BUNDEL 8: Spleen

  1. Getekende vrouwen

  2. Golfslag

  3. Hemel op aarde

  4. Ijdel

  5. In het moment

  6. Keerpunt

  7. Licht

  8. Liefdesbron

  9. Notendop

  10. Planeten

  11. Spleen

  12. Teken

  13. Vaderdag

  14. Verweer

  15. Voor de vrede

  16. Wurgkeuring

  17. Afkicken

1. Getekende vrouwen

Vrouwendag is voor onderdrukten.
Niet voor dragonders zoals ik,
met wie het ondanks machtsvertoon nooit lukte,
in die verleidelijke valstrik.
Of is mijn harnas,
slechts de uitkomst
van de seksistische som:
Alweer zo’n geile grapjas.
Getekende vrouwen lachen daarom.


2. Golfslag

Wat valt er nog te vinden,
van de dingen om mij heen.
Waai mee met alle winden.
Elke bubbel klapt uiteen.

Grijp de reddingsboei die komen gaat.
Zonder ja of nee,
tegen een toekomstbeeld als onverlaat.
Pik hier en daar wat voordeel mee.

Als straks de golfslag stopt.
Het sop de kool niet waard.
Emoties niet meer opgekropt,
dan is de lucht vanzelf geklaard.


3. Hemel op aarde

Nog steeds kwetsbaar.
Geen bescherming tegen mezelf
zonder jouw laconieke wegwerpgebaar.

Zelfs postuum kan jij alleen
de pijnpunten verzachten,
door mij via spirituele lijnen,
keer op keer in te seinen;
geen hemel op aarde te verwachten.


4. Ijdel

De grijze, wijze vrouw,
die mij langzaamaan,
raad geven zou,
is heengegaan.

Zo ook de brede schouder,
van de liefde van mijn leven.
De illusies worden ouder.
Geen droom meer na te streven.

Toch omringt mij een overmoed,
van zij die nog alles beter weten.
De toekomst herwint haar roze gloed,
doet beginnersgeluk vergeten.


5. In het moment

Tussen
de lusten en lasten
van een hond
vond ik jarenlang
troost

In
wisselwerking.
Kirby had mij
ook wat te leren.
Onder meer hoe
alledaagse dingen
in het moment
te waarderen.


6. Keerpunt

Jouw sterfdatum,
als een keerpunt,
op mijn tijdlijn.

Het verlangen
van voor jouw komst
is terug.

Maar niet meer ongewis.
Nu weet ik,
wie en wat,
ik mis.


7. Licht

Feestdagen zonder hem,
zijn als alle dagen,
met een kleurklem,
vol onbehagen.

De donkere kamer,
heeft geen deur.
Het monotone gehamer,
breekt geen sleur.

Buiten wordt gevierd.
Iemand roept mijn naam.
In het licht dat door het raampje kiert,
steek ik toch een kaarsje aan.


8. Liefdesbron

Wat zijn gevoelens
anders dan
symptomen,
die als eb en vloed
in golven gaan en komen?

Uit een liefdesbron:
Geen emotie,
maar een presentie;
met een variatie aan
sentimenten als
consequentie.

Zo ontbreekt mijn woede zelden,
aan haar nagedachtenis.
Overbodig te vermelden,
dat ik haar mis.


9. Notendop

Zodra de nazomer aanzwelt,
de felle tinten vervagen,
en zijn verjaardag zich meldt,
in okergele septembervlagen,

doemt de herinnering weer op,
vertrouwd en onmiskenbaar.
Aan vader in een notendop:
de levenskunstenaar.


10. Planeten

Vandaag ben ik
niets zonder jou.
Behalve kwaad
omdat je me aan
het eind van
iedere herinnering
alleen laat.

Hopelijk is de aarde
niet meer dan
een uitstapje
van betere planeten
en ben je me
nog niet vergeten.


11. Spleen

Je bent al zo lang,
elke dag niet meer hier,
dat de verslagenheid went.
Niet slijt.

Wel wortel schiet,
door de pijn heen.
Ik onthecht niet,
maar koester de spleen.


12. Teken

In het nevelgebied,
tussen slapen en ontwaken,
verstond ik duidelijk jouw stem.

Je riep me tot de orde.
Bij mijn naam.
Op die watdenkjezelf toon van jou,
die ik bijna was vergeten.

Dit is het teken,
als in een signaal van jou,
waarop ik
alleen
nooit was gekomen.

En dat ik dus zeker niet heb
kunnen dromen.


13. Vaderdag

In korte tijd,
was je vader
in overvloed.

Jouw liefde is
ingebed in
hun genen.

Jouw input
geïnfiltreerd
in hun domein.

Bij al hun slagen,
falen en dwalen,
zul jij voorgoed
hun vader zijn.


14. Verweer

De tijd verstrijkt,
in de sporen van jouw aanwezigheid.
De echo die de kloof ontwijkt,
tussen fictie, feit en spiritualiteit.

De kinderen zijn volgroeid,
wars van mijn bemoeienis,
is de moederrol verknoeid
en verwaterd in gekissebis.

Geen verweer.
Gedwongen tot veranderen.
Dan ben je niemand meer,
maar ook niet minder dan anderen.


15. Voor de vrede

Dat iedereen oorlog verafschuwt.
Hoe misdadig geweld,
het geweten schaduwt,
de gemoedsrust ontstelt.

Online overspoeld,
met beelden die raken,
en meningen die goedbedoeld,
de kloof nog wranger maken.

Tussen wij en zij hier ver vandaan.
Wij zijn voor de vrede,
maar wat hebben zij eraan?


16. Wurgkeuring

Het was niets,
in het ziekenhuis.
Al dat wachten.
Voor de zekerheid.

Toen het wel wat was,
zat ik naast je.
Vandaag was ik alleen,
en greep de doodsangst,
ook mij bij de keel.

Destijds overheerste,
mijn overlevingsdrang.
Het is nooit,
de bedoeling geweest,
om jou te overtroeven.

Dit is zo’n moment,
waarop het gemis,
me bijna wurgt.


17. Afkicken

In de weggeefkast,
van het wijkcentrum,
staat sinds vanmiddag
een voorraad hondenvoer,
met toebehoren.

Zoals een lading kauwbotten;
speciaal voor senioren.
De poes wantrouwt ontdaan,
de plek waar gisteren
de bench nog heeft gestaan.

Dit afscheid is geen geval
van even het dagritme schikken,
maar van regelrecht afkicken.

Reacties