-Willem dit incident niet onbesproken kan laten. Hij
zal met zowel Sabine en Boris als met de ouders moeten praten.’
Thea hikte
honend:
‘Eerst zien en
dan geloven. Jeewee durft in geen 100 jaar de ouders van Boris aan te spreken
op het gedrag van zoonlief.’
‘Hij zal wel
moeten’, riep directeur Yin bij voorbaat verontwaardigd uit.
Thea hielp hem
even herinneren:
‘Je was er
gisterenavond toch ook bij?’
‘Zou juffrouw
Siepie in plaats van Jeewee de ouders van Boris dan wel direct op zijn
wangedrag hebben aangesproken?’, wilde directeur Yin oprecht van Thea weten.
‘Nee,
integendeel. Jeewee is apathisch. Dat is waar, maar juffrouw Siepie is nog
erger. Zij zou het gedrag van Boris niet alleen goed gepraat, maar zelfs
verdedigd hebben. Dat is ook de reden waarom ik vind dat jullie een goede
beslissing hebben genomen door haar voor de rest van het schooljaar niet
parttime naast Jeewee in groep 8 te laten staan.’
Op het gelaat van
directeur Yang verscheen een grimas alsof hij wilde zeggen:
‘Ik zit heus niet
op jouw goedkeuring te wachten’.
Ondertussen
negeerde directeur Yin de dubbele boodschap van zijn collega en pakte door:
‘Maar meester
Jan-Willem heeft ook niet adequaat opgetreden tegen het boksincident in de
klas. Waarom blijf je hem dan toch verkiezen boven juffrouw Siepie?’
‘Jeewee is de
minst kwade van het tweetal. Maar noem het gedrag van Boris geen incident!
Waarom denk je dat ik hier zit? Het is altijd hetzelfde liedje hier op De
Wielewaal. Daar is geen kruid tegen gewassen.’
Op dit punt moest
Thea op haar woorden gaan passen. Op de donderdag na het geweldsdelict in het
klaslokaal van groep 8 had Walter zijn moeder namelijk in een moeilijk parket
gebracht door de stomp van Boris in de maag van Sabine spontaan te wreken. Voor
een kind van 10 jaar is een schriftelijke klacht van zijn moeder, die bij de
directie een schoolweek lang op afhandeling lag te wachten, veel te abstract.
Walter kon er in ieder geval geen kant mee op. Vandaar dat hij, toen hij zijn
kans schoon zag, zijn been verkeerd neerzette precies op het ogenblik dat Boris
op de speelplaats voor zijn voeten liep. Boris maakte een lelijke smak en
vervolgens een heleboel kabaal. Zoveel ruchtbaarheid zou de nieuwe directie van
De Wielewaal vandaag of morgen ook ter ore komen. Aan Thea de taak om de opperouders voor te zijn en nu
eens niet de wandaden van Boris, maar de wraakactie van Walter minimaliseren.
De lopende klacht tegen Boris mocht niet verdwijnen achter een ondoordachte reactie
van Walter. Directeur Yang hielp Thea onbedoeld op weg:
‘Wij zijn geen
kruid, maar onkruid. En zoals je weet: onkruid vergaat niet. Onkruid is zelfs
opgewassen tegen steeds hetzelfde liedje. Maar wij zijn nieuw hier op De
Wielewaal. Dus vertel ons; hoe gaat dat liedje dan?’
Thea hield haar
lach in. Ze kon zich in het beginstadium van haar contact met de directie nog
geen spontaniteiten veroorloven.
‘Dat liedje gaat
over steeds hetzelfde groepje jongens dat toch weer de schuld krijgt van
ongeregeldheden op school, terwijl Boris vrijuit gaat. Zo heeft Walter uit pure
onmacht Boris al per ongeluk laten struikelen.’
Directeur Yin
kwam overeind in zijn stoel en boog zich voorover tot vlak bij het gezicht van
Thea die naast hem zat.
‘Dus jouw zoon
heeft Boris laten struikelen?’
Thea haastte zich
met het geven van een bagatelletje a la de opperouders:
‘Per ongeluk.’
‘Hoe kun je
iemand nou per ongeluk laten struikelen?’, schamperde directeur Yang.
‘Nou misschien op
dezelfde manier waarop je iemand per ongeluk in de maag kunt stompen?’
Yin en Yang gaven
zich gewonnen en zonden elkaar een blik van verstandhouding.
‘Dus je zit hier
voor Walter en niet voor Sabine?’
Directeur Yang
speelde nog steeds een kat en muisspelletje. In zijn eentje.
‘Ik zit hier voor
zowel Walter als Sabine. Deze keer zal ik de opperouders te slim af zijn. En
nee, ik keur het niet goed dat Walter een ander kind heeft laten struikelen.
Maar ik wil wel even duidelijk stellen dat Walter voor zijn zusje opkwam. Hij
is pas aan het tackelen geslagen nadat Boris ongestraft een stomp in de maag
van Sabine geparkeerd heeft. In het klaslokaal van groep 8. Door het slappe
gedoogbeleid ten aanzien van sommige, uitverkoren kinderen op De Wielewaal
mogelijk gemaakt.’
‘Some pigs are more equal than others’, schreef George
Orwell al in Animal Farm.
Sommige kinderen
nemen dan het recht in eigen hand. Dat krijg je ervan als volwassenen alles
maar laten gebeuren. Sabine is wel het zusje van Walter en ze zijn misschien
thuis niet altijd de beste maatjes, maar het bloed kruipt waar het niet gaan
kan. Ook bij Boris. Iedere keer dat er weer een zenuw bij hem doorbrandt zal
hij opnieuw op de verkeerde steun van zijn ouders kunnen terugvallen. Zo leert
dat kind toch nooit om eigen verantwoordelijkheid voor zijn daden te dragen? De
pech van Boris is de schuld van anderen. Van Walter bijvoorbeeld over wie Boris
zeker gaat klikken. Vandaag of morgen. Walter heeft hem zomaar laten
struikelen. Dat Boris op zijn beurt het zusje van Walter eerst een opdoffer in
haar buik heeft gegeven verandert niets aan het gegeven dat zijn doortastende
ouders binnenkort net zo makkelijk hun weg naar Jeewee of Siepie zullen vinden.
Op hoge poten. Het is dan voor Walter alleen nog een kwestie zijn vonnis
afwachten en de opgelegde straf uitzitten.’
Yin en Yang waren
geschokt.
‘Maar we hebben
toch een pestprotocol op De Wielewaal? Daar moet niet alleen Walter, maar ook
Boris zich aan houden!’
‘Boris heeft
Aspergers en het pestprotocol is niet mijn probleem. Ik ga Walter niet
aanspreken op pootje haken. Hij mag niet gewelddadig zijn, dat klopt, maar
Boris mag het zusje van Walter ook niet in de maag stompen. De leerkrachten
hier op De Wielewaal werken dit strijdlustige gedrag zelf in de hand met hun
voorkeursbeleid.’
De adem van zowel
directeur Yin als directeur Yang stokte en de alertheid sprong op scherp.
Wellicht hadden ze beet?
‘Voorkeursbeleid?’
‘Het is voor het
docententeam op De Wielewaal gebruikelijk om vooraanstaande ouders naar de mond
te praten of ze in ieder geval niet voor de wielen te gaan rijden. Gevolglijk
worden de kinderen van opperouders op school ontzien. Sommige leerkrachten zijn
daar extremer in dan anderen. Siepie is de koningin. Daarom staat zij ook zo
hoog aangeschreven bij de opperouders. Zoals jullie gisteren waarschijnlijk ook
wel gemerkt zullen hebben. De hoge rekening die Siepie voor haar status heeft
moeten betalen, hebben de kinderen van minder vooraanstaande ouders voldaan in
het afgelopen schooljaar in groep 7.
Mijn dochter Sabine bijvoorbeeld. Ik moet al dankbaar wezen dat juf
Siepie überhaupt weet wie Sabine eigenlijk is. Meester Jan-Willem heeft wat
meer hart voor zijn klas. Sabine heeft in groep 5, in de combinatieklas, bij
Jan Willem gezeten. Ze was toen al redelijk gesteld op hem. Daarom krijgt
Jeewee van mijn man en mij ook nog steeds het voordeel van de twijfel en heeft
Siepie afgedaan.’
‘Wie zijn die
opperouders?’, wilde directeur Yin weten, terwijl hij een pen ter hand nam.
Alsof Thea namen
zou noemen.
‘De
vooraanstaande papa’s en mama’s. De Wielewaalkliek!’
‘En jij wilt
beweren dat de ouders van Boris bij de opperouders horen?’, controleerde
directeur Yin nog even voor de zekerheid voordat hij aantekeningen begon te
maken.
‘Dat beweer ik
niet alleen, dat weet ik wel zeker.’
‘En waarom hoor
jij dan niet bij de opperouders?’, vroeg directeur Yang die nog steeds vast zat
in zijn aftastende houding.
‘Onder meer omdat
ik niet in De Wielewaalwijk woon.’
‘Onder meer?’,
drong directeur Yang aan.
‘Onder veel
meer’, beaamde Thea met de nodige bravoure.
Directeur Yang
keek moeilijk, maar directeur Yang stelde de hamvraag gewoon:
‘Als je niet in
deze buurt woont; hoe en waarom ben je dan op De Wielewaal terecht gekomen?’
‘Via Het
Kleurenpalet in onze wijk. We zijn begonnen met Sabine op deze zwarte school.
‘Klein Turkije’, wordt de school ook wel genoemd. Maar die bijnaam dekt de
lading niet. Het Kleurenpalet herbergt kinderen van maar liefst 24
nationaliteiten. Dat is te veel van het goede. Te veel positieve discriminatie
ten koste van witte, bevoorrechte kinderen. Zoals mijn dochter Sabine
bijvoorbeeld. Zij was in groep 1 op Het Kleurenpalet ver in de minderheid. En
natuurlijk was het uitgangspunt goed. Zo zou Sabine als 4jarig meisje op school
al vroeg leren integreren in een multiculturele samenleving. Jong geleerd is
immers oud gedaan. Alleen was het evenwicht ver te zoeken. In tegenstelling tot
95 procent van haar klasgenootjes kwam Sabine bijvoorbeeld in haar privésituatie
nooit in aanraking met de ramadan. Het religieuze verband met een suikerfeest
is dan niet alleen voor een ouder ver te zoeken, terwijl Sabine ondertussen
zowat de enige in haar kleuterklasje was bij wie sinterklaas thuis wel in haar
schoen reed. En kinderen zijn misschien wel kneedbaar, maar niet achterlijk.
Door de groepssamenstelling leerde Sabine spelenderwijs dat haar aparte status
op school alles te maken had met haar Westerse identiteit. Met andere woorden;
Sabine viel op door het stempel van een zogenaamde bevoorrechte kleuter.
Hetgeen haar meteen met de morele plicht opzadelde om constant een stapje terug
te doen voor haar onderdrukte kansarme mede Nederlandse leeftijdgenootjes. Door
deze ongerechtigheid voelde ik mij bijna verplicht om de zogenaamde ‘nationale’
gebruiken, gewoonten en christelijke feestdagen extra in ere te houden. Enkel
en alleen voor het oog van de oververtegenwoordigde moslimgemeenschap op Het
Kleurenpalet. Zodoende moest ik, het prototype van een Westerse vrouw, aldoor
op mijn tellen passen. Na een idealistisch tropenjaar met mijn dochter op een
zwarte school was ik als verdwaalde ouder zo ver heen, dat elke andere
basisschool beter leek. Zelfs de omhooggevallen Wielewaal die ik het schooljaar
daarvoor nog had afgewezen voor de illusie van de vanzelfsprekende
culturenfusie op een internationale school. Na deze ontgoocheling was mijn
kritische vermogen tijdelijk uitgeput. Slechter kon het niet worden. Zolang de
voertaal tussen de kinderen en de ouders onderling maar niet langer het
arabischcadabrisch van de internationale pluraliteit op Het Kleurenpalet was,
hoorde je mij niet klagen.’
Thea had haar
laatste punt amper uitgesproken of directeur Yang had zijn reactie klaar.
‘Dat is jouw
perceptie’, benadrukte hij belerend en met een zuinig mondje.
Deze
spreekwoordelijke tik op de vingers had ze kunnen verwachten. Yin en Yang
mochten dan misschien redelijk vooruitstrevend zijn in vergelijking met de
meeste vakgenoten, maar zelfs baanbrekende mensen ontkomen in het taaie
onderwijs niet aan een zekere mate van beroepsdeformatie. Helemaal niet in de
startpositie van Yin en Yang. Dus aan het begin van de implementatie van een
verbeterplan op De Wielewaal. Innovatie in de heterogene onderwijswereld
schreeuwt namelijk om compromissen. Schikkingen die zo verstikkend verpakt zijn
in het waanidee van de heilzame meeste stemmen die gelden dat de minderheid ten
langen lesten wel moet zwichten voor het
algemeen belang. De kuddegeest heeft tenslotte het meeste kans van slagen op de
weg van de minste weerstand. Dat snapte zelfs tirannieke Thea. Ook was het niet
zo moeilijk te begrijpen dat politieke correctheid een logisch gevolg is van de
gulden middenweg. Elke controverse leidt maar af van het ideaal. De thuisbasis
van de conformerende directeur Yang was dan ook een school in een dure wijk met
kinderen van hoogopgeleide ouders die de heersende sociale pedanterie met de
paplepel ingegoten krijgen. Heel anders dan de dolende directeur Yin die
landelijke bekendheid had verworven met het integratiebeleid op ‘De Vleugels’.
De Vleugels was in een andere stimuleringswijk dan Het Kleurenpalet gevestigd,
maar stond voor de komst van directeur Yin eveneens laag aangeschreven als een
zwarte basisschool. Onder leiding van directeur Yin had men op ‘De Vleugels’ de
witte vlucht van ouders met hun kinderen van de nietige buurtbasisschool naar
illustere wijken met hoog aangeschreven onderwijsinstellingen weten te
reduceren. Over deze verzoenende aanpak van Yin viel vanalles te bewonderen,
lezen, zien en beluisteren in krantenartikelen, nieuwsbrieven, verslagen,
interviews, regionale journaals en educatieve voorlichtingsfilmpjes op google.
De roem van De Vleugels leek de realiteitszin van directeur Yin nog niet te
hebben aangetast, want in tegenstelling tot zijn collega Yang werd hij niet
schoolmeesterachtig van de omstreden uitspraken van Thea. Met een korte grimas
verried Yin zelfs een lichte irritatie over het vingertje van Yang. Alles is
immers perceptie. Perceptie is juist politiek. Correct of niet.
Gepikeerd richtte
Thea zich specifiek tot Directeur Yang. Ze voer uit:
‘Natuurlijk
ventileer ik mijn persoonlijke waarneming en niet de perceptie van een ander!
Ik zit hier voor mijn kinderen en niet namens de hele goegemeente. Als het aan
mijn man Bart en mij had gelegen dan waren we met Walter en Sabine allang naar
een andere basisschool gegaan. Dat zou dan voor de tweede keer zijn. Niet dat
de overstap van Het Kleurenpalet naar De Wielewaal 6 jaar geleden zo soepeltjes
verlopen is of dat de wisseling van basisscholen ons zoveel soelaas heeft
geboden, maar zoals Ramses en Liselore vroeger al zo treffend zongen:
‘Het gras zal
altijd groener zijn aan de andere kant van de heuvels.’
Bart en ik hebben
dus maar besloten om met onze kinderen op De Wielewaal te blijven. Sabine zit
in haar laatste basisschooljaar en Walter zit in groep 7. Het zou te ver voeren
om nou nog de hele boel om te gooien. Toch heeft het niet veel gescheeld.’
Yin en Yang
maakten geen verraste indruk. Ze waren eerder opgelucht alsof met het
definitieve besluit van Bart en Thea om met hun kinderen toch op De Wielewaal
te blijven de vloek van de leegloop over de getroffen basisschool was bezworen,
hetgeen al vast één kopzorg minder was. Het leek wel alsof beide
troubleshooters reageerden met voorkennis over de overspannen toestand waarin
Bart voor de zomervakantie het gesprek met Willy Bakbruin, Jeewee, Siepie en
Thea in de directiekamer had verlaten met begeleiding van de uitroep:
‘Ok, dat was de
druppel! We gaan naar een andere school!’
Misschien hadden
Yin en Yang als gevolg van dit noodsein van Bart wel van Rinus Hardleers – de
directeur van de onderwijsstichting die Thea kende uit eerder telefonisch
contact – de opdracht gekregen om de ouders van Sabine en Walter tot bedaren te
brengen. De uittocht van kinderen van ontevreden ouders op De Wielewaal begon
zo langzamerhand op te vallen bij de buitenwacht en als Bart en Thea nou ook
nog besloten om met hun 2 kinderen de benen te nemen, dan zou de pers onderhand
weleens lucht van de wantoestanden op de roemruchte basisschool kunnen krijgen.
Te meer daar Thea ooit in een mailtje aan Willy Bakbruin gedreigd had om met de
redactie van de regionale krant of het Hart van Nederland te bellen en om op
facebook van uitwassen te getuigen. Niet netjes van tirannieke Thea, maar op
een getergd mens valt nou een maal geen peil te trekken. Tel daarbij op dat Yin
en Yang zo aan het begin van het verbetertraject van De Wielewaal, nou niet
echt op negatieve publiciteit in de vorm van oude koeien uit de sloot van Willy
Bakbruin zaten te wachten en de oplossing liet zich raden. Voor het te laat was
moesten Bart en Thea dus maar zo goed en zo kwaad als het mogelijk was tot
inkeer worden gebracht. Wisten Rinus Hardleers en Yin en Yang veel dat Bart wel
vaker blufte om zijn kwetsbaarheid te overstemmen. Nog altijd beter dan dreigen
of fysiek geweld uitoefenen met een passer vond Thea dan maar. Bovendien had
Bart gelijk. De schooltrol alias juffrouw Siepie de saimiri met haar
voorkeursbeleid en foute pré-adviezen was ook de druppel geweest die de emmer
had doen overlopen.
Directeur Yin zat
Thea aan te kijken alsof haar uitingen een openbaring voor hem waren. Nadat ze
haar punt gemaakt had, nam Yin even de tijd om uit een soort trance te komen.
Hij schudde zijn naakte hoofd teneinde de input sneller te laten bezinken. Tijdens
dat proces viel het Thea op dat Yin eenzelfde soort oorknopje droeg in zijn
rechteroorlel als Bink. Bovendien was hij net zo kaalhoofdig als de voormalige
overbuurman van Thea. Wie weet was Yin ook gay? Lekker relevant. Maar die
oorbel stond in schril contrast met zijn kleding. Yin had zich verkleed als een
typische kantoorklerk: een kraak helder wit overhemd; een grijs gemêleerde
pantalon met strijkplooi en bruin lederen monks. Een neutrale outfit. Aldus
geschikt voor een oud directeur van een zwarte school in een verdeelde
achterstandswijk door uiteenlopende culturen. De veilige kledingkeuze van Yin
kwam nog niet in de buurt van een typische homo-uitdossing. Tenminste in
vergelijking met de gladde stijl van Bink. Die ene kleine oorbel zou dan
weleens een subtiel teken van verzet kunnen zijn. Stil protest. Een goed
verstaander heeft immers maar een half woord nodig. In het geheim gaf directeur Yin ongegeneerd
toe aan de aard van het beestje. Hij had hoe dan ook gelijk, want een
homoseksueel kon op van oorsprong katholieke scholen met grotendeels
islamitische leerlingen - zoals De Vleugels en Het Kleurenpalet – sowieso maar
beter niet openlijk zichzelf zijn. Het merendeel van de moslims is homofobisch
op het hysterische af. Alsof een homoseksuele geaardheid besmettelijk is. De
verboden liefde van Melvin voor de islamitische Aadam was daar het jammerlijke
bewijs van. Alhoewel De Wielewaal nou ook niet bepaald de plek was om uit de
kast te komen. Vandaar die vermomming in een kantoorklerk van de eventuele homo
Yin natuurlijk. Er is een verschil tussen verdraagzaamheid prediken en
tolerantie uitstralen. Enfin, homofiel of niet, directeur Yin had nog vragen te
over:
‘Waarom heeft het
niet veel gescheeld of dat jullie naar een andere basisschool waren getogen?’
Thea had overal
een antwoord op:
‘Dat had te maken
met het belachelijk lage pré-advies dat Sabine vorig jaar aan het eind van
groep 7 van juffrouw Siepie heeft ontvangen. Volgens juffrouw Siepie paste een
vmbokader pré-advies het beste bij Sabine. Later kwamen mijn man – Bart – en ik
erachter dat dit pré-advies niet op het leerlingenvolgsysteem gebaseerd was,
zoals het hoort, maar enkel en alleen op de uitslag van de entreetoets. Anders
gezegd; er is bij de totstandkoming van het pré-advies niet logischerwijs
gekeken naar de leerontwikkeling van Sabine door haar jaren op De Wielewaal
heen. Het enige dat telde was de uitkomst van de overgangstoets aan het eind
van groep 7. Toen deze nalatigheid bij ons bekend werd, snapten mijn man en ik
ook meteen het lage préadvies voor onze dochter dat totaal niet bij haar
capaciteiten en potentie aansluit. Tijdens het maken van de cruciale toets aan
het eind van groep 7, werd Sabine namelijk voor het eerst in haar leven
ongesteld. Ook nadat deze ongelukkige samenloop van omstandigheden Willy
Bakbruin, Jan-Willem en Siepie ter ore kwam tijdens een gesprek met mijn man
Bart en mij, bleef het drietal onverbiddelijk vasthouden aan het vmbokader
pré-advies. Eerder uit loyaliteit met Siepie dan uit piëteit met Sabine, hadden
Bart en ik het idee. Bart is zelfs nog kwaad weggelopen aan het begin van de
betreffende bijeenkomst en heeft mij achtergelaten in deze directiekamer, omdat
hij van Willy Bakbruin geen aanmerkingen op mevrouw Siepie mocht hebben die
ondertussen heel bitcherig met haar ogen zat te draaien. De grove
onderschatting van leerlinge Sabine in de vorm van het foutieve pré-advies kwam
helemaal niet ter sprake. Geen wonder dus dat Bart het illustere drietal nog
luidkeels dreigde met een vlucht naar een andere basisschool voordat hij, tot
het uiterste gedreven, de deur van de directiekamer achter zich dicht smeet.
Achteraf hebben we dus toch besloten om dat niet te doen.’
‘Omdat?’, vroeg
directeur Yang nog steeds op zijn hoede.
Thea ging er eens
goed voor zitten en telde de argumenten op haar vingers na:
‘Ten eerste was
Willy Bakbruin op het moment van het foutieve pré-advies van Sabine al
ontslagen en hadden Bart en ik van Rinus Hardleers van de onderwijsstichting de
verzekering gekregen dat zij na de grote zomervakantie vervangen zou worden
door 2 vakkundige brandblussers.’
Directeur Yang
trok een vies gezicht, hetgeen meteen zijn relatie tot Rinus Hardleers verried.
Het was directeur Yin eveneens min of meer aan te zien dat hij vond dat de baas
van de onderwijsstichting niet zo hoog van de toren moest blazen, maar hij vermande
zich sneller dan Yang.
‘Ga door’,
commandeerde hij.
‘Ten tweede mogen
Bart en ik dan wel moeite hebben met het onderwijsteam en de ouders van De
Wielewaal, maar onze kinderen – Sabine en Walter – zijn van top tot teen
vergroeid met de wantoestanden op hun school. Zij voelen zich helemaal op hun
gemakkie in de klas met hun vriendjes en vriendinnetjes. Dus waarom zouden we
ze uit hun vertrouwde omgeving halen? Wie garandeert ons dat de volgende school
niet net zo erg is als De Wielewaal? En zo niet dan nog hebben Sabine en Walter
aan het eind van hun basisschoolloopbaan niet meer genoeg tijd om opnieuw
hechte kindervriendschappen te sluiten.’
‘Daar zit wat
in’, gaf directeur Yang toe.
‘Maak nieuwe
vrienden, maar behoud de oude. De nieuwe zijn zilveren; de ouden zijn gouden’,
dichtte Thea.
‘Schud je dat nou
zomaar uit je mouw?’
Directeur Yang
was dieper onder de indruk dan zijn bedoeling was.
‘Welnee joh, het
is een versje uit een poesiealbum’, lachte Thea.
‘Tegenwoordig heb
je geen poesiealbums meer, maar vriendenboekjes’, mijmerde Yang.
‘Een poesiealbum
is een meisjesdingetje. Dan is een allemans vriendenboekje in ieder geval
gender neutraler.’
‘Da’s waar’, vond
directeur Yang die zich maar niet langer tegen Thea verzette.
Directeur Yin zag
de verzoening met lede ogen aan. Heimelijk had hij Thea in de loop van de
conversatie voor zichzelf gereserveerd. Ze bewees een bruikbare bron van
interne informatie over het wel en wee
op De Wielewaal te zijn. Hoe meer kennis, hoe beter het publieke belang op De
Wielewaal gediend was. In dat licht moest Yang zich niet te veel met ouders –
het werkgebied van directeur Yin - bezig
houden. De expertise van directeur Yang was hoognodig op het terrein van het
personeelsbeleid. Als Yin de verhalen van Thea zo beluisterde dan ging zijn
zeer gewaardeerde collega Yang in de toekomst nog een flinke kluif aan de
hervorming van het docententeam op De Wielewaal hebben.
‘Waren dat de
enige 2 redenen om op De Wielewaal te blijven met de kinderen?’, drong Yin dan
ook aan.
‘Nee, nee’,
haastte Thea zich weer bij de les:
‘De derde en
laatste reden waarom wij toch maar hier zijn gebleven heeft te maken met de
vooruitgang die Sabine na het foutieve pré-advies heeft weten te boeken.
Vooruitgang in het maken van citotoetsen welteverstaan. Niet in haar
leervermogen. Potentie heb je of dat heb je niet, volgens mij. Daar kun je niet
voor oefenen. Maar je kunt wel citotrainen. Figuurlijk omdat oefenen kunst
baart en letterlijk door citotrainers van het internet te downloaden en ze
vervolgens gewoon te gaan maken. Iedere dag een uur. Niet al vanaf de
peuterschool, zoals veel klasgenootjes van Sabine, maar vanaf het foutieve
pré-advies van nu bijna 4 maanden oud! Binnen 2 weken zat Sabine op de topscore
en daar is ze sindsdien niet meer van afgeweken. In het echie zou zo’n
cito-uitslag haar een vwo-advies opleveren. Op elke basisschool. Ook op De
Wielewaal. Dus juffrouw Siepie en haar gevolg kan wat ons betreft het heen en
weer krijgen. Wel hebben we Sabine op het hart gedrukt dat ze naar ons moest
komen zodra ze in groep 8 last zou krijgen van juffrouw Siepie. Ik zou dan
vervolgens contact op kunnen nemen met Rinus Hardleers van de
onderwijsstichting.’
Met een diepe
fronsrimpel tussen zijn wenkbrauwen onderbrak directeur Yin het relaas van
Thea:
‘Kun je niet
beter eerst met meester Jan-Willem praten of met mij zodra Sabine ergens mee
zit?’
‘Jawel, dat zou
ik ook liever doen, maar Rinus Hardleers bood mij tijdens een telefoongesprek
van voor de zomervakantie een vluchtstrook in de vorm van een directe hulplijn
naar hem voor het geval Sabine in groep 8 nog eens op zou lopen tegen de
onkunde van juffrouw Siepie. Ik wist toen nog niet van jouw bestaan af en
Jan-Willem had ik al eens eerder tevergeefs om steun gevraagd via een mailtje.
Meester Jan-Willem heeft nooit meer op mijn hulpkreet namens Sabine gereageerd.
Dus op hem kan ik ook niet rekenen. Maar dankzij jullie is de valkuil van
juffrouw Siepie sinds gisterenavond van de baan. Daarom was ik tijdens de
ouderavond ook zo openlijk euforisch over het besluit om alleen Jan-Willem
zeggenschap over groep 8 te geven. Op die manier weten Bart en ik tenminste
zeker dat het zelfvertrouwen van Sabine niet weer op losse schroeven komt te
staan.’
‘Dus jij hebt
Jan-Willem om hulp gevraagd en daar heeft hij niet op gereageerd?’,
recapituleerde directeur Yin gealarmeerd.
‘Nope’.
Met dit kleine
woordje liet Thea duidelijk blijken dat de werkwijze van Jeewee op De Wielewaal
de gewoonste zaak van de wereld was.
‘Waarom niet?’
‘Hij zal wel niet
gemogen hebben van Willy Bakbruin. En Jeewee doet nooit iets wat niet mag.
Tenminste niet onverholen.’
‘En wie wordt ook
alweer onzeker van werkwijze van juffrouw Siepie? Sabine? Of misschien toch
mama?’
Dat was directeur
Yang natuurlijk weer met zijn suggestieve vragen. Thea besloot om recht door
zee te gaan.
‘Ik word best wel
onzeker als ik genegeerd word ja. Zeker als ik iemand op de man af om hulp
vraag en een antwoord uitblijft. Maar dat ben ik. Sabine wordt niet genegeerd
door meester Jan-Willem. Wel door juffrouw Siepie. In de afgelopen tijd in
groep 7 een schooljaar lang.’
‘Zou het kunnen
dat juffrouw Siepie een hekel aan Sabine heeft?’
De gedachtegang
van directeur Yang was zo doorzichtig dat Thea zich afvroeg of het wel zin had
om tegen zijn vooroordelen in te gaan. Maar ze zat nou toch aan de
vergadertafel.
‘Nee, dat denk ik
niet. Juffrouw Siepie heeft hopelijk aan geen enkel kind uit de plofgroep een
hekel. Anders zou ik als ik haar was toch over een ander beroep gaan nadenken.’
Omzichtig
probeerde directeur Yang om de zienswijze van Thea te ontzenuwen.
‘Als juffrouw
Siepie volgens jou geen hekel aan Sabine heeft, wat doet zij dan in jouw ogen
zo verkeerd?’
‘Alles. Ze zet
bijvoorbeeld een viertal kinderen op een voetstuk. Haar bolleboosjes. En omdat
juffrouw Siepie naast een schoolklas ook nog een plusgroep leidt, is zij de
enige op De Wielewaal die kan bepalen welke kinderen voor het bolleboosschap in
aanmerking komen en wie niet. Sabine niet dus. Waarom niet? Omdat de tronie van
de moeder van Sabine – mijn smoel dus – haar niet aanstaat. Dus moet Sabine het
ontgelden. Samen met nog een grote groep andere potentiële vmbokader
kandidaatjes met verkeerde papa’s en mama’s overigens. Daar niet van. Ik denk
heus niet dat ik een uitzondering ben.’
‘Dus jij zou ook
wel willen dat Sabine in de plusgroep zat?’
Directeur Yang
dacht echt dat hij op het juiste spoor zat.
‘Ach nee, niet
per sé. Niet met Siepie aan de leiding in ieder geval’, antwoordde Thea
geduldig, omdat ze ook wel snapte dat collegialiteit in het onderwijs meer
rendement oogstte dan ouderondersteuning.
‘Maar hoe wordt
Sabine dan door Siepie onzeker gemaakt. Geef eens een concreet voorbeeld?’,
drong directeur Yin leergierig aan.
‘Nou, Sabine
denkt bijvoorbeeld dat ze te dom is om Het Achterhuis van Anne Frank te lezen,
omdat juffrouw Siepie zo gewichtig doet over het dagboek. Juffrouw Siepie
kweekt tegenzin bij mijn dochter en ze zet kwaad bloed jegens de vermeende
wonderkinderen die het Dagboek van Anne Frank wel gelezen zeggen te hebben.
Alsof het een huzarenstukje is. Voor een domoor als Sabine geen beginnen aan
bij wijze van spreken. Dat geldt ook voor het volgen van de soapserie ‘Goede
Tijden, Slechte Tijden.’ Wij kijken thuis niet naar GTST. Sabine dus ook niet.
Maar het merendeel van de klas wel met juffrouw Siepie voorop. De juffrouw van
de plofgroep van vorig jaar en de plusklas kijkt zelfs bij voorkeur naar GTST
tijdens het nakijken van proefwerken en de entreetoets. Dat heeft juffrouw
Siepie zelf in de klas verteld. En misschien is dat gek, maar Sabine werd
onzeker van dat aanhoudende gezeur in groep 7 over een soap die zij alleen kent
van logeerpartijtjes bij klasgenootjes. Vandaar dat zij en ik een poosje ons
best hebben gedaan om ons GTST ook eigen te maken. Wat een baggerserie is dat!
Na drie dagen hield Sabine haar pogingen om hoogbegaafd te zijn voor gezien.
Dan maar dom in de ogen van juffrouw Siepie en haar hofhouding.’
Krampachtig en
schuddebuikend kwam directeur Yang overeind uit zijn stoel. Het lukte hem niet
om zijn lachstuipen te bedwingen en met een verwrongen blik tuurde hij steels
naar directeur Yin. Tegen het eind van de verslaggeving van Thea waren de beide
heren kennelijk onderling onuitgesproken tot overeenstemming gekomen dat de
klus van directeur Yang erop zat. Hij wist genoeg en aangezien hij nu ook nog
werd overvallen door een nauwelijks in te houden slappe lachbui, kon hij zich
uit goed fatsoen sowieso maar beter terugtrekken uit de directiekamer van De
Wielewaal. Bij wijze van afscheidsgroet tikte directeur Yin geamuseerd met zijn
wijsvinger tegen zijn kale hoofd. Met een fonkeling in de ogen richtte hij zich
vervolgens weer tot Thea die zich opgelaten voelde. Het sprak voor het
inlevingsvermogen van Yin dat hij meteen inspeelde op haar onbehagen:
‘Wat wil je dat
ik doe?’
Geprikkeld dreef
Thea haar ongenoegen op de spits:
‘Ik zou het nou
eens fijn vinden dat de ouders van Boris ook eens aangesproken zouden worden op
de daden van hun zoon voordat ik weer op het matje geroepen wordt voor iets dat
Walter gedaan heeft. Bijvoorbeeld Boris laten struikelen. Die klacht gaat er komen.
Daar durf ik mijn maandsalaris over te verwedden. Ik probeer de opperouders nu
eens voor te zijn. Boris mag dan zijn Asperger als excuus hebben voor zijn
losgeslagen agressie, maar er is ook een reden waarom Walter per ongeluk expres
zijn voet uitstak toen de agressor van de aanslag op zijn zusje toevallig
passeerde en niet uitkeek waar hij liep.’
‘En wil je dan
ook dat Boris zijn verontschuldigingen aan Sabine aanbiedt?’
Strijdlustig
pendelde directeur Yin met zijn pen boven zijn notitieblok in afwachting van
nog meer vast te leggen actiepunten.
‘Ik denk niet dat
Sabine daarop zit te wachten’, antwoordde Thea afkerig namens haar gedupeerde
dochter.
Resoluut wierp
directeur Yin de pendel uit zijn rechterhand en hakte voor Thea en zichzelf de
knoop door:
‘Ik ben het met
je eens dat Boris zijn verantwoordelijkheid moet nemen en dat zijn ouders op de
hoogte moeten worden gesteld van de stomp in de maag van Sabine. Ik vind dat
dit een taak voor meester Jan-Willem is, aangezien hij in het lokaal aanwezig
was toen Boris toesloeg. Ook vind ik dat meester Jan-Willem een gesprekje met
Sabine en Boris samen moet aangegaan teneinde het één en ander duidelijk te
krijgen.’
‘Nou, dat zou
mooi zijn’, vond Thea, die het eerst allemaal nog moest zien gebeuren voordat
ze bereid was om te geloven in de goede bedoelingen van directeur Yin.
Yin en Yang
hadden nog maar één kant van het verhaal beluisterd. Wie gaf Thea de garantie
dat zij zich ten langen lesten niet ook door de schooltrol, de vele opperouders
en hun aanhanger Jeewee zouden laten ringeloren? Thea vreesde dat het een
kwestie van tijd zou zijn voordat het welwillende interim duo overstag was voor
de mooipraterij van de tegenpartij. Waarom zou iemand haar mening überhaupt
serieus nemen? Op een enkeling – Bart dus – na, was nog niemand Thea ooit
zomaar tegemoet gekomen.
‘Je vergeet dat
jij een enorme bijdrage levert aan het oplossen van de crisis op De Wielewaal.
Want dat er een crisis heerst in het basisonderwijs van onze kinderen dat mag
nou toch wel duidelijk zijn’, legde Bart naderhand uit.
‘In welke zin
lever ik een bijdrage?’, vroeg Thea verbaasd.
‘Je verstrekt
informatie. Je openbaart waardevolle bestanddelen van de mislukking.
Calamiteiten die de beide directeuren anders nooit te horen zouden krijgen.
Niet van de kant van de opperouders, omdat zij vanuit een heel ander
perspectief dan jij redeneren en ook niet uit het kamp van het docententeam
daar zij aan de verkeerde zijde van het spectrum opereren. Snap je?’
‘Dus ik ben een
klokkenluidster tegen wil en dank?’
‘Probeer er
zoveel mogelijk je voordeel mee te doen, zolang het nog kan, zou ik zeggen’,
drukte Bart zijn vrouw met klem op het hart.
Alsof Thea dat
niet zelf had kunnen bedenken. Haar focus lag van het begin van de
onderhandelingen met Yin en Yang aan – al dan niet onbewust – op haar eigen
belang en dus op winst voor haar kinderen. De kans om van de gelegenheid
gebruik te maken door het onderste uit de kan te halen, tijdens een onderonsje
met directeur Yin, in het staartje van de samenspraak, liet Thea dan ook echt
niet onbenut. Gelukkig was directeur Yin nog niet helemaal uitgepraat.
‘Is er nog iets
dat je dwars zit?’, vroeg hij aarzelend uit angst dat hij toch te hard van
stapel liep.
‘Let bygones be
bygones’, blufte Thea, omdat ze ook wel snapte dat directeur Yin geen sychiater
of biechtvader was.
Yin kromp ineen.
Hij wilde het verleden van De Wielewaal juist niet laten rusten en protesteerde
zwakjes:
‘Van fouten kun
je leren.’
‘Ja maar fouten
van anderen bieden op De Wielewaal nooit garantie voor verbetering in de
toekomst’, knipoogde Thea.
‘Misschien kunnen
wij vanaf vandaag beginnen om een verbeterde draai te zoeken voor deze
negatieve spiraal?’, opperde Yin ernstig.
Hij sprak bewust
geen geitenwollensokkentaal, maar stoere woorden. Zijn geretoucheerde idealisme
vertederde Thea.
‘Hoe dan?’, vroeg
ze half overstag.
‘We moeten elkaar
leren vertrouwen. En ik weet wel; Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.
Maar jij en ik kunnen vast beginnen met lopen toch?’’
‘Waar lopen we
naar toe?’, lachte Thea uitnodigend.
‘Naar de
uitgang’, haastte Yin zich ineens na een steelse blik op de klok.
HOOFDSTUK 45
Vanaf het eerste
uur lieten Yin en Yang dagelijks hun neus zien op het schoolplein. ’s Ochtends
voor aanvang van de lessen. De laatste loodjes van die lessen droeg Sabine in
haar achtste basisschooljaar en Walter ging naar groep 7, terwijl de heren
directeuren voor de ingang aan de achterzijde van De Wielewaal gebroederlijk
naast elkaar de dag inluidden en geen goedemorgen oversloegen. De geëtaleerde
aanspreekbaarheid werd echter niet beloond met het beoogde resultaat in de vorm
van een vlotte babbel van ouders en verzorgers. Zelfs de oude en vertrouwde
Tarik de conciërge, die zich regelmatig bij het tweetal op het speelplein
voegde, wist het ijs niet te breken. Thea hoopte maar dat de heren zich niet
lieten ontmoedigen door de geveinsde ontoegankelijkheid van de opperouders.
Hierdoor zou misschien de schijn gewekt kunnen worden dat de ex-directrice
Willy Bakbruin communicatief veel sterker was geweest dan haar opvolgers. Willy
Bakbruin had zichzelf in het verleden immers zo vaak op de borst geklopt vanwege
haar vermeende leuke contact met de ouders van de kinderen van De Wielewaal,
dat een onoplettende voorbijganger haar bijna zou geloven. Het tegendeel was
waar. Vanwege haar tere ego was Willy Bakbruin juist manipuleerbaar, terwijl
Yin en Yang een onverzettelijkheid uitstraalden die de opperouders onzeker
maakten. Toch zou het een kwestie van aftasten worden voordat de opperouders
weer zouden toeslaan. Ondanks hun verzwakte positie na het vertrek van Willy
Bakbruin en de komst van Yin en Yang. Ongevoelig als de opperouders waren voor
de belofte van open communicatie, streefden ze alleen voor de schone schijn
naar een eerlijke interactie tussen ouders, leerkrachten en kinderen onderling.
In werkelijkheid was het ze om zeggenschap te doen. Niet alleen over de eigen
kroost, maar ook over; de kinderen van anderen, het schoolbeleid en het
docententeam. Kortom de opperouders dongen onvermoeid verder naar de totale
macht op De Wielewaal. Zij waren slim genoeg om hun honger naar overwicht niet
publiekelijk, tijdens gesprekken met Yin en Yang op het speelplein, te
openbaren. De opperouders opereerden in de regel door te intrigeren via de
achterdeurtjes van Jade, de interne coördinatrice, en/of Siepie de schooltrol.
Of ze dreven hun zin door met dolksteken in de rug. In overdrachtelijke zin
bijvoorbeeld met anonieme, fantasie klachten naar Rinus Hardleers van de
onderwijsstichting, waarmee de oplossing van de problemen op De Wielewaal per
ongeluk, expres weer langzaam maar zeker dreigde te versplinteren in duizend en
één vormen van symptoombestrijding.
Maar zo ver was
het gelukkig nog niet en de eerste weken van het schooljaar met de nieuwe
interim directeuren Yin en Yang kabbelden voort op een harmonieuze wijze die
voorheen ongekend was op De Wielewaal. Yin en Yang waren nog door geen enkele
opperouder uit hun evenwicht gehaald. Niemand voelde zich dan ook gepasseerd,
achtergesteld of tekort gedaan. Wellicht omdat er onder het regime van Yin en
Yang – in tegenstelling tot in de jaren van Willy Bakbruin - geen ouders – al
dan niet opzettelijk – tegen elkaar opgezet werden? En ook niet onbelangrijk; de nieuwe recht toe
recht aan mentaliteit van Yin en Yang mistte haar uitwerking op de kinderen van
De Wielewaal, die toch onderling tot elkaar veroordeeld waren, niet. De druk
die de kroost van de opperouders normaliter voelden om ieder ander kind te
overtroeven, leek door het prille nononsense beleid op De Wielewaal verleden
tijd. Alleen het docententeam liep op spreekwoordelijke eieren door het nieuwe
bewind van Yin en Yang.
De directe
aanleiding hiertoe was juffrouw Rita. Juffrouw Rita was de muziekjuf van Sabine
en de oorspronkelijke parttime helft van het docentenduo van groep 7 van
Walter. Juffrouw Rita was namelijk zonder pardon door Yin en Yang overgeplaatst
naar een basisschool aan het andere eind van de stad. Juffrouw Rita was dus
niet benoemd tot nieuwe directrice van De Wielewaal. Integendeel, terwijl juffrouw Rita wel stiekem gehoopt had op een
benoeming tot directrice van De Wielewaal. Tenminste dat had ze Thea te kennen
gegeven tijdens een eerder vertrouwelijk momentje in de toiletruimte van De
Wielewaal. In plaats van gepromoveerd werd juffrouw Rita nu dus pardoes
afgeserveerd.
Dat leek toch
nergens op, want als één van de meest competente en ervaren onderwijzeressen
van De Wielewaal zich al moest schikken naar de wensen van Yin en Yang, dan kon
de rest van de brigade het wel schudden. Want tel de beslissing om juffrouw
Siepie en Jeewee in groep 8 uit elkaar te halen op bij het afdanken van
juffrouw Rita en met de onvoorspelbare uitkomst was het hek dan toch
overduidelijk van de dam? Geen onderwijzeres of onderwijzer op De Wielewaal had
op die manier immers nog enige zeggenschap en controle over haar of zijn
loopbaan in het basisonderwijs?
De aftocht van
juffrouw Rita uit groep 7 van De Wielewaal werd niet vermeld in een mailtje,
zoals gewoonlijk, maar meegedeeld in een ouderwetse brief. In de middagpauze
overhandigde Walter de dicht geplakte envelop bijna plechtig aan zijn moeder en
bleef bij de schooluitgang nieuwsgierig staan wachten op de bekendmaking van de
inhoud.
‘Stap eerst eens
in’, gebood Thea, terwijl ze naar het autoportier van de achterin knikte en
zichzelf op de voorgrond achter het stuur van de Renault wurmde.
Pas toen ze goed
en wel zat opende ze de envelop. De getypte tekst van de brief las ze meteen
hardop voor:
Beste ouders en
verzorgers van de kinderen van groep 7 van De Wielewaal.
‘Per direct zal
Viktor de Held op De Wielewaal de nieuwe meester worden van groep 7. Rita van
Hees heeft een bestemming gevonden als parttime juf in groep 6 van basisschool
De Opkikker.
Meester Viktor
zal vijf schooldagen in de week – dus voltijds – in groep 7 lesgeven. Wij
vinden het belangrijk dat kinderen in de bovenbouw van het primaire onderwijs
zich te allen tijde kunnen richten tot één vast aanspreekpunt. Daarom ook zal
meester Jan Willem voortaan in groep 8 het heft volledig in handen nemen, zoals
u wellicht al ter oren is gekomen.
Met vriendelijke
groet,
De interim
directie.’
Thea richtte zich
over haar schouder naar Walter op de achterbank.
‘Je krijgt vanaf
vandaag alleen nog maar meester Viktor.’
‘Oh, wauw, is dat
nou de onthulling van het grote geheim?’, gaapte hij.
Precies op dat
moment rukte Sabine van buitenaf een portier van de auto open:
‘Welk geheim?’,
vroeg ze meteen.
‘Juffrouw Rita
gaat weg’, antwoordde Walter onaangedaan.
‘Dat is geen
geheim’, wist Sabine, terwijl ze zich naast Walter op de achterbank
installeerde.
‘Hoezo niet? Ik
wist van niks!’
Thea startte de
auto.
‘Ze blijft wel de
schoolband doen hoor’, suste Sabine.
‘Waarom heb je
dat niet eerder aan me laten weten? Je weet toch dat je alle roddels direct aan
ij moet doorvertellen?’, pruttelde Thea bekocht.
‘Ja, ik wist toch
niet dat dit een roddel was!’
Sabine klonk
oprecht.
‘Wat vind je
ervan?’
‘Wie ik?’
‘Nee, Walter?’
‘Waarvan?’, vroeg
Walter afgeleid.
‘Dat juffrouw
Rita weggaat, loser!’, viel de prépuber Sabine onnodig fel uit.
‘Waarom ben ik
nou weer een loser?’
‘Wat vind je
ervan dat juffrouw Rita uit groep 7 weggaat?’, probeerde Thea nogmaals.
Ze had zich deze
keer specifiek tot Walter gericht. Vruchteloos, omdat ze overstemd werd door
het lawaai van de ruziënde broer en zus. Daar was geen gedachtewisseling over
het vertrek van een onderwijzeres tegen opgewassen en dus besteedde Thea geen
aandacht meer aan juffrouw Rita.
Totdat Thea haar
weken later bij de Aldi tegen het lijf liep. In eerste instantie dook juffrouw
Rita weg achter een stapel pootaarde op de non-food afdeling, maar vanwege de
drukte kon Thea haar toch niet uitwijken. Ze moest juffrouw Rita wel passeren
of ze wilde of niet. De Aldi is niet groot genoeg om je verdekt op te stellen.
Alleen ‘hey, hallo’, was wat Thea betreft genoeg geweest, maar bij nader inzien
vond juffrouw Rita kennelijk dat de tijd was aangebroken om haar angst recht in
de ogen te kijken. En die angst had blijkbaar alles met Thea te maken. Rita
kennende niet eens zozeer uit schroom over haar waanvoorstelling ooit tot
directrice van De Wielewaal gekozen te worden, maar wel uit schaamte, omdat ze
Thea ooit deelgenoot had gemaakt van haar dagdromerij. Alsof Thea zoiets
pijnlijks zou oprakelen. Maar je moest ze de kost geven; hetgeen Rita wel weer
enigszins vrijpleitte.
‘Hoe is het nou
met je?’, vroeg Thea.
Rita zag er
verpieterd uit. Nou had Rita altijd wel het uiterlijk van een semi rockchick
nagestreefd, maar dat is wat anders dan de onverzorgde verschijning waarmee ze
op dat moment in de Aldi de indruk gaf intussen heel wat meer aan haar hoofd te
hebben dan alleen een schoolband, haar ontslag als parttime juf van groep 7 van
De Wielewaal en een fictieve droombaan
uit betere tijden als directrice van een basisschool. Misschien had ze
privéproblemen? Als Thea tijd had gehad
dan zou ze ongetwijfeld medelijden hebben getoond. Maar de plicht riep en Thea
had boodschappen te doen.
‘Het gaat goed
hoor!’, loog Rita op opgewekte toon.
‘Ja, je was ook
zomaar ineens vertrokken’, beweerde Thea op goed geluk, terwijl ze zich een
houding probeerde aan te meten door zich zogenaamd te verdiepen in het
tuinartikelen aanbod van de non food afdeling van de Aldi.
Ook voor de vorm
schikte juffrouw Rita een paar tuinhandschoenen en zei:
‘Ja, in het begin
was ik wel boos. Ik voelde me in de steek gelaten. Waarom werd uitgerekend ik
weg gestuurd?’
Om diplomatieke
redenen moest Thea haar het antwoord op die vraag schuldig blijven. Ze had wel
zo haar eigen ideeën over de overplaatsing van juffrouw Rita. Volgens Thea was
Rita een uitstekende onderwijzeres. In essentie onpartijdig, boven gemiddeld
intelligent en lekker los in de omgang, maar beïnvloedbaar. Zo erg dat ze vorig
schooljaar niet bestand was geweest tegen de druk van haar wederhelft in
plofklas 7 met Sabine. Ze had zich laten terroriseren door het
hoogbegaafdheidssprookje van Siepie de Saimiri – beschermelinge van directrice
Willy Bakbruin - en het voorkeursbeleid via de plusgroep. Je zou toch van een
coryfee als juffrouw Rita mogen verwachten dat ze in staat was om het klappen
van de zweep op De Wielewaal na 20 jaar beter uit te delen dan nieuwkomertje
Siepie en diens holmaatje in de verpersoonlijking van invalster juffrouw Lola?
Helaas had Rita zich in overspannen toestand weg laten pesten, waarmee ze niet
alleen zichzelf, maar ook de complete plofklas 7 tekort had gedaan. Het
resultaat was een puinhoop van onkunde en verkeerde voorlopige middelbare
schooladviezen, die juffrouw Rita had kunnen voorkomen als ze steviger in haar
afgetrapte kistjes had gestaan en wat meer op haar eigen vakkennis had durven
vertrouwen. Geen wonder dat Yin en Yang ervoor kozen om juffrouw Rita op een
andere basisschool in een minder verantwoordelijke functie weg te zetten. Want
als je doet wat je deed, dan krijg je wat je kreeg, en dat was nou juist niet
de bedoeling van de troubleshooters.
Juffrouw Rita
zocht naar woorden om de stilte die Thea had laten ontstaan te kunnen opvullen.
‘Maar nu gaat het
wel.’
‘Nou da’s toch
hartstikke mooi dan?’
De betuttelende
toon van Thea sloeg op het goede humeur van Rita.
‘Ja, ik ben echt
blij met mijn kanjers uit groep 6 van De Opkikker. Ik zit wel op mijn plek
aldaar.’
‘Werk je met
iemand samen of sta je de hele werkweek alleen voor de klas?’
Niet dat het
antwoord Thea bijster interesseerde, maar ze wilde niet onbeleefd zijn.
‘Ik werk met
iemand samen. Het is een duobaan net als aanvankelijk ook de bedoeling was met
Viktor in groep 7 van De Wielewaal.’
Meesmuilend legde
Juffrouw Rita de klemtoon op de duobaan alsof ze heus wel capabel genoeg was om
een basisschoolgroep alleen aan te kunnen. Thea voelde geen behoefte tot
bevestiging. Welbeschouwd was juffrouw Rita ook nog nooit opzienbarend voor
Thea in de bres gesprongen. Andersom was Thea er wel voor Rita geweest toen ze
overspannen was en voor de continuïteit van een relatie moet de chemie toch
echt van twee kanten blijven komen.
‘Eind goed, al
goed’, ontweek Thea het heikele punt dus maar.
Juffrouw Rita
liet echter niet los:
‘O, ja. Bevalt
Viktor wel in zijn eentje?’
Hoe voorspelbaar
kun je zijn?
Thea glimlachte
mild en herformuleerde de doorzichtige vraag van Rita.
‘Kan Viktor van
De Wielewaal groep 7 wel aan zonder jou aan zijn zijde zul je bedoelen?’
Rita plaatste
veelzeggend haar rechter hand in de zij en zakte door haar linker heup.
‘Nou, ik wil niet
veel zeggen, maar groep 7 van De Wielewaal is niet de makkelijkste groep met
overwegend jongens.’
‘Och, daar ga ik
niet over’, schokschouderde Thea naar waarheid.’
Het was tegen
dovemansoren en Rita maakte onverstoord haar zin af:
‘… en dan van die
schobbejakken. Ze vechten veel. Je moet ze onder de duim weten te houden.‘
‘Misschien dat
Yin en Yang daarom voor een meester in plaats van een juffrouw gekozen
hebben?’, dacht Thea.
Maar in ruil voor
het uitspreken van haar enigszins gekleurde zienswijze, die daarom ook nog eens
het gevaar liep om meteen als seksistisch afgedaan te worden, verkoos Thea uit
gemakzucht om wederom de verstandigste te zijn:
‘Ach, die jongens
zijn al bij elkaar vanaf groep 1. Bij juffrouw Elsje was dat toen nog. Als we
meester Gijsbert in groep 3 dan even overslaan, dan werkt de goede invloed van
juffrouw Toos in groep 4 en het gezag van het juffenduo Marjolein en Nelleke in
het jaar daarop nog door tot op de dag van vandaag. En ten slotte niet te
vergeten de kracht van de
disciplinestempel die juffrouw Marijke vorig jaar in groep 6 op het
zooitje ongeregeld gedrukt heeft. Reken maar dat ze getemd zijn.’
‘Ja, en dan
blaast zo’n olifant in de porseleinkast als meester Viktor dat allemaal van de
baan met zijn mannenslurf’, grapte juffrouw Rita zuur.
‘Wat wil je nou
dat ik zeg, Rita? Meester Viktor is jong, nieuw, onervaren en ik neem aan dat
hij inderdaad een niet cryptische slurf heeft. Al zie ik niet zo snel een
verband tussen de zogenaamde slurf van meester Vik en zijn professionaliteit,
maar volgens mij redt hij zich prima in groep 7. Ik hoor geen klachten van
Walter.’
Dat laatste was
niet helemaal waar, maar Thea had nog meer te doen dan het ego van juffrouw
Rita op te krikken. Wat schoot ze daar nou nog mee op? De kans was groot dat
Thea haar voor de rest van haar leven nooit meer zou spreken en zo juffrouw
Rita al ooit iets te zeggen had gehad op De Wielewaal, dan was ze dat beetje
aanzien bij de opperouders na haar vertrek naar De Opkikker zeker kwijt.
Omdat juffrouw
Rita geen gedachten kon lezen, maar wel vermoedde dat er tegenstand broedde bij
Thea, gooide ze haar gebabbel over een andere, ietwat luchtigere, boeg.
‘Ah joh, ik maak
ook maar een geintje. Ze zullen hem heus niet voor de leeuwen hebben gegooid?!
Maar ik mis jullie wel hoor. Het was toch net een dorpsgemeenschap die ouders
en de kinderen van De Wielewaal!? Weet je nog dat we dat liedje voor meester
Joep in groep 6 gemaakt hadden?’
‘Breek me de bek
niet open’, knarsetandde Thea in pijnlijke herinnering aan het betere jatwerk
van hulpmoeder Moira van Kasper uit de klas van Sabine.
Juffrouw Rita gaf
geen krimp. Het leek erop dat ze geen idee had waar Thea op doelde. Zou ze echt
zo naïef zijn, of deed ze maar alsof? Misschien hield ze zich wel bewust van de
domme om erger te voorkomen. Zij had indertijd, in haar hoedanigheid als muziekjuf,
het liedje; ‘Kijk eens even naar die leuke klas van Joep’, tijdens haar
muzieklessen met groep 6, ingestudeerd. De muziek was van K3, maar de tekst was
van Thea nota bene. Desondanks probeerde moeder Moira op een afscheidsbarbecue
voor meester Joep van De Wielewaal met de eer aan de haal te gaan. Uit eigen
beweging mailde moeder Moira vooraf de tekst van ‘Kijk eens even naar die leuke
klas van Joep’ op naam van zoonlief
Kasper naar alle ouders van de kinderen van de toenmalige groep 6. Het bericht
begon en eindigde met de vermelding dat dit het uitverkoren feestlied voor de
afscheidsbarbecue van meester Joep zou worden en dat alle papa’s en mama’s de
woorden maar goed moesten instuderen op de melodie van het liedje ‘Toveren’ van
K3. Zo wist Thea tenminste zeker dat het kinderlied door lallende opperouders
verkracht zou worden tijdens het eet- en drinkfestijn op De Wielewaal dat voor
grote mensen niks aan was zonder de nodige liters alcohol natuurlijk. Omdat
Thea openlijk tegen oppermoeder Moira in opstand kwam, werd ze verbannen uit
het feestgedruis. Geen ramp, want hierdoor zag Thea haar kans schoon om de
uitvoering van ‘Kijk eens even naar die leuke klas van Joep’ naar ‘de dag
daarna’ en het klaslokaal van groep 6 te verplaatsen. De kinderzang zou onder
schooltijd - en onder leiding van dirigente Sabine - in het allerlaatste uurtje voor de
zomervakantie klinken. Dus niet de avond ervoor op de afscheidsbarbecue voor
meester Joep onder leiding van oppermoeder Moira.
Balen voor de
opperouders. Al helemaal omdat bij de kinderzang van het afscheidslied ‘Kijk
eens even naar die leuke klas van Joep’ in het lokaal van groep 6 geen
volwassenen waren toegestaan. Waarom niet wist niemand behalve Thea, maar zij
werd niet gevraagd. Meester Joep was de enige die wel toegang had tot zijn
eigen afscheidsfeestje in het lokaal van groep 6. Vooral omdat meester Joep
eigenlijk nimmer kind af was geweest en nooit echt groot geworden was. Het
resultaat van Thea’s strakke actie was een daverend succes. Groep 6 glom van
trots op de eigen prestatie en meester Joep was overdonderd. Gegrepen als hij
was door de oprechtheid van de kinderzang. En hij was ook van zijn stuk
gebracht door de intimiteit van het sluitstuk op zich. Dit kinderinitiatief
overtrof in alles die veelbesproken verassing waarover hij in de wandelgangen
genoeg roddels en hints van boze opperouders had meegekregen en waarover hij
vooringenomen schandalig partijdig was geweest. Zeker gezien zijn positie als
beginnend onderwijzer. Voor straf gaf Thea hem voor de poort van het speelplein
van De Wielewaal, in het blikveld van de vijand, bij wijze van kers op de taart
een afscheidszoen vol op de mond.
Zonder hulp van
juffrouw Rita had deze openbare loochening van de opperouders door Thea – en
het solo optreden van Sabine als dirigente niet te vergeten – nooit doorgang
kunnen vinden. Hierover hadden Thea en
juffrouw Rita vreemd genoeg vantevoren nooit afspraken gemaakt. Ook was er
achteraf bezien apert geen sprake geweest van een goed verstaander en maar een
half woord. Toen de populariteit van Thea na deze krachttoer bij de opperouders
namelijk onvermijdelijk een dieptepunt bereikte, wist juffrouw Rita weer eens
officieel van niks en kwam ze volgens eigen overtuiging van nergens.
Ook nu hield
juffrouw Rita zich keurig op de vlakte en verplaatste het gespreksonderwerp
naar neutraal gebied. Dacht ze.
‘Ik heb gehoord
dat Joep terug is van zijn wereldreis.’
‘Zijn wereldreis
naar IJsland, ja’, hoonde Thea.
‘Komt hij nou
weer terug op De Wielewaal?’
De teneur van de
vraag was doorspekt van jaloezie.
‘Ja hoor eens,
dat weet ik toch niet. Ik ben maar een ouder’, viel Thea onnodig fel uit.
Van de
weersomstuit kruiste juffrouw Rita
beschermend haar onderarmen ter hoogte van haar borsten ineen. Maar ze
liet zich niet afblaffen.
‘Je weet in ieder
geval meer dan ik. Jij was toch zo close met Joep?’
Thea bedaarde.
Toegeven aan kleine irritaties zou de chronische ergernis aan de opperouder
sympathieën van juffrouw Rita alleen maar vergroten, wist ze uit ervaring.
‘Hoezo dat?’
‘Als ik het me
goed herinner stond jij Joep voor de poort van het speelplein af te lebberen,
voordat hij vertrok voor zijn wereldreis. En nou – ruim een jaar later –
bevestig je met klem dat hij ook echt is thuis gekomen van zijn wereldreis. Dan
weet je dus meer dan ik’, insinueerde juffrouw Rita op laatdunkende toon.
Met moeite hield
Thea haar lach in en legde rustig aan juffrouw Ria uit hoe de vork in de steel
zat:
‘Ik ben maar één
keer publiekelijk close met Joep geweest hoor. Dat was inderdaad die keer dat
Joep en ik elkaar in het bijzijn van de complete Wielewaalpopulatie hebben
afgelebberd voor de poort van het speelplein. Op de laatste schooldag voor de
voorlaatste zomervakantie, waarna Sabine van groep 6 van Joep naar de plofklas
7 van jou en juffrouw Siepie zou gaan. Een memorabele afscheidszoen die ik, zei
de gek, geïnitieerd heb inderdaad. Maar
dat kwam voornamelijk omdat Joep mij zo intens deemoedig stond aan te staren
vanwege dat afscheidsliedje ‘Kijk eens even naar die leuke klas van Joep’. Dat
liedje waarvan ik de tekst geschreven heb en niet Moira. Je weet wel; Moira; de
moeder van Kasper. Joep dacht aanvankelijk wel dat Moira zich voor hem
uitgesloofd had. Maar dat lag dus aan Moira die met plagiaat weg dacht te
komen, zoals ik net al aangaf. Na de uitvoering van het lied in de privacy van
het klaslokaal door groep 6 onder begeleiding van Sabine, zag Joep pas veel te
laat in dat hij compleet op het verkeerde been was gezet door de vrouwen van
zijn dromen – te weten juffrouw Siepie en de moeder van Kasper die overigens
nog een jaartje ouder is dan ik - over de verrassing die veel te lang op zich
had laten wachten. De confrontatie met de waarheid deed pijn aan zijn betraande
ogen. Ik dacht; laat ik een kusje tegen zijn berouw geven. Bij nader inzien ben ik eigenlijk al tijdens
het zoenen tot de conclusie gekomen dat ik het voortaan toch liever slechts bij
Bart houd wat aflebberen betreft. Joep en ik hebben daarna dan ook nooit hete
seks gehad of zo. Zelfs niet bij benadering. Het is bij die ene kleffe kus
gebleven. Ik ben geen pedofiel. Het is een piepkuiken die Joep. Meer kan ik er
niet van maken. Ik weet dan ook alleen maar zeker dat Joep terug is van zijn
wereldreis van horen zeggen. Weliswaar uit betrouwbare bron. Laatst kwam Joep
namelijk toevallig ineens op bezoek in het lokaal van groep 8. Dat vertelde
Sabine.’
Deze mededeling
bracht juffrouw Rita direct in een staat van opwinding, waarmee ze Thea
compleet overviel.
‘Wat ontzettend
gaaf! Ja, allicht! Joep gaat terug naar zijn basis! Wat zoet! De bezetting van
de huidige groep 8 was de bezetting van de vroegere groep 6 van waaruit Joep
aan zijn wereldreis begonnen is!’
Omdat Thea de
euforische stemming van juffrouw Rita sowieso al niet in de context wist te
plaatsen, kon ze ook niet meegaan in de vreugde:
‘Nee hoor’.
Juffrouw Rita
stond meteen weer met beide voetjes op de gele tegeltjesvloer van De Aldi. Deze
keer was het haar beurt om onnozel naar het
‘Hoezo dat?’ te vragen.
‘Vlak voordat
meester Joep aan zijn grote avontuur – de wereldreis naar IJsland - begon, zijn de oude groep 6 en de jongste
helft van de combiklas 6/7 van juffrouw Siepie en juffrouw Rosalie indertijd
toch bij elkaar gevoegd tot de plofgroep 7? Dat zou jij toch moeten weten! Je
bent er zelf nog overspannen van geworden begin vorig jaar.’
‘Oh, ja, nou je
het zegt ja. Pff wat een ellende was dat! Zo’n plofklas had meester Joep nooit
aan gekund’.
Juffrouw Rita had
haar stemmingswisselingen aanschouwelijk
niet onder controle. Van smaad aan het adres van Thea ging ze van het ene op
het andere moment over op de lastertoer richting de professionaliteit van Joep. Een uitweg waar Thea handig gebruik van
maakte.
‘Ik vond juffrouw
Siepie ook niet erg sterk in de plofgroep 7.’
‘Ach, maar nou
heeft ze in groep 8 de steun van Jeewee’, suste juffrouw Rita.
Ze is
weggebonjourd uit groep 8 net als jij uit groep 7 van De Wielewaal. Ben je dat
ook alweer vergeten, Rita?’.
Thea sprak
vermanend. Als een psychologe die in opstand komt tegen de verdringing.
‘Is ze ook naar
een andere school gestuurd?’, acteerde juffrouw Rita verstrooid en zogenaamd geschrokken.
‘Nee, naar groep
6. Samen met juffrouw Marijke’, antwoordde Thea vermoeid.
‘Dat zal haar
goed doen.’
Thea zou willen
dat het leedvermaak in de reactie van juffrouw Rita haar ontgaan was.
‘Wie zal de
overplaatsing naar groep 6 goed doen volgens jou Rita; juffrouw Marijke of de schooltrol?’
‘Hoe noem je
haar?’, wilde juffrouw Rita licht geamuseerd, afgeleid, maar op haar hoede
weten.
‘Wie?’
‘De schooltrol
zei je.’
‘Ik bedoelde
natuurlijk juffrouw Siepie’.
Thea sloeg bewust
een overdreven verontschuldigende toon aan.
Geheel volgens
haar typische persoonlijkheid negeerde Rita het probleemgeval verder en ging
net zo makkelijk over op weer een ander gerucht:
‘Jij had het net
over een droomvrouw? Er gaan geruchten over een relatie tussen Joep en Siepie.
Weet jij daar toevallig ook iets meer van?’
Thea griezelde
opnieuw bij de gedachte aan de openbaring van een liefdesband tussen Joep en
Siepie. Van het begin af aan had ze de voortekenen niet willen zien. Hook, line
and sinker zeggen ze in Engeland. Vissen, hengelen en binnenhalen, dekt toch
minder overtuigend de lading van de boodschap. Alhoewel die strategie van
juffrouw Siepie de Saimiri er wel dik bovenop lag. De waarheid is niet altijd
verpakt in een mooie boodschap. Droomvrouwen komen kennelijk in alle soorten en
maten. Thea schraapte haar keel en vermande zich.
‘Ja hoor, ze zijn
officieel een stel.’
‘Ja, dat dacht ik
al. Ik heb zoiets gehoord op het zomerfeest van de onderwijsstichting.’
‘Daar weet ik
niks van’, zei Thea.
‘Waar weet je
niks van? Van een relatie tussen Joep en Siepie? En je bevestigt net dat ze
officieel een stel zijn?’
Thea besloot zich
nader te verklaren:
‘Ik weet niks van
het zomerfeest van de onderwijsstichting, bedoel ik.’
‘Nee, allicht
niet. Je bent een ouder. Niet eens een onderwijzeres. Dus wat moet jij op het zomerfeest
van de onderwijsstichting?’
‘Dat bedoel ik.’
Juffrouw Ria was
toch niet helemaal zeker van haar zaak.
‘Maar hoe weet
jij dan eigenlijk zo zeker dat Joep en Siepie sinds kort officieel een stel
zijn?’
‘Ik weet niet hoe
lang Siepie en Joep al een relatie hebben. Dus je moet er geen dingen bij gaan
verzinnen Rita. Wie weet zijn Joep en Siepie al veel langer dan kort bij
elkaar.’
‘Ok, maar hoe
weet jij nou zo zeker dat Joep en Siepie een relatie hebben dan?’
Juffrouw Ria
begon ongeduldig te worden, maar Thea liet zich niet opjagen en nam de tijd
voor haar uitleg.
‘Dat kwam Joep
ook nog in groep 8 vertellen. Nadat hij zijn neus had laten zien en bewezen had
dat hij dus terug was na zijn wereldreis van precies 365 dagen naar IJsland.
Hij deelde tevens aan groep 8 mee dat Siepie en hij nou dag en nacht super druk
zijn met het maken van een baby’tje. Iets teveel informatie als je mij vraagt,
maar hey let maar niet op mij. Ik ben maar een ouder, om jouw woorden van
daarnet te herhalen Rita. Die baby die
in de maak is, dat is natuurlijk de wraak van Joep en Siepie op het nieuwe
beleid van de interim directie. Kan Siepie de troubleshooters lekker
terroriseren met zwangerschapsverlof en andere privileges van een vrouw in
blijde verwachting. ’
Ironie was echter
aan juffrouw Rita niet besteed, want ze peinsde hardop:
‘Ow, maar dan
komt Joep zeker niet terug op De Wielewaal’.
‘Want?’, zuchtte
Thea die eigenlijk best wel uitgepraat was.
‘Paren worden
meestal niet op eenzelfde basisschool geplaatst.’
‘Helemaal
politiek correct. Maar als ik de interim directie was geweest, dan was ik toch
voor Joep in plaats van voor Siepie gegaan.’
‘Ja, vooral omdat
ze nou waarschijnlijk binnenkort zwanger is!, knikte Juffrouw Rita bevestigend.
Voor de vorm
lachte Thea even mee, voordat ze juffrouw Rita quasi gekscherend voor het blok
zette:
‘Ik weet bij jou
nooit of je voor of tegen me bent’.
Juffrouw Rita
schoot direct in de verdediging, waardoor ze zichzelf tot tevredenheid van Thea
eindelijk liet kennen:
‘Ik kies gewoon
liever geen partij!’
‘Ach, maar je
bent je er dus wel van bewust dat er partijen zijn op De Wielewaal?’
‘Kom op nou Thea;
je bent toch geen politica?’, ginnegapte juffrouw Rita zowel ongemakkelijk als
sarcastisch.
‘Nee, en jij bent
overduidelijk geen al te beste diplomate’, grijnsde Thea, waarna ze een afslag
naar de volgende supermarktgang nam.
Tussen de eieren
en de kaasbollen kon ze even de beperkte ruimte in de Aldi nemen om de
ontmaskering van Rita achter zich te laten. Want meeloopster of niet; de
betovering tussen beide dames was sowieso al lang geleden verbroken. Juffrouw
Rita hoorde niet meer thuis op De Wielewaal bij mensen waar Thea al van het
begin af aan niet onder wilde ressorteren. Trouwens, juffrouw Rita mocht dan
wel een windvaantje zijn, maar dat nam niet weg dat ze gelijk had wat de
vuurdoop van meester Viktor betrof. Hij was te groen om de invloed van de
opperouders naar waarde in te schatten. Bovendien had hij nooit onder Willy
Bakbruin gediend en was derhalve niet eens in staat om een opperouder van een
gewone papa, mama of verzorger te onderscheiden. De teamleden die hem eventueel
op de hoogte hadden kunnen brengen van het klassensysteem op De Wielewaal,
hielden wijselijk de kaken op elkaar uit angst om door Yin of Yang op heterdaad
betrapt te worden. Op De Wielewaal heersten na de komst van Yin en Yang nieuwe
inzichten en klonk een ander geluid. Daar diende iedereen zich naar te richten.
Niemand uitgezonderd.
Zelfs Jeewee
moest in revisie, terwijl hij toch een tiental jaren op De Wielewaal buiten
schot had weten te blijven. Zij het door zich op de vlakte te houden in
moeilijke periodes, zij het door bij gelegenheid handig gebruik te maken van
zijn status aparte als meester Populair. Maar Yin en Yang vielen niet voor zijn
charmes. Thea meende tijdens haar onderonsje met directeur Yin bij hem zelfs
heel kort een vleugje van antipathie jegens Jeewee te bespeuren. De kritiek die
Thea op het optreden van Jeewee na haar hulproep voor Sabine uitte was in ieder
geval niet tegen dovemansoren geweest. Of beter gezegd de kritiek die Thea
uitte op het ‘niet’ optreden van Jeewee na haar hulproep voor Sabine. Jeewee
had immers niet gereageerd toen Thea hem via de mail om steun had gevraagd na
het verkeerde middelbare school pré-advies enkel en alleen op basis van de
resultaten van de entreetoets aan het einde van groep 7. Hoezo het
leerlingenvolgsysteem raadplegen? Gewoon afvoeren dat vmbobasismateriaal.
Jeewee had tevens gezwegen tijdens het zogenaamde ‘goedmaakgesprek’ tussen hem,
Willy Bakbruin, Siepie de Saimiri en Bart en Thea. Siepie had met haar ogen
gedraaid, Bart was kwaad weggelopen, Willy Bakbruin probeerde nog te redden wat
er te redden viel, maar Jeewee had weer eens niets toegevoegd. Hoewel?
Eigenlijk was zijn onvermogen de druppel geweest die de emmer deed overlopen,
want wie zwijgt stemt toe.
Ook met de stomp
in de maag van Sabine. Toegediend door Boris; een klasgenoot van Sabine.
Lichamelijke mishandeling door een minderjarige van een minderjarige in het
bijzijn van de meerderjarige Jeewee. Of meester Populair verkoos bewust de
andere kant op te kijken, of hij had het incident waarlijk niet zien gebeuren.
Hoe dan ook; wat Thea betreft was de maat vol. Ze wilde best geloven dat zo’n
drukke plofklas geen makkie was. Zeker niet aan het begin van het schooljaar
waarin alles nog moest betijen, maar daar hoefde Sabine niet onder te lijden.
Elk ander kind zou via de ouders moord en brand geschreeuwd hebben en ter
plekke in het gelijk gesteld zijn om escalatie te voorkomen. Maar de 11 jarige
Sabine werd weer geacht om namens Bart en Thea een oogje dicht te knijpen. Als
beloning zou Jeewee dan wel weer een keer heimelijk aan Thea bekennen wat voor
een ‘scheetje’ hij Sabine in werkelijkheid vond. Om de dooie dood niet.
Aan de ene kant
was Thea blij verrast dat Yin zonder pardon solidair met haar was. Aan de
andere kant kon ze niet omgaan met onvoorwaardelijke steun, omdat ze geen
bijstand gewend was van iemand anders dan Bart. Onverwachte support wekte haar
wantrouwen. Bijval dreef haar bijna tot medelijden met meester Populair,
terwijl ze Yin tijdens het overleg in de directiekamer zag vechten om zijn
aanstoot aan de opstelling van onderwijzer Jeewee te onderdrukken ten opzichte
van haar. Thea. Een willekeurige ouder. Thea voelde de ingehouden woede van Yin
op Jeewee op haar gemoedstoestand inwerken. Met tegenzin werd ze slap over haar
hele lichaam. Zo intens afkeurenswaardig was het optreden van Jeewee door de
bank genomen toch ook weer niet geweest? Bart wist wel beter:
‘Ach, nou vind je
eindelijk gehoor en dan ga je de handelswijze van Jeewee verdedigen? Leg uit
Thea!’
‘Ik verdedig hem
niet. Jij bent degene die hem altijd tegen mijn zogenaamde vooroordelen in
bescherming neemt. Jeewee is gewoon een zwakkeling, maar ik heb hem nog altijd
liever als meester voor onze dochter dan juffrouw Siepie de Saimiri met haar
verkeerde middelbare schooladviezen.’
‘Vergeet die
Siepie. Ze is uit beeld in groep 8. Ze heeft afgedaan in de ogen van de interim
directie. En heus niet alleen vanwege die belabberde middelbare schooladviezen
of door jouw toedoen Thea. Haar ondergang heeft ze helemaal aan zichzelf te
wijten. Hetzelfde geldt voor Jeewee. Jij bent niet verantwoordelijk voor zijn
manieren.’’
‘Ja, maar ik heb
het straks weer gedaan. Ik ben de klokkenluidster’, zeurde Thea schuldbewust.
‘Beter dan het
willoze slachtoffer’, schokschouderde Bart.
Zou directeur Yin
in telepathische verbinding hebben gestaan met Bart? Niet lang na het indienen
van haar klacht tegen Jeewee ontving Thea namelijk tot haar verbazing een
gedwee mailtje van meester Populair. De strekking stond zo ver van de ware aard
van Jeewee verwijderd, dat het niet anders kon dan dat dit berichtje in
opdracht van directeur Yin geschreven was. De woordkeuze was weer wel tekenend
voor Jeewee:
Beste Bart en
Thea,
Ik heb contact
gehad met de ouders van Boris over het incident met Sabine in het klaslokaal
van groep 8.
Met vriendelijke
groet,
Jan-Willem
‘Dat is toch
niks’, mokte Thea ontevreden.
‘Hoezo dat is
toch niks? Jeewee heeft een stel opperouders aangesproken op het asociale
gedrag van hun hoogbegaafde zoon. Noem het maar niks’, schamperde Bart.
‘Wie zegt dat hij
niet liegt?’
‘Doet er niet
toe.’
‘Jawel, dat doet
er wel toe’, mierde Thea sikkeneurig.
De laatste tijd
begon Bart zijn geduld steeds sneller te verliezen. Er moest eindelijk wat
veranderen op De Wielewaal of Thea moest haar handen volledig van het reilen en
zeilen op de basisschool van Sabine en Walter aftrekken. Een van de twee. Zo
niet dreigde de relatie van Bart en Thea langzamerhand onder het jarenlang
voortkabbelende geharrewar van de opperouders te gaan lijden.
‘Wat wil je nou
Thea? Een gedetailleerd verslag van de strafvervolging van meester Jan-Willem
van groep 8? Directeur Yin heeft Jeewee gedwongen om jouw klacht serieus te
nemen. Misschien heeft Jeewee de ouders van Boris vervolgens ook daadwerkelijk
op de stomp in de maag van Sabine aangesproken, maar waarschijnlijk niet.
Belangrijker is dat er nu wel een soortement van bekentenis in de vorm van een
mailtje van Jeewee aan ons in omloop is.’
‘Alsof we daar
wat mee opschieten!’, smaalde Thea.
‘Met dat mailtje
neemt Jeewee officieel de verantwoordelijkheid voor het incident’, vond Bart
halsstarrig.
Hierna nam hij
een korte adempauze om tot 10 te tellen en daarna op zoek te gaan naar een
beter argument om Thea te kunnen overtuigen van het schot in de zaak.
‘Bovendien kan
niemand van De Wielewaal Walter nu nog met goed fatsoen als bliksemafleider
gebruiken.’
‘Hoebedoelu?’,
wilde Thea half overtuigd weten.
‘Voordat het
geweldsdelict met Boris fatsoenlijk afgehandeld is, kan niemand van De
Wielewaal aankomen met alweer een alles overtreffende klacht over Walter. Als
dat niet zo was geweest dan had Walter nu allang opnieuw op het
beklaagdenbankje gezeten. Had hij Boris niet laten struikelen laatst?’
‘Ja, maar dat was
ter vergelding voor de stomp van Boris in de maag van Sabine’, wierp Thea
meteen ter verdediging van Walter op.
‘Ja, dat weet ik.
Ik ben ook trots op hem’, antwoordde Bart gekalmeerd.
Uit wraak besloot
Thea om niet op de mail van Jeewee te reageren. De kans om meester Populair op
haar beurt eindelijk te negeren greep Thea met beide handen aan. Los daarvan
zou Thea bij een eventuele reactie van haar kant alleen maar sarcasme voor het
online bericht van Jeewee kunnen
opbrengen. Een veeg uit de pan in de trant van:
‘Wat jofel Jeewee
dat je met de ouders van Boris gepraat hebt. Mag ik nog weten wat de uitkomst
van het gesprek is? Is er nog een dader en/of slachtoffer ter sprake gekomen en
hoe gaan we in de toekomst de agressie van Boris binnen de perken houden? Valt
de agressie van Boris überhaupt binnen de perken te houden?’
Jeewee zou
ongetwijfeld publiekelijk teleurgesteld
zijn geweest in de kinderachtige reactie van Thea. Hij zou aangegeven hebben
dat hij het heel jammer vond dat Thea, Bart en hij niet tot een constructief
gesprek hadden kunnen komen. Jeewee had liever ook gewoon de vredespijp gerookt
met Bart en Thea. Precies zoals hij recentelijk ook al met de ouders van Boris
had gedaan. Niet alleen populair dus die Jeewee, maar ook nog een pacifist. Een
ware vredesstichter. Naar eigen zeggen uiteraard. Zwart op wit via de mail van
De Wielewaal. Dat stond buiten kijf.
Vooral de mail
was cruciaal. Gevoed door de ervaring die Bart op zijn werk had opgedaan met
crisismanagent, ging Thea ervan uit dat door beide interim directeuren, vanwege
de miscommunicatie op De Wielewaal, op elk moment van de dag op de computer van
elke leerkracht van het team ingelogd kon worden. Alles wat deze of gene naar
wie dan ook, al dan niet over en weer, van en naar een IP-adres van De
Wielewaal mailde, kon dus door Yin en Yang tegen iedereen op school gebruikt
worden. Niet alleen tegen Jeewee, maar ook tegen Thea. Met het oog op haar
voorkeurspositie bij Yin was het daarom waarschijnlijk beter voor Thea om haar
hatelijkheden te temperen en geen sarcastische mailtjes richting Jeewee te
sturen dus.
Ook zonder spot
had Jeewee het al moeilijk genoeg onder de supervisie van Yin die hem ook
gebood om Boris en Sabine samen te brengen en te beraadslagen over een
oplossing voor de stomp in de maag. Een gouden kans om te scoren bij de interim
directie, want voor overleg met kinderen draaide Jeewee zijn hand werkelijk
niet om. Je zou ook niet anders verwachten van een ervaren onderwijzer, maar
Jeewee gaf in die eerste maanden in groep 8 de algehele matte indruk dat zijn
beste jaren als leerkracht en de uitdagingen van het meesterschap al ver achter
hem lagen. Het was lang geleden dat Jeewee zich voor het laatst had moeten
bewijzen en in de loop van de jaren was meester Populair eraan gewend geraakt
om voor minder dan niks op een sokkel te worden geheven. De kans op verzoening
tussen Sabine en Boris onder toezicht van Jeewee was daarom nog niet
vanzelfsprekend vantevoren gegarandeerd. Zelfs Sabine had reserves, terwijl ze
voorheen zo onvoorwaardelijk tegen haar meester Populair had opgekeken.
De plotselinge
terughoudendheid van Sabine lag volgens de buitenwacht aan de onvermijdelijke
prépubertijd bij elk kind van bijna 12. Daar kon Thea zich maar gedeeltelijk in
vinden. Het verkeerde vmbobasis advies voor Sabine van juffrouw Siepie de
Saimiri in groep 7 had ertoe geleid dat dit elfjarige kind doordrongen was
geraakt van de noodzaak van sociaal wenselijk gedrag en gunstige momentopnames
voor haar toekomstige plekje in de maatschappij. Daarbij waren haar
schoolprestaties uit het verleden van ondergeschikt belang. Zij boden op De
Wielewaal in ieder geval geen garanties voor de toekomst. En dan te bedenken
dat de basis hier nog maar een lagere school is. En in deze relatief beschermde sociale omgeving moet een
kind zich van de eerste schooldag af aan bij elke toets opnieuw bewijzen. Waar
moest dat heen op de middelbare school of nog erger; op een vervolgopleiding?
Tel daar nog de wijk waar Sabine woonde en de mores van haar ouders bij op en
de uitkomst was een basisschoolleerlinge die geen poot had om op te staan. Het
enige dat het meisje nog leek te kunnen redden was de goedkeuring van de
Siepies van deze wereld. Maar laat Sabine nou tot nu toe in de bovenbouw van De
Wielewaal van geen enkele aandrang blijk te hebben gegeven om in de klas op de
voorgrond te treden. Niet om in de smaak te vallen bij haar juf en niet bij
haar meester! Dat was dan jammer, want hoeveel lokalen zitten niet vol met veel
geblaat en weinig wol? Anders gezegd; de persoonlijkheid van Sabine stond de
ontwikkeling van haar leervermogen op De Wielewaal in de weg, terwijl in
werkelijkheid hersenloze schooltrollen zoals juffrouw Siepie het probleem
vormden en geen kleine elfjarige meisjes die toch voornamelijk op school zitten
om te leren. Een weldenkend mens zou bijna gaan eisen dat de Siepies van deze
wereld door de troubleshooters figuurlijk bestreden werden met
onkruidverdelger. Op elke trede van de onderwijsladder.
Geen makkelijke
klus. Niet voor de interim directie en ook niet voor Bart en Thea. Laat staan
voor prepubers van elf jaar. Ten einde raad sloot Sabine zich dus maar bij de
oplossing van haar ouders aan. Met andere woorden; ze verkoos om de hele
zomervakantie aan de lopende band oefencitotoetsen te maken. Niet om
hoogbegaafd te worden, maar om niet buiten het doorsnee systeem te vallen dat
door een landelijke epidemie van schooltrollen op basisscholen overal in
Nederland hoog gehouden wordt. Oefenen, oefenen, oefenen. Met het doel te
scoren, scoren, scoren. Zo hoog dat Sabine wel op moest vallen. Of ze wilde of
niet. Alsof het leven een generale repetitie is en intelligentie een mindset
die uit het hoofd te leren valt. Als het aan de schooltrollen ligt dan moet de
hele wereld – niemand uitgezonderd - aan het blokken. Alleen maar omdat
middelmaat de straat siert waardoor het hele basisonderwijs door ontelbare
Siepies, verspreid over het hele land, geïnfiltreerd is. En dat zonder zelf in
de praktijk ooit een proeve van bekwaamheid met een noemenswaardig goed gevolg
te hebben afgelegd.
In tegenstelling
tot Sabine. Zij was, ondanks haar haar elf jaren, wel slim genoeg om zich bij
haar lot neer te leggen, zonder zich te laten afleiden door het verziekte
leersysteem. Na de zomervakantie ging ze uit eigen beweging dan ook stug door
met oefenen. Met resultaten die er niet om logen. Sabine was inmiddels
hoogbegaafder dan hoogbegaafd. Als Bart en Thea tenminste de stijgende scores
van haar oefencitotoetsenuitslagen zouden moeten geloven. Ze
rezen de pan uit.
Sabine begon het vragenspelletje door te krijgen. Ze zag de herhaling van de
trucjes. Ze herkende; de patronen, strikvragen en voelde het bedrog. Ze leerde
wantrouwen en zich door haar intuïtie te laten leiden in plaats van zich blind
te staren op kennis en vaardigheden alleen. Ze raakte haar onschuld kwijt en
daarmee tevens haar geloof in de geveinsde persoonlijke betrokkenheid van
Jeewee.
Had hij Sabine
überhaupt ooit als een persoontje gezien? Was het onderwijs in het algemeen
eigenlijk wel de aangewezen plaats voor individuele ontwikkeling? Vermoedelijk
kon Jeewee, de conformist in optima forma, zo goed aarden in het onderwijs,
juist omdat hij bij voorkeur in clusters van stereotypen en niet in
individuutjes dacht. In die dagen vroeg Thea zich dan ook meer dan eens in
verwondering af waar Sabine in groep 8 het zelfvertrouwen vandaan haalde om
zich staande te houden in de competitieve omgeving van de toenmalige plofklas
van Jeewee. In de wandelgangen werd Sabine zelfs officieus geprezen voor haar
vooruitstrevende hulpvaardigheid die zij op elk moment van de schooldag bereid
was in te zetten voor haar klasgenootjes. Haar hulp was vooral onmisbaar
tijdens het maken van oefencitotoetsen in de klas. Hoe kreeg Sabine dit voor
elkaar zonder deel uit te maken van de plusgroep? Dus zonder de onvolprezen
ruggensteun die de schooltrol, meester Populair - en zijn harem - de dochter
van Bart en Thea onthielden op De Wielewaal? Niet door boos opzet, maar door
zich voornamelijk op de groep kinderen van de opperouders te focussen. Hadden
Bart en Thea dan toch niet alles fout gedaan in de opvoeding van Sabine en
Walter? Van Jeewee moest Sabine haar waardigheid in ieder geval niet hebben. Ze
begon zich aan hem te ergeren.
‘Vandaag zei
Jeewee in de klas dat hij Siepie miste’, gruwelde Sabine tijdens de lunch in de
middagpauze.
Thea was meteen
op haar hoede.
‘Hoezo?’
‘Iedereen vond
het zóó erg dat juffrouw Siepie niet meer terug komt in groep 8 en toen zei
Jeewee dat hij dat ook heel jammer vond en dat hij Siepie ook miste.’
Daar kon Walter
zich wel wat bij voorstellen.
‘Nou, hij mag
juffrouw Siepie toch missen?’, merkte hij schattig naïef op.
‘Houd je bek
autist’, grauwde de prépuber Sabine naar haar 10jarige broertje.
‘Niet je bek,
maar je klep. Je zegt; Houd je klep, autist’, verbeterde de opvoedster in Thea
onaangedaan.
‘Hey, ik ben geen
autist’, hapte Walter.
Thea probeerde de
uitschieter van haar dochter te vergoelijken.
‘Natuurlijk
niet’.
Walter gaf niet
toe.
‘Waarom zegt zij
dan dat ik een autist ben?’
‘Omdat jij het
voor juffrouw Siepie opneemt!’, bitste Sabine.
‘Ik neem het
helemaal niet voor juffrouw Siepie op. Ik vind haar stom!’, riep Walter
argeloos uit.
‘Je snapt Jeewee
toch zo goed, omdat hij juffrouw Siepie mist!’, diende Sabine hem dramatisch
van repliek.
‘Ja, maar alleen
omdat ik juffrouw Siepie stom vind, mag Jeewee haar nog wel missen’, vond
Walter heel terecht.
‘Zo is dat
jongen’, beaamde Thea, terwijl ze Walter vertederd over zijn bol aaide.
Ter verdediging
van haar zoon legde ze nog een verklaring af voor Sabine.
‘Die jongen heeft
gewoon een hoog ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel’.
Wel wilde ze uit
roddelzucht direct na haar kniebuiging voor Walter een genuanceerde lezing van
hem over zijn zojuist geventileerde afkeer van juffrouw Siepie. Maar Walter was
niet in de stemming.
‘Ze is gewoon
stom’, was alles wat hij over juffrouw Siepie kwijt wilde.
‘Meer verdient ze
ook niet’, zou Bart later zeggen.
‘Jeewee vindt
juffrouw Siepie volgens mij ook stom. Of ja, nee, ik weet niet’, aarzelde
Sabine.
‘En hij mist
haar?’, verifieerde Thea confuus.
Sabine nam een
hap van haar boterham met hagelslag, zodat Thea, in de hoedanigheid van
rechtgeaarde moeder, weer eerst voorbeeldig moest wachten, totdat het kind haar
mond leeggegeten had, voordat ze eindelijk uitsluitsel kreeg.
‘Vanochtend hielp
ik Ronnie in de gang met rekenopdrachten en toen zei Ronnie: ‘Juffrouw Siepie
is lelijk hè?’ Ik zei: ‘Ja’, en toen stond in één keer Jeewee achter ons en hij
fluisterde: ‘Ja, juffrouw Siepie is lelijk hè!?’ Ronnie en ik waren alle twee
verbaasd. Juist omdat hij even vantevoren nog in de groep had gezegd dat hij
juffrouw Siepie miste. Ik snap dat niet.’
‘Dat noem je
hypocriet’, antwoordde Thea grimmig.
‘Ja maar je kunt
toch ook best iemand missen die lelijk is?’
Dat was Walter
weer.
‘Kijk loser,
daarom ben jij nou een autist’, viel Sabine opnieuw uit.
‘Je hebt
hagelslag op je wang’, lachte Walter schalks.
Hij begon het al
te leren.
Niettemin begreep
Thea maar al te goed wat een kwelling het wappergedrag van Jeewee voor de
puberende Sabine begon te worden. Na het verkeerde middelbare schooladvies van
juffrouw Siepie de saimiri wilde Sabine in groep 8 van haar leermeester weten
waar ze aan toe was. Ze liet zich niet meer klein houden door zijn clowneske
afleidingsmanoeuvres. Daarbij zat Sabine heus niet te wachten op een
voorkeurspositie of een speciale behandeling in de plofklas, alleen maar omdat
ze thuis door oefening van citotoetsen steeds hoger scoorde. Maar daarom hoefde
Jeewee nog niet aldoor met alle winden mee te draaien. Op het ene moment
beweerde hij onomwonden in de klas tegen, met name, de kinderen van de
opperouders dat hij juffrouw Siepie miste en nog geen 10 minuten later sloot
hij zich heimelijk gniffelend bij Ronnie en Sabine in de wandelgangen van De
Wielewaal aan bij hun kinderachtige mening dat de schooltrol lelijk zou zijn.
Dat was vals. Maar dat was Jeewee. Zo lang als Thea hem kende had hij al 2
gezichten gehad, als het er niet meer waren. Voor haar dochter zou ze het
spelletje van meester Populair evenwel met liefde en plezier tot het einde van
groep 8 hebben meegespeeld. Een vos verliest nou eenmaal wel zijn haren, maar
niet zijn streken. Ze had echter niet kunnen voorzien dat de elfjarige Sabine
niet alleen de adviezen op De Wielewaal, maar ook haar meester Jeewee
vroegtijdig zou leren wantrouwen. En zoals Bart al aangaf, was Thea niet
verantwoordelijk voor de manieren van Jeewee.
Met de komst van
de interim directie had Thea intussen wel onverwacht een uitlaatklep voor haar
frustraties. Na het trauma van de turbulente ouderavond, waarin Thea getreiterd
werd vanwege haar onorthodoxe kijk op de afmars van juffrouw Siepie in groep 8,
en het daarop volgende intensieve overleg met de twee troubleshooters, zag ze
eigenlijk geen enkele reden meer om niet te profiteren van het luisterend oor
dat met name directeur Yin haar met nadruk geboden had. Dieper dan haar slechte
reputatie als tirannieke Thea en als klokkenluidster kon ze toch al niet meer
zinken. Ze kon ook rustig de mail als kliklijn gebruiken. Hoewel Thea ervan
uitging dat het mailverkeer tussen ouders en het personeel van De Wielewaal
onder supervisie van de interim directie stond. Waarom anders zou de inhoud van
de mailtjes van het onderwijsteam sedert kort elke poging tot voorbeeldigheid
uit het verleden overtreffen? Maar strikt persoonlijke online berichtjes
exclusief aan en van de interim directie stonden daarentegen natuurlijk niet
open ter inzage voor derden. Toch wilde Thea zelfs haar grootste vijand uit
principe met open vizier bevechten. Daarom besloot ze om haar klacht ter
kennisgeving ook aan Jeewee te mailen. Niet in de laatste plaats omdat ze met
deze notificatie hem meteen de wind uit de zeilen van zijn gespeelde onschuld
nam.
Beste Yin,
Tot onze
redelijke tevredenheid (ouders van
Sabine uit groep 8 en Walter uit groep 7) heeft meester Jan-Willem ons via de
mail laten weten dat hij contact heeft opgenomen met de ouders van Boris. Boris
is een klasgenoot van onze dochter Sabine. Boris heeft Sabine in de eerste
schoolweek onder toezicht van meester Jan-Willem in het klaslokaal een stomp in
haar maag verkocht. Over dit vooral hebben directeur Yang, jij en ik
recentelijk overleg gevoerd.
In opdracht van
jou heeft meester Jan-Willem ook al netjes een onderonsje gehad met Sabine en
Boris. Volgens Sabine heeft meester Jan-Willem tijdens dit samenzijn Boris wel
enigszins de wacht aangezegd. Bijster overtuigd van de steun van meester Jan
Willem kwam onze dochter Sabine echter niet op mijn man (Bart) en mij (Thea)
over.
Deze onzekerheid
over haar recht van spreken werd afgelopen week nog verergerd toen meester
Jan-Willem in de klas verkondigde dat hij juffrouw Siepie vreselijk miste aan
zijn zijde. Zij zou immers oorspronkelijk samen met hem in het komende
schooljaar groep 8 voor haar rekening nemen. Sabine en haar klasgenoot Ronny
zijn een andere mening over juffrouw Siepie toegedaan. Zij hebben juffrouw
Siepie in het vorige schooljaar in groep 7 ook bijna elke schooldag meegemaakt
en zij missen haar niet. Ronny en Sabine vonden elkaar tijdens het maken van
rekenopdrachten in de gang van De Wielewaal, nadat meester Jan-Willem in de
klas de loftrompet over juffrouw Siepie geblazen had. Op de typische,
sarcastische manier waarmee prépubers zich beginnen los te maken van hun
kindertijd, begonnen Ronnie en Sabine
over en weer juffrouw Siepie af te kraken en voor lelijk uit te maken. Tot hun
grote schrik werden ze op een gegeven moment van achteren benaderd door meester
Jan Willem. In plaats van Sabine en Ronnie op hun afkeurenswaardige
kwaadsprekerij aan te spreken, zoals je zou mogen verwachten van een
onderwijzer, gaf meester Jan-Willem net zo makkelijk te kennen dat hij zich wel
kon vinden in de opvattingen van de 2 roddelaars. Juffrouw Siepie zou eigenlijk
inderdaad lelijk zijn. Op deze manier is het voor Sabine erg moeilijk om haar
meester nog serieus te nemen. Over het algemeen zijn ouders die zich niet
rouwig tonen over het vertrek van juffrouw Siepie uit groep 8 geen graag
geziene gasten op bijeenkomsten op De Wielewaal. Jij gaf laatst onder 4 ogen
ook al aan dat deze groepsdruk van volwassenen jou tijdens de afgelopen
spraakmakende ouderavond voor groep 8 van De Wielewaal eveneens was opgevallen!
Ik was het lijdend voorwerp. Normaliter is Sabine uitstekend in staat om met
deze conflictsituatie om te gaan, maar niet als meester Jan-Willem zich in
allerlei bochten wringt om iedereen te vriend te houden. Ik hoop dat je mijn
ongenoegen begrijpt en in het vertrouwen van een oplossing, teken ik, met
vriendelijke groet,
Thea.
Nog geen twee
minuten nadat Thea op verzenden van haar mailtje had gedrukt ging op haar
mobiel de ringtone af. Het scherm toonde een afzender die Thea niet zo snel
bekend voorkwam. Het was directeur Yin. Hij sprak afgemeten.
‘Ja, Thea, je
spreekt met Yin’.
‘Goh, da’s ook
toevallig. Ik stuurde je net een mailtje.’
‘Ja, daarom bel
ik.’
‘Ok’, twijfelde
Thea.
In het vervolg
van zijn reactie sloeg directeur Yin een ietwat lossere toon aan.
‘Begrijp me niet
verkeerd. Ik ben juist erg blij met jouw klacht. En ik ben het ook met je
eens.’
Thea was niet
helemaal zeker waarover directeur Yin het met haar eens was.
‘Wat bedoel je
precies?’
‘Wat jij
impliceert.’
‘En dat is?
‘Dat Jan-Willem
een keuze moet maken. Dat hij stelling moet nemen’, antwoordde directeur Yin
met een stelligheid die geen tegenspraak duldde.
‘Ja, dat is
eigenlijk wel zo’, gaf Thea schoorvoetend toe.
‘We hebben niks
aan halve waarheden’,
‘Nou ja, hij
hoeft van mij geen hekel te hebben aan juffrouw Siepie, maar dan moet hij wel
eerlijk voor zijn sympathie uitkomen’,
‘Helemaal mee
eens’.
‘Ok’, herhaalde
Thea onzeker.
Er viel een korte
stilte. Even later viel uit het antwoord van Yin op te maken dat die
spreekpauze stond voor de tijd die hij nodig had gehad om ter plekke een straf
voor Jeewee te bedenken:
‘Jan-Willem moet
een gesprek met Sabine aangaan. In dat gesprek moet hij uitleggen hoe hij
tegenover juffrouw Siepie staat. Ik vind dat Sabine recht heeft om serieus
genomen te worden.’
‘Ik ook’,
bevestigde Thea blij verrast, maar achterdochtig.
Haar reserve
lokte bij directeur Yin de behoefte uit om zich nader te verklaren.
‘Ik ben een groot
voorstanders van klassikale instructie, waarbij de leraar zich vooral ten
dienste moet stellen van de groep, maar als een kind – en dan bedoel ik elke
leerling en niet alleen Sabine - op weg geholpen kan worden met wat individuele
aandacht, dan moet dat aangeboden worden in het primaire onderwijs.’
Thea was de draad
kwijt.
‘Maar hoezo moet
Sabine dan op weg geholpen worden met persoonlijke aandacht van Jeewee? Sabine
raakt juist in de war van die rare dingen die meester Jan-Willem zich tegen
haar langs zijn neus weg laat ontvallen in de wandelgangen. En ik ook eerlijk
gezegd.’
‘Allicht. Doet
meneer Jeewee dat trouwens bij meer kinderen?’
‘Wat’, vroeg Thea
verward.
‘Terloopse
uitspraken?’
‘Weet ik veel! Ik
weet alleen dat hij tegen Sabine vaak zogenaamd leuke grapjes maakt. Ik heb ze
nooit leuk gevonden en Sabine vindt ze ook steeds minder lollig. Meester
Populair moet zich niet als een kindervriend, maar als een meester gedragen.
Hij moet ook niet proberen om kindertaal te spreken. Hoe boos Ronnie en Sabine
ook op juffrouw Siepie zijn, het heeft geen pas als een volwassen man twee
roddelende leerlingen tegemoet probeert te komen door ze naar de mond te
praten. Hoe durft hij juffrouw Siepie lelijk te noemen? Ik bedoel; Het
uiterlijk van Siepie is nou net het enige mankement aan haar verschijning waar
ze zelf ook weinig aan kan veranderen. Toch? Bovendien kwam Jeewee helemaal
niet geloofwaardig op Ronnie en Sabine over. Temeer daar hij even vantevoren
nog voor een volle klas stond te verkondigen dat hij juffrouw Siepie zo miste.’
Directeur Yin
viel Thea in de rede. Waarschijnlijk omdat ze in herhaling viel. Thea kon zich
vergissen, maar ze meende een geamuseerde ondertoon te beluisteren.
‘We zijn het dus
met elkaar eens. Jeewee moet duidelijker zijn tegen Sabine. Om te beginnen over
juffrouw Siepie, zodat Sabine weet waar ze staat. Ik zal Jeewee vandaag nog
aanspreken op zijn gedrag en ervoor zorgen dat hij een gesprekje met Sabine
aangaat waarin hij uitlegt wat hij nou precies van juffrouw Siepie vindt.’
Aan daadkracht
geen gebrek bij directeur Yin. Zijn woorden klonken als muziek in de oren van
Thea. Tegelijkertijd hield ze haar hart vast. Die Yin mocht er dan wel uitzien
als een onbeduidend mannetje, maar ondertussen liet hij zich aanhoren als een
troubleshooter die zich niet makkelijk aan de kant liet zetten. Thea kon zich
voorstellen dat Jeewee niet met dat contrast om kon gaan. Ze durfde te wedden
dat Jeewee 10 keer liever door een hersenloze tattoovader of een mislukte
directrice als Willy Bakbruin op zijn nummer werd gezet, dan door zo’n kaal
opdondertje. Meester Populair kennende had hij het echter gewoonweg niet in
zich om in zijn eentje tegen dat kale opdondertje in opstand te komen. Die
wetenschap gaf Thea de moed om door te gaan met de metaforische protestmars die
ze vanaf het foutieve middelbare schooladvies aan Sabine op De Wielewaal
instinctief begonnen was.
Daar kwam nog bij
dat de interim directie niet de enige nieuwe impuls op De Wielewaal was die bij
Jeewee ontzag inboezemde. Ineens was daar ook nog meester Viktor. De nieuwe
meester voor groep 7. De groep van Walter. Meester Vik had het uiterlijk van
een gangbaar, hoogblond gastje met een ringbaardje. Qua leeftijd had hij de
zoon van Jeewee kunnen zijn. Toch steeg het
broekie Vik
direct bij binnenkomst op De Wielewaal in groep 7 meteen naar de op 1 na
hoogste trede van de carrière ladder. Moeiteloos leek het wel. Alleen nog
meester Populair in groep 8 had hij boven zich. Hoewel meester Populair zich
door de rijzende ster van meester Vik ook wankel begon te voelen op de bovenste
sport van de onderwijzerstrap. De competitie lag dus op de loer bij de heren
collega’s en daarmee hielden de paralellen tussen het groentje Vik en de ouwe
rot Jeewee wel zo’n beetje op. De meesters samen vormden het schoolvoorbeeld
van elkaars tegenpolen. Daarbij was de jeugd van meester Vik van ondergeschikt
belang. Het was zijn optreden dat – net als bij directeur Yin - niet met zijn
stereotype verschijning overeenkwam en dat Jeewee overweldigde. Meester Vik was
niet receptief voor elk wat wils. Hij straalde een potentiële vastberadenheid
uit waardoor het zelfs denkbaar werd dat de rechtlijnige juffrouw Marijke van
groep 6 zich te zijner tijd vrijwillig naar de wil van meester Vik zou kunnen
schikken. Maar dat was toekomstmuziek. Aan het begin van groep 7 was meester
Vik nog zoekende naar de juiste balans tussen ordehandhaving en lesgeven.
Het vinden van
dat evenwicht is weliswaar cruciaal voor elke nieuwe leerkracht in ongeacht
welke groep in het primaire onderwijs, maar in de debuutgroep 7 van meester Vik
van De Wielewaal was het bereiken van een status quo een minimale vereiste om
überhaupt normaal les te kunnen geven aan het zooitje ongeregeld in deze klas.
Deze moeilijkheid had alles te maken de gemengde samenstelling van de groep die
nochtans vanaf de eerste klas oververtegenwoordigd was door jongens. 17 jongens
naast 6 meisjes om precies te zijn. Weliswaar geen plofklas zoals groep 8 met
33 leerlingen, maar daarom niet minder enerverend. Niet voor niks had juffrouw
Rita laatst, tijdens haar ontmoeting met Thea in de Aldi, naar de bezetting van
groep 7 van meester Vik gerefereerd als; ‘schobbejakken’. En dan doelde ze niet
op die 6 brave deernes, die vanwege hun deugdzaamheid bijna vloekten met de
rebelse mannekes in de klas. Schobbejakken als benaming voor dit gespuis was
dan ook te zacht uitgedrukt. Onder groepsdruk en zonder het juiste toezicht kon
het grootste deel van de 17 ventjes zich ontpoppen tot regelrechte
ellendelingen. Ook Walter. Juist Walter.
Walter was een
alfamannetje in wording. Helaas deelde hij deze ontwikkeling met nog 3 andere
wannabee baasjes. Zo ontstond een driedeling in de groep van 17 jongens, want
ieder leidertje had eigen volgers, inclusief overlopers en spionnen. Walter was
de chef die zijn hersens kon gebruiken. Hij stond bekend om zijn korte lontje.
Desondanks werd Walter tijdens echte crisismomenten telkens weer gekroond tot
de onvervalste aanvoerder. Ook omdat hij zich in het verleden meermaals met
zijn vuisten bewezen had en hij de meest imposante verschijning was tussen zijn
leeftijdgenoten in groep 7. Daar kwam nog bij dat zijn 3 vrienden; Marcus, Tim
en Huibje op elk moment van de schooldag als één man achter hem stonden. Verder
waren er nog wat zwevende volgers die bij conflicten meestal wel geneigd waren
om partij voor Walter te kiezen. Pepijn bijvoorbeeld. Het jongetje dat in groep
5 bij juffrouw Marjolein elke dag wel 100 luizen uit zijn kapsel ving. Zo telde
groep 7 nog een aantal softies die zich af en toe schuilhielden in de schaduw
van goedzak Walter, want dat was hij ook. Iemand moest de zwakkeren uit groep 7
in bescherming nemen. Als Walter niet voor zijn machteloze medemens opkwam, dan
waren de kneusjes overgeleverd aan de grilligheid van aan de ene kant de Turkse
aanhang van de woeste tweeling Amir en Emir of aan de andere kant het
Marokkaanse gevolg van de barbaarse Soltan. Zowel de 5 Turkjes als de 4
Marokkaantjes uit groep 7 gingen van huis uit om niks en nog eens niks op de
vuist. Vanuit beide culturen was het bij een goed gevecht wel de bedoeling dat
de tegenstander de uitdagende partij met gelijke munt terugbetaalde. Zo niet,
wat was dan het nut van een handgemeen? ’s Lands wijs, ‘s lands eer betrof toch
vooral Turkije en Marokko voor de klantjes uit groep 7 met een niet Nederlandse
achtergrond. Zodra zij hun kans schoon zagen, werd er dan ook volop gedreigd,
gescholden en gevochten. Het liefst lokten onze medelanders Walter uit de tent.
Temeer daar hij zich uit verveling geheid en graag uit liet dagen, maar ook
omdat Walter voor niemand bang was en binnen de kortste keren als een wilde om
zich heen begon te meppen. Dan moest je als allochtoontje maken dat je weg
kwam, hetgeen geen enkel probleem was voor de kleine muilperen die ook nog eens
watervlug waren. En hoewel de krachtmetingen van: Walter, Amir en Emir en
Soltan en al hun volgelingen in de loop van de jaren alleen maar explosiever
waren geworden, lieten de vechtersbaasjes zich bij tijd en wijlen nog wel
redelijk temmen door een onderwijzer of onderwijzeres met de juiste aanpak.
Juffrouw Marijke was zo’n effectieve onderwijzeres geweest vorig jaar in groep
6. Op haar eigen houterige manier. Waarom zou meester Vik het daarom niet
eveneens in zich hebben om voor zichzelf precies de goede balans te vinden
tussen lesgeven en domineren in groep 7. Erg veel inwerktijd werd hem hiervoor
echter niet gegund. Meester Vik werd meteen in het diepe gegooid.
Niet eens door de
chronische relletjes van de aloude oproerkraaiers, maar door toedoen van Kevin.
Kevin zat al sinds groep 1 bij Walter in de klas en na 6 jaren nu dus ook bij
meester Vik. Kevin was geen alfamannetje, maar hij had wel drie jongere broertjes,
die hij van zijn vader en moeder al zolang hij zich kon herinneren de baas
moest zijn. Hij wist na al die jaren alleen nog steeds niet hoe. Die thuis
heersende gedragscode reageerde Kevin op school op Walter af. Hij moet zich al
vanaf hun eerste ontmoeting, in groep 1 van juffrouw Elsje op De Wielewaal,
door Walter bedreigd hebben gevoeld. Bij gelegenheid duiken namelijk in het
geheugen van Thea uiteenlopende, toepasselijke momentopnames op uit het
verleden, waarin een rood aan gelopen
Kevin ruzie zoekt met een achteloze
Walter. Die onverschilligheid betekende echter niet dat Walter bereid
was om zich als een boksbal te laten gebruiken, hetgeen de onzekerheid in Kevin
alleen nog maar aanwakkerde. In de loop van De Wielewaaljaren raakte hij zelfs
zo vergroeid met zijn gespiegel aan Walter, dat niemand het afwijkende gedrag
van Kevin nog opviel. Soms voegde hij zich bij het Turkse kamp van Amir en
Emir, in de hoop het groepsfenomeen Walter eens flink de kop in te kunnen
slaan. Of hij dacht Walter zuiver te hebben door mee te lopen met de
Marokkaanse volgers van Soltan. Kevin viel echter telkens weer buiten de boot.
Ten eerste was Kevin een mooi blond, bevallig jongetje, waaraan alle
anoniempjes van groep 7 hun suikerzoete hartjes hadden verloren. Dat Kevin zelf
net zo vies was van zijn kleffe, tienjarige
vrouwelijke fans als de rest van de 16 ventjes uit de klas, mocht niet
baten. Het kwaad was al geschied. Kevin stond al niet bekend om zijn initiatief
als het op vechten aankwam, maar zijn populariteit bij de meisjes hielp zijn
reputatie als kemphaan nog verder naar de Filistijnen. Het huilen stond Kevin
dan ook regelmatig nader dan het lachen. Op die manier verwierf hij de bijnaam
‘de jankerd’ waarvan hij nogal wiedes zeker niet minder huilerig werd. Ten tweede
deelden de 4 machomannetjes en hun volgers, als puntje bij paaltje kwam,
onderling totaal niet het disrespect dat men van dergelijke vlegels wel zou
verwachten. Geen van de kinderen uit groep 7 nam dan ook de moeite om lang met de diepgegronde hekel van Kevin
aan Walter mee te gaan. Zo maakte Kevin
geen vrienden. Hij werd gedoogd door de agressievelingen met een niet
Nederlandse achtergrond uit groep 7. Afgestoten, maar ook net zo makkelijk weer
aangehaald nadat hij voor de zoveelste keer kwam overgelopen van de
tegenpartij. Kevin was een buitenstaander en dat frustreerde hem. Begrijpelijk, maar om Walter
daar nou de schuld van te geven, vond Thea wat ver gaan. Verbazen deed de
gewortelde wrok van Kevin haar echter niet, aangezien niemand op De Wielewaal
tot nu toe de moeite had genomen om de jankerd af te remmen in zijn obsessieve
gevit aan het adres van Walter. Zelfs Walter zelf niet. Walter wilde zich niet
bezig houden met Kevin. Hij vond Kevin de moeite van de strijd niet waard. Dat
recht had hij, vond Thea. Kevin niettemin, dacht daar inmiddels anders over. De
maat was vol. De jankerd liet zich niet alweer zomaar aan de kant zetten.
HOOFDSTUK 46
De achterdeur
naar de bijkeuken gaat tegenwoordig op slot. Misschien dat Thea daarom
uitgetrapte sigarettenpeuken onder de tuinbank op het overdekte terras vindt.
Walter en Sabine zullen ze niet geproduceerd hebben, want de pubers van Bart en
Thea zijn bewust antirook. Die houding ten opzichte van genotsmiddelen wordt ze
bijgebracht op de middelbare school tegenwoordig. Seks wordt ook geboycot.
‘Je moet alles
een keer proberen in het leven’, vindt Bart.
‘Je mag best af
en toe een sigaretje roken en van een pilsje zo nu en dan ga je ook niet dood.’
Telkens als Bart
zijn tolerante denkbeelden de vrije loop laat, staren zowel Sabine als Walter
hun vader aan alsof hij ze niet alle 5 op een rijtje heeft. Weet hij wel van de
sancties tegen roken en drinken onder schooltijd?
‘Roken en drinken
doe je na schooltijd’.
‘Ja, tot je
verslaafd bent’, schampert het tweetal dat bij hoge uitzondering ook eens
eensgezind is.
‘Nou, zo snel
raak je niet verslaafd hoor! Je moet niet zo gedwee naar dat geblaat van die
docenten luisteren. Al dat benepen gedoe. Wat is dat toch tegenwoordig? Niet
roken, geen alcohol, geen seks voor het huwelijk. Hoe hypocriet kun je zijn.
Zelfs de nonnen en monniken dronken vroeger in het klooster regelmatig een Trappistje.’
Dus Bart had
zeker geen uitgetrapte sigarettenpeuken op het overdekte terras achtergelaten.
Want stel dat hij, na jaren van geheelonthouding, weer aan het roken geslagen
zou zijn, dan had hij dat beslist niet stiekem buiten op de tuinbank op het
overdekte terras gedaan. Hij zou pontificaal middenin de huiskamer,
onderuitgezakt in zijn relaxstoel, een heerlijk rokertje tot zich hebben
genomen. Al was het maar om aan de hand van een praktijkvoorbeeld aan de
kinderen te laten zien dat een tevreden roker alvast geen onruststoker is.
‘Je moet gewoon
niet overdrijven. Overal waar ‘te’ voor staat is niet goed, behalve tevreden’,
zegt Bart.
Maar die peuken
moeten toch ergens vandaan komen? Thea raapt de sigaretteneindjes van de grond
op. Het zijn er 5. Ze belanden in de groenbak. Thea wast haar handen met
vloeibare dettol uit een plastic zeeppompje naast de gootsteen en denkt aan
Melvin, maar ze spreekt zijn naam liever niet meer uit. Trouwens, Melvin is wel
de laatste vage bekende waar Bart en de kinderen zich mee bezig willen houden.
In het voorbijgaan valt het oog van Thea op het briefje met de adresgegevens
van Bink aan het prikbord. Onwillekeurig ziet ze Melvin in gedachte weer aan de
ontbijttafel in de keuken verschijnen. Via de achterdeur die Thea voorheen
altijd van het slot liet. Voor hem. Haar pleegzoon. Haar Betuwe Flipje.
Vannacht of
vanmorgen moet hij tevergeefs aan de
klink hebben staan rukken. Zo dichtbij. Thea huivert. Op het moment dat hij
haar tot een cougar degradeerde, is er
een gevoelige snaar bij Thea geknapt. Ze koestert geen zorgdrang meer voor het
jongetje dat ze verschoond, opgeleid en getroost heeft, terwijl het
onophoudelijk bleef huilen om zijn echte moeder. Eerst openlijk en later
inwendig. Niet de persoon Thea, maar haar keuken was zijn uitvalbasis geweest.
Thea schaamt zich zo diep dat ze er met niemand over rept. Ook niet met Bart.
Die wraaklustige gesloten achterdeur zal
Melvin leren. Een niet ingecalculeerde tegenvaller voor de voormalige toyboy.
Hoe durft hij ervan uit te gaan dat hij onveranderd welkom is in het heiligdom
van Thea?
De voorspelling
van Bink was dus uitgekomen. Bink had de terugkeer van de lefgozer naar moeder
Thea immers voorzien. Dan zal hij ook wel gelijk hebben met betrekking tot die
laatste confrontatie met Melvin waar Thea niet onderuit kon komen. Als ze
tenminste daadwerkelijk voor eeuwig van haar Fruitflipje verlost wilde raken.
In dat geval was het zaak om zo snel mogelijk de adreswijziging van Bink door te geven. Toch kon Bink haar
nog meer vertellen, want wie zegt dat er nog een volgende onaangekondigde visite
van Melvin op stapel staat? Hij leeft op straat. Hij is verslaafd en verdwaald.
Misschien was hij toevallig in de buurt en ving hij een glimp op van een
thuishaven die hem vroeger in zijn drugsvrije tijd troost had geboden. De
prikkel bracht Melvin naar de woning van Thea. In een moment van zwakte of van
helderheid. Nog geen drie maanden geleden huisde het hoofdkantoor van G-
spotgigolo – de escortservice van zijn oude werkgever en stiefoom Bink – in
dezelfde straat. Schuin tegenover het huis met de warme keuken waarin hij
vroeger onbeperkt toegang had tot een volle koelkast. Na de recente botsing van
Melvin met de gesloten achterdeur zeurde de deceptie nog 5 sigaretjes na. 5
piraten op de tuinbank onder het bijkeukenraam op het overdekte terras. Alles bleef
koppig roerloos. Wie weet was die halsstarrigheid reden genoeg voor Melvin om
nooit meer terug te keren naar de bron? Opgeruimd staat netjes. Ook in het
hoofd van Thea. Ze wil zich niet meer met Melvin bezighouden en vlucht naar
binnen op zoek naar haar eigen kinderen en evenwicht.
In de huiskamer
levert de televisie bewegende
achtergrondbeelden. Niemand kijkt. Zowel Bart als de kinderen zijn verdiept in
hun laptops. Eensgezind en onderuitgezakt in de zithoek. Geïrriteerd loopt Thea
naar het tv-scherm met de bedoeling om een eind te maken aan de
energieverspilling. Dan voelt ze zich in een flits onafwendbaar aangetrokken
door de beelden op de televisie. Ze wordt overvallen door een glimp van
herkenning in een opname van een veiligheidscamera bij een pinautomaat in het
programma van Opsporing Verzocht. Wonder boven wonder ligt de afstandsbediening
binnen handbereik en heeft Thea in notime de volumeknop te pakken. Ze valt
middenin een verslag van de voice-over. De dader zou een blanke man zijn tussen
de 20 en 30 jaar. Hij heeft een slank postuur. Om zijn mond en neus heeft hij
een sjaal gewikkeld. Hij draagt blauwe latex handschoenen, een lederen jack
over een groezelig wit T-shirt en een zwarte pet met een logo in rode letters.
Er staat: GSG.
‘G-Spot Gigolo’,
weet Thea meteen zonder nadenken.
G-Spot Gigolo is
de escortservice van toyboys aan oudere dames en heren met Bink aan het roer.
Bink is een man van middelbare leeftijd. Melvin is zeventien jaar. Voor
getuigen kan hij echter makkelijk voor een jonge man van naar schatting tussen
de twintig en dertig doorgaan. Melvin heeft voor Bink gewerkt, maar zelfs als
dat niet zo was geweest dan nog zou Thea hem herkend hebben aan de tattoo op de
binnenkant zijn linker pols. Op het beeld van de beveiligingscamera trekt de
dader voor de onzichtbaarheid zijn pet aan de klep nog wat verder over zijn
voorhoofd, voordat hij met zijn rechterhand een gestolen pincode begint in te
toetsen op de geldautomaat. De camera zoemt in en pauzeert op een screenshot
van de tattoo die een seconde lang net onder de zoom van de geheven blauwe
latexhandschoen op de beveiligingsbeelden te zien is. De voice-over ontcijfert
de getatoeëerde letters aan de binnenkant van de linker pols voor de kijkers.
Thea heeft het woord allang herkend:
‘Enough’.
De voice-over
vervolgt:
‘Herkent u deze
tattoo; het logo op de pet of andere kenmerken van de dader? Neem dan contact
op met de regionale politie via het onderstaande nummer.’
‘Is dat hier?’,
vraagt Bart, waarschijnlijk omdat Thea zo gebiologeerd voor het televisiescherm
blijft staan.
‘Ja’, murmelt
Thea vanachter de hand die ze voor haar mond geslagen heeft.
‘Zo zie je maar
weer, zelfs onze stad blijft niets bespaard’, grinnikt Bart spottend.
‘Wat heeft hij
gedaan!’, roept Thea uit.
‘Ja, jij bent aan
het kijken, wij niet’, antwoordt Sabine droog.
‘Maar ik heb niet
meegekregen wat hij gedaan heeft.’
‘Wie?’, wil
Walter weten.
‘Melvin!’, roept
Thea dramatisch.
‘Weet je zeker
dat dat Melvin is?’, betwijfelt Bart.
Hij houdt zich
alweer bijna volledig terug met zijn eigen zaken op zijn laptop bezig.
‘Je kunt de
politie altijd tippen, toch?’, stelt hij afgeleid voor.
‘Moet ik dan niet
eerst weten wat hij gedaan heeft’, vraagt Thea zich hardop af.
Walter geeft een
oplossing zonder zijn blik van zijn laptop af te wenden:
‘Gewoon even
‘Opsporing Verzocht’ terug kijken bij
‘Uitzending Gemist’ mam. Over een uurtje taat het wel online.’
Rusteloos neemt
Thea plaats op de tuinbank op het overdekte terras, waar ze dit keer bijna uit haar
sokken waait door een stevige voorjaarswind die van het ene op het andere
moment is komen opzetten. De windvlagen vallen haar rechtstreeks aan via het
luchtruim boven de omheining en trekken door de kieren van de houten vlonder en
zoldering. De tuinbank, op het overdekte terras onder het raam van de
bijkeuken, staat gelukkig wel ver genoeg van de slagregen afgeschermd. Het
stormt en niet alleen in haar hoofd. Even de inhoud luchten. Ze heeft geen zin
in ‘Uitzending Gemist’ en ‘Opsporing Verzocht’. Ook niet over een uurtje. Hoe vaak was het haar in de loop van de jaren
op deze plek nou opgeteld al eerder gelukt om voor onbepaalde tijd te
ontsnappen aan haar dagelijkse beslommeringen? En aan de rest niet te vergeten.
De klappers. Vooral die extra’s staan in haar geheugen gegrift als uitschieters
op de tijdlijn van haar leven als thuiswerkende moeder, huishoudster en huiswerkbegeleidster.
Dan kan zo’n mislukte toyboy er ook nog wel bij verwerkt worden.
Onwillekeurig
maakt Thea ineens een sprong terug in de tijd naar een specifieke zaterdag. Ze
werd omgeven door precies hetzelfde weertype als vandaag. In dat bedoelde
weekend zat ze ook hier op de bank op het overdekte terras. Op zich was dat
niet zo gedenkwaardig, omdat Thea dus chronisch van de gelegenheid op het
overdekte terras gebruik maakte om in de achtertuin tot zichzelf te komen. De
aanleiding was een ander verhaal. Toen was het herfst en geen voorjaar en in
plaats van een beker met koffie had Thea een laptop bij zich. Wel blies de wind
precies zo venijnig heur haar uit de krul als in het hier en nu. Ook kon ze
vanaf haar droge zitplaats, onder het raam van de bijkeuken op het overdekte
terras, de totstandkoming van exact dezelfde modderpoel in het gazon
aanschouwen als Thea vandaag voor haar ogen door de aanhoudende stortbui ziet
ontstaan.
destijds stond de
herfstvakantie te gebeuren, nadat het eerste verlof van het nieuwe schooljaar
met Yin en Yang was ingeluid met een sport- en spel vrijdag. Jammer genoeg niet
in de buitenlucht, maar in de 2 gymzalen van De Wielewaal, omdat de weergoden niet
mee hadden willen werken. Het was beter geweest als er een najaarszonnetje had
geschenen in de spoorkuil – oftewel de groene zone - vlak bij De Wielewaal. In
de natuur hebben zowel de kinderen, leerkrachten, begeleiders als de hulpouders
meer adem- en speelruimte dan in bedompte gymzalen. Om maar niet te spreken van
de beperkte bewegingsvrijheid in overdekte vertrekken voor ruim 200
basisschoolkinderen die aan vakantie toe zijn. Omdat echter geen enkel mens
ooit beter is geworden van zaklopen, touwtrekken, ringwerpen en apenkooien in
de stromende regen, werd door de organisatoren op de valreep unaniem besloten
om de sport- en spel dag toch binnen doorgang te laten vinden. Zelfs het
bestelde springkussen werd van de verregende speelplaats naar 1 van de 2 droge,
maar benauwde zalen van het gymcomplex verplaatst.
Zoals ieder jaar
met de sport- en spel dag voor de herfstvakantie was er ook deze keer weer een
nijpend tekort geweest aan hulpouders. Opperouders zijn namelijk niet
automatisch hulpouders. Integendeel; met toetreding tot het opperouderschap
houdt de dienstbaarheid ten opzichte van niet bloedverwanten in de regel op. In
tegenstelling tot de belangeloze hulpverlening van de normale papa’s en mama’s
die niettemin nog nooit vanzelf op gang was gekomen. Zoals gewoonlijk zat het
team van De Wielewaal aanvankelijk dan ook met de handen in het haar. Er
verschenen herhaaldelijk smeekmailtjes met oproepen aan alle ouders en
verzorgers om zich toch vooral in te schrijven als helpende handjes. De
inschrijflijsten hingen naast de lokaaldeuren van elke groep. Alle hulp was
welkom. En omdat Thea zich door de interim directie serieuzer genomen voelde
dan ooit tevoren op De Wielewaal, had ze zich door die bedelberichtjes voor het
eerst sinds jaren weer eens laten overhalen om zich beschikbaar te stellen als
hulpouder. Overigens niet zonder eerst toestemming aan Sabine en Walter te
vragen. Niet alle kinderen vinden het leuk om tijdens schooltijd met papa of
mama geconfronteerd te worden, maar Sabine en Walter hadden geen bezwaar tegen
hun moeder in de rol van hulpouder. Wel rees nog even de vraag of Thea zich dan
bij groep 7 van Walter of bij groep 8 van Sabine moest inschrijven? Walter leek
prima op zijn plek bij meester Vik, terwijl Sabine pas bij Jeewee in de klas
dat akkefietje met die stomp in haar maag van Boris achter de rug had.
Niet lang nadat
die blunder door Jeewee in de doofpot gestopt was, werd Sabine ook nog eens
geconfronteerd met één of ander lulverhaal van meester Populair over zijn
vriendschap met juffrouw Siepie. Aan de larie die hij ten beste gaf, viel, zelfs voor een 11jarig meisje,
duidelijk op te maken dat hij niet bereid was om tegemoet te komen aan de eis
van Yin. Directeur Yin had immers aan Thea laten weten dat hij het nodig vond
dat meester Populair aan Sabine verantwoording aflegde over de tegenstrijdige
signalen die hij aan de kinderen uit groep 8 gaf. Het van hoger hand opgelegde
gesprek had Sabine, na een lange pijnlijke stilte, nog moeten inluiden ook.
‘Vind je het nou
wel of niet erg dat juffrouw Siepie uit groep 8 weggaat?’, vroeg ze met de moed
der wanhoop.
‘Ik vind het heel
erg dat juffrouw Siepie uit groep 8 weggaat, want ze is een hele goede vriendin
van mij. Gelukkig gaat ze niet echt weg, zoals juffrouw Rita, maar blijft ze
wel lekker hier op De Wielewaal samen werken met juffrouw Marijke in groep 6’, beweerde
Jeewee zoetsappig.
De mondhoeken van
Sabine bereikten een dieptepunt. Toch vroeg ze niet verder naar het waarom van
de dubbelzinnigheid van Jeewee. In de ideale relatie tussen een onderwijzer en
zijn leerlinge was alle ruimte voor inlichtingen. Dus ook voor moeilijk te beantwoorden
vragen zoals:
’Als jij en
juffrouw Siepie zulke dikke vrienden zijn, waarom kom jij dan niet op voor jouw
vriendin? Waarom praatte je met Ronnie en mij mee toen we op de gang tegen
elkaar zeiden dat we juffrouw Siepie lelijk vonden?’
Maar de koele
uitwerking van de woordeloze weerstand van Jeewee om zich tot het
gespreksniveau van een kind te moeten verlagen over een grote mensenonderwerp,
weerhield Sabine van nog meer kritische vragen. Haar gekwetste trots verdween
na 3 keer moeilijk slikken in haar maag. Schijnbaar onaangedaan haalde ze haar
schouders op. Ze keek uit het raam van de eerste verdieping. Aan de boomtakken
in haar gezichtsveld balanceerden blaadjes in herfsttinten tussen leven en
dood. Op het schoolplein waren de anderen al luidruchtig begonnen aan het
speelkwartier.
Jeewee keek ook
naar opzij, maar dan de andere kant op. Naar de deur van het klaslokaal op een
kier. Hij rook koffie. Hij vroeg niet aan Sabine waarom ze wilde weten wat ze
vroeg. Trouwens als iemand hem zou beschuldigen van het beledigen van Siepie
dan ontkende hij dat voor eens en altijd. Staalhard. Hij had niemand lelijk
genoemd. Het mocht toch niet zo zijn dat het woord van een kind zwaarder woog
dan dat van een leerkracht!? Veel gekker moest het niet worden op De Wielewaal
nieuwe stijl.
Aldus werd Sabine
wederom gekleineerd. Eerst kreeg ze een belachelijk laag middelbare school
preadvies voor vmbokader van juffrouw Siepie aan het eind van groep 7. Daarna
werd ze op de eerste dag van het nieuwe schooljaar in het klaslokaal van groep
8 in het bijzijn van Jeewee in haar buik geramd door het zogenaamde
hoogbegaafde beschermelingetje van de crème de la crème van De Wielewaal en als
kers op de taart zette meester Populair haar vervolgens aan de kant voor de
goede pikorde. Zoveel negatieve energie schreeuwde om een flinke dosis
positieve aandacht ter compensatie voor Sabine. Te beginnen met een
inschrijving van Thea als hulpouder bij groep 8 voor de sport- en spel dag vlak
voor aanvang van de herfstvakantie. Overigens met volledige instemming van
Walter die zich op dat moment nog helemaal zen voelde in groep 7 van meester
Vik op De Wielewaal.
De regen nam af.
Op de tuinbank op het overdekte terras in de achtertuin ademde Thea de koude
klammige, solide geur van drassige aarde in. Haar hooggesloten parka benauwde.
Ondanks het gure najaarsweer. Ze opende de laptop op haar schoot. Er was een
online berichtje van directeur Yin. Op zaterdag. De Wielewaal was gesloten en
het begin van de herfstvakantie stond voor de deur. Maar eens een troubleshooter; altijd een troubleshooter.
Ook in het weekend. Nadat Thea het mailtje geopend had, viel de inhoud met 1
oogopslag te overzien. Alles wat er te lezen stond was:
‘Thea wat is er
gebeurd?’
Thea zou Yin
kunnen bellen. Yin en Yang hadden een
crisisnummer in de online nieuwsbrief van De Wielewaal vrijgegeven in geval van
code rood. Een week geleden hadden Bart en zij nog hartelijk moeten lachen om
het paniekzaaibeleid van de interim directie. Want wat moest een ouder zich nou
helemaal voorstellen bij code rood op de basisschool? Na gisteren piepte Thea
evengoed wel anders. Walter, Sabine en zij hadden de gymzalen van De Wielewaal
voor het einde van de sport – en spel dag in overspannen toestand geforceerd
moeten verlaten. De kinderen hadden de chaos gelukkig direct bij thuiskomst
achter zich gelaten. De herfstvakantie was begonnen. Jippie.
Thea daarentegen
worstelde met de nasleep van de ravage die gisteren in de gymzalen van De
Wielewaal ontstaan was. Ze moest wel reageren op de vraag van directeur Yin,
want anders liep Thea het risico dat zij en haar kinderen de schuld van de
explosie in de keet, traditiegetrouw en gemakshalve, wederom in de schoenen
geschoven kregen. Voor je het goed en wel in de gaten had verviel op die manier
iedereen weer in het oude patroon van opperouders en schuldenaren. En dat
terwijl De Wielewaal zo voortvarend van start gegaan was onder toezicht van Yin
en Yang.
Thea verkoos een
schriftelijk verslag van haar kijk op het heftige gebeuren van gisteren boven
een belletje naar Yin. Zo’n rapportage kon ze mailen, zodat Yin de feiten
rustig tot zich door zou kunnen laten dringen en eventueel kon herlezen,
terwijl een mondelinge verhandeling aan de telefoon meteen zo definitief en
bindend was. Daarenboven was het nog steeds zaterdag en was die code rood ook
na de herfstvakantie heus nog wel geldig.
Beste Yin,
Tijdens de sport-
en spel dag van afgelopen vrijdag was ik (Thea) hulpmoeder in groep 8 van mijn
dochter Sabine. Omdat het gisteren van ‘s morgens vroeg tot ’s avonds laat pijpenstelen regende, net als
vandaag overigens, besloot de organisatie om de sport- en spel dag niet buiten,
maar binnen in het gymzalencomplex van De Wielewaal te laten plaatsvinden. Naar
mijn mening was dit eigenlijk geen doen met meer dan 200 kinderen. Er was
gewoon te weinig ruimte voor iedereen om zich binnen uit te leven, hetgeen tot
hevige irritaties onderling leidde. Op de gevolgen daarvan kom ik later nog
terug.
Voordat ik me van
mijn taak als hulpouder kon kwijten, moest ik eerst mijn kinderen voor het
gebouw van de gymzalen bij De Wielewaal afzetten. De deur van het complex was
nog gesloten. Vandaar dat Sabine zich
naar het klaslokaal van groep 8 begaf, terwijl onze zoon Walter (groep 7) zich
voor de ingang van het gymzalencomplex onder een afdak tegen de stromende regen
bij enkele van zijn klasgenoten voegde. Vervolgens heb ik de groep jongens uit
groep 7 onder het afdak de rug
toegekeerd met de bedoeling om een ticket uit de parkeerautomaat om de hoek te
gaan halen. Zo ver ben ik echter niet gekomen. Ik werd teruggefloten door een
martelend gegil dat onder het afdak bij de ingang van het gymzalencomplex
vandaan leek te komen. Toen ik mij omdraaide zag ik nog net dat een
klasgenootje van Walter - Kevin genaamd
– hardop huilend en roekeloos vanaf het gymzalencomplex de straat overstak om
vervolgens via de openstaande voordeur van het schoolgebouw van De Wielewaal
naar binnen te schieten.
Vanaf dat moment
kon iedereen, die onder het afdak bij de gesloten ingang van de gymzalen stond
te wachten om binnen gelaten te worden voor de sport- en spel dag, meegenieten
van het onophoudelijke gegier van Kevin vanuit de hal van het hoofdgebouw van
De Wielewaal. Bezorgd liep ik dan ook terug op zoek naar onze zoon. Ik wilde me
ervan verzekeren dat Walter ongedeerd was tussen de commotie onder het afdak van
het gymzalencomplex. Op die plek vond ik hem dan ook, terwijl hij wit weggetrokken steun zocht met
zijn rug tegen de muur. Hij werd ingesloten door joelende klasgenootjes. Ze
riepen allerlei aantijgingen aan het adres van Walter door elkaar heen, maar
uit het gebral viel in grote lijnen op te maken dat er een potentiële
moordenaar onder ons midden was. Deze sadist zou Kevin onder een passerende
auto op het wegdek tussen het gymzalencomplex en het hoofdgebouw van De
Wielewaal hebben willen duwen. De naam van de dader zou Walter zijn.
‘Dat is niet
waar!’ kermde de verdachte alias Walter herhaaldelijk met klem.
Aangeslagen
wurmde ik me door de razende menigte heen en trok Walter aan zijn onderarm naar
mij toe.
‘Waar is die auto
dan?’, vroeg ik in een poging om mij een beeld van het incident te vormen.
‘Die is
doorgereden’, riep iemand anders in plaats van Walter.
‘Hit and run!’,
hitste nog een ander opgewonden standje de boel onnodig extra op.
Het was een
kwestie van een paar seconden voordat Walter en mij helemaal elke mogelijkheid
tot communicatie ontnomen werd door de kreten en losse flodders van ik weet
niet hoeveel luidruchtige omstanders, waaronder; Amir, Emir en Soltan,
respectievelijk; een Turkse tweeling en een Marokkaanse jongen. Alle drie uit
groep 7 van meester Vik en aanvoerders van verschillende jongensclubjes in de
klas. De volgelingen uit deze kliekjes begonnen al snel eveneens op Walter en
mij in te praten. Gelukkig heeft Walter ook een eigen clan en zijn maatjes
probeerden de massahysterie wel enigszins het hoofd te bieden, maar zij legden
met z’n vieren niet genoeg gewicht in de schaal. Zij konden niet voorkomen dat
wij overstemd werden door een oorverdovende, lading valse getuigenissen die
logen over de zogenaamde poging tot moord van Walter:
‘Hij heeft het
wel gedaan hoor juffrouw. Ik heb zelf gezien. Walter heeft Kevin onder een auto
geduwd. Moet hij nou de bak in? Of eerst voor de rechter komen? Dan moet hij
naar een opvoedingskamp net als mijn broer! Meester Vik gaat de politie bellen.
En een ambulance. Walter heeft Kevin bijna vermoord.’
Zoals je weet
vinden mijn man Bart en ik dat Walter vaak onterecht moet boeten voor allerlei
ongeregeldheden op De Wielewaal. Hopelijk ben je het gesprek dat wij enkele
weken terug aan het begin van het nieuwe schooljaar in de directiekamer van De
Wielewaal hebben gevoerd en dat onder meer over de demonisering van Walter
ging, niet vergeten. En nee, Walter is geen lieverdje, maar hij is ook geen
moordenaar in spé. Om echter niet al te voorbarig op hoge poten op meester Vik
in het hoofdgebouw af te stappen, besloot ik om Walter eerst uit te horen,
zodat ik wist waar ik over oordeelde.
Volgens Walter
was Kevin hem aan het uitdagen. Tot zover niets bijzonders, want Kevin
provoceert onze zoon al sinds groep 1. Waarom hij dat doet, interesseert
niemand, behalve mij. Het zou te ver voeren om in dit verslag ook nog in de psyche
van Kevin te gaan graven. Ik ben geen psychiater en Kevin is mijn zoon niet. Ik
heb wel zo mijn eigen inzichten, die ik dus voor me houd, maar die er wel toe
geleid hebben dat ik Walter direct op zijn woord geloofde. Een overtuiging die
nog versterkt werd door zijn maatjes; Tim, Huib, Pepijn en Marcus. Zij waren
bij navraag door mij de eersten om het verhaal van Walter woord voor woord te
bevestigen.
Omdat Walter
gisteren onder het afdak van het gymzalencomplex zijn irritante klasgenoot
negeerde, begon Kevin kungfu bewegingen in de richting van onze zoon te maken.
Alsof hij wilde vechten. Tot zover alles bij het oude. Walter doet al ruim 6
jaar zijn uiterste best om zijn opdringerige klasgenoot zo vaak mogelijk te
negeren en Kevin blijft gewoon op de oude voet doorgaan met zijn
aandachttrekkerij. Tot op gisteren. Op een gegeven moment trapte Kevin met 1
been in de lucht richting Walter die tegen de muur van het gymzalencomplex
stond. Hij tuurde met 1 oog op het scherm van zijn mobiel en met het andere oog
naar Kevin die door zijn caperiolen met nog maar 1 been op de vaste grond
stond. Walter zag hem gevaarlijk wiebelen. In een reflex hervond Kevin zijn
evenwicht door paar passen naar achteren op het wegdek tussen het
gymzalencomplex en het hoofdgebouw van De Wielewaal te doen. Simultaan met de
wankele pose van Kevin, tufte er net op dat moment een personenauto achter de
rug van het jochie langs. Kevin werd nog niet bij benadering door de auto
geraakt, maar hij sloeg natuurlijk wel een belachelijk figuur in het bijzijn
van al zijn toekijkende klasgenoten van groep 7. Overstuur van de schrik en de
publieke flater, zette Kevin een keel op en wees in één uitroep Walter als de
stichter van zijn onheil aan. Pas toen Kevin krijsend van onder het afdak van
het gymzalencomplex zijn toevlucht zocht in het hoofdgebouw van De Wielewaal,
merkte Walter dat er kennelijk iets meer met Kevin aan de hand was dan normaal.
Temeer daar de oproerkraaiertjes uit groep 7 Walter ineens ook hardop vals
begonnen te beschuldigen. Ik vermoed uit sensatielust. Wat moet je anders als
10 jarige wachtende jongetjes onder elkaar zonder toezicht, onder een afdakje
van een gymzalencomplex? Niet zo gek dat de fantasie van de meesten op hol
sloeg van de minste aanleiding. In een vloek en een zucht was het gerucht dat
Walter zijn klasgenoot Kevin expres geduwd zou hebben toen hij een auto zag
naderen, de Wielewaalwereld in geholpen. Noch Walter, noch zijn maatjes deden
nog moeite om de larie tegen te spreken. Immers; al is de leugen nog zo snel,
de waarheid achterhaalt haar wel. Tenminste dat hoop je dan.
In het ergste
geval kan Walter altijd nog een beroep doen op zijn hersens, hetgeen van lang
niet al zijn klasgenootjes gezegd kan
worden. Zo kent Walter de gevaren van het stadsverkeer. Zelfs al rijdt niemand
harder dan 10 km per uur in het straatje tussen het hoofdgebouw en het
gymzalencomplex van De Wielewaal. Al was het alleen al vanwege de alom
aanwezige buurtpreventie en het gevaar van een fikse bekeuring die in de
kindvriendelijke wijk van De Wielewaal altijd op de loer ligt. Maar los
daarvan, weet Walter heus wel hoe hard een klap van een gevaarte als een
personenauto kan aankomen. Ondanks het te verwachten slakkengangetje van zo’n
voertuig. Walter zou zijn ergste vijand nog niet willens en wetens voor een
rijdende auto geduwd hebben. Het idee alleen al.
En dan te
bedenken dat Kevin verre van de ergste vijand van Walter is. Het joch
interesseert Walter niks en meestal lukt het hem moeiteloos om Kevin te
negeren. Onze zoon is dan ook onschuldig. Daar durven Bart en ik onze 4 handen
voor in het vuur te steken. Nou hoor ik je al zeggen:
‘Elke ouder
gelooft heilig in de onschuld van de eigen kroost. Zet die oogkleppen af, beste
Thea.’
En het is de
realisatie van die sluimerende achterdocht op De Wielewaal jegens onze zoon en mij die mij gisteren ter
verdediging van Walter naar meester Viktor heeft gedreven.
Meester Viktor
van groep 7 stond in de hal van het hoofdgebouw. Hij leek van zijn stuk
gebracht door Kevin die in de docentenkamer achter zijn rug nog steeds gestadig
aan het gillen was. De deur van de docentenkamer stond open en ik zag over de
schouder van meester Viktor dat Kevin met zijn rood behuilde gezicht naar mij
toe in het midden van een langwerpige vergadertafel zat. Voor hem stond een
glaasje water. Zowel van de rechter- als linkerzijde werd getracht om hem tot
bedaren te brengen door 2 doorknede onderwijzeressen. Juffrouw Nelleke hield de
bewegelijke Kevin op zijn plaats door zijdelings stevig zijn schoudertjes te
omarmen. Tegelijkertijd probeerde juffrouw Toos uit groep 4 het hysterische
ventje op een alternatieve wijze te kalmeren door meermaals te herhalen dat er
helemaal niks aan de hand was en dat ons verkeersslachtoffertje maar een slokje
water moest nemen tegen de schrik. Zij het met een lichte stemverheffing,
hetgeen wel enigszins atypisch is voor juffrouw Toos. Enfin, ze moest iets bedenken
om zich boven het gekrijs van Kevin uit verstaanbaar te kunnen maken. Zijn
sirene doorbrak de geluidsbarrière. Hij eiste aldoor de politie, een ambulance
en z’n moeder. Af en toe werd zijn vordering
afgewisseld met de repetitie van de aanklacht dat Walter hem onder een
auto zou hebben geduwd. Ondertussen staarde meester Viktor mij met grote ogen
radeloos aan. Hij is natuurlijk een beginnende onderwijzer en nieuw op De
Wielewaal. Hij kent de kinderen van groep 7 nog niet zo goed als bijvoorbeeld
juffrouw Toos en juffrouw Nelleke die deze blagen op De Wielewaal hebben zien
opgroeien en op een gegeven moment zelfs een schooljaar lang in de klas hebben
gehad. Zij laten zich echt niet meer ringeloren door hun Pappenheimers. Meester
Viktor was zich echter overduidelijk wild geschrokken van de heftige driftbui
van Kevin. Ik had hem graag een bemoedigend schouderklopje gegeven, maar ik
kwam voor Walter en niet voor meester Vik.
Ik heb niet het
idee dat ik tot meester Viktor doordrong met mijn pleidooi voor de onschuld van
Walter, maar ik mijn zegje is in ieder geval gedaan. Met deze rechtstreekse
aanpak hoop ik te voorkomen dat Walter opnieuw zonder slag of stoot ten onder
gaat. Want voor Bart en mij staat al bij voorbaat vast dat onze zoon
uiteindelijk hoe dan ook bij het incident met de hysterische Kevin betrokken zal worden. Zij het als de
aanstichter en zo niet dan toch als medeplichtige. Welke van de 2 genoemde
aantijgingen aan het adres van Walter gaat overheersen, hangt af van de mate
waarop er door de gezaghebbende ouders op De Wielewaal op de leerkrachten is
ingepraat. Walter staat wel weer op, dat is het probleem niet, maar hoe vaak
moet je een 10jarige jongen onterecht onderuit laten gaan? Vandaar dat ik
getracht heb om meester Viktor zo snel en gedetailleerd mogelijk vantevoren in
te lichten over de andere kant van het gelijk dat de ouders van Kevin vandaag
of morgen op De Wielewaal met veel stampij zullen komen halen en in de toekomst
ook geheid gaan krijgen. Een gewaarschuwd mens telt voor 2, want helemaal
zonder blaam is Walter nooit. Althans naar mening van de buitenwacht.
Dat begint al bij
dat zelfverzekerde gedrag, dat imposante postuur voor een kind van 10 en die bijdehandte praatjes die geen gaatjes
vullen. Onacceptabel. Walter is minstens zo aanstootgevend als Boris. Je weet
wel; de trots van De Wielewaal. Hoogbegaafde Boris met Asperger oftewel een
aannemelijk signatuur dat hem op De Wielewaal dispensatie geeft van de normale
omgangsvormen, waardoor hij Sabine straffeloos willens en wetens in haar maag
mag stompen. Eigenlijk moeten we Walter ook een stempeltje geven net zoals
Boris. Hij valt immers eveneens op tussen de middelmaat. Wat te denken van
spectrum autisme, of adhd misschien? Dan is iedereen van verantwoordelijkheid
ontheven en tevreden. Op Bart en ik na dan. Maar wij zijn in de minderheid.
Helaas, want als er iets heerst op De Wielewaal dan is het wel democratie. En
democratie is de dictatuur van de meerderheid. Toch lijkt het mij belangrijk om
niet te vergeten dat Boris tijdens zijn vergrijp onder direct toezicht van
meester Jan-Willem in het lokaal van groep 8 stond. In tegenstelling tot
Walter, voor wie even geen professionele supervisie beschikbaar was, terwijl
hij tussen de troep losgeslagen jongetjes uit groep 7 onder het afdak van het
gymzalencomplex zijn vermeende misdaad pleegde. Ik was de enige volwassene in
de buurt van de plaats delict op het wegdek en ik moet eerlijk bekennen dat ik
het voorval met Kevin, de kungfumisser en de voorbij tuffende auto niet heb
zien gebeuren. Toch zal bij iedereen die de twee betrokkenen langer dan vandaag
kent na uitweiding van aanklager Kevin de twijfel al snel toeslaan. Onze zoon Walter daarentegen wordt
meestal bij nadere toelichting wel op zijn woord geloofd.
Met die zekerheid
in mijn achterhoofd heb ik tenslotte maar afstand genomen van het vermeende
incident. Ik had nog een drukke middag in het gymzalencomplex van De Wielewaal
voor de boeg als moeder van Sabine en daarmee in mijn rol als begeleidster van
een groepje kinderen uit groep 8. Daarom heb ik Walter geadviseerd om de valse
beschuldigingen maar even naast zich neer te leggen. Tot nader overleg met zijn
vader – Bart - , moest hij zich maar zolang gelaten bij zijn groepje voor de
sport- en spel dag voegen. Walter zag ook wel in dat er op dat moment voor hem
niets anders op zat. Gelukkig was hij door zijn nieuwe meester Viktor in een
groepje geplaatst met voornamelijk maatjes, een paar inschikkelijke meisjes en
Basta.
Basta doet zijn
naam geen eer aan. Basta is geen stoere jongen, blanke pit, maar wel heel
speciaal. Een delicaat ventje dat nooit met andere jongetjes speelt – alleen
met meisjes – en wiens tranen altijd op de loer liggen. Dat komt omdat de
moeder van Basta over hem en zijn jongere broertje Storm waakt als een getergde
leeuwin. Ze reageert altijd overdreven. De triggers voor de moeder van Basta
blijven vaag. Ik vermoed dat ze constant op haar hoede is door de rauwe
bezetting van hoofdzakelijk ferme knapen in groep 7. Over de samenstelling van
de groep van haar tweede zoon Storm is mij niets bekend. Dus ik neem mijn
kritiek op Basta en Storm helemaal voor eigen rekening. Haar zonen worden in
elk geval niet weerbaarder of zelfstandiger van hun dominante moeder.
Integendeel. Met het groeien van hun kinderjaren en de beklemming van mammie,
worden de 2 bleekneusjes steeds banger en afhankelijk gemaakt door de beperkingen van de uitdijende
verdedigingslinie van hun grimmige moeder.
Nou is Walter
niet angstig van nature en ook nog eens afkerig van de drilpraktijken die de
moeder van Basta tekenen. Zelfs als ze zich voor de gelegenheid van een sport-
en spel dag anders probeert voor te doen in de sociaal wenselijke rol van
zoetsappige hulpmoeder voor een groepje kinderen uit groep 7. Ik heb weleens
een woord gewisseld met de moeder van Basta op het speelplein en die interactie
was niet voor herhaling vatbaar. Ze had destijds al vanalles op Walter aan te
merken, maar ik dacht toen dat ik er verstandiger aan deed om gewoon middenin
haar haar tirade weg te lopen dan om tegen haar in te gaan. Haar opvoedkundige
inzichten kunnen mij gestolen worden. Temeer daar ik het resultaat in de vorm
van haar zonen Basta en Storm nogal bedenkelijk durf te noemen. Maar dat doe ik
niet. Ik heb geen zin in ruzie. Geef mij de zorg over Sabine en Walter nou
maar, dan hoor je mij niet over de kinderen van anderen.
Voor de lieve
vrede drukte ik Walter nog wel op het hart om zich koest te houden. De sport-
en spel middag met de moeder van Basta zou maar een tweetal uurtjes duren.
Weliswaar een tweetal uurtjes uit het leven van Walter die hij nooit meer
terugkrijgt, maar we gaan niet op alle slakken zout leggen.
Mijn medelijden
met Walter probeerde ik zoveel mogelijk voor hem verborgen te houden, omdat
mijn steunbetuigingen hem ook niet verder op weg zouden helpen. Dat nam echter
niet weg dat hij amper 5 minuten geleden nog het mikpunt van allerlei valse
beschuldigingen geweest was. Daar komt nog bij dat Walter een pesthekel aan
teamsporten en oud Hollandse spelletjes heeft, waardoor ik hem beloofde dat hij
voor de eerstvolgende sport- en spel dag op De Wielewaal ziek mocht zijn. Die
toezegging hielp hem over de streep en met zichtbare tegenzin voegde Walter
zich bij het groepje waar hij door meester Viktor was ingedeeld en dat dus
begeleid werd door de moeder van Basta. De recalcitrante houding van Walter
voorspelde nochtans niet veel goeds, maar ik kwam voor Sabine en het werd hoog
tijd dat ik me op de aanvoering van haar groepje concentreerde. Wij begonnen
met bokspringen en ik zag vanuit mijn ooghoeken dat Walter aan de andere kant
van de overvolle gymzaal aan het zaklopen was. Zo’n 45 minuten lang verloor ik
mij in de begeleiding van het groepje van Sabine dat erg sportief bezig was en
zich enthousiast op de verschillende spelletjes en sportuitdagingen wierp. Af
en toe werd ik weliswaar afgeleid door het indringende stemgeluid van Walter,
dat met gemak het rumoer van 200 kinderen in de 2 gymzalen oversteeg, maar ik
zag hem nergens, dus hoopte ik maar het beste van het effect van het
onheilspellende gezag van de moeder van Basta op mijn zoon. Totdat ik Walter op
een gegeven moment op een paar meter afstand bij het groepje van Sabine en mij
vandaan wist. Wij stapelden blokken en een deel van het groepje van de moeder
van Basta hield een estafette met hindernissen. Walter stond aan de zijlijn met
zijn armen voor zich ineengeslagen en zijn kin op zijn borst. Hij had een rood
hoofd en ik zag dat hij zijn tranen stond te bedwingen. Zijn vuurspuwende ogen
lieten de moeder van Basta geen seconde met rust en je kon aan haar zien dat ze
op het punt stond om haar geveinsde geduld te verliezen. Plotseling wendde ze
zich tot mijn zoon en greep hem bij zijn oorlelletje. Ik wist zeker dat ik
hallucineerde en ik wachtte in eerste instantie even totdat het presumptieve
waanbeeld als vanzelf zou verdwijnen. Toen dat niet gebeurde snelde ik op
Walter en zijn beul af. Op het moment dat de moeder van Basta mij zag
aanstormen liet ze het oorlelletje van Walter meteen los. Walter had geen krimp
gegeven, maar de tranen van de pijn en vernedering rolden inmiddels wel over
zijn roodgloeiende wangen.
‘Blijf met je
tengels van mijn kind af’, beet ik de moeder van Basta toe, terwijl ik Walter
in mijn armen sloot.
‘Ik zei alleen
maar dat ze zich niet aan de spelregels hield’, protesteerde Walter gesmoord,
terwijl hij bijna stikte in de benauwenis van mijn omhelzing.
Ja, Walter met
zijn spelregels. Dezelfde spelregels waar hij zich altijd aan moet houden op De
Wielewaal. Anders krijgt hij straf. Niet zo raar dus dat hij tot een
muggenzifter is uitgegroeid als het op spelregels aankomt. Hij maakte zich los
uit mijn armen en wreef zijn wangen droog. Daarna drukte hij tegen zijn
doorgedraaide oorlel. Zijn gezicht vertrok kort van de pijn die hij verder
negeerde. De handhaving van de spelregels hadden nu prioriteit volgens Walter.
‘Ze geeft Basta
steeds de meeste punten, terwijl hij nog helemaal zero gedaan heeft. Hij staat
hier maar net als ik niks te doen’, oreerde hij met een hoofdknik in de
richting van Basta die op een afstandje naast hem stond en wortel schoot.
Basta keek alsof
hem niks kon gebeuren met zijn moeder in de buurt en stak zijn middelvinger
naar mij op, terwijl Walter nog wat na pruttelde:
‘Ze trekt hem gewoon voor’.
Ondertussen was
de moeder van Basta zogenaamd weer druk met de estafette en de rest van haar
groepje. Ik stond te trillen op mijn benen. Zojuist had ik voor het eerst in
mijn leven een middelvinger van een 10jarig kind gekregen en het onwezenlijke
beeld van de kindermishandeling van zojuist was ook nog steeds niet helemaal
tot mij doorgedrongen, alhoewel het al wel op mijn netvlies stond gebrand. Een
vreemde moeder van een klasgenoot die mijn 10jarige zoon molesteert. Ik drukte
mijn handpalm tegen de gloeiende oorlel van mijn zoon. De hete pijn schroeide
mijn klamme handpalm, vloeide over en stroomde door mijn bloedbaan. Sidderend
van frustratie zocht ik oogcontact met de moeder van Basta.
‘Hoe durf jij
mijn kind aan te raken?’, vroeg ik dreigend en langzaam op drift komend. Mijn
stem brak. De moeder van Basta hoorde me wel, maar keek me niet terug aan,
terwijl ze zachtjes siste:
‘Ik heb jouw zoon
niet aangeraakt!’
‘Nee, ik ben
blind zeker!’, riep ik woedend uit.
Omdat ik niet
wist waar ik het zoeken moest van kwaadheid, viste ik onwillekeurig naar morele
steun om me heen. Ik herinner me de geamuseerde gezichten van andere
hulpouders. De sensatielust van de geagiteerde kinderen in de gymzaal gierde
door de bedompte ruimte. Met Walter in de buurt viel er altijd wat te beleven.
Ik wees naar de pijnplek. Het rode oorlelletje van Walter. Zoiets moet toch
niet mogen!? Ook niet op een mislukte eliteschool als De Wielewaal. Dit keer
richtte de moeder van Basta zich wel rechtstreeks tot mij:
‘Kankerteef’,
wist ze fijntjes.
Walter stoof
meteen op:
‘Jij hebt aan m’n
oor getrokken!’, schreeuwde hij.
‘En jij duwt
andere kinderen onder een auto. Dus niet janken, zeikertje’, viel de moeder van
Basta kijvend uit haar rol.
Met een kromme
wijsvinger met zwarte laknagel in de lucht benadrukte ze haar aanklacht tegen
Walter. Vanwege mijn ongeloof over het taalgebruik van het platvloerse
Wielewaalbuurtwijf, moest ik even de tijd nemen om haar primitiviteit door te
laten dringen.
‘Zeg jij nou
zeikertje tegen mijn zoon?’
De sfeer in de
gymzaal werd grimmiger. De aanwezige volwassenen; dus de leerkrachten en
overige hulpouders, hielden de spelende en sportende kindermeute nog maar met een half oog en oor in de gaten
om stiekem zo veel mogelijk mee te kunnen pikken van het gevecht tussen de
moeder van Basta en mij.
‘Ja, en hij heeft
het van geen vreemde ook’, grijnsde de moeder van Basta weer gekalmeerd, omdat
ze zich gesteund wist door de incrowd.
Verbijsterd zocht
ik nogmaals tevergeefs en tegen beter weten tussen de honende hoofden naar
gezond verstand. De docenten en hulpouders in mijn vizier begonnen de situatie ongemakkelijk te ontzien. Om te voorkomen dat ik vlam zou
vatten, wenkte ik Sabine die net haar blokkenrace had afgerond. Zwijgend voegde
onze dochter zich bij Walter en mij, waarna wij gedrieën de afmars richting
kleedkamers inbliezen.
Thea schrok van
Walter die ineens voor haar stond op het overdekte terras in de achtertuin.
‘Wat eten we
vanavond?’, vroeg hij ongeduldig.
Thea knipperde
met haar ogen tegen het elektrische licht. De tuinlamp op het overdekte terras
was automatisch aangesprongen door de
komst van Walter. Thea keek rechts onderin het verlichte scherm van haar laptop
en zag dat 7 uur in de avond was. Voorbij etenstijd.
‘Jullie mogen
best een frietje halen’, opperde ze
beschaamd.
Ze had hier de
hele middag op de bank op het overdekte terras in de achtertuin op haar laptop
zitten tikken aan haar mailtje voor directeur Yin van De Wielewaal. Het verslag
was nog niet af en nu al veel te lang geworden. Enfin, dat was niet haar
probleem. Directeur Yin moest toch zo nodig op de hoogte gehouden worden van
het wel en wee op De Wielewaal? Dan zou hij een gedetailleerde rapportage
krijgen ook. Pas toen ze opstond van de tuinbank, merkte Thea hoe stijf een
mens wordt van urenlang stilzitten op een houten plank in een vochtige
omgeving. De herfstregen van die zaterdagmiddag druppelde nog hoorbaar na van
de takken van de pruimenboom en het afdak van het overdekte terras op het
tuinpad in de duisternis van de vallende avond.
‘Alweer?’,
zuchtte Walter veelzeggend.
Thea ritste haar
parka open en wapperde met de losse voorpanden wat frisse lucht naar zich toe.
Gisteren had ze Bart en de kinderen ook al naar de frietboer gestuurd. Ze was
zo overprikkeld geweest van de botsing met de moeder van Basta, dat ze niets
anders kon dan in cirkeltjes draaien. De gebeurtenissen in de gymzaal bleven
zich maar in haar hoofd afspelen. Alsof repetitie de enige manier was om de
perikelen te kunnen verwerken. Herhaling leek het voorval steeds kleiner te
maken; totdat het gebeuren uiteindelijk net zo minuscuul zou zijn als het
laatste poppetje van een Matroesjka. Maar zover was Thea nog lang niet en tot
die tijd dreef ze Bart en de kinderen tot radeloosheid met haar gepieker. Het
hele huishouden dreigde in het honderd te lopen. Thea besloot om de spanningen
niet op de spits te drijven. Bart droeg op zijn manier al meer dan genoeg bij
aan de menagerie van het gezinsleven. Thea kon niet van hem verwachten dat hij
ook nog eens achter het fornuis zou gaan staan. Hij had niet eens herfstvakantie
in tegenstelling tot de kinderen. Thea weliswaar ook niet; maar een huisvrouw
heeft nooit vrij. Dus kwam Thea haar zoon met tegenzin tegemoet.
‘Ik maak wel
spaghetti’.
‘Lekker’, vond
Walter, waarop hij meteen naar binnen snelde om het goede nieuws over te brieven
aan Bart en Sabine.
‘Ze gaat koken!
We eten spaghetti’.
De derde persoon
waarin Walter over haar sprak stak Thea:
‘Ze gaat koken.’
Alsof ze niet al
jarenlang zo goed als iedere dag een warme maaltijd voor het hele gezin op
tafel zette en ze een onvoorspelbare, psychiatrische patiënt was bij wie het
kon vriezen of dooien. En dat terwijl Thea met een gerust hart van zichzelf
durfde te beweren dat ze vrij constant was. Meestal. Alleen nou even niet, maar
het was toch logisch dat ze onder de indruk was van de herrie gisteren in de
gymzaal en dat ze even wat tijd voor zichzelf nodig had om de chaotische
toestanden op een rijtje te zetten? Zeker omdat het leed nog niet geleden was
toen Thea en de kinderen gisteren voortijdig van de sport – en spel dag thuis
kwamen. Het onheil naderde in de vorm van telefoongerinkel. Het was de moeder
van Kevin. Onvoorbereid nam Thea de hoorn van de bakelieten huistelefoon op in
de veronderstelling dat ze Bart aan de lijn zou krijgen. Viel dat even tegen.
‘Ja Thea, je
spreekt met Jolijn’, bitste een kort afgemeten vrouwenstem in het open oor van
Thea.
‘Dus?’, snauwde
Thea op haar qui-vive.
‘Ik ben de moeder
van Kevin’, lichtte Jolijn ongeduldig toe.
‘Ja, ik weet wel
wie je bent, maar ik wist alleen niet dat je Jolijn heette’.
Thea hoorde zelf
wat een onzin ze uitkraamde. Dat nam niet weg dat ze genoot van het effect op
Jolijn. Er hing een vraagteken en verwarring in de ether, maar Jolijn liet zich
niet lang knock out slaan. Ze had een missie.
‘Ik hoorde dat
Walter mijn Kevin onder een auto geduwd heeft.
‘Je moet niet
alles geloven wat je hoort’, antwoordde Thea tam.
‘Ik zou maar geen
grapjes maken als ik jou was’, dreigde Jolijn met klem.
‘Ik maak geen
grapjes. Van wie heb jij trouwens gehoord dat mijn Walter jouw Kevin onder een
auto geduwd heeft?’
‘Van Kevin.’
‘Ah, blij te
horen dat hij nog leeft.’
‘Ja, dat had er
nog bij moeten komen. Dat hij lichamelijk letsel had opgelopen!’, schamperde
Jolijn.
‘Kevin heeft geen
lichamelijk letsel opgelopen, omdat Walter hem niet onder een auto heeft geduwd.’
‘Dat is niet wat
ik gehoord heb.’
‘Dat kan wel
zijn, maar toch heeft Walter jouw zoon niet onder een auto geduwd.’
Thea wist zelf
niet waar ze de kalmte vandaan haalde.
‘Nou tegen een
auto geduwd dan’, gaf de moeder van Kevin een beetje toe.
‘Ook niet tegen
een auto geduwd.’
‘Hoe weet jij dat
zo zeker, Thea?’
‘Van Walter,
Jolijn.’
‘Walter liegt.’
‘Nee, herstel;
Kevin liegt.’
‘Je weet net zo
goed als ik dat dat niet waar is Thea.’
‘Wat?’
‘Walter liegt
altijd, dat weet iedereen.’
‘Ik weet zeker
dat Walter niet liegt!’, antwoordde Thea rustig.
De energie van de
telefoonverbinding werd grimmiger. Jolijn was merkbaar geen tegenspraak gewend.
Op haar werk en thuis had ze altijd gelijk.
‘Wat doe jij voor
werk Thea?’
Wat was dat nou
ineens voor een zijsprong? Thea besloot op veilig te spelen.
‘Thuiswerk’.
‘Ik ben lerares
in de bovenbouw van een vwo. Ik weet hoe kinderen zijn en Walter is niet
normaal.’
Thea had nooit
gedacht dat haar tropenjaren op De Wielewaal haar nog eens te pas zouden komen.
Bleek ze in de loop van de tijd toch een olifantshuid te hebben gekweekt. Die
hele Jolijn kon roepen wat ze wilde; Thea liet zich niet meer gek maken. Dat
ging niet eens meer, want ze was allang gestoord.
‘Wat geef je voor
een vak in de bovenbouw van het vwo?’, vroeg ze liefjes.
Ondanks dat de
vraag Jolijn hoorbaar irriteerde, gaf ze toch antwoord.
‘Aardrijkskunde,
hoezo?’
‘Oh, nee, als je
aardrijkskunde geeft dan snap ik wel dat je precies weet hoe alle kinderen in
elkaar zitten’, lachte Thea spottend.
‘Je gaat me toch
niet vertellen dat jij niet weet dat Walter abnormaal is?’
Jolijn meende wat
ze vroeg.
‘Ja’.
‘Wat nou ja?’
‘Ja, ik ga je
vertellen dat ik niet weet dat Walter abnormaal is.’
‘Walter is
abnormaal Thea.’
‘Ik vind Kevin
abnormaal.’
‘Pardon?’
Het begon
langzamerhand tot Jolijn door te dringen dat de moeder van Walter minder
voorspel- en manipuleerbaar was dan de rest van de wereld. Er sloop een zweem
van fascinatie in haar tegendruk.
‘En waarom vind
jij Kevin abnormaal als ik vragen mag?’
‘Dat mag je
vragen en ik zal ook antwoorden. Ik vind Kevin abnormaal omdat hij mijn zoon
vals beschuldigt.’
Daar had Jolijn
even niet van terug. Maar na een pijnlijke stilte, kwam ze toch met een
weerwoord:
‘Ik had gehoopt
dat we er samen wel uit zouden kunnen komen.’
‘Ja, door Walter
de schuld te geven. Mooi niet dus. Doe maar aangifte bij de politie. Eens
kijken wie er gelijk heeft.’
‘Natuurlijk doe
ik geen aangifte bij de politie’, riep Jolijn bekoeld uit.
‘Waarom niet?
Kevin beweert dat hij onder een auto is geduwd. Dat lijkt me niet niks. Hij
zegt dat Walter de dader is. Ik denk dat Walter zich wel kan verdedigen.’
‘Nou, Kevin ook
hoor!’
‘Nou dan!’
‘Thea, ik denk
niet dat we er samen uit gaan komen!’, besloot Jolijn.
Ze klonk
ondersteboven.
‘Ik denk het ook
niet’, zei Thea nog tegen dovemansoren, want Jolijn had de hoorn al op de haak
gegooid.
’s Avonds na de
spaghetti nam Thea aan de keukentafel het besluit om haar mail aan directeur
Yin af te ronden en niet verder uit te wijden over het belletje van Jolijn.
Achter haar maakte de afwasmachine een instemmend gorgelend geluid. Thea deed
vooral zichzelf een plezier met het commando ‘mail verzenden’ op haar laptop
die opengeslagen voor haar, tussen enkele vergeten spaghettislierten en
gemorste plasjes bolognaisesaus, op de keukentafel lag. Haar verslag aan de
directie van De Wielewaal was al lang genoeg. Na de herfstvakantie zouden Yin
en Yang, los van haar genuanceerde relaas, ook nog met de verongelijkte ouders
van Kevin geconfronteerd worden. Om maar niet te spreken van het te verwachten
beklag van de ouders van Basta. Thea moest alle schijn van indoctrinatie met
voorbedachte rade van het inschattingsvermogen van de heren directeuren, die
amper op De Wielewaal ingeburgerd waren, voorkomen. Immers, al ligt de waarheid
klinkklaar voor, de leugen vindt altijd gehoor.
HOOFDSTUK 47
Thea was
emotioneel uitgeput na haar uitgebreide mail aan directeur Yin over het fiasco
van de sport- en spel dag op De Wielewaal. Er had zich een ramp voltrokken al
meteen aan het begin van het ambitieuze schooljaar van de crisisdirecteuren Yin
en Yang. Alles wat fout had kunnen gaan op een sport- en spel dag was mis
gegaan. Stelletje opportunisten. Die Yin en Yang. Om maar niet te spreken van
Walter. Zijn omstreden aandeel in de puinhoop was op De Wielewaal in no time
een algemeen gedeeld geheim. Het gemoed van Thea dreigde te imploderen door de
onuitgesproken implicaties. Toch had de mail naar directeur Yin haar
rechtvaardigheidsgevoel goed gedaan en leek haar inwendige storm daardoor
enigszins geluwd. Het lukte haar om genoeg afstand te nemen en zich daarmee
tijdelijk een onverschillige houding ten opzichte van De Wielewaal aan te
meten. Eerst maar eens opladen.
Met het humeur
van Thea was ook het weer omgeslagen. Een nazomerzon had de stromende regen
verdreven en reeg de resterende tijd van de herfstvakantie aaneen in lome dagen
van oker licht en behaaglijke warmte, waarin Thea op adem kwam. Geen
Huiswerksterkklanten deze week, maar nog wel oefenen met Sabine en de laptop
met daarop de online citotrainer. Buiten op het grasveld in de tuin.
Onderuitgezakt in de tuinstoelen met Walter, Bart en Yolohond ergens in de
buurt. Bij huis. En de katjes niet te vergeten; Doorn en Roosje. Doornroosje.
Honderd jaar slapen! Als dat zou kunnen! Soms kwamen de huisfiguranten even de
neus laten zien.
‘Wie doet ons
wat?’, durfde Thea op zulke momenten zelfs te denken.
Zelfs de snelle
reactie van directeur Yin op haar mail beroerde haar even niet. Hij stelde een
gesprek voor direct na de herfstvakantie. Alweer een gesprek. Alsof er zonder
Thea al niet genoeg werd geouwehoerd in de onderwijswereld. Dit keer moest
Walter – de vermeende aanstichter van de sport- en spel dag flop - ook maar
meekomen. Wie A zegt moet ook B zeggen.
‘Stuur jij effe
een bevestiging terug?’, beval ze onderuit gezakt aan boodschapper Bart.
Haar blote armen
liet Thea langs de leuningen van haar tuinstoel
afhangen. Terwijl ze citotrainde met Sabine, aaide ze grassprietjes met
de toppen van haar vingers. Kwestie van prioriteiten stellen, want zo’n herfstvakantieweek
had de gevoelslengte van een milliseconde.
In een oogwenk
was ze dan ook weer terug op de basisschool van haar kinderen en leek Walter
gekrompen aan de immense vergadertafel van De Wielewaal, terwijl hij normaliter
boven gemiddeld groot was voor zijn 10 jaren. Directeur Yin liet op zich
wachten. Thea zat naast Walter en verbeet zich. Innerlijk bereidde ze zich voor
op een teleurstelling. Er hing een domper in de lucht die voorspelde dat
directeur Yin niet meer dezelfde zou zijn als anderhalve maand geleden tijdens
hun eerste ontmoeting, waarbij ook directeur Yang aanwezig was geweest.
Inmiddels hadden Yin en Yang natuurlijk ook nader kennis gemaakt met de
opperouders van De Wielewaal. Luizenvader Jan Doedel van Pepijn uit groep 7 om
maar eens een gruwel te noemen. Of professor Pronken bijvoorbeeld. De erudiete
vader van het vriendje van Walter. Marcus uit groep 7. En Jenny uiteraard; de
moeder van Tim. Nog een maatje van Walter. Zijn moeder Jenny was net zo
flirterig als de mama van Nana uit groep 8. Overjarige Agnes. En dan de
markante vader van Alfred in de rolstoel uit de zesde klas en Boris uit groep
8. Alias; Gert de gemeentefunctionaris die onderhands vanalles wist te regelen
en die iedereen daarom maar beter te vriend kon houden. Plus de schreeuwers
tijdens de vergadering van groep 8. Evelien en Jelle van Fransje; Marit en
Harry van Luna; de ouders van het huilmeisje Mathilde. Dan waren er nog Maud
van Happy en Ronny en al die andere papa’s en mama’s, verzorgers en aanhang van
ruim 200 kinderen op een basisschool onder het vergrootglas van een paar
troubleshooters. Thea kende haar plaats al voordat directeur Yin er haar op
gewezen had. De klik die er geweest was tussen hem en haar tijdens de eerste
bijeenkomst bood geen enkele garantie voor successen in de toekomt. Ook al had
directeur Yin haar nog een bedankmailtje gestuurd na het eerste gesprek.
‘Dank je Thea. Ik
vond het een goed gesprek.’
‘Dat heeft hij
geleerd op de manager cursus. Positieve feedback na een confrontatie met een
ouder’, lachte Thea spottend, terwijl ze een bedankje terug mailde.
‘Dank je Yin. Ik
vond het ook een goed gesprek.’
‘Ja, maar hij
meent wel wat hij mailt’, probeerde Bart hoopvol.
Hij was blij dat
Thea eindelijk een luisterend oor op De Wielewaal gevonden had en Thea was blij
dat Bart blij was. Maar voor zichzelf wist ze wel beter. Getraind als Thea was
in haar omgang met opgedrongen exclusiviteit en wurgende groepsdruk. In topvorm
was ze. Noodgedwongen door haar tropenjaren op De Wielewaal stond ze allang
beter bekend als tirannieke Thea. Directeur Yin zou haar nooit kunnen bijbenen.
Ondanks wederzijdse sympathie. Zijn positie als directeur van een basisschool
en crisismanager liet geen speelruimte om zich met buitenstaanders als Thea te
verbinden. Directeur Yin was bij voorbaat gedoemd om gewetensvol achter te
blijven op elk punt waarop Thea formeel te ver zou gaan.
Een kwartier te
laat kwam hij de vergaderruimte binnen gestormd
alsof hij zich gehaast had om op tijd te komen. Hij herstelde zich, nam
een no-nonsense houding aan en richtte zich tot Walter.
‘Heb je een fijne
herfstvakantie gehad, Walter?’, vroeg hij vriendelijk.
Directeur Yin nam
tegenover Thea aan de andere kant van de vergadertafel plaats. Hij ontweek het
oogcontact dat Thea tot stand probeerde te brengen.
‘Best hoor’,
antwoordde Walter niet op zijn gemak.
Directeur Yin
viel maar meteen met de deur in huis:
‘Weet je nog wat
er voor de herfstvakantie gebeurd is op de sport- en speldag?’
Directeur Yin
haakte zijn vingers ineen en keek Walter van opzij doordringend aan.
‘Ja, natuurlijk
weet ik dat nog’.
Walter klonk
verontwaardigd. Hij was geen kleuter. Thea zweeg. Ze was op haar hoede. Ze zou
pas ingrijpen als directeur Yin haar zoon onheus zou bejegenen. Als hij hem
vals zou beschuldigen bijvoorbeeld. Of hem woorden in de mond zou leggen. Tot
dusver zag ze echter geen reden om tussenbeide te komen en directeur Yin lette
niet op haar. Hij was veel te druk bezig om de juiste toon tegen de leerling
Walter te zetten.
‘Hoe vond jij de
sport- en spel dag Walter?’
Directeur Yin
hield zijn gezicht in een welwillende plooi. Alsof hij het kind naast zich aan
de vergadertafel oprecht beter wilde leren kennen.
‘Ik vond er niks
aan. We moesten allemaal naar de gymzaal, omdat het heel hard regende en toen
mochten we nog niet naar binnen. We moesten wachten en wachten en wachten. Eerst moesten alle buitenspelletjes naar binnen,
naar de gymzaal gesjouwd worden. Daarna was alles veel te druk. Wel 200
kinderen en zo hup van buiten naar binnen in een gymzaal. Iedereen deed maar
wat. Niemand hield zich aan de regeltjes. Dat moet ik eens doen! Me niet aan de
regeltjes houden hier op De Wielewaal. Als ik me niet aan de regeltjes houd dan
krijg ik altijd straf. Ik zat bij de moeder van Basta in het groepje en zij
draaide aan mijn oorlelletje, toen ik zei dat zij zich niet aan de
spelregeltjes hield. Toen kwam mijn moeder erbij.’
Hier stopte
Walter zijn relaas. Hij wreef illustratief over zijn rechteroorlelletje bij de
herinnering van de fysieke pijn die de moeder van Basta hem een week geleden
toegebracht had. Hij zweeg net zo plotseling als hij begonnen was met praten.
Met het oprakelen van zijn versie van de sport- en spel dag, was ook zijn
boosheid weer in alle hevigheid teruggekomen. Woest loerde hij naar opzij om
toch maar even de stemming te peilen. Directeur Yin luisterde afwachtend.
Onbeweeglijk en kaarsrecht met de armen voor zich uitgestrekt op de
vergadertafel. Er viel een pijnlijke stilte die directeur Yin verbrak met een
vraag naar de bekende weg, teneinde het kind weer tot verder praten aan te
zetten:
‘Want mama was
ook in de gymzaal?’
‘Ja, ze was
begeleidster van een groepje met mijn zus Sabine uit groep 8’, vulde Walter
volgzaam aan.
Thea besloot om
niet in te grijpen door Walter te gebieden om de directeur netjes aan te kijken
tijdens zijn antwoord. De natuur moest maar zijn beloop hebben vandaag. De wet
van de sterkste.
’En toen kregen
de moeder van Basta en jouw moeder ruzie?’, vervolgde directeur Yin.
Dit keer richtte
Walter zich wel rechtstreeks tot de beste man naast zich:
‘Ja, omdat de
moeder van Basta aan mijn oorlelletje had getrokken en Basta stak ook nog zijn
middelvinger naar mijn moeder op!’
Directeur Yin
boog voorover en liet zijn kin in beide handen rusten. Hij zuchtte:
‘Het kan me niet
zoveel schelen waarover moeders ruziën. Dat moeten ouders onderling maar
uitvechten, vind je niet?’
De verhulde sneer
naar zijn moeder ontging Walter niet. Zo klein als hij was. Hij begon directeur
Yin te wantrouwen. Directeur Yin signaleerde de groeiende afstand ook, terwijl hij toch bekend stond om zijn
verbindende talent. Meestal had hij al na twee zinnen de juiste aanpak van een
gesprekspartner gevonden, maar bij deze leerling sloeg zijn trucje niet aan.
Thea merkte dat directeur Yin bij iedere aanhef een treetje hoger nam op de
vergelijkende trap van basisschooljongetjes van 10 jaar. Het reactiepatroon van
Walter verwarde hem. Alsof het kind onpartijdig volwassen situaties kon
overzien en beredeneren, hetgeen theoretisch onmogelijk is op zijn leeftijd. De
probleemanalyse van een mislukte sport – en spel dag is voor het overgrote deel
van de basisschoolkinderen toch echt een brug te ver. Directeur Yin was echter
ook een man van de praktijk en hij stond nergens meer van te kijken. Hij nam de
volgende trede:
‘Het kan me wel
schelen waar jij ruzie over hebt gemaakt tijdens de sport- en speldag. Want je
hebt ruzie gehad op de sport- en spel dag toch?’
‘O, met Kevin?’,
gaf Walter meteen toe.
‘Wat is er
gebeurd?’
‘Kevin zegt dat
ik hem voor een auto geduwd heb’, smaalde Walter.
‘Ik vraag niet
wat Kevin gezegd heeft, maar ik wil graag jouw kant van het verhaal horen?’
‘Ja, want een
verhaal heeft altijd twee kanten’.
Walter was
cynisch. Directeur Yin zocht nu wel oogcontact met Thea. Hij keek bevreemd.
Thea haalde haar schouders op. Walter was Walter en ja hij kon cynisch zijn.
Ook al was hij pas 10 jaar. En dan hield hij zich hier aan de vergadertafel nog
in uit beleefdheid. Directeur Yin zou Walter thuis eens bezig moeten horen met
zijn zus Sabine van 11. De taalhandelingen zouden hem om de oren vliegen. Toch
kon Thea de onwennigheid van directeur Yin wel enigszins begrijpen. Hij had
immers naam gemaakt als crisismanager op verschillende, zwarte scholen door het
land. Met zwarte scholen worden scholen
met kinderen van uiteenlopende nationaliteiten bedoeld. Kinderen uit gezinnen
met veelal een hiërarchische opvoedingscultuur die openlijk gepredikt wordt. De
wil van de opvoeder is wet en eigenzinnige kinderen worden niet op prijs
gesteld. Dat na wat dieper graven op witte scholen precies dezelfde
heerszuchtige principes leven, had directeur Yin op dat moment misschien kunnen
raden of moeten weten. Zijn inschattingsvermogen was wellicht al vertroebeld
door de schone schijn. Dus door de hypocrisie van het zogenaamde ruimdenkende
docententeam en de quasi vrijgevochten opperouders op De Witte Wielewaal. De
gedachte aan een mogelijke indoctrinatie van directeur Yin, gaf Thea niet
bepaald positieve energie. Vermoedelijk verwachtte hij dat het gebekte
weerwoord van Walter een voorbode was van de mondigheid die hem in zijn tijd
als troubleshooter van de witte kinderen op De Wielewaal te wachten zou staan.
Thea had hem van het tegendeel kunnen overtuigen, maar waarom zou ze? Directeur
Yin werd betaald voor zijn mensenkennis. Niet zij.
Het zag erna uit
dat directeur Yin zich schrap zette. Alsof hij alle zeilen bij moest zetten om
de snotneus aan zijn zijde geen oorvijg te verkopen. Hij herpakte zich
manmoedig en Thea kon zijn prevalerende principes bijna aanraken. Elk kind
heeft het recht om serieus genomen te worden. Zelfs wijsneus Walter.
‘Dus je hebt
Kevin niet voor een auto geduwd?’, drong directeur Yin aan.
‘Nee, natuurlijk
niet. Ik ga toch niemand voor een auto duwen?’, benadrukte Walter met tranen in
zijn stem.
Hij sprak als een
volwassene, maar gedroeg zich naar zijn leeftijd. Hopelijk was directeur Yin,
ondanks alle ruis, toch in staat om Walter te zien voor het 10jarige kind dat
hij was. Walter verklaarde zich nader:
‘Kevin deed
kungfu. Dat is een vechtsport. Dan trap je bijvoorbeeld met één been in de lucht en toen wankelde
hij. Na die kungfubeweging kwam hij nog maar net op zijn twee voeten terecht en
deed een stap naar achteren. Toen stond hij op straat. Precies toen kwam er ook
een auto voorbij. De auto reed heel langzaam. Dat komt omdat de weg bij de
gymzaal maar een klein straatje is. De auto raakte Kevin net niet, maar hij
begon toch te huilen, omdat hij Kevin is. Kevin huilt heel snel en vaak. Bijna
iedereen lachte hem uit. Toen stond hij voor gek. Daarna rende hij de school
binnen. Hij gilde. Ik hoorde dat hij tegen de juffen en de nieuwe meester riep
dat ik hem onder een auto geduwd had.’
‘Waarom zou Kevin
dat doen, denk je?’, vroeg directeur Yin half overtuigd.
‘Wat?’
Er viel een
pijnlijke stilte die Walter op zijn fatsoen trok:
‘Sorry, wat
bedoelt u?’
Directeur Yin
herformuleerde zijn vraag.
‘Waarom zou Kevin
beweren dat jij hem voor een auto geduwd hebt, terwijl jij zegt dat je dat niet
gedaan hebt denk je?’
‘Dat weet ik
niet’, antwoordde Walter innemend.
Thea wilde zich
nergens mee bemoeien, maar ze dacht:
‘Dat weet je
wel’.
Alsof Walter de
gedachten van zijn moeder kon lezen vervolgde hij:
‘Ik denk, omdat
Kevin uitgelachen werd. Dat is zo vaak en dan geeft hij altijd mij de schuld.’
‘O.k.’, bracht
directeur Yin na een veel te lange denkpauze peinzend uit.
Thea zag hem
twijfelen aan de geloofwaardigheid van de input van Walter. Hoeveel had zijn
moeder hem ingefluisterd? Thea hielp directeur Yin uit zijn impasse:
‘Hij spreekt zijn
eigen waarheid, hoor. Walter heeft niet vooraf een vragenlijst mogen inzien,
waarvan hij de antwoorden met mij heeft
kunnen instuderen voordat jij hem aan een kruisverhoor ging onderwerpen. Hij
improviseert.’
Directeur Yin had
Thea wel gehoord, maar richtte zich direct tot Walter:
‘Moest jij ook
lachen om Kevin?’
‘Nee’
‘Maar iedereen
lachte?’
‘Bijna iedereen.
Ik niet. Ik vind Kevin niet om te lachen’, bromde Walter plausibel.
‘Waarom ben je
dan niet op meester Vik afgestapt met jouw probleem?’
‘Welk probleem?’
Walter keek
zoekend om zich heen. Thea zou ook weleens willen weten waar het probleem van
Walter lag.
Directeur Yin
zocht naar woorden en deed, uit gebrek aan beter leek het wel, een absurde
suggestie.
‘Je had aan
meester Vik kunnen vertellen hoe jij denkt dat de sport – en spel dag beter had
gekund. Daarmee had je ruzie met Kevin kunnen voorkomen.’
Zo’n kwikfiks
voor een kind van 10 verzin je als
directeur van een basisschool alleen maar ter plekke. Bij gebrek aan beter. Om
na een nachtje slapen de absurditeit ervan in te zien. Walter schudde meteen al
zijn hoofd.
‘Dan moet ik
tegen een volwassen man zeggen wat hij moet doen. Dat mag ik niet van mijn
vader.’
Directeur Yin
trok zijn hoofd in de nek. Werd hij nou terecht op zijn vingers getikt? Betrapt
sprak hij zijn didactische mond voorbij:
‘Je moet zeker
geen dingen doen die je niet mag van je vader, maar je mag van mij ook niet
zomaar eigen rechter spelen en ik ben de directeur van De Wielewaal.’
‘Sorry’, piepte
Walter deemoedig.
Thea greep in en
hoonde:
‘Nee, hij moet
over zich heen laten lopen!’
Haar stem schoot
uit, waardoor de misser van directeur Yin nog eens extra betoond werd met een
felheid die in één klap uiting gaf aan haar opgekropte mening over de kwestie.
Verslagen keek directeur Yin haar een seconde aan, met ogen die vroegen wat hij
dan volgens Thea anders had moeten zeggen en doen? Dit keer was het haar beurt
om zijn blik te ontwijken. In de gespannen sfeer die daarop volgde, schorste
directeur Yin de vergadering. Thea en Walter zouden nog van hem horen.
Thea vroeg zich
af of Kevin en zijn moeder – Jolijn – in die periode ook op een veroordeling
van directeur Yin zaten te wachten? Hadden zij ook een ontmoeting met het
onderwijsbeest gehad? Zo ja, dan was het relmuisje op De Wielewaal verzekerd
van een staartje. Jolijn was het type dat het voortouw nam bij elke
onderhandeling. Net zoals ze geprobeerd had om Thea te overrompelen in het
telefoongesprek over het zogenaamde vergrijp van Walter. Dat manipulatieve
gedrag zou zich wreken. Directeur Yin had tijdens zijn nadere kennismaking met
Thea in ieder geval blijk gegeven van een krachtige persoonlijkheid. Hij liet
zich niet intimideren door ouders. Hij zou zich niet laten koeioneren a la
Willy Bakbruin. Bovendien rende Kevin na de herfstvakantie – gelukkig maar -
onveranderd gezond en wel op de speelplaats en door de gangen van De Wielewaal.
Hierdoor werd het gerucht van de vermeende duw door Walter van Kevin onder een
rijdende auto stukken minder spectaculair. De voortdurende schoolroutine en het
tikken van de tijd deden het incident tenslotte in de vergetelheid geraken.
Maar de geruchtenmolen was weer in gang gezet en draaide als vanouds op volle
toeren door. Al was het maar in de hoofden van Yin en Yang.
Hierbij had Thea
het graag gelaten voor wat betreft haar betrokkenheid bij de
herstelwerkzaamheden van de troubleshooters op de basisschool van haar
kinderen. Ze had genoeg te stellen met haar werk voor Huiswerksterk en het
klaarstomen van Sabine voor de komende
allesbeslissende citotoets. Inmiddels was juffrouw Siepie de saimiri in
groep 8 voorgoed van de baan en veilig afgevoerd naar groep 6 in samenwerking
met juffrouw Marijke. De directeuren Yin en Yang hadden zich dus niet van hun
rigoureuze maatregelen laten afleiden door het hevige protest van de
opperouders op de voorlichtingsavond aan
de start van het jaar. De opperouders waren faliekant tegen het vertrek van de
schooltrol uit groep 8. Diepe buiging voor de standvastigheid van Yin en Yang.
Nu moest Jeewee nog zijn draai vinden als alleenheerser in de klas van Sabine.
Het was te verwachten dat hij hiervoor verviel in zijn typerende toffe peer
gedrag. De aloude kolder die hij in het verleden ook al in de combiklas voor de
opperouders had aangezwengeld. Die slappe ongein van; doe niet, doe niet, want
ik vind het zo leuk; ons kent ons en had je wat. Opnieuw dat hele kinderspel.
Het preutse geflirt van Jeewee in de deuropening van zijn lokaal met de krolse
mama’s van dertig plus. De cafépraat met de ongeschoren papa’s op een nuchtere
maag. Onderbroekenlol waartegen Thea niet iedere schooldag even goed bestand
was. Aanvankelijk deed ze toch maar weer wat in haar vermogen lag om leuk mee
te socialiseren met de meester van haar dochter. Desnoods sloot ze vlak voor
aanvang van de lessen achteraan in de rij met smachtende groupies bij de
kapstokken in de gang ter hoogte van het lokaal van groep 8. De kans om haar en
daarmee Sabine voor de zoveelste keer over het hoofd te zien hoopte Thea op die
manier voor Jeewee te verzieken. Behalve op de ochtenden waarop heerszuchtige opperouders
zoals bijvoorbeeld mama Evelien of papa Jelle van Fransje of de goedmoeder
Moira van Kasper uit de klas van Sabine haar voor waren en de aandacht van
Jeewee al hadden opgeëist. De vluchtneigingen die Thea hierdoor nauwelijks nog
kon onderdrukken kregen op zulke momenten de overhand en dat gebeurde helaas
als vanouds weer vaker wel dan niet. Het was nog steeds niet om aan te zien was
hoe dweperig Jeewee zich wederom stond uit te sloven om bij deze quasi
ongenaakbare terrorouders in de smaak te vallen. Yin en Yang of niet.
‘Stel je maar net
zo arrogant op en je wordt door Jeewee op dezelfde onderdanige manier
behandeld’, had Bart al zo vaak aan Thea
uitgelegd
‘Waarom zou ik
dat willen?’, walgde Thea.
‘Nou dan’, vond
Bart.
Maar daar nam
Thea geen genoegen mee:
‘Moet ik je eraan
herinneren dat de vader van Fransje – die Jelle – mij letterlijk voor gek heeft
ezet op de ouderavond van groep 8?!’
Bart haalde zijn
schouders op:
‘Denk je dat
Jeewee daarmee bezig is?’
Thea wist ook wel
zeker van niet, maar toch maakte ze zo snel mogelijk dat ze uit De Wielewaal
weg kwam met de stamhoofden van de opperouders – dus Jelle bij groep 8 en in
het geval van groep 7 professor Pronken
van Marcus - in de kijker. Een haastige
kus op de voorhoofdjes van haar kinderen. Jassen aan de kapstok en wegwezen.
Met een noodgang het schoolgebouw uit in de hoop om de verse herinnering aan de
openlijke smaad van een groot deel van het gezelschap tijdens de ouderavond in
het klaslokaal van groep 8 aan het begin van het schooljaar te ontvluchten.
Op het moment
zelf tijdens de toenmalige ouderavond had Thea gezegevierd, omdat de hele
Wielewaalkliek zichzelf zo te kijk had gezet ten koste van haar reputatie.
Jelle, de gedreven papa van Fransje, had de rol van openbare aanklager op zich
genomen. De aanval kwam er vrij vertaald op neer dat tirannieke Thea met gemak
door kon gaan voor heks. Zo’n achterbakse toverheks die in de middeleeuwen
allang op de brandstapel zou zijn geëindigd. Hoe primitief kun je zijn? En
hoewel de directeuren Yin en Yang de hetze vermoedelijk meteen hadden doorzien,
was van nagenieten van deze overwinning geen sprake. In de nasleep van de
roemruchte ouderavond gedroegen alle getuigen zich alsof Thea niet persoonlijk
geraakt was door een geflipte ouder. Zo leek het wel of de aanval van Jelle
gedoogd werd door; een overweldigde Yin en Yang; een apathische juffrouw
Marijke; een laffe Jeewee; en een lokaal vol jaknikkers. Het schot in eigen
doel van de opperouders dreigde op die manier compleet teniet gedaan te worden.
Daar kwam nog bij dat Thea de impact op de directeuren Yin en Yang van de
ontsluierde heksenjacht niet in kon schatten. Thea zat echt niet te wachten op
steunbetuigingen. De Wielewaal draaide niet om haar welbevinden, maar om dat
van de kinderen. Door de openbare veroordeling van Thea had de kouwe kakkliek
van groep 8 zich weliswaar van hun slechtste kant laten zien aan de
troubleshooters, maar het was de vraag in hoeverre twee heren van buitenaf in
staat waren om het voorval in perspectief te plaatsen. Waarom zouden ze na de
uitschieter van papa Jelle kritiekloos op één lijn gaan zitten met tirannieke
Thea?
Zelfs Bart bood
geen troost. Hij geloofde niet in het gezichtsverlies dat in de verbeelding van
Thea hoe langer hoe groter werd. In zijn ogen was Thea bijna een martelares.
‘Iedereen van
buitenaf ziet meteen dat de opperouders op De Wielewaal compleet van het padje
af zijn. Met die insider Jelle voorop!’
Maar Bart was
geen getuige geweest van de leeuwenkuil. Hij had niet letterlijk naast haar
gezeten in de arena van de vijandige ouderavond van groep 8 en ging met zijn
conclusies alleen maar af op haar kant van het verhaal. Daarnaast was de magie
van de telefonische peptalk van Rinus Hardleers van de onderwijsstichting, als
voorbode van de komst van Yin en Yang, van voor de zomervakantie ook wel
uitgewerkt. Wat overbleef in het hoofd van Thea was de valse naklank van het
affront van de vader van Fransje. De beledigingen die hij zo schaamteloos en
met woordeloze bijval van het publiek op haar had losgelaten op bewuste
ouderavond van groep 8 als een vloek die op De Wielewaal over haar heerste:
‘Jij moet gewoon
je bek houden, achterlijk wijf! Je hebt al genoeg aangericht met jouw gezeik
constant! Je staat niet voor niks bekend als tirannieke Thea.’
En:
‘Voed jij eerst
je eigen kinderen maar eens op.’
Waarom Jelle zich
wel ongestraft als een idioot kon gedragen op De Wielewaal en zij niet, heeft
Thea tot op de dag van vandaag nog niet begrepen. Ze zou zich ook niet verder
met felle Jelle hebben beziggehouden, als Jeewee uitgerekend haar aartsvijanden
niet zo opzichtig met alle egards bleef behandelen. In de eerste weken na de
oudervergadering van groep 8 leek het
wel alsof Jeewee ’s ochtends in de wandelgangen en het lokaal van De Wielewaal
expres naar contact met - onder anderen
- Jelle en/of Evelien stond te hengelen om Thea te ergeren.
‘Dat is niet zo’,
wist Bart.
‘En dat weet jij
omdat?’, kermde Thea, omdat ze zich betuttelt voelde door haar man.
Bart herstelde
zich:
‘Nou vooruit;
misschien is het wel zo. Wat dan nog? Jeewee kan niet eens in jouw schaduw
staan, geloof me. Probeer zijn stuiptrekkingen te negeren. Je kwelt alleen
jezelf met die irritatie van jou. Zeker op De Wielewaal.’
Toch vervloekte
Thea het onverbloemde egoschuren tussen Jeewee en Jelle in de deuropening van
het lokaal van groep 8 voor aanvang van de lessen. Met resultaat, want het duurde niet lang
voordat Jeewee in een spagaat terecht kwam. Wat Thea betreft door zijn eigen
schuld. Jelle werd overmoedig. Had jaknikker Jeewee de blaaskaak Jelle maar op
tijd een halt moeten toeroepen. Op een blauwe maandag zette Jelle zich in de
groepsmail van De Wielewaal publiekelijk af tegen het nieuwe beleid van de
directeuren Yin en Yang. Van de ene op de andere dag kwam hij online in protest
tegen deelname van zijn dochter Fransje aan de aanstaande niveautoets. Hier
ging Jelle zelfs voor Jeewee te ver. De I.Q. test stond al vanaf de ouderavond
aan het begin van het schooljaar op de planning en was aldaar uitbereid door de
directeuren Yin en Yang toegelicht. Deze Nederlandse Intelligentietoets voor
het Onderwijs – NIO - werd voor de
eerste keer op De Wielewaal ingevoerd om de vervolgopleidingsadviezen voor alle
leerlingen zo accuraat mogelijk af te kunnen stemmen op het niveau van de
aanstaande middelbare scholen naar keuze. Dus geen koffiedik kijken van Siepie
de saimiri meer. Weg met het gebruikelijke natte vingerwerk op De Wielewaal dat
in het verleden alleen voor de kids van de opperouders gunstig uitpakte. Als
felle Jelle nou waarlijk principiële bezwaren tegen het afnemen van de NIO bij
zijn dochter Fransje had, waarom had hij dan niet eerder aan de bel getrokken?
Meester Jeewee kreeg loyaliteitsstress
van zijn protest op de valreep, want vanaf het moment dat de datum van de
niveautoets daadwerkelijk werd vastgesteld, leek er voor geen enkel kind van
groep 8 van De Wielewaal een ontkomen meer aan het vonnis van de uitslag van de
NIOtoets die op veel andere basisscholen allang ingeburgerd was. Beroepshalve
kon Jeewee het gewoon niet langer maken om zijn gelegenheidsvriend Jelle
openlijk te steunen en daarmee Yin en Yang af te vallen. Jeewee moest kiezen.
Dat werden uiteraard de eieren voor zijn geld.
Vandaar dat
hoogdravende paniekmailtje van Jelle aan alle ouders -en verzorgers. Hij
wilde bevestiging dat hij niet alleen op
de wereld was. Hij zocht steun, want hij was in de steek gelaten. Als een
verontwaardigd kind beriep hij zich op het vervolgopleidingsadvies van zijn
dochter. Alweer. Dat vervolgopleidingsadvies van zijn dochter dat stond immers
al vast. Juffrouw Siepie had vorig jaar in groep 7, naar aanleiding van de
uitkomst van de entreetoets, al bepaald dat Fransje naar het stedelijk
gymnasium zou gaan. Dat gymnasium was dus voor Fransje een uitgemaakte zaak.
Het aankomende citotoetsje zou daar nog
wel overheen mogen. Dat kon geen kwaad, want dat soort testjes hadden zijn
vrouw en Jelle er bij hun dochter van kleins af aan sowieso ingeramd. Maar geen
NIOtoets. Wat was dat eigenlijk een NIOtoets? Kon je zoiets eigenlijk wel
oefenen? Het was ongehoord! Wat een boer niet kent dat vreet hij niet. Alsof de
antwoorden op deze prangende vragen van Jelle over de NIOtoets niet ook allang
uit en te na door Yin en Yang mondeling besproken waren, tijdens de ouderavond
van groep 8 aan het begin van het schooljaar. Des te moeilijker zou het zelfs
voor de meest volgzame meeloper worden om het mailtje van felle Jelle niet te
lezen als een oproerpamflet. Vooral de conclusie bezorgde Thea wurgneigingen.
‘Wat voegt deze
NIO test toe en hoezo denken de heren directeuren onze kinderen te kunnen
verplichten tot een intelligentietoets? De vraag rijst beste mensen: ‘Moeten
wij deze NIO toets nog wel willen?’.
Met kromme tenen
had Thea haar telefoon een halve dag uitgeschakeld na het lezen van de
paniekbrief van Jelle. Op deze manier kon ze zich tenminste in alle rust
geestelijk voorbereiden op een online ontploffing van bijval. Zodra een
oproerkraaier zoals Jelle de knuppel in het hoenderhok had gegooid, liep haar
Wielewaalse inbox normaliter namelijk vast van de hoeveelheid steunmailtjes aan
de betreffende opperouder. Maar toen Thea ’s avonds haar telefoon weer
aanzette, terwijl ze veilig naast Bart in bed kroop, kwam haar vrees niet uit.
Bart lag met zijn rug naar haar toe en las op zijn ereader.
‘En, is het weer
raak?’, vroeg hij voor de vorm.
‘Helemaal niks’.
De stem van Thea
sloeg over van verbazing.
Bart richtte zich
over zijn schouder tot Thea:
‘Je bent
natuurlijk uit de groepsmail van De Wielewaal gegooid.’
‘Nee’, antwoordde
Thea niet begrijpend, nadat ze de eventualiteit was nagegaan.
‘Wacht , er is
wel een reactie van de directeuren.’
‘Vertel.’
Thea kon horen
dat Bart nieuwsgieriger was dan hij deed voorkomen. Ze las voor:
‘Beste ouders en
verzorgers.
Zoals bekend zal
op donderdag 30 november aanstaande in groep acht de NIO toets bij uw kind
afgenomen worden. De toets zal twee dagdelen in beslag nemen.
Deelname van uw
kind aan de NIO toets is niet verplicht, maar wordt wel stellig door ons
aangeraden.
De NIO toets
wordt u éénmalig kosteloos aangeboden. Bij vragen of op- en aanmerkingen staat
de deur naar de koffieruimte altijd open en kunt u ons gerust aanspreken.
Tot dan,
Yin en Yang’
‘Nou dat is
duidelijk’, overdreef Bart.
Thea probeerde
een redeloos verzet te beredeneren:
‘Op de ouderavond
van groep 8 zei Yang : ‘Weigeren van de NIO toets dat doet u maar één keer,
mocht u daarna de noodzaak van de NIO toets toch inzien dan hebt u pech gehad
en mag u de afname van de toets bij uw kind zelf financieren.’ Dat vond ik veel
krachtiger.’
‘De inhoud van de
mail komt op hetzelfde neer. Als die Yang letterlijk had gemaild en zwart op
wit had doorgestuurd wat jij nu citeert dan was jouw mailbox pas echt
opgeblazen, maar dan van de
verontwaardiging van de opperouders. Die troubleshooters moeten het
gesprek te allen tijde open houden. Ook voor de opperouders. Dat zijn ze
verplicht aan hun stand. Dat doen ze goed vind ik. Op deze manier durft alleen
een idioot als zo’n Jelle nog relletjes te schoppen. De meeste opperouders
willen helemaal niet met Yin en Yang geconfronteerd worden. Het merendeel wil
zeuren.’
‘Nou dan gaat het
merendeel van nu af aan toch lekker bij Yin en Yang op de koffie net als in die
goeie ouwe tijd met Willy Bakbruin’, pruttelde Thea nog wat na, terwijl ze zich
van Bart afdraaide en het donsdek over haar hoofd trok.
Bart deed nog een
laatste poging om haar gerust te stellen:
‘Het zijn
troubleshooters Thea; hun hulp is niet voor niets ingeroepen.’
‘Ik slaap!’ sloot
Thea, gedempt vanonder het dons, de dag af.
De volgende
ochtend was de mailbox van Thea nog net zo leeg als de avond ervoor. Op wat
spam na dan. Nog steeds geen oververhitte steunbetuigingen voor felle Jelle,
terwijl hij onder het regime van voormalig directrice Willy Bakbruin dus allang
bedolven zou zijn geweest onder berichtjes vol medeleven van opperouders en
meelopers. Oud-directrice Willy Bakbruin stond er vroeger in de regel bij en
keek ernaar. Het zat niet in haar aard om op de voorgrond te treden. Zeker niet
in de mail. Online interactie was haar te vooruitstrevend of joeg haar angst
aan. Thea hoefde maar aan het mailverbod terug te denken. Het mailverbod dat
Thea nog geen schooljaar geleden kreeg opgelegd door Willy Bakbruin. Zonder
blikken of blozen teneinde Thea de mond te snoeren. Dwergcensuur was het
geweest vond Thea nog steeds. Dan werkte het lik-op-stukbeleid van de
directeuren Yin en Yang een stuk beter. Alleen een ouder zonder bijbedoelingen
gaf na de online uitleg over deelname aan de NIO toets nog weerwoord. Felle
Jelle was echter overduidelijk uit op een voorkeursbehandeling. Het kon bijna
niet anders dat hij het antwoord van de directeuren Yin en Yang op zijn pamflet
als een online terechtwijzing had ervaren. Hoe dan ook was hij er stil van
geworden. Met die zekerheid kon Thea met een gerust hart afstand nemen van het
NIO probleem van felle Jelle zonder de vrees dat er vanalles, in het voordeel
van dochter Fransje en ten nadele van haar eigen kinderen, achter haar rug om
met de directeuren Yin en Yang bekonkeld zou worden. Heerlijk ongecompliceerd.
Zo verstreek ook
de dag van de NIO toets. Geruisloos, alsof er intern geen revolutie op De
Wielewaal speelde. De uitslag van de NIO toets zou te zijner tijd in een
gesloten envelop aan alle deelnemende kinderen voor de ouders mee naar huis
gegeven worden. Samen met een opnieuw vastgesteld vervolgopleidingsadvies. Als
bijlage zou tevens een datum voor een evaluatie tussen de ouders of verzorgers
met Jeewee en directeur Yin aan de uitslagenbrief toegevoegd worden. Het was de
bedoeling dat het betreffende kind ook op de geplande afspraak aanwezig zou
zijn. Een democratische ontwikkeling, waardoor Thea de hele IQkwestie met gemak in de wacht kon zetten. De score
van Sabine kon alleen maar beter worden. Dieper dan haar huidige
vmbobasisadvies kon ze toch niet zakken.
Gelukkig was
sinterklaas rond die periode in het land en moesten op korte termijn dringend
surprises geknutseld worden. De sinterklaasviering op De Wielewaal was voor
Thea traditiegetrouw het moment bij uitstek om Walter en Sabine tot het betere
knip- en plakwerk aan te zetten. Althans in haar wensgedachten, want in
werkelijkheid waren Sabine en Walter geen creakinderen. Verder dan het bedenken
van een leuke surprise voor de sinterklaasviering op school kwam het tweetal
nooit. Het uitstel dreigde ieder jaar op afstel uit te draaien, zodat de
uitvoering van de ontworpen surprise op het nippertje toch weer voor rekening
van Bart en Thea kwam. Om te beginnen moesten er op de valreep aardigheidjes
gekocht worden voor de klasgenootjes die Sabine en Walter toebedeeld hadden
gekregen bij het lootjes trekken. Zo’n presentje ging om het gebaar en mocht
volgens het Wielewaalreglement niet meer dan 2 euro kosten. Dat werd dus weer
kiezen tussen speelslijm, een jojo, stickervel, vingerpoppetje of een
bellenblaas. Zoals ieder basisschooljaar.
Dit jaar waren
Bart en Thea volledig opgegaan in de creatie van een kartonnen pick-up als
surprise voor een klasgenootje van Sabine dat een ouderwetse langspeelplaat van
Michael Jackson op het verlanglijstje had staan. Zo’n lp had Bart nog wel
liggen of anders Thea wel, maar het cadeau mocht niet duurder dan 2 euro zijn
en langspeelplaten waren in de basisschooltijd van Sabine en Walter allang tot
prijzige collectersitems uitgegroeid.
‘Nee heb je en ja
kun je krijgen!’, snoof Thea bij het zien van de vinylwens op het
verlanglijstje van het lootje van de elfjarige.
‘Of je gebruikt
je kind om hip te zijn’, grinnikte Bart.
‘Ja, echt hè. Wat
weet een kind nou van vinyl langspeelplaten uit de vorige eeuw!?’
Reden temeer voor
Bart en Thea om zich uit te sloven op het perfectioneren van een kartonnen
pick-up. Zo één met een plastic wegwerpbord als zogenaamde lp van Michael
Jackson op een draaitafel van een piepschuim pizzabodem. De creatie kostte het
echtpaar zoveel inspanning dat er nauwelijks tijd overbleef voor de surprise
voor het klasgenootje van Walter. Maar omdat de redding nabij is als de nood
het hoogst is, herinnerde Thea zich net op tijd een reuze zelfgemaakte
Spongebob Squarepants van koudschuim op de rommelzolder die Sabine vorig jaar
tijdens de surprise op school gekregen had. Hij was zo levensecht in elkaar
gezet dat Thea het niet over haar hart had kunnen verkrijgen om hem bij het oud
vuil te zetten. Nu kwam hij van pas.
‘Hé, daar issie
weer!’ lachte Jenny – de moeder van Tim - , terwijl ze naar Spongebob
Squarepants knikte die gemoedelijk met olijke kop en vierkante schouders boven
de rest van de surprises op een hoop in het klaslokaal van groep 7 uitstak.
‘Ieder jaar rond
sinterklaas duikt hij weer op ergens in een lokaal van De Wielewaal. Hij is
jaren geleden ooit in elkaar geflanst door juffrouw Rita en nou circuleert hij
als een soort voorbeeld van de perfecte surpriseverpakking’, verklaarde Jenny
zich nader.
Thea lachte
hardop met de omstanders mee. De sfeer zat er zo vroeg in de morgen al goed in.
En dat terwijl sinterklaasviering nog niet eens begonnen was. Toch kon alles op
elk moment verkeren op De Wielewaal. Zelfs in het reparatiejaar van Yin en
Yang. Daar kwam Thea al snel achter toen ze later op de dag thuis haar telefoon
checkte, nadat ze klaar was met haar werk voor huiswerksterk. Vanwege de
sinterklaasviering hadden de kinderen die dag geen middagpauze en waren ze
daardoor een uur vroeger uit. Thea stond op het punt om haar tweetal op te
halen, maar ze liet zich ophouden door een berichtje van professor Pronken, de
vader van Marcus, Allagonda en kleine Brechje. Het feit dat hij Thea een online
boodschap had gestuurd was op zich al alarmerend. Professor Pronken deed zich
voor als een man van de oude stempel. Een erudiet mens van perkament, inkt en
een schrijfveer. Geen voorstander van een mobiel en online briefjes. Behalve
als hij een statement in de groepsapp wilde maken of zijn frustraties kwijt moest.
Hij was de pensioengerechtigde leeftijd al lang en breed gepasseerd, maar gaf
nog regelmatig gastcolleges over zijn stokpaardje: de Romeinse oudheid. Op de
universiteit uiteraard, maar ook op de basisschool van zijn kinderen.
Basisschool De Wielewaal dus alwaar hij in het verleden tijdens zijn
klassenbezoekjes herhaaldelijk overhoop had gelegen met Walter. De toon van
Walter stond professor Pronken niet aan, of de inhoud van de vragen van het jongetje, of de kop van het
kind. Niet zo gek dus dat Thea professor Pronken op haar beurt niet kon
uitstaan. Met name vanwege zijn zielige feitjesgelijk ten opzichte van een
weerloos manneke. Haar zoon welteverstaan. Een tienjarig ventje dat nog
bevriend was met het zoontje van professor Pronken ook. Marcus kwam vaak spelen
bij Walter in de wijk en andersom. En door de afstand werd Thea tijdens het
halen en brengen steeds weer met professor Pronken en zijn veel jongere tweede
vrouw geconfronteerd. De aftastende
houding van het echtpaar irriteerde Thea. De tweede vrouw kwam
oorspronkelijk uit een of ander buitenland dat niet in het welvarende westen
lag. Pas na haar huwelijk met professor Pronken was ze in Nederland komen
wonen. Sindsdien zocht ze aansluiting. Desnoods met Thea. Wist de vrouw van
professor Pronken in het begin veel. Professor Pronken zelf in eerste instantie
trouwens ook niet. Te egocentrisch om zich met de sociale positie van een
huismoeder als Thea bezig te houden. In tweede instantie was hij te laat en kon
de vriendschap tussen Marcus en Walter moeilijk met goed fatsoen weer ongedaan
gemaakt worden. De mama van Marcus werd evenwel enigszins minder
toeschietelijk, toen ze eindelijk doorhad dat Thea niet bij de opperouders, en
daarmee tot haar doelgroep, hoorde. Maar ze bleef de moeder van Walter groeten
met een woordeloze hoofdbeweging vanuit de hoogte alsof Thea op een aalmoes zat
te wachten. Toch knikte Thea vriendelijk en beleefd terug met het oog op het
goede voorbeeld voor Walter en Marcus. Er zijn echter grenzen. Zoals het
mailtje dat professor Pronken haar volkomen onverwacht stuurde naar aanleiding
van de sinterklaasviering op De Wielewaal.
‘Zojuist
geconfronteerd met een huilende Marcus. Sinterklaasviering was weer lauw loene
vanwege Walter. Hij is de eeuwige
storende factor in groep 7. Wanneer begint zijn opvoeding vraag ik mij af.’
Thea voelde haar
kaakspieren samenspannen. Hoe vaak had zijzelf – even los van Walter - in de
loop van De Wielewaaljaren nou al met dit irritante individu overhoop gelegen?
Thea en professor Pronken waren het steevast oneens met elkaar. Meestal ten
gehore van iedereen op de speelplaats van De Wielewaal. Van de bestrijding van
luizen, de toegang tot een online chathotel voor kinderen tot de positie van
Sabine in de combiklas indertijd aan toe. Want hoewel professor Pronken min of
meer een bekende historicus was, bemoeide hij zich op De Wielewaal ongezond
vaak met aangelegenheden die niet zijn zaken waren. Je zou bijna denken dat hij
niets beters te doen had. Bovendien had een discussie met professor Pronken
geen zin. Hij was zo vervuld van zichzelf dat hij elke vorm van aandacht –
positief of negatief - met beide handen aangreep om zijn standpunten over
allerlei maatschappelijke aangelegenheden uitgebreid uit de doeken te doen in
eindeloze monologen of betogen. Zowel in de wandelgangen van De Wielewaal als
in schriftelijke commentaren in landelijke of regionale tijdschriften en
dagbladen. En als je eenmaal zijn gezicht kende, dan kon je hem zo nu en dan
zelfs weleens aan tafel van één of andere praatshow op televisie zien zitten
leuteren. Zappen geblazen!
In een periode
dat Thea zich nog niet noodgedwongen in professor Pronken verdiept had, was ze
eens in zalige onwetendheid over de sociale status van de oude man naast hem op
een bankje op de speelplaats van De Wielewaal terecht gekomen. Professor
Pronken knoopte een praatje met haar aan, omdat hij best sociaal kon verkeren
als hij zin had. Je moest hem alleen geen vinger geven, want dan nam hij de
hele hand. Maar dat wist Thea toen nog niet. Ze was snipverkouden en
verontschuldigde zich voor haar begeleidende gehoest, geproest en genies
gedurende hun beider gebabbel over koetjes en kalfjes:
‘Sorry, die
vervelende griep ook.’
‘Gezondheid, maar
je hebt geen griep’, diagnosticeerde
professor Pronken voor de vuist weg.
‘Wie is die
man!?’, dacht Thea geïrriteerd, terwijl ze haar opmerking direct relativeerde:
‘Bij wijze van
spreken dan. Er is toch sprake van een griepgolf volgens de media?’
‘Ja, als de media
het zegt, dan zal het wel zo zijn’, hoonde professor Pronken.
Thea blies
gekweld haar ingehouden adem uit, waarop professor Pronken haar uitdagend van
opzij monsterde. Hij besloot niet toe te geven:
‘Als jij griep
zou hebben dan zou je hier niet zitten’.
‘Wat weet jij van
mijn pijngrens?’
Thea snoot haar
neus en schraapte haar schorre keel.
‘Genoeg om te
weten dat je niet weet waar je over praat. Mensen weten het verschil niet
tussen griep en een gewone verkoudheid.’
Als op dat moment
Sabine niet voor het bankje was opgedoken, dan was haar grieperige moeder Thea
de weledelzeergeleerde professor Pronken – oftewel de quasi slimste mens -
ongetwijfeld verbaal te lijf gegaan. Over mansplaining gesproken. Zo’n type man
was professor Pronken dus. Een hardnekkige betweter die je beter kon omzeilen
dan bestrijden. Totdat zo iemand te ver gaat en dat punt had professor Pronken
bereikt met zijn persoonlijke mailtje aan Thea waarin hij haar moedergevoel
tergde. In haar eer aangetast mailde ze hem een berichtje terug.
‘Beste papa van
Marcus
Wat vervelend dat
Marcus in tranen was. Ik betwijfel echter dat Walter de moedwillige oorzaak is
van het verdriet van uw zoon. De reden dat u daar zonder meer vanuit gaat, zegt
meer over u dan over Walter. Voor verdere klachten, op -en aanmerkingen of evaluatie
van de betreffende sinterklaasviering verwijs ik u naar meester Viktor. Hij is
immers de eindverantwoordelijke voor groep 7 en niet onze zoon Walter.‘
Om haar woorden
kracht bij te zetten besloot Thea om de mailwisseling meteen aan meester Viktor
toe te sturen en daarmee dus ook, met aan zekerheid grenzende
waarschijnlijkheid, aan Yin en Yang. Voor de herstelwerkzaamheden op De
Wielewaal kon de online mailwisseling niet anders dan volledig voor de
troubleshooters toegankelijk zijn. Of, zoals Bart zei:
‘Ze zouden op De
Wielewaal wel heel dom bezig zijn als het mailverkeer tussen ouders en
leerkrachten gesloten bleef voor de interim directie. Wedden dat de boel open
ligt? Als Yin en Yang niet weten wat er speelt kunnen ze ook niks oplossen.’
Zou professor
Pronken minder impulsief gereageerd
hebben als hij beseft had dat, door toedoen van Thea, de mailwisseling
inmiddels ook open stond voor meester Viktor en vermoedelijk dus tevens voor de
directeuren Yin en Yang? Wie weet had hij het wel in de gaten, maar trok hij er
zich gewoon niets van aan, want professor Pronken ging onverstoord verder met
zijn aanval op Thea.
‘Beste moeder van
Walter,
Niemand
beschuldigt Walter zomaar. Toen ik tussen de middag op De Wielewaal was om onze
dochter Brechje op te halen van de inpandige kleuterschool, kwam ik aan het
lokaal van groep 7 voorbij. Het was een enorme chaos. Er werd gevochten en met
spullen gegooid en Walter voerde het hoogste woord. Zoals gewoonlijk. Ik vind
het heel vermoeiend om te moeten constateren dat sommige kinderen van huis uit
geen waarden en normen meekrijgen. Walter is onhandelbaar. Als het aan mij lag
dan werd hij per direct van De Wielewaal verwijderd.’
Thea moest even
alle zeilen bijzetten om professor Pronken niet te bellen en ordinair de huid
vol te schelden. Ze wist zich te beheersen en mailde terug:
‘Ben ik even blij
dat u het niet voor het zeggen hebt op De Wielewaal’.
Daarna drukte ze
snel op het commando; ‘verzenden aan allen’, om de verleiding om professor
Pronken alsnog podium te bieden, door
verder in de mail op hem in te gaan, te kunnen weerstaan. Voor Viktor voegde ze
nog een veelzeggend persoonlijk berichtje toe met de hulproep:
‘HELP!’
Daarna repte ze
zich naar school om Sabine en Walter op te halen om uit eerste hand te horen
wat er zich die dag in groep 7 tijdens de sinterklaasviering had afgespeeld.
‘Wat zou er
gebeurd moeten zijn?’, wilde Walter verveeld weten op navraag van Thea.
Thuisgekomen van
school verschuilde hij zich in de hoek van de bank achter zijn Nintendo.
Thea werd
ongeduldig.
‘Ik krijg
berichtjes van de vader van Marcus. Hij zegt dat jij de hele klas op stelten
heb gezet.’
‘Nou, ik niet
alleen hoor. Amir en Emir zijn begonnen en daarna Soltan, Basum en Jabir en de rest van de Turkjes en
Marokkaantjes van onze groep. Dat komt omdat zij thuis geen sinterklaas vieren
denk ik. Ze deden eerst zo opgefokt blijig en daarna werd alles zo saai en toen
brak er fittie uit.’
Het verslag van
Walter had geklonken als een opgedreund gebed dat hij deed zonder van zijn
beeldschermpje op te kijken. Sabine zat op een afstandje naast Walter aan de andere kant van de driezitsbank en
hield eveneens een Nintendo in beide handen op ooghoogte. Haar duimen deden het
werk. Bliep, bliep, bliep. Ze ging wat zeggen:
‘Bij ons in de
klas was er ook geen flikker aan, maar dat heb ik niet laten merken. Zarah doet
ook zo hyper met surprise op school. Het valt ieder jaar tegen. Maar Jeewee zei
dat mijn pick-up kei mooi gemaakt was.’
‘Vroeg Jeewee
niet of jouw ouders die surprise helemaal zelf in elkaar hadden geknutseld?’,
knipoogde Thea.
‘Nee, hoezo?’
Sabine keek
zelfvoldaan op van haar Nintendo. Vastbesloten om met de eer te blijven
strijken. Hoofdschuddend richtte Thea zich weer tot Walter:
‘Was Marcus niet
blij met zijn Spongebob?’
‘Weet ik veel. Ik
denk het wel.’
‘Nee, omdat de
vader van Marcus zei dat hij huilde.’
‘Ja, omdat Soltan
een potlood tegen het hoofd van Marcus had aangesmeten.’
‘En heb jij nog
ergens mee gegooid?’
‘Weet ik niet
meer. Bliep, bliep, bliep.’
‘Walter?!’
‘Jawel. Met
groene slijm.’
‘Met groene
slijm?’
‘Ja uit een
potje.’
‘Van wie was die
groene slijm uit een potje?’
‘Van mij.’
‘Walter, je hebt
geen groene slijm uit een potje.’
‘Vanmorgen wel.
Dat was mijn surprise. Het zat in een grote kartonnen doos met rantensnippers
en behangselplak en daar moest ik dan met m’n handen in.’
‘Ieuw’, piepte
Sabine.
‘Wat heb jij
eigenlijk gehad?’, probeerde Walter van onderwerp te veranderen.
Hij liet zijn
Nintendo op zijn schoot rusten en zocht
oogcontact met Sabine.
‘Een geurgum in
een reuze parfumfles van papier maché’, antwoordde Sabine, terwijl ze
onverstoord doorbliepte.
‘Ik zie geen
reuze parfumfles van papier maché.’
Walter keek
speurend om zich heen en deed daarbij zijn best om de onderzoekende blik van
zijn moeder te ontwijken.
‘Die heeft mama
al bij het oud papier gezet’, wist Sabine droog.
‘Waarom heeft
meester Viktor eigenlijk niet ingegrepen?’, vroeg Thea zich ineens hardop af.
Nu voelde Walter
zich wel aangesproken:
‘Hij kan geen
orde houden.’
‘Dat heb je toch
hopelijk niet tegen hem gezegd?’ riep Thea vertwijfeld uit.
Walter zuchtte en
draaide theatraal met zijn ogen.
‘Nee, natuurlijk
niet, maar daarom is het nog wel irritant’.
‘En de kern van
het probleem’, dacht Thea, maar ze zei bestraffend:
‘Dat geeft je nog
niet het recht om met groene slijm te gooien!’
De ringtone van
haar mobiel bracht verlichting. Het nummer van de afzender kwam haar niet bekend
voor.
‘Dag mama van
Walter. Je spreekt met Viktor van groep 7 van De Wielewaal’, sprak een
vriendelijke stem op een timide, aftastende toon.
‘Hallo Viktor’.
‘Ja, ik bel
vanwege jouw berichtjes en de hulproep.’
Ondanks de
trilling in de stem van meester Viktor, was Thea niet van plan om toe te geven
door de kwestie af te zwakken. Ze vulde toonloos aan.
‘En de berichtjes
van professor Pronken.’
‘En de berichtjes
van professor Pronken’, papegaaide meester Viktor haastig.
Ik vind niet dat
professor Pronken het recht heeft om Walter op deze manier aan te vallen.’
‘Dat ben ik met
je eens’.
‘Mooi zo.
Probleem opgelost. Staat alleen nog het wangedrag van Walter overeind. Hoe erg
heeft hij zich vandaag misdragen?’
‘Hij niet alleen
hoor. Zo’n beetje alle jongens van groep 7 zijn vandaag op hol geslagen.’
Meester Viktor
klonk overwonnen. Het was maar goed dat hij niet lijfelijk aanwezig was tijdens
het telefoongesprek, anders had Thea de neiging om hem een bemoedigende aai
over zijn bol te geven niet kunnen onderdrukken. In plaats daarvan lachte ze
monter.
‘Goed om ook eens
van een ander te horen dat Walter niet de enige aangeklaagde in groep 7 is!’
‘Nou, ik word er
anders niet zo vrolijk van’, merkte meester Viktor terneergeslagen op.
‘Het is niet jouw
schuld. In groep 7 zit een stelletje oproerkraaiers bij elkaar, samen met nog
een handjevol overdonderde meisjes. Dat is al vanaf groep 1 het geval. Vraag
maar aan juffrouw Elsje. Meestal krijgt Walter overal de schuld van.’
‘Waarom?’, vroeg
meester Viktor oprecht verbaasd.
‘Ik zou het niet
weten!’, liet Thea zich met een zucht ontvallen.
‘Misschien moeten
we het daar eens over hebben met Yin erbij?’
De afspraak was
zo didactisch verantwoord ingekleed dat Thea wel toe moest zeggen, wilde ze
zich geen ontaarde moeder voelen. Knap gespeeld van directeur Yin over de
onervaren rug van debutant Viktor. De datum van het gesprek zou nog volgen.
En dan stond er
nóg een gesprek met directeur Yin op de planning. Te weten naar aanleiding van
de uitslag van de NIO toets. Sabine zwaaide met de envelop boven haar hoofd
terwijl ze De Wielewaal uit kwam rennen. Thea ving haar op te midden van een
groep nieuwsgierige opperouders op het schoolplein. Alsof zij de NIO toetsuitslag
van hun eigen kinderen met haar – tirannieke Thea – zouden evalueren. En zelfs
als ze dat wel zouden doen, dan nog wilde Thea deze betweters niet wijzer maken
dan ze al dachten te zijn. Met een opzichtig gebaar nam ze de gesloten envelop
van Sabine aan en liet hem in haar jaszak glijden. Tegen de tijd dat thuis in
zicht kwam, was Sabine de aanstaande openbaring van haar NIO toetsuitslag
alweer vergeten, maar Thea probeerde zich psychisch voor te bereiden op de
inhoud van de brief. Ze belde Bart uit een vergadering voor morele steun.
‘Ik luister’,
verzekerde hij haar kalm.
‘Ik scheur nu de
envelop open!’, waarschuwde Thea.
‘Maak het
spannend!’, lachte Bart.
Met ingehouden
adem vouwde Thea de ingesloten brief uiteen. Haar ogen vlogen over het papier.’
‘HALLELUJA!’,
jubelde ze.
‘WAT!’, riep
Bart.
‘Ik moest het
toch spannend maken’, lachte Thea.
‘O.k. Lees voor’.
‘Beste ouders en
/ of verzorgers van Sabine.
Op basis van de
uitslag van de NIO toets adviseren wij niveau: havo/vwo voor Sabine.’
‘Ik zei het toch,
maar ik ben blij dat jij het nou ook zeker weet’.
Bart klonk
bevrijd.
‘Ik ben blij dat
het officieel is’.
Thea fluisterde
bijna, alsof ze het goede nieuws nog niet helemaal durfde te geloven.
‘Havo/vwo’,
herhaalde ze.
‘Staat er verder
nog iets belangrijks in die brief, want ik moet terug naar de vergadering?’
‘Nee, alleen een
afspraak dinsdagavond aanstaande voor het gesprek hierover met directeur Yin en
Jeewee. Sabine mag ook meekomen.’
‘Moet geen
probleem voor jullie zijn toch?’, besloot Bart.
‘Niet meer’,
eindigde Thea euforisch.
Directeur Yin
deed merkbaar zijn best om zich op de achtergrond te houden tijdens de
evaluatie van de NIO uitslag tussen Jeewee, Thea en Sabine in het lokaal van
groep 8. Hij wilde natuurlijk afzijdig blijven om goed te kunnen observeren hoe
Jeewee in gedwongen staat met de ouders van de kinderen uit zijn groep omging.
Er hing een pijnlijke stilte in de ruimte die Thea niet helemaal kon plaatsen.
Misschien werd er van haar verwacht dat ze het woord nam? Jammer dan. Zwijgend
tuurde Thea naar de grafieken op de A-viertjes op het kruispunt van de aaneen geschoven
tafels. Sabine zat ook woordeloos naar het cijfermateriaal te staren. Ze wipte
ongedurig op en neer op de zitting van haar stoel. Wat moest ze ook zeggen?
Natuurlijk was zij als 11jarige basisscholiere nog niet in staat om het enorme
verschil tussen het allerlaagste vmbobasisadvies en een hoog havo/vwo-advies
voor haar toekomst en eigenwaarde te doorgronden. Inmiddels had Sabine echter
wel begrepen dat de schooltrol – oftewel juffrouw Siepie de Saimiri – door de
verkeerde inschatting van haar leervermogens
aan gezichtsverlies leed. Een leerling met een vmbobasisprognose haalt
normaliter geen NIO score met een havo/vwo indicatie. Haar ouders hadden gelijk
gekregen. Sabine was geen vmbobasiskind, maar kon makkelijk naar een
scholengemeenschap waar ze na drie brugjaren zelf mocht kiezen tussen
vmbo-theorie, havo of vwo. Sabine was herboren met een herwonnen zelfvertrouwen
en zin in de middelbare school, ondanks de tegenwerking van haar docenten op De
Wielewaal. Ook Thea stond weer in haar kracht, maar dat zei ze niet. Ze zei
niks. Jeewee werd er ongemakkelijk van en besloot uiteindelijk om de stilte dan
maar zelf te doorbreken:
‘Zijn jullie
tevreden met de uitslag?’, fleemde hij moeizaam.
Zijn stem brak.
Sabine haalde haar schouders op en bolde haar wangen, maar ze bleef stil. Alsof
ze op haar kinderlijke manier iets wilde
zeggen in de trant van:
‘Het is wat het
is. Ik sta niet in voor mijn eigen hersencapaciteit.’
Thea ergerde zich
aan het vluchtgedrag van Jeewee. Hij had er ook voor kunnen kiezen om
ruiterlijk zijn onvermogen toe te geven. Thea wilde genoegdoening voor het
oorspronkelijke, onprofessionele en overduidelijk verkeerde vmbobasisadvies
voor haar dochter van de schooltrol. Ze
wilde zich wreken voor dat voormalige foute pré-advies dat Jeewee niet in
twijfel getrokken had. Dat hij daardoor Bart en Thea had laten vallen, was tot
daar aan toe, maar Sabine was zijn pupil en dus een ander verhaal. Zonder het sneeuwbaleffect
van de onkunde van juffrouw Siepie de
Saimiri had Sabine al veel eerder zeker kunnen weten wat ze waard is.
‘Nee!’, merkte
Thea daarom vinnig op.
Jeewee zette
grote ogen op en trok wit weg. In de ogen van directeur Yin daarentegen
verscheen een twinkeling. Hij lachte besmuikt. Thea snapte ook wel dat ze
onredelijk was, maar ze nam toch even de tijd voordat ze zich herstelde en
Jeewee uit zijn lijden verloste:
‘Jawel hoor. Ik
ben blij dat we van dat vmbobasisadvies af zijn. Op deze manier kan Sabine
tenminste zonder gedoe op een normale scholengemeenschap aangenomen worden en
wordt ze niet beperkt tot en op een speciale vmboschool.’
Directeur Yin
knipoogde naar Sabine, terwijl hij de rol van advocaat van de duivel op zich
nam. De bijeenkomst moest toch ergens over gaan:
‘En het stedelijk
gymnasium dan?’
‘Iedereen wil
naar het stedelijk gymnasium’, merkte Sabine onnozel op.
‘Nou, iedereen’,
probeerde Jeewee het waanidee van Sabine te temperen.
Hij was een
beetje te laat met z’n relativeringen als je het Thea vroeg en moest zijn mond
houden. Dus Thea nam het woord.
‘Jij bent niet
iedereen Sabine en papa en ik willen net zo min dat je naar het stedelijk
gymnasium als naar een school met alleen maar vmboniveau ’s gaat.’
‘Waarom niet als
ik vragen mag?’
Alsof directeur
Yin de motivatie van Bart en Thea achter de middelbareschoolkeuze voor hun kind
niet allang begrepen had. De bedoeling van zijn vraag was vermoedelijk dan ook
illustratief en moest eerder gezocht worden in een blikverruiming voor Jeewee. Dat
hij maar eens leerde inzien dat er naast de opperouders ook andersdenkenden
bestaan die recht van spreken hebben. Thea besloot haar uitleg kort te houden.
‘Te beperkt.’
Jeewee lachte
niet mee met directeur Yin. Misschien voelde hij zich buitengesloten? Net als
directeur Yin had Thea geen medelijden. Jeewee had zijn kruid verschoten. Thea
was dus ook niet onder de indruk toen Jeewee een paar dagen later ineens op
haar af stormde op het speelplein. Thea kwam Walter op een ongewoon tijdstip
ophalen voor een doktersafspraak. Zelfs de surveillanten op het speelplein – de
juffen Toos en Marjolein – knikten veelbetekenend naar elkaar. Zoveel
improvisatietalent bezat Jeewee normalter niet. Zijn gedrag was zo
tegennatuurlijk dat inmenging van hogerhand zonneklaar was. Het idee dat Yin en
Yang hadden ingegrepen benauwde Thea. Waarschijnlijk had Jeewee de opdracht
gekregen om Thea bij gelegenheid ook eens als een opperouder te behandelen. Nog
een geluk bij een ongeluk voor Jeewee dat hij Thea tijdens het speelkwartier in
het eerste schooldagdeel tegen het lijf liep en niet in het bijzijn van de
opperouders bij het wegbrengen en ophalen van de kinderen. Een buitenkans
waardoor Jeewee zich spontaan aan haar vastklampte.
‘Ik wou nog
zeggen, ik eh, dat ik het knap vind dat Sabine zo gegroeid is. Hoe doe je
dat?!’, stamelde hij.
Bij wijze van
reactie was Thea het liefst heel hard weggelopen, maar de nu of nooit houding
van Jeewee deed haar verstijven. Met tegenzin keek ze hem aan. Hij was zo rood
als een tomaat, maar zijn ogen spiegelden de goede sier die hij dacht te maken
bij de troubleshooters door een buiging
voor Thea. Voor de schone schijn. Haar minachting vulde een luchtbel in
haar slokdarm. Ze had hard kunnen boeren in zijn schijnheilige smoelwerk, maar
ze gunde Jeewee de overwinning niet:
‘Ik heb helemaal
niets gedaan. Kinderen groeien vanzelf en alle eer voor de leerprestaties komt
Sabine toe. Ze is overigens altijd zichzelf gebleven. Ondanks juffrouw Siepie’,
snoof ze.
Jeewee schrok een
stapje naar achteren.
‘Ja, maar Siepie
had vorig schooljaar de huidige groeispurt van Sabine ook niet kunnen
voorzien’.
Hij was te
defensief. Dit ging niet over de schooltrol, maar over zijn eigen hachje.
‘Luister eens
Jeewee, dan had Siepie de huidige groeispurt bij haar kansberekening over
Sabine maar moeten incalculeren. Jullie hebben op de pedagogische academie
gezeten, ik niet. Ik snap dat Siepie een
vriendin van je is, maar zou je op willen houden om haar tegen mij in
bescherming te nemen?’
Jeewee kromp
ineen.
‘Daar is geen
sprake van!’, haalde hij met gedempte stem uit, zodat de surveillerende juffen
niet konden horen dat hij uit zijn rol viel.
‘Natuurlijk had
Siepie wel moeten weten welk middelbare schoolniveau bij Sabine past. Ze is in
groep 7 een schooljaar lang juf van Sabine geweest nota bene’, antwoordde Thea
uit volle borst.
Vanuit haar
ooghoeken zag ze uit een kluwen kinderen op het speelplein het juffenduo
naderen.
‘Fijn dat we even
gepraat hebben’, exalteerde Jeewee ineens, waarna hij zich haastig bij de juffen Toos en
Marjolein voegde.
Op het eerste
gezicht was zijn missie geslaagd. Wat telt is tenslotte de intentie. Al blijft
de uitvoering dan voorgoed onbegonnen werk.
HOOFDSTUK 48
Met een zucht
klapt Thea haar laptop dicht. De blanke, mannelijke verdachte van tussen de 20
en 30 jaar met een slank postuur uit het televisieprogramma ‘Opsporing
Verzocht’ is de 17jarige Melvin. Laat daar geen twijfel meer over bestaan. Dat
heeft Thea zojuist voor de tweede keer geconstateerd na een online bezoekje aan
‘Uitzending Gemist’. De identiteit van Melvin staat op zijn linker pols
getatoeëerd als een brandmerk.
‘Enough’.
Wat een
onnozelaar! Geen wonder dat Melvin van het stedelijk gymnasium is afgetrapt.
Wel een sjaal om het gezicht wikkelen in verband met de beveiligingscamera bij
de pinautomaat; heel voorzienig latex handschoenen dragen tijdens het pinnen
tegen de vingerafdrukken; maar geen rekening houden met een zichtbare tattoo
aan de binnenkant van je linker pols die net onder het opgerolde boordje van de
latex handschoen uitpiept in de spotlights. Toch een moment van
onoplettendheid. Even die klep van die pet nog wat verder over dat onnadenkende
voorhoofd trekken, zodat ze je zeker zullen herkennen tijdens het intikken van
illegale pincodes. Als het niet aan het logo van G-Spot Gigolo voor op de
petklep is, dan toch zeker aan de tattoo aan de binnenkant van je pols. Enough.
Thea zal toch
niet de enige geweest zijn die Melvin aan zijn brandmerk herkend heeft?
Alhoewel? Wie van de familie, vrienden of kennissen van Melvin kijkt er
eigenlijk naar ‘Opsporing Verzocht’? Papa Pim en stiefmama Femke zijn geen
televisiekijkers. Eerder ondernemende types. Van die festivalgangers. Mama Beau en zus Jasmijn
zullen vanuit Engeland ook wel niet op de hoogte zijn van het optreden van
Melvin in ‘Opsporing Verzocht’. En Bink? Pleegoom- en pooier Bink? Bink ontgaat
niets! Maar de politie tippen ho maar. Al was het alleen maar vanwege die pet
met het logo van zijn eigen bedrijf – ook wel
escortservice; G-Spot Gigolo - op de blonde krullen van zijn voormalige
werknemer oftewel toyboy Melvin. De oproep van de voice-over uit ‘Opsporing
Verzocht’ galmt na in het geweten van Thea:
‘Herkent u deze
tattoo; het logo op de pet of andere kenmerken van de dader? Neem dan contact
op met de regionale politie via het onderstaande nummer.’
Waarom zou Thea
dat eigenlijk niet meteen doen? Vooral omdat ze na het terugkijken van de
aflevering van ‘Opsporing Verzocht’ niet alleen nog zekerder weet dat Melvin de
gezochte delinquent is, maar inmiddels tevens de aard van zijn misdaad te horen
heeft gekregen. Hij zou een alleenstaande dame van middelbare leeftijd zowel de
pinpas als de pincode hebben weten te ontfutselen. Details over hoe Melvin aan
het adres en 06-nummer van die kwetsbare vrouw komt of aan informatie over haar
relatiestatus, zijn niet aan de orde in ‘Opsporing Verzocht’. De dader zou zich
als bankmedewerker voorgedaan hebben bij de betreffende oude vrouw. Eerst
telefonisch en daarna aan huis. Natuurlijk wist de bedrogene in werkelijkheid
allang beter. Niemand maakt Thea wijs dat Melvin in de hoedanigheid van
bankemployee het slachtoffer effectief heeft weten te bespelen. Het moet haast
wel dat de gedupeerde de dader al ergens anders van kende. Dat hij geen vreemde
voor haar was. Welke weldenkende vrouw – vrijgezel of niet – haalt anders zomaar een vreemde vent in
huis? Laat staan dat ze hem in het wilde weg haar pinpas en code meegeeft. In
dat licht is het ook niet zo moeilijk te raden waarmee Melvin de vrouw
succesvol heeft weten te chanteren natuurlijk. Als je vooraf weet dat de bankemployee
eigenlijk een toyboy is, dan word je daar vanzelf chantabel van. Wie met pek
omgaat wordt ermee besmet. Maar in ‘Opsporing Verzocht’ herinnert de getroffene
zich in de aangifte zogenaamd slechts een goed gebekte, geloofwaardige jonge
man. Er zou een betalingsprobleem bij de bank zijn en de dame in kwestie hoefde
alleen maar even haar bankpas en pincode bij de bankemployee aan de voordeur in
te leveren en dan zou hij wel zorgen dat de crisis werd beslecht. Toen de
bankemployee echter niets meer van zich liet horen, heeft de uitwonende zoon
van het slachtoffer bij de politie aan de bel getrokken. Overigens nadat de
zoon contact had opgenomen met de bank alwaar de rekening allang geplunderd
bleek. Vervolgens kwam ‘Opsporing
Verzocht’ om de hoek kijken. Vast vanwege de beschikbare, opzichtige beveiligingsbeelden en om de
digibeten van deze wereld nog maar eens te waarschuwen. Zo wereldschokkend is
de misdaad van Melvin nou ook weer niet namelijk. Het zou toch te ver voeren
als men zich in ‘Opsporing Verzocht’ verplicht voelde om alle actieve
kruimeldieven te ontmaskeren. Hoewel Melvin naast het gepinde geld ook nog eens
zo’n 10.000 euro van de spaarrekening van het slachtoffer door heeft weten te
sluizen naar een vaag contact dat door de politie echt niet voor één gat te
traceren zal zijn. Vandaar dat het credo in Opsporing Verzocht nog maar eens
luidt:
‘Trap er niet in
mensen. Nederlandse banken sturen geen medewerkers om uw bankpas en pincode aan
huis op te komen halen!’
Hoezo is dat niet
algemeen bekend? Zijn vijftigplusser tegenwoordig niet meer
toerekeningsvatbaar? Zo ziet het doelwit van Melvin er in ‘Opsporing Verzocht’
in elk geval niet uit. Ze lijkt veertig in plaats van eind vijftig en haar
starre gezichtsuitdrukking verraadt
cosmetische ingrepen, terwijl ze verbeten verslag van het misdrijf doet.
Haar onberispelijke taalgebruik en tongval klinken naar oud geld. Logisch dat
ze de ware identiteit van de bankemployee verzwijgt. Hoogstwaarschijnlijk weet
ze niet eens zijn echte naam. Enfin,
feitelijk heeft de voormalige klandizie van de toyboy ook niets te maken
met de psyche van de 17jarige puber Melvin; de verlatingsangst van het vroegere
oppaskind en aanhankelijke Betuwe Flipje van Thea. Als er al met het vingertje
gewezen moet worden met betrekking tot deze onfrisse aangelegenheid dan toch
vooral naar moeder Beau die na haar scheiding van vader Pim naar Engeland
emigreerde. Ergens onderweg naar vandaag heeft de moeder van Melvin de
ex-vriend van zijn oudere zus en haar dochter Jasmijn ingepikt. Verkapte
pedofilie vindt Thea het nog steeds, maar omdat Beau een vrouw van middelbare
leeftijd is en geen vieze, oude man, wordt ze over het algemeen juist stoer en
benijdenswaardig gevonden. Waarmee vader Pim niet wordt vrijgepleit overigens.
Hij heeft zijn eigen steentje bijgedragen aan de verwaarlozing van zijn zoon
door hem van kindsbeen af aan het toeval of het noodlot over te laten. Aan Thea
en Bink. Tot op zekere hoogte.
Thea richt zich
op om de ontbijtboel op te ruimen. Opeens ziet ze hem staan. Alsof het de
normaalste zaak van de wereld is dat Melvin in het keukenraam verschijnt.
Gewoon, omdat Thea in de lijn van het beeld van de beveiligingscamera uit
Opsporing Verzocht nu aan de beurt is. Met zijn neus tegen de ruit gedrukt
ademt hij wolkjes op het glas. Zijn handen houdt hij als een afdakje boven zijn
ogen in verband met het tegenlicht. Hij tuurt door het keukenraam naar binnen.
Zodra hij Thea opmerkt, zwaait hij zogenaamd enthousiast naar haar. Het is een
gekunsteld tafereeltje. Hij wijst quasi opgewekt naar de klink van de
keukendeur, maar Thea schudt nee. Om haar weigering kracht bij te zetten,
spreekt ze haar weerzin zelfs hardop uit:
‘Nee!’.
Met een schuin
hoofd legt Melvin zijn handen plat
tegen elkaar in de smeekbedestand voor zijn mond en neus.
‘Ga weg of ik bel
de politie!’, roept Thea met tranen in haar stem.
‘Heb je eerst nog
wel een pakje gebraden gehakt voor me?’
Waar haalt hij de
brutaliteit vandaan? Niet uit zijn opgeruimde humeur, want zijn woorden klinken
verlaten en dof door het gesloten keukenraam. Oost-Indisch doof begint Thea de
afwasmachine in de laden. Als ze halverwege haar bezigheden opkijkt is Melvin
verdwenen. Op haar tenen leunt ze voorover op het aanrecht om zich er door het
keukenraam van te kunnen verzekeren dat hij ook echt verdwenen is. Het grasveld
is verlaten. Ze rekt haar hals en kijkt links. Niemand te bekennen. Dan draait
ze haar hoofd naar rechts, naar de tuinbank voor het bijkeukenraam op het
overdekte terras. Daar zit hij dan. Haar bedorven Betuwe Flipje. Hij trekt
verwoed aan een sigaret alsof hij haast heeft. Verbeten en rusteloos loert hij
achterdochtig om zich heen. Zijn rechterkuit rust op zijn linkerknie die hij op
en neer wipt als in een zenuwtik. Thea voelt de tegenstrijdige emoties alweer
opspelen uit haar onderbuik. Melvin is tenslotte pas zeventien jaar en kan met
zijn puberbrein de consequenties van zijn daden nou eenmaal niet overzien. Toch
leven er genoeg homoseksuele jongeren in de leeftijd van Melvin in onzekerheid
en barre familiare omstandigheden die daardoor nog niet over de schreef gaan.
Hoewel het pak rammel dat Melvin zo vroeg in zijn leven heeft moeten incasseren
het pad van de drugs, prostitutie en criminaliteit wel geëffend heeft
natuurlijk.
‘En zo komt hij
weer bij je binnen, zwakke hap’, spreekt Thea zichzelf streng toe.
Het zal je kind
maar wezen. Behalve dat Melvin nou eenmaal niet het kind van Thea is en dat ook
nooit zal worden. Melvin is niet het karma dat de kinderen die Thea wel heeft
kan besmetten met zijn falen. Enough is inderdaad genoeg.
Bart herinnert er
Thea regelmatig aan dat ze de wereld niet hoeft te verbeteren. Alsof dat ooit
haar bedoeling is geweest. Ze reageert alleen maar op dat wat op haar pad komt,
waarbij haar valkuil inderdaad haar goede bedoelingen is. Zonder bijbedoelingen.
Evengoed put het resultaat haar uit. De zinloze repetitie van de cyclus. Het
proces van actie en reactie zuigt haar belevingswereld leeg. Totdat ze
afgedankt en opgebruikt alleen maar in afzondering en kalmpjes aan met de
opbouwwerkzaamheden kan beginnen. Vandaar die oncontroleerbare huilbui laatst
in de parkeergarage nadat ze door juffrouw Marijke van basisschool De Wielewaal
bij de kassa van de Lidl op de prestaties van haar kinderen was aangesproken.
Nou ja, eigenlijk had juffrouw Marijke alleen maar naar Walter geïnformeerd.
Hoe het hem beviel in het eerste brugjaar van de middelbare school, wilde ze
weten. Heel betrokken in wezen. Niettemin voelde Thea een aanval van paranoia
opkomen als een soort allergische reactie. Voornamelijk omdat juffrouw Marijke
prominent voorkwam in de laatste episode van haar tropenjaren op De Wielewaal.
De periode die nog onverwerkt was. De gebeurtenissen uit het staartje van de
lijdensweg moesten nog herkauwd en verteerd worden. De onderwijzeressentoon en
houding van juffrouw Marijke wierpen Thea volkomen onvoorbereid, voortijdig
terug op de slopende epiloog van het Wielewaaltijdperk. Het kinderstadium dat
Sabine en Walter al ontgroeit zullen zijn,
voordat moeder Thea er helemaal doorheen is. Toch levert bezinning
stuksgewijs steeds meer spreekwoordelijke munitie op om toekomstige flashbacks
te trosteren. Nog maar anderhalf basisschooljaar op De Wielewaal te herbeleven
totdat de eindbestemming bereikt is. Alsof het niks is.
Maar dat was het
niet. In het tweede deel van het schooljaar met Yin en Yang nam de
betrokkenheid van Thea met de herstelwerkzaamheden van de troubleshooters
alleen maar toe. Niet uit vrije wil overigens. Toen Thea na de kerstvakantie in
begin januari nog geen datum had staan voor een gesprek met meester Viktor en
directeur Yin over het aandeel van Walter in het sinterklaasopstootje van groep 7, durfde ze zelfs stiekem te hopen
dat de toewijding van meester Viktor en directeur Yin wel over zou waaien. Het zou
toch triest zijn als de interim-directeuren en de meester van groep 7 van De
Wielewaal niet veel meer aan het hoofd hadden dan alleen maar de heropvoeding
van de zoon van Bart en Thea? Alhoewel het gedrag van Water na de online aanval
van professor Pronken vaker onder het Wielewaalvergrootglas kwam te liggen dan
ooit tevoren. Voor de volledigheid moest Thea daarbij toegeven dat Walter zich
ook nog niet eerder zo makkelijk had laten uitdagen door het minste of
geringste dan in het schooljaar van Yin en Yang. De prikkels logen er dan ook
niet om. Zo had het baasje van de Marokkaans kliek in de klas; Soltan genaamd,
zonder aanleiding een provocerend gebaar naar Walter gemaakt tijdens de
aardrijkskundeles. Toen Walter per ongeluk de kant van Soltan opkeek, bewoog
hij zijn rechter wijsvinger herhaaldelijk in en uit het holletje van zijn
linker vuist; hetgeen theoretisch weinig voorstelde, maar in de praktijk zoveel
betekende als: ‘Ik neuk je moeder.’
Thea kon er niet
warm of koud van worden. Wat weet zo’n kind nou? Achteraf was ze hoofdzakelijk
onder de indruk geweest van de grensoverschrijdende kennis van Walter over non
verbale communicatie. Walter daarentegen was op het moment suprême in de klas wel
witheet van woede geworden. Kwaadheid uit zich normaliter bij hem in een hoop
kabaal en om zich heen staan. Letterlijk en figuurlijk. Meester Viktor was
juist met het digibord in de weer. Helaas was hij nog niet lang genoeg
praktiserend leerkracht om ogen in zijn rug te hebben gekweekt. Toen de stampei
van Walter hem evenwel met zijn neus op de feiten drukte, had hij geen seconde
te verliezen. Uit voorzienigheid aarzelde hij dit keer niet om de hulp van
directeur Yin in te roepen. Na het laatste uit de hand gelopen sloopincident
tijdens de sinterklaasviering in groep 7 onder
falende supervisie van meester Viktor, zal die noodoproep wel vooraf
afgesproken zijn. Met criticasters van het kaliber; ‘professor Pronken’ in de
buurt kon beginneling Viktor het zich niet veroorloven om de situatie in groep
7 in zijn bijzijn nog een tweede keer te laten escaleren. De Wielewaal had een
reputatie van veilige, erudiete, witte basisschool hoog te houden. Vandaar dat
de gealarmeerde directeur Yin bij binnenkomst in een volle klas rechtstreeks op
Walter afstoof met de bedoeling om hem buiten het klaslokaal op de gang eens
stevig aan de tand te voelen. Uit
eerdere uit de hand gelopen opstandjes in de groep van Walter had Thea echter begrepen
dat met dwang uit de klas verwijderen nogal een dingetje scheen te zijn voor
haar zoon. Walter liet zich door niets of niemand van z’n plekje jagen. Ook
niet door meester Viktor en directeur Yin. Om te voorkomen dat hij de klas werd
uitgestuurd, had Bart zijn zoon dan ook al eerder geadviseerd om hoe dan ook
zijn frustraties op school in te slikken. Walter deed zijn best en enigszins gekalmeerd keek hij op van zijn
aardrijkskundewerkje in het bewolkte gezicht van directeur Yin. Tegelijk met de
aanstalten van directeur Yin om Walter het lokaal van groep 7 uit te helpen,
zette het kind zijn verdediging in met aangifte van het aanstootgevende gebaar
dat Soltan naar hem gemaakt had. Vervolgens had directeur Yin niet lang nodig
om de situatie te heroverwegen. Zijn goede naam als crisismanager had hij niet
voor niets aan zijn successen op zwarte scholen te danken alwaar kinderen over
het algemeen wat minder geciviliseerd hebben leren vechten. Al snel verplaatste
zijn focus zich volledig op Soltan die heel braaf met zijn armen over elkaar en
zijn lippen op slot naar de landkaart op het digibord staarde. De ervaring had
directeur Yin geleerd dat de implicaties van het wijsvingerinvuistgebaar niet
te overzien waren. Code rood was hier aan de orde. Met een korte hoofdknik
beval hij Soltan woordeloos de ruimte te verlaten. Soltan bedacht zich geen
moment. Directeur Yin volgde hem op de hielen doelgericht naar buiten. Hierna
pakte meester Viktor hoofdschuddend de aardrijkskundeles weer op.
Na een kwartier
werd groep 7 opnieuw tijdens de les
gestoord door een timide klopje op de deur.
‘Ja kom maar!’
gebood meester Viktor voor de zoveelste keer afgeleid en daardoor weinig
uitnodigend.
Schoorvoetend
liep Soltan naar zijn plaats in de lokaal van groep 7. De preek van directeur
Yin had zichtbaar indruk op hem gemaakt. Zo gedwee en bekeerd had niemand uit
de klas de onverzettelijke Soltan ooit eerder meegemaakt. Laat staan de
Marokkaanse kliek van groep 7. Achter hem dook niet directeur Yin op, maar verscheen de rijzige gestalte van Yang.
Directeur Yang was de andere troubleshooter. Hij was niet aangesteld om het
sociale verkeerd op De Wielewaal in goede banen te leiden zoals directeur Yin.
Wel voor de ordening van personeelszaken op de basisschool in verval. Dat
betekende echter niet dat hij directeur Yin niet af en toe te hulp kon springen
en andersom. Directeur Yang bezat immers eveneens een schat aan ervaring, maar
dan aan het hoofd van witte basisscholen
met kinderen van veelal hoopopgeleide ouders. Directeur Yin kreeg de Soltans
van deze wereld moeiteloos in het gareel en directeur Yang kwam gemoedelijk
tegenover Walter zitten voor een onderonsje in de klas. Hij had het probleem al
zo goed als opgelost door Walter niet van de groep te scheiden en hem serieus
te nemen. Directeur Yang wilde nou eens van Walter horen waarom hij boos was.
Hij converseerde met Walter zonder zijn stem te verheffen of te fluisteren,
zodat niemand zich buitengesloten hoefde te voelen en iedereen kon kiezen
tussen de aardrijkskundeles blijven volgen of meeluisteren.
Snapte Walter dan
niet hij de hele klas op stelten zou blijven zetten als hij niet leerde om zijn
woede onder controle te houden? Ja, dat snapte Walter eigenlijk wel. Temeer
daar directeur Yang een beroep deed op zijn denkvermogen. Dat had Walter wel.
En ja Walter was ook bereid om overeenkomsten met meester Viktor te sluiten.
Afspraken die hem zouden helpen om rustig te blijven. Het was een fijn gesprek
vond Walter naderhand. Niet zo schools. Met directeur Yang ging alles vanzelf Meer zoals thuis.
Aanvankelijk had
Thea zich lichter gevoeld. Verlost van het jarenlange beroep op haar chronische
ouderlijke bijdrage aan het leerproces van haar kinderen op De Wielewaal. Het
begon erop te lijken dat Thea wat rust gegund werd in het staartje van de basisschooltijd
van Sabine en Walter. Totdat meester Viktor op een doordeweekse schooldag voor
niet meer dan twee lesdelen vervangen moest worden door een invalkracht in
groep 7. Wellicht had meester Vik zijn wankele honk beter niet plotseling
moeten verlaten. Zelfs niet voor slechts één schooldag, maar hij had een
begrafenis en nood breekt wet. Zelfs voor de groep 7 uit het jaar van Yin en
Yang op De Wielewaal met; Walter, Soltan, Kevin en al die andere heethoofdige
vechtersbaasjes met uiteenlopende lontjes waarvan een ééndagsvervanger maar net
het juiste incasseringsvermogen en het bijbehorende kind moest weten in te
schatten. Even los van de dwingende, doorluchtige aanwezigheid van de
bolleboosjes, muurbloempjes, anoniempjes en Marcus; de zoon van professor Pronken.
De betreffende invaller in groep 7 was bovendien bijna anderhalf keer zo oud
als beginnend meester Viktor. Vermoedelijk zat hij naast zijn pensioen als
extraatje op de reserve schoolbank. Vanwege het niet aflatende
leerkrachtentekort door de jaren heen, kon de onderwijsstichting zich kennelijk
ook toen al niet de luxe van een eisenpakket veroorloven bij het inhuren van
bevoegde vervanging. Zelfs een bovengrens met betrekking tot leeftijd van de
invalkrachten was kennelijk te veel gevraagd. Het mes snijdt echter aan twee
kanten en Thea kon zich voorstellen dat een sporadische invalklus door
bejaarden niet alleen het lerarentekort tijdelijk opvulde, maar tegelijkertijd
ook de gepensioneerde docenten scherp hield. Om nou evenwel tijdens zo’n
invaldagje meteen een hyperactieve bende als groep 7 van meester Viktor te
moeten trotseren, is vragen om moeilijkheden en te zware hersengymnastiek voor de schoolvoorbeelden in
de herfst van hun leven.
Hoe dan ook was
de invaller van meester Viktor niet alleen uiterlijk van de oude stempel. Hij
hield van orde en gezag. Hij wilde vingers zien en geen geroep door de klas
horen. Horen, zien en zwijgenaapjes; dat
was alles wat de oude meester van zijn invalklas verwachtte. Hij was de
kwaadste niet en als alles goed ging dan zou hij groep 7 tegen het einde van de
middag op een voorleesverhaaltje naar keuze trakteren. Maar groep 7 van De
Wielewaal zou niet groep 7 van De Wielewaal zijn als niet alles meteen al van
het begin van de ochtend af aan jammerlijk fout ging.
Wat er precies
gebeurd is op die donderdagochtend in groep 7 op De Wielewaal in het schooljaar
van Yin en Yang, heeft Thea nooit helemaal kunnen achterhalen. De klas schijnt
al heel snel niet te houden geweest te zijn door de oude meester. Walter viel
het eerste op bij de invaller. Dat had Thea hem voor aanvang van de les al wel
kunnen vertellen, als ze tenminste die ochtend kennis met de invalkracht had
gemaakt. Dat was niet zo. Thea had haast gehad en haar kinderen voor de ingang
van De Wielewaal een prettige dag gewenst. Het zou wel los lopen en Thea wilde
de goden ook niet verzoeken door de aandacht van de invaller voorbarig op
Walter te vestigen. Dat de invalkracht allang een aantekening over Walter van
meester Vik op zijn leerlingenlijst had staan had Thea zich misschien wel
gerealiseerd, maar wat kon zij eraan veranderen? Walter was sowieso altijd
prominent aanwezig. Was het niet vanwege zijn lengte, dan wel door zijn flinke postuur; welluidende
stem of het totaal van zijn veelal openhartige optreden.
‘Walter bij drift
uit de klas verwijderen.’
Iets in die trant
zal de invalleerkracht wel aan voorkennis hebben doorgekregen van meester
Viktor over Walter. En in noodgevallen de hulp van directeur Yin inroepen
uiteraard.
Thea had heel
vroeg in de ochtend een functioneringsgesprek gehad op het hoofdkantoor van de
Stichting Huiswerk Begeleiding met werkvoorbereider en tussenpersoon Elco. De
leerlingen die onder de hoede van Thea vielen bij Huiswerksterk gingen zonder
uitzondering vooruit. Dus vooral op dezelfde voet doorgaan was het devies en
Thea kon weer een half jaar opgelucht adem halen. Ze had er zin in. In
opgelucht adem halen. Daartoe plofte ze thuisgekomen met haar jas nog aan op de
driezitsbank. In het vooruitzicht van even niets, strekte ze haar benen op de salontafel en
liet haar hele lichaam verslappen. Des te irritanter verstoorde een plotseling
rinkelen van de bakelieten huistelefoon haar welverdiende rust. Dwingend. Met tegenzin
tastte Thea naast zich op een bijzettafel om pas na vier keer overgaan van de
ringtoon loom de zware hoorn te vinden en naar haar oor te verheffen.
‘Thea, je spreekt
met Yin. Walter wil niet van de w.c. afkomen!’
Directeur Yin
klonk dermate opgefokt dat Thea meteen in staat van paraatheid schoot. Zonder
te weten wat er aan de hand was, riep ze:
‘Ik kom eraan’.
En weg was Thea.
In de
toiletruimte van De Wielewaal werd Thea opgevangen door een aangeslagen
directeur Yin. In mineur knikte hij naar één van de gesloten w.c. deuren. Het
slot stond op rood. Vanachter de w.c. deur klonk een monotoon klaaggeluid dat
Thea nog niet eerder van Walter gehoord had.
‘Er is geen
beweging in hem te krijgen’, waarschuwde directeur Yin ten einde raad.
‘Walter, kom eens
van het toilet af’, gebood Thea haar zoon op goed geluk.
De klaagzang
stopte direct en een korte klik verried dat Walter het slot in z’n vrij had
gezet naar groen. Voor Thea aanleiding om de deur rustig te openen. En daar zat
de rebel Walter dan; volledig aangekleed
als vastgeketend op de toiletbril. Voorovergebogen met z’n kin in z’n
handpalmen en de ellebogen in de spijkerstof op zijn bovenbenen gepriemd. Hij
zag er verhit uit en hij had gehuild. De aanblik van zijn afgetrapte sneakers en een piekend plukje
haar tussen zijn krullenbos ontroerde Thea. De neiging om hem van de pot te
rukken en in haar armen te nemen wist ze evenwel te onderdrukken. Ze wilde
directeur Yin weleens in actie zien. Ongeacht de gebeurtenissen van die
ochtend, was Thea niet hals over kop naar De Wielewaal gekomen om het werk van directeur Yin over te nemen, maar om haar
zoontje van 10 jaar bij te staan. Ze was opgelucht dat Walter bij het horen van
haar stem meteen de deur van het slot had gedaan als een bezegeling van het
overwicht van zijn moeder Thea. Nu was directeur Yin aan zet.
‘Kom van de w.c.
af’, commandeerde hij niet erg fijngevoelig.
Het gevolg was
dan ook een beladen stilte die de spanning nog wat hoger opdreef. Thea schoot
te hulp door het commando van directeur Yin te vertalen in een kindvriendelijke
benadering:
‘Kom nou even uit
je hok jongen, dan praten we erover’.
Walter sloeg
meteen aan: ‘Ja, maar dan krijg ik weer de schuld!’
‘Ja maar, ja
maar, niks ja maar’, echode directeur Yin intimiderend.
Dat hij uit
onzekerheid sprak dat bleek alleen uit zijn houding en die kon Water dus niet
zien vanuit zijn positie op de toiletbril. Thea greep weer in:
‘Van mij krijg je
niet de schuld en van papa ook niet. Dat weet je.’
Hierop volgde een
besluiteloze denkpauze van de kant van Walter. Toch nog onverwacht schoot
Walter langs directeur Yin af naar een hoek van de toiletruimte waarin hij
wegkroop met zijn gezicht naar de muur. Directeur Yin kwam bedreigend achter
Walter staan. Hij en het kind waren bijna even groot. Directeur Yin probeerde
tevergeefs om zijn woede te verbergen:
‘Wie heeft zich
zojuist als een debiel gedragen?’
Walter verborg
zijn gezicht in zijn handen. Thea kreeg een brok in haar keel. Die debiel was
onnodig en pijnlijk misplaatst. Ze moest ineens aan het pasgeboren kind van
directeur Yin denken, waarover hij glimmend van trots verteld had op de
introductie-avond van de interim directie op De Wielewaal. Wat zou directeur
Yin ervan vinden als Thea zijn liefdesbaby zou uitschelden voor debiel?
‘Wat is dat dan
een debiel?’, vroeg Walter achteraf toen hij Thea het voorval hoorde bespreken
met zijn vader Bart.
‘Een debiel is
een ouderwetse benaming voor een autist’, beweerde Bart met een uitgestreken
gezicht.
‘Sabine noemt me
zo vaak een autist en schelden doet geen pijn’, besloot Walter onaangedaan.
Hij was niet erg
onder de indruk geweest van het optreden van directeur Yin. De troubleshooter had
op die betreffende ochtend in de toiletruimte van De Wielewaal geen krediet
voor zijn probleem oplossende acties opgebouwd.
‘Als ik zeg dat
je beter even de klas uit kunt gaan, dan doe je dat gewoon, begrepen Walter?’
In tegenstelling
tot Walter trok Thea zich de houding van directeur Yin wel persoonlijk aan. In
haar ogen stond hij zich onnodig op te winden. In het kader van zijn positie
als troubleshooter zou het voor iedereen beter zijn als Thea de directeur
ogenblikkelijk tegen zichzelf in bescherming zou nemen door het hoofd koel te
houden. Om diplomatieke redenen was het dan ook beter om niet directeur Yin,
maar haar zoon op zijn verantwoordelijkheden aan te spreken. Thea stond schuin
tegenover Walter in een andere hoek van de toiletruimte en moest nog net geen
keel opzetten om de afstand te kunnen overbruggen.
‘Dat hebben papa
en ik toch tegen je gezegd Walter? Dat je gewoon naar buiten moet gaan als je
de klas uit gestuurd wordt?’
‘Ja maar, dan
krijg ik de schuld!’, jammerde Walter nogmaals.
Directeur Yin
steigerde. Briesend zette hij zijn beschuldiging kracht bij door met een
wijsvinger in de lucht te prikken richting achterhoofd van Walter.
‘Je bent ook
schuldig! Je hebt toch ook door de klas geroepen en niet geluisterd naar
meester Karel! Je hebt de hele boel weer op stelten gezet!’
Ter verdediging
van haar zoon deed Thea zwijgend een paar stappen naar voren. Ze zal er wel
grimmig bij gekeken hebben, want betrapt nam directeur Yin geschrokken bij
wijze van reactie letterlijk afstand van Walter, maar ook figuurlijk. Hij
schudde het hoofd alsof door de assertiviteit van Thea ineens een andere
persoonlijkheid bezit van hem had genomen. Zijn betere, rationele zelf die zich
afvroeg waar hij in naam van de pedagogiek en in zijn blinde drift mee bezig
was.
‘Er is niks aan
de hand’, legde Thea aan het tomeloze tweetal uit.
‘Hij vindt van
niet’, huilde Walter vanachter de handen voor zijn gezicht en vanuit de andere
hoek van de toiletruimte.
Directeur Yin
keek van de een naar de ander en weer terug, alsof hij even niet meer wist wat
hij moest vinden, maar Thea merkte dat Walter gelijk had. Haar konden de
motieven van directeur Yin niet meer schelen. Laat hem eerst maar eens leren om
zijn eigen drift te beheersen. De pot verwijt de ketel dat hij zwart ziet. Thea
keek directeur Yin afwachtend aan en hij schraapte zijn keel, omdat hij in
functie was en recht moest spreken. Op ijzige toon.
‘Ga maar met je
moeder mee naar huis voor de middagpauze en vertel haar maar eens eerlijk wat
je gedaan hebt. Vanmiddag na school ga je sorry zeggen tegen meester Karel.
Daarna kom je naar mij en dan bedenken we samen hoe we deze situatie op gaan
lossen.’
Zonder
bevestiging van zijn verordening af te
wachten stevende directeur Yin vervolgens de toiletruimte uit.
Op weg naar huis
voor de middagpauze overstemde een spraakwaterval van Sabine de pijnlijke
stilte in de Renault. Ze had niets meegekregen van de commotie in groep 7. Pas
toen Sabine thuis in haar Nintendo was gedoken, zag Thea haar kans schoon:
‘Wat was er nou
Walter?’
Walter smeerde
een boterham aan het aanrecht. Hij deed terloops verslag, alsof hij het voorval
eigenlijk alweer vergeten was.
‘Niks, ik moest
de klas uit van die nieuwe meester Dinges en toen kwam die ene directeur en hij
zei dat ik moest luisteren en hij trok me uit m’n stoel en toen heb ik me verstopt op de w.c.’
‘Dat was alles?’
‘Dat was alles.’
‘Nou moet ik de
traumatische ervaring voor Walter niet verergeren’, dacht Thea.
Ze besloot hem
voorzichtig te peilen.
‘Durf je
vanmiddag terug naar school en naar die nieuwe meester?’
‘Ja hoor.’
‘En ga je sorry
zeggen?’
‘Waarom?’
‘Dat wilde
directeur Yin toch?’
De kaken van
Walter verstijfden zichtbaar. De knokkels van de vuist waarin hij het handvat
van het botermes omknelde sloegen wit uit.
‘Ik heb niks
verkeerd gedaan.’
Thea snoof
minachtend.
‘Er is een reden
waarom je de klas bent uitgestuurd.’
Walter keek zijn
moeder wantrouwend aan. Zij had hem immers haar woord gegeven op de toiletten
van De Wielewaal.
‘Zie je wel dat
ik de schuld krijg!‘
‘Waarvan,
Walter?’, wilde Thea nu eindelijk weleens weten.
‘Iedereen riep
door de klas. Ik ook. En dan word ik alleen de klas uitgestuurd’, antwoordde
Walter net niet beknopt genoeg om zijn schuldbewustzijn voor het oor van zijn
moeder te verbergen.
‘Ze kunnen
moeilijk iedereen de klas uitsturen’, vond Thea monter.
‘Ja, maar zo
krijg ik alleen de schuld’, benadrukte Walter nogmaals.
Hij had gelijk.
Nou en? Bart en zij hadden hun kinderen al zo vaak het verschil tussen gelijk
hebben en gelijk krijgen uitgelegd. Het werd hoog tijd voor Walter om de
verstandigste te zijn.
‘En toch zeg je
straks sorry na de les.’
‘Waarom?’,
herhaalde Walter koppig.
Hij stond nog
steeds in verzetshouding, maar Thea kon zijn trauma in de toiletruimte van De
Wielewaal niet meer serieus nemen.
‘Omdat ik het
graag wil?’, smeekte ze overdreven, terwijl ze hem diep in de ogen keek en heel
nel knipperde.
Ontdooid gaf
Walter zich over.
‘Mij best hoor!’
Walter kwam zijn
belofte op eigen initiatief niet na. Natuurlijk niet. Alleen de brave Hendrik
uit elk respectabel jongensboek neemt alle schuld op zich en biedt daarna ook
nog eens uit vrije wil zijn verontschuldigingen aan. Brave Hendrikken zijn geen
echte tienjarige jongetjes en heten in elk geval geen Walter. Maar beloofd is
beloofd. Thea liep met Walter mee terug naar het lokaal van groep 7 op zoek
naar invalmeester Karel. Ze wilde getuige zijn van het boetekleed, dat bij
voorbaat al een vertoning was, want Walter was allang niet meer met het gedoe
van die ochtend bezig. Hierdoor kon Thea met gemak en liefde nog wat overdrijven.
Haar zoon moest en zou ‘sorry’ zeggen.
Al was het maar om directeur Yin
indirect op zijn eigen tekortkomingen te wijzen.
Meester Karel was
een gangbare grijsaard. Qua voorkomen
had hij zomaar de vader van meester Gijsbert uit de voormalige groep 3 met
Walter kunnen zijn. Ach ja, meester Gijsbert. Bij navraag kon Walter zich hem
nog vaag voor de geest halen, maar in zijn onderbewuste zaten de rotstreken van
zijn toenmalige meester onherroepelijk opgeslagen. Anders was zijn driftbui van
die ochtend in de klas niet uit te leggen. Schooldag in, schooldag uit had
meester Gijsbert de zesjarige postkleuter Walter voor zondebok uitgemaakt. Via
deze onsympathieke weg wist meester Gijsbert bij de opperouders in de gunst te
komen. Na maar één schooljaar van trouwe dienst op De Wielewaal werd hij
weggepromoveerd. Zo had Walter meester Gijsbert probleemloos uit zijn korte
termijn geheugen kunnen wissen. De gelijkenis van de twee terrormeesters in
combinatie met de verdrongen herinnering aan de vloek van meester Gijsbert uit
het lange termijngeheugen had Walter evenwel getriggerd. Begrijpelijk dat hij
was doorgedraaid. Hij was een kind van tien dat zijn gevoelens nog niet
volledig onder controle hoefde te hebben. Waarom op hun beurt zowel veertiger
Yin als zestigplusser Karel op een vergelijkbare manier geflipt waren, blijft
tot op de dag van vandaag een schoolvoorbeeld van amateurisme. Al bij de
kennismaking met Thea was de vooringenomenheid van invalmeester Karel
onmiskenbaar op te maken uit zijn eerste reactie. Hij was overrompeld, alsof
hij zich onterecht veilig gewaand had bij de voorstelling van een kansloze
moeder bij Walter en geen uitgesproken type dat haar zoon naar voren schoof met
begeleiding van een plechtige introductie.
‘Meneer Karel,
Walter heeft u wat te zeggen.’
Walter kwam
meteen ter zake. Hoe eerder hij toegaf, hoe eerder hij weer gewoon door kon
gaan met zijn kinderleven:
‘Ik wou sorry
zeggen, omdat ik mezelf vanochtend had opgesloten op het toilet’, stamelde hij
braaf.
Meester Karel
grijnsde ongemakkelijk. Walter overviel hem en de acceptatie van het excuus van
het kind liet op zich wachten.
‘Vanmiddag is het
hartstikke goed gegaan in de groep’, verzekerde hij Thea uiteindelijk
handenwrijvend, terwijl hij Walter negeerde.
De onpersoonlijke
opstelling van Karel sprak tegen hem.
‘Is dat de
verdienste van u of van mijn zoon?’, zinspeelde ze daarom expres.
‘Zullen we het op
gewenning houden?’, schamperde meester Karel besmuikt.
De korte
pijnlijke stilte die volgde werd door Walter verbroken.
‘En nou moet ik
zeker ook nog naar die directeur?’
‘Je zult nog wel
vaker onzinnige dingen in je leven moeten doen, Walter. Wen er maar aan. Doe het
maar voor mij!’, antwoordde Thea zo luid dat meester Karel het wel moest horen.
Directeur Yin
vocht met de bediening van een printer. Hij maakte een gestreste indruk met
zijn slordig opgestroopte overhemdsmouwen en gestuntel. Direct na het sluiten
van de klep spuwde de printer een paar A-viertjes uit over de linoleumvloer van
de docentenkamer alwaar Walter de uiteen gedwarrelde papieren meteen begon te
verzamelen. Hij benaderde directeur Yin vanaf de zijkant uit een rumoerige,
aanhoudende kinderstoet in de aangrenzende hal van De Wielewaal en moest zijn
stem verheffen om boven de herrie uit te komen.
‘Ik heb sorry
gezegd tegen meester Karel!’, riep hij.
Directeur Yin nam
de bijeengeraapte papieren met grote verdwaasde ogen van Walter aan. Alsof hij
het kind niet herkende. Walter begreep zienderogen niet zo goed wat hem nu te
doen stond. Thea eigenlijk ook niet. Ze had zich verdekt opgesteld achter de geopende
deur van de docentenkamer en keek toe hoe haar zoon spartelde om niet door de
grond te zakken. In een flits van herkenning leek het wel richtte directeur Yin
zich ineens rechtstreeks tot Walter met een slotsom waarmee Thea geen genoegen
zou hebben genomen als ze haar zoon was geweest.
‘Het is goed
jongen, ga maar naar huis’.
Thea was
verongelijkt. Welke magische inslag had ‘het’ ineens goed gemaakt? Directeur
Yin was vanmorgen in de toiletruimte nog van plan geweest om samen met Walter
de explosie in de klas inclusief apotheose op de w.c. te evalueren? Walter had zich aan zijn deel van de afspraak
gehouden en keurig netjes de schuld van het opstootje in groep 7 van die
ochtend op zich genomen. Voor de vorm weliswaar, maar hij had zijn goede wil
getoond. Bovendien was Thea op stel en sprong op komen draven na de noodoproep
van directeur Yin. En waarom? Omdat hij en de invalmeester een jongetje van 10
niet de baas konden.
‘Reken maar dat
die directeur met samengeknepen billetjes terugdenkt aan zijn optreden van
vanmorgen’, beloofde Bart bemoedigend.
‘Nou daar heb ik
anders niks van gemerkt. Hij zag Walter later niet eens meer staan’, verzuchtte
Thea.
‘Wat had hij dan
moeten zeggen? Sorry Waltertje dat de invalmeester en ik jou niet onder de duim
hebben? Sorry, dat we jouw moeder bij de kwestie hebben moeten betrekken? Dat
we jouw moeder thuis hebben moeten storen in haar werkzaamheden die natuurlijk nooit
net zo dringend zijn als de lopende zaken op De Wielewaal, maar ja, wij krijgen
een salaris van de overheid en jouw moeder nog steeds niet!’, schamperde Bart
deels serieus en deels schertsend.
Thea grinnikte.
‘Zo heb ik het
gedoe nog niet eens bekeken. Ik ben al blij als Walter hier zonder al te veel
kleerscheuren onderuit komt. Dat ze als gevolg van zijn driftbui geen procedure
gaan opstarten om Walter naar De Klaproos af te schepen. Je weet wel De
Klaproos. Dat is die basisschool voor moeilijk lerende kinderen. Hoeveel
kinderen van De Wielewaal zijn in de loop van de jaren via de zij-ingang van
een medische indicatie niet op die veredelde LOMschool gedumpt? Ik heb ze voor
mijn ogen af zien gaan. Alleen Dolly, de moeder van Miranda, liet zich niet gek
maken.’
‘Ik was er ook
bij, Thea, weet je nog? En ik denk niet dat je bang hoeft te zijn. Juist het
gemak waarmee toen niet standaard kinderen van De Wielewaal naar De Klaproos
werden doorgesluisd, is denk ik één van de redenen geweest waarom die
troubleshooters, die Yin en Yang, zijn aangesteld.’
Thea hoefde van
Bart dan wel niet bang te zijn, ze was het wel. Ze zag Jade de interne
coördinatrice van De Wielewaal alweer op de voorgrond treden met haar obsessie
met leerstoornissen en Walter.
‘Maar Walter is
toch autistisch en dyslectisch’, imiteerde Thea haar geëxalteerd.
Bart wist meteen
op wie Thea doelde.
‘Ach dat
Gutmensch heeft momenteel toch geen zak meer te vertellen. Bovendien kijkt ze
wel uit. Ze is sluw genoeg om voorlopig even uit de wind te gaan zitten.’
Bij wijze van
antwoord ging de huistelefoon. Voor de tweede keer op die enerverende
donderdag.
‘Daar heb je
directeur Yin’, voorspelde Bart nog voor de grap.
‘Je hebt je
roeping als ziener gemist’, zou Thea achteraf nog dollen, want directeur Yin hing inderdaad aan de lijn.
Zijn bereik was
slecht, want hij zat in de auto op weg naar een afspraak. Hij belde hoorbaar
handsfree, maar wilde toch nog graag even contact met Thea opnemen voor de
avond viel. Morgen zou hij niet aanwezig zijn op De Wielewaal en daarna zat het
weekend er weer tussen. Dus vandaar. Het ging over de botsing met Walter die
ochtend in het klaslokaal van groep 7. Zo nu dan viel het stemgeluid van
directeur Yin even weg en kon Thea moeilijk inschatten wat zijn gemoedstoestand
was. Hij was vriendelijker dan ooit, maar er weerklonk ook een alarmerende nervositeit in zijn intonatie.
‘Het is vanmorgen
behoorlijk mis gegaan in de klas. Ik weet niet of je op de hoogte bent van het
gerucht dat de ronde doet, maar er wordt verteld dat Walter en ik gevochten
hebben.’
Het zou een
kwestie van een nachtje slapen geweest zijn voordat Thea onvoorbereid door de
opperouders met deze roddel over de grenzen van het fatsoenlijke zou zijn
getrokken. Nou was ze in ieder geval bedacht op toespelingen morgen. Dat nam
niet weg dat ze geen gepaste reactie op de mededeling van directeur Yin
voorhanden had.
‘Walter heeft
helemaal niets verteld over een gevecht!’, stamelde ze na een korte
herstelpauze.
‘Dat is ook niet
zo!’ riep directeur Yin bijna opgelucht uit.
‘We hebben niet
gevochten!’
‘Wat dan?’,
aarzelde Thea.
Zo’n roddel kon
toch niet zomaar uit de lucht komen vallen? Bij weten van Thea kende het
onderonsje in de toiletten geen getuigen. Er moest dus iets in de klas gebeurd
zijn in het bijzijn van alle kinderen van groep 7. Aan de andere kant van de
lijn ademde directeur Yin diep in alsof hij een figuurlijke aanloop nam voor
zijn uitleg.
‘Meester Karel
had Walter de klas uitgestuurd, maar hij bleef onverzettelijk. Dus probeerde ik
hem aan zijn oksel uit zijn bankje te tillen. Dat had ik niet moeten doen. Toen
Walter half overeind stond, struikelde hij en viel tegen me aan. Ik kwam met een
klap met m’n billen tegen de boekenkast achter in de klas. Daar is Walter
volgens mij heel erg van geschrokken. Daarna is hij het lokaal uitgerend en
heeft hij zich opgesloten op het toilet.’
De
schuldbekentenis van directeur Yin was rap en beladen van berouw.
‘Die goeie, lieve
Walter’, dacht Thea vertederd.
‘Hoe is het nou
met je achterwerk?’, informeerde Thea voor de goede orde.
‘Dat wordt een
blauwe plek morgen’, voorzag directeur op ontlastende toon.
‘Nou snap ik
eindelijk waarom Walter zich heeft opgesloten op het toilet. Zoiets is
normaliter namelijk helemaal niet des Walters’, lachte Thea bevrijd.
‘Hoe bedoel je?’,
vroeg directeur Yin onzeker.
‘De gedachte dat
jij door zijn schuld tegen de kast terecht bent gekomen – met een klap nog wel
- moet Walter inderdaad op de vlucht
naar de toiletten hebben gejaagd. Zeker na dat gedoe met Kasper die hij
zogenaamd voor een auto geduwd zou hebben. Op De Wielewaal is Walter gewoonlijk
namelijk schuldig totdat het tegendeel bewezen is. Alleen neemt niemand van het
docententeam de moeite om het tegendeel te bewijzen. Dus is Walter hoe dan ook
de boosdoener, want hij heeft de schijn altijd tegen zich. Dat heb ik je geloof
ik al eens uitgelegd. En als dan de invalmeester van vandaag - invalmeester Karel – ook nog een sprekend op
meester Gijsbert lijkt, dan snap ik wel dat de stoppen van Walter zijn
doorgedraaid. Meester Gijsbert is een demon uit het verleden van Walter die hem
in groep 3 het leven zuur maakte. Invalmeester Karel en meester Gijsbert zijn
in het kinderbrein van Walter kennelijk dubbelgangers. Een ongelukkige
samenloop van omstandigheden maar dat kon invalmeester Karel niet weten
natuurlijk.’
‘Ja, maar ik kan
me zo voorstellen dat het voor jou ook niet leuk is dat jouw kind op een
dergelijke manier benaderd wordt door docenten. Ik zeg nogmaals; ik had hem
niet bij zijn oksel moeten pakken’, kwam
directeur Yin met trillende stem, maar volhardend terug op zijn punt.
Thea had
bewondering voor de wijze waarop directeur Yin zich kwetsbaar durfde op te
stellen. Deze man was een verademing in vergelijking met oud-directrice Willy
Bakbruin met haar trukendoos en gelul in de ruimte. Thea besloot hem tegemoet
te komen.
‘Met Walter is
alles in orde hoor. Hij heeft niks verteld over schermutselingen in de klas.
Als hij er last van had gehad dat jij hem bij zijn oksel hebt gegrepen, dan zou
hij Bart en mij allang deelgenoot hebben gemaakt van de pijniging. Dat mag je
met een gerust hart van me aannemen.’
‘Nou dat vind ik
fijn om te horen’, zei directeur Yin duidelijk gerustgesteld.
‘Weet je wat ik
wel heb bij zoiets als handtastelijk worden bij een driftig kind van 10?’,
bracht Thea nog wel te berde.
‘Geen flauwekul.’
‘Nou?’, vroeg
directeur Yin terughoudend.
‘Voor je het weet
slaat hij terug en dan hebben zowel jij als ik pas echt een immens probleem en
ruzie!’
Thea was nog niet
uitgesproken of ze werd overstemd door de schaterlach van directeur Yin.
‘Dat doet hij
niet!’, gierde hij.
En wat als Walter
wel van zich af geslagen had? Een stomp a la Boris in de maag van directeur Yin
in plaats van in de buik van een elfjarig meisje met de naam Sabine? Een
gewetensvraag die niet alleen Thea aan het denken zette. Een week later stond
meester Vik voor aanvang van de lessen Thea op te wachten bij het lokaal van
groep 7. Hij hield haar in de gang staande met de vraag of Thea die middag na
school tijd had voor een gesprek op De Wielewaal, waarop zij klikte met haar
tong en fronsend vroeg:
‘Alweer een
gesprek? Ik heb directeur Yin pas geleden nog aan de telefoon gehad.’
‘Ja, maar
directeur Yin wil ook graag persoonlijk bij dit gesprek aanwezig zijn’,
stamelde meester Vik verontschuldigend.
Hij was een kop
groter dan Thea en zij moest naar hem opkijken. Alleen in letterlijke zin
weliswaar. Zijn bescheiden opstelling maakte juist dat Thea hem eigenlijk best
wel tegemoet wilde komen.
‘Nee, je begrijpt
me verkeerd. Ik wil gerust een gesprek met jou onder vier ogen voeren. Dat is
het niet, maar ik heb de laatste tijd al zoveel overleg gehad op De Wielewaal.
Vandaar’, glimlachte ze.
‘Het gaat over
Walter’, voegde meester Vik handenwrijvend onnodig toe.
‘Echt?’, grapte
Thea.
Meester Vik
grinnikte beleefd en vervolgde:
‘Guido, de
schoolpsycholoog zal er ook bij zijn.’
‘Ik wist niet
eens dat er een schoolpsycholoog rondliep op De Wielewaal!?’, floepte Thea
eruit voordat ze er zelf erg in had.
‘Nee, nou ja,
logisch wel, want Guido is pas nieuw voor dit schooljaar ingehuurd door de
directie. Hij is vooral bedoeld voor de groep.’
Meester Vik sprak
vrijuit en kwam ontspannen over. Hij nam de tijd voor een onderhoud met
tirannieke Thea middenin de gang van De Wielewaal waar geen voorbijganger
ongestoord omheen kon. Elke andere docent van het team op De Wielewaal die, net
als meester Vik nu samen met Thea, volop in de kijker van de opperouders zou
hebben gestaan, had zich dan ook zo snel mogelijk van de moeder van Walter
losgerukt na het maken van de afspraak. Meester Vik niet. Meester Vik leek zich
helemaal niet bewust van het wakende oog van de alom vertegenwoordigde
opperouders. De frisse wind die dankzij de opstelling van meester Vik door de
gangen van De Wielewaal woei, bezorgde Thea een dikke keel en waterige ogen. Om
niet ontmaskerd te worden, maakte Thea eens voor de verandering een einde aan
het onderonsje met een leerkracht van De Wielewaal, in plaats van andersom,
door abrupt de pas erin te zetten. In de hoop dat de ontroering in haar stem
niet op zou vallen, beloofde ze nog wel luidkeels over haar schouder dat
meester Vik op haar kon rekenen bij de afspraak in de namiddag.
Walter zat allang
op zijn plaats in de klas. De laatste tijd had Thea sowieso niet meer de
gewoonte om hem bij het wegbrengen in het lokaal te begeleiden. Op de excessen
in groep 7 na, werd er ook veel gelachen in de klas als Thea haar zoon moest
geloven. Het enthousiasme waarmee Walter de laatste tijd in en uit school toog,
loog er in ieder geval niet om. Vandaar dat Thea makkelijk zoveel mogelijk acte
de présence kon geven in het lokaal met Sabine en na de korte ontmoeting met
meester Vik, moest ze haasten vandaag. Ze had zichzelf tot taak gesteld om de
neutraliteit van Jeewee - zo goed en zo kwaad als de sociale situatie dat
toeliet- schooldagelijks tot het einde
van groep 8 te bewaken. Geen mogelijkheid zou Thea onbenut laten om de
opperouders uit de klas van Sabine aan haar tirannieke bestaan te blijven
herinneren door haar neus te laten zien. Hoe moeizaam soms ook en al bleef Thea
doodgezwegen. Ook door Jeewee. Hoewel hij de moeder van Sabine, na de komst van
de troubleshooters, eigenlijk niet meer met goed fatsoen kon negeren. Dat
ongemak loste hij op met een afgemeten knik in haar richting voor aanvang van
de lessen. Thea was blij dat ze op die manier toch een reactie wist op te
roepen. Hoewel Jeewee haar, meteen na zijn woordeloze begroeting, nog steeds
probeerde te overstemen met zijn onderhuidse vriendjespolitiek in de richting
van de opperouders. Thea gunde hem deze verzetsdaad, want Jeewee vermoedde
waarschijnlijk dat ze een directe lijn had met de troubleshooters. Terecht,
maar dat was niet de reden dat meester Populair in ongenade dreigde te raken
bij Yin en Yang. Beter dan Thea te provoceren was Jeewee bij zichzelf te rade
gegaan, want hij groef zijn eigen graf. Meester Populair, die in zijn bloeitijd
ongestoord zijn eigen koers had kunnen blijven varen, kon in het jaar van Yin
en Yang niet meer belangeloos afwachten waar het schip zou stranden. Desondanks
bleef Jeewee stug doen wat hij altijd had gedaan en als dat ineens niet meer
goed genoeg was, dan kon hij er ook niets aan doen. Ook niet een klein beetje.
Zoals het bijvoorbeeld onder Yin en Yang geen pas meer gaf om het sportieve
deel van groep 8 tijdens het speelkwartier elke schooldag, jaar in jaar uit, op
een voetbalwedstrijd te trakteren en de rest consequent links te laten liggen
bij buitenschoolse activiteiten. Oud-directrice Willy Bakbruin had het
exclusieve voetbalfestijn in het speelkwartier met meester Populair juist
altijd aangemoedigd. Alsof het principe van; ‘voor elk wat wils’, niet gold
voor het basisonderwijs op De Wielewaal. Voetbal is leuk, maar niet altijd en
ook niet voor iedereen. Door die blinde vlek had Jeewee geen oog voor
alternatieven. Het was voetbal of niets op het speelplein.
Het kwam erop
neer dat Jeewee naast zijn werk maar een beperkte aandachtspanne had die niet
veel verder ging dan sport. Eigenlijk moest alles en iedereen hiervoor wijken
buiten de lesuren op De Wielewaal. Met die insteek reduceerde hij de
laserbehandelingen die Sabine al ruim twee jaar aan de wijnvlekjes in haar
gezicht onderging, eveneens tot een niemendalletje waar in geen geval openlijk
al te veel aandacht aan kon worden besteed. Vermoedelijk niet eens met opzet,
want Sabine werd wel kort door Jeewee apart genomen om de medische ingreep niet
helemaal onbesproken te laten. Zij het met een zekere reserve. Niet met zoveel
woorden, maar liever geen grote klok. Dat voorbehoud had Sabine gevoeld, maar
ze mocht niet klagen. Jeewee had tenminste nog enigszins zijn goede wil
getoond, terwijl de schooltrol in groep 7 zich geen seconde had willen
verdiepen in de cosmetische grillen van de ouders van Sabine. Alsof
laserbehandelingen in feite ongepast zijn en meester Populair dus zijn nek
uitstak met zijn bereidwilligheid om een oogje dicht te knijpen in het
controversiële geval van Sabine. Thea
kende Jeewee inmiddels goed genoeg om te weten dat zijn terughoudendheid niets
met Sabine te maken had. Dus hij ontzag Sabine niet uit kindvriendelijke
motieven. De voornaamste reden waarom Jeewee in de klas geen ruchtbaarheid
wilde geven aan de laserbehandelingen van de wijnvlekjes in het gezicht van
Sabine, had te maken met de gevoeligheid van het onderwerp bij de opperouders.
Hoe konden Bart en Thea hun kind op zo’n jonge leeftijd zo maar onderwerpen aan
plastische chirurgie? Want dat was toch wat een laserbehandeling in de ogen van
de incrowd van De Wielewaal was. Nou moet gezegd worden dat Sabine er direct na
ieder ingreep uitzag alsof ze aan vlektyfus leed. De helft van haar gezicht zag
zwart van de gelaserde bloedvaten. Na een korte herstelperiode werden de
opzichtige wijnvlekjes van Sabine hoe langer hoe lichter, maar de heftige
eerste reactie in haar gezicht viel moeilijk te verbloemen. Toch had Sabine
weinig pijn en kon ze makkelijk naar school. Met de eindcitotoets in het
vooruitzicht was thuisblijven vanwege de tijdelijke zwarte plekjes in haar
gezicht dan ook geen optie voor Sabine. Voor ze het wist had de schooltrol
Sabine bij afwezigheid terug een vmbobasisadvies door de maag gesplitst.
Ondertussen werd op De Wielewaal minachtend weggekeken van de zwartgeblakerde
wijnvlekjes in het gezicht van Sabine door de opperouders en dat was Jeewee
niet ontgaan. Hoe ordinair moet je als ouders zijn om uiterlijk belangrijker te
maken dan het voor een kind is en waarvan konden Bart en Thea zo’n ingreep
trouwens betalen? Jeewee onthield zich van commentaar. Zijn enige verweer was
zijn oneindige weg van de minste weerstand.
Stel dat Bart en
Thea net zo meegaand waren geweest? Dan hadden ze dus Sabine levenslang op
moeten zadelen met permanente wijnvlekjes in het gezicht, alleen maar omdat de
opperouders op De Wielewaal laserbehandelingen omstreden vonden. Duurzame
wijnvlekjes die Sabine vanaf haar pubertijd gegarandeerd parten waren gaan
spelen. Helemaal vanwege de locatie. In haar gezicht! Maar niet getreurd want
leve de lapmiddelen in de vorm van make-up. Hoeveel tubes foundation gaan er in
een mensenleven en waar bemoeiden de opperouders zich mee? De
laserbehandelingen zijn een weloverwogen keuze van Bart en Thea geweest. Hoe
ingrijpend ook voor de kleine meid. Te beginnen op een punt waarop Sabine oud
genoeg was om stil te blijven liggen tijdens het laseren en jong en naïef
genoeg om haar bezoedelde gezichtje achteraf onbeschaamd aan de genezende
kracht van de buitenlucht bloot te stellen. Daarbij werden de kosten van de
vele laserbehandelingen volledig gedekt door de ziekenkostenverzekeraar tot Sabine de leeftijd van achttien jaar had
bereikt. Er was dus geen tijd te verliezen.
Als Jade de
interne coördinatrice vooraf nou door Bart en Thea betrokken was geweest bij de
lasertherapie van Sabine dan hadden de medische ingrepen in het gezicht van het
kind ongetwijfeld meer aandacht gekregen op De Wielewaal. Daar zou Jade de
interne coördinatrice dan wel voor gezorgd hebben. Zolang zij kinderen maar kon
medicaliseren. Ziek vond Thea deze instelling. Bart had meer moeite met de
kostbare tijd die verspild zou worden als Jade de interne coördinatrice eerst
nog bij het proces betrekken had moeten worden alvorens van start te gaan met
de lasertherapie. Bovendien zochten Jade de interne coördinatrice en de ouders
van Sabine door oud zeer elkaar bij voorbaat al niet op. Trouwens met groen
licht van Jade de interne coördinatrices zou Sabine dusdanig overladen zijn met
zoetsappige beterschapswensen en verkeerde, publieke aandacht, dat ze van de
weeromstuit zou zijn gaan zwelgen in zelfmedelijden. Het schrille contrast met
de kille onverschilligheid waarmee Sabine nu benaderd werd op haar basisschool,
moet zelfs de interim directie aan het hart gegaan zijn. Waarom anders werd
Sabine spontaan overvallen door een charmeoffensief van de directeuren Yin en
Yang? Op een schooldag na de zoveelste laserbehandeling stond Sabine, met
wederom mega zwarte vlekken in haar gezicht, van haar appeltje te genieten
tijdens het speelkwartier. Het schoolplein krioelde van de kinderen uit de
bovenbouw en de surveillerende leerkrachten waaronder; meester Vik van groep 7
en juffrouw Siepie de saimiri oftewel de schooltrol die in het jaar van Yin en
Yang, samen met juffrouw Marijke beurtelings, groep 6 bestierde. Zoals
gewoonlijk trapte Jeewee van groep 8 een balletje met de stoere knapen uit zijn
klas. Sabine leunde met haar rug en een voet tegen een muur van De Wielewaal.
Zarah die naast haar in een peer beet, had eenzelfde houding aangenomen. Samen
volgden ze zonder enthousiasme het potje voetbal dat zich voor hun ogen
afspeelde.
In eerste
instantie zag het tweetal de directeuren dan ook niet op zich afkomen. Groot
was de hilariteit bij de twee prépubers na de schok van de herkenning van Yin
en Yang die ineens voor hun neus stonden leek het wel. Met veel omhaal kwamen
de heren gezamenlijk en plein public informeren naar het welbevinden van
Sabine. Wat was er met haar gezicht gebeurd? Of ze uitleg kon geven over de
gang van zaken tijdens een laserbehandeling? Hoezo hoefde Sabine niet onder
narcose? Kreeg ze niet eens een roesje?
‘Het doet maar
even pijn. Het zijn prikjes, maar je moet wel stil blijven liggen’, legde
Sabine geamuseerd aan het overweldigende duo uit.
Zarah was haar
gelaserde vriendin ondertussen met andere ogen gaan bekijken. Vol bewondering.
En Yin en Yang concludeerden luidruchtig dat Sabine een bikkel was.
‘Veel grote
mensen durven zich niet eens te laten laseren. Laat staan zonder verdoving!’,
had directeur Yin opgemerkt, terwijl hij
illustratief naar zichzelf wees.
Thuis gekomen
gloeide Sabine nog na van trots. Toen Thea begreep waarom haar dochter
straalde, voelde zich ze zich lichter worden en gesteund. Niet alleen Sabine
had die dag een opsteker gekregen.
HOOFDSTUK 49
Guido was het
merkbaar aan zijn stand van schoolpsycholoog verplicht om afstand te houden.
Thea vond het wel een geruststellende gedachte dat hij tegen alle aanzittenden
aan de vergadertafel uit de hoogte deed en niet alleen tegen haar. Guido de
schoolpsycholoog was zichtbaar een behouden man van middelbare leeftijd die
zijn zaakjes op orde had. Zijn verschijning deed Thea nog het meest aan Bink
denken, maar dan met een keurig gekapte, grijze kuif in plaats van een kale
kop. Ook miste de klik met Bink, maar verder was deze Guido net zo gebruind,
onberispelijk gemanicuurd en droeg hij dezelfde stijl; kleding, schoenen en
blingbling als een doorleefde pooier en uitbater van G-spot Gigolo.
Op verzoek van
directeur Yin had Guido de schoolpsycholoog zich bereid getoond om de zaak
Walter eventueel op te pakken. Nou snapte Thea meteen ook waarom meester Vik
onlangs Walter in het speelkwartiet apart had genomen en een gesprek met hem
was aangegaan.
‘Zomaar’, volgens
Walter.
Alleen met jou?’,
verifieerde Thea achterdochtig.
‘Nou en?’
‘Nee niks. Was
het gezellig?’
‘Ja, ik heb een
foto gezien van zijn vriendin en meester Viktor heeft een heleboel broers en ik
heb verteld dat ik in het weekend vaak met papa dingen doe, zoals naar
rommelmarkten gaan; laptops en pick-ups repareren en ook wat ik verder allemaal
voor hobby’s heb’, beschreef Walter vergenoegd.
‘Heeft iedereen
bij jou in de klas zo’n onderonsje met meester Viktor?’
Walter haalde
zijn schouders op en daarom had Thea in eerste instantie haar bevreemding, over
deze wel heel erg arbeidsintensieve benadering voor een drukbezette onderwijzer
van een ingewikkelde groep, verdrongen. Meester Viktor was nieuw en nog op zoek
naar de juiste tactiek om zijn leerlingen voor zich te winnen. Trouwens, Walter
had niets te verbergen. In tweede instantie begreep ze nu dat onderliggende
psychische klachten alsmede een instabiele thuissituatie bij zowel Walter als
zijn ouders zoveel mogelijk uitgesloten moesten worden, omdat Guido vanuit zijn
positie als schoolpsycholoog alleen vanuit De Wielewaal voortgang kon boeken.
Een informeel intake gesprekje van een onderwijzer met de omstreden pupil bood
in dat geval het beste inzicht. Zo te merken waren Walter en zijn ouders
geslaagd. Anders was directeur Yin niet overgegaan tot het inschakelen van
Guido de schoolpsycholoog, maar was zwaarder geschut zoals de kinderbescherming
niet ondenkbaar geweest.
Overigens zou die
hulp aan Walter niet zonder slag of
stoot te realiseren zijn. Althans dat gaf Guido de schoolpsycholoog meermaals
uitdrukkelijk te kennen tijdens de bijeenkomst tussen hem, Thea, directeur Yin
en meester Vik van groep 7. Guido was geen therapeut. Hij ging over de
interactie in de groep. Momenteel zag het ernaar uit dat Walter de
groepsdynamiek in de klas te sterk beïnvloedde met zijn stemmingswisselingen en
daar kon alleen wat aan veranderd worden met 100 procent inzet van zowel ouders
als kind. En dan nog zou het opzetten van een actieplan zeeën van Guido’s
beperkte tijd vergen. En tijd is geld. Dat schreeuwde in het geval van Guido de
schoolpsycholoog dan ook om extra vergoeding. Geld dat wel tot achter de komma
gedeclareerd moest kunnen worden. Naast de vaststaande tarieven van het
groepsbudget.
Ondertussen
bewoog directeur Yin ongeduldig heen en
weer over zijn stoelzitting. Hij zette zich af tegen de lange vergadertafel en
boorde met de achterpoten van de stoel in het linoleum. Pas toen hij merkte dat
Thea zijn caperiolen geamuseerd aan het bestuderen was, liet hij de twee
zwevende voorpoten met een klap weer op de grond terecht komen. Hij schoof een
stukje achteruit en ging waardig rechtovereind zitten, sloeg zijn benen
herhaaldelijk over elkaar heen en zette ze weer terug naast elkaar. Vervolgens
opnieuw linker over rechterbeen en andersom. Tussentijds zaagde
schoolpsycholoog Guide onverstoord verder, terwijl meester Viktor met zijn
voortanden een velletje in zijn nagelriem probeerde te vangen. Directeur Yin
kon de neerwaartse beweging van zijn trillende mondhoeken hoe langer hoe
moeilijker bedwingen. De gewichtigdoenerij van Guido de schoolpsycholoog kon
ook bijna niet anders dan onverdraaglijk zijn voor directeur Yin. Tenminste als
Thea de vele voorlichtingsfilmpjes, artikelen en interviews op internet moest
geloven waarin het onderwijsbeest zijn visie op effectief onderwijs
ventileerde. Wat hem betrof was iedere leerling gebaat bij individuele aandacht
op maat. Als pupil Walter geholpen zou kunnen worden met begeleiding van de
schoolpsycholoog dan moest die mogelijkheid hem geboden worden. Een volgende
leerling kreeg, indien nodig, weer een ander ontwikkelingstraject aangeboden
als de omstandigheden daarom vroegen. Daar kon Guido de schoolpsycholoog lang
of kort over zijn. Liever kort eigenlijk te oordelen naar de rusteloze reacties
van directeur Yin op de omwegen die Guido de schoolpsycholoog insloeg om zich
te profileren. Je hoefde geen gedachten te kunnen lezen om te snappen dat
directeur Yin ongezegd vond dat Guido de schoolpsycholoog te hoog van de toren
blies. Het was namelijk maar de vraag of Guido de schoolpsycholoog überhaupt
ingehuurd was door de interim directie van De Wielewaal als meester Viktor niet
aan het begin van zijn loopbaan als onderwijzer had gestaan. Hij was per
ongeluk voor de leeuwen geworpen door de avontuurlijke samenstelling van groep
7 en het zou zonde zijn als deze pech hem zou tekenen voor de rest van zijn
carrière in het onderwijs. Een schoolpsycholoog die gespecialiseerd is in
groepswerking kon meester Viktor bijstaan bij het bevatten van zijn onorthodoxe
debuutklas. De troubleshooters hadden nou eenmaal carte blanche gekregen van de
onderwijsstichting. De directeuren Yin en Yang mochten een jaar lang alles uit
de kast halen om het onderwijs op De Wielewaal weer op de rails te krijgen. Ook
financieel. Zo werd Guido de schoolpsycholoog bekostigd, maar dat betekende wel
dat hij moest werken voor zijn geld. Onder meer door meester Viktor te
ontlasten door Walter te ondersteunen.
Meer moest dat
niet zijn van directeur Yin, zoals sprak uit zijn wrevelige houding. Guido de
schoolpsycholoog zou zich mettertijd vanzelf overbodig maken. Zodra meester Vik
zich de kneepjes van het vak eigen had gemaakt, had hij talent genoeg om zijn
pappenheimers op eigen kracht stuk voor stuk een individueel leerplan te
bieden. Groepsprobleem opgelost, want in de optiek van directeur Yin was nuance
en differentiatie de enige juiste didactische aanpak van elke klas, maar die
van de onvoorspelbare groep 7 van De Wielewaal in het bijzonder. Ongeacht het
aantal kinderen per jaargang – dus plofklas of niet – of het niveau.
Voor het bewaken
van onderwijskwaliteit kon de plusgroep op De Wielewaal ook niet langer het
eliteclubje blijven dat het vanaf de oprichting altijd geweest was, namelijk;
een kunstmatige bezetting van hetzelfde type kroost. Altijd weer de kinderen
van de eigengereide opperouders. Volgens de leer die directeur Yin aanhangt
zijn niveaus echter dynamisch. Ze ontwikkelen zich bij elke leerling in een
verschillend tempo. Ongeacht de afkomst. Daarom is het beter als een plusgroep
af en aan voor alle kinderen toegankelijk blijft door diversiteit en een steeds
wisselende wacht. Reden temeer voor Thea om zich te kunnen vinden in dat
maatwerk uit het gedachtegoed van directeur Yin. Toch is een leerkracht ook
maar een mens met veel werkdruk. Een duizendpoot tegen wil en dank die zich
niet de Godganse dag alleen maar met de leerontwikkeling van gemiddeld 25
kinderen apart bezig kan houden, zonder zichzelf voorbij te lopen. Dat snapte
zelfs directeur Yin. Maar hobby’s, interesses, talenten, karaktereigenschappen,
gezinssituaties, welbevinden, gezondheid, leerontwikkeling en scores zijn te
noteren. Vervolgens is het een kwestie van ijkpunten per leerling bijhouden
voor de goede orde. Zoals elke mensenwerker persoonsgegevens opslaat. Zoals
Bink bijvoorbeeld de voorliefdes van zijn klandizie op zijn laptop beheerde.
Mevrouw Jansen houdt van toyboys met tattoos en mevrouw Pietersen juist niet.
Het geheim is de nuance. Werkdruk of niet. Eigenlijk stond dat idee van persoonsgeboden aandacht heel dicht bij het
leerlingenvolgsysteem, dat al decennia lang aan de basis van elke beproefde
onderwijsmethode staat. Laat onverlet dat er, ook wat Thea betrof, niet vaak
genoeg op ‘onderwijs op maat’ gehamerd kon worden. Al was het maar om herhaling
van het foute vervolgopleidingsadvies, dat Sabine in eerste instantie van haar
horrorjuf Siepie de saimiri uit groep 7 had meegekregen, in de toekomst te
voorkomen.
Guido de
schoolpsycholoog daarentegen dacht maar moeilijk in individuen. Hij was immers
gespecialiseerd in groepen. Dat wilde hij gedurende de bijeenkomst minstens
tien keer gezegd hebben. Even zo vaak was directeur Yin gaan verzitten alsof
hij wilde zeggen:
‘Schiet toch op
man en doe waarvoor je betaald wordt.’
Op een gegeven
moment was de maat van directeur Yin vol. Hij schraapte zijn keel en stelde de
hamvraag met een geïrriteerde ondertoon:
‘Maar ben je
bereid om met Walter in groep 7 aan de slag te gaan?’
‘In principe
wel’, antwoordde Guido de schoolpsycholoog vaag, maar goed genoeg voor
directeur Yin.
De
sfeerverlichting in de vergaderruimte was echter van korte duur, want Guide de
schoolpsycholoog begon alweer voorwaarden te stellen.
‘Ik eis dan wel
het volledige vertrouwen van de ouders en het kind en van jullie natuurlijk’.
Na zijn punt
knikte Guido de schoolpsycholoog illustratief in de richting van directeur Yin
en meester Viktor.
‘Mag ik ook wat
zeggen?’, viel Thea in.
Net als meester
Viktor had ze nog geen syllabe tussen het gewauwel van Guide de
schoolpsycholoog kunnen uitspreken, maar nu nam ze abrupt het woord, zonder
verder op toestemming te wachten.
‘Ik meen een
zekere achterdocht tegen ons – de ouders – te bespeuren. Er wordt wel heel
nadrukkelijk gehamerd op volledige
betrokkenheid van de ouders. Die betrokkenheid is aanwezig, dat verzeker ik
jullie, maar mochten Bart en ik besluiten om met Walter dit traject in te gaan,
dan ben ik de enige aanspreekbare ouder in dit verhaal. Dat betekent niet dat
Bart niet geïnteresseerd is in of niet betrokken is bij zijn zoon. Ik begeleid
onze kinderen bij schoolzaken en Bart doet weer andere dingen. Zo is de taakverdeling
in ons huwelijk. Zo zijn Bart en ik getrouwd en dat zouden wij graag
gerespecteerd zien.’
‘Duidelijk’,
antwoordde directeur Yin, terwijl hij de opgetrokken wenkbrauwen van Guido de
schoolpsycholoog nadrukkelijk zat te negeren.
‘En dan nog wat’.
Meester Viktor
kwam rechtop zitten, Guide de schoolpsycholoog krabde achter zijn oren en
directeur Yin keek alsof hij al wist wat er komen ging.
‘Als ik het goed
begrijp dan is het de bedoeling dat onze zoon handvaten van Guido in
samenwerking met Viktor aangeboden gaat krijgen om met de groepsdruk in de klas
om te gaan. Omdat Walter een markante persoonlijkheid heeft, is hij dominant
aanwezig in de klas en dat zorgt voor onrust in de groep. Mijn man en ik
begrijpen dat Walter moet leren om zich min of meer te conformeren aan de
groepsdynamiek. Toch vind ik het ook belangrijk om tijdens dit leerproces niet
alle verantwoordelijkheid bij Walter neer te leggen. Walter wordt juist
tegendraads omdat hij denkt dat hij overal de schuld van krijgt.’
‘Zie je wel dat
ik weer overal de schuld van krijg’, was dan ook de eerste reactie van Walter,
toen Thea hem probeerde voor te bereiden op de te verwachten toenadering
van Guido de schoolpsycholoog
‘Het is een
uitgelezen kans’, vond Bart, terwijl hij de bimbam in de huiskamer opwond.
De sleutel
kraakte in het slot met de draaibewegingen van Bart mee. Thea vond hem
ongevoelig voor het spookbeeld van zijn zoon.
‘Ik weet het
niet’, twijfelde ze.
Bart stopte met
opdraaien en keek Thea een seconde meewarig aan. Daarna plaatste hij het opwindsleuteltje
op de bodem van het uurwerk en sloot het deurtje onderin de klok.
‘Ken je Guido?’
wilde hij van Walter weten.
‘Hij zit vaak
achterin de klas’.
‘Is hij aardig?’,
vroeg Thea.
‘Gewoon’.
‘Het is maar wat
je gewoon noemt’, dacht Thea spottend, maar ze zweeg natuurlijk.
Stel dat ze
Walter onbedoeld zou demotiveren. Ondertussen was Bart in zijn relaxstoel gaan
zitten en hij richtte zich tot haar.
‘Walter kan hier
alleen maar beter van worden. Dit is precies wat hij nodig heeft. Dat er
eindelijk eens naar hem geluisterd wordt en dat hij hulp krijgt bij het omgaan
met zijn boosheid.’
‘Ik wil geen hulp
bij het omgaan met mijn boosheid’, mokte Walter vanaf de driezitsbank.
Hij zat in het
hoekje met zijn kin op zijn borst naast Thea die Walter plagerig in zijn zij
porde.
‘Natuurlijk wel,
jij vindt het toch ook niet leuk om steeds driftig te worden. Dan moet je je
weer op het toilet van De Wielewaal opsluiten, of bij directeur Yin op
gesprek’.
Bart stak
schertsend zijn wijsvinger in de lucht ten teken dat hij een eurekamomentje
had.
‘Juist als je
driftig wordt, krijg je de schuld’, merkte hij helder op.
‘Ja, dat is
misschien wel zo’, gaf Walter verslagen toe.
Geraakt slikte
Bart zijn ontroering weg om Walter vervolgens een hart onder de riem te steken.
‘Doe het nou maar
jongen. Werk gewoon mee. Des te eerder ben je van het gezeur af.’
‘En ik ben erbij,
tenminste als jij dat wilt’, blufte Thea, want tijdens de eerste bijeenkomst
was Guido de schoolpsycholoog nog een poos aan zijn initiële eis blijven
vasthouden dat beide ouders bij alle toekomstige ontmoetingen tussen hem en
Walter aanwezig moesten zijn en niet alleen mama. Desondanks was het Thea met
veel overtuigingskracht en gepaai gelukt
om haar echtgenoot vrij te pleiten van een ouderlijke evaluatieplicht met het
soort zielenknijper dat Bart als een absolute kwelling zou hebben ervaren. Dat
laatste had ze uiteraard voor zichzelf gehouden. Ineens bedacht Thea echter dat
Walter zijn moeder misschien net zo min
als zijn vader kon gebruiken in zijn kinderbubbel op school. In dat geval had
Thea een probleem. Ter rechtvaardiging voor de lijfelijke afwezigheid van Bart,
had ze duizend procent inzet van haar kant beloofd. Er was geen weg terug. Thea
zou in de toekomst wel bij elke ontmoeting tussen haar zoon en Guido de
schoolpsycholoog aanwezig moeten zijn. Of Walter wilde of niet.
‘Dus jij gaat
mee?’.
Walter wilde
zeker zijn. Een goed teken. En wie niet waagt, wie niet wint.
‘Alleen als jij
dat wilt!’, loog Thea voor een tweede keer.
Ze hield haar
hart vast.
‘Nee, dan is het
goed’, gaf Walter aarzelend toe, waarna Thea haar hart opgelucht losliet, zodat
het een sprongetje kon maken.
Hoge
verwachtingen had Thea niet van Guido de
schoolpsycholoog. Niets ten nadele van een schoolpsycholoog, maar het
onvermijdelijke van deelname aan het
plan de campagne van Guido alleen al, maakte ten onrechte een uitvergroot
dilemma van de manifestatie van Walter in groep 7. Het oordeel van Guido de
schoolpsycholoog hing als een zwaard van Damocles boven het bestaansrecht van
Walter in groep 7 van De Wielewaal. Die dreiging voelde niemand beter aan dan Walter zelf en
met ingang van de introductie van een schoolpsycholoog in zijn leventje gooide
hij uit zelfverdediging meteen een verbeterde versie van zichzelf in de groep.
Precies zoals Thea gehoopt had, want hij had evengoed de kont tegen de krib
kunnen gooien. Deze ommekeer in het functioneren van Walter in de klas was de
enige reden dat Thea zich niet verder verzette tegen bemoeienis van een
afstandelijke schoolpsycholoog met de
leerontwikkeling van haar kind. Bart had de reactie van Walter al voorzien en
daarom in dit geval van ‘een uitgelezen kans’ gesproken. Thea dacht meer in de
trant van een laatste mogelijkheid voor Walter om zich ‘als het kind van zijn
ouders’ in plaats van ‘als een willoos slachtoffer van zijn invloedssfeer’ zo
goed mogelijk aan te passen aan zijn omgeving.
Socialisatie
noemt men dat in vaktermen. Te beginnen bij de schoolpsycholoog en diens
geplande taakstraf voor Walter. De verkapte veroordeling was op papier nog
doorzichtiger dan uit zijn mond. Als Walter nou maar braaf was, dan kwam alles
goed in groep 7. Of, om achteraf met Walter onder vier ogen te spreken:
‘Eigenlijk kreeg
ik van Guido gewoon weer overal de schuld van.’
In zijn draaiboek
voor Walter had Guido de schoolpsycholoog zwart op wit de nadruk op een
zelfbewustwordingsproces uitgewerkt aan de hand van een straf- en beloningssysteem. Het was de
bedoeling dat de strategie van Guido strikt zou worden nageleefd door Walter, meester Viktor en Thea. Op het
moment dat Walter verviel in zijn oude, opruiende gedrag dan kreeg hij van
meester Viktor een waarschuwing in de vorm van een rode kaart. Walter moest
vooral zorgen dat;
hij niet voor
zijn beurt sprak;
niet door het
lokaal riep;
of ongevraagd
discussies uitlokte.
Mocht Walter de
klas worden uitgestuurd door meester Viktor of een andere leerkracht dan
leverde die sanctie hem sowieso een rode kaart op. Ook werd hij geacht om
zonder weerwoord te gehoorzamen. Bij weigering om het lokaal te verlaten kon
hij op een tweede rode kaart rekenen. Bij een derde overtreding nog een rode
kaart en ga zo maar door. Nadat hij uit de klas was gezet, mocht hij op de gang
verder aan zijn leertaak werken. Daarnaast werd Walter verplicht om een
‘time-out’ te nemen zodra hij zijn drift voelde opkomen. Hij moest dan zo snel
mogelijk op eigen initiatief maken dat hij het lokaal uitkwam om op de gang
rustig te worden. Elke schooldag die Walter in de toekomst wist door te komen
zonder rode kaart, leverde hem een groene kaart op. Na vijf groene kaarten
ontving Walter een weeksticker uit de handen van meester Viktor. Meester Viktor
koos voor stickers van Sponge Bob, waardoor het voor Walter nog enigszins
aantrekkelijk was om de opstekers zelf bij te houden op een kalender in zijn
laatje. Na het behalen van zoveel mogelijk Sponge Bob stickers zou Walter aan
het eind van het schooljaar in de klas mogen trakteren op aardbeientaart met
slagroom. Dit was een idee geweest van moeder Thea, want de strategie van Guido
was alleen gekaderd. De aard van een eventuele eindbeloning stond nog open voor
suggesties. Hetzelfde gold voor de sanctie die Walter uiteindelijk te wachten
stond bij een mogelijke overdaad aan rode kaarten. Voor de invulling van de
straf had Thea echter niemand op leuke ideetjes willen brengen. Vooral daar op
papier van haar werd verwacht dat ze onvoorwaardelijk partij bleef kiezen voor
de schoolpsycholoog en/of meester Viktor. Ook als Walter in verzet zou komen,
terwijl ze de strategie van Guido in werkelijkheid een halfgaar plan vond dat
maar matig op de persoonlijkheid van haar zoon aansloot. Walter had zijn lesje
immers al geleerd vooraleer het zelfbewustwordingsproces goed en wel in gang
gezet was. Volgens Thea was dit het ultieme bewijs dat Walter niet in zijn
eentje verantwoordelijk kon worden
gemaakt voor de wanorde die tot dan toe in groep 7 had geheerst. Misschien had
de groepsdynamiek in groep 7 gewoon een tijdje moeten betijen onder supervisie
van meester Viktor. Anders kon Thea wel een tiental andere losgeslagen
klasgenootjes aanwijzen die ook wel wat zelfperceptie konden gebruiken. Enfin,
spreken is zilver en zwijgen is goud. Het staaltje doorsnee didactiek van Guido
de schoolpsycholoog deed Thea denken aan de werkwijze van Pleuni de
fysiotherapeute bij wie Walter – op aanraden van zijn toenmalige logopediste
Marloes en kleuterjuf Elsje - ook nog
wat verloren uurtjes in therapie was geweest. Maar toen was hij vijf jaar en
niet bijna elf.
Ook meester
Viktor was onuitgesproken sceptisch over de strategie van Guido. Hij gaf geen
commentaar, maar had permanent een afwachtende houding, alsof hij groep 7 en
dus ook Walter steeds meer als een uitdaging ging zien in plaats van als een
gedoemde mislukking.
Walter was dan
ook de enige die de strategie van Guido zonder weerstand over zich heen liet
komen. Op één of andere manier bleef hij gedurende de rest van zijn tijd in
groep 7 alle rode kaarten omzeilen. Soms
riep hij nog weleens voor zijn beurt door de klas, maar meester Viktor was
intussen aan zijn pupillen gewend en vooral gehecht geraakt en hij wist meestal
wel een komische draai te geven aan de willekeurige mededeelzaamheid die Walter
nou eenmaal karakteriseert.
‘Jullie kunnen
beginnen waar je gebleven bent’, gaf meester Viktor bijvoorbeeld als opdracht
in de klas.
‘Ja maar ik weet
niet waar ik ben’, riep Walter vervolgens verstrooid door het lokaal.
Meester Viktor
placht daarop steeds handiger zijn droge humor in te zetten en antwoordde dan
quasi bezorgd zoiets als:
‘Je bent in het
lokaal van groep 7 Walter’.
Hiermee loste
meester Viktor een kort lachsalvo van de hele groep. Inclusief Walter. Terwijl
de boel vroeger na zo’n losse flodder van een klasgenoot geheid tot paniek bij
de meester en chaos alom geëscaleerd zou zijn.
In de lente van
het reparatiejaar van Yin en Yang had meester Viktor zijn draai gevonden en
liep groep 7 nagenoeg op rolletjes. Er was nog een incident tijdens een
spreekbeurt over honden van een klasgenootje van Walter. Mara. De moeder van
Mara stond haar dochter bij tijdens haar spreekbeurt voor de klas. Achteraf
bleek Thea de moeder van gezicht te kennen uit de combiklas 5/6 van Jeewee,
waarin ze een hoogbegaafde zoon had gehad in de zesde, terwijl Sabine in
hetzelfde lokaal, maar dan in de vijfde, middelmatig zat te wezen. Ze had de
air van een opperouder. Op de dag van de spreekbeurt van haar dochter Mara in
groep 7 met Walter was ze chaperonne van een levensecht schoothondje. Het was
een griezelig beestje. Smoezelig wit met
uitpuilende grote angstogen. Dochter Mara - het zusje van de hoogbegaafde zoon
dus – had de griezel bij wijze van voorbeeldhond ter illustratie van haar
spreekbeurt mee naar school mogen nemen. De meeste kinderen joelden en
krioelden in een cirkel om het losgelaten beestje alsof ze nog nooit een hond
van dichtbij hadden gezien. Het schoothondje werd akelig van de ophef en begon
vinnig van zich af te bijten afgewisseld met schelle blafjes. Mara stond een
beetje schaapachtig naar het tumult te kijken, terwijl haar moeder met meester Viktor
in gesprek was. Totdat Walter zich niet meer kon bedwingen en door de klas
schreeuwde dat iemand dat hondje moest aanlijnen. Hij was weliswaar alleen
bekend met grote honden a la Yolo de huislabrador, maar daarom niet minder
begaan met het overprikkelde piepkleine beestje dat jankte als een muis in de
val. De noodkreet van Walter moet de moeder van Mara wel ruw uit haar
onderonsje met meester Viktor getrokken hebben, want even was ze met stomheid
geslagen. Werd ze nou door een kereltje van 10 jaar op haar vingers getikt?
Geen enkele zichzelf respecterende opperouder laat zich namelijk de les lezen
door een kind. Laat staan door Walter die door de moeder van Mara vermoedelijk
werd herkend uit het roddelcircuit. Hij was voor haar slecht nieuws. Nijdig zocht
de moeder van Mara oogcontact met Walter om daarna met haar zwart afgelakte
wijsvinger kort, maar krachtig, een denkbeeldige horizontale snee in de breedte
van haar keel te maken. Het gebaar raakte het doelwit. Walter wist eerst niet
wat hij zag en pruttelde nog wat tegen, terwijl het gebaar bezonk, waarna hij
succesvol monddood was gemaakt. Wat bezielde dat gedrocht om Walter in het
lokaal van groep 7 - zijn bunker tegen
de opperouders – met de dood te
bedreigen?!
‘Wat een schatje.
Wat zullen haar eigen kindertjes zich beschermd voelen thuis’, lachte Bart
relativerend.
Toch was Thea nog
wel verhaal gaan halen bij meester Viktor die meteen van niks zei te weten. Hoewel hij direct
ontkende dat de moeder in zijn klaslokaal een gebaar van keel doorsnijden in de
richting van Walter gemaakt had. Als je van niks weet, dan valt er ook niks te
ontkennen natuurlijk. Los daarvan zei de groeiende blik van afgrijzen van
meester Viktor genoeg. Thea zag hem denken:
‘Stel dat de
moeder van Mara het gebaar wel gemaakt had? Dat zou toch te gek voor woorden
zijn?’
Het kwam er dus
op neer dat meester Viktor gewoon niets van het vergrijp had meegekregen.
Begrijpelijk door de terugval van zijn klas. Het was weer even als vanouds een
overweldigend puinzooitje geweest en uiteraard was niemand minder dan Walter op
zo’n moment weer de meest ongenode gast op de verkeerde plek.
Door de strategie
van Guido zorgde meester Viktor er wel voor dat Walter niet verder in opspraak
kwam en dus liet Thea de doodsbedreiging van de moeder van Mara tegen haar zoon
uiteindelijk maar schieten. Dat gekke wijf was toch niet te helpen en Walter begon
op school sowieso steeds meer privileges te krijgen. Zo mocht hij Tarik de
conciërge tijdens de lessen regelmatig helpen met klusjes in en om het
schoolgebouw. Of de expertise van Walter werd ingeroepen bij het oplossen van technische problemen met het digibord van
docenten in andere lokalen. Niet voor de flauwekul. Op tienjarige leeftijd was
Walter al in staat om serieuze computervraagstukken voor volwassenen op te
lossen. Thea was wel trots, maar vroeg zich toch ook ongerust hardop in het
bijzijn van haar echtgenoot af of Walter op die manier niet achter dreigde te
gaan lopen op zijn leeftijdgenoten, waarop Bart alleen maar smakelijk had
moeten lachen. Diep van binnen wist Thea ook wel dat de werkelijke reden van
het vroegere incidentele wangedrag van haar zoon in de klas minder te maken had
met zijn zogenaamde oncontroleerbare boosheid dan wel met verveling. Maar dat
betekende nog niet dat hij gebaat was bij vrijstelling van het gangbare
leerstramien. Hij zat niet op school om te lanterfanten. Net zoals zijn zusje
Sabine, zou Walter zich moeten bekwamen in het citoscoren. Of toch niet?
‘Hij zit nu al
ver boven het landelijke gemiddelde’, knipoogde meester Viktor geruststellend.
‘Maar hij moet
wel in conditie blijven’, vond Thea gestrest.
Ze moest er niet
aan denken om weer een zomervakantie met de online citotrainer te moeten
spenderen. Dit keer niet voor Sabine, maar voor Walter. Enfin, wat moet dat
moet als de plicht roept.
‘Ik ga niet
oefenen met de citotrainer hoor’,
bereidde Walter zijn moeder vast voor.
Hij klonk
overtuigend en sprak niet tegen
dovemansoren. Daar moet dan wel bij vermeld worden dat er aan het eind van
groep 7, in het reparatiejaar van Yin en Yang, ook geen sprake meer was een opgewaardeerde
entreetoets of een fout voorlopig middelbare schooladvies zoals voorheen bij
Sabine. Hierdoor kon Thea inmiddels wat makkelijker achterover zitten in haar
vrije tijd en het laatste beetje basisonderwijs aan haar kinderen eindelijk uit
handen geven.
Zeker in de
laatste week voor de citotoets van groep 8, want dan haalde thuistrainen
sowieso niets meer uit.
‘Als je nou nog
niet klaar bent voor de cito dan kan je misschien beter een jaartje overdoen in
groep 8’, merkte Thea op in een poging om leuk te zijn.
Sabine schrok.
‘Je kunt toch
niet blijven zitten in groep 8?’
‘Waarom eigenlijk
niet?’, vroeg Walter.
‘Iedereen gaat na
de zomervakantie naar een middelbare’, verzon Sabine onomwonden.
‘Ik vind dat
raar. Misschien kun je beter even blijven zitten’, vond Walter.
‘Waarom zou ik?
Ik heb havo/vwo-advies uitslag van de NIO’, beet Sabine nuffig van zich af.
Geschrokken
haastte Walter zich om duidelijker te zijn. De lieverd.
‘Nee, jij niet,
ik bedoel iemand die nog niet klaar is voor de citotoets.
Verward schudde
Sabine haar hoofd.
‘Ja, maar als je
blijft zitten in groep 8 dan weet je toch al waar de citotoets over gaat.’
‘Ja, maar dat
weet jij nou toch ook van al dat citotrainen.’
Walter was in de
war, maar Sabine ook.
‘Niet precies’,
antwoordde ze koppig.
‘Ja, maar de
citotoets is toch elk jaar anders. Dus als je blijft zitten weet je ook niet
precies waar de volgende citotoets over gaat.’
‘Niet waar toch
mam?’
Thea zou blij
zijn als die opgeklopte citodriedaagse achter de rug was. De spanning die in
groep 8 zowat op springen stond begon Sabine parten te spelen en dus werd ze
onredelijk.
‘Wel waar toch
mam. De citotoets is toch elk jaar anders?’, herhaalde Walter drammerig.
Nu kwam het er
voor de huisvrede op aan dat Thea zo
diplomatiek mogelijk reageerde.
‘Jullie hebben
alle twee gelijk. De vragen van de citotoets zijn elk jaar anders, maar de
vraagstelling en de onderwerpen waarover
vragen worden gesteld zijn wel elk jaar hetzelfde. Dat weet Sabine ook wel,
want anders zou citotrainen helemaal geen zin hebben’.
‘Zie je wel!’,
blaften Sabine en Walter elkaar tegelijkertijd toe.
‘Maar je kunt
niet blijven zitten in groep 8 toch mam?’, hield Sabine aan.
‘Jij niet’,
besloot Thea.
Tegen Bart
schertste ze ’s avonds in bed voor het slapen gaan:
‘Nog vier
nachtjes slapen’.
‘De citotoets is
toch overmorgen?’
Bart lachte niet.
Hij speelde met zijn onderlip. Het leek wel alsof hij haar niet gehoord had.
Hij zat rechtop in bed. Hoofdkussen in zijn onderrug, de benen onder het
donsdek en de laptop opengeklapt voor zich.
‘Ja, daarom zeg
ik; nog vier nachtjes slapen. Daarna is de citotoets voor Sabine voorbij. Ik
probeerde weer eens leuk te zijn, maar ik ben niet in vorm vandaag geloof ik’,
wist Thea beteuterd.
‘Ha, ha’, lachte
Bart droog, terwijl hij de laptop naar haar toe schoof.
Op het
beeldscherm was een brief te zien die verstuurd was in de groepsmail van De
Wielewaal:
‘Beste ouders en
verzorgers,
Aanstaande
dinsdag begint de afname van de citotoets in groep 8. Ik heb echter niet het
gevoel dat mijn dochter Nana goed voorbereid is. Dat is niet haar schuld. Na
onderzoek op het internet heb ik een rapport van de onderwijsinspectie
gevonden. Dit rapport gaat over het onderwijsniveau op De Wielewaal. Het staat
online. In dit rapport van de onderwijsinspectie staat te lezen dat De
Wielewaal al jaren ondermaats scoort. Het is een schande. Onze kinderen hebben
recht op goed onderwijs dat ook beklijft. Ik maak me ernstige zorgen. Ik stel
voor dat we Jeewee morgen na schooltijd aanspreken op zijn
verantwoordelijkheid. Laat me even weten of jij ook van de partij bent.
Agnes (moeder van
Nana)
‘Dat meen je
niet’, giechelde Thea van ongeloof.
Ze las de brief
een tweede keer door. Ondertussen gaf Bart zijn mening.
‘Spuit elf geeft
modder. Dit is wel heel erg hoor. Ook zo’n lekkere timing zo vlak voor aanvang
van de citotoets. Die directeuren Yin en Yang zullen ook wel denken: ‘Hier doen
we het allemaal voor.’ Dit is toch om je haren bij uit je kop te trekken?’
De slappe lach
diende zich bij Thea aan.
‘Niet als je kaal
bent!’
Bart glimlachte
flauw.
‘Maar als je toch
als docententeam van een basisschool alles op alles zet om fouten uit het
verleden niet te herhalen en zelfs twee troubleshooters een jaar loslaat voor
herstelwerkzaamheden dan is zo’n brief aan de vooravond van de citotoets toch
een reden om stante pede ontslag te nemen? Ik begin dat landelijke
docententekort wel te begrijpen.’
‘Weet je wat ik
dan weer niet snap?’, voegde Thea melig toe.
‘Vertel?’
‘Agnes is aan het
begin van het schooljaar toch ook op de vergadering van groep 8 met de
directeuren Yin en Yang geweest? Daar is alles uitgebreid besproken. Ook het
slechte onderwijsinspectierapport’
Bart kon er de
humor niet van inzien.
‘Jij snapt het
wel Thea, maar die Agnes dus niet. Wat is dat voor een meut?’
Thea hoefde niet
diep te graven om een beeld van Agnes op te roepen. Een smoezelig type van
middelbare leeftijd met een haardracht waar geen kam of borstel aan te pas was
gekomen. Ze was steevast op de achtergrond van De Wielewaal aanwezig. Heel
gedienstig altijd. Zogenaamd nooit een kwaad woord over een ander, maar wel op
de uitkijk. Geen ander belang dan eigen belang. Ze was eind veertig toen ze
voor het eerst moeder werd van Nana. Een moetje.
‘Ze is geen
opperouder, maar een volgster. Ze is ouder dan ik en getrouwd met een
Spanjaard. Ze was in onderhuur in de Wielewaalwijk, maar toen zette de huisbaas
haar met Spanjaard en kind halsoverkop het huis uit. Huilen op de speelplaats
van De Wielewaal. Stond ze met bedelbrieven te leuren waarin ze om een
vervangende woning smeekte. Ik heb haar toen nog getipt voor één de
antikraakwoningen hier in onze wijk, maar daar haalde ze haar neus voor op. Ik
bedoelde het goed en het zou toch een mooie tijdelijke oplossing zijn geweest.
Maar nee, ze wilde per sé in de Wielewaalwijk blijven wonen. Ze had geld genoeg
zei ze. Dan niet. Inmiddels heeft ze wel een eigen huis in de Wielewaalwijk. Ik
weet niet of het huur of koop is.‘
‘Als het een
koophuis is dan had ze inderdaad geld genoeg. Wat een treurigheid. Eerst die
felle Jelle tegen de NIO toets en nou
Agnesstress voor de citotoets’, schamperde Bart.
Nadat ze was
uitgelachen zag Thea ook wel in dat die Agnesstress de omgekeerde wereld was.
Agnes was een vrouw van begin zestig. Dus te oud om de citotoets uit haar eigen
basisschooltijd te kennen. Maar dat was geen excuus om op het scherpst van de
snede openlijk een paniekaanval te krijgen. Agnes had geen recht om anderhalve
dag voor aanvang van de citotoets, via de mail of anderszins, de normale gang
van zaken te ontregelen door de aandacht van de onderwijzer van haar elfjarige
dochter Nana op te eisen. Toch bleven kritiek of steunbetuigingen van
medeouders in de groepsmail van De Wielewaal uit. Geen commentaar. Zulks was op
de Wielewaal alleen mogelijk door een aardverschuiving. Een strakke actie in de
trant van Jeewee die in opdracht van de directeuren Yin en Yang de schade van
de paniekmail van Agnes liever gisteren dan vandaag zoveel mogelijk had zien te
beperken. Ten behoeve van haar persoonlijke welbevinden liet Thea haar
voorstellingsvermogen over de modus operandi van Jeewee in het geval van moeder
Agnes verder liever niet spreken. Temeer omdat Agnes overduidelijk het
prototype was van een aandachtsjunk die stond te trappelen om door meester
Populair gepaaid te worden. Ten koste van haar enige kind. Toch stond niet
Agnes maar Nana aan de vooravond van de citotoets die zo kort dag was dat de
leerontwikkeling van geen enkele kandidaat nog veranderd kon worden. Laat staan
de leerontwikkeling van Nana. De dochter van Agnes deelde haar lot met de
meeste elf- tot twaalfjarigen verdeeld over heel Nederland. Daar ergens tussen
bevond zich ook Sabine. De dochter van Bart en Thea.
‘Ik krijg de
druivensuiker niet aangedragen’, grijnsde Jeewee handenwrijvend en verend op zijn sneakers op
de eerste ochtend van de citodriedaagse.
Daarna volgde een
vette knipoog die Thea in een reflex over haar schouder deed kijken, om zich
vervolgens voor de zekerheid een halve slag om te draaien. Er stond echt
niemand anders achter haar of in de buurt. Jeewee had haar dus zojuist voor het
eerst in jaren van ontelbare, zijdelingse ontmoetingen in en rond De Wielewaal
rechtstreeks aangesproken. Op een manier alsof hij er blindelings vanuit ging
dat Thea zijn ondertoon zou oppikken. Ze was verbaasd dat hij überhaupt wist
wat cynisme was. Zou hij dan serieus de
Agnesstress belachelijk maken?
‘Druivensuiker
voor de ouders dan toch zeker’, gokte Thea dus maar.
Jeewee schrok van
de grap die hij zelf had uitgelokt. Bovendien hadden zich inmiddels opperouders
met hun kinderen in de deur van het klaslokaal aangediend en, in tegenstelling
tot de Agnessen van deze wereld, voelde Thea wel feilloos aan wanneer ze te veel
was.
Desondanks kwam
Sabine de citodriedaagse goed door. Door al het citotrainen van de afgelopen
tijd wist ze precies wat haar te wachten stond en was ze redelijk in staat om
zich af te sluiten van alle onruststokerij. Mede dankzij Jeewee die de kalmte
onder zijn participanten aan de citotoets boven verwachting, meesterlijk wist
te bewaken tot aan de laatste minuut. Daarna begon na vijftig seconden het
aftellen van tien, negen, acht, enzovoorts. Bij nul aangekomen legden de gaar
gestoomde studiebolletjes eensgezind hun
potloden naast zich neer. Daarna de ontlading in een schakelreactie. De één na
de ander leek te ontwaken uit de citotrance. Traditiegetrouw trokken alle
kinderen van groep 8 vervolgens in de polonaise door het gebouw van De
Wielewaal. Uitzinnig door de bevrijding van de toets deed de stoet, onder luid
gejoel en gejuich, alle klaslokalen en de docentenkamer aan. Een periode van
vooral pleziertjes beloofde aan te breken. Er stond vanalles op de planning,
waaronder een musical, een schoolkamp en een extra lange zomervakantie.
Officieel werd er nog gewoon les gegeven in groep 8 in de laatste weken voor de
zomervakantie, maar in werkelijkheid was het einde van de citotoets de aftrap
voor een vrijblijvende invulling van het resterende leerprogramma.
In die laatste
schoolweken was Jeewee voornamelijk op het speelplein te vinden. Hij voetbalde
het ene wilde potje na het andere met de stoere jongens van groep 8, hetgeen
niet uitnodigde tot deelname van de minder robuuste leerlingen. Sabine en Zarah
voelden zich in ieder geval niet geroepen tot een voetbalwedstrijd. In het
begin sleten de verschoppelingen hun verloren uurtjes apathisch in en rond De
Wielewaal. Na het zoveelste spelletje vier op een rij of galgje op het digibord
in het lokaal van groep 8, begonnen ze op eigen houtje; chips, Tina’s, en
Nintendo ’s mee naar school te nemen. En blokjes roze bubble gum met gratis
neptattoos in de verpakking. Pas na een week of wat vermenigvuldigden de
plakplaatjes op de armen, benen, handen voeten, buik en het voorhoofd van
Sabine zich niet meer, omdat de afleiding van de repetities voor de
schoolmusical langzaam maar zeker op gang begon te komen.
‘De verlossing’,
juichte Thea namens Sabine.
Van Sabine had
Thea begrepen dat er al een voorzichtig beginnetje gemaakt was met de audities
voor de verschillende rollen in de aanstaande schoolmusical. Het draaiboek werd
op De Wielewaal ieder jaar voor groep 8 kant en klaar besteld bij een instantie
die gespecialiseerd was in schoolmusicals. Zo’n schoolmusicalpakket bestond
uit; het script, de tekst van de liedjes en de begeleidende muziek op cd. In
samenwerking met 2 hulpouders had Jeewee een voorselectie gemaakt, zodat de
betrokken leerlingen van groep 8 konden
kiezen uit 3 titels. Daarna stond het aspirant musicalsterren vrij om een
lijstje met drie wensrollen – in hiërarchische volgorde – op een briefje in te
leveren bij de schoolmusicalcommissie.
Thea zag Sabine
opleven uit de duffe nasleep van het citotrainen van de afgelopen maanden en
het daarop volgende monotone uitzitten van het restje schooltijd op de
Wielewaal. Eindelijk een bestemming voor dat sluimerende, euforische gevoel,
dat Sabine sinds het beantwoorden van de laatste vraag van de citotoets was
overkomen. Ze vond haar eetlust terug, ontdeed zich onder de douche van haar
neptattoos en toog weer vol goede moed naar school. Er zou een schoolmusical
komen en zij zou graag de journaliste spelen. Haar tweede keus was de rol van
politievrouw en als derde voorkeur had ze de schurk uit de schoolmusical
opgeschreven op haar lijstje.
‘Bij wie moest je
dat voorkeurslijstje voor de rollen van de schoolmusical; eigenlijk inleveren?
Bij Jeewee?’, wilde Thea weten toen Sabine haar hielp met boodschappen
opruimen.
Thea kon zich
niet kon voorstellen dat Jeewee zich serieus met de schoolmusical bezig hield.
Daar had hij geen tijd voor met zijn voetbalfanatisme op het speelplein.
‘Bij de
schoolmusicalcommissie’, antwoordde Sabine met een geaffecteerd stemmetje.
Ze rolde met haar
ogen. Thea grinnikte om de mensenkennis van Sabine die zich met het groeien van
haar zelfvertrouwen steeds vaker openbaarde.
‘Ja, je mag dan
wel van Jeewee verlost zijn, maar
aan schoolcommissies zit je voorlopig
nog vast’, plaagde Thea begripvol.
‘Kun jij er niet
bij komen?’, vroeg Sabine op een kleine meisjestoon.
Dat verzoek had
Thea niet zien aankomen. De oprechte ondertoon ontroerde haar. Ineens vroeg ze
zich af waarom zij niet allang in de schoolmusicalcommissie zat? Nergens had ze
een vacature gezien. Niet in de nieuwsbrief van De Wielewaal en niet in de groepsmail.
Ook hing er geen oproep met een inschrijflijst aan de deur van het lokaal van
groep 8. Terwijl de tijd voor Thea, om vrijwillig hulpmoeder te kunnen zijn,
rijper was dan ooit tevoren. De concurrentiestrijd tussen de opperouders was
beslecht, want na de citotoets viel er niets meer te winnen. Ja, een ontspannen
sfeer. Althans daar ging Thea vanuit. Zoals Thea ook begon in te zien dat de
kans om zich samen met Sabine in een musicalavontuur te storten éénmalig was.
Straks op de middelbare school zou Sabine als het goed was steeds minder vaak
een beroep op haar moeder willen doen. Het was nu of nooit meer. Thea zou
decors kunnen ontwerpen en/of bouwen of zich nuttig kunnen maken als souffleuse
of regisseuse. Desnoods was ze bereid om weer kostuums te naaien, zoals ze aan
het eind van groep 6 ook voor het toneelclubje van acteerjuf Edith had gedaan.
De stank voor dank die ze toen had gekregen zou ze ook nu weer over zich heen
laten komen ter wille van de versterking van haar band met Sabine. Hoewel de
afgelopen tropenjaren op De Wielwaal haar wel direct gas lieten terug nemen bij
de romantische insteek. Een bekend voorbehoud uit het tijdperk van Willy
Bakbruin alias de oud-directrice van De Wielewaal bij wie de deformatie aan het
einde van haar carrière dusdanig huishield dat ze alleen nog maar naar de
pijpen van de opperouders kon dansen. Moedeloos probeerde Thea om de opgedoemde
spookbeelden uit haar Wielewaalverleden weg te redeneren. De huidige
troubleshooters Yin en Yang zouden de opperouders nooit opnieuw de overhand
geven. Zelfs niet bij zoiets triviaals als een schoolmusical. Juist niet. Voor
de zekerheid stelde ze de hamvraag toch maar aan Sabine.
‘Wie zitten er
eigenlijk in die schoolmusicalcommissie?’
‘De moeder van
Kasper en de moeder van Tanja. Moira en
Dimpf’, meesmuilde Sabine met de klemtoon op Moira en Dimpf.
Precies op dat
moment struikelde Thea over een kauwbot van runderhuid dat slingerde op de
keukenvloer. Met een klap kwam ze op haar rechterzijde terecht. Een papieren
zak appels vloog uit haar handen en scheurde open tijdens de val.
‘Ik breek nog
eens m’n nek door die rothond!’ schreeuwde ze huilerig en totaal niet in
verhouding tot haar uitglijder.
De oerkreet kwam
niet door de val, maar door associaties met de genoemde namen van Moira en
Dimpf. Opperouders van de eerste orde. Thea kwam moeilijk overeind. In het
midden van de keukenvloer bleef ze zitten tussen de losse appels die alle
kanten oprolden. Ze trok haar benen op, omarmde haar knieën ter houvast en liet
haar voorhoofd erop rusten. Yolo
dribbelde rechtstreeks op het hoopje mens in het midden van de keukenvloer af.
De appels die rond zijn poten rolden deerden hem niet. Yolo duwde zijn vochtige
snuit tegen de linkerwang van Thea ten teken dat hij haar gezicht wilde
aflebberen. Aan de trillingen in de lucht merkte Thea ongezien dat Yolo vrolijk
stond te kwispelen.
‘Gaat het mam?’
De stem van
Sabine kwam van de andere kant. Aan haar ademhaling kon Thea horen dat ze de
appels van de keukenvloer opraapte en daarna tevergeefs probeerde om Yolo uit
de buurt van Thea te dirigeren. Maar als Yolo in een koppige bui was, dan kon
hij zich schrap zetten door plat op de grond te gaan liggen. Dan was er geen
beroering in het beest te krijgen.
‘Ja joh,
tuurlijk. Bedankt voor de hulp en laat
die rothond maar even bij me liggen’, murmelde Thea met haar gezicht nog steeds
tussen haar opgetrokken knieën.
Nadat Sabine de
keuken verlaten had, verloste Thea zich uit haar houding en strekte haar rug.
Haar heupen protesteerden en ze wreef de pijnlijke plek waarna ze naadloos
overging op het zwartfluwelen holletje achter een flapoor van Yolo haar
troosthond.
In hoeverre
zitting in een schoolmusicalcommissie de moeite waard was, hing natuurlijk niet
alleen van Sabine af. Niet met Moira en
Dimpf in het bestuur. Thea moest ook aan zichzelf denken en deze pittige tantes
in het bijzonder lagen Thea geen van beiden. In groep 6 bij meester Joep had ze
al eens met Moira in de clinch gelegen. Moira was de gescheiden moeder van Bob
en Kasper. Bob had in een ver verleden ooit bij Jeewee in groep 8 gezeten en
dit schooljaar was zijn jongere broertje Kasper aan de beurt. Moeder Moira was
een jaar of vijf ouder dan Thea, maar ze gedroeg zich als een meisje van
achttien dat haar geseksualiseerde uiterlijk tot op het bot wist uit te buiten.
Moira was ook best een mooie vrouw als je tenminste uitging van de wansmaak van
de gemiddelde man. In vergelijking met zichzelf zou Thea de moeder van Kasper
eerder gewilliger dan aantrekkelijker hebben willen noemen. Zeker niet dommer.
Wel minder creatief dan Thea en een stuk doortrapter. In groep 6 had Moira nog
de show willen stelen met een tekst die Thea geschreven had op een liedje van
K3 ter gelegenheid van de toenmalige afscheidsbarbecue van meester Joep. Aanvankelijk had Thea zichzelf
niet meer herkend. Hoe infantiel kun je zijn om je te laten verleiden tot een
bitchfight vanwege een kinderliedje? Maar als Thea het plagiaat over haar kant
had laten gaan was niet alleen zij, maar ook Sabine in haar eer aangetast
geweest. De enige van De Wielewaal die haar indertijd gesteund had in haar
noodgedwongen concurrentiestrijd met Moira was uitgerekend Dimpf.
Dimpf had twee
dochters in dezelfde leeftijd als de zonen van Moira. De oudste dochter, Debby
genaamd, had eerder bij Bob en dus Jeewee in de klas gezeten. Ook de twee
jongsten van Moira en Dimpf, te weten; Kasper en Tanja deelden hun geboortejaar
en zaten nu bij elkaar en bij Sabine in groep 8 van Jeewee. Sabine en Tanja
leefden op De Wielewaal volstrekt langs elkaar heen. In het licht van het
opperouderschap had de moeder van Tanja
– Dimpf – dus geen enkele reden om
partij te kiezen voor tirannieke Thea bij de letterroof van Moira. Je zou bijna
gaan geloven dat Dimpf goede bedoelingen had die ze zomaar ineens besloot met
Thea te delen.
Haar gewrichten
kraakten toen Thea zich aan de leuning van een keukenstoel optrok van de vloer.
Yolo keek loom naar haar op. Tussen de verzamelde losse appels op het tafelblad
vond ze haar mobiel. Na een korte scroltocht in de geschiedenis van haar Wielewaalmail,
verscheen het berichtje dat Dimpf haar twee jaar geleden had gestuurd toen
Sabine nog in groep 6 bij meester Joep zat.
‘Hoi Thea,
‘Je moet doen wat
jij goed acht en je niets aantrekken van dat wat de hulpouders beweren. Jij
hebt het afscheidslied voor meester Joep bedacht en dus bepaal jij wat ermee
gebeurt. Ik zou je graag helpen, maar dat kan ik niet, want ik ben erg druk met
de regie van de afscheidsmusical van groep 8. Mijn dochter Debbie gaat volgend
jaar namelijk naar de middelbare en dat heeft even mijn priori.
Doei, Dimpf’
Tussen de
behoudende regels door kon Thea heel helder de zogenaamde steun van een
bedilzieke opperouder lezen. Vandaar dat Dimpf nooit een bedankje had ontvangen
van Thea. Thea was namelijk niet overtuigd van de zuivere motieven achter de
mail. Dimpf gaf Thea eerder de indruk van een gefrustreerde hoogheid die zich
beperkt voelde, omdat ze maar op één plek tegelijk kon regeren. Het liefst had
Dimpf natuurlijk zowel bij de musical van Jeewee als bij de afscheidsbarbecue
van meester Joep de boventoon gevoerd. Dimpf wilde winnen. Niet van Thea, maar
van andere opperouders zoals Moira. Wie weet kon ze Thea inpalmen voor haar
missie? En hoewel Thea geen concrete bewijzen had, bleef ze overtuigd dat Dimpf zich in de wandelgangen
van De Wielewaal anders voordeed dan ze was. Toch is iedereen onschuldig totdat
het tegendeel bewezen is. Zelfs opperouders. Moira daarentegen liet zich
dusdanig kennen tijdens de organisatie van het afscheidsfeestje voor meester
Joep in groep 6 en het jatten van het meezingliedje dat Thea voor de
gelegenheid geschreven had indertijd, dat er in haar geval geen twijfel meer
mogelijk was. Van Moira wist Thea dan ook uit eigen ondervinding dat ze niet te
vertrouwen was.
De smeulende
rivaliteit tussen Dimpf en Moira was eigenlijk niet te bevatten, omdat het
tweetal voor de buitenwacht bij elkaar leek te horen als een peper- en
zoutstel. Daar tussenin was Thea niet van plan om suikergoed te zijn. De
disharmonie tussen Dimpf en Moira leek zo ongegrond. Ze hadden zoveel redenen
om besties te zijn. Ze waren alle twee gescheiden. Net als Moira was Dimpf een
type vrouw dat standaard op een voetstuk werd geplaatst door onderdanige mannen
en volgzame vrouwen. Allebei genoten de dames sociaal aanzien in de
Wielewaalwijk. Dimpf omdat ze bekend stond als de begeerlijke uitbaatster van
een bruin café in De Wielewaalwijk en Moira omdat ze een erudiete
ex-doktersvrouw verpersoonlijkte die nu openlijk teerde op de alimentatie van
haar voormalige echtgenoot. Twee appetijtelijke gevalletjes van beschikbaar op
de datingmarkt voor senioren. Na zoveel overeenkomsten zou je toch verwachten
dat de middelbare meisjes de deur bij elkaar plat liepen. Niets was minder
waar. En dat met zo weinig verschillen. Of het doorslaggevende onderscheid
moest de haarkleur geweest zijn; Dimpf was synthetisch hoogblond en Moira
onnatuurlijk gitzwart. Maar zo oppervlakkig kon zelfs deze vergane glorie niet
zijn. Het conflict lag vermoedelijk eerder in hun beider opgeblazen ego’s die,
onder de stijgende spanning van elkaars nabijheid, continu dreigden te
ontploffen.
Sowieso zou
democratisch overleg vooraf aan de samenstelling van de schoolmusicalcommissie
een slimme zet geweest zijn. Als het niet uit goed fatsoen was, dan toch zeker
in de lijn van het nieuwe beleid van de troubleshooters, waarin samenwerking
een toverwoord was. Moira en Dimpf lieten zich linksom of rechtsom toch wel
gelden. Zodoende konden de directeuren Yin en Yang ook al niet om inmenging in
de eerlijke organisatie van de eindmusical van groep 8 van De Wielewaal heen en
werd Jeewee aan zijn oor getrokken met het dringende advies om zijn eigen
rotzooi op te ruimen. Want wonder boven wonder kondigde Jeewee in de groepsmail
plotseling alsnog een algemene vergadering van de schoolmusicalcommissie aan.
Kennelijk was Thea niet de enige die op een beetje meer inspraak gehoopt had
bij de totstandkoming van de afscheidsmusical van groep 8. Terwijl de
repetities al in volle gang waren. Beter laat dan te laat. Terwijl Jeewee, als
hij slim was geweest, de verantwoordelijkheid voor de schoolmusical misschien
nog best wel probleemloos uit handen had kunnen geven. Hoe dan? Eenvoudigweg
door zich onder werktijd op de speelplaats voor het oog van iedereen af en toe
te buiten te gaan aan zijn voetbalverslaving, in plaats van consequent. Door de
overdosis voetbal etaleerde Jeewee elke schooldag meer en meer zijn
desinteresse in de schoolmusical van zijn groep 8 en daarmee in ouders die
graag bij de organisatie betrokken wilden zijn. Voilà. Het resultaat van zijn
onachtzaamheid: een verkapt excuusmailtje oftewel een lulsmoesje van Jeewee.
Beste ouders,
De zomervakantie
is in zicht en de achtste groepers staan op de rand van een nieuwe fase in hun
leven. Voor het zover is luiden we het schooljaar uitbundig uit met een
schoolmusical.
Ik heb gekozen
voor de musical ‘Houd de dief’, met leuke liedjes en een bezetting waardoor
iedereen uit groep 8 op één of andere manier bij de schoolmusical betrokken zal
zijn.
Veel ouders
hebben aangegeven ook graag een bijdrage te leveren aan de schoolmusical.
Iedereen is welkom op de vergadering van de schoolmusicalcommissie die
aanstaande woensdagmiddag direct na schooltijd in het lokaal van groep 8
gehouden zal worden. Tot dan,
Met vriendelijke
groet,
Meester
Jan-Willem
Groep 8 van De
Wielewaal
‘Wat denk je?
Moet ik gaan?’
Thea verhief haar
stem om boven het geluid van de elektrische tandenborstel van Bart uit te
komen.
‘Klinkt niet
verkeerd toch?’
Bart spoelde zijn
mond.
‘Het is niet dat
ik anders niks te doen heb of zo’, twijfelde Thea.
Ze zat op de
badrand en staarde zich op haar mobiel blind op het berichtje van Jeewee,
terwijl ze haar beurt aan de wastafel afwachtte. Bart veegde zijn lippen droog
en antwoordde onderwijl gesmoord vanachter de handdoek.
‘Je doet er
Sabine volgens mij wel een plezier mee.’
Opnieuw in dubio
verdiepte Thea zich wederom in het mailtje van Jeewee.
‘Zo’n zin als ‘Ik
heb gekozen voor de musical; ‘Houd de dief’, is dus een regelrechte leugen.
Jeewee heeft helemaal nergens voor gekozen. Hij doet de hele dag niets anders
dan voetballen. De musical ‘Houd de dief’ is gekozen door de opperouders; Moira
en Dimpf, voordat andere ouders überhaupt inspraak hebben gehad. En hoezo komt
er nu pas een vergadering die georganiseerd is door de schoolmusicalcommissie?
Moet zo’n schoolmusicalcommissie niet
eerst gekozen
worden tijdens een vergadering? Dat is dan toch een kwestie van je afvragen wat
of wie er eerder was; de kip of het ei?’
Geamuseerd boog
Bart zich voorover naar Thea en drukte een kalmerende kus op haar kruin.
‘Maak je niet
druk, je hebt al gewonnen Schatzl.’
Thea snapte wel
waarom Bart triomfeerde. De uitslag van de citotoets was intussen ook
bekend. Het eindresultaat was net als
bij de score van de NIO toets in een gesloten envelop onverhoeds aan komen
waaien na een doordeweekse schooldag. Door de terloopsheid had Thea de envelop
al open gescheurd en de inhoud gelezen, voordat ze goed en wel besefte dat hier
wereldnieuws op microniveau aan de orde was. In overeenkomst met de NIO toets
kwam Sabine volgens de CITOscore op een havo/vwo middelbare schooladvies uit.
Logisch toch? Hoeveel gelijk kan een mens hebben?
‘Wat kunnen die
opperouders jou nou nog maken?!’, lachte Bart haar toe in een tandpastawalm.
‘Moet jij eens
opletten’, had Thea onbewust voorspeld.
Want eens een
opperouder altijd een opperouder. Gelijk bij binnenkomst, in het tot
vergaderzaaltje omgetoverde lokaal van groep 8, was Thea dan ook het liefst op
haar schreden naar huis teruggekeerd. Al in de deuropening werd ze overvallen
door de benauwende en bekrompen atmosfeer van teveel opperouders op een klutje.
Alsof Thea met twee voeten in een spreekwoordelijk, verraderlijk moeras was
gestapt, waarin ze meteen naar beneden werd getrokken. Hoe had ze zo overmoedig
kunnen zijn? Op Sabine na zat niemand op haar deelname aan de
schoolmusicalcommissie te wachten. Thea zag Jeewee verkrampen toen hij haar
vanuit zijn ooghoeken zag binnenkomen. Hij zat niet op zijn gemak aan het hoofd
van een twaalftal aaneen geschoven tafeltjes met daaraan een stuk of 14
keuvelende opperouders. Hoewel Thea vantevoren heus geen rode loper had
ingecalculeerd, kon ze deze botte afwijzing van Jeewee maar moeilijk
verkroppen. Temeer daar de moeder van Nana, vlak achter Thea langs, het lokaal
van groep 8 binnen drong en doelgericht op Jeewee afdribbelde. Ze wierp zich
nog net niet in zijn armen. Bij haar aanblik sprong Jeewee meteen op en
begroette Agnes door haar gedienstig een lege stoel links naast zich aan te
bieden. Door de bereidwilligheid van Jeewee om zich over Agnes te ontfermen
alsof haar aanwezigheid zijn allerhoogste prioriteit had, voelde Thea hoe ze
verder het moeras in werd gezogen. Haar adem stokte even. Een voorkeurspositie
ambieerde ze niet, maar de ongelijke behandeling sloeg op haar longen. In
plaats van Agnes had zij eens een paniekbrief over het beroerde onderwijsniveau
op De Wielewaal wereldkundig moeten maken in de groepsmail. En dan ook nog eens
anderhalve dag voor het startschot van de citotoets. Ze zou gevild en
kaalgeschoren zijn door de opperouders om daarna aan haar voeten in een
onheilspellende oploop door de gangen van De Wielewaal te zijn gesleurd. Jeewee
zou emotie- en bewegingsloos naar haar afstraffing hebben staan kijken. In
denkbeeldige zin dan. Agnes daarentegen kreeg een erezetel in de schoolmusicalcommissie.
Als klap op de vuurpijl van haar onruststokerij Hierdoor werd Thea toch weer
aan het twijfelen gebracht. Wat hoopte ze eigenlijk nog te bereiken met
deelname aan een schoolmusicalcommissie? In ieder geval geen
bezigheidstherapie, in tegenstelling tot het merendeel van de aanwezigen in het
algemeen en Agnes in het bijzonder.
De opkomst was
verstikkend hoog. Thea herkende Marit, de moeder van Luna. Marit was in gesprek
met haar vriendin Greet, de moeder van het huilmeisje Mathilde. Verder zag Thea
in de gauwigheid; Maud van Ronny en Evelien
van Fransje zitten lachen en praten tussen een zestal minder bekende papa’s en
mama’s. Dimpf van Tanja zat naast Agnes en
tegenover Moira van Kasper. Dimpf en Moira waren de enige twee die niet
gezellig aan de babbel waren. Moira was met haar mobiel in de weer en Dimpf zat
gezapig om zich heen te kijken. Overigens zonder Thea te zien. Niemand zag Thea
staan aan de rechterkant van Jeewee waar nog een stoel onbezet was. Daarom
installeerde Thea zich met onnodig veel herrie en overdreven gebaren naast
Jeewee die vervolgens nog verder wegdook in de nabijheid van Agnes aan de
veilige kant van de geïmproviseerde vergadertafel.
Thea deed alsof
ze meeluisterde met het onderonsje tussen Jeewee en Agnes. Ze kreeg geen
syllabe van hun tête a tête mee, maar ze wilde Dimpf, die schuin tegenover haar
aan de vergadertafel zat, niet aankijken.
‘Leuk voor Walter
dat hij mag helpen met het licht en geluid’, begon Dimpf op gesprekstoon.
Kennelijk had
Dimpf geen oogcontact nodig om conversatie te maken. Ze deed geen moeite om
boven het geroezemoes aan tafel uit te komen en toch kon Thea haar woord voor
woord verstaan. Ze hield haar hand achter haar oor
‘Sorry, wat zei
je?’
Thea keek in het
uitgekookte smoelwerk van de moeder tegenover haar. Dimpf hing achterover in
haar stoel met de lange benen over elkaar heen geslagen. Ze speelde quasi
nonchalant met haar sleutelbos en staarde Thea uitdagend aan. Ze herhaalde:
‘Ik zei: leuk dat
Walter mag helpen met de musical van groep 8’.
‘Is dat leuk
ja?’, hield Thea zich van de domme.
Walter was door
Tarik de conciërge gevraagd om te komen
helpen bij het licht en geluid van de musical. Boris, de bolleboos van groep 8,
had faalangst of zoiets en Walter was de beroerdste niet. Hij sprong gewoon te hulp
zonder op de voorgrond te treden, waardoor Boris vanzelf bijtrok in een heus
teamverband met Tarik en Walter. Thea
had al een vaag vermoeden waarom Dimpf het deed voorkomen alsof Walter een
gunst werd verleend. In werkelijkheid hadden Tarik en Boris gewoon een beroep
gedaan op Walter omdat hij bekend stond om zijn interesse en voorsprong in
computerkunde en techniek. Niet ongewoon trouwens dat er op De Wielewaal
dankbaar gebruik werd gemaakt van de aanleg en hulpvaardigheid van Walter.
Zeker door Tarik en de digibeten onder de docenten van De Wielewaal. Maar dat
wilde Dimpf niet weten. Ze nam Thea achterdochtig op. Ze verbeet zich en sloeg
een zoetsappig toontje aan.
‘Ja, natuurlijk
is dat leuk. Het joch zit pas in groep 7. Ik ken een heleboel jongens uit groep 8 die ook wel het licht en
geluid zouden willen doen.’
Ach kijk een aan,
Dimpf had machtsprobleempjes. Thea had zo geen zin in dat wijvengekijf. Maar
vooruit; ze was er nou toch. Thea kon ook beminnelijk zijn.
‘Is dat zo? Wat
leuk. Ik denk dat je daarvoor bij Tarik de conciërge moet zijn. Tarik heeft
Walter ook aangenomen. Wel vervelend dat de conciërge niet eerst jouw
toestemming heeft gevraagd.’
Dimpf had een
zenuwtrekje aan één mondhoek dat Thea nog niet eerder was opgevallen. Verder
leek Dimpf onaangedaan en fleemde poeslief.
‘Nou ja, ik ga
daar niet over. Ik houd me liever bezig met de rolverdeling’.
Hier vergat Thea
in haar enthousiasme om op haar hoede te blijven.
‘Daar hebben ze
toch dat lijstje met drie voorkeursrollen in alfabetische volgorde voor in
moeten leveren? De rol van journalist staat bovenaan het lijstje van Sabine.’
Dimpf snoof
minachtend:
‘Iedereen wil de
rol van journalist’,
‘Da’s de
hoofdrol’, mengde Moira zich onuitgenodigd naast Thea zich in het gesprek.
De
achtergrondgeluiden aan de vergadertafel stierven weg. Alle ogen waren
inmiddels op de ruziehoek van Agnes, Dimpf, Moira en Thea met Jeewee aan het
hoofd gericht. Dimpf nam het hoge woord om Moira af te katten:
‘Er zitten geen
hoofdrollen in: Houd de dief.’
‘O jawel. De
rollen van de journalist, de dief en de politieagent zijn hoofdrollen. Kasper
wil graag de dief zijn’, beet Moira haar rivale vinnig toe.
Thea bleef nog
een momentje in haar onnozele bui hangen.
‘Maar ze hebben
toch lijstjes in moeten vullen met drie voorkeuren. Hoe gaan we dat aanpakken
dan?’
‘Dat weet ik nog
niet, maar ik ga niet met lijstjes werken’, antwoordde Dimpf nuffig en ijskoud.
Op dat ogenblik
drong het eindelijk voor eens en voor altijd tot Thea door dat ze hier niet
voor haar eigen lol zat.
‘Hoezo ik ga niet
met lijstjes werken Dimpf? De schoolmusical gaat toch niet over jou? Jij
bepaalt toch niet in je eentje wie welke rol krijgt? En zo ja, waarom heb je
die kinderen dan die lijstjes met voorkeursrollen laten maken en inleveren?’
Dimpf liet haat
sleutelbos rinkelen en keek rakelings langs Thea af. Ze zweeg en de spanning
aan de vergadertafel steeg. Totdat een vader de aandacht afleidde door over het
decor te beginnen. Hij had nog restjes verf staan en oud hout. Nou daar had
Jeewee wel oren naar. Agnes begon spontaan te notuleren op de achterkant van
haar uitgeprinte versie van de uitnodiging voor de vergadering van de
schoolmusicalcommissie.
‘Wij vinden wel
dat Sabine goed kan zingen’.
Dat was de zwoele
stem van Dimpf weer.
‘Wie zijn wij?’,
wilde Thea geïrriteerd weten.
‘Wij van de
schoolmusicalcommissie’, glimlachte Dimpf.
Viel er nou
ineens iets goed te maken?
‘Je moet haar
opgeven voor de voice kids’.
Voor de
verandering waren Dimpf en Moira unaniem, maar Thea moest er niet aan denken.
‘Ik moet helemaal
niks’, concludeerde ze ten langen leste wijs geworden.
HOOFDSTUK 50
Koningsdag werd
op De Wielewaal vervroegd gevierd op de laatste dag voor de voorjaarsvakantie.
Het Oranjefeest bestond uit twee delen. ’s Ochtends was er een gezamenlijk
ontbijt dat werd aangeboden door de gemeente namens het Koningshuis en ’s
middags volgde een sport- en spel dag. Zo’n bewegingsfestijn zoals eerder in
het schooljaar van Yin en Yang. Toen had de herfstvakantie voor de deur gestaan
en deed het onstuimige weer het jaargetijde eer aan. Door een heftige storm en
onophoudelijke regenval was iedereen van de openlucht sportvelden in het
gymzalencomplex vlakbij het schoolgebouw gejaagd. De weersvoorspellingen voor
het Oranjefeest in de buitenlucht op De
Wielewaal waren dat voorjaar gelukkig beduidend beter. ’s Ochtends werd Thea
eerder wakker dan haar alarm van een zonnestraal die door het uitgerolde
gordijn priemend haar gesloten oogleden verlichtte. Achter het rolgordijn stond
het slaapkamerraam open en een paar fanatieke huismusjes in de dakgoot floten
een idyllisch morgenstondwijsje. Haar wangen gloeiden en een fruitige,
warme lucht vulde haar neusgaten. Er
ronkte een brommer over de ventweg. Door de spleetjes van haar oogleden was de
beslapen andere kant van het tweepersoons bed leeg. Bart was al naar zijn werk
vertrokken. De wekker gaf half 7 aan en Thea kon nog even blijven liggen.
Liever was ze helemaal niet uit bed gekomen die dag. Ze had zich ingeschreven
als hulpouder voor de sport- en spel dag om Walter tegemoet te komen. Ze had
wat goed te maken. Na het rampzalige verloop van de sport- en spel dag van de
afgelopen herfst, had Thea haar zoon namelijk beloofd dat hij zich voortaan
ziek mocht melden bij buitenschoolse activiteiten. Hand op het hart. Alles
beter dan weer zo’n rel als met Kevin die beweerde dat Walter hem onder een
auto geduwd had. Of de schande van een ordinaire bekvechtpartij en plein
publiek tussen Thea en de moeder van Basta.
Niemand had zich dan ook liever aan haar belofte gehouden dan Thea zelf,
maar Walter was onderweg naar vandaag wel onder toezicht van Guido de schoolpsycholoog
komen te staan. En als het tienjarige ventje al iets geleerd had van de
bemoeienis van Guido de schoolpsycholoog dan was het wel om uit de wind te
blijven en zoveel mogelijk dekking te zoeken. Hoe minder aandacht, hoe minder
gedoe. Ziek melden op een sport- en spel dag paste niet bij de Walter nieuwe
stijl, maar de dreiging van een incident nam wel toe zodra de kat op het spek
gebonden werd. Juist op een sport- en spel dag stond Walter aan provocaties
bloot waartegen Thea hem op een toepasselijke manier wilde beschermen op De
Wielewaal. Dus door zich in te schrijven als hulpouder. Alleen op die manier
zou ze in staat zijn om hoogstpersoonlijk een oogje in het zeil te kunnen
houden op haar gepsychologiseerde jongen die na zo’n 4 maanden schooltherapie
bijna over de finish van een persoonlijke triomftocht was. Thea had al
aardbeientaarten besteld om op de laatste dag van de strategie van Guido het
succes van Walter met iedereen uit groep 7 te kunnen delen.
‘Mooi, dan kan
hij voor de klas zijn verhaal doen’, vond Guido de schoolpsycholoog tijdens de
slotbijeenkomst.
Als het nou voor
het eerst was dat Guido de schoolpsycholoog over zijn ideaalpraatje door Walter
voor de klas begon, dan had Thea misschien niet over hem geoordeeld. Maar na
weken van zeuren en drammen van de kant van Guido was ze er langzamerhand van
overtuigd dat de schoolpsycholoog zich miskend voelde. En wie zichzelf niet
kietelt, lacht nooit. Thea wilde best geloven dat een succesverhaal van Walter
voor groep 7 over het straf- en beloningssysteem van Guido de schoolpsycholoog
de reputatie van de beste man in een witte Wielewaalwijk ten goede zou komen,
maar een lofzang was niet de afspraak. Walter was immers niet het middel maar
het doel van het traject. En helaas voor Guido de schoolpsycholoog heiligt het
doel nog altijd de middelen en niet
andersom. Walter moest er niet aan denken om voor groep 7, vol met prepuberale,
onbezonnen vechtersbaasjes onder het toeziend oog van Guido de
schoolpsycholoog, een spreekbeurt te moeten houden over verstandig omgaan met
boosheid. Nee is immers een sleutelwoord in de psychologie. Dat moest Guido de
schoolpsycholoog op zijn beurt dan ook maar eens leren accepteren. Ondertussen
deed Thea voor de zoveelste keer haar best om niet te kort door de bocht nee te
zeggen tegen Guido de schoolpsycholoog. Dus op een toon alsof ze iets nieuws
vertelde, legde Thea nogmaals aan Guido uit waarom ze vond dat Walter niets
voor de klas hoefde op te biechten.
‘Dat zou een
straf voor hem zijn en ik dacht dat we zojuist geconstateerd hadden dat Walter
het traject met goed gevolg heeft afgelegd.’
‘Ja, en dan heeft
hij dus eigenlijk recht op een beloning’, completeerde meester Viktor het verweer van Thea, alsof ze
vantevoren hun reacties op elkaar hadden afgestemd.
Maar Guido de
schoolpsycholoog liet zich niet in het nauw drijven.
‘De beloning is
de aardbeientaart waarop hij mag trakteren.’
Wat Thea betreft
was de magie van Guido de
schoolpsycholoog ondertussen wel uitgewerkt. Walter had zichzelf in de loop van
het schooljaar van Yin en Yang bewezen bij meester Viktor. Hij stond niet meer
onder verdenking van boos opzet en was veilig. Er was geen reden meer om de
Guido de schoolpsycholoog langer tegemoet te komen. Trakteren op aardbeientaart
in de klas zou toch een prima feestelijk afsluiting zijn van de psychologische
weg die Walter met Guido en meester Viktor had afgelegd? Wie weet paste aardbeientaart
niet binnen het budget van Guido de schoolpsycholoog?
‘Is trakteren op
aardbeientaart een probleem dan? Mijn man en ik betalen.’
Guido de
schoolpsycholoog was niet te vermurwen.
‘Persoonlijk geef
ik liever de voorkeur aan fruit of groentesnacks als traktatie. Walter moet ook
leren dat hij niet altijd zijn zin krijgt.’
Zonder elkaar aan
te kijken voelden Thea en meester Viktor dat ze op dezelfde golflengte zaten.
‘Waar kwam deze
aanval van Guido de schoolpsycholoog op zijn pupil Walter vandaan?’
Thea besloot wat
duidelijkheid te verschaffen.
‘Walter krijgt
niet altijd zijn zin. Dus waarom zou hij dat denken? Walter mag van mijn man en
mij trakteren op aardbeientaart. Niet op fruit of groentesnacks. Graag of
niet.’
‘Misschien zeg ik
het verkeerd. Ik bedoel eigenlijk dat Walter ook met teleurstellingen moet
leren omgaan. Hoe gaat hij bijvoorbeeld om met slechte prestaties in de klas?’
Guido de
schoolpsycholoog richtte zijn vraag tot meester Viktor en dat was gezien de
ontvlamde ogen en gespannen kaakspieren van Thea maar goed ook. Meester Viktor
hikte spottend alvorens hij het verlossende antwoord gaf:
‘We hebben
zojuist de entreetoets voor groep 7 achter de rug. Walter had 97 procent van de
vragen goed. Dat is ver boven het landelijk gemiddelde.’
‘Precies dat
bedoel ik. Walter moet leren falen’, draafde Guido de schoolpsycholoog door.
Zou Guido moeite
hebben om afscheid te nemen van zijn
machtspositie als psycholoog in het schooljaar van Yin en Yang? Het zou toch al
te triest zijn als zijn begeleiding van
Walter het hoogtepunt van zijn carrière was? Thea ademde diep in voordat ze zei
wat ze dacht:
‘Van mij mag je
een ander kind leren falen Guido, maar Walter is klaar om zich weer normaal
verder te ontwikkelen.’
‘Ik ben juist
blij dat Walter tenminste geen faalangst heeft’, greep meester Viktor in.
Thea vond hem een
held, maar Guido de schoolpsycholoog trok zijn wenkbrauwen op en monsterde
beginneling Viktor met de air van een oude meester.
‘Ach’, zei hij
bekakt.
‘Tsja’,
schokschouderde meester Viktor heel verstandig.
Want zelfs voor
de snelsten onder ons gaat leerontwikkeling in sprongen. Vaak drie vooruit en
twee terug. Een paar stapjes naar achteren om een ander te laten bijbenen.
Zoals bij het hulpouderschap op het Oranjefeest dat bij voorbaat al een
uitputtingsslag was. Toch had de
tegenzin van Thea in de dag niet zozeer met het Oranjefeest te malen,
als wel met de zoveelste confrontatie met Jeewee waar ze niet meer onderuit kon
komen. Gisteren had Thea nog een mailtje naar meester Populair gestuurd. Thea
nam haar mobiel van het nachtkastje om tegen beter weten in te controleren of
hij toch nog gereageerd had. Nee, natuurlijk niet. Waarom zou hij ook? Hij was
meester Populair. Nog even zijn neus dichtknijpen en adem inhouden en hij was
verlost van Thea. Hoewel? Als hij Walter het volgende schooljaar in groep 8 zou
krijgen, dan kon Jeewee z’n lol nog veel langer op. Maar Jeewee was er de man
niet na om op de zaken vooruit te lopen en voorlopig had hij alleen de komende
zomer in zijn bol en de zee van vrije tijd die na het renovatiejaar van Yin en
Yang naar hem lonkte. Thea las haar eigen mail naar Jeewee nog eens door.
Hallo Jeewee,
Vandaag kwam
Sabine teleurgesteld thuis, omdat ze de rol van oude dame heeft gekregen in de
schoolmusical. Ze heeft een tijdje geleden, net als iedereen uit groep 8, een
lijstje met 3 voorkeursrollen ingevuld en ingeleverd bij het bestuur van de
schoolmusicalcommissie, maar daar is helemaal niets mee gedaan. Van Sabine heb
ik begrepen dat bijna niemand uit groep 8 een rol naar keuze heeft gekregen met
uitzondering van Tanja en Kasper. Tanja mag de journaliste zijn en Kasper heeft
zijn droomrol als dief te pakken. Tanja is de dochter van Dimpf en Kasper is de
zoon van Moira. Beide moeders zitten in het bestuur van de
schoolmusicalcommissie. Kan de rolverdeling niet wat eerlijker worden
aangepakt? Bijvoorbeeld door loting? Zo wordt er tenminste niemand voorgetrokken.
Ik wil je hier morgen voor aanvang van de lessen graag even op aanspreken.
Met vriendelijke
groeten,
Thea (moeder van
Sabine)
Die ochtend
gonsde de feeststemming in de wandelgangen van De Wielewaal. De kleur oranje
voerde de boventoon in de kleding van de kinderen, de leerkrachten en de opsmuk
in de klaslokalen. Ook Jeewee deed mee in een T-shirt, een vissershoedje en
stola in de kleur van het Koningshuis. Toen hij Thea het klaslokaal van groep 8
zag binnenkomen, keerde hij meteen zijn rug naar haar toe en verdween zogenaamd
druk doende tussen de opgewonden kinderen. Thea zat meteen aan de top van haar
emotie. Ze had met haar boze mail over de rolverdeling in de schoolmusical heus
geen party pooper willen zijn en misschien had ze een beroerde timing, maar de
voorjaarsvakantie stond voor de deur. Een mens moet het ijzer smeden als het
heet is. Bovendien had Jeewee allang bewezen dat hij op ongelegen momenten ook
heel toeschietelijk kon zijn. Agnes met haar paniekmail aan de vooravond van de
citotoets was het levende voorbeeld van de hoffelijkheid van Jeewee. Desondanks
neigde Thea naar afhaken, terwijl ze bleef twijfelen op de drempel in de
deuropening. Sabine daarentegen ging voorop en stapte doelgericht op Jeewee af.
Aan zijn arm laveerde ze een onwillige Jeewee terug uit het feestgedruis naar
een rustige plek vlak voor het digibord in het lokaal. Zijn gezicht stond op
onweer. Zo verbeten had Thea hem nog nooit zien kijken. Zou meester Populair dan toch meer diepgang
hebben dan de toffe peer die hij pretendeerde te zijn? Sabine liet zich niet
afschrikken door de defensieve houding van haar schoolmeester.
‘Mag ik
alstublieft een andere rol in de schoolmusical?’, vroeg ze luid en duidelijk
boven het kabaal in de ruimte uit.
Jeewee deed alsof
hij Sabine niet verstond en liet zich gretig afleiden door een ander kind dat
hem aansprak. Onrustig tikte Sabine op de afgewende schouder van Jeewee en
herhaalde hardnekkig haar vraag,
‘Mag ik
alstublieft een andere rol in de schoolmusical?’
Vastberaden om
haar gelijk te halen was ze. Jeewee keek Sabine woedend aan nu. Geschrokken
deed het kind een stapje terug en voordat Thea haar te hulp kon schieten was
Jeewee al ongecontroleerd en buitensporig tegen het elfjarige meisje
uitgevallen. Alsof zijn gefrustreerde alter ego plotseling de overhand kreeg.
‘Nee, je mag geen
andere rol in de schoolmusical! De rolverdeling staat vast! Er wordt niets meer
veranderd! Ik begin er niet aan! Hoor je dat goed! Ik begin er niet aan!’
Hoewel Jeewee als
een idioot stond te flippen en Sabine stond te trillen op haar benen, keek ze
niet weg. Ze gaf geen krimp, terwijl een stuk of wat opperouders wel angstig
wegdoken in het trappengat naast het klaslokaal van groep 8. De meeste kinderen
kregen vanwege de heersende feeststemming en de bijbehorende herrie echter
niets mee van de uitschieter van meester Populair. Of Jeewee had vaker
driftbuien achter gesloten klaslokaaldeuren, waardoor zijn leerlingen immuun
geworden waren voor zijn stemmingswisselingen. Hoe dan ook was Thea enerzijds
oneindig trots op de onwrikbaarheid van Sabine. Anderzijds kromp haar hart
ineen bij de aanblik van haar kleine meisje dat om niets de wind van voren
kreeg van de schoolmeester tegen wie ze gisteren nog had opgekeken. Een
schoolmeester die duidelijk zijn boosheid niet onder controle had. Jeewee moest
maar eens bij de schoolpsycholoog te rade gaan. Guido had nou toch niets meer
te doen.
Thuisgekomen nam
Thea eerst een paar teugen zwarte koffie in de hoop scherp te worden. Van de
sigaretten waren Bart en zij onderhand afgekickt, anders wat dit zo’n moment
geweest waarop ze vroeger ter plekke een pakje leeg zou hebben gekettingrookt.
Want ondanks de cafeïne bleef haar perceptie mistig en dof. Alsof iemand haar
zojuist een enorme dreun tegen haar hoofd verkocht had. In symbolische zin was
dat ook zo. Achter haar gesloten oogleden zag ze Jeewee weer uitvaren tegen
haar Sabine. De doorgedraaide blik in zijn ogen, de gebalde vuisten en de
gezwollen aders in zijn aangespannen nek. De druppels speeksel die hij
verspreidde tijdens zijn geblèr tegen dat kind van elf dat het gore lef had
gehad om haar weledel zeergeleerde schoolmeester om een andere rol in een
schoolmusical te vragen. Assepoester moest haar muil houden. Drie jaar geleden
noemde Jeewee in de combiklas Sabine nog een scheetje. Of een poepie. In ieder
geval had hij Sabine toen gekwalificeerd op een manier die de opperouders aan
het adres van hun kind fantastisch zouden hebben gevonden. Thea niet, maar ze
wist wie het zei. Jeewee projecteerde zijn eigen wil op een meisje van 11 om
bij de opperouders te mogen horen. Alsof onderdeel uitmaken van een
onderwijsteam niet goed genoeg was. Alsof de opperouders gezamenlijk zulke
boeiende buitenschoolse levens hadden achter de rug van Jeewee om. Wat Jeewee helemaal
niet doorzag of niet snapte was dat Thea het tij, betreffende haar status in de
klatergouden wereld van de opperouders, elk moment kon keren in tegenstelling
tot meester Populair. Althans als Thea dat zou willen. Dacht Jeewee nou echt
dat Thea niet al van het begin af aan exact wist waar de juiste knoppen zaten bij haar
rivalen? Terwijl Jeewee zichzelf uit de markt had geprezen met zijn gedienstige
gretigheid om geaccepteerd te worden door de Wielewaalkliek. Wie wil daar nou
bij horen? Bij lucht met een lintje eromheen. Thea zeker niet. Hoe groter haar
weerzin tegen het geklit en gekonkel van de opperouders, hoe heviger haar
geldingsdrang op De Wielewaal. Jeewee wist zogenaamd niet beter dan met de
stroom mee te drijven. Tot nu toe had Thea zijn zwakte gedoogd. Maar nadat
Jeewee vandaag zijn complexen had laten uitlekken als een incontinente trekpop,
was het kinderspelletje wat Thea betreft voorgoed uit. Over haar toeren belde
ze naar het alarmnummer van de directeuren Yin en Yang. Dat spoednummer waarover
Bart en zij aan het begin van het schooljaar nog hadden moeten lachen. Welke
basisschool heeft er in naam van de goede orde een spoednummer nodig? Nou, De
Wielewaal dus.
Directeur Yin
probeerde Thea te kalmeren door rustig te blijven praten aan de andere kant van
de lijn.
‘Er zijn meer
ouders die moeite hebben met de rolverdeling bij de schoolmusical. Ik heb al
verschillende mailtjes binnengekregen vandaag. Bijvoorbeeld hier een mailtje
van de moeder van Fransje. Zij vindt ook dat Fransje een rol heeft die niet bij
haar past’, vertelde hij op een toon alsof Thea op de koffie kwam.
‘Wat andere
ouders vinden dat kan me niet zoveel schelen Yin. Dat zou jij toch moeten
weten. En dat voorbeeld waar je mee aankomt laat mijn bloed al helemaal koken.
Fransje is de dochter van Evelien en Jelle. Jelle is die vader die mij op de
allereerste ouderavond van dit schooljaar in het bijzijn van iedereen voor gek heeft
gezet, zonder dat er iemand ingreep. Jij ook niet en jouw collega directeur
Yang evenmin. Kennelijk heeft felle Jelle toen het slechte voorbeeld gegeven
aan Jeewee? Als je de moeder als de kop van Jut gebruikt dan krijg je
dochterlief er gratis bij. Zoiets? Het minste dat je nou voor me kunt doen is
respecteren dat ik niet met die aso’s geassocieerd wil worden. Fransje is
Sabine niet en andersom. Bovendien hebben de ouders van Fransje altijd wat te
zeiken en Bart en ik niet. Dus let op je woorden, Yin’, brieste Thea.
‘Misschien moeten
we eens bij elkaar komen om erover te praten’, vond de mediator in directeur
Yin.
De toonzetting
van zijn voorstel was als een smeekbede, die Thea zo snel niet kon plaatsen.
Wat had directeur Yin te winnen van een confrontatie tussen Jeewee en Thea? Een
gezellige boel zou dat worden.
‘Misschien moeten
jullie dat maar doen ja. Maar wel zonder mij. Ik ben klaar met de
schoolmusical, met Jeewee én met de rolverdeling. Al dat geneuzel over
ouderparticipatie, terwijl de oudermafia onveranderd blijft doorregeren op De
Wielewaal. Bij de schoolmusical van groep 8 trekken Moira van Kasper en Dimpf
van Tanja aan de touwtjes. Dat deden ze twee jaar geleden - toen hun oudste
kinderen in groep 8 bij Jeewee zaten - en dat doen ze nou weer. Dan kunnen er
nog zoveel troubleshooters op De Wielewaal aangesteld worden, Jeewee blijft het
regime van dit type taaie opperouders toch stug prevaleren boven nieuwe
afspraken. Daar kan het sulletje niets aan doen. Aan zijn horigheid aan
opperouders. Prima, dat weten we dan, maar dat deze loopjongen van de incrowd
op De Wielewaal zich laat verleiden tot het afreageren van zijn frustraties op
mijn dochter, dat gaat me echt te ver. Niemand bekt mijn meisje af. Dat pik ik
niet. Dan weet je dat vast.’
Tijdens haar
tirade merkte Thea dat ze niet langer de noodzaak voelde om zich naïever voor
te doen dan ze was. Het bestaansrecht van Sabine en Walter op De Wielewaal was
zeker gesteld door de uitslag van de cito en de succesvolle samenwerking met
Guido de schoolpsycholoog. Haar kinderen hadden zich bewezen en wat haar eigen
imago betreft had Thea niets te verliezen. De openheid die hieruit voortvloeide
maakte genoeg indruk op directeur Yin om Thea niet zomaar te laten spartelen.
‘Ik denk dat we
toch even heel dringend om de tafel moeten gaan zitten. Dan bedoel ik meester
Jan-Willem, jij en ik. Je zult zien dat we straks kunnen lachen om het hele
gebeuren.’
‘Dat betwijfel
ik’, liet Thea zich onbedoeld fel ontvallen.
‘Ok?!’,
antwoordde directeur Yin afwachtend.
Thea ratelde
verder. Ze zat een octaaf hoger dan normaal.
‘Trouwens zo’n
gesprek moet eerst ingepland worden. Dat gaat niet meer lukken voor de
meivakantie. Zit ik weer twee weken op hete kolen. Dat trek ik echt niet. Waar
moet ik mijn boosheid dan al die tijd laten?’
Directeur Yin
onderkende haar hoge nood direct.
‘Nee, dat moeten
we niet doen. Twee weken zijn te lang. Kun je in de middagpauze naar De
Wielewaal komen?’
Er weerklonk een
kinderlijke opwinding in zijn ademhaling. Directeur Yin ging samen met Thea op
avontuur volgens een principe dat onterecht aan het brein van Pipi Langkous
wordt toegeschreven:
‘Ik heb het nog
nooit gedaan, dus ik denk dat ik het wel kan.’
Thea daarentegen
stond niet voor zichzelf in en alles behalve open voor nieuwe uitdagingen. Maar
goed, zonder tussenkomst van directeur Yin zou ze Jeewee misschien wel gekielhaald
hebben volgens een principe dat ook onterecht aan Pipi langkous toegeschreven
zou kunnen worden. De motor van haar razernij draaide op volle toeren. Dat
meester Populair de integriteit van Thea stelselmatig met voeten trad was nog
te verdragen, maar hoe durfde die slapjanus van een onderwijzer haar dochter
van elf op te offeren aan de dictatuur van de opperouders? Aan vrouwen van
middelbare leeftijd. Aan aandachtshoeren van het kaliber Moira en Dimpf?
Directeur Yin
ging Thea voor de trap op naar het lokaal van groep 8 op de eerste verdieping.
Zijn stem sloeg over van nervositeit, terwijl hij zijn best deed om te keuvelen
over zijn tuin. Dat sproeien met dit zonnige weer niet uit kon blijven, maar
dat je dat ’s avonds moest doen. Thea zei iets terug. Iets over gras, maaien en
schroeigevaar in de hete zon. Ze had geen idee of haar reactie relevant was. In
haar hoofd implodeerde elke poging tot rationeel redeneren. Op de plaats van
bestemming aangekomen wist directeur Yin ook niet op stel en sprong wat hij met
de situatie aan moest.
‘Even wachten op
de bel’, legde hij verontschuldigend aan Thea uit, terwijl hij in het zicht van
Jeewee voor het raam in de gesloten
lokaaldeur ging staan.
Een kwartier
nadat de bel was gegaan en bijna alle kinderen uit de overige lokalen in de
gang van De Wielewaal al voor de middagpauze naar huis of de overblijf waren,
week directeur Yin uit en zwaaide de deur van groep 8 open. Een kudde
luidruchtige kinderen snelde voorbij aan directeur Yin en Thea. In het
voorbijgaan zag Thea kans om haar dochter staande te houden.
‘Je moet Walter
zoeken en buiten op de speelplaats wachten, terwijl ik een praatje maak met
Jeewee. Directeur Yin is erbij’, gebood ze op gewichtige toon.
Sabine knikte
tevreden. Hierdoor voelde Thea zich geroepen om Sabine voor de zekerheid nog
wel te waarschuwen:
‘Verwacht er maar
niet teveel van. Ik denk niet dat je die rol van journalist nog krijgt.’
‘Maar toch’, vond
Sabine veelzeggend.
Het was duidelijk
dat Sabine haar schoolmeester ook niet zomaar weg wilde laten komen met zijn
huichelarij. Haar vertrouwen was beschaamd. Niet leuk, maar deze harde les voor
Sabine gaf Thea wel de zekerheid dat ze zich hier in de gang van De Wielewaal voor
het lokaal van groep 8 in het bijzijn van directeur Yin niet voor zichzelf
belachelijk stond te maken. Zarah had zich inmiddels, nieuwsgierig als ze was,
ongedurig bij moeder en dochter gevoegd. Omdat ze niet snel wijzer werd,
zonderde ze Sabine af van Thea richting het trappengat, maar directeur Yin
hield het tweetal tegen. Hij wilde nog wat vragen.
‘Waarom duurde
het eigenlijk zo lang voordat jullie naar buiten kwamen?’
Zarah gaf haastig
antwoord:
‘We moesten
wachten van Jeewee. Ik weet ook niet waarom. Nou kom ik te laat op de overblijf, maar ik geef mooi
Jeewee de schuld.’
‘Ja, doe dat
maar’, zei directeur Yin grimmig.
Met ferme pas
stapte hij het lokaal van groep 8 binnen. Hoe kinderachtig kan een volwassen
man als Jeewee zijn? Dacht hij nou echt onder een confrontatie met directeur Yin en Thea uit te
komen door de deur van zijn klaslokaal zo lang mogelijk gesloten te houden? Met
de handen voor de ogen is de agressor niet geweken. Jeewee had directeur Yin
natuurlijk al lang en breed zien staan door het raam in de deur van het
klaslokaal. Een billenknijpmomentje voor meester Populair dat hij aan zichzelf
te danken had. En één en één is twee. Dus Thea kon niet ver weg zijn als gevolg
van de uitglijder van Jeewee eerder die ochtend.
Een paar tellen
later marcheerde Jeewee met een norse kop voor directeur Yin onwillig het
lokaal uit. Hij droeg nog steeds een oranje vissershoedje en een stola in
dezelfde kleur. Op beide wangen waren vlaggetjes geschminkt. Langwerpige rood,
wit, blauw gestreepte vlakjes. Jeewee liep licht voorovergebogen met zijn kin
op de borst en zijn handen op zijn rug alsof ze geboeid waren straal aan Thea
voorbij. Directeur Yin wees de weg naar een leegstaand lokaal. Thea hobbelde
achter de heren aan.
‘Ik moet nog wel
eten’, deelde Jeewee afgemeten mee, voordat hij plaats nam aan een vierkant van
aaneen geschoven tafeltjes.
Thea beet op de
binnenkant van haar wangen en ademde diep door haar neus in. Ze nam de
amazonezit aan in een stoel tegenover Jeewee en negeerde hem net zo hard als
hij haar. Voor de vorm trachtte ze onleesbare
aantekeningen op een whiteboard te ontcijferen.
‘Hij moet nog wel
eten’, herhaalde ze spottend in gedachten.
‘Er is straks
tijd om nog wat te eten’, beloofde directeur Yin sussend aan Jeewee alsof hij
tegen een kind sprak.
Hij zat quasi
nonchalant onderuit gezakt aan de punt van de geïmproviseerde vergadertafel. De
benen over elkaar heen geslagen. Directeur Yin hield de moed erin:
‘Laten we
proberen om tot een oplossing te komen. Wie weet gaan we straks lachend uit
elkaar en speelt Thea toch nog een ondersteunende rol in de schoolmusical van
groep 8’, begon hij.
Thea besloot om
directeur Yin meteen uit zijn droom te helpen:
‘Ik weet niet
over welke Thea je het hebt, maar deze Thea zal, na de sneer van Jeewee tegen
Sabine vanmorgen, nog maar moeilijk bereid gevonden kunnen worden om een
bijdrage te leveren aan de schoolmusical.’
Tot verwarring
van Thea keek directeur Yin haar aangenaam verrast aan. Alsof hij bij nader
inzien toch geen prijs stelde op haar
hulpouderschap. Ineens begon er iets te dagen bij Thea. Wat directeur
Yin betreft zat ze hier niet voor de schoolmusical, Sabine of zichzelf, maar om
Jeewee te ontmaskeren. Het verborgen non-conformisme van meester Populair viel
door zijn windhaantjes gedrag bijna niet te vangen. Ook niet door de
directeuren Yin en Yang natuurlijk, terwijl zij wel alle neuzen van het
onderwijsteam dezelfde kant op moesten krijgen om de voortgang in de
herstelwerkzaamheden op De Wielewaal te kunnen blijven waarborgen. Jeewee was
een harde noot die Thea vandaag met haar furiositeit weleens zou kunnen kraken.
Een heterdaadje. Vandaar dat directeur Yin haar aan de telefoon tussen de
regels door bijna gesmeekt had om de strijd met Jeewee in zijn bijzijn aan te
gaan.
‘Waarom zitten we
hier dan?’, vroeg Jeewee binnensmonds.
Thea ging recht
op haar stoel zitten en maakte direct oogcontact met Jeewee. Na een paar tellen
keek hij weg.
‘We zitten hier
niet voor mij, meneer Jan-Willem. Ik weet niet precies waarom jullie hier
zitten, maar ik ben naar De Wielewaal gekomen, omdat ik de manier waarop jij
vanmorgen tegen Sabine uitviel echt ongehoord vind voor een onderwijzer die de
kinderen uit zijn klas behoort te stimuleren in plaats van in een hoek te
zetten.’
‘Ik zet uit
principe nooit iemand in de hoek’, wist Jeewee verontwaardigd.
Thea keek
directeur Yin vragend aan. Nam Jeewee haar opmerking nou expres verkeerd op of
begreep hij echt niet wat ze wilde zeggen? Maar directeur Yin zag Thea niet,
omdat hij zelf vol ongeloof naar Jeewee zat te staren. Dus zat er voor Thea
niets anders op dan Jeewee op eigen kracht onderuit te halen.
‘Ik bedoel niet
letterlijk, maar metaforisch. Snap je?’
‘Nee’, bokte hij.
‘Dan zal ik je
uitleggen wat ik bedoel. Met in een hoek zetten bedoel ik dat bij alle kinderen
uit groep 8 de suggestie is gewekt dat de rolverdeling van groep 8 een
democratisch proces zou zijn. Iedereen mocht lijstjes invullen met daarop drie
voorkeursrollen in hiërarchische volgorde. Deze lijstjes zijn massaal
ingeleverd bij Moira en Dimpf. Daar is volgens mij helemaal niets mee gedaan.’
‘Ja, nou en? Dan
moet je niet bij mij zijn, maar bij Moira en Dimpf. Dat zijn de
klassenouders!’, onderbrak Jeewee haar defensief.
Thea deed alsof
ze verbaasd was:
‘Sinds wanneer?’
‘Wat?’
‘Sinds wanneer
zijn Moira en Dimpf klassenouders?’
Jeewee gaf geen
antwoord en het geduld van Thea ging over in lijdzaamheid.
‘O.k. de kinderen
uit groep 8 mochten dus lijstjes invullen met daarop drie voorkeursrollen in
hiërarchische volgorde. Die lijstjes zijn massaal ingeleverd bij de
klassenouders. In groep 8 van De Wielewaal heten de klassenouders sinds kort:
Moira en Dimpf.’
‘Ja, dus?’,
provoceerde Jeewee.
‘Hoe kan het dan
dat geen enkel kind in groep 8 een rol naar keuze heeft gekregen behalve Tanja
– de dochter van Dimpf – en Kasper – de zoon van Moira - ?’
Jeewee deed alsof
hij nadacht om vervolgens door te slaan.
‘Dat weet ik
niet. Dat bepaal ik niet. Ik krijg allemaal boze mailtjes over de rolverdeling
van de schoolmusical, maar wat kan ik eraan doen? Ik heb niet voor niks
hulpouders die mijn zaakjes voor mij regelen. Dat is al jaren zo geregeld op De
Wielewaal. Ik snap niet wat het probleem is.’
Thea kon zich
niet herinneren dat ze Jeewee ooit in het wild zoveel zinnen achter elkaar had
horen uitspreken en achteraf had ze deze ervaring liever overgeslagen.
‘Nou moet je eens
goed luisteren Jeewee’, begon ze.
‘Nee, jij moet
naar mij luisteren. Ik heb net naar jou geluisterd en nou luister jij naar
mij!’, daverde Jeewee.
‘Ik luister’, gaf
Thea gelaten toe, terwijl ze haar handen naar de hemel hief en theatraal met
haar ogen draaide.
Daarna vouwde ze
haar armen voor haar borst in elkaar. Afwachtend. Ondertussen zat directeur Yin
aan de hoek van de tafel merkbaar zijn lach in te houden. Jeewee brandde los:
‘Alles op De
Wielewaal is prima geregeld. Ik sta hier nou 10 jaar voor de klas en ik heb
nooit problemen gehad. Er worden geen scores van de citotoets vervalst en geen
onderwijsadviezen verzonnen. De rollen van de schoolmusical worden ook eerlijk
verdeeld. We moeten de klassenouders dankbaar zijn dat ze ieder jaar bereid
zijn om zich in te zetten voor de afscheidsmusical van groep 8. En dan
organiseer ik ook nog een voetbaltoernooi en een schoolkamp. Ik kan niet overal
tegelijk zijn. Ja.’
Jeewee siste
tussen zijn tanden zonder zijn kaken te
bewegen. Hij sprak vanuit zijn buik als het ware. Tijdens zijn zelfbeklag had
Thea haar ogen niet van de vlaggetjes op zijn jukbeenderen kunnen afhouden. Ze
dansten mee op het ritme van de zenuwtrekjes in zijn gespannen gezicht. Jeewee
was boos. Hij klopte herhaaldelijk met een wijsvinger op het tafelblad om zijn
zelfmedelijden kracht bij te zetten. Het oranje vissershoedje bleef stokstijf
op zijn hoofd staan. Een paar seconden overwoog Thea om naar de relevantie van
vervalste citotoetsscores en verzonnen onderwijsadviezen in dit verhaal te
informeren, maar Jeewee had zich vandaag al meer dan hebbelijk laten kennen.
Directeur Yin had waarschijnlijk genoeg gehoord om in het licht van de
hervormingen op De Wielewaal in de toekomst met de echte meester Jan-Willem aan
de slag te kunnen gaan. Alles wat Thea nu nog wilde was genoegdoening.
‘Ik snap dat je
niet overal tegelijk kunt zijn, maar waarom organiseer je dan een algemene
vergadering voor de schoolmusicalcommissie als alles toch al door de
klassenouders geregeld is?’
‘Hoe kom je erbij
dat alles al door de klassenouders geregeld is?’, vroeg Jeewee half vijandig en
half verward.
‘Nou, dat is me
wel duidelijk geworden tijdens de vergadering van de schoolmusicalcommissie
waarbij Dimpf aan mij te kennen gaf dat ze voor de rolverdeling niet met
lijstjes ging werken. Ik dacht toen nog dat Dimpf onzin uitkraamde, omdat jij
in de klas juist dat voorstel van die voorkeurslijstjes van alle kinderen had
gedaan. Ik hield het niet voor mogelijk dat een schoolmeester op zijn woord
terug zou komen onder invloed van een hulpouder zoals een Dimpf. Heb ik me toch
in je vergist’, overdreef Thea voor het effect.
‘Dimpf heeft
helemaal niks over lijstjes gezegd!’, beweerde Jeewee manmoedig.
Zijn stem sloeg
over. Dit was misschien een aanleiding om verder op zijn onnodige geblaf tegen
Sabine in te gaan, maar Thea wilde Jeewee niet nog meer munitie geven om te
prijsschieten. Daar was haar kind te dierbaar voor. Ze kon het echter niet
nalaten om opperouder Dimpf nog een extra trap na te geven.
‘Je gaat me toch
niet vertellen dat jij Dimpf op de vergadering van de schoolmusicalcommissie
niet hebt horen zeggen dat ze niet van plan is om met lijstjes te gaan
werken!’, herhaalde ze daarom expliciet.
Jeewee kon er
kort over zijn:
‘Nee.’
Vanaf de kant van
directeur Yin voelde Thea een begripvolle energie toestromen, als ook een
soortement warme bewondering. Deze stilzwijgende goedkeuring van directeur Yin
bracht haar nog verder van haar stuk dan ze al was. Jeewee had niets in de
gaten. Hij was te intens bezig met zijn zelfverdediging. Thea recapituleerde:
‘Dus jij wilt mij
wijsmaken, Jeewee, dat jij het niet oneerlijk vindt dat niemand in groep 8 een
rol in de musical naar keuze heeft met uitzondering van Kasper van Moira en
Tanja van Dimpf’.
‘Daar is niks
oneerlijks aan’, beweerde Jeewee koppig als een verongelijkt jongetje.
Dit had geen zin
meer. Thea schoof haar stoel naar achteren en kwam overeind. Van het ene op het
andere moment deed zich de gelegenheid bij uitstek voor om voor eens en voor
altijd onder het juk van haar stille aanbidder uit te komen. Zonder een seconde
te aarzelen en met de onuitgesproken instemming van directeur Yin in de lucht,
stormde Thea het lokaal uit, terwijl ze honend uitriep :
‘Weet je wat
Jan-Willem? Ga jij lekker eten!’
Een klein half
uurtje later werd Thea thuis gebeld door directeur Yin.
‘Ik vind dat jij
dat heel goed doet’, verzekerde hij haar met de agitatie nog in zijn stem.
‘Dankjewel’,
antwoordde Thea beleefd.
De enthousiaste
toonzetting van directeur Yin leek wel een felicitatie. Al zou ze niet weten
waarmee. Dat haar uitbarsting weer schot in de
herstelwerkzaamheden van de troubleshooters op De Wielewaal had
gebracht, was een toevallige bijkomstigheid van haar confrontatie met Jeewee.
‘Wat zou
directeur Yin bedoeld hebben toen hij beweerde dat hij vond dat ik dat heel
goed doe. Wat doe ik heel goed?’, vroeg ze zich
daarom naderhand af.
Kennelijk had ze
hardop gedacht, want Bart gaf antwoord
‘Dat je Jeewee
heel goed alle hoeken van de kamer hebt laten zien. Dat had die Yin je niet nagedaan.’
‘Ik betwijfel of
Yin dat ook zo ziet’, schamperde Thea.
‘Want?’
Bart vroeg naar
de bekende weg.
‘Iedereen vindt
Jeewee aardig, behalve ik, want ik ben tirannieke Thea.’
‘Je bent de enige
die dat gelooft Thea, geloof me. Maar het gaat hier niet om aardig of niet.
Jeewee zit zichzelf en de voortgang op De Wielewaal in de weg. Jij hebt zijn
façade gestript.’
Bart klonk al
bijna net zo enthousiast als directeur Yin die zich tijdens het evaluatieve
telefoontje eerder die dag niet liet afschrikken door de terughoudendheid van Thea. Hij schakelede
gewoon over op een andere invalshoek om de botte bijl van Jeewee voor Thea te
verzachten.
‘Volgens mij weet
Jan-Willem echt niet wat hij verkeerd doet’.
Zijn zalvende
woorden vielen verkeerd.
‘Nee, natuurlijk
niet, meneer Populair weet weer niet wat hij verkeerd doet!’ riep Thea
gepijnigd uit.
Zijn zwijgzame
reactie kwam over als een gevolg van empathie en schaamte. Directeur Yin had
Thea immers bewust ingezet als laatste redmiddel om het obstakel met de naam
Jeewee te verhelpen. Zijn strategie pakte goed uit, maar het had niet veel
gescheeld of meester Jan-Willem had de verantwoordelijkheid wederom weten te
ontlopen met zijn eigengereide wappergedrag. Als dat was gebeurd, dan kon
directeur Yin ook wel raden wie de rekening wederom gepresenteerd zou hebben
gekregen. Eindelijk nam hij het gesprek weer op.
‘Weet je wat ik
je nog wel even wilde zeggen Thea?’
Het was moeilijk
om hem te wantrouwen. Zijn intonatie streelde haar voelsprieten. Hij leek
volkomen oprecht. Thea drukte de hoorn dichter tegen haar oor. Ze had zin om te
huilen.
‘Nou?’,
fluisterde ze waterig.
‘Ik weet niet wat
het is met die ouders hier op De Wielewaal, maar zoals jij je staande weet te
houden tussen al de chaos, dat is goud waard. Ik vind je fantastisch. Dat wilde
ik je nog meegeven.’
Het euforische
gevoel dat directeur Yin haar gegeven had, nam de ontreddering over de ruzie
met Jan-Willem niet weg bij Thea. Nadat de adrenaline langzaam maar zeker was
opgelost in haar bloedbanen, gingen de emoties van Thea alle kanten op. Toch
moest er nog geholpen worden bij de sport- en spel middag op De Wielewaal die
vanwege het stralende voorjaarsweer in de buitenlucht en niet in het
gymzalencomplex gehouden werd. Afhaken was geen optie, hoewel het energiepeil
van Thea na alle commotie van die morgen tot ver beneden haar normale niveau
was gedaald. De felle middagzon op het frisse, groene gras van het stadsperkje
in de wijk vertraagde de lome ledematen van Thea nog een paar graadjes extra.
Ook Walter en zijn maatjes waren niet vooruit te branden. Na wat probeersels in
de richting van bliklopen, koekhappen en goaltrappen kwam het groepje, dat meester Viktor aan Thea had toegewezen,
uitgeblust en verveeld om haar heen zitten in het centrum van het gazon. Thea
deelde flesjes water uit die ze van thuis had meegebracht. Zonder commentaar
bezag het neergestreken gezelschap de inspanningen van de overige groepjes
fanatieke kinderen en hun consciëntieuze begeleiders. Zodra een ploeg de
beschikbare spelletjes in het plantsoentje van De Wielewaalwijk had afgerond,
begon de hele kluit gewoon weer van voor af aan. Cirkeltjes draaien. Ook
meester Jan-Willem was met zijn clubje meermaals voorbij gekomen. Telkens zocht
hij oogcontact met Thea en op een gegeven moment had ze per ongeluk toch zijn
kant op gekeken. Ze ontmoette theatrale lodderogen vol deemoed. Zijn
nederigheid wekte nog meer minachting bij haar op dan zijn bravoure van
vanmorgen. Het kon niet anders dan dat haar walging van haar gezicht te lezen
stond. Toch bleef hij haar bestoken met die smekende blikken, zodat zij zich
moest afwenden om haar braakneigingen te kunnen onderdrukken. Hij moest uit
haar leven verdwijnen. Mocht Walter volgend schooljaar bij meester Jan-Willem
in groep 8 terecht komen, dan moest Bart de honneurs maar voor haar waarnemen.
Voor de
afsluiting van de sport- en spel middag werden alle kinderen en de bijbehorende
hulpouders geacht om zich bij hun juf of meester ergens op het grasveld te
voegen. Toen meester Viktor de bedoeling van deze slotbijeenkomst doorhad, was
hij zo klaar met zijn dankwoord. Hij vond dat groep 7 een topprestatie had
neergezet en wenste iedereen een prettige vakantie. Een paar tellen laten stond
hij verlaten, maar voldaan naast een stapel pilonnen. Thea reikte Walter haar
sleutelbos aan, zodat hij vast in de auto kon gaan zitten, want meester
Jan-Willem van groep 8 moest nog beginnen met zijn speech. Hij torende op een
paar meter afstand van Thea in het plantsoen hoog boven de kinderen en de
hulpouders van groep 8 uit, die in het gras bij elkaar zaten af te wachten. In
gebarentaal, met zijn wijsvinger tegen zijn getuite lippen, maakte hij kenbaar
dat iedereen stil moest zijn. De volhardende hulpouders; Dimpf, Moira, Maud en
Agnes overzagen de kudde in de kleermakerszit en ze ondersteunden het
stiltegebod van Jeewee door beurtelings indringend naar babbelende kinderen te
sissen. Toen iedereen eindelijk zweeg, moest meester Jan-Willem zijn dunne stem toch nog verheffen bij het nemen van het
woord, vanwege de open lucht en de
stadsgeluiden op de achtergrond.
‘Jongens en
meisjes, wat hebben we een drukke periode achter de rug met de cito en wat
hebben jullie hard gewerkt.’
‘Tien!’, zette
een bekend geluid ergens uit de
neergedaalde hoop kinderen aan.
Het was de
kraakheldere stem van Sabine die op eigen initiatief hardop begon af te tellen.
Na de uitbrander van vanochtend kon ze
het bekende gefleem van haar
schoolmeester niet meer verdragen.
‘Sabine lijkt op
haar vader’, stelde Thea niet voor het eerst in zichzelf vast.
‘Negen!’
Zarah en Ronnie
stootten elkaar aan. Meester Jan-Willem zag het ook, maar hij bleef stug door speechen.
‘Maar na de
vakantie gaan we een leuke tijd tegemoet op school.’
‘Acht!’
Zarah, Ronnie en
nog wat kinderen hadden zich bij Sabine aangesloten. Meester Jan-Willem liet
zich niet van zijn stuk brengen.
‘Er staat nog een
voetbaltoernooi op de planning.’
‘Zeven!’
Er weerklonken al
minstens 20 kinderstemmen in koor. Jan-Willem aarzelde een seconde, maar hij
zette door:
‘We gaan op
schoolkamp.’
‘Zes!’.
Met een grimas
volhardde meester Jan-Willem in zijn opsomming.
‘We gaan een
geweldige schoolmusical maken.’
‘Vijf!’
De hulpmoeders
sprongen nu ook in bij het aftellen. Meester Jan-Willem kreeg een kleur die vloekte
met zijn oranje vissershoedje.
‘En na het
gezellige ontbijt van vanochtend...’
‘Vier!’
Er begon zich een
nerveus glimlachje op de mond van meester Jan-Willem af te tekenen.
‘…en een
fantastisch sportieve sport- en speldag...’
‘Drie!’
‘…wens ik
jullie…’
‘Twee.’
‘…een hele
fijne…’
‘Eén!’
‘…meivakantie!’
‘Nul!’
Vervolgens stoof
de groep uiteen. Meester Jan- Willem had het nakijken naar de spelbreekster
Sabine die niet wist hoe vlug ze bij haar moeder dekking moest zoeken.
Tot zover meester
Jan-Willem. Sinds de coupe van Sabine in het wijkplantsoentje op de oranje
sport- en spel dag voor de meivakantie had Thea hem nooit meer gezien,
gesproken of gemaild. Wel had Sabine hem later op het speelplein tegen een
opperouder nog expliciet de verwachting horen uitspreken dat hij in het
volgende schooljaar opnieuw groep 8 zou draaien
‘Ik krijg volgend
jaar toch weer groep 8’, scheen hij gepocht te hebben.
Kleine potjes
hebben grote oren en de wens is de vader van de gedachte. Een wens die
directeur Yang overigens niet wenste te vervullen. Niet meester Jan-Willem maar
directeur Yang ging immers over de personeelszaken, terwijl directeur Yin de
public relations onderhield. Yin en Yang overlegden uiteraard wel met elkaar.
Wie weet kwam meester Jan-Willem daarom in het nieuwe schooljaar ook niet in groep 8, maar in een lager nummer terecht. De aankondiging stond
te lezen in de Nieuwsbrief. De ereplaats voor de volgende groep 8 kwam juffrouw
Marijke toe. Thea had geen idee hoe Walter gereageerd zou hebben als meester
Jan-Willem zijn zin had gekregen. Ja, in dat geval zou ze de begeleiding van
Walter op De Wielewaal aan Bart hebben overgelaten, maar het idee dat Thea zou
moeten wijken voor het onvermogen van meester Jan-Willem, was eigenlijk te gek
voor woorden. Misschien dat de troubleshooters deze absurditeit in hun keuze
voor juffrouw Marijke mee hadden laten wegen? Aan juffrouw Marijke wist Walter
wat hij had. In groep 6 had hij al bij juffrouw Marijke in de klas gezeten en
Bart vond haar de perfecte onderwijzeres. Thea had geen mening meer.
In de Nieuwsbrief
werd ook het vertrek van de interim directie bekend gemaakt. De
herstelwerkzaamheden op De Wielewaal waren voltooid. Overigens niet zonder
garant te staan voor de komst van een nieuwe directrice na de zomervakantie.
Een uitstekende opvolging als Thea de troubleshooters tenminste op hun woord
moest geloven. De naam van de nieuwe directrice was Gloria Grif en ze stelde
zich alvast voor in het schoolkrantje. Haar hobby’s waren tuinieren en
hardlopen. Gloria vermeldde verder dat ze al decennia gelukkig getrouwd was met
Paul Grif. Samen had het echtpaar 4 studerende kinderen. Tot nu toe had Gloria
Grif een leidinggevende functie gehad bij een zorginstelling en ze zag haar
aanstelling als directrice op De Wielewaal als een uitdaging. Gloria Grif
typeerde zichzelf als een bijtertje en een blijvertje. Aan haar profielfoto te
oordelen had Gloria Grif geen idee wat haar te wachten stond. Ze zag er in de
ogen van Thea niet zozeer uit als een dame met pit, maar eerder als iemand die
het wiel met veel tamtam weer opnieuw dacht uit te kunnen vinden. Maar dan toch
zonder ouderparticipatie van Thea. Deze ouder had er simpelweg de puf niet meer
voor.
Ook niet om op
eigen kracht afstand te nemen van het onophoudelijke kinderspel op De Wielewaal waarmee Thea in de
loop van de jaren dusdanig was vergroeid dat ze voorgoed veroordeeld leek tot vechten tegen de bierkaai. Totdat de
bevrijding zich vanzelf aandiende. Tegen het einde van het schooljaar van Yin
en Yang brak Thea haar enkel. Nu kon ze niet anders dan een stapje terug doen.
Het ongeluk viel samen met het moment waarop de afscheidsmusical van groep 8
vorm begon te krijgen en alle kinderen zich hadden verzoend met de rolverdeling
van opperouder Dimpf. Hulpeloos luisterde Thea naar de verslagen van Sabine,
waaruit ze kon opmaken dat de opperouders hun machtspositie verder
exploiteerden tijdens hun bemoeienis met de schoolmusical. Ze kon letterlijk geen
kant op. Haar geschonden enkel moest op zeven plaatsen operatief in elkaar
geschroefd worden. Daarna stonden haar zo’n drie maanden revalidatie te
wachten. Een ongeluk zit waarlijk in een klein hoekje. Ze was tijdens het
grasmaaien met haar rechtervoet achter een kuiltje in het gazon blijven haken.
In een reflex had ze een halve draai gemaakt met haar hele lijf, met
uitzondering van haar rechtervoet waarmee ze muurvast zat. Tijdens haar val kon
ze de breuk horen kraken. De plek des onheils was een gat dat Yolo had gegraven
ter bewaring van zijn kauwbot. Deze pech had al zolang op de loer gelegen met
die rondslingerende botten van Yolo overal en altijd in en om huis, dat Thea
zich ergens gelukkig prijsde dat ze alleen maar een enkel had gebroken en veel
erger niet op haar achterhoofd was gevallen.
Aldus was Thea
aan huis gekluisterd alwaar ze de goede afloop van het schooljaar van Yin en
Yang afwachtte met haar voet in het gips. Uit machteloosheid begroef ze zich in
haar werk voor huiswerksterk. Na een
onwennig begin, werd ze in de loop van een week of twee hoe langer hoe
rustiger. Ze kon wel wennen aan de overgave aan het thuisfront. Aan de
berusting in haar oneervolle winst. De strijd was immers allang gestreden en de
rest van het schooljaar van Yin en Yang was bijzaak. Met hulp van Bart
trakteerde Walter zoals beloofd nog op 4 giga aardbeientaarten met slagroom in
groep 7. Hij hoefde niet eens moeite te doen om de reden van zijn onthaal te
verzwijgen, omdat de megatraktatie samen viel met zijn elfde verjaardag. Op die
manier verdween Guido de schoolpsycholoog geruisloos naar de achtergrond,
hetgeen Thea toch wel speet. Wat haar betrof had Guido de schoolpsycholoog heus
wel een standbeeld verdiend, alleen niet ten koste van haar Walter. Ondanks de
afwezigheid van Guido de schoolpsycholoog werd het aarbeientaartenfestijn een
onverwacht succes in groep 7. Zelfs Soltan, de tweeling Amir en Emir en de
andere islamitische kinderen uit groep 7 snoepten mee. Terwijl aardbeientaart
met slagroom dierlijke vetten bevat die moslims vanwege hun geloof eigenlijk
niet mogen nuttigen. Maar hoe strenger het verbod, hoe groter het genot. Dat
geldt voor alle religies.
Ook met het
schoolkamp van Sabine kon Thea zich slechts op een afstandje bezighouden.
Achteraf bezien maar goed ook, want de schooltrol en meester Joep de
wereldreiziger waren ook van de partij bij de bivak van groep 8 van De
Wielewaal. Dat was nooit goed gegaan met een wrok koesterende Thea in de buurt. Het liefdespaar was
intussen hoogzwanger. Een reden temeer voor Siepie de Saimiri om nog intenser
dan normaal alleen maar met zichzelf bezig te zijn. Naar verluid besteedde
meester Joep tijdens het schoolkamp
echter zoveel extra positieve aandacht aan Sabine dat Thea zich afvroeg of hier
geen sprake was van compensatiegedrag. Een goedmakertje voor de uitschieter
richting Sabine van meester Jan-Willem op het oranjefeest op De Wielewaal.
Voorbedachte rade dus. Op voorspraak van directeur Yin. Dat kon niet anders.
Naast Bart en Thea was hij de enige getuige van de kwetsuur van Sabine. Tussen
Jan-Willem en Sabine is de band dan ook nooit meer hersteld. Als er überhaupt
ooit sprake was geweest van een echte verstandhouding. Soms vermoedde Thea dat
meester Jan-Willem wat Sabine betreft helemaal nooit op een voetstuk had
gestaan. Dus kon hij er op het oranjefeest ook niet afgedonderd zijn tijdens
zijn uitval naar Sabine. Een sokkel was te hoog gegrepen voor meester Populair
in de ogen van het kind. Daarvoor ging hij te diep door het stof voor de
opperouders. Ondertussen onderschatte hij de hoogte van de sociale
intelligentie van Sabine en de impact van de loyaliteit aan haar ouders. Verder
kon Sabine sowieso met iedereen overweg en was bijna elke meester of juf beter
te verdragen dan de schooltrol in groep 7. Meester Jan-Willem bijvoorbeeld.
Maar ook meester Joep uit groep 6. Bij nader inzien gaf Sabine zelfs de
voorkeur aan meester Joep boven meester Jan-Willem. Meester Joep hield Sabine
niet als lievelingetje achter de hand, zoals meester Jan-Willem bij wie zijn
zogenaamde poepie of scheetje altijd op het
tweede plan was blijven staan. Jan-Willem deed nog wel een zwakke poging
tot schikking. Op de allerlaatste schooldag lieten de leerlingen uit groep 8
traditiegetrouw allemaal hun gymshirt met Wielewaallogo vol zetten met
handtekeningen van de juffen en meesters. Met viltstift. Bij wijze van
afscheidsgroet. Op het rugpand van het gymshirt van Sabine had meester Jan-Willem
het niet bij alleen zijn handtekening gelaten, maar was hij zich te buiten
gegaan in mega rode blokletters. Hij schreef:
Lieve Sabine,
‘Wat ben jij
gegroeid in het laatste schooljaar op De Wielewaal!’
Groetjes Jeewee.
Thuis ontdeed
Sabine zich van haar beschreven en bezwete gymshirt en drapeerde het onfrisse
kledingstuk over de leuning van een keukenstoel.
‘Wasmand!’,
commandeerde Thea.
‘Je mag het niet
wassen. Iedereen heeft er vanalles opgeschreven voor later’, waarschuwde Sabine
streng.
‘Ze hebben toch
permanent marker gebruikt om een onuitwisbare indruk te maken neem ik aan?’
Tussen duimen en
wijsvingers lichtte Thea het gedragen gymshirt op en las hardop wat meester
Jan-Willem op het rugpand geschreven had.
‘Lieve Sabine,
wat ben jij gegroeid in het laatste schooljaar op De Wielewaal, groetjes
Jeewee’, exalteerde ze.
‘Ja…iedereen uit
groep 8 is gegroeid in het laatste schooljaar. Dat gaat vanzelf’, meesmuilde
Sabine.
Bart ving haar
opmerking in het voorbijgaan op en zei terloops:
‘Ach, het is goed
bedoeld.’
‘Ik lees die
uitlating eerder als een poging om De Wielewaal alsnog vrij te pleiten van het
verkeerde vmbo-basis advies van Sabine uit groep 7. Alsof Sabine een unicum is
en het onderwijzend team niet vantevoren had kunnen voorspellen dat ze in het
laatste jaar nog in een vwo-advies zou groeien’, raasde Thea over het hoofd van
Sabine dat over haar mobiel gebogen was.
‘Je geeft die
Jan-Willem nog steeds veel te veel diepgang’, verzuchtte Bart vermoeid.
‘Dan is het te
hopen Jan Willem geen permanent marker heeft gebruikt en dat zijn opschrift een
stevige wasbeurt niet overleeft’, bitste Thea, terwijl ze op haar gezonde voet
naar de bijkeuken hinkelde om het gymshirt nijdig in de wasmachine te smijten.
Pas nadat het
schooljaar van Yin en Yang voorgoed was afgerond kwam de mobiliteit van Thea
weer langzaam op gang. Ze startte met loopgips na de zomervakantie van De
Wielewaal alwaar het tijdperk van directrice Gloria Grif al lang en breed was
ingeleid. Het begin van een nieuwe akte waarin Thea alleen nog maar een bijrol
hoopte te mogen spelen. Sabine ging naar de brugklas van de stedelijke
scholengemeenschap en Walter zat in zijn laatste jaar op de Wielewaal. Hij
floreerde in groep 8 bij juffrouw Marijke. Althans daar ging Thea vanuit, want
in groep 6 had Walter ook nooit noemenswaardige problemen gehad met juffrouw
Marijke. Ze was de belichaming van de stereotype onderwijzeres. Afstandelijk op
het autistische af, maar met een gelijkmatig humeur en rechtvaardig met geen
lievelingetjes in haar klas. Hoewel Thea het enthousiasme van Bart over
juffrouw Marijke maar gedeeltelijk onderschreef, leek inderdaad niemand beter
geschikt om de notoire groep met Walter onder controle te houden dan deze
degelijke schoolfrik.
Althans als Bart
en Thea ervan uit bleven gaan dat de ware juffrouw Marijke de vakvrouw was die
zij zo graag in haar wilden zien. Helaas begon haar stoïcijnse imago meteen al
scheurtjes te vertonen op de eerste ouderavond van groep 8 in het nieuwe schooljaar
met directrice Gloria Grif. Omdat Thea in loopgips en met ondersteuning van een
kruk liep, was de reistijd moeilijk in te schatten en kwam ze veel te vroeg en
als eerste het lokaal van groep 8 binnen strompelen. Juffrouw Marijke heette
haar niet onvriendelijk welkom en tapte koffie uit een immense kan in een
plastic bekertje voor Thea die aan een bankje vooraan in de klas luid puffend
bij zat te komen van haar expeditie naar de eerste verdieping van De Wielewaal.
Toen ze eenmaal zat zag ze pas het naamplaatje van Tim op het tafeltje voor
haar staan.
‘Ik denk dat ik
in het verkeerde bankje zit’, lachte ze verontschuldigend.
‘Hier staat Tim’.
‘Dan moet je
achterin de klas gaan zitten. Walter zit achterin’, antwoorde juffrouw Marijke
kortaf.
Omslachtig
schuifelde Thea naar het bankje achterin de klas. Juffrouw Marijke droeg haar
het plastic bekertje met dampende koffie na.
‘Kan ik je straks
na de vergadering nog even kort spreken?’, vroeg ze neutraal.
‘Nou even dan!’,
grapte Thea met tegenzin.
Ze werd pas echt
ongerust toen Jade de interne coördinatrice het klaslokaal binnen kwam
marcheren met dezelfde heerszuchtige
uitstraling als in de bloeitijd van directrice Willy Bakbruin. Alsof ze nooit
een burn-out had gehad. Voorbij aan het
renovatiejaar van Yin en Yang en vooruit op Gloria Grif. Was de nieuwe
directrice nu al ingepalmd door Jade de interne coördinatrice, of had Gloria
Grif haar macht nog niet doen geleden? Wat deed het er eigenlijk toe? Op basis
van de balans van het leerlingenvolgsysteem, die meester Viktor had opgemaakt
aan het eind van groep 7, kon Walter naar het VWO. Dat scheelde Thea uren van
citotrainen in haar vrije tijd. Door zijn VWO advies zou Walter volgend jaar na
groep 8 in principe probleemloos op dezelfde stedelijke scholengemeenschap als
zijn zusje kunnen worden aangenomen. Je zou dus denken dat Jade de interne
coördinatrice Walter niet meer kon raken. Thea zou het niet toelaten. Toch
hoefde ze maar op de dwepende blikken van juffrouw Marijke richting Jade de
interne coördinatrice te letten om in haar voorstellingsvermogen de ontastbaarheid van haar kind op De Wielewaal
wederom te zien wankelen.
Nadat Jade de
interne coördinatrice Thea had genegeerd en zich vooraan in de klas had
geïnstalleerd met een opengeklapte laptop voor haar neus begon het lokaal van
groep 8 vol te stromen met opperouders en andere papa’s, mama’s en verzorgers. Thea herkende;
professor Pronken en zijn uitheemse bruid; moeder Jolijn van Kevin; moeder
Jenny van Tim; opperluizenhoofd en vader Jan Doedel van Pepijn; de luizenvader
van Gerben en de feminazistische moeder van Huib. Bij de aanblik van de aloude
incrowd reisde het geheugen van Thea doelgericht terug naar de vergelijkbare
enscenering met inwisselbare poppetjes van vorig jaar. Felle Jelle was toen
publiekelijk op Thea los gegaan. Juffrouw Marijke was er ook bij geweest, maar
dan in de hoedanigheid van coördinatrice bovenbouw en niet als juf van groep 8
van De Wielewaal. Toen had ze zich overal buiten weten te houden, maar mocht ze
vanavond voor het dilemma worden gesteld, dan zou ze onvoorwaardelijk partij
kiezen voor de insiders ten opzichte van Thea. Iets anders kon Thea niet uit de
respons van juffrouw Marijke op de komst van de opperouders opmaken. Het hele
voorkomen van juffrouw Marijke straalde acute paniek en faalangst uit. Een
beklemmende agitatie die ze probeerde te verbloemen door in het wilde weg stoer
te gaan staan lolbroeken in de traditie van Jeewee.
‘Dat moet je haar
vergeven. Daar kan ze echt niets aan doen’, nam Bart juffrouw Marijke direct
tegen Thea in bescherming toen ze naderhand haar beklag deed.
Als Thea in dit
geval al bereid was geweest om iemand te pardonneren dan toch liever Bart in
plaats van juffrouw Marijke. Ze begreep wel dat hij niet direct aan zichzelf
wilde toegeven dat zijn loftuiting over juffrouw Marijke hem op een dood spoor
had gezet. Bart wilde vooruit. Liefst zonder omkijken.
‘Hoe weet jij zo
zeker dat juffertje Marijke niet net zo graag in de smaak wil vallen bij het
grote publiek als meester Populair?’, smaalde Thea.
‘Een beetje
mensenkennis mag je me wel toeschrijven’, vond Bart bedremmeld.
Ergens voelde
Thea wel dat Bart de schooljuf van hun zoon goed inschatte, maar ze wilde niet
meer afgaan op haar intuïtie. Dat verdiende juffrouw Marijke niet nadat ze Thea
aan het eind van de ouderavond had laten zitten achterin de klas. Ze moest Thea
toch zo nodig nog even spreken? In plaats daarvan liet ze zich omringen met
opdringerige opperouders. Niets nieuws onder de tl buizenverlichting in het
lokaal van groep 8 van De Wielewaal. Helaas was Thea dit keer niet bij machte
om de ruimte uit te snellen, vanwege haar loopgips en de onbeholpen bediening
van de bijbehorende kruk. Toen de uitgang van het lokaal eindelijk in zicht
kwam, maakte juffrouw Marijke zich los uit haar clubje en sprak Thea alsnog
aan.
‘Directrice
Gloria neemt morgen telefonisch contact met je op’.
Het was een
mededeling op een schoolse toon onder het mom van beroepsdeformatie, maar in
werkelijkheid omdat juffrouw Marijke door bot te zijn bij voorbaat tegenspraak
van Thea dacht te kunnen uitsluiten. Thea wiebelde op haar loopgips. De kruk
voorkwam dat ze onderuit ging
‘Nee, maar. Waar
heb ik deze eer aan te danken?’, schamperde ze defensief.
‘Gloria en ik
gaan een gesprekje voeren met jullie.’
Juffrouw Marijke
deed alsof de afspraak al stond.
‘Jullie. Je
bedoelt met Walter en mij?’
‘Nee, ik bedoel
natuurlijk met de vader van Walter en met jou.’
‘Meen je dat nou
Marijke?’
Thea had het idee
dat ze werd teruggefloten door het korte termijngeheugen van De Wielewaal. De
oeverloze oudergesprekken, de ruzies, therapieën, gedragcodes, afspraken en het
leerlingenvolgsysteem van de afgelopen 7 Wielewaaljaren ten spijt, gold vanaf het
schooljaar van Gloria Grif kennelijk de schone lei.
‘Dat meen ik
zeker wel’, hield juffrouw Marijke voet bij stuk
‘Ik dacht het
niet!’, riep Thea half verontwaardig, half smekend uit.
‘Weet je wat het
is Thea?’, begon juffrouw Marijke betuttelend.
Thea viel haar in
de rede:
‘Ja, Marijke, ik
weet wat het is. Dat is het hem nou juist. Ik weet precies wat het is en ik heb
er meer dan genoeg van.’
‘Je snapt het
niet’, hield juffrouw Marijke koppig vol.
‘Ik wil het niet
horen.’
Thea klemde haar
kruk tussen haar oksel om beide handenpalmen illustratief tegen haar oren te
kunnen drukken. Marijke kwam heel dicht in haar aura staan om het probleem
Walter nog eens extra te benadrukken.
‘Wij maken ons
zorgen om Walter.’
‘Daar gaan we
weer’, wanhoopte Thea.
Over de schouder
van juffrouw Marijke zag Thea hoe Jade de interne coördinatrice haar oren
spitste, terwijl ze haar laptop opborg in de bijbehorende tas. Drie keer raden
wie juffrouw Marijke tot deze zogenaamde bezorgdheid over Walter had aangezet.
‘Wie zijn we als
ik vragen mag?’
Haar zijsprong
bracht juffrouw Marijke in verwarring.
‘Wat bedoel je?’
‘Je zegt: We
maken ons zorgen om Walter. Wie zijn we?’
‘Het hele team’,
aarzelde juffrouw Marijke na een korte denkpauze.
‘Meester Viktor
ook?’, wilde Thea op ongelovige toon weten.
‘Walter zit niet
meer in groep 7 bij meester Viktor. Thea’, antwoordde juffrouw Marijke ontwijkend.
‘Maakt meester
Viktor soms geen onderdeel uit van het team?’
‘Daar gaat het
niet om Thea’, omzeilde juffrouw Marijke de essentie.
Want daar ging
het natuurlijk wel om, maar Thea liet het gaan. Ze zocht steun door met haar
achterwerk tegen een lege bank aan te leunen. De kruk parkeerde ze ernaast. Ze
zou nog één keer uitleg geven. Luid en duidelijk, zodat ze zeker wist dat Jade
de interne coördinatrice haar verklaring woord voor woord meekreeg.
‘Luister Marijke:
Het onderwijsteam hoeft zich geen zorgen te maken over Walter. Walter is vorig
jaar nog met succes begeleid door Guido de schoolpsycholoog.’
Juffrouw Marijke
glimlachte minzaam:
‘Ik heb niets te
maken met Guido de schoolpsycholoog. Guido de schoolpsycholoog is niet meer in
dienst bij De Wielewaal. Ik heb te maken met Walter in mijn klas en ik maak me
zorgen over hem.’
Thea geloofde
haar niet. Juffrouw Marijke was er het type niet na om zich uit eigen beweging
zorgen om een leerling te maken. De medische lekenkennis van Jade de interne
coördinatrice weerklonk in het gewauwel van juffrouw Marijke. Haar eigen weg
als juf van groep 8 was juffrouw Marijke duidelijk nog niet ingeslagen. Op zo’n
zwak moment was Jade de interne coördinatrice niet te beroerd om misbruik van
de situatie te maken. In de ogen van Jade de interne coördinatrice hadden Bart
en Thea ongetwijfeld nog een flinke schuld bij haar open staan. Dus er moesten
even wat rekeningen voldaan worden. Nadien zou het cirkeltje mooi rond zijn en
kon iedereen weer op de oude voet verder. Maar zonder Thea dus dit keer.
‘Kun je een
concreet voorbeeld geven?’, verlangde ze kalm.
Marijke had haar
mond al voorbij gepraat voordat ze het zelf in de gaten had.
‘Nou,
bijvoorbeeld vandaag tijdens de les. De grootste ruzie met Kevin. Bijna vechten
in de klas.’
‘Ach kijk eens
aan, daar hebben we Kevin weer’, hoonde
Thea.
‘Het gaat hier
niet over Kevin’, haalde juffrouw Marijke onevenredig fel uit.
‘Kijk maar uit
dat Walter die brave Kevin niet onder een auto duwt!’, waarschuwde Thea
schalks, terwijl ze haar kruk weer ter hand nam en aanstalten maakte om het
klaslokaal te verlaten.
‘Tot snel dan’,
besloot juffrouw Marijke kordaat.
Thea schonk haar
het laatste woord.
Onder dat gesprek
met juffrouw Marijke en Gloria Grif viel voor Thea niet meer uit te komen. Bart
vond ook dat ze moest gaan.
‘Waarom?’ wilde
Thea op tegendraadse toon weten.
‘Omdat je
verdorie wat te zeggen hebt’, gromde Bart.
‘Tegen mensen die
willen luisteren wel ja’, wierp Thea tegen.
‘Wie zegt dat die
Gloria Grif niet wil luisteren?’
‘Ik’.
‘Ze lijkt me best
aardig’, beweerde Bart.
‘Je hebt haar nog
nooit ontmoet’, riep Thea gepikeerd uit.
‘Jawel toen ik
laatst met Walter bij Albert Heijn was,
kwamen we haar tegen bij de kassa.
Gloria en Walter deden spontaan een boks met elkaar’, vertelde Bart blij.
Bart zette zijn
positivisme te dik aan om overtuigend te zijn. Thea deed geen moeite om haar
ergernis te verbergen.
‘Ja, allicht; na
zo’n boks komt alles goed. Nou kan ik tenminste met een gerust hart opnieuw het
evangelie op De Wielewaal gaan verkondigen.’
Gloria Grif
straalde in ieder geval betrokkenheid
uit. Heel anders dan Willy Bakbruin met haar schone schijn. Desondanks kwam
Gloria Grif net zo fanatiek over als de oude directrice van De Wielewaal, maar
dan niet zozeer op een competitieve manier als wel gefocust. In de Nieuwsbrief
had ze zichzelf een bijtertje genoemd en nu Thea haar in levende lijve mocht
aanschouwen zou die eigenwaardering weleens kunnen kloppen. Wie weet was Gloria
Grif wel de grootste aanwinst aller tijden voor De Wielewaal, maar voor Thea
kwam ze te laat. Dan kon Bart nog zo hard stiekem hopen op een eind goed al
goed voor zijn echtgenote dankzij bemiddeling van die veelbelovende Gloria
Grif, Thea had een hard hoofd in een sprookjeshuwelijk. Gloria Grif leidde de
vergadering, of het gesprekje zo men wil, in met een verhaaltje over haar eigen
kinderen. Met name over haar enige zoon. Haar zoon was een fantastische jongen.
Nou ja, inmiddels was hij een man. Maar vroeger op de basisschool werd de zoon
van Gloria niet altijd even goed begrepen. Daar had Gloria heel veel verdriet
van. Ze stond ook niet open voor op- en aanmerkingen op het gedrag van haar
zoon van de leerkrachten op de basisschool. Goedbedoelde op- en aanmerkingen
laten we dat voorop stellen! Maar Gloria hield zoveel van haar jongen dat ze
zijn fouten niet onder ogen wilde zien. Heel begrijpelijk en menselijk, maar
ook een beetje kortzichtig, want ieder mens maakt fouten. Ook de zoon van
Gloria. Bovendien zat de zoon van Gloria niet voor niets op de basisschool.
Fouten maken was niet erg. Om een lang verhaal kort te maken; na veel omwegen
en verkeerde diagnoses, bleek de zoon van Gloria dyslectisch te zijn. Toen
Gloria dat eenmaal wist kon haar zoon eindelijk het leerplan geboden worden dat hij nodig had. Hij
studeerde inmiddels al lang en breed medicijnen.
‘Net als de zoon
van Willy Bakbruin’, merkte Thea prozaïsch op.
‘Ach wat leuk,
studeert de zoon van Willy Bakbruin ook medicijnen?’, wilde Gloria Grif
helemaal niet weten.
‘Nee, de zoon van
Willy Bakbruin heeft ook een dyslectieverklaring. Dat was de reden dat ze zich
aangevallen voelde door mijn man en mij. Bart en ik geloven namelijk niet in
zo’n dyslectieverklaring voor Walter.’
‘Ik voel me niet
aangevallen’, loog Gloria Grif.
‘Maar je vindt
wel dat wij Walter tekort doen, begrijp ik uit je verhaal?’
‘Dat zeg ik
niet.’
‘Wat is dan het
probleem?’
‘We kunnen toch
ook gewoon communiceren zonder overal een probleem van te maken?’, vond Gloria
Grif hautain.
Gloria werd
vinnig omdat ze het verweer van Thea persoonlijk opnam. Thea kreeg bijna
heimwee naar de goeie, ouwe nietszeggende communicatie met de Willy Bakbruin en
ze richtte zich tot juffrouw Marijke aan de vergadertafel in de hoop om dit
benarde gesprek in te kunnen dammen.
‘Jullie maakten
je toch zorgen over Walter?’
‘Ach, zorgen,
zorgen, wat heet’, dimde juffrouw Marijke onverschillig.
Kennelijk had ze
zich in de tussentijd al wat beter weten te voegen in haar rol van juf van
groep 8. Tel de acute afwezigheid van Jade de interne coördinatrices bij die
gewenning op en er was geen vuiltje meer aan de lucht. Precies zoals Thea
voorspeld had. Ze had echter niet kunnen voorzien dat Gloria Grif transparantie
van juffrouw Marijke eiste op een dusdanig militaristische wijze dat zelfs Thea
in de houding ging zitten.
‘Als er werkelijk
geen problemen met Walter zijn, dan gaat
Marijke jou en mij hier en nu uitleggen waarom zij in vredesnaam dit gesprek
met ons heeft aangevraagd Thea’, liet Gloria
weten, terwijl ze theatraal over haar montuur in de richting van
juffrouw Marijke tuurde.
Betrapt liet
juffrouw Marijke zich in de kaarten kijken.
‘We zitten hier
niet voor niks, want we moeten ons bezinnen op de middelbareschoolkeuze van
Walter.’
De zorgen van
juffrouw Marijke klonken wederom als de zorgen van Jade de interne-
coördinatrice, maar in die val zou Thea niet meer trappen. Innerlijk sterkte ze
zich aan de woorden van Bart:
‘Je hebt allang
gewonnen.’
‘Is er dan al wat
bekend over de middelbare schoolkeuze van Walter?’, vroeg ze liefjes.
Juffrouw Marijke
ontweek haar doordringende blik:
‘We zijn bang dat
Het Stedelijk Gymnasium niet haalbaar gaat worden. Niet vanwege de scores van
Walter, maar meer vanwege zijn sociaal emotionele intelligentie.’
Thea zei niet:
‘Ow, want op het
Stedelijk Gymnasium zitten alleen maar leerlingen met een strek ontwikkelde
sociaal emotionele intelligentie bedoel je?’
Ze vroeg ook
niet:
‘Wie zegt dat er
wat mis is met de sociaal emotionele intelligentie van Walter?’
Of:
‘Wie zegt dat
Walter voor het stedelijk gymnasium kiest?’
Ze sprak de naam
van Jade de interne coördinatrices zelfs niet uit en ze wilde niet opnieuw
weten wie toch die ‘we’ waren waar juffrouw Marijke steeds op terug viel. Niets
van dat alles. Ze zei alleen maar:
‘Walter gaat niet
naar het stedelijk gymnasium, maar naar de stedelijke scholengemeenschap.’
‘Wie zegt dat?!’,
liet juffrouw Marijke zich bazig ontvallen, maar Thea gaf geen antwoord meer.
De ouders zijn
tenslotte de doorslaggevende factoren bij de definitieve middelbare schoolkeuze
van een kind. Alsof juffrouw Marijke en vooral Jade de interne coördinatrice
zich dat niet realiseerden! Hoe durfde Thea hun onmacht te beklemtonen? De
moeder van Walter zou er in de toekomst nog wel achter komen dat er met het juk
van Jade de interne coördinatrice niet te spotten viel. En hoe! Aan het einde
van groep 8 hadden alle klasgenoten van Walter bericht gekregen of ze al dan
niet toegelaten waren op de middelbare school van hun keuze, behalve Walter.
Hij had zich ingeschreven op dezelfde stedelijke scholengemeenschap als zijn
zus. Sabine was een schooljaar geleden probleemloos geaccepteerd. Zoals
verwacht wezen de uitkomsten van de CITO- en NIO toetsen van Walter in de
richting van het vwo. Verder geen noemenswaardige bijzonderheden naar mening
van zijn ouders. Toch ontving Walter een ander soort boodschap dan Sabine en
zijn klasgenootjes. Hoewel de envelop die aan hem gericht was eveneens het logo
droeg van de middelbare school waar hij was aangemeld. Logisch dat Walter in
eerste instantie dacht dat de inhoud een bevestiging was van zijn plaatsing.
Vandaar dat hij de tekst wel drie keer moest lezen voordat hij begreep wat er
in werkelijkheid geschreven stond. Daarna gaf hij de brief zwijgend door aan
zijn vader en dook achter zijn gamecomputer in een hoekje van de huiskamer.
Bart reageerde ondertussen aanzienlijk minder bedachtzaam dan zijn zoon op de
boodschap:
‘Dit is
schandalig!’, riep Bart uit, terwijl hij al aan de telefoon hing.
Thea moest de
brief uit de handen van Bart grissen om ook op de hoogte van het nieuws te
raken. Ze las:
‘Beste Walter,
Momenteel zijn
wij nog in beraad over jouw plaatsing op onze scholengemeenschap. Je zult nog
even geduld moeten oefenen.
Met vriendelijke
groet,
Bertus Blunder
Conrector
onderbouw’
‘Waar slaat dit
op?!, brieste ze naar Bart die met zijn mobiel aan zijn oor gebaarde dat Thea
stil moest zijn.
De telefoon had
hij op speaker gezet. Gloria Grif nam op. Ze leek oprecht verbaasd. Er was dus
nog hoop.
‘Dit vind ik heel
vreemd’, beweerde ze gealarmeerd.
‘Ja, wij ook!’,
bulderde Bart.
‘Ik ga er
achteraan Bart. Ik bel je vanmiddag nog terug’, beloofde Gloria Grif
paniekerig.
‘Ik weet zeker
dat Jade de interne coördinatrice weer heeft zitten bekonkelen!’ broeide Thea
in afwachting van uitsluitsel.
Bart had geen
commentaar. Al zijn aandacht ging op aan woedebeheersing. Wat was er nou weer
niet goed? Alsof Walter een misdadiger was. Wie weet was de leugen over het
geweldsdelict van Walter met betrekking tot het auto-incident met Kevin wel een
eigen leven gaan leiden. Walter zou weleens als een potentieel gevaar voor zijn
aanstaande mede middelbare scholieren kunnen worden beschouwd. Walter, de
elfjarige jongen uit groep 8 van De Wielewaal, met een gewelddadige reputatie op basis van verdachtmakingen,
moest eerst doorgelicht worden alvorens hij van zijn mensenrecht op middelbaar
onderwijs gebruik mocht maken. Typisch Jade de interne coördinatrice. Zij had
in de eeuwigheid waarin ze op De Wielwaal rondliep natuurlijk de nodige
vriendjespolitiek in de onderbouw van het middelbare onderwijs bedreven en
daarmee macht gekweekt om twijfel te oogsten.
Een
huiswerksterkklant en een paar koppen koffie in de huiskamer later ging
eindelijk de telefoon van Bart die hij aannam met een verwilderde uitdrukking
op zijn gezicht, omdat hij het nummer op het scherm niet herkende. Uit de
speaker schelde een vreemde vrouwenstem. Ze stelde zich voor als de
secretaresse van de heer Blunder, oftewel de conrector onderbouw, van de
stedelijke scholengemeenschap.
‘Van harte
gefeliciteerd’, begon de secretaresse gemaakt.
‘Waarmee?’, vroeg
Bart geïrriteerd.
‘Walter mag
komen. Hij is geplaatst in de brugklas’, kondigde ze vrolijk aan.
‘En waarom moest
dat zo lang duren?’, bromde Bart.
De secretaresse
van conrector Blunder had haar verklaring veel te snel klaar om geloofwaardig
te zijn.
‘Een
administratief foutje, maar Walter heeft de bevestiging van zijn plaatsing
overmorgen in de bus. Goedemiddag meneer.’
Gloria Grif kwam
haar belofte om terug te bellen niet meer na. Dus Bart en Thea namen aan dat
zij achter deze goede afloop zat. Thea voelde zich niet geroepen om de
directrice alsnog op De Wielewaal op te zoeken en te bedanken voor haar
bemiddeling. Het was al erg genoeg dat haar tussenkomst noodzakelijk was
geweest om Walter op een normale manier op de scholengemeenschap van zijn keuze
te krijgen. Als hij nou naar het stedelijk gymnasium had gewild. En dan nog was
de opmerking van juffrouw Marijke over de eventuele ontoereikende
sociaalemotionele intelligentie van Walter subjectief en natuurlijk pure
discriminatie.
‘Maar dat is niet
zo bedoeld’, waagde Bart nog voor juffrouw Marijke in de bres te springen ook.
‘Jezus, Bart, wat
is er mis met jou de laatste tijd? Waarom denk je juffrouw Marijke en Gloria
Grif constant tegen mij in bescherming te moeten nemen?‘
‘Vanwege hun
gebrekkige sociaal-emotionele intelligentie’, grijnsde Bart schuldbewust.
In werkelijkheid
probeerde Bart om Thea te behoeden voor de negatieve spiraal waarin ze terecht
dreigde te komen door de zwaarmoedigheid die haar de laatste tijd beving. Het
gesprek met directrice Gloria Grif en juffrouw Marijke aan het begin van het
schooljaar hadden de moedeloosheid van Thea alleen nog maar verergerd.
Sindsdien bemoeide Thea zich helemaal niet meer met het schoolleven op De
Wielewaal. Met reden weliswaar, want Walter hield zich uit eigen beweging
eveneens overal afzijdig van. Hij ging liever niet mee op schoolkamp en het
licht en geluid van de afscheidsmusical van groep 8 kon hem een tweede keer
niet meer boeien. Walter was klaar op en met De Wielewaal. Overigens zonder
zijn hulpvaardigheid, maatjes en goede humeur te verliezen. Kwamen de wijze
lessen over introspectie van Guide de schoolpsycholoog toch nog van pas, want
aan verlokkingen geen gebrek in groep 8 van juffrouw Marijke. Het nemen van
time-outs werd een sport voor Walter. Moeiteloos nam hij afstand van de
vechtersbaasjes van vroeger die in groep 8 waren uitgegroeid tot onberekenbare
prépubers. Ze gingen elkaar opnieuw te lijf alsof het reparatiejaar van Yin en
Yang met aardbeientaart met slagroom nooit geweest was. Zelfs zonder de
bemoediging van Walter, hetgeen volgens de jarenlange demonisering van de
jongen eigenlijk helemaal niet mogelijk was. Toch explodeerde de opgekropte
ruzies in groep 8 wederom even vaak en heftig op het speelplein van De
Wielewaal als in de tijd van Willy Bakbruin en meester Gijsbert uit groep 3.
Meester Gijsbert was de beruchte invalmeester die de zevenjarige Walter in het
verleden als hoofdschuldige van de ruzies aanwees. Omdat hij gespecialiseerd
was in moeilijk opvoedbare leerlingen, meende hij Walter met recht een rugzakje
te mogen omhangen vanwege zijn vermeende agressiviteit. Ruim vier jaar later
werd Marcus, de zoon van professor Pronken alsmede het erudiete vriendje van
Walter, serieus bedreigd door leden van het islamitische clubje van Soltan.
Intimidatie dus door voormalig vrijgepleite klasgenoten van het eerste uur van
Walter op De Wielewaal. In de laatste jaargang zonder inmenging van Walter.
‘Jij moet dood en
je vader ook’, lieten de lieverdjes die arme Marcus herhaaldelijk weten.
‘Het zal je maar
gezegd worden’, was alles wat de elfjarige Walter er tegen Thea over opmerkte.
Hij liet zich
niet meer verleiden tot een beslissend knokpartijtje, waardoor de metaforisch
geworpen granaat met een sisser dreigde af te lopen. Maar dan kende directrice
Gloria Grif de vader van Marcus nog niet. Professor Pronken deed officieel
aangifte van doodsbedreiging door minderjarigen op de basisschool van zijn zoon
bij de plaatselijke politie. Een ontploffing in het gezicht van De Wielewaal.
Waar was Walter – oftewel de beproefde
bliksemafleider van heilige huisjes -
op het moment dat opperouders hem nodig hadden?
Je zou je bijna
afvragen waar de inspanningen van Yin en Yang goed voor waren geweest? De
troubleshooters hadden Thea en haar kinderen in ieder geval een uitweg gegeven
van de dictatuur van de opperouders. Dat was meer dan Thea vooraf had durven
hopen. De rest was bonus. Zo kwam de steunbetuiging van directeur Yin tijdens
het laatste telefoongesprek met Thea ook als een verrassing. In haar hoofd kon
ze nog woord voor woord herhalen wat hij toen gezegd had:
‘Ik weet niet wat
het is met die ouders hier op De Wielewaal, maar zoals jij je staande weet te
houden tussen al de chaos, dat is goud waard. Ik vind je fantastisch. Dat wilde
ik je nog meegeven.’
Directeur Yin had
haar ontroerd met zijn compliment op een manier waardoor Thea zich vereerd
voelde en zich tegelijkertijd schaamde voor haar kwetsbaarheid. Ze wilde hem
belonen voor zijn inzet en sympathie en toen er een thema-avond over
ouderparticipatie onder zijn leiding op De Wielewaal in de Nieuwsbrief werd
aangekondigd, hoopte ze haar cadeau gevonden te hebben. Bart dacht ook dat Thea
directeur Yin een plezier zou doen door actief deel te nemen aan zijn workshop.
Het tegendeel was waar.
Hij had niet op
haar gerekend en klapte dicht toen hij haar zag. Alsof ze de boel kwam
verzieken, terwijl Thea uit vriendschap was komen opdraven. In een flits dook
hij weg in de directiekamer om een muurtje op te trekken. Even later zag Thea
hem weer verschijnen in de vergaderruimte met een ongenaakbare uitstraling die
haar specifiek op een afstand hield. De onverdraaglijke pijn van de afwijzing
deed haar buiten zichzelf treden. Haar eigenlijke zelf schoot in de
overlevingsmodus. Ze zag zichzelf zitten tussen veel meer deelnemers aan de
workshop dan Thea vantevoren ingeschat had. Ze lachte om haar eigen kritiekloze
deelname aan onnozele
kennismakingsspelletjes waaraan ze normaliter een gloeiende hekel had.
Ze begreep niet waar ze de motivatie vandaan haalde om quasi ademloos te
luisteren naar de oeverloze mooie praatjes van de sprekers op de thema-avond
over ouderparticipatie en ze verbaasde zich over het schijnbare gemak waarmee
ze in de pauze socialiseerde met de aanwezige incrowd van De Wielewaal. Ze walgde
van haar hypocriete zelf in een uitgelaten gesprek met juffrouw Nelleke; de
voormalige tattoojuf van Walter en ze werd niet goed van de leuke ideetjes die
ze zelf te berde bracht tijdens een gezamenlijke werkopdracht met mede-ouders.
Ze hoorde zichzelf zowaar discussiëren met een enkele aanwezige opperouder
wiens zelfingenomenheid haar alter-ego
met klinkende gevatheid wist te pareren. Directeur Yin schoot ervan in de lach.
Aan het eind van de thema-avond over ouderparticipatie liet hij gerustgesteld zijn
schild vallen, maar Thea bleef hem uit de weg gaan. Hij was al veel te dichtbij
gekomen.
Haar Renault
stond een meter of tien van de hoofdingang van De Wielewaal in de gele straal
van een lantaarnpaal geparkeerd. Voor ze instapte keek Thea onwillekeurig nog
één keer in de richting van de basisschool van haar kinderen die zij na afloop
van de thema-avond over ouderparticipatie als eerste verlaten had. Directeur
Yin doemde op in de verlichte deuropening. Direct nadat hij merkte dat Thea zijn richting opkeek,
hief hij zijn hand in een korte, krachtige zwaai naar haar op. Zij zwaaide
automatisch terug; dag, dag, tot nooit weer ziens.
‘Nou, ik kan me
zijn insteek wel voorstellen’, temperde Bart het zeer van Thea, toen ze terneer
geslagen haar verhaal deed over de afwijzing van directeur Yin op de
thema-avond over ouderparticipatie.
Bart kon de
teleurstelling van Thea merkbaar nog slechter verdragen dan zijzelf. Thea gaf
hem gelijk, maar ze meende het niet. De dag daarop sprak tattoojuf Nelleke haar
aan op het speelplein. Of Thea een verslagje wilde schrijven over de
thema-avond voor de Nieuwsbrief. Duidelijk een verkapt excuus van directeur
Yin. Hoe eerder Thea toegaf, hoe makkelijker de breuk. Ze schreef een lovende
recensie. Twee dagen later brak ze haar enkel.
Thea trekt het
briefje met de adresgegevens van Bink van het prikbord in de bijkeuken en
betreedt het overdekte terras. Een koude windvlaag valt haar aan en de
keukendeur waait met een harde klap dicht. Melvin is ineens heel dichtbij. Ze
huivert. Melvin kijkt haar spottend aan. Dan smijt hij zijn peuk op de
terrastegels. Thea trapt de smeulende sigaret uit en reikt Melvin zwijgend de
adresgegevens van Bink.
‘Wat is dat?’
Hij is schor en
praat in wolkjes wasem of nicotine. Gemberthee zou hem goed doen.
‘Je moet Bink
bellen.’
‘Wie zegt dat?’
‘Doe het nou
maar’, gebiedt Thea, terwijl ze hem het briefje nog eens extra voorhoudt.
‘En als ik het
niet doe?’
Melvin haalt zijn
neus op en krabt langdurig op respectievelijk; zijn hoofd, bovenarm en in zijn
nek. Thea krijgt er jeuk van.
‘Dan bel ik de
politie. Je was bij Opsporing Verzocht.’
In een ruk trekt
Melvin het briefje met de adresgegevens van Bink uit haar hand.
‘Bewijs het maar
eens’, bluft hij.
‘Dat heb je zelf
al gedaan met dat plakplaatje op de binnenkant je pols, slimmerik’, schampert
Thea.
Ze heeft de
keukendeurklink alweer in haar hand. Ze wil terug naar binnen. Ze heeft het
koud, maar ze wacht toch nog even. De lichaamstaal van Melvin houdt haar tegen.
Hij heeft nog wat te melden. Ze houdt haar adem in.
‘Mag ik binnen
met Bink bellen? Ik heb het koud.’
Thea hoort geen
Melvin meer. Betuwe Flipje is aan het woord. Daar is haar pijn van de afwijzing
weer. Of het is zijn pijn?
‘Enough is
genoeg’, zegt ze en laat de keukendeur achter zich op een kier staan.
%20-%20Copy.png)
Reacties
Een reactie posten